Vdh-Lijn:
Generatie 14 (stam-oudouders, 8192-16383)
VDH-LIJN: In Friesland (rond Bergumermeer/Oostermeer):
-
Sjoerd (Sierdt, Syert), geboren ca 1520 8193. Uit dit huwelijk: Jelger Sjoerds (kw 4096) ??
-
Gerck, geboren ca 1520 8201. Uit dit huwelijk: Edze Gercks (kw 4100)
-
Eelcke (Douwes), geboren ca 1520, ovl te Garijp (Tietjerksteradeel, FR) in 1601, boer/landbouwer. Bij de personele impositie van 1578 te Garijp: Eelcke Douuwsz (aanslag 1 Caroligldn, 5 stuivers – dat was behoorlijk) 8203. Uit dit huwelijk: Maryke (Maria, Maaike) Eelckes (kw 4101)
In Zuid-Holland:
- Harmen Dirkxsz, geboren 1492 (?), bouwman in Schieveen onder Overschie, ovl 7-2-1-1580 te Overschie, gehuwd met
- Maritgen Jacobsdr, geb ca 1490, ovl 20-2-1591 te Overschie
Uit dit huwelijk (minstens): Michiel Harmensz (kw 5360)
Ouders van stambetovergrootvader Michiel Harmensz (VAN DER KOOIJ) die rond 1524 te Overschie werd geboren. Waarschijnlijk nam deze het agrarisch bedrijf van zijn vader over of een deel ervan. Stamoudvader Harmen Dirkxsz kan begin 16de eeuw in de omgeving van Delft al een (relatief) redelijk belangrijke pachtboer zijn geweest. Vandaar dat we zijn naam en die van zijn vrouw, een van onze stamoudmoeders, in de litteratuur tegenkomen. Voor het gemak van onthouden stel ik dat deze stamoudvader in 1492 is geboren (“Columbus ontdekt Amerika”). Rond 1490 in ieder geval.
-
Gabriël Adriaenszoon, landbouwer, landeigenaar en pachter te Berkel, ovl te Berkel (Rodenrijs) voor 10-3-1578. Tweede huwelijk met 10723. Uit dit huwelijk: Aefgen Grabelsdr (kw 5361)
-
Hendrik (VAN TOL), ca 1520 (?, Benthuizen?) 10725. Uit dit huwelijk: Claas Hendrikszn VAN TOL (kw 5362)
-
Pieter Claasz DE BEIJE, landbouwer aan de Zegwaardse Wallen, ovl te Zegwaard voor 26-2-1619, getrouwd met (naam onbekend):
-
…. Uit dit huwelijk: Huibrecht Pietersz de Beije (kw 5366).
-
Crijn (Queijering) Cornelisz GORTER, ovl te Zegwaart voor 20-10-1607, trouwt met
- Lijsbetgen (Lijsbeth) Jorisdr., ovl als weduwe tussen 3-3-1609 en 2-5-1610, begraven te Zoetermeer. Uit dit huwelijk: Ingetje Crijnen (kw 5367).
Stamgrootvader Crijn Cornelisz GORTER had zoals velen in de omgeving in 1572-1573 zijn directe bijdrage aan de oorlogsinspanningen te leveren, volgens de rekeningen van ruitergelden die in 1572-1573 waarschijnlijk door Cornelis Vranckez BIJL, schout van Zegwaart, zijn opgesteld betreffende inkwartieringskosten, die het dorp moest maken. Van 11-11-1572 tot 12-7-1573 belegerden Spaanse legers de stad Haarlem. De toestroom van soldaten moest tot in verre omgeving worden opgevangen. Het inkwartieren was niet gratis. In de rekeningen komt stamgrootvader Crijn voor: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaeten vier daegen met een jongen, twe daegen, beloept an gelt met een vrou eenen dach 4 gulden 15 st.” Genoemde jongen zal wel de wapens hebben moeten poetsen of de paarden verzorgen en wat die vrouw-van-éen-dag er had te zoeken, blijft uiteraard een raadsel. In dezelfde rekeningen komt te Zegwaart ook Gerrit Cornelisz GORTER voor, wellicht een broer van Crijn. Ook hij herbergde “twe soldaeten met een vrou ende een jongen vier daegen met noch een jongen beloept an gelt 7 gulden.”
Met een week inkwartiering was het voor de GORTERS en ook andere gezinshoofden te Zegwaard niet gedaan. Wanneer onder hopman Munter een nieuwe lichting via Zegwaard passeert, is stamgrootvader Crijn opnieuw de klos: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt een soldaet met een vrou en een jongen 4 1/2 dach”. Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt van hopman Munter een soldaet met een vrou, een jongen 6 daegen noch een jongen twe daegen compt 6 _ gulden”.
En later bij nieuwe passages: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaten compt 25 st.” Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt 2 soldaten, een vrou.” Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaten met een jongen.” (Rekeninck van de soldaten in Zegwaert van hopman Geleyn).
De kosten werden deels betaald via een belasting (dorpssteek), deels door betaling vanuit de “schatkist” van de “Conincklijcke Majesteyt” (Filips II, de koning van Spanje, vulde die schatkist uiteraard niet zelf).
- Cornelis Spronxsz., geb ca 1510, trouwt (tweede huwelijk) met
- Adriana Arentsdr
Uit dit huwelijk: Aert Corneliszn van der Spronse (kw 5984). Cornelis Spronxsz woont in 1561 te Honselersdijk. Overleden na 31-5-1592.
- Jan Jacobs BOL 12205.
Ouders van: Joris Jansse BOL (kw 6102)
- Claes Willemsz VAN BEVEREN, ovl 6-11-1529, begraven in de Grote Kerk te Dordrecht, Van Beverenkapel, gehuwd 11-10-1515 te Dordrecht (huwelijkse voorwaarden) met
- Jacomina Everts SNOUCK, geboren ca 1494 in Gorinchem, werd opgevoed bij haar oom te Dordrecht (mr. Cornelis Jacobsz Block, broer van haar moeder), ovl in juli 1578 te Dordrecht, ca 84j oud.
Claes werd Heer van Dordtsmonde in 1528 bij doode van zijn neef Joost Queckel Hendrikszn, leenman van de grafelijkheid, leenhouder van het schrootambacht 1510-1516 (hij verkoopt dan deze rechten), vroonheer van Bolnesse, schepen van Dordrecht 1514/28 en lid van de veertigraad aldaar in 1523. Hij woonde in het ouderlijk huis "Den Ouden Beer" aan de Wijnstraat.
Claas van Beveren Mr. Willemszn en zijn nakomelingen voerden het wapen van Beveren (in groen een klimmende zilveren bever) met als helmteeken een zilveren hoed met groene opgeslagen rand, waarop een groene bol met 3 struisveren groen-zilver-groen. Ouders van: Emma Claesdr VAN BEVEREN (kw 6103)
- Pieter Cornelissen Joostensz, bouwman in het Oudeland bij Mijnsheerenland, op 27-3-1543 meerderjarig verklaard, trouwt (1) voor 1550 met Ariaentje Ariaens, weduwe van Jan Heijnensz, trouwt (2) na 1550 met
- Maertje Adriaensdr, ovl voor 1553 Pieter was van 1546 tot 1566 waarsman van de polder Oudeland en in 1575 Heilige Geestmeester. Op 22-02-1580 genoemd als heemraad van het Ambacht van Mijnsheerenland van Moerkerken.
Ouders van: Gisbert Pieters MEEUWENHIL (kw 6104)
- Adriaen Aelbrechtsz, in 1542 genoemd als kerkmeester van Westmaas, in 1573 als heemraad van Westmaas-Nieuwland en Mijnsheerenland van Moerkerken, trouwt (2) voor 8-7-1553 te Mijnsheerenland met Maritge Jacobs Huygen, weduwe van Michiel Jansz, hij is dan zelf weduwnaar van
- Nelletje Roelen
Ouders van: Marichen Adriaans Aelbrechtsdr (kw 6105)
- Cornelis Janszn ROOBOL
- Erckgen (Erken)
Ouders van: Leendert Cornelisz ROOBOL (kw 6132)
- Dirck Cornelisz COORNEEF (Koorneef), geb ca 1519 te Poortugaal, trouwt ca 1544 met
- Neeltje Cornelis Doensdr VAN DRIEL, geb ca 1520 (zij was bij huwelijk al jonge weduwe van een Willem NN)
Ouders van: Maartje Dirksdr KOORNNEEFF (kw 613)
DJ-LIJN:
- Schelte Cornelis
- Anna Jans
Ouders van: Cornelis Scheltes (kw 6596)
- Sjoerd Tiettes BAERDT (Syuerdt), geb ca 1520, oa volmacht van de Vijfdelen Zeedijken (1546, 1554), van Menaldumadeel (1559) en van Marssum (1571), woonde te Marssum op de Lutcke-Dotingastate, ovl na 1572, gehuwd met
- Eelck, geb ca 1520 (of: Baet Unia/Wnye? – kerk Marssum)
Uit dit huwelijk:
Sake Sjoerds Baerdt, ovl voor 23-6-1602 Hobbe Sjoerds Baerdt, ovl 9-6-1591 te Marssum, werd in 1558 burger van Franeker waar hij studeert en grietenijsecretaris wordt 1569-1580 (Franekeradeel). In 1572 is hij gezant naar de hertog van Anjou. In periode 1580-1585 grietenijsecretaris van Harlingen en vanaf 1585 griffier aan het Hof van Friesland. Gaat dan te Marssum wonen op de sate van zijn ouders en koopt er nog verschillende percelen. Gehuwd met (1) Hintje Hinnesdr, (2) Lysbeth Delphi en (3) Ida Andriesdr Sweyns. Begraven in de kerk te Marssum: “Hier leyt begrave de eerntpheste en discrete mr Hobbe Baerdt graffier in den hove va Frieslant en sterf de 9 iuny ano 1591”. Sybrand Sjoerds BAERDT (kw 6606) Rienck Suerdts Baerdt, trouwt Rientje DOUMA VAN OENEMA, zij krijgen een zoon Uccke Riencks BAERDT.
- Jan Reyners
- Tyets Oeges
Ouders van: Reyner Jansz (kw 6628), die geb bij Leeuwarden ca 1560.
- Oene Doeckles, geb ca 1531 13297.
Ouders van: Doeckle Oenes (kw 6648)
- Djurre Romckes, geb ca 1531
- Siouck Greolts
Ouders van: Jouck Djurredr (kw 6649)
-
(Jo)hannes, geb. ca 1540 (?), vader van Michiel Hannes (kw 8098).
-
Anne, vader van Rits Annedochter (kw 8099).
Zerk van gele zandsteen; vierpassen, waarin de tekens der Evangelisten; totaal afgesleten Gotisch randschrift; binnen de rand een miskelk met hostie; daaronder een gedeeld wapen, waarin links flauwtjes zichtbaar een ster boven een wassenaar. In het eerste kerkvoogdijrekeningboek is in 1624 bij de verkoop van een graf in de kerk sprake van "de steen van Aesgama" (blz. 47), waarmee vrij zeker deze zerk werd bedoeld. Gelet op het wapen (voor zover zichtbaar gelijk aan het wapen Baerdt; vgl. nr. 50) en in aanmerking nemende de naamsverwisseling van Baerdt en Aesgema, menen we hier de zerk te hebben van Heer Sybren Doeckesz. Baerdt, van wie E. H. v. D. op 1527 vermeldt: "den 18 Apr. dat was doen Paesch Maendach sterff Heer Sibren, Doecke Douwama zoon pastoor tot Marssum". Heer Sibren Doeckesz. Baerdt, z. v. Doecke Douwesz. B. en N. N., was een broer van Katryn Aesgama, weduwe van Fedde Dotinga te Marsum (1521: Sipma, dl. II, nr. 307 en 355). G 188 Eenv. zerk; tekst bijkans onleesbaar en volgens het grafboek. DE HEER EN MR JOHANNES MEBIUS / I. U. DR. EN ADVOCAAT VOOR DEN HOVE VAN VRIESLAND / VOORMAALS SECRETARIS VAN MENALDUMADEEL / EN GECOMMITTEERDE STAAT VAN VRIESLAND / OBIIT DEN 10 JUNIJ 1810 OUD 68 JAREN / Johannes Mebius, z. v. Augustus Matthiasz. (Mattheusz.), predikant te Heerenveen, en Wemelia Johannesdr. Wielinga, tr. Marsum 12 Oct. 1766 Hiltje Ennema, geb./ged. Franeker 3/12 Mei 1743, d. v. Paulus Agesz. (Ageusz.) E., wijnkoper, en Pietje Fennema te Franeker. Kinderen: Paulus (volgt: G 189) en Wemelia (tr. Hendrik Hermannusz. Cannegieter). Vgl. G 46. Volgens het grafboek van 1756 verving deze zerk een witte zerk, waarop "een wapen en eenige woorden die onleesbaar zijn" ; vermoedelijk dekte deze witte zerk het graf van Fedde van Dotinga (Dootnia), van wie E. H. v. D. mededeelt: ,,1529 den 7 Oct. Fedde Doetinga ofte Dottnija. tot Marsum begraven". Fedde van Dotinga, z. v. Ofcke Dotinga en Luts Feddesdr. Mernstra op Dotinga-state te Marsum, tr. Catharina (Tryn) van Baerdt, d. v. Doecke Douwesz. Baerdt en N. N. Hij bewoonde eveneens Dotinga-state. Het wapen van "Dotinga tot Marsum" vertoonde volgens het Burmaniaboek 4 zesp. sterren (2, 1 en 1).
G 183 Eenv. zerk voor de Eysinga-bank; volkomen verwoeste all.-wapens onder dito helm; helmt.: 3 struisveren. (R) HIER LEYT BEGRAVê / Dê EERNTPHESTê Eú DISCRETê MR HOBBE BAERDT / GRAFFIER IN DEN / HOVE V} FRIESLANT Eú STERF Dê 9 IVNY AN/ 1591 / Hobbe van Baerdt, z. v. Siuerdt Tietesz. B. en Eelck N. (of: Baet Wnye?) te Marsum, tr. 1. Hintke Hinnesdr., 2. Lysbeth Delphi en 3. Ida Andriesdr. Sweyns, d. v. Andries Jeltesz. te Sweyns onder Wommels. Hij werd in 1558 burger van Franeker, welke stad hij van 1569 tot 1572 als secretaris diende- In 1580 en 1583 wordt hij als secretaris van Harlingen vermeld en van 1585 tot zijn dood bekleedde hij het ambt van griffier van het Hof van Friesland. Hij was in 1582 gezant naar de hertog van Anjou (Arch. Sm., nr. 348). Verschillende eigendommen werden door hem na 1586 te Marsum gekocht (Procl.bk. A 2 blz. 10 en 42; A 3 blz. 10 en 111), waar hij reeds Lutcke- Dotinga sate bezat, eens de woonplaats van zijn ouders.
Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn. Harmen en Maritgen werden heel oud, Maritgen zelfs rond 100 jaar volgens deze gegevens. “Ons Voorgeslacht”, 1967 blz 27 Hofsteegenealogie: (71284) ?Hendrick Claes van Tol, lives Benthuizen, d. after 1537. Of Tonisdr ? (Genealogie van Pieter de Bije). Gemeentearchief Zoetermeer. Zoek Cornelis Vranckez Bijl (internet). Je weet wel: de vrouw Kenau Simonsdr HASSELAER verwierf grote roem tijdens dat beleg door leiding te geven aan het gieten van kokende olie en andere verschrikkelijkheden op de bestormers van de stadsmuren. Overigens moest Haarlem zich 12-7-1573 gewonnen geven. In 1514 telde Zuid-Holland 194.000 bewoners (Noord-Holland 79.000 waarvan 12.000 in Amsterdam). In 1622 telt Zuid-Holland al 482.000 bewoners (Noord-Holland 188.000 waarvan 105.000 in Amsterdam). Door de politieke ontwikkelingen groeit het aantal bewoners van Zuid-Holland en Amsterdam in ongeveer de 16de eeuw enorm. Het percentage immigranten, “allochtonen”, is in 1622 te Amsterdam 33, in Gouda 38, in Rotterdam 40, in Haarlem 51, in Leiden (textielindustrie, universiteitsstad) zelfs 67. De SPRONCS wonen bij de stad Delft die in 1622 bijna 23.000 inwoners telt (18% immigranten), de helft van Leiden (45.000), meer dan Rotterdam (20.000). Kwartierstaat Van der Krogt. Meldt: Zie Stamreeks Van Spronsen. Kwartierstaat van Schothorst noemt: “vermeld 1546, 1572, te Marssum (1553), volmacht van de Vijfdelen Zeedijken (1546, 1554), volmacht van Menaldumadeel (1559), volmacht van Marssum (1571), curator over Suyrdt AESGAMA.” Waarschijnlijk zijn neef (zie ook kw 26425). De naam DOUMA VAN OENEMA ontstaat na het huwelijk van Rienck DOUMA en Tjepcke OENEMA, laatstgenoemde ovl in 1485 (Enc.v.Frl. 1958). Bij enkele nakomelingen van hen komt de familienaam Douma van Oenema in gebruik. Rientje kan een achterkleindochter zijn geweest. Een kleinzoon van Rienck en Tjepcke was de Friese vrijheidsstrijder Jancke DOUWAMA (1482-1529). Hij werd dus niet bekend als een DOUMA VAN OENEMA.