Van der Hoek
Oudbetovergrootouders 1600–1750 668 min leestijd

Vroegere Generaties

Generatie 8: Oudovergrootouders

GENERATIE 8: OUDOVERGROOTOUDERS

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland)

  1. Freerk Sierds (Frerck Sjierdts), geb ca 1685 te Opeinde-Zwartveen (ten noorden van Drachten, Smallingerland, FR), vermoedelijk overleden aldaar voor 1740, trouwt in april 1711 (eerste proclamatie 22-3-1711) met
  2. Bauk Karstis (Karstes, Karsten, Kerstes), geb ca 1680 te Zwartveen, ovl onbekend. Van oudovergrootouders Freerk en Bauk stammen via kleinkinderen of achterkleinkinderen sinds de achternaam-vastlegging van 1811 een groot aantal familielijnen af. Zoals ADEMA, HEIDSMA, SEINSTRA, VAN DER HOEK en nog meer. In zijn tijd (Freerk Sierds, 1685-1740) was turfwinning, ontginning etc bezuiden het Bergumermeer in volle gang. Daaruit en uit boerenbedrijf kwamen de inkomsten.

Omdat doopmeldingen ontbreken weten we niet hoeveel en welke kinderen uit het huwelijk van deze oudovergrootouders zijn geboren. Een zoon Sierd Freerks (geb ca 1712?) zou bijvoorbeeld te verwachten zijn. Traceerbaar als kinderen van Freerk Sierds en Bauk Karstes zijn de zonen Karst Freerks, geb ca 1715 te Zwartveen bij Opeinde, en Tamme Freerks, geb ca 1718 te Opeinde-Zwartveen, ovl Terwispel (Opsterland, FR) maart 1806, 88j oud. De zoon Tamme Freerks wordt via huwelijk te Terwispel met Eeuwkje Jalderts oudgrootvader in (onze) VAN DER HOEK-genealogie. Zie verder over hem bij GENERATIE 7, kwartier 64-65.

De broer Karst Freerks, (verondersteld) geb ca 1715 te Opeinde-Zwartveen, trouwt rond kerst 1744 aldaar met Hylkjen Freerks. Trouwregister van de Herv.Gem. Oudega-Opeinde meldt enkel eerste proclamatie per 13-12-1744: Karst Freerks, Zwartveen, Hijlkjen Freerks, Witveen. Doopmeldingen van kinderen uit huwelijk van Karst en Hylkjen ontbreken. Broer Tamme trouwt een jaar later, rond kerst 1745, te Terwispel, waar wel geboortes en dopen zijn geregistreerd (en register bewaard gebleven).

Bij de Quotisatie van 1749 wordt Carst Freerks, arbeyder te Opeinde, aangeslagen voor 11 Cgldns en 13 stuivers, gezin van 5 personen waarvan 3 jonger dan 12. Bij huwelijk in 1744 was Karst mogelijk ca 29j oud, en Hylkjen mogelijk ca 19.
— Van de 3 in 1749 vermelde jonge kinderen is lde dochter Hinke Karstes, geb ca 1745, mogelijk eerste kind uit het huwelijk, terug te vinden. Van na 1749 geboren kinderen (aanname) de dochter Antje Karstes, geb ca 1757, en een zoon Freerk Karstes, geb ca 1766, die bij naamaanneming van 1811 de achternaam ADEMA laat registreren.

Drie kinderen van Karst Freerks en Hylkjen Freerks (maar er waren meer):

  • Hinke Karstes (ADEMA), geb ca 1745, ovl Achtkarspelen, FR, 10-6-1820, 76j, weduwe, tr 17-11-1782 te Oudega-Nijega (Smallingerland, FR), zij ca 37, hij 32, beiden van Nijega, met Keimpe Jans, geb Nijega 14-8-1750, doop Garijp 21-3-1756 (hij is dan ruim 4j), ovl Oudega 10-2-1803, 52j, arbeider, zv Jan Keimpes en Gertje Tjeerds. Zijn ouders trouwen te Garijp (Tietjerksteradeel, FR) 12-4-1746, Jan Keimpes van Garijp, Gertje Tjeerds van Nijega. Bij Quotisatie van 1749 Jan Keimpes te Garijp vermeld, arbeider, wint de cost, met gezin van 4 personen waarvan 2 kinderen jonger dan 12 (aanslag 22 Cgldns, 3 stuivers). In doopregister van Garijp alleen naam van de vader vermeld. Hij laat 20-2-1750 te Garijp de twee kinderen dopen: Hinke, geb 14-1-1748, en Tjeerd, geb 6-9-1749. Daarna 21-3-1756 volgende kinderen: Keimpe, geb 14-8-1750, Sjoukje, geb 5-2-1753, en Tjeerd (KOOISMA), geb 20-1-1756. De latere zoon Tjebbe wordt in 1759 geboren en 3-5-1761 te Garijp gedoopt.

Hinke Karstes (Kerstens) is 37 wanneer ze in 1782 trouwt met Keimpe Jans (32). Er worden 4 kinderen geboren: Gertje Keimpes, geb 12-5-1783 (6 mnd na huwelijk), doop Oudega 8-6-1783 Jan Keimpes HEIDSMA, geb 11-11-1785, doop Nijega 18-12-1785, ovl Drachtster Compagnie (Smallingerland) 4-3-1873, 87j, wednr, tr Drachten 29-9-1815, hij 29, zij 26, met Martzen Jans VAN DER HELM, geb Noorder-Drachten 24-8-1789, doop 29-11-1789, ovl Dr.Comp 2-10-1869, 80j, gehuwd, dv Jan Hayes VAN DER HELM en Antje Jans.
— Jan Keimpes HEIDSMA en Martzen VAN DER HELM krijgen 10 kinderen, 8 zonen en 2 dochters. Eerste kind, zoon Keimpe, geb 25-12-1815, binnen 3 maanden na huwelijk. Zie onder HEIDSMA-kinderen.
— In notariële archieven komt Jan Keimpes HEIDSMA per 7-2-1829 voor (hij is dan 43, woont te Drachten) bij de verkoop van een vogelkooi te Garijp. Hij staat vermeld als verkoper samen met zijn zus Hielkjen (haar echtgenoot Iepe Liekeles HANEBOER) en de kinderen/erfgenamen van Tjeerd KOOISMA (Roel, Geertje en Sjoukje). In de familie zat kennelijk bezit van de kooi te Garijp. In 1829 door erfrecht toekomend aan kinderen van Keimpe Jans en Tjeerd Jans en door hen verkocht.
— Ook in 1829 (akte 28-10-1829) verkoopt Jan Keimpes HEIDSMA de helft van een huis te Drachten aan zijn zus Hielkjen (en haar echtgenoot) voor slechts 36 gldn. Mogelijk de helft die hij na overlijden van moeder Hinke (1820) erfde. Het ouderlijk huis wordt volledig bezit van Hielkjen.
— Jan Keimpes wordt te Drachten vermeld bij enkele kopen (percelen) en verkopen (veldvruchten). In 1864 (hij is dan 77) testeren Jan en Martzen, wonend te Drachtster Compagnie. Martzen overlijdt in 1869, 80j oud, Jan 4-3-1873, 87j oud. Boelgoed 21-3-1873, zoon Karst Jans HEIDSMA te Drachster Compagnie als erfgenaam vermeld. Hylkjen (Hielkjen) Keimpes HEIDSMA, geb Rottevalle 2-1-1788, doop Nijega 24-2-1788, ovl Veenhuizen (prov Drenthe) 8-5-1844, 56j, weduwe. Hylkje tr (1) Smallingerland 7-3-1812, zij 24 (“Van der Heide”), hij 26, met Sytze Hendriks BRANDER, geb Zuiderdrachten ca 1785, ovl Achtkarspelen 9-9-1826, 42j, gehuwd, zv Hendrik Joukes BRANDER en Lokke (Lolkjen) Harmens. Hylkje tr (2) Smallingerl 30-7-1828, zij 37, hij 47, met Ype Lykeles HANEBOER, geb onder Noorderdrachten 17-9-1780, doop Rottevalle 15-10-1780, ovl voor 1844, zv Liekele Ypes en Wijke Everts.
— Bij naamaanneming van 1811 meldt zich Iepe Liekeles HANEBOER, wonend Rottevalle 54. Bijzonderheid: “wegens blindheid kan hij niet ondertekenen”. Andere bijzonderheid: op adres Rottevalle 54 wonen twee andere naamaannemers, nl Jan Jans DE BRON en Marten Annes FABER. Laatstgenoemde is getrouwd met Geeske Liekeles, zus van Iepe (huwelijk Rottevalle 11-11-1804, Geeske geb 15-5-1778, ovl 17-9-1818, 40j, gehuwd met Marten Annes FABER, laat 4 kinderen na). Over Jan Jans DE BRON ontbreken gegevens (ovl 27-4-1846 Achtkarspelen, Jan Jans BRON, 72j, wednr? – de streek Rottevalle ligt deels in Smallingerland, deels in Achtkarspelen).
— Iepe meldt 1811 de naam HANEBOER maar kan wegens blindheid de akte niet ondertekenen. Hij woont in bij zijn getrouwde zus Geeske die in 1818 overlijdt op de boerderij die mogelijk van hem en haar samen is (ouderlijk bezit). Acht jaar na overlijden van zus Geeske laat Iepe testament noteren, 23-11-1826, hij is dan 46j. Anderhalf jaar later trouwt hij 30-7-1828 met de weduwe Hylkje Keimpes HEIDSMA en 16-12-1828 verkoopt hij huis, schuur, land en heide voor 2100 gld aan zijn zwager Marten, weduwnaar van zus Geeske. Dit gebeurt met hulp van een door hem aangewezen gelastigde.
— Volgens notarisakte van 20-10-1829 kopen Iepe en Hylkje de helft van een huis te Drachten van haar broer Jan Keimpes HEIDSMA (zijn erfaandeel, schappelijke prijs van 35 gld) en 7-12-1830 verkoopt Iepe, gehuwd met Hylkjen, een huis en landen te Rottevalle. Maar dit lijkt resterend klein spul te zijn geweest (koopsom 64 gld). Overlijdensdatum/plaats van Iepe nog niet aangetroffen.
— Hylkje overlijdt in Veenhuizen (Drenthe) 8-5-1844, 56j, weduwe. Uit haar twee huwelijken drie dochters: - (1) Hinke (Henke) BRANDER, geb 17-9-1816, ovl 18-11-1861, 45j, gehuwd, tr 10-5-1845, zij 28, hij 27, met Mindert Kornelis MEYER, geb Oudega, zv Kornelis Minderts MEYER en Ytje Gjalts HUIZINGA. Uit huwelijk van Hinke en Mindert behoorlijk aantal MEYER-kinderen. Nog aan te vullen. – (2) Geertje Sytzes BRANDER, geb Achtkarspelen 17-7-1822, tr Kollumerland FR 24-3-1849, zij 26, hij 29, met Sake Jetzes SJAARDA, geb Burum (Kollumerland) 24-1-1820, ovl De Waard (gem Grijpskerk, prov Groningen) 27-5-1871, arbeider, 52j, gehuwd. Geertje waarschijnlijk ook ovl in prov Groningen. Te Kollumerland FR geb Sytze SJAARDA 10-8-1851 en Jan Sjaarda 30-9-1859. – (3) Wijke Ypes HANEBOER, geb 28-11-1830. Nog aan te vullen.

  • Antje Karstes, geb ca 1757, een tweede dochter van Karst Freerks en Hylkjen Freerks. Doop 13-6-1791, zij is dan 34, in Herv Gem Achtkarspelen (Drogeham/HarkemaOpeinde). Daar trouwt Antje 12-5-1793, zij 36, hij 29, met Albert Wittes (WESTRA), geb 19-2-1764, doop 4-11-1764, ovl vóór 1811, zv Witte Jelkes WESTRA en Wijke Alberts.
    — Uit huwelijk van Antje en Albert drie kinderen: - (1) Witte Alberts WESTRA 13-1-1794, doop 9-2-1794 Augustinusga, ovl 11-11-1815, 20j oud, ongehuwd. – (2) Karst Alberts WESTRA 23-9-1795, doop 22-11-1795 Augustinusga, ovl 18-11-1871, 77j, gehuwd, tr 11-8-1827, hij 31, zij 23, met Aaltje Tjeerds DE JONG, geb te Ureterp (Opsterland, FR), dochter van Tjeerd Ruurds en Gelske Teunis DE JONG. - (3) Wijke Alberts WESTRA 28-4-1798, doop 27-5-1798 Augustinusga, ovl 20-5-1855, 58j, ongehuwd.

  • Freerk Karstes ADEMA, geb ca 1766, ovl Achtkarspelen 10-11-1836, 70j, wednr, tr (1) Bergum (Tietjerksteradeel, FR) 20-6-1790, hij ca 24, met Sybrich Gerbens, afkomstig van Wirdum (Leeuwarderadeel), tr (2) Bergum 3-1-1808, hij ca 42 (van Suameer), zij xxx (van Bergum), met Antje Lammerts.
    — Volgens doopregister worden uit huwelijk van Freerk en Sybrich 5 kinderen geboren: (1) Hylkjen, geb 3-4-1791 Suameer, doop 28-8-1791 Garijp. (2) Wikjen, geb 1-2-1793 Rottevalle, doop 10-8-1794 Garijp, (3) Karst, geb 20-2-1795 Garijp, doop 12-4-1795 Garijp, (4) Gerben, geb 18-12-1797 Suameer, doop 26-7-1801 Garijp, (5) Dirk, geb 9-5-1801 Garijp, doop 26-7-1801 Garijp. Bij doopmelding van jongste kiinderen, Gerben en Dirk, in register de noot: ouders wonen in Garijp. De afwisselende geboorteplaatsen (Suameer, Rottevalle, Garijp, Suameer, Garijp) is mogelijk reden om Freerk Karstes het beroep van schipper toe te wijzen, binnen de regio. Maar over zijn beroep in bronnen, voorzover ons nu bekend, geen vermelding. De echtgenote Sybrich Gerbens is in of kort na 1801 overleden. Freerk Karstes begint een tweede huwelijk, ca 41j oud, 3-1-1808 te Bergum, met Antje Lammerts, hij van Suameer, zij van Bergum. Bij de naamregistratie van eind 1811 laat Freerk Karstes ADEMA te Rottevalle zich inschrijven met kinderen nog in leven: Hielkjen (19), Wikje (17, Nijega), Gerben (13, Suameer) en Karst (3). De drie eerstgenoemde kinderen zijn overgebleven uit huwelijk met Sybrich, Karst is uit zijn huwelijk met Antje. Uit dat huwelijk wordt 26-7-1812 nog een dochter Henrieta geboren. Antje Lammerts ovl 15-1-1826, 57j oud (Achtk 1), Freerk Karstes ADEMA ovl 10-11-1836, 70j oud, weduwnaar (Achtk 27).

Notitie HEIDSMA-kinderen (kv Jan Keimpes HEIDSMA (1785-1873) en Martzen Jans VAN DER HELM (1789-1869):

(1) Keimpe Jans HEIDSMA, geb Drachten 25-12-1815, ovl Hardegarijp (Tietjerksteradeel) 15-6-1894, 78j oud. Keimpe is ongehuwd gebleven. Hij verkoopt 13-12-1873 voor 5299 gld een huis, land en veengrond te Drachten/Opeinde (begin dat jaar, 4-3-1873, overleed zijn vader te Drachtstercompagnie, 87j oud, wednr).

(2) Jan Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 19-12-1817, doop 22-2-1818, veehouder, ovl Oudeschoot (Schoterland) 8-4-1875, 57j, gehuwd, tr Bergum (Tietjerksteradeel) 27-6-1846, hij 28, zij 22, met Jinke Jacobs BROUWER, geb Kootstertille (Achtkarspelen) 5-1-1824, ovl Oudeschoot 28-12-1890, 66j, weduwe, dv Jakobus Wytzes BROUWER en Hylkjen Johannes WIND.
— Jan Jans HEIDSMA wordt zetboer (pachter) van de graaf VAN LIMBURG STIRUM te Oranjewoud op het bedrijf “Jagtlust” te Nieuweschoot.
— Elf kinderen uit huwelijk van Jan en Jinke: - (1) Jan HEIDSMA, geb Oudeschoot 2-8-1847, tr Schoterland 26-10-1871, hij 24, zij 22, met Geesje Hanzes LUKKES, geb Het Meer 26-6-1849, ovl 23-1-1881, 31j, gehuwd, dv Hans Johannes LUKKES en Wietske Molles VAN DEN AKKER. Na overlijden van Geesje is Jan, dagloner, “gevlucht” naar Loppersum (prov Groningen). Hij trouwt 10-5-1890 te Stedum GR, hij 42, zij 27, met Jantje WESTERHOFF, bij wie hij dan al 2 kinderen heeft. - (2) Hielkjen HEIDSMA, geb Oudeschoot 3-6-1849, ovl Weststellingwerf 29-6-1892, 29-6-1892, 43j, gehuwd, tr Schoterl 31-3-1870, zij 20, hij 29, met Kornelis Hanzes LUKKES, geb Het Meer 10-1-1841, ovl WSW 14-1-1897, 56j, wednr, zv Hans Johannes LUKKES en Wietske Molles VAN DEN AKKER. - (3) Jacob HEIDSMA, geb Oudeschoot xxxxxx – (4) Martje HEIDSMA, geb Oudeschoot 23-2-1853, ovl Wolvega WSW 31-3-1923, 70j, weduwe, tr Schoterl 6-5-1874, zij 21, hij 25, met Gerrit Wolters HEIDA, geb 14-1-1849, ovl Wolvega 20-10-1916, 67j, gehuwd, zv Wolter Hendriks HEIDA en Korneliske Egberts KUIPER. – (5) Keimpe HEIDSMA, geb Oudeschoot 17-11-1854, ovl Aengwirden (Heerenveen, ziekenhuis) 28-3-1919, 64j, wednr (wonend Utingeradeel, overlijdensaangifte daar 2-4-1919, begraven te Akkrum), tr Schoterland 1-5-1879, hij 24, zij 20, met Jeltje (Siebrens) WOUDSTRA, geb Schoterl 9-3-1859, ovl Akkrum 2-4-1896, 37j, gehuwd, dv Siebren Siebrens WOUDSTRA en Aleida Hendriks BAKKER. – (6) Anne HEIDSMA, geb Oudeschoot 15-9-1856, ovl Sybrandaburen (Rauwerderhem FR) 16-5-1909, 52j, gehuwd, tr Wymbritseradeel 18-5-1899, hij 32, zij 26, met Taetske VAN DEN BERG, geb Wymbr 23-12-1862, ovl Leeuwarderadeel 2-1-1937 (aangifte Rauwerderhem 18-1-1937), 74j, weduwe, dv Meinte Ruurds VAN DEN BERG en Fetje Lourens REITSMA. – (7) Thijmen Jans HEIDSMA, geb Oudeschoot 13-1-1858, ovl 4-7-1859, 1j oud. – (8) Trijntje HEIDSMA, geb Oudeschoot 27-9-1859, ovl 3-1-1862, 2j, overleden in het water (zal wel weer halfbevroren water zijn geweest). – (9) Hillebrand HEIDSMA, geb Oudeschoot 15-1-1861, ovl Oosterbeek (prov Gelderland) 15-12-1931, 70j, wednr, tr Utingeradeel 16-5-1895, hij 34, zij 20, met Grietje Oebeles EIZINGA, geb Oldeboorn (Utingeradeel) 8-3-1875, ovl Heerenveen (Schoterland) 31-10-1910, 35j, gehuwd, dv Oebele Sierds EIZINGA en Sijke DE HAAN. – (10) Trijntje HEIDSMA, geb Oudeschoot 20-12-1862 (na verdrinken van eerste Trijntje, 2j oud), ovl Aengwirden 1-10-1930, 67j, gehuwd, tr Aengwirden 11-5-1900, zij 37, hij 28, met Roelof Fokkes TOERING, geb Tjalleberd (Aengwirden) 13-3-1872, ovl xxxxx. Zv Fokke Roelofs TOERING en Antje Pieters DIJKSTRA. – (11) Hinke HEIDSMA, geb Oudeschoot 26-9-1864, tr Aengwirden 9-5-1885, zij 20, hij 27, met Jan (Sytzes) BOUWER, geb Langezwaag (Opsterland) 1858, zv Sytze Jans BOUWER en Trijntje Anskes SYBINGA.

(3) Anne Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 27-1-1820, ovl Drachten 21-1-1901, 80j, gehuwd, tr (1) Smallingerland 11-5-1859, hij 39, zij 24, met Ybeltje Fokkes VAN DEN BERG, geb Boornbergum (Smallingerland) 3-10-1834, ovl 27-8-1861, 26j, gehuwd, dv Fokke Jeens VAN DEN BERG en Reinou Piebes KOOISTRA. Anne HEIDSMA trouwt (2) Smallingerland 24-1-1874, hij 53, zij 48, met Tjitske MULDER, geb Ureterp (Opsterland) 5-8-1825, ovl 26-5-1901, 75j, dv Jan Ates MULDER en Grietje Hendriks VISSER.

(4) Hinke Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 13-1-1822, ovl Drachten 21-10-1911, 89j, weduwe, tr Smallingerland 30-1-1847, zij 25, hij 31, met Oetze Sjoerds VEENSTRA, geb Rottevalle 19-7-1815, huisman/boer, ovl Drachten 5-5-1889, 73j, gehuwd, zv Sjoerd Pieters VEENSTRA en Fetje Oetzes VEENSTRA.

(5) Antje Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 28-3-1824, ovl Oostermeer (Tietjerksteradeel) 27-2-1917, 92j, weduwe. Trouwt (1) Smallingerland 28-4-1854, zij 30, hij 31, met Lieuwe Klazes JANSMA, geb Drachten 10-5-1822, boer, ovl te Groningen 24-5-1874, 52j, gehuwd, zv Klaas Jans JANSMA en Hiltje Beenes EELKEMA. Antje trouwt (2) Smallingerland 7-9-1883, zij 59, hij 56, met Pieke Hotzes VAN DER KAM, geb Leeuwarden 30-10-1826, kleermaker, ovl Rottevalle 20-1-1901, 74j, gehuwd, zv Hotse Piekes VAN DER KAM en Anna VAN DER LAAN.

(6) Geert Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 29-9-1827, arbeider, ovl Grootegast (prov Groningen) 23-3-1902, 74j, gehuwd, tr Smallingerland 14-5-1863, hij 35, zij 21, met Mettje Fokkes VAN DEN BERG, geb Boornbergum 20-3-1842, ovl Grootegast 1-8-1908, 66j, weduwe, dv Fokke Jeens VAN DEN BERG en Reinou Piebes KOOISTRA.
— Mettje is jongere zus van Ybeltje, die getrouwd is met Geerts oudere broer Anne, maar al in 1861, op 26-jarige leeftijd overleden.

(7) Haaije Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 26-11-1829, ovl 13-12-1829, 17 dgn oud. (8) Haaije Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 13-12-1830, ovl 1-12-1831, 11 mnd oud.

(9) Karst Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 25-11-1832, ovl Drachten 9-2-1897, 64j, gehuwd, tr Smallingerland 2-2-1871, hij 38, zij 29, met Hiltje POSTMA, geb Oostermeer 20-6-1841, ovl Houtigehage (Smallingerland, bij Rottevalle), 95j, weduwe, dv Atse Sjoerds POSTMA en Wytske Halbes SCHEPER.
— Nog verder aan te vullen.

(10) Haaije Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 3-11-1835, ovl Opende (Grootegast, prov Groningen) 30-7-1913, aangifte van overlijden Grootegast 1-8-1913, Tietjerksteradeel 5-8-1913, daar was hij dus ingeschrevene/wonende, 77j, wednr, tr Smallingerland 11-5-1868, hij 29, zij 25, met Akke Andries VAN DER MEULEN, geb Drachten 28-1-1840, ovl Grootegast 10-1-1899, 59j, gehuwd, dv Andries Hielkes VAN DER MEULEN en Sjoukjen Sjoerds VAN BRUGGEN.
— Nog verder aan te vullen.

  1. Jaldert Jeens (ook: Joldert), geb ca 1680 te Terwispel (Opsterland, FR), ovl voor 1744, zoon van Jeen Rintses (kw 260) en Eeuw Jolderts, tr ca 1710 met
  2. Jinke Feddes, geb ca 1685 te Lippenhuizen (Opsterland, FR), ovl na 1739, dochter van Fedde Lieuwes (kw 262).

Uit het huwelijk:

Jalke Jalderts, geb ca 1711, ovl na 1753, tr ca 1743 met Minke Freerks, geb ca 1725 te Terwispel, dochter van Freerk Hendriks en Sjoerdje Teijes. Bij quotisatie 1749 wordt Jalke gemeld als Switser (veldwachter) te Terwispel, gezin van 5 personen waarvan 3 jonger dan 12 (aanslag 16 Cgldn 17 stuivers). Kinderen: (1) Sytse Jalkes, geb 1744 (geen doopmelding). (2) Teije Jalkes, geb ca 1745 (geen doopmelding). (3) Hinke Jalkes, geb 12-4-1747, doop 30-4-1747. (4) Wytske Jalkes, geb 8-5-1750, doop 24-5-1750. (5) Gielke Jalkes, geb 1-4-1753, doop 29-4-1753. Opmerkelijk: geen standaardvernoeming van kinderen naar de grootouders, behalve Teije en mogelijk Hinke (ipv Jinke). Sytse, Wytske en Gielke, geen Jaldert, Freerk of Sjoerdje. De dochter Wytske Jalkes ovl 29-1-1821 te Terwispel, 73j oud (moest 70 zijn), gehuwd, als Wytske Jalkes DE VRIES, Zij trouwt 26-5-1771 met haar volle neef Jaldert Jeens DE VRIES, zoon van Jeen Jalderts en Grietje Feytses. Bouwe Jalderts, geb ca 1713, ovl na 1769, tr ca 1744 met Rints Sytses. Bij quotisatie 1749 wordt Bouwe gemeld als boer en arbeyder te Terwispel, gezin van 6 personen waarvan 4 jonger dan 12 (aanslag 17 Cgldn 17 stuivers). Kinderen: (1) nn (geen doopmelding). (2) nn (geen doopmelding. (3) Jaldert Bouwes, geb 18-9-1747, doop 22-10-1747, 1 van tweeling. (4) Sytse Bouwes, geb 19-9-1747, doop 22-10-1747, 2 van tweeling. (5) Jantjen Bouwes, doop 22-2-1750, ruim 6 weken oud. (6) Jenke Bouwes, doop 20-2-1752, in de 4e week oud. (7) Jan Bouwes, doop 2-7-1769, ca 8 ½ jaar oud. Indien deze vermelding juist is was het laatste kind uit huwelijk van Bouwe en Rints al een nakomertje, maar dat Jan Bouwes, geb 1761, pas ruim 8j na geboorte wordt gedoopt is helemaal opmerkelijk. Je zou denken dat het een heel zware bevalling is geweest, Rints overleden misschien. Maar die aantekening is er niet in het doopregister. Los hiervan: Bouwe Jalderts komt in doopregister van 1761 wel voor, namelijk 18-10-1761 als doopheffer voor het kind Eeuwkje (Tammes), laatste dochter van zijn zus Eeuwkje Jalderts die kort ervoor in de kraam was overleden. Haar man Tamme Freerks (kw 64) liet zwager Bouwe het kind naar het doopvont brengen en liet hierna geen kinderen (uit volgend huwelijk) meer dopen. Was er twijfel? Jeen Jalderts, geb ca 1715 te Terwispel, ovl ca 1801 aldaar, ongeveer 85j oud, tr ca 1740 met Grietje Feytses, geb ca 1717 te Noorderdrachten, ovl ca 1785 te Terwispel, ong 69j oud, dochter van Feytse Roelofs (schipper en veenarbeider) en Pietje (Piertje) Brands. Bij quotisatie 1749 wordt Jeen Jallerts gemeld als koemelker en arbeyder te Terwispel, gezin van 5 personen waarvan 3 jonger dan 12 (aanslag 28 Cgldn 5 stuivers – bekwame koemelkers werden relatief goed betaald, om begrijpelijke redenen). Kinderen xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Zie hierna xxxxxx Rintse (Rintje) Jalderts, geb ca 1720, tr 29-8-1745 te Rottevalle (Smallingerland, FR) met Grietje Jacobs: Rintje Yalderts, Terwispel, Griete Jacobs, Rottevalle. Grietje vertrekt met Rintse naar Terwispel. Bij quotisatie 1749 wordt Rinse Jallerts gemeld als arbeyder te Terwispel, gezin van 5 personen waarvan 3 jonger dan 12 (aanslag 16 Cgldn 5 stuivers). Kinderen: (1) nn (geen doopmelding). (2) nn (geen doopmelding). (3) Gielke Rintses, doop 17-3-1748, bij de 3 weken oud. (4) Iebeltje Rintses, doop 5-4-1750, bij de 5 weken oud. Trijntje Jalderts, geb ca 1723, gehuwd met Jan Geerts. Op 4-2-1770 wordt te Terwispel gedoopt: Jantje, ruim 5 weken oud, kind van Jan Geerts en Trijntje Jalkes, de vader is overleden. Dat het om Trijntje Jalderts (ipv Jalkes) als moeder gaat is een veronderstelling. Er zijn geen huwelijksmeldingen. Eeuwkje Jalderts, geb ca 1725, ovl in 1761, gehuwd met Tamme Freerks (zie kw 64-65)

Eeuwkje Jalderts was mogelijk jongste kind en dochter uit huwelijk van Jaldert Jeens en Jinke Feddes, boerengezin te Terwispel, binnen familievoorgeschiedenis aan (stemhoudende) plaatsen te Terwispel verbonden. Eeuwkjen trouwt eind 1745 met de jonge “immigrant” (van Smallingerland naar Opsterland) Tamme Freerks.

130.3. Nakroost van JEEN JALDERTS en GRIETJE FEITZES: o.a. genealogie JEENINGA Jeen Jalderts, geb ca 1715 te Terwispel, ovl ca 1801 aldaar, ongeveer 85j oud, tr ca 1740 met Grietje Feytses, geb ca 1717 te Noorderdrachten, ovl ca 1785 te Terwispel, ong 69j oud. Uit hun huwelijk 8 kinderen: - (1) Pietje (Pijttje) Jeens, geb ca 1740 (geen doopmelding), ovl 17-4-1825 te Gorredijk (Opsterland, FR), 85j oud. Zij trouwt 20-4-1766 te Terwispel, beide van Terwispel en 26j oud, met Ate Ynses LAGEVEEN, ovl 27-5-1826, 86j oud, zoon van Intse Tjeerds en Foock Ates. - (2) Feitse Jeens JEENSMA, geb ca 1744 (geen doopmelding), ovl 11-9-1827 te Terwispel, 83j oud, weduwnaar. Hij trouwt (1) 12-5-1771 te Terwispel, 27j oud, met Ymke Jochums, en (2) als weduwnaar, 60j oud, 3-6-1804 te Heerenveen met de weduwe Hendrikje Pieters SCHAAFSMA, dan 49j oud (ovl 3-2-1819, ca 64j oud, te Heerenveen (Aengwirden). Bij naamsaanneming 1811 woont Feitse te Nijehaske, het Haskerlandse deel van het dorp Heerenveen. Hij laat de naam JEENSMA inschrijven en noemt de kinderen nog in leven: Grietje 42 (Langezwaag), Wytske 33 (Langezwaag), Jochem 30 (in ‘t schip) en Fedde 29 (Terwispel). De zoon Jeen Feytses (JENINGA) ontbreekt in de opgave van 1811, want overleden. Deze werd ca 1777 geboren en trouwt 8-1-1804 te Tjalleberd (Aengwirden, FR), hij 27, zij 19, met Trijntje Jans LIEMBURG, geb 2-2-1784 te Gersloot, dochter van Jan Hendriks en Aafke Alts Liemburg. Uit huwelijk van Jeen JENINGA en Trijntje LIEMBURG 3 kinderen die na 1811 ook de achternaam LIMBURG meekrijgen: Jan Jeens, Imkje Jeens en Aafke Jeens. De naam JEENSMA bleef niet in gebruik, via de zonen van Feitse Jeens JEENSMA werd het JENINGA dan wel JENSTRA. - (3) Jaldert Jeens DE VRIES, geb ca 1744 (geen doopmelding), ovl 19-4-1834 te Terwispel, 90j oud, weduwnaar. Hij trouwt 25-5-1771 te Terwispel met Wytske Jalkes, geb ca 1750, ovl 3-1-1821 te Terwispel, ca 71j oud, dochter van oom en tante Jalke Jalderts en Minke Freerks. Uit huwelijk van neef Jaldert en nicht Wytske zijn minstens 9 kinderen geboren, waarvan 6 in 1811 nog in leven. Bij de naamsaanneming van 1811 neemt Jaldert Jeens de naam DE VRIES aan en meldt de kinderen: Grietje 36, Jeen 34, Minke 32, Jenke 29 (woont te Jennum, Genum in Ferwerderadeel, FR, is bedoeld) en Fetje 20. Van hen, zoon Jeen en kinderen van overleden zoon Jalke, verdere DE VRIES-afstamming. Jaldert noemt in 1811 niet deze zoon Jalke Jalderts (ook niet diens kinderen), gedoopt 14-10-1772, getrouwd 29-5-1796 met Grietje Teyes, dochter van Teye Jalkes en Wijpkjen Tjeerds. Jalke was in 1811 al overleden, maar liet wel kinderen na. We kunnen een lijstje maken van andere kinderen door Jaldert in 1811 niet genoemd, waarvan 2 in 1811 zeker nog in leven. Omdat het onwaarschijnlijk is dat hij nog levende kinderen niet vermeldde, geeft dit ook aan dat ons onderzoek nog niet definitief is geweest. Meldingen: - Baukje Jalderts (18-1-1785), trouwt ca 1805 met Pieter Hendriks DE VRIES. Uit dit huwelijk 8 kinderen. – Fetje Jalderts (10-8-1787, jong overleden) - Fedde Jalderts (5-3-1790, jong overleden) - Freerk Jalderts (1794, trouwt 21-10-1836 te Knijpe met Trijntje Bouwes VOS; hij is 42, zij 25). - Jaldert Jalderts (30-1-1798). - (4) Hinke Jeens, geb ca 1750 (geen doopmelding), ovl ca 1785, tr 15-5-1768 met Oene Hendriks, hij van Lippenhuizen, zij van Terwispel. Uit het huwelijk worden 5 kinderen geboren: Rinskje, Fedde, Egbert, Jeen en Hendrik. Bij naamsaanneming van 1811 is Oene Hendriks reeds overleden en zonen Fedde en Hendrik ook. De kinderen van Fedde gaan de naam WITTEVEEN gebruiken. Zoon Egbert Oenes te Jubbega meldt zich bij de naamsaanneming met de naam DE HAAN. Zoon Jeen Oenes meldt zich niet, maar door hem en kinderen wordt de familienaam DE VRIES verder gebruikt. Zoon Hendrik Oenes was bij leven getrouwd met zijn nicht Grietje Jalderts. De 2 dochters uit dat huwelijk worden bij de naamsaanneming van 1811 niet aangemeld. - (5) Roel Jeens DE VRIES, doop 20-2-1752, in de 7e week oud, ovl 4-2-1826 te Terwispel, 73j oud, gehuwd, tr 17-4-1785 te Terwispel met Fimke Tjeerds, gedoopt 23-8-1761, 20 weken oud, dochter van Tjeerd Wybes en Aukjen Jeens, ovl te Terwispel 18-12-1829, 68j oud, weduwe. Bij naamsaanneming van 1811 meldt zich Roel Jeens DE VRIES te Terwispel met al hun 9 kinderen nog in leven: Tjeerd 25 (wonend Knijpe), Grietje 23 (wonend Duurswoude), Jeen 22, Luitsen 18, Fedde 15, Jeltje 14, Jaldert 12, Johannes 8, Martje 5. Zie verder DE VRIES-genealogie. - (6) Fedde Jeens, doop 13-10-1754 Terwispel, ruim 2 weken oud. Vermoedelijk vroeg overleden. - (7) Jenke Jeens, doop 3-4-1757 Terwispel, een week of 3 oud, ovl in Drachten in 1785, 28j oud. - (8) Maaike Jeens, geb 31-8-1761, doop 8-10-1761 Terwispel.

Feitse Jeens JEENSMA meldt bij naamsaanneming 1811 o.a. de zoon Jochem, 30j oud, “in ‘t schip”. Deze zoon, Jochem Feitses, juni 1781 geboren, ondertrouw 30-8-1800 te Sneek met Aaltje Gerrits NAGELS, hij 19, zij 45, weduwe van Joost Benjamins DE FRIES, wordt schipper. Aaltje Gerrits VAN DER NAGEL ovl 25-2-1827 te Oosterend (Hennaarderadeel), 72j, gehuwd, “van Harlingen, woonachtig te Gersloot” volgens de aangifte. “Harlingen” moet Sneek zijn: Aaltie doop Sneek 7-3-1755, dv Gerardus NAGELS en Janneke Pieters, trouwt 20j oud te Sneek met Joost Benjamins. Krijgt daar 5 dochters.
— Jochem trouwt (2) 25-8-1829 in Hennaarderadeel FR, hij 48, zij 43 met Akke Hessels LEYENAAR, geb Oosterend 23-11-1785, ovl Oosterend 13-10-1867, 81j, weduwe, dv Hessel Sybrens en Martsen Nannes). Jochum Feitses bleef “dus” kinderloos. In bijlage bij de huwelijksakte van 1829 is vermeld dat zijn geboortedatum (vermoedelijk juni 1781) niet precies is vast te stellen omdat hij niet gedoopt is, hoewel hij wel tot de Hervormde Godsdienst behoort. Verder dat de achternaam van zijn vader JEENSTRA was (niet JEENSMA volgen naamsaanneming van 1811) en Jochem gebruikt voor zich de naam VAN DER VEEN (v.d.Veen). Dat hij later als JENSTRA wordt geboekt, wie is daarmee begonnen?

Feitse Jeens JEENSMA bovengenoemd meldt bij naamsaanneming 1811 als jongste zoon nog in leven: Fedde 29j oud, wonend Terwispel. Fedde Feitses, geb ca 1783 te Langezwaag, trouwt, hij ca 21, zij ca 17j oud, met Janke Ates (LAGEVEEN), Een huwelijk binnen de familie want Janke is dochter van Pijttje Jeens (en Ate Ynses Lageveen), de oudste zus van vader Feitse. Fedde (ovl 30-9-1847 te Terwispel, ca 64j oud) en Janke (ovl 3-8-1868 te Terwispel, ca 81j oud) zijn neef en nicht. Uit het huwelijk worden 10 kinderen geboren en de achternaam JEENINGA wordt gebruiikelijk (zie Jeeninga-genealogieën).

  1. Jan Wolters, geb ca 1665 te Katlijk (Schoterland, Friesland), zoon van Wolter Anskes (kw 264). Boer en dorpsrechter (1724). Ovl ca 1734, ca 70j oud. Getrouwd met
  2. Jantjen Jelles (mogelijk dochter van buurman Jelle Roelofs)

Volgens belastingheffing van 1728 is hij eigenaar en gebruiker van plaats nr 13 te Katlijk. Hij moet betalen: 1 floreen, 24 stuivers, 8 penningen. De plaats nr 13 (hoeve met landerij tussen Tjonger en Leijdijk) is dan al gedurende generaties in familiebezit.

Stemkohier 1728 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 13, aantal stemmen: 1 Zakelijk gerechtigden: Jan Wolters (WOUTERS), eigenaar en gebruiker Stemkohier 1728 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 28, aantal stemmen: 1 Zakelijk gerechtigden: Jenck (JENKE) Jelles drie kinderen, eigenaar voor 1/6 - Wybe (WIEBE) Jelles, eigenaar voor 1/6 - Jelle Jelles, eigenaar voor 1/6 - Jan Wolters (WOUTERS), uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/6 - Pier Jelles, eigenaar voor 1/6, en gebruiker voor 't geheel - Thee (TEE) Jelles, eigenaar voor 1/6.

Kinderen uit het huwelijk: Jelle Jans SCHOLTE (ook Stellingh, de in de Stellingwerven gebruikelijke namen voor dorpsrechter), geb ca 1705 te Oldelamer (Weststellingwerf), ovl 1779 te Oldetrijne (Weststellingwerf). Indien doopdatum en doopplaats correct zijn, was vader Jan Wolters bij de geboorte van Jelle al ca 40j oud en kennelijk werkzaam te Oldelamer en niet op de ouderlijke boederij te Katlijk. In 1698 werd diens vader, Wolter Anskes (kw 264), als eigenaar en gebruiker van plaats nr 13 te Katlijk vermeld. Het kan zijn dat Jan Wolters pas later, als enige erfgenaam, na het overlijden van Wolter Anskes als eigenaar en gebruiker van plaats 13 naar Katlijk terugkwam. Maar het kan ook zijn dat Oldelamer als doopdatum en doopplaats van Jelle niet correct zijn (hij woonde later in zijn leven wel te Oldelamer en overleed te Oldetrijne). Jelle Jans trouwt in 1731 (ondertrouw 29-4-1731) te Oudehorne met Wobbigjen Jans, geb ca 1710, ovl mei 1777, dochter van Jelle Hendricks en Japikjen Stevens. Zijn schoonvader is boer, dorpsrechter en ouderling in het aan Katlijk grenzende Oudehorne. Joukjen Jans, geb ca 1710. Op 13-12-1744 trouwen te Joure Sieuwe (Sjouwe) Willems, Joure, en Joukjen Jans, Mildam. Gedoopt worden de kinderen: Oecke 16-4-1747, Janke 9-2-1749 en Willem 7-11-1751. Bij de Quotisatie van 1749 wordt Sjouwe Willems te Joure vermeld als gortmaker, redelijk in staat. Aanslag 40 Caroliguldens. Gezin: 3 personen ouder dan 12 en 1 jonger kind. Misschien was het voor Sjouwe tweede huwelijk. Wolter Jans (kw 66), geb ca 1715, ovl te Katlijk na 1765.

Jan Wolters krijgt na het overlijden van zijn vader Wolter Anskes eigendom en gebruik van plaats 13 te Katlijk. Hij wordt er ook dorpsrechter. Wanneer hij ca 1734, ca 70j oud, overlijdt, gaan de zonen Jelle en Wolter met het bedrijf verder. Bij de Quotisatie van 1749 worden ze apart van elkaar als gezinshoofden vermeld en werkten ze misschien ook gescheiden. De aanslagen zijn voor de streek pittig: 43 Cgldns, 2 stuivers voor Jelle Jans (bron noemt geschat vermogen van 800 Cgldns), 39 Cgldns, 8 stuivers voor Wolter Jans. Voor Jelle Jans wordt bij deze gelegenheid een gezinsgrootte van 7 vermeld (5 personen 12j of ouder en 2 jonger), voor Wolter Jans een gezinsgrootte van 5 (3 personen 12j of ouder en 2 jonger).

Oudste zoon Jelle wordt (ook) dorpsrechter, scholt, te Katlijk, zoals zijn vader, en ontvanger (inner der belastingen) 1768-1779. Hij koopt veenland in 1740-41 en leent geld van Jan Jeips, diaken van Oudeschoot, in 1748 met zijn aandeel in de zathe lands te Groot-Katlijk, geerfd van ouders als onderpand. In 1752 leent hij geld van ene Idses en echtgenote te Het Meer, met als onderpand zathen lands met huisingen etc te Katlijk, Oldehorne en Boijl. Zijn bezittingen waren inmiddels uitgebreid, dankzij vererving door zijn vrouw Wobbigje. In de leningsakte (schuldbekentenis) van 1752 staat hij vermeld als Jelle Jans SCHOLTE, gewesen dorpsrechter te Katlijk. De akte wordt te Weststellingwerf opgemaakt en de functiebenaming gaandeweg familienaam (SCHOLTEN) voor de Jelle-tak. Bij de nazaten van jongste zoon Wolter kwam na 1811 de familienaam BIJMA in gebruiik.

Het familiebezit te Katlijk is van de hand gedaan, ergens misschien rond 1770. Zoon Jelle wordt 65-plusser, vestigt zich in Wolvega en doet wat in handel. In 1777 overlijdt vrouw Wobbigje. Op 29-1-1779 tekent Jelle, hij is dan ca 75j oud, met zoon Jan Jelles en dochter Rinske Jelles, een schuldbekentenis. Belastingsom van in totaal 450 Cgldns op het eermalige bezit te Boijl is Jan ‘vergeten’ te betalen. Hij verplicht zich dat alsnog te doen, overlijdt hierna in hetzelfde jaar. Of en wie de schuld heeft betaald, is onduidelijk. Schuldbekentenis van 29-1-1779, deels onleesbaar en met vreemde termen: Jelle Jans Scholte, huisman, woonende te Oldelamer, bekenne en verklaare opregt en deugdelijk schuldig te weeten aan Jan Andries Stelling en ontvanger van den dorpe Boijl, een somma van vier honderd en vijftig Carolis gulden, herkomende weegent agterstallige lasten, van Floxeen, Reëel, en Specien, Sampt Personeel, bij mij en mijn wijlen huisvrouw Wobbegien Jelles, Staande Egt aan dezelve schuldig geworden, van de Sathe en Landen met No. 21 te Boijl, ons eigen en door ons gebruikt geweest tot Maij 1777 en alsoo het laatste Maart en Maij 1777. Verschenen alles volgens rekeningen met malkander tot mijn genoegen en volkomen bewustheid gemaakt, de gemelde summa uitmaken: de reimstieeer(?) oversulks de exceptie van mitrekening en alle andersints na regten dienstig, maar ... neeme aan de voorschreven somma vierhondert vijftig Car gld: op ...te sullen voldoen en betalen enz. Was get: Jelle Jans Scholte, Jan Jelles, Rinske Jelles ...den 29 jan 1779.

De SCHOLTEN-nakomelingen van Jelle Jans hebben een eigen familie-genealogie. Onze familie-genealogie richt zich op zijn jongere broer, Wolter Jans (kw 66). Getrouwd met Grytje Geerts, dochter van Geert Luitjens, boer en ook dorpsrechter te Schurega.

  1. Geert Luitjens, boer en dorpsrechter te Schurega (Oost-Schoterland, FR), ovl aldaar in 1753, zoon van Luitjen Koenes, gehuwd ca 1720 met
  2. Hiltje Gerbens, ovl 1787

Bij de Quotisatie 1749 worden voor Jubbega-Schurega 70 gezinshoofden vermeld. Met een aanslag van 52 Cgldns 14 stuivers is Geert Luitjens, huisman, gezin van 6 personen ouder dan 12, de hoogst aangeslagene. Bewaarde doopregister van Herv Gem Hoornsterzwaag-Jubbega-Schurega-Oudehorne-Nieuwehorne begint bij 1728. De drie jongste kinderen, Frouk, Gerben en Roelof, komen in dat register vervolgens voor. Van de voor 1728 geboren kinderen kennen we geen doop/geboortedata. In 1749 zijn vier kinderen in leven, volgens de Quotisatiemelding (6 “volwassen” personen en de ouders leven nog).

Stemkohier 1728 Jubbega en Schurega (Schoterland) Stem nr. 18, aantal stemmen: 1. Zakelijk gerechtigden: T. van Heloma kinderen, eigenaar - Jochem Frankena, eigenaar, met familie, voor 1/2 Saake (SAKE) Baartes cum soc., eigenaar voor 1/6, en cum soc. voor nog 1/6 Anna (ANTJE) Frankena, eigenaar - Luitjen Coenes (KOENRAADS), eigenaar voor 1/6 Geert Luitjens, gebruiker

Uit het huwelijk: Luitjen Geerts, geb ca 1720 te Schurega, ovl 1770 te Katlijk, trouwt 1-1-1751 met Joukje Wybes, mogelijk dochter van Wybe Ydes, Joukje ovl 1804 te Katlijk. Uit huwelijk zijn 8 kinderen geboren, 3 zonen en 5 dochters: (1) Geert Luitjens DE JONG, geb 28-1-1752 te Schurega, ovl 26-4-1824 te Langezwaag, 72j, weduwnaar, gehuwd met Fimke Annes. (2) Ybeltje Luitjens, geb 27-5-1754 te Katlijk, tr 18-1-1778, beiden uit Katlijk, met Geert Lolkes. (3) Hiltje Luitjens, geb 7-5-1756 te Katlijk, tr 9-5-1784, beiden uit Katlijk, met Jacob Jans. (4) Sytske Luitjens, geb 6-4-1758 te Katlijk, ovl 3-7-1820 te Nieuwehorne, tr 2-1-1780 te Oudeschoot, beide uit Oranjewoud, met Gerke Gabes. (5) Jantje Luitjens, geb Katlijk 18-8-1760, tr 9-5-1784 met Sake Feitzes (TOLSMA). (6) Wybbigjen Luitjens, geb Katlijk 15-10-1762, tr Klaas Joukes. (7) Roel Luitjens, geb Katlijk 1-3-1764. (8) Meine Luitjens, geb Katlijk 14-12-1768.l Grietje Geerts (kw 67), geb ca 1725. Frouk(jen) Geerts, doop 26-5-1729, tr 18-1-1750 met Lolke Thaes (Ties of Thees geschreven) uit Katlijk. Uit huwelijk zijn 9 kinderen geboren, 6 zonen en 3 dochters. We melden geboortedata (doopdata ook beschikbaar): (1) Theae geb 29-12-1750 te Katlijk. (2) Geert 10-10-1752. (3) Lammert 2-2-1755. (4) Meine 27-11-1756. (5) Wytske 12-2-1759. (6) Jelle 27-6-1762. (7) Saake 12-10-1764. (8) Ytsje 11-1-1767. (9) Sietse 3-2-1769. Bij de naamsaanneming 1811 (Froukje en Lolkje overleden) melden zich 3 van hun zonen, alledrie onder WOUDSTRA-naam. Geert Lolkes WOUDSTRA te Katlijk met kinderen: Luitjen 32, Froukjen 28 (gehuwd, wonend Katlijk), Joukjen 23 en Lolke 15. Sake Lolkes WOUDSTRA te Schurega met kinderen: Antje 13, Froukjen 11, Lolke 8 en Wytske 3. Sytze Lolkes WOUDSTRA te Katlijk met kinderen: Geesjen 8, Lolke 7, Wytske 4 en Froukjen ruim 1j oud. Gerben Geerts, doop 25-11-1731, jong overleden. Roelof Geerts, doop 26-2-1736, “vader dorpsrechter te Schurega”, tr 24-5-1761 met Martjen Sybes uit Nieuwehorne, met consent van de wederzijdse ouders. Zijn hooguit 3 ouders geweest want Geert is al overleden. Uit huwelijk wordt een zoon Geert geboren 9-9-1763, doop Oudehorne 25-9-1763.

  1. Libbe Jans, geb 1-1-1714 te Oudeschoot, zoon van Jan Rykels (kw 272) en Jantie Hendriks, huisman (boer) te Oudeschoot, ovl ca 1806, ca 92j oud. Trouwt 18-2-1759 (2) met Hylkjen (Gieke) Egberts, geb ca 1732, ovl 14-9-1818 86j oud, weduwe (Schot 19), trouwt (1) omtrent 1737 met
  2. Martjen Bonnes, doop 13-8-1715 te Oudeschoot, ovl 11-1-1750, 34j oud, dochter van Bonne Romkes (kw 274).

Uit huwelijk van Libbe en Martjen: Jan Libbes (BOUWMAN) (kw 68).

Oudovergrootvader Libbe Jans (1714-1806) is tweemaal gehuwd geweest. Hij overlijdt hoogbejaard, maar nog net te vroeg om bij de naamsaanneming van 1811 een rol te kunnen spelen. Kleinzonen van hem melden zich bij die naamsaanneming. Kleinzonen uit zijn relatie met Martjen Bonnes nemen de achternaam BOUWMAN aan, kleinzonen uit zijn relatie met Gieke Egberts de achternaam WASLANDER.

Huwelijksdatum van oudovergrootouders Libbe Jans en Martjen Bonnes onbekend door ontbrekend register. Ook doopdata onbekend behalve voor dochter Jantjen, doop 12-11-1747 te Oudeschoot. Moeder Martjen is 11-1-1750 overleden, misschien in een volgende kraam. Bij Quotiatie 1749 is Martjen nog niet overleden. Libbe Jans, huisman te Oudeschoot, heeft volgens de melding een gezin van 6 personen waarvan 3 jonger dan 12 (aanslag 33 Cgldns 7 stuivers). De zoon Jan Libbes (kw 68) trouwt in 1765 met Lammigjen Aitses en zal ca 1740 zijn geboren.

In zijn tweede huwelijk, na vroeg overlijden van Martjen, krijgt Libbe Jans 8 kinderen en het doopregister van die tijd is gemaakt en bewaard. Libbe Jans hertrouwt 18-2-1759 te Oudeschoot, ruim 9 jaar na overlijden van Martjen Bonnes. Hij is dan 45j en de tweede echtgenote is 26. Haar voornaam wordt in registers meestal als Hylkien geschreven, ook wel als Gieke (de koosnaam?), en in overlijdensbericht van 1818 heet ze definitief Gieke Egberts. Weduwnaar Jan Libbes was in 1759 te Oudeschoot geen onbemiddelde huisman en als oudere huwelijkskandidaat voor Gieke (of Hylkien) ook volgens haar moeder wellicht heel acceptabel. Moeder staat tien jaar eerder bij Quotisatie 1749 gemeld als weduwe Egbert Jans te Oudeschoot, wel in staat (aanslag 57 Cgldns en dat wijst op rijkdom), gezin van 4 personen ouder dan 12. Bij tweede huwelijk van zijn vader is zoon Jan Libbes (kw 68) ca 20j oud (hij trouwt zelf 6 jaar later in 1765). Kinderen uit het tweede huwelijk van Libbe Jans: Egbert Libbes, doop 15-7-1759 te Oudeschoot, ovl 12-11-1821 te Rottum, 62j oud, gehuwd met Neeltje Tjeerds en later met Altje Feyes (VAN DER LAAN), geb 31-8-1768 te Lippenhuizen (Opsterland, FR). Meldt zich bij naamsaanneming van 1811, wonend te Rottum, als Egbert Libbes WASLANDER, met kinderen: (1) Libbe 22, in de conscriptie, (2) Feye 16, (3) Ike 13, StJohannesga, (4) Koert 11, (5) Afke 7, St.Johannesga. Bij dochters Ike en Afke meldt Egbert dat die te StJohannesga wonen. Uitbesteed? WASLANDERS, vertel. Egbert meldt eind 1811 oudste zoon Libbe “in de conscriptie”. Zoon Libbe, 22j, werd per 14-10-1811 dienstplichtig ingelijfd als treinsoldaat bij het leger van Napoleon dat naar Moskou, Rusland, trok. Egbert kwam van die barre veldtocht, zoals vele tienduizenden, niet terug. Andries Libbes, doop 10-8-1760 te Oudeschoot, jong overleden. Martjen Libbes, doop 4-7-1762 te Oudeschoot, jong overleden. Jakob Libbes, doop 6-1-1765 te Nieuweschoot. Andries (Anders) Libbes, doop 4-12-1766 te Oudeschoot, ovl 24-7-1833, 66j oud, gehuwd 13-6-1790 met Antje Halbes, ovl 8-8-1837, 68j oud. Ze krijgen 9 kinderen, van wie eind 1811 nog 4 inleven zijn. Andries meldt zich bij naamsaanneming van 1811, wonend te Oudeschoot, als Andries Libbes WASLANDER, met kinderen: Tettje 17, Halbe 15, Geert 9 en Jacob 5.. Trijntje, doop 1-1-1769 te Oudeschoot. Japik, doop 4-8-1771 te Oudeschoot. Antje, doop 13-3-1774 te Oudeschoot, geb 28-2-1774 aldaar. Na 1811 ook als Antje Libbes WASLANDER gemeld.

138. 139. Ouders van Lamkjen Aitses (kw 69) We hebben nog onduidelijkheid over “de herkomst” van oudgrootmoeder Lamkje (Lammigje). Door de Herv Gem Oldeholtpade (Weststellingwerf, FR) wordt 8-5-1765 attestatie afgegeven naar Oudeschoot (Schoterland, FR) voor Lammigje Aitses te Oldeholtwolde. Haar voorgenomen huwelijk met Jan Libbes (kw 68) te Oudeschoot is niet “gestuit”. Huwelijksbevestiging daarna te Oudeschoot 19-5-1765: Jan Libbes en Lamkjen Aizes geschreven. Bij volgende dopen (Mildam, Oudeschoot) wordt haar patroniem ook AYSES, HAITSES, EYSENS of EYSSENS geschreven. Probleem is dat Lammigje/Lamkje, waarschijnlijk geboren in de periode 1740-1745 (en overleden in 1786 of kort erna), zelf niet in doopregisters wordt vermeld.

In de lijn Weststellingwerf (Oldeholtpade/Oldeholtwolde, noordwestelijk van Wolvega, richting Oudeschoot/Mildam) treffen we Eyse Johannes in de registers aan, als enige met deze voornaam die ook Ayse of Aitse kan worden geschreven. Deze Eyse is in 1749 een redelijke boer en dorpsrechter (stelling) te Oldeholtpade. Gezin van 7 personen, waarvan 3 kinderen jonger dan 12, aanslag 44-15 Cgldns. Hij is in 1708 geboren (indien dit dezelfde Eyse is, doop Wolvega-Sonnega 17-6-1708) uit huwelijk van Johannes Eyses en Marigjen Pieters die aldaar zijn gehuwd in 1706 (derde proclamatie 24-3-1706: Johannes Eyses afk Sonnega en Marigjen Pieters afk Oldelamer). Alleen doop van zoon Eyse (1708) geregistreerd. Eyse Johannes trouwt 1-5-1729 (Wolvega-Sonnega) met Albertjen Hendriks, beiden van Nijelamer (bij Wolvega-Sonnega, Weststellingwerf). Uit dit huwelijk wordt 26-11-1730 een dochter Marigjen gedoopt (Wolvega-Sonnega). Verdere meldingen ontbreken (ze zijn verhuisd?) tot doopregister van Oldeholtpade de dopen meldt van Geesjen (29-3-1741), Jannis (3-11-1743), Jannis (9-5-1745), Thomas (23-6-1748) en Grietje (21-5-1752), kinderen van Eysse Jannis en Lammigje Theunis. Bij Quotisatie 1749 bestaat gezin van boer/stelling Eyse Johannes uit 7 personen, volgens de melding, waarvan 3 jonger dan 12 en 4 ouder dan 12. Ik beweer niet dat oudgrootmoeder Lamkje Aitses (Eysens) dochter was van Eyse Johannes/Jannis. Ik meld de mogelijkheid. Pro memorie: Aise (Aitse) Hendricks, geb ca 1700, boer te Oudehaske, gehuwd in 1727 met Auk (Acke) Rinkes, doop Oudehaske-Haskerhorne 17-5-1705, dv Rinke Jans en Lijsbet Ruurds. Op 10-12-1730 te Nijehaske gedoopt de dochters Sjoukjen en Ietjen. Meldingen hierna ontbreken. Bij Quotisatie van 1749: Aise Hendriks, boer te Oudehaske, gezin van 7 personen, waarvan 4 jonger dan 12. Na 1730 dus meer geboorten maar registratie niet bewaard. Boer Aise wordt in 1749 aangeslagen voor 34 Cgldns 19 stuivers, met de aantekening “beesten verloren”. De rotkoorts (veepest) heerste. Mogelijk was Lamkjen dochter van deze Aise en als dienstmeid (1765) in Oldeholtwolde inwonend. Ik krijg haar verhaal niet rond. Omdat in die tijd kinderen (meestal) steevast naar grootouders etc worden vernoemd, de aantekening dat uit huwelijk van Lamkjen en Jan Libbes ook een zoon Aise (1772) en een dochter Aukje (1786) zijn geboren. Maar of diit verwijzingen zijn naar Aise Hendriks en Aukje Rinkes als ouders van Lamkje?

PM (mogelijk niet van toespassing): Stemkohier 1728 Sint Johannesga (Schoterland) Stem nr. 30. Zakelijk gerechtigden: Foppe Jans, eigenaar voor 1/3 - Bartele Johannis, eigenaar voor 1/3 - Ayse Hendriks, eigenaar voor 1/3, en gebruiker voor ‘t geheel. Stemkohier 1728 Sint Johannesga (Schoterland) Stem nr. 31. Zakelijk gerechtigden: De heer Martinus (MARTEN) van Scheltinga, eigenaar van de stem, samen met Cornelius van Scheltinga, ingevolge testament van Daniel de Blocq van Scheltinga en Martha van Kinnema De heer Cornelius (KORNELIS) van Scheltinga, eigenaar, met Martinus van Scheltinga, van de stem, ingevolge testament van de heer Daniel de Blocq van Scheltinga en vrouw Martha van Kinnema Ontvanger Livius (LIEUWE) Dirk Andringa, eigenaar van de gronden Ayse Hendriks, gebruiker.

  1. Wolter Jans (BIJMA) = 66.
  2. Grijtie Geerts (Grietje Geerts) = 67.

Wolter Jans en Grietje Geerts zijn ouders van zowel Jan Wolters Bijma (kw 70) als van Hendrikjen Wolters (kw 33). Ze zijn in onze kwartierstaat daarmee zowel oudovergrootouders als oudgrootouders. Betovergrootvader Wolter Freerks VAN DER HOEK, zoon van Hendrikjen Wolters, trouwt met Grietje Jans BOUWMAN, kleindochter van Jan Wolters BIJMA, oudste broer van Hendrikjen.

144. Jan(nes) (LUKKES) 145. nn

Uit dit huwelijk: Oudgrootvader Kornelis Jans Lukkes 1738-1821 (kw 72). Kornelis overlijdt in 1821, volgens de akte 83j oud, nalatend zijn vrouw Froukje Jitses en 3 kinderen. Namen van zijn ouders niet vermeld. Rond 1811 zijn er in Het Meer/De Knipe minstens drie gezinshoofden met patroniem JANS LUKKES. Geen van de drie meldt zich voor de familienaamregistratie. De eerste van die twee is oudgrootvader KORNELIS JANS LUKKES (kw 72). De tweede is FEDDE JANS LUKKES. Deze kan een jongere broer van Kornelis Jans zijn geweest, al is het leeftijdsverschil meer dan 20 jaar. ZIE OOK KW 72.

FEDDE JANS LUKKES overlijdt 1-6-1827, 65 jaar oud, touwslagersknecht, wonende te Het Meer. Overleden in huis nr 235 te Het Meer. Weduwnaar van Sjieuwke Hendriks en nalatende 2 kinderen. Fedde (Knipe) en Sjieuwke (Tjalleberd) trouwden 9-5-1790 in de Herv. Kerk te Tjalleberd. Ze krijgen minstens drie kinderen, van wie één, Jantje Feddes LOKKES, 3-12-1817 overlijdt, 22 jaar, ongehuwd (Schot 30). Nog geen week later op 9-12-1817 namiddag 1 uur overlijdt te Smilde, Wijk B, provincie Drenthe, PIETER RIENKS (KUIPER), “oud om de vijftig jaar heen, van beroep kuiper, wonende te Knijpe. Nalatende zijn vrouw Antje Feddes LOK (Lukkes) en 3 kinderen.” Genoemde Antje Feddes Lukkes trouwt 7-3-1824, oud 33 jaar, breidster, geboren ’t Meer op 10-2-1791, wonende aldaar, dochter van FEDDE JANS LUCKES en JIEUWKE HENDRIKS, weduwe van Pieter Rienks Kuiper, met PETER WIEBES BILIAM, 43 jaar, arbeider, geboren 10-9-1780 te Benedenknijpe, ook wonende aldaar, zoon van Wiebe Hendriks BILIAM en Swaantje Pieters die 17-4-1815 te Benedenknijpe overlijdt. De derde JANS LUKKES in Het Meer/De Knipe rond 1811 is ABELE JANS LUCKES. Zou ook jongere broer van Kornelis Jans kunnen zijn geweest. ABELE JANS LUCKES overlijdt 29 februari 1824, “oud 68 jaar, arbeider wonende in de Beneden Knijpe, zijnde weduwnaar van HIELKJE EINSKES, zijnde kinderloos”. Hij overlijdt in de Beneden Knijpe huis nr. 208. Ook in zijn akte geen namen van ouders vermeld. Tenslotte valt nog te noemen: TJITSKE JANS LOKKES. Zij woont in Terhorne, maar is in Het Meer geboren, ca 1770. De naam van haar ouders: JAN JANS LOKKES en ANTJE GEERTS. In Terhorne schrijven ze “Lokkes”. Van Jan Jans LOKKES en Antje Geerts geen trouwgegevens.

  1. Jan (RONDUITE) trouwt ca. 1740 met
  2. Hiltje (?)

Ouders van (geen meldingen in doopregisters): Hans Jans (Ronduite) (kw 74), geb. ca 1741, gehuwd 13-1-1765 te Heerenveen met Jantjen Geerts (Brouwer). Kinderen uit dit huwelijk vermeld in doopregister Nijehaske. Marten Jans RONDUITE, geb. ca 1752, overl. 4-4-1826 in huis nr 21 te Heerenveen, 74 jaar oud, trouwt 13-6-1784 te Heerenveen met Sjieuwke WOUTERS (Sieuke).

Na 1811 (invoering Burgerlijke Stand) wordt door nazaten van Jan de familienaam RONDUITE gebruikt. Dat is een franse militaire benaming voor een schans (rondwiet zeg je dan, leesverbastering naar RONDUIT op z’n nederlands uitgesproken komt enkele malen in aktes voor). In de grensstreek bij Giethoorn, westelijk van Steenwijk (noordwest-Overijssel), was zo’n militaire versterking die als Ronduite (rondwiet) genoemd bleef en dat nog steeds als dorpsnaam (streek) in de 21ste eeuw. Nu recreatiegebied. Het is verleidelijk de familienaam van Jan (kw 148) aan herkomst uit dit “Gieterse” gebied te verbinden, in combinatie met het gegeven dat vanaf 1750 een immigratie van Gieterse verveners en turfmakers richting Haskerland en Schoterland (Heerenveen) plaats vond. Jan kan een van die immigranten zijn geweest en de RONDUITE-naam hebben geimporteerd. Deze oudovergrootvader is zeker eerder dan 1811 overleden. Bij de naamsregistratie van 1811 wordt voor niemand de RONDUITE-naam als familienaam geregistreerd. Pas na 1811 komt in de nieuwe administratie voor de Burgerlijke Stand deze naam zo nu en dan en later vrij beperkt voor. De zoon Hans Jans (kw 74) is vermoedelijk voor 1811 overleden, maar dochters van hem komen daarna wel voor met de familienaam RONDUITE (soms RONDUIT). En zijn ruim 10 jaar jongere broer Marten Jans leeft tot en met 4-4-1826, gebruikt de naam RONDUITE (soms RONDUIT geschreven), en zo valt er dan via officiele registraties ongeveer iets van een historiserende lijn te vinden.

Marten Jans RONDUITE, de ruim 10 jaar jongere broer van Hans Jans (kw 74), overlijdt 4-4-1826, 74j oud. De geburen die aangifte doen van het overlijden, melden wat ze mogelijk betreffende hem direct weten: “Jan Willem NAUTA, 48 jaar, timmerman, en Jan Elings VAN DER AWEYS, 35 jaar, sluisman, beiden als geburen, verklaren dat Marten Jans RONDUITE, oud 74 jaar, arbeider, gehuwd met Sjieuwke WOUTERS, nalatende 4 kinderen, is overleden op 4 april 1826 in huis nr 21 te Heerenveen.” Geen melding van ouders of van andere wetenswaardigheden. Dat Marten Jan RONDUITE een jongere broer geweest kan zijn van Hans Jans, van wie kinderen ook RONDUIT(E) worden genoemd, is uit de bewoording van deze akte niet af te leiden.

Marten Jans en Sieuwke (Sjuwke) Wouters trouwen 13-6-1784 te Heerenveen. Maarten Jans RONDUITE overlijdt 4-4-1826 te Heerenveen, weduwe Sjieuwke Wouters WESTERHOF ruim een jaar later op 14-11-1827: “Sjieuwke Wouters WESTERHOF, 72 jr, wonende te Heerenveen-Aengwirden, weduwe van Maarten Jans Ronduite, nalatende 4 kinderen, ovl 14-11-1827 te Heerenveen in huis nr 71.”

In onze kwartierstaat gaat het om Hans Jans als voorvader in de VAN DER HOEK-lijn. Gegevens betreffende diens jongere broer Marten Jans die de RONDUITE-naam na 1811 gebruikte en liet continueren (en verder niets met de VAN DER HOEK-lijn van doen kreeg) zijn hier enkel voor de weet. Marten wordt 74 en overlijdt in 1826 te Heerenveen, vier kinderen nog in leven nalatend. Van deze 4 kinderen is de dochter Hiltje Martens RONDUITE op 29-6-1823 getrouwd (Schot 40) met Feitze Bjintzes DE GROOT. Feitze overlijdt 20-8-1833, 34j oud, en hoe het verder met Hiltje verging, lijkt in archieven te Friesland niet meer terug te vinden. De dochter Anna Martens RONDUIT trouwt 15-11-1835 te Leeuwarden (akte 203) met Uilke Jans Kuipers (of deze Anna dochter van Marten en Sjuwke was nog te documenteren). Verder 2 zonen. De zoon Jan Martens RONDUITE blijft ongehuwd, ovl 3-2-1855, 68j oud (Sch 25). De andere zoon, Klaas Martens RONDUITE, trouwt 18-12-1825 (Aengwirden akte 13) met Antje Meints DIJKSTRA. Volgens het militiedocument bij zijn huwelijksakte is hij 22-2-1806 te Heerenveen geboren, schippersknecht, zoon van Marten en Sjoukje Wouters, arbeiders wonende te Heerenveen. Antje Meints DIJKSTRA is bij huwelijk 24, geb te Heerenveen 20-5-1801 (gedoopt 14-6-1801), dochter van Meint Jans en Klaaske Bouwes. Via zijn schoonvader Meint Jans DIJKSTRA, meester-grofsmid te Heerenveen, komt het waarschiijnlijk dat de zoon Bouwe Klazes RONDUITE later grofsmid wordt te Noordwolde.

  1. Eelert Wijbes, gedoopt te Irnsum-Rauwerd 2-9-1732, trouwt in 1758 (attestatie afgegeven 13-5-1758 te Oldeboorn-Nes) met
  2. Lolk(jen) Pytters

Trouwregister van Herv.Gem. Oldeboorn-Nes meldt de afgegeven attestatie voor Eelert Wijbes en Lolk Pytters, beiden te Nes. Of ze te Oldeboorn zijn getrouwd is onduidelijk. Een registratie bevestiging van huwelijk ontbreekt. In doopregisters vinden we hun namen alleen terug te Sneek: - doop Sneek 27-5-1764: Duike (Diuke, Dieuwke – naam moeder van Eelert) - doop Sneek 9-4-1767: Pyter (naam vader van Lolkjen). In het Sneeker register staan de ouders vermeld als Ylert Wybes en Lolkien Pyters. Bij overlijden van zoon Wiebe Eelderts VAN DER WERF (kw 78) in 1837 te Heerenveen melden de aangevers dat hij 78j werd, geboren te Sloten. De bereikte leeftijd brengt ons terug naar het jaartal ca 1759, met 1758 als huwelijksjaar van Eelert en Lolkjen (Pieters, aangevers zeggen Jans) een passend feit. Maar Wiebe (Wybe) is niet in Sloten gedóópt. In de periode 1758-1761 meldt het register van Sloten 58 dopelingen en daar is geen Wiebe bij. Hij komt ook niet voor in doopregisters elders.

Oudovergrootouders Eelert en Lolkje hebben zich te Sneek gevestigd. Ze hebben er de bijnaam/achternaam VAN DER WERF(F), want dochter Dieuwke wordt bij huwelijk te Sneek in 1784 al zo in trouwregister ingeschreven, zoon Wiebe in 1785 bij doop van zijn dochter Lieuwkjen te Lemmer wordt ook als “Van der Werf” vermeld, evenals zoon Pieter in 1800 bij doop te Sneek van dochter Esther. Bij de naamaanneming van 1811 laten zoon Wybe Eelderts WERFF te Joure (in formulier staat “Werff” maar VAN DER WERF volgt verder als bedoelde naam) en Pieter Eelerts VAN DER WERF te Sneek de bestaande traditie formeel vastleggen. Vader Eelert had de VAN DER WERF-naam waarschijnlijk al. We vonden geen melding over het beroep dat hij uitoefende. Of hij schipper was of scheeps-timmerman of toevallig woonde bij de werf te Sneek. Hij is voor of rond 1800 overleden.

Kinderen uit het huwelijk van Eelert (Ylert) en Lolkje: Wiebe Eelderts VAN DER WERF (kw 78), geb ca 1759 (te Sloten?), ovl 17-7-1837 te Heerenveen, 78j, weduwnaar, tr (1) Sneek 23-5-1779 met Rinske Jacobs (kw 79) en (2) Joure 12-1-1794, uurwerkmaker, met Antje Arjens. Wiebe en Rinske oudgrootouders gemeld bij kw 78/79. Dieuwke Elerts VAN DER WERF (Duike, Diuke), doop Sneek 27-5-1764, ovl Sneek 5-10-1818, 54j, gehuwd, tr (1) Sneek 17-10-1784, zij 20, hij 20, met Marten Hendriks REITSMA, doop Ysbrechtum-Tirns (Wymbritseradeel FR) 3-6-1764, ovl Sneek 1-11-1811, 47j, gehuwd, zv Hendrik Martens REITSMA en Ytie Anskes BOKMA. Duike Ylderts VAN DER WERF tr (2) Wymbritseradeel 30-7-1817, zij 53, hij 45, met weduwnaar Eede Sikkes JORRITSMA, overlijdt ruim een jaar na dit huwelijk. Kinderen uit huwelijk van Dieuwke en Marten: (1) Hendrik, geb Sneek 7-10-1785, doop 16-10-1785. (2) Eelerd, geb Sneek 8-6-1789, doop 21-6-1789. (3) Ytje, geb Sneek 25-11-1796, doop 19-1-1797, ovl Bolsward 20-1-1837, 40j, ongehuwd. -
— Bij naamregistratie van 1811 meldt zich Hendrik Martens REITSMA te Sneek, de schoonvader van Dieuwke. Hij is 70-plusser (ovl Sneek 7-8-1815, 77j, gehuwd). Hij meldt enkel de zoon Marten, 1-11-1811 overleden weten we, vlak voor de naamregistratie. En diens kinderen (en van Dieuwke) dan in leven: (1) Hendrik REITSMA 26 (wonend Ysbrechtum). (2) Elert REITSMA 22 (Sneek), (3) Ytje REITSMA 15 (wonend Bolsward). Volgens het formulier van 1811 REITSMA, maar daarna ook REIDSMA geschreven. Pieter (Pyter) Eelerts VAN DER WERF, doop Sneek 9-4-1767, ovl Sneek 19-6-1836, 69j, wednr, tr Sneek 15-5-1791, hij 24, zij ca 29, met Gepke Eids, geb ca 1762, ovl Sneek 23-4-1819, 57j, gehuwd, dv Eid Jans en Ester Pieters. Pieter en Gepke krijgen 5 kinderen: (1) Lolkjen Pieters VAN DER WERF, geb Sneek 26-3-1792, ovl aldaar 21-8-1833, 41j, gehuwd, tr 23-9-1827 met Harmen OVERZEE. (2) Eid (Eit) Pieters VAN DER WERF, geb 9-12-1794, ovl 23-6-1828, 33j, wednr, tr 17-5-1818 met Jantjen Gosses DE JONG. (3) Elerd Pieters VAN DER WERF, geb 22-2-1797, ovl 19-2-1856, 58j, gehuwd, tr 31-3-1822 met Waltje Harings WIERSMA. (4) Esther Pieters VAN DER WERF, geb 25-1-1800, ovl 26-3-1840, 40j, gehuwd, tr 1-5-1825 met Ientje Wybes VAN DER MEULEN. (5) Wybe Pieters VAN DER WERF, geb 13-9-1802, ovl 15-9-1873, 71j, gehuwd, tr 18-7-1824 met Simkje Pieters PAAUW.

  1. Jacob Nolkes VAN DER MEER, geb 13-10-1723, doop Gaastmeer (Wymbritseradeel, FR) 17-10-1723, zv Nolke Jans en Sjoerdtje Sikkes, tr (1) Sneek 25-6-1747, hij 23, zij 22, met Lieuwkjen (Leukjen) Warners OVERSEE, gedoopt Sneek 28-8-1724, ovl ca 1750, rond 26j oud, dv Warner Sybrens OVERSEE en Atie Alberts SLOOT. Jacob Nolkes tr (2) Sneek 13-5-1752, hij 28, zij 26, met
  2. Lieuwkjen Jans (Liuwkien, Luikjen), gedoopt Sneek 6-2-1726, dv Jan Lieuwes (Luiwis) en Rinske Eelties.

Bij overlijden van oudgrootvader Wiebe Eelderts VAN DER WERF (kw 78) in 1837 te Heerenveen staat in de akte vermeld dat hij eerst getrouwd was met Rinske Jacobs ‘VAN DER MEULEN”. De Heerenveense geburen die van zijn overlijden aangifte doen, lijken zich hier te hebben vergist. Het is ook de enige keer dat oudgrootmoeder Rinske, ovl ca 1790, als “VAN DER MEULEN” wordt ingeschreven. De meldende geburen hebben háár nooit gekend, want Rinske is dan al ruim 45j dood, overleden te Sneek waarschijnlijk. Haar dochter Jacobjen Wiebes VAN DER WERF (kw 39) gaat in tweede huwelijk (1819) te Het Meer/Heerenveen wonen, vader Wiebe overlijdf daar ook en Jacobjen trouwt met een molenaar. Dat haar moeder niet “VAN DER MEULEN” heette maar ‘VAN DER MEER”, men kon het niet goed weten in die tijd. Toegegeven: wij ook niet. Onze aanname is dat het bij de oudgrootmoeder gaat om Rinske Jacobs VAN DER MEER, gedoopt Sneek 12-6-1758.

Jacob Nolkes VAN DER MEER trouwt Sneek 25-6-1747. Hij is 23, geboren te Gaastmeer. De achternaam “VAN DER MEER” in Sneeker trouwregister dan al gebruikt. Ook de achternaam “OVERSEE” voor de eerste Lieuwkje (Warners OVERSEE) met wie hij trouwt. Uit dit huwelijk de zoon Nolke Jacobs VAN DER MEER, doop Sneek 8-12-1748, ovl Sneek 12-3-1812, 60j, gehuwd.

Bij Quotisatie van 1749 geen melding van Jacob Nolkes (ook niet van zijn vader Nolke Jans, maar die kan zijn overleden). Wel van Jacobs schoonvader Warner Sybrens, wonend Sneek (Grootzand), gezin 4 volw, aanslag 40 Cgldns, schipper. En van Jacobs zwager Hette Siblis, wonend Sneek, gezin 2 volw 1 kind, aanslag 20 Cgldns, schipper. Ontbreken van Jacob Nolkes in Quotisatieregister kán betekenen dat hij begin 1749 Sneek verliet (er met gezin geen domicilie had, ook niet elders in Friesland) en dat hij, op schip van zijn schoonvader misschien, buitengaats verbleef. Hij komt in kerkregisters pas weer voor in 1752, vanwege zijn huwelijk te Sneek met Luikjen Jans, de tweede Lieuwkje met wie hij trouwt.

Burgerboek Sneek 1759 Legt de eed af: Jacob Nolkes Datum: 7 december 1759 Afkomstig van Nijhuizum, laatst woonachtig in IJlst

Jacob Nolkes is 28 (weduwnaar, vader van zoon Nolke) bij zijn huwelijk te Sneek met de 26-jarige Luikjen (Lieukjen) Jans, dv Jan Luiwis en Rinske Eelties. Bij Quotisatie van 1749 wordt Jan Luiwis vermeld te Sneek (Koornmerk): onderhoud, 1 volw. Waaruit kan worden afgeleid dat Rinske, de moeder van Luikjen, is overleden. En dat haar vader Jan, om welke reden onbekend (leeftijd, arbeidsongeschikt geraakt), afhankelijk is van onderhoud door gemeenschap/diaconie. Geen belastingaanslag.

Jacob Nolkes en Lieuwkjen Jans laten 4 kinderen dopen: de zonen Jan en Ellert doop 31-8-1755 de dochter Rinske (kw 79) doop 12-6-1758, 2 weken oud de zoon Ellert doop 16-8-1767. Alleen over de zoon Nolke Jacobs VAN DER MEER uit het eerste huwelijk van Jacob en de dochter Rinske Jacobs uit het tweede huwelijk is verdere registratie. De gemelde zonen Jan en Ellert (tweemaal) zijn verdwenen uit de registratie, mogelijk jong overleden. De vernoeming “Ellert” mogelijk naar de grootvader van Lieuwkje, vader van Rinske Eelties (Eelerts?).

Rinske Jacobs (kw 79) is ca 1790/92 overleden, hooguit 34j oud, gehuwd Sneek 23-5-1779 met Wiebe Eelderts (kw 78). Dochter Luewkjen (Lieuwkje) geb 14-9-1785 te Lemmer, doop 25-9-1785 aldaar, dv Wybe Elerts VAN DER WERF en Rinske Jacobs.

Bij naamaanneming van 1811 is Rinske al sinds 20 jaar overleden. Haar halfbroer Nolke Jacobs VAN DER MEER meldt zich 1811 te Sneek met zonen Jacob (33), Johannes (21) en dochter Sjoukje (28). Nolke is bij deze registratie 63j en zal ook niet ouder worden: hij overlijdt Sneek 12-3-1812, 63j, gehuwd, zv Jacob Nolkes en Lieukjen Warners. Hij is 8-12-1748 te Sneek gedoopt. Op 23-1-1773 ondertrouw (Nolke Jacobs VAN DER MEER) te Sneek met Nynke Tjiommes STAM. Op 17-6-1774 (of 17-9-1774) ondertrouw Nolke Jacobs te Sneek met Tryntje Pieters (was Nynke overleden?). Op 15-5-1790 ondertrouw Nolke Jacobs en 30-5-1790 huwelijk met Tjitske Johannes WYSENBACH. De kinderen Jacob en Sjoukje uit huwelijk met Tryntje Pieters, de zoon Johannes uit huwelijk met Tjitske Johannes? Onduidelijkheid in de registratie heeft verband met Doopsgezinde betrokkenheid, heel of half is nog onbekend. Na 1795 werd de Doopsgezinde richting formeel erkend. De zoon Jacob Nolkes VAN DER MEER trouwt 17-5-1801 (doopsgezinde gemeente Sneek) met Tjepkje Rinkes. Maar 30-4-1802 weer ondertrouw (hervormde/gereformeerde kerk) en 23-5-1802 huwelijk (hervormde/ gereformeerde kerk) met dezelfde Tjepkje Rinkes. Verwarring over formaliteiten.

Nolke Jacobs schijnt een tijdlang schipper/veerbaas te zijn geweest op de route Sneek-Joure en viceversa. Als huurder van schip en veer. De weduwe TEN CATE die kennelijk de rechten erfde, verlangt van hem om zijn huurgebruik van schip en veer met 1 januari 1792 in vrijdom te verlaten. Aan de nieuwe huurder, Auke Hendriks, wordt in 1794 hetzelfde verzocht.

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. David Jansz (Janssen) ROEM (Rom, zelfs Romp), geb. ca 1700 (Alblasserwaard?), begr te IJsselmonde (Rotterdam) 18-9-1783. Trouwt ca 1730 met
  2. Aaltje Jans VAN DER LECK, geb. ca 1705, begr 19-8-1750.

Met de familienaam ROM of ROEM worden in de Rotterdamse registers twee afzonderlijke paden bewandeld wat oudovergrootvader David Jansz betreft: in de doopregisters, dopen van zijn kinderen, wordt vooral ROEM geschreven, in de begraafregisters vooral ROM. De kerk (dopen) en de gaarder (begraven) volgden een eigen schrijftraditie. Waarbij de gaarder de oorspronkelijke naam ROM bleef aanhouden, terwijl de kerk de wijziging naar ROEM (die tenslotte standaard werd) volgde. De gaarder die bij de begrafenis van David in 1783 in functie was, maakte van ROM zelfs ROMP: David Romp, vader van Heijltje Davidsdr Romp, aangegeven door Heijltje Romp, overledene was 80 jaar en weduwnaar van Aeltje Claesdr. Die gaarder noteerde slordig en onwetend. “Romp” was fout en David was weduwnaar van Aeltje Jansdr en niet Aeltje Claesdr. Maar misschien was Heijltje bij aangifte te nerveus en onduidelijk en noteerde de gaarder naar wat hij hoorde. Mogelijk was niemand fout.

Oudovergrootouders David en Aeltje zijn ergens getrouwd, buiten Rotterdam, maar wel in de buurt van deze stad, waarschijnlijk ten oosten ervan, richting Lek en Alblasserwaard. Binnen hun huwelijk gaan ze in Kralingen wonen (oost-Rotterdam) en te IJsselmonde aan de overkant van de Nieuwe Maas (zuidoost-Rotterdam), te bereiken via het Kralingseveer. In Rotterdamse registers is hun eerste vermelding via de doop te IJsselmonde van zoon Klaas Davidsz ROEM (kw 80) op 16-10-1735, in het register aangemerkt als kind van Kralingen. David en Aeltje lieten Klaas te IJsselmonde dopen en vestigden zich later ook definitief in dit dorp aan de zuidoever van de Nieuwe Maas dat gaandeweg vastgroeide aan Rotterdam (-zuid).

Kinderen uit het huwelijk (reconstructie): Jan ROM, geb ca 1730, begr te IJsselmonde 23-1-1743, Jan ROM zoon van David ROM. Jannetje ROM, geb voor 1734, begr te IJsselmonde 20-6-1772. Klaas Davidsz ROEM (kw 80), gedoopt te IJsselmonde 16-10-1735, “kind van Kralingen”. Doopgetuige: Maritje Jans TIELEMANS. Wijne ROEM, gedoopt te Kralingen 2-12-1736. Doopgetuige: Marya Jans. Heyltie ROEM, gedoopt te Kralingen 22-12-1737. Doopgetuige: Aeyltie Jans (de moeder zelf). In 1783 doet Heyltje ROMP aangifte van het overlijden van haar vader David ROMP. Ze is dan 45. Maria ROEM, gedoopt te IJsselmonde 7-2-1740. Doopgetuige: Maria Jans. Maria (Marijtje), afkomstig van Cralingen, wonende Schiekade, trouwt 9-11-1766 met Willem VAN DER GAAG, afkomstig uit Loosduinen, wonend te Crooswijk (Rotterdam). Op 3-11-1767 (Krooswijk, Waalse kerk) worden uit hun huwelijk twee kraemkinderen begraven. Daarna nog 7 dopen. Dirk, 9-2-1769. Doopgetuigen: Pieter en Jannetje VAN DER GAAG. David, 4-12-1770. Doopgetuigen: David ROEM (de grootvader) en Jannetje ROEM (oudste zus van Maria). Alida, 4-3-1773. Doopgetuigen: Lijsje SLINGELAND en Maria ROEM (de moeder zelf; haar oudste zus Jannetje overleed juni 1772). Katie, 19-2-1775. Doopgetuige: Elizabeth SLINGERLANDT. Katie/Catharina begraven 25-10-1776, anderhalf jaar oud. Frank, 22-9-1776. Kaatje, 24-3-1778. Doopgetuigen: Maria ROOMER (de moeder: Maria ROEM), Lijsje SLINGELAND. Jan Grant, 17-8-1780. Doopgetuige: Lijsje SLINGELAND. Maria ROOMER (= Maria ROEM) wordt 46 jaar, begraven 30-6-1786, zes minderjarige kinderen nalatend, woonadres Krooswijk naes Strijpe. Echtgenoot Willem VAN DER GAAG wordt een week later begraven, 7-7-1786. Zes minderjarige weeskinderen zijn gevolg.

Annigje ROEM, 3-6-1742 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans. In 1795 is een Anna ROMP tweemaal getuige bij een doop (IJsselmonde) van waarschijnlijk kleindochters: 19-7-1795 Anna, dochter van Pieter WOR en Grietje ROMP, en 1-11-1795 Anna, dochter van Gerard CRAMER en Martha ROMP. De schrijfwijze ROMP in plaats van ROM of ROEM schijnt via Annigje of Anna nog doorgegeven. Jan Davidse ROEM, 10-5-1744 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans. Jan Davidse ROM wordt net geen 25 jaar oud. Begraven 13-4-1769, verongelukt tussen Rotterdam en IJsselmonde. Jan is vermoedelijk bij overtocht over de Nieuwe Maas, tussen Rotterdam en IJsselmonde, te water geraakt en verdronken. Jacomijntje ROEM, 31-12-1747 (IJsselmonde). Doopgetuigen: Maria Jans en Annigje Jans VAN DER VALK. Begraven 29-9-1748, 9 maanden oud. Gerrit ROEM, 5-10-1749 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans ROEM. Vermoedelijk is weer Maria Jans TIELEMANS bedoeld (gehuwd Roem). In de akte wordt als moeder Aaltje Jans MARCUS genoemd i.p.v. Aaltje Jans VAN DER LECK. Gerrit wordt 11 maanden oud, begraven 11-9-1750. Een maand eerder, 19-8-1750, wordt zijn moeder begraven, door de gaarder ingeschreven onder de naam Jans Aeltje Merkus (en dus niet: Aeltje Jans VAN DER LECK).

Oudovergrootmoeder Aaltje is rond 45 jaar geworden. Ze had misschien een broer, Fop VAN DE LECK, die buiten de Goutse (of Oose-, Ooster-) poort woonde. Misschien was ook Jan VAN DER LECK een broer van haar. Deze werd 13-8-1721 begraven. Hij woonde op’t Kleijne Kipstraatje boven het packhuijs van Koop. Aan dat zelfde straatje woonden op latere leeftijd de ouders van David Roem, die echtgenoot werd van Aaltje van der Leck.

  1. Pieter VAN RIJS
  2. Annetje Pieters VERHAGEN, geb 1709 te Hoogvliet (Rotterdam).

Ouders van: Marietje van Rijs, geb 1737 te Poortugaal (kw 81).

  1. WIJNAND/WEYLAND, geb vóor 1700 165.

Ouders van Adrianus Wijnandts (kw 82). Oudgrootvader Adrianus is ca 1720 te Honselersdijk geboren. In akten wordt hij Wijnands genoemd, Wijnands of Weijland. Zijn kinderen (geboren uit Eliabeth Valstar kw 83) komen ook divers voor: Martinus Wijnland, Magdalena Weynand en oudmoeder Johanna Weyland (kw 41).

  1. Dirk Willemsz VALSTAR, doop Naaldwijk 11-12-1701, begraven 12-6-1732, 31j oud, zv Willem Pieters VALSTAR en Johanna BOM, tr sGravenzande 8-11-1722, hij 21, zij 22, met
  2. Martijntje Leendertse VAN DER EIJCK (van der Eijk, van Eijck), doop Naaldwijk 25-4-1700, geboren in de Oranjepolder, bezuiden Naaldwijk, dv Leendert VAN DER EIJK en Lijsbert Kornelisse VAN DER KOOIJ.

Kinderen uit het huwelijk: Leendert VALSTAR, doop 31-1-1723 (ruim twee maanden na huwelijk), ovl 27-3-1771, 48j, tr Naaldwijk 24-1-1762, hij 38, zij 34, met Neeltje Pietersdr LEKKERKERK, geb sGravenzande 9-2-1727, ovl Naaldwijk 3-4-1771, 44j, weduwe. Zij overlijdt een week na Leendert. Johanna VALSTAR, doop 27-12-1724 Elisabeth VALSTAR (kw 83), geb Naaldwijk 4-5-1727, doop 21-5-1727, begr 11-11-1803, weduwe van Adrianus WIJNANDS (kw 82). Leendert VALSTRA, 4-5-1727. Isaak VALSTRA, 6-4-1732.

De gegevens zijn zeker niet compleet (bron: Eering). Twee zonen Leendert genoemd en moeten trouwgegevens Leendert niet aan de tweede Leendert worden verbonden? Oma Elisabeth VALSTAR is hoogbejaard doopgetuige bij kinderen van dochter Johanna WIJNANDS (kw 41) en daarna neemt Catharina VALSTAR die rol over. Welke relatie had Catharina met Johanna. Was zij een jongere zus van Elisabeth en in bovenstaand rijtje van kinderen uit huwelijk van Dirk en Martijntje per abuis nog ontbrekend? Tot we het weten weten we het nog niet.

  1. Roelof Lammerts UITERMARCK, geb ca 1680 te Bronkhorst (Steenderen, GLD), trouwt te Steenderen in 1713 met
  2. Esselina Jurriens (OP DE VREE)

Ouders van: Jenneken UITERMARK (kw 87)

Uit het huwelijk werden eerst 8 zonen geboren, het negende en laatste kind is een dochter. Deze wordt Jenneken genoemd, misschien naar de moeder van Esselina, en zal een oudgrootmoeder worden in onze kwartierstaat. De zonen zijn: Jurrien (gedoopt te Steenderen 23-11-1710, trouwt aldaar 19-10-1743 met Theodora Maria Egginks), Gerrit (1715-1716), Lammert (1717), Gerrit (1718), Jan (1720), Jan (1722), Herman (1723) en Hendrik (1725).

  1. Aart Joosten VAN LEEUWEN, 2-4-1725 te Rijswijk getrouwd met
  2. Annetje Claesdr VAN EENDENBURG, gedoopt te Monster 15-3-1699

Uit dit huwelijk: Gerrit Aarts van Leeuwen (kw 92)

  1. Arent Willemsz VAN SPRONSEN, gedoopt te Monster 29-7-1703, trouwt te Monster 24-4-1729 met
  2. Geertje Laurensdr VAN SPRONSEN

Uit dit huwelijk: Dina van Spronsen (kw 93).

Arent en Geertje hebben dezelfde achternaam. Feit is ook dat zij deels dezelfde voorouders hebben. Arent is achterkleinzoon van Anxem Arijens Spronsen (kw 748) en Lysbeth Arjens van Teylingen (kw 749), terwijl Geertje een kleindochter is van deze twee. Zie verder in de kwartierstaat bij voorouders kw 748 en 749.

  1. xxxxCornelis Jochumsz VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 10-10-1704, wonende te Oranjepolder, spuiwachter op de Delflandsche buitenspui, begraven te sGravenzande 27-12-1783, 79 jaar oud, trouwt (1) op 24-jarige leeftijd 2-10-1729 te ’s Gravenzande met de 22-jarige Elsje Thomas VAN BEIJEN, gedoopt 31-7-1707 te ’s Gravenzande, ovl 1733, dochter van Thomas Jans VAN BEIJEN en Maartje Cornelisse VAN DER KOOIJ , tr (2) op 29-jarige leeftijd 26-4-1734 te ’s Gravenzande met de 22-jarige
  2. Annetje Cornelisse VAN DEN HOEVEN, gedoopt te Naaldwijk 3-4-1712.

Kinderen uit huwelijk van Cornelis en Elsje: Maartje VREUGDENHIL, gedoopt 9-10-1729, een week na huwelijkssluiting, trouwt 1-7-1755 te ’s Gravenzande met Gerrit Sijmonsz DE BRUIN, gedoopt 18-9-1729 te Delft, begraven 13-1-1792 te Naaldwijk, zoon van Sijmon Jansz DE BRUIN en Ingetje Rookes SNEL. Jochum Cornelisz VREUGDENHIL, gedoopt 22-7-1731 te ’s Gravenzande, ovl na 1771, trouwt 28-9-1755 te ’s Gravenzande met Maartje Paulus VAN DER HANS, gedoopt 21-12-1727 te Naaldwijk, dochter van Paulus Claasz VAN DER HANS en Clara Willems VAN VELSEN. Uit het huwelijk worden 8 kinderen geboren, vijf dochters en drie zoons. Thomas Cornelisz VREUGDENHIL, gedoopt 15-2-1733 te ’s Gravenzande, begraven 22-3-1805 te Honholredijk, 72 jaar oud, getrouwd met Aagje Jans IJSERMAN, gedoopt 21-11-1745 te ’s Gravenzande, ovl 19-4-1817 te Naaldwijk, 71 jaar oud, dochter van Jan Theunisz IJSERMAN (1712-1764) en Lysbeth VREUGDENHIL (1706-1780). Neef en nicht krijgen de kinderen: Cornelis Thomasz (1775-1820) en Elisabeth (1777-1853).

Uit het huwelijk van oudovergrootouders Cornelis en Annetje zijn de volgende kinderen geboren: Cornelis, gedoopt 20-3-1735 te ’s Gravenzande, vermoedelijk jong overleden. Jannetje, gedoopt 22-4-1736 te ’s Gravenzande, begraven 25-11-1768 te Naaldwijk, 32 jaar oud, getrouwd met Pieter Arijsz VAN GEEST, gedoopt 9-9-1736 te Naaldwijk, zoon van Arij VAN GEEST en Annetje Aartse DE HAAN. Geertje, gedoopt 20-4-1738 te ’s Gravenzande, ovl 20-1-1813 te Naaldwijk, 74 jaar oud, trouwt (1) op 9-10-1763 te Loosduinen met Ary Willemsz VAN DOP, gedoopt na 1741 te Naaldwijk, “jonge man van Honholredijk”, zoon van Willem VAN DOP en Hilletje Abramse WESTERLEE. Geertje trouwt (2) met Arend Jorisz VAN DEN BURG, gedoopt 9-9-1753 te De Lier, tapper, ovl 29-8-1839 te Naaldwijk, 85 jaar oud, zoon van Joris Leendertsz VAN DEN BURG en Jannetje Willemse NOORDERVLIET. Cornelis Cornelisz VREUGDENHIL, gedoopt 19-6-1740 te ‘s Gravenzande (kw 94). Jan, gedoopt 24-2-1743 te ’s Gravenzande. Lucas Cornelisz, gedoopt 12-7-1744 te ’s Gravenzande, arbeider, ovl 12-9-1814 te De Lier, 70 jaar oud, trouwt 22-8-1779 te De Lier met Jaapje Cornelisse VAN DER KNIJF, gedoopt 26-12-1757 te ’s Gravenzande, ovl 9-2-1817 te Naaldwijk, 59 jaar oud, dochter van Cornelis VAN DER KNIJF en Kaatje Klaasse KUIJPER. Lucas en Jaapje krijgen 10 kinderen waarvan een aantal jong overlijden. Maria, gedoopt 25-12-1746 te ’s Gravenzande, begraven 23-12-1795 aldaar, 48 jaar oud. Getrouwd met Leendert VAN DER BEUKEL, gedoopt 20-3-1743 te De Lier, zoon van Arie Jansz VAN DER BEUKEL en Maartje Leendertse RODENBURG. Lena, gedoopt 16-4-1749 te ’s Gravenzande, ovl 28-12-1812 te Naaldwijk, 63 jaar oud, trouwt 23-2-1772 te ’s Gravenzande met Teunis Cornelisz STELMAN, gedoopt 28-12-1749 te Maasland, spuiwachter op de Delflandsche buitenspui op het Oranje Gors, zoon van Cornelis Gerritsz STELMAN en Jaapje Stoffels VAN DER HOF. Elsje, gedoopt 9-1-1752 te ’s Gravenzande. Andries, gedoopt 20-5-1753 te ’s Gravenzande.

Bron Ad Koelemij noemt Marijtje CONTE als moeder van Cornelis Cornelisz. Het is mogelijk dat zij dus op plek 189 in onze kwartierstaat thuishoort. Drie andere bronnen noemen echter Annetje Cornelisse VAN DE(n) HOEVEN. De dubbelop-naam Cornelis Cornelisz past ook beter bij Annetje Cornelisse als moeder. Oudovergrootvader Cornelis Jochumsz had plaatselijk de bijnaam Kees de Kraaij, “omdat hij nogal eens zijdelings betrokken was bij diefstal van zalm uit fuiken.”

  1. Arie Cornelisz SAARLOOS, gedoopt 11-11-1696 te Numansdorp (Hoeksewaard, ZH), tr 7-10-1742 te Goudswaard, hij 45, zij ca 40, met
  2. Pieternella VAN DE(N) BOOGERT (Pietertje Cornelisse van den Boogaard), geb Goudswaard 1702 (haar moeder Maria SPUIDIJK (kw 383) ovl april 1702, 23j, mogelijk in het kraambed). Pieternella is weduwe van Lucas Jochemsz VREUGDENHIL.

Er is een kind op komst: Lena Ariese SAARLOOS (kw 95), doop Goudswaard 13-2-1743. Deze dochter Lena trouwt 21-10-1764 te Naaldwijk met Cornelis Cornelisz VREUGDENHIL (kw 94), een neef van haar moeders eerste echtgenoot, Lucas VREUGDENHIL. Uit huwelijk Goudswaard 2-12-1724 van Pieternella en Lucas waren 5 kinderen geboren: Geertje VREUGDENHIL (1725), Cornelis (1726), Jobje (1728), Joihannes (1731) en Leysbeth (1732).

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. (= ook 220). Minne Wybes, geb ca 1700, ovl voor 1769, trouwt 14-1-1720 te Haskerhorne met
  2. (= ook 221). Martjen Franckes, ovl te Joure in 1769.

Oudovergrootouders in de DE JONG-lijn via zoon Jacob Minnes (kw 96 en 110) langs twee vertakkingen: Pier Jacobs (kw 48) en Joltje Jacobs (kw 55)

Bij Quotisatie van 1749 staat Minne Wiebes te Haskerhorne vermeld als boer, redelijk in staat. Aanslag 43 Caroliguldens. Gezin met 5 personen ouder dan 12 jaar. Stemkohier 1728 Haskerhorne (Haskerland) Stem nr. 15. Zakelijk gerechtigden: Jr. Philip Fredrik Vegelin van Claarbergen, grietman over Haskerland, eigenaar Minne Wybes, gebruiker Stemkohier 1728 Haskerhorne (Haskerland) Stem nr. 16. Zakelijk gerechtigden: Jr. Philip Fredrik Vegelin van Claarbergen, grietman over Haskerland, eigenaar Minne Wybes, gebruiker Stemkohier 1728 Oudehaske (Haskerland) Stem nr. 39. Zakelijk gerechtigden: Cyprianus Tadema, secretaris van Haskerland, eigenaar Minne Wybes, gebruiker

Uit dit huwelijk (doopregister Herv.gemeente Haskerhorne):

Wybe Minnes, geb. 1-11-1720, ged. 17-11-1720. Op 5-12-1762 trouwen te Haskerhorne: Wybe Minnes, Haskerhorne, en Hendrikjen Jans, Aengwirden. Francke, geb. 6-4-1723, ged. 30-4-1723. Jong overleden. Reinskjen Minnes, geb. 1-3-1725, ged. 25-3-1725. Op 31-1-1751 trouwen te Haskerhorne: Jan Dirks en Renskje Mennes, beide uit Haskerhorne. Francke, geb. 13-1-1727, ged. 19-1-1727. Op 2-5-1756 trouwen te Oudehaske: Franke Minnes, Haskerhorne, en Sibbeltje Foppes, Oudehaske. Franke was boer, diaken en ouderling, overleden voor 1773, hoogstens 46 jaar oud. Sibbeltje Foppes HORNSTRA is 8-3-1733 geboren te Haskerhorne, overleden 2-1-1813 te Oosterzee, 79 jaar oud. Uit dit huwelijk Minne Frankema*), geb. 7-3-1757 (kwartierstaat KLOMPMAKER). Jacob Minnes (kw 96 en 110), geb. 10-1-1728, ged. 24-10-1728. Jan Minnes, geb. 2-1-1731, ged. 21-1-1731. Op 4-5-1760 trouwen te Haskerhorne: Jan Minnes, Haskerhorne, en Kunnigien Pieters, Broek. Jolt, gedoopt 18-1-1733, de dopeling is overleden.

*) Deze kleinzoon van Minne Wiebes neemt in 1811 niet de naam MINNESMA maar FRANKEMA aan (later FRANKENA): Minne Frankes FRANKEMA te Haskerhorne. Met de kinderen: Franke (27), Meine (25, Oudehaske), Sibbeltje (13), Tjitske (10), Jantje (8), Siebrigje (5) en Siebe (2). Als Minne Frankes FRANKENA staat hij in 1811-register ook nog vermeld als voogd van Ids Lauwrens de Jong (eerder kind van zijn tweede vrouw?).

  1. Pier (= ook kw 222). Pier Piers?
  2. (= ook kw 223). Joukje Ages?

Oudovergrootouders in de DE JONG-lijn via dochter Aafke Piers (kw 97 en 111) langs twee vertakkingen: Pier Jacobs (kw 48) en Joltje Jacobs (kw 55). Verondersteld wordt dat Aafke Piers ca 1743 is geboren en op rond 17-jarige leeftijd in 1760 te Joure trouwde met Jacob Minnes. Haar doop komt niet in registers van die tijd voor.

Bij de Quotisatie van 1749 komen vier gezinshoofden Pier in de lijsten van Haskerland voor, van wie 3 niet als vader van Aafke in aanmerking komen omdat in hun gezin geen jonge kinderen aanwezig zijn. Alleen Pier Piers te Joure meldt kinderen jonger dan 12, zelfs 4 stuks. Naast 5 oudere gezinsleden. Maar het doopboek van de Herv.Gem. te Joure meldt maar 3 kinderen van Pier Piers en Joukje Ages die in 1749 jonger dan 12 konden zijn: de dochters Trijntje, gedoopt 27-8-1741, Saapke, gedoopt 17-1-1745, en Pytje, gedoopt 21-4-1748. Aafke Piers, geboren in 1743, zou als vierde kind jonger dan 12 in dit rijtje niet misstaan, en Pier noemt er 4 in 1749. Hij is van beroep schipper en coopman (aanslag 50 Caroliguldens, niet mis), wat de mogelijkheid openlaat dat de geboorte en doop van Aafke op een door slecht weer langer dan voorzien durende reis plaats vond. Zoals het in de winter van 1815 onze oudvader Durk Eelkes WOUDSTRA (kw 38), ook een schipper uit Joure, overkwam dat hij in Zeeland vast bleef zitten, zodat de geboorte van zijn dochter Bonje (kw 19) te Tholen gebeurde en werd ingeschreven. Volgens Buisman was de winter van 1743 ook niet vriendelijk voor de zeilende schippers. Gemotoriseerd varen werd pas meer dan een eeuw later gemeengoed.

PRO MEMORIE: Pier Piers, geb ca 1700, trouwt rond kerst 1726 (derde proclamatie 22-12-1726) te Joure met Joukje Ages, gedoopt 12-10-1704 te Joure, dochter van Aage Johannes en Corneliske Jans. Pier Piers, ouders niet vermeld, gehuwd met Joukje Ages, wordt 28-1-1729 in de Herv.Gem.Joure gedoopt op belijdenis. Zoeken in nog oudere doopregisters naar zijn herkomst mogen we vergeten. Tussen 1726 en 1729 waren al twee pasgeborenen uit het huwelijk van Pier en Joukje gedoopt. Het doopregister meldt de volgende namen, - de naam van Aafke heb ik er op (valse) aanname tussen gezet: 1. Knieleske (Corneliske), gedoopt 19-19-1727, jong overleden 2. Pier, 19-12-1728, jong overleden 3. Pier, 25-5-1732 4. Age, 31-10-1734 5. Cnieleske (Corneliske), 10-1-1737 6. Trijntien, 27-8-1741 7. Aafke, 1743…? 8. Saapke, 17-1-1745 9. Pytje, 21-4-1748

  1. Franke Meyes, geb ca 1685 (?), trouwt 5-2-1713 met
  2. Nan(ke) Sybrens, overl 1763 (kerkboek Uitwellingerga).

Volgens de huwelijksmelding woonde Franke in Idzega (bij Heeg) en Nanke in Oppenhuizen. In Oppenhuizen/Uitwellingerga, gaan ze wonen. Een andere melding (DTB-boek Oppenhuizen/Uitwellingerga) meldt Franke Meijes afkomstig van Oudega, 7-11-1713. Beide zijn ze als lidmaat van de Herv.gemeente Uitwellingerga in 1740 genoteerd. In 1728 (stemkohieren) is Franke Meyes eigenaar en gebruiker van de stemhebbende plaats nr 3 te Uitwellingerga en gebruiker van de stemhebbende plaats nr 2. Stemkohier 1728 Uitwellingerga (Wymbritseradeel) Stem nr. 2. Zakelijk gerechtigden: Jr. Duco Gerrolt Martena van Burmania, grietman over Wymbritseradeel, eigenaar Opm. Heeft van "den Landschappe" (de Staten van Friesland) gekocht een stuk land, groot 1,5 pondemaat, met het hornleger, huissteed en de stem Franke Meyes, gebruiker Stemkohier 1728 Uitwellingerga (Wymbritseradeel) Stem nr. 3. Zakelijk gerechtigden: Franke Meyes, eigenaar en gebruiker Hoe hij eigenaar werd van stem 3 verdient nog verder onderzoek. In 1698 was deze plaats voor de helft eigendom van Seigneur Isbrandt Oosterhout en voor de helft van de kinderen van zijn overleden zuster (Pybe Hommes gebruiker).

Bij de Quotisatie van 1749 wordt Franke Meyes vermeld als “redelijke boer” te Uitwellingerga, aanslag 29 Caroliguldens, gezin met 4 personen ouder dan 12. De zoon Meye Frankes wordt in Quotisatiekohieren apart vermeld, als “arme boer” te Uitwellingerga, aanslag 25 Cgldns, gezin van 4 personen, waarvan 2 jonge kinderen. De schoonzoon Wybe Heins wordt vermeld als “gemeene boer”, aanslag 27 Cgldns, gezin van 4 personen, wv 2 jonge kinderen. Verschil tussen “redelijk”, “gemeen” (gewoon) en “arm” lijkt nogal willekeurig.

Uit huwelijk van Franke Meyes en Nanke Sybrens (doopboek Herv.gemeente Oppenhuizen/Uitwellingerga): Sybren Frankes, doop 10-12-1713 Meye Frankes (kw 98 en 108), doop 8-12-1715 Epcke Frankes, dochter, doop 1-8-1717, trouwt 31-1-1745, zij 27, hij 27, met Wybe Heins, doop 26-2-1717, ovl Uitwellingerga 1771, zv Hein Tjeerds en Antje Wybes. Uit huwelijk van Epcke Frankes en Wybe Heins de kinderen: -1. Hein Wybes ZIJLSTRA (1745-1817). – 2. Lammert (1747). – 3. Franke Wybes ZIJLSTRA (1754-1812). – 4. Antje (1752). – 5. Tjeerd (1757). Nog aan te vullen. Lammert Frankes, doop 24-12-1719 Willem Frankes, doop 1-1-1724, tr Oppenhuizen/Uitwellingerga 28-11-1762, hij 37, zij 19, met Palskjen Theewis, doop Idskenhuizen/Legemeer (Doniawerstal FR) 4-8-1743, dv Teeuwes Harings en Geertje Pyters. Volgens huwelijksmelding is de jonge Palskjen dan ook te Oppenhuizen/ Uitwellingerga ingeschreven. Haar vader Thaevis (Teeuwes) Harings was boer te Legemeer (indien dit haar vader is).
— Uit huwelijk van Willem Frankes en Palskjen Teeuwes de kinderen: - 1. Nantje, geb 15-9-1763, ovl 16-11-1763, 2 mnd oud). – 2. Franke, geb 14-11-1764, doop 25-11-1764. – 3. Theewes Willems FRANKENA, geb 26-8-1767, doop 6-9-1767, ovl 31-1-1840, 72jr, weduwnr, tr 25-2-1798 met Anneke Nannes. – 4. Nantje, doop 26-1-1772, ovl 15-1-1846, 74j, weduwe, tr 30-7-1796 met Gerben Durks LANTING, ovl 10-11-1843, 86j oud. – 5. Lammert Willems FRANKENA, geb 23-2-1774, doop 13-3-1774, ovl 24-11-1866. 92j, weuwnr, tr 7-6-1801 met Tryntje Johannes RUDOLPHI, geb Jutrijp 22-2-1780, doop 27-2-1780, ovl 14-1-1829, 49j, gehuwd, dv Johannes RUDOLPHI en Afke Louws. – 6. Sybren, geb 12-7-1778, doop 16-8-1778.

Bij naamsregistratie van 1811 melden zich kleinzonen van Franke Meyes en Nanke Sybrens, uit huwelijk van jongste zoon Willem Frankes met Palskjen Teeuwes, voor inschrijving van de FRANKENA-gezinsnaam. Verdere familieleden gaan die naam (soms FRANKEMA geschreven) daarna ook gebruiken. Die kleinzonen zijn: Lammert Willems FRANKENA (meldt 1811 de kinderen Willem (6j), Johannes (3j) en Palskjen (3mnd)) en Thewes Willems FRANKENA (gehuwd, geen kindren, in 1830 ouderling van Herv Gem Oppenhuizen/Uitwellingerga). Lammert Willems FRANKENA in 1836 vermeld als ouderling bij die kerk.

  1. Hans Ellerts (Elderts, Ellarts), trouwt in 1728 met
  2. Gerbrig Annes

In het kerkregister van de Herv.Gem. Joure wordt 11-4-1728 3de proclamatie van het huwelijk gemeld en attestatie voor Gerbrig naar St.Nicolaasga. Op 16-4-1728 wordt door de kerk te Luxwoude voor Hans Elderts een soortgelijke attestatie verstrekt, zonder vermelding van waarheen. Aan te nemen is dat Hans in 1728 te Luxwoude kerkelijk was ingeschreven (Herv.gem Langezwaag-Kortezwaag-Luxwoude, Opsterland) en Gerbrig te Joure (Haskerland). En dat het huwelijk te St.Nicolaasga (Doniawerstal) plaatsvindt (geen melding in trouwregister St.Nicolaasga). Dopen van kinderen worden gemeld in de Herv.gemeente Broek-Goïngarijp, bij Joure en niet bij St.Nicolaasga. In 1749 (Quotisatie) wel melding van Hans Ellarts te St.Nicolaasga, “sobre boer”, gezin 3 personen ouder dan 12, aanslag 20 Cgldns. Wanneer deze gegevens op elkaar aansluiten, is er nog wel een en ander te verduidelijken. Gerbrig Annes bijvoorbeeld: voor 1749 overleden? In 1749 dan Hans gezin met zoon Wytse en dochter Lijsbert: 3 personen ouder dan 12.

Kinderen uit huwelijk Hans Ellerts en Gerbrig Annes (dopen Goingarijp-Broek): Ellert Hanses, gedoopt 16-3-1729. Anne Hanses, gedoopt 15-11-1730 Wytse Hanses, gedoopt 30-3-1732, tr Ypecolsga (Wymbritseradeel) 4-1-1756 met Ymkjen Klaazes. Uit dit huwelijk 10 kinderen (dopen Herv. Gem Langweer-Teroele-Indijken-Boornzwaag, bij laatste 2 kinderen Indijken genoemd als geboorteplaats): - 1. Gerbrig 21-11-1756. – 2. Klaas 17-12-1758. – 3. Hans 21-12-1760. – 4. Tryntje 7-11-1762. – 5. Jan 18-12-1763. – 6. Pyter 4-5-1766. – 7. Anne 19-3-1769. – 8. Bouwe 5-1-1772. – 9. Kerst, geb Indijken 19-7-1774, doop Langweer 14-8-1774. – 10. Tryntje, geb Indijken 28-2-1777, doop Langweer 9-3-1777. Lijsbe(r)t Hanses (kw 99), gedoopt 27-9-1733, ovl Langweer 14-1-1815, 80j, weduwe, tr Joure 12-10-1755 met Meye Frankes (kw 98)

198.3. Nakroost van Wytse Hanses en Ymkjen Klaazes Bij de naamaanneming van 1811 melden zich 4 zonen uit het huwelijk (Jan, Pieter, Anne en Kerst/Karst) die ieder voor zich en kinderen de naam HOOGLAND laten registreren. Welzeker dus gekozen “familienaam”. Ook oudste dochter Gerbrig meldt zich, voor de tweede maal weduwe, als Gerbrig Wytzes HOOGLAND, maar laat de SCHAAFSMA-naam registreren (eerst “Schaapsma” geschreven). Ze is laatst weduwe van Auke Jacobs en de familie van Auke gebruikt de naam SCHAAFSMA. 1. Gerbrig Wietzes HOOGLAND, doop 21-11-1756, ovl 7-9-1834. 77j, weduwe. Trouwt Langweer 18-6-1786, zij 29, hij 30, met Pieter Roukes, doop Langweer 16-5-1756, zv Rouke Stevens en Gatske Pieters. Uit huwelijk van Gerbrig en Pieter 2 kinderen: Rouke, geb 2-4-1787, doop 15-4-1787, en Ymkjen, geb 12-3-1789, doop 12-4-1789. Pieter Roukes is overleden, ca 35j oud.
— Gerbrich Wytzes tr (2) Langweer 29-5-1796, zij 39, met Auke Jacobs, ovl 20-7-1811. Bij de naamaanneming 1811 meldt zich te Langweer Gerbrig Wytzes HOOGLAND, weduwe van Auke Jacobs SCHAAFSMA (“Schaapsma” geschreven), met de kinderen (volgens transcriptie bij Tresoar: Bouke (24, Lemmer), Impjen (22, Indijk), Jacob (14, Indijk) en Wytze (11, Indijk).
— Bouke (= Rouke) en Impjen (= Ymkjen) zijn uit haar eerste huwelijk. Jacob en Wytze uit haar tweede huwelijk: Jacob, geb 23-7-1797, doop 6-8-1797, en Wytze, geb 19-6-1800, doop 6-7-1800. Weduwe Gerbrig volgt naamaanneming van de familie van Auke Jacobs voor haar kinderen. Meldt zichzelf als HOOGLAND maar door haar manier van inschrijving krijgen de kinderen de SCHAAFSMA-naam mee, ook de kinderen uit haar eerste huwelijk. 2. Klaas 3. Hans 4. Tryntje 5. Jan Wytzes HOOGLAND, doop 18-12-1763, ovl 23-2-1848, 84j, wednr, tr Langweer 12-6-1791 met Foekjen Jans. Bij naamaanneming 1811 meldt hij zich wonend te Doniaga met de naam HOOGLAND en kinderen: Wytze (19), Jan (16), Imkjen (15), Fogeltje (13), Bouwe (11), Sytske (8), Pieter (7) en Trijntje (4). 6. Pieter Wytses HOOGLAND, doop 4-5-1766, ovl 12-8-1846, 80j, wednr. Bij overlijden vermeld als weduwnaar, maar (nog) geen huwelijk vermeld gevonden. Bij naamaanneming 1811 meldt hij zich wonend te Tjerkgaast als HOOGLAND. Geen kinderen vermeld. Nog aan te vullen. 7. Anne Wietzes HOOGLAND, doop 19-3-1769, ovl 3-10-1826, 57j, wednr, tr Langweer 19-5-1799 met Christina Sibrens Bij naamaanneming 1811 meldt hij zich wonend te Boornzwaag met de naam HOOGLAND en kinderen: Wietze (11), Feikjen (9), Iempkjen (7), Siebren (5) en Antje (1). 8. Bouwe 9. Kerst (Karst) Wytzes HOOGLAND, geb Dijken 19-7-1774, doop 14-8-1774, ovl 26-11-1826, 47j, wednr, tr Langweer 30-5-1802 met Froukje Fetzes, afkomstig van Oudega (Hemelumer Oldeferd, FR). Bij naamaanneming 1811 meldt hij zich wonend te Indijken (Dijken) met de naam HOOGLAND en kinderen: Imkjen (8), Fetze (6), Uilkjen (4), Wytze (2) en Neltje (2 weken oud). 10. Tryntje Wietzes HOOGLAND, geb Dijken 28-2-1777, doop 9-3-1777, ovl Doniawerstal 8-5-1843, 67j, weduwe, tr Langweer 24-5-1801, met Gerben Rintjes, hij van Idskenhuizen, zij van Langweer. Uit het huwelijk (geboortedata Langweer): Rintje 29-11-1803, Ynske en Ymkjen 6-10-1806, Wietze 5-9-1809, Ime 7-8-1813, Aafke 3-1-1817 en Ymkjen 26-1-1821.
— Bij naamaaneming 1811 geen registratie gemeld door Gerben Rintjes. Bij geboorte-aangifte van kind Ime in 1813 worden ouders vermeld als Gerben Rintjes GERBENS en Tryntje Wytzes ZANDSTRA. Gerben Rintjes ovl 13-1-1823, 49j, gehuwd, met GERBENS-achternaam. Tryntje ovl 8-5-1843, 67j, weduwe, als Tryntje Wietzes HOOGLAND vermeld.
— Gezien de vernoemingen is Gerben Rintjes geboren Hindeloopen 5-6-1774, zv Reintje Gerbens en Inske Annes. Dit nog te herzien. Aanvullingen mogelijk.

  1. Wytse Oenes (OENEMA), geb 29-12-1712, doop Nieuwjaarsdag 1-1-1713 (Ouwsterhaule), trouwt Haskerhorne 20-9-1737, hij 24, zij ca 20, met
  2. Rinske Foppes, doop Joure 9-5-1717, dv Foppe Hinnes, verver, en Wytske Annes (mogelijk foutieve aanname, zie Foppe Hinnes, kw 402 ).

Bij quotisatie 1749 wordt Wytse Oenes te Ouwsterhaule (Doniawerstal) vermeld als “kleyne boer, schoolmeester” en aangeslagen voor 40 Caroliguldens. Gezin van 7 personen, waarvan 4 kinderen jonger dan 12. Die 4 jonge kinderen in doopregister terug te vinden (Oene, Rinke, Jikke en Geertje).

Uit dit huwelijk: Oene Wytses OENEMA (kw 100), geb 15-1-1741, doop 22-1-1741, ovl Oldeouwer 1-5-1815, tr 1768 met Geeske Jochems (RUITER, kw 101). Oudgrootouders in onze kwartierstaat. Zie verder bij GENERATIE 7. Meldt bij naamaanneming 1811 OENEMA-naam. Rinke Wytses, geb 24-1-1743, doop 8-2-1743, trouwt (1) Ouwsterhaule 20-10-1776, hij 33, zij 20?, met Akke Tjeerds en (2) Ouwsterhaule 17-1-1790, hij 46, zij 23?, met Aafjen Kleises. Rinke is schoolmeester, zoals zijn vader. Uit eerste huwelijk een dochter Akke Rinkes, geb 4-12-1777, doop 29-12-1777 (mogelijk vernoeming naar in kraambed overleden jonge moeder?). Uit tweede huwelijk de zonen Wytze Rinkes OENEMA, geb 9-9-1790, doop 12-9-1790, en Kleis Rinkes, geb 23-12-1791, doop 27-12-1791. Bij naamaanneming 1811 meldt Wytze Rinkes te Ouwsterhaule OENEMA-naam. Mogelijk de enige dan nog levende uit gezin van Rinke.
— Wytze, geb 9-9-1790, ovl 13-6-1831, 40j, gehuwd, tr 10-9-1813, hij 23, zij 19, met Grietje Sipkes SEVENSMA, geb Langweer 30-12-1793, doop 12-1-1794, ovl Doniawerstal 2-6-1862, 62j, weduwe, dv Sipke Brands SEVENSMA en Janke Romkes. Uit huwelijk van Wytze OENEMA en Grietje SEVENSMA 7 kinderen. Zie 200.2. Nakroost Foppe Wytses, geb 7-4-1745, doop 11-4-1745, jong overleden. Jikke Wytses, geb 15-5-1746, doop 19-5-1746, trouwt 20-10-1765 met Rein Freerks RODEMA te Oosterzee (Lemsterland), kinderen: Rein, Rinske en Wytse Rodema. Geertje Wijtses, geb 2-11-1748, doop 3-11-1748, trouwt 6-3-1770 met Boote Meines, jongste zoon van Meine Botes en Gooitske Foppes. Foppe Wijtses, geb 9-10-1750, doop 11-10-1750, jong overleden. Foppe Wijtses, geb 2-12-1751, doop 5-12-1751 Hendrik Wijtses, geb 12-10-1754, doop 13-10-1754, ovl 10-9-1827, 73j, wednr ? xxxxxxx Harmen Wijtses, geb 3-6-1757, doop 5-6-1757 Tiede Wytses (Tjedde, Tyde), geb 16-11-1759, doop 18-11-1759, tr (1) ca 1783, hij ca 23, met Gertje Tjeerds, tr (2) Oldeouwer 12-10-1800, hij 40, met Grietje Harmens. Uit eerste huwelijk 5 kinderen, uit tweede huwelijk 3. Bij naamaanneming 1811 melden zich met OENEMA-naam twee van zijn zonen uit eerste huwelijk: Wietze Tydes OENEMA te Oosterzee, en Tjeerd Tiedes OENEMA te Follega (mairie Oosterzee).
— Dat die jongens te Oosterzee/Follega belandden (Lemsterland, FR), is niet zo vreemd want vader Tiede Wytses is daar met gezin ca 1805 heen verhuisd. Vader Tiede is er kort hierna overleden. Zie notitie 200.10. Nakroost,

Notitie 200.2. Nakroost van Rinke Wytzes (OENEMA), Schoolmeester/kleine boer te Oldeouwer/Ouwsterhaule. Rinke Wytzes, geb Oldeouwer 24-1-1743, tweede zoon van Wytze Oenes (kw 100, deze in 1749 vermeld als kleyne boer en schoolmeester), lijkt in het pad van zijn vader te zijn getreden. Zeker in 1791 staat Rinke ook als schoolmeester vermeld. Volgens kerkregister trouwt hij 20-10-1776, hij is dan 33, met Akke Tjeerds. Over Akke Tjeerds niet veel dan wel niets terug te vinden, behalve die trouwmelding. En het feit dat uit het huwelijk een dochter wordt gedoopt 29-12-1777: Akke genoemd. Dit kan erop wijzen dat de jonge moeder Akke Tjeerds in het kraambed overleed.

Volgens kerkregister is Rinke Wytzes ruim 10 jaar later opnieuw getrouwd. Nu 17-1-1790, hij 46, met Aafjen Kleises. Uit dit huwelijk 2 kinderen gerapporteerd (doopregisters): Wytze, geb 9-9-1790, en Kleis, geb 23-12-1791. Bij de naamaanneming van 1811 laat zoon Wytze, hij is dan 21 en nog ongehuwd, wonend te Ouwsterhaule, zich registreren als Wytze Rinkes OENEMA.

Wytze (Wietse) Rinkes OENEMA wordt 40j oud, ovl Doniawerstal 13-6-1831. Hij trouwt 10-9-1813 (gister 23 geworden) met Grietje Sipkes SEVENSMA, die bijna 20 is (geb 30-12-1793, ovl 2-6-1862, 68j, weduwe). Uit huwelijk van Wytze en Grietje de kinderen: Janke Wytzes OENEMA, geb 5-9-1814, ovl 4-6-1882, 67j, gehuwd, tr Doniaw 5-12-1840, zij 26, hij 27, met Tjebbe Douwes VAN DER MEER, Rotsterhaule/Rohel (Schoterland) 26-3-1813, ovl Doniaw 24-3-1900, 86j, wednr, zv Douwe Tjebbes VAN DER MEER en Geesje Tjerks GREVELINK.
— Bij huwelijk met Janke is Tjebbe al weduwnaar: eerste huwelijk Schoterl 22-6-1836, hij 23, zij 19, met Jantje Hylkes VISSER, geb Delfstrahuizen (Schoterland) 24-11-1816, ovl Rotsterhaule 24-8-1838, 21j, gehuwd, dv Hylke Johannes VISSER en Klaaske Frankes KOK. Uit dit prille huwelijk neemt Tjebbe de dochter Geeske mee, geb 19-4-1837, 16 mnd bij overlijden van moeder Jantje, 44 mnd bij huwelijk van Tjebbe met Janke die haar dus verder verzorgd heeft.
— Uit huwelijk van Janke en Tjebbe 8 kinderen van wie in ieder geval 5 jong overlijden: - 1. Grietje, geb Doniaw 27-9-1841, ovl Schoterl (StJohannesga) 13-9-1842, 11 mnd oud. – 2. Grietje Tjebbes VAN DER MEER, geb StJoh 13-4-1843, ovl ????, tr Schoterl 11-7-1869, zij 26, hij 27, met Broer Bernardus HOLTROP, geb Delfstrahuizen xxxxx, zv Bernardus Broers HOLTROP en Eybertje Teunis WYNIA. – 3. Antje, geb StJoh 28-8-1845, ovl Doniaw 6-1-1871, 25j, ongehuwd. – 4. Douwe Tjebbes VAN DER MEER, geb StJoh 23-1-1848. – 5. Wytze Tjebbes VAN DER MEER, geb StJoh 7-6-1850, ovl ???, tr Doniaw 24-4-1874, hij 23, zij 26, met Trijntje Ruurds VELDHUIS, geb 7-11-1847, dv Ruurd Gerbens VELDHUIS en Annigjen Christiaan SMID. Trijntje bevalt 13-6-1874, twee maanden na huwelijksdatum, van een dochter. Deze overlijdt na enkele uren (naamloos). - 6. Sieboutje, geb Rotsterhaule 30-12-1852, ovl Doniaw 19-1-1873, 20j, ongehuwd. – 7. Sipke, geb Rotsterhaule 28-6-1856, ovl 19-12-1856, 6 mnd. – 8. Sipke, geb Rotsterhaule 22-5-1858, ovl 30-4-1878, 19j, ongehuwd. Rinke OENEMA, geb 16-3-1817, ovl 26-5-1817, 2 mnd oud Aafjen OENEMA, geb 25-6-1818, ovl (Aafke) 22-10-1820, 2 jr oud Rinke OENEMA, geb 26-7-1820, ovl 21-10-1834, 14j oud Sipke Wytzes OENEMA, geb 22-3-1823, ovl 25-3-1895, 72j, gehuwd, tr Doniaw 10-5-1855, hij 32, zij 27, met Tjerkjen Douwes VAN DER MEER, geb Rotsterhaule 18-11-1827, ovl Schoterl 7-10-1902, 74j, weduwe, dv Douwe Tjebbes VAN DER MEER en Geesje Tjerks GREVELINK.
— Bij huwelijk met Sipke is Tjerkjen weduwe van Johannes Douwes AKKERMAN met wie ze Schoterl 13-5-1848 is getrouwd, zij 20, hij 31, geb Rotsterhaule (“ACKERMAN”) 8-6-1816, ovl 1-10-1852, 36j, gehuwd, zv Douwe Johannes ACKERMAN en Akke Frankes AUKEMA. Uit korte huwelijk met Johannes neemt Tjerkjen 2 kinderen mee: Akke AKKERMAN, geb 22-5-1849, tr 11-5-1873, zij 23, hij 24, met Pier Wytzes BROUWER, en Douwe AKKERMAN, geb 6-6-1851, tr (1) 17-5-1874, hij 22, zij 21, met Antje KOK, geb Delfstrahuizen 11-4-1853, ovl Lemsterl 29-7-1901, 48j, gehuwd, dv Johannes Kerstes KOK en Baukje Hendriks BOUMA, tr (2) 14-1-1904, hij 52, zij 56, met Margje KRAAK, dv Koop Thijsses KRAAK en Annigje Hayes DE JONG.
— Sipke OENEMA krijgt door huwelijk met de jonge weduwe Tjerkjen (schoonzus van zijn zus Janke OENEMA) dus meteen al twee peuters in huis. Het gezin wordt niet veel uitgebreider: enkel de zoon Wietze Sipkes OENEMA wordt toegevoegd, geb Ouwsterhaule (Doniawerstal) 15-2-1856, ovl Haskerland 13-1-1938, 81j, wednr, tr Schoterl 8-5-1881, hij 25, zij 26, met Jeltje KOK, geb Rohel 21-2-1855, ovl Schoterl 21-7-1932, 77j, gehuwd, dv Johannes Kerstes KOK en Baukje Hendriks BOUMA (Jeltje is jongere zus van Antje KOK, getrouwd met Sipkes halfbroer Douwe AKKERMAN).
— Wietze OENEMA en Jeltje KOK krijgen 6 kinderen (allen geboren te Rotsterhaule): - 1. Sipke OENEMA, geb 29-9-1881 (4 mndn na huwelijk), tr 9-5-1907, hij 25, zij 28, met Baukje SIERDSMA, geb Rottum, dv Thee SIERDSMA en Sietske HOLTROP. – 2. Baukje, geb 26-3-1883, ovl Schoterl 30-10-1906, 23j, ongehuwd. – 3. Johannes Oenema, geb 1-2-1886, tr Schoterl 10-2-1909, hij 23, zij 22, met Aaltje WIND, geb Rottum, dv Kornelis WIND en Clasina NIJMEYER. – 4. Tjerk, geb 26-3-1888. – 5. Sjerkje OENEMA, geb 3-8-1891, tr Schoterl 8-5-1919, zij 27, hij 29, met Tjitte DE VRIES, geb Haskerhorne, zv Klaas DE VRIES en Antje VAN EYCK. – 6. Douwe OENEMA, geb 15-5-1893, tr Schoterl 12-5-1920, hij 26, zij 23, met Wiebigje Anna AKKERMAN, geb Rotsterhaule, dv Feike AKKERMAN en Tjaltje Ymkje YPEY. Jan OENEMA, geb 20-2-1829, ovl 12-6-1829, 16 wkn oud Brant OENEMA, geb 4-12-1830, ovl 28-4-1831, 20 wkn oud

Het lijstje van 7 kinderen uit huwelijk van Wytze Rinkes OENEMA en Grietje Sipkes SEVENSMA laat zien dat 5 jong overlijden en dat alleen oudste dochter Janke (wordt 67) en zoon Sipke (wordt 72) volwassen leeftijd bereiken. Beiden zijn ze getrouwd met kind uit gezin van Douwe Tjebbes VAN DER MEER en Geesje Tjerks GRE(E)VELINK. De dochter Janke Wytzes OENEMA (1814-1882) krijgt in huwelijk met Tjebbe Douwes VAN DER MEER 8 kinderen, van wie 3 volwassen leeftijd bereiken en huwelijken: Grietje, Douwe en Wytze VAN DER MEER. Volgens akte 11-10-1871 koopt Tjebbe samen met zwager Sipke Wietzes OENEMA voor 4700 gldn een stuk weidland bij Delfstrahuizen. Volgens akte van 5-4-1887 (notaris Terlet te Joure), Janke OENEMA is dan al overleden, neemt weduwnaar Tjebbe (Ouwsterhaule) met zonen Wietze (Oppenhuizen) en Douwe (Ouwsterhaule) plus schoonzoon Broer Holtrop (Tjerkgaast, gehuwd met Grietje) een lening van 4000 gld bij de welbekende financier Jan Jans RINKES te Joure. En volgens akte (notaris VanderMeer, Langweer) 20-8-1891 (boedelscheiding, scheiding van onroerende goederen te Oldeouwer): Betreft de scheiding van onroerende goederen te Oldeouwer, diverse waarden - Tjebbe Douwes van der Meer te Ouwsterhaule, weduwnaar van Janke Wytzes Oenema - Broer Bernardus Holtrop te Tjerkgaast, gehuwd met Grietje Tjebbes van der Meer - Wytze Tjebbes van der Meer te Hommerts - Douwe Tjebbes van der Meer te Ouwsterhaule

Notitie 200.10. Nakroost van Tiede Wytzes (OENEMA)

Tiede Wytses (Tjedde, Tyde), geb 16-11-1759, doop 18-11-1759, tr (1) ca 1783, hij ca 23, met Gertje Tjeerds, tr (2) Oldeouwer 12-10-1800, hij 40, met Grietje Harmens. Tiede is tweemaal getrouwd. Herkomst van Gertje Tjeerds resp Grietje Harmens nog niet duidelijk. Tiede is ca 1805 van Oldeouwer verhuisd naar Follega (bij Oosterzee, Lemsterland). In 1811 zou hij 52 zijn geworden. Maar waarschijnlijk enkele jaren eerder overleden. Bij naamaanneming van 1811 melden zich bij mairie Oosterzee zowel oudste zoon Wytze als jongere zoon Tjeerd met OENEMA-naam.

Uit eerste huwelijk (doopregister Oldeouwer) 5 kinderen, Gertje Tjeerds ovl in 1793 of kort erna: Wytze Tydes OENEMA, geb Oldeouwer 28-7-1784, doop 1-8-1784, ovl Lemsterland 3-5-1868, 83j, wednr, tr Oosterzee 27-5-1810, hij 25, zij 21, met Antje Sybrens BANGMA, geb Sloten (FR) 20-5-1789, doop 7-6-1789, ovl Lemsterl 20-8-1859, 71j, gehuwd, dv Sybren Jans BANGMA en Grietje Jacobs DOORNBOS. Bij naamregistratie 1811 meldt Wytze, wonend Oosterzee, OENEMA-naam.
— Uit huwelijk met Antje de kinderen: - 1. Tyde (Tiede) OENEMA, geb Oosterzee 19-8-1811, ovl Lemsterl 15-10-1881, 70j, ongehuwd gebleven. – 2. Grietje Wietzes OENEMA, geb 29-3-1814, ovl 17-12-1886, 72j, gehuwd, tr 16-6-1848, zij 34, hij 32, met Kleis Jans HOEKSTRA, geb 21-2-1816, wednr van haar zus Geertje. Uit huwelijk van Grietje en Kleis dochters Antje, geb 3-5-1851, ovl 9-11-1930, 79j, gehuwd, tr 19-5-1876 met Klaas Hendriks MUURLING, en Jantje HOEKSTRA, geb 4-4-1859, ovl 25-7-1859, 3mnd oud. – 3. Geertje Wietzes OENEMA, geb 27-5-1817, ovl 7-4-1846, 28j, gehuwd, tr Lemsterl 26-5-1844 (de dag voordat zij 27 wordt), zij 26, hij 28, met Kleis Jans HOEKSTRA, geb 21-2-1816, ovl 22-4-1887, 71j, wednr, zv Jan Kleizes HOEKSTRA en Jantje Wytzes DIJKSTRA. Uit huwelijk van Geertje en Kleis de zoon Jan Kleizes HOEKSTRA, geb 1-5-1845, ovl 30-1-1851, 5j oud. – 4. Sybren Wietzes OENEMA, geb 7-10-1820, ovl Leeuwarden 26-8-1859, 38j, gehuwd, tr Leeuwarden 21-2-1858, hij 36, zij 37, met Grietje WOUDSTRA, geb Baarderadeel 24-9-1820, ovl Lwrd 13-2-1874, 53j, weduwe, dv Ernst Sytzes WOUDSTRA en Antje Pieters HAMSTRA. Uit huwelijk van Sybren en Grietje geen kinderen.– 5. Annaatje Wietzes OENEMA, geb 19-10-1824, ovl Weststellingwerf 20-5-1889, 60j, gehuwd, tr Lemsterl 25-5-1849, zij 24, hij 24, met Jan Fokkes KLIJNSMA, geb Munnekeburen (WSW) 21-2-1825, ovl Delfstrahuizen (Schoterl) 9-1-1901, 75j, wednr, zv Fo(k)ke Meines KLIJNSMA en Antje Jacobs HAAGSMA. Uit huwelijk van Annaatje en Jan (allen geb Munnekeburen) zoon Fokke Jans KLIJNSMA, geb 1-3-1850, ovl Sneek 7-6-1935 (aang Gaasterl 13-6-1935), 85j, wdnr, tr Schoterl 2-11-1899, hij 49, zij 30, met Antje DRAAYER, geb Koudum (Hem.Oldeferd), dv Hendrik Jurjens DRAAYER en Lijsbert Pieters VAN HUIZEN. En de dochters: Geertje, geb 9-1-1852, tr Lemsterl 3-12-1875 met Klaas Sents KLIJNSMA; Antje, geb 27-11-1854, ovl Delfstrahuizen 30-8-1887 (aang Haskerl 9-9-1887), 33j, gehuwd, tr Lemsterland 11-6-1875, met Fokke Sents KLIJNSMA; Wietske, geb 7-5-1858, tr Schoterl 1-11-1894, zij 36, hij 46, met Lammert HOFSTRA, geb Knijpe, zv Pieter Syttes HOFSTRA en Maaike Sjoerds DIJKSTRA; Finne, geb 3-1-1862, ovl WSW 7-7-1866, 4j oud. Akke Tiedes OENEMA, geb Oldeouwer 8-4-1786, doop 16-4-1786, ovl Lemsterl 1-11-1856, 71j, gehuwd, tr Lemmer (beiden afk Follega) 15-11-1807, zij 21, hij 22, met Reindert Pieters DIJKSTRA, geb Follega 23-9-1785, doop 9-10-1785, ovl Doniawerstal 10-11-1863, 78j, wdnr, zv Pieter Douwes en Jeltje Jans. Uit huwelijk van Akke en Reindert (Rindert) 8 kinderen. Nog aan te vullen. Rin(t)ske Tydes, geb Oldeouwer 15-12-1788, doop 21-12-1788, jong overleden? Tjeerd Tiedes OENEMA, geb Oldeouwer 2-1-1790, doop 10-1-1790, ovl Haskerl 13-7-1846, 56j, gehuwd. Bij naamregistratie 1811 is Tjeerd 21, nog ongehuwd, wonend Follega (mairie Oosterzee). Hij laat OENEMA-naam registreren.
— Tjeerd trouwt (1) Lemsterl 3-12-1812, hij 22, zij ca 20, met Margjen Willems MUURLING, geb ca 1795, ovl Lemsterl 25-10-1815, 24j, gehuwd. Uit dit huwelijk een zoon Willem OENEMA , geb 9-10-1813, ovl 21-1-1814, 17 weken oud. Margjen overlijdt in het volgende jaar.
— Tjeerd trouwt (2) Lemsterl 13-9-1816, hij 26, zij 24, met Geesjen (Geeske) Klazes MUURLING, geb Oosterzee 9-11-1791, doop 4-12-1791, ovl Lemsterl 15-4-1882, weduwe (volgens akte 82j geworden, maar dit zou 90 moeten zijn – indien we het over dezelfde persoon hebben), dv Klaas Jochems MUURLING en Tjitske Roukes. Mogelijk was Geeske Klazes een nichtje van Margje Willems MUURLING.
— Uit tweede huwelijk van Tjeerd OENEMA minstens 5 kinderen. Tussen 1820 en 1830 woonden Tjeerd en Geesjen bij Oldemarkt (prov Overijssel) en de gegevens vandaar hebben we nog niet helemaal duidelijk. De 5 kinderen uit het huwelijk: - 1. Tjitske Tjeerds OENEMA, geb Lemsterl (Oosterzee) 26-3-1817, ovl Groningen 25-9-1894, 77j, weduwe (mogelijk in ziekenhuis te Groningen, aangifte Aengwirden 4-10-1894), tr Aengwirden (FR) 5-6-1842, zij 25, hij 26, met Steffen Harmens BIJL, geb Heerenveen (Schoterl), zv Harmen Steffens BIJL en Klaske Jogchems KINGMA. – 2. Geertje Tjeerds OENEMA, geb Doniawerstal 21-2-1819, ovl Doniaw (StNicolaasga) 6-1-1870, 50j, gehuwd, tr Doniaw 30-5-1840, zij 21, hij 22, met Eize Meines EIZEMA (Eyse EYSEMA), geb Doniaw 8-8-1817, ovl 13-1-1905, 87j, wednr, zv Meine EYSEMA en Naenke Johannes HOEKSTRA. Uit huwelijk van Geertje en Eize (Eyse) 8 kinderen. Zij hebben redelijk draaiend boerenbedrijf te StNicolaasga. Ook de jongere broers van Eyse, Johannes geb 19-6-1819, en Syne EIZEMA, geb 17-10-1823, mogen worden vermeld. Nog aan te vullen. – 3. Margje (Marrigjen) Tjeerds OENEMA, geb IJsselham (OVERIJSSEL) ca 1821, ovl Haskerland 28-12-1890, 69j, weduwe, tr Haskerl 7-12-1855, zij 34, hij 46, met Jacob BIESTERBOSCH, wednr van Janke Meintes DIJKSTRA, geb Haskerhorne 1809, ovl 1883, zv Anthony BIESTERBOSCH en Anna Jacobs MINNESMA (zie Generatie 7 kw 96.8.). Margje en Jacob krijgen zoon Tjeerd BIESTERBOSCH (Haskerl 1857-1937, gehuwd met Sibbeltje OOSTING 1856-1932) en dochter Geeske BIESTERBOSCH (Haskerl 1858-1939, gehuwd met Hendrik Klazes BLES 1859-1941). – 4. Klaas Tjeerds OENEMA, geb IJsselham (OVERIJSSEL) ca 1824, ovl xxxx, tr Haskerland 3-9-1854, hij 30, zij 29, met Elizabeth KATS, geb Langweer (Doniawerstal), dv Bartele Pieters KATS en Maaike Jans VEENSTRA. – 5. Tiete (Tiede) Tjeerds OENEMA, geb Haskerdijken (Haskerland) 18-1-1831, ovl Ooststellingwerf (FR) 11-9-1920, 89j, wednr, tr Haskerl 16-5-1858, hij 27, zij 25, met Anna (Annigje) KLOMPMAKER, geb Oudehaske 17-12-1832, ovl 26-9-1887 te Wateren (Diever, DRENTHE), 54j, gehuwd, dv Albert Thijs KLOMPMAKER en Johanna Anthonides BIESTERBOSCH (zus van Jacob BIESTERBOSCH bovengenoemd, zie Generatie 7 kw 96.8). Uit huwelijk van Tiede OENEMA en Anna KLOMPMAKER zes kinderen, de eerste drie geboren te Oudehaske (Haskerland), de volgende drie geboren te StNicolaasga (Doniawerstal). Op 9-11-1876 boelgoed gemeld, roerende goederen, door Tiede Tjeerds OENEMA te StNicolaasga (opbrengst 1097 gld). Gezin is daarna verhuisd naar zuidwest-Drenthe (Wateren/Diever). In 1887 verkoopt Tiede (wonend te Diever) een stuk weiland te Oudehaske voor 1185 gld dat hem of haar (Anna) in eigendom was of was gekomen (door erflating). Later in dat jaar overlijdt Anna te Wateren, 54j oud. Tiede wordt 89 en overlijdt in Ooststellingwerf (FR). Daar (Elsloo/Boijl) woont dochter Grietje, gehuwd met Wijbe PRAKKEN. Foppe Tydes, geb Oldeouwer 24-7-1793, doop 4-8-1793, jong overleden.

1870 Langweer, notaris R. Barends Boedelbeschrijving - Eize Meines Eizema, landbouwer te St. Nicolaasga, weduwnaar van Geertje Tjeerds Oenema als vader van en voogd over Tjeerd, Ymkjen, Antje en Tjitske Eizes Eizema - Siebren Hielkes Hoekstra, landbouwer te St. Nicolaasga gehuwd met Njaenkjen Eizes Eizema - Meinte Jacobs Bijsterbosch, landbouwer te Sintjohannesga, gehuwd met Geeske Eizes Eizema Repertoirenr.: 61 d.d. 19 oktober 1870 1878 Langweer, notaris J.�Zijlstra Provisionele en finale toewijzing Betreft de verkoop van een zathe en landen te St.Nicolaasga, koopsom fl. 50.908 - Eize Meines Eizema te St. Nicolaasga, verkoper, tevens als voogd over Tjitske Eizes Eizema - Hylke Bultsma te St. Nicolaasga, gehuwd met Njaenkjen Eizes Eizema, verkoper - Njaenkjen Eizes Eizema te St. Nicolaasga, weduwe van Sybren Hylkes Hoekstra, gehuwd met Hylke Bultsma, verkoper, tevens als voogd over Hylke, Geertje, Meine, Geeske, Sytske en Sybren Sybrens Hoekstra - Tjeerd Eizes Eizema te St. Nicolaasga, verkoper - Meinte Jacobs Bijsterbosch te Oudemirdum, gehuwd met Geeske Eizes Eizema, verkoper - Jouke Klazes Wielinga te Idskenhuizen, gehuwd met Ynskjen Eizes Eizema, verkoper - Klaas Visser te Dijken, gehuwd met Antje Eizes Eizema, verkoper - Sicco IJzenbeek te Roderwolde, koper Repertoirenr.: 126 en 129 d.d. 28 september 1878

1828 Langweer, notaris T.�S.�van�der�Ley Verhuring Betreft de verhuur van een zathe en landen te Haskerhorne, huursom fl. 225 - Klaas Willems Weerstra, ontvanger te Langweer, verhuurder - Tjeerd Tiedes Oenema, boer te Haskerhorne, gehuwd met Geeske Klazes Muurling, huurder Repertoirenr.: 112 d.d. 2 augustus 1828

Uit tweede huwelijk van Tiede Wytzes (echtgenote Grietje Harmens): Foppe Tiedes OENEMA, geb Oldeouwer 18-11-1801, doop 6-12-1801, ovl Lemsterl 15-3-1883, 81j, gehuwd, tr Lemsterl 4-7-1847, hij 45, zij 36, met Maaike Tjallings TEITSMA, geb Lemmer 24-6-1811, ovl 18-5-1887, 75j, weduwe, dv Tjalling Andries TEITSMA en Hendrikjen (Henderika) Durks.
— Maaike tr (1) Lemsterl 5-12-1830, zij 19, hij 30, met Jenne Jans DIJKSTRA, ovl 27-4-1844, 44j, gehuwd. Maaike had uit dit huwelijk 4 kinderen Dijkstra. Foppe schijnt niet eerder getrouwd te zijn geweest. Uit huwelijk van Foppe en Maaike geen kinderen bekend. Harmen Tiedes OENEMA, geb Oldeouwer 16-9-1804, doop 25-9-1804, ovl Lemsterl 21-6-1876, 72j, wednr, tr Lemsterl 26-6-1836, hij 31, zij 27, met Feikjen Johannes KUNST, geb Oosterzee (Lemsterl) 14-11-1808, doop 26-12-1808, ovl 27-12-1862, 54j, gehuwd, dv Johannes Roelofs KUNST en Geertje Jans. Feikjen is op 1 na (Cornelisje, geb 1-8-1812) jongste kind uit KUNST-huwelijk van 9 kinderen. Haar vader is arbeider te Oosterzee.
— Uit huwelijk van Harmen en Feikjen 7 kinderen, geb te Follega: tweeling Tiede en Geertje 22-4-1837, Johannes 8-3-1840, Foppe 11-8-1842, Geertje 19-10-1845, Jan 14-5-1848, Wietze 20-11-1850. Nog aan te vullen. Rinske (Renske) Tiedes OENEMA, geb Follega 9-1-1806, doop 2-2-1806, ovl Lemsterl 15-1-1885, 79j, gehuwd, tr Lemsterl 8-5-1836, zij 30, hij 25, met Hains Gerrits DE VRIES, geb Tjerkgaast 8-1-1811, doop 24-2-1811, ovl Eesterga (Lemsterl) 3-8-1887, 76j, wdnr, zv Gerrit Annes DE VRIES en Grietje Eiles. Hains (soms Hans geschreven) wordt boer/landbouwer te Follega/Eesterga, huurder o.a. van diakonielanden. Rinske en Hains laten 29-4-1875 testament maken.
— Drie kinderen: - 1. Gerrit DE VRIES, geb Eesterga 14-3-1839. – 2. Grietje Hains DE VRIES, geb Eesterga 7-5-1841, ovl Stavoren (FR) 7-10-1917, 76j, weduwe, tr Stavoren 11-5-1862, zij 21, hij 29, met Ids Sibles DE ROOS, geb Stavoren 24-2-1833, ovl 24-3-1912, 79j, gehuwd, zv Sible Harmens DE ROOS en Fok Idses DE BOER. Uit huwelijk van Grietje en Ids 6 kinderen. Nog aan te vullen. – 3. Anne DE VRIES, geb Eesterga 7-12-1844, ovl Schoterl 15-10-1930, 85j, wednr, tr Haskerland 28-6-1868, hij 23, zij 22, met Froukjen Hylkes DE JONG, geb Joure 4-4-1846, ovl Het Meer (Schoterl) 21-5-1911 (begr Joure Alg.Begraafplaats, waar ook Anne in 1930), 65j, gehuwd, dv Hylke Pieters DE JONG en Uilkjen Aukes VAN DAM. Huwelijk van Anne en Froukjen schijnt kinderloos te zijn gebleven.

1912 Koudum, notaris S.�Sierks Inventaris - Grietje de Vries te Stavoren, weduwe van Ids Sibbeles de Roos - Holk Heyes Wybrands te Stavoren als moeder van en voogd over Ids en Dirkje de Roos - Heye de Roos te Stavoren - Rinske de Roos te Stavoren, weduwe van Geert Bakker - Gerrit de Roos te Stavoren als toeziend voogd - Hains de Roos te Tjerkgaast - Arend Breimer te Wijckel, gehuwd met Fokje de Roos Repertoirenr.: 59 d.d. 6 augustus 1912

1913 Koudum, notaris S.�Sierks Koopakte Betreft de verkoop van grond te Stavoren, koopsom fl. 487 - Grietje de Vries te Stavoren, weduwe van Ids Sibbeles de Roos, verkoper - Holk Heyes Wybrands te Stavoren, verkoper, tevens als moeder van en voogd over Ids en Dirkje de Roos - Heye de Roos te Stavoren, verkoper - Rinske de Roos te Stavoren, weduwe van Geert Bakker, verkoper - Gerrit de Roos te Stavoren, verkoper - Hains de Roos te Tjerkgaast, verkoper, tevens als vader van en voogd over Grietje, Roelof en Gerrit de Roos - Grietje de Roos, verkoper - Roelof de Roos, verkoper - Gerrit de Roos, verkoper - Klaas Oosten te Doniaga, verkoper, tevens als voogd over Antje en Joukje Nijdam - Antje Nijdam, verkoper - Joukje Nijdam, verkoper - Hille Nijdam te Nieuwebrug, verkoper - Arend Breimer te Wijckel, gehuwd met Fokje de Roos, verkoper - Gemeente Stavoren te Stavoren, koper Repertoirenr.: 127 d.d. 14 november 1913

  1. Jochem Jans RUITER, Giethoorn (Overijssel), diaken en ouderling aldaar, trouwt 5-1-1738 te Giethoorn met
  2. Trijntje Jans MOOY (Trijntje Jans Koenders), afkomstig uit Wanneperveen

Uit dit huwelijk worden 9 kinderen geboren, van wie minstens de eerste vijf te Giethoorn jong overlijden: Annigje (1740-1744, kinderpokken), Geesje (1741-1742), Jan (1743-1743), Annigje (1744-1744, kinderpokken), Jan (1748-1754). Verder:

Geesje Jochems Ruiter (kw 101), gedoopt 3-5-1750 te Giethoorn, in 1768 te St.Johannesga (Schoterland, Friesland) getrouwd met Oene Wietzes (kw 100). 7. Annigje Jochems Ruiter, gedoopt 19-3-1752 te Giethoorn 8. Jan Jochems Mooy, gedoopt 18-11-1753 te Giethoorn

  1. Claes Clazes, geb 23-10-1717, doop Langweer 14-11-1717, doopheffer is de moeder Yns Rouckes (kw 409), ovl na 1785?, trouwt ca 1743 met
  2. Yke Willems

In doopregister Langweer, Dijken, Teroele, Boornzwaag (Doniawerstal): Klaas Klazes DE JONG (kw 102), gedoopt 12-7-1744 Eelkjen Klases DE JONG, doop Langweer 28-5-1747, ovl ca 1780, ruim 30j oud?, tr Langweer 14-1-1776, zij 28, met Willem Ynses (VAN DIJK). Uit dit huwelijk slechts 1 kind gemeld: Claas, geb Langweer 11-12-1776, doop 22-12-1776. Dit is later Klaas Willems VAN DIJK, boer/huisman te Langweer, ovl 7-12-1816, 59j, gehuwd. Volgens notarisverklaring van 1831 ook wel “DE JONG” genoemd. De naam van de familie van moederskant. –- Willem Ynses tr (2) Langweer 12-9-1790, (beiden afk Boornzwaag) hij 48, zij 28, met Antje Wiegers (WIELINGA). Bij naamaaneming 1811 meldt zich Willem Ynses VAN DIJK met kinderen: Klaas Willems VAN DIJK (34, diens zoon Willem van 3), Antje (19), Eelkjen (14) en Ynse (9). Drie laatstgenoemden zij uit huwelijk met Antje Wiegers. Aagje, 4-7-1751.

Bij quotisatie1749 een Claas Claasen te Langweer, “welgestelde beurtschipper”, 2 vw en 2 kinderen jonger dan 12, aanslag 28-9 Caroligldns.

  1. Rudolphus Rudolphi, geb 25-9-1714 te Peasens (Oostdongeradeel FR), predikant te Jutrijp (Wymbritseradeel), ovl 26-12-1781 te Jutrijp, gehuwd 7-8-1740 te Witmarsum (Wonseradeel) met
  2. Aukjen Ulbes, geb 1-3-1718 te Witmarsum

Ds. Rudolphus Rudolphi was waarschijnlijk de laatste dominee onder onze direkte voorvaderen. Hij werd 67 jaar oud. De kerkelijke gemeente Jutrijp-en-Hommerts had in beide dorpen een kerkgebouw. Ruim zestig jaar na overlijden van deze oudovergrootvader in de DE JONG-lijn, meldt Van der Aa dat de gemeente 550 zielen groot is, waarvan 100 lidmaat zijn (belijdend lid). Rudolphus Rudolphi werd opgevolgd door dominees, die het tot hoogleraar schopten. Zijn directe opvolger was ds. Anneus Ypey die er in de periode 1784-1788 stond en daarna hoogleraar in de godgeleerdheid te Groningen werd. Diens opvolger ds. Johannes Henricus Regenbogen was over de periode 1789-1809 predikant te Jutrijp-en-Hommerts, daarna even hoogleraar in de godgeleerdheid te Franeker (onder het Franse bewind werd de hogeschool van Franeker opgeheven) en vervolgens hoogleraar in de geschiedenis te Leiden. Ook maar kort overigens want hij overlijdt te Leiden 22-2-1814.
— Het kerkgebouw te Jutrijp waarin ds. Rudolphi preekte, is kort na 1815 vervangen door (fraaie) nieuwbouw. Maar Van der Aa meldt dat het vroegere kerkje “belangrijk was om hare oudheid, onder anderen zigtbaar in menigvuldig schilder- en snijwerk”. Voor de Hervorming bracht de R.K.pastorie er honderd goudguldens per jaar op en het vicarisschap zestig. Overgang naar de Hervormde richting ging snel want al in de Synodale Handelingen van het jaar 1584 wordt als aanwezige Joost Pietersz genoemd, “Dienaar van de Hommerts”.

“1764. Verkooping der pastoriegoederen: De ijsselijke plaag der veesterfte, gevoegd bij de zware schatting, had, ten aanzien van de koop- en huurwaarde der landerijen, eenen zeer nadeeligen invloed ter verarming van velen. Ook een aantal predikanten wier inkomsten uit de huurwaarde der pastoriegoederen bestonden, werden hierdoor derwijze in hun bestaan verminderd, dat sommigen _200, anderen nog weiniger behielden. Reeds voor lange jaren hadden de Staten sommige lage traktementen door bijdragen tot _450 aangevuld; zijnde hiertoe in 1713 eene som van _18,968 besteed. Van tijd tot tijd werden de aanvragen meerder, naar mate de behoeften, ten gevolge van het ongeluk der tijden, vermeerderden. Na het uitbreken der veepest in 1745 klom de nood veler predikanten tot eene voorbeeldelooze hoogte, zoo dat eenigen, op vergunning der Staten, hunne pastoriegoederen en renten voor tien jaren aan de Provincie opdroegen, tegen genot van _450 traktement. In 1764 nam men, onder behoorlijk overleg met de Grietmannen en andere belanghebbenden, eenen anderen maatregel, om in de bedoelde behoeften te voorzien. De goederen en renten van vijfennegentig plaatsen, aan de pastorien behoorende, werden nu openbaar verkocht, ten voordeele van de provinciale kas, terwijl aan die predikanten, in stede van het genot dier goederen, een traktement van _500 van de Provincie duurzaam verzekerd werd.” (Steenstra II pg 506-507. Niet bekend hoe dit toen in Jutrijp speelde.) Bij Quotisatie 1749 kreeg ds. RUDOLPHI te Jutrijp (gezin: 2 volwassenen, 4 kinderen jonger dan 12) een aanslag van 39 Caroliguldens. Wanneer die aanslag enigszins indicatie geeft van zijn normale jaarinkomen, zat hij als plattelandsdominee niet hoog, maar wel redelijk. Ds. Petrus BROUWER te Tjalleberd (Aengwirden) kreeg aanslag van 46-15 Cgldns, ds. Berhardus KNOOP te Benedenknijpe (Schoterland) aanslag van 40-0, ds. H. CUPERUS te Oudehorne aanslag van 22-5 Cgldns, ds. Ulpianus SINDEREN te Beetsterzwaag (Opsterland) aanslag van 20-9 Cgldns. In Wymbritseradeel zat ds. RUDOLPHI met collega’s zoals ds. H. BUMA van Ysbrechtum (44 Cgldns), ds. CAHAI van Wolsum (31 Cgldns), ds. CUPERUS van Woudsend (29 Cgldns), ds. H. GOSLINGA van Ysbrechtum (43 Cgldns), ds. HEMPENIUS van Scharnegoutum (60 Cgldns), ds. LANTING van Gaastmeer (35 Cgldns), ds. LEMSTRA van Heeg (28 Cgldns), ds. LOON van Oudega (48 Cgldns), ds. REDDING van Goënga (33 Cgldns), ds. B. REINALDA van Nijland (22 Cgldns), ds. REINALDA van Oppenhuizen (36 Cgldns), en ds. WIGEREI van Oosthem (84 Cgldns). Voor 7 van de 12 collega’s was de aanslag dus lager. Vetpot was het natuurlijk niet. Het maakte wel verschil of je zoals ds. MEBIUS te Terband predikant was te Heerenveen (139 Cgldns aanslag) of zoals zijn overbuurman ds. MEBES predikant te Nijehaske (50 Cgldns aanslag). Te noemen valt nog: ds. RUDOLPHY (kw 412) te Witmarsum (Wonseradeel, 30 Cgldns).

Kinderen uit het huwelijk van ds Rudolphus RUDOLPHI en Aukje Ulbes (doopregister N.H.gemeente Hommerts/Jutrijp, 5 dochters, 1 zoon): Trijntje, geb 3-4-1741, doop Hommerts 9-4-1741 Aukjen, geb 30-1-1743, doop Jutrijp 3-2-1743 Antje RUDOLPHI (kw 103), geb 22-2-1745, doop Jutrijp 28-2-1745, ovl Langweer (Doniawerstal) 27-10-1826, 81j, weduwe, tr Langweer, attestatie Jutrijp naar Langweer 24-5-1767, met Klaas Klases DE JONGH (kw 102), afk van Boornzwaag (Doniawerstal).
— Uit dit huwelijk nageslacht via onze VANDERHOEK-DEJONG lijn. Johanna RUDOLPHI, geb 11-5-1747, doop Jutrijp 14-5-1747, ovl Doniawerstal 13-9-1811, 64j, tr Langweer 15-9-1776, zij afk Jutrijp, hij Teroele, met Sjerp Annes Johannes Rudolphus RUDOLPHI, geb 21-2-1751, doop Hommerts 28-2-1751, ovl Wymbritseradeel 6-1-1831, 79j, wednr, tr Jutrijp 22-11-1772, beiden afk Jutrijp, met Afke Louws, doop Hommerts 19-10-1755, ovl 15-9-1826, 70j, gehuwd, dv Louw Tjeerds en Reinskje Gerbens. Uit huwelijk van Johannes en Afke zijn 12 kinderen geboren, 8 dochters en 4 zonen. Zie hieronder 206.5 Johannes RUDOLPHI kinderen. Aurelia, 28-2-1753.

206.5 Johannes RUDOLPHI kinderen Johannes Rudolphus RUDOLPHI (1751-1831) trouwt te Jutrijp 22-11-1772, hij 21, zij 17, met Afke Louws (1755-1826). Johannes is zoon van de dominee te Jutrijp-Hommerts, Afke (Aafke) is dochter uit (redelijk) welgestelde boerenfamilie te Oppenhuizen, dorp Oppenhuizen-Uitwellingerga aan de overkant van het merengebied De Brekken. Gegevens over voorfamilie Afke Louws nog beperkt.

Bij Quotisatie 1749: Tjeerd Louws, grootvader van Afke van vaderskant, vermeld als “welgestelde boer” te Oppenhuizen, gezin 4 personen ouder dan 12, aanslag 53 Caroligldns; en Gerben Cornelis, haar grootvader van moederskant, vermeld als “reedelijk welgestelde boer” te Oppenhuizen, gezin 5 personen ouder dan 12, aanslag 46 Cgldns. De vader van Johannes, ds Rudolphus Rudolphi, kreeg bij deze Quotisatie een aanslag van 39 Cgldns. Op donderdag 23-2-1749 is er feest te Oppenhuizen, want zonen van boer Tjeerd trouwen op die dag met dochters van boer Gerben: Aarnt (Arend) Tjeerds met Fokeltje Gerbens en Louw Tjeerds met Reinsck Gerbens. Men treft het met het weer. Volgens bewaarde papieren had boer Gerben Cornelis, gehuwd 2-3-1710 met Tjitske Annes, enkel de 2 genoemde dochters: Reinsck doop 2-4-1719, en Fookel doop 5-4-1724. Maar bewaarde papieren zeggen niet alles. Bij Quotisatie 1749 bestaat zijn gezin uit 5 personen ouder dan 12, volgens de melding. Boer Tjeerd Louws schijnt in 1707 te zijn getrouwd met Aefke Aarnts, afk uit Tsjum (Tzum, Franekeradeel). Het trouwregister van de kerk Oppenhuizen-Uitwellingerga begint in 1708. De melding komt van de kerk te Tzum: derde proclamatie 10-7-1707, attestatie naar elders. Dopen van kinderen uit het huwelijk vervolgens in doopregister Oppenhuizen: Aarnt (Arend) 4-7-1708, Louw 16-7-1710 en volgende Louw 27-9-1711. Geen andere doopmeldingen. Bij Quotisatie 1749 bestaat gezin van Tjeerd uit 4 personen ouder dan 12. Tjeerd plus Aefke en de twee zonen Aarnt en Louw die in dat jaar met Gerben-dochters trouwen?

Nog wel wat vraagtekens in het verhaal. Aanvullingen of verbeteringen moeten worden gezocht. Dat domineeszoon Johannes RUDOLPHI 22-11-1772 trouwt met de boerendochter Afke Louws, hij 21, zij 17, dv Louw en Reinsck, staat in ieder geval wel vast. Het eerste kind uit het huwelijk wordt 12 maanden later geboren. Johannes wordt geen dominee (gaat niet studeren) zoals zijn vader, maar gaat een boerenbedrijf leiden. Nog beter in te passen of uit te sluiten betreffende voorfamilie van Afke Louws: - Haar grootvader (van moederskant) Gerben Cornelis in 1728 (stemkohieren) gemeld als gebruiker van Oppenhuizen stem 20, eigendom van Catharina van Scheltinga, weduwe van grietman Bouritius. In 1698 is deze plaats eigendom van grietman Daniel de Blocq van Scheltinga en is Eelcke Broers gebruiker. Verband met Gerben van later is tussen 1698 en 1728 ontstaan. - Haar verondestelde grootvader (van vaderskant) Tjeerd Louws trouwt te Oppenhuizen-Uitwellingerga in 1707 met Afke Aarnts uit Tsjum, met dopen van Aarnt (1708) en Louw (1711) te Oppenhuizen als gevolg. Dat deze Tjeerd en Afke de grootouders zijn van Afke Louws lijkt aannemelijk. Tjeerd Louws is “welgestelde boer” te Oppenhuizen in 1749.
— Is er relatie met de Louw Tjeerds te Oppenhuizen die 9-3-1710 trouwt met Tryntje Jacobs, van Greonterp afkomstig? Wanneer er een relatie is zou het om zijn vader kunnen gaan die als oudere weduwnaar trouwt met misschien ook een weduwe. - Doop 6-10-1700 te Oppenhuizen van Bauk, kind van Louw Tjeerds (zoals zo vaak meldt doopregister niet de moeder/echtgenote). Bijzondere aantekening is dat Louw Tjeerds, “grootvader van vaderszijde”, de doopheffer is. Omdat de moeder overleden of weet ik wat. De registraties ontbreken verder. - Stemkohieren betreffen alleen de ca 10.000 boerenbedrijven of landeigendommen in Friesland die toendertijd stemrecht meebrachten in het politiek bestuur. Er was allerlei bedrijvigheid, van boeren, ambachten en stadse bezigheden, buiten die stemhebbende plaatsen om. In 1698 is er een Louw Tjeerds boer/gebruiker op Uitwellingerga stem 2, met ene Hessel Sybes als eigenaar. In 1728 is Franke Meyes (kw 196) boer/gebruiker op deze plaats. - In 1728 ene Tjeerd Louws gebruiker van de stemhebbende plaatsen Langweer 28 en 29, die in eigendom zijn van Allard VAN BURUM, grietman van Ferwerderadeel. Nog na te gaan.

Domineezoon Johannes Rudolphus RUDOLPHI en de “welgestelde” boerendochter Afke Louws trouwen 22-11-1772 en, zoals hierboven al gemeld, hij is dan 21, zij is 17. Johannes werkte misschien al mee in het bedrijf van de familie van Afke en had er plezier in. We kennen hem verder als man van het boerenbedrijf. Hij wordt 79j oud. Hij staat vermeld als boer te Jutrijp-Hommerts. Ook: Notarisakte 2-10-1824 IJlst, notaris W.T. van der Ley Vergunning Betreft het indammen van een gedeelte van de opvaart genaamd "de Oude Honne" te Jutrijp en het plaatsen aldaar van een molen - Johannes Rudolphie te Jutrijp, gehuwd met Aafke Louws - Abraham Hesselink, olieslager te Sneek

Twaalf kinderen uit huwelijk van Johannes en Afke. Slechts vier ervan overleven vader Johannes (ovl 1831, 79j oud): Louw, Reinskje, Aukje en Tjeerd. Bij naamaanneming van 1811 waren er nog 9: Mairie Woudsend, deel 1 folio 95 Rudolphi, Johannes Rudolphus, Jutrijp Kinderen: Louwe 37, Reinskje 34, Abbega, Trijntje 31, Uitwellingerga, Aukje 29, Woudsend, Tjitske 22, Antje 19, Tjerkgaast, Rudolphus 16, Tjeerd 13, Maria Rose Venema 8 Kindskinderen: (v. Reinskje en Wybe Wybes Knossen) Ybel 13, Wybe 8, Jeltje 4; (v. Louwe en Lieukje Annes) Afke 12, Eelkje 10, Akke 3; (v. Aukje en Jelle Reinderts) Luutske 6, Johannes 4, Afke 1; (v. Trijntje en Lammert Willems) Willem 6, Palskje 3 maanden, Johannes 3 Van de 12 kinderen 8 dochters en 4 zonen. Via de dochters allerlei nakroost dat niet meer onder RUDOLPHI-naam staat vermeld.

Rudolphus Rudolphi, geb 17-11-1773, doop Jutrijp 21-11-1773. Eerste kind uit huwelijk van Johannes en Afke. Geboren 12 maanden na huwelijk. Jong overleden. Gegevens ontbreken. Louw Johannes RUDOLPHI, geb 7-12-1774, doop Jutrijp 11-12-1774, boer te Jutrijp-Hommerts, ovl 19-9-1839, 64j, tr Leeukje (Lieuwkje) Annes (TROMP), geb 26-10-1776, doop Hommerts 3-11-1776, ovl 21-6-1840, 63j, weduwe, dv Anne Pyters en Eelkje Joukes.
— Uit huwelijk van Louw en Leeukje voorzover bekend 9 RUDOLPHI-kinderen, 5 geboren voor 1811. Om de een of andere reden geen melding van het huwelijk in (kerkelijke) registers gevonden. Gemelde dopen van kinderen beginnen met Afke, geb 17-1-1799, doop Jutrijp 17-2-1799. Daarna dochter Eelkjen, geb 18-5-1801, doop 31-5-1801, en dochter Akke, geb 20-5-1804, doop 3-6-1804. Met Afke en Eelkjen zijn wederzijdse moeders vernoemd. Akke, vernoemd naar grootmoeder van Leeukje, is jong overleden. Vierde kind is een zoon die in de lijn der vaderen Johannes (RUDOLPHI) wordt genoemd, geb 17-7-1806, doop 3-8-1806, ovl 31-3-1807, 8 mnd oud. Na hem het vijfde kind: Akke, geb 23-2-1808, doop 13-3-1808. Bij naamregistratie 1811 drie kinderen in leven: de dochters Afke RUDOLPHI (12j), Eelkjen RUDOLPHI (10j) en Akke RUDOLPHI (3j). Na 1811 verdere kinderen: Johannes, geb 7-1-1812, ovl 31-3-1830, 18j, ongehuwd; Anna, geb 3-7-1815; Ruurd Louws RUDOLPHI, geb 17-2-1819; Anne, geb 18-9-1823.
— Notarisakte 20-1-1832 IJlst, notaris A.�Waslander�Nauta Obligatie Betreft een kapitaal van fl. 500: - Jan Lolkes Bouma, boer te Hommerts, gehuwd met Lieuwkjen Douwes Douma, schuldenaar - Louw Johannes Rudolphy, boer te Jutrijp, schuldeiser 1840 IJlst, notaris A.�Waslander�Nauta Obligatie Betreft een kapitaal van fl. 2630 - Anne Pieters Tromp, boer te Langweer, schuldenaar - Lijsbert Sytzes Glijza, boerin te Hommerts, weduwe van Pieter Annes Tromp, schuldenaar - De erven Louw Johannes Rudolphi, hij in leven boer te Hommerts en gehuwd met nu wijlen Leeuwkjen Annes Tromp, schuldeiser.

Reinskje Johannes RUDOLPHI, geb 19-9-1777, doop 28-9-1777, ovl Heeg 17-3-1840, 74j (volgens overlijdensakte), weduwe, tr Hommerts 28-5-1797, zij 19, hij 26, met Wybe Wybes KNOSSEN (CNOSSEN), doop Hommerts 28-4-1771, ovl Heeg 15-10-1826, 55j, gehuwd, zv Wybe Sierks KNOSSEN en Ybeltje Heins (van) ZIJLSTRA.
— In 1811 meldt haar vader dat zij 34 is, wonend te Abbega (Wymbritseradeel, bezuiden Bolsward), met kinderen Ybel (13), Wybe (8) en Jeltje (4). Ook echtgenoot Wybe meldt zich, wonend te Abbega, met genoemde kinderen. Volgens zijn melding is dochter Ybel 12j oud, maar hij rekende minder goed dan zijn schoonvader.
— Uit huwelijk van Reinskje en Wybe KNOSSEN: - 1. Wybe, geb Hommerts 30-10-1797, doop 26-11-1797. – 2. Ybeltje, geb Hommerts 10-11-1798, doop 9-12-1798. – 3. Wybe, geb Hommerts 14-3-1803, doop 27-3-1803. – 4. Jeltje, geb Hommerts 22-2-1807, doop 15-3-1807. – 5. Johannes KNOSSEN, geb (Abbega?) 27-7-1813.
— Bij Quotisatie 1749 te Hommerts: Sierk Johans, “redelijke boer”, gezin 4 personen ouder dan 12, aanslag 37 Cgldns. Wybe Wybes KNOSSEN is jongste zoon van de boer Wybe Sierks te Hommerts, en trekt na 1807 naar Abbega en later Heeg. Op en rond de plaats te Hommerts blijven zijn oudere broers en neven van hem actief.
— Bij overlijden van Wybe in 1826 is Reinskje RUDOLPHI 49j oud. Met haar jonge zonen wordt het boerenbedrijf voortgezet. Reinskje overlijdt 17-3-1840, volgens overlijdensakte 74j oud (volgens onze berekening 62). Volgens boedelscheiding 17-4-1840 zijn dan de dochter Ybeltje en de zonen Wybe en Johannes nog in leven, als erfgenamen. Ybeltje wonend te IJlst, echtgenote van de slager Douwe Gatzes SCHINGENGA aldaar. Wybe en Johannes beiden vermeld als boer te Heeg. In latere jaren is in ieder geval zoon Wybe ook weer te Hommerts actief. Dit nog uit te werken. Tryntje Johannes RUDOLPHI, geb 22-2-1780, doop Jutrijp-Hommerts 27-2-1780, ovl 14-1-1829, 49j, gehuwd, tr Uitwellingerga 7-6-1801, zij 21, hij 27, met Lammert Willems FRANKENA, geb Uitwellingerga 23-2-1774, zv Willem Frankes en Palskje Theewis (zie kw 196.5).
— Lammert is boerenzoon op de plaats te Uitwellingerga en later boer. Bij naamaanneming 1811 meldt vader van Tryntje deze dochter, 31j oud, wonend Uitwellingerga, met kinderen: Willem (6), Johannes (3) en Palskje (3 mnd). Ook Lammert Willems FRANKENA meldt zich, met genoemde kinderen.
— Volgens registers uit het huwelijk: - 1. Willem, geb 30-12-1805, doop 26-1-1806. – 2. Johannes, geb 16-10-1808, doop 6-11-1808 (tr Antje Klazes GERBENSMA). – 3. Palskjen, geb 21-9-1811, doop 20-10-1811. – 4. Thewis, geb 10-7-1815. – 5. Afke, geb 31-5-1818 (tr Uiltje Baukes DE JONG). – 6. Sybrentje, geb 22-11-1822.
— Tryntje RUDOPLHI overlijdt 14-1-1829, 49j oud. Lammert FRANKENA, vermeld als ouderling van de Hervormde kerk Uitwellingerga (1836), is niet meer hertrouwd. Hij is 92j oud geworden, ovl 24-11-1866. De zoon Johannes Lammerts FRANKENA had het boerenbedrijf al overgenomen. Boedelscheiding 11-9-1882: Antje Klazes GERBENSMA te Uitwellingerga, weduwe van Johannes Lammerts FRANKENA, en Lammert Johannes FRANKENA te Uitwellingerga als betrokkenen. Laatstgenoemde gaat als boer te Uitwellingerga verder (getrouwd met Jeltje Uiltjes DE JONG). Dit verhaal nog uit te breiden. Aukje Johannes RUDOLPHI, geb 27-11-1782, doop 8-12-1782, ovl 25-3-1838, 55j, gehuwd, tr Jutrijp 30-6-1805, zij 22, hij 25, met Jelle Rinderts WIJMA, hij afk Woudsend (Wymbritseradeel FR), maar geb 11-8-1779 te Oudehaske (Haskerland), doop 29-8-1779, ovl Workum 7-2-1853, 73j, wednr, zv Rindert Eyses en Lutske Jelles.
— Bij naamaanneming 1811 meldt vader van Aukje haar 29j wonend Woudsend met kinderen Luutske (6), Johannes (4) en Afke (1). Rindert Eises te Nijehaske (Haskerland FR) wordt als WEIMA ingeschreven, maar overlijdt 4-6-1814, 75j oud, als WIJMA. In 1811 meldt Rindert 7 kinderen nog in leven, van wie de oudste 5 te of nabij Woudsend (Wymbritseradeel) wonen. Over de periode 1776-1793 lieten hij en Lutske 9 kinderen dopen, geboren te Haskerdijken (Haskerland), duidelijk hun woonplaats. Woudsend, aan de vaarroute tussen Slootermeer en Heegermeer, was in de 18de eeuw een bloeiend handelsdorp. De zonen Eise (1813 koopman te Slooten), Jelle (1817 koopman te Woudsend, 1818 koopman te Ypecolsga) en Hendrik (1813 koopman te Nijehaske) waren in ieder geval “in de handel” actief.
— Uit het huwelijk van Aukje RUDOLPHI en Jelle WIJMA vijf kinderen: - 1. Lutske Jelles WEIMA, geb Woudsend 3-3-1806, ovl 5-5-1873, 67j, weduwe (sinds 18 dagen), tr 11-10-1825, zij 19, hij 24, met Gerbens Idzes BERGSMA, geb Heeg 16-5-1801, ovl 17-4-1873, 71j, gehuwd, zv Ids Jans BERGSMA en Aafke Feddes. Lutske trouwt op jonge leeftijd. Drie maanden na huwelijk geboorte van zoon Jan 27-1-1826 (ovl 18-8-1829, 3j oud). Op 30-3-1830 een dochter Antje, die slechts 11 weken oud wordt. Na 1830 geen kinderen meer. Maar tussen deze 2 de dochter Oukje (Aukje) Gerbens BERGSMA, geb 21-1-1828, ovl Witmarsum (Wonseradeel) 25-12-1859, 31j, gehuwd, tr Wonseradeel 29-4-1848, zij 20, hij 26, met Sybe Jans TACOMA, geb Witmarsum 7-6-1821, ovl USA, zv Jan Hessels TAKEMA en Yfke Sybes Yetzinga. – 2. Johannes Jelles WEIMA, geb Woudsend 19-1-1808, ovl 30-8-1825, 17j oud. – 3. Afke Jelles WIJMA, geb Woudsend 16-1-1811, ovl Heeg 13-1-1888, 77j, gehuwd, tr Heeg 23-4-1831, zij 20, hij 23, met Jetze Sybrens REYINGA, geb Heeg 17-4-1808, veerschipper, ovl Heeg 8-2-1888, 79j, wednr (sinds 4 weken), zv Sybren Jetzes REYINGA, veerschipper, en Grietje Harmens. De familienaam komt in akten veel als REYENGA voor. Uit huwelijk van Afke en Jetze 8 kinderen: Grietje REYINGA (1834-1888, gehuwd met Gooitzen Symens VAN DER WAL, verwer en glazenmaker te Heeg), Jelle REYENGA (1837-1917, gehuwd met Akke Durks VAN SLAGEREN), Sybren REYENGA (1839-1928, gehuwd met Jetske WIERSMA), Aukje REYENGA (1841-1900, gehuwd met Watze PRUIKSMA), Johannes REYENGA (1843-1902, timmerman te Heeg), Pokje REYENGA (1846- na 1915, gehuwd met Cornelis KAMERLING, timmerman te Heeg), Rindert REYENGA (1849-1858), Antje/Anna REYENGA (1852-1941, gehuwd met Johannes Bouwe RINGNALDA, na diens overlijden met Albert LUB, winkelier/bakker te Franeker). – 4. Jeltje Jelles WIJMA, geb Woudsend 3-10-1815, ovl Idsega (Wymbritseradeel, ten westen van Heeg) 17-5-1862, 46j, weduwe, tr Heeg 16-12-1837, zij 22, hij 21, met Feike Aukes DOUMA, geb Idsega 23-5-1816, boer, kerkvoogd, ovl Idsega 7-5-1860, 43j, gehuwd, zv Auke Jetses DOUMA (DOUWMA) en Antje Feikes FRANKEN. Bij de naamaanneming van 1811 meldt zich, wonend Idsega, Auke Jetses DOUMA (duidelijk DOUMA geschreven en ondertekend, ambtenaren gingen er in volgende jaren weleeens een W invoegen), met de melding: noch kinderen, noch kleinkinderen. Dat was “stoer doen”. Auke was nog geen 20. Kennelijk was zijn vader Jetse Douwes toen al overleden en werd Auke door zijn moeder Tjiets Gjolts gestuurd om de DOUMA-naam in te laten schrijven. De jonge Auke, boer te Idzega, geb ca 1792 (geen doopmelding), heeft het bedrijf samen met en voor zijn moeder en zuster Jetske. Auke trouwt 29-12-1812 met Antje Feikes FRANKEN, geb Woudsend 10-11-1794, doop 30-11-1794, dv Feyke Martens en Doettie Ymes.
— Uit het huwelijk van Auke en Antje 3 kinderen gemeld: Feike Aukes DOUMA, geb 23-5-1816, Tjietske Aukes DOUMA, geb 26-8-1818, en Jetze Aukes DOUMA, geb 7-2-1824. Jeltje Jelles WIJMA trouwt in 1837 met genoemde Feike, die 9j oud is bij overlijden van vader Auke en 11j oud als moeder Antje 22-4-1828 trouwt met Pieter Willems FLIETSTRA, de “huisarts” (geneesheer/chirurgijn te Heeg), die in 1826 weduwnaar was geworden. Uit huwelijk van Antje FRANKEN en Pieter FLIETSTRA worden 5 kinderen geboren: Tryntje FLIETSTRA 26-3-1829, Willem FLIETSTRA 23-7-1832, Pieter Willem FLIETSTRA 17-1-1834 (emigreert naar de USA), Leeuwkjen FLIETSTRA 28-4-1837, en Marten FLIETSTRA, 27-9-1840. Lees meer: 206.5.4. RUDOLPHI- WIJMA-DOUMA-FLIETSTRA. – 5. Maria Rosa Fenema Jelles WIJMA, geb 24-12-1821, wordt 8 mnd oud. – 6. Maria Rosa Fenema Jelles WIJMA, geb 5-10-1823, ovl Workum 12-5-1855, 33j, gehuwd, tr 2-5-1846, zij 22, hij 24, met Ruurd Gerbens VAN DER MEER, geb 25-12-1821, ovl Workum 6-2-1874, 52j.
— Haar vader Jelle Rinderts WIJMA, weduwnaar sinds 1838, overlijdt 7-2-1853 te Workum, 73j oud, wellicht ten huize van Maria Rosa. 2-5-1853 Workum, notaris J.C.�Mann Boelgoed - Jelle Rinderts Wijma, erflater; in leven woonachtig te Workum Betreft de verkoop van levend vee en boerengereedschappen en meubelen opbrengst fl. 5884 - Gerben Idzes Bergsma te Heeg, verkoper. 14-2-1916 Franeker, notaris S.�Posthumus Provisionele en finale toewijzing Betreft de verkoop van een winkelhuizinge met daarin een Koek en Banketbakkerij, met binnenplaats en bleek te Franeker, koopsom fl. 4222 - Albert Lub, winkelier te Franeker, gehuwd met Anna Reyenga, verkoper - Hermina Ringnalda, winkeljuffrouw te Buitenpost, verkoper - Isa�c Leydesdorff, koopman te Deventer, gehuwd met Aukje Ringnalda, verkoper - Dirk Ringnalda, banketbakker te Franeker, mede eigenaar en koper.

Iemkje (Ymkje) Johannes RUDOLPHI, geb 17-11-1785, doop 20-11-1785, ovl Jutrijp 16-11-1810, 25j, gehuwd, tr Taeke Pyters Tjitske, geb 2-3-1788, doop 13-3-1788 Tytske (Tjitske) RUDOLPHI, geb 6-10-1789, doop 18-10-1789, ovl 1-3-1829, 39j, gehuwd, tr 26-5-1817 Sjerp Johannes WEERDA Antje RUDOLPHI, geb 26-2-1792, doop 18-3-1792, ovl 6-8-1826, 34j, gehuwd, tr Tjerkgaast 26-3-1811 met Johannes Rudolphus WIERDA Rudolphus RUDOLPHI, geb 21-3-1795, doop 29-3-1795, ovl 23-8-1818, 23j, ongehuwd. Tjeerd Johannes RUDOLPHI, geb 19-2-1798, doop 4-3-1798, ovl 25-4-1853, 55j, gehuwd, tr Henrietta Petronella Juliana FROELING Maria Rose Fenema Johannes RUDOLPHI, geb 14-2-1801, doop 1-3-1801, ovl Woudsend (Wymbritseradeel) 13-8-1829, 28j, gehuwd, tr 6-12-1823, zij 22, hij 21, met Nolle Gerrits SCHOTANUS, geb Woudsend 25-10-1802, doop 7-11-1802, ovl Woudsend 20-8-1857, 54j, gehuwd (in tweede huwelijk met Tryntje Ages JONGSMA), zv Gerrit Nolles SCHOTANUS en Wietske Bonnes KEIZER.
— Uit huwelijk van Maria en Nolle 3 dochters: - 1. Wytske Nolles SCHOTANUS, geb Woudsend 27-11-1824, ovl Wymbritseradeel 25-1-1880, 55j, weduwe. – 2. Afke, geb Woudsend 18-8-1827, ovl 23-6-1828, 10 mnd oud. – 3. Afke, geb Woudsend 19-4-1829, ovl 31-12-1829, 8 mnd oud (moeder Maria Rose Fenema 4 mnd na deze bevalling overleden).
— Nolle Gerrits SCHOTANUS is timmermanszoon te Woudsend en zelf timmerman, neemt het bedrijf van zijn vader over. Deze overlijdt 25-12-1840, 66j, gehuwd. Nolle heeft een zus Stijntje, gehuwd met Nicolaas BONNEMA, winkelier te Sneek. In 1848 staat hij vermeld als “aannemer van publieke werken”. Dat is bij de boedelscheiding, na overlijden van ook hun moeder. In 1846 is huis te Woudsend (niet de timmerwerf) samen met moeder al verkocht voor 1500 gldn, aan de weduwe van Age Lolkes TROMP. De TROMP-familie van houtzaagmolenaars en de SCHOTANUS-familie van timmerlieden hadden zakelijke relaties, waar ook huwelijken uit voortkwamen.
— Na vroeg overlijden van Maria Rose Fenema in 1829 trouwt Nolle SCHOTANUS (2) Woudsend 1-6-1839, hij 36, zij 36 (voor haar eerste huwelijk) met Tryntje Ages JONGSMA, geb Woudsend 3-9-1802, doop 26-9-1802, ovl IJlst 26-5-1883, 80j, weduwe, dv Age JONGSMA en Tryntje VISSER. Uit zijn tweede huwelijk de zonen Gerrit (11-1-1840, Tryntje was bij huwelijk al zwanger) en Age (13-8-1841), en de dochters Tryntje (4-12-1842) en Stijntje (15-7-1846).

Maria Rosa (Rose) Venema (Fenema) Johannes Rudolphus Rudolphi, boer te Jutrijp, laat zijn jongste dochter, geb 14-2-1801, dopen 1-3-1801 met de (voor)namen Maria Rose Fenema. De dochter gaat Maria Rose (Rosa) Fenema (Venema) Johannes RUDOLPHI heten. Ingewikkeld. De vernoemde Maria Rosa FENEMA (1720-1802) is dv Jacobus FENEMA, advocaat en grietenijsecretaris van Dantumadeel, en Saske RUDOLPHI, zus van grootvader Johannes RUDOLPHI (kw 412). Deze Maria Rosa is geboren/gedoopt 7-1-1720 en begraven 20-4-1802 (Westerkerkhof, Leeuwarden), 82j oud. Toen Johannes RUDOLPHI zijn dochter de (voor-)namen “Maria Rosa Fenema” meegaf, was de (bemiddelde) achternicht Maria Rosa FENEMA nog in leven, ruim 80j oud.

Dantumadeel, dopen, doopjaar 1720 Dopeling: Marija Rosa Gedoopt op 7 januari 1720 Dochter van Jacobus Fenema, secretaris en niet genoemde moeder Wymbritseradeel, dopen, geboortejaar 1801, doopjaar 1801 Dopeling: Maria Rose Fenema Geboren op 14 februari 1801 in Jutrijp Gedoopt op 1 maart 1801 in Jutrijp Dochter van Johannes Rudolphi en Afke Louws, ovl 13-8-1829. De combinatie komt verder nog driemaal voor: Maria Rose Fenema OPPEDIJK, geb 22-10-1850 (ovl Bolsward 13-12-1915), dv Douwe Piers OPPEDIJK en Wytske Nolles SCHOTANUS, dochter van Maria Rose Fenema Johannes RUDOLPHI. Maria Rose Fenema Jelles WIJMA, dv Jelle Rinderts WIJMA en Aukjen Johannes RUDOLPHI, oudere zus van Maria Rose Fenema Johannes RUDOLPHI. Jelle en Aukjen hadden een eerste dochter met die naam, geb 24-12-1821, die slechts 8 mnd oud wordt. Daarna tweede dochter, geb 5-10-1823 (ovl Workum 12-5-1885). Maria Rose Fenema DOUMA, dv Feike Aukes DOUMA en Jeltje Jelles WIJMA (andere dochter van Aukjen Johannes RUDOLPHI). Ook bij hen een eerste dochter met die naam (geb 15-7-1849, ovl 6-9-1849) en een tweede (geb 16-10-1850, ovl Sneek 15-7-1937). De combinatie Maria Rose in volgende generaties nog wel aanwezig. Maar dan zonder “Fenema” of “Venema”.

206.5.4. RUDOLPHI-WIJMA-DOUMA-FLIETSTRA XXXX OPVULLEN XXXX

  1. Meynt Fockes 209.

Over deze oudovergrootouders is weer veel minder terug te vinden door ontbreken van kerkregisters. Het gaat nog om passende aannames. In stemkohieren 1728 wordt Meint Fokkes genoemd als boer (gebruiker) op de plaats Lippenhuizen stem 26 (Opsterland), dan eigendom van Augustinus Lycklama à Nijeholt, oud-grietman over Opsterland. Volgens stemkohieren 1698 was deze plaats Lippenhuizen stem 26 voor 4/10de deel eigendom van de burgemeester Ericus HAERSMA, en voor de rest eigendom van Eebele-nazaten. Voor 3/10de van de twee wezen van Hiltie Eebles bij Rouke Jarichs (curatoren: Teunis Taeckes en Gerben Rinses). En ook voor 3/10de van de drie kinderen van Teunis Taeckes uit zijn huwelijk met Jeltje Eebeles. Genoemde Eebele liet dus 6/10de deel van de plaats na, aan de nakomelingen van zijn twee dochters, Hiltje en Jeltje. In 1698 is boer(in) Antje Brunts gebruiker van het Eebele deel (Teunis Taeckes als voogd voor de kinderen) en Sybe Pyters boer/gebruiker van het Haersma deel. Tussen 1698 en 1728 is de hele plaats doorgegaan naar de grietmanfamilie. En is Meint Fokkes er de gebruiker/boer van geworden. Dit vraagt verdere documentatie.

Bij Quotisatie 1749: Meynt Fockes, Lippenhuizen (Opsterland), boer, gezin 4 volwassenen (12 jaar en ouder), aanslag 47-3 Caroliguldens.

Zoon Fokke Meints in 1749 al zelfstandig boer te Haskerhorne (Haskerland)? Nog verder aan te vullen.

Uit dit huwelijk oa.: Fokke Meints (kw 104).

  1. Fedde Jans 211.

Uit dit huwelijk: Baukje Feddes (kw 105).

Baukje Feddes trouwt 4-6-1747 voor de kerk Lippenhuizen-Terwispel-Hemrik. Ze staat geregistreerd onder De Knipe. Daar woonden haar ouders dus hoogstwaarschijnlijk. Bij Quotisatie 1749 Fedde Jans, Benedenknijpe, winkelier, gezin 2 volwassenen, 3 kinderen jonger dan 12, aanslag 20 Caroliguldens. Baukje Feddes had het gezin al verlaten. Vermoedelijk woonde zij in 1749 al te Haskerhorne. Gegevens wekken de indruk dat Fedde Jans mogelijk een tweede huwelijk was begonnen en dat Baukje uit het eerste stamde. Dit nog na te gaan.

  1. Hendrik Berends SCHOKKER (SCHOCKER), geb ca 1710 te Wanneperveen (Overijssel), overl 1776 te Oudehaske, rond 65 jaar oud, trouwt met
  2. Grietje Jans FRANZEN, overl voor 1825 te Blauwehand (Wanneperveen, Overijssel)

Bij volkstelling van 1748 (kwartier van Volllenhove, noordwest-Overijssel): Hendrik Berents en huisvrouw Grietjen Jans, wonend schoutambacht Wanneperveen, Westerkluft, kinderen ouder dan 10j: Reintjen, jonger dan 10j: Cornelis, Jan, Roelofjen. Knecht: Arent Roelofs.

Oudovergrootvader Hendrik Berends SCHOKKER is na 1750 vanuit de kop van Overijssel (rond Giethoorn) naar de laagveenontginningsgebieden in Haskerland (FR) getrokken. Dit in combinatie met

xxxxxxxxxxxxdoorgaanxxxxxxxxx

Uit dit huwelijk: Reintjen Schokker, geb. voor 1738. Gehuwd met Geert Hendriks (REGTS). Een betovergrootmoeder van Geert Fonk die 30-5-1891 trouwt met Grietje Jans VAN DER HOEK. Cornelis (Kornelis) Hendriks Schokker, gedoopt 30-4-1741 te Wanneperveen, overl 13-1-1815 te Oudehaske, 55 jaar oud, trouwt 15-12-1764 te Haskerhorne met Jeltje Berends WEVER, geb ca 1749, overl 20-4-1819 te Oudehaske, dv Berend Gerrits WEVER. Kinderen: Hendrik (gedoopt 29-9-1765 Oudehaske), Hendrik (gedoopt 21-12-1766 Oudehaske), Hendrik Cornelis (geboren 5-12-1767 Oudehaske, gedoopt 13-12-1767, ovl 8-12-1857, 90 jaar oud te Nijega (Hemelumer Oldeferd), trouwde te Oudehaske 14-5-1797 met Ijbeltje (Hebeltje) Jans HAGEN, zeven kinderen), Berent Cornelis (geb 21-1-1770 Oudehaske, gedoopt 25-1-1770, ovl 22-3-1825 Haskerdijken, 55 jaar oud, trouwt 4-3-1798 Haskerhorne met Annigjen Hendriks NIJMEIJER uit Rottum, vijf kinderen), Gerrit (gedoopt 16-8-1772, jong overleden), Gerrit Kornelis (geb 16-1-1777 Oudehorne, ovl 6-3-1852 te Ambt Hardenberg (Overijssel), trouwt 22-1-1801 Oudehaske met Geesje Hendriks BEUTE, zes kinderen), Grietje (geb Oudehaske 27-6-1780), Albert Kornelis (geb 8-8-1783 Oudehaske, ovl Ter Idzard (Weststellingwerf) 26-5-1856, 72 jaar oud, trouwt 28-8-1808 Oudehaske met Jantje Hendriks (de) RUITER, geb 1787 te Muggenbeet (NW-Overijssel), ovl 23-2-1875 te Terwispel (Opsterland), tien kinderen). Cornelia Hendriks Schokker, gedoopt 30-4-1741 te Wanneperveen, tweelingzusje, overl voor 1748. Jong gestorven telg dus. Jan Schokker, gedoopt 14-10-1742 te Wanneperveen, overl voor 1748. Eveneens te jong gestorven telg. Jan Hendriks Schokker, gedoopt 25-7-1745 te Wanneperveen. (kw 106) Werd oudgrootvader in onze familie via huwelijk 1-5-1768 te Nijehaske met oudgrootmoeder Janke Hendriks Wilts (kw 107). Roelofje Hendriks Schokker, geb ca 1748 te Blauwehand (Wanneperveen), overl 11-4-1824 Oudehaske, trouwt met Jacob Hendriks NOPPERT. Jannes Hendrix Schokker, gedoopt 7-2-1751 te Wanneperveen.

Oudovergrootvader Hendrik Beernts Schokker is een van de eerste veenbazen uit de streek rond het Overijsselse Giethoorn die naar Haskerland komen en daar de grote verveningen beginnen. In 1752 komt hij naar Oudehaske en koopt hij er “het Binnenland en de Leijen van de 33e stelle” om een turfgraverij te beginnen. Hij koopt samen met vijf compagnons: de broers Jacob Jans DE WIT (Zwartsluis), Aat Jans DE WIT (Wanneperveen) en Roelof Jans DE WIT, Willem Gerrits DEUTMAN (Wanneperveen) en Andries Geerts FLOBBE, meester-schoenmaker te Zwartsluis. Hendrik was ruim 40 toen en zijn kinderen (voorzover in leven) waren nog jong. De “Gieterse baggermethode” leidde tot plasvorming en bedreiging van de dijkjes. Al in 1754 werden zeker dertien veenbazen in het gebied rond Oudehaske beboet vanwege ongeoorloofde graverij. Onder hen ook Hendrik Schokker. De Haskerlandse grietman Johan VEGELIN VAN CLAERBERGEN (1690-1773) legde het probleem van de ontgrondingen in 1755 en in 1756 voor aan de Staten van Friesland. Dezen machtigden hem om verveningen binnen 20 koningsroeden (van 3,91 meter) ter weerszijden van de rijweg, meestal tevens dijk, te verbieden. De grietman kon daarmee de ernstigste schade voorkomen maar behield zijn zorgen. In 1766 publiceerde hij zijn Vertoog over de veengraveryen dat hij aan de Staten aanbood. De veenbazen reageerden nu met een Remonstrantie over het regt van vergraving der laage veenen waarin ze vooral wezen op de economische voordelen van de turfwinning. De Remonstrantie werd opgesteld door veenbazen uit de vier grietenijen Aengwirden, Schoterland, Haskerland en Weststellingwerf. Opmerkelijk is dat van hen alleen Jan Tjerks GREVELING uit St.Johannesga van “Gieterse” herkomst was. Waarschijnlijk vonden de immigranten het wijzer hun Friese collega’s het woord te laten doen tegenover de Friese critici. Pas na de Franse tijd toen het grootste deel van het Haskerlandse laagveen al was weggegraven werd bij Koninklijk Besluit (1819 en 1822) de turfgraverij aan vergunningen en belastingen onderworpen (slikgeld en armengeld). De grote waterplassen die inmiddels her en der waren ontstaan, werden in de tweede helft van de negentiende eeuw drooggelegd, met uitzondering van het Hasker- of Nannewyd.

Hendrik Beernts ging in 1752 wonen in een al bestaande (boeren-)woning op de 33e stelle, Oudehaske huis nr 13. Volgens het floreencohier van 1768 behoorde hij tot de middelgrote grondbezitters (5-10 hectare, aangeslagen voor een huurwaarde van 30-36 gulden). In 1775 golden slechts vijf van de “Gieterse” veenbazen te Oudehaske als hele hoofden, onder wie Hendrik. Slechts zeven van alle veenbazen die in 1775 voor schoorsteengeld werden aangeslagen, moesten voor meer dan één schoorsteen betalen. Hendrik had er twee.

Die tweede schoorsteen kan van het huis van oudste zoon Cornelis Hendriks Schokker zijn geweest die in 1764 op 23-jarige leeftijd trouwt met de nog jongere Jeltje Berends WEVER, dochter van een andere “Gieterse” veenbaas. Zij gaan in Oudehaske huis nr 11 wonen, direct naast Hendrik Beernts dus. Misschien had deze dit huis nieuw laten bouwen. In 1768 trekken Cornelis en Jeltje in huis nr 13, waar Hendrik woonde/woont. Waarschijnlijk nam Cornelis het bedrijf van zijn vader over en ging deze rentenieren. Cornelis wordt in 1770 in de cohiers genoemd. Als houder van een gemengd bedrijf, zoals vele van de veenbazen. Niet alleen turfgraverij maar ook een boerderijtje met koeien. Vaak slechts vijf of minder koeien. In 1775 hebben zeven veenbazen meer dan 5 koeien. De “grootste” veehouder was Arend Freerks met 10. Cornelis had er zeven.

Hendrik Beernts overlijdt in 1776, ca 65 jaar oud. Zoon Jan Hendriks (kw 106) is inmiddels ook in Nijehaske/Oudehaske een bedrijf begonnen. Oudgrootmoeder Grietje Jans Franzen overlijdt (voor 1825) te Blauwehand/ Wanneperveen, weer terug op haar geboortegrond.

  1. Hendrik Jans Wilst, geb. 5-6-1718 te Giethoorn (Overijssel), ovl na 1758, trouwt 18-10-1744 te Giethoorn met
  2. Grietje Martens, ovl na 1758

Ouders van: Janke Hendriks Wilts (kw 107), geb. 31-3-1748 te Giethoorn, ovl 1-1-1818 te Oudehaske (Haskerland, FR), 69j oud, gehuwd met Jan Hendriks SCHOKKER (kw 106).

  1. Franke Meyes, geb. ca 1685 = kw 196
  2. Nanke Sijbrens = kw 197

  3. HANS-lijn. 219.

  4. Minne Wybes = kw 192

  5. Martjen Franckes = kw 193

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

  1. Anne Geerts, doop 11-10-1685 Tjalleberd (Aengwirden, FR), zoon van Geert Dircks en Antie Rinties, ouders wonend te Terband 241.

Uit dit huwelijk: Rintje Annes te Luinjeberd (kw 120). Dit is een aanname.

  1. Jelle Libbes (Liebbes), tr ca 1681 te Aengwirden, FR) met
  2. Auk Annes (Auck, Aukje)

Stemkohier 1698 Gersloot (�Aengwirden) Stem nr. 14. Zakelijk gerechtigden: Sjoertie Jolles (JELLES), of haar zoon Hielke / Hylcke Jolles, eigenaar voor 1/2 Grietman Johannes Crack van Bouricius, eigenaar voor 1/2 Jelle Libbes, gebruiker - Gerben Beuwes, gebruiker Stemkohier 1728 Tjalleberd (�Aengwirden) Stem nr. 8. Zakelijk gerechtigden: Grietman Bouricius weduwe en erfgenamen, eigenaar Jelle Libbes, gebruiker

Uit dit huwelijk : Boukjen Jelles (kw 121). Jelle en Auk laten te Aengwirden in totaal 10 kinderen dopen. De kerkgebouwen waarin dit gebeurde wisselen binnen “de Streek”, maar aan te nemen is dat Jelle boer te Tjalleberd was en dat gedoopt werd naar waar de dominee preekte. Dopen: (1) Griet 30-7-1682 Luinjeberd. (2) Jancke 21-10-1683 Tjalleberd. (3) Janke 26-10-1684 Luinjeberd. (4) Libbe 6-3-1687 Tjalleberd. (5) Griet 15-6-1690 Luinjeberd. (6) Sjouk 7-1-1694 Gersloot. (7) Keimpe 2-1-1698 Luinjeberd. (8) Keimpe 18-12-1698 Tjalleberd en (9) Bauk 18-12-1698 Tjalleberd (tweeling). (10) Bauk 29-12-1700 Tjalleberd. De herhaling van namen voor de dopelingen wijst op regelmatige kindersterfte. Laatstgenoemde Bauk, het jongste kind, is naar aanname Boukjen Jelles, die in 1725, ca 24j oud, trouwt met Anne Wybes, in dit huwelijk 4 kinderen krijgt en enkele jaren na overlijden van Anne ca 1739 trouwt met Rintie Annes, bij wie ze nog 3 kinderen kreeg: WYKKEL of WIEKEL-lijn. Van de kinderen van Jelle en Auk ontbreken meldingen in latere registers, behalve van Bauk en haar oudste broer Libbe Jelles, gedoopt 6-3-1687 te Tjalleberd. Bij de Quotisatie van 1749 staat Libbe Jelles vermeld als een middelmatige boer te Tjalleberd, gezin van 2 personen ouder dan 12, aanslag 22 Cgldns 11 stuivers. Aannemend dat deze persoon de broer van Bauk is, was hij toen 62j oud en kinderloos gebleven (geen dopen), maar wel gehuwd. Trouwregisters uit die tijd ontbreken te Aengwirden, zoals we omtrent Bauk (kw 121) ook weten.

  1. Jan Hendricks (Andriesz), doop 25-7-1697 te Oldelamer (Weststellingwerf, FR), boer, eendenkooiker, tr ca 1720 (?) met
  2. Aagjen Willems Stemkohier 1698 Oldelamer (Weststellingwerf) Stem nr. 40. Zakelijk gerechtigden: Jan Hendrix weeskind, eigenaar (Curator: Andries Everts / Anders Eevers) Folkert Harmens, gebruiker Stemkohier 1698 Oldelamer (Weststellingwerf) Stem nr. 41. Zakelijk gerechtigden: Jan Hendriks weeskind, eigenaar (Curator: Andries Everts / Anders Eevers) Folkert Harmens, gebruiker Stemkohier 1728 Oldelamer (Weststellingwerf) Stem nr. 4. Zakelijk gerechtigden: Hendrik Luitjes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/2; papist Jan Hendriks, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/2, en gebruiker voor 't geheel.

Huwelijk niet in kerkelijke registers vermeld, dopen pas na 1729. De zoon Hendrik Jans wordt bij overlijden in 1811 Hendrik Andries FLEER genoemd. Bij overlijden van zoon Andries Jans in 1812 worden Jan Andries en Aafkjen Willems als ouders vermeld. Mogelijk bleef de naam van grootvader Hendrik Andries (kw 496) cq het patroniem Andries naklinken in het dorp. De toevoeging FLEER is in registers van voor 1811 ook al in gebruik.

Kinderen uit het huwelijk (deels aanname): Hendrik Jans FLEER (VLEER), geb ca 1720 te Oldelamer (Weststellingwerf, FR), vanaf 1741 woonachtig te Oosterzee (Lemster-land, FR, belijdenis), vanaf 1758 bij Rotsterhaule (de Polle), ovl zondag 6-1-1811 te Rotsterhaule, ongeveer 91j oud (Schoterland, FR), tr 16-9-1753 te Oosterzee (Lemsterland, FR) met Pietje Reins (Pyttie), beide van Oosterzee. Voor Hendrik geen doopmelding. Geboortejaar ca 1720 geschat op basis van de melding bij overlijden: 91j oud. In deze melding heet hij Hendrik Andries FLEER. Hendrik is bij huwelijk te Oosterzee ca 32j oud. Uit huwelijk met Pietje Reins worden 6 kinderen geboren: (1) Reinske, doop 1-1-1754 Oosterzee, ovl 1818 te Rotsterhaule, 64j oud. (2) Rein, doop 8-1-1758 te Lemmer/Oosterzee (vader Hendrik FLEER), jong overleden. (3) Rein, geb 15-6-1759 te Rotsterhaule. (3) Willem, doop 31-10-1762 te StJohannesga/ Rotsterhaule. (4) Andries, doop 18-6-1769 te StJohannesga/Rotsterhaule. (5) Aagjen, geb 1-8-1772 te Rotsterhaule, doop 6-9-1772 te StJohannesga/Rotsterhaule. – Van genoemde kinderen is de zoon Andries Hendriks FLEER (VLEER), gehuwd 13-1-1793 met Lysbet (Elisabeth) Klaases DE VRIES, beiden van Lemmer, zij ovl 15-3-1821 te Lemmer, verantwoordelijk voor verdere VLEER-familie. Willem Jans, geb 21-1-1730 Oldelamer, doop 21-1-1730 Andries Jans (FLEER), geb 7-4-1732 Oldelamer, doop 20-4-1732, wieldraayer, tr 25-11-1764, ovl 7-11-1812, 80j oud (zie kw 124) Roelofje Jans, geb 2-11-1735 Oldelamer, doop 13-11-1735 Geertje Jans, geb 26-6-1739 Oldelamer, doop 28-6-1739

Bij Quotisatie 1749 wordt Jan Hendriks te Oldelamer genoemd, kooyman, gezin van 4 personen waarvan 1 jonger dan 12. Bescheiden aanslag: 20 Cgldn 17 stuivers. Jan is dan ruim 50j oud en beheert kennelijk de eendenkooi die boven Oldelamer lag (aan de zuidkant van de Tjonger-rivier, met aan de overkant Delfstrahuizen en Oosterzee). De relatie met kooimansberoep klinkt later nog na, bij vernoeming van een kleindochter.

  1. Jan Pieters (Peters), geb ca 1710, tr 13-5-1739, hij uit Ter Idzard, zij uit Nijeholtwolde (Weststellingwerf, FR), met
  2. Marigje Tymens (Margjen)

Ouders van Albertien Jans (kw 125)

Bij Quotisatie 1749 wordt Jan Pieters te Oldelamer genoemd, boer, gezin van 4 personen waarvan 2 jonger dan 12. Geringe aanslag: 11 Cgldns 13 stuivers.

Kinderen uit het huwelijk: Albertie, doop Wolvega-Sonnega-Nijelamer-Nijeholtwolde 7-2-1740 Geesjen, geb Oldelamer 20-1-1746, doop 23-1-1746 Peter, geb Oldelamer 18-4-1751, doop 18-4-1751 Jantie, geb Oldelamer 26-9-1753, doop 30-9-1753.

  1. Jurjen Jans, geb ca 1720 te Het Meer (?), trouwt 1743 (hij van Oudeschoot, zij van Oldeboorn) met
  2. Janke Jans. In trouwregister Oldeboorn-Nes (Utingeradeel, FR) melding 20-6-1743 van afgegeven attestatie.

Onze aanname is dat Janke dochter is van Jan Migchiels (kw 506), boer te Rottum (Schoterland, FR) die jong overlijdt, voor 1728. Na de dood van haar vader komt Janke te Oldeboorn terecht. Huwelijk vindt te Het Meer of te Rottum plaats, maar trouwregisters daar beginnen bij 1746.

Bij Quotisatie 1749 staat Jurjen Jans te Heerenveen-Noordzijde (Het Meer) vermeld als boer. Gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen, aanslag: 15 Caroliguldens en nul stuivers. Slechts twee dopen staan geregistreerd (1746 en 1749). In 1766 worden Jurjen en Janke vermeld als belijdende leden van de kerk te Rottum. Als Jurjen Jans genoemd wordt als huisman te Oudeschoot is hij boer in Het Meer (Heerenveen-Noordzijde).

Kinderen uit het huwelijk: Jan Jurjens (LEMSTRA, kw 126), doop 25-11-1746 Oudeschoot, ouders wonen op het Meer, ouders: Jurjen Jans en Janke Jans Froukje, doop 21-2-1749 Oudeschoot, dochter van Jurjen Jans, naam van de moeder niet vermeld.

  1. Bonne Jacobs, geb te Mildam, arbeider te Benedenknijpe (Oudeschoot) 1749, later koemelker (veehouder) te Terband, ovl voor 1779, trouwt ca 1754 te Tjalleberd (of 1745 – nog na te gaan) met
  2. Pietje Wytzes

Bij quotisatie 1749 staat een Bonne Jacobs te Benedenknijpe vermeld als arbeider. Gezin met 2 volwassenen en 1 kind. Aanslag 18 Caroliguldens en 3 stuivers. Ook een Jacob Bonnes te Benedenknijpe vermeld als huisman (boer). Gezin met 3 volwassenen. Aanslag 42 Cgldns en 3 stuivers. De aanduiding “Oudeschoot” in kerkelijke registers kan een ruim gebied betreffen in die tijd (inclusief Het Meer-Benedenknijpe).

Uit huwelijk van Bonne Jacobs en Pietje Wytzes: Reinskjen (Reinske) Bonnes, geb Het Meer ca 1748, ovl Rottum 1781, ca 33j, gehuwd, tr Rottum 25-10-1772 (attestatie Terband 12-10-1772), zij ca 24, hij 30, met Jeen Hendriks (SIEGERSMA), doop Rottum sep 1742, ovl Rottum 8-2-1823, 80j, gehuwd, zv Hendrik Sygers en Antje Oenes. Na overlijden van Reinskje tr Jeen Hendriks (2) Rottum 30-11-1783, hij 41, zij ca 43, met Aaltje Jacobs, geb ca 1740?, ovl (Aaltje Jacobs SIEGERSMA) Schoterland 9-9-1834, 95j, weduwe.
— Bij naamaanneming van 1811 meldt zich Jeen Hendriks SIEGERSMA (hij is dan ca 70, zijn grootvader heette Sieger) te Rottum met kinderen nog in leven: Antje (39, StJohannesga), Pietje (30, StJohannesga), Hendrik (26, Doniaga) en Afke (24, Rottum). Zoon Hendrik en dochter Afke zijn uit het tweede huwelijk (met Aaltje Jacobs), De dochters Antje en Pietje uit het huwelijk met Reinske Bonnes.
— Reinske en Jeen laten 4 kinderen dopen, geboren te Rottum: - 1. Antje Jeens, geb 14-6-1773, doop 27-6-1773, tr Donkerbroek (Ooststellingwerf) 28-5-1798, zij 24 (afk Rotstergaast), met Folkert Roelofs, afk Donkerbroek. Huwelijk te Donkerbroek, maar het jonge echtpaar gaat wonen in de omgeving van Rottum (StJohannesga, West-Schoterland). Nog aan te vullen. – 2. Pietje Jeens, geb 2-5-1774, doop 22-5-1774, jong overleden. – 3. Hendrik Jeens, geb 8-10-1776, doop 22-12-1776, jong overleden. – 4. Pietje Jeens, geb 28-1-1781, doop 4-2-1781 (moeder Reinske is kort hierna overleden), tr Delfstrahuizen (West-Schoterland) 11-5-1806, zij 25, met Cornelis Klazens, schoolmeester te Delfstrahuizen. Bij naamaanneming van 1811 meldt zich de schoolmeester als Cornelis Klaases DIJKSTRA te Delfstrahuizen, met zoontjes Klaas (3) en Jeen (3kwart). Volgens doopregister een eerder zoontje Klaas (24-1-1807) en dan Klaas (14-2-1808) en Jeen (13-1-1811). Die ook in BS-register (Jeen Cornelis) en daarin verder nog dochter Jeltje SIEGERSMA, geb 25-6-1814. Nog aan te vullen.
— Uit huwelijk van Jeen Hendriks 30-11-1783 met Aaltje Jacobs de zoon Hendrik Jeens SIEGERSMA, geb 2-10-1785, doop 9-10-1785, en de dochter Afke SIEGERSMA, geb 4-12-1787, doop 6-1-1787. Deze twee bij naamaanneming 1811 gemeld. Nog aan te vullen. Fokjen Bonnes (kw 127), geb ca 1750, ovl Rotstergaast ca 1785, rond 35j oud, tr Oudeschoot 17-6-1770, zij ca 20, hij 23, met Jan Jurjens (kw 126), geb Het Meer 1746, ovl Nieuweschoot 18-7-1811, 64j, gehuwd (in tweede huwelijk).
— Fokjen Bonnes en Jan Jurjens staan als oudgrootouders in onze kwartierstaten. Verdere info over hen bij Generatie 7, kw 126/127. Froukjen Bonnes, geb ca 1759, ovl Wolvega (Weststellingwerf) 24-1-1842, 82j, weduwe, tr Oudeschoot 28-4-1781, zij ca 22, afk Rottum, hij 21, afk Oudeschoot, met Sybe Tjibbes (ZWAAGSTRA), geb Langezwaag (Opsterland) 29-7-1759, ovl Wolvega voor 1811 (voor naamaanneming), zv Tjibbe Hessels en Wimke Hendriks. -
— Kinderen uit huwelijk van Froukje en Sybe: - 1. Tjibbe, geb Rotsterhaule 9-3-1783, doop 23-3-1783. – 2. Pyttje Siebes, geb Rottum 8-9-1784, doop 19-9-1784, ovl Schoterland 6-8-1826. – 3. Bonne Sybes ZWIKSTRA, geb Rottum 25-7-1786, doop 6-8-1786. Bij naamaanneming van 1811 laat hij te Wolvega, de ZWAAGSTRA-naam registreren (zoals zijn ooms Hendrik Tjibbes en Cornelis Tjibbes te Oudeschoot doen), maar registratie Burgerlijke Stand let kennelijk niet op die inschrijving en gebruikt ZWIKSTRA-naam. Bonne, geb Rottum 25-7-1786, ovl Wolvega 12-1-1861, 74j, gehuwd. – 4. Hessel Sybes, geb Oranjewoud 23-1-1789, doop 8-2-1789. – 5. Hendrik Sybes ZWIKSTRA, geb Wolvega 25-5-1798, doop 10-6-1798, ovl Wolvega 12-9-1831, 33j, ongehuwd. – 6. Rintje Sybes ZWIKSTRA, geb Wolvega 8-4-1801, doop 26-4-1801, ovl Wolvega 16-10-1878, 77j, gehuwd, tr Wolvega 15-5-1828 met Jantje Jacobs BOONSTRA. Geen kinderen vermeld gevonden. - Froukjen Bonnes en Sybe Tjibbes zijn te Wolvega gaan wonen en hun kinderen, voorzover nog in leven, gaan er ZWIKSTRA heten, hoewel ZWAAGSTRA was bedoeld. Na overlijden van vader Sybe voor 1811 (moeder Froukje overlijdt in 1842) schijnt zoon Bonne Sybes ZWIKSTRA, samen met moeder Froukje, de “leidende” rol te hebben gehad, voorzover van belang. Bonnes oudste zoon, Sybe Bonnes ZWIKSTRA (ca 1810-1882), wordt veldwachter te Wolvega (op wolven hoefde hij niet meer te wachten, de laatste wolf werd er ca 1710 gedood). Jacob Bonnes (WATERLANDER), geb 4-1-1761 te Terband, boer te Terband, ovl 12-1-1841 te Oldeboorn, 80j . Trouwt (1) 24-10-1779 te Terband met Rieuwkjen Jacobs DE HAAN, geb 1760 te Oldebildtzijl (Het Bildt, FR), ovl 20-2-1814 te Heerenveen. Kinderen: Bonne (1780), Tjitske (1782), Jacobus (1786), Pytje (1790), Fokje (1799). Jacob trouwt (2) 20-5-1815 te Oldeboorn met Meintje Meintes POSTMA, 48 jaar oud, bollenloopster (broodverkoopster), gedoopt 8-6-1766 te Oldeboorn, overl 6-2-1844 te Langezwaag, dv Meinte Cornelis POSTMA en Sjoukjen Dirks WARINGA.

Jacob Bonnes (WATERLANDER) schijnt enige overlevende zoon uit huwelijk van Bonne Jacobs en Pietje Wytzes, hij geb Terband 4-1-1761, ovl Oldeboorn 12-1-1841, 80j oud. Bij naamaanneming van 1811 (Jacob is dan 50) geen registratie, maar achternaam WATERLANDER al wel in gebruik, bijvoorbeeld: 29-10-1812 Heerenveen, notaris W.B.�Kool�van�Heerens Huwelijkstoestemming, akte niet aanwezig - Pietje Bonnes Waterlander te Heerenveen, dochter van Jacob Bonnes Waterlander en Rienkje Jacobus, bruid - Inne Yttes de Boer, bruidegom. Merkwaardig dat Pietje Bonnes WATERLANDER wordt geschreven, terwijl haar vader niet Bonne maar Jacob (Bonnes) heet. De naam WATERLANDER wordt gebruikt door Jacob Bonnes en nazaten van hem. De verklaring ervoor is dat zij doopsgezind zijn/waren. Binnen de doopsgezinde (kerkelijke) richting kende men een aantal richtingen. Eentje daarvan heette de Waterlandse of Waterlander-richting. Zo kwam die naam in gebruik, soms. Nog verder te documenteren. Is er bewijs dat Bonne Jacobs en/of Pietje Wietses, ouders van Jacob Bonnes, doopsgezind (Waterlanders) waren?

Zie verder: HYPERLINK "http://www.waterland,nl" www.waterlander,nl

Hinke soms Henke vermeld. De ADEMA-achternaam wordt bij de naamregistratie van 1811 gelanceerd door haar broer Freerk. In officiële stukken komt zij niet met die achternaam voor (wel in later gemaakte kwartierstaten). Naamaanneming 1811: Pieter Andreas POL te Opeinde 24 meldt de kinderen van overleden Tjeerd Jan Keimpes vroeger huisman te Opeinde onder de naam KOOISMA: Roel (19, Opeinde), Geertje (15, Drachten), Sjoukjen (11, Bergum). Naamaanneming 1811: Jan Hayes VAN DER HELM, wonend Noorderdrachten 282, zoon Haye (30, Akkrum) en dochter Martzen (22, Ureterp). Jan Hayes en Antje Jans laten Herv.Gem Drachten 29-11-1789 tegelijk 2 kinderen dopen: Haye, geb Ndrachten 22-3-1781, en Martsen, geb Ndrachten 24-8-1789. Bij doop was Haye dus ruim 8j oud, Martsen 3 mnd. In 1811 laat Jan Keimpes EISMA te Rottevalle zich inschrijven (nog niet getrouwd). Moest HEIDSMA zijn en zo wordt hij verder ook vermeld. Zus Hylkje komt in eerste jaren erna nog wel als VAN DER HEIDE of HEIDA bij inschrijving voor. Na 1820 HEIDSMA. Hendrik Joukes en Lokke Harmens trouwen Zuiderdrachten 2-6-1771. Er worden geen dopen vermeld. Bij naamaanneming 1811 Hendrik Joukes BRANDER te Zuiderdrachten, met zonen Harmen, (30, Noorderdrachten), en Sietze (26, Opeinde), Van een oudere zoon Jouke die overleden is meldt hij kinderen. Hendrik Joukes BRANDER overlijdt Drachten 9-1-1821, 74j, gehuwd, zv Jouke Hendriks. Naamaanneming 1811: Witte Jelkes WESTRA te Augustinusga (gezin woonde te Roodeschuur (Reaskuorre) aan de weg tussen Augustinusga en Harkema) meldt 3 eigen kinderen nog in leven: Janke, 45, Teede 37 en Teedske 34. Als zijn kleinkinderen noemt hij ook de 3 kinderen van de overleden Albert: Witte, Karst en Wijke. Wirdum ligt op de vaarroute van Bergum/Suameer en Achtkarspelen naar Leeuwarden. Bergum en Suameer grenzen aan elkaar, slechts gescheiden door de (Wijde) Ee. Kijk in de atlas. Bij Quotisatie 1749: Feytze Roels te Noorderdrachten, arbeyder, gezin van 4 personen (ouder dan 12), aanslag 26 Cgldn. Naamregistratie 1811: Ate Inses LAGEVEEN te Terwispel meldt 5 kinderen nog in leven, nl Jeen (42, Oosterwolde), Fedde (39, Terwispel), Inse (36, Terwispel), Inskje (33, Terwispel) en Janke (30, Terwispel). Via hun zonen hebben Ate en Pietje dan al 13 kleinkinderen (kinderen van dochters niet gemeld). Pietje Jeens is beginmoeder in LAGEVEEN-familietakken (beschreven). Grietje Feitzes trouwt 28-2-1796 te Gersloot (Aengwirden, FR) met Auke Jans KOOTSTRA (voor 1811 ook Van Koten genoemd). Grietje is beginmoeder in KOOTSTRA-lijnen. Auke ovl 14-3-1815 te Gersloot, veenarbeider, ca 50j oud, Grietje Feitzes 25-5-1846 te Langezwaag, 77j oud. Wytske Feitses is 7-8-1773 te Luxwoude geboren, ovl 25-8-1866 te Terwispel, 93j oud. Zij trouwt (1) 9-8-1795, zij 22, hij 25, te Langezwaag met Harmen Jans VAN ZWOL, geb 17-10-1769 te StJohannesga, ovl 11-4-1811 te Langezwaag, 41j oud, nalatende 7 kinderen. Wytske is beginmoeder in VAN ZWOL-lijnen. Weduwe Wytske trouwt, 62j oud, (2) 22-2-1836 met haar neef Ynse Ates LAGEVEEN, 55j, weduwnaar, ovl 4-3-1863 te Terwispel, 82j oud, zoon van Ate Inses Lageveen en Pijttje Jeens, tante van Wytske. Nog verdere aandacht nodig. Grietje Jalderts, geb 18-8-1775 Terwispel, doop 22-10-1775, dochter van Jaldert Jeens en Wytske Jalkes, tr (1) 15-2-1801, zij 25, hij 27, met haar neef Hendrik Oenes, zoon van Oene Hendriiks en Hinke Jeens, geb 8-7-1773 te Lippenhuizen, doop 15-8-1773, ovl in 1808 te Terwispel, 35j oud, en (2) 1-4-1810 met Jan Gialts VAN DER DIJK, ovl te Terwispel 5-9-1827, 42j oud, gehuwd. Grietje Jalderts komt ook als Grietje Jolderts in akten voor. Haar huwelijk van 1801 (Hendrik Oenes, Kortezwaag, Grietje Jalderts, Terwispel), staat in trouwregister van Herv.Gem Terwispel en Herv.Gem Kortezwaag vemeld. Te Kortezwaag wordt ze ingeschreven als Grietje Jalkes. Het register van overlijden/begraven te Terwispel meldt Hendrik Oenes, 2-12-1808, 36j oud, de overledene was gehuwd en laat 3 kinderen na. Volgens beschikbare gegevens werd hij 35 en liet hij 2 kinderen na, de dochters: (1) Hinke Hendriks, geb 16-8-1802 te Kortezwaag, doop 26-9-1802 aldaar, en (2) Wytske Hendriks, geb 15-11-1806 te Terwispel, doop 7-12-1806 aldaar. In 1810 trouwt Grietje, 34j oud, met Jan Gjalts (Gialts) die 9-10 jaar jonger is dan Grietje. Voor Jan vinden we geen doopmelding. Bij de naamsregistratie van 1811 meldt zich te Terwispel Gialt Jans DIJKSTRA te Terwispel met kinderen in leven: Trijntje 35, Aukjen 34, Jan 27 en van laatstgenoemde een kleinkind: Aleida. – Genoemde Jan was kort ervoor, 1-4-1810, met Grietje Jalderts getrouwd, beide van Terwispel. De Burgerlijke Stand meldt geboorte van: (1) Aleida VAN DER DIJK, geb 7-11-1811, dochter van Jan Gjalts en Grietje Jalderts, wonende te Beetsterzwaag, familiemaam van de vader niet vermeld in de akte, maar later vermeld als VAN DER DIJK en DIJKSTRA, (2) Aukjen VAN DER DIJK, geb 20-4-1814 (mairie Langezwaag), dochter van Jan Gjalts VAN DER DIJK en Grietje Jolderts), (3) Gjalt DIJKSTRA, geb 22-11-1816 (mairie Gorredijk), zoon van Jan Gialts DIJKSTRA en Grietje Jalderts, familienaam van de vader ook vermeld als VAN DER DIJK, (4) Jaldert VAN DER DIJK, geb 30-3-1820 (Opsterl 37), zoon van Jan Gialts VAN DER DIJK en Grietje Jalderts DE VRIES, familienaam ook vermeld als DIJKSTRA. “Dijjkstra” of “Van der Dijk”, het bleef een vraagstuk. Jan Gialts ovl 5-9-1827 te Terwispel, 42j oud, als VAN DER DIJK uitgeschreven. – De overlijdensdatum van Grietje Jalderts (DE VRIES?) is nog onbekend. De zoon Jaldert woont later te Siegerswoude (oostelijk Opsterland, FR, tussen Ureterp en Bakkeveen), zoon Gjalt vlak over de Fries-Groningse grens te Marum (Westerkwartier, Groningen). Jeen Jalderts ovl 15-2-1852 te Terwispel, 74j oud, ongehuwd gebleven. Minke Jalderts ovl 20-1-1848 te Haulerwijk, 69j oud, tr 2-11-1800, zij 21, hij 25, met Fedde Martens RIEMSTRA, veenarbeider en prediker te Haulerwijk, ovl 7-6-1856, 79j oud, weduwnaar. Uit dit huwelijk 6 kinderen. Jinke Jalderts trouwt te Terwispel met de schoolmeester Gjalt Jans MEYER en verhuist met hem mee wanneer hij onderwijzer wordt te Genum (Ferwerdadeel) en later te Baard (Baarderadeel, zuidwestelijk van Leeuwarden). Uit het huwelijk 6 kinderen (MEYER). Fetje Jalderts geb 17-9-1791 (eerdere dochter Fetje geb 10-8-1787 jong overleden) tr 10-4-1824 met smidszoon Gaele Douwes FABER (Opst 12). Uit dit huwelijk de zonen: Joldert Faber en Douwe Faber (Langezwaag). Jalke Jalderts (Lippenhuizen) en Grietje (Geertje) Teyes (Terwispel). Doopregister: Wytske 1-8/3-9 1797, Joldert 2-2/3-3-1799, Teye 26-5/5-7 1802, Wiepkjen 10/25-8-1808. We missen de dochter Antje in het register die tussen Teye en Wiepkjen werd geboren (ca.1805). Jalke Jalderts is in 1808 of 1809 overleden en Geertje Teyes (Lippenhuizen) hertrouwt 31-12-1809 met Hendrik Pieters (Lippenhuizen). In 1811 meldt Hendrik Pieters REIDINGA als voogd en stiefvader de kinderen van Jalke Jalderts en Geertje Teyes (Wytzke 14, Jaldert Jalkes 12, Teye 10, Antje 8, Wiebkjen 3) die dan ook even als REIDINGA staan ingeschreven.Later nemen ze de eigen familienaam DE VRIES aan. Antje Jalkes de Vries trouwt 21-2-1828 met Jan Geerts Hakze (Opst 10), Teye Jalkes de Vries 3-4-1828 met Wiepkjen Tjeerds de Vries (Opst 15), Wytske Jalkes de Vries 2-1-1829 met Roel Jans van den Bosch (Opst 1) en na diens overlijden 1-11-1841 met Willem Fokkes de Haan (Opst 64). In 1811 hebben Geertje Teyes en Hendrik Pieters Reidinga een gezamenlijk zoon Pieter (1 jaar oud). Hendrik Pieters is zoon van Pyter Ates REIDINGA (Oldeboorn) en Anna Catharina DEMOET (Boornbergum) die 20-6-1784 in het huwelijk traden. Hun familienamen toen al in trouwregister vermeld. Akke LEYENAAR is in 1829 weduwe van Wybe Ennes KOOPMANS (huw Oosterend 20-5-1810, hij van Welsrijp), ovl 25-4-1823, 52j. Uit dit huwelijk 4 dochters. Bron: Parenteel van Claes Wolters, door Jolanda Guijt 2004 Wybe Ydes, boer te Jubbega-Schurega, gezin van 6 personen waarvan 2 jonger dan 12, aanslag 35 Cgldns 7 stuivers (Quotisatie 1749). Bij naamsaanneming 1811 laat Geert Luitjens (Schurega, mairie Mildam) DE JONG inschrijven als gezinsnaam. Hij meldt de kinderen: Luitjen 12, Stijntje 10, Joukje 8, Jeltje 4 en Anne ruim 1 jaar oud. Hij is bijna 60j oud dan. Trouwde op 47-jarige leeftijd 1-7-1799 te Nieuwehorne (hij met attestatie van Katlijk) met Femke (Fimke) Annes, 27j oud, dochter van Anne Wybes en Stijntje Pieters, doop 3-11-1771 te Oudeschoot etc. Sytske Luitjens is 21 wanneer ze met Gerke Gabes trouwt en kennelijk al uitwonend te Oranjewoud. Uit het huwelijk met Gerke worden 9 kinderen geboren. Bij naamsaanneming van 1811 meldt Sytske Luitjens te Nieuwehorne zich als weduwe van Gerke Gabes WOUDA, met de kinderen: Aaltje 29 (te Oudeschoot), Joukje 26 (te Oudeschoot), Gabe 22 (‘s Rijks-dienst), en nog te Nieuwehorne: Jeltje 19, Ynske 16, Baukjen 11 en Luitjen 9. Hiervandaan WOUDA-familie. Libbe Egberts WASLANDER was eind 1811 in militaire dienst. Dat houdt in dat hij in de legers van Napoleon Bonaparte was opgenomen, want “keizer” Napoleon van Frankrijk had bezette gebied Nederland bij Frankrijk ingelijfd (na zijn broer Louis of Lodewijk, “koning van Nederland”, door hem in 1806 hier benoemd, te hebben weggestuurd). Napoleon voerde de militaire dienstplicht in (en ook de Burgerlijke Stand en Naamsregistratie) en had een groot leger nodig om naar Moskou op te trekken. Libbe (loteling lichting 1809) werd 14-10-1811 ingelijfd, treinsoldaat bij 14de bataljon, 6de compagnie, en komt niet terug. Vermist gemeld november 1813 en eind 1814. Mogelijk als zonen van Aise en Auk/Akke: huwelijk 20-9-1750 te Oudehaske Hendrik Aizes, Oudehaske, Martzen Keimpes, Suameer. Uit dit huwelijk oa een latere VAN DER HEIDE-familie. En: huwelijk 21-10-1764 te Haskerhorne Rinke Aizes, Oudehaske, Geertje Ales, Oudehaske. Nog verder na te gaan. In 1749 is er in Friesland een Jannes Lucas (boer te Oldelamer, gezin van 6, 3 kinderen jonger dan 12, 11-13 Cgldns). Op 25-6-1730 te Oldelamer getrouwd met Aaltje Reingiens. En een Jan Lucas (wever te Het Meer Noordzijde, gezin 2 personen ouder dan 12, 20-9 Cgldns). Overlijdensakte Tjitske Jans LOKKES 1827: “Reinder Beekes BEEKSMA, oud 76 jaar, z.b., en Phoeke Wijbes DE BOER, 62 jaar, arbeiders en geburen van overledene, wonende te Terhorne, hebben verklaard dat Tjitske Jans LOKKES, oud 57 jaar, geboren in Het Meer bij het Heerenveen, wonende te Terhorne, huisvrouw van Gerben Sijmons VAN ASPEREN, schoenmaker mede aldaar wonende, en dochter van Jan Jans LOKKES en Antje Geerts, beide overleden in ’t Meer bij Heerenveen, op den 22 der maand augustus v.m. half een in huis nr. 13 te Terhorne is overleden.” De OVERSEE-naam in 18de-eeuwse registers verder vermeld (Harlingen en Sneek). Warner Sybrens OVERSEE trouwt Sneek 2-2-1721 met Aettie Alberts SLOOT. Warner gedoopt Sneek 20-11-1687, zv Sybren Warners en Lieuckien Anskes. Warner is schipper en de naam OVERSEE kan er op wijzen dat zijn vader dat ook al was, grootschipper in buitenlandse handelsvaart. Bij de Harlingers komt de Franse havenplaats Boulogne voor. Nog aan te vullen. Hette Siblis JOUSTRA trouwt 18-11-1742 met Reinu Warners OVERSEE. Catharina VALSTAR, dv Willem Jans VALSTAR (1779-1834) en Francijntje VAN DER HOUT, komt niet in aanmerking. Zie verder www.esveld.net Zijn broer Gerrit VREUGDENHIL huwt drie jaar later een zus van Elsje, Lijsbeth Thomas VAN BEIJEN. Zoon van Klaes VAN DER HANS? Zie kw 376. Bij Loosduinen. Lysbeth VREUGDENHIL is tante van Thomas, Aagje IJSERMAN een volle nicht (zie kw 376). Zoals zijn schoonvader. Bron: R. de Hek. Zijn broers ook. Als spuiwachter had je natuurlijk mooi zicht. J.Buisman, Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen, deel 5, 2006, pgs 736 ev. Idzega en Oudega zijn buurdorpen ten westen van Heeg. Sinjeur Isbrandt OOSTERHOUT was grootgrondbezitter, in 1698 eigenaar van rond 15 stemhebbende plaatsen rondom Heeg en Sneek. Hij overleed te Sneek in 1718 (beluid 28-2-1718). Huwelijk Uitwellingerga 28-3-1712: Hein Tjeerds, afk Uitwellingerga, en Antie Wybes, afk Goutum (Leeuwarderadeel FR). In 1728 (stemkohieren) is Hein Tjeerds eigenaar en gebruiker van Uitwellingerga stem 14. In doopboek Idskenhuizen/Legemeer (Herv Gem) wordt doop van een Palskjen gemeld 10-6-1737, dochter van Teeuwes Harings en Geertje Pyters. En doop van een volgende Palskjen 4-8-1743, zelfde ouders.
— Thaevis Harings bij Quotisatie 1749 “huysman, redelijk in staat” te Legemeer, gezin van 5 personen van wie 2 kinderen jonger dan 12, aanslag 45 Caroliguldens. In 1728 (stemkohieren) staat Thevis Harings vermeld als gebruiker van Legemeer stem 6. Sybren Thevis staat dan als eigenaar van deze plaats vermeld. -
— Stemkohier 1698 Legemeer (Doniawerstal) Stem nr. 6. Zakelijk gerechtigden: Jeep Piers, eigenaar voor 1/6, Minne Piers, eigenaar voor 1/6, Mincke (MINKE) Piers, eigenaar voor 1/6, Vrouw Margareta ten Toorn uit naam van haar dochtertje, eigenaar voor 1/3, Haring Piers, eigenaar voor 1/6, gebruiker voor 't geheel. Dit nog te verduidelijken. Tryntje Johannes RUDOLPHI is kleindochter van ds. Rudolphus RUDOLPHI (kw 206). Quotisatie 1749: Rouke Stevens, Langweer, houtschuytevoerder, gezin 2 volwassenen, aanslag 7 Cgldns 17 stuivers. Rouke zal even eerder met Gatske Pieters zijn getrouwd (nog geen kinderen). Gegevens niet bekend. Zijn vader (?): Steven Gerryts, Langweer, houtschuytevoerder, winckelier, welgestelt, gezin 6 personen wv 1 jonger dan 12, aanslag 44 Cgldns 3 stuivers. Naamaanneming 1811: Wiebe Jacobs SCHAAFSMA, Langweer, met kinderen: Jacob (7) en Lykle (5). Wibe Jacobs trouwt 15-5-1803 met Hiltje Likles. Wiebe is jongere broer van Auke. In 1811-formulier “Schaapsma”, bij huwelijk van zoon Rauke, Haskerland 8-1-1824, zelfs nog even “Schaaksma”: huwelijk Rauke Pieters SCHAAKSMA, 36j, geb Langweer, zv Pieter Baukes SCHAAKSMA en Gerbrig Wytzes, met Marie Elias TYLEMAN, 29j, geb Joure, dv Elias TYLEMAN en Tjam ANTHONY. Aldus de aktelezing. Daarna wordt SCHAAFSMA gebruikt. Doop Gersloot (Aengwirden) 3-8-1766: Aafke, kv Kleis Hendriks en Aukien Wobbes. Niet vastgesteld dat dit de bedoelde Aafjen is. Naamaanneming 1811: Sipke Brands SEVENSMA, Langweer, kinderen: Brand (21), Grietje (18), Antje (12), Trijntje (10), Janke (6), Pietertje (3). Huwelijk Schoterl (mairie StJohannesga) 26-11-1812: Douwe Tjebbes VAN DER MEER, 35j, zv Tjebbe Jans VAN DER MEER en Antje Douwes, en Geesje Tjerks GREVELINK, 21j, geb StJohannesga, dv Tjerk Jans GREVELINK en Sieboutje BUMA VAN HASENHOEK. Geeske Tjebbes VAN DER MEER, stiefdochter van Janke OENEMA, trouwt 13-4-1856, zij 18, hij 21, met Jelte Harmens KOOPMAN, geb Lemsterland 23-10-1834, zv Harmen Johannes KOOPMAN. Geeske is zwanger. Eerste kind wordt 8 maanden later geboren te Delfstrahuizen. Geeske en Jelte wonen daar. Kinderen: Harmen 17-12-1856, Palsche 17-1-1859, Tjebbe 14-10-1863, Harmen 16-1-1865, Douwe 13-10-1867, Johannes 3-12-1869. Geeske Tjebbes ovl 14-5-1872, 35j oud. Wytze Tjebbes VAN DER MEER, zoon van Janke OENEMA, trouwt in 1874 met Trijntje VELDHUIS. Dit huwelijk is na 30 jaar bij vonnis van de arrondissementsrechtbank Leeuwarden 30-6-1904 ontbonden. Wytze is dan 54, Trijntje 50. Uit huwelijk: dochter levenloos 13-6-1874, Tjebbe 20-8-1875, Anne 8-4-1877, dochter levenloos (Wymbr) 11-2-1883, zoon levenloos (Wymbr) 25-8-1885. De eerste kinderen geboren Doniawerstal, de twee laatste Wymbritseradeel. Nog aan te vullen. Haar ouders, beiden van Pingjum afkomstig (BANGMA-familie van Pingjum), trouwen te Woudsend 21-6-1772 en zijn later naar Sloten verhuisd. Haar vader is horlogemaker. De zussen Geertje en Antje Jans KLIJNSMA trouwen ieder voor zich met een zoon van Sent Fokes KLIJNSMA (en Elizabeth Klazes VAN DER WIJK), broer van hun vader Jan. Sent KLIJNSMA is potschipper (varende verkoper van potten en pannen). De zonen Fokke (5-8-1848) en Klaas (16-12-1850) worden te Sloten (FR) geboren. Zoon Fokke volgt hem op in het schippersbedrijf. Gezin woont achtereenvolgens te Lemmer (maar zoon Anne 1883 geb te Heerenveen), te Delfstrahuizen (dochter Elisabeth 1885) en te Joure (maar zoon Fokke 1887 geb te Delfstrahuizen). Antje ovl 30-8-1887, 33j, te Delfstrahuizen (aang Joure 9-9-1887), 1 week na de bevalling. Naamaanneming 1811: 80-plusser Douwe Pieters DIJKSTRA te Follega meldt kinderen en kleinkinderen (hij overlijdt 12-1-1814, 87j oud). Bij geboorteaangifte geen voornaam in de akte, bij overlijdensaangifte wel. Nog nader vast te stellen. Op een internetsite melding dat zij ovl Oudehaske 30-5-1863. Die melding is niet gedocumenteerd (geen Burgerlijke Stand). Bij Quotisatie 1749: Meine Bootes, eigenerfde boer te Ouwsterhaule, gezin 8 personen, waarvan 4 jonger dan 12, aanslag 48 Cgldns. De zoon Eyse Meines is de jongste van die 8, geb 29-5-1748, doop 2-6-1748. Naam van de moeder dan niet gemeld, maar uit andere meldingen lijkt aannemelijk dat zij Gooitske Foppes heette. Oudste dochter van Eyse wordt ook Gooitske genoemd. – Vader Meine is eigenerfde boer te Ouwsterhaule. Eyse is een late zoon in het rijtje en vertrekt. “Met vaders consent” trouwt Eyse 10-4-1773 of 10-4-1774 (twee meldingen, verschillend gelezen) met Uilkjen Wybes, afk StNicolaasga (“afkomstig van ‘t Blau”). Uit huwelijk met Uilkje worden 5 geboortes gemeld. Eerste 4 te Ouwster-Nijega: Gooitske 31-1-1775, Wybe 28-9-1777 (in 1811 in leven), Boote 27-1-1779, Gooitske (in 1811 in leven). Vervolgens te Legemeer: Wytske 22-9-1781 (in 1811 in leven).
— Dat is de laatste melding betreffende Uilkjen Wybes. Een volgende Boote 18-5-1789 heeft Ynskjen Oepkes als moeder. Een tweede huwelijk van Eyse Meines niet uit kerkregisters bekend. Wel verdere geboortes (doopdata laat ik voor beknoptheid hier even onvermeld) te Legemeer: genoemde Boote 18-5-1789 (in 1811 in leven), daarna Inskjen 28-2-1791 (in 1811 in leven), Geertje 26-5-1793 (in 1811 in leven) en Oepkjen 9-6-1798. Moeder van dit spul: Ynskjen Oepkes. Noot: Ynske, geb Delfstrahuizen 29-12-1759, doop 20-1-1760, dv Oepke Synes en Ynske Jans. In 1789 was (weduwnaar) Eyse 41 en Ynskjen 29. Aannemend dat onze veronderstelling deugt een passend plaatje.
— Maar waar is Meine Eyses dan? De vader van de Eize Meines met wie Geertje Tjeerds OENEMA in 1840 trouwt? Goede vragen! ----
— Bij de naamaaneming van 1811 meldt zich Eyse Meines EYSEMA te Langweer, inmiddels 63j (hij overlijdt Doniaw 5-12-1819, 71j, gehuwd, Ynskjen Oepkes ovl Doniaw 24-7-1827, 67j, weduwe) en noemt zijn kinderen nog in leven: Wybe 34, Gooitske 32 (Idskenhuizen), Wytske 30 (Oosterzee). En: Boote 23, Ynskjen 20 (Akmarijp), Geertje 18, Meine 15. Drie uit eerste huwelijk, vier uit tweede huwelijk. Hij noemt Meine als jongste kind! Nergens vermeld in kerkregisters. Of is er niet goed gerapporteerd? Zijn melding nemen we voor waar. BS-register meldt 17-12-1816 Doniaw huwelijk van Meyne EYSEMA en Naenkjen HOEKSTRA. Kinderen uit huwelijk van Tiede OENEMA en Anna KLOMPMAKER: - 1. Johanna OENEMA, geb Oudehaske 13-6-1859, emigratie naar USA 1903 (aankomst Ellis Island met schip “Rijndam” 15-9-1903), tr Haskerl 15-5-1881, zij 21, hij 27, met Jan TELGENHOF, geb Haskerl 24-10-1853, zv bokmaker Klaas TELGENHOF en Antje Jans VAN DER HONIG (vgl Generatie 7 kw 96.8.5). Kinderen van Johanna en Jan TELGENHOF: Antje geb Haskerl 26-12-1881, Anna geb Schoterl 12-2-1884, Klaas geb Aengwirden 18-9-1885, Geeske geb Aengw 9-10-1887 (ovl Hellendoorn, OV, 1889) en Tiede geb Daarle (Hellendoorn) 11-1-1890. Met 4 kinderen naar Amerika. Nog aan te vullen. – 2. Tjeerd OENEMA, geb Oudehaske 24-10-1862, ovl 7-6-1946, 83j, gehuwd (begraven Elsloo (OSW)), tr Vledder/Doldersum (DRENTHE) 26-4-1900, hij 37, zij 24, met Annechien BOERS, geb Doldersum (DR) 2-3-1876, ovl 15-8-1950 (begr Elsloo), 74j, wed, dv Hendrik BOERS en Hiltje Pieters. – 3. Albert OENEMA, geb Oudehaske 8-1-1865, ovl 20-12-1942 (begr Elsloo), 77j, wednr, tr Schoterl 26-5-1889, hij 24, zij 25, met Baukje EPPINGA, geb Jubbega-Schurega (Schoterl) 5-6-1868, ovl 30-6-1925 (begr Elsloo), 57, gehuwd, dv Fokke Binnes EPPINGA en Trijntje Mijntes DE BOER. – 4. Klaas OENEMA, geb StNicolaasga 9-2-1868, ovl 14-11-1950 te Glimmen (Haren, prov GRONINGEN), 82j, gehuwd, tr Vledder (DR) 6-1-1906 (bij huwelijk wettiging van 1 kind), hij 37, zij 25, met Bartje VAN DER MEULEN, geb Terhorne (Utingeradeel, FR) 30-3-1880, ovl na 1850, dv Douwe Sjoerds VAN DER MEULEN en Wiggeltje Gerrits BOETJE. Klaas (arbeider) en Bartje zijn al in 1910 te Glimmen woonachtig. Dan daar een zoon Douwe geboren en na 7 mndn overleden. – 5. Geeske OENEMA, geb StNic 13-3-1871, ovl Elsloo 9-6-1897, 26j, gehuwd, tr Diever (DR) 8-5-1896, zij 25, hij 30, met Roelof VAN NIJEN, geb Elsloo, zv Egbert Alberts VAN NIJEN en Albertje Annes DE BOER. – 6. Grietje OENEMA, geb StNic 28-6-1873, ovl Ooststellingwerf FR 20-12-1948, 75j, weduwe (begr Boijl klokkenstoel), tr Diever (DR) 18-8-1894, zij 19, hij 26 (bij huwelijk wettiging van 1 kind: zoon Jacob OENEMA, geb Wateren (DR) 29-7-1894), die dus PRAKKEN mag gaan heten), met Wijbe PRAKKEN, geb Elsloo 1-9-1867, ovl 25-2-1936, 68j, gehuwd (begr Boijl klokkenstoel), zv Jacob Jannes PRAKKEN en Wibbigje Wybes SCHEENSTRA. De winter 1748/1749 was over het geheel een zachte winter, met slechts enkele periodes van lichte vorst. Ongeveer zoals de winter 2007/2008. De tweede week van februari was “somber, vrij nat” geweest (BUISMAN deel 5, pg 811), maar op de 21ste “klaart het op en tot de 25ste is het zonnig, maar vorstloos”. Circa 8 graden in de beginnende lentezon. Op 23 februari, de dag van het dubbele huwelijk, voor het seizoen aangenaam en droog weer. Anne Pyters, afk Hommerts, en Eelkjen Joukes, afk Langweer, trouwen Hommerts 16-10-1774. Leeukje is eerste kind uit dit huwelijk. Haar broer Pieter Annes (geb 17-3-1781, ovl 1-10-1834) laat 1811 de naam TROMP registreren (wonend te Hommerts). Hij is dan nog ongehuwd, tr 1-6-1815 met Lijsbeth Sytzes GLYZA.
— Hun moeder, Eelkjen Joukes, doop Langweer 19-3-1752, lijkt dochter van Jouke Willems en Akke Klazes. Bij Quotisatie 1749 wordt Jouke Willems vermeld als welgestelde boer te Langweer, aanslag 52 Cgldns, gezin dan van 6 personen, van wie 2 jonger dan 12. Zijn huwelijk met Akke Klazes (1743-1755 zes dopen gemeld) mogelijk tweede huwelijk.
— In nageslacht JOUKEMA-naam. Huwelijk Hommerts 26-12-1752 Wybe Sierks KNOSSEN en Ybeltje Heins VAN ZIJLSTRA, hij van Hommerts, zij van Uitwellingerga. De achternaam CNOSSEN in 1811 ingeschreven voor Sierk Wybes (1754-1825) te Hommerts, Anne Wybes (1767-1841) te Hommerts, en Wybe Wybes (1771-1826) te Abbega. Bij de laatste de melding dat hij ondertekent met KNOSSENS.
— In registers Burgerlijke Stand komen familieleden ook met achternaam KNOSSEN voor, zoals Wybe Wybes KNOSSEN bij overlijden in 1826. De naam CNOSSEN werd meestal standaard. Bij de naamaanneming verklaart Rindert niet te kunnen schrijven (hij ondertekent ook niet), maar lezen was kennelijk ook geen sterk punt. WIJMA is bedoeld geweest. Rindert Eises is ca 1739 geboren en 15-5-1774 (Haskerland) getrouwd, hij ca 35, afk Haskerdijken, zij 22, afk Terbandsterschans, met Lutske Jelles, doop Haskerhorne 5-12-1751, ovl Wymbritseradeel 24-11-1826, 75j, weduwe, dv Jelle Jochums en Jeltje Abes.
— Bij Quotisatie 1749: Jelle Jochums te Haskerdijken, boer (“redelijk in staat”), gezin 8 personen van wie 4 jonger dan 12, aanslag 55 Cgldns.
— Doop en ouders van Rindert niet bekend. Doop Oudega (Smallingerland) 8-7-1739 van “Rinnert, zv Meinert Ates” (en Dieuwke Jans) betreft niet hem. Uit huwelijk van Aukje en Sybe zijn binnen 11 jaar 6 kinderen geboren: Lutske 19-3-1849, Jan 20-1-1851, Pieter 1-11-1852, Gerben 26-10-1854, Rommert 15-11-1856 en Bauke 11-5-1859. Aukje overlijdt kerstdag 25-12-1859, 31j oud. Sybe Jans TACOMA is dan 38 (oa. kerkvoogd te Witmarsum). Een volgend huwelijk van hem is niet bekend, wel de melding dat hij 12-8-1869 vertrekt/emigreert naar Boston, USA, vanuit Franeker waar hij 2-10-1868 (gekomen van Oosthem) werd ingeschreven. -
— Bij vertrek naar de USA, hij is dan 47, blijven kinderen achter in Friesland. Vijf maanden na zijn vertrek wordt schoonvader Gerben Idzes BERGSMA te Heeg tot (mede-)voogd benoemd, 23-3-1869. Lutske, oudste dochter van Aukje en Sybe, is 20 geworden en heeft huwelijkstoestemming nodig, grootvader Gerben treedt in de functie van voogd (Lutske tr 30-5-1869 te Sneek met Haring HUIZINGA).
— De schoonouders/grootouders Gerben BERGSMA en Lutske WEIMA overlijden te Heeg rond 1-5-1873. De “burgerhuizinge” te Heeg wordt 20-9-1873 voor 2302 gldn gekocht door Sybren Jetzes REYENGA, kleinzoon van de overledenen, via hun dochter Afke. Als verkopende partijen worden Haring Atzes HUIZINGA te Heeg genoemd (getrouwd met Lutske Siebes TACOMA) en Siebe Jans TACOMA (weduwnaar van Aukje Gerbens BERGSMA, tevens als vader van en voogd over Jan, Pieter, Gerben, Rommert en Bauke Siebes TACOMA). De index op het notarisregister meldt niet dat Siebe inmiddels woont in de USA.
— Mogelijk nam familie van Siebe (toeziend) voogdij over van overleden grootvader Gerben BERGSMA. Volgens notarisakte 10-2-1874 (notaris Jorritsma, Sneek) decharge voor Nan Siebes TACOMA te Minnertsga, in kwaliteit, Petrus Jacobus TADEMA te Heeg (notaris), en Siebe Jans TACOMA te Nieuw Amsterdam USA “als vader van en voogd over Jan, Pieter, Gerben, Rommert en Bauke Siebes TACOMA”. Bleven alle kinderen te Friesland? Zoon Rommert tr 23-4-1885 te Terzool (Rauwerderhem FR) en overlijdt er 18-2-1933, 76j oud. Op 13-9-1915 testeren timmerman Cornelis KAMERLING en echtgenote Popkje REYENGA te Heeg. Ze zijn dan beide rond 70j oud. Zeer waarschijnlijk zijn ze “stil” gaan wonen, mogelijk bij Ede (Gelderland) waar zoon Jetze dan woont. Andere kinderen van hen zijn in Noord-Holland of Groningen terug te vinden (kampwachters, schipper). Cornelis KAMERLING was zoon van Gerbrand Berends KAMERLING, veenbaas op het Vledderveen (Drenthe). Moeder Tjitske Gjaltes ovl 27-6-1818, 59j, weduwe. Inventarisakte 1-8-1818 meldt haar als erflater, overleden moeder van Auke en Jetske Jetzes DOUMA, en Auke Jetzes DOUMA, huisman te Idzega, als voogd over zijn zuster. Ook voor deze zus geen doopmelding. Zij overlijdt Utingeradeel 12-8-1829, 30j, gehuwd, tr Utingeradeel 2-6-1821, zij 22, hij 29, met Klaas HAYMA, geb te Holwerd (Westdongeradeel). Geen geboortemeldingen. Misschien was HAYMA schippers-gezel (nog na te lezen).
— Een maand voor haar huwelijk wordt broer Auke 8-5-1821 gedechargeerd van zijn functie als voogd over zijn zus, samen met Sybe Symons Sybes, koopman te Woudsend, als toeziend voogd. Omdat Auke 4-6-1825 overlijdt, 33j oud, vier jaar voor overlijden van zijn jongere zus, wordt de situatie weer geheel anders. Uit notarisakten blijkt niet dat Jetske en haar man het bedrijf te Idzega gingen claimen. Aukes weduwe Antje Feikes FRANKEN is boerin te Idzega. Pieter Willems FLIETSTRA is 12-7-1784 geboren als jongste kind uit het huwelijk van Willem Reids en Tryntje Aukes. Zijn ouders trouwen Leeuwarden 4-9-1763, beiden afkomstig van Het Vliet, de schippersbuurt aan de zuidoostkant van Leeuwarden. Rond 1780 verhuist het gezin naar Woudsend, waar nog zonen Marten en Pieter worden geboren. Bij naamaanneming van 1811 laat Willem Reids WILLEMS te Woudsend zich inschrijven, met kinderen: Ypkje (47, Amsterdam), Reid (46), Auke (43) en Pieter (27, Heeg). De jongste zoon, inmiddels in het artsenberoep, accepteert niet WILLEMS als familienaam, maar voert de naam FLIETSTRA (verwijzend naar Het Vliet waarschijnlijk). Zijn oudste broer Reid was zoutmakersknecht in Lemsterland.
— Arts Pieter Willems FLIETSTRA tr ca 1811 met Dorothea Everharda Petronella BERGER, geb ca 1787, ovl Heeg 18-9-1826, 39j oud, gehuwd. Uit dit huwelijk slechts 1 kind gemeld: Pieter, geb 23-8-1812 (vroeg overleden?). Documentatie over tweede gezin van Woudendse timmerman/aannemer Nolle Gerrits SCHOTANUS (1802-1857) is toe te voegen. Bij zijn overlijden is oudste zoon Gerrit Nolles 17j oud. Het bedrijf te Woudsend wordt (moeder en zoon, met personeel) voortgezet. Zoon Gerrit trouwt 11-3-1864, hij is dan 24 (trouwt met Fokeltje Douwes DOUMA). Ruim een jaar later (22-11-1865) staat hij in de schuld bij zijn moeder, obligatieverklaring via notaris. Moeder Tryntje zal voor zichzelf en jongere kinderen uit haar huwelijk hebben gestaan. Per 12-2-1866 volgt publieke verkoping van huis met timmerwinkel te Woudsend, verkoper is zoon Gerrit (dan 26), koper is zijn moeder, de weduwe Tryntje. Zij betaalt hem 2417 gld en laat (14-2-1866) de lopende schuld (obligatie) royeren. Eigenlijk “schonk” zij hem meer? Drie jaar later (13-5-1869) verkoopt moeder Tryntje, weduwe, huis en timmerschuur te Woudsend voor 1500 gld aan Bouwe Durks WAGENAAR te Woudsend. En nog veel later (25-10-1875) huis met bergplaats en bleek te Woudsend voor 2560 gldn aan Michiel Rudolphus TROELSTRA. De weduwe overlijdt te IJlst in 1883, 80j oud, waar dochter Tryntje gehuwd was met houtzaagmolenaar Jan Jans TROMP. In 1887 melding van haar zoon Age Nolles SCHOTANUS als architect te Zuidhorn (prov Groningen). Gegevens o.a. ontleend aan website Piebe Belgraver. Aannemelijk is dat er meer kinderen werden geboren. Zoals bijvoorbeeld een zoon Berend Hendriks SCHOKKER, voor 1738 te Wanneperveen. Hij is wellicht jong overleden. Hij is beslist niet meegetrokken naar het Friese Oudehaske. Berend Gerrits WEVER is een oudvader van Geert Fonk. Zijn zoon Wolter Berends WEVER een betover-grootvader. Oudehorne, Schoterland. Vader Cornelis Hendriks SCHOKKER , 35 jaar oud, verliet de Haske om zijn heil elders te zoeken. Geesje Hendriks BEUTE, geb 8-9-1777 Oudehaske, ovl 1855 te Ambt Hardenberg (Ov) is dochter van Hendrik Harmens BEUTE en Geesjen Harmens ZWIER. Ze is twee jaar oudere zusje van Aaltje Hendriks BEUTE, met wie in 1812 de neef Hendrik Jans SCHOKKER trouwt (zie bij kw 106). “Het jaar 1783 was door een zeer warmen en bijzonder droogen zomer gekenmerkt, gedurende welken men bijna onafgebroken nevel of zoogezegden veenbrand had, zoodat de zon en maan altijd een vuurrood aanzien hadden.” (Steenstra II pg 514) Albert Kornelis SCHOKKER en Jantje Hendriks RUITER kregen 10 kinderen en waren beslist niet plaats gebonden. Hij was te Oudehaske geboren en zij te Muggenbeet. De eerste 4 kinderen (periode 1808-1815, Cornelis, Hendrik, Hendrik Alberts en Gerrit) zijn te Oudehaske geboren. Cornelis overlijdt 1836 in Tietjerksteradeel, de eerste Hendrik ws jong gestorven te Oudehaske, de tweede Hendrik (Hendrik Alberts) verhuist naar Beets (Opsterland) en Gerrit overlijdt 1839 te Grave (N.Brabant). De vijfde zoon Wolter Alberts wordt 7-10-1818 te Rottum (Schoterland) geboren. De zesde zoon Jentje Alberts 30-8-1821 in Terwispel (Opsterland), deze overlijdt 12-11-1895 te Emmen (Drente), de zevende zoon Ale (Abe) Alberts wordt 24-11-1824 eveneens te Terwispel geboren (hij overlijdt 21-9-1843 te Ter Idzard (Weststellingwerf, waar vader Albert ook in 1856 overlijdt). Achtste zoon Jan Alberts Schokker wordt 13-3-1828 in Het Meer (Schoterland) geboren, overlijdt 14-8-1892 te Ter Idzard. De negende zoon Berend Alberts wordt 10-12-1830 te Sint-Johannesga (Schoterland in die tijd) geboren (hij overlijdt daat 1838, 7 jaar oud) en de tiende zoon Willem Frederik Schokker 28-1-1834 te Rottum (Schoterland in die tijd), hij overlijdt 23-4-1917 te Nijetrijne (Weststellingwerf). Gezin Albert SCHOKKER en Jantje RUITER is vaak verhuisd. Het gezin telde tien zonen en geen dochters. Albert wordt 72 en overlijdt 1856 te Ter Idzard. Jantje wordt bijna 90 en overlijdt 1875 te Terwispel. Nu moeten we nog even zoeken natuurlijk welke zoon rond die tijd in Terwispel woonde en zich over zijn weduwe geworden moeder mogelijk ontfermde.

Bij een zware storm in november 1776 ging het in NW-Overijssel helemaal mis en onstond o.a. het grote meer Beulakkerwiede waarin het dorp Beulake grotendeels en niet lang daarna geheel verdween. Dat de jarenlange “Gieterse” veenbaggerij hier schuld aan had, is een algemeen aanvaard feit. De zorg over het gebagger in Haskerland en omstreken nam alleen maar toe. Een eerste zware (noordwester)storm was er op 14 november 1776, “die op vele plaatsen in de Nederlanden zware overstroomingen en andere ongelukken te wege bragt. Friesland bleef wel voor dijkbreuken en overstroomingen bewaard, doch de zeeweringen en havenwerken te Workum, Stavoren, de Lemmer en vooral te Harlingen waren zwaar beschadigd, gelijk de storm ook te lande aan vele gebouwen groote schade deed. Vele wrakken dreven langs de kusten, zijnde er vele schepen verongelukt.” (Steenstra II pg 510). Een week later (20-21 november) was er opnieuw een zware storm en die gaf de genadeslag voor de al verzwakte dijken en dijkjes. “Op de Lemmer, Kuinder en te Hindeloopen was de nood groot; ook bezweken de Lindedijken op vele plaatsen, waardoor sommige landen eenige voeten diep onder water geraakten.” Steenstra noemt wel nood elders in Friesland (in Harlingen waren straten die vier voet onder water stonden en het eiland Schiermonnikoog dreigde geheel te worden overstroomd), maar niet de ramp in NW-Overijssel. Hij schreef immers een Geschiedenis van Friesland. Exacte datum van haar overlijden niet gevonden. Wanneer ze ca 1720 werd geboren, is overlijden “voor 1825” een loos bericht, want 105 jaar is ze niet geworden. In 1825 overlijdt haar zoon en onze voorvader Jan Hendriks SCHOKKER. Volgens de overlijdensakte was zijn moeder toen overleden. Maar hoeveel jaar eerder is voorlopig nog onbekend. Misschien overleed ze (al) vóor 1800. In ieder geval na 1776 en niet te Oudehaske, maar weer in Blauwehand, mogen we de berichten hieromtrent geloven.

Bij Quotisatie 1749: Hendrik Sygers, boer te Rottum, gezin 2 personen ouder dan 12, 1 kind, aanslag 23 Cgldns 11 stuivers.
— Huwelijk Oudehaske/Haskerhorne 4-2-1731: Hendrik Sygers en Antje Oenes, beiden Oudehaske. Dopen: Willemke (Haskerhorne 23-11-1731), Jolke (Oudehaske 24-6-1736), Jeen (Rottum, sept 1742), Jolke (Rottum 29-1-1747). In 1749 lijken beide Jolkes overleden. De 2 personen ouder dan 12 in het gezin zijn Hendrik plus Antje Oenes, of Hendrik plus oudste dochter Willemke, wanneer moeder Antje inmiddels is overleden. Geen trouwmelding betreffende Willemke.
— Overigens: bij doopmelding van Jeen alleen naam van de vader vermeld. Mogelijk is ook dat het om een andere Hendrik Sygers gaat, niet degene die in 1731 trouwt met Antje Oenes. Voor de “hardnekkige” Jolke-vernoeming bij kinderen van Hendrik Sygers en Antje Oenes nog geen afdoende verklaring gevonden. Aaltje Jacobs is tweede echtgenote van Jeen Hendriks SIEGERSMA. Huwelijk in 1783. Oudste kind van Jeen uit huwelijk met Fokjen Bonnes is bij zijn tweede huwelijk pas 10j oud. Aaltje is bij huwelijk met Jeen al 40-plusser en mogelijk weduwe, zoals hij weduwnaar is. De naam Aaltje Jacobs komt in trouwregisters herhaaldelijk voor. Passende connectie nog te vinden.
— Volgens overlijdensmelding (1834) werd Aaltje 95j oud. Dat wijst op geboorte ca 1740. Overlijdensakte nog te raadplegen. PM: Mogelijk wordt ze niet 95, maar 85j oud. Dochter van Jacob Ybels en Afke Roels, geb 12-6-1749 in “de Compagnie” (bij Jubbega-Schurega, Oost-Schoterland). Niet in doopregister want toen niet gedoopt. Dochter Afke genoemd en gedoopt (1787) en Aaltje Jacobs uiteindelijk nog zelf gedoopt 4-5-1794 (Oudeschoot-Rottum), 44j. Dat verloop van zaken is best mogelijk. Nog verder te onderzoeken. “1781 den 10 Junij had er, vooral in de zuidelijke streken dezer Provincie, een vreesselijk onweder plaats. Ontzettend waren de donder en bliksem, gepaard met hagelsteenen, waarvan de grootste twee en een half duim in omtrek hadden, die op het Heerenveen groote onheilen verwekten. In het lusthuis Oranjewoud werden meer dan 2.000 glazen door den zwaren hagel vergruisd; weinige huizen bleven onbeschadigd, gelijk ook de vruchtboomen en granen deerlijk gehavend werden. De tuinvruchten waren vernield, zoo ook de jonge boekweit, waarom men op nieuw moest zaaijen. Een uur lang duurde dit onweer, doch geene menschen kwamen er bij om.” (Steenstra II pg 512). “Den 5 Augustus dezes jaars had de zeeslag op Doggersbank tegen de Engelschen plaats, waarbij onze vloot, onder bevel van den Vice-Admiraal ZOUTMAN, veel roem en eene volkomene overwinning behaalde. Nogmaals had men in Friesland een ontzettend onweder, op den 5 September; waarbij de zware storm, donder, bliksem, hagel en groote stukken ijs vele granen, veldvruchten, sommige boerenplaatsen en molens vernielden. In de steden was de schade aan huizen, boomen enz. ontzettend groot.” (Steenstra II pg 513). De ZWAAGSTRA-naam zal gerelateerd zijn geweest aan de Sweach (= weidegrond). De Tjibbeszonen komen uit (Lange/Korte-)zwaag. Mogelijk was Bonne het schrift niet machtig en kreeg hij de te registreren familienaam mee van zijn ooms te Oudeschoot (vader Sybe Tjibbes al overleden). Bij naamregistratie te Wolvega eind 1811 dankzij dit papiertje dan netjes ZWAAGSTRA ingeschreven.
— Maar te Wolvega wordt niet Fries maar Stellingwerfs (Saksisch) gesproken. Bij aangifte van geboorten heeft Bonne dat papiertje niet meer op zak en de dienstdoende ambtenaar Burgerlijke Stand gaat af op Bonnes (Friese) uitspraak van de achternaam. Sweachstra wordt te Wolvega ingeschreven als Zwikstra (1813, 1815), Swegstra (1816), Zwigstra (1820) en in 1823 weer Zwikstra, maar dan met de aantekening dat de vader ondertekent met Zelgtra. Ook niet goed en misschien slecht te lezen (Bonne kon niet schrijven). -
— Uiteindelijk gevolg is dat deze tak te Wolvega en de nakomelingen ervan definitief niet ZWAAGSTRA maar ZWIKSTRA ging heten. Ook de jongere broers van Bonne, Hendrik en Rintje, krijgen de switch naar ZWIKSTRA-naam mee. Bonne Sybes ZWIKSTRA wordt 74. Hij trouwt te Wolvega (1) 4-2-1810, 24j oud, met Wigger(tje) Jans SUIL (ZUIL), ovl 20-12-1830, 44j, dv Jan Reinders SUIL. Uit huwelijk van Bonne en Wigger 6 kinderen: Sybe Bonnes (geb 1810/11, geen doopmelding, 9-6-1836 getrouwd met Rinske Hendriks, ovl 8-4-1882, 71j, gehuwd, veldwachter te Wolvega), Jan (geb 22-4-1813), Hessel (geb 4-3-1815), Aafjen (geb 22-9-1817), Andries (geb 8-6-1820) en Geert (geb 14-3-1823). Na overlijden van Wigger trouwt Bonne (2) 24-6-1831, 44j oud, met Harmtje Jans DAS, ca 36j. Uit huwelijk met Harmtje 3 kinderen: Hendrik Bonnes (geb 19-2-1832), Vroukjen Bonnes ZWIKSTRA (geb 29-8-1833) en miskraam 24-1-1835, moeder Harmtje ovl 1-2-1835, 39j. Bonne trouwt hierna nog 15-5-1840, hij 53j oud, met Geesje Jans BRINKSMA. Die is dan rond 40j oud, uit dit derde huwelijk geen kinderen. Bonne overlijdt 12-1-1861, 74j, Geesje 9-10-1862, 61j. Nog aan te vullen, indien gewenst.

Generatie 8: Oudovergrootouders

GENERATIE 8: OUDOVERGROOTOUDERS

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland)

  1. Freerk Sierds (Frerck Sjierdts), geb ca 1685 te Opeinde-Zwartveen (ten noorden van Drachten, Smallingerland, FR), vermoedelijk overleden aldaar voor 1740, trouwt in april 1711 (eerste proclamatie 22-3-1711) met
  2. Bauk Karstis (Karstes, Karsten, Kerstes), geb ca 1680 te Zwartveen, ovl onbekend. Van oudovergrootouders Freerk en Bauk stammen via kleinkinderen of achterkleinkinderen sinds de achternaam-vastlegging van 1811 een groot aantal familielijnen af. Zoals ADEMA, HEIDSMA, JEENINGA, SEINSTRA, VAN DER HOEK en nog meer. In zijn tijd (Freerk Sierds, 1685-1740) was turfwinning, ontginning etc bezuiden het Bergumermeer in volle gang. Daaruit en uit boerenbedrijf kwamen de inkomsten.

Omdat doopmeldingen ontbreken weten we niet hoeveel en welke kinderen uit het huwelijk van deze oudovergrootouders zijn geboren. Een zoon Sierd Freerks (geb ca 1712 ?) zou bijvoorbeeld te verwachten zijn. Maar hij is niet te traceren in registraties, die meestal pas na 1740 of nog later beginnen.

Traceerbaar als kinderen van Freerk Sierds en Bauk Karstes zijn (mogelijk wel) de zonen Karst Freerks, geb ca 1715 te Zwartveen bij Opeinde, en Tamme Freerks, geb ca 1718 te Opeinde-Zwartveen, ovl Terwispel (Opsterland, FR) maart 1806, 88j oud. De zoon Tamme Freerks (kw 64) wordt via huwelijk te Terwispel met Eeuwkje Jalderts oudgrootvader in (onze) VAN DER HOEK-genealogie. De zoon Karst Freerks (aanname dat hij oudere broer van Tamme Freerks was) voorvader van diverse familielijnen. Over hem en nakroost volgende meldingen.

KARST FREERKS, geb ca 1715 te Opeinde-Zwartveen (Smallingerland, FR), trouwt rond kerst 1744 aldaar met Hylkjen Freerks. Trouwregister van de Herv.Gem. Oudega-Opeinde meldt enkel eerste proclamatie per 13-12-1744: Karst Freerks, Zwartveen, Hijlkjen Freerks, Witveen. Doopmeldingen van kinderen uit huwelijk van Karst en Hylkjen ontbreken. Broer Tamme trouwt een jaar later, rond kerst 1745, te Terwispel, waar wel geboortes en dopen zijn geregistreerd (en register bewaard gebleven).

Bij de Quotisatie van 1749 wordt Carst Freerks, arbeyder te Opeinde, aangeslagen voor 11 Cgldns en 13 stuivers, gezin van 5 personen waarvan 3 jonger dan 12. Bij huwelijk in 1744 was Karst mogelijk ca 29j oud, en Hylkjen mogelijk ca 19.
— Van de 3 in 1749 vermelde jonge kinderen is de dochter Hinke Karstes, geb ca 1745, mogelijk eerste kind uit het huwelijk, terug te vinden. Van na 1749 geboren kinderen (aanname) de dochter Antje Karstes, geb ca 1757, en een zoon Freerk Karstes, geb ca 1766, die bij naamaanneming van 1811 de achternaam ADEMA laat registreren.

Drie kinderen van Karst Freerks en Hylkjen Freerks (er waren meer):

  • Hinke Karstes (ADEMA), geb ca 1745, ovl Achtkarspelen, FR, 10-6-1820, 76j, weduwe, tr 17-11-1782 te Oudega-Nijega (Smallingerland, FR), zij ca 37, hij 32, beiden van Nijega, met Keimpe Jans, geb Nijega 14-8-1750, doop Garijp 21-3-1756 (hij is dan ruim 4j), ovl Oudega 10-2-1803, 52j, arbeider, zv Jan Keimpes en Gertje Tjeerds. Ouders van Keimpe Jans trouwen te Garijp (Tietjerksteradeel, FR) 12-4-1746, Jan Keimpes van Garijp (Tietj), Gertje Tjeerds van Nijega (Smallingerland). Bij Quotisatie van 1749 Jan Keimpes te Garijp vermeld, arbeider, wint de cost, met gezin van 4 personen waarvan 2 kinderen jonger dan 12 (aanslag 22 Cgldns, 3 stuivers). In doopregister van Garijp alleen naam van de vader vermeld. Hij laat 20-2-1750 te Garijp de twee kinderen dopen: Hinke, geb 14-1-1748, en Tjeerd, geb 6-9-1749. Daarna 21-3-1756 volgende kinderen: Keimpe, geb 14-8-1750, Sjoukje, geb 5-2-1753, en Tjeerd (KOOISMA), geb 20-1-1756. De latere zoon Tjebbe wordt in 1759 geboren en 3-5-1761 te Garijp gedoopt. Doophistorie: geen doop direct na geboorte, maar “verzameldoop” wanneer het uitkwam. Hinke Karstes (Kerstens) is 37 wanneer ze in 1782 trouwt met Keimpe Jans (32). Er worden 4 kinderen geboren: Gertje Keimpes, geb 12-5-1783 (6 mnd na huwelijk), doop Oudega 8-6-1783 Jan Keimpes HEIDSMA, geb 11-11-1785, doop Nijega 18-12-1785, ovl Rottevalle (Smallingerland) 4-3-1873, 87j, wednr, tr Drachten 29-9-1815, hij 29, zij 26, met Martzen Jans VAN DER HELM, geb Noorder-Drachten 24-8-1789, doop 29-11-1789, ovl Drachtstercompagnie 2-10-1869, 80j, gehuwd, dv Jan Hayes VAN DER HELM en Antje Jans.
    — Jan Keimpes HEIDSMA en Martzen VAN DER HELM krijgen 10 kinderen, 8 zonen en 2 dochters. Eerste kind, zoon Keimpe, geb 25-12-1815, binnen 3 maanden na huwelijk. Zie onder HEIDSMA-kinderen.
    — In notariële archieven komt Jan Keimpes HEIDSMA per 7-2-1829 voor (hij is dan 43, woont te Drachten) bij de verkoop van een vogelkooi te Garijp. Hij staat vermeld als verkoper samen met zijn zus Hielkjen (haar echtgenoot Iepe Liekeles HANEBOER) en de kinderen/erfgenamen van Tjeerd KOOISMA (Roel, Geertje en Sjoukje). In de familie zat kennelijk bezit van de kooi te Garijp. In 1829 door erfrecht toekomend aan kinderen van Keimpe Jans en Tjeerd Jans en door hen verkocht.
    — Ook in 1829 (akte 28-10-1829) verkoopt Jan Keimpes HEIDSMA de helft van een huis te Drachten aan zijn zus Hielkjen (en haar echtgenoot) voor slechts 36 gldn. Mogelijk de helft die hij na overlijden van moeder Hinke (1820) erfde. Het ouderlijk huis wordt volledig bezit van Hielkjen.
    — Jan Keimpes wordt te Drachten vermeld bij enkele kopen (percelen) en verkopen (veldvruchten). In 1864 (hij is dan 77) testeren Jan en Martzen, wonend te Drachtster Compagnie. Martzen overlijdt in 1869, 80j oud, Jan 4-3-1873, 87j oud. Boelgoed 21-3-1873, zoon Karst Jans HEIDSMA te Drachster Compagnie als erfgenaam vermeld. Hylkjen (Hielkjen) Keimpes HEIDSMA, geb Rottevalle 2-1-1788, doop Nijega 24-2-1788, ovl Veenhuizen (prov Drenthe) 8-5-1844, 56j, weduwe. Hylkje tr (1) Smallingerland 7-3-1812, zij 24 (“Van der Heide”), hij 26, met Sytze Hendriks BRANDER, geb Zuiderdrachten ca 1785, ovl Achtkarspelen 9-9-1826, 42j, gehuwd, zv Hendrik Joukes BRANDER en Lokke (Lolkjen) Harmens. Hylkje tr (2) Smallingerl 30-7-1828, zij 37, hij 47, met Ype Lykeles HANEBOER, geb onder Noorderdrachten 17-9-1780, doop Rottevalle 15-10-1780, ovl voor 1844, zv Liekele Ypes en Wijke Everts.
    — Bij naamaanneming van 1811 meldt zich Iepe Liekeles HANEBOER, wonend Rottevalle 54. Bijzonderheid: “wegens blindheid kan hij niet ondertekenen”. Andere bijzonderheid: op adres Rottevalle 54 wonen twee andere naamaannemers, nl Jan Jans DE BRON en Marten Annes FABER. Laatstgenoemde is getrouwd met Geeske Liekeles, zus van Iepe (huwelijk Rottevalle 11-11-1804, Geeske geb 15-5-1778, ovl 17-9-1818, 40j, gehuwd met Marten Annes FABER, laat 4 kinderen na). Over Jan Jans DE BRON ontbreken gegevens (ovl 27-4-1846 Achtkarspelen, Jan Jans BRON, 72j, wednr? – de streek Rottevalle ligt deels in Smallingerland, deels in Achtkarspelen).
    — Iepe meldt 1811 de naam HANEBOER maar kan wegens blindheid de akte niet ondertekenen. Hij woont in bij zijn getrouwde zus Geeske die in 1818 overlijdt op de boerderij die mogelijk van hem en haar samen is (ouderlijk bezit). Acht jaar na overlijden van zus Geeske laat Iepe testament noteren, 23-11-1826, hij is dan 46j. Anderhalf jaar later trouwt hij 30-7-1828 met de weduwe Hylkje Keimpes HEIDSMA en 16-12-1828 verkoopt hij huis, schuur, land en heide voor 2100 gld aan zijn zwager Marten, weduwnaar van zus Geeske. Dit gebeurt met hulp van een door hem aangewezen gelastigde.
    — Volgens notarisakte van 20-10-1829 kopen Iepe en Hylkje de helft van een huis te Drachten van haar broer Jan Keimpes HEIDSMA (zijn erfaandeel, schappelijke prijs van 35 gld) en 7-12-1830 verkoopt Iepe, gehuwd met Hylkjen, een huis en landen te Rottevalle. Maar dit lijkt resterend klein spul te zijn geweest (koopsom 64 gld). Overlijdensdatum/plaats van Iepe nog niet aangetroffen.
    — Hylkje overlijdt in Veenhuizen (Drenthe) 8-5-1844, 56j, weduwe. Uit haar twee huwelijken drie dochters: - (1) Hinke (Henke) BRANDER, geb 17-9-1816, ovl 18-11-1861, 45j, gehuwd, tr 10-5-1845, zij 28, hij 27, met Mindert Kornelis MEYER, geb Oudega, zv Kornelis Minderts MEYER en Ytje Gjalts HUIZINGA. Uit huwelijk van Hinke en Mindert behoorlijk aantal MEYER-kinderen. Nog aan te vullen. – (2) Geertje Sytzes BRANDER, geb Achtkarspelen 17-7-1822, tr Kollumerland FR 24-3-1849, zij 26, hij 29, met Sake Jetzes SJAARDA, geb Burum (Kollumerland) 24-1-1820, ovl De Waard (gem Grijpskerk, prov Groningen) 27-5-1871, arbeider, 52j, gehuwd. Geertje waarschijnlijk ook ovl in prov Groningen. Te Kollumerland FR geb Sytze SJAARDA 10-8-1851 en Jan Sjaarda 30-9-1859. – (3) Wijke Ypes HANEBOER, geb 28-11-1830. Nog aan te vullen.

  • Antje Karstes, geb ca 1757, een tweede dochter van Karst Freerks en Hylkjen Freerks. Doop 13-6-1791, zij is dan 34, in Herv Gem Achtkarspelen (Drogeham/HarkemaOpeinde). Daar trouwt Antje 12-5-1793, zij 36, hij 29, met Albert Wittes (WESTRA), geb 19-2-1764, doop 4-11-1764, ovl vóór 1811, zv Witte Jelkes WESTRA en Wijke Alberts.
    — Uit huwelijk van Antje en Albert drie kinderen: - (1) Witte Alberts WESTRA 13-1-1794, doop 9-2-1794 Augustinusga, ovl 11-11-1815, 20j oud, ongehuwd. – (2) Karst Alberts WESTRA 23-9-1795, doop 22-11-1795 Augustinusga, ovl 18-11-1871, 77j, gehuwd, tr 11-8-1827, hij 31, zij 23, met Aaltje Tjeerds DE JONG, geb te Ureterp (Opsterland, FR), dochter van Tjeerd Ruurds en Gelske Teunis DE JONG. - (3) Wijke Alberts WESTRA 28-4-1798, doop 27-5-1798 Augustinusga, ovl 20-5-1855, 58j, ongehuwd.

  • Freerk Karstes ADEMA, geb ca 1766, ovl Achtkarspelen 10-11-1836, 70j, wednr, tr (1) Bergum (Tietjerksteradeel, FR) 20-6-1790, hij ca 24, met Sybrich Gerbens, afkomstig van Wirdum (Leeuwarderadeel), tr (2) Bergum 3-1-1808, hij ca 42 (van Suameer), zij (van Bergum), met Antje Lammerts.
    — Volgens doopregister worden uit huwelijk van Freerk en Sybrich 5 kinderen geboren: (1) Hylkjen, geb 3-4-1791 Suameer, doop 28-8-1791 Garijp. (2) Wikjen, geb 1-2-1793 Rottevalle, doop 10-8-1794 Garijp, (3) Karst, geb 20-2-1795 Garijp, doop 12-4-1795 Garijp, (4) Gerben, geb 18-12-1797 Suameer, doop 26-7-1801 Garijp, (5) Dirk, geb 9-5-1801 Garijp, doop 26-7-1801 Garijp. Bij doopmelding van jongste kiinderen, Gerben en Dirk, in register de noot: ouders wonen in Garijp. De afwisselende geboorteplaatsen (Suameer, Rottevalle, Garijp, Suameer, Garijp) is mogelijk reden om Freerk Karstes het beroep van schipper toe te wijzen, binnen de regio. Maar over zijn beroep in bronnen, voorzover ons nu bekend, geen vermelding. De echtgenote Sybrich Gerbens is in of kort na 1801 overleden. Freerk Karstes begint een tweede huwelijk, ca 41j oud, 3-1-1808 te Bergum, met Antje Lammerts, hij van Suameer, zij van Bergum. Bij de naamregistratie van eind 1811 laat Freerk Karstes ADEMA te Rottevalle zich inschrijven met kinderen nog in leven: Hielkjen (19), Wikje (17, Nijega), Gerben (13, Suameer) en Karst (3). De drie eerstgenoemde kinderen zijn overgebleven uit huwelijk met Sybrich, Karst is uit zijn huwelijk met Antje. Uit dat huwelijk wordt 26-7-1812 nog een dochter Henrieta geboren. Antje Lammerts ovl 15-1-1826, 57j oud (Achtk 1), Freerk Karstes ADEMA ovl 10-11-1836, 70j oud, weduwnaar (Achtk 27).

Notitie HEIDSMA-kinderen (kv Jan Keimpes HEIDSMA (1785-1873) en Martzen Jans VAN DER HELM (1789-1869):

(1) Keimpe Jans HEIDSMA, geb Drachten 25-12-1815, ovl Hardegarijp (Tietjerksteradeel) 15-6-1894, 78j oud. Keimpe is ongehuwd gebleven. Hij verkoopt 13-12-1873 voor 5299 gld een huis, land en veengrond te Drachten/Opeinde (begin dat jaar, 4-3-1873, overleed zijn vader te Drachtstercompagnie, 87j oud, wednr).

(2) Jan Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 19-12-1817, doop 22-2-1818, veehouder, ovl Oudeschoot (Schoterland) 8-4-1875, 57j, gehuwd, tr Bergum (Tietjerksteradeel) 27-6-1846, hij 28, zij 22, met Jinke Jacobs BROUWER, geb Kootstertille (Achtkarspelen) 5-1-1824, ovl Oudeschoot 28-12-1890, 66j, weduwe, dv Jakobus Wytzes BROUWER en Hylkjen Johannes WIND.
— Jan Jans HEIDSMA wordt zetboer (pachter) op het bedrijf “Jagtlust” te Nieuweschoot.
— Elf kinderen uit huwelijk van Jan en Jinke: - (1) Jan HEIDSMA, geb Oudeschoot 2-8-1847, tr Schoterland 26-10-1871, hij 24, zij 22, met Geesje Hanzes LUKKES, geb Het Meer 26-6-1849, ovl 23-1-1881, 31j, gehuwd, dv Hans Johannes LUKKES en Wietske Molles VAN DEN AKKER. Na overlijden van Geesje is Jan, dagloner, “gevlucht” naar Loppersum (prov Groningen). Hij trouwt 10-5-1890 te Stedum GR, hij 42, zij 27, met Jantje WESTERHOFF, bij wie hij dan al 2 kinderen heeft. - (2) Hielkjen HEIDSMA, geb Oudeschoot 3-6-1849, ovl Weststellingwerf 29-6-1892, 29-6-1892, 43j, gehuwd, tr Schoterl 31-3-1870, zij 20, hij 29, met Kornelis Hanzes LUKKES, geb Het Meer 10-1-1841, ovl WSW 14-1-1897, 56j, wednr, zv Hans Johannes LUKKES en Wietske Molles VAN DEN AKKER. - (3) Jacob HEIDSMA, geb Oudeschoot 23-5-1851, ovl Nijehaske 24-8-1922, 71j, wednr, tr Schoterland 14-9-1876, hij 25, zij 22, met Teatske Jans VISSER, geb Sondel (Gaasterland) 23-10-1853, ovl Oudeschoot 24-3-1884, 30j, gehuwd, dv Jan Johannes VISSER en Tetje Martens BEUKENS.
— Op 15-2-1881 veiling van het buitengoed “Jagtlust” te Nieuweschoot, bij Jacob HEIDSMA in gebruik. Bij overlijden van vader Jan Jans HEIDSMA, Oudeschoot 8-4-1875, zetboer op “Jagtlust”, is Jacob 23. Hij trouwt anderhalf jaar later met boerendochter Teatske VISSER. Na drie maanden eerste kind uit dit huwelijk: Jan, geb StJohannesga 25-12-1876, ovl Oudeschoot 24-3-1877, oud 3 maanden. Volgens bericht van 1881 zou hij de leiding over de bij het buiten Jagtlust horende boerderij van zijn overleden vader hebben voortgezet. Volgens enkele bronnen is het buiten zelf al in 1874 of 1875 afgebroken. Eigenaar Pieter HERINGA CATS investeerde na 1868 vooral in zijn nieuwe buiten “Klein Jagtlust” te Oranjewoud. Het (oude) Jagtlust kon verdwijjnen en van de hand worden gedaan, zeker na overlijden van zetboer Jan HEIDSMA, denken we. Dat de jonge Jacob HEIDSMA mogelijk zijn moeder Jinke BROUWER, weduwe van Jan HEIDSMA, op de boerderij te hulp schoot, veranderde niets aan het CATS-plan van opheffing.– (4) Martje HEIDSMA, geb Oudeschoot 23-2-1853, ovl Wolvega WSW 31-3-1923, 70j, weduwe, tr Schoterl 6-5-1874, zij 21, hij 25, met Gerrit Wolters HEIDA, geb 14-1-1849, ovl Wolvega 20-10-1916, 67j, gehuwd, zv Wolter Hendriks HEIDA en Korneliske Egberts KUIPER. – (5) Keimpe HEIDSMA, geb Oudeschoot 17-11-1854, ovl Aengwirden (Heerenveen, ziekenhuis) 28-3-1919, 64j, wednr (wonend Utingeradeel, overlijdensaangifte daar 2-4-1919, begraven te Akkrum), tr Schoterland 1-5-1879, hij 24, zij 20, met Jeltje (Siebrens) WOUDSTRA, geb Schoterl 9-3-1859, ovl Akkrum 2-4-1896, 37j, gehuwd, dv Siebren Siebrens WOUDSTRA en Aleida Hendriks BAKKER. – (6) Anne HEIDSMA, geb Oudeschoot 15-9-1856, ovl Sybrandaburen (Rauwerderhem FR) 16-5-1909, 52j, gehuwd, tr Wymbritseradeel 18-5-1899, hij 32, zij 26, met Taetske VAN DEN BERG, geb Wymbr 23-12-1862, ovl Leeuwarderadeel 2-1-1937 (aangifte Rauwerderhem 18-1-1937), 74j, weduwe, dv Meinte Ruurds VAN DEN BERG en Fetje Lourens REITSMA. – (7) Thijmen Jans HEIDSMA, geb Oudeschoot 13-1-1858, ovl 4-7-1859, 1j oud. – (8) Trijntje HEIDSMA, geb Oudeschoot 27-9-1859, ovl 3-1-1862, 2j, overleden in het water (zal wel weer halfbevroren water zijn geweest). – (9) Hillebrand HEIDSMA, geb Oudeschoot 15-1-1861, ovl Oosterbeek (prov Gelderland) 15-12-1931, 70j, wednr, tr Utingeradeel 16-5-1895, hij 34, zij 20, met Grietje Oebeles EIZINGA, geb Oldeboorn (Utingeradeel) 8-3-1875, ovl Heerenveen (Schoterland) 31-10-1910, 35j, gehuwd, dv Oebele Sierds EIZINGA en Sijke DE HAAN. – (10) Trijntje HEIDSMA, geb Oudeschoot 20-12-1862 (na verdrinken van eerste Trijntje, 2j oud), ovl Aengwirden 1-10-1930, 67j, gehuwd, tr Aengwirden 11-5-1900, zij 37, hij 28, met Roelof Fokkes TOERING, geb Tjalleberd (Aengwirden) 13-3-1872, zv Fokke Roelofs TOERING en Antje Pieters DIJKSTRA. – (11) Hinke HEIDSMA, geb Oudeschoot 26-9-1864, tr Aengwirden 9-5-1885, zij 20, hij 27, met Jan (Sytzes) BOUWER, geb Langezwaag (Opsterland) 1858, zv Sytze Jans BOUWER en Trijntje Anskes SYBINGA.

(3) Anne Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 27-1-1820, ovl Drachten 21-1-1901, 80j, gehuwd, tr (1) Smallingerland 11-5-1859, hij 39, zij 24, met Ybeltje Fokkes VAN DEN BERG, geb Boornbergum (Smallingerland) 3-10-1834, ovl 27-8-1861, 26j, gehuwd, dv Fokke Jeens VAN DEN BERG en Reinou Piebes KOOISTRA. Anne HEIDSMA trouwt (2) Smallingerland 24-1-1874, hij 53, zij 48, met Tjitske MULDER, geb Ureterp (Opsterland) 5-8-1825, ovl 26-5-1901, 75j, dv Jan Ates MULDER en Grietje Hendriks VISSER.

(4) Hinke Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 13-1-1822, ovl Drachten 21-10-1911, 89j, weduwe, tr Smallingerland 30-1-1847, zij 25, hij 31, met Oetze Sjoerds VEENSTRA, geb Rottevalle 19-7-1815, huisman/boer, ovl Drachten 5-5-1889, 73j, gehuwd, zv Sjoerd Pieters VEENSTRA en Fetje Oetzes VEENSTRA.

(5) Antje Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 28-3-1824, ovl Oostermeer (Tietjerksteradeel) 27-2-1917, 92j, weduwe. Trouwt (1) Smallingerland 28-4-1854, zij 30, hij 31, met Lieuwe Klazes JANSMA, geb Drachten 10-5-1822, boer, ovl te Groningen 24-5-1874, 52j, gehuwd, zv Klaas Jans JANSMA en Hiltje Beenes EELKEMA. Antje trouwt (2) Smallingerland 7-9-1883, zij 59, hij 56, met Pieke Hotzes VAN DER KAM, geb Leeuwarden 30-10-1826, kleermaker, ovl Rottevalle 20-1-1901, 74j, gehuwd, zv Hotse Piekes VAN DER KAM en Anna VAN DER LAAN.

(6) Geert Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 29-9-1827, arbeider, ovl Grootegast (prov Groningen) 23-3-1902, 74j, gehuwd, tr Smallingerland 14-5-1863, hij 35, zij 21, met Mettje Fokkes VAN DEN BERG, geb Boornbergum 20-3-1842, ovl Grootegast 1-8-1908, 66j, weduwe, dv Fokke Jeens VAN DEN BERG en Reinou Piebes KOOISTRA.
— Mettje is jongere zus van Ybeltje, die getrouwd is met Geerts oudere broer Anne, maar al in 1861, op 26-jarige leeftijd overleden.

(7) Haaije Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 26-11-1829, ovl 13-12-1829, 17 dgn oud. (8) Haaije Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 13-12-1830, ovl 1-12-1831, 11 mnd oud.

(9) Karst Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 25-11-1832, ovl Drachten 9-2-1897, 64j, gehuwd, tr Smallingerland 2-2-1871, hij 38, zij 29, met Hiltje POSTMA, geb Oostermeer 20-6-1841, ovl Houtigehage (Smallingerland, bij Rottevalle) 1-6-1937, 95j, weduwe, dv Atse Sjoerds POSTMA en Wytske Halbes SCHEPER.
— Bij overlijden van vader Jan Keimpes HEIDSMA, 87j, te Drachtster Compagnie 4-3-1783 is Karst 50j. Mogelijk woonde vader Jan bij gezin van Karst te Drachtster Compagnie. Boelgoedakte van 21-3-1873 meldt Jan als erflater en Karst te Drachtster Compagnie als erfgenaam. Maar mogelijk in akte uitgebreidere info, Karst had broers en zussen nog in leven. Of liet vader Jan bij testament de roerende goederen expliciet aan zoon Karst, bij wie hij verbleef?
— Karst HEIDSMA koopt 3-12-1881 een huis en land te Houtigehage, benoorden Drachtstercompagnie (koopsom 356 gld). Uit zijn huwelijk met Hiltje Atses POSTMA 4 dochters en 2 zonen: -1. Martzen, geb 7-3-1781, tr 23-2-1893, zij 21, hij 24, met Sierd BRON. -2. Wytske, geb 4-8-1872, ovl 24-9-1891, 19j, ongehuwd. – 3. Jan (Karstes) HEIDSMA, geb 26-1-1875, tr 3-1-1903, hij 27, zij 22, met Metje LANDMAN, geb Rottevalle, dv Lammert Jeens LANDMAN en Mintje Koops BLOEMBERGEN. – 4. Atze, geb 31-8-1877, ovl een week later, 7-9-1877. – 5. Attje, geb 14-8-1880, tr 13-2-1904, zij 23, hij 24, met Dictus VEENSTRA, Attje ovl 28-1-1918, 37j, gehuwd. – 6. Antje, geb 12-5-1884, tr 13-5-1911, zij 27, hij 28, met Gjalt LINDEBOOM.

(10) Haaije Jans HEIDSMA, geb Noorderdrachten 3-11-1835, ovl Opende (Grootegast, prov Groningen) 30-7-1913, aangifte van overlijden Grootegast 1-8-1913, Tietjerksteradeel 5-8-1913, daar was hij dus ingeschrevene/wonende, 77j, wednr, tr Smallingerland 11-5-1868, hij 29, zij 25, met Akke Andries VAN DER MEULEN, geb Drachten 28-1-1840, ovl Grootegast 10-1-1899, 59j, gehuwd, dv Andries Hielkes VAN DER MEULEN en Sjoukjen Sjoerds VAN BRUGGEN.

HEIDSMA-verhaal etc hierboven gebaseerd op de (aannemelijke) aanname dat Karst Freerks (kw 128.1) oudere broer is van Tamme Freerks (kw 64), oudgrootvader in (onze) VAN DER HOEK-afstammingslijn. Karst trouwt rond kerst 1744 te Zwartveen-Opeinde. Oudgrootvader Tamme trekt weg uit de geboortestreek en trouwt een jaar later dan Karst in Terwispel (Opsterland) met Eeuwkjen Jalderts (kw 65), dv Jaldert Jeens en Jinke Feddes.

  1. Jaldert Jeens (ook: Joldert), geb ca 1680 te Terwispel (Opsterland, FR), ovl vóór 1744, zoon van Jeen Rintses (kw 260) en Eeuw Jolderts, tr ca 1710 met
  2. Jinke Feddes, geb ca 1685 te Lippenhuizen (Opsterland, FR), ovl na 1739, dochter van Fedde Lieuwes (kw 262).

De dorpen Terwispel en Lippenhuizen liggen, grenzend aan elkaar op de zandrug door Opsterland, bezuiden de Boorne-rivier (Koningsdiep). Die zandrug bood al in de prehistorie ruimte voor bewoning door jagers, vissers, telers en beweiders. Terwispel lag op de meest westelijke punt van de rug. Boven de nederzetting was het drassige land van de Boorne-uitstroom in de Middelzee die eertijds het Oostergo van het Westergo scheidde. Bij de bedijkingen die rond het jaar 1000 begonnen (in de terpentijd), is het dijkje dat Terwispel aan de westkant kreeg éen van de eerstgenoemde waterwerken in Friesland. Het belang van de vroege bedijking zal bescherming van bestaand agrarisch gebied zijn geweest tegen de land-afkalvende Middelzee. Terwispel kreeg nooit een functie als handelsknooppunt. Achter het (eerste) dijkje bleef het land verschoond van eb en vloed en kon geboerd worden.

Vanaf Terwispel, Lippenhuizen, Hemrik en zo verder (of andersom) ontstond of werd aangesloten op de agrarische ontwikkeling van deze zandrug door Opsterland. Het was niet alleen zand, maar ook heide en veen rondom (weide en jachtgebied). Dit ter inleiding op het Terwispel-aandeel in de VAN DER HOEK-genealogie. Oudgrootvader Tamme Freerks (kw 64) is als jongeknecht van Zwartveen-Opeinde naar Terwispel getrokken en trouwt daar rond kerst 1745 met Eeuwkje Jalderts (kw 65). Zij is jongste dochter uit huwelijk van Jaldert Jeens en Jinke Feddes, oudovergrootouders in VAN DER HOEK-genealogie.

In ieder geval oudovergrootvader Jaldert Jeens stamt uit een familie die te Terwispel boerenbedrijf heeft (bezitters of gebruikers van stemhebbende percelen).

Uit huwelijk ca 1710 van boer Jaldert Jeens en Jinke Feddes voorzover na te gaan 4 zonen en 2 dochters. Bij de Quotisatie van 1749 wordt Jaldert Jeens niet meer vermeld (aanname: hij is hiervoor overleden). Wel de zonen Jalke, Bouwe, Jeen en Rintse, plus de schoonzoon Tamme Freerks.

Kinderen uit huwelijk van Jaldert Jeens en Jinke Feddes:

(1) Jalke Jalderts, geb ca 1711, ovl na 1753, tr ca 1743 met Minke Freerks, geb ca 1725 te Terwispel, dochter van Freerk Hendriks en Sjoerdje Teijes. Bij quotisatie 1749 wordt Jalke gemeld als Switser (veldwachter) te Terwispel, gezin van 5 personen waarvan 3 jonger dan 12 (aanslag 16 Cgldn 17 stuivers). Veldwachters in het gebied rond Terwispel (rijk aan los wild en vissen) waren nodig. Jalke zal als “Switser” ook eigen bedoening daarnaast hebben gehad, ter aanvulling van het veldwachters-tractement.
— Omdat registratie (kerkelijk) van trouwen en dopen te Terwispel pas in 1747 begint, geen trouwdatum bekend van Jalke en Minke. Kinderen uit het huwelijk (volgens enkele meldingen, niet nagezocht): - 1. Sytze Jalkes, geb ca 1744. – 2. Teije Jalkes, geb ca 1745. – 3. Hinke Jalkes, geb 12-4-1747, doop 30-4-1747 (na 1745 doopmeldingen geregistreerd). – 4. Wytske Jalkes, geb 8-5-1750, doop 24-5-1750. – 5. Gielke Jalkes, geb 1-4-1753, doop 29-4-1753. OPMERKING: De naamgeving van de kinderen uit het huwelijk sluit niet aan bij traditioneel vernoemingsproces (vernoeming allereerst naar grootouders etc). Dit nog verder bekijken. Jongste dochter Wytske Jalkes, geb 8-5-1750, ovl Terwispel 29-1-1821, 70j (volgens akte 73j), gehuwd, tr 16-5-1771, met Jaldert Jeens, een volle neef, zv Jeen Jalderts en Grietje Feytses.
— Nog aan te vullen.

(2) Bouwe Jalderts, geb ca 1713, ovl na 1769, tr ca 1744 met Rints Sytses. Bij quotisatie 1749 wordt Bouwe gemeld als boer en arbeyder te Terwispel, gezin van 6 personen waarvan 4 jonger dan 12 (aanslag 17 Cgldn 17 stuivers). Kinderen: (1) nn (geen doopmelding). (2) nn (geen doopmelding. (3) Jaldert Bouwes, geb 18-9-1747, doop 22-10-1747, 1 van tweeling. (4) Sytse Bouwes, geb 19-9-1747, doop 22-10-1747, 2 van tweeling. (5) Jantjen Bouwes, doop 22-2-1750, ruim 6 weken oud. (6) Jenke Bouwes, doop 20-2-1752, in de 4e week oud. (7) Jan Bouwes, doop 2-7-1769, ca 8 jaar oud. Indien deze vermelding juist is was het laatste kind uit huwelijk van Bouwe en Rints al een nakomertje, maar dat Jan Bouwes, geb 1761, pas ruim 8j na geboorte wordt gedoopt is helemaal opmerkelijk. Je zou denken dat het een heel zware bevalling is geweest, Rints overleden misschien. Maar die aantekening is er niet in het doopregister. Los hiervan: Bouwe Jalderts komt in doopregister van 1761 wel voor, namelijk 18-10-1761 als doopheffer voor het kind Eeuwkje (Tammes), laatste dochter van zijn zus Eeuwkje Jalderts die kort ervoor in de kraam was overleden.

(3) Jeen Jalderts, geb ca 1715 te Terwispel, ovl ca 1801 aldaar, ongeveer 85j oud, tr ca 1740 met Grietje Feytses, geb ca 1717 te Noorderdrachten, ovl ca 1785 te Terwispel, ong 69j oud, dochter van Feytse Roelofs (schipper en veenarbeider) en Pietje (Piertje) Brands. Bij quotisatie 1749 wordt Jeen Jallerts gemeld als koemelker en arbeyder te Terwispel, gezin van 5 personen waarvan 3 jonger dan 12 (aanslag 28 Cgldn 5 stuivers – bekwame koemelkers werden relatief goed betaald, om begrijpelijke redenen). Zie hierna 130.3: Nakroost van Jeen Jalderts

(4) Rintse (Rintje) Jalderts, geb ca 1720, tr 29-8-1745 te Rottevalle (Smallingerland, FR) met Grietje Jacobs: Rintje Yalderts, Terwispel, Griete Jacobs, Rottevalle. Grietje vertrekt met Rintse naar Terwispel. Bij quotisatie 1749 wordt Rinse Jallerts gemeld als arbeyder te Terwispel, gezin van 5 personen waarvan 3 jonger dan 12 (aanslag 16 Cgldn 5 stuivers). Kinderen: (1) nn (geen doopmelding). (2) nn (geen doopmelding). (3) Gielke Rintses, doop 17-3-1748, bij de 3 weken oud. (4) Iebeltje Rintses, doop 5-4-1750, bij de 5 weken oud.

(5) Trijntje Jalderts, geb ca 1723, gehuwd met Jan Geerts. Op 4-2-1770 wordt te Terwispel gedoopt: Jantje, ruim 5 weken oud, kind van Jan Geerts en Trijntje Jalkes, de vader is overleden. Dat het om Trijntje Jalderts (ipv Jalkes) als moeder gaat is een veronderstelling. Er zijn geen huwelijksmeldingen.

(6) Eeuwkje Jalderts, geb ca 1725, ovl in 1761, gehuwd met Tamme Freerks (zie kw 64-65)

Eeuwkje Jalderts was mogelijk jongste kind en dochter uit huwelijk van Jaldert Jeens en Jinke Feddes, boerengezin te Terwispel, binnen familievoorgeschiedenis aan (stemhoudende) plaatsen te Terwispel verbonden. Eeuwkjen trouwt eind 1745 met de jonge “immigrant” (van Smallingerland naar Opsterland) Tamme Freerks.

130.3. Nakroost van JEEN JALDERTS en GRIETJE FEITZES: o.a. genealogie JEENINGA Jeen Jalderts, geb ca 1715 te Terwispel, ovl ca 1801 aldaar, ongeveer 85j oud, tr ca 1740 met Grietje Feytses, geb ca 1717 te Noorderdrachten, ovl ca 1785 te Terwispel, ong 69j oud. Uit hun huwelijk 8 kinderen:

  • (1) Pietje (Pijttje) Jeens, geb ca 1740 (geen doopmelding), ovl 17-4-1825 te Gorredijk (Opsterland, FR), 85j oud. Zij trouwt 20-4-1766 te Terwispel, beide van Terwispel en 26j oud, met Ate Ynses LAGEVEEN, ovl 27-5-1826, 86j oud, zoon van Intse Tjeerds en Foock Ates.
    — Van de kinderen van Pietje en Ate trouwt dochter Janke Ates in 1804 met neef Fedde Feitses, en zoon Ynse Ates in 1836 met nicht Wytske Feitses (Ynse en Wytske beide in tweede huwelijk als weduwnaar resp weduwe).

  • (2) Feitse Jeens JEENSMA, geb ca 1744 (geen doopmelding), ovl 11-9-1827 te Terwispel, 83j oud, weduwnaar (JENSTRA). Hij trouwt (1) 12-5-1771 te Terwispel, 27j oud, met Ymke Jochums, en (2) als weduwnaar, 60j oud, 3-6-1804 te Heerenveen met de weduwe Hendrikje Pieters SCHAAFSMA, dan 49j oud (ovl 3-2-1819, ca 64j, te Heerenveen (Aengwirden)). Bij naamaanneming 1811 woont Feitse te Nijehaske, het Haskerlandse deel van het dorp Heerenveen. Hij laat de naam JEENSMA inschrijven en noemt de kinderen: Grietje 42 (Langezwaag), Wytske 33 (Langezwaag), Jochem 30 (in ‘t schip) en Fedde 29 (Terwispel). De zoon Jeen Feytses (JENINGA) ontbreekt in de opgave van 1811, want overleden. Jeen geb ca 1777 geboren, trouwt 8-1-1804 te Tjalleberd (Aengwirden, FR), hij 27, zij 19, met Trijntje Jans LIEMBURG, geb 2-2-1784 te Gersloot, dochter van Jan Hendriks en Aafke Alts LIEMBURG. Uit huwelijk van Jeen JENINGA en Trijntje LIEMBURG 3 kinderen die na 1811 ook de achternaam LIMBURG meekrijgen: Jan Jeens, Imkje Jeens en Aafke Jeens. De naam JEENSMA bleef niet in gebruik, via de zonen van Feitse Jeens JEENSMA wordt het JE(E)NINGA dan wel JENSTRA. De zoon Jochem Feitses (JENSTRA), 30j oud, “in ‘t schip”, geb juni 1781, tr ca 1800 te Sneek met Aaltje Gerrits, ca 20j, ovl 24-2-1827 te Oosterend (Hennaarderadeel), ong 47j oud, van Harlingen, woonachtig te Gersloot. Jochem trouwt (2) 25-8-1829 in Hennaarderadeel met Akke Hessels LEYENAAR, hij ca 48, zij ca 43 (Akke ovl Oosterend 13-10-1867, ca 81j). In bijlage bij de huwelijksakte van 1829 is vermeld dat geboortedatum van Jochem (vermoedelijk juni 1781) niet precies is vast te stellen omdat hij niet gedoopt is, hoewel hij wel tot de Hervormde Godsdienst behoort. Verder dat de achternaam van zijn vader JEENSTRA is en dat Jochem zelf de naam VAN DER VEEN (v.d.Veen) gebruikt. In Burgerlijke Stand wordt zijn achternaam JENSTRA. Jongste zoon Fedde Feitses (JEENINGA) (in 1811: 29j, wonend Terwispel), geb Langezwaag ca 1783, ovl Terwispel 30-9-1847, ca 64j, gehuwd, tr 1804, hij ca 21, zij ca 17, met zijn nichtje Janke Ates (LAGEVEEN), geb ca 1787, ovl Terwispel 3-8-1868, ca 81j, weduwe, dv Ate Inses Lageveen en Pijttje Jeens, tante van Fedde. Uit huwelijk van neef en nicht Fedde en Janke worden 10 kinderen geboren. De achternaam JEENINGA wordt gebruiikelijk (zie Jeeninga-genealogieën).

  • (3) Jaldert Jeens DE VRIES, geb ca 1744 (geen doopmelding), ovl Terwispel 19-4-1834, 90j, weduwnaar, tr Terwispel 25-5-1771 met nichtje Wytske Jalkes, geb ca 1750, ovl Terwispel 3-1-1821, ca 71j, dv Jalke Jalderts en Minke Freerks. Uit huwelijk van Jaldert en Wytske zijn minstens 9 kinderen geboren, waarvan 6 in 1811 nog in leven. Bij de naamaanneming van 1811 neemt Jaldert Jeens de naam DE VRIES aan en meldt hij de kinderen: Grietje 36, Jeen 34, Minke 32, Jenke 29 (woont te Jennum, Genum in Ferwerderadeel, FR, is bedoeld) en Fetje 20. Van hen, zoon Jeen en kinderen van overleden zoon Jalke, verdere DE VRIES-afstamming. Jaldert noemt in 1811 niet deze zoon Jalke Jalderts (ook niet diens kinderen), gedoopt 14-10-1772, getrouwd 29-5-1796 met Grietje Teyes, dochter van Teye Jalkes en Wijpkjen Tjeerds. Jalke was in 1811 al overleden, maar liet wel kinderen na. We kunnen een lijstje maken van andere kinderen door Jaldert in 1811 niet genoemd, waarvan 2 in 1811 zeker nog in leven. Omdat het onwaarschijnlijk is dat hij nog levende kinderen niet vermeldde, geeft dit ook aan dat ons onderzoek nog niet definitief is geweest. Xxxxxxx nog aanvullen xxxxx Meldingen:

  • Baukje Jalderts (18-1-1785), trouwt ca 1805 met Pieter Hendriks DE VRIES. Uit dit huwelijk 8 kinderen. – Fetje Jalderts (10-8-1787, jong overleden)
  • Fedde Jalderts (5-3-1790, jong overleden)
  • Freerk Jalderts (1794, trouwt 21-10-1836 te Knijpe met Trijntje Bouwes VOS; hij is 42, zij 25).
  • Jaldert Jalderts (30-1-1798).

  • (4) Hinke Jeens, geb ca 1750, ovl ca 1785, tr 15-5-1768 met Oene Hendriks, hij van Lippenhuizen, zij van Terwispel. Uit dit huwelijk 5 kinderen: Rinskje, Fedde, Egbert, Jeen en Hendrik. Bij naamaanneming van 1811 zijn Oene Hendriks en zonen Fedde en Hendrik reeds overleden. De kinderen van Fedde Oenes gaan de naam WITTEVEEN gebruiken. Zoon Egbert Oenes te Jubbega meldt zich 1811 met de naam DE HAAN. Zoon Jeen Oenes meldt zich niet, maar door hem en kinderen wordt de familienaam DE VRIES verder gebruikt. Zoon Hendrik Oenes was bij leven getrouwd met nicht Grietje Jalderts. De 2 dochters uit dat huwelijk worden bij de naamaanneming van 1811 niet gemeld.

  • (5) Roel Jeens DE VRIES, doop 20-2-1752, in de 7e week oud, ovl Terwispel 4-2-1826, 73j, gehuwd, tr Terwispel 17-4-1785 met Fimke Tjeerds, doop 23-8-1761, 20 weken oud, ovl Terwispel 18-12-1829, 68j, weduwe, dv Tjeerd Wybes en Aukjen Jeens. Bij naamaanneming van 1811 meldt zich Roel Jeens DE VRIES te Terwispel met 9 kinderen: Tjeerd 25 (wonend Knijpe), Grietje 23 (wonend Duurswoude), Jeen 22, Luitsen 18, Fedde 15, Jeltje 14, Jaldert 12, Johannes 8, Martje 5. Zie verder DE VRIES-genealogie.

  • (6) Fedde Jeens, doop 13-10-1754 Terwispel, ruim 2 weken oud. Vermoedelijk vroeg overleden.

  • (7) Jenke Jeens, doop 3-4-1757 Terwispel, een week of 3 oud, ovl in Drachten in 1785, 28j oud.
  • (8) Maaike Jeens, geb 31-8-1761, doop 8-10-1761 Terwispel. Geen verdere meldingen.

Uit huwelijk ca 1710 te Terwispel (Opsterland, FR) van boer Jaldert Jeens en Jinke Feddes worden voorzover na te gaan 4 zonen en 2 dochters geboren. De hiergenoemde zonen Jalke, Bouwe, Jeen en Rintse en dochters Trijntje en Eeuwkje. Via de zoon Jeen Jalderts uitgebreid nageslacht, beschreven in o.a. JEENINGA, DE VRIES en LAGEVEEN genealogieën (elders te vinden). Via dochter Eeuwkje Jalderts (kw 65) o.a. de latere SEINSTRA en VAN DER HOEK afstammingen. Daarbij dus “onze” VAN DER HOEK afstamming. Door huwelijk van Eeuwkje met Tamme Freerks (kw 64) en de zonen Sierd en Freerk (kw 32) uit dit huwelijk.

  1. Jan Wolters, geb ca 1665 te Katlijk (Schoterland, Friesland), zoon van Wolter Anskes (kw 264). Boer en dorpsrechter (1724). Ovl ca 1734, ca 70j oud. Getrouwd met
  2. Jantjen Jelles

Volgens belastingheffing van 1728 is hij eigenaar en gebruiker van plaats nr 13 te Katlijk. Hij moet betalen: 1 floreen, 24 stuivers, 8 penningen. De plaats nr 13 (hoeve met landerij tussen Tjonger en Leijdijk) is dan al gedurende generaties in familiebezit.

Kinderen uit het huwelijk: Jelle Jans SCHOLTE (ook Stellingh, de in de Stellingwerven gebruikelijke namen voor dorpsrechter), geb ca 1705 te Oldelamer (Weststellingwerf), ovl 1779 te Oldetrijne (Weststellingwerf). Indien doopdatum en doopplaats correct zijn, was vader Jan Wolters bij de geboorte van Jelle al ca 40j oud en kennelijk werkzaam te Oldelamer en niet op de ouderlijke boederij te Katlijk. In 1698 werd diens vader, Wolter Anskes (kw 264), als eigenaar en gebruiker van plaats nr 13 te Katlijk vermeld. Het kan zijn dat Jan Wolters pas later, als enige erfgenaam, na het overlijden van Wolter Anskes als eigenaar en gebruiker van plaats 13 naar Katlijk terugkwam. Maar het kan ook zijn dat Oldelamer als doopdatum en doopplaats van Jelle niet correct zijn (hij woonde later in zijn leven wel te Oldelamer en overleed te Oldetrijne). Jelle Jans trouwt in 1731 (ondertrouw 29-4-1731) te Oudehorne met Wobbigjen Jans, geb ca 1710, ovl mei 1777, dochter van Jelle Hendricks en Japikjen Stevens. Zijn schoonvader is boer, dorpsrechter en ouderling in het aan Katlijk grenzende Oudehorne. Joukjen Jans, geb ca 1710. Op 13-12-1744 trouwen te Joure Sieuwe (Sjouwe) Willems, Joure, en Joukjen Jans, Mildam. Gedoopt worden de kinderen: Oecke 16-4-1747, Janke 9-2-1749 en Willem 7-11-1751. Bij de Quotisatie van 1749 wordt Sjouwe Willems te Joure vermeld als gortmaker, redelijk in staat. Aanslag 40 Caroliguldens. Gezin: 3 personen ouder dan 12 en 1 jonger kind. Waarschijnlijk was huwelijk met Joukjen Jans voor Sjouwe tweede huwelijk. Wolter Jans (kw 66), geb ca 1715, ovl te Katlijk na 1765, tr 1745 met Grietje Geerts (kw 67), wordt door huwelijk van zoon Jan Wolters BIJMA en door huwelijk van dochter Hendrikjen Wolters langs twee wegen voorvader in VAN DER HOEK verhaal.

Jan Wolters krijgt na het overlijden van vader Wolter Anskes eigendom en gebruik van plaats 13 te Katlijk. Hij wordt er ook dorpsrechter. Wanneer hij ca 1734, ong 70j oud, overlijdt, gaan de zonen Jelle en Wolter met het bedrijf verder. Bij de Quotisatie van 1749 worden ze apart van elkaar als gezinshoofden vermeld en werkten ze misschien ook gescheiden. De aanslagen zijn voor de streek pittig: 43 Cgldns, 2 stuivers voor Jelle Jans (bron noemt geschat vermogen van 800 Cgldns), 39 Cgldns, 8 stuivers voor Wolter Jans. Voor Jelle Jans wordt bij deze gelegenheid een gezinsgrootte van 7 vermeld (5 personen 12j of ouder en 2 jonger), voor jongere broer Wolter Jans een gezinsgrootte van 5 (3 personen 12j of ouder en 2 jonger).

Oudste zoon Jelle wordt (ook) dorpsrechter, scholt, te Katlijk, zoals zijn vader, en ontvanger (inner der belastingen) 1768-1779. Hij koopt veenland in 1740-41 en leent geld van Jan Jeips, diaken van Oudeschoot, in 1748 met zijn aandeel in de zathe lands te Groot-Katlijk, geerfd van ouders als onderpand. In 1752 leent hij geld van ene Idses en echtgenote te Het Meer, met als onderpand zathen lands met huisingen etc te Katlijk, Oldehorne en Boijl. Zijn bezittingen waren inmiddels uitgebreid, dankzij vererving via zijn vrouw Wobbigje. In de leningakte (schuldbekentenis) van 1752 staat hij vermeld als Jelle Jans SCHOLTE, gewesen dorpsrechter te Katlijk. De akte wordt te Weststellingwerf opgemaakt en de functiebenaming gaandeweg achternaam (SCHOLTEN) voor de Jelle-tak. Bij de nazaten van jongste zoon Wolter komt na 1811 de achternaam BIJMA in gebruiik.

Het familiebezit te Katlijk is van de hand gedaan, ergens rond 1770. Jelle wordt 65-plusser, vestigt zich in Wolvega en doet wat in handel. In 1777 overlijdt vrouw Wobbigje. Op 29-1-1779 tekent Jelle, hij is dan ca 75j oud, met zoon Jan Jelles en dochter Rinske Jelles, een schuldbekentenis. Belastingsom van in totaal 450 Cgldns op het eermalige bezit te Boijl is Jan ‘vergeten’ te betalen. Hij verplicht zich dat alsnog te doen, overlijdt hierna in hetzelfde jaar. Schuldbekentenis van 29-1-1779, deels onleesbaar en met vreemde termen: Jelle Jans Scholte, huisman, woonende te Oldelamer, bekenne en verklaare opregt en deugdelijk schuldig te weeten aan Jan Andries, Stelling en Ontvanger van den dorpe Boijl, een somma van vier honderd en vijftig Carolis gulden, herkomende weegent agterstallige lasten, van Floreen, Reëel, en Specien, Sampt Personeel, bij mij en mijn wijlen huisvrouw Wobbegien Jelles, Staande Egt aan dezelve schuldig geworden, van de Sathe en Landen met No. 21 te Boijl, ons eigen en door ons gebruikt geweest tot Maij 1777 en alsoo het laatste Maart en Maij 1777. Verschenen alles volgens rekeningen met malkander tot mijn genoegen en volkomen bewustheid gemaakt, de gemelde summa uitmaken: de reimstieeer(?) oversulks de exceptie van mitrekening en alle andersints na regten dienstig, maar ... neeme aan de voorschreven somma vierhondert vijftig Car gld: op ...te sullen voldoen en betalen enz. Was get: Jelle Jans Scholte, Jan Jelles, Rinske Jelles ...den 29 jan 1779.

De SCHOLTEN-nakomelingen van Jelle Jans hebben een eigen familie-genealogie. Onze familie-genealogie richt zich op zijn jongere broer, Wolter Jans (kw 66). Getrouwd met Grytje Geerts, dochter van Geert Luitjens, boer en (ook) dorpsrechter te Schurega.

  1. Geert Luitjens, boer en dorpsrechter te Schurega (Oost-Schoterland, FR), ovl aldaar in 1753, zoon van Luitjen Koenes, gehuwd ca 1720 met
  2. Hiltje Gerbens, ovl 1787

Bij de Quotisatie 1749 worden voor Jubbega-Schurega 70 gezinshoofden vermeld. Met een aanslag van 52 Cgldns 14 stuivers is Geert Luitjens, huisman, gezin van 6 personen ouder dan 12, de hoogst aangeslagene. Bewaarde doopregister van Herv Gem Hoornsterzwaag-Jubbega-Schurega-Oudehorne-Nieuwehorne begint bij 1728. De drie jongste kinderen, Frouk, Gerben en Roelof, komen in dat register vervolgens voor. Van de voor 1728 geboren kinderen kennen we geen doop/geboortedata. In 1749 zijn vier kinderen in leven, volgens de Quotisatiemelding (6 “volwassen” personen en de ouders leven nog).

Uit het huwelijk: Luitjen Geerts, geb ca 1720 te Schurega, ovl 1770 te Katlijk, trouwt 1-1-1751 met Joukje Wybes, mogelijk dochter van Wybe Ydes, Joukje ovl 1804 te Katlijk. Uit huwelijk zijn 8 kinderen geboren, 3 zonen en 5 dochters: (1) Geert Luitjens DE JONG, geb 28-1-1752 te Schurega, ovl 26-4-1824 te Langezwaag, 72j, weduwnaar, gehuwd met Fimke Annes. (2) Ybeltje Luitjens, geb 27-5-1754 te Katlijk, tr 18-1-1778, beiden uit Katlijk, met Geert Lolkes. (3) Hiltje Luitjens, geb 7-5-1756 te Katlijk, tr 9-5-1784, beiden uit Katlijk, met Jacob Jans. (4) Sytske Luitjens, geb 6-4-1758 te Katlijk, ovl 3-7-1820 te Nieuwehorne, tr 2-1-1780 te Oudeschoot, beide uit Oranjewoud, met Gerke Gabes (WOUDA). (5) Jantje Luitjens, geb Katlijk 18-8-1760, tr 9-5-1784 met Sake Feitzes (TOLSMA). (6) Wybbigjen Luitjens, geb Katlijk 15-10-1762, tr Klaas Joukes. (7) Roel Luitjens, geb Katlijk 1-3-1764. (8) Meine Luitjens, geb Katlijk 14-12-1768. Grietje Geerts (kw 67), geb ca 1725. Trouwt 1745 met Wolter Jans (kw 66). Zie daar. Frouk(jen) Geerts, doop 26-5-1729, tr 18-1-1750 met Lolke Thaes (Ties of Thees geschreven) uit Katlijk. Uit huwelijk zijn 9 kinderen geboren, 6 zonen en 3 dochters. We melden geboortedata (doopdata ook beschikbaar): (1) Theae geb 29-12-1750 te Katlijk. (2) Geert 10-10-1752. (3) Lammert 2-2-1755. (4) Meine 27-11-1756. (5) Wytske 12-2-1759. (6) Jelle 27-6-1762. (7) Saake 12-10-1764. (8) Ytsje 11-1-1767. (9) Sietse 3-2-1769. Bij de naamaanneming 1811 (Froukje en Lolkje overleden) melden zich 3 van hun zonen met WOUDSTRA-naam. Geert Lolkes WOUDSTRA te Katlijk met kinderen: Luitjen 32, Froukjen 28 (gehuwd, wonend Katlijk), Joukjen 23 en Lolke 15. Sake Lolkes WOUDSTRA te Schurega met kinderen: Antje 13, Froukjen 11, Lolke 8 en Wytske 3. Sytze Lolkes WOUDSTRA te Katlijk met kinderen: Geesjen 8, Lolke 7, Wytske 4 en Froukjen ruim 1j oud. Nog aan te vullen. Gerben Geerts, doop 25-11-1731, jong overleden. Roelof Geerts, doop 26-2-1736, “vader dorpsrechter te Schurega”, tr 24-5-1761 met Martjen Sybes uit Nieuwehorne, met consent van de wederzijdse ouders. Zijn hooguit 3 ouders geweest want Geert is al overleden. Uit huwelijk wordt een zoon Geert geboren 9-9-1763, doop Oudehorne 25-9-1763.

  1. Libbe Jans, geb 1-1-1714 te Oudeschoot, zoon van Jan Rykels (kw 272) en Jantie Hendriks, huisman (boer) te Oudeschoot, ovl ca 1806, ong 92j oud. Trouwt 18-2-1759 (2) met Hylkjen (Gieke) Egberts, geb ca 1732, ovl 14-9-1818 86j, weduwe. Libbe trouwt (1) omtrent 1737 met
  2. Martjen Bonnes, doop 13-8-1715 te Oudeschoot, ovl 11-1-1750, 34j oud, dochter van Bonne Romkes (kw 274).

Uit huwelijk van Libbe en Martjen: Jan Libbes (BOUWMAN) (kw 68).

Oudovergrootvader Libbe Jans (1714-1806) is tweemaal gehuwd geweest. Hij overlijdt hoogbejaard, maar nog net te vroeg om bij de naamaanneming van 1811 een rol te kunnen spelen. Kleinzonen van hem melden zich bij die naamaanneming. Kleinzonen uit zijn relatie met Martjen Bonnes nemen de achternaam BOUWMAN aan, kleinzonen uit zijn relatie met Gieke Egberts de achternaam WASLANDER.

Huwelijksdatum van oudovergrootouders Libbe Jans en Martjen Bonnes onbekend door ontbrekend register. Ook doopdata onbekend behalve voor dochter Jantjen, doop 12-11-1747 te Oudeschoot. Moeder Martjen is 11-1-1750 overleden, misschien in een volgende kraam. Bij Quotiatie 1749 is Martjen nog niet overleden. Libbe Jans, huisman te Oudeschoot, heeft volgens de melding een gezin van 6 personen waarvan 3 jonger dan 12 (aanslag 33 Cgldns 7 stuivers). De zoon Jan Libbes (kw 68) trouwt in 1765 met Lammigjen Aitses en zal ca 1740 zijn geboren.

In zijn tweede huwelijk, na vroeg overlijden van Martjen, krijgt Libbe Jans 8 kinderen en het doopregister van die tijd is gemaakt en bewaard. Libbe Jans hertrouwt 18-2-1759 te Oudeschoot, ruim 9 jaar na overlijden van Martjen Bonnes. Hij is dan 45j en de tweede echtgenote is 26. Haar voornaam wordt in registers meestal als Hylkien geschreven, ook wel als Gieke (de koosnaam?), en in overlijdensbericht van 1818 heet ze definitief Gieke Egberts. Weduwnaar Jan Libbes was in 1759 te Oudeschoot geen onbemiddelde huisman en als oudere huwelijkskandidaat voor Gieke (of Hylkien) ook volgens haar moeder wellicht heel acceptabel. Moeder staat tien jaar eerder bij Quotisatie 1749 gemeld als weduwe Egbert Jans te Oudeschoot, wel in staat (aanslag 57 Cgldns en dat wijst op rijkdom), gezin van 4 personen ouder dan 12. Bij tweede huwelijk van zijn vader is zoon Jan Libbes (kw 68) ca 20j oud (hij trouwt zelf 6 jaar later in 1765). Kinderen uit het tweede huwelijk van Libbe Jans: Egbert Libbes, doop 15-7-1759 te Oudeschoot, ovl 12-11-1821 te Rottum, 62j oud, gehuwd met Neeltje Tjeerds en later met Altje Feyes (VAN DER LAAN), geb 31-8-1768 te Lippenhuizen (Opsterland, FR). Meldt zich bij naamaanneming van 1811, wonend te Rottum, als Egbert Libbes WASLANDER, met kinderen: (1) Libbe 22, in de conscriptie, (2) Feye 16, (3) Ike 13, StJohannesga, (4) Koert 11, (5) Afke 7, St.Johannesga. Bij dochters Ike en Afke meldt Egbert dat die te StJohannesga wonen. Uitbesteed? Egbert meldt eind 1811 oudste zoon Libbe “in de conscriptie”. Zoon Libbe, 22j, werd per 14-10-1811 dienstplichtig ingelijfd als treinsoldaat bij het leger van Napoleon dat naar Moskou, Rusland, trok. Egbert kwam van die barre veldtocht, zoals vele tienduizenden, niet terug. Andries Libbes, doop 10-8-1760 te Oudeschoot, jong overleden. Martjen Libbes, doop 4-7-1762 te Oudeschoot, jong overleden. Jakob Libbes, doop 6-1-1765 te Nieuweschoot. Andries (Anders) Libbes, doop 4-12-1766 te Oudeschoot, ovl 24-7-1833, 66j oud, gehuwd 13-6-1790 met Antje Halbes, ovl 8-8-1837, 68j oud. Ze krijgen 9 kinderen, van wie eind 1811 nog 4 in leven zijn. Andries meldt zich bij naamaanneming van 1811, wonend te Oudeschoot, als Andries Libbes WASLANDER, met kinderen: Tettje 17, Halbe 15, Geert 9 en Jacob 5.. Trijntje, doop 1-1-1769 te Oudeschoot. Japik, doop 4-8-1771 te Oudeschoot. Antje, doop 13-3-1774 te Oudeschoot, geb 28-2-1774 aldaar. Na 1811 ook als Antje Libbes WASLANDER gemeld. Nog aan te vullen.

  1. Aitse (?) 139.

Ouders van Lamkjen Aitses (kw 69) We hebben nog onduidelijkheid over “de herkomst” van oudgrootmoeder Lamkje (Lammigje). Door de Herv Gem Oldeholtpade (Weststellingwerf, FR) wordt 8-5-1765 attestatie afgegeven naar Oudeschoot (Schoterland, FR) voor Lammigje Aitses te Oldeholtwolde. Haar voorgenomen huwelijk met Jan Libbes (kw 68) te Oudeschoot is niet “gestuit”. Huwelijksbevestiging daarna te Oudeschoot 19-5-1765: Jan Libbes en Lamkjen Aizes geschreven. Bij volgende dopen (Mildam, Oudeschoot) wordt haar patroniem ook AYSES, HAITSES, EYSENS of EYSSENS geschreven. Probleem is dat Lammigje/Lamkje, waarschijnlijk geboren in de periode 1740-1745 (en overleden in 1786 of kort erna), zelf niet in doopregisters wordt vermeld. Vreemd is dat niet. Doopregisters van voor 1750 zijn lang niet allemaal gemaakt of bewaard gebleven. Lang niet alle kinderen worden gedoopt.

In de lijn Weststellingwerf (Oldeholtpade/Oldeholtwolde, noordwestelijk van Wolvega, richting Oudeschoot/Mildam) treffen we Eyse Johannes in de registers aan, als enige met deze voornaam die ook Ayse of Aitse kan worden geschreven. Deze Eyse is in 1749 een redelijke boer en dorpsrechter (stelling) te Oldeholtpade. Gezin van 7 personen, waarvan 3 kinderen jonger dan 12, aanslag 44-15 Cgldns. Hij is in 1708 geboren (indien dit dezelfde Eyse is, doop Wolvega-Sonnega 17-6-1708) uit huwelijk van Johannes Eyses en Marigjen Pieters die aldaar zijn gehuwd in 1706 (derde proclamatie 24-3-1706: Johannes Eyses afk Sonnega en Marigjen Pieters afk Oldelamer). Alleen doop van zoon Eyse (1708) geregistreerd. Eyse Johannes trouwt 1-5-1729 (Wolvega-Sonnega) met Albertjen Hendriks, beiden van Nijelamer (bij Wolvega-Sonnega, Weststellingwerf). Uit dit huwelijk wordt 26-11-1730 een dochter Marigjen gedoopt (Wolvega-Sonnega). Verdere meldingen ontbreken (ze zijn verhuisd?) tot doopregister van Oldeholtpade de dopen meldt van Geesjen (29-3-1741), Jannis (3-11-1743), Jannis (9-5-1745), Thomas (23-6-1748) en Grietje (21-5-1752), kinderen van Eysse Jannis en Lammigje Theunis. Bij Quotisatie 1749 bestaat gezin van boer/stelling Eyse Johannes uit 7 personen, volgens de melding, waarvan 3 jonger dan 12 en 4 ouder dan 12. Ik beweer niet dat oudgrootmoeder Lamkje Aitses (Eysens) dochter was van Eyse Johannes/Jannis. Ik meld de mogelijkheid. Pro memorie: Aise (Aitse) Hendricks, geb ca 1700, boer te Oudehaske, gehuwd in 1727 met Auk (Acke) Rinkes, doop Oudehaske-Haskerhorne 17-5-1705, dv Rinke Jans en Lijsbet Ruurds. Op 10-12-1730 te Nijehaske gedoopt de dochters Sjoukjen en Ietjen. Meldingen hierna ontbreken. Bij Quotisatie van 1749: Aise Hendriks, boer te Oudehaske, gezin van 7 personen, waarvan 4 jonger dan 12. Na 1730 dus meer geboorten maar registratie niet bewaard. Boer Aise wordt in 1749 aangeslagen voor 34 Cgldns 19 stuivers, met de aantekening “beesten verloren”. De rotkoorts (veepest) heerste. Mogelijk was Lamkjen dochter van deze Aise en als dienstmeid (1765) in Oldeholtwolde inwonend. Ik krijg haar verhaal niet rond. Omdat in die tijd kinderen (meestal) steevast naar grootouders etc worden vernoemd, de aantekening dat uit huwelijk van Lamkjen en Jan Libbes ook een zoon Aise (1772) en een dochter Aukje (1786) zijn geboren. Maar of diit verwijzingen zijn naar Aise Hendriks en Aukje Rinkes als ouders van Lamkje?

  1. Wolter Jans (BIJMA) = 66.
  2. Grijtie Geerts (Grietje Geerts) = 67.

Wolter Jans en Grietje Geerts zijn ouders van zowel Jan Wolters Bijma (kw 70) als van Hendrikjen Wolters (kw 33). Ze zijn in onze kwartierstaat daarmee zowel oudovergrootouders als oudgrootouders. Betovergrootvader Wolter Freerks VAN DER HOEK, zoon van Hendrikjen Wolters, trouwt met Grietje Jans BOUWMAN, kleindochter van Jan Wolters BIJMA, oudste broer van Hendrikjen.

  1. Jan(nes) (LUKKES)
  2. nn

In 1749 is er in Friesland een Jannes Lucas (boer te Oldelamer, gezin van 6, 3 kinderen jonger dan 12, aanslag 11 Cgldns 13 stuivers). Op 25-6-1730 te Oldelamer getrouwd met Aaltje Reingiens. En een Jan Lucas (wever te Het Meer Noordzijde, gezin 2 personen ouder dan 12, 20-9 Cgldns). Over wie (nog) geen verdere gegevens. De wever te Het Meer zou aardig passen vanwege de latere LUKKES en LUCKES vernoemingen te Het Meer. Maar hij past niet (in 1749 nog geen kinderen) bij een zoon KORNELIS, geb ca 1738, en/of een zoon Abele, geb ca 1745.

Oudgrootvader Kornelis Jans Lukkes 1738-1821 (kw 72), overlijdt in 1821, volgens de akte 83j oud, nalatend zijn vrouw Froukje Jitses en 3 kinderen. Namen van zijn ouders niet vermeld. Rond 1811 zijn er in Het Meer/De Knipe minstens drie gezinshoofden met patroniem JANS LUKKES. Geen van de drie meldt zich voor de familienaamregistratie. De eerste van die twee is oudgrootvader KORNELIS JANS LUKKES (kw 72). De tweede is FEDDE JANS LUKKES. Deze kan een jongere broer van Kornelis Jans zijn geweest, al is het leeftijdsverschil meer dan 20 jaar. ZIE OOK KW 72.

FEDDE JANS LUKKES overlijdt 1-6-1827, 65 jaar oud, touwslagersknecht, wonende te Het Meer. Overleden in huis nr 235 te Het Meer. Weduwnaar van Sjieuwke Hendriks en nalatende 2 kinderen. Fedde (Knipe) en Sjieuwke (Tjalleberd) trouwen 9-5-1790 in de Herv. Kerk te Tjalleberd. Ze krijgen minstens drie kinderen, van wie één, Jantje Feddes LOKKES, 3-12-1817 overlijdt, 22j, ongehuwd. Nog geen week later op 9-12-1817 namiddag 1 uur overlijdt te Smilde, Wijk B, provincie Drenthe, PIETER RIENKS (KUIPER), “oud om de vijftig jaar heen, van beroep kuiper, wonende te Knijpe. Nalatende zijn vrouw Antje Feddes LOK (Lukkes) en 3 kinderen.” Genoemde Antje Feddes Lukkes trouwt 7-3-1824, oud 33 jaar, breidster, geboren ’t Meer op 10-2-1791, wonende aldaar, dochter van FEDDE JANS LUCKES en JIEUWKE HENDRIKS, weduwe van Pieter Rienks Kuiper, met PETER WIEBES BILIAM, 43 jaar, arbeider, geb 10-9-1780 te Benedenknijpe, ook wonende aldaar, zoon van Wiebe Hendriks BILIAM en Swaantje Pieters die 17-4-1815 te Benedenknijpe overlijdt.

De derde JANS LUKKES in Het Meer/De Knipe rond 1811 is ABELE JANS LUCKES. Kan jongere broer van Kornelis Jans zijn geweest. In een “akte van bekendheid” van 3-7-1812 worden Cornelis Jans LUCKES en Ebele Jans LUCKES, beiden te Het Meer, samen vermeld. ABELE JANS LUCKES overlijdt 29 februari 1824, “oud 68 jaar, arbeider wonende in de Beneden Knijpe, zijnde weduwnaar van HIELKJE EINSKES, zijnde kinderloos”. Hij overlijdt Beneden Knijpe huis nr. 208. Ook in zijn akte geen namen van ouders vermeld. Van Abele (IEBELE) en Hielkje (IESES. EISES) geen trouwdatum gevonden.

Tenslotte valt nog te noemen: TJITSKE JANS LOKKES. Zij woont in Terhorne, maar is in Het Meer geboren, ca 1770. De namen van haar ouders: JAN JANS LOKKES en ANTJE GEERTS. Tjitske Jans LOKKES is ca 1770 te Het Meer geboren. Zij is ca 40j oud wanneer ze 25-3-1810 te Heerenveen trouwt met Gerben Symens, ca 28j oud. Een zoon Siemen geb 15-12-1810 te Het Meer (doop 3-2-1811).
— Bij naamaanneming (23-12-1811) meldt Symon Watzes VAN ASPEREN te Grouw zich met de kinderen Gerben, 29j, wonend Terhorne, en Trijntje, 24j, wonend te Grouw, en de kleinzoon Symon (zv Gerben), 1j oud. Kort na huwelijk zijn (schoenmaker) Gerben en Tjitske naar Terhorne verhuisd, waar Tjitske 22-8-1827 overlijdt, 57j oud, en Gerben 5-8-1855, 73j, wednr.

  1. Jan (RONDUITE) trouwt ca. 1740 met
  2. Hiltje (?)

Ouders van (geen meldingen in doopregisters): Hans Jans (Ronduite) (kw 74), geb ca 1741, tr Heerenveen 13-1-1765 met Jantjen Geerts (Brouwer). Kinderen uit dit huwelijk vermeld in doopregister Nijehaske. Marten Jans RONDUITE, geb. ca 1752, overl. 4-4-1826 in huis nr 21 te Heerenveen, 74 jaar oud, trouwt 13-6-1784 te Heerenveen met Sjieuwke WOUTERS (Sieuke).

Na 1811 (invoering Burgerlijke Stand) wordt door nazaten van Jan de familienaam RONDUITE gebruikt. Dat is een franse militaire benaming voor een schans (rondwiet zeg je dan, leesverbastering naar RONDUIT op z’n nederlands uitgesproken komt enkele malen in aktes voor). In de grensstreek bij Giethoorn, westelijk van Steenwijk (noordwest-Overijssel), was zo’n militaire versterking die als Ronduite (rondwiet) genoemd bleef en zo nog steeds als dorpsnaam (streek) in de 21ste eeuw. Nu recreatiegebied. Het is verleidelijk de familienaam van Jan (kw 148) aan herkomst uit dit “Gieterse” gebied te verbinden, in combinatie met het gegeven dat vanaf 1750 immigratie van Gieterse verveners en turfmakers richting Haskerland en Schoterland (Heerenveen) plaats vond. Jan kan een van die immigranten zijn geweest en de RONDUITE-naam hebben geimporteerd. Deze oudovergrootvader is zeker eerder dan 1811 overleden. Bij de naamregistratie van 1811 wordt door niemand de RONDUITE-naam als familienaam geregistreerd. Pas na 1811 komt in de nieuwe administratie voor de Burgerlijke Stand deze naam zo nu en dan beperkt voor. De zoon Hans Jans (kw 74) is vermoedelijk voor 1811 overleden, dochters van hem komen daarna wel voor met de familienaam RONDUITE (soms RONDUIT). En zijn ruim 10 jaar jongere broer Marten Jans leeft tot en met 4-4-1826, gebruikt de naam RONDUITE (soms RONDUIT geschreven), en zo valt er dan via officiele registraties ongeveer iets van een historiserende lijn te vinden.

Marten Jans RONDUITE, de ruim 10 jaar jongere broer van Hans Jans (kw 74), overlijdt 4-4-1826, 74j oud. De geburen die aangifte doen van het overlijden, melden wat ze mogelijk betreffende hem direct weten: “Jan Willem NAUTA, 48 jaar, timmerman, en Jan Elings VAN DER AWEYS, 35 jaar, sluisman, beiden als geburen, verklaren dat Marten Jans RONDUITE, oud 74 jaar, arbeider, gehuwd met Sjieuwke WOUTERS, nalatende 4 kinderen, is overleden op 4 april 1826 in huis nr 21 te Heerenveen.” Geen melding van ouders of andere wetenswaardigheden. Dat Marten Jan RONDUITE een jongere broer geweest kan zijn van Hans Jans, van wie kinderen ook RONDUIT(E) worden genoemd, is uit de bewoording van deze akte niet af te leiden.

Marten Jans en Sieuwke (Sjuwke) Wouters trouwen 13-6-1784 te Heerenveen. Maarten Jans RONDUITE overlijdt 4-4-1826 te Heerenveen, weduwe Sjieuwke Wouters WESTERHOF ruim een jaar later op 14-11-1827: “Sjieuwke Wouters WESTERHOF, 72 jr, wonende te Heerenveen-Aengwirden, weduwe van Maarten Jans Ronduite, nalatende 4 kinderen, ovl 14-11-1827 te Heerenveen in huis nr 71.”

In onze kwartierstaat gaat het om Hans Jans als voorvader in VAN DER HOEK-lijn. Gegevens betreffende diens jongere broer Marten Jans die de RONDUITE-naam na 1811 gebruikte en liet continueren, zijn hier enkel voor de weet. Marten wordt 74 en overlijdt in 1826 te Heerenveen, vier kinderen nog in leven nalatend. Van deze 4 kinderen is de dochter Hiltje Martens RONDUITE op 29-6-1823 getrouwd met Feitze Bjintzes DE GROOT. Feitze overlijdt 20-8-1833, 34j oud, en hoe het verder met Hiltje verging, lijkt in archieven te Friesland niet meer terug te vinden. De dochter Anna Martens RONDUIT trouwt 15-11-1835 te Leeuwarden met Uilke Jans KUIPERS (of deze Anna dochter van Marten en Sjuwke was nog te documenteren). Verder 2 zonen. De zoon Jan Martens RONDUITE blijft ongehuwd, ovl 3-2-1855, 68j oud (Sch 25). De andere zoon, Klaas Martens RONDUITE, trouwt 18-12-1825 (Aengwirden akte 13) met Antje Meints DIJKSTRA. Volgens het militiedocument bij zijn huwelijksakte is hij 22-2-1806 te Heerenveen geboren, schippersknecht, zoon van Marten en Sjoukje Wouters, arbeiders wonende te Heerenveen. Antje Meints DIJKSTRA is bij huwelijk 24, geb te Heerenveen 20-5-1801 (gedoopt 14-6-1801), dochter van Meint Jans en Klaaske Bouwes. Via zijn schoonvader Meint Jans DIJKSTRA, meester-grofsmid te Heerenveen, komt het waarschiijnlijk dat zoon Bouwe Klazes RONDUITE later grofsmid wordt te Noordwolde.

  1. Eelert Wijbes, doop Irnsum-Rauwerd 2-9-1732, trouwt in 1758 (attestatie afgegeven 13-5-1758 te Oldeboorn-Nes) met
  2. Lolk(jen) Pytters

Trouwregister van Herv.Gem. Oldeboorn-Nes meldt de afgegeven attestatie voor Eelert Wijbes en Lolk Pytters, beiden te Nes. Of ze te Oldeboorn zijn getrouwd is onduidelijk. Een registratie bevestiging van huwelijk ontbreekt. In doopregisters vinden we hun namen alleen terug te Sneek: - doop Sneek 27-5-1764: Duike (Diuke, Dieuwke – naam moeder van Eelert) - doop Sneek 9-4-1767: Pyter (naam vader van Lolkjen). In het Sneeker register staan de ouders vermeld als Ylert Wybes en Lolkien Pyters. Bij overlijden van zoon Wiebe Eelderts VAN DER WERF (kw 78) in 1837 te Heerenveen melden de aangevers dat hij 78j werd, geboren te Sloten. De bereikte leeftijd brengt ons terug naar het jaartal ca 1759, met 1758 als huwelijksjaar van Eelert en Lolkjen (Pieters, aangevers zeggen Jans) een passend feit. Maar Wiebe (Wybe) is niet in Sloten gedóópt. In de periode 1758-1761 meldt het register van Sloten 58 dopelingen en daar is geen Wiebe bij. Hij komt ook niet voor in doopregisters elders.

Oudovergrootouders Eelert en Lolkje hebben zich te Sneek gevestigd. Ze hebben er de bijnaam/achternaam VAN DER WERF(F), want dochter Dieuwke wordt bij huwelijk te Sneek in 1784 al zo in trouwregister ingeschreven, zoon Wiebe in 1785 bij doop van zijn dochter Lieuwkjen te Lemmer wordt ook als “Van der Werf” vermeld, evenals zoon Pieter in 1800 bij doop te Sneek van dochter Esther. Bij de naamaanneming van 1811 laten zoon Wybe Eelderts WERFF te Joure (in formulier staat “Werff” maar VAN DER WERF volgt verder als bedoelde naam) en Pieter Eelerts VAN DER WERF te Sneek de bestaande traditie formeel vastleggen. Vader Eelert had de VAN DER WERF-naam waarschijnlijk al. We vonden geen melding over het beroep dat hij uitoefende. Of hij schipper was of scheeps-timmerman of toevallig woonde bij de werf te Sneek. Hij is voor of rond 1800 overleden.

Kinderen uit het huwelijk van Eelert (Ylert) en Lolkje: Wiebe Eelderts VAN DER WERF (kw 78), geb ca 1759 (te Sloten?), ovl 17-7-1837 te Heerenveen, 78j, weduwnaar, tr (1) Sneek 23-5-1779 met Rinske Jacobs (kw 79) en (2) Joure 12-1-1794, uurwerkmaker, met Antje Arjens. Wiebe en Rinske oudgrootouders gemeld bij kw 78/79. Dieuwke Elerts VAN DER WERF (Duike, Diuke), doop Sneek 27-5-1764, ovl Sneek 5-10-1818, 54j, gehuwd, tr (1) Sneek 17-10-1784, zij 20, hij 20, met Marten Hendriks REITSMA, doop Ysbrechtum-Tirns (Wymbritseradeel FR) 3-6-1764, ovl Sneek 1-11-1811, 47j, gehuwd, zv Hendrik Martens REITSMA en Ytie Anskes BOKMA. Duike Ylderts VAN DER WERF tr (2) Wymbritseradeel 30-7-1817, zij 53, hij 45, met weduwnaar Eede Sikkes JORRITSMA, overlijdt ruim een jaar na dit huwelijk. Kinderen uit huwelijk van Dieuwke en Marten: (1) Hendrik, geb Sneek 7-10-1785, doop 16-10-1785. (2) Eelerd, geb Sneek 8-6-1789, doop 21-6-1789. (3) Ytje, geb Sneek 25-11-1796, doop 19-1-1797, ovl Bolsward 20-1-1837, 40j, ongehuwd. -
— Bij naamregistratie van 1811 meldt zich Hendrik Martens REITSMA te Sneek, de schoonvader van Dieuwke. Hij is 70-plusser (ovl Sneek 7-8-1815, 77j, gehuwd). Hij meldt enkel de zoon Marten, 1-11-1811 overleden weten we, vlak voor de naamregistratie. En diens kinderen (en van Dieuwke) dan in leven: (1) Hendrik REITSMA 26 (wonend Ysbrechtum). (2) Elert REITSMA 22 (Sneek), (3) Ytje REITSMA 15 (wonend Bolsward). Volgens het formulier van 1811 REITSMA, maar daarna ook REIDSMA geschreven. Pieter (Pyter) Eelerts VAN DER WERF, doop Sneek 9-4-1767, ovl Sneek 19-6-1836, 69j, wednr, tr Sneek 15-5-1791, hij 24, zij ca 29, met Gepke Eids, geb ca 1762, ovl Sneek 23-4-1819, 57j, gehuwd, dv Eid Jans en Ester Pieters. Pieter en Gepke krijgen 5 kinderen: (1) Lolkjen Pieters VAN DER WERF, geb Sneek 26-3-1792, ovl aldaar 21-8-1833, 41j, gehuwd, tr 23-9-1827 met Harmen OVERZEE. (2) Eid (Eit) Pieters VAN DER WERF, geb 9-12-1794, ovl 23-6-1828, 33j, wednr, tr 17-5-1818 met Jantjen Gosses DE JONG. (3) Elerd Pieters VAN DER WERF, geb 22-2-1797, ovl 19-2-1856, 58j, gehuwd, tr 31-3-1822 met Waltje Harings WIERSMA. (4) Esther Pieters VAN DER WERF, geb 25-1-1800, ovl 26-3-1840, 40j, gehuwd, tr 1-5-1825 met Ientje Wybes VAN DER MEULEN. (5) Wybe Pieters VAN DER WERF, geb 13-9-1802, ovl 15-9-1873, 71j, gehuwd, tr 18-7-1824 met Simkje Pieters PAAUW.

  1. Jacob Nolkes VAN DER MEER, geb 13-10-1723, doop Gaastmeer (Wymbritseradeel, FR) 17-10-1723, zv Nolke Jans en Sjoerdtje Sikkes, tr (1) Sneek 25-6-1747, hij 23, zij 22, met Lieuwkjen (Leukjen) Warners OVERSEE, gedoopt Sneek 28-8-1724, ovl ca 1750, rond 26j oud, dv Warner Sybrens OVERSEE en Atie Alberts SLOOT. Jacob Nolkes tr (2) Sneek 13-5-1752, hij 28, zij 26, met
  2. Lieuwkjen Jans (Liuwkien, Luikjen), gedoopt Sneek 6-2-1726, dv Jan Lieuwes (Luiwis) en Rinske Eelties.

Bij overlijden van oudgrootvader Wiebe Eelderts VAN DER WERF (kw 78) in 1837 te Heerenveen staat in de akte vermeld dat hij eerst getrouwd was met Rinske Jacobs ‘VAN DER MEULEN”. De Heerenveense geburen die van zijn overlijden aangifte doen, lijken zich hier te hebben vergist. Het is ook de enige keer dat oudgrootmoeder Rinske, ovl ca 1790, als “VAN DER MEULEN” wordt ingeschreven. De meldende geburen hebben háár nooit gekend, want Rinske is dan al ruim 45j dood, overleden te Sneek waarschijnlijk. Haar dochter Jacobjen Wiebes VAN DER WERF (kw 39) gaat in tweede huwelijk (1819) te Het Meer/Heerenveen wonen, vader Wiebe overlijdf daar ook en Jacobjen trouwt met een molenaar. Dat haar moeder niet “VAN DER MEULEN” heette maar ‘VAN DER MEER”, men kon het niet goed weten in die tijd. Toegegeven: wij ook niet. Onze aanname is dat het bij de oudgrootmoeder gaat om Rinske Jacobs VAN DER MEER, gedoopt Sneek 12-6-1758.

Jacob Nolkes VAN DER MEER trouwt Sneek 25-6-1747. Hij is 23, geboren te Gaastmeer. De achternaam “VAN DER MEER” in Sneeker trouwregister dan al gebruikt. Ook de achternaam “OVERSEE” voor de eerste Lieuwkje (Warners OVERSEE) met wie hij trouwt. Uit dit huwelijk de zoon Nolke Jacobs VAN DER MEER, doop Sneek 8-12-1748, ovl Sneek 12-3-1812, 60j, gehuwd.

Bij Quotisatie van 1749 geen melding van Jacob Nolkes (ook niet van zijn vader Nolke Jans, maar die kan zijn overleden). Wel van Jacobs schoonvader Warner Sybrens, wonend Sneek (Grootzand), gezin 4 volw, aanslag 40 Cgldns, schipper. En van Jacobs zwager Hette Siblis, wonend Sneek, gezin 2 volw 1 kind, aanslag 20 Cgldns, schipper. Ontbreken van Jacob Nolkes in Quotisatieregister kán betekenen dat hij begin 1749 Sneek verliet (er met gezin geen domicilie had, ook niet elders in Friesland) en dat hij, op schip van zijn schoonvader misschien, buitengaats verbleef. Hij komt in kerkregisters pas weer voor in 1752, vanwege zijn huwelijk te Sneek met Luikjen Jans, de tweede Lieuwkje met wie hij trouwt.

Jacob Nolkes is 28 (weduwnaar, vader van zoon Nolke) bij zijn huwelijk te Sneek met de 26-jarige Luikjen (Lieukjen) Jans, dv Jan Luiwis en Rinske Eelties. Bij Quotisatie van 1749 wordt Jan Luiwis vermeld te Sneek (Koornmerk): onderhoud, 1 volw. Waaruit kan worden afgeleid dat Rinske, de moeder van Luikjen, is overleden. En dat haar vader Jan, om welke reden onbekend (leeftijd, arbeidsongeschikt geraakt), afhankelijk is van onderhoud door gemeenschap/diaconie. Geen belastingaanslag.

Jacob Nolkes en Lieuwkjen Jans laten 4 kinderen dopen: de zonen Jan en Ellert doop 31-8-1755 de dochter Rinske (kw 79) doop 12-6-1758, 2 weken oud de zoon Ellert doop 16-8-1767. Alleen over de zoon Nolke Jacobs VAN DER MEER uit het eerste huwelijk van Jacob en de dochter Rinske Jacobs uit het tweede huwelijk is verdere registratie. De gemelde zonen Jan en Ellert (tweemaal) zijn verdwenen uit de registratie, mogelijk jong overleden. De vernoeming “Ellert” mogelijk naar de grootvader van Lieuwkje, vader van Rinske Eelties (Eelerts?).

Rinske Jacobs (kw 79) is ca 1790/92 overleden, hooguit 34j oud, gehuwd Sneek 23-5-1779 met Wiebe Eelderts (kw 78). Dochter Luewkjen (Lieuwkje) geb 14-9-1785 te Lemmer, doop 25-9-1785 aldaar, dv Wybe Elerts VAN DER WERF en Rinske Jacobs.

Bij naamaanneming van 1811 is Rinske al sinds 20 jaar overleden. Haar halfbroer Nolke Jacobs VAN DER MEER meldt zich 1811 te Sneek met zonen Jacob (33), Johannes (21) en dochter Sjoukje (28). Nolke is bij deze registratie 63j en zal ook niet ouder worden: hij overlijdt Sneek 12-3-1812, 63j, gehuwd, zv Jacob Nolkes en Lieukjen Warners. Hij is 8-12-1748 te Sneek gedoopt. Op 23-1-1773 ondertrouw (Nolke Jacobs VAN DER MEER) te Sneek met Nynke Tjiommes STAM. Op 17-6-1774 (of 17-9-1774) ondertrouw Nolke Jacobs te Sneek met Tryntje Pieters (was Nynke overleden?). Op 15-5-1790 ondertrouw Nolke Jacobs en 30-5-1790 huwelijk met Tjitske Johannes WYSENBACH. De kinderen Jacob en Sjoukje uit huwelijk met Tryntje Pieters, de zoon Johannes uit huwelijk met Tjitske Johannes? Onduidelijkheid in de registratie heeft verband met Doopsgezinde betrokkenheid, heel of half is nog onbekend. Na 1795 werd de Doopsgezinde richting formeel erkend. De zoon Jacob Nolkes VAN DER MEER trouwt 17-5-1801 (doopsgezinde gemeente Sneek) met Tjepkje Rinkes. Maar 30-4-1802 weer ondertrouw (hervormde/gereformeerde kerk) en 23-5-1802 huwelijk (hervormde/ gereformeerde kerk) met dezelfde Tjepkje Rinkes. Verwarde tijdingen.

Nolke Jacobs schijnt een tijdlang schipper/veerbaas te zijn geweest op de route Sneek-Joure en viceversa. Als huurder van schip en veer. De weduwe TEN CATE die kennelijk de rechten erfde, verlangt van hem om zijn huurgebruik van schip en veer met 1 januari 1792 in vrijdom te verlaten. Aan de nieuwe huurder, Auke Hendriks, wordt in 1794 hetzelfde verzocht.

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. David Jansz (Janssen) ROEM (Rom, zelfs Romp), geb. ca 1700 (Alblasserwaard?), begr te IJsselmonde (Rotterdam) 18-9-1783. Trouwt ca 1730 met
  2. Aaltje Jans VAN DER LECK, geb. ca 1705, begr 19-8-1750.

Met de familienaam ROM of ROEM worden in de Rotterdamse registers twee afzonderlijke paden bewandeld wat oudovergrootvader David Jansz betreft: in de doopregisters, dopen van zijn kinderen, wordt vooral ROEM geschreven, in de begraafregisters vooral ROM. De kerk (dopen) en de gaarder (begraven) volgden een eigen schrijftraditie. Waarbij de gaarder de oorspronkelijke naam ROM bleef aanhouden, terwijl de kerk de wijziging naar ROEM (die tenslotte standaard werd) volgde. De gaarder die bij de begrafenis van David in 1783 in functie was, maakte van ROM zelfs ROMP: David Romp, vader van Heijltje Davidsdr Romp, aangegeven door Heijltje Romp, overledene was 80 jaar en weduwnaar van Aeltje Claesdr. Die gaarder noteerde slordig en onwetend. “Romp” was fout en David was weduwnaar van Aeltje Jansdr en niet Aeltje Claesdr. Maar misschien was Heijltje bij aangifte te nerveus en onduidelijk en noteerde de gaarder naar wat hij hoorde. Mogelijk was niemand fout.

Oudovergrootouders David en Aeltje zijn ergens getrouwd, buiten Rotterdam, maar wel in de buurt van deze stad, waarschijnlijk ten oosten ervan, richting Lek en Alblasserwaard. Binnen hun huwelijk gaan ze in Kralingen wonen (oost-Rotterdam) en te IJsselmonde aan de overkant van de Nieuwe Maas (zuidoost-Rotterdam), te bereiken via het Kralingseveer. In Rotterdamse registers is hun eerste vermelding via de doop te IJsselmonde van zoon Klaas Davidsz ROEM (kw 80) op 16-10-1735, in het register aangemerkt als kind van Kralingen. David en Aeltje lieten Klaas te IJsselmonde dopen en vestigden zich later ook definitief in dit dorp aan de zuidoever van de Nieuwe Maas dat gaandeweg vastgroeide aan Rotterdam (-zuid).

Kinderen uit het huwelijk (reconstructie): Jan ROM, geb ca 1730, begr te IJsselmonde 23-1-1743, Jan ROM zoon van David ROM. Jannetje ROM, geb voor 1734, begr te IJsselmonde 20-6-1772. Klaas Davidsz ROEM (kw 80), gedoopt te IJsselmonde 16-10-1735, “kind van Kralingen”. Doopgetuige: Maritje Jans TIELEMANS. Wijne ROEM, gedoopt te Kralingen 2-12-1736. Doopgetuige: Marya Jans. Heyltie ROEM, gedoopt te Kralingen 22-12-1737. Doopgetuige: Aeyltie Jans (de moeder zelf). In 1783 doet Heyltje ROMP aangifte van het overlijden van haar vader David ROMP. Ze is dan 45. Maria ROEM, gedoopt te IJsselmonde 7-2-1740. Doopgetuige: Maria Jans. Maria (Marijtje), afkomstig van Cralingen, wonende Schiekade, trouwt 9-11-1766 met Willem VAN DER GAAG, afkomstig uit Loosduinen, wonend te Crooswijk (Rotterdam). Op 3-11-1767 (Krooswijk, Waalse kerk) worden uit hun huwelijk twee kraemkinderen begraven. Daarna nog 7 dopen. Dirk, 9-2-1769. Doopgetuigen: Pieter en Jannetje VAN DER GAAG. David, 4-12-1770. Doopgetuigen: David ROEM (de grootvader) en Jannetje ROEM (oudste zus van Maria). Alida, 4-3-1773. Doopgetuigen: Lijsje SLINGELAND en Maria ROEM (de moeder zelf; haar oudste zus Jannetje overleed juni 1772). Katie, 19-2-1775. Doopgetuige: Elizabeth SLINGERLANDT. Katie/Catharina begraven 25-10-1776, anderhalf jaar oud. Frank, 22-9-1776. Kaatje, 24-3-1778. Doopgetuigen: Maria ROOMER (de moeder: Maria ROEM), Lijsje SLINGELAND. Jan Grant, 17-8-1780. Doopgetuige: Lijsje SLINGELAND. Maria ROOMER (= Maria ROEM) wordt 46 jaar, begraven 30-6-1786, zes minderjarige kinderen nalatend, woonadres Krooswijk naes Strijpe. Echtgenoot Willem VAN DER GAAG wordt een week later begraven, 7-7-1786. Zes minderjarige weeskinderen zijn gevolg.

Annigje ROEM, 3-6-1742 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans. In 1795 is een Anna ROMP tweemaal getuige bij een doop (IJsselmonde) van waarschijnlijk kleindochters: 19-7-1795 Anna, dochter van Pieter WOR en Grietje ROMP, en 1-11-1795 Anna, dochter van Gerard CRAMER en Martha ROMP. De schrijfwijze ROMP in plaats van ROM of ROEM schijnt via Annigje of Anna nog doorgegeven. Jan Davidse ROEM, 10-5-1744 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans. Jan Davidse ROM wordt net geen 25 jaar oud. Begraven 13-4-1769, verongelukt tussen Rotterdam en IJsselmonde. Jan is vermoedelijk bij overtocht over de Nieuwe Maas, tussen Rotterdam en IJsselmonde, te water geraakt en verdronken. Jacomijntje ROEM, 31-12-1747 (IJsselmonde). Doopgetuigen: Maria Jans en Annigje Jans VAN DER VALK. Begraven 29-9-1748, 9 maanden oud. Gerrit ROEM, 5-10-1749 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans ROEM. Vermoedelijk is weer Maria Jans TIELEMANS bedoeld (gehuwd Roem). In de akte wordt als moeder Aaltje Jans MARCUS genoemd i.p.v. Aaltje Jans VAN DER LECK. Gerrit wordt 11 maanden oud, begraven 11-9-1750. Een maand eerder, 19-8-1750, wordt zijn moeder begraven, door de gaarder ingeschreven onder de naam Jans Aeltje Merkus (en dus niet: Aeltje Jans VAN DER LECK).

Oudovergrootmoeder Aaltje is rond 45 jaar geworden. Ze had misschien een broer, Fop VAN DE LECK, die buiten de Goutse (of Oose-, Ooster-) poort woonde. Misschien was ook Jan VAN DER LECK een broer van haar. Deze werd 13-8-1721 begraven. Hij woonde op’t Kleijne Kipstraatje boven het packhuijs van Koop. Aan dat zelfde straatje woonden op latere leeftijd de ouders van David Roem, die echtgenoot werd van Aaltje van der Leck.

  1. Pieter VAN RIJS
  2. Annetje Pieters VERHAGEN, geb 1709 te Hoogvliet (Rotterdam).

Ouders van: Marietje van Rijs, geb 1737 te Poortugaal (kw 81).

  1. WIJNAND/WEYLAND, geb vóor 1700 165.

Ouders van Adrianus Wijnandts (kw 82). Oudgrootvader Adrianus is ca 1720 te Honselersdijk geboren. In akten wordt hij Wijnands genoemd, Wijnands of Weijland. Zijn kinderen (geboren uit Eliabeth Valstar kw 83) komen ook divers voor: Martinus Wijnland, Magdalena Weynand en oudmoeder Johanna Weyland (kw 41).

  1. Dirk Willemsz VALSTAR, doop Naaldwijk 11-12-1701, begraven 12-6-1732, 31j oud, zv Willem Pieters VALSTAR en Johanna BOM, tr sGravenzande 8-11-1722, hij 21, zij 22, met
  2. Martijntje Leendertse VAN DER EIJCK (van der Eijk, van Eijck), doop Naaldwijk 25-4-1700, geboren in de Oranjepolder, bezuiden Naaldwijk, dv Leendert VAN DER EIJK en Lijsbert Kornelisse VAN DER KOOIJ.

Kinderen uit het huwelijk: Leendert VALSTAR, doop 31-1-1723 (ruim twee maanden na huwelijk), ovl 27-3-1771, 48j, tr Naaldwijk 24-1-1762, hij 38, zij 34, met Neeltje Pietersdr LEKKERKERK, geb sGravenzande 9-2-1727, ovl Naaldwijk 3-4-1771, 44j, weduwe. Zij overlijdt een week na Leendert. Johanna VALSTAR, doop 27-12-1724 Elisabeth VALSTAR (kw 83), geb Naaldwijk 4-5-1727, doop 21-5-1727, begr 11-11-1803, weduwe van Adrianus WIJNANDS (kw 82). Leendert VALSTRA, 4-5-1727. Isaak VALSTRA, 6-4-1732.

De gegevens zijn zeker niet compleet (bron: Eering). Twee zonen Leendert genoemd en moeten trouwgegevens Leendert niet aan de tweede Leendert worden verbonden? Oma Elisabeth VALSTAR is hoogbejaard doopgetuige bij kinderen van dochter Johanna WIJNANDS (kw 41) en daarna neemt Catharina VALSTAR die rol over. Welke relatie had Catharina met Johanna. Was zij een jongere zus van Elisabeth en in bovenstaand rijtje van kinderen uit huwelijk van Dirk en Martijntje per abuis nog ontbrekend? Tot we het weten weten we het nog niet.

  1. Roelof Lammerts UITERMARCK, geb ca 1680 te Bronkhorst (Steenderen, GLD), trouwt te Steenderen in 1713 met
  2. Esselina Jurriens (OP DE VREE)

Ouders van: Jenneken UITERMARK (kw 87)

Uit het huwelijk werden eerst 8 zonen geboren, het negende en laatste kind is een dochter. Deze wordt Jenneken genoemd, misschien naar de moeder van Esselina, en zal een oudgrootmoeder worden in onze kwartierstaat. De zonen zijn: Jurrien (gedoopt te Steenderen 23-11-1710, trouwt aldaar 19-10-1743 met Theodora Maria Egginks), Gerrit (1715-1716), Lammert (1717), Gerrit (1718), Jan (1720), Jan (1722), Herman (1723) en Hendrik (1725).

  1. Aart Joosten VAN LEEUWEN, 2-4-1725 te Rijswijk getrouwd met
  2. Annetje Claesdr VAN EENDENBURG, gedoopt te Monster 15-3-1699

Uit dit huwelijk: Gerrit Aarts van Leeuwen (kw 92)

  1. Arent Willemsz VAN SPRONSEN, gedoopt te Monster 29-7-1703, trouwt te Monster 24-4-1729 met
  2. Geertje Laurensdr VAN SPRONSEN

Uit dit huwelijk: Dina van Spronsen (kw 93).

Arent en Geertje hebben dezelfde achternaam. Feit is ook dat zij deels dezelfde voorouders hebben. Arent is achterkleinzoon van Anxem Arijens Spronsen (kw 748) en Lysbeth Arjens van Teylingen (kw 749), terwijl Geertje een kleindochter is van deze twee. Zie verder in de kwartierstaat bij voorouders kw 748 en 749.

  1. x? Cornelis Jochumsz VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 10-10-1704, wonende te Oranjepolder, spuiwachter op de Delflandsche buitenspui, begraven te sGravenzande 27-12-1783, 79 jaar oud, trouwt (1) op 24-jarige leeftijd 2-10-1729 te ’s Gravenzande met de 22-jarige Elsje Thomas VAN BEIJEN, gedoopt 31-7-1707 te ’s Gravenzande, ovl 1733, dochter van Thomas Jans VAN BEIJEN en Maartje Cornelisse VAN DER KOOIJ , tr (2) op 29-jarige leeftijd 26-4-1734 te ’s Gravenzande met de 22-jarige
  2. Annetje Cornelisse VAN DEN HOEVEN, gedoopt te Naaldwijk 3-4-1712.

Kinderen uit huwelijk van Cornelis en Elsje: Maartje VREUGDENHIL, gedoopt 9-10-1729, een week na huwelijkssluiting, trouwt 1-7-1755 te ’s Gravenzande met Gerrit Sijmonsz DE BRUIN, gedoopt 18-9-1729 te Delft, begraven 13-1-1792 te Naaldwijk, zoon van Sijmon Jansz DE BRUIN en Ingetje Rookes SNEL. Jochum Cornelisz VREUGDENHIL, gedoopt 22-7-1731 te ’s Gravenzande, ovl na 1771, trouwt 28-9-1755 te ’s Gravenzande met Maartje Paulus VAN DER HANS, gedoopt 21-12-1727 te Naaldwijk, dochter van Paulus Claasz VAN DER HANS en Clara Willems VAN VELSEN. Uit het huwelijk worden 8 kinderen geboren, vijf dochters en drie zoons. Thomas Cornelisz VREUGDENHIL, gedoopt 15-2-1733 te ’s Gravenzande, begraven 22-3-1805 te Honholredijk, 72 jaar oud, getrouwd met Aagje Jans IJSERMAN, gedoopt 21-11-1745 te ’s Gravenzande, ovl 19-4-1817 te Naaldwijk, 71 jaar oud, dochter van Jan Theunisz IJSERMAN (1712-1764) en Lysbeth VREUGDENHIL (1706-1780). Neef en nicht krijgen de kinderen: Cornelis Thomasz (1775-1820) en Elisabeth (1777-1853).

Uit het huwelijk van oudovergrootouders Cornelis en Annetje zijn de volgende kinderen geboren: Cornelis, gedoopt 20-3-1735 te ’s Gravenzande, vermoedelijk jong overleden. Jannetje, gedoopt 22-4-1736 te ’s Gravenzande, begraven 25-11-1768 te Naaldwijk, 32 jaar oud, getrouwd met Pieter Arijsz VAN GEEST, gedoopt 9-9-1736 te Naaldwijk, zoon van Arij VAN GEEST en Annetje Aartse DE HAAN. Geertje, gedoopt 20-4-1738 te ’s Gravenzande, ovl 20-1-1813 te Naaldwijk, 74 jaar oud, trouwt (1) op 9-10-1763 te Loosduinen met Ary Willemsz VAN DOP, gedoopt na 1741 te Naaldwijk, “jonge man van Honholredijk”, zoon van Willem VAN DOP en Hilletje Abramse WESTERLEE. Geertje trouwt (2) met Arend Jorisz VAN DEN BURG, gedoopt 9-9-1753 te De Lier, tapper, ovl 29-8-1839 te Naaldwijk, 85 jaar oud, zoon van Joris Leendertsz VAN DEN BURG en Jannetje Willemse NOORDERVLIET. Cornelis Cornelisz VREUGDENHIL, gedoopt 19-6-1740 te ‘s Gravenzande (kw 94). Jan, gedoopt 24-2-1743 te ’s Gravenzande. Lucas Cornelisz, gedoopt 12-7-1744 te ’s Gravenzande, arbeider, ovl 12-9-1814 te De Lier, 70 jaar oud, trouwt 22-8-1779 te De Lier met Jaapje Cornelisse VAN DER KNIJF, gedoopt 26-12-1757 te ’s Gravenzande, ovl 9-2-1817 te Naaldwijk, 59 jaar oud, dochter van Cornelis VAN DER KNIJF en Kaatje Klaasse KUIJPER. Lucas en Jaapje krijgen 10 kinderen waarvan een aantal jong overlijden. Maria, gedoopt 25-12-1746 te ’s Gravenzande, begraven 23-12-1795 aldaar, 48 jaar oud. Getrouwd met Leendert VAN DER BEUKEL, gedoopt 20-3-1743 te De Lier, zoon van Arie Jansz VAN DER BEUKEL en Maartje Leendertse RODENBURG. Lena, gedoopt 16-4-1749 te ’s Gravenzande, ovl 28-12-1812 te Naaldwijk, 63 jaar oud, trouwt 23-2-1772 te ’s Gravenzande met Teunis Cornelisz STELMAN, gedoopt 28-12-1749 te Maasland, spuiwachter op de Delflandsche buitenspui op het Oranje Gors, zoon van Cornelis Gerritsz STELMAN en Jaapje Stoffels VAN DER HOF. Elsje, gedoopt 9-1-1752 te ’s Gravenzande. Andries, gedoopt 20-5-1753 te ’s Gravenzande.

Bron Ad Koelemij noemt Marijtje CONTE als moeder van Cornelis Cornelisz. Het is mogelijk dat zij dus op plek 189 in onze kwartierstaat thuishoort. Drie andere bronnen noemen echter Annetje Cornelisse VAN DE(n) HOEVEN. De dubbelop-naam Cornelis Cornelisz past ook beter bij Annetje Cornelisse als moeder. Oudovergrootvader Cornelis Jochumsz had plaatselijk de bijnaam Kees de Kraaij, “omdat hij nogal eens zijdelings betrokken was bij diefstal van zalm uit fuiken.”

  1. Arie Cornelisz SAARLOOS, gedoopt 11-11-1696 te Numansdorp (Hoeksewaard, ZH), tr 7-10-1742 te Goudswaard, hij 45, zij ca 40, met
  2. Pieternella VAN DE(N) BOOGERT (Pietertje Cornelisse van den Boogaard), geb Goudswaard 1702 (haar moeder Maria SPUIDIJK (kw 383) ovl april 1702, 23j, mogelijk in het kraambed). Pieternella is weduwe van Lucas Jochemsz VREUGDENHIL.

Er is een kind op komst: Lena Ariese SAARLOOS (kw 95), doop Goudswaard 13-2-1743. Deze dochter Lena trouwt 21-10-1764 te Naaldwijk met Cornelis Cornelisz VREUGDENHIL (kw 94), een neef van haar moeders eerste echtgenoot, Lucas VREUGDENHIL. Uit huwelijk Goudswaard 2-12-1724 van Pieternella en Lucas waren 5 kinderen geboren: Geertje VREUGDENHIL (1725), Cornelis (1726), Jobje (1728), Joihannes (1731) en Leysbeth (1732).

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. (= ook 220). Minne Wybes, geb ca 1700, ovl voor 1769, trouwt 14-1-1720 te Haskerhorne met
  2. (= ook 221). Martjen Franckes, ovl te Joure in 1769.

Oudovergrootouders in de DE JONG-lijn via zoon Jacob Minnes (kw 96 en 110) langs twee vertakkingen: Pier Jacobs (kw 48) en Joltje Jacobs (kw 55)

Bij Quotisatie van 1749 staat Minne Wiebes te Haskerhorne vermeld als boer, redelijk in staat. Aanslag 43 Caroliguldens. Gezin met 5 personen ouder dan 12 jaar.

Uit dit huwelijk (doopregister Herv.gemeente Haskerhorne):

Wybe Minnes, geb. 1-11-1720, ged. 17-11-1720. Op 5-12-1762 trouwen te Haskerhorne: Wybe Minnes, Haskerhorne, en Hendrikjen Jans, Aengwirden. Francke, geb. 6-4-1723, ged. 30-4-1723. Jong overleden. Reinskjen Minnes, geb. 1-3-1725, ged. 25-3-1725. Op 31-1-1751 trouwen te Haskerhorne: Jan Dirks en Renskje Mennes, beide uit Haskerhorne. Francke, geb. 13-1-1727, ged. 19-1-1727. Op 2-5-1756 trouwen te Oudehaske: Franke Minnes, Haskerhorne, en Sibbeltje Foppes, Oudehaske. Franke was boer, diaken en ouderling, overleden voor 1773, hoogstens 46 jaar oud. Sibbeltje Foppes HORNSTRA is 8-3-1733 geboren te Haskerhorne, overleden 2-1-1813 te Oosterzee, 79 jaar oud. Uit dit huwelijk Minne Frankema*), geb. 7-3-1757 (kwartierstaat KLOMPMAKER). Jacob Minnes (kw 96 en 110), geb. 10-1-1728, ged. 24-10-1728. Jan Minnes, geb. 2-1-1731, ged. 21-1-1731. Op 4-5-1760 trouwen te Haskerhorne: Jan Minnes, Haskerhorne, en Kunnigien Pieters, Broek. Jolt, gedoopt 18-1-1733, de dopeling is overleden.

*) Deze kleinzoon van Minne Wiebes neemt in 1811 niet de naam MINNESMA maar FRANKEMA aan (later FRANKENA): Minne Frankes FRANKEMA te Haskerhorne. Met de kinderen: Franke (27), Meine (25, Oudehaske), Sibbeltje (13), Tjitske (10), Jantje (8), Siebrigje (5) en Siebe (2). Als Minne Frankes FRANKENA staat hij in 1811-register ook nog vermeld als voogd van Ids Lauwrens de Jong (eerder kind van zijn tweede vrouw?).

  1. Pier (= ook kw 222). Pier Piers?
  2. (= ook kw 223). Joukje Ages?

Oudovergrootouders in de DE JONG-lijn via dochter Aafke Piers (kw 97 en 111) langs twee vertakkingen: Pier Jacobs (kw 48) en Joltje Jacobs (kw 55). Verondersteld wordt dat Aafke Piers ca 1743 is geboren en op rond 17-jarige leeftijd in 1760 te Joure trouwt met Jacob Minnes. Haar doop komt niet in registers van die tijd voor.

Bij de Quotisatie van 1749 komen vier gezinshoofden Pier in de lijsten van Haskerland voor, van wie 3 niet als vader van Aafke in aanmerking komen omdat in hun gezin geen jonge kinderen aanwezig zijn.

Alleen Pier Piers te Joure meldt kinderen jonger dan 12, zelfs 4 stuks. Naast 5 oudere gezinsleden. Maar het doopboek van de Herv.Gem. te Joure meldt maar 3 kinderen van Pier Piers en Joukje Ages die in 1749 jonger dan 12 konden zijn: de dochters Trijntje, gedoopt 27-8-1741, Saapke, gedoopt 17-1-1745, en Pytje, gedoopt 21-4-1748. Aafke Piers, geboren in 1743, zou als vierde kind jonger dan 12 in dit rijtje niet misstaan, en Pier noemt er 4 in 1749. Pier is van beroep schipper en coopman (aanslag 50 Caroliguldens, niet mis), wat de mogelijkheid openlaat dat geboorte en doop van Aafke op een door slecht weer langer dan voorzien durende reis plaats vond. Zoals het in de winter van 1815 onze oudvader Durk Eelkes WOUDSTRA (kw 38), ook een schipper uit Joure, overkwam dat hij in Zeeland vast bleef zitten, zodat de geboorte van zijn dochter Bonje (kw 19) te Tholen gebeurde en werd ingeschreven. Volgens Buisman was de winter van 1743 ook niet vriendelijk voor de zeilende schippers.

PRO MEMORIE: Pier Piers, geb ca 1700, trouwt rond kerst 1726 (derde proclamatie 22-12-1726) te Joure met Joukje Ages, gedoopt 12-10-1704 te Joure, dochter van Aage Johannes en Corneliske Jans. Pier Piers, ouders niet vermeld, gehuwd met Joukje Ages, wordt 28-1-1729 in de Herv.Gem.Joure gedoopt op belijdenis. Zoeken in nog oudere doopregisters naar zijn herkomst mogen we vergeten. Tussen 1726 en 1729 waren al twee pasgeborenen uit het huwelijk van Pier en Joukje gedoopt. Het doopregister meldt de volgende namen, - de naam van Aafke heb ik er op (valse) aanname tussen gezet: 1. Knieleske (Corneliske), gedoopt 19-19-1727, jong overleden 2. Pier, 19-12-1728, jong overleden 3. Pier, 25-5-1732 4. Age, 31-10-1734 5. Cnieleske (Corneliske), 10-1-1737 6. Trijntien, 27-8-1741 7. Aafke, 1743…? 8. Saapke, 17-1-1745 9. Pytje, 21-4-1748

  1. Franke Meijes, geb ca 1685 (?), trouwt 5-2-1713 met
  2. Nan Sijbrens, overl 1763 (kerkboek Uitwellingerga).

Volgens huwelijksmelding woont Franke in Idzega (bij Heeg) en Nanke in Oppenhuizen. In Oppenhuizen/Uitwellingerga, gaan ze wonen. Een andere melding (DTB-boek Oppenhuizen/Uitwellingerga) meldt Franke Meijes, bij huwelijk, afkomstig van Oudega, 7-11-1713. Beide zijn ze als lidmaat van de Herv.gemeente Uitwellingerga in 1740 genoteerd.

Uit dit huwelijk (doopboek Herv.gemeente Oppenhuizen/Uitwellingerga): Sybren, 10-12-1713 Meye, 8-12-1715 (kw 98 en 108) Epck, dochter (?), 1-8-1717 Lammert, 24-12-1719 Willem, 1-1-1724.

Bij de Quotisatie 1749 wordt Franke Meijes te Uitwellingerga omschreven als een “redelijke boer”, aanslag 29 Caroliguldens, gezin met 4 volwassenen. Alleen zoon Meye wordt bij die quotisatie als zelfstandig gezinshoofd ook aangeslagen. Terwijl deze na 1750 uit Uitwellingerga wegtrekt, blijft in ieder geval zoon Willem Frankes daar wonen. Deze trouwt er met Palskjen Teewes in 1762 (?) en ze krijgen de kinderen: Nantje (geb 15-9-1763, overl 16-11-1763, twee maanden oud), Franke (14-11-1764), Theewes (26-8-1767), Nantje (26-1-1772), Lammert (23-2-1774) en Sybren (12-7-1778). Bij de naamregistratie 1811 meldt zich Lammert Willems FRANKENA te Uitwellingerga met kinderen: Willem (6), Johannes (3) en Palskjen (3 maanden). Ook Theunis Willems FRANKENA te Uitwellingerga (= Theewes) meldt zich dan. In 1830 wordt Thewes Willems Frankena genoemd als ouderling van de Herv.gemeente Oppenhuizen/Uitwellingerga, in 1836 Lammert Willems Frankena.

  1. Hans Ellerts (Elderts, Ellarts), trouwt in 1728 met
  2. Gerbrig Annes

In het kerkregister van de Herv.Gem. Joure wordt 11-4-1728 3de proclamatie van het huwelijk gemeld (en attestatie naar St.Nicolaasga) voor Gerbrig. Op 16-4-1728 wordt door de kerk te Luxwoude voor Hans Elderts een soortgelijke attestatie verstrekt, zonder vermelding van waarheen. Aan te nemen is dat Hans in 1728 te Luxwoude kerkelijk was ingeschreven (Herv.gem Langezwaag-Kortezwaag-Luxwoude, Opsterland) en Gerbrig te Joure (Haskerland). En dat het huwelijk te St.Nicolaasga (Doniawerstal) plaatsvindt (geen melding in trouwregister St.Nicolaasga). Dopen van kinderen worden gemeld in de Herv.gemeente Broek-Goïngarijp, bij Joure en niet bij St.Nicolaasga. In 1749 (Quotisatie) wel melding van Hans Ellarts te St.Nicolaasga, “sobre boer”, gezin 3 personen ouder dan 12, aanslag 20 Cgldns. Wanneer deze gegevens op elkaar aansluiten, is er nog wel een en ander te verduidelijken. Gerbrig Annes bijvoorbeeld: voor 1749 overleden?

Kinderen uit huwelijk Hans Ellerts en Gerbrig Annes (dopen Goingarijp-Broek): Ellert Hanses, gedoopt 16-3-1729. Anne Hanses, gedoopt 15-11-1730 Wytse Hanses, gedoopt 30-3-1732 Lijsbe(r)t Hanses (kw 99), gedoopt 27-9-1733, ovl Langweer 14-1-1815, tr Joure 12-10-1755 met Meye Frankes (kw 98)

Xxxx dit nog aanvullen xxxx

  1. Wytse Oenes (OENEMA), geb 29-12-1712, doop Nieuwjaarsdag 1-1-1713 (Ouwsterhaule), ovl voorjaar 1770, 57j oud, gehuwd, trouwt Haskerhorne 20-9-1737, hij 24, zij ca 20, met
  2. Rinske Foppes, doop Joure 9-5-1717, dv Foppe Hinnes, verver, en Wytske Annes (waarschijnlijk foutieve aanname, zie Foppe Hinnes, kw 402 ).

Bij quotisatie 1749 wordt Wytse Oenes te Ouwsterhaule (Doniawerstal) vermeld als “kleyne boer, schoolmeester” en aangeslagen voor 40 Caroliguldens. Hij volgt in 1735 zijn vader Oene Harmens (kw 400) op als schoolmeester te Ouwsterhaule-Nijega (Doniawerstal). Zijn vader was ook dorprechter en ontvanger (floreengelden) en Wytse is evenzo in verschillende functies binnen de dorpen actief. Uit dit huwelijk: Oene Wijtses OENEMA, geb 15-1-1741, ovl 1-5-1815, 74j, weduwnaar (kw 100) Rinke Wijtses OENEMA, geb 24-1-1743, trouwt (1) te Ouwsterhaule 20-10-1776 met Akke Tjeerds en (2) te Ouwsterhaule 17-1-1790 met Aafjen Kleises.
— Rinke volgt in 1770 zijn vader op als schoolmeester te Ouwsterhaule en zal die functie tot 1796 uitoefenen. Foppe Wijtses, geb. 7-4-1745, jong overleden. Jikke Wijtses, geb. 15-5-1746, trouwt 20-10-1765 met Rein Freerks RODEMA te Oosterzee (Lemsterland), kinderen: Rein, Rinske en Wytse Rodema. Geertje Wijtses, geb. 2-11-1748, trouwt 6-3-1770 met Boote Meines, jongste zoon van Meine Botes en Gooitske Foppes. Foppe Wijtses, geb. 9-10-1750, jong overleden. Foppe Wijtses, geb. 2-12-1751. Hendrik Wijtses, geb. 12-10-1754. Tjedde Wijtses, geb. 16-11-1759.

  1. Jochem Jans Ruiter, Giethoorn (Overijssel), diaken en ouderling aldaar, trouwt 5-1-1738 te Giethoorn met
  2. Trijntje Jans Mooy (Trijntje Jans Koenders), afkomstig uit Wanneperveen

Uit dit huwelijk worden 9 kinderen geboren, van wie minstens de eerste zes te Giethoorn jong overleden: Annigje (1740-1744, kinderpokken), Geesje (1741-1742), Jan (1743-1743), Annigje (1744-1744, kinderpokken), Jan (1748-1754). Verder:

Geesje Jochems Ruiter (kw 101), gedoopt 3-5-1750 te Giethoorn, in 1768 te St.Johannesga (Schoterland, Friesland) getrouwd met Oene Wietzes (kw 100), Annigje Jochems Ruiter, gedoopt 19-3-1752 te Giethoorn Jan Jochems Mooy, gedoopt 18-11-1753 te Giethoorn

.202. Jochum Eites (Heytes), geb. rond 1715, trouwt rond 1735 met .203. Sijbreg Jelles, geb. rond 1720 Uit dit huwelijk Geeske Jochems, gedoopt 3-9-1747 te Oudehaske Bij quotisatie 1749 staat Jochum Eiles uit Joure vermeld als schipper, redelijk in staat, aanslag 30 Caroliguldens. Gezin met één jong kind (Geeske?). Gemelde dopen te Oudehaske: Focke 1745, Geesje 1747, Jelle 1749.

  1. Claes Clazes, geb. 23-10-1717, ged. te Langweer 14-11-1717, doopheffer is de moeder Yns Rouckes (kw 205), ovl na 1785?, trouwt ca 1743 met
  2. Yke Willems

In doopregister Langweer, Dijken, Teroele, Boornzwaag (Doniawerstal): Klaas Klazes DE JONG (kw 102), gedoopt 12-7-1744 Eelkjen, 28-5-1747, trouwt 14-1-1776 te Langweer met Willem Ynses (VAN DIJK) Aagje, 4-7-1751.

Bij quotisatie1749 een Claas Claasen te Langweer, “welgestelde beurtschipper”, 2 vw en 2 kinderen jonger dan 12, aanslag 28-9 Caroligldns.

  1. Rudolphus Rudolphi, geb 25-9-1714 te Paesens, predikant te Jutrijp/Hommerts (Wymbritseradeel), ovl 26-12-1781 te Jutrijp, gehuwd 7-8-1740 te Witmarsum met
  2. Aukjen Ulbes, geb 1-3-1718 te Witmarsum

Doopregister N.H.gemeente Hommerts/Jutrijp: Trijntje, 3-4-1741 Aukjen, 30-1-1743 Antie, 22-2-1745 (kw 103) Joanna, 11-5-1747 Joannes, 21-2-1751 Aurelia, 28-2-1753.

Ds. Rudolphus Rudolphi was waarschijnlijk de laatste dominee onder onze directe voorvaderen. Hij werd 67 jaar oud. De kerkelijke gemeente Jutrijp-en-Hommerts had in beide dorpen een kerkgebouw. Ruim zestig jaar na overlijden van deze oudovergrootvader in de DE JONG-lijn, meldt Van der Aa dat de gemeente 550 zielen groot is, waarvan 100 lidmaat zijn (belijdend lid). Rudolphus Rudolphi werd opgevolgd door dominees, die het tot hoogleraar schopten. Zijn directe opvolger was ds. Anneus Ypey die er in de periode 1784-1788 stond en daarna hoogleraar in de godgeleerdheid te Groningen werd. Diens opvolger ds. Johannes Henricus Regenbogen was over de periode 1789-1809 predikant te Jutrijp-en-Hommerts, daarna even hoogleraar in de godgeleerdheid te Franeker (onder het Franse bewind werd de hogeschool van Franeker opgeheven) en vervolgens hoogleraar in de geschiedenis te Leiden. Ook maar kort overigens want hij overlijdt te Leiden 22-2-1814.

“1764. Verkooping der pastoriegoederen: De ijsselijke plaag der veesterfte, gevoegd bij de zware schatting, had, ten aanzien van de koop- en huurwaarde der landerijen, eenen zeer nadeeligen invloed ter verarming van velen. Ook een aantal predikanten wier inkomsten uit de huurwaarde der pastoriegoederen bestonden, werden hierdoor derwijze in hun bestaan verminderd, dat sommigen _200, anderen nog weiniger behielden. Reeds voor lange jaren hadden de Staten sommige lage traktementen door bijdragen tot _450 aangevuld; zijnde hiertoe in 1713 eene som van _18,968 besteed. Van tijd tot tijd werden de aanvragen meerder, naar mate de behoeften, ten gevolge van het ongeluk der tijden, vermeerderden. Na het uitbreken der veepest in 1745 klom de nood veler predikanten tot eene voorbeeldelooze hoogte, zoo dat eenigen, op vergunning der Staten, hunne pastoriegoederen en renten voor tien jaren aan de Provincie opdroegen, tegen genot van _450 traktement. In 1764 nam men, onder behoorlijk overleg met de Grietmannen en andere belanghebbenden, eenen anderen maatregel, om in de bedoelde behoeften te voorzien. De goederen en renten van vijfennegentig plaatsen, aan de pastorien behoorende, werden nu openbaar verkocht, ten voordeele van de provinciale kas, terwijl aan die predikanten, in stede van het genot dier goederen, een traktement van _500 van de Provincie duurzaam verzekerd werd.”

208. Meynt Fockes 209.

Uit dit huwelijk oa.: Fokke Meints (kw 104).

Bij Quotisatie 1749: Meynt Fockes, Lippenhuizen (Opsterland), boer, gezin 4 volwassenen (12 jaar en ouder), aanslag 47-3 Caroliguldens. Zoon Fokke Meints was in 1749 al zelfstandig boer te Haskerhorne (Haskerland). Nog verder aan te vullen.

  1. Fedde Jans 211.

Uit dit huwelijk: Baukje Feddes (kw 105).

Baukje Feddes trouwt 4-6-1747 voor de kerk Lippenhuizen-Terwispel-Hemrik. Ze staat geregistreerd onder De Knipe. Daar woonden haar ouders dus hoogstwaarschijnlijk. Bij Quotisatie 1749 Fedde Jans, Benedenknijpe, winkelier, gezin 2 volwassenen, 3 kinderen jonger dan 12, aanslag 20 Caroliguldens. Baukje Feddes had het gezin al verlaten. Vermoedelijk woonde zij in 1749 al te Haskerhorne. Gegevens wekken de indruk dat Fedde Jans mogelijk een tweede huwelijk was begonnen en dat Baukje uit het eerste stamde. Dit nog na te gaan.

  1. Hendrik Berends SCHOKKER (SCHOCKER), geb ca 1710 te Wanneperveen (Overijssel), overl 1776 te Oudehaske, rond 65 jaar oud, trouwt met
  2. Grietje Jans FRANZEN, overl voor 1825 te Blauwehand (Wanneperveen, Overijssel)

Bij volkstelling van 1748 (kwartier van Volllenhove, noordwest-Overijssel): Hendrik Berents en huisvrouw Grietjen Jans, wonend schoutambacht Wanneperveen, Westerkluft, kinderen ouder dan 10j: Reintjen, jonger dan 10j: Cornelis, Jan, Roelofjen. Knecht: Arent Roelofs.

Oudovergrootvader Hendrik Berends SCHOKKER is na 1750 vanuit de kop van Overijssel (rond Giethoorn) naar de laagveenontginningsgebieden in Haskerland (FR) getrokken.

Uit dit huwelijk: Reintjen Schokker, geb. voor 1738. Gehuwd met Geert Hendriks (REGTS). Een betovergrootmoeder van Geert Fonk die 30-5-1891 trouwt met Grietje Jans VAN DER HOEK. Cornelis (Kornelis) Hendriks Schokker, gedoopt 30-4-1741 te Wanneperveen, overl 13-1-1815 te Oudehaske, 55 jaar oud, trouwt 15-12-1764 te Haskerhorne met Jeltje Berends WEVER, geb ca 1749, overl 20-4-1819 te Oudehaske, dv Berend Gerrits WEVER. Kinderen: Hendrik (gedoopt 29-9-1765 Oudehaske), Hendrik (gedoopt 21-12-1766 Oudehaske), Hendrik Cornelis (geboren 5-12-1767 Oudehaske, gedoopt 13-12-1767, ovl 8-12-1857, 90 jaar oud te Nijega (Hemelumer Oldeferd), trouwde te Oudehaske 14-5-1797 met Ijbeltje (Hebeltje) Jans HAGEN, zeven kinderen), Berent Cornelis (geb 21-1-1770 Oudehaske, gedoopt 25-1-1770, ovl 22-3-1825 Haskerdijken, 55 jaar oud, trouwt 4-3-1798 Haskerhorne met Annigjen Hendriks NIJMEIJER uit Rottum, vijf kinderen), Gerrit (gedoopt 16-8-1772, jong overleden), Gerrit Kornelis (geb 16-1-1777 Oudehorne, ovl 6-3-1852 te Ambt Hardenberg (Overijssel), trouwt 22-1-1801 Oudehaske met Geesje Hendriks BEUTE, zes kinderen), Grietje (geb Oudehaske 27-6-1780), Albert Kornelis (geb 8-8-1783 Oudehaske, ovl Ter Idzard (Weststellingwerf) 26-5-1856, 72 jaar oud, trouwt 28-8-1808 Oudehaske met Jantje Hendriks (de) RUITER, geb 1787 te Muggenbeet (NW-Overijssel), ovl 23-2-1875 te Terwispel (Opsterland), tien kinderen). Cornelia Hendriks Schokker, gedoopt 30-4-1741 te Wanneperveen, tweelingzusje, overl voor 1748. Jong gestorven telg dus. Jan Schokker, gedoopt 14-10-1742 te Wanneperveen, overl voor 1748. Eveneens te jong gestorven telg. Jan Hendriks Schokker, gedoopt 25-7-1745 te Wanneperveen. (kw 106) Werd oudgrootvader in onze familie via huwelijk 1-5-1768 te Nijehaske met oudgrootmoeder Janke Hendriks Wilts (kw 107). Roelofje Hendriks Schokker, geb ca 1748 te Blauwehand (Wanneperveen), overl 11-4-1824 Oudehaske, trouwt met Jacob Hendriks NOPPERT. Jannes Hendrix Schokker, gedoopt 7-2-1751 te Wanneperveen.

Oudovergrootvader Hendrik Beernts Schokker is een van de eerste veenbazen uit de streek rond het Overijsselse Giethoorn die naar Haskerland komen en daar de grote verveningen beginnen. In 1752 komt hij naar Oudehaske en koopt hij er “het Binnenland en de Leijen van de 33e stelle” om een turfgraverij te beginnen. Hij koopt samen met vijf compagnons: de broers Jacob Jans DE WIT (Zwartsluis), Aat Jans DE WIT (Wanneperveen) en Roelof Jans DE WIT, Willem Gerrits DEUTMAN (Wanneperveen) en Andries Geerts FLOBBE, meester-schoenmaker te Zwartsluis. Hendrik was ruim 40 toen en zijn kinderen (voorzover in leven) waren nog jong. De “Gieterse baggermethode” leidde tot plasvorming en bedreiging van de dijkjes. Al in 1754 werden zeker dertien veenbazen in het gebied rond Oudehaske beboet vanwege ongeoorloofde graverij. Onder hen ook Hendrik Schokker. De Haskerlandse grietman Johan VEGELIN VAN CLAERBERGEN (1690-1773) legde het probleem van de ontgrondingen in 1755 en in 1756 voor aan de Staten van Friesland. Dezen machtigden hem om verveningen binnen 20 koningsroeden (van 3,91 meter) ter weerszijden van de rijweg, meestal tevens dijk, te verbieden. De grietman kon daarmee de ernstigste schade voorkomen maar behield zijn zorgen. In 1766 publiceerde hij zijn Vertoog over de veengraveryen dat hij aan de Staten aanbood. De veenbazen reageerden nu met een Remonstrantie over het regt van vergraving der laage veenen waarin ze vooral wezen op de economische voordelen van de turfwinning. De Remonstrantie werd opgesteld door veenbazen uit de vier grietenijen Aengwirden, Schoterland, Haskerland en Weststellingwerf. Opmerkelijk is dat van hen alleen Jan Tjerks GREVELING uit St.Johannesga van “Gieterse” herkomst was. Waarschijnlijk vonden de immigranten het wijzer hun Friese collega’s het woord te laten doen tegenover de Friese critici. Pas na de Franse tijd toen het grootste deel van het Haskerlandse laagveen al was weggegraven werd bij Koninklijk Besluit (1819 en 1822) de turfgraverij aan vergunningen en belastingen onderworpen (slikgeld en armengeld). De grote waterplassen die inmiddels her en der waren ontstaan, werden in de tweede helft van de negentiende eeuw drooggelegd, met uitzondering van het Hasker- of Nannewyd.

Hendrik Beernts ging in 1752 wonen in een al bestaande (boeren-)woning op de 33e stelle, Oudehaske huis nr 13. Volgens het floreencohier van 1768 behoorde hij tot de middelgrote grondbezitters (5-10 hectare, aangeslagen voor een huurwaarde van 30-36 gulden). In 1775 golden slechts vijf van de “Gieterse” veenbazen te Oudehaske als hele hoofden, onder wie Hendrik. Slechts zeven van alle veenbazen die in 1775 voor schoorsteengeld werden aangeslagen, moesten voor meer dan één schoorsteen betalen. Hendrik had er twee.

Die tweede schoorsteen kan van het huis van oudste zoon Cornelis Hendriks Schokker zijn geweest die in 1764 op 23-jarige leeftijd trouwt met de nog jongere Jeltje Berends WEVER, dochter van een andere “Gieterse” veenbaas. Zij gaan in Oudehaske huis nr 11 wonen, direct naast Hendrik Beernts dus. Misschien had deze dit huis nieuw laten bouwen. In 1768 trekken Cornelis en Jeltje in huis nr 13, waar Hendrik woonde/woont. Waarschijnlijk nam Cornelis het bedrijf van zijn vader over en ging deze rentenieren. Cornelis wordt in 1770 in de cohiers genoemd. Als houder van een gemengd bedrijf, zoals vele van de veenbazen. Niet alleen turfgraverij maar ook een boerderijtje met koeien. Vaak slechts vijf of minder koeien. In 1775 hebben zeven veenbazen meer dan 5 koeien. De “grootste” veehouder was Arend Freerks met 10. Cornelis had er zeven.

Hendrik Beernts overlijdt in 1776, ca 65 jaar oud. Zoon Jan Hendriks (kw 106) is inmiddels ook in Nijehaske/Oudehaske een bedrijf begonnen. Oudgrootmoeder Grietje Jans Franzen overlijdt (voor 1825) te Blauwehand/ Wanneperveen, weer terug op haar geboortegrond.

  1. Hendrik Jans Wilst, geb. 5-6-1618 te Giethoorn (Overijssel), ovl na 1758, trouwt 18-10-1744 te Giethoorn met
  2. Grietje Martens, ovl na 1758

Ouders van: Janke Hendriks Wilts (kw 107), geb. 31-3-1748 te Giethoorn, ovl 1-1-1818 te Oudehaske (Haskerland, FR), 69j oud, gehuwd met Jan Hendriks SCHOKKER (kw 106).

  1. Franke Meyes, geb. ca 1685 = kw 196
  2. Nanke Sijbrens = kw 197

  3. HANS-lijn. 219.

  4. Minne Wybes = kw 192

  5. Martjen Franckes = kw 193

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

  1. Pieter “SCHUYT”? 225. Over de “stamlijn” In het SCHIPPERS-kwartier. Ouders van: Anne Pieters (kw 112).

De “rechtstreekse” afstamming in het SCHIPPERS-kwartier begint, voorzover tot dusver aanwijsbaar, bij Anne Pieters (kw 112), bij leven boer te Steggerda (Weststellingwerf, FR), gehuwd Wolvega 15-11-1739 en mogelijk al van de “bijnaam” SCHUYT voorzien. Maar dit spoor is nog niet te bewijzen. Meldbaar begin van SCHIPPERS-kwartier begint bij Anne Pieters. Door huwelijk van zijn zoon Pieter Annes (kw 56) en huwelijk van Pieters-kleinzonen die in 1811 de SCHIPPER-naam aannemen. Onduidelijk is of oudovergrootvader Pieter een “Stellingwerver” van geboorte was. Duidelijk is wel dat door huwelijken relaties zijn ontstaan met voorlijnen in meer noordelijk Friesland (boven de Tjonger).

Andere oudovergrootouders in SCHIPPERS-kwartier:

  1. Jan Jelkes, doop Oudega (Smallingerland FR) 11-3-1655, zoon van Jan Jelkes (kw 464) en Tryn Jans (kw 465), ondertrouw Oostermeer-Eestrum (Tietjerksteradeel, FR) 3-1-1686, hij afk van Rottevalle, zij van Oostermeer, met
  2. Trijn Roels, geb ca 1660 te Oostermeer (?)

Uit dit huwelijk: Jelke Jans te Rottevalle (kw 116), geb ca 1700.

Dit is een aanname. “Van Eijckstamboom” door Erik BERKHOF (internet) noemt Jan Jelkes als stamvader (geb ca 1660) en “vermoedelijk” vader van Jelke Jans, geb ca 1700. Oorzaak achter de onzekerheid is dat kinderen uit huwelijk van Jan Jelkes en Tryn Roels niet in (bewaarde) doopregisters worden vermeld. In (“het oudst bekende”) reële kohier van Smallingerland (1729) wordt een Jan Jelkes als mede-eigenaar genoemd van een huis met landerijen. Bron Berkhof: 2/12de deel van het erf “dat zijn zoon bewoont”. In 1731 koopt (die zoon) Jelke Jans huis en landerijen die deels eigendom zijn van Jan Jelkes. In 1749 is er sprake van “ de erven Jan Jelkes”. Dit wekt de indruk dat Jan Jelkes 80-90j oud werd. In 1698 en 1728 een Jelke Jans genoemd als gebruiker op Oudega stem nr 51, eigendom van de patroon van Oudega (“kerkeplaats”). Mogelijk oom van “onze” Jelke Jans (kw 116). Onzekerheden nog. Zie ook Jan Jelkes (kw 464).

  1. Anne Geerts, doop 11-10-1685 Tjalleberd (Aengwirden, FR), zoon van Geert Dircks en Antie Rinties, ouders wonend te Terband 241.

Uit dit huwelijk: Rintje Annes te Luinjeberd (kw 120). Dit is een aanname.

242. Jelle Libbes (Liebbes), tr ca 1681 te Aengwirden, FR) met 243. Auk Annes (Auck, Aukje)

Uit dit huwelijk : Boukjen Jelles (kw 121). Jelle en Auk laten te Aengwirden in totaal 10 kinderen dopen. De kerkgebouwen waarin dit gebeurde wisselen binnen “de Streek”, maar aan te nemen is dat Jelle boer te Tjalleberd was en dat gedoopt werd naar waar de dominee preekte. Dopen: (1) Griet 30-7-1682 Luinjeberd. (2) Jancke 21-10-1683 Tjalleberd. (3) Janke 26-10-1684 Luinjeberd. (4) Libbe 6-3-1687 Tjalleberd. (5) Griet 15-6-1690 Luinjeberd. (6) Sjouk 7-1-1694 Gersloot. (7) Keimpe 2-1-1698 Luinjeberd. (8) Keimpe 18-12-1698 Tjalleberd en (9) Bauk 18-12-1698 Tjalleberd (tweeling). (10) Bauk 29-12-1700 Tjalleberd. De herhaling van namen voor de dopelingen wijst op regelmatige kindersterfte. Laatstgenoemde Bauk, het jongste kind, is naar aanname Boukjen Jelles, die in 1725, ca 24j oud, trouwt met Anne Wybes, in dit huwelijk 4 kinderen krijgt en enkele jaren na overlijden van Anne ca 1739 trouwt met Rintie Annes, bij wie ze nog 3 kinderen krijgt: WYKKEL of WIEKEL-lijn. Van de kinderen van Jelle en Auk ontbreken meldingen in latere registers, behalve van Bauk en haar oudste broer Libbe Jelles, gedoopt 6-3-1687 te Tjalleberd. Bij de Quotisatie van 1749 staat Libbe Jelles vermeld als een middelmatige boer te Tjalleberd, gezin van 2 personen ouder dan 12, aanslag 22 Cgldns 11 stuivers. Aannemend dat deze persoon de broer van Bauk is, was hij toen 62j oud en kinderloos gebleven (geen dopen), maar wel gehuwd. Trouwregisters uit die tijd ontbreken te Aengwirden, zoals we omtrent Bauk (kw 121) ook weten.

  1. Jan Hendricks (Andriesz), doop 25-7-1697 te Oldelamer (West-stellingwerf, FR), boer, eendenkooiker, tr ca 1720 (?) met
  2. Aagjen Willems Huwelijk niet in kerkelijke registers vermeld, dopen pas na 1729. De zoon Hendrik Jans wordt bij overlijden in 1811 Hendrik Andries FLEER genoemd. Bij overlijden van zoon Andries Jans in 1812 worden Jan Andries en Aafkjen Willems als ouders vermeld. Mogelijk bleef de naam van grootvader Hendrik Andries (kw 496) cq het patroniem Andries naklinken in het dorp. De toevoeging FLEER is in registers van voor 1811 ook al in gebruik.

Kinderen uit het huwelijk (deels aanname): Hendrik Jans FLEER (VLEER), geb ca 1720 te Oldelamer (Weststellingwerf, FR), vanaf 1741 woonachtig te Oosterzee (Lemsterland, FR, belijdenis), vanaf 1758 bij Rotsterhaule (de Polle), ovl zondag 6-1-1811 te Rotsterhaule, ongeveer 91j oud (Schoterland, FR), tr 16-9-1753 te Oosterzee (Lemsterland, FR) met Pietje Reins (Pyttie), beide van Oosterzee. Voor Hendrik geen doopmelding. Geboortejaar ca 1720 geschat op basis van de melding bij overlijden: 91j oud. In deze melding heet hij Hendrik Andries FLEER. Hendrik is bij huwelijk te Oosterzee ca 32j oud. Uit huwelijk met Pietje Reins worden 6 kinderen geboren: (1) Reinske, doop 1-1-1754 Oosterzee, ovl 1818 te Rotsterhaule, 64j oud. (2) Rein, doop 8-1-1758 te Lemmer/Oosterzee (vader Hendrik FLEER), jong overleden. (3) Rein, geb 15-6-1759 te Rotsterhaule. (3) Willem, doop 31-10-1762 te StJohannesga/ Rotsterhaule. (4) Andries, doop 18-6-1769 te StJohannesga/Rotsterhaule. (5) Aagjen, geb 1-8-1772 te Rotsterhaule, doop 6-9-1772 te StJohannesga/Rotsterhaule. – Van genoemde kinderen is de zoon Andries Hendriks FLEER (VLEER), gehuwd 13-1-1793 met Lysbet (Elisabeth) Klaases DE VRIES, beiden van Lemmer, zij ovl 15-3-1821 te Lemmer, verantwoordelijk voor verdere VLEER-familie. Willem Jans, geb 21-1-1730 Oldelamer, doop 21-1-1730 Andries Jans (FLEER), geb 7-4-1732 Oldelamer, doop 20-4-1732, wieldraayer, tr 25-11-1764, ovl 7-11-1812, 80j oud (zie kw 124) Roelofje Jans, geb 2-11-1735 Oldelamer, doop 13-11-1735 Geertje Jans, geb 26-6-1739 Oldelamer, doop 28-6-1739

Bij Quotisatie 1749 wordt Jan Hendriks te Oldelamer genoemd, kooyman, gezin van 4 personen waarvan 1 jonger dan 12. Bescheiden aanslag: 20 Cgldn 17 stuivers. Jan is dan ruim 50j oud en beheert kennelijk de eendenkooi die boven Oldelamer lag (aan de zuidkant van de Tjonger-rivier, met aan de overkant Delfstrahuizen en Oosterzee). De relatie met kooimansberoep klinkt later nog na, bij vernoeming van een kleindochter.

  1. Jan Pieters (Peters), geb ca 1710, tr 13-5-1739, hij uit Ter Idzard, zij uit Nijeholtwolde (Weststellingwerf, FR), met
  2. Marigje Tymens (Margjen)

Ouders van Albertien Jans (kw 125)

Bij Quotisatie 1749 wordt Jan Pieters te Oldelamer genoemd, boer, gezin van 4 personen waarvan 2 jonger dan 12. Geringe aanslag: 11 Cgldns 13 stuivers.

Kinderen uit het huwelijk: Albertie, doop Wolvega-Sonnega-Nijelamer-Nijeholtwolde 7-2-1740 Geesjen, geb Oldelamer 20-1-1746, doop 23-1-1746 Peter, geb Oldelamer 18-4-1751, doop 18-4-1751 Jantie, geb Oldelamer 26-9-1753, doop 30-9-1753.

  1. Jurjen Jans, geb ca 1720 te Het Meer (?), trouwt 1743 (hij van Oudeschoot, zij van Oldeboorn) met
  2. Janke Jans. In trouwregister Oldeboorn-Nes (Utingeradeel, FR) melding 20-6-1743 van afgegeven attestatie.

Onze aanname is dat Janke dochter is van Jan Migchiels (kw 506), boer te Rottum (Schoterland, FR) die jong overlijdt, voor 1728. Na de dood van haar vader komt Janke te Oldeboorn terecht. Huwelijk vindt te Het Meer of te Rottum plaats, maar trouwregisters daar beginnen bij 1746.

Bij Quotisatie 1749 staat Jurjen Jans te Heerenveen-Noordzijde (Het Meer) vermeld als boer. Gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen, aanslag: 15 Caroliguldens en nul stuivers. Slechts twee dopen staan geregistreerd (1746 en 1749). In 1766 worden Jurjen en Janke vermeld als belijdende leden van de kerk te Rottum. Als Jurjen Jans genoemd wordt als huisman te Oudeschoot is hij boer in Het Meer (Heerenveen-Noordzijde). Onder het (aloude) kerkdorp Oudeschoot viel een ruim gebied ten zuiden en oosten van het (nieuwe) handelsdorp Heerenveen.

Kinderen uit het huwelijk: Jan Jurjens (LEMSTRA, kw 126), doop 25-11-1746 Oudeschoot, ouders wonen op het Meer, ouders: Jurjen Jans en Janke Jans Froukje, doop 21-2-1749 Oudeschoot, dochter van Jurjen Jans, naam van de moeder niet vermeld.

  1. Bonne Jacobs, geb te Mildam, arbeider te Benedenknijpe (Oudeschoot) 1749, later koemelker (veehouder) te Terband (Aengwirden), ovl voor 1779, trouwt ca 1745 te Tjalleberd (Aengwirden) met
  2. Pietje Wytzes

Bij quotisatie 1749 staat een Bonne Jacobs te Benedenknijpe vermeld als arbeider. Gezin met 2 volwassenen en 1 kind. Aanslag 18 Caroliguldens en 3 stuivers. Ook een Jacob Bonnes te Benedenknijpe vermeld als huisman (boer). Gezin met 3 volwassenen. Aanslag 42 Cgldns en 3 stuivers. De aanduiding “Oudeschoot” in kerkelijke registers kan een ruim gebied betreffen in die tijd (inclusief Het Meer-Benedenknijpe).

Uit huwelijk van Bonne Jacobs en Pietje Wytzes: Reinskjen (Reinske) Bonnes, geb Het Meer ca 1748, ovl Rottum 1781, ca 33j, gehuwd, tr Rottum 25-10-1772 (attestatie Terband 12-10-1772), zij ca 24, hij 30, met Jeen Hendriks (SIEGERSMA), doop Rottum sep 1742, ovl Rottum 8-2-1823, 80j, gehuwd, zv Hendrik Sygers en Antje Oenes. Na overlijden van Reinskje tr Jeen Hendriks (2) Rottum 30-11-1783, hij 41, zij ca 43, met Aaltje Jacobs, geb ca 1740?, ovl (Aaltje Jacobs SIEGERSMA) Schoterland 9-9-1834, 95j, weduwe.
— Bij naamaanneming van 1811 meldt zich Jeen Hendriks SIEGERSMA (hij is dan ca 70, zijn grootvader heette Sieger) te Rottum met kinderen nog in leven: Antje (39, StJohannesga), Pietje (30, StJohannesga), Hendrik (26, Doniaga) en Afke (24, Rottum). Zoon Hendrik en dochter Afke zijn uit het tweede huwelijk (met Aaltje Jacobs), De dochters Antje en Pietje uit het huwelijk met Reinske Bonnes.
— Reinske en Jeen laten 4 kinderen dopen, geboren te Rottum: - 1. Antje Jeens, geb 14-6-1773, doop 27-6-1773, tr Donkerbroek (Ooststellingwerf) 28-5-1798, zij 24 (afk Rotstergaast), met Folkert Roelofs, afk Donkerbroek. Huwelijk te Donkerbroek, maar het jonge echtpaar gaat wonen in de omgeving van Rottum (StJohannesga, West-Schoterland). Nog aan te vullen. – 2. Pietje Jeens, geb 2-5-1774, doop 22-5-1774, jong overleden. – 3. Hendrik Jeens, geb 8-10-1776, doop 22-12-1776, jong overleden. – 4. Pietje Jeens, geb 28-1-1781, doop 4-2-1781 (moeder Reinske is kort hierna overleden), tr Delfstrahuizen (West-Schoterland) 11-5-1806, zij 25, met Cornelis Klazens, schoolmeester te Delfstrahuizen. Bij naamaanneming van 1811 meldt zich de schoolmeester als Cornelis Klaases DIJKSTRA te Delfstrahuizen, met zoontjes Klaas (3) en Jeen (3kwart). Volgens doopregister een eerder zoontje Klaas (24-1-1807) en dan Klaas (14-2-1808) en Jeen (13-1-1811). Die ook in BS-register (Jeen Cornelis) en daarin verder nog dochter Jeltje SIEGERSMA, geb 25-6-1814. Nog aan te vullen.
— Uit huwelijk van Jeen Hendriks 30-11-1783 met Aaltje Jacobs de zoon Hendrik Jeens SIEGERSMA, geb 2-10-1785, doop 9-10-1785, en de dochter Afke SIEGERSMA, geb 4-12-1787, doop 6-1-1787. Deze twee bij naamaanneming 1811 gemeld. Nog aan te vullen. Fokjen Bonnes (kw 127), geb ca 1750, ovl Rotstergaast ca 1785, rond 35j oud, tr Oudeschoot 17-6-1770, zij ca 20, hij 23, met Jan Jurjens (kw 126), geb Het Meer 1746, ovl Nieuweschoot 18-7-1811, 64j, gehuwd (in tweede huwelijk).
— Fokjen Bonnes en Jan Jurjens staan als oudgrootouders in onze kwartierstaten. Verdere info over hen bij Generatie 7, kw 126/127. Froukjen Bonnes, geb ca 1759, ovl Wolvega (Weststellingwerf) 24-1-1842, 82j, weduwe, tr Oudeschoot 28-4-1781, zij ca 22, afk Rottum, hij 21, afk Oudeschoot, met Sybe Tjibbes (ZWAAGSTRA), geb Langezwaag (Opsterland) 29-7-1759, ovl Wolvega voor 1811 (voor naamaanneming), zv Tjibbe Hessels en Wimke Hendriks. -
— Kinderen uit huwelijk van Froukje en Sybe: - 1. Tjibbe, geb Rotsterhaule 9-3-1783, doop 23-3-1783. – 2. Pyttje Siebes, geb Rottum 8-9-1784, doop 19-9-1784, ovl Schoterland 6-8-1826. – 3. Bonne Sybes ZWIKSTRA, geb Rottum 25-7-1786, doop 6-8-1786. Bij naamaanneming van 1811 laat hij te Wolvega, de ZWAAGSTRA-naam registreren (zoals zijn ooms Hendrik Tjibbes en Cornelis Tjibbes te Oudeschoot doen), maar registratie Burgerlijke Stand let kennelijk niet op die inschrijving en gebruikt ZWIKSTRA-naam. Bonne, geb Rottum 25-7-1786, ovl Wolvega 12-1-1861, 74j, gehuwd. – 4. Hessel Sybes, geb Oranjewoud 23-1-1789, doop 8-2-1789. – 5. Hendrik Sybes ZWIKSTRA, geb Wolvega 25-5-1798, doop 10-6-1798, ovl Wolvega 12-9-1831, 33j, ongehuwd. – 6. Rintje Sybes ZWIKSTRA, geb Wolvega 8-4-1801, doop 26-4-1801, ovl Wolvega 16-10-1878, 77j, gehuwd, tr Wolvega 15-5-1828 met Jantje Jacobs BOONSTRA. Geen kinderen vermeld gevonden. - Froukjen Bonnes en Sybe Tjibbes zijn te Wolvega gaan wonen en hun kinderen, voorzover nog in leven, gaan er ZWIKSTRA heten, hoewel ZWAAGSTRA was bedoeld. Na overlijden van vader Sybe voor 1811 (moeder Froukje overlijdt in 1842) schijnt zoon Bonne Sybes ZWIKSTRA, samen met moeder Froukje, de “leidende” rol te hebben gehad, voorzover van belang. Bonnes oudste zoon, Sybe Bonnes ZWIKSTRA (ca 1810-1882), wordt veldwachter te Wolvega (op wolven hoefde hij niet meer te wachten, de laatste wolf werd er ca 1710 gedood). Jacob Bonnes (WATERLANDER), geb 4-1-1761 te Terband, boer te Terband, ovl 12-1-1841 te Oldeboorn, 80j . Trouwt (1) 24-10-1779 te Terband met Rieuwkjen Jacobs DE HAAN, geb 1760 te Oldebildtzijl (Het Bildt, FR), ovl 20-2-1814 te Heerenveen. Kinderen: Bonne (1780), Tjitske (1782), Jacobus (1786), Pytje (1790), Fokje (1799). Jacob trouwt (2) 20-5-1815 te Oldeboorn met Meintje Meintes POSTMA, 48 jaar oud, bollenloopster (broodverkoopster), gedoopt 8-6-1766 te Oldeboorn, overl 6-2-1844 te Langezwaag, dv Meinte Cornelis POSTMA en Sjoukjen Dirks WARINGA.

Jacob Bonnes (WATERLANDER) schijnt enige overlevende zoon uit huwelijk van Bonne Jacobs en Pietje Wytzes, hij geb Terband 4-1-1761, ovl Oldeboorn 12-1-1841, 80j oud. Bij naamaanneming van 1811 (Jacob is dan 50) geen registratie, maar achternaam WATERLANDER al wel in gebruik, bijvoorbeeld: 29-10-1812 Heerenveen, Huwelijkstoestemming, akte niet aanwezig - Pietje Bonnes Waterlander te Heerenveen, dochter van Jacob Bonnes Waterlander en Rienkje Jacobus, bruid - Inne Yttes de Boer, bruidegom. Merkwaardig dat Pietje Bonnes WATERLANDER wordt geschreven, terwijl haar vader niet Bonne maar Jacob (Bonnes) heet. De naam WATERLANDER wordt gebruikt door Jacob Bonnes en nazaten van hem. De verklaring ervoor is dat zij doopsgezind zijn/waren. Binnen de doopsgezinde (kerkelijke) richting kende men een aantal richtingen. Eentje daarvan heette de Waterlandse of Waterlander-richting. Meer info in WATERLANDER-genealogie.

NOTITIE TERWISPEL ROND 1749

Oudgrootvader Tamme Freerks, ca 1717 geboren te Zwartveen/Opeinde (Smallingerland FR), trouwt eind 1745 te Terwispel, hij ca 28, zij ca 21, met Eeuwkjen Jalderts, dochter uit boerenfamilie te Terwispel/Lippenhuizen (Opsterland FR). Aan te nemen is dat Tamme als jonge arbeider verhuisde van de veenpolders benoorden Drachten naar de boerenstreek bezuiden het Koningsdiep, de aloude Boorne-rivier. In 1749, vier jaar na zijn huwelijk met Eeuwkjen aldaar, staat hij als arbeyder te Terwispel vermeld. Met dan 2 jonge kinderen en een belasting-aanslag van 14 Caroliguldens en 13 stuivers (Quotisatie 1749). Oudgrootmoeder Eeuwkjen Jalderts overlijdt te Terwispel in 1761, ca 37j oud, binnen enkele weken na bevalling van het zesde kind uit hun huwelijk. Oudgrootvader Tamme Freerks wordt volgens de meldingen 88j oud en overlijdt (in tweede huwelijk) nog steeds te Terwispel in 1806. Uit zijn eerste huwelijk zijn dan nog de zonen Sierd en Freerk in leven. Bij de naamaanneming van 1811 wonen die twee (met kinderen) al geruime tijd elders, langs de Schoterlandse Compagnonsvaart. Sierd te Schurega (mairie Mildam) laat zich met familienaam SEINSTRA inschrijven. Freerk te Bovenknijpe (mairie Knijpe) met familienaam VAN DER HOEK. Welke familienaam oudgrootvader Tamme gekozen zou hebben, was hij in 1811 nog in leven geweest, blijft onbekend. Een achternaamtraditie liet hij kennelijk niet na, gezien de ongelijke keuzes door zijn zonen in 1811.

Tamme Freerks en Terwispel rond 1749

Tamme Freerks is mogelijk rond of kort na 1740 van Zwartveen/Opeinde als jonge arbeider naar Terwispel verhuisd. Daar leert hij Eeuwkje Jalderts kennen, met wie hij in december 1745 trouwt. Eeuwkje is jongste dochter uit huwelijk ca 1710 van Joldert Jeens en Jinke Feddes. Eeuwkje is ca 1724 geboren en bij haar huwelijk met Tamme Freerks (uit Opeinde) waren haar beide ouders mogelijk al overleden. Eeuwkje is vernoemd naar haar grootmoeder Eeuw Jolderts die in 1718 nog in leven is en dan wordt gemeld als boerinne (gebruikster) op de plaats Terwispel stem 11. Haar grootvader Jeen Rintses (kw 260) was boer op de plaats Lippenhuizen stem 28. Maar na zijn overlijden is de grootmoeder naar Terwispel (stem 11) verhuisd.

Xxxxxx doorgaan xxxxx

Bij de Quotisatie van 1749 worden te Terwispel 59 gezinshoofden genoteerd. Tamme Freerks, jonge nieuwkomer, is daar één van. Terwispel telt 40 stemhebbende boerenplaatsen (1698 en 1728). Tamme wordt als arbeider verrmeld en (later) niet als (deels) eigenaar of gebruiker van een dergelijke plaats. Hij trouwt ook met een jongste dochter uit de boerenschoonfamilie (huurders) te Terwispel. Eeuwkjen bracht geen of weinig erfrechten in. Haar broers of ooms deelden vooral in de nalatenschap. Na haar overlijden in 1761 was er van die nalatenschap vermoedelijk al weinig meer over.

Quotisatie 1749 Terwispel

Volgens Quotiasatie 1749 telt Terwispel dan 261 inwoners, waarvan 92 jonger dan 12 en 169 ouder. Misschien kloppen die meldingen niet helemaal. Rond 300 inwoners lijkt wel aannemelijk. Terwispel is geen groot dorp, maar telt 40 stemhebbende boerenplaatsen, vanuit oude traditie. En telt daarom mee.

Volgens register Quotisatie 1749 geldt de boer Jacob Ypes dan als rijkste in het dorp. Hij wordt aangeslagen voor 81 Caroliguldens en 1 stuiver. Die hoge aanslag is deels te danken aan het feit dat zijn gezin xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Hinke soms Henke vermeld. De ADEMA-achternaam wordt bij de naamregistratie van 1811 gelanceerd door haar broer Freerk. In officiële stukken komt zij niet met die achternaam voor (wel in later gemaakte kwartierstaten). Naamaanneming 1811: Pieter Andreas POL te Opeinde 24 meldt de kinderen van overleden Tjeerd Jan Keimpes vroeger huisman te Opeinde onder de naam KOOISMA: Roel (19, Opeinde), Geertje (15, Drachten), Sjoukjen (11, Bergum). Naamaanneming 1811: Jan Hayes VAN DER HELM, wonend Noorderdrachten 282, zoon Haye (30, Akkrum) en dochter Martzen (22, Ureterp). Jan Hayes en Antje Jans laten Herv.Gem Drachten 29-11-1789 tegelijk 2 kinderen dopen: Haye, geb Ndrachten 22-3-1781, en Martsen, geb Ndrachten 24-8-1789. Bij doop was Haye dus ruim 8j oud, Martsen 3 mnd. In 1811 laat Jan Keimpes EISMA te Rottevalle zich inschrijven (nog niet getrouwd). Moest HEIDSMA zijn en zo wordt hij verder ook vermeld. Zus Hylkje komt in eerste jaren erna nog wel als VAN DER HEIDE of HEIDA bij inschrijving voor. Na 1820 HEIDSMA. Overlijden van Hylkje HEIDSMA te Veenhuizen in 1844 heeft misschien in de verte verband met “de kolonie`’ aldaar via een BRANDER-lijn. Het betrof niet haar directe familie. Hendrik Joukes en Lokke Harmens trouwen Zuiderdrachten 2-6-1771. Er worden geen dopen vermeld. Bij naamaanneming 1811 Hendrik Joukes BRANDER te Zuiderdrachten, met zonen Harmen, (30, Noorderdrachten), en Sietze (26, Opeinde), Van een oudere zoon Jouke die overleden is meldt hij kinderen. Hendrik Joukes BRANDER overlijdt Drachten 9-1-1821, 74j, gehuwd, zv Jouke Hendriks. Naamaanneming 1811: Witte Jelkes WESTRA te Augustinusga (gezin woonde te Roodeschuur (Reaskuorre) aan de weg tussen Augustinusga en Harkema) meldt 3 eigen kinderen nog in leven: Janke, 45, Teede 37 en Teedske 34. Als zijn kleinkinderen noemt hij ook de 3 kinderen van de overleden Albert: Witte, Karst en Wijke. Wirdum ligt op de vaarroute van Bergum/Suameer en Achtkarspelen naar Leeuwarden. Bergum en Suameer grenzen aan elkaar, slechts gescheiden door de (Wijde) Ee. Kijk in de atlas. In HEIDSMA-genealogie wordt gesteld dat hij zetboer werd van “de graaf VAN LIMBURG STIRUM”. Dat is fout want die graaf is in 1877 geboren (te Zwolle) en Jan Jans HEIDSMA in 1875 overleden (te Oudeschoot). Genoemde graaf kwam door huwelijk in 1901 (met Maria DE BLOCQ VAN SCHELTINGA) in Oranjewoud/Oudeschoot terecht. Het buiten “Jagtlust” in Nieuweschoot bestond toen al niet meer. In de tijd van HEIDSMA was het landgoed eigendom van de jonkheer Onno Reint VAN ANDRINGA DE KEMPENAER, die het in 1845 koopt van Jan Berends WOUTERS. Die had het 13-6-1832 (voor 14.000 toenmalige guldens) overgenomen van Martha KINNEMA VAN SCHELTINGA (gehuwd met grietman Pompejus Onno VAN VIERSSEN). Dit was bijna 100 jaar nadat Menno COEHOORN VAN SCHELTINGA (ook grietman, via zijn moeder kleinzoon van de befaamde vestingbouwkundige Menno VAN COEHOORN), de plaats te Nieuweschoot kocht en het buiten de naam “Jagtlust” gaf.
— Jan Berends WOUTERS (1795-1873) was 37, lid van de gemeenteraad te Sneek, en voldoende kapitaalkrachtig om zich als rentenier in 1832 bij Oudeschoot terug te trekken. Hij koopt het buiten “Jagtlust” (tijdens de verbouwing huurt hij voor een jaar het buiten “Pauwenburg” te Brongerga, eigendom van DE BLOCQ VAN SCHELTINGA, die naar het herbouwde buiten “Oranjewoud” (voorheen Oranjebezit, maar in Franse tijd verwoest) is verhuisd).
— In 1845 koopt hij het buiten “Veenwijk” van Epke ROOS VAN BIENEMA en verkoopt hij “Jagtlust”. Bij “Veenwijk” heeft hij meer ruimte om zijn hobby van tuinaanleg etc uit te leven (met Woutersbergje nog altijd in het bos). Ver na zijn dood wordt het huis “Veenwijk” afgebroken, in 1901, om plaats te maken voor een groter gebouw als pension voor adellijke dames (Julia Wouters Stichting).
— Jan Jans HEIDSMA is zetboer op “Jagtlust” voor jonker ANDRINGA DE KEMPENAER en na diens overlijden (1868, kinderloos) voor diens stiefzoon Pieter HERINGA CATS. Kempenaer en Cats zijn erg geinteresseerd in nieuwe landbouwtechnieken en ontwikkelen “proefboerderijen”. Daar zal Jan HEIDSMA bij betrokken zijn geweest.
— In 1856 laat Pieter HERINGA CATS (1822-1880) in Oranjewoud een nieuw landhuis bouwen dat de naam Klein Jagtlust krijgt. Dankzij erflatingen was hij op 12-jarige leeftijd (1835) al eigenaar geworden van een groot aantal boerderijen in Friesland, losse landerijen en effecten (zie oa Geschiedenis van ORANJEWOUD, door Mulder-Radetzky en De Vries, uitg Canaletto 1989). Het (oude) Jagtlust te Nieuweschoot is tot 1868 nog in bezit van zijn stiefvader. Wanneer het aan hem vervalt, is Cats met “Klein Jagtlust” al volop bezig. In het (oude) Jagtlust wordt door hem weinig meer geinvesteerd. Pieter HERINGA CATS overlijdt in 1880 (kinderloos) en laat een opzienbarend testament na. De rijke man strooit met aanzienlijke legaten en bedenkt daarbij ook de mensen die voor hem werkten. Ook de HEIDSMA’s worden bedacht, hoewel niet met bedragen in de duizenden guldens. Jan HEIDSMA overleed net te vroeg. En Jacob HEIDSMA kwam net te laat misschien. Na overlijden van Cats in 1880 wordt wat nog rest van het oude Jagtlust afgeveild. De naam Jagtlust blijft te Nieuweschoot wel bestaan. In 1900 verschijnt de Cooperatieve Vereeniging tot het oprichten van de Stoomzuivelfabriek “Jagtlust” te Oudeschoot. Deze koopt 14-7-1900 van Johannes BIERUMA OOSTING te Leeuwarden een perceel bosgrond bestemd voor bouwterrein. Een deel van het vroegere buiten. Aan de overkant van de weg door Nieuweschoot. Daar is de zuivelfabriek “Jagtlust” gebouwd en tot 1960 gevestigd geweest. Op die plaats is daarna het bekende schaatsstadion Thialf gebouwd.
— Jacob HEIDSMA en Teatske VISSER krijgen te Oudeschoot een dochter Jinke (geb 15-4-1878, ovl 26-9-1878), een dochter “levenloos” 19-6-1882. Teatske ovl Oudeschoot 24-3-1884, 30j, gehuwd. Een tweede zoon Jan Jacobs HEIDSMA is geboren Oudeschoot 24-10-1879, ovl Leeuwarden 7-12-1931, koopman, 52j, gehuwd met Johanna Hendriks PEREBOOM.
— Jacob HEIDSMA tr (2) Arum (Wonseradeel) 8-6-1901, hij 50, zij 47, met Durkje JONGSMA, geb IJlst 11-6-1854, weduwe van Hendrik BIJSEIT, dv Jacob Gerbens JONGSMA en Harmina Hendriks PRINS. Weer een apart verhaal. Zie notitie TERWISPEL rond 1749. Bij Quotisatie 1749: Feytze Roels te Noorderdrachten, arbeyder, gezin van 4 personen (ouder dan 12), aanslag 26 Cgldn. Naamregistratie 1811: Ate Inses LAGEVEEN te Terwispel meldt 5 kinderen nog in leven, nl Jeen (42, Oosterwolde), Fedde (39, Terwispel), Inse (36, Terwispel), Inskje (33, Terwispel) en Janke (30, Terwispel). Via hun zonen hebben Ate en Pietje dan al 13 kleinkinderen (kinderen van dochters niet gemeld). Pietje Jeens is beginmoeder in LAGEVEEN-familietakken. Grietje Feitzes trouwt 28-2-1796 te Gersloot (Aengwirden, FR) met Auke Jans KOOTSTRA (voor 1811 ook Van Koten genoemd). Grietje is beginmoeder in KOOTSTRA-lijnen. Auke ovl 14-3-1815 te Gersloot, veenarbeider, ca 50j oud, Grietje Feitzes 25-5-1846 te Langezwaag, 77j oud. Wytske Feitses is 7-8-1773 te Luxwoude geboren, ovl 25-8-1866 te Terwispel, 93j oud. Zij trouwt (1) 9-8-1795, zij 22, hij 25, te Langezwaag met Harmen Jans VAN ZWOL, geb 17-10-1769 te StJohannesga, ovl 11-4-1811 te Langezwaag, 41j oud, nalatende 7 kinderen. Wytske is beginmoeder in VAN ZWOL-lijnen. Weduwe Wytske trouwt, 62j oud, (2) 22-2-1836 met haar neef Ynse Ates LAGEVEEN, 55j, weduwnaar, ovl 4-3-1863 te Terwispel, 82j oud, zv Ate Inses Lageveen en Pijttje Jeens, tante van Wytske. Wytske wordt door dit huwelijk nog even schoonzus van haar broer Fedde Feitses, in 1804 getrouwd met Janke Ates LAGEVEEN. Nog verdere aandacht nodig. xxxxxxxx Volgens melding op internetsite, bij Tresoar niet gevonden. Grietje Jalderts, geb 18-8-1775 Terwispel, doop 22-10-1775, dochter van Jaldert Jeens en Wytske Jalkes, tr (1) 15-2-1801, zij 25, hij 27, met haar neef Hendrik Oenes, zoon van Oene Hendriiks en Hinke Jeens, geb 8-7-1773 te Lippenhuizen, doop 15-8-1773, ovl in 1808 te Terwispel, 35j oud, en (2) 1-4-1810 met Jan Gialts VAN DER DIJK, ovl te Terwispel 5-9-1827, 42j oud, gehuwd. Grietje Jalderts komt ook als Grietje Jolderts in akten voor. Haar huwelijk van 1801 (Hendrik Oenes, Kortezwaag, Grietje Jalderts, Terwispel), staat in trouwregister van Herv.Gem Terwispel en Herv.Gem Kortezwaag vemeld. Te Kortezwaag wordt ze ingeschreven als Grietje Jalkes. Het register van overlijden/begraven te Terwispel meldt Hendrik Oenes, 2-12-1808, 36j oud, de overledene was gehuwd en laat 3 kinderen na. Volgens beschikbare gegevens werd hij 35 en liet hij 2 kinderen na, de dochters: (1) Hinke Hendriks, geb 16-8-1802 te Kortezwaag, doop 26-9-1802 aldaar, en (2) Wytske Hendriks, geb 15-11-1806 te Terwispel, doop 7-12-1806 aldaar. In 1810 trouwt Grietje, 34j oud, met Jan Gjalts (Gialts) die 9-10 jaar jonger is dan Grietje. Voor Jan vinden we geen doopmelding. Bij de naamsregistratie van 1811 meldt zich te Terwispel Gialt Jans DIJKSTRA te Terwispel met kinderen in leven: Trijntje 35, Aukjen 34, Jan 27 en van laatstgenoemde een kleinkind: Aleida. – Genoemde Jan was kort ervoor, 1-4-1810, met Grietje Jalderts getrouwd, beide van Terwispel. De Burgerlijke Stand meldt geboorte van: (1) Aleida VAN DER DIJK, geb 7-11-1811, dochter van Jan Gjalts en Grietje Jalderts, wonende te Beetsterzwaag, familiemaam van de vader niet vermeld in de akte, maar later vermeld als VAN DER DIJK en DIJKSTRA, (2) Aukjen VAN DER DIJK, geb 20-4-1814 (mairie Langezwaag), dochter van Jan Gjalts VAN DER DIJK en Grietje Jolderts), (3) Gjalt DIJKSTRA, geb 22-11-1816 (mairie Gorredijk), zoon van Jan Gialts DIJKSTRA en Grietje Jalderts, familienaam van de vader ook vermeld als VAN DER DIJK, (4) Jaldert VAN DER DIJK, geb 30-3-1820 (Opsterl 37), zoon van Jan Gialts VAN DER DIJK en Grietje Jalderts DE VRIES, familienaam ook vermeld als DIJKSTRA. “Dijjkstra” of “Van der Dijk”, het bleef een vraagstuk. Jan Gialts ovl 5-9-1827 te Terwispel, 42j oud, als VAN DER DIJK uitgeschreven. – De overlijdensdatum van Grietje Jalderts (DE VRIES?) is nog onbekend. De zoon Jaldert woont later te Siegerswoude (oostelijk Opsterland, FR, tussen Ureterp en Bakkeveen), zoon Gjalt vlak over de Fries-Groningse grens te Marum (Westerkwartier, Groningen). Jeen Jalderts ovl 15-2-1852 te Terwispel, 74j oud, ongehuwd gebleven. Minke Jalderts ovl 20-1-1848 te Haulerwijk, 69j oud, tr 2-11-1800, zij 21, hij 25, met Fedde Martens RIEMSTRA, veenarbeider en prediker te Haulerwijk, ovl 7-6-1856, 79j oud, weduwnaar. Uit dit huwelijk 6 kinderen. Jinke Jalderts trouwt te Terwispel met de schoolmeester Gjalt Jans MEYER en verhuist met hem mee wanneer hij onderwijzer wordt te Genum (Ferwerdadeel) en later te Baard (Baarderadeel, zuidwestelijk van Leeuwarden). Uit het huwelijk 6 kinderen (MEYER). Fetje Jalderts geb 17-9-1791 (eerdere dochter Fetje geb 10-8-1787 jong overleden) tr 10-4-1824 met smidszoon Gaele Douwes FABER (Opst 12). Uit dit huwelijk de zonen: Joldert Faber en Douwe Faber (Langezwaag). Jalke Jalderts (Lippenhuizen) en Grietje (Geertje) Teyes (Terwispel). Doopregister: Wytske 1-8/3-9 1797, Joldert 2-2/3-3-1799, Teye 26-5/5-7 1802, Wiepkjen 10/25-8-1808. We missen de dochter Antje in het register die tussen Teye en Wiepkjen werd geboren (ca.1805). Jalke Jalderts is in 1808 of 1809 overleden en Geertje Teyes (Lippenhuizen) hertrouwt 31-12-1809 met Hendrik Pieters (Lippenhuizen). In 1811 meldt Hendrik Pieters REIDINGA als voogd en stiefvader de kinderen van Jalke Jalderts en Geertje Teyes (Wytzke 14, Jaldert Jalkes 12, Teye 10, Antje 8, Wiebkjen 3) die dan ook even als REIDINGA staan ingeschreven.Later nemen ze de eigen familienaam DE VRIES aan. Antje Jalkes de Vries trouwt 21-2-1828 met Jan Geerts Hakze (Opst 10), Teye Jalkes de Vries 3-4-1828 met Wiepkjen Tjeerds de Vries (Opst 15), Wytske Jalkes de Vries 2-1-1829 met Roel Jans van den Bosch (Opst 1) en na diens overlijden 1-11-1841 met Willem Fokkes de Haan (Opst 64). In 1811 hebben Geertje Teyes en Hendrik Pieters Reidinga een gezamenlijk zoon Pieter (1 jaar oud). Hendrik Pieters is zoon van Pyter Ates REIDINGA (Oldeboorn) en Anna Catharina DEMOET (Boornbergum) die 20-6-1784 in het huwelijk traden. Hun familienamen toen al in trouwregister vermeld. Bron: Parenteel van Claes Wolters, door Jolanda Guijt 2004 Kertiersteat Jacobus Knol 2005 Wybe Ydes, boer te Jubbega-Schurega, gezin van 6 personen waarvan 2 jonger dan 12, aanslag 35 Cgldns 7 stuivers (Quotisatie 1749). Bij naamaanneming 1811 (Schurega, mairie Mildam) laat Geert Luitjens DE JONG zich registreren met kinderen: Luitjen 12, Stijntje 10, Joukje 8, Jeltje 4 en Anne ruim 1 jaar oud. Hij is bijna 60j oud dan. Trouwt op 47-jarige leeftijd 1-7-1799 te Nieuwehorne (hij met attestatie van Katlijk) met Femke (Fimke) Annes, 27j oud, dochter van Anne Wybes en Stijntje Pieters, doop 3-11-1771 te Oudeschoot. Sytske Luitjens is 21 wanneer ze met Gerke Gabes trouwt en kennelijk al uitwonend te Oranjewoud. Uit het huwelijk met Gerke worden 9 kinderen geboren. Bij naamsaanneming van 1811 meldt Sytske Luitjens te Nieuwehorne zich als weduwe van Gerke Gabes WOUDA, met de kinderen: Aaltje 29 (te Oudeschoot), Joukje 26 (te Oudeschoot), Gabe 22 (‘s Rijks-dienst), en nog te Nieuwehorne: Jeltje 19, Ynske 16, Baukjen 11 en Luitjen 9. Hiervandaan WOUDA-familie. Libbe Egberts WASLANDER was eind 1811 in militaire dienst. Dat houdt in dat hij in de legers van Napoleon Bonaparte was opgenomen, want “keizer” Napoleon van Frankrijk had bezette gebied Nederland bij Frankrijk ingelijfd (na zijn broer Louis of Lodewijk, “koning van Nederland”, door hem in 1806 hier benoemd, te hebben weggestuurd). Napoleon voerde de militaire dienstplicht in (en ook de Burgerlijke Stand en Naamsregistratie) en had een groot leger nodig om naar Moskou op te trekken. Libbe (loteling lichting 1809) werd 14-10-1811 ingelijfd, treinsoldaat bij 14de bataljon, 6de compagnie, en komt niet terug. Vermist gemeld november 1813 en eind 1814. Mogelijk als zonen van Aise en Auk/Akke: huwelijk 20-9-1750 te Oudehaske Hendrik Aizes, Oudehaske en Martzen Keimpes, Suameer. Uit dit huwelijk oa een latere VAN DER HEIDE-familie. En: huwelijk 21-10-1764 te Haskerhorne Rinke Aizes, Oudehaske, Geertje Ales, Oudehaske. Nog verder na te gaan. Overlijdensakte Tjitske Jans LOKKES 1827: “Reinder Beekes BEEKSMA, oud 76 jaar, z.b., en Phoeke Wijbes DE BOER, 62 jaar, arbeiders en geburen van overledene, wonende te Terhorne, hebben verklaard dat Tjitske Jans LOKKES, oud 57 jaar, geboren in Het Meer bij het Heerenveen, wonende te Terhorne, huisvrouw van Gerben Sijmons VAN ASPEREN, schoenmaker mede aldaar wonende, en dochter van Jan Jans LOKKES en Antje Geerts, beide overleden in ’t Meer bij Heerenveen, op den 22 der maand augustus v.m. half een in huis nr. 13 te Terhorne is overleden.” ASPEREN is dorp in de Lingewaard (Betuwe) bij Gorinchem/Gorcum. Familienaam VAN ASPEREN is al ruim voor 1811 in Friesland in gebruik.
— VALERIUS van ASPEREN, geb te Grouw, wordt 1-7-1689 aangesteld als Herv predikant te Wirdum (Leeuwarderadeel) en overlijdt er 26-5-1731, oud ruim 64j. Hij trouwt er 3-9-1692 met Corneliske Foekis Zjarda (uit Ysbrechtum). Uit dit huwelijk staan alleen 4 dochters vermeld en de zoon PETRUS ASPEREN, doop Wirdum 8-8-1706. Deze Petrus trouwt Wirdum 1-5-1729, hij is al ontvanger te Grouw, met Jeltie Arends (uit Opeinde). Uit dit huwelijk alleen dopen vermeld van 3 dochters Cornelia en van een dochter Petronella, doop 18-8-1737 (de vader is al overleden).
— De dominee VALERIUS VAN ASPEREN, geb te Grouw, was wellicht Watze ASPEREN, geb te Grouw, doop 21-4-1667, zv Petrus ASPEREN. De lijn naar Symon Watzes VAN ASPEREN (1811) is niet duidelijk te volgen, Hij was zoon van Watse Symons en Trijntje Everts, huwelijk Grouw 20-6-1751, mogen we aannemen. Huwelijk Symon Watses en Tetje Gerbens Grouw 6-5-1781. Maar (tussenliggende) gegevens ontbreken (nog). De OVERSEE-naam in 18de-eeuwse registers verder vermeld (Harlingen en Sneek). Warner Sybrens OVERSEE trouwt Sneek 2-2-1721 met Aettie Alberts SLOOT. Warner gedoopt Sneek 20-11-1687, zv Sybren Warners en Lieuckien Anskes. Warner is schipper en de naam OVERSEE kan er op wijzen dat zijn vader dat ook al was, grootschipper in buitenlandse handelsvaart. Bij de Harlingers komt de Franse havenplaats Boulogne voor. Nog aan te vullen. Hette Siblis JOUSTRA trouwt 18-11-1742 met Reinu Warners OVERSEE. Catharina VALSTAR, dv Willem Jans VALSTAR (1779-1834) en Francijntje VAN DER HOUT, komt niet in aanmerking. Zie verder www.esveld.net Zijn broer Gerrit VREUGDENHIL huwt drie jaar later een zus van Elsje, Lijsbeth Thomas VAN BEIJEN. Zoon van Klaes VAN DER HANS? Zie kw 376. Bij Loosduinen. Lysbeth VREUGDENHIL is tante van Thomas, Aagje IJSERMAN een volle nicht (zie kw 376). Zoals zijn schoonvader. Bron: R. de Hek. Zijn broers ook. Als spuiwachter had je natuurlijk mooi zicht. J.Buisman, Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen, deel 5, 2006, pgs 736 ev. Idzega en Oudega zijn buurdorpen ten westen van Heeg. Voorafgaand aan een huwelijk moest op drie zondagen het huwelijksvoornemen worden bekend gemaakt (proclamaties) zodat bezwaren tegen het huwelijk binnen de betreffende kerkelijke gemeente kunnen worden ingebracht en beoordeeld. Het huwelijk kan door rechtmatige bezwaren worden “gespierd” (voorkomen). Wanneer er geen bezwaren zijn en de huwelijksbevestiging in een andere kerkelijke gemeente plaatsvindt wordt daarheen “attestatie” verstrekt (melding van geen bezwaar). De lijn Jochum Eites en Sijbreg Jelles als ouders werd eerst verondersteld, maar is op basis van kindvernoemingen etc minder waarschijnlijk. Ze moet dus hier worden geschrapt. Trouwregisters Herv.Gem. Langweer/Dijken zijn over periode 1724-1762 verloren gegaan. De naam DE JONG bij deze voorfamilie al voor 1800 in gebruik, vanwege drie opeenvolgende Klaas Klaaszonen (kw 102, 204 en 408). Het kerkgebouw te Jutrijp waarin ds. Rudolphi preekte, is kort na 1815 vervangen door (fraaie) nieuwbouw. Maar Van der Aa meldt dat het vroegere kerkje “belangrijk was om hare oudheid, onder anderen zigtbaar in menigvuldig schilder- en snijwerk”. Voor de Hervorming bracht de R.K.pastorie er honderd goudguldens per jaar op en het vicarisschap zestig. Overgang naar de Hervormde richting ging snel want al in de Synodale Handelingen van het jaar 1584 wordt als aanwezige Joost Pietersz genoemd, “Dienaar van de Hommerts”. Steenstra II pg 506-507. Niet bekend hoe dit toen in Jutrijp speelde. Bij Quotisatie 1749 kreeg ds. RUDOLPHI te Jutrijp (gezin: 2 volwassenen, 4 kinderen jonger dan 12) een aanslag van 39 Caroliguldens. Wanneer die aanslag enigszins indicatie geeft van zijn normale jaarinkomen, zat hij als plattelandsdominee niet hoog, maar wel redelijk. Ds. Petrus BROUWER te Tjalleberd (Aengwirden) kreeg aanslag van 46-15 Cgldns, ds. Berhardus KNOOP te Benedenknijpe (Schoterland) aanslag van 40-0, ds. H. CUPERUS te Oudehorne aanslag van 22-5 Cgldns, ds. Ulpianus SINDEREN te Beetsterzwaag (Opsterland) aanslag van 20-9 Cgldns. In Wymbritseradeel zat ds. RUDOLPHI met collega’s zoals ds. H. BUMA van Ysbrechtum (44 Cgldns), ds. CAHAI van Wolsum (31 Cgldns), ds. CUPERUS van Woudsend (29 Cgldns), ds. H. GOSLINGA van Ysbrechtum (43 Cgldns), ds. HEMPENIUS van Scharnegoutum (60 Cgldns), ds. LANTING van Gaastmeer (35 Cgldns), ds. LEMSTRA van Heeg (28 Cgldns), ds. LOON van Oudega (48 Cgldns), ds. REDDING van Goënga (33 Cgldns), ds. B. REINALDA van Nijland (22 Cgldns), ds. REINALDA van Oppenhuizen (36 Cgldns), en ds. WIGEREI van Oosthem (84 Cgldns). Voor 7 van de 12 collega’s was de aanslag dus lager. Vetpot was het natuurlijk niet. Het maakte wel verschil of je zoals ds. MEBIUS te Terband predikant was te Heerenveen (139 Cgldns aanslag) of zoals zijn overbuurman ds. MEBES predikant te Nijehaske (50 Cgldns aanslag). Te noemen valt nog: ds. RUDOLPHY (kw 412) te Witmarsum (Wonseradeel, 30 Cgldns). Gegevens o.a. ontleend aan website Piebe Belgraver. Aannemelijk is dat er meer kinderen werden geboren. Zoals bijvoorbeeld een zoon Berend Hendriks SCHOKKER, voor 1738 te Wanneperveen. Hij is wellicht jong overleden. Hij is beslist niet meegetrokken naar het Friese Oudehaske. Berend Gerrits WEVER is een oudvader van Geert Fonk. Zijn zoon Wolter Berends WEVER een betover-grootvader. Oudehorne, Schoterland. Vader Cornelis Hendriks SCHOKKER , 35 jaar oud, verliet de Haske om zijn heil elders te zoeken. Geesje Hendriks BEUTE, geb 8-9-1777 Oudehaske, ovl 1855 te Ambt Hardenberg (Ov) is dochter van Hendrik Harmens BEUTE en Geesjen Harmens ZWIER. Ze is twee jaar oudere zusje van Aaltje Hendriks BEUTE, met wie in 1812 de neef Hendrik Jans SCHOKKER trouwt (zie bij kw 106). “Het jaar 1783 was door een zeer warmen en bijzonder droogen zomer gekenmerkt, gedurende welken men bijna onafgebroken nevel of zoogezegden veenbrand had, zoodat de zon en maan altijd een vuurrood aanzien hadden.” (Steenstra II pg 514) Albert Kornelis SCHOKKER en Jantje Hendriks RUITER kregen 10 kinderen en waren beslist niet plaats gebonden. Hij was te Oudehaske geboren en zij te Muggenbeet. De eerste 4 kinderen (periode 1808-1815, Cornelis, Hendrik, Hendrik Alberts en Gerrit) zijn te Oudehaske geboren. Cornelis overlijdt 1836 in Tietjerksteradeel, de eerste Hendrik ws jong gestorven te Oudehaske, de tweede Hendrik (Hendrik Alberts) verhuist naar Beets (Opsterland) en Gerrit overlijdt 1839 te Grave (N.Brabant). De vijfde zoon Wolter Alberts wordt 7-10-1818 te Rottum (Schoterland) geboren. De zesde zoon Jentje Alberts 30-8-1821 in Terwispel (Opsterland), deze overlijdt 12-11-1895 te Emmen (Drente), de zevende zoon Ale (Abe) Alberts wordt 24-11-1824 eveneens te Terwispel geboren (hij overlijdt 21-9-1843 te Ter Idzard (Weststellingwerf, waar vader Albert ook in 1856 overlijdt). Achtste zoon Jan Alberts Schokker wordt 13-3-1828 in Het Meer (Schoterland) geboren, overlijdt 14-8-1892 te Ter Idzard. De negende zoon Berend Alberts wordt 10-12-1830 te Sint-Johannesga (Schoterland in die tijd) geboren (hij overlijdt daat 1838, 7 jaar oud) en de tiende zoon Willem Frederik Schokker 28-1-1834 te Rottum (Schoterland in die tijd), hij overlijdt 23-4-1917 te Nijetrijne (Weststellingwerf). Gezin Albert SCHOKKER en Jantje RUITER is vaak verhuisd. Het gezin telde tien zonen en geen dochters. Albert wordt 72 en overlijdt 1856 te Ter Idzard. Jantje wordt bijna 90 en overlijdt 1875 te Terwispel. Nu moeten we nog even zoeken natuurlijk welke zoon rond die tijd in Terwispel woonde en zich over zijn weduwe geworden moeder mogelijk ontfermde.

Bij een zware storm in november 1776 ging het in NW-Overijssel helemaal mis en onstond o.a. het grote meer Beulakkerwiede waarin het dorp Beulake grotendeels en niet lang daarna geheel verdween. Dat de jarenlange “Gieterse” veenbaggerij hier schuld aan had, is een algemeen aanvaard feit. De zorg over het gebagger in Haskerland en omstreken nam alleen maar toe. Een eerste zware (noordwester)storm was er op 14 november 1776, “die op vele plaatsen in de Nederlanden zware overstroomingen en andere ongelukken te wege bragt. Friesland bleef wel voor dijkbreuken en overstroomingen bewaard, doch de zeeweringen en havenwerken te Workum, Stavoren, de Lemmer en vooral te Harlingen waren zwaar beschadigd, gelijk de storm ook te lande aan vele gebouwen groote schade deed. Vele wrakken dreven langs de kusten, zijnde er vele schepen verongelukt.” (Steenstra II pg 510). Een week later (20-21 november) was er opnieuw een zware storm en die gaf de genadeslag voor de al verzwakte dijken en dijkjes. “Op de Lemmer, Kuinder en te Hindeloopen was de nood groot; ook bezweken de Lindedijken op vele plaatsen, waardoor sommige landen eenige voeten diep onder water geraakten.” Steenstra noemt wel nood elders in Friesland (in Harlingen waren straten die vier voet onder water stonden en het eiland Schiermonnikoog dreigde geheel te worden overstroomd), maar niet de ramp in NW-Overijssel. Hij schreef immers een Geschiedenis van Friesland. Exacte datum van haar overlijden niet gevonden. Wanneer ze ca 1720 werd geboren, is overlijden “voor 1825” een loos bericht, want 105 jaar is ze niet geworden. In 1825 overlijdt haar zoon en onze voorvader Jan Hendriks SCHOKKER. Volgens de overlijdensakte was zijn moeder toen overleden. Maar hoeveel jaar eerder is voorlopig nog onbekend. Misschien overleed ze (al) vóor 1800. In ieder geval na 1776 en niet te Oudehaske, maar weer in Blauwehand, mogen we de berichten hieromtrent geloven.

De Herv. Gem. Tjalleberd-Luinjeberd-Terband (Aengwirden) kende over de periode 1673-1749 vijf opeenvolgende predikanten: Elbertus NOORDBEEK (1673-1684 naar Stavoren), Hanso HES (1684-1718 emeritaat), Anne ABRAHAMI (1719-1724 naar Kollum), Egbertus LAUSBACH (1725-1738 naar Morra) en Petrus BROUWER (1738-1749 naar Sybrandaburen). Ontbreken van vroege registers mogelijk mede veroorzaakt door de relatief snelle wisselingen. Hanso HES was in naam weliswaar 34j dominee te Tjalleberd. Doordat hij vanaf 1689 werd aangesteld tot veldprediker (legerpredikant) was hij sindsdien nauwelijks meer te Tjalleberd aanwezig. Klachten daarover werden namens “de Vorstelijke Doorluchtigheid” (prins Willem III, tevens koning van Engeland, etc) afgewezen. Het stond de gemeente (de classis) niet vrij om Hanso HES als predikant te ontslaan. Men moest zich behelpen met “kandidaten” (zonder aanstelling of betaling). Tjalleberd etc had tot 1718 (emeritaat van Hanso HES) een meestal afwezige dominee. Bij Quotisatie 1749: Hendrik Sygers, boer te Rottum, gezin 2 personen ouder dan 12, 1 kind, aanslag 23 Cgldns 11 stuivers.
— Huwelijk Oudehaske/Haskerhorne 4-2-1731: Hendrik Sygers en Antje Oenes, beiden Oudehaske. Dopen: Willemke (Haskerhorne 23-11-1731), Jolke (Oudehaske 24-6-1736), Jeen (Rottum, sept 1742), Jolke (Rottum 29-1-1747). In 1749 lijken beide Jolkes overleden. De 2 personen ouder dan 12 in het gezin zijn Hendrik plus Antje Oenes, of Hendrik plus oudste dochter Willemke, wanneer moeder Antje inmiddels is overleden. Geen trouwmelding betreffende Willemke.
— Overigens: bij doopmelding van Jeen alleen naam van de vader vermeld. Mogelijk is ook dat het om een andere Hendrik Sygers gaat, niet degene die in 1731 trouwt met Antje Oenes. Voor de “hardnekkige” Jolke-vernoeming bij kinderen van Hendrik Sygers en Antje Oenes nog geen afdoende verklaring gevonden. Aaltje Jacobs is tweede echtgenote van Jeen Hendriks SIEGERSMA. Huwelijk in 1783. Oudste kind van Jeen uit huwelijk met Fokjen Bonnes is bij zijn tweede huwelijk pas 10j oud. Aaltje is bij huwelijk met Jeen al 40-plusser en mogelijk weduwe, zoals hij weduwnaar is. De naam Aaltje Jacobs komt in trouwregisters herhaaldelijk voor. Passende connectie nog te vinden.
— Volgens overlijdensmelding (1834) werd Aaltje 95j oud. Dat wijst op geboorte ca 1740. Overlijdensakte nog te raadplegen. PM: Mogelijk wordt ze niet 95, maar 85j oud. Dochter van Jacob Ybels en Afke Roels, geb 12-6-1749 in “de Compagnie” (bij Jubbega-Schurega, Oost-Schoterland). Niet in doopregister want toen niet gedoopt. Dochter Afke genoemd en gedoopt (1787) en Aaltje Jacobs uiteindelijk nog zelf gedoopt 4-5-1794 (Oudeschoot-Rottum), 44j. Dat verloop van zaken is best mogelijk. Nog verder te onderzoeken. “1781 den 10 Junij had er, vooral in de zuidelijke streken dezer Provincie, een vreesselijk onweder plaats. Ontzettend waren de donder en bliksem, gepaard met hagelsteenen, waarvan de grootste twee en een half duim in omtrek hadden, die op het Heerenveen groote onheilen verwekten. In het lusthuis Oranjewoud werden meer dan 2.000 glazen door den zwaren hagel vergruisd; weinige huizen bleven onbeschadigd, gelijk ook de vruchtboomen en granen deerlijk gehavend werden. De tuinvruchten waren vernield, zoo ook de jonge boekweit, waarom men op nieuw moest zaaijen. Een uur lang duurde dit onweer, doch geene menschen kwamen er bij om.” (Steenstra II pg 512). “Den 5 Augustus dezes jaars had de zeeslag op Doggersbank tegen de Engelschen plaats, waarbij onze vloot, onder bevel van den Vice-Admiraal ZOUTMAN, veel roem en eene volkomene overwinning behaalde. Nogmaals had men in Friesland een ontzettend onweder, op den 5 September; waarbij de zware storm, donder, bliksem, hagel en groote stukken ijs vele granen, veldvruchten, sommige boerenplaatsen en molens vernielden. In de steden was de schade aan huizen, boomen enz. ontzettend groot.” (Steenstra II pg 513). De ZWAAGSTRA-naam zal gerelateerd zijn geweest aan de Sweach (= weidegrond). De Tjibbeszonen komen uit (Lange/Korte-)zwaag. Mogelijk was Bonne het schrift niet machtig en kreeg hij de te registreren familienaam mee van zijn ooms te Oudeschoot (vader Sybe Tjibbes al overleden). Bij naamregistratie te Wolvega eind 1811 dankzij dit papiertje dan netjes ZWAAGSTRA ingeschreven.
— Maar te Wolvega wordt niet Fries maar Stellingwerfs (Saksisch) gesproken. Bij aangifte van geboorten heeft Bonne dat papiertje niet meer op zak en de dienstdoende ambtenaar Burgerlijke Stand gaat af op Bonnes (Friese) uitspraak van de achternaam. Sweachstra wordt te Wolvega ingeschreven als Zwikstra (1813, 1815), Swegstra (1816), Zwigstra (1820) en in 1823 weer Zwikstra, maar dan met de aantekening dat de vader ondertekent met Zelgtra. Ook niet goed en misschien slecht te lezen (Bonne kon niet schrijven). -
— Uiteindelijk gevolg is dat deze tak te Wolvega en de nakomelingen ervan definitief niet ZWAAGSTRA maar ZWIKSTRA ging heten. Ook de jongere broers van Bonne, Hendrik en Rintje, krijgen de switch naar ZWIKSTRA-naam mee. Bonne Sybes ZWIKSTRA wordt 74. Hij trouwt te Wolvega (1) 4-2-1810, 24j oud, met Wigger(tje) Jans SUIL (ZUIL), ovl 20-12-1830, 44j, dv Jan Reinders SUIL. Uit huwelijk van Bonne en Wigger 6 kinderen: Sybe Bonnes (geb 1810/11, geen doopmelding, 9-6-1836 getrouwd met Rinske Hendriks, ovl 8-4-1882, 71j, gehuwd, veldwachter te Wolvega), Jan (geb 22-4-1813), Hessel (geb 4-3-1815), Aafjen (geb 22-9-1817), Andries (geb 8-6-1820) en Geert (geb 14-3-1823). Na overlijden van Wigger trouwt Bonne (2) 24-6-1831, 44j oud, met Harmtje Jans DAS, ca 36j. Uit huwelijk met Harmtje 3 kinderen: Hendrik Bonnes (geb 19-2-1832), Vroukjen Bonnes ZWIKSTRA (geb 29-8-1833) en miskraam 24-1-1835, moeder Harmtje ovl 1-2-1835, 39j. Bonne trouwt hierna nog 15-5-1840, hij 53j oud, met Geesje Jans BRINKSMA. Die is dan rond 40j oud, uit dit derde huwelijk geen kinderen. Bonne overlijdt 12-1-1861, 74j, Geesje 9-10-1862, 61j. Nog aan te vullen.

Generatie 9 — Herzien

Generatie 9 (oud-betovergrootouders)

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland)

  1. Sierd Tammes, geb ca 1660 te Rottevalle, boer, tr donderdag 23-12-1683 te Opeinde met
  2. Baukje (Bauck) Freerks, gedoopt Opeinde 29-4-1665. Zie bij Freerck Harckes (kw 514) over dopen van zijn dochters Hinke en Bauk, vóór de kerkelijke bevestiging (Hervormde Gemeente) van zijn huwelijk met Taapke Tjallinghs (kw 515) Doopmeldingen voor kinderen van Sierd en Baukje ontbreken.

Freerk Sierds (kw 128), tr 22-3-1711 kerk Oudega, Frerck Sjierdts, Zwartveen, Bauck Karstis, Zwartveen. Taapke Sierds, tr 15-8-1711 kerk Oudega, Rinse Andries, Zwartveen, Taab Sjierdts, Zwartveen. Twee doopmeldingen in register Oudega: 5-1-1713 Jannes en 18-3-1714 Jacob, zonen van Rinse Andries. Op 16-5-1669 laat Johannes Andrys te Opeinde 2 zonen tegelijk dopen: Andrys en Rense. Naam moeder niet vermeld, maar hoogstwaarschijnlijk gaat het om Trijntje Rinses. Huwelijk Oudega 9-9-1664: Johannes Andries en Trijntje Rinses, beiden Oostermeerderveen. “Op verklaringe van Johannis Andries”, de vader, wordt in trouwregister Oostermeer 10-4-1698 huwelijk van Rintze Johannes en Trijntie Eelses ingeschreven. Als Rinse, Rinse Andries geschreven, in 1711 met Taapke trouwt, zal dit voor hem tweede huwelijk zijn geweest en is hij ca 42j oud. Misschien ook: Tryn Sjoerds, doop 5-5-1689 Opeinde, dv Sjoerd Tammes. Jacob Sierds, mogelijk een jongere of jongste zoon, geboren te Witveen. Hij trouwt begin 1728 (eerste proclamatie 11-1-1728): Jacob Sierds, Zwartveen, Lolckjen Jans, Eestrum. Quotisatie 1749: een Jacob Sierds te Surhuisterveen (Achtkarspelen, FR), sobere boer, gezin van 6 personen waarvan 3 jonger dan 12, aanslag 18 Cgld 18 stuivers, en een Jacob Sierds te Oldeboorn (Utingeradeel, FR), gezin van 4 personen ouder dan 12, aanslag 37 Cgld 5 stuivers. Nog aan te vullen.

  1. Karst Jochems, geb ca 1640 te Rottevalle, veenbaas en boer, ovl ca 1687, tr ca 1660 met
  2. Grietje Sydses, geb ca 1640 te Zwartveen, na overlijden van Karst tr zij (2) met de weduwnaar Tamme Thysses (kw 512), Grietje ovl na 1708 te Rottevalle.

Uit huwelijk van Karst en Grietje: Bauck Karstes (kw 129), tr 22-3-1711 met Freerck Sierds (kw 128), kleinzoon van Tamme Thysses Klaas Karsten - eind december 1718 trouwt Klaas Karsten, Zwartveen te Makkum (Wonseradeel, FR) met Yttie Hobbes, Makkum (eerste proclamatie te Oudega 5-12-1718). Mogelijk was het een schippers-huwelijk. Folku Carsten, geb Rottevalle ca 1682, doop op belijdenis 15-5-1707, ovl Zwartveen 1718, ca 35j, gehuwd, tr Oostermeer 21-3-1706, zij 23, hij 21, met Jouke Roels, veenbaas/boer (Jouke tr (2) 29-5-1718 te Oudega met Antje Jouckes), zv Roelof Rintses en Rintske Jouckes.
— Hoewel huwelijk van Folku/Folkje en Jouke slechts 12 jaar mocht duren, leverde het wel 7 kinderen op (doopregister Opeinde): - 1. Hincke doop 19-12-1706. – 2. Carst doop 24-2-1709. – 3. Jochem (geen doopmelding). – 4. Jouck doop 7-6-1711. – 5. Aaltje doop 5-11-1713. – 6. Roel doop 8-3-1716. – 7. Melle doop 25-3-1718.
— De zoon Jochum Joukes, geb ca 1709 te Zwartveen, veenbaas aldaar en later werkzaam te Gersloot (Aengwirden, FR), tr begin 1734 (eerste proclamatie 3-1-1734 Opeinde: Jochum Joukes, Zwartveen, Wietske Jelles, Zaandam), wordt niet in doopregister vermeld. Suggestie: mogelijk wel, maar dan als Carst (bedoeld: “Carst Jochums” naar de vader van Folku). Jochum Joukes tr ca 25j oud, met Wietske Jelles, 21j oud, gedoopt Drachten 20-4-1712, ovl Aengwirden 1794, dv Jelle Foakes en Grytsje Jans. Bij inschrijving in trouwregister (1734) wordt zij vermeld als afkomstig van Zaandam. Mogelijk was zij daarheen als prille jongemeid “uitbesteed”. Door huwelijk met Jochum wordt zij dan verlost van Zaandam.
— Uit huwelijk van Jochum Joukes en Wytske Jelles zijn 6 kinderen bekend, hoewel slechts 3 dopen: - 1. Pooyke, doop 12-4-1734. – 2. Jouke. – 3. (de naam vergeten), doop 26-1-1738. – 4. Grietje, doop 7-2-1740. – 5. Imkje. – 6. Jelle (geb Gersloot ca 1748). Het is moeilijk na te gaan waarom de hiaten in het doopregister zijn ontstaan. Wel gemelde “Pooyke” in 1734 (vanwaar die naam?) en doop 1738 “de naam vergeten”. Was de dominee aan het dementeren en hield hij het doopregister slordig bij? Die mogelijkheid is niet uit te sluiten. Bij Quotisatie van 1749 wordt Jochum Joukes te Gersloot (Aengwirden FR) vermeld als arbeyder, gezin van 7 personen waarvan 4 kinderen jonger dan 12 (aanslag 28 Cgldn 16 stuivers).
— Binnen ons bestek nog te melden dat van Folku Carstens de kleinzoon Jouke Jochems zich bij de naamaanneming van 1811 te Luxwoude meldt als Jouke Jochems HOFSTRA en van hem uit volgt uitgebreide HOFSTRA-genealogie. En dat de kleindochter Grietje Jochums ca 1767 te Gersloot trouwt (haar tweede huwelijk) met Jan Annes. Zij overlijdt 26-7-1808, 68j oud, Jan Annes ovl 30-9-1821 te Luxwoude (grenzend aan Gersloot, maar in Opsterland, FR, gelegen), 80j oud, weduwnaar. Aan de naamregistratie van 1811 doet hij niet mee, maar erna wordt de familienaam VOOLSTRA gebruikt voor hem en zijn kinderen uit het huwelijk met Grietje Jochums (VOOLSTRA-genealogie).

  1. Jeen Rintses, geb 1650/60 te Terwispel, zoon van Rintse Rienks en Wietske Jalkes (Jelkes, Jolkes), boer te Lippenhuizen op stem 28 (in1698), ovl voor 1714, trouwt ca 1675 met
  2. Eeuw Jolderts, geb 1657, ovl voor 1728, dochter van Jollert Tjeerds.

Vader Rintse Rienks (Rintje Riencx) in 1640 gemeld als eigenaar voor 1/3 van de plaats Terwispel stem 9 en als gebruiker voor het geheel. In 1698 zijn de erven van Rintse eigenaar voor 5/13de deel en zijn de zonen Wytse en Jolcke gebruiker. Jeen Rintses boert (1698) te Lippenhuizen op (deel van) de stemhebbende plaats 28. Hij overlijdt voor 1714. In 1728 is zijn oudste zoon Rinse Jeens boer op Terwispel stem 9 (gebruiker voor het geheel, eigenaar voor 55/338ste deel). Weduwe Eeuw Jolderts wordt in 1718 genoemd als boerin (gebruikster) op Terwispel stem 11. Die plaats was in 1698 eigendom van Giel Folkerts (tevens de gebruiker) die in 1698 ook wordt genoemd als curator voor de (minderjarige) broers Egbert Ruirds en Folkert Ruirds, erfgenamen voor 2/3 van Lippenhuizen stem 28. De plaats waar Rinse en Eeuw voor 1714 hun bedrijf hadden. Na overlijden van Rinse gaat Eeuw naar Terwispel. Mogelijk relatie met Giel? Lippenhuizen stem 28 is 1728 eigendom van Ruird Folkerts voor 2/3 en de gezusters Saap en Bontje Girbes voor samen 1/3. Gebruikers: Pyter Sytzes en Rink Eiles. Terwispel stem 11 is in 1728 in eigendom van Jacob Ypes (gebruiker Cornelis Jacobs).

Stemkohier 1698 Terwispel (Opsterland) Stem nr. 9. Zakelijk gerechtigden: Patroon van Terwispel eigenaar voor 8/13 - Jeen Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar, - Fedde Rintses kinderen, als erfgenamen van Rintje Rienks/Rintie Riencx, eigenaar, met familie, voor 5/13 - Jorryt Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar - Wytse Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar en gebruiker - Jolcke Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar en gebruiker. Stemkohier 1698 Lippenhuizen (Opsterland) Stem nr. 28. Zakelijk gerechtigden: Bijzitter Tjeerd Oedsma, eigenaar voor 1/3 - Egbert Ruirds, eigenaar, met broer Folkert Ruirds, voor 2/3 Curatoren: Girbe Mintses en Giel Folkerts. Jeen Rintses, gebruiker - Hendrik Lammerts, gebruiker.

Kinderen uit huwelijk van Jeen Rintses en Eeuw Jolderts (geen doopmeldingen):

Rinse Jeens, geb ca 1675, boer te Terwispel. Mogelijk eerst te Lippenhuizen. Vader Jeen had daar bedrijf (1698) op stem 28 (pachtboer) en was vanuit familiebezit (erven Rintse Rienks) mede-eigenaar van Terwispel stem 9. In 1728 wordt Rinse Jeens gemeld als gebruiker (deels eigenaar) van Terwispel stem 9. Geen melding van huwelijk.
— Terwispel stem 9 was steeds voor 8/13de deel eigendom van de kerk (patroon van Terwispel) en voor 5/13de deel van de Rintse Rienks-familie die er boerenbedrijf hadden. In 1728 is Rinse gebruiker voor het geheel en eigenaar voor ca 40% van het familiedeel (55/338ste deel). Zijn oom Jorryt Rintses cum sociis (“de kleine partjes”) wordt dan genoemd als vertegenwoordiger voor de rest van het familiedeel (75/338ste deel).
— Rinse Jeens en zijn moeder Eeuw Jolderts gemeld in 1714 als borgen voor Joldert Jeens (kw 130), zijn jongere broer. Tjeerd Jeens, geb ca 1675. Geen melding van huwelijk. Vermeld als boer en kerkvoogd. Voogd over de wezen Tiebbe Ybles (Aebles) en Corneliske Jans.
— In 1698 (stemkohieren) melding van een Tjeerd Jeens als boer/ gebruker op plaats Lippenhuizen stem 39 (eigendom van commies Petrus POUTSMA, eigenaar namens diens kinderen) en als eigenaar en gebruiker van 1/6 deel van Terwispel stem 29. In 1728 (stemkohieren) wordt weer een Tjeerd Jeens vermeld als boer/ gebruiker van Lippenhuizen stem 39 (dan eigendom van ontvanger Everhardus WIELINGA, namens diens kinderen) en als eigenaar en gebruiker van 1/6 deel van Terwispel stem 29. Mogelijk steeds dezelfde Tjeerd Jeens. Maar misschien ook niet. Joldert (Jaldert) Jeens (kw 130), gehuwd ca 1710 met Jinke Feddes (kw 131). Wytske Jeens, geb ca 1680, gehuwd (1) met Aeth Ypes, gehuwd (2) met Lieuwe Feddes, broer van schoonzus Jinke.
— In enkele gepubliceerde kwartiertstaten of parentelen (internet) wordt Wytske genoemd als tweede echtgenote van de weduwnaar Fedde Lieuwes (kw 262), vader van Jinke en Lieuwe. De gegevens zijn schaars, dus mogelijk vergissing. Huwelijk van Wytske Jeens (weduwe ca 30j oud) met Lieuwe Feddes na 1707 lijkt me meer waarschijnlijk.
— Volgens meldingen had Wytske uit eerste huwelijk 2 dochters: Fokje en Hiltje Ypes. Kinderen uit tweede huwelijk niet aangegeven (gedoopt). Een zoon Fedde Lieuwes lijkt minstens aannemelijk. Nog aan te vullen.

  1. Fedde Lieuwes, geb ca 1650, ovl Lippenhuizen voor 1713
  2. n.n. (naam van deze oudbetovergrootmoeder niet gemeld)

Kinderen uit het huwelijk: Jinke Feddes (kw 131), geb ca 1685 te Lippenhuizen. Lieuwe Feddes, die het boerenbedrijf van zijn vader na diens dood voortzet (in 1728 vermeld). Bij Quotisatie 1749 geen melding van een Lieuwe Feddes, hij is mogelijk eerder overleden. Geen doopmeldingen uit zijn huwelijk met Wytske Jeens (doopsgezind), voorzover het waar is dat hij na 1707 met Wytske trouwde.

Fedde Lieuwes (1698) en na hem zoon Lieuwe Feddes (1728) zijn boer op de stemhebbende plaats Lippenhuizen stem 41, eigendom van de Opsterlandse grietman Lycklama à Nijeholt. Stemkohier 1698 Lippenhuizen (Opsterland) Stem nr. 41. Zakelijk gerechtigden: De heer Augustinus Lycklama à Nijeholt, grietman over Opsterland, eigenaar Fedde Lieuwes, gebruiker. Stemkohier 1728 Lippenhuizen (Opsterland) Stem nr. 41. Zakelijk gerechtigden: De heer Augustinus Lycklama à Nijeholt, oud-grietman over Opsterland, eigenaar, Lieuwe Feddes, gebruiker.

264. Wolter Anskes, geb ca 1630 te Katlijk (Schoterland, FR), boer aldaar, ovl na 1698. Gehuwd met 265. n.n.

Uit dit huwelijk: Jan Wolters (kw 132)

Wolter Anskes wordt in 1698 genoemd, hij is dan bijna 70j oud, als eigenaar en gebruiker van plaats nr 13 te Katlijk en als gedeeltelijk eigenaar van plaats nr 14. Zoon Jan Wolters (kw 132) daarna op dezelfde plaatsen vermeld als boer en dorpsrechter (1724). Stemkohier 1698 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 13. Zakelijk gerechtigden: Wolter Anskes, eigenaar en gebruiker Stemkohier 1698 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 14. Zakelijk gerechtigden: Ebele Gerbens, eigenaar - Jannis Nitterts, eigenaar - Klaes Ansckes, eigenaar - Roelof Sakes, eigenaar - Wolter Anskes, eigenaar - Tjebbe Jochums, gebruiker

  1. Jelle (Roelofs?) 267. Ouders van: Jantjen Jelles (kw 133), gehuwd met Jan Wolters (kw 132)

Relatie met Jelle Roelofs als vader van Jantjen Jelles nog onvoldoende gedocumenteerd.

  1. Luitjen Coenes (KOENRAADS), geb ca 1650, boer en stelling (dorpsrechter) te Donkerbroek (Ooststellingwerf FR) 269.

In de Stemkohieren 1698 wordt stelling Luytjen Koenes vermeld als eigenaar en gebruiker van de boerderij met stem nr 37 te Donkerbroek en als gebruiker van de boerderij met stem nr 38, die eigendom is van Augustinus Lycklama Nieholt, de grietman van Opsterland.
— Daarnaast is Luytjen Koenes ook deels eigenaar van stemhebbende boerderijen te Jubbega-Schurega (Schoterland FR, op enkele kilometers afstand van Donkerbroek): Stemkohier 1698 Jubbega en Schurega (Schoterland) Stem nr. 17. Zakelijk gerechtigden: Bate Meines, eigenaar voor 1/2, gebruiker voor 't geheel Luytjen Koenis, eigenaar voor ½ Stemkohier 1698 Jubbega en Schurega (Schoterland) Stem nr. 18. Zakelijk gerechtigden: Anna Frankena, eigenaar - Harmijntie Frankena, eigenaar - Bate Meines, eigenaar voor 1/8 - Luytjen Koenis, eigenaar voor 1/8 - Luytjen Koenis te Donkerbroek, eigenaar voor 1/8 - Joachimus Frankena, eigenaar, met zusters, voor ½ - Jolle Sybes kinderen te Nieuwehorne, eigenaar voor 1/8. De naam van voormoeder kw 269, echtgenote van Luitjen, nergens vermeld gevonden. Een mogelijkheid is dat de eigendomsaanspraken te Jubbega-Schurega door haar zijn ingebracht en dat zij een zuster (of schoonzuster) was van genoemde Bate Meines.

Luitjen Coenes is 30j later nog in leven (stemkohieren 1728), maar inmiddels hoogbejaard. De boerderij te Donkerbroek met stem nr 37 is voor 1/5 eigendom van zoon Coendert Luitjes en voor 4/5 van vader Luitjen. Coendert is gebruiker voor ‘t geheel.
— Gebruik van boerderij met stem nr 38, eigendom van de Opsterlandse grietman, is beeindigd maar eigendom van boerderij met stem nr 35 inmiddels verkregen. Volgens stemkohier is vader Luitjen ook hier eigenaar voor 4/5 en zoon Coendert voor 1/5, terwijl Albert Florus gebruiker is.
— Gebruiker van de boerderij met stem nr 18 te Jubbega-Schurega is inmiddels de jongere zoon Geert Luitjens (kw 134) geworden. De aanspraken te Schurega blijven gedeeld met anderen: Stemkohier 1728 Jubbega en Schurega (Schoterland) Stem nr. 18. Zakelijk gerechtigden: T. van Heloma kinderen, eigenaar - Jochem Frankena, eigenaar, met familie, voor ½ - Saake Baartes cum soc., eigenaar voor 1/6, en cum soc. voor nog 1/6 - Anna Frankena, eigenaar - Luitjen Coenes, eigenaar voor 1/6 Geert Luitjens, gebruiker Stemkohier 1728 Jubbega en Schurega (Schoterland) Stem nr. 17. Zakelijk gerechtigden: Luitjen Coenes, eigenaar voor 1/6 - Saake Baartes, eigenaar – Jan Bartels kinderen, eigenaar – Hessel Franses kinderen, eigenaar - Broer Johannes kinderen, eigenaar voor 1/6 - Jan Dirks, uit naam van zijn vrouw, eigenaar, met anderen, voor 2/3, en gebruiker voor 't geheel.

Gerben Luitjens (kw 134) is later ook dorpsrechter te Schurega, zoals zijn vader stelling was te Donkerbroek. Door ontbreken van (kerk-)registers diverse onzekerheden. Geboorte/doop van Gerben bijvoorbeeld niet bekend. Broer Coendert mogelijk Coene, doop 11-10-1682 te Oosterwolde (Ooststellingwerf FR), zv Luytjen Coenes stelling en nn.

PM: Coene, doop 10-9-1673 Oostermeer-Eestrum (Tietjerksterdadeel FR), zv Luitjen Coenes, naam van de moeder niet vermeld, “de vader is afkomstig van Donkerbroeck”.
— Coene, doop Donkerbroek 10-1-1675, zv Luytien Coenes stelling, naam van de moeder niet vermeld.
— Coene, doop Oosterwolde 11-10-1682, zv Luytien Coenes stelling, naam van de moeder niet vermeld.

Bij Quotisatie 1749: Coene Luitjes, boer te Donkerbroek, gezin van 6 personen ouder dan 12, aanslag 60 Cgldns 3 stuivers; Geert Luitjens, huisman te Schurega, gezin van 6 personen ouder dan 12, aanslag 52 Cgldns, 14 stuivers. Nog aan te vullen.

  1. Gerben 271. Ouders van: Hiltje Gerbens (kw 135)

  2. Jan Rykels (Rijkles, Riekeles, Rykolts), geb ca 1670, boer te Oudeschoot, ovl ca 1756 te Bovenknijpe, geweesen boer, ca 85j oud, gehuwd voor 1696 met

  3. Jantjen Hendriks, geb ca 1670, ovl 10-3-1758 te Oudeschoot, ca 88j oud.

Ouders van: Libbe Jans (kw 136)

Geen trouwregister bewaard van huwelijk. Wel register van dopen betreffende zes kinderen uit het huwelijk: Trijntje, doop 18-10-1696 Oudeschoot Tettje, doop 16-6-1700 Oudeschoot Aafke, doop 1707 Oudeschoot (geen maand of dag gemeld) Hendrikje, doop 1-11-1709 Oudeschoot Libbe Jans (kw 136), 1-1-1714 Oudeschoot Cout, 18-4-1717

LIBBE-vernoeming van de laat geboren zoon Libbe sluit niet aan bij de namen van grootouders. Waren er eerdere zonen, zoals Rykle of Hendrik? Libbe Jans staat gemeld in doopregister Herv Gem Oudeschoot als geboren 1-1-1714.

Bij QuotIsatie 1749 wordt een Jan Rykels gemeld te Bovenknijpe als geweesen boer, gezin van 3 personen ouder dan 12 (aanslag 36 Cgldns). Stemkohier 1698 Oudeschoot (Schoterland) Stem nr. 10. Zakelijk gerechtigden: Vicarie van Oudeschoot eigenaar - Jan Rykolts, gebruiker. Stemkohier 1728 Oudeschoot (Schoterland) Stem nr. 18. Zakelijk gerechtigden: De heer Martinus van Scheltinga, eigenaar van de stem, samen met Cornelius van Scheltinga, ingevolge testament van Daniel de Blocq van Scheltinga en Martha van Kinnema. Oud-kolonel Cornelius van Scheltinga, eigenaar van de landen, het stemrecht gemeenschappelijk met Martinus van Scheltinga Jan Rykholts, gebruiker. Ook andere meldingen.

  1. Bonne Romkes, huisman (boer) te Oudeschoot, geb ca 1690, ovl na 1749
  2. n.n. Stemkohier 1728 Oudeschoot (Schoterland) Stem nr. 20. Zakelijk gerechtigden: Commanderij (van de Duitse Orde), eigenaar - Bonne Romkes, gebruiker Mogelijk ouders van: Martjen Bonnes (kw 137) Bonne Romkes komt in doopregister Herv Gem Oudeschoot tweemaal voor als vader van een dopeling: Martjen 13-8-1715 Jan 12-11-1717. Bij Quotisatie 1749 is Bonne Romkes te Oudeschoot als huisman gemeld, gezin van 3 personen ouder dan 12 (aanslag 23 Cgldns 15 stuivers).

  3. Hendrick 277. Ouders van: Aitse Hendricks (kw 138) Deze voorouderslijn niet meer goed terug te vinden.

  4. Rinke Jans

  5. Lysbeth Ruurds (Riurds) Ouders van: Auk (Acke) Rinkes (kw 139) Deze voorouderslijn mogelijk nog wel ietsje terug te documenteren. Met twijfels over juistheid.

  6. Jan Wolters = 132

  7. Jantjen Jelles = 133

  8. Geert Luitjens = 134

  9. Hiltje Gerbens = 135

312. Wybe Elerts (Wybe Eelards), gedoopt te Terhorne 9-11-1704, trouwt 21-6-1729 te Irnsum (beiden uit Irnsum) met 313. Diuke Pyters (Djoeke, Dieuwke)

Uit dit huwelijk een eerste kind Elert, doop Akkrum-Terhorne 15-1-1730, jong overleden, vervolgens (doopregister Rauwerd-Irnsum): Pieter (Pyter) Wybes, doop 3-6-1731. Elert Wybes (kw 156), doop 2-9-1732, tr 13-5-1758 met Lolkje Pieters (kw 157). Wimke Wybes, doop 26-12-1733, trouwt 22-5-1763 te Rauwerd met Wiltje Wybes (Wilke), arbeider. Uit het huwelijk: (1) Aafke, geb 17-12-1764, doop 23-12-1764. (2) Wybe, geb 11-5-1777, doop 18-5-1777.

Bij Quotisatie van 1749 wordt Wybe Elerts niet vermeld. Bij naamregistratie van 1811 laten zonen van Elert Wybes (kw 156) de naam VAN DER WERF registreren. Onder die naam al voor 1811 in registers aan te treffen. Noot: Bij naamregistratie van 1811 meldt zich te Akkrum Pieter Wybes VAN DER WERF. Deze overlijdt 20-7-1818 op de leeftijd van 73j (volgens de aangifte). Zoon Pieter Wybes van Wybe Elerts zou 87j oud zijn geweest in 1818. Déze Pieter Wybes VAN DER WERF is in 1744 te Akkrum geboren (doop 23-7-1744) als zoon van Wybe Jelles. Naam van de moeder in doopregister niet genoemd, huwelijk van Wybe Jelles niet geregistreerd. Wybe Jelles laat als vader te Akkrum dopen: Ycke 20-3-1740, Ycke 14-1-1742, Pieter 23-7-1744, Gerryt 30-1-1746, Antje 10-12-1747. Je zou zijn naam bij Quotisatie van 1749 verwachten: zijn naam ontbreekt. Was “Wybe Jelles” mogelijk een andere schrijfwijze voor “Wybe Elerts/Jelerts/Jellers”? Het lijkt me sterk.
— De in 1811 optredende Pieter Wybes VAN DER WERF te Akkrum had een eerste huwelijk (geen trouwregister) met Geeske Klases (Geiske) en liet kinderen dopen: Klaas (1767), Wybe (1770), Grietje (1773), Dioeke (1775), Sjoerd (1777), Doeke (1780) en Dieuke (1784). Dus ook Diuke-vernoeming, maar dit kan alweer toeval zijn. In 1811 meldt hij de zonen: Klaas VAN DER WERF (45, Oudega), Wybe VAN DER WERF (42, Baard, 2 kinderen) en Doeke VAN DER WERF (32, Akkrum, 3 kinderen). Deze noot als PM. .

  1. Nolke Jans, geb ca 1690, trouwt voor 1721 met
  2. Sjoerdtje Sikkes, geb ca 1695

Ouders van Jacob Nolkes VAN DER MEER (kw 158), geb Gaastmeer (Wymbritseradeel, FR) 13-10-1723, doop 17-10-1723, gehuwd te Sneek 25-6-1747 met Leukjen Warners OVERSEE en Sneek 13-5-1752 met Luikjen Jans (kw 159).

Stemkohier 1728 Nijhuizum (Wymbritseradeel) Stem nr. 12. Zakelijk gerechtigden: Dr. Dominicus Rispens erven, eigenaar - Nolke Jans, gebruiker

Bij Quotisatie van 1749 wordt Nolke Jans niet vermeld, ook zijn zoon Jacob niet, hoewel deze in 1747 (Jacob Nolkes VAN DER MEER) zelfstandig gezinshoofd was geworden. Wel (mogelijk) de zoon Sikke Nolkes.
— Huwelijk van Nolke Jans en Sjoerdtje Sikkes (Sjutje Sickes) niet geregisteerd gevonden. Doopmeldingen van kinderen vanaf 1721: Sicke Nolkes, geb 9-9-1721, doop Sânfirden (Gaastmeer-Nijhuizum, Wymbritseradeel, FR) 14-9-1721. Huwelijk te Tirns (Wymbr) 12-5-1748: Sikke Nolkes OVERMEER en Janneke Paulus VAN DER VEER, beiden te Tirns. Hij is dan 26. Bij Quotisatie van 1749: Sikke Nolkes te Gauw (Wymbr), arm visscher, gezin van 2 volw, aanslag 8 Cgldns. Doop 15-7-1753 van een dochter Sjoerdje Herv.Gem Ysbrechtum-Tjalhuizum-Tirns. Jacob Nolkes VAN DER MEER (kw 158), geb 13-10-1723, doop Gaastmeer 17-10-1723. Zie verder Generatie 8, kw 158. Marten Nolkes, geb 26-3-1726, doop Gaastmeer 31-3-1726 (alleen naam van vader Nolke Jans ingeschreven). Huwelijk te Tirns 13-5-1753: Marten Nolkes OVERMEER en Elisabeth Paulus VAN DER VEER, hij te Tirns, zij van Jorwerd (derde proclam Jorwerd 25-3-1753, Marten Nolkes OVERDEMEER). Gelk Nolkes, doop Gaastmeer 30-9-1729. Huwelijk te Heeg (Wymbr) 7-10-1753: Roeloff Hendriks, afk Oosthem, Gelk Nolkes, afk Heeg. Jouk Nolkes, doop 13-7-1732 Wonseradeel (Parrega-Hieslum-Greonterp), dv Nolke Jans en Sjutje Sickes. Aanname dat Jouk, waarschijnlijk een dochter, bij het rijtje hoort. Nolke Jans zou nog te Parrega hebben gewoond, mogelijk in visserberoep (of als schipper). Jan Nolkes, doop Gaastmeer 19-6-1735.

Zoon Jacob Nolkes trouwt in eerste huwelijk met Lieuwkjen Warners, dv van schipper OVERSEE te Sneek. Zonen Sikke Nolkes en Marten Nolkes trouwen met dochters van Paulus Jans VAN DER VEER. Die achternaam (bijnaam) ook al dan in gebruik. Paulus Jans VAN DER VEER trouwt 20-5-1720 te Wieuwerd (Baarderadeel, FR) met Rintske Idses, beiden van Wieuwerd.

  1. Jan Luiwes, trouwt Sneek 12-5-1715 met
  2. Rinske Eelties (Ellerts?) Ouders van Luikjen Jans (kw 159), gedoopt Sneek 6-2-1726, getrouwd Sneek 13-5-1752 met Jacob Nolkes (kw 158). Doop van Luikjen in 1726, register Herv.Gem Sneek gemeld. Ondertrouw (27-4-1715) en huwelijk 12-5-1715 van Jan en Rinske. Over andere kinderen uit huwelijk van Jan en Rinske geen meldingen. Volgens Quotisatie van 1749 is Jan Luiwis dan alleenstaande, wonend Koornmerk te Sneek, en zonder inkomsten, onderhoud (diaconie of armbestuur).

Wanneer we ons niet vergissen met de gelegde relatie is dochter Luikjen (in 1749, 23j) al uitwonend, mogelijk al vele jaren. Nog aan te vullen. P.M. (waarschijnlijk niet de zelfde): Burgerboek Sneek 1687 Legt de eed af: Jan Lieuwis Datum: 6 mei 1687 Afkomstig van Tirns.

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Jan Jansz ROM (ROEM), doop Rotterdam (remonstrants) 26-1-1670, begr Rotterdam 4-1-1719 (?). Trouwt (vermoedelijk)
  2. Maertje (Ariejens) VAN DER SCHEE, begr Rotterdam St.Janskerkhof 28-10-1730

Geen meldingen in Rotterdamse kerkregisters over huwelijk en dopen van kinderen. Vermoeden (zie ook kw 640) dat de ouders van Jan rond 1700 niet te Rotterdam woonden. Wellicht gingen ze aan de Giessen wonen (Alblasserwaard). Daarna terug bij Rotterdam.

Rond Nieuwjaar 1719 is Jan Janse ROM te Rotterdam overleden, daar begraven 4-1-1719, man van Marijtje Arijjens. Het echtpaar woonde op’t Kleijne Kipstraetje. Volgens mijn berekening is oudbetovergrootvader Jan ROM slechts 48 jaar oud geworden.

Op 28-10-1730 wordt op het St.Janskerkhof te Rotterdam Maertje VAN DER SCHEE begraven, weduwe van Jan ROEM. Een leeftijd wordt niet vermeld. Misschien werd ze rond 55 jaar oud. De weduwe verdiende de kost als turftonster, ze woonde aan het Franse Water bij de Wagestraat. Over huwelijk van Jan en Maertje en dopen van hun kinderen geen meldingen in Rotterdamse registers. Mogelijk woonden ze elders (Alblasserwaard?). Twee zonen van hen komen we na 1720 wel in de Rotterdamse registers tegen, denk ik: Jan Jansz ROMP (ROEM). David Jansz ROEM (kw 160). Bij overlijden: ROMP.

David (ca 1700-1783) wordt oudovergrootvader in de ROEM-lijn. Zie verder bij kw 160. Over zijn oudere broer Jan het volgende (aannames):

Op 23-8-1725 wordt huwelijksregister kerk IJsselmonde ondertrouw (pro deo) ingeschreven van Jan Jansz ROMP en Grietje Pieters BOOM. Zij uit IJsselmonde (Rotterdam), hij uit Peursum. Peursum is dorp aan de Giessen, in de Alblasserwaard. Jan en Grietje zijn in Kralingen (Rotterdam) gaan wonen want 4-11-1725 wordt daar hun zoon Jan gedoopt (doopgetuige Cornelia Cobus BLOCK). Ruim twee maanden na huwelijksdatum. En 6-5-1728 hun zoon Pieter (doopgetuige Willempje Pieters BOOM). Elf dagen hierna, 17-5-1728, wordt Grietje BOOM begraven. De achternaam ROEM verschijnt bij de doop van Pieter en de begrafenis van Grietje. En ook als Jan Jansz ROEM, weduwnaar van Grietje BOON (!), afkomstig van Kralingen, op 3-2-1729 trouwt met Maria Jans TIELEMANS, jongedochter, afkomstig van Gijbeland onder Brandwijk. Jans tweede vrouw woonde in de Alblasserwaard, niet ver van Peursum. Van geboorte overigens (ook) Rotterdams, wanneer we aannemen dat ze daar 27-11-1696 werd gedoopt, dochter van Tieleman Jansz (Hoestenbeecq) en Arjaantje Willems. Bij huwelijk met weduwnaar Jan was ze dan 32, ongeveer even oud als Jan. Misschien kenden ze elkaar uit de jeugd in Alblasserwaard.

Op 7-3-1729 wordt te Kralingen een zoon van Jan Roem begraven (Pieter, 10 maanden oud?). Op 1-2-1730 een ander kind van Jan Roem (Anna, kort na geboorte, dochter bij Maria Tielemans?). Op 6-10-1736 wordt de jongeman Jan ROMP begraven. Geen melding van ouders en leeftijd. Maar mogelijk de oudste zoon van Jan en Grietje. Jan en Maria krijgen na de jong gestorven dochter Anna geen kinderen meer. De Jan Jansz ROM-naamlijn eindigt met het overlijden van Jan ROEM, begraven bij de Hervormde kerk van Hillegersberg (Rotterdam) 3-6-1769. Ruim 70 jaar oud geworden. Maria Jans TIELEMANS, de tweede vrouw van Jan ROEM, is tante van de kinderen van diens broer David (kw 160) en treedt voor kinderen van David regelmatig op als doopgetuige.

  1. Willem Pietersz VALSTAR, geb Naaldwijk 14-10-1668, ovl Naaldwijk 22-1-1737, 68j oud, tr Naaldwijk 12-9-1694, hij 24, met
  2. Johanna BLOM (of BOM), afkomstig uit Wateringen (bij Naaldwijk).

Uit dit huwelijk: Pieter Willemsz VALSTAR, geb 3-7-1695 te Naaldwijk, tr. 16-8-1722 te sGravenzande met Martijntje ’t Hart, geb 27-11-1700 te sGravenzande, ovl 26-11-1751 te Naaldwijk, dochter van Pieter ’t Hart. Bij huwelijk wonen beide in de Oranjepolder. Uit dit huwelijk de zonen: Pieter (geb 1722), Jan (geb 1726), Ary (geb 1728) en Johannes (1740-1794). De zoon Johannes Pietersz Valstar trouwt 23-6-1771 met Jannetje van Tuk (1745-1817). Uit dat huwelijk worden de kinderen: Maria (1772), Grietje (1773), Jan (1777), Pieter (1780), Geertje (1785) en Ary (1788-1864) geboren. Jongste zoon Ary Johannes Valstar trouwt 29-11-1812 met Pieternella van Haren. Uit dit huwelijk de kinderen: Johanna, Hendrik en Jannetje Valstar (1821-1891) die 30-11-1844 trouwt met Martinus Prins (1823-1896). Zij krijgen twaalf kinderen onder welke de dochter Klazina Prins (1859-1898) die ca 1885 trouwt met Nicolaas Roem (vgl kw 10). Eva Dirk Willemsz VALSTAR (kw 166) Leuntje Claes Er is een Valstar-familieboek (door L.Valstar).

  1. Leendert Isaackzs VAN EIJCK, geb. 1675 te Maasland, wonende te Sandambacht, trouwt 5-1-1698 voor de kerk te ’s Gravenzande met
  2. Lijsbeth Cornelisdr VAN DER KOOIJ, gedoopt 1676 te Delft, begraven 8-11-1727 te Pijnacker.

Uit dit huwelijk: Martijntje Leendertse VAN DER EIJCK (kw 167).

  1. Lammert UYTERMARCK 349.

Ouders van: Roelof Lammerts UITERMARCK (kw 174) die woonde te Bronkhorst-Steenderen (GLD) ca 1680-1750

  1. Jurrien Everts OP DE VREE
  2. Jenneken (?)

Ouders van: Esselina Jurriens (kw 175)

  1. Joost VAN LEEUWEN 369.

Uit dit huwelijk: Aart Joosten van Leeuwen (kw 184)

  1. Claes Symonsz VAN DEN EENDENBURG, ged. 25-3-1675 te Terheide, trouwt 9-3-1698 te Monster met
  2. Lijsbeth Arents VAN DUYN, ged. 11-5-1670 te Monster. Uit dit huwelijk (minstens): Annetje Claesdr VAN DEN EENDENBURG (kw 185). Lijsbeth van Duyn was eerder, 11-5-1692, getrouwd met Philips VAN DER HOEVEN.

  3. Willem Anssum VAN SPRONSEN, ged. 31-8-1670 te Terheide, overl 22-4-1749 te Monster, trouwt 14-11-1699 voor de kerk te Monster met

  4. Lijntje Jansdr VERGOUDE, ged. 31-12-1673 te De Lier, overl 18-7-1740 te Monster. Uit dit huwelijk: Arent Willemsz VAN SPRONSEN (kw 186) Cornelis Willemsz, ged 16-3-1710 te Monster, overl in 1761, tr 19-4-1739 met Johanna Pietersdr VAN BREEMEN, ged 7-3-1717 te Loosduinen, overl 26-8-1759.

  5. Laurens Arijens VAN SPRONSEN, geb. ca. 1650, marktschipper, overl voor 1-2-1730, trouwt 15-5-1683 te Monster met

  6. Geertje Arijensdr VOS, ovl na 1-2-1730. “Op 1 februari 1730 verkocht Geertie Ariens VOS, weduwe van Laurens Arentse VAN SPRONSSEN, wonende te Monster, aan haar zoon Cornelis Laurense VAN SPRONSEN, een huis en nog een klein huis en erf in het dorp Monster aan de westzijde van de Vaert, belendend O de voorszeide vaart, Z Adam van Dijk en Dirck Joosten Zijtregtop, W de Schougreppel en N de erfgen. van Jan Joosten Zijtregtop, en tevens een marktschuit met zijn zeilagie en al het geen daartoe behoort; het huis is door de verkoopster bewoond, laatste brief d.d. 17 januari 1683, voor 600 gldns.” (kwartierstaat VAN DER KROGT). Pand en schuit waren na dood van hun ouders gedeeld bezit geworden van halfzus Gooltje, broer Anssum en Laurens. Per 5-1-1693 kocht Laurens de anderen uit. Tot dan had Anssum de marktschuit gebruikt en voer Laurens als knecht bij de marktschipper Leendert van der Zalm. Vanaf nu is hij zelfstandig marktschipper. Uit het huwelijk, gedoopt te Monster: Lijsbetje, ged. 3-4-1684 Marijtje, ged. 30-9-1685 Arent, ged. 11-1-1688 Jan, ged. 11-1-1690 Arij, ged. 4-11-1691 Magtelt, ged. 7-11-1694 Cornelis, ged. 16-11-1700 (koopt 1730 huis en schuit) Pieter, ged. 19-2-1702 Geertje (kw 187), ged. 1704 ?

  7. Jochum Jacobsz (VAN) VREUGDENHIL, geb 12-7-1671 (ged. 17-7-1671) te Naaldwijk, van 1726 tot 19-12-1735 spuiwachter op de Delflandsche buitenspui op het Oranje Gors, begraven 5-9-1735 te Oranjepolder, 64 jaar oud, trouwt 5-5-1697 te Naaldwijk met

  8. Geertje Lucasdr VERKOORN (VERKOREN), ged. 28-1-1674 te Naaldwijk, overl te Naaldwijk in 1721, 47 jaar oud.

Uit dit huwelijk: Jacobus Jochumsz VREUGDENHIL, gedoopt De Lier op 25-5-1698, tr 30-5-1723 te Naaldwijk met Neeltje Arends ZEEMAN, afkomstig uit Honselersdijk, gedoopt te Naaldwijk 16-4-1702, ovl 1744, dochter van Arend Andriesz ZEEMAN en Hendrikje Arends VAN DER BEEK. Jacobus en Neeltje krijgen de kinderen: Jacobus (1726, wordt 6 weken), Ary (1729), Geertje (1730), Arend (1731), Geertje (1734), Arend (1737), Anna (1740), Dina (1743). Lucas Jochumsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk op 27-6-1700, in ondertrouw op 2-12-1724 te Goudswaard (Hoeksewaard, bezuiden Rotterdam) met Pietertje Cornelisse VAN DEN BOOGAARD. Ze krijgen de kinderen: Geertje (1725), Cornelis (1726), Jobje (1728), Johannes (1731-1813) en Leysbeth (1732). Dirk Jochemsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk op 12-5-1702, bouwman, begraven ’s Gravenzande 17-2-1781, 78 jaar oud, tr 23-5-1728 te ’s Gravenzande met Jaepje Pieters OVERGAEUW, gedoopt Naaldwijk 21-6-1705, begraven ’s Gravenzande op 7-7-1792, dochter van Pieter Teunisz OVERGAEUW en Annetje Jacobs HOOGSTRATEN. Dirk en Jaepje krijgen de kinderen: Geertje (1729-1786), Anna (1731-1822), Jacobus (1732), Jochem (1736-1820), Cornelis (1738), Jan (1739), Cornelis (1741), Jan (1743-1812), Pieter (1744) en Cornelis (1746). Cornelis Jochumszn VREUGDENHIL (kw 188), gedoopt Naaldwijk 10-10-1704. Lijsbeth Jochumsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 2-7-1706, ovl aldaar 20-5-1780, 73 jaar oud, tr (1) 14-6-1733 ’s Gravenzande met Jan Willemsz SWAENSWIJK, gedoopt ’s Gravenzande 3-11-1709, zoon van Willem Jacobsz SWAENSWIJK en Aaltje Cornelisse VAN DER GAAG, tr (2) 24-1-1740 ’s Gravenzande met Jan Theunisz YZERMAN, gedoopt aldaar 21-10-1712 en begraven 5-12-1764, 52 jaar oud, zoon van Theunis Jansz YZERMAN en Aagje Cornelisse VELLEKOOP. Uit huwelijk van Lijsbeth en Jan Yzerman de dochter Aagje Jans die trouwt met haar neef Thomas, zoon van Cornelis Jochumszn VREUGDENHIL. Gerrit Jochumsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 2-11-1708, begraven ’s Gravenzande 29-12-1784, 76 jaar oud, tr (1) 19-10-1732 ’s Gravenzande met Lijsbeth Thomas VAN BEIJEN, gedoopt ’s Gravenzande 31-7-1707, begraven aldaar 28-4-1764, 56 jaar oud, dochter van Thomas Jansz VAN BEIJEN en Maartje Cornelisse VAN DER KOOIJ, tr (2) 11-10-1767 ’s Gravenzande op 58-jarige leeftijd met de 52-jarige Marijtje Willems DIJKSHOORN, gedoopt ’s Gravenzande 7-7-1715, dochter van Willem Cornelisz DIJKSHOORN en Aaltje Gillis DUIFHUIS. Uit het huwelijk van Gerrit en Lijsbeth van Beijen de kinderen: Thomas (1732), Geertje (1734), Thomas (1735-1785), Marytje (1738-1812), Joghem (1739-1741), Jan (1741), Lysbeth (1743), Elsje (1745) en Hannes (1748-1804). Geertruid Jochumsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 25-5-1711, ovl voor 11-2-1753, hoogstens 41 jaar oud, tr 2-1-1735 ’s Gravenzande met Crijn Dirksz (Krijn) KOPPENOL, geboren op het eiland Rozenburgh, gedoopt Rozenburg 10-3-1709, begraven ’s Gravenzande 9-8-1774, zoon van Dirk Daniël KOPPENOL en Lijntje Crijnen VRIJLAND. Geertruid krijgt in ieder geval een zoon Jacob Crijnsz Koppenol. Op 11-2-1753 trouwt Krijn Koppenol te ’s Gravenzande met Johanna Elisabeth STEFFENS. Magdalena Jochumsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 9-6-1715, begraven aldaar 18-1-1786, 70 jaar oud, tr (1) op 19-jarige leeftijd 5-12-1734 te Naaldwijk met de 34-jarige Hendrik VAN JAERSVELT, gedoopt 31-10-1700 te Waardenburg (Neerijnen), zoon van Dirk VAN JAERSVELT en Lijsbeth SLUIJMER, tr (2) op 42-jarige leeftijd 29-1-1758 te ’s Gravenzande met Johan FELTKAMP, afkomstig uit Schalen, ovl voor 7-11-1776. Marijtje Jochumsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 9-2-1720, begraven ’s Gravenzande 7-2-1791, tr (1) 7-6-1744 ’s Gravenzande met Cornelis Willemsz SWAENSWIJK, gedoopt ’s Gravenzande 17-5-1716, zoon van Willem Jacobsz SWAENSWIJK en Aaltje Cornelisse VAN DER GAAG, tr (2) op 35-jarige leeftijd 17-8-1755 te Maassluis met de 22-jarige Harmanus Barendsz VAN DIEM, gedoopt Hillegersberg 19-10-1732, begraven ’s Gravenzande 30-12-1808, zoon van Barend VAN DIEM en Cornelia VAN LEEUWEN. Josina Jochumsdr VREUGDENHIL, afkomstig uit Zandambacht, tr 30-10-1746 te ’s Gravenzande met Jan Pietersz ROEVERS uit Honselersdijk.

Oudbetovergrootmoeder Geertje Lucas VERKOORN is in 1721 te Naaldwijk begraven, 47 jaar oud. Vermoedelijk had de geboorte van jongste dochter Josina hier veel mee te maken. Jochum Jacobs VREUGDENHIL is dan 50 jaar oud. Hij trouwt (2) op 6-1-1726 te Naaldwijk met Pietertje Pouwel VAN (DER) EIJK, weduwe van Klaes VAN DER HANS.

Volgens akte van 6-5-1699 kocht Jochum Jacobsz van Vreugdenhil van Joris Arendsz VAN DE VALCK te Naaldwijk een huis “begrensd door Potterslaan (oost en zuid) en de Diakoniearmen (west), belast, onder andere met een rente van 15 stuivers per jaar ten behoeven van Groot-armen”.

  1. Cornelis VAN DEN HOEVEN trouwt ca. 1700 met 379.

Uit dit huwelijk: Annetje Cornelis VAN DEN HOEVEN (kw 189), gedoopt te Naaldwijk 3-4-1712.

  1. Cornelis Ariesz SAARLOOS, ged te Numansdorp (Hoeksewaard) 3-4-1667, ovl na 1723, sluiswachter van de Westerse Sluys, ‘opschieter van slooten’, trouwt 5-8-1696 te Numansdorp met
  2. Maria Dirksdr VAN DER SLOOT, geb ca 1670, ovl te Numansdorp 24-7-1723. Ook de vader van Cornelis, Arie Kommersz SAARLOOS (kw 760), was “schieter van slooten” (aannemer) in de Hoeksewaard. Cornelis nam de functie van zijn vader over.

Uit dit huwelijk (dopen te Numansdorp): Arie Cornelisz SAARLOOS (kw 190), 11-11-1696 (3 mnd na huwelijk) Pieternelletje, 29-3-1699 Maaike, 22-3-1702 Dirk, 2-11-1704 Gijsbert Cornelisz SAARLOOS, ged te Numansdorp (Buitensluis) 29-6-1707, ovl 14-11-1773 te Nieuw-Beijerland, trouwt (1) 5-5-1737 te Goudswaard met Geertruyd Ariens van Bockhoven (gedoopt 24-3-1712 te Strijen, ovl te Goudswaard ca 1739), trouwt (2) 14-8-1740 te Goudswaard met Pietronella Andriesdr van Strijen. Gijsbert woonde aan de Coorndijk onder Goudswaard, verhuisde later naar Nieuw-Beijerland waar hij heemraad werd. Ariaantje, 30-10-1709

  1. Cornelis Gerritsz VAN DEN BOOGAART, gedoopt te Goudswaard 16-10-1667, trouwt 3-6-1701 te Goudwaard, hij 33, zij 22, met
  2. Maria Leenderts SPUIDIJK, gedoopt te Nieuw-Beijerland 12-3-1679, ovl in april 1702 te Goudswaard, 23j oud.

Uit dit heel korte huwelijk (mogelijk overleed Maria in het kraambed): Pieternella VAN DEN BOOGERT (kw 191)

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. Wybe Minnes, ovl te Haskerhorne voor 1710, boer, in 1698 vermeld als gebruiker (huurder) van boerderij stem nr 23 te Haskerhorne, tr met
  2. Jol Jacobs, ovl na maart 1713 Uit dit huwelijk oa: Minne Wiebes (kw 192) en Folkert Wiebes ?

Gegevens nog aan te vullen. Wybe Minnes wordt 1698 (stemkohieren) vermeld als gebruiker van de stemhebbende plaats 23 te Haskerhorne, die voor 2/3 eigendom is van de jonkheer Hessel VEGELIN VAN CLAERBERGEN, grietman over Haskerland, en voor 1/3 van Jelle Remmelts, “papist”. Bij het kohier van 1698 de melding dat stem 23 is samengevoegd met nrs 21 en 22. Volgens het kohier van 1698 zijn de stemhebbende plaatsen Haskerhorne 21 en 22 eigendom van Aurelia VAN HILLAMA en is Yde Engles er de pachtboer (gebruiker).

De hierboven genoemde personen zijn overleden (ver) voor 1728. In stemkohieren 1728 niet meer melding van samenvoeging. Wel zijn de stemhebbende plaatsen Haskerhorne 21, 22 en 23 dan eigendom van de jonkheer Philip Frederik VEGELIN VAN CLAERBERGEN, zoon van Hessel en diens opvolger als grietman van Haskerland. Zoals in 1698 zijn vader is hij van plaats 23 voor 2/3 eigenaar. Michiel Hayes bezit 1/3, Ytse Johannes is boer op de plaats (gebruiker). Plaatsen 21 en 22 zijn vol eigendom van de grietman en Folkert Wiebes is er de pachtboer (gebruiker). Zoon van eertijdse pachter Wybe Minnes? Dat is nog niet duidelijk. Minne Wiebes (kw 192) is in 1728 pachtboer (gebruiker) op de plaatsen Haskerhorne 15 en 16, die ook eigendom zijn van grietman Philip Frederik, en op de plaats Oudehaske 39, eigendom van grietenijsecretaris Cyprianus TADEMA.

Bij Quotisatie 1749: Minne Wiebes (kw 192) te Haskerhorne, boer, redelijk in staat, gezin 5 personen ouder dan 12, aanslag 43 Cgldns. Gehuwd 14-1-1720 met Martjen Franckes (kw 193). Folkert Wiebes te Haskerhorne, boer, redelijk begoet, gezin 6 personen van wie 3 jonger dan 12, aanslag 43 Cgldns. Gehuwd (1) Haskerhorne 3-5-1716 met Antie Molles en (2) Haskerhorne 1-2-1739 met Hiltie Dirks.
— Aanname dat dit dezelfde Folkert is. Uit huwelijk met Antie Molles een dochter: Gepke Folkerts, doop Haskerhorne 31-1-1717 (zij trouwt Oudehaske 18-9-1746 met Tjerck Dercks, die bij Quotisatie 1749 wordt vermeld als schippersknegt, matig, aanslag 15 Cgldns 16 stuivers, gezin 2 volwassenen). Uit huwelijk met Hiltie Dirks de kinderen: Wybe, doop 24-7-1740, Wybe 3-6-1742, Olke 1-12-1743, Joltje 11-5-1747 en Antje 25-12-1750.

  1. Francke, nog te hervinden 387.

Uit dit huwelijk: Martjen Franckes (kw 193)

  1. ? Pier Piers, geb ca 1660, tr 27-1-1695 te Joure (hij Lemmer, zij Joure) met
  2. ? Grietje Sipkes, doop 2-6-1661 te Joure

Uit het huwelijk: 1. Pier Piers (vgl kw 194), doop 29-3-1696 te Joure 2. Jaaike, doop 21-1-1698 te Joure

  1. ? Aage Johannes, doop 27-12-1665 te Joure, tr 10-2-1695 te Joure met
  2. ? Corneliske Jans

Uit het huwelijk: 1. Grietie, doop 15-12-1695 2. Johannes Ages, doop 16-1-1698, tr (1) 3de proclamatie 29-6-1722 met Tiet Rinnerts, tr (2) 3de proclamatie 21-8-1735 met Wypk Sibes. Uit huwelijk met Tiet 6 kinderen, dopen te Joure: Aage 22-8-1723, Knieleske 9-3-1727, Hittie 29-2-1728, Hitje 25-6-1730, Hitje 9-3-1732, Tiet 10-9-1734 (moeder Tiet is overleden). Uit huwelijk met Wypk 2 kinderen: dopen Sibe 17-10-1736, Cnieleske 17-3-1739. Bij de Quotisatie van 1749: Johannes Ages, Joure, schipper, matig in staat, gezin 6 personen waarvan 1 kind jonger dan 12, aanslag 42 Caroligldns. 3. Griet, doop 24-9-1699 4. Trijntie, doop 25-5-1702 5. Jouckjen Ages (vgl kw 195), doop 12-10-1704

  1. Meye 393. Ouders van: Franke Meyes (kw 196)

  2. Sybren 395. Ouders van: Nan Sybrens (kw 197)

  3. Ellert Hanses, trouwt ca 1701 te Terband (Aengwirden) met

  4. Wyts Eeuwes,

Uit dit huwelijk: 1. Hans Ellerts (kw 198), gedoopt 17-9-1702 Terband 2. Griet Ellerts, gedoopt 7-8-1707 Terband 3. Auke Ellerts, gedoopt 20-1-1709 Luinjeberd

Stemkohier 1728 Tjalleberd (Aengwirden) Stem nr. 6. Zakelijk gerechtigden: Ellert Hanses, eigenaar voor 1/5 - Bonne Gjolts (GJALTS), eigenaar voor 3/5 - Anne Johannes kinderen, eigenaar en gebruiker voor 1/5 Opm. Curator: Jacob Libarius - Wytse Oenes, gebruiker voor 1/5 - Dirk Jans, gebruiker voor 3/5

Stemkohier 1728 Nijehaske (Haskerland) Stem nr. 24. Zakelijk gerechtigden: Ellert Hanses, eigenaar voor ¼ - Homme Ruyrds, als erfgen van Minke/Mins Hessels, eigenaar voor ¼ - Syds Helmigs, eigenaar voor ½ - Wybe Clases cum soc., gebruiker

  1. Oene Harmens, geboren ca 1681, boer, ontvanger (belastingen) te Ouwsterhaule-Nijega-Oldeouwer (Doniawerstal), tr ca 1705 met
  2. Jicke Hendriks, geboren ca 1685.

Uit dit huwelijk (dopen Ouwsterhaule etc): 1. Harmen Oenes, geb 31-12-1707, doop 1-1-1708. 2. Hendrik Oenes, geb 20-4-1710, doop 20-4-1710. 3. Wytse Oenes (OENEMA, kw 200), geb 29-12-1712, doop 1-1-1713. 4. Meyke Oenes, doop 26-12-1715. 5. Griet Oenes, geb 27-9-1718, doop 2-10-1718.

Bij dopen van Hendrik (1710) en Griet (1718) in register bij Oene Harmens de functie ontvanger gemeld. Bij Quotisatie 1749 wordt Oene Harmens niet meer vermeld. Wel Wytse Oenes te Ouwsterhaule, hij is dan 37, boer en schoolmeester. Aanslag 40 Cgldns. En Harmen Oenes te Woudsend (in het naburige Wymbritseradeel) die dáár schoolmeester is. Deze trouwt Woudsend 8-5-1735 met Jancke Dirks. Dopen gemeld van Aebel 19-2-1736 en Oene 3-12-1741 (in beide gevallen Harmen als meester genoemd). In 1749 bestaat gezin volgens aanslag uit 2 personen ouder dan 12. Aanslag slechts 15 Cgldns. Of deze Harmen oudere broer was van Wytse nog niet aangetoond. Hendrik Oenes tr Ouwsterhaule 9-5-1734 met Trijntje Tebbes (afkomstig van Rotsterhaule). Register meldt 4 dopen Ouwsterhaule: 1. 12-11-1734, geen naam van kind genoteerd. 2. Jicke, geb 22-2-1735, doop 27-2-1735. 3. Vrouk, geb 31-5-1737, doop 2-6-1737. 4. Grytje, geb 2-4-1739, doop 12-4-1739. Bij Quotisatie 1749 geen Hendrik Oenes of weduwe van hem te Ouwsterhaule meer vermeld. Nog verder aan te vullen.

Oene Harmens is mogelijk ca 45-50j oud geworden. Hij bewoonde boerderij stem nr 9 te Ouwsterhaule (ook nr 10?). Bij overlijden was hij tevens bijzitter (dorpsrechter of wethouder). Volgens stemkohier van 1728, hij is dan overleden.

Stemkohier 1728 Ouwsterhaule (Doniawerstal) Stem nr. 9. Zakelijk gerechtigden: Bijzitter Oene Harmens nagelaten minderjarige kinderen, eigenaar. Curatoren: Bote Eises en Marten Harmens Stemkohier 1728 Ouwsterhaule (Doniawerstal) Stem nr. 10. Zakelijk gerechtigden: Bijzitter Oene Harmens nagelaten minderjarige kinderen, eigenaar. Curatoren: Bote Eises en Marten Harmens

  1. Foppe Hinnes, geb ca 1690 te Joure, tr Joure 3-9-1713 (derde proclamatie) met
  2. Wytske Annes

Uit dit huwelijk (dopen Herv.Gem. Joure, Westermeer, Snikzwaag): 1. Catryne Foppes, doop 20-5-1714. 2. Reinske Foppes, doop 9-5-1717. 3. Hinne Foppes, doop 28-10-1718. 4. Reinske Foppes, doop 11-10-1722. 5. Antje Foppes, doop 8-4-1731. Bij Quotisatie 1749: Foppe Hinnes te Joure, gezin 4 personen ouder dan 12, verver, redelijk in staat, aanslag 32-9 Cgldns. Mogelijk hoort dit echtpaar niet in onze kwartierstaat thuis en is de Reinske Foppes van 1717 jong overleden en niet de Rinske Foppes (kw 201) die in 1737 trouwt met Wytze Oenes.

  1. Claes Claessen, gedoopt 31-8-1684 te Langweer, ovl voor 1749, trouwt ca 1710 met
  2. Yns (Ynts) Roukes, gedoopt 5-10-1690 te Langweer.

Uit het huwelijk (dopen Herv.Gem. Langweer, Dijken, Teroele, Boornzwaag): 1. Aechien (Aagje), gedoopt 10-12-1713 2. Zintje (Sientje?), geb. 27-10-1715, ged. 10-11-1715 3. Claas (kw 204), geb. 23-10-1717, ged. 14-11-1717, doopheffer is de moeder.

De in 1717 geboren Claas Clazes (Klaas Klases) was in 1749 (wellicht) beurtschipper te Langweer. Mogelijk was zijn vader Claes Claessen ook beurtschipper en moest deze om reden van beroep de doop van zijn zoon missen – zodat moeder Yns Rouckes in het kerkregister specifiek als ‘doopheffer’ wordt vermeld. Gissingen.

  1. Jo(h)annes RUDOLPHI, gedoopt 19-12-1680 te Franeker, predikant te Peasens en vanaf juli 1730 te Witmarsum, ovl 7-1-1755 te Witmarsum en daar in de kerk begraven, 74j oud, trouwt 2-10-1712, 31j oud, te Peasens met
  2. Aukje Eelkes, ovl te Witmarsum in 1758.

De jonge kandidaat Johannes (Joannis) RUDOLPHI wordt 13-11-1707 te Peasens bevestigd als dominee van de Herv. Gem. aldaar. Zijn voorganger, Regnerus Tobias HACHTINGIUS, was er in 18-9-1692, ook als jonge kandidaat (pas afgestudeerd), bevestigd en dominee geworden. Dominee HACHTINGIUS lust wel een borrel. Hij wordt 4-7-1701 daarom ook “op de klassis” (regionaal kerkbestuur) om dronkenschap voor eenmaal van het Avondmaal gesuspendeerd. Hij overlijdt begin september 1706. Met de kandidaat Joannis RUDOLPHI, zv de vroegere gerechtssecretaris van Franekeradeel, krijgt Peasens een nieuwe dominee, met goede papieren. Hij is 26 en nog ongehuwd. Vijf jaar later veroorzaakt deze dominee tumult en wordt hij geschorst (“provisioneel gesuspendeerd”, 10-10-1712), “omdat zijn meid van hem in de kraam moest, gelijk hij zelf bekende”. Aukje Eelkes zorgde voor de huishouding en voor meer. Een week voordat de klassis hem “provisioneel suspendeert”, trouwt Johannes met Aukje (2-10-1712). De klassis komt 24-10-1712 daarom tot een nieuw besluit (“al met de meid getrouwd”) en schorst hem, met verlies van tractement (hij krijgt geen salaris) tot 19-2-1713 en hij moet een boetpreek doen “in tegenwoordigheid van twee klassikale gecommiteerden, zullende op denzelfden dag door een der gecommiteerden des voormiddags, zoo hem als de gemeente, de wederzijdsche plichten worden voorgehouden.” Volgens de bronnen is deze “sententie” op 30-10-1712 “van den predikstoel gepubliceerd”. Een maand later (30-11-1712) wordf Rudolphus RUDOLPHI gedoopt. Het kind leeft slechts kort. Te Peasens worden hierna een zoon Rudolphus 30-9-1714 gedoopt (wordt dominee te Jutrijp-Hommerts, kw 206) en een dochter Aurelia (Aukje) 15-12-1720. Johannes RUDOLPHI is dominee te Peasens 1707-1730 en wordt daarna dominee te Witmarsum (Wonseradeel FR). Te Witmarsum volgt hij ds Livius PISO op die er in 1711 werd aangesteld (als jonge kandidaat) en om gezondheidsredenen 27-4-1729 emeritaat kreeg (ovl Stavoren in 1730). De kerk te Witmarsum blijft ruim een jaar zonder eigen predikant: Johannes houdt zijn intreerede pas 23-7-1730 en was mogelijk (50j inmiddels en ooit geschorst geweest) geen eerste keus. Maar vervolgens “staat” hij te Witmarsum in de volgende bijna 25 jaren van zijn leven. Bij de Quotisatie 1749 wordt Joannes, hij is dan 69, als ds. Rudolphy te Witmarsum (Wonseradeel) vermeld, gezin van 3 personen ouder dan 12 De dominee krijgt een aanslag van 30 Caroliguldens. Dat is 9 guldens minder dan de aanslag die zoon Rudolphus, dominee te Jutrijp-Hommerts (Wymbritseradeel), krijgt. Zie ook kw 206. De 3 personen ouder dan 12 in de pastorie (1749) zijn kennelijk het echtpaar Johannes (ovl 1755) en Aukje (ovl 1758), en de dochter Aurelia. Aurelia RUDOLPHY trouwt 10-5-1750, 29j oud, en drie maanden later wordf haar zoon Johannes Tjeerds gedoopt. Dominee Johannes leidde waarschijnlijk de huwelijksdienst en de doopdienst voor dochter Aurelia en mogelijk ook de begrafenisdiensten voor kleinzoon Johannes en dochter Aurelia kort hierna.

Kinderen uit huwelijk van ds. Jo(h)annes RUDOLPHY en (zijn voormalige “meid”) Aukje Eelkes (doopregister N.H.gemeente te Peasens):

Rudolphus, doop 30-11-1712.
— Het kind uit de onechtelijke relatie in de pastorie te Peasens die Johannes een schorsing bezorgde, is kort na doop overleden. Rudolphus RUDOLPHI, doop Peasens 30-9-1714, ovl Jutrijp 26-12-1781, tr Witmarsum 7-8-1740 met Aukjen Ulbes (kw 207), wordt dominee te Jutrijp-Hommerts (kw 206) Aurelia RUDOLPHY, doop Peasens 15-12-1720, tr Witmarsum 10-5-1750, zij 29, hij 32, met Tjeerd Sierks, gedoopt Witmarsum 3-10-1717, zv Sierd Tjeerds en Rigtje Jelles.
— Uit huwelijk van Aurelia en Tjeerd een zoon Johannes, doop Witmarsum 9-8-1750 (drie maanden na hun huwelijk). In doopregister bij hem de aantekening “de dopeling is overleden”. Die aantekening kan (veel) later zijn toegevoegd. Feit is wel dat over Aurelia verder geen meldingen zijn gevonden en dat Tjeerd Sierks (indien dit dezelfde is) Witmarsum 4-7-1756 trouwt met Meinu Jorkes. De constructie wordt dan dat Aurelia (mogelijk met kind) in 1750 of kort erna is overleden.

Bij overlijden van dominee Jo(h)annes RUDOLPHI (RUDOLPHY) te Witmarsum 7-1-1755, volgens “Predikantenregister” oud ruim 74 jaren en in de kerk hier begraven, zijn (vermoedelijk) alleen zoon Rudolphus RUDOLPHI, dominee te Jutrijp, en echtgenote Aukje Eelkes nog in leven. Of dochter Aurelia voor 1755 en in 1758 echtgenote Aukje ook in hetzelfde graf in de kerk te Witmarsum zijn begraven, is onbekend.

Aurelia RUDOLPHY trouwt 10-5-1750 met Tjeerd Sierks. Haar broer Rudolphus is 10 jaar eerder getrouwd met Aukjen Ulbes, dv de “welgestelde borger” Ulbe Baukes (zo in 1749 vermeld). In 1749 wordt ook Tjeerd Sierx te Witmarsum “welgestelde borger” genoemd, gezin 2 personen ouder dan 12, aanslag 25 Cgldns 14 stuivers, vermogen 1500 Cgldns. Tjeerd (indien dit dezelfde is) is gedoopt 3-10-1717, zv Sierd Tjeerds en Rigtje Jelles. In 1749 is hij een prille dertiger, mogelijk erfgenaam van overleden ouders. Relatie met boerenbedrijf niet bekend, mogelijk ambacht en handel. Nog aan te vullen. Uit huwelijk Witmarsum 4-7-1756 met Meinu Jorkes (haar voorgegevens mij nog onbekend), na overlijden van Aurelia, worden 7 kinderen gedoopt: Sjierk (1756), Pyter (1759), Dieuke (1760), Rigtje (1762), Ulbe (1766), Afke (1768) en Ulbe (1772). Bij naamaanneming van 1811 duikt de achternaam VLIETSTRA op. De weduwe van Sjierk Tjeerds, oudste zoon van Tjeerd en Meinu, laat VLIETSTRA-naam registreren (Witmarsum) en ook Ulbe Tjeerds, jongste zoon van Tjeerd en Meinu (Witmarsum). Nageslacht van Tjeerd Sierks via zijn tweede huwelijk. Nageslacht via eerste huwelijk met Aurelia RUDOLPHY niet aanwezig.

  1. Ulbe Baukes, geb 11-10-1688, in 1749 vermeld als seer welgesteld borger te Witmarsum (Wonseradeel, FR), ovl 17-6-1778, 89j oud, trouwt te Witmarsum 2-11-1710, hij 22, zij 21j, met
  2. Trijntje Sybrens, geb 31-3-1689 te Witmarsum, ovl 3-4-1740 aldaar, 51j oud.

Uit dit huwelijk (doopregister Herv.Gem. Witmarsum): Sybren Ulbes, geb 15-1-1711, gedoopt 18-1-1711, tr (1) 4-12-1735 te Witmarsum met Sjeuke (Seike) Johannes. Wordt in 1749 vermeld als seer welgestelde bakker en boer. Vier opeenvolgende huwelijken, 18 kinderen. Zie hieronder 414.1. Ymkjen Ulbes, geb 10-5-1713, gedoopt 14-5-1713 (de dopeling is overleden). Aantekening van overlijden moet in register veel later zijn aangebracht. Ymkjen Ulbes trouwt 28-12-1732 te Heeg (Wymbritseradeel), zij afk Witmarsum, met Atse Jans BERGSMA, zv Jan Atses en Simkje Deddes. Kinderen: Simkje, geb 7-6-1734, doop 13-6, Jan Atses BERGSMA, geb 18-2-1736, doop 19-2, Tryntje, geb 23-10-1738, doop 26-10, Grietje, geb 7-1-1741, doop 8-1, en Ulbe Atses BERGSMA, geb 18-12-1743, doop Heeg 20-12-1743. Aukjen Ulbes, geb 1-3-1718, gedoopt 6-3-1718 (kw 207), in 1740 getrouwd met Rudolphus RUDOLPHI (kw 206), jonge dominee te Jutrijp-Hommerts, zoon van Joannes RUDOLPHI (kw 412), dominee te Witmarsum. Bauke Ulbes, geb 10-10-1726, gedoopt 20-10-1726, tr 4-10-1750 met Yfke (Iefke) Wybes. Uit dit huwelijk 8 kinderen volgens doopregister. Zie hieronder 414.4.

Stemkohier 1728 Witmarsum (Wonseradeel) Stem nr. 17. Zakelijk gerechtigden: Harmen Tjeerds, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor ¼; Jan Oedses, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor ¼; Rinnert Wopkes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor ¼; Ulbe Baukes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/4 Cornelis Murks, gebruiker.

Bij de Quotisatie van 1749 staat Ulbe Baukes te Witmarsum vermeld als seer welgesteld borger. Zijn vermogen wordt geschat op 15.000 Cgldns, hij krijgt de milde aanslag van 63 Cgldns en 1 stuiver. Gesteld wordt dat het gezin van de 60-plusser uit twee volwassenen bestaat. Trijntje Sybrens is in april 1740 overleden, zoon Sybren in 1735, dochter Ymkje in 1732 en dochter Aukjen in augustus 1740 getrouwd. Jongste zoon Bauke is 23, trouwt 4-10-1750. Hij en vader Ulbe vormen nog het gezin in 1749. Bij de Quotisatie wordt zoon Sybren Ulbes te Witmarsum zelfstandig aangeslagen als seer welgestelde bakker en boer. Zijn vermogen wordt geschat op 10.000 Cgldns en de aanslag bedraagt 101 Cgldns en 3 stuivers. Gezin van 8 personen waarvan 3 jonger dan 12 jaar.

414.1. Sybren Ulbes, geb Witmarsum 15-1-1711, zoon van Ulbe Baukes en Trijntje Sybrens. Ouders trouwden 2-11-1710, Ulbe 22, Trijntje 21 en reeds hoogzwanger. Sybren Ulbes kreeg vermoedelijk 18 kinderen uit samen 4 opeenvolgende huwelijken. Hij trouwt (1) 24j oud te Witmarsum 4-12-1735 met Sjeuke Johannes (Sieuwke, Seike). Volgens doopregister uit dit huwelijk twee kinderen: (1) Ulbe Sybrens, geb 24-8-1736, doop 26-8-1736, (2) Minne Sybrens, doop 9-11-1738 (naam moeder niet vermeld – aanname dat vader Sybren Ulbes door ons bedoelde Sybren is – “Minne”-vernoeming geeft twijfel). Sybren trouwt (2) 31j oud te Witmarsum 4-3-1742 (“hij is bakker”) met Geertje Sibles (Gertje Sybles). Volgens doopregister uit tweede huwelijk van Sybren 6 kinderen: (3) Tryntje Sybrens, doop 7-10-1742 (naam moeder niet vermeld – doop 7 maanden na huwelijksdatum). (4) Baukjen Sybrens, geb 13-5-1745, doop 16-5-1745. (5) Tryntje Sybrens, geb 13-3-1747, doop 19-3-1747. (6) Antje Sybrens, 1-1-1749, doop 5-1-1749 (dopeling is overleden). In 1749 is Sybren Ulbes 38j oud en wordt hij bij Quotisatie als “seer welgestelde bakker en boer” met gezin van 8 personen voor het forse bedrag van 101 Cgldns aangeslagen. De Quotisatiemeldingen betreffende gezinsgrootte vind ik wel vaker verwarrend en zo ook hier. Acht personen: 5 ouder dan 12, 3 jonger. Uit tweede huwelijk dochters Baukjen, (tweede) Tryntje en Antje nog in leven . Kinderen jonger dan 12 jaar. Voor 5 personen 12j of ouder in 1749 is geen verklaring. We hebben Sybren en Geertje als echtpaar plus de zonen Ulbe en Minne uit eerste huwelijk van Sybren. Maakt samen 4 en niet 5. Na 1749 uit huwelijk met Geertje Sibles nog: (7) Lolkjen Sybrens, 23-12-1750, doop 27-12-1750. (8) Sible Sybrens, doop 21-10-1753 (naam moeder niet vermeld). Geertje Sibles is hierna overleden. Sybren trouwt (3) 49j oud te Witmarsum 20-4-1760 met Fokeltje Lou(w)s uit Allingawier (Wonseradeeel, FR). Uit dit derde huwelijk: (9) Louw Sybrens, 6-1-1761, doop 20-3-1761, en de tweeling (10) Akke, 16-3-1763, doop 4-4-1763, en (11) Symen, 16-3-1763, doop 4-4-1763. Sybren trouwt tenslotte (4) 54j oud te Witmarsum 7-7-1765 met de jonge Pytje Hanses met wie hij het kindertal verder vergroot: (12) Antje, 15-6-1767, doop 28-6-1767. (13) Sieuke, 23-11-1768, doop 11-12-1768 (vernoeming van zijn eerste echtgenote?). (14) Bauke, doop 10-6-1770, de dopeling is overleden. (15) Eelkjen, 17-6-1771, doop 23-6-1771. (16) Bauke, 5-3-1773, doop 14-3-1773. (17) Iemkjen, 15-9-1778, doop 27-9-1778. (18) Jan, 12-11-1780, doop 19-11-1780.

De in 1749 vermelde en toen 38 jaar oude seer welgestelde boer en bakker Sybren Ulbes is na 1780 overleden en liet een groot aantal kinderen na. De welgesteldheid van die kinderen per stuk zal niet evengroot meer zijn geweest.

414.4. Bauke Ulbes, geb 10-10-1726 te Witmarsum, trouwt daar 4-10-1750, 23j oud met Yfke Wybes. Volgens doopregister uit dit huwelijk binnen 15 jaar 8 kinderen, 7 zonen en 1 dochter: (1) Ulbe Baukes, 12-11-1750, doop 22-11-1750. (2) Wybe Baukes, 24-12-1751, doop 26-12-1751. (3) Sybren Baukes, 22-12-1753, doop 30-12-1753. (4) Jan Baukes, 14-7-1756, doop 18-7-1756. (5) Lolle Baukes, 2-11-1758, doop 5-11-1758. (6) Tryntje Baukes, 11-12-1760, doop 14-12-1760. (7) Rommert Baukes, 3-5-1763, doop 8-5-1763. (8) Klaas Baukes, 23-9-1765, doop 29-11-1765.

Oudste zoon trouwt als Ulbe Baukes TIJMSTRA 19-3-1776 te Witmarsum met Lolkjen Sybrens REIDSMA. Bij naamsregistratie van 1811 wordt de TIJMSTRA-naam niet ingeschreven, maar wel vermeld omdat Bauke Ulbes TIJMSTRA als armvoogd wordt genoemd bij kinderen van een weduwe te Schraard. Deze Bauke Ulbes is 1777 geboren en 18-1-1848 overleden, 70j oud, weduwnaar, Bauke Ulbes TIJMSTRA.

De kleinkinderen van Ulbe Baukes en Trijntje Sybrens kozen of kregen per 1811 uiteenlopende achternamen. Interessant om op door te gaan. Maar dat doen wij hier dus verder niet. De dochter Aukje Ulbes (kw 207) heeft onze aandacht als oudovergrootmoeder in DE JONG-lijn.

  1. Berend (SCHOKKER), woonde rond 1700 te Wanneperveen (Overijssel)
  2. Reintgjen?

Uit dit huwelijk: Hendrik Berends Schokker (kw 212).

Voorvader Hendrik Berends SCHOKKER (kw 212) is na 1750 als vervener/veenbaas vanuit de streek rond Giethoorn (noordwest-Overijssel) naar het verveningsgebied in Haskerland (Friesland) getrokken. Hendrik is ca 1710 te Wanneperveen geboren, trouwt er ca 1737 met Grietje Franzen (kw 213). Oudste dochter wordt Reintgjen genoemd. Een Berent Hendriks wordt 16-4-1693 belijdend lid (doet belijdenis) van de Herv.Gem Wanneperveen. Maar dat dit dezelfde is als onze voorvader Berend mogen we nog niet met zekerheid stellen. Misschien geen verband. SCHOKKER of SCHOCKER: Suggesties over mogelijke herkomst van vroegere eiland Schokland in (vroegere) Zuiderzee. Bewijsmateriaal daarvoor ontbreekt, enkel de naam SCHOKKER doet eraan denken.

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

De SCHIPPERS-achternaam komt pas na 1811 in zwang en betreft dan de “stamlijn” in het Stellingwerfse deel van Friesland. Mogelijk rond 1750 al SCHUYT genoemd. Door huwelijken komen er relaties met families uit Schoterland/Aengwirden en Smallingerland. Enkele oudbetovergrootouders (Generatie 9) zijn bekend te maken. Een heleboel andere niet.

De SCHIPPERS-stamlijn wordt eerst serieus bekend rond Pieter Annes, doop Steggerda, Weststellingwerf FR, 21-7-1748 (Generatie 6, Oudouders). Boeren/arbeidersfamilie aldaar die SCHIPPER(S)-naam heeft of (om een reden) aanhoudt. Andere lijnen van eerder:

  1. Jan Jelkes, trouwt Oudega (Smallingerland FR) 15-10-1654, hij van Oudega, zij van Drachten, met
  2. Tryn Jans

Vijf maanden na huwelijk worden Oudega 11-3-1655 de zoon Jan gedoopt en ook moeder Tryn Jans, zij doop op belijdenis, mogelijk direct vooraf aan de doop van de pasgeboren zoon. Die de naam Jan krijgt, naar grootvader van moederskant, maar zijn vader heet ook Jan. Kinderen uit het huwelijk: Jan Jans (Jelkes) (kw 232) Vrouck Jans, doop Oudega 7-5-1657 Jelke Jans, doop Oudega 18-3-1660, tr Oudega 27-12-1683 met Limke Jans, vermoedelijk boer op de “kerkeplaats” Oudega stem 51 (1698 en 1728) Vrouck Jans, doop Oudega 10-5-1663 Frouck Jans, doop Opeinde 29-4-1665 Himke Jans, doop Oudega 1-12-1669

De woonplaats (en geboorteplaats van de kinderen) was waarschijnlijk het dorpje Rottevalle, noordoostelijk van Opeinde (Smallingerland FR). Rottevalle viel onder de Hervormde Gemeente Oudega-Nijega-Opeinde tot 1724. Sinds dat jaar heeft Rottevalle een eigen predikant. Bij huwelijk van Jan Jelkes en Tryn Jans en de dopen van hun kinderen is Petrus Gerardi MEILSMA dominee te Oudega (aanstelling 22-3-1652, ovl 6-1-1685).

  1. Liebbe Feddes trouwt ca 1645 (Aengwirden FR) met
  2. Griet Jelles

Uit dit huwelijk: Jelle Liebbes (kw 242).

Voorouderslijn vanuit Aengwirden, direct benoorden Heerenveen. Kerkelijke registers betreffende trouwen en dopen ontbreken. De informatie moet dus uit andere bronnen komen en die zijn schaars. Aanname is dat Liebbe zoon is van Fedde Gosses (kw 968) die genoemd is als boer en dorpsrechter ca 1640 te Gersloot. Aannemelijk is dat uit huwelijk van Liebbe en Griet ook een zoon Fedde Liebbes is geboren. En dat de in 1722 en later genoemde Libbe Feddes een kleinzoon is geweest. Stemkohier 1728 Tjalleberd (Aengwirden) Stem nr. 25. Zakelijk gerechtigden: Grietman Bouricius weduwe en erfgenamen, eigenaar - Libbe Feddes, gebruiker Stemkohier 1728 Tjalleberd (Aengwirden) Stem nr. 27. Zakelijk gerechtigden: Grietman Bouricius weduwe en erfgenamen, eigenaar - Libbe Feddes, gebruiker

PM: Bij Quotisatie 1749 een Libbe Feddes, timmerman te Tjalleberd, gezin van 5 personen waarvan 1 jonger dan 12, aanslag 32 Cgldns 3 stuivers. Genoemde timmerman (maar eerst boer?) vindt zijn echtgenotes in het naburige Nijehaske (Haskerland, FR) en de trouwregisters Oudehaske-Haskerhorne uit die tijd zijn wel bewaard: (1) derde aankondiging 24-5-1722 (attestatie naar Aengwirden): Trijntje Karstes, Nijehaske, Libbe Feddes, Tjalleberd, (2) derde aankondiging 27-8-1724 (attestatie naar Aengwirden): Antje Harmens, Nijehaske, Libbe Feddes, Tjalleberd. Trijntje Karstes vermoedelijk in eerste kraambed overleden. Uit huwelijk met Antje Harmens 7 kinderen gedoopt te Aengwirden over de periode 1725-1738, maakt gezin van 9 personen, in 1749 5 personen nog in leven.

  1. Anne 487. Uit dit huwelijk: Auck Annes (kw 243).

  2. Hendrick Andries

  3. nn

Stemkohier 1698 Nijeholtwolde (Weststellingwerf) Stem nr. 14. Zakelijk gerechtigden: Hendrik Martens, eigenaar voor 1/8 - Jantjen Jellen, eigenaar voor ½ - Lycle Veltkamp, eigenaar voor 1/8 - Pier Luytjes, eigenaar voor 1/4; papist Hendrik Anders (ANDRIES), gebruiker

Stemkohier 1698 Nijeholtwolde (Weststellingwerf) Stem nr. 19. Zakelijk gerechtigden: Trijntie Lucas, eigenaar Hendrik Anders (ANDRIES), gebruiker

Ouders van (dopen Nijeholtwolde-Oldelamer-Wolvega, Weststellingwerf, FR): Andries Hendricks 9-1-1690 Jan Hendricks (kw 248) 25-7-1697 Roelof Hendricks 3-7-1701

Via zoon Jan Hendriks (kw 248) de latere VLEER- en FLEER- familielijnen (VAN FLEEREN, VAN VLEEREN). Er is ooit een herkomst verondersteld vanuit de kop van Overijssel, wat zeker een mogelijkheid kan zijn. Maar de relatie met Hendriks Jans en Geertjen Stevens die 4-9-1707 aldaar trouwden (Nieuw-Leusen/Ruitenveen, hij van de Ruite, zij van Egede, dienende (in) de Ruite) lijkt door de toenmalige onderzoeker te voorbarig te zijn gedaan. Het doopregister van Nieuw-Leusen meldt 8 dopen uit dit huwelijk en daarvan 2 maal een dopeling Jan Hendriks (1708 en 1720). Deze Jannen komen als mogelijke vader van zonen Hendrik Jans FLEER en Andries Jans FLEER niet in aanmerking. De vroegste data die we vonden, komen niet uit Ruitenveen of elders in de kop van Overijssel, maar uit Weststellingwerf (FR), tussen Tjonger en Linde. Er is een FLEER-lijn die rooms-katholiek is, waarschijnlijk niet verwant, en meer op en over de grens Friesland/Overijssel woont. In februari 1738 doop RK-parochie Steggerda van Jo(h)annes, ouders zijn afkomstig van De Hare (bij Steenwijk, OV), zoon van Otto Roelofs en Anna Maria Jacobs FLEER, peter: Jacob Jans FLEER, grootvader.

  1. Jan Migchiels, geb. ca. 1680
  2. Jekke Rinses, geb. ca. 1690. (IEKJE)

Uit dit huwelijk (minstens): Janke Jans (kw 253) (JANTJE) Reitze Jans.

Jan Migchiels mogelijk niet oudste zoon uit huwelijk van Michiel Roeloffs (kw 1012) en Grietje Jans. Het huwelijk tussen Jan Migchiels en Jekke Rinses niet vermeld gevonden. In 1728 wordt weduwe Jekke Rinses vermeld als gebruiker van de percelen 12 en 28 te Rottum. In 1698 wordt haar schoonvader als eigenaar en gebruiker van deze percelen genoemd. Stemkohier 1728 Rottum (Schoterland) Stem nr. 12. Zakelijk gerechtigden: Grietman Menno Coehoorn van Scheltinga, eigenaar Jan Michiels weduwe, gebruiker

Stemkohier 1728 Rottum (Schoterland) Stem nr. 28. Zakelijk gerechtigden: Grietman Menno Coehoorn van Scheltinga, eigenaar Jan Michiels weduwe, gebruiker

Voor 1728 zijn mogelijk zowel schoonvader Michiel Roeloffs als echtgenoot Jan Migchiels overleden en waarschijnlijk ook andere mannelijke rechthebbenden. Dochter Janke woont (met haar moeder?) in Oldeboorn wanneer ze in 1743 trouwt (kw253).

  1. Jacob Bonnes, geb Langezwaag (Opsterland FR) ca 1680, ovl Benedenknijpe (Schoterland FR) na 1749, tr (2) ca 1730 met Akke Sieses (weduwe?), tr (1) ca 1715 met
  2. Foock Siegers, geb ca 1680, ovl na 1722.

Uit dit huwelijk: Bonne Jacobs (kw 254), geb ca 1720, tr Tjalleberd (Aengwirden FR) ca 1754 met Pietje Wytzes (kw 255).

Stemkohier 1728 Langezwaag (Opsterland) Stem nr. 39. Zakelijk gerechtigden: Liebbe Hylkes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor bijna ½. Jacob Bonnes, eigenaar en gebruiker voor ruim ½. Claas Roels (ROELOFS), gebruiker voor bijna ½.

Vader Bonne Lolckes (kw 1016) was in 1698 ook eigenaar en gebruiker van ruim de helft van Langezwaag stem 39. Jacob erfde dit, terwijl oudere broer Lolke Bonnes (ovl in 1742) andere belangen erfde. In 1728 wordt Jacob als eigenaar en gebruiker te Langezwaag vermeld, boer/huisman dus, bij de Quotisatie van 1749 als huisman te Benedenknijpe: gezin van 3 personen (elk ouder dan 12), aanslag 42 Cgldns, 3 stuivers.

  1. Wytze 511.

Uit dit huwelijk: Pietje Wytzes (kw 255).

Het dorpje de Rottefalle ontstond als veenkolonie tijdens de 17de eeuw, dus in de tijd van deze voorouders. Op de grens van drie grietenijen: Achtkarspelen, Tiertjerksteradeel en Smallingerland. De vervening vond plaats aan de westkant (het Zwartveen, richting Opeinde, Smallingerland) en aan de noordkant (het Witveen, richting Oostermeer, Tietjerksteradeel). Vergelijkbaar is het ontstaan van de veenkolonie Heerenveen op de grens van drie grietenijen: Haskerland, Aengwirden en Schoterland.
— Te Witveen-Rottevalle (voormalig hoogveen en heidegebied) vestigden zich ca 1620 doopsgezinden (o.a. Zwitserse vluchtelingen voor “het Calvinisme”). De doopsgezinde richting bleef hier minstens twee eeuwen lang sterk vertegenwoordigd. Na 1740 kwamen er Hervormde predikanten vanuit Oudega-Nijega-Opeinde (Smallingerland) te staan. Mogelijk zijn ze in Makkum gaan wonen, waar bij de quotisatie van 1749 een Claas Carsten wordt gemeld, gering schipper, gezin van 3 personen ouder dan 12 (aanslag 29 Cgldn 9 stuivers, vermogen 1000 Cgldn). Een minieme mogelijkheid dat dit “onze” Klaas Karsten was. Te Makkum woonde in die tijd (ook) een rooms-katholieke Klaas Karsten, ovl 25-9-1774. De melding van 1749 zal op hem betrekking hebben. Zie: Parenteel van Aable (HOFSTRA-genealogie). In doopregister is bij de kinderen alleen naam van vader Joucke Roels genoemd, behalve bij Carst, daar ook de naam van moeder Folkje Carstens. Melle, jongste kind, wordt 25 maart 1718 gedoopt, zonder aantekening dat de moeder is overleden. Joucke Roels trouwt al twee maanden na deze doop met Antje Jouckes. In doopregister geen meldingen van (dopen van) kinderen uit deze tweede relatie. Op 31-3-1704 wordt Gerardus STEENSMA als kandidaat geapprobeerd voor de domineefunctie in de Hervormde Gemeente Oudega-Nijega-Opeinde (Smallingerland). Hij houdt het er bijna 40 jaar vol en “is wegens ouderdom en zwakte hier emeritus geworden in 1742”. De hiaten in het doopregister zijn mogelijk aan “ouderdom en zwakte” van dominee STEENSMA te wijten. Per 26-5-1743 pas krijgt Oudega met Bernardus Hermanni VENEKAMP een volgende dominee. Deze vertrekt 6-10-1754. Zijn opvolger, Nicolaas VAN WANING, is 40 bij benoeming te Oudega en blijft er tot zijn emeritaat in 1786. Bij Quotisatie 1749 staan voor Gersloot 15 gezinshoofden vermeld, voor het aanpalende Luxwoude (Opsterland, FR) slechts 3. De arbeyder Joghum Joukes is vanuit Zwartveen naar Gersloot getrokken en heeft met 7 personen er het grootste gezin, 4 anderen volgen met 6 gezinsleden. Bij de quotisatie werd welgesteldheid ingeschat en ook met kinder-toeslag rekening gehouden (meer kinderen = meer mogelijke verdiensten), anders dus dan latere kinderbijslag (meer kinderen = meer gezinskosten). Van de zeven “arbeiders”-gezinnen in het dorp kreeg Jochum met grote afstand de hoogste aanslag toegekend. Zijn 28 Cgldn 16 stuivers aanslag was de op 5 na hoogste. Boer en veenbaas Klaas Teunis (gezin van 6) spande qua aanslag in het dorp de kroon (51 Cgldn 7 stuivers), gevolgd door Jouke Sjoerds, een welgestelde boer, (gezin van 4, aanslag 43g, 19s), en de soebere (sobere) boeren Hamke Hotses (gezin van 6, aanslag 33, 7), Einske Jans (gezin van 6, aanslag 31, 7) en Johannes Tjibeles (gezin van 4, aanslag 29, 3). De welgestelde boer Korneles Heeres (gezin van 3, aanslag 27, 9) werd minder hoog aangeslagen dan arbeyder Joghum Joukes. – De drie te Luxwoude in 1749 vermelde gezinshoofden hebben volgens de aanslagen een zuinig bestaan: boer Arend Tjebbes (gezin van 4) krijgt aanslag van slechts 17 Cgldn 13 stuivers, koemelker Jan Dirx (gezin van 3) krijgt aanslag van 17 Cgldn 4 stuivers, en de weduwe Harmen Gjolts, suinig gestelt, aanslag van 12 Cgldn 13 stuivers. De “grote tijd” voor Luxwoude (en Luuksterhoek) als verveningsgebied startte pas enkele tientallen jaren later. Melding bij De Winkel (Winkelwaar). Nog na te zoeken. Melding bij De Winkel. Nog na te zoeken. Everhardus WIELINGA was getrouwd met POUTSMA-dochter en daardoor eigenaar/curator geworden. Zie elders in ons familieverhaal (Generatie 12). Terwispel stem 29 in 1698 voor 1/6 deel eigendom van en in gebruik bij Tjeerd Jeens (is dit dezelfde?). Foocke Ruirds is eigenaar en gebruiker van 1/3. Corneliske Wobbes is gebruiker van de andere helft (3/6), eigendom van Harcke Riencks (1/3) en Otto Eebles (1/6). In 1728 weer Tjeerd Jeens als eigenaar en gebruiker van 1/6. Maar dan: Antje Sjoerds. weduwe van Walle Tjeerds, eigenaar van 1/3, Douwe Ates als eigenaar en gebruiker van 1/3, en Tjeerd Jallerts idem. Aucke Rienx is gebruiker van 1/3, waarschijnlijk het part van Antje Sjoerds. -
— Tjeerd Jeens, volgens enkele genealogen in 1728 overleden, wordt in 1728 ook genoemd (indien dit dezelfde is) als mede-gebruiker van het hornleger Terwispel stem 38. Bleyke Wybes met haar dochter eigenaar en gebruiker voor de helft, Foocke Ruurds eigenaar voor ¼ (Jan Foockes gebruiker) en Johannes Teyes eigenaar voor ¼ (Tjeerd Jeens gebruiker).
— Is de genoemde Tjeerd Jeens steeds dezelfde? Nog na te zoeken. Kwartierstaat Egbert LANTINGA meldt haar als eerst gehuwd met Ate Ypes. In 1707 wordt deze Ate vermeld als doopsgezind lidmaat samen met zijn vrouw (Gorredijk-Lippenhuizen). Het is het jaar waarin Ate overlijdt. In 1698 (stemkohieren) wordt Ate vermeld als medegebruiker van de plaats Lippenhuizen stem 37 en Terwispel stem 19 (voor 1/3), samen met Pieter Bienses, bij LANTINGA genoemd als stiefvader van Ate.
— Volgens LANTINGA-rapport zou Wytske na overlijden van Ate naar Luinjeberd (Aengwirden) zijn vertrokken. Vervolgens toch getrouwd met Lieuwe Feddes, “boer en kerkvoogd te Lippenhuizen” (niet doopsgezind valt aan te nemen)? In 1728 Lieuwe vermeld als gebruiker van Lippenhuiizen stem 41, wat zijn vader in 1698 al was. Bij Quotisatie 1749 slechts 1 Lieuwe Feddes vermeld: te Ureterp (Opsterland), oud vrijgesel, suinig, aanslag 7 Cgldns, 15 stuivers. Dit lijkt me niet “onze” Lieuwe.
— Bij Quotisatie te Lippenhuizen een Hette Lieuwes, arbeyder, 4 pers ouder dan 12, 21-13 Cgldns, en een Anne Lieuwes, arbeyder, 4 pers van wie 2 jonger dan 12, 14-13 Cgldns. Dit als PM, want geen aantoonbaar verband met “onze” Lieuwe. Luitjen Coenes is mogelijk rond 1730 overleden. Hij had meer kinderen dan enkel Coene en Geert.
— Quotisatie 1749: Albert Luitjens, molenaar te Donkerbroek, gezin van 8 personen, van wie 3 jonger dan 12, aanslag 50 Cgldns, 7 stuivers. Een andere zoon? Paulus Jans VAN DER VEER gedoopt op belijdenis te Oosterend (Hennaarderadeel, FR), Herv Gem, 20-1-1730, laat op dezelfde datum ook 5 kinderen dopen: Hanna, Jan, Janneke, Pytter en Tanneke. Een heel feest dus. De dochter Lysabet (Elisabeth) gedoopt 6-5-1731. De trouwregisters van Peursum 1692-1720 zijn digitaal toegankelijk en melden geen Rom, Romp of Roem. Ons verslag is van na 1720. Huwelijk te IJsselmonde. Er is ook melding dat dit huwelijk in de Nieuwe Kerk te Delft werd gesloten. Bij besluit door de Staten van Holland per 24-9-1663 mocht de Hervormde gemeente van Ter Heijde een eigen predikant aanstellen, zodat men niet meer te Monster ter kerke hoefde te gaan. Inmiddels waren de Prinsen van Oranje tevens ambachtsheer van Monster geworden. Een predikant werd beroepen (ds. Wilhelmus Visch) maar de gemeenteleden moesten in een bovenzaaltje vergaderen, een kerk was er nog niet. Deze moest worden gebouwd en voor de eerste-steen-legging kwam de jonge prins Willem naar Ter Heijde (hij werd later nog koning van Engeland), op 1-11-1667. Die eerste-steen-legging gebeurde overigens toen de kerk al vrijwel klaar was en er al deftige huwelijken in werden gesloten (J.G.de Ridder pag 55), want in zo’n door Oranjes gebouwde kerk wilden deftige mensen wel graag trouwen, al woonde men heel ergens anders. Ter Heijde had natuurlijk ook een wat magische klank gekregen door de zeeslag tegen de Engelsen die daar in 1653 voor de kust plaats vond en waarbij de admiraal Maarten Harpertszn TROMP was gesneuveld. De Engelsen wonnen, maar kwamen niet aan land. Hoe het ook zij, in 1675 werd onze voorvader Claes van den Eendenburg in dit fameuze kerkje gedoopt. Voorvader Willum Anssum van Spronsen wordt in de Nieuwe Kerk van Ter Heijde gedoopt in 1670. Ruim twee jaar nadat deze kerk werd ingewijd (eerste-steen-legging door prins Willem van Oranje). Dit kerkgebouw bestond slechts een halve eeuw. In 1720 moest besloten worden een weer nieuwere kerk te bouwen, bijna een halve kilometer meer landinwaarts. Vanwege de oprukkende zee. De in 1612 voorgestelde kustverdediging was nog lang niet voltooid en onvoldoende uitgevoerd. De doopkerk van Willum is dus ook al lang weer verdwenen. De rond 1720 gebouwde kerk is dankzij betere kustbescherming sindsdien wel overeind gebleven, dat wil zeggen na diverse restauraties staat dat gebouw nog steed op de toen gekozen plek. In de sinds mei 1659 volledig gerestaureerde Hervormde kerk van De Lier. Zie voetnoot bij melding betreffende haar grootouders Cornelis Vergoude en Lijntge Jans, kw 1492 en 1493. In de Kwartierstaat Van der Krogt wordt Geertje niet genoemd, of eigenlijk toch wel: als dochter van Willem van Spronsen (kw 372) en Lijntje Vergoude (kw 373) en als getrouwd met Arent Laurensz VAN SPRONSEN. Hier is dus sprake van een verwisseling. Andere bronnen noemen Geertje Laurensdr als getrouwd met Arent Willemsz VAN SPRONSEN – de lijn die wij hier ook volgen. In de Kwartierstaat Van der Krogt gaat het om een opmerking in de marge (Jan Laurensz is er de hoofdlijn) en met jaartallen die niet kloppen. De Oranjepolder, ten zuiden van Naaldwijk en ten westen van De Lier, werd in 1644, in de laatste jaren van stadhouder Frederik Hendrik, bedijkt. De functie van spuiwachter bleef kennelijk formeel op naam van Jochum Jacobsz VREUGDENHIL staan in de eerste maanden na overlijden. De functie ging daarna over op zijn zoon Cornelis Jochumsz (kw 188). Dit echtpaar aftakking in genealogie De Hek – Van Oosterhoud. Zus van Lijsbeth Cornelisdr VAN DER KOOIJ (kw 335). Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn. Hij was broer van Jan Willemsz SWAENSWIJK die met Lijsbeth VREUGDENHIL is getrouwd. Aurelia VAN HILLAMA is weduwe van Egbert VAN BAERDT die 1650-1669 grietman was van Haskerland. De “samenvoeging” van stemhebbende plaatsen binnen opvolgende grietman-families is te verklaren. Grietman over Haskerland waren Dirk (vanaf 1601), Hobbe (1615) en Egbert VAN BAERDT (1650), daarna Arnold (1669) en Mathijs VAN VIERSEN (1681) en vervolgens Hessel VEGELIN VAN CLAARBERGEN (1689, hij was grietman van Utingeradeel 1683, trouwt Anna Maria VAN VIERSEN in 1683, 7-11-1683, bevestiging te Akkrum), Philip Frederik (1707), Assuerus (1739) en Hessel jr VEGELIN VAN CLAERBERGEN (1749). Doop Leeuwarden 10-3-1654 Fedrick zv Egbert VAN BAERDT en nn, Hobbo idem 21-5-1636, zv Egbert Baerde en nn. Egbert trouwt Joure 22-5-1653 (grietman Haskerland) met Aurelia VAN HILLEMA. Mogelijk trouwt Harmen als weduwnaar nog met de weduwe Yttje Wibrandi HAANSTRA (zij van Witmarsum volgens huwelijksmelding): Woudsend 19-5-1755. Dit nog uit te pluizen. Geen kinderen van Harmen en Yttje in ieder geval. In 1749 wel melding van een Hendrik Oenes, boer te Lippenhuizen (Opsterland, FR), gezin van 5 personen waarvan 2 kinderen jonger dan 12. Aanslag 33-13 Cgldns. Dit slechts PM. Voor zijn “boetpreek” kiest Johannes RUDOLPHI als uitgangspunt de bijbeltekst 2 Kronieken 33, verzen 12 en 13: “Maar, toen hij in het nauw geraakt was, zocht hij de gunst van den HERE, zijn God; hij verootmoedigde zich diep voor het aangezicht van de God zijner vaderen en bad tot Hem; toen liet Hij Zich door hem verbidden, hoorde zijn smeking. Bracht hem naar Jeruzalem terug en herstelde hem in zijn koningschap.” Behoorlijk arrogant, lijkt me deze keuze. In de voormiddag had ds BANGMA, gecommiteerde namens de klassis, zijn preek gebaseerd op de tweede brief van Paulus aan de gemeente te Corinthe (Griekenland, 2 Corinthiërs 6-8). Over dienstwerk, blijdschap na droefheid, opwekking tot offervaardigheid. De achternaam VLIETSTRA verwijst mogelijk naar de buurschap Vliet (It Fliet) bij Witmarsum, een vaarroute aan de oostkant van het dorp. Bij Quotisatie van 1749: Atse Jans BERGSMA te Heeg, coopman, gezin 7 personen van wie 3 jonger dan 12, aanslag 63 Cgldns. Van de kroonluchters in de Haghakerk te Heeg werd éen betaald/geschonken door “A J B, Ymkjen Ulbes, 1748” volgens inscriptie (bron: de Walle, “Friezen uit vroeger eeuwen”). Witmarsum stem 17 is in 1698 eigendom van Jacob Sytzes, met Sytze Hettes als gebruiker. Dat deze plaats in 1728 door vier partijen (namens vrouw) is opgedeeld, heeft waarschijnlijk een achtergrond. Nog aan te vullen. Trijntje Sybrens REIDSMA trouwt 1-12-1765 te Burgwerd met weduwnaar Jan Klases BUWALDA. “Zij heeft consent van haar vader Sybren Ulbes, Witmarsum”. In 1765 de REIDSMA-naam in gebruik. De aantekening “de dopeling is overleden” in doopregisters betekent niet altijd dat dit overlijden kort na de doop plaats vond. Het is een toevoeging die ook heel veel jaren later kan zijn ingeschreven bij een overlijden van de betreffende persoon. De toevoeging schijnt tamelijk willekeurig te gebeuren. Allingawier is een dorpje bij Makkum, ca 10km bezuiden Witmarsum.

Generatie 10 — Herzien

Generatie 10 (stamouders, 512-1023)

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland)

  1. Tamme Tijsses, geb. 1628 te Zwartveen, schipper, boer, vervener, overleden na 1699. Trouwt (2) 1688 met de weduwe Grietje Sydses (kw 259), tr (1) ca 1655 met
  2. Hiltje Sjoerds, geb. ca 1635, ovl te Rottevalle voor 1688.

Uit dit huwelijk: Tijs Tammes, geb. in 1658, gedoopt te Opeinde in mei 1687, ovl te Witveen. Trouwt 25-1-1685 te Oostermeer met Jitske Geuckes, geb te Witveen in 1660, ovl te Witveen ca 1728. Kinderen: Geeuwke (gedoopt 11-9-1687, Opeinde), Tamme, Minnert, Minnert, Renske, Hiltje, Sjoukje, Geeuwke (gedoopt 4-7-1703) en Jacob Thijsses (geb 1707). Sierd Tammes (kw 256) Renske Tammes, geb. 1670. Trouwt 28-1-1694 te Nijega met Aut Jacobs, afkomstig uit Zwartveen, gedoopt Opeinde 30-12-1677, zoon van Jacop Jacops. Uit dit huwelijk minstens: Tamme Auts, gedoopt 7-12-1701 te Opeinde, ovl na 1749. Stamvader Tamme Tijsses is volgens andere melding na 1707 te Opeinde overleden. En ca 1699, ongeveer 72 jaar oud, weduwnaar, te Opeinde getrouwd met de weduwe Gryet Sydses, ca 59 jaar oud, die eerder gehuwd was met Karst Jochums, veenbaas te Rottevalle. De gebeurens zijn gelijk, de data verschillen.

  1. Freerck Harckes, Oostermeerderveen, trouwt 4-5-1665 (kerk Oudega) met
  2. Taapke (Taeb) Tjallinghs, Oostermeerderveen.

Ouders van (met kanttekening): Hincke Freercks, geboortedatum onbekend, doop 6-1-1665. Baukjen Freercks (kw 257), geboortedatum onbekend, doop 29-4-1665, tr 23-12-1683 voor de kerk (Opeinde) met Sierd Tammes (kw 256). Harcke Freercks, geboortedatum onbekend, geen melding van (verlate) doop, trouwt wel voor de kerk (Oudega) 7-1-1686, hij van Zwartveen, zij van buurdorp Rottevalle, met Aats Reits. Het doopregister van de kerk (Opeinde) meldt 7 kinderen uit het huwelijk: (1) Taeb 14-9-1690, (2) Rytske 6-12-1691, (3) Reid 22-4-1694, (4) Taabke 1-5-1698, (5) Sjoertje 11-7-1706, (6) Ritske 13-7-1710, (7) Hincke 5-1-1713. De dochters Hinke en Baukjen zijn gedoopt 4 maanden (Hinke) dan wel 1 week (Baukjen) voordat Freerk Harkes en Taapke Tjallings 4-5-1665 voor de kerk trouwen. Misschien waren Hinke en Baukje dochters uit relatie van Freerk en Taapke die met elkaar getrouwd waren, maar niet voor de kerk, en was er drang om aan die situatie een eind te maken.

  1. Jochem Hanses, geb ca 1610 te Oostermeer, ovl 1664 te Opeinde, gehuwd ca 1630 met
  2. Minke Gerloffs, geb ca 1610 te Oostermeer, ovl ca 1669 te Rottevalle

Ouders van: Karst Jochums (kw 258)

  1. Syds Rinnerts
  2. Bauck

Ouders van: Grytsje Sydses (kw 259)

  1. Rintje Rienks, ovl voor 1698, boer te Terwispel op stem nr 9, gehuwd voor 1640 met
  2. Wytske Jelkes (Jolckes)

Rintje Rienks (Rintie Riencx) was boer te Terwispel op de (stemhebbende) plaats nr 9. Volgens de stemkohieren 1698 was deze plaats (toen) voor 8/13 eigendom van de kerk (patroon van Terwispel), terwijl 5/13de deel door Rintje is nagelaten aan zijn kinderen. Stemkohier 1698 Terwispel (Opsterland) Stem nr. 9. Zakelijk gerechtigden: Patroon van Terwispel eigenaar voor 8/13 - Jeen Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar Fedde Rintses kinderen, als erfgenamen van Rintje Rienks, eigenaar, met familie, voor 5/13 - Jorryt Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar - Wytse Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar en gebruiker - Jolcke Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar en gebruiker. Vijf zonen vermeld, die ieder voor zich eigenaar zijn voor 1/13de deel, met zonen Wytse en Jolcke vermeld als “gebruiker”. Er staat niet bij of zij samen boer waren op de gehele plaats (stem 9) of ieder voor een gedeelte Dertig jaar later (stemkohier 1728) is Terwispel stem 9 nog altijd voor 8/13de deel eigendom van de “patroon van Terwispel”, terwijl het 5/13de deel dan op naam staat van deels Rinse Jeens (55/338ste deel), genoemd als gebruiker voor het geheel, en deels van Jan Jorryts (75-338ste deel) cum sociis diversis dwz “de resterende partjes”. Rinse Jeens is in 1728 boer op Terwispel stem 9 en voor een deel eigenaar. Zijn neef Jan Jorryts en andere kleinkinderen van Rintje Rienks delen aanspraak op andere delen. “Patroon van Terwispel” houdt grotere aandeel.

Kinderen uit huwelijk van Rintje Rienks en Wytske Jolckes: Rienck Rintses Jolcke Rintses, in 1698 genoemd als mede-eigenaar van Terwispel stem 9 en gebruiker. Fedde Rintses, ovl voor 1698, dan Fedde Rintses kinderen genoemd als erfgenamen van Rintje Rienks. Jeen Rintses (kw 260), in 1698 genoemd als mede-eigenaar van Terwispel stem 9. Hij is dan gebruiker (boer) op Lippenhuizen stem 28. In 1728 zoon Rinse Jeens genoemd als mede-eigenaar en gebruiker voor het geheel van Terwispel stem 9. Wytse Rintses, in 1698 genoemd als mede-eigenaar van Terwispel stem 9 en gebruiker. Jorryt Rintses, in 1698 genoemd als mede-eigenaar van Terwispel stem 9 en gebruiker. In 1728 zoon Jan Jorryts genoemd, met anderen, als mede-eigenaar (van partjes), neef Rinse Jeens als gebruiker.

  1. Joldert (Jollert, Jallert) Tjeerds, geb ca 1630 523. Ouders van: Eeuw Jolderts (kw 261)

Geen gegevens over huwelijk etc. Andere kinderen mogelijk: Trijntje Jollerts, gehuwd met Allert Bruins (hij in 1728 genoemd als gebruiker van Terwispel stem 10, een hornleger, eigendom van de nazaten van Haye Geels). Tjeerd Jollerts (Jalderts), geb ca 1660, in 1698 en 1728 genoemd als gebruiker op Terwispel stem 14, eigendom van “de patroon van Terwispel” (kerkeplaats). Hij trouwt voor 13-5-1689 met Sytske Ates want op die datum staat genoteerd dat Syts Ates en haar man Tjeerd Jalderts de erfenis aanvaarden “van de helft van een tweetal zathes te Langezwaag”.
— Het gaat om erfdeel van Sytske, geb ca 1667 uit huwelijk Langezwaag-Kortezwaag 20-3-1666 van Ate Ottes en Sytske Ynses. Vader Ate afkomstig van Lippenhuizen, moeder Sytske van Langezwaag. Moeder Sytske is kort na geboorte van dochter Sytske overleden.. Later, in 1689, erft de dochter het deel van haar moeder uit het bezit te Langezwaag.
— Haar vader Ate Ottes hertrouwt in 1683. Uit huwelijk met Auck Tiebbes volgen kinderen Atie, Otte, Douwe en Hans Ates. Ate Ottes is (1698) gebruiker op Lippenhuizen stem 33, eigendom van “de patroon van Lippenhuizen” (kerkeplaats). Hij is 19-12-1705 overleden (Auck Tiebbes al eerder overleden). Per die datum in ieder geval erft dochter Sytske “zeven mad onder Terwispel uit het bezit van haar vader.” Schoonzoon Tjeerd Jollerts, continu vermeld als gebruiker op stem 14 te Terwispel, wordt hierna ook genoemd als eigenaar voor 1/6de deel van stem 29 te Terwispel (ook in 1728) en als gebruiker van stem 33 te Lippenhuizen (1718, niet meer in 1728).
— Door zijn huwelijk met Sytske Ates en de erfdelen die zij krijgt, heeft Tjeerd niet te klagen. Ze worden beiden ruim 60j oud, ovl in 1730/31 (Sytske) of enkele jaren later. In ieder geval Sytske is lidmaat van de Doopsgezinde Gemeente (melding 1707), zoals haar halfbroers uit tweede huwelijk van vader Ate.

  1. Lieuwe Feddes, geb 1615 te Lippenhuizen, tr ca 1640 met
  2. Jinke Harmens, geb 1620 te Lippenhuizen

Ouders van: Fedde Lieuwes (kw 262)

In 1640 Lieuwe Feddes genoemd als gebruiker (boer) op Lippenhuizen stem 13. In 1698 Fedde Lieuwes als gebruiker (boer) op Lippenhuizen stem 41. Aangenomen wordt dat dit vader en zoon zijn geweest. Op de stemhebbende plaats Lippenhuizen 13 is in 1698 Jacob Wytses gebruiker en notaris Steffanus SCHULTING eigenaar. De notaris is “papist” (rooms-katholiek, niet stemgerechtigd). In 1728 zijn de twee kinderen van wijlen dr Pierius Hanconius SCHULTINK, “papist”, eigenaar. Wytse Atses is gebruiker. Fedde Lieuwes (kw 262) is 1698 gebruiker op Lippenhuizen stem 41, eigendom van de grietman Augistinus LYCKLAMA a NIJEHOLT. Zijn zoon Lieuwe Feddes idem in 1728.

  1. nn
  2. nn

Ouders van eerste vrouw (kw 263) van Fedde Lieuwes, moeder van Jinke Feddes (kw 131) en Lieuwe Feddes (kleinzoon van Lieuwe Feddes en Jinke Harmens). Gegevens ontbreken (nog).

  1. Anske Wolters, geb ca 1590, boer te Katlijk, ovl ca 1658, zoon van Wolter Claes (kw 1056). Gehuwd (2) voor 1632 met Elle Foockes, geb ca 1600 te Jubbega-Hoornsterzwaag. Gehuwd (1) voor 1617 met
  2. Siouck Jouckes, geb ca 1595.

Anske Wolters staat in 1640 vermeld als eigenaar en gebruiker van plaats nr 13 te Katlijk, tussen aan de zuidkant de Cuinre, de Tjongerrivier, en aan de noordkant de Leijdijk. Van deze plaats is in 1698 zijn zoon Wolter Anskes (kw 264) eigenaar en gebruiker. Stemkohier 1698 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 13. Zakelijk gerechtigden: Wolter Anskes, eigenaar en gebruiker. In 1698 wordt deze zoon ook genoemd als deels eigenaar van plaats met stem nr 16 te Hoornsterzwaag (mogelijk uit erfrecht van Elle Foockes), aannemend dat genoemde Wolter Anskes dezelfde is als die te Katlijk: Stemkohier 1698 Hoornsterzwaag (Schoterland) Stem nr. 16. Zakelijk gerechtigden: Grietman Martinus van Scheltinga, eigenaar voor ¼ - Wolter Anskes, eigenaar - Frans Eeverens, eigenaar - Gerben Klases, eigenaar - Haytse Klases, eigenaar - Lintjen Jans, eigenaar - Jan Molenaer, eigenaar – Wessel Alberts, eigenaar en gebruiker. Dat (mogelijk) belang te Hoornsterzwaag was in 1698 weinig meer dan een snipper en de Grietman zal “de stem” voor zijn rekening hebben genomen. In 1728 is de situatie te Hoornsterzwaag nog ongeveer gelijk. De persoonsnamen zijn gewijzigd: Stemkohier 1728 Hoornsterzwaag (Schoterland) Stem nr. 16. Zakelijk gerechtigden: Mevr. Catharina van Scheltinga weduwe Bouricius, eigenaar - De heer Cornelius van Scheltinga, eigenaar – Jan Wolters (kw 132), eigenaar – Marten Haytses erven, eigenaar – Focke Haitses (erven?), eigenaar – Wyts Sytses, gebruiker. De genoemde Grietman deelt in 1698 eigendom te Katlijk, stem nr 11, met Claes Anskes, oudste zoon van Anske Wolters. Het aandeel van de Anske-stam is (voor) 1728 overgedragen: Stemkohier 1698 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 11. Zakelijk gerechtigden: Grietman Martinus van Scheltinga, eigenaar voor 1/3 – Claes Anskes, eigenaar voor 1/3 – Wolter Klazes, eigenaar voor 1/3, gebruiker voor ‘t geheel. Stemkohier 1728 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 11. Zakelijk gerechtigden: Grietman Menno Coehoorn van Scheltinga, eigenaar van de stem - Eile Martens, eigenaar van de gronden, en gebruiker. Tenslotte is er te Katlijk nog de naburige plaats met stem nr 14 die in 1698, met anderen gedeeld, eigendom is van de Anske-stam (mogelijk familierelaties). (Voor) 1728 ook overgedragen: Stemkohier 1698 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 14. Zakelijk gerechtigden: Ebele Gerbens, eigenaar - Jannis Nutterts, eigenaar – Roelof Sakes, eigenaar – Klaes Anskes, eigenaar - Wolter Anskes, eigenaar – Tjebbe Jochums, gebruiker. Stemkohier 1728 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 14. Zakelijk gerechtigden: Saake Roels, eigenaar voor ½ - Johannes Nutterts, eigenaar voor ½ - Foppe Lykles, gebruiker.

Kinderen uit het huwelijk van Anske en Siouck (Sjoukje): Claes Anskes, boer te Katlijk, kerkvoogd aldaar (1651), gehuwd met Richt Jans. Kinderen uit dit huwelijk: Blidde Claeses, geb ca 1650, en Wolter Claeses. Hans Anskes Ige Anskes Siouck Anskes, gehuwd met Theunis Hendricks. Trijn Anskes, gehuwd met Barteld Jans (zoon van Jan Jans (de Olde) en Claeske Roeloffs). Wolter Anskes (kw 264)

  1. Elard Wybes, mogelijk geb ca 1675, gehuwd Terhorne ca 1700 met 625.

Uit dit huwelijk (dopen te Terhorne, Utingeradeel, FR, naam moeder niet vermeld): Idske Eelarts, 3-12-1702. Huwelijk: derde proclamatie 11-2-1731 Rauwerd-Irnsum, Abraham Pyters, afkomstig van Grouw, Idske Eelarts, afkomstig van Irnsum. Uit dit huwelijk (Akkrum-Terhorne): (1) Ycke, doop 2-3-1732. (2) Ycke, 18-10-1733. (3) Jellert, 8-1-1736. (4) Pytter, 7-9-1738. (5) Ycke, 7-1-1748. Bij Quotisatie 1749 melding Abraham Pyters te Akkrum, gezin 3 personen ouder dan 12, 1 kind, aanslag 13-13 Cgldns. Geen beroep genoemd. – Zoon Pieter Abrahams tr Akkrum 11-4-1773, hij is dan 34, met Trijntje Simons (HAG), afk van Oldeboorn. Uit dat huwelijk: - Itske, doop Akkrum 3-11-1765. – Idske, geb Akkrum 3-1-1774, doop 9-6-1774. – Abraham, geb Akkrum 5-2-1775, doop 12-2-1775. – Simon, geb Akkrum 7-2-1779, doop 14-2-1779 (de dopeling is overleden). – Klaaske, geb Akkrum 14-2-1781, doop 25-3-1781 (de dopeling is overleden).
— In doopregisters wordt de moeder soms Trijntje Simons HAG genoemd. Bij naamregistratie 1811 meldt zich Pieter Abrahams HAGA te Akkrum. Mogelijk neemt hij achternaam van schoonfamilie aan. Hij overlijdt te Akkrum 9-10-1825, 86j, wednr. In 1811 meldt hij enkel zoon Abraham Pieters HAGA, 36j, en de kleinkinderen via deze zoon: Pieter 9, Abe 7 en Jelle 14 dgn oud.
— Pieter Abrahams HAGA vermeld als uurwerkmaker te Akkrum (1818). Zijn zoon Abraham Pieters HAGA was ontvanger der directe belastingen te Akkrum, maar brengt zichzelf in problemen. In 1815 wordt hij vervangen door Fokke BIENEMA. Hij overlijdt 5-8-1817 “aan de besmettelijke Gevangenhuis koorts” te Leeuwarden in het tuchthuis, 41j oud. Wybe Elerts (kw 312), 9-11-1704, tr Rauwerd-Irnsum 21-6-1729 met Diuke Pyters (kw 313) Oekje (Ukke), 20-2-1707 Gerryt, 8-9-1709 Antje, 31-1-1712 Ids Elerds, 8-6-1714, arbeider, tr 19-10-1738 met Pyttie Willems. Uit dit huwelijk: (1) Elerd, doop Rauwerd-Irnsum 30-3-1739. (2) Pyter, doop Rauwerd-Irnsum 20-8-1741. (3) Ype, doop Sneek 20-1-1743. (5) Duttje, doop Sneek 6-3-1746. Bij Quotisatie 1749 geen Ids Elerds (Eilerts).

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Jan Jansz ROM, geb ca 1645 te Rotterdam, woonde aan de Wijnstraat, zoon van wijnkoper en misschien zelf ook wijnkoper, ovl ca 1718. Trouwt 26-4-1669 te Rotterdam met
  2. Maria (Marijtje) VOSBURG(H), geb te Rotterdam ca 1645-1650, ovl na 1709

Ouders van: Jan Jansz ROM (kw 320).

Stamouders in de ROEM-lijn. In 1669 woonde Jan aan de Wijnstraat en Maria in de Oppert te Rotterdam. Huwelijk in de Hervormde (Gereformeerde) kerk te Rotterdam, maar alle kinderen worden remonstrants gedoopt. Jan en Maria krijgen tien kinderen: Jan Jansz ROM (kw 320), gedoopt 26-1-1670 Niklaes, gedoopt 12-4-1671, jong overleden Jannetje, 1-5-1672, jong overleden Jannetje, 16-7-1673, jong overleden Nicolaes, 18-8-1675, jong overleden Claes, 17-11-1678. Op 17-3-1709 zijn grootouders Jan Janse ROM en Maria VOSBURGH getuige bij de doop (remonstrants) van Heyndrick ROM. En op 25-5-1711 bij de doop van Maria ROM. Kinderen van Nicolaes ROM en Gardina LAGEMANS. Floris, 22-1-1682, jong overleden Floris, 8-12-1682 Pietertje, 25-4-1684 Jannetje, 9-6-1686.

Omdat over het ROM-gezin in een periode rond 1700 in Rotterdamse registers niets wordt vermeld, vermoeden we, tot het tegendeel blijkt, dat Jan en Maria uit Rotterdam zijn verhuisd. Ze kunnen zich in de naastliggende Alblasserwaard hebben gevestigd. Zie bij Jan Jansz ROM (kw 320).

  1. Pieter Huijgensz VALSTAR, geb. ca. 1630 te Naaldwijk, trouwt ca. 1665 te Naaldwijk met 665. Uit dit huwelijk: Willem Pietersz VALSTAR (kw 332). Huijg Willem (kw 332) Trijntje Cornelis Claes Barbera

  2. Izaak (Leendertse) VAN DER EIJK, geb. 1635 (?) te Naaldwijk, trouwt met

  3. Hilletje VAN DER MEER

Uit dit huwelijk (minstens): Leendert Izaakszn van der Eijk (kw 334).

De bronnen tot dusver geven geen duidelijk uitsluitsel. Zie ook: kw 1336.

670.Cornelis Abrahamsz VAN DER KOOIJ, gedoopt 5-10-1642 te Delfshaven, “bouwman” op het Hondertland onder ’s Gravenzande, overl ca 1677, rond 35 jaar oud, trouwt 4-5-1664 voor de kerk te Delft met 671. Elsgen Cornelisdr SUITHOORN, geb. te Den Hoorn (ZH), ovl voor 1710.

Uit dit huwelijk: Annetje, geb ca 1667 te sGravenzande, tr. 22-1-1690 met de (jonge) weduwnaar Pieter Doesz SONNEVELD. Abraham (tweeling), gedoopt 10-2-1669 te De Lier, tr. 26-4-1699 met Trijntje Dirksdr HOOGERSCHEIDT, overl voor 1720. Cornelia (tweeling), gedoopt 10-2-1669 te De Lier. Cornelis, gedoopt te Naaldwijk 25-8-1673, tr. 20-9-1693 te ’s Gravenzande met Ariaantje Ijsbrandsdr COUWINTER, afkomstig uit Op ’t Woudt (Westland). Krijgen 8 kinderen. Wonen te Vlaardingen. Overl maart 1723, 49 jaar oud. Neeltje, tr. 24-7-1695 te ’s Gravenzande met Arij Jansz VAN DER HOUT. Maartje, tr. 27-2-1700 te ’s Gravenzande met Thomas Jansz VAN BEIJEN en na diens overlijden (2) met Huijg Jaspers VAN DER SPIJK 3-11-1715. Martijntje, gehuwd met Cornelis Joostensz VAN DER ENDE, geb 26-2-1670 te Maasland, wonend te Sandambacht. Lysbeth (kw 335).

De jongste dochter, Lysbeth of Elizabeth, wordt 1676 in de Nieuwe Kerk te Delft gedoopt. Gezien de tamelijk korte duur van het huwelijk tussen Cornelis en Elsje Suithoorn, door overlijden van Cornelis, kan het zijn dat er naast de tweeling Abraham en Cornelia, nog een andere tweeling was onder bovengenoemde kinderen.

Stammoeder Elsgen ging na het overlijden van Cornelis een tweede huwelijk aan, met Joost Pietersz VAN LEEUWEN (ondertrouw 4-3-1684 te ’s-Gravenzande).

  1. Simon Arentsz VAN EENDENBURG, geb. te Terheide, overl tussen 18-3-1685 en 15-5-1689, trouwt 3-5-1674 te Terheide met
  2. Annetje Claesdr VAN DER MARCK, overl te Monster 25-3-1697.

Uit dit huwelijk (minstens): Claes Simonsz van Eendenburg (kw 370).

Na het relatief vroege overlijden van Simon van Eendenburg gaat Annetje van der Marck een volgend huwelijk aan, 19-4-1693 te Monster, met Poulus Jansze VAERLE. Zoon Claes Simonsz is dan 18 jaar oud.

  1. Arie Jansz VAN DUYN, afkomstig uit Loosduinen, trouwt 26-3-1661 in de kerk te Monster met
  2. Wijve Cornelisdr, afkomstig uit Monster.

Uit dit huwelijk (minstens): Lijsbeth Arents van Duyn (kw 371).

  1. Anxem Arijensz SPRONSEN, geb te Monster in 1644, marktschipper, trouwt 20-2-1667 te Monster met
  2. Apolonia (Pleuntje) Jansdr VAN DAM, geb te Monster rond 1645, overl aldaar in maart of april 1680.

Uit dit huwelijk (minstens): Willem Anssum van Spronsen (kw 372).

Vanaf 25 december 1669 is Anxem diaken van de Herv.kerk te Monster.

Stamvader Anxem Spronsen is na het overlijden van stammoeder Apolonia van Dam vrij direct, op 28-4-1680, te Monster in ondertrouw gegaan met Marijtje Tijssen VAN LEEUWEN. Tenslotte trouwt hij (3) op 27-12-1693 te Terheide met Marija Catharina HALLING, die weduwe was van Adriaen VAN DER VEGT.

Oudbetovergrootvader Willem Anssum van Spronsen was 10 jaar oud toen zijn moeder Apolonia overleed. Zijn vader was in zijn derde huwelijk toen Willem, 29 jaar, ook trouwde, met Lijntje Vergoude (kw 373).

  1. Jan Cornelisz VERGOUDE, gedoopt te De Lier 20-2-1637, overl voor 1681, trouwt 2-12-1662 te ’s Gravenzande met
  2. Diewertje Aerts VAN PROYEN, gedoopt te ’s Gravenzande 10-2-1636.

Uit dit huwelijk (minstens): Lijntje Jansdr Vergoude (kw 373). Deze dochter wordt in 1673 te De Lier gedoopt. Stamvader Jan Cornelisz Vergoude kan, en zijn vader ook, werkzaam zijn geweest op een van de boerenhoeves in en rond De Lier die (vaak al sinds lang) toebehoorden aan adellijke families, zoals de Van Swietens, Van Alkemades, Van Hamals, Van Dijks, Van Lockhorsts, Van Roode van Renswoude en/of Van der Does (oorspronkelijk Boekel en Van Wassenaar). Jan werd hooguit 40 jaar oud.

Diewertje komt ook voor als Duyvertge Arentsdr VAN PROOIJEN.

  1. Arijen (Arent) Ansumse SPRONZEN (ook: SPRONG of VAN DER SPRONSE), gedoopt te Naaldwijk 5-5-1619, schipper, overl te Monster kort na 14-6-1671, trouwt met de weduwe
  2. Lijsbeth Arijens VAN TEYLINGEN, overl te Monster voor 17-1-1683.

Uit dit huwelijk: Anxem Arijes Spronsen (kw 744) Laurens Arijens van Spronsen (kw 374).

Lijsbeth van Teylingen was eerder getrouwd met Burwer Tijmensz VERMIJ (ook: Borwaert VAN DER MIJE). Uit dat huwelijk bleef in ieder geval een dochter Gooltje Burwers VAN DER MIJDE over, die (getrouwd met Gijsbrecht Arentsz VAN IJPEREN) met haar twee halfbroers het bezit deelde dat haar moeder naliet. Het ging om erf en marktschuit (broer Laurens kocht de anderen in 1693 uit, zijn zoon Cornelis kocht in 1730 het bezit over van zijn moeder Geertje Vos (kw 375), weduwe van Laurens), spul dat Arijen tijdens zijn leven bij elkaar had gekocht.

Op 25-11-1643 koopt hij, Arent Angsemsz Sprong, twee schuiten met toebehoren van Cornelis Maertens KEYSER (Arent ondertekent de akte met “Arendt Ansumse Sprong”. En op 15-1-1645 van Arijen Cornelisz Jonge KEYSER huis en erf aan de Vaert te Monster. In de akte wordt zijn naam dan Arien Anxemsz Sprong geschreven, schipper wonende te Monster (hij ondertekent met “Arendt Ansumse”). Op 1-4-1667 verkoopt hij, “Arent Amsumsz van der Spronse”, het huis aan zijn oudste zoon Anxem, “Amsom Arentsz. van Spronse”. Wanneer hij en echtgenote Lijsbeth van Teijlingen op 14-6-1671 hun testament laten opmaken, ligt Arijen/Arent al ziek te bed. Hij ondertekent “Arent Anssumse van der Sprons”. De naam had nog steeds geen vaste vorm dus.

Op 24-4-1729 trouwt Arent van Spronsen (kw 186), kleinzoon van Anxem Arijses Spronsen (kw 744) met Geertje van Spronsen (kw 187), jongste dochter van Laurens Arijens van Spronsen (kw 374).

  1. Arij Blase VOS (ook: Hoogwerf), geboren Monster ca 1630, meester-bakker, schepen, ambachtsbewaarder te Monster, trouwt (2) 23-5-1695 met Christina GULDEMONT, weduwe van Abraham Gabbema (zij gaan in Den Haag wonen), trouwt (1) ondertrouw te Monster 13-9-1659 met
  2. Maartjen Cornelisdr VAN MARELEVELT, geb Terheide ca 1630, ovl te Monster voor 8-9-1684. Maartjen was bij huwelijk jonge weduwe van Cornelis Ariensz VAN MIDDELBURGH, ged te Delft 20-12-1620, ovl voor 1657. Maartjen had uit eerste huwelijk een zoon, Jop Cornelisz Van Middelburgh.

Ouders van: Geertje Arijensdr VOS (kw 375).

Stamvader Arij Blase VOS staat vermeld als meester-bakker, als pachter van de korenaccijns (1671), als schrijver van de afslag van vis in TerHeyde (1675), als schepen en als ambachtsbewaarder van Monster (1687), waar hij ook huizen in bezit had en verhuurde. Stammoeder Maertjen VAN MARELEVELT is ziekelijk, op 3-4-1674 maakt zij samen met Arie, mr-bakker, een testament op waarmee hij na overlijden van Maertjen tot voogd voor de minderjarige kinderen wordt gesteld met de keuze van de tweede voogd. Als tweede voogd kiest hij uiteindelijk zijn “zwager” (is hier: schoonzoon) Louris Arentsz VAN SPRONSEN (kw 374) die in 1683 trouwt met dochter Geertje. Moeder Maertjen overlijdt in 1684. Elf jaar later trouwt Arij weer, ca 65j oud.

  1. Jacob Ariensz (VAN) VREUGDENHIL, geb. te Naaldwijk rond 1645, arbeider, ovl 5-9-1735 te Oranjepolder, ca 90 jaar oud, trouwt te Naaldwijk 30-6-1669 met de 16-jarige
  2. Geertge Jochums VAN OUTSHOORN (Geertje Jochums van Oudshoorn), gedoopt te Naaldwijk 24-11-1652, overleden aldaar na 29-1-1683, minstens 30 jaar oud.

Uit dit huwelijk: Jannetje Jacobsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 15-9-1669. Jochum Jacobsz (van) Vreugdenhil (kw 376), gedoopt Naaldwijk 12-7-1671. Pieter Jacobsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 10-3-1673, ovl voor 25-2-1764, hoogstens 90 jaar oud, tr (1) op 20-jarige leeftijd 19-12-1693 te Terheijde (Monster) met de 17-jarige Johanna NIEUWLAND, gedoopt Naaldwijk 21-6-1676, dochter van Jan Abrahamsz NIEUWLAND en Jannetje Philips SONDERWIJCK, tr (2) op 44-jarige leeftijd 11-7-1717 te Naaldwijk met Maria Marytje FRANCOIS, afkomstig uit Namen. Kinderen van Pieter en Johanna: Jan (begin 1694), Jacobus (eind 1694), Jannetje (eind 1695), Jacobus (1697), Jannetje (1698-1749, trouwt 17-8-1721 te Naaldwijk met Willem Leendertsz BIEMOND) en Geertje (voor 1719 getrouwd met Jacobus Lucasz VERKOREN, kinderen Teunis 1719 en Marytje 1722). Mees Jacobsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 28-6-1675. Maartje Jacobsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 3-1-1677, tr 9-8-1722 op 45-jarige leeftijd met Jan Cornelisz STELMAN, weduwnaar van Neeltje Jans VAN RIJN. Neeltje Jacobsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 29-1-1683.

  1. Lucas Ysbrandsz VERKOORN, geb te Monster rond 1645, ovl te Naaldwijk tussen 15-8-1688 en 13-11-1689, 43-44 jaar oud, tr 20-10-1669 te Schipluiden (met vermelding dat beide komen van Naaldwijk) met
  2. Lijsbeth Gerritsdr VAN DER VALCK, ovl te Naaldwijk tussen 14-5-1683 en 15-4-1684.

Uit dit huwelijk: Geertje Lucas VERKOORN (kw 377), gedoopt 28-1-1674 te Naaldwijk.

Geertje Lucas wordt in een notarisakte van 1-4-1692 weesdochter van Lucas Ijsbrantsen en van Lijsbeth Gerrits genoemd.

Na het (relatief jong) overlijden van Lijsbeth trouwt Lucas te Monster, ondertrouw 15-4-1684, met Maria Jacobsdr VAN VEEN. Uit dit huwelijk: Jacobus Lucasz VERKOREN (?).

  1. Arie Kommersz SAARLOOS, geb ca 1630, ovl voor 1683, trouwt (1) ca 1657 met Maertje Jacobs, trouwt (3) 13-10-1669 te Numansdorp met Jacomijntje Teunis, trouwt (2) 1-5-1661 te Heerjansdam (bezuiden Barendrecht) met
  2. Mayken Ariensdr, geb Heerjansdam ca 1640, ovl te Numansdorp 1667

Arie Kommersz is schieter van sloten (aannemer) in de polders van Numansdorp en Cromstrijen in het zuidoostelijke deel van de Hoeksewaard. Volgens vermelding woonde hij in 1659 op de Oude Sluis bij Numansdorp, in 1672 (het rampjaar waarin de Nederlandse republiek zich naar alle kant had te verdedigen) vermeld als weerbare man wonend aan de Middensluis bij Numansdorp. Uit huwelijk met Maertje: Claes Ariens SAARLOOS (Charlois), gedoopt te Numansdorp 30-11-1659

Uit huwelijk met Mayken: - Ariaentje Ariensdr - Arie Ariens - Cornelis SAARLOOS (kw 380), gedoopt te Numansdorp 3-4-1667 (zijn nog jonge moeder, tweede echtgenote van zijn vader, is omtrent die datum overleden). Cornelis wordt ook slotenschieter en later sluiswachter.

  1. Dirck Anthonis SLOTER, geb te Westmaas (bij Mijnsheerenland, Hoeksewaard, ZH), korenmolenaar, ovl ca 1693, trouwt 17-1-1654 te Mijnsheerenland met
  2. Pieternella Gijsberts BOER, ovl in 1704 te Mijnsheerenland

Dirck Anthonis SLOTER is vermeld als korenmolenaar te Mijnsheerenland en op 4-7-1687 als pachter van de korenmolen te West-IJsselmonde. Behalve de dochter Maria (geb ca 1670) in ieder geval ook een dochter Annetje (geb ca 1672, Ysselmonde?). Maar huwelijk is van 1654, dus wellicht ook eerdere kinderen.

Ouders van: Maria Dirksdr VAN DER SLOOT (kw 381)

  1. Gerrit Cornelisz MEESTER, geb te Goudswaard ca 1641, gehuwd aldaar ca 1664 met
  2. Wijvetie Jacobs

Uit dit huwelijk de VAN DEN BOGAARD-lijn. In doopregister van Goudswaard worden alleen 2 zonen vermeld en wordt de VDB-naam niet gebruikt. In 1665 staat er Gerrit Cornelisz Meester, in 1667 Gerrit Cornelisz Master. De zonen worden allebei Cornelis genoemd, zodat mag worden aangenomen dat de eerste op heel prille leeftijd overleed.

Ouders van: Cornelis Gerritsz VAN DEN BOGAART (kw 382)

  1. Leendert Leendertsz SPUIDIJK, geb te Nieuw-Beijerland ca 1650, gehuwd aldaar 23-11-1670 met
  2. Claesje Aerts, geb te Nieuw-Beijerland ca 1650

Ouders van: Maria Leendertse SPUIDIJK (kw 383)

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. Minne Wybes, ovl 1640 te Oudehaske 769. Ouders van: Wybe Minnes (kw 384)

  2. Sipke Synnes, tr 9-1-1650 te Joure, hij Joure, zij Heerenveen, met

  3. Ancke Harmens

Uit dit huwelijk 7 dopelingen te Joure: Harmen 25-8-1652, Anne 12-11-1654, Harmen 8-11-1657, Aeltien 28-8-1659, Griedt (Grietje Sipkes, vgl kw 389) 2-6-1661, Tryncke 18-10-1663, Aeffke 14-1-1666.

  1. Johannes Ulbes, tr (1) te Joure 28-1-1649 met Ansck Riencks, hij Joure, zij de Haske, tr (2) te Joure 27-4-1656 met
  2. Jisck Romckes, hij Joure, zij Broek.

Uit eerste huwelijk drie dopelingen: Tiedt 16-6-1650, Ulbe Johannes 17-8-1652, Ansck 11-3-1655 (moeder Ansck is overleden). Zoon Ulbe Johannes trouwt 31-3-1678 te Joure met Hiltie Annes die vroeg overlijdt. Hij trouwt 30-12-1683 met Tietie Wybes, hij Joure, zij Rotsterhaule. Noot bij Tresoar “met attestatie naar Delft” zal leesfout zijn (voor Delfstrahuizen etc). Kinderen uit het huwelijk worden te Haskerland gedoopt.

Uit huwelijk Johannes Ulbes en Jisck Romckes 8 dopelingen: Age 26-9-1658, Romcke 30-9-1660, Anne 12-7-1663, Aage Johannes (vgl kw 390) 27-12-1665, Tiedt 24-3-1667, Richt 31-1-1669, Hinne 22-5-1670, Ansck 28-1-1672.

  1. Claas Sybrens, Langweer of omgeving (Doniawerstal)
  2. Claaske Clases Vermoede ouders van: Claas Claessen (kw 408) De relatie in de kwartierstaat is nog niet bewezen. In het register van dopen wordt Claas Sybrens genoemd als de vader bij de doop van een zoon Sybren op 12-8-1673 (Langweer-Teroele-Boornzwaag-Snikzwaag). Naam van de moeder niet vermeld. Bij de doop van Claas op 31-8-1684 wordt Claaske Clases als moeder genoemd en de naam van de vader niet vermeld. In tot dusver 1 bron trof ik 21-3-1684 aan als overlijdensdatum van Claas Sybrens (Sybrants). Dat op 31-8-1684 bij de doop van zoon Claas alleen de naam van de moeder wordt genoemd is dan begrijpelijk: de vader was al 5 maanden eerder overleden. Genoemde bron vermoedt dat Claas Sybrants en Claaske Claases ca 1683 zijn gehuwd. Claas Claessen (kw 408) zou dan eerste en door het overlijden van Claas Sybrants posthuum enige kind uit dit huwelijk zijn geweest. Maar in het kerkelijk trouwregister is dit huwelijk niet genoteerd. Ging het om tweede of derde huwelijk?

Wat een Claes Sybrantszn of een Claes Sybrens te Langweer en omgeving betreft, wel geregistreerde huwelijken: op 7-2-1641 ondertrouw Claes Sijbrantszn en Dieuw Gerritsdr, op 22-1-1643 huwelijksbevestiging Claes Sijbrens en Foock Wickesdr (zij uit Joure). Maar of dit “onze” Claas Sybrens betreft is onzeker.

  1. Roucke Isses, trouwt 26-2-1665 te Langweer (Doniawerstal) met
  2. Jouck Jouckes, ovl 8-5-1718 te Langweer, ca 70j oud

Uit dit huwelijk (doopregister Langweer etc.): 1. Ints, gedoopt 17-9-1671, tweeling 2. Hoyte, gedoopt 17-9-1671, tweeling 3. Ins, gedoopt 1-8-1686 4. Ins (Ynts) Roukes (kw 409), gedoopt 5-10-1690

In het doopregister wordt de naam van de moeder (zoals toen en daar gebruikelijk) niet vermeld. Na huwelijk in 1665 haalt Roucke Isses in 1671 voor het eerst dit register en direct ook met de tweeling Ints en Hoytes. Hoe het met (mislukte) zwangerschappen of pogingen tot zwangerschappen ervoor en in de jaren erna ging, valt niet te zeggen. Na 25 jaar huwelijk zijn 4 kinderen gedoopt, naast de zoon Hoyte in 1671, driemaal een Ints of Ins. Ientze (Yntze) een jongensnaam of Ienske (Ynske) een meisjesnaam, het register meldt niet of het om een jongen dan wel een meisje ging. De laatste Ins (Ynts, kw 409) was zeker een meisje, geboren in het jaar dat Rouck Isses en Jouck Jouckes hun 25-jarig huwelijksbestaan vierden of misschien ook niet feitelijk vierden (“zilveren bruiloft”).

  1. Rudolphus Petri, geb ca 1650 te Franeker, ovl 21-9-1706, 56j oud, trouwt herfst 1671 te Franeker, juridisch doctor, hij van Franeker, zij van Britsum (Leeuwarderadeel FR), met
  2. Aurelia BECHIUS (Aukien, Beckius, Poutsma?), geb 1647 te Oosthem, ovl te Franeker 6-8-1702, 55j oud. Proclamatie 20-9-1671 Franeker, attestatie afgegeven Britsum 28-9-1671. Beiden zijn in de St.Martinikerk te Franeker begraven, graf nr 72. Rudolphus Petri was grietenijsecretaris van Franekeradeel rond 1700 (advocaat, ontvanger-generaal Zeedijken Binnendijks).

Domineesdochter Aurelia is rond 17j oud wanneer haar ouders kort na elkaar te Oosthem (Wymbritseradeel FR) overlijden. In 1671 trouwt zij te Franeker met de afgestudeerde rechtenstudent Rudolphus, juridisch doctor, hij ca 22, zij ca 24, zij met attestatie van Britsum (Leeuwarderadeel FR). Kennelijk was Aurelia na het overlijden van haar ouders verhuisd naar de pastorie te Britsum, onder de hoede van Jancke Tameri BAERDT, de iets jongere zus van moeder Titia. Haar tante trouwde in 1645 te Heeg met Antonius Petri die vanaf 1649 tot zijn overlijden in 1672 dominee is te Britsum. Aurelia trouwt met een advocaat/grietenijsecretaris. Zoon en kleinzoon worden toch weer dominee. Kinderen uit huwelijk van Rudolphus Petri en Aurelia BECHIUS (de doopregisters Franeker zijn niet compleet, vanaf tweede kind, Petrus, ontbreken meldingen): 1. Tiedtie, doop Franeker 1-5-1672 2. Petrus, doop Franeker 31-12-1673 3. Saske RUDOLPHI. Op 15-1-1702 huwelijk te Leeuwarden (Grote Kerk) van Saske Rudolphi, afk van Franeker, met Jacobus FENEMA, afk van Rinsumageest (Dantumadeel FR), advocaat, grietenij-secretaris van Dantumadeel 1693-1737. Uit huwelijk van Jacobus FENEMA en Saske RUDOLPHI de kinderen (dopen Dantumadeel): -1. Lambartus 8-10-1702. – 2. Aurelia 15-2-1705. – 3. Susanna 22-1-1713. – 4. Abraham 10-5-1714. – 5. Marija Rosa 7-1-1720. - 6. Adriaentje 25-7-1723. – 7. Pytje 2-4-1727. – De dochter Maria Rosa FENEMA (“oud, rijk, ongehuwd”, ovl 1802) is in 1801 een achterachternicht vernoemd: Maria Rosa Fenema Johannes RUDOLPHI, geb Jutrijp (Wymbritseradeel) 14-2-1801, ovl 13-8-1829, 28j, gehuwd, dv Johannes RUDOLPHI en Afke Louws (zie kw 206.5) 4. Johannes RUDOLPHI (kw 412), doop Franeker 19-12-1680 (niet in doopregister, maar volgens andere bron).
— Hij gaat studeren en wordt dominee. Zijn doopdatum is in informatie daaromtrent vermeld (kw 412).

  1. Eelke 827.

Ouders van: Aukje Eelkes (kw 413)

  1. Bauke Rommerts, geb ca 1650 onder Huizum (bij Leeuwarden), ovl te Witmarsum (Wonseradeel) voor 1723, trouwt voor 1686 met
  2. Antje Ulbes, geb te Witmarsum, ovl na 1723. Antje Ulbes is 14-2-1690 gedoopt op belijdenis in de Herv.Gem. Witmarsum.

Uit het huwelijk (doopregister Witmarsum): Ulbe, gedoopt 19-4-1686 (dopeling is overleden) Ulbe Baukes, geb 11-10-1688, gedoopt 17-10-1688 (kw 414) Aukjen, gedoopt 19-10-1690 Jan, gedoopt 6-6-1697

Stemkohier 1698 Huizum (Leeuwarderadeel) Stem nr. 3, groot 84 pondematen. Zakelijk gerechtigden: Jantie Nannes, eigenaar voor 4/27 - Symen Lieuwes, eigenaar voor 10/27 - Reyner Claesen, eigenaar voor 1/9 - Baucke Rommerts, eigenaar voor 2/9 – Reyner Nannes kinderen, eigenaar voor 4/27 Garrardus Oeges weduwe, gebruiker

Stemkohier 1728 Witmarsum (Wonseradeel) Stem nr. 35. Zakelijk gerechtigden: Bauke Rommerts weduwe te Witmarsum, eigenaar Frans Jans, gebruiker

  1. Sybren Broers, geb ca 1664 te Witmarsum, ovl aldaar 9-10-1713, ca 50j oud, trouwt 6-3-1687 te Witmarsum met
  2. Eelkjen Lolkes, geb 27-11-1664 te Dronrijp (Menaldumadeel), ovl voor 1728.

Uit het huwelijk (doopregister Witmarsum): Trijntje Sybrens (kw 415), gedoopt 31-3-1689 Baukjen, gedoopt 15-12-1695 Lolkjen, gedoopt 20-11-1698 Antje, gedoopt 19-3-1702

Stemkohier 1698 Oosterlittens (Baarderadeel) Stem nr. 23, groot 96 pondematen. Zakelijk gerechtigden: Matheas Pyters te Grouw, eigenaar, - Doeckle Ulbes te Witmarsum, eigenaar van 8 ¾ pondematen - Laes (geen toenaam) te Schraard, eigenaar van 3,5 pondematen (Bewindvoerder: bijzitter Hoitinga) - Jan Lieuwes kind te Makkum, eigenaar van 3,5 pondematen (Bewindvoerder: bijzitter Hoitinga) - Broer Pyters kinderen, eigenaar (Bewindvoerder: Hylcke Ymes) – Doeckle Pyters te Grouw, eigenaar, - Rinse Jacobs te Akkrum, eigenaar, - Sybren Broers te Witmarsum, eigenaar van 7 pondematen - Schrijver Ulbe Idsardi te Leeuwarden, eigenaar van 28 pondematen - Ulbe Sprongh te Franeker, eigenaar van 28 pondematen - Hylcke Ymes te Rauwerd, eigenaar, met vier familieleden, van 12 pondematen - Joucke Ulbes te Arum, eigenaar van 8 3/4 pondematen Douwe Wybrens, gebruiker

Stemkohier 1698 Arum (Wonseradeel) Stem nr. 56. Zakelijk gerechtigden: Sybren Broers te Witmarsum, eigenaar Foecke Everts, gebruiker

Stemkohier 1698 Witmarsum (Wonseradeel) Stem nr. 22. Zakelijk gerechtigden: Grietman Hobbo Esaias van Aylva nagelaten kinderen, eigenaar Sybren Broers, gebruiker

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

De SCHIPPERS-“stamlijn” komt uit de Stellingwerven en is van voor 1750 moeilijk terug te vinden. Enkele stamouders in dit kwartier zijn hier wel te melden, vanuit het Boventjongerse Friesland.

  1. Fedde Gosses, boer/huisman te Gersloot, ca 1640 dorpsrechter aldaar 969. Uit dit huwelijk: Liebbe Feddes (kw 484).

  2. Michiel Roeloffs, geb. ca 1645 ws te Rottum, trouwt 28-9-1671 met

  3. Grietje Jans, ca 1645/1650 te Rottum geboren.

Uit dit huwelijk: Jan Migchiels (kw 506). Michiel Roeloffs wordt in 1698 genoemd als eigenaar en gebruiker van de percelen 12 en 28 te Rottum. Stemkohier 1698 Rottum (Schoterland) Stem nr. 12. Zakelijk gerechtigden: Michiel Roelofs, eigenaar en gebruiker Stemkohier 1698 Rottum (Schoterland) Stem nr. 28. Zakelijk gerechtigden: Micchiel Roelofs, eigenaar en gebruiker

  1. Bonne Lolckes, geb te Langezwaag, overl te De Knipe, trouwt (2) 17-9-1709 met Antien Jans, geb Brongerga, dv Jan Ryckelds en Vrouck Yntses, Bonne trouwt (1) in 1674 (eerste proclamatie Langezwaag-Kortezwaag-Luxwoude 11-1-1674) met
  2. Reynsch Jacobs (Reinske Jacobs), geb te IJlst FR, overl te De Knipe.

Uit huwelijk met Reynsch mogelijk minstens 4 kinderen (geen doopregisters), onder wie de zonen Lolke Bonnes en Jacob Bonnes (kw 508). In de stemkohieren van 1698 wordt “Bonne Lolckes met zijn vier voorkinderen” genoemd, en ook “Bonne Lolckes met zijn vrouw”. Stemkohier 1698 Langezwaag (Opsterland) Stem nr. 39. Zakelijk gerechtigden: Tjebbe Tjebbes met zijn voordochter, de vrouw van Uilke Keympes, eigenaar voor bijna ½ Bonne Lolckes met zijn vier voorkinderen, eigenaar en gebruiker voor ruim ½. -
— In 1728 staat nr. 39 op naam van Jacob Bonnes voor ruim ½ en van Liebbe Hylkes, uit naam van zijn vrouw, voor bijna ½. Jacob is gebruiker van zijn deel, Claas Roels gebruiker van het andere deel. Stemkohier 1698 Langezwaag (Opsterland) Stem nr. 41. Zakelijk gerechtigden: Egbert Jolckes, eigenaar voor ¼ - Sybe Andries, eigenaar voor ¼ - Bonne Lolckes met zijn vrouw, eigenaar voor ¼ - Broer Tjebbes, eigenaar voor ¼ ; papist - Romke Everts, gebruiker. -
— In 1728 staat nr. 41 op naam van Lolke Bonnes voor 1/3 (daarvan is hij ook gebruiker) en voor 2/3 op naam van anderen (“papisten”) met Paulus Jaobs cum soc als gebruiker van dat deel. Stemkohier 1698 Brongerga en Mildam (Schoterland) Stem nr. 4. Zakelijk gerechtigden: Lyckle Jans, eigenaar voor 1/3 - Rykolt Annes, eigenaar voor 1/3 - Bonne Lolkes, eigenaar voor 1/3 - Geertie Wytses, gebruiker. -
— In 1728 staat nr.4 op naam van Jan Rykolts (de jonge) voor ½ en Cornelis Sygers, uit naam van zijn vrouw, voor ½. Gebruiker is dan Yntse Klases.

Bonne Lolkes is in 1698 mede-eigenaar van twee stemhebbende locaties te Langezwaag (stem 39 en stem 41), waarschijnlijk geerfd. Hij is 1674 getrouwd met Reinsch Jacobs uit IJlst, mogelijk koopmans- of schippersdochter, want IJlst ligt behoorlijk ver van Langezwaag. Bonne is gevestigd boer te Langezwaag in 1698. Merkwaardig in de meldingen is de noeming van hem met zijn vier voorkinderen. Waren dat kinderen (nog in leven) uit huwelijk met Reinsch, zij inmiddels overleden misschien? Was Bonne hertrouwd en zijn met “voorkinderen” kinderen bij Reinsch bedoeld? Hij trouwt 17-9-1709 (Gerecht SCHOTERLAND) met Antien Jans. In de stukken staat vermeld dat de derde proclamatie voor dit huwelijk (Gerecht SCHOTERLAND) 19-6-1695 werd gedaan, dwz 14 jaar voordat het huwelijk ook formeel wordt bevestigd (geen kerkelijk huwelijk). Mogelijk beschouwden Bonne en Antien zich al vanaf 1695 als gehuwd en betreft de melding in 1698 van Bonne “met zijn vrouw” de vrouw Antien. Dat Bonne in 1698 ook vermeld staat als eigenaar voor 1/3 van de plaats nr. 4 te Brongerga-Mildam, kan wijzen op al bestaande relatie met Antien. Hij vertegenwoordigt haar belang in deze plaats.

Schoterland, huwelijken 1709 Bevestiging huwelijk op 17 september 1709 Bonne Lolckes afkomstig van De Knipe Antie Jans afkomstig van Herenwal (Haskerland) De derde proclamatie voor het gerecht op 19 juni 1695.

Aannemend dat deze Bonne Lolckes dezelfde persoon is als de door ons bedoelde (stamvader) is de verwijzing naar Herenwal (Nijehaske, Heerenveen) voor Antie wel interessant. Is die verwijzing van 1695 (ondertrouw-inschrijving) achterhaald, of in 1709 nog van toepassing. Het laatste lijkt me onwaarschijnlijk. Antien Jans heeft wellicht te Nijehaske ingeschreven gestaan (Herenwal als plaats voor schippers en kooplui) maar had belang te Brongerga. Haar (veronderstelde) neef Jan Rykels, afkomstig van Brongerga, trouwt 2-3-1722 te IJlst, met Sijke Meynts, uit die handelsplaats afkomstig. Deze Jan (Rykolts de jonge) geldt 8 jaar later als mede-eigenaar van het belang te Brongerga.

Uit huwelijk van Bonne Lolkes en Reinsk (Rinske) Jacobs minstens de zonen:

    1. Lolke Bonnes, geb Langezwaag (Opsterland FR) ca 1675 (?), boer (huisman) en veenbaas, ovl 1742 (?), ca 67j oud, tr Sjoukjen Jeips, geb Nieuwehorne (Schoterland FR) ca 1675, ovl na 18-6-1742, dv Jeip Martens en Luts Ubles.
      — Uit de stemkohieren van 1728 valt af te leiden dat Lolke Bonnes, mede dankzij Sjoukjen, diverse belangen heeft. Hij is via zijn vader eigenaar en gebruiker van familiebedrijf te Langezwaag (“stem nr. 41”). Deze “stem” was wel verdeeld geraakt in de loop der tijden over verschillende eigenaren, maar dat was op zich geen groot probleem. Stemkohier 1728 Langezwaag (Opsterland) Stem nr. 41. Zakelijk gerechtigden: Tjebbe Broers, eigenaar; papist - Tjeerd Bontjes (BONSES), uit naam van zijn kinderen, eigenaar, met anderen, voor 2/3; papist - Jelte Gerryts (GERRITS), eigenaar - Jolke Egberts, eigenaar; papist - Lolke Bonnes, eigenaar en gebruiker voor 1/3 - Paulus Jacobs cum soc., gebruiker voor 2/3

Lolke Bonnes wordt na overlijden van schoonvader Jeip Martens voor de helft ook eigenaar samen met Cornelis Martens van bedrijf “stem nr.1” te Terband, dat hij niet zelf hoeft te runnen (Sake Piers is gebruiker): Stemkohier 1728 Terband (Aengwirden) Stem nr. 1. Zakelijk gerechtigden: Lolke Bonnes cum soc., eigenaar voor 1/2, in plaats van Jeip Martens erven - Jeip Martens erven, eigenaar voor 1/2; nu Lolke Bonnes cum soc. - Cornelis Martens, eigenaar voor 1/2 Sake Piers, gebruiker. Hij kan (op afstand) veenbaas worden in Aengwirden: Stemkohier 1728 Tjalleberd (Aengwirden) Stem nr. 3. Zakelijk gerechtigden: Pastorie van Tjalleberd, eigenaar voor 2/3 ofwel 8 ½ roeden - Juffr. IJlst, eigenaar van 3 1/2 roede (van de 12) - Lolke Bonnes cum sociis, gebruiker. En, uit naam van zijn vrouw, meedelen in andere belangen: Stemkohier 1728 Haskerdijken (Haskerland) Stem nr. 16. Zakelijk gerechtigden: Jan Martens, eigenaar voor ¼ - Lolke Bonnes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/16 - Jochum Wybrens, eigenaar voor 1/16 - Cornelis Martens erven, eigenaar voor ½ (red: Cornelis nu overleden?) - Oeble Jeeps, eigenaar voor 1/16 - Popke Harmens, gebruiker Stemkohier 1728 Joure (Haskerland) Stem nr. 16. Zakelijk gerechtigden: Jan Martens, eigenaar voor ¼ - Jeep Fokes, eigenaar voor ½ - Jochum Wybrens, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/16 - Lolke Bonnes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/16 - Oeble Jeeps, eigenaar voor 1/16 - Sibren Thijses, gebruiker Stemkohier 1728 Nieuwehorne (Schoterland) Stem nr. 5. Zakelijk gerechtigden: Oebele Jeips, eigenaar voor ¼ - Jochem Wybrants, uit naam van zijn zoon, eigenaar voor ¼ - Lolke Bonnes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor ¼ - Marten Jeips (JEEPS), eigenaar voor 1/4, en gebruiker voor 't geheel.

Lolke Bonnes is ca 1742 overleden.

    1. Jacob Bonnes (kw 508, WATERLANDER), aan te nemen jongere broer. Stemkohier 1698 Langezwaag (Opsterland) Stem nr. 39. Zakelijk gerechtigden: Tjebbe Tjebbes met zijn voordochter, de vrouw van Uilke Keympes, eigenaar voor bijna ½ Bonne Lolckes met zijn vier voorkinderen, eigenaar en gebruiker voor ruim ½. -
      — In 1728 staat nr. 39 op naam van Jacob Bonnes voor ruim ½ en van Liebbe Hylkes, uit naam van zijn vrouw, voor bijna ½. Jacob is gebruiker van zijn deel, Claas Roels gebruiker van het andere deel.
  • Sieger Wisses 1019. Uit dit huwelijk: Foock Siegers (kw 509).

Kwartierstaat Jan Geeuwkes DE BOER (Ryksargyf). Dominee van de Herv.Gem. Oudega-Nijega-Opeinde was Petrus Gerardi MEILSMA 1652-1685. Terwijl voorgangers er slechts korte tijd het ambt bekleedden, was hij er rond 30 jaar dominee. Het kan best zijn dat hij in deze streek van vrijbuiters en ongedoopten kerkelijk huwelijk en dopen van kinderen aannemelijker wist te maken.
— Doopregister van Oudega-Nijega-Opeinde is vanaf 1640 bijgehouden (en bewaard). Dat geeft aan dat er serieuze aandacht voor was. In 1640 werd de kandidaat (pas-afgestudeerde) Franciscus JUVENALIS er als dominee aangesteld. Met hem startte dus waarschijnlijk die serieuze aandacht. Hij wordt in 1644 beroepen naar Stiens en wordt opgevolgd door Philippus KOëLLER, ook een kandidaat (pas-afgestudeerde). De “kandidaten” kregen mogelijk in de opleiding mee registers goed bij te houden. En lieten de aandacht aan opvolgers na. KOëLLER neemt al in 1647 beroep naar Akkrum aan. De kandidaat Johannes Wilhelmi WYNGAART is dominee te Oudega 1648-1652 (dan beroepen naar Oldeboorn) en hierna komt kandidaat Petrus Gerardi MEILSMA die niet vertrekt, maar te Oudega ca ruim 30 jaar als dominee rondgaat. Volgens stemkohieren van 1698 en 1728 waren Terwispel stemmen 14 en 35 geheel eigendom van de kerk (patroon). Boer op stem 14 is in 1698 en in 1728 Tjeerd Jollerts. Boer op stem 35 is in 1698 Claes Pyters en in 1728 Geert Geerts. Van stem 9 was “de patroon” eigenaar van 8/13de deel, in 1698 en 1728. Andere deel eigendom van erfgenamen Rintje Rienks (kw 520).
— Bron: Egbert Lantinga. Mogelijk was Pieter Abrahams eerder getrouwd: ondertrouw Sneek 12-5-1764 Pyter Abrahams, afk van Akkrum, en Pyttie Ieps, afk van Sneek. Pieter is dan 28. Daarover nog geen verdere gegevens. Abraham Pieters HAGA (1775-1817) tr (1) Akkrum 23-8-1801, hij 26, zij ca 20, met Hijke Abes, geb Akkrum ca 1782 (doop op belijdenis 5-11-1800), ovl Akkrum 20-11-1807, 25j, gehuwd, dv Marijke Gerrits en onbekende vader. Uit huwelijk met Hijke 3 kinderen: Pieter (geb 21-10-1802), Abe (geb 18-18-1804) en Johannes (geb 31-7-1807). Grootvader Pieter noemt in 1811 nog Pieter en Abe. Deze jongens verder niet in BS-meldingen. Beiden naar Ned.Indië getrokken? Ovl te Kedoe (Ned.Indië) 1-1-1828: P.A.HAGA (militair).
— APH tr (2) Akkrum 18-6-1809, hij 34, zij 21, met Akke Jelles NOOITGEDAGT, geb Akkrum 5-9-1787, ovl 29-6-1864, 76j, weduwe, dv Jelle Piers NOOITGEDAGT, koopman, en Fokeltje Gerrij. Uit huwelijk met Akke de zoon Jelle Abrahams HAGA, geb Akkrum 22-11-1811, ovl 18-10-1835, 23j, ongehuwd (aangifte Utingeradeel acht maanden later, 22-6-1836: “verdronken op reis van Amsterdam naar Batavia”). Ook Indiëganger.
— Vader APH overlijdt 1817 in de Leeuwarder gevangenis. De jongens zijn dan nog jong. Hij is gemeente-ontvanger te Akkrum, maar daarin kennelijk niet betrouwbaar. In 1815 wordt hij vervangen en houdt grote schulden. Tijdens dat jaar verkopen hij en vrouw Akke weidlanden aan schuldeisers. Op 20-10-1815 laat APH testament registreren. Daarna is hij op een dag in 1816 zomaar verdwenen. Niemand weet waarheen en “daar hij nog een kassa moet hebben van 666 gldns 9 stuivers 12 penningen” laat de schout een geldkistje door de veldwachter verzegelen. Hij wordt gevonden en in de gevangenis gezet. De bewoners van het zeedorp Ter Heijde (naar het riviertje de Hei, een zijarm van de Maas) verdienden in 1494 hun geld vooral met visserij op de Noordzee (J.G.de Ridder, pag 49). In het onderzoek dat in dat jaar werd gedaan ten behoeve van grafelijke belastingschattingen laten de bewoners weten dat de bestaande belastingen en andere toestanden (oorlogen, overstromingen) hen al tot grote armoede brachten. Klagende “middenstand”? Het dorp lag aan de zee, op korte afstand van het dorp Monster (een tiental minuten verwijderd van Monster dat via een zanderig pad te bereiken was), waar het kerkelijk ook onder viel. Eigenlijk was het de havenplaats van Monster, de heren van Monster bezaten grote delen van het dorp. De schrijfwijzen liggen nog steeds niet vast in die tijd. Hij is oudste zoon van kw 748 en kw 749. Bij de doop van drie van zijn kinderen wordt hij vermeld als “Anxem Arijensz Spronssen”, bij de overigen alleen met patroniem (kwartierstaat Van der Krogt). Vergelijk J.G. de Ridder, pag. 168 en 169. Kwartierstaat Van der Krogt. Deze was eerder getrouwd met Geertje Claasse VAN DER SNOEK, bij wie een zoontje Lucas in 1713. Het kan zijn dat hij een jongere halfbroer was van Geertje Lucas VERKOORN (kw 377). Kwartierstaat familie Bode op internet Bode-kwartierstaat Er zijn “genealogieën” die haar geboortejaar ca 1643 noemen. Dit klopt niet met begraven in Martinikerk te Franeker 1702, 55j oud. Geboortejaar ca 1647 zou je dan verwachten. Verder nog te bekijken. Jacobus FENEMA, grietenijsecretaris van Dantumadeel, komt ook voor in ander deel van ons familieverhaal (zie GENERATIE 12). De functie van dorpsrechter (of bijzitter) was een min of meer eervolle bijbaan. De dorpsrechter werd door de grietman benoemd, uit een voordracht van drie. Hij was in het dorp (Encycl.van Friesland 1957) “niet alleen de plaatselijke vertegenwoordiger van het grietenijbestuur, maar ook en vooral dienstbaar bij de rechtspraak; voor de waterschappen deed hij oproepingen.” Gersloot telde rond 1640 minder dan 20 huishoudingen, dus als “rechter” had Fedde Gosses het waarschijnlijk niet druk. Met waterstaat en dijkbewaking wellicht drukker. Misschien in zijn tijd speelde de kwestie van de aanleg van het kerkhof te Gersloot waarheen vanaf de dijk een rijpad moest worden aangelegd over het land van een (slimme) boer die nogal dwars lag. Dat rijpad kwam er uiteindelijk. De septemberstorm van rond 22-9-1671 is inmiddels uitgewoed. Misschien was het een week later te Rottum mooi nazomerweer. Hoewel een dame te Amerongen, provincie Utrecht, (Buisman IV, pg 642) op 9 oktober schrijft: “Het regent hier alle daech noch so dat ick niet weet hoe ment koorn weer in d’aerde sal krijchge.” De lente van 1672 is zonnig en droog. Ideale omstandigheden voor optrekkende landlegers. Het jaar 1672 heet in de vaderlandse geschiedenis “het rampjaar”. Franse, Keulse en Munsterse (“Bommenberend”) legers profiteren van de omstandigheden om binnen te vallen. Door de droogte is de oostelijke grens van de Republiek niet meer te verdedigen. Ook door onwil: de geldschieters in Holland betalen al jaren niet meer voor de verdedigingswerken. Tijdens het rampjaar 1672 steekt het Franse leger (12 juni) de vrijwel droogliggende Rijn aan de voet van de Elterberg (“Zonnekoning” Louis XIV kijkt vanaf de berg toe) over. Het leger rukt snel op naar Amersfoort en Utrecht. De Staatse regering, onder Jan de Witt, is radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos, is later geschreven. De Hollandse regenten krijgen het nu op hun brood dat ze stadhouderloos (zonder Oranjes) wilden doorregeren. Op 21 juni wordt op de “premier” Johan de Witt een moordaanslag gepleegd die hij overleeft. Zijn broer Cornelis de Witt wordt wegens een aanklacht van een moordaanslag op de jonge prins van Oranje gearresteerd en meer dan vier uren op de pijnbank gelegd. Prins Willem wordt 9-7-1672 tot stadhouder van Holland en 16-7-1672 tot stadhouder van Zeeland benoemd. Johan de Witt neemt op 4-8-1672 ontslag als “premier”, nog steeds herstellende van de bij de aanslag opgelopen verwondingen. Op 20-8-1672 bezoekt hij zijn broer Cornelis die nog in de Voorpoort (Gevangenpoort) bij het Binnenhof te den Haag gevangen zit. Dat wordt beiden noodlottig. De plaats wordt door “het volk” omsingeld en de broers worden naar buiten gesleept, vermoord en opgehangen. De Franse aanval op Holland wordt in de herfst van 1672 toch een misser. Mede door “slecht weer”. Achter de rug van het Franse leger trokken Duitse legers richting Groningen en Friesland. Het leger van de Münsterse vorst-bisschop Christoph Bernhard VON GALEN (1606-1678) die “Bommen-Berend” ging heten omdat zijn leger van mortieren gebruik maakte, was erop gericht Friesland te veroveren. De Lindelinie in het zuiden van Friesland (Weststellingwerf) kon hij passeren. Maar op de heidevelden oostelijk van Oudeschoot leed hij een nederlaag. Bij die slag waren veel “Woudsters” betrokken. Bommen-Berend bleef langer dan de Fransen in Holland actief in Drenthe, Groningen en Friesland. In 1674 moest hij tenslotte de bijl erbij neergooien. Een vredesverdrag werd gesloten. De bisschop trok zijn legers terug. Zijn oorlog kostte veel mensenlevens.

Schoonouders van Lolke Bonnes trouwen 6-1-1672 (Gerecht Schoterland): Jeip Martens, afk van Nieuwehorne, en Luits Ubles, afk van Oudeschoot. Beide tekenen met handtekening; zij tekent met “Luds Vbles”.

Generatie 11 — Detail

Generatie 11 (stam-grootouders, 1024-2047)

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland)

  1. Tys Sjoerds, geb 1604, boer/schipper, Oostermeer, tr in 1628 met
  2. Jantien (Jantsje, Jantje) Tammes, geb 1602, ovl in 1635 (?).

Uit het huwelijk is alleen de zoon Tamme bekend. De voornaam Tys te herleiden naar Thijs, Matthijs, Mattheus, een kerkelijke doopnaam. En in dit geval: Tys wordt vernoemd naar zijn groootvader van moederskant.

Ouders van: Tamme Tijses (kw 512).

Tys Sjoerds en Jantsje Tammes zijn beiden mogelijk niet oud geworden. Misschien waren er naast Tamme andere kinderen. De combinatie boer/schipper te Oostermeer (Eastermar) bezuiden het Bergumermeer is voor die tijd niet vreemd. Vanuit het “Hoogzand”, de oude dorpskern, groeide het dorp door veengraverij in zuidelijke richting uit. De buurschap Witveen ontstond en aan de afwateringskant de insteek-haven (voor schippers) Oostermeer. Dit Oostermeer aan de Lutsstroom tussen Bergumermeer en het door de veengraverij (later) ontstane meer De Leijen was tot in de 18de eeuw belangrijk en welvarend dankzij turfhandel en schipperij.

Te Oostermeer in de jeugdjaren van Tys Sjoerds is Eercke Meyerts HAERSMA oa dorpsrechter (HAERSMA-familie, zie bij Generatie 12). Geen familieverbanden met Tys Sjoerds. Mogelijk wel werkverband.

  1. Sjoerd (Sierd) Clases, trouwt te Opeinde voor 1635 met
  2. Jouck Wolters

Ouders van: Hiltje Sjoerds (kw 513). Deze is ca 1635 geboren. De trouwregisters Oudega/Opeinde beginnen in 1640.

  1. Harcke Ritskes, geb Oostermeer ca 1628, ovl voor 1669, trouwt (?) ca 1648 met
  2. n.n. Geen meldingen van huwelijk en dopen. Deze stamgrootmoeder blijft voorlopig van naam onbekend. Mogelijk was zij dochter van ene Freerck.

Ouders van: Freerck Harckes (kw 514), geb ca 1648, tr 4-5-1665 met Taepke Tjallings (kw 515) Ritske Harckes, geb ca 1650, ovl ca 1683, tr ca 1672 met Hiltje Warners

Harcke en zonen Freerck en Ritske trouwen alledrie op jonge leeftijd, zo schijnt. Dat Freerck en Ritske broers waren is nog veronderstelling (van vader Harcke en niet genoemde partner immers geen meldingen). Sommige auteurs laten Freerck zoon zijn van Harcke Ritskes (kw 4112), volgens mij zijn overgrootvader. In dat andere script zou hij ca 1600 geboren zijn en rond zijn 65ste met Taepke Tjallings getrouwd (bij wie kinderen).
— Huwelijk van Freerck Harckes (1665) wel in kerkregister, dat van Ritske Harckes (ca 1672) weer niet. Opmerkelijk is dan weer dat dochters van Freerck (Hincke 6-1-1665 en Bauck 29-4-1665) gedoopt worden voordat zijn huwelijk met Taeb Tjallinghs 4-5-1665 kerkelijk wordt bevestigd. Die bevestiging valt samen (Herv Gem Oudega-Nijega-Opeinde 4-5-1665) met huwelijk van Tjeerd Tjallinghs. Huwelijk van Ritske Harckes met Hiltje Warners weer niet in kerkregister. Wel dopen van (eerste?) twee kinderen: Wik(je) doop Oostermeer 30-11-1673, Warner Ritskes doop Oostermeer 16-1-1676.

Freercks jongere broer Ritske Harckes (broer volgens onze aannames), geb ca 1650, ovl ca 1683, rond 33j oud, tr ca 1672, rond 22j oud, met Hiltje Warners, afkomstig van Noorderdrachten, dv Warner Warners en Wikje Martens. Ritske ontpopt zich al vroeg (mogelijk na overlijden van vader Harcke) als vervener op het Witveen, bezuiden Oostermeer, en handelaar. Rond zijn 20ste wordt hij vermeld (22-11-1669) als koper, samen met compagnons, van een perceel hoogveen in de Rottevalle, zuidelijk van Witveen, voor een bedrag van 750 Caroliguldens. Mogelijk was hij jongste partner bij deze investering en was huwelijk met Hiltje uit Noorderdrachten een gevolg van handelscontacten. Eerste kinderen uit zijn huwelijk vernoemd naar Wikje Martens en Warner Warners, de ouders van Hiltje. In 1673 (10-11-1673) koopt hij verder land en boerderij op het Witveen. In 1678 nog een verder stuk land aldaar (voor 490 Cgldns): de achttienen van Tiomme Jans wonend te Swarte Sluys. Kortom, Ritske is nog geen 30 en als vervener al een behoorlijke baas. In 1676 (16-1-1676) wordt zoon Warner Ritskes gedoopt en tegelijk ook de moeder Hiltje Warners. Eerder (30-11-1673) werd een dochter Wikje gedoopt.. Het “succesverhaal” van Ritske Harckes eindigt abrupt, want hij overlijdt. Ruim 30 jaar oud. Hiltje Warners trouwt (2) Oostermeer 10-1-1684 met Wate Botes, en (3) Eestrum (zusterdorp van Oostermeer) 24-11-1695 met Jelle Sybrens (weduwnaar van Aeltje Ritskes, tante van Ritske?).

De zoon Warner Ritskes, doop Oostermeer 16-1-1676, wordt vader van 15 kinderen (zo lijkt), tr (1) 5-11-1693 met Hiltje Jans en (2) 17-1-1723 met Jitske Minses. Uit laatste huwelijk enkel een zoon Jan, gedoopt 11-7-1728. Uit eerste huwelijk 14 kinderen en uiteindelijk slechts enkele “levensvatbaar” (doopdata Oostermeer): Styntje 26-5-1695, Ritske 18-10-1696, Ritske 12-12-1697, Ritske 11-8-1700, Jan 23-4-1702, Jan 7-12-1704, Jan 28-2-1706, Harke 6-1-1709, Rienk 14-2-1710, Johannes 10-5-1711, Joannes 18-3-1714, Petrus 8-9-1715, Petrus 13-12-1716, Hiltie 26-8-1718.
— Warner Ritskes was ongeveer 17j oud, toen vader Harcke overleed en moeder Hiltje met Wate Botes trouwde. In stemkohieren van 1728 komt een Warner Ritskes voor als eigenaar (samen met Oeds Hendrix) van de helft van Suawoude stem 3, de weduwe en erven van Gerryt Rinnerts zijn eigenaar van de andere helft. Rinnert Gerryts en Gerryt Claases zijn gebruikers.
— Of dit dezelfde Warner Ritskes is geweest, valt nog te bezien.

  1. Tjallingh 1031. Ouders van: Taapke (Taeb) Tjallings (kw 515) Op 4-5-1665 trouwen (Herv Gem Oudega-Nijega-Opeinde) Taeb Tjallinghs zowel als Tjeerdt Tjallinghs. Taeb, afk Oostermeerderveen, tr Freerck Harckes (kw 514), afk Oostermeerderveen. Tjeerdt, afk van Het Veen, tr Siouck Romckes, afk Deinum.

  2. Hans Hanses

  3. Wypk Jochums

Ouders van: Jochem Hanses (kw 516)

  1. Gerloff Jacobs, geb ca 1580 te Bergum (Tietjerksteradeel, FR), ovl na ca 1657 te Opeinde, gehuwd met
  2. Sijke Bauckes, geb ca 1582 te Oostermeer, ovl na 1658 te Opeinde

Ouders van: Minke Gerloffs (kw 517)

  1. Rinse Rienks = 520.
  2. Wietske Jelkes = 521.
  3. Jallert Tjeerds = 522.
  4. nn = 523.

  5. Wolter Claes

  6. n.n. Uit huwelijk: Anske Wolters (kw 528) Claeske Wolters, geb ca 1590, gehuwd met Wytse Oenes Hendrick Wolters, geb ca 1590, gehuwd met Ferdu Wytses Cleis Wolters, gehuwd met Trijn Hendricks Jan Wolters, huisman te Katlijk, geb ca 1615, ovl ca 1660. Gehuwd (1) met Baertie Roons (dochter van Roon Reitses en Hantien Jans). Uit dit huwelijk de zonen Gerke Jans, dorpsrechter in 1698, en Rieuwert Jans. Gehuwd (2) ca 1650 met Sibbel Geerts (dochter van Geert Harmens en Aeltien Peter Meines). Uit dit huwelijk een zoon Wolter Jans. Sibbel Geerts trouwt (2) met Jan Rinkes, boer en dorpsrechter te Rottum.

PM: Er is een Wolter Jans te Rottum (1707) die als mede-curator optreedt voor de kinderen van zijn overleden (half)broer Geert Jans, samen met zijn andere (half)broer Rinke Jans. Geert (“afkomstig uit Gaast”) is voor 30 oktober 1699 overleden. In een schuldakte (Opsterland 175 (X13) folio 606) van 30-10-1699 wordt gemeld: Berber Bernardus HAARSMA, weduwe van Geert Jans, voor zich en voor haar minderjarige kinderen schuldig aan Uylckien Auckes, weduwe van Bernardus HAERSMA. Onderpand: land te Langezwaag gekocht op 29-4-1694 van Jochum Egberts. Deze Wolter Jans is zoon van Jan Wolters, boer te Katlijk, en Sibbel Geerts. Rinke en Geert hebben ook Sibbel Geerts als moeder, maar zijn uit haar tweede huwelijk. Volgens het stemkohier Brongerga/Mildam (1698 nr 22) zijn ze samen eigenaar van een stemhebbende boerderij aldaar: Rinke Jans en zijn broeders en kinderen mede-eigenaar voor 1/10.

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Jan Jansz ROM, geb. ca 1610, wijnkoper te Rotterdam, begr Rotterdam 29-11-1654, trouwt te Rotterdam met
  2. Jannetje Jorisdr, ovl na 1654 (Florisdr?)

Uit dit huwelijk: Jan Jansz ROM (kw 640).

Stamgrootouders in de ROEM-lijn. De familienaam komt in de 16de eeuw als ROM in de registers voor, in de 17de eeuw ook als ROM, maar gaandeweg tijdens die eeuw wordt de schrijfwijze ROEM. Of de benaming ROM of ROEM aan de wijnhandel is te danken kan worden bestreden. Er is ook een hiaat in de meldingen betreffende nageslacht van Jan ROM, wijnkoper te Rotterdam, en diens (latere) kinderen.

De Rotterdamse kerkregisters zijn sinds rond 1650 (na einde Tachtigjarige Oorlog) bijgehouden, incompleet bewaard. Dat stamgrootvader Jan Jansz ROM op 29 november 1654 te Rotterdam is begraven, staat gemeld. Ook dat hij wijnkoper was en echtgenoot van Jannetje Jorisdochter. Gegevens over trouwdatum en kinderdopen ontbreken. Op 6-10-1652 wordt een kind van Jan Jansz ROM begraven. Op 26-4-1669 trouwt Jan Jansz ROM (kw 640), vermoedelijk de oudste zoon van stamgrootouders Jan en Jannetje. Mogelijk was Jannetje Florisdochter en niet Jorisdochter (foute lezing van begraafregister – zie naamgeving kleinzonen).

  1. Nicolaes (Claes) Roockusz VOSBURGH, geb ca 1620. Woonde te Rotterdam aan de Wijnstraat. Vermoedelijk ook wijnkoper of assistent-wijnkoper. Overl na 1682. Trouwt (2?) te Rotterdam 1651 met Barbara Andries DE BOCHON, tr (3?) te Rotterdam 7-10-1666 met Maria LAMBRECHTS (Marijtje Lamberts), weduwe van Aert Harmensen. Trouwt (1) te Rotterdam ca 1645 met
  2. Pietertje/Petronella (?)

Uit dit huwelijk: Marijtje VOSBURG (kw 641).

Remonstrants. In 1651 trouwt Claes Roockusz VOSBURGH met Barbara Andries DE BOCHON, in waarschijnlijk tweede huwelijk. Dochter Marijtje (kw 641) bestaat dan al en stamt uit een eerste huwelijk. De naam van haar moeder (onze stamgrootmoeder) is niet overgeleverd, maar luidde wellicht Petronella (Pietertje). Uit huwelijk met Barbara De Bochon minstens twee dochters: Dina en Cornelia VOSBURG(H). Stamgrootvader Claes is (weer) weduwnaar, wonende aan de Wijnstraat te Rotterdam, wanneer hij 7-10-1666 trouwt met Marijtje LAMBERTS, wonende aan de Korte Wagenstraat, weduwe van Aert Harmensen.

Claes (Nicolaes) VOSBURGH wordt genoemd als doopgetuige bij de zonen Niklaes, Nicolaes en Claes van Jan Janse ROM en Maria VOSBURG (kw 640/641). In 1682 samen met Maria LAMBRECHTS ook bij de doop van kleinzoon Floris. Bij de doop van kleindochter Pietertje (1684) wordt Maria Lambrechts als getuige genoemd en niet Claes.

  1. Leendert Leendersen VAN DEN EIJCK, geb. ca 1600
  2. (Izaaksdr ?)

Uit dit huwelijk: Izaak van der Eijk (kw 668).

Zoals hiervoor gemeld (kw 668) hebben we nog geen bronnen die de relatie duidelijk bevestigen. De veronderstelling is dat de voornaam Izaak afkomstig is uit de familie van de nog niet genoemde eerste echtgenote van Leendert Leendersen van den Eijck, die een van onze stamgrootvaders zou zijn. Izaak zou een tweede zoon uit dit huwelijk kunnen zijn geweest.

Op 8-1-1645 trouwt in de Nieuwe Kerk te Delft Leendert Leendersen van den Eijck, “weduwnaar, afkomstig van Naaltwijck”, met Maertie Jacobs, “jonge dochter, afkomstig van Maeslant.” Stamvader Izaak is rond tien jaar oud wanneer zijn vader hertrouwt.

  1. Abraham Pleunen VAN DER KOOIJ, geb te Delfgauw rond 1590, wonende te Delfshaven aan de oostzijde van de Schie, “bouwman”, overl aldaar dinsdag 10-9-1652, ongeveer 62 jaar oud, trouwt in tweede huwelijk 16-1-1637 in de Nieuwe Kerk te Delft met
  2. Maertgen Joppen VERBOON, geb te Pijnacker, ovl na 1658 te Delfshaven.

Uit dit huwelijk: Job, gedoopt 10-1-1638 te Delfshaven Cornelis, gedoopt 12-2-1640 te Delfshaven (jong overleden) Hilletgen, gedoopt 23-11-1641 te Delfshaven, trouwt op 29-jarige leeftijd te Delfshaven 23-11-1670 (haar doopdag!) met de 16-jarige cargadoor Vechter Jacobsz VAN DER KAEGH Cornelis Abrahamsz van der Kooij (kw 670) Trijntgen, gedoopt 2-4-1645 te Delfshaven, tr. 15-7-1674 te Rotterdam met de linnenwever Casper Dirksz VERBEEK, “afkomstig uit ’t Land van der Marck”. Stijntje, gedoopt 10-2-1648 te Delfshaven (een maandagdoop). Trouwt (1) te Delft 6-3-1667 met Jan Claessens VERSIJDEN, (2) te Rotterdam 22-1-1688 met Pieter Dirksz MINGES, geboren te Weesp, (3) te Rotterdam 26-7-1712 met Adrianus Jansz KONIJN. Bij het derde huwelijk is Stijntje 64 jaar oud. Overleden te Delfshaven 3-7-1727. Ingetje, gedoopt 24-10-1649 te Delfshaven, tr. 1-11-1676 te Delfshaven met Gerrit Claesz VAN SWOL. Overl. Rond 1769, ongeveer 30 jaar oud.

Stamgrootvader Abraham is rond 47 wanneer hij met stamgrootmoeder Maartje Verboon trouwt. Zij was ongetwijfeld een heel stuk jonger gezien de zeven kinderen die ze samen nog krijgen. Stamvader Cornelis Abrahamsz van der Kooij (kw 670) is 10 wanneer zijn vader overlijdt.

Het eerste huwelijk van Abraham was in december 1617 te Berkel (ZH) met Trijntje Claesdr VERMEER (attestatie afgegeven 24-12-1617 te Delft). Uit dat huwelijk drie kinderen: Neeltje, Jacob en Sijtgen. Meidje Sijtgen werd januari 1635 gedoopt, maar overleed kort erna. Moeder Trijntje Vermeer is ws ook door dit kraambed overleden. Abraham begon tweede huwelijk vrijdag 16-1-1637.

  1. Cornelis Jansz ZUIDHOORN, ovl te Hof van Delft voor 1648, ondertrouwd te Delft 7-11-1626, gehuwd te Vlaardingen met
  2. Weijntje Maartens, ovl te Hof van Delft na 1658.

Ouders van Elsgen Cornelisdr Suithoorn (kw 671).

  1. Arijen Joostensz VAN EENDENBURG, geb rond 1610, overl te Terheide voor 15-5-1689, trouwt met
  2. Maertje Siemonsdr VAN DER HEIJDE, overl tussen 20-4-1672 en 15-5-1689.

Uit dit huwelijk (minstens): Simon Arentsz van Eendenburg (kw 740).

  1. Claes Cornelisz VAN DER MARCK, geb te Zandambacht ca 1617, ovl voor juni 1667, weduwnaar van Annetje Jaspersdr, trouwt 12-3-1652 te ’s Gravenzande met
  2. Maartje Cornelisdr.

Uit dit huwelijk: Annetje Claesdr van der Marck (kw 741).

Het schijnt dat dochter Annetje in 1667 zwaar ziek was en dat voor haar leven werd gevreesd. Het meisje, hooguit 15 jaar oud, laat haar deel van de erfenis over aan haar moeder: Annetje Claesdr. Van der Marck, jongedochter wonende te Monster, ziek te bed liggende, laat al haar roerende en onroerende goederen na aan haar moeder Maertje Cornelis, laatst weduwe van Claes Cornelisz van der Marck, comparants vader zaliger. (Archief ’s-Gravenzande nr 4619-1620). De weduwe Maertje is van plan opnieuw in het huwelijk te treden, nu met Arij Arents, tuinman. Annetje bleef gelukkig in leven, trouwde Simon Arentsz van Eendenburg (kw 740) en werd een van onze voormoeders.

  1. Jan VAN DUYN 1485.

Uit dit huwelijk: Arij Jansz van Duyn (kw 742)

  1. Cornelis 1487.

Uit dit huwelijk: Wijve Cornelisdr “afkomstig uit Monster” (kw 743)

  1. Arijen Ansumse SPRONZEN (= 748)
  2. Lijsbeth Arijens VAN TEYLINGEN (= 749)

  3. Jan Willemsz VAN DAM

  4. Marijtje LAMMENS.

Ouders van: Appolonia Jansdr VAN DAM (kw 745).

  1. Cornelis Ijsbrantszn VERGOUDE, trouwt 1632 te De Lier met
  2. Lijntge Jans

Uit dit huwelijk: Jan Cornelisse Vergoude (kw 746)

  1. Arent VAN PROOIJEN 1495.

Uit dit huwelijk: Diewertje van Prooijen (kw 747)

  1. Ansem Jansz VAN DER SPRONSE, ged. 16-10-1588 te Naaldwijk (“Anselmus”), overl 1625 te Honselersdijk, 36 jaar oud, trouwt 20-11-1611 te Naaldwijk met de nog heel jonge weduwe:
  2. Machtelt Cornelisdr VAN DER MEER, ged. 26-1-1592, overl 23-2-1641, 49 jaar oud.

Uit dit huwelijk: Cornelis, gedoopt te Naaldwijk 22-1-1617. Jong overleden. Arijen (Arent), gedoopt te Naaldwijk 5-5-1619 (kw 1488 en kw 748). Jan, gedoopt te Naaldwijk 4-12-1622. Jong overleden.

Ansem huurde een huis met boomgaard te Honselersdijk. Misschien was hij fruitkweker (zoon en kleinzonen werden marktschipper). Wanneer Ansem overlijdt is zijn zoon Arijen (of Arent) nog pas 6 jaar oud.

Of de 36-jarige Ansem een pest-slachtoffer was, weten we niet. Wel is bekend dat deze gevaarlijke ziekte in 1624 en 1625 weer heftig woedde, vooral ook in Delft en omgeving. Te Delft begon de ziekte onder de daar gelegerde soldaten, te Rotterdam op de oorlogsschepen. In Delft stierven in twee jaar rond 8.000 mensen en dat op een bevolking van ruim 22.000. In Londen overleden in 1625 ruim 35.000 mensen aan de ziekte. De koning verliet de stad en het Engelse parlement verhuisde naar Oxford. Ongeveer 18.000 Londense gezinnen slaan ook op de vlucht, “maar aangezien haast niemand hen wil opnemen, sterven er velen in het open veld.”

Machtelt is rond 33 jaar oud en alweer weduwe. Ze trouwt een derde maal (in ieder geval vóór 25-5-1639, maar mogelijk al veel eerder), nu met Dingenaer Cornelisz. Arijen Anghsompsz., zoon van Machtelt Cornelisdr van der Meer, in echte gewonnen bij wijlen Anghsom Jansz., krijgt voogden toegewezen. Op 25 mei 1639 verklaren de weesmeesters en substituut-baljuw van Monster een akte te hebben gezien en te bevestigen, ondertekend door die voogden, waarin Machtelt belooft haar zoon Arijen “wanneer hij 22 jaar geworden was, ter voldoening van zijn vaders erfdeel 50 Carolusguldens te betalen en daarbij een bed met toebehoren of in plaats daarvan nog eens 50 Carolusguldens” en tot die tijd zou ze hem onderhouden. Arijen is dan juist 20 en volgens de controleurs keurt hij dit contract goed.

In 1641 wordt hij 22 jaar en waarschijnlijk heeft hij de bedragen geincasseerd, want we zien (kw 748) dat hij als jongeman in 1643 twee schuiten koopt en in 1645 een huis en erf aan de vaart te Monster

  1. Arie Louwen VAN TEIJLINGEN (Arijen Lourijsz.), kleermaker, herbergier, gehuwd (1) ca 1625 ? met
  2. Maartje Jacobs

Uit dit huwelijk: Lijsbeth van Teijlingen (kw 749).

Arij VAN TEIJLINGEN gaat 28-1-1652 te Monster in ondertrouw met Haasje Jans. Het huwelijk met Maartje Jacobs en de geboorte van Lijsbeth was in de periode daarvoor.

Hij staat als kleermaker te boek en koopt 2-8-1642 te Monster de herberg “Het Gulden Vlies” van de weduwe Elsgen Cornelisdr van der Kroegh, weduwe van Joris Jans (van Campen). In 1663 staat hij vermeld als rentmeester van de “arme cameren goederen” te Monster. Hij is overleden tussen 14-5-1664 en 19-12-1667.

  1. Blasius Joosten VOS DE HOOGWERFF, geb Monster ca 1600, trouwt aldaar ca 1625 met
  2. Joseffien Willems BOOGERT

Ouders van: Arij Blase VOS (kw 750).

  1. Cornelis Willemsz COUCK (ook: Coucxs VAN MAERLEVELT of Van MARELEVELT), geb Monster ca 1600, in 1607 onmondig beleend (zijn grootvader overleed in 1602, zijn vader voor 1607), ovl Terheide voor 30-5-1666, getrouwd voor 1630 met
  2. Machtelt Adams VAN DIJCK, geb ca 1600, ovl Terheide 22-5-1667.

Het echtpaar is in het duindorp Terheide ten westen van Monster gaan wonen (komen daar voor in een akte van belending uit 1648).

Op 28-9-1670 wordt (na overlijden Cornelis in 1666 en overlijden Machtelt in 1667) de boedelscheiding notarieel bekrachtigd, met als vermelde erfgenamen uit het huwelijk de kinderen, 1 zoon, 3 dochters:

Adam (Aem) van Marelevelt Lijsbet van Marelevelt, huwde met Theunis Pouwelsz. Van der CLEY Jannetie van Marelevelt, huwde met Jan Gerritsz. MIJNHEER Maertien van MARELEVELT (kw 751), huwde (2) met Arij Blase VOS (kw 750).

  1. Ary Jacobszoon (van) VREUGDENHIL, geb. te Naaldwijk 1612, arbeider, ovl na 14-1-1673, trouwt 19-8-1640 te Naaldwijk met
  2. Jannetje Pietersdochter, overleden te Naaldwijk.

Uit dit huwelijk: Willem Ariensz VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 19-8-1640. Pieter Ariensz VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 18-5-1642, trouwt te Naaldwijk op 12-8-1663 met Trijntje Jans VAN DIJCK, afkomstig uit Naaldwijk. Jacob Ariensz Vreugdenhil (kw 752). Heiltje Ariensdr VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 22-12-1647. Grietje Ariensdr VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 26-11-1651. Maartje Ariensdr VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 2-7-1656.

  1. Jochem Gerritsz VAN OUTSHOORN, ovl te Naaldwijk na 5-12-1649, trouwt 17-1-1638 met
  2. Maartje Meesen (Meesdochter), gedoopt te Naaldwijk 16-4-1617, ovl aldaar na 5-12-1649, minstens 32 jaar oud.

Uit dit huwelijk: Aerijaantje Jochums VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk 17-1-1638. Maartije Jochums VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk 31-7-1639. Neeltje Jochums VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk maart 1648. Mees Jochumsz VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk 5-12-1649, trouwt op 38-jarige leeftijd 12-8-1668 te Naaldwijk met Maria Pieters VALCK, geboren te Naaldwijk, begraven aldaar 15-3-1702, dochter van Jacob Pietersz VALCK en Maartje Gerrits VAN WESTEN. Geertje Jochums VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk 24-11-1652 (kw 753). Gerrit Jochums VAN OUTSHOORN, wonend te Naaldwijk, overleden na 3-3-1728, trouwt 23-9-1664 te Delft (gerecht) met Lijsje Jans VAN RIJN, wonend te Naaldwijk.

Tussen kind twee, Maartje, en kind drie, Neeltje, zit een periode van bijna 9 jaar, waarin misschien geboortes mis gingen.

  1. Yzebrand Cornelisz COREN, geboren 1613/1614, touwslager te Monster, ovl aldaar na 31-7-1677, trouwt (1) te Monster rond 1645 met
  2. Fijtje Lucasdr VAN DER VLAM, geb ca 1615, ovl te Monster voor 1670.

Uit dit huwelijk: Lucas Ysbrandsz VERKOORN, geb te Monster rond 1645 (kw 754).

Na overlijden van Fijtje gaat Yzebrand 17-7-1670 te Monster in ondertrouw en trouwt hij (2) 24-8-1670 te ’s Gravenzande, ruim 55 jaar oud, met Annetje ARIENSdochter. Hij was touwslager van beroep en volgens een notarisakte verkoopt hij per 31-7-1677 zijn lijnbaan te Monster, hij is dan rond 63 jaar oud.

  1. Gerrit Rochusz VAN DER VALK, gedoopt te Naaldwijk 5-6-1611, ovl te Blankenburg na 4-7-1663, trouwt 10-5-1637 te Naaldwijk met
  2. Leuntje, geb ca 1610, begraven te Naaldwijk 30-11-1644.

Uit dit huwelijk: Lijsbeth Gerritsdr VAN DER VALCK (kw 755).

  1. Kommer CHARLOIS (SAARLOOS), geb ca 1610, woonde te Numansdorp (Middelsluis) 1521.

Ouders van: Arie Kommersz SAARLOOS (kw 760) Cornelis Commersz

De naam CHARLOIS, later verbasterd tot SAARLOOS, zou verband kunnen houden met herkomst uit het dorpje Charlois bij Rotterdam. Bij de inrichting van de Hoeksewaardse polders waren veel arbeidskrachten nodig. Misschien was Kommer ook al “schieter van sloten”, zoals later zoon Arie en kleinzoon Cornelis en mogelijk ook andere familieleden.

  1. Arie 1523. Ouders van: Mayken Ariensdr (kw 761)

  2. Anthonis Symonsen SLOTER, geb ca 1600, korenmolenaar te Westmaas en later te Mijnsheerenland, gaarmeester van de verpondingen (belastingpachter) 1653-1656 te Mijnsheerenland, trouwt daar (2) 19-7-1655 met Adriaentje BIJL, trouwt (1) ca 1630 (?), vermoedelijk te Westmaas met

  3. Marichje Jansdr VINCK, ovl voor 1654.

Ouders van: Dirck Anthonisz SLOTER (kw 762)

Dirck volgde zijn vader op als korenmolenaar te Mijnsheerenland. De bijnaam SLOTER (later VAN DER SLOOT) heeft te maken met de aan het molenaarsberoep verbonden zorg voor een goede verzorging van de waterhuishouding in de polder (“molensloten”), zij waren dus tevens vaak “slotenschieters”. Het beroep van sluiswachter (sluisbeheerder) lag in het verlengde van al deze taken.

  1. Gijsbert Cornelisz BOER, geb ca 1580, ovl voor 1650, na 1634 gehuwd met
  2. Anneke Adriaensdr TOL, geb te Zwijndrecht in 1595, ovl te Mijnsheerenland na 1675, trouwt (1) op 30-6-1615 te Zwijndrecht met de jonge dominee Timotheus WIJCKENTOORN, geb in 1585, ovl 28-5-1634 in Mijnsheerenland. Anneke trouwt (2) na 1634 met Gijsbert Cornelisz BOER en (3) 12-12-1650 (?) met ene Jan Jansz.

Uit huwelijk van Gijsbert en Anneke: Pieternella Gijsberts BOER (kw 763)

Domineesweduwe Anneke Adriaensdr (Wijckentoorn) nadert al de 40j wanneer ze in tweede huwelijk trouwt met Gijsbert Cornelisz BOER. Uit dit huwelijk wordt stammoeder Pieternella geboren. Stamvader Gijsbert BOER is 50-plusser wanneer hij met weduwe Anneke trouwt en nog de dochter Pieternella (kw 763) krijgt. Hij is boer met aanzien die in de polder meedraaide in het bestuur (als schepen te Mijnsheerenland en na 1640 als stadhouder).

  1. Cornelis (MEESTER?), geb ca 1618? te Goudswaard 1529. Ouders van: Gerrit Cornelisz (kw 764)

  2. Jacob 1531.

Ouders van: Wijvetie Jacobs (kw 765)

  1. Leendert Leendertsz SPUIDIJK (“de Oude”), schepen van Nieuw-Beijerland, geb aldaar ca 1612, gehuwd met
  2. Maria Pietersdr ROOBOL, geb te Nieuw-Beijerland ca 1604, ovl voor juni 1680

Ouders van: Leendert Leendertsz SPUIDIJK (kw 766) (“de Jonge”)

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. Wijbe 1537.

Ouders van: Minne Wybes (kw 768)

  1. Petrus Rudolphi, doop Leeuwarden 7-6-1618, ovl 14-1-1658, 39j oud, fiscaal aan de Universiteit te Franeker, tr 10-11-1644 met
  2. Sake Scheltis Valckenburch (Saskia, Falkenburg), ovl 4-1-1688 (?)

Burgerboek Franeker 1642 Vermeld: Petrus Rudolphi, procureur postulant. Datum: november 1642 Geboren te Leeuwarden

In doopregister Hervormde Gemeente Franeker alleen doop 19-7-1657 vermeld van een dochter Gerritie uit huwelijk van Petrus Rudolphi (naam moeder niet vermeld). Doop- en trouwboeken van HG Franeker zijn vanaf 1650 bewaard. Trouwdatum van Petrus en Saskia kennen we dankzij trouwboek van de naburige HG Schalsum dat vanaf 1636 is bewaard. Schalsum meldt bevestiging van het huwelijk 10-11-1644, met achter beider namen “afkomstig van Franeker”. Waarom de twee in Schalsum trouwen, moet nog worden verklaard.

Ouders van: - Rudolphus Petri (kw 824), waarschijnlijk geboren vlak voor 1650. Doopregister Franeker begint per 1650. Volgens begraafregister Martinikerk is hij overleden 21-9-1706, 56j oud. - Gerritje Petri, doop Franeker 19-7-1657, verder geen vermeldingen.

  1. Johannes Petri Bechius, geb 30-6-1613 te Leeuwarden, predikant te Oosthem, “schoonzoon van Tjamme Gerrits, is beroepen van Haskerhorne, geapprobeerd 10-11-1640”, ovl 1-12-1664 te Oosthem, 51j oud, trouwt 20-2-1636 te Leeuwarden, hij 22, zij 18, met
  2. Titia Tammeri Baerdt, geb 23-10-1617 te IJlst, ovl 16-6-1663 te Oosthem, 45j oud.

Ouders van: Aurelia Bechius (kw 825). Aurelia is 17 jr oud, als haar ouders te Oosthem overlijden. Zij vertrekt naar Britsum (Leeuwarderadeel) waar tante Jancke Tammeri BAERDT dan woont, gehuwd met predikant Petrus Antonius Petri.

De RK-kerk te Oosthem bracht voor de overgang naar de Hervormde richting 120 goudguldens per jaar op en het vicarisschap 85 goudgulden (bron: van der Aa). Dat was relatief behoorlijk. De Hervormde prediker Feito Riords kwam al in 1565 naar Oosthem en leidde de overgang. De Hervormde gemeente Oosthem-Abbega-Folsgare, met drie kerkgebouwen, was in de eerste Hervormde eeuw geen slechte start voor een jonge predikant. Ook de rijke boeren verlieten de RK-kerk. Stamgrootvader Johannes Petri Bechius werd er de derde predikant na “Hervormer” Feito Riords (Ruurds) die in 1593 naar Woltersum (Groningen) vertrok.

Op de voor die tijd gebruikelijke manier werd de naam van Jan Pyters in zijn studententijd verlatiniseerd. Waarom de toevoeging BECHIUS aan zijn naam? Daarvoor geen passende verklaring.

  1. Rommert Bauckes, geb ca 1610 te Lekkum (Leeuwarderadeel FR), in 1640 vermeld als boer (huisman) te Huizum (bij Leeuwarden), ovl ca 1656 aldaar, gehuwd (ca 1645?) met
  2. Auck Jans, geb te Pylkwier onder Huizum, ovl ca 1662 te Huizum, zij tr (2) in 1656 met Bocke Wybrens.

Ouders van: Bauke Rommerts (kw 828)

De gegevens zijn schaars. Mogelijk nog andere bronnen te vinden. De zoon Bauke geboren Huizum ca 1650 trekt op jonge leeftijd, na overlijden van beide ouders, weg uit Huizum/Pylkwier. We vinden hem rond 1685 terug in Witmarsum (Wonseradeel FR) waar hij trouwt en als lakenkoper en bakker een redelijk gegoede middenstander wordt.

  1. Ulbe Douwes, geb ca 1635, ovl voor 1674 te Witmarsum, trouwt 18-11-1655 te Bolsward met
  2. Ymck Lolles, geb ca 1635 (Exmorra?), ovl 1701 te Witmarsum.

Ouders van: Antje Ulbes (kw 829)

1660. Broer Pytters, geb ca 1638, trouwt voor 1659 met 1661. Trijntje Sjoerds, ovl voor 1676 te Witmarsum

Ouders van: Sybren Broers (kw 830)

PRO MEMORIE: Stemkohier 1698 Oosterlittens (Baarderadeel) Stem nr. 23, groot 96 pondematen. Zakelijk gerechtigden: Matheas Pyters te Grouw, eigenaar, Doeckle Ulbes te Witmarsum, eigenaar van 8 ¾ pondematen, Laes te Schraard, eigenaar van 3,5 pondematen (Opm. Bewindvoerder: bijzitter Hoitinga), Jan Lieuwes kind te Makkum, eigenaar van 3,5 pondematen (Opm. Bewindvoerder: bijzitter Hoitinga), Broer Pyters kinderen, eigenaar (Opm. Bewindvoerder: Hylcke Ymes), Doeckle Pyters te Grouw, eigenaar, Rinse Jacobs te Akkrum, eigenaar, Sybren Broers te Witmarsum, eigenaar van 7 pondematen, Schrijver Ulbe Idsardi te Leeuwarden, eigenaar van 28 pondematen, Ulbe Sprongh te Franeker, eigenaar van 28 pondematen, Hylcke Ymes te Rauwerd, eigenaar, met vier familieleden, van 12 pondematen, Joucke Ulbes te Arum, eigenaar van 8 3/4 pondematen, Douwe Wybrens, gebruiker.

  1. Lolcke Ulbes, geb ca 1625 te Arum (Wonseradeel, FR), ovl te Dronrijp (Menaldumadeel, FR) 30-6-1692, trouwt voor 1665 met
  2. Bauck Lolckes, geb ca 1626 te Minnertsga (Barradeel, FR), ovl te Dronrijp 23-5-1681

Ouders van: Eelkjen Lolkes (kw 831), geb Dronrijp 27-11-1664, ovl Witmarsum voor 1728. Lolcke Lolckes HOMMEMA, ovl 8-2-1724 te Dronrijp, gehuwd met Sjoukjen Hessels (ovl 9-6-1723 te Dronrijp?), dv Hessel Lolckes HOMMEMA en Tjitske Baukes WYNIA (Tietje UNIA).

Lolcke en Bauck zijn achterkleinkinderen, langs verschillende lijnen, van Jan Hessels (kw 13300, 13306) en Eelcke Lolckes (kw 13301, 13307).

Volgens de overlijdensmeldingen hebben zij zich in het handelsdorp Dronrijp gevestigd. Zoon Lolcke blijft daar wonen en krijgt door huwelijk met een HOMMEMA-dochter die familienaam ook mee. Zijn schoonmoeder Tjitske WYNIA of UNIA is (onder meer) achterkleindochter van Frans Fockes UNIA, zoon van Focke Sybrandts UNIA en Rixt Doededr. Er is tussen Lolcke en Bauck heel verre verwantschap via Doede Gerrolts WALPERT en diens vader Gerrolt Minthies (kw 106392). Wanneer de WALPERTS bij de kwartierstaat horen. En dat is nog onzeker.

  1. Sybren (Sybrant) 1693. Ouders van: Claas Sybrens (kw 816), deze Claas ovl 21-3-1684, Langweer (Doniawerstal, Friesland) en posthuum vader van Claas Claessen (kw 408) – volgens voorlopige aanname.
  2. Claas 1695. Ouders van: Claaske Clases (kw 817)
  3. Isse (Ientse?) 1697. Ouders van: Roucke Isses (kw 818), Roucke gehuwd 1665 te Langweer.
  4. Joucke 1699.

Ouders van: Jouck Jouckes (kw 819), zij gehuwd 1665 te Langweer.

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

  1. Roeloff Jans, geb. ca 1615 te Rottum/SintJohannesga, trouwt ca 1640: 2025.

Uit dit huwelijk (minstens): Jan Roeloffs (vermeld 21-7-1662 te Rottum samen met zijn broer Michiel) Michiel Roeloffs (kw 1012).

  1. Lolcke Bonnes 2033.

Uit dit huwelijk: Bonne Lolckes, geb ca 1650 te Langezwaag (kw 1016). Op 4-5-1665 trouwen voor de kerk zowel Taeb Tjallinghs en Freerck Harckes, beiden afkomstig van Oostermeerderveen, als Tjeerdt Tjallinghs en Siouck Romckes, hij afkomstig van Het Veen, zij van Deinum. Een gezamenlijke plechtigheid. In sommige parentelen worden ook nog zonen Petrus, Willem en Rienk vermeld. Onduidelijk waar de auteurs van die parentelen zich op baseren. Geen doopmeldingen. Geen verdere info. Suawoude stem 3 was in 1698 in gebruik door Bonne Harings en eigendom van Mevr. BAERD (voor ½) en Overste luitenant BOURICIUS (voor ½). Bron: Marten Haijema (Yahoogroep 2-2-2002). Kwartierstaat Schelling-Beekenkamp. J.G.de Ridder pag 52: Na de stormramp van 1612 stelden de ‘voochden van Ter Heijde’ aan ‘Myne Heeren van de Reeckenmeester der Graeffelicheyt van Holland’, daartoe ondersteund door de ‘Scout ende Geregte’ van Monster, voor om tot behoud van de duinen en ter voorkoming van nieuwe rampen palen te slaan en die te betimmeren met ‘een houte scherm of schuttinge tegens den slach vant water of te hoge springvloeden.’ Tevens werd om beplanting met helmgras gevraagd van de nog overgebleven duinen. De kapel van Ter Heijde is rond 1600 verdwenen. De dwarse vissersbevolking moest daarna te Monster ter kerke, wat ze niet graag deed. Indruk bestaat dat de Heijers in belangrijke mate Doopsgezind waren (Wederdopers) en niet Hervormd volgens de “staatskerk”. Genealogische website van Daan den Hengst. Het dorp De Lier ontleent zijn naam aan een riviertje Liora (“helder water”?). Minstens in 985 wordt het dorpje (al) vermeld. Rond 1500 telde het ca. 250 inwoners, in 1632 stonden er 104 huizen en telde het dorp misschien ruim 400 inwoners. Voorouders Cornelis Vergoude en Lijntge Jans trouwden er in dat jaar. Het (roomskatholieke) kerkgebouw van De Lier werd 3-7-1572 tijdens een hevig onweer door de bliksem getroffen en brandde volledig uit, “alleen de muren en de pilaren bleven staan” (J.G.de Ridder, pag.161). In de periode erna gingen vrijwel overal in Holland de roomse kerken over in Hervormde handen, maar de jonge en kleine Hervormde gemeente van De Lier had geen geld om de kerk te herstellen. Opgemerkt mag worden dat Arent Dirckz DE VOS die in 1532 (rk-)pastoor van de Lier was geworden, zich tot een sterke voorstander van de Hervormingsideeën ontwikkelde. Hij werd onder het rk-bewind daarvoor op 30-5-1570 met wurgdood en verbranding op het Groene Zoodje (bij de Gevangenpoort) te Den Haag, samen met enkele lotgenoten, beloond. “Eerst in 1590 werd het koor weer opgebouwd, zodat men daarin kerkdiensten kon houden. Veertig jaar later pas restaureerde men de toren, zij het provisorisch.” Dat laatste vond dus plaats rond de tijd dat Cornelis en Lijntge er trouwden. Voor de volledige restauratie kreeg men toestemming de accijns op bier en wijn hiervoor te gebruiken. “De heffing werd opgebracht door de Lierse herbergiers en aanvankelijk ook door die uit de omliggende dorpen. Op elke ton bier bedroeg deze belasting één gulden en op elke stoop wijn drie stuivers. Uit de opbrengst van deze zgn. ‘toren-accijns’ werden obligaties gekocht. Eerst in 1715 werd deze belasting opgeheven.” Bepaald werd dat de toren vóór 1657 volledig gerestaureerd moest zijn. Maar omdat de toren nog los stond van de uitgebrande kerk was men (terecht) bang dat hij zou instorten door het luiden van de twee zware, in te brengen klokken, “gelijk voor weinige jaren in den Poeldijk geschied was”. Dus werd 11-2-1648 de restauratie van de kerk aanbesteed voor een bedrag van 10.000 gulden. Dat geld kon niet via de toren-accijns bij elkaar worden gebracht. Dominee Wilhelmus Hasius en ambachtsheer Adam Lockhorst wisten voldoende geldschieters te mobiliseren en in mei 1659 had De Lier eindelijk een volledig gerestaureerde kerk. Bij de plechtige ingebruikname hield dominee Hasius een preek over Psalm 84 vers 1 en 3. Ook: Anselm, Ansum, Anghsom en Spronzen. Buisman IV, pg 381. Haar eerste man heette Arent Willemsz DRAIJER. Kwartierstaat Van der Krogt. COREN: zijn nakroost draagt de naam VERKOORN of VERKOREN. In kwartierstaat van Kim Dijkxhoorn wordt hij Ijsbrant Corneliszn COREN (ZEEMAN) genoemd. Beroep lijndraaier. Blankenburg, op het (voormalige) eiland Rozenburg, aan de mond van de Maas. Een mogelijkheid is dat predikantenproblemen in de universiteitsstad Franeker (met theologische faculteit) een rol speelden. De dominee Rudolf Artopaeus had er in 1617 wegens onmin met collega’s al het veld moeten ruimen. Zijn opvolger Fokko Johannis werd in 1643 wegens verzwakkking van zijn verstandeliijke vermogens (Wumkes) met emeritaat gestuurd en deels al vervangen door universiteitstheologen en per 25-9-1642 definitief door Hajo Johannes Walkens, een kandidaat uit Groningen. Deze kwestie kan hebben gespeeld in het besluit van Petrus Rudolphi, aan de universiteit verbonden, om zich niet door Walkens te laten trouwen. We weten het niet. De keuze voor Schalsum kan ook een andere verklaring hebben. Te Schalsum was in 1644 Henricus Nicolaï Brouwer de nog vrij jonge dominee, er in 1636 als kandidaat beroepen en op 16-2-1675 na dienstverband van bijna 39 jaar op 68-jarige leeftijd overleden. Of Petrus en dominee Henricus elkaar van de universiteit goed kenden, mag niet worden uitgesloten. Dit zou de keuze voor Schalsum nog verder kunnen verklaren. Oosthem = dorp in Wymbritseradeel, aan de Wymerts-stroom (Bolswardervaart), ten ZW van Sneek. Er is geen aanwijsbaar (familiaal) verband gevonden tussen hem en de latere BEKIUS-predikantenlijn die stamt van de Leidse predikant en hoogleraar Johannes BEEK (Bekius). Laatstgenoemde was tijdgenoot van Johannes Petri BECHIUS, wiens dochter Aurelia BECHIUS na overlijden van haar ouders onderdak vond bij haar oom en tante, domineesechtpaar te Britsum. Oom Antonius Petri overlijdt te Britsum in 1672. Toevalligerwijs wordt Benjamin BEKIUS in 1686 predikant te Britsum, waar hij tot zijn dood in 1733 dominee zal blijven. Deze Benjamin is zoon van de Leidse predikant. Geen familie van Aurelia.
— Dat haar vader in studententijd toenaam BECHIUS ging gebruiken: naar de “beek” (Vliet) te Leeuwarden?

Generatie 12 — Detail

Generatie 12 (stam-overgrootouders, 2048-4095)

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland)

  1. Sjoerd Jelgers, geboren 1575, wonend Oostermeerderveen en Oostermeer, schipper, ovl na 1630, trouwt ca 1600 met
  2. Trijn Tijsses, ovl na 1640.

Uit dit huwelijk: Tijs Sjoerds (kw 1024). Jelger Sjoerds, ovl ca 1670. Getrouwd, voor 1624, met Hendrikje Hendriks. Krijgen een zoon Hendrik Jelgers, die ook ca 1670 overlijdt te Witveen, getrouwd met Trijn Lieuwes.
— Jelger Sjoerds had tweede huwelijk met Waab Jans. Reinu Sjoerds (dochter, ook: Reinou).

Bron: o.a. genealogie Boukje VAN DER VEEN. Daar de melding dat hij schipper van beroep was. Geen ongebruikelijk beroep in de streek bij het Bergumermeer (Tietjerksteradeel FR) waar indertijd ook vaarwegen voor transport belangrijker en betrouwbaarder waren dan landwegen. Veenontginning leverde de turf op die overal als brandstof gewild was. Ook de distributie van granen, tuinbouwproducten etc vond vooral per schip plaats. Sjoerd Jelgers is stamovergrootvader in VAN DER HOEK-lijn, wanneer de gelegde relaties kloppen. Bij de naamaanneming van 1811 zijn er in “de rechte lijn” van mannelijke nakomelingen twee verre nazaten van hem van wie de oudste (Sierd Tammes te Jubbega-Schurega, Schoterland FR) de achternaam SEINSTRA laat beginnen en de jongere (Freerk Tammes te De Knijpe, Schoterland FR) de achternaam VAN DER HOEK. De oudste zoon van Freerk, Wolter, was ook nog als schipper actief. Maar dit lijkt meer toeval dan een gevolg van een schipperstradiitie door de eeuwen heen.

  1. Tamme Edzes, geboren ca 1575 te Oostermeer, koopman, veenbaas, boer, ovl aldaar voor 20-3-1646, tr ca 1608 met
  2. Reinsck (Rinske) Johannes, ovl na 1646 te Oostermeer.

In een verkoopakte van 20-3-1646 is sprake van Reinsch Johannes, weduwe van Tamme Oedses en in aktes van maart 1647: Reynsch Johannes, weduwe van Tamme Edzes. Het gaat om de verkoop van percelen land en leijen. Op 2-3-1647 is sprake van de verkoop van zekere Huizinge, schure, zate en state lands te Smallinger Oppeinde op het veen. De weduwe schijnt besloten het onroerend goed te verkopen. In de verkoop van de huizinge etc (koopsom: 1750 goudguldens) delen drie van haar zonen mee: de weduwe voor de gerechte helft, Gauke Tammes voor een vierdepart en Minne en Edske Tammes voor de rest. Kopers zijn Ritske Harckes en zijn vrouw Tets Wobbes (kw 2056/2057). Op 30-3-1647 kopen zoon Gauke en zijn vrouw nog de helft van een perceel leijen 70 vierkante roeden groot van zijn moeder.

Uit het huwelijk: Lolck Tammes Jantien (Janke) Tammes (kw 1025), tr 1628 met Tijs Sjoerds (kw 1024). Johannes Tammes Edze Tammes. Vermeld in de verkoopakte van 1647. Mogelijk de Edze Tammes, Opeinderveen, die 20-11-1658 trouwt met Ancke Ryencksdr, Veenwouden (trouwregister Gerecht Smallingerland). Dat is voor hem dan huwelijk op hoge leeftijd (misschien tweede huwelijk). Gaucke Tammes, geb 1609 te Oostermeer, ovl voor 1654, trouwt ca 1635 te Oostermeer met Dieuwke Minnes. Vermeld in de verkoopakten van 1647. Uit huwelijk met Dieuwke geen kinderen gedoopt. Jacob Tammes, geb 1618 te Oostermeer, schipper. Minne Tammes. Vermeld in de verkoopakte van 1647. Geen gegevens verder. Maakte hij eind Tachtigjarige Oorlog nog mee…. (?)

  1. Ritske Harckes, geb Oostermeer ca 1600, ovl na 1647, boer/vervener, tr ca 1626 met
  2. Teth (Tetsje) Wobbes, geb ca 1600, ovl na 1647

Uit dit huwelijk: 1. Harcke Ritskes (kw 1028), geb ca 1628 2. Styntje Ritskes, geb ca 1630, trouwt ca 1650 met Wopcke Eelkes. Een zoon Eelke Wopckes tr Oostermeer 2-3-1673 met Tryntje Tjeerds. Hij overlijdt voor 10-8-1684. 3. Aaltje Ritskes, geb ca 1633, trouwt Jelle Sybrens, boer/vervener te Oostermeer.

In maart 1647 nemen Ritske en Tets de huizinge met land te Smallinger Opeinde over, voor 1750 goudguldens, van weduwe Reinsck Johannes (kw 2051).

  1. Hans Hanses 2065. Ouders van: Hans Hanses (kw 1032)

  2. Jacob Gerloffs

  3. Fintje Ouders van: Gerloff Jacobs (kw 1034)

  4. Baucke Rinnerts, geb ca 1555 te Oostermeer (Tietjerksteradeel, FR), ovl aldaar 14-1-1618, tr ca 1580 met

  5. Mincke Ouders van: Rinnert Bauckes, geb ca 1585 te Oostermeer, woont aldaar (1616), gehuwd met Iedts Jacobs. Uit dat huwelijk de dochter Mincke Rinnerts die trouwt met Tjerck Michiels en de kinderen krijgt: Gaucke, Rinnert, Antje, Trijntje en Bauckjen. Ze wonen op het Oostermeerder Witveen. Samen met zijn broer Aucke is Tjerck Michiels (ovl voor 1670) actief in de vervening en veenhandel. Sijke Bauckes (kw 1035)

  6. Claes Wolters, geboren ca 1530 (Katlijk, Schoterland, FR),

  7. Frouck Wybe Tietes

Ouders van: Wolter Claes (kw 1056)

Bron: GUIJT-genealogie. Informatie van vroeger datum ontbreekt. Claes Wolters wordt voorvader van geslacht van boeren en dorpsrechters te Katlijk in de volgende twee eeuwen. Rond 1800 een SCHOLTEN-tak en een BIJMA-tak. In VAN DER HOEK-genealogie de BIJMA-tak. Zie oudgrootvader Jan Wolters BIJMA (kw 70), geb Katlijk 1750, ovl Rotstergaast 1829. b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Pleun Michielsz VAN DER KOOIJ, geb. te Overschie rond 1557, bouwman/kooiker in de polder Schieveen (Zuidpolder van Delfgauw), gezworene en ambachtsbewaarder van Hof van Delft, overl te Delft vrijdag 28-10-1644, ongeveer 87 jaar oud, begraven 1-11-1644 in de Nieuwe Kerk te Delft, trouwt 13-10-1584 in de Nieuwe Kerk te Delft met
  2. Neeltgen Claesdr VAN THOL, geb te Delft, ovl te Delfgauw Zuideinde, begraven 30-9-1606 in de Nieuwe Kerk te Delft. Stamovergrootmoeder Neeltje van Thol had een kort eerder huwelijk voordat ze 13-10-1584 met stamovergrootvader Pleun Michielsz van der Kooij trouwt. Ze was eerder getrouwd met Jacob Gerritsz. Bij tweede huwelijk is Neeltje 27 jaar oud.

Uit huwelijk van Pleun en Neeltgen: Jacob, geb te Delfgauw rond 1585, tr. 22-5-1605 met Hillentjen Joostendsdr VAN DER HOEFF. Uit dit huwelijk zes kinderen: Joost, Gerrit, Neeltje, Sijtgen, Aechje en Marijtje. Jacob wordt slechts 34 jaar oud. Hij woonde op “de Kooijwoning” in de zuidpolder van Delfgauw. In het bedrijf van zijn vader dus. Maritgen, geb te Delfgauw rond 1587, overlijdt voor oktober 1644. Trouwt woensdag 7-1-1609 te Delft met Jacob Ariensz OVERGAEU, bouwman op de boerderij “op den Overgaeu”. Willemken, geb te Delfgauw rond 1589, ovl tussen 18-9-1662 en 9-1-1665, tr. 20-2-1609 te Delft met Jacob Joppen VAN BERCKEL, geb ca 1585, bouwman en schout van Delfshaven, die ca 1632 overlijdt. In 1633 wordt de weduwe Willemken genoemd met 22 morgen land in huur te Beukelsdijk. Ze hertrouwt 17-6-1640 in de kerk te Overschie met Jan Jacobsz VERSCHIE, bouwman, en schout van Beukelsdijk. Haar dochter Neeltje Jacobsdr (BERKEL) trouwt 5-10-1636 te Overschie met Cornelis VAN DER ENT en 29-5-1639 met Arien Dirckszn VAN SCHIE, bouwman te Overschie (daar begraven 22-8-1686). Hun dochter Jannetje Ariensdr VAN SCHIE, kleindochter dus van Willemken, ged 12-8-1646, ovl voor 4-3-1691, trouwt 1-1-1668 te Overschie met Arij Gerritsz KLEIJWEG, geb ca 1640, bouwman, molenmeester aan de Beukelsdijk (1683), ambachtsbewaarder en gaarder van het molen- en penninggeld van Blijdorp (begraven 8-8-1727 te Overschie). Jannetje krijgt een dochter Willemtie Ariendr KLEIJWEGH (Willemijntje Ariens Kleijwegt), ged te Overschie 26-1-1670 (overleden Vlaardingerambacht 6-8-1753), die 15-4-1708 trouwt met Arie Ariensz VAN DEN BERGH, bouwman te Vlaardingerbroek (begraven te Vlaardingen februari 1744). Van hen stamt een VAN DEN BERGH-lijn. Abraham (kw 1340). Claesgen, geb te Delfgauw rond 1593, tr. januari 1618 met Joris Jansz SUIJTMAESLANDT, bouwman. Deze heeft in 1633 te Ackersdijck 24 morgen land in eigendom en 8 morgen in huur. Isaäck, geb te Delfgauw rond 1598, tr. 3-2-1621 te Delft met Jannetgen Ingensdr BRUIJN. Geen kinderen uit dit huwelijk. Ze woonden op een boerderij binnen de stad Delft, aan de oostkant van de Oosteinde tegenover de Broekhuislaan. Hij overlijdt in 1671, ongeveer 76 jaar oud, begraven 3-7-1671 te Delft. Jannetje wordt 26-1-1679 begraven. Aefgen, geb te Delfgauw rond 1596, tr. 31-10-1621 met Pieter Maertensz VAN RUIJVEN, bouwman, wonende te Delft. Ze overlijdt te Delft vrijdag 10-3-1679, ongeveer 83 jaar oud. Gabriël, geb te Delfgauw (Hof van Delft) rond 1598, “bouwman op de Cartuizerswoning buiten de watersloot te Delft”, begraven 6-1-1668 te Delft (Nieuwe Kerk), tr. 21-2-1624 te Delft (Nieuwe Kerk) met Machelt Claesdr LANGELAAN uit Pijnacker. Ze krijgen de kinderen: Jacob (jong overleden), Jacob, Cornelis, Arie, Pleun en Annetgen (1639). Moeder Machelt overlijdt, ongeveer 43 jaar oud, met kind in het volgende kraambed (1643). Zij wordt 5-8-1643 begraven te Delft (Nieuwe Kerk). Dochter Annetgen wordt slechts 8 jaar oud en wordt zondag 6-10-1647 begraven in de Nieuwe Kerk te Delft.

Stamovergrootvader Pleun Michielsz wordt vermeld als “bouwman, kooiker, gezworene en ambachtsbewaarder van Hof van Delft”. De familienaam VAN DER KOOIJ startte waarschijnlijk bij hem omdat hij op de Kooijwoning in de zuidpolder van Delfgauw onder Hof van Delft kwam te wonen. Deze eendenkooi (voor het vangen van wilde eenden) aan de rand van de hofstad Delft speelde uiteraard een belangrijke rol in de aanlevering van gevogelte voor braad- en braspartijen.

Wanneer je de hierboven genoemde jaartallen legt naast die van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en er rekening mee houdt dat stamovergrootvader Pleun en gezin zich in en rond Delft ophielden:

Pleun trouwt 13-10-1584 in de Nieuwe Kerk te Delft. Dat is drie maanden nadat te Delft PRINS WILLEM VAN ORANJE door Balthasar Gerards werd doodgeschoten (dinsdagmiddag 10-7-1584). Deze Prins, “Vader des Vaderlands”, werd in die Nieuwe Kerk begraven en sindsdien worden (vrijwel) alle Oranjes daar na overlijden in de crypte gelegd. Pleun trouwde er toen de moordaanslag nog vers in het geheugen lag. Zijn kleindochter Annetgen wordt in dezelfde kerk begraven zondag 6-10-1647, op 8-jarige leeftijd. Dat is enkele maanden voordat de Tachtigjarige Oorlog via het Verdrag van Münster definitief tot een einde komt en de Spaanse koning zijn aanspraken op de Nederlanden laat varen. In de Oranjecrypte zijn inmiddels ook de lichamen van de Oranjezonen PRINS MAURITS en PRINS FREDERIK HENDRIK bijgezet, die als legeraanvoerders voor dit eindresultaat zorgden. Frederik Hendrik werd 29-1-1584 te Delft geboren en was 5 maanden toen zijn vader werd neergeschoten.

  1. Job Cornelisz VERBOON, geb ca 1580 te Bleiswijk, “bouwman”, ovl te Pijnacker voor 1623, ongeveer 43 jaar oud, was getrouwd met
  2. Annetje Huibrechtsdr DE BEIJE, “landbouwerse”, geb ca 1578 te Pijnacker, ovl te Pijnacker voor 3-5-1658, ongeveer 80 jaar oud.

Ouders van Maertgen Joppen Verboon (kw 1341).

Was het huwelijk tussen Job en Annetje een “jeugdhuwelijk” vanwege familiale belangen? Het zou rond 1590 zijn gesloten toen beiden slechts 10-12 jaar oud waren. Na overlijden van Job Verboon trouwt Annetje 6-8-1623 te Pijnacker (ondertrouw 16-7-1623 Zoetermeer) met Pieter INGENSZ, geb te Zoetermeer, “bouwman te Nieuwkoop”, ovl te Pijnacker na 1-4-1666.

  1. Cornelis Jansz VAN DER MAR(C)K, geboren 1581, ondertrouwd 1608 met
  2. Maartje Jacobsdr

Uit dit huwelijk: Jeroen Cornelisz VAN DER MARCK, geb ca 1608, ondertrouwd 23-12-1628 te Delft, gehuwd 14-1-1629 te Leiden met Elsgen Heijndricx EYGERHORST, geboren te Leiden. Zij krijgen een zoon Johan Jeroensz VAN DER MARK Jan Cornelisz VAN DER MARCK, geb ca 1615, gedoopt 1640 te ’s-Gravenzande waar hij toen woonde en gehuwd was (naam echtgenote niet bewaard gebleven). Krijgt een zoon Cornelis Jansz en dochters Maartje, Neeltje en Barbara. Claes Cornelisz VAN DER MARCK (kw 1482) Cornelis Cornelisz VAN DER MARCK, geb ca 1618, ondertrouwd 28-3-1643 te Delft met Annitge Fransz. Een zoon Pieter Cornelisz. Floris Cornelisz VAN DER MARCK, geb ca 1620, begraven 11-4-1673 te Delft, getrouwd januari 1645 te Delft met Marijtgen Jacobs, begr 30-4-1673 te Delft. Zij krijgen een zoon Simon Florisse en dochters Annetge en Neeltje. Neeltje Cornelis VAN DER MARCK, begraven 7-6-1691 te Delft, gehuwd met Maerten VAN ROSSEM.

  1. Ansem Jansz VAN DER SPRONSE (= 1496)
  2. Machteld Cornelisdr VAN DER MEER (= 1497).

Ouders van Arijen Ansumse SPRONZEN (kw 748). Diens zoon Laurens (kw 374) krijgt een dochter Geertje van Spronsen (kw 187) die trouwt met Arent Willemsz van Spronsen (kw 186), een kleinzoon van Anxem (kw 744), de broer van Laurens. Vanwege het samenkomen van deze twee takken dubbele meldingen in de kwartierstaat ook voor Ansem en Machteld.

  1. Jan Aertsz. (Arentsz.) (VAN DER SPRONSE), geb ca 1550 te Monster, begraven 15-4-1620 te Naaldwijk (“Jan Aertsz. in Naeltwijckerbroek”), trouwt 5-2-1575 te Naaldwijk met
  2. Marritgen Ansemsdr, begraven 17-4-1597 te Naaldwijk.

Uit dit huwelijk: Cornelis Jansz. SPRONSE, woonde ca 1620 te Honselersdijk, gebruikte diverse percelen land tussen de Mariëndijk en (Middel-)Broekweg bij Honselersdijk. Agata, gedoopt 7-4-1585 te Naaldwijk. Ansem Jansz van der Spronse (kw 1496 en kw 2976). Gedoopt 16-10-1588 te Naaldwijk.

In 1586 wordt over Jan Aertsz vermeld dat hij woont in Naaldwijkerbroek in de ban van Wateringen. Daar is hij tot zijn dood in 1620 blijven wonen.

De grafsteen van stamovergrootmoeder Marritgen Ansemsdr valt nog steeds te bezichtigen. De steen is ingemetseld in de muur van het Westlands Streekmuseum te Naaldwijk en draagt de tekst: “Hier leijt begraven Martgen Anssems dochter die huisvrou van Jan Aertsz starf den 12 april anno 1597”.

  1. Cornelis Adriaensz VAN DER MEER
  2. Anna Jansdr

Uit dit huwelijk: Machteld Cornelisdr VAN DER MEER (kw 1497 en 2977).

Beide zijn voor 10-10-1629 overleden. Want toen verkocht dochter Machtelt als erfgename hun huis te Naaldwijk. Zij was toen weduwe van Ansem Spronzen (kw 1496 en 2976) en nog niet hertrouwd (derde huwelijk).

  1. Joost Jansz VOS DE HOOGWERF (of: van Hoogwerf), geb ca 1580 te Naaldwijk, ovl tussen 1636 en 1646 te Honselersdijk, trouwt (2) ca 1630 met Trijntje Cornelisdr MOLENWERF, geb Honselersdijk , gedoopt Naaldwijk 23-9-1601, ovl Monster na 8-7-1665, trouwt (1) ca 1600 vermoedelijk te Monster met
  2. Maartje Blasen (Blasedr)

Ouders van: Blasius Joosten VOS DE HOOGWERFF (kw 1500)

Stamovergrootvader Joost Jansz VOS DE HOOGWERFF was mogelijk een jongere zoon uit het huwelijk van Jan Pouwels VOS (kw 6000) en Maritge Pieters (kw 6001). Binnen de vernoemingstraditie zijn eerdere zonen Pouwel en Pieter te verwachten. Verdere studie kan bevestigen dat het boerenbedrijf rond Monster en Loosduinen vooral door oudere kinderen werd voortgezet en dat Joost en nazaten zich op ander ambacht richtten. Zijn kleinzoon Arij Blase VOS was “meester-bakker” bijvoorbeeld (en ook schepen en ambachtsheer).

3004. Willem Pietersz. COUCK 3005. Marijtje Cornelisdr

Ouders van: Cornelis Willemsz COUCK (VAN MARELEVELT) (kw 1502)

  1. Jacob Jacobsz, ovl te Naaldwijk in 1612, trouwt te Naaldwijk 15-7-1607 met
  2. Heiltje Willemsdr, ovl na 1612.

Het huwelijk duurt slechts kort door overlijden van Jacob, maar leidt toch tot 3 kinderen: Jacob Jacobsz, gedoopt te Naaldwijk 8-2-1609. Maria Jacobsdr, gedoopt te Naaldwijk 1-8-1610. Arij Jacobsz (van) VREUGDENHIL, geboren te Naaldwijk in 1612 (kw 1504).

  1. Mees Joriszn VAN DER HORST, ovl te Naaldwijk rond 1630, trouwt te Naaldwijk 13-11-1611 met de 24-jarige
  2. Geertje Gerritsdr, gedoopt te Naaldwijk 19-1-1587, begraven te Naaldwijk 9-1-1654.

Uit dit huwelijk: Maartje Meesen, gedoopt te Naaldwijk 30-9-1612, jong overleden. Willem Meesen, gedoopt te Naaldwijk 8-3-1615. Trijntje Meesen, gedoopt te Naaldwijk 27-3-1617. Maartje Meesen, gedoopt te Naaldwijk 16-4-1617 (kw 1507). Gerrit Meesen, gedoopt te Naaldwijk 22-3-1620. Jacob Meesen, gedoopt te Naaldwijk 27-10-1624. Baertgen Meesen, gedoopt te Naaldwijk 19-10-1625.

  1. Lucas Willemsz VAN DER VLAM, geb ca 1588, ovl te Monster voor 10-6-1629, trouwt, na een eerste huwelijk, ca 1610 met
  2. Heijltge Gerritsdr CRAECKER, ovl te Monster na 7-12-1641.

Uit dit huwelijk: Fijtje Lucasdr VAN DER VLAM (kw 1509).

  1. Rochus Jansz VAN DER VALCK, geboren te Maasland, ovl te Naaldwijk rond 1615, trouwt te Naaldwijk 30-5-1610 met schippersdochter
  2. Neeltje Gerritsdr, geboren te Naaldwijk, begraven aldaar 16-3-1640.

Uit dit huwelijk: Gerrit Rochusz VAN DER VALCK, gedoopt te Naaldwijk 5-6-1611 (kw 1510).

Door relatief jong overlijden van Rochus duurde het huwelijk maar kort. Misschien was Gerrit het enige kind. Neeltje trouwt 24-9-1617 te Naaldwijk met Arij Harmensz VAN DIJCK.

  1. Symon Dirxsz (VAN DER SLOOT), ovl voor 1612, vermoedelijk korenmolenaar te Rhoon (noordelijk van de Oude Maas (bij Poortugaal/Hoogvliet/Pernis)), gehuwd met
  2. Ariaentje Jansdr, woont te Rhoon in 1612.

De bijnaam/achternaam VAN DER SLOOT of SLOTER komt pas bij zonen en kleinzonen van Symon en Ariaentje als bijzondere toevoeging voor. Dat het om opeenvolgende generaties van (koren)molenaars gaat, is nagenoeg zeker. De sloterij, in de Hoeksewaardse polders, hoort erbij. De bijnaamn/achternaam MOLENAAR zou je verwachten. Maar die komt niet voor.

Ouders van: Anthonis Symonsz SLOTER (kw 1524)

  1. Jan Pietersz VINCK, geb ca 1560, ovl voor 9-5-1624, schepen van Mijnsheerenland 1601, heemraad 1598-1616, trouwt te Mijnsheerenland ca 1600 met
  2. Adriaentje Jorisdr BOL, geb ca 1560, weduwe van Adriaen Thonisz VAN DRIEL.

Ouders van: Marichje Jansdr VINCK (kw 1525)

Uit eerste huwelijk had Adriaentje een aantal kinderen, onder wie Joris Ariens van Driel, geb ca 1590, ovl voor 1654, schepen van Mijnsheerenland 1620-1626, schepen van Cromstrijen 1631 en 1648/49. Adriaen Anthonisz van Driel, haar eerste man, is ca 1560 geboren in Sandelingen-ambacht (Zwijndrechtse Waard), waar hij na de dood van zijn vader in 1576 land erfde en recht kreeg op een rente van 14 stuivers van Hendrik Ido Ambacht. Hij trok echter naar Mijnsheerenland, waar hij al in 1580 wordt vermeld als gebruiker van 9 morgen 4 hont 50 roeden land, met hofstede, in het Oudeland. Dit bedrijf is door vererving eigendom van de nog jonge Adriaentje. De twee trouwen voor 26-9-1588. Adriaen van Driel is heemraad van Mijnsheerenland 1591-1594, hij overlijdt daar op 29-11-1597 (begraven in de kerk onder zerk 48).

  1. Cornelis Pietersz NIEUWENBOER (ook: Oudenboer), ovl Mijnsheerenland 25-11-1640, was Heilige Geestmeester 1619/23/24, trouwt (1) 9-8-1602 met Mariken Cornelis Thonisdr, trouwt (2) 12-6-1606 met
  2. Neeltje Gijsberts Pietersdr (MEEUWENHIL), ovl ca 1650

Ouders van: Gijsbert Cornelisse BOER (kw 1526)

  1. Adriaen Joostensz TOL, ovl te Zwijndrecht na 1595, gehuwd met
  2. Marijke Adriaensdr TOLLEN

Ouders van: Weijntge Adriaens TOLLE, ovl na 1626, weduwe van Huijbrecht Jansz SANGERS, ovl voor 1612. Anneke Adriaensdr TOL (kw 1527)

  1. Leendert SPUIDIJK 3065. Ouders van: Leendert Leendertsz SPUIDIJK (kw 1532)

  2. Pieter Leendertsz ROOBOL, geb ca 1580 te Rhoon, secretaris van Nieuw-Beijerland 1624-1632, ovl in 1652 te Rhoon, gehuwd met

  3. Wijburg Barends, ovl na 21-4-1653

Ouders van: Maria Pietersdr ROOBOL (kw 1533) Pieter en Wijburg kregen 2 zonen (Leendert Pietersz Roobol en Jan Pietersz Roobol) en 8 dochters (Maria, Jellewijntje, Neeltje, Lijsbeth, Cornelia, Jannetje, Jacomijntje en Magdaleentje)

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. Rudolph Willemse, geb ca 1571, “lakenbereider”, tr 7-3-1598 te Leeuwarden met
  2. Anneken Willemsdr, geb te Breda

Ouders van: Petrus Rudolphi (kw 1648), geb Leeuwarden 1618

PM: Bronnen nog na te vinden. Ging het om kinderen van Hervormd-gezinden die vanwege de opstand tegen het Spaans bewind vanuit Zuid-Nederland naar Friesland vluchtten? Zoon Petrus Rudolphi is later kind uit het huwelijk (wanneer de meldingen kloppen) dat in staat wordt gesteld om rechten te studeren. De productie van lakenstoffen kon lucratief zijn. Van zoon Petrus weten we dat hij (minstens 1648-1658) fiscaal was aan de Universiteit te Franeker.

  1. Schelte Cornelisz (FALKENBURGH), geb ca 1570?
  2. Gerrittie (?)

Ouders van: Sake (Saskia) Scheltis Valckenburch (kw 1649)

Eén bron (Bode-stamboom, bode-almere.nl) noemt Schelte als geboren ca 1591 te Franeker. En huwelijk van zoon Cornelis Scheltes 10-8-1604 met Sas Aeryansdr. Het jaartal 1591 kan dan niet kloppen toch. Of was Cornelis een voorkind. In trouwboeken (bewaard vanaf 1636 Schalsum, 1650 Franeker) melding van huwelijk Sake (Saakje, Saskia) Scheltis VALCKENBURCH in 1644 (Schalsum) met Petrus RUDOLPHI (kw 1648). En van huwelijk Sytske Scheltes VALKENBURCH 21-5-1657 (Franeker) met Claas Goslinghs EEKAMA. Of zij zussen waren en misschien kleindochters van hiergenoemde Schelte is onbekend. Nog aan te vullen. PM: Benoeming per 6-5-1631 mr Cornelius VALKENBURG tot advocaat voor het Hof van Friesland. “VALCKENBURCH” kan wijzen naar herkomst uit Holland (Rijnland bij Leiden) of naar herkomst uit Limburg (bij Maastricht).

NB: Uit huwelijk van Saskia VALCKENBURCH en Petrus RUDOLPHI een dochter Gerrittie, doop Franeker 19-7-1657. Uit huwelijk van Claes Goslix (naam moeder niet vermeld): zoon Goslick, doop Franeker 10-1-1658, dochter Gerrittie, doop Franeker 4-4-1659, dochter Gerrittie, doop Franeker 9-9-1660, en dochter Entie, doop Franeker 6-4-1662.
— Inschrijving Burgerboek Franeker juni 1659: Claes Goslicx, geb Dronrijp. Geen beroep vermeld.

  1. Pyter Pyters, geb te Leeuwarden ca 1578, trouwt Leeuwarden 30-10-1603, van beroep snyder, met
  2. Eva Jans Volgens (onder)trouwregister is ook Eva van Leeuwarden afkomstig. Ondertrouw 1-10-1603, huwelijk 30-10-1603. In Burgerboeken Leeuwarden inschrijving in 1577 van Peter Peters, kleermaker, en in 1629 Pytter Pytters, kleermaker, geb te Leeuwarden. Het zou kunnen zijn dat genoemde Peter Peters de vader was van de in 1603 en 1629 genoemde snijder/kleermaker Pyter Pyters. Inschrijving in burgerboek was nodig voor beroepsvergunning (gilde-systeem). Vader Peter Peters is dan mogelijk 1629 overleden en Pyter neemt de vergunning over.

Ouders van: Johannes Petri Bechius (kw 1650)

Uit huwelijk van kleermaker Pyter Pyters met Eva Jans zijn waarschijnlijk meerdere kinderen geboren. Doopregister Hervormde Gemeente Leeuwarden uit de tijd van hun huwelijk is bewaard gebleven. In dat register staat echter alleen de naam van vader van de dopeling vermeld en niet de naam van de moeder. Over de periode 1603-1623 worden te Leeuwarden 30 kinderen gedoopt van wie de vader als Pyter Pyters (Piter Piters e.d.) wordt vermeld. Er waren meer vaders met die naam. Over welke kinderen van die 30 uit het huwelijk van Pyter Pyters en Eva Jans zijn geboren valt weinig zinnigs te zeggen.

Haduij, doop Leeuwarden 21-11-1604, dochter van Piter Piters, snyder. Enkel in dit geval beroep van vader vermeld. Mogelijk eerste kind van Pyter Pyters en Eva Jans. Haduwij, doop Leeuwarden 15-2-1607. Mogelijk tweede kind (eerste dochter overleden). Pieter, doop 17-4-1610 of 30-6-1611 (beide data dopen met een vader Pyter Pyters) Jan, doop 30-6-1613, volgens latere berichten de zoon die gaat studeren en als Johannes Petrus BECHIUS dominee wordt te Oosthem.

  1. Tammerus Gerardi POUTSMA, geb ca 1575 in Reiderland (Oost-Groningen/Duitsland), student te Franeker 1600 (Tammo Gerardi Embdenensis), predikant te Joure 1603/05, predikant te IJlst 1605/44, lid synode Harlingen 1617, ovl 17-7-1644 te IJlst, bijna 70j oud, trouwt 16-10-1603 te Joure met
  2. Eelckien Sybrands BAERDT, geb ca 1585 te Arum (Wonseradeel FR), ovl ca 1653 te IJlst (?), bijna 70j oud.

Eelckien is door vererving eigenaar van Poutsma Sate te Wierum (Westdongeradeel, FR). Bij hun huwelijk neemt Tammerus de POUTSMA-naam over. De claim was van weinig waarde omdat de POUTSMA-state verviel. Het dorp Wierum, pal gelegen op de Waddenzeekust, raakte herhaaldelijk overstroomd.
— Overigens staan de dochters van Eelckien en Tammerus met de BAERDT-achternaam vermeld. De kinderen van dochter Oedtie daarentegen worden wel weer POUTSMA genoemd, waarschijnlijk omdat haar echtgenoot Johannes NICOLAI na overlijden van zijn schoonouders de claim overneemt. Hij is te Leeuwarden klerk bij de Gedeputeerde Staten van Friesland en 1655-1671 klerk van de Rekenkamer. Hun zoon Petrus Johannes NICOLAI POUTSMA volgt zijn vader in 1671 op als klerk van de Rekenkamer en wordt in 1689 benoemd tot Commies-generaal van de Financiekamer (1689-1702).
— Nicolaus Johannes POUTSMA, de oudste zoon van Oedtie en Johannes NICOLAI, wordt in de stemkohieren van 1698 genoemd als eigenaar van “Wierum, stem nr 9, Poutsma”. Dan en in 1728 wordt Auke Jans genoemd als huurder/gebruiker. Maar tussen 1698 en 1728 is het eigendom van de POUTSMA-zathe overgegaan naar schepen Harmanus DROGENHAM, doctor, zv notaris Joannes VAN DROGENHAM. Deze Harmanus DROGENHAM trouwde in 1700 met Oedilia POUTSMA, dochter van Nicolaus Johannes.

Kinderen uit huwelijk van ds Tammerus Gerardi en Eelkje Sybrandts BAERDT: 1. Titia Tammeri BAERDT (kw 1651), geb 23-10-1607 te IJlst, tr 1636 met de jonge dominee Johannes Petri BECHIUS (kw 1650) 2. Katrijnske Tammeries BAERDT, geb IJlst 7-3-1609, tr IJlst 10-6-1638 (“Krstijntie”) met Frans Andrysz, hij afkomstig van Sneek (ondertrouw Sneek 26-5-1638), doop Sneek 17-2-1611, zv Andries Jans en Aelke.
— Uit dit huwelijk geen dopen gemeld. Wel kinderen uit huwelijk van een Frans Andries, burgemeester te IJlst, en Eelckien Tammes.
— Mogelijk gaat het om latere dochter. 3. Jancke Tameri BAERDT, geb IJlst 18-6-1612 (of ca 1620?), ovl Britsum 1672, tr Heeg 16-2-1645 met Antonius Petri, geb ca 1620, ovl Britsum 1672, 25-4-1637 ingeschreven als student theologie te Franeker, dominee te Jutrijp-Hommerts 1642-1648, als dominee aangesteld te Britsum 11-1-1649.
— Uit dit huwelijk minstens 7 kinderen. Een dochter Sara Antonides, geb te Jutrijp ca 1647, tr in 1672 (ondertrouw Franeker 17-2-1762) met de theologisch kandidaat Suffrides Theodori CANTOR (Sjoerd Dirks CANTOR), en wordt domineesvrouw eerst te Langweer en daarna op het Zuiderzee-eiland Urk. Antonius wordt in 1649 dominee te Britsum (benoorden Leeuwarden). Daar dopen van kinderen: Petrus 29-4-1649, Gerardus 17-8-1651, Femke 16-7-1654, Petrus 9-8-1657, Fem 6-5-1660 en Eelckjen 14-6-1663. Nog aan te vullen.
— Aurelia BECHIUS (kw 825), dochter van Titia en Johannes, is ca 17 bij overlijden van haar ouders, en verruilt dan de pastorie te Oosthem voor de pastorie te Britsum, waar tante Jancke en oom Antonius Petri haar opvangen. 4. Tjitske (Jitske), geb IJlst ca 1615. 5. Christina, geb IJlst ca 1617.
— Gegevens ontbreken. Waarschijnlijk was zij de “Krstijntie Tammeries BAERDT” die 10-6-1638 trouwt met Frans Andrysz (zie hierboven). Maar uit dit huwelijk geen dopen vermeld. Wel dopen uit een huwelijk van een Frans Andries, burgemeester te IJlst, en Eelckien Tammes. Uit dit huwelijk worden tot en met 1661 kinderen geboren (wanneer het over dezelde personen gaat). De moeder zal dan hooguit 45 zijn, geboren ca 1617.
— In trouwregisters geen melding van huwelijk Frans Andries en Eelkjen Tammes. Wel dopen (IJlst) uit deze verbintenis: Andries 17-3-1639, Andries 23-2-1640 (doopheffer Eelckien Tammes, grootmoeder), Aeltie 14-2-1641, Tamme 19-7-1646, Aeltie 1-4-1649, Aeltie 7-4-1650, Aeltie 29-10-1652 (doopheffer Eelkien BAARDA), Andries 12-11-1654, Jan 27-1-1656, Claes 6-2-1659, Klaes 3-11-1651 (doopheffer Hylck Everts). 6. Oedtie Tammeri BAERDT, doop IJlst 12-1-1621, ovl Leeuwarden 1656, ca 35, gehuwd, tr IJlst 20-10-1639 (ondertrouw Leeuwarden 5-10-1639), zij 18, hij ca 22, met Johannes Nicolai, klerk van de Gedeputeerde Staten van Friesland.
— Johannes Nicolai is bij huwelijk nog jong en beginnend klerk. In de lijst van klerken van de Gedeputeerde Staten komt hij niet voor (die meldt geen beginners). Zijn hogere benoeming tot “klerk van de Rekenkamer” volgt in 1655. Hij is dan tegen de 40 jaar oud. Die hoge functie behoudt hij tot 1671. Zoon Petrus Nicolai POUTSMA heeft dezelfde functie 1671-1689 en is Commies-generaal van de Financiekamer 1689-1702. Johannes Nicolai is schepen van de Stad Leeuwarden 1680-1683. Hij overlijdt in 1687, begr 16-8-1687 bij de Westerkerk.
— De kinderen uit het huwelijk van Oedtie Tammeri BAERDT en Johannes NICOLAI krijgen de POUTSMA-naam mee. De verklaring hiervoor zal aan de erfaanspraken van grootmoeder Eelckien Sybrandts BAERD (kw 3303) op de stemhebbende POUTSMA-zate te Wierum te verbinden zijn. Die aanspraken gaan via dochter Oedtie over op de NICOLAI-kinderen die POUTSMA gaan heten.
— Zie aparte paragraaf 3302.6 Oedtie Tammeri BAERDT. 7. Gerrit Tammoni POUTSMA, doop IJlst 14-10-1625, schoolmeester te IJlst. Verdere gegevens ontbreken nog. Van hem een zoon Tamme Gerrits POUTSMA, schoolmeester te IJlst en vervolgens te Joure. 8. Abrahamus Tammeri (Tammes) POUTSMA, doop IJlst 6-4-1627, ovl in of na 1700 te Gorredijk (Opsterland FR), waar zijn zoon Tammerus POUTSMA dan notaris is.
— Abrahamus is 17, jongste zoon uit domineesgezin te IJlst, wanneer zijn vader in 1644 overlijdt. Hij wordt in staat gesteld theologie te studeren. Als student theologie (ondertrouw Leeuwarden 18-8-1649, attestatie Leeuwarden 25-8-1649) trouwt hij 26-8-1649 te Britsum (Leeuwarderadeel FR) met Sara Isaacks CNOOP, afkomstig van Leeuwarden.
— Abrahamus krijgt aanstelling als dominee te Haskerdijken 8-10-1651, hij is dan 24j oud. In 1664 wordt hij dominee te Haskerhorne, in dezelfde buurt. Hij gaat 29-4-1697 met emeritaat, 70 jaar oud. Zoon Tammerus POUTSMA is notaris te Gorredijk. Nog aan te vullen.

In de Hervormde pastorie te IJlst werden dus 8 kinderen geboren: eerst 6 dochters, vervolgens twee zonen. De dochters worden met BAERDT-achternaam vermeld, de zonen met POUTSMA-achternaam. Van de dochters zijn 2 mogelijk jong overleden, is over de derde onduidelijkheid, trouwen Titia en Jancke met een jonge dominee en trouwt Oedtie met een jonge klerk te Leeuwarden die carriëre gaat maken bij de Rekenkamer van Friesland. Kinderen van Oedtie volgen het pad van hun vader en mengen zich via huwelijken met families van Friese grootgrondbezitters (o.a. HAERSMA en CANTER). De kinderen dragen wel de POUTSMA-naam, maar de eigendom van de POUTSMA-zate te Wierum wordt financieel van steeds marginaler belang (wordt ook afgestaan tenslotte). Binnen het gezin met 6 dochters worden te IJlst toch nog 2 zonen geboren: Gerrit in 1625 geboren wordt onderwijzer/schoolhouder te IJlst en later te Joure. Mogelijk is hij gehuwd, maar gegevens ontbreken. Jongste zoon Abrahamus, geboren 1627, heeft zijn verlatiniseerde voornaam te danken aan een studie theologie te Franeker. Hij is 17 wanneer zijn vader, dominee Tammerus Gerardi, overlijdt. De studie mogelijk gesubsidieerd uit piëteit. Ds Abrahamus POUTSMA te Haskerdijken/Haskerhorne is stamvader van een POUTSMA-lijn in het zuidoostelijke deel van Friesland.

3302.6: Oedtie Tammeri BAERDT en haar POUTSMA-kinderen Bij huwelijk in 1603 te Joure van de jonge predikant Tamme Gerardi (ook Gerbrandi geschreven) met Eelkje Sybrands BAERDT, dochter uit een familie van advocaten en notarissen, landeigenaars, wordt haar aanspraak door vererving op de POUTSMA-sate te Wierum (Westdongeradeel FR) voor hem ook van belang. Tamme gaat de naam POUTSMA gebruiken, met familiewapen enz. De dochters uit het huwelijk krijgen BAERDT-naam mee, de zonen gaan POUTSMA heten. De werkelijke vererving van POUTSMA-aanspraken lijkt binnen de familielijn via kinderen van dochter Oedtie Tammeri BAERDT te zijn gegaan. Oedtie wordt slechts ca 35 jaar oud, doop IJlst 12-1-1621, ovl Leeuwarden 1656, gehuwd, tr IJlst 20-10-1639 (ondertrouw Leeuwarden 5-10-1639), zij 18, hij ca 22, met Johannes Nicolai, klerk van de Gedeputeerde Staten van Friesland. In 1655 wordt Johannes Nicolai benoemd tot “rekenmeester” van de provincie, klerk van de Rekenkamer. Hij heeft deze functie tot in het jaar 1671. In dat jaar volgt zijn zoon Petrus Nicolai POUTSMA hem in deze functie op.

Uit huwelijk van Johannes NICOLAI en Oedtie Tammeri BAERDT zijn mogelijk 6 kinderen geboren. Meldingen in doopregisters zijn niet voor al hun kinderen terug te vinden. Het echtpaar woonde te Leeuwarden (zeker in de wintermaanden). Voorzover doopregisters te Leeuwarden uit die tijd compleet zijn, missen we dopen van kinderen uit het huwelijk. Ook niet gemeld elders. Onderstaande is een reconstructie op basis van later gemelde gegevens.

  1. Margarete Jans, doop Leeuwarden 12-2-1640, dochter van Jan Niklaas (namen van moeders worden niet vermeld). In genealogie POUTSMA-family staat zij als Margareta Jan POUTSMA genoemd. Zonder verdere gegevens.
    — Wanneer Margareta eerste kind uit huwelijk van Johannes en Oedtie is geweest, was de 18-jarige Oedtie (huwelijk 20-10-1639) bij haar trouwen al hoogzwanger. Geen meldingen over overlijden of huwelijk van Margareta. Zij zou bij overlijden van Oedtie in 1656 zestien jaar oud zijn geweest (mits niet al eerder overleden).
  2. Nicolaus Johannes POUTSMA, geb Leeuwarden 1641, ovl 1727, ca 72j oud, begraven bij de Jacobijnerkerk te Leeuwarden 7-5-1727, N.Poutsma, dr, oud pensionaris.
    — Nicolaus POUTSMA, advocaat voor het Hof van Friesland (benoeming 1664), trouwt (ondertrouw Lwrdn 3-3-1666) 11-3-1666 te Britsum (Leeuwarderadeel FR) met Saapke WIERSMA, geb ca 1645 te Kollum, begr op het Westerkerkhof te Leeuwarden 23-3-1691 de echtgenote van Nicolaus Poutsma, dr, pensionaris. Bij hun huwelijk zou Nicolaus ca 24 en Saapke ca 20 zijn geweest. Hij heeft dan al zijn benoeming tot advocaat voor het Hof van Friesland en wordt POUTSMA genoemd. Aan te nemen is dat de erfaanspraken van zijn grootmoeder Eelckien Sybrandts BAERD (kw 3303) op de stemhebbende Poutsma-zate te Wierum (Westdongeradeel) via moeder Oedtie en de “rekenmeester” Johannes NICOLAI verder liepen. Zij gaven in ieder geval hun kinderen de POUTSMA-naam mee en in de stemkohieren van 1698 staat Nicolaus POUTSMA als eigenaar van deze “stem” (stem nr 9 te Wierum, Poutsma, eigenaar: Advocaat N. Poutsma te Leeuwarden, gebruiker: Auke Jans).
    — Dat Nicolaus en Saapke de kerkelijke inzegening te Britsum laten plaatsvinden, kan (weer) familiezaak zijn geweest. Te Britsum vangen dominee Antoni Petri en diens vrouw Jancke Tammeri BAERDT molgelijk al vaker geheel of halfverweesde neven en nichten op. Jancke is zus van de in 1656 overleden Oedtie, moeder van Nicolaus.
    — Bij overlijden van Oedtie is Nicolaus 15. Hij gaat studeren aan de universiteit te Franeker en is in 1666 advocaat aan het Hof van Friesland. Oom Antoni en tante Jancke hebben hem mogelijk ondersteund. Uit het huwelijk van Nicolaus POUTSMA en Saapke WIERSMA zijn (volgens doopregister Leeuwarden) 7 kinderen geboren: -1. Claes, doop Lwrd 29-11-1668, zv Claes POUTSMA. – 2. Eelckien POUTSMA, doop 1-3-1671, dv Poutsma, doctor. Van haar geen huwelijk gevonden. In 1728 is “jufffrouw” Eelckien POUTSMA eigenaar van stem 18 te Kollum Turpmacluft en van stem 2 te Oostermeer. – 3. Oedilia POUTSMA, doop 21-8-1672, dv Nicolaus POUTSMA, doctor. Zij trouwt 28-1-1700, met Hermanus DROGEHAM, advocaat aan het Hof van Friesland, gedoopt Lwrdn 30-4-1675, zv Joannes DROGEHAM, notaris publicus, en Catharina ATTEMA. Uit huwelijk van Oedilia en Hermanus zeker de dochter Saepke Catharina, doop Lwrdn 17-11-1700. Volgens stemkohier van 1728 is schepen Hermanus DROGEHAM dan eigenaar van “stem nr 9” te Wierum (de POUTSMA-zate), in pachtgebruik bij Auke Jans. - 4. Claes, doop 25-1-1674, zv Nicolaus POUTSMA, doctor. – 5. Maryke, doop 28-4-1675, dv idem. – 6. Berber, doop 28-4-1675, dv idem (waarschijnlijk waren Maryke en Berber een tweeling). – 7. Claes, doop 27-11-1678.
    — De drie zonen Claes schijnen jong overleden. Moeder Saapke WIERSMA begraven te Leeuwarden 23-3-1691. Van de vier dochters schijnen in 1698 slechts twee nog in leven. Naast waarschijnlijk oudste dochter Eelckien, in ieder geval de dochter Oedilia die 28-1-1700 trouwt met advocaat Hermanus DROGEHAM die in 1728 wordt genoemd als eigenaar van de POUTSMA-zate te Wierum (“stem nr 9”), verpacht aan boer Auke Jans. Nicolaus POUTSMA is in de periode 1684-1687 als bouwmeester lid van de Magistraat van de Stad Leeuwarden en heeft een lange carriere (hij overlijdt in 1727 te Leeuwarden) als advocaat, doctor, en pensionaris. Bij de telling van waagens en scheepen in de Stadt van 1-5-1694 wordt gemeld dat de pensionaris dr. Nicolaus POUTSMA, wonend aan de Eewal, beschikt over 2 hoornse wagens, 1 boerenwagen en 1 aardekar. In 1698 (stemkohieren) wordt hij genoemd als eigenaar van de POUTSMA-zate te Wierum, maar ook in de functie van vader van en voogd over “zijn twee dochters van wijlen Saapke WIERSMA” als eigenaar van stem nr 2 te Oostermeer (Tietjerksteradeel FR). Dat zal dus erfenis van Saapke zijn geweest.
  3. Tammerus POUTSMA, geb Leeuwarden 1644, benoemd tot notaris 3-7-1683, ovl in 1700, begraven Leeuwarden 12-2-1700. Mogelijk ongehuwd gebleven. Bij de telling van waagens en scheepen in de Stadt van 1-5-1694 wordt gemeld dat dr Tammerus POUTSMA eigenaar is van een sjees.
  4. Petrus Johannes NICOLAI POUTSMA, geb Leeuwarden ca 1649 (geen melding in doopregister). In 1671 wordt Petrus Nicolai Poutsma klerk van de Rekenkamer, als opvolger van zijn vader. In 1689 wordt hij Commies-generaal van de Financiekamer en die functie behoudt hij zeker tot 1702. In het Rekenkamer-overzicht wordt Johannes POUTSMA genoemd als Commies-generaal over de periode 1702-1711. Zijn opvolger? Of was dit Petrus Johannes POUTSMA nog steeds. Ik ben er nog niet uit.
    — Dr. P.POUTSMA is schepen van de Stad Leeuwarden in 1699 en 1700, misschien langer (overzicht stopt bij 1700). Leeuwarder overlijdensregister meldt overlijden 25-11-1712 van Petrus POUTSMA, “vroedsman sedert 28-6-1692”. De Poutsma-family genealogie meldt overlijden te Oostermeer 2-10-1712, maar meldt ook overlijden van vader Johannes Nicolai 2-10-1712 te Oostermeer, terwijl deze toch 16-8-1687 te Leeuwarden is begraven. Er zijn fouten en onduidelijkheden. Dat Oostermeer wordt genoemd is niet vreemd, want Petrus had daar een buitenverblijf. Het verhaal kan duidelijker.
    — Petrus Johannes NICOLAI POUTSMA is ca 63j oud geworden. Bij de telling van waagens en scheepen in de Stadt van 1-5-1694 wordt gemeld dat “de commijs POUTSMA” eigenaar is van 1 verdekte wagen en 1 hoornse wagen.
    — Zie aparte paragraaf 3302.6.4. voor meer over hem.
  5. Sara Johannes NICOLAI, doop Leeuwarden 23-7-1651, dv Johannis NYCOLAY, tr Leeuwarden 30-7-1676, zij 25, hij 22, met Franciscus VAN VELSEN, geb Goënga 14-7-1654, predikant te Wommels (Hennaarderadeel FR).
    — Franciscus, zv Gerhardus VELSEN die in 1649 predikant werd te Goënga en later te Oosthem, was 21-3-1675 als kandidaat bevestigd te Wommels. Sara wordt door haar huwelijk domineesvrouw te Wommels, maar snel daarop te Bergum (Tietjerksteradeel) omdat Franciscus daarheen wordt verroepen en 20-1-1679 als predikant wordt aangesteld. Doopmeldingen Bergum: Gerardus en Udilia 21-8-1681, Titia en Udilia 16-5-1683. Wekt de indruk dat Sara tweemaal een tweeling baarde.
    — Zij is in 1683 of kort hierna overleden, hooguit 33j oud. Dominee Franciscus trouwt Bergum 11-1-1685 met Judith HEEMSTERHUIS en laat 6-6-1690 een dochter dopen die de naam Sara krijgt. Hij wordt 27-3-1693 predikant te Harlingen. Judith overlijdt en Franciscus tr (3) Harlingen 1-9-1695 met Lijsbeth FRISIUS en na haar overlijden (4) Harlingen 23-1-1714 met Ysabella ARNOLDI. Hij overlijdt Harlingen 22-3-1724, 70j oud, en inmiddels geen dominee meer. Uit huwelijk met Lijsbeth FRISIUS de zonen Gerrit 18-11-1696 en Cornelis 3-8-1698. De zoon Gerrit (Gerardus) wordt ook predikant.
  6. Eelckien POUTSMA, doop Leeuwarden 5-12-1655, dv Johannes NICOLAAS. Over de dochter Eelckien verder geen gegevens. NB: Moeder Oedtie overleden in 1656, misschien enkele weken na deze bevalling.

3302.6.4. Aanvullende gegevens Petrus Johannes Nicolai POUTSMA Geb Leeuwarden 1649, begr Lwrd 1712, ca 63j oud. In 1671 benoemd tot klerk van de Rekenkamer, als opvolger van zijn vader. In 1689 wordt hij Commies-generaal van de Financiekamer en die functie behoudt hij zeker tot 1702. In het Rekenkamer-overzicht wordt Johannes POUTSMA genoemd als Commies-generaal over de periode 1702-1711. Zijn opvolger? Of was dit Petrus Johannes POUTSMA nog steeds. Ik ben er nog niet uit. De zoon Johannes is in 1702 pas 16j oud. Dan al (zonder afgeronde studie) Commies-generaal? Je weet.
— Dr. P.POUTSMA is schepen van de Stad Leeuwarden in 1699 en 1700, misschien langer (overzicht stopt bij 1700). Leeuwarder overlijdensregister meldt overlijden 25-11-1712 van Petrus POUTSMA, “vroedsman sedert 28-6-1692”. Petrus POUTSMA tr (1) Lwrd ondertrouw 26-1-1678, attestatie 3-2-1678, hij advocaat voor het Hof van Friesland, met Saepcke HAERSMA, beiden ingeschreven te Leeuwarden. Hij tr (2) Oostermeer (Tietjerksteradeel) 23-9-1708 (ondertrouw Lwrd 21-9-1708, attestatie naar Oostermeer 30-9-1708), hij rekenmeester in de rekenkamer der provincie, met Johanna SIXTI, zij weduwe van Viglius CRANS. Bij huwelijk met de weduwe Johanna is Petrus bijna 60j oud, zij wellicht ca 45j oud. Bij huwelijk in 1678 is Petrus bijna 30. Het huwelijk met Saepcke HAERSMA heeft door haar overlijden in 1692 (begraven Tuinsterpoort Leeuwarden 1-10-1692: de echtgenote van Petrus Poutsma, commies) slechts 14j kunnen duren. Petrus en Saepcke krijgen samen 7 kinderen, alle 7 in de eerste tien jaar van het huwelijk.

Notitie bij de echtgenote Saepcke (van) HAERSMA: Bij “Poutsma-family” suggestie dat zij ca 1653 te Leeuwarden zou zijn geboren, bij huwelijk met Petrus dus ca 25j oud. Mij lijkt de stelling dat zij bij huwelijk met Petrus ca 32j oud was en de jonge weduwe van dr Guilbertus Baij meer waarschijnlijk. Huwelijk in december 1665 (ondertrouw Lwrd 9-12-1665) Saepcke HAERSMA en Guilbertus BAY, advocaat voor het Hof van Friesland sedert 6-7-1659, ovl 31-8-1673. Geen meldingen van dopen van kinderen uit dit huwelijk. Saepcke HAERSMA tr (2) in 1678 met Petrus POUTSMA, advocaat voor het Hof van Friesland (jonge collega van overleden Guilbertus BAY). Eerste kind uit dit huwelijk wordt Wulburt genoemd, een voornaam die in de voorfamilies Haersma en Poutsma (voorzover bekend) niet voorkomt. Een ongebruikelijke vernoeming derhalve, maar niet wanneer met het eerste huwelijk van Saepcke rekening wordt gehouden.

Saepcke HAERSMA heeft haar familienaam te danken aan de HAERSMA-state te Oostermeer (Tietjerksteradeel). Een redelijk voorname plaats tijdens de 16de en 17de eeuw, in gebruik of buitenverblijf voor enkele generaties van Friese regenten daar geboren of aan verbonden. In de 17de eeuw worden HAERSMA-telgen o.a. grietmannen te Smallingerland (Drachten) met een latere HAERSMA-state bij Drachten als gevolg. In de tijd van Saepkce VAN HAERSMA is de state te Oostermeer nog “familiecentrum”. In 1698 is de plaats eigendom van haar broer Ericus Meyerts VAN HAERSMA, terwijl aanpalende plaatsen in eigendom zijn van diens POUTSMA-zwagers. Door huwelijk van Nicolaus POUTSMA met Saapcke WIERSMA en van Petrus POUTSMA met Saepcke HAERSMA. HAERSMA-lijnen zijn tot nu toe nog wel bestaand, bijv HAERSMA BUMA-lijn. De state te Oostermeer is na 1723 door Aurelia van HAERSMA, weduwe van de ritmeester Johannes POUTSMA, verkocht binnen de familie (bijv Hobbe BAARDT VAN SMINIA).

Vóór 1550 al Meyert HAERSMA (kinderen van) te Oostermeer genoemd. Een dochter Saep ca 1536 gehuwd met Wybe Melles (zie noot)? Een dochter Houck gehuwd met Arend Oedtses (zie noot)? Een zoon Meyert Meyerts (of Meynerts)? Uit de nevelen van documentarme tijden komt nog melding van Eercke Meyerts HAERSMA, dorpsrechter te Oostermeer, in 1618 en 1628 voor Tietjerksteradeel volmacht op de landdag. Volgens genealogiemakers zv Meyert Meyerts HAERSMA en Eeck Jelledr. Deze Eercke is ca 1600 getrouwd met Saap(ke), geboren te Lippenhuizen (Opsterland FR), dv Wobbe Tsjalles, die met gezin van daar naar Oostermeer was verhuisd. Nog aan te vullen. Uit huwelijk van genoemde Eercke Meyerts HAERSMA oa. zonen Meyert Eerckes (van) HAERSMA (bewoont HAERSMA-state te Oostermeer rond 1645) en mogelijk Arnoldus Erici HAERSMA. Laatstgenoemde (Arnoldus wellicht naar Arend) is rekenmeester aan het Hof van Friesland (vermeld periode 1632-1644). De zoon Meyert wordt (gehuwd met Sjoertie Piers RINCKEMA) vader van oa Ericus HAERSMA, burgemeester van Harlingen en in 1698 eigenaar van de HAERSMA-state te Oostermeer (bewoner ervan al rond 1675), en van Saepke HAERSMA, getrouwd met rekenmeester en commies-generaal Petrus Johannes NICOLAI POUTSMA.

Uit huwelijk van Petrus POUTSMA en Saapke HAERSMA (zij overleden in 1692) via doopregisters 7 kinderen vermeld. Daarbij Meyert- en Sjoertie-namen. Dat ze oudste zoon Wulburt (Wylbart) noemen is merkwaardig. Hun zoon Johannes (ritmeester) trouwt 1719 (tweede huwelijk) met Aurelia VAN HAERSMA die een dochter is van Ericus, en dus een volle nicht van hem (Ericus broer van Saapke).

Kinderen uit huwelijk van “commies” Petrus POUTSMA en Saepcke (van) HAERSMA (doopregister, naam van moeder niet vermeld): Wulburt, doop Lwrd 23-2-1679, zv Petrus Poutsma, doctor. Geen verdere gegevens over deze zoon. Dat hij vernoemd is naar BAY-lijn (Guilbertus, Wilberts), uit eerste huwelijk van Saepcke lijkt waarschijnlijk. Mogelijk had Saepcke uit eerste huwelijk (geen dopen gemeld) wel (overleden) zoontje(s) met die naam. Vernoeming uit piëteit. Johannes, doop Lwrd 26-3-1680, ovl 1-12-1683. Meyer(t), doop Lwrd 26-8-1681. Sjoerdtie, doop Lwrd 6-12-1682, ovl 1-6-1687. Johannis, doop Lwrd 24-12-1684, ovl 1685. Johannes Petrus POUTSMA, doop Lwrd 27-1-1686, ovl 1723, 37j oud, ritmeester in het regiment van de Prins van Oranje-Nassau, cavalerie-regiment 668a, tr Oostermeer 3-12-1719 met Aurelia van HAERSMA uit Driesum. Bij huwelijk met Aurelia is ritmeester POUTSMA 33j oud.
— Ik weet nog niet zeker of deze ritmeester POUTSMA dezelfde is geweest als Johannes POUTSMA, commies financ bij de Provincie, die december 1704 (ondertrouw Lwrd 12-12-1704, attestatie naar Huizum 21-12-1704) trouwt met Yda RECALFF. Hoewel: genoemde ritmeester was eerder getrouwd met genoemde Yda, volgens stemkohieren van 1728, maar was hij de in 1686 geboren Johannes? Zijn periode als commies-generaal bij de rekenkamer is volgens de boeken 1702-1711 (opvolger van zijn vader?), maar in 1702 is de in 1686 geboren Johannes pas 16j oud en bij huwelijk met Yda pas 18. Kon een 16-jarige al Commies-generaal worden bij de provinciale rekenkamer? Lijkt me sterk. Verdere onderbouwing nodig.
— In de stemkohieren van 1728 komt het aandeel in stemhebbende plaatsen van erven van of weduwe Aurelia van ritmeester Johannes POUTSMA tientallen malen voor. Zie hieronder Stemkohieren 1728 betreffende erven van ritmeester Johannes POUTSMA. In het verhaal past dat de commies Johannes POUTSMA in 1711 zijn functie beeindigde (was hij 26?) om kapitein/ritmeester te worden van een cavalerie-regiment van de Prins van Oranje-Nassau. Sjoertie (Suffrida) Petri POUTSMA, doop Lwrd 29-7-1687, begraven Lwrd bij de Jacobijnerkerk 19-11-1727, 40j oud, “de echtgenote van Everhardus Wielinga, burgemeester, tr Marssum (Menaldumadeel FR) 27-4-1704 (ondertrouw Lwrd 18-4-1704, attestatie naar Marssum 27-4-1704), zij 16 (?), hij 26, met Everhardus WIELINGA, ontvanger (van belastingen), doop (“Evert”) Lwrd 17-3-1678, zv Epaeus Everts WIELINGA, vroedsman, en Geijske Jans STORM.
— Sjoertie (Suffrida) trouwt ook op stand, haar man Everhardus bekleedt belangrijke functies, wordt na 1714 daarnaast ook een van de burgemeesters van Leeuwarden. Hij overlijdt 6 jaar na Sjoertie op 24-11-1733, 55j oud. Er werd na zijn overlijden een lofdicht gepubliceerd.
— Volgens dat lofdicht trad hij in het voetspoor van zijn vader, wat ook werkelijk zo is geweest, want vader Epeus (Ipe) WIELINGA (ovl 1718) was bij zijn huwelijk met Geijske in 1665 “weibel van het krijgsgerecht”, wordt in 1666 aangesteld tot notaris, in 1675 tevens vroedman te Leeuwarden, over de periode 1686-1710 burgemeester van Leeuwarden en na 1688 vaak gedeputeerde (bron: Encyclopedie van Friesland, 1958).
— Dat Suffrida en Everhardus (ondertrouw Leeuwarden) te Marssum trouwen, maar te Leeuwarden gaan wonen, is niet zo vreemd omdat zijn vader, burgemeester van Leeuwarden, daar zijn “buitenverblijf” heeft. Volgens de stemkohieren van 1698 is de burgemeester eigenaar en gebruiker van de zate Marssum stem nr 11. Daar woont hij “dus” een deel van het jaar en worden bruiloften gevierd.
— Volgens lofdicht op Everhardus na zijn overlijden in 1733, 55j oud, laat hij 7 “frisse loten” na, 3 zonen en 4 dochters. Uit zijn huwelijk met Suffrida POUTSMA werden ietsje meer dan 7 kinderen geboren: - 1. Epeus, geb Lwrd 23-5-1705, ovl 26-12-1705 (moeder Suffrida is dan pas 18j oud). - 2. Saepke WIELINGA, doop Lwrd 1-9-1706. - 3. Epeus WIELINGA, doop Lwrd 25-3-1708, tr Magdalena VAN SCHELTINGA. - 4. Jeltje WIELINGA, doop Lwrd 12-4-1711. -5. Suffrida Aurelia WIELINGA, doop Lwrd 24-8-1714. – 6. Petrus, doop Lwrd 12-8-1716, ovl 22-4-1717. – 7. Petrus, doop Lwrd 15-9-1717. – 8. Johannes WIELINGA, doop Marssum 16-7-1719, ovl 28-5-1791. – 9. Everardus, doop Marssum 20-5-1725, ovl Lwrd 29-1-1727. – 10. Catharina Odilia WIELINGA, doop Lwrd 19-1-1724. Nog aan te vullen. Ontvanger/burgemeester WIELINGA na 1723 (overlijden van neef, ritmeester Johannes POUTSMA), genoemd als curator voor diens jonge kinderen.

Stemkohieren 1698 betreffende “commies” Petrus POUTSMA: In 1698 staat oudere broer Nicolaus vermeld als eigenaar van het erfgoed “Poutsma” te Wierum en ondermeer “voor zijn twee dochters” van stem nr 2 te Oostermeer (Tietjerksteradeel). Dit zal familiebezit zijn geweest van zijn overleden echtgenote Saapke (van) WIERSMA. Te Oostermeer heeft jongere broer Petrus POUTSMA, de commies, in 1698 geheel of gedeeltelijk belang in vier stemhebbende plaatsen. Door zijn huwelijk met Saapke (van) HAERSMA, overleden in 1692, mogen wij aannemen. Tenzij mocht blijken dat vader Johannes NICOLAI al plaatsen te Oostermeer bezat. De HAERSMA State bij Oostermeer (stem nr 1 aldaar) is in 1698 eigendom van mr Ericus HAERSMA, de broer van Saapke. Ericus HAERSMA, o.a. burgemeester van Harlingen, gebruikt het als buitenverblijf (Douwe Claesen als pachtboer/gebruiker). Na overlijden van Ericus ca 1720 gaat eigendom van de HAERSMA State te Oostermeer over naar diens dochter Aurelia (van) HAERSMA, gehuwd met de ritmeester Johannes POUTSMA, haar neef, zv commies Petrus POUTSMA. In stemkohieren van 1728 wordt Aurelia als eigenaar genoemd (zij is dan al 5 jaar weduwe van de ritmeester). Zij verkoopt het goed rond die tijd.

Commies (Petrus) POUTSMA komt in stemkohieren van 1698 (hij overlijdt 1712) twaalfmaal voor als eigenaar (geheel of gedeeltelijk, dan wel “voor zijn kinderen”, die erfrechtelijk aanspraak hebben op HAERSMA-delen). De commies vermeld als: (1) Eigenaar en gebruiker van de plaats stem nr 5 te Oostermeer. Petrus heeft deze plaats als buitenverblijf gebruikt (hij heeft nog steeds zijn functies te Leeuwarden). Geen naam vermeld van een “pachtboer”. Dus mogelijk was het zijn overwegende woonadres, met kinderen van Saapke. (2) Eigenaar van stem nr 14 te Oostermeer (Eesge Folkes gebruiker). (3) Eigenaar voor de helft van stem nr 12 te Oostermeer. Sipke Douwes eigenaar van de andere helft. Beiden zijn niet gebruiker. Jacob Gerlofs is gebruiker (boer) op de ene, Uitse Meenes op de andere helft. (4) Eigenaar voor de helft van stem nr 26 te Oostermeer. Hart Hendrix is gebruiker op die helft. Sape Sapes is eigenaar en gebruiker van de andere helft. (5) Eigenaar als vader van en voogd over zijn twee dochters bij wijlen Saapke HAERSMA van de stemhebbende plaats Eestrum nr 4. Dat bezit te Eestrum is mogelijk uit HAERSMA-bezit. In 1728 wordt Aurelia VAN HAERSMA als eigenaar genoemd, weduwe van Johannes POUTSMA. Gebruiker in 1698 is de weduwe van Binne Clases (met gezin), in 1728 Sije Roels. – Merkwaardig dat in 1698 zijn twee dochters worden genoemd en niet zoon Johannes. (6) Eigenaar voor 7/12 deel te Garijp (Tietjerksteradeel, ten westen van Oostermeer en Bergumermeer) van stemhebbende plaats nr 26. Het 5/12 deel is eigendom van de fiscaal Thijssen. Gebruiker is de weduwe van Poppe Teyes. (7) Eigenaar van stem 3 te Oenkerk (Tietjerksteradeel). Gebruiker Jetse Martens. (8) Eigenaar van stem 4 te Oenkerk. Gebruiker Jetse Martens. In 1728 zijn deze plaatsen te Oenkerk in eigendom van de erven van Johannes POUTSMA. Met Pybe Andries als gebruiker. (9) Commies Petrus POUTSMA staat in 1698 vermeld als eigenaar uit naam van zijn kinderen van stem nr 39 te Lippenhuizen (Opsterland FR). Tjeerd Jeens als gebruiker. De betrekking met Lippenhuizen is nog onduidelijk. Broer Nicolaus POUTSMA in 1698 ook vermeld met belangen te Lippenhuizen (stemmen 12 en 30).
— In 1728 wordt ontvanger Everhardus WIELINGA “uit naam van zijn kinderen” als eigenaar genoemd (Tjeerd Jeens gebruiker). WIELINGA is zwager van commies POUTSMA. (10) In 1698 Commies Poutsma vermeld als eigenaar van stem 3 te Nijland (Wymbritseradeel, bij Bolsward). Gebruiker Bote Sjouckes.
— In 1728 wordt oud-ontvanger Everhardus WIELINGA “uit naam van zijn kinderen” als eigenaar genoemd (Sible Uylkes gebruiker). (11) In 1698 Commies Poutsma vermeld als eigenaar van stem 24 te Oldetrijne (Weststellingwerf). Gebruiker Dirk Dirks.
— In 1728 Jan Eylen eigenaar (Hendrik Wolters gebruiker). (12) In 1698 Commies Poutsma vermeld als eigenaar van stem 44 te Oldetrijne (Weststellingwerf). Gebruiker Dirk Dirks.
— In 1728 grietman jonkhr Duco VAN HAREN eigenaar voor de helft, de gezusters Froukje en Beeltje OORTWIJN eigenaar voor de helft (gebruiker Alt Harms).

Stemkohieren 1728 betreffende erven van (wijlen) ritmeester Johannes POUTSMA

Ritmeester Johannes POUTSMA is 1723 overleden, mogelijk slechts 37j oud. Eerst getrouwd (december 1704) met Yda RECALF(F), in december 1719 vervolgens getrouwd met Aurelia VAN HAERSMA. Johannes POUTSMA is zoon van de rekenmeester (commies-generaal) Petrus POUTSMA en kleinzoon van de rekenmeester Johannes NICOLAI. Johannes wordt genoemd als opvolger van zijn vader in de commies-functie vanaf 1602. Hij is dan pas 16j oud (misschien krijgt hij de aanstelling, terwijl zijn vader “het werk” nog doet). Na 1711 is hij niet meer commies, maar ritmeester. Officier in het leger (door de verdrinkingsdood bij Moerdijk in 1711 van Johan Willem FRISO was reorganisatie van de landsverdediging nodig). Bij huwelijk december 1704 met Yda RECALF is commies Johannes POUTSMA 18j en Yda 15j jong. Zij is geboren (doop) te Bergum 20-10-1689, dv Jacobus RECALFF, dan grietenij-secretaris van Tietjerksteradeel, en Anna van RHALA (in trouwregister Lwrd staat “Anna VAN RHODA”). Yda overlijdt 13-10-1718, bijna 29j oud. Uit haar huwelijk met Johannes POUTSMA (eerst commies, na 1711 ritmeester) zijn mogelijk zes kinderen geboren: 1. Saapke, doop Bergum 2-5-1706 2. Jacobus, doop Bergum 2-10-1707 3. Anna Cornelia, doop Bergum 21-10-1708 4. Anna Cornelia (geen doopboek) 19-8-1710, ovl Bergum 1752 (?) 5. Odilia Sophia (geen doopboek) 6-7-1711 6. Petrus Johannes (geen doopboek) ca 1713, ovl Bergum 1723 (?). Noot: De vader, ritmeester Johannes POUTSMA ook overleden 1723.

Bij huwelijk 3-12-1719 met Aurelia HAERSMA is (inmiddels ritmeester) Johannes POUTSMA ca 33j oud en Aurelia 37: doop Auckien Leeuwarden 4-1-1682 (ovl Oostermeer 1761, 79j oud, begraven Oostermeer 15-6-1761), dv Ericus HAERSMA en Anna Clara CANTER. Of Aurelia eerder getrouwd is geweest, weet ik nog niet. Misschien niet. Wel is bekend dat zij dochter is van Ericus (oa burgemeester van Harlingen), broer van Saepcke HAERSMA, moeder van ritmeester Johannes POUTSMA. Aurelia (Auckien) en Johannes zijn neef en nicht van elkaar. Uit de stemkohieren van 1728 is af te leiden dat uit de combinaties POUTSMA/BAERDT, de RECALF-connectie (“voorkinderen” van de in 1723 overleden ritmeester Johannes) en de dubbele HAERSMA-connectie (via Saepcke, moeder van Johannes, en Ericus, haar broer en de vader van Aurelia) aanspraken op tientallen stemhebbende plaatsen te Friesland volgden voor erven van de ritmeester. Afwijkend voor kinderen uit zijn eerste huwelijk (RECALF-connectie) en die uit zijn tweede huwelijk (ERICUS HAERSMA –connectie).

Kinderen uit huwelijk van ritmeester Johannes POUTSMA en Aurelia (van) HAERSMA: 1. Eritia Clara POUTSMA, doop Oostermeer 5-10-1721 2. Petrus Johannes POUTSMA, doop Oostermeer 28-4-1723, ovl Driesum (Dantumadeel) 2-9-1780, 57j oud, wordt in 1746 aangesteld tot grietenij-secretaris van Dantumadeel, tr (1) met Sjoerdtje VAN IDSINGA (ondertrouw Harlingen 25-10-1748) en (2) met Elske VAN VIERSSEN (ondertrouw Lwrd 21-5-1773, huwelijk Driesum 6-6-1773).
— Bij huwelijk met Elske is de grietenij-secretaris POUTSMA 50 en Elske VAN VIERSEN 51, doop Leeuwarden 30-7-1721, dv Willem Livius VAN VIERSEN, kolonel in leger van de Prins, en Christina VAN SCHELTINGA. Elske is weduwe van Cornelius Livius VAN BOURICIUS, met wie ze Hardegarijp (Titejerksteradeel) trouwde 20-9-1739, zij van Hardegarijp, hij van Leeuwarden en luitenant te paard van de Prins van Oranje Nassau.
— Sjoerdtje VAN IDSINGA, met wie de grietenij-secretaris in 1748 trouwt, hij 25, zij 28, is een nichtje van hem, dv Sjoerdtje VAN HAERSMA, de oudste zus van zijn moeder Aurelia, en van Arnold Mathijs VAN IDSINGA, secretaris van de stad Harlingen. Zij wordt 26-11-1719 te Harlingen gedoopt en wordt laatste kind van Sjoerdtje HAERSMA die 10 dagen hierna overlijdt (mogelijk grote kraamproblemen en daarom vernoeming Sjoerdtje).
— Uit huwelijk van Petrus Johannes POUTSMA en Sjoerdtje VAN IDSINGA zijn (dopen Rinsumageest-Hardegarijp) minstens 8 kinderen geboren, van wie diverse jong gestorven: - 1. Aukjen, doop 26-10-1749 (vernoeming Aurelia?). – 2. Anna Clara, 8-8-1751 (vernoeming oma). – 3. Arnold Matthijs, 7-1-1753 (vernoeming opa). – 4. Arnold Matthijs POUTSMA, 4-8-1754 (nieuwe vernoeming opa Arnold, deze zoon blijft in leven, trouwt Syke OSINGA). – 5. Anna Klara 20-6-1756 (nieuwe vernoeming oma Anna Clara CANTER, deze dochter blijft in leven, trouwt Johannes VAN KNIJFF, erft uiteindelijk de Canter State te Driesum die onder familie DE KNIJFF wordt gerenoveerd en verder bestaan krijgt. – 6. Johanna Eritia. – 7. Johannes, 29-3-1761. – 8. Petrus Jacobus, 1-5-1763.

Van de “erven” van ritmeester Johannes POUTSMA (overleden 1723) uit diens eerste huwelijk (met Yda RECALF) is sprake in stemkohieren 1728. Uit dit huwelijk staan 8 kinderen vermeld, maar onduidelijk is wie van deze 8 in 1728 nog leefden. Het aantal lijkt beperkt. Nog aan te vullen.

Uit tweede huwelijk van de ritmeester (met Aurelia VAN HAERSMA) is een dochter Eritia geboren en de zoon Petrus Johannes POUTSMA (1723-1780) die bekend is gebleven als grietenij-secretaris van Dantumadeel (1746-1780). Hij trouwt in 1748 met zijn nicht Sjoerdtje VAN IDSINGA. In de HAERSMA-CANTER lijn krijgt zijn moeder Aurelia van haar moeder Anna Clara CANTER eigendom van het HAERSMA-goed te Oostermeer, terwijl zijzelf op het CANTER-goed te Driesum gaat wonen en daar 1724 overlijdt. Volgens stemkohieren 1728 is het goed te Driesum vermaakt aan Sjoerdtje en Geertruyd HAERSMA (of hun kinderen), want Aurelia was met Oostermeer (Haersma) al goed bedeeld? In de kohieren 1728 wordf raadsheer Titus SLOTERDIJK genoemd als eigenaar namens zijn vrouw van Driesum stem nr 5. Deze SLOTERDIJK (advocaat, Harlingse achtergrond) trouwt december 1722 met Geertruyd VAN HAERSMA die CANTER-erfrecht heeft te Driesum. Voor de stemmen 6, 7 en 8 te Driesum wordt in 1728 Arnold VAN IDSINGA, secretaris van Harlingen, genoemd als eigenaar uit naam van zijn kinderen. Hij trouwde Harlingen 19-4-1696 met Sjoerdtje VAN HAERSMA (in 1719 overleden). Hij vertegenwoordigt voor zijn kinderen uit huwelijk met Sjoerdtje de aanspraken op CANTER-state te Driesum.

In 1728 (volgens stemkohieren) is het CANTER-goed te Driesum nominaal eigendom van raadsheer SLOTERDIJK en (groter deel) van Harlingse secretaris IDSINGA. Rond 20 jaar later gaat (aangetrouwde) neef Petrus Johannes POUTSMA er wonen, zoon van Aurelia VAN HAERSMA, gehuwd met Sjoerdtje VAN IDSINGA. Het CANTER-goed te Driesum wordt zijn verblijf en laat hij na aan zijn dochter Anna Clara POUTSMA, gehuwd DE KNIJFF.

Vanuit de stemkohieren van 1728 (ritmeester Johannes POUTSMA overleden in 1723) de volgende meldingen:

Oostermeer (Tietjerksteradeel) Nagelaten belangen in 9 stemhebbende plaatsen te Oostermeer: 5, 6, 7, 8 (voor driekwart deel), 12, 14, 25 (voor de helft), 26 (voor de helft) en 27 (voor de helft). Een grote verzameling vanuit HAERSMA en RECALF-verervingen, waarvan na 1698 mogelijk een deel was toegevoegd via niaer-recht (naastingsrecht). Stem Oostermeer 5: Petrus POUTSMA (de “commies”) is in 1698 eigenaar en gebruiker. Voor hem en gezin was het mogelijk buitenverblijf (buiten Leeuwarden). Stem nr 5 is niet de HAERSMA-state (stem nr 1 te Oostermeer) die als buitenverblijf wordt bewoond door Ericus VAN HAERSMA, broer van Saapke VAN HAERSMA, de eerste echtgenote van Petrus POUTSMA.
— Saapke is 1692 overleden, Petrus in 1712. Hun zoon Johannes laat volgens melding tussen 1708 en 1720 een nieuw herenhuis bouwen te Oostermeer dat (ook) Haersma wordt genoemd. Dit lijkt eerder stem nr 5 dan stem nr 1 te betreffen. Maar dit is nog onduidelijk. Ericus is rond 1720 overleden. Stem nr 1 te Oostermeer (de originele HAERSMA State) wordt dan eigendom van dochter Aurelia. In stemkohieren van 1728 staat voor de HAERSMA-state (stem nr 1) dan ook mevr. Aurelia van Haersma weduwe Poutsma genoemd als eigenaar (Andries Oebeles als gebruiker). De weduwe Aurelia verkoopt de HAERSMA-state kort hierna.
— Stem nr 5 in 1728: de erven van ritmeester Johannes POUTSMA eigenaar en gebruiker. Stemmen Oostermeer 12, 14 en 26: In 1698 Petrus POUTSMA eigenaar (14 geheel, 12 en 26 voor de helft), in 1728 de erven van ritmeester Johannes POUTSMA (12 en 14 geheel, 26 voor de helft). De helft van stem 26 is dan eigendom van de erven van Antje Van Scheltinga weduwe Glinstra. De Poutsma-helft dan met Hoeke Harts als gebruiker (in 1698 was het Hart Hendrix).
— Tussen de bestuursfamilies Glinstra-, Scheltinga, Haersma, Van Viersen enz bestonden diverse relaties. In 1728 is Antje zojuist overleden, haar man Johannes GLINSTRA (grietman van Tietjerksteradeel vanaf 1706 als opvolger van zijn vader Hector Epeusz GLINSTRA) overleed al in 1714, pas 30j oud. Antje was dochter van Livius Liviusz VAN SCHELTINGA, grietman van Achtkarspelen. Stemmen Oostermeer 6, 7, 8, 25 en 27: Van de erven ritmeester Johannes POUTSMA, 30 jaar eerder (nog) niet van hun grootvader Petrus.
– In 1698 was stem 6 eigendom van Monsr. Pierius HAERSMA (Jan Edses gebruiker toen en in 1728).
– Stem 7 was in 1698 gesplitst eigendom (elk voor 1/3) van Jancke Aernts, Sape Hendrix (uit naam van zijn vrouw) en Eelse Hattums (uit naam van zijn vrouw), met laatstgenoemde als gebruiker voor het geheel. In 1728 is het geheel eigendom van de POUTSMA-erven en is (stief)moeder AURELIA VAN HAERSMA gebruiker.
– Stem 8 is in 1728 voor ¾ eigendom van de ritmeester-erven, met Wytse Fockes als eigenaar voor ¼ en gebruiker voor het geheel, naast Eelse Hattums als gebruiker (zie 1698 bij stem 7). In 1698 was Focke Wytses eigenaar en gebruiker voor ¼ van stem 8, zo ook Ritske Ropkes. Harmen Willems was toen gebruiker van de helft die toebehoorde aan oud-secretaris RECALF. De erven zijn de kinderen uit het eerste huwelijk van Johannes POUTSMA, diens huwelijk met Yda RECALF. – De ritmeester-erven van 1728 zijn voor de helft eigenaar van stem 25 die in 1698 voor de helft eigendom was van oud-grietman Arnoldus VAN HAERSMA. Gebruiker van diens helft was toen de weduwe van Douwe Jochums. Zowel in 1698 als in 1728 is Hendrik Rienks eigenaar (in 1698 uit naam van zijn vrouw) en gebruiker van de andere helft. – Stem 27 te Oostermeer is in 1728 voor de helft eigendom van de ritmeester-erven (gebruiker Sybren Alles), met Claes Halbes als eigenaar en gebruiker van de andere helft. Deze plaats was in 1698 al gehalveerd (met andere eigenaren).

Eestrum (Tietjerksteradeel) In dit buurdorp, noordelijk van Oostemeer, laat ritmeester Johannes POUTSMA zijn kinderen belangen na in stemhebbende plaatsen, deels voortkomend uit zijn huwelijk met Yda RECALF, deels uit zijn huwelijk met Aurelia VAN HAERSMA. De erven zijn niet steeds dezelfde. Zijn “Recalf”-kinderen hebben andere aanspraken dan zijn “Haersma”-kinderen. Nalatenschap te Eestrum deels ook op naam van Aurelia. Stemmen Eestrum 1 en 2: In 1728 eigendom van ritmeester-erven (Sjoerd Hendriks gebruiker op beide plaatsen). In 1698 eigendom van oud-secretaris RECALF, Hessel Jans toen gebruiker op beide plaatsen. Stem Eestrum 4: Deze plaats staat in 1698 op naam van de commies Petrus POUTSMA uit naam van zijn twee dochters bij Saapke HAERSMA. Merkwaardig dat hier niet de zoon Johannes uit het huwelijk wordt genoemd. In 1728 staat Eestrum stem 4 op naam van Aurelia VAN HAERSMA uit naam van haar zoon (gebruiker Sije Roels), zij weduwe van ritmeester Johannes POUTSMA. Aurelia was nicht (tantezegster) van Saapke. Waarom enkel dochters vermeld is nog raadsel. Stem Eestrum 5: In 1698 eigendom (elk voor een kwart) van Goffe-kinderen. In 1728 eigendom van Aurelia VAN HAERSMA weduwe POUTSMA uit naam van haar zoon (gebruiker Sije Roels). Stem Eestrum 8: In 1698 eigendom van Monsr. Pierius HAERSMA (gebruiker Pyter Wolters), in 1728 eigendom van Aurelia VAN HAERSMA wed POUTSMA (Johannes Jeens gebruiker). Stem Eestrum 13: In 1698 eigendom van Ritske Harmens, in 1728 van Odilia POUTSMA, gehuwd met Harmannus DROGENHAM (dit bericht past niet hier). Stem Eestrum 21: In 1698 eigendom van Gerbens-familie, in 1728 van Aurelia VAN HAERSMA wed POUTSMA, uit naam van haar zoon (Claas Hendriks gebruiker). Stem Eestrum 23: In 1698 eigendom van oud-secretaris RECALF, in 1728 van erven ritmeester Johanns POUTSMA (weduwe Jochum Roels gebruiker).

Bergum (Tietjerksteradeel) De erven van ritmeester Johannes POUTSMA zijn in 1728 eigenaar van stemmen 28 en 41 te Bergum, zoals oud-secretaris RECALF dat in 1698 was. En van de helft van stemmen 11 en 21 te Bergum, zoals idem. De POUTSMA-erven zijn dus de kinderen uit eerste huwelijk van Johannes, het huwelijk met Yda RECALF. In 1698 was de oud-secretaris RECALF eigenaar en gebruiker van stem 28 (hij woonde daar is de aanname), op stem 41 was Jan Minnerts gebruiker. In 1728 is jonkh Willem Hendrick VAN HIEMSTRA gebruiker op stem 28 (niet eigenaar) en Jan Claassen gebruiker op stem 41. Eigendom van stem 11 is in 1698 al gedeeld: half van oud-secretaris RECALF, andere helft van burgemeester Jacobus RECALF (Sjoerd Douwes gebruiker). De ritmeester-erven erfden deel van de oud-secretaris, terwijl deel van de burgemeester overging naar de broers Ate en Hendrik CLOOSTERMAN (ook gebruikers van het geheel in 1728). Evenzo was eigendom van stem 21 in 1698 al gedeeld: ene helft van de oud-secretaris RECALF, andere helft van de oud-burgemeester RECALF (Jan Goffes gebruiker voor het geheel). In 1728 is deel van de oud-secretaris eigendom van de ritmeester-erven en deel van de burgemeester eigendom van Jacobus FENEMA (Popke Goitses gebruiker voor het geheel).
— Oud-secretaris RECALF en burgemeester RECALF waren naaste familie. Jacobus FENEMA is grietenij-secretaris van Dantumadeel 1693-1737, in 1702 getrouwd met Saske RUDOLPHI, mogelijk dv Rudolphus Petri (kw 824) en Aurelia BECHIUS (kw 825).

Suameer (Tietjerksteradeel) Zuidelijk van Bergum, aan westkant van Bergumer Meer. In 1728 ritmeester-erven genoemd als eigenaren van de stemhebbende plaatsen Suameer 1 (Hedser Popkes als gebruiker) en 29 (Sybren Jelles als gebruiker). Weer gaat het om nalatenschap van oud-secretaris RECALF. In 1698 is hij eigenaar van Suameer 1 (Edse Jacobs huurder) en Suameer 29 (weduwe Heere Symens gebruiker). Het goed is in 1728 toegevallen aan de kinderen van Yda RECALF (bij ritmeester Johannes POUTSMA.

Suameer stem 23 is ook in de familie maar niet van de ritmeester-erven, voorzover in RECALF-lijn. In 1698 eigendom van Pierius HAERSMA (Sjoerd Annes en Feicke Annes gebruikers). In 1728 (Haring Melles gebruiker) gedeeld eigendom van mevr Aurelia VAN HAERSMA wed POUTSMA “uit naam van haar zoon”, en burgemeester Everhardus WIELINGA “uit naam van zijn kinderen”.
— Suameer 23 is dus in de HAERSMA-lijn. De zoon van Aurelia is Petrus Johannes POUTSMA (uit HAERSMA-huwelijk van de ritmeester) en de kinderen van burgemeester WIELINGA zijn uit diens huwelijk met Sjoerdje (Suffrida) HAERSMA, zuster van Aurelia. De erflater was (oud)oom Pierius HAERSMA.

Garijp (Tietjerksteradeel) Ritmeester Johannes POUTSMA laat zijn erven belangen na in 7 stemhebbende plaatsen te Garijp. De erven zijn de nagelaten kinderen uit zijn eerste huwelijk. De genoemde plaatsen (1728) waren in 1698 eigendom van oud-secretaris RECALF: stemmen 19, 25, 37. 38, 41 (toen voor ¾) en 46. Alle plaatsen aan pachtboeren (gebruikers) verhuurd.

Giekerk (Tietjerksteradeel) Stem 18 te Giekerk is in 1698 voor de helft eigendom van Henricus RECALF uit naam van zijn vrouw, en voor de andere helft van raadsheer Matthias VAN VIERSEN uit naam van zijn vrouw. Het gaat hier om de State POELZICHT die kennelijk eigendom is van de erven RHALA, want de vrouw van Henricus RECALF, ontvanger-generaal der lijfrenten, is Anna Cornelia (van) RHALA, en de vrouw van raadsheer Matthias VAN VIERSEN is Ida Margaretha (van) RHALA. In 1728 zijn de erven van ritmeester Johannes POUTSMA eigenaar voor de ene helft en is dr. Franciscus FRISIUS eigenaar voor de andere helft. Laatstgenoemde is in 1738 eigenaar voor het geheel. (“Poelzicht” wordt in de eeuwen erna gerenoveerd, afgebroken, vervangen door moderner bouwsel, villa gemaakt etc. Rond 1985 werd aan de villa een “koninginnekamer” toegevoegd, voor het geval koningin Beatrix er zou komen logeren: oud-VVD-leider Hans Wiegel was Commissarie van de Koningin te Friesland geworden en had “Poelzicht” als woning gekozen (later verhuisde hij naar Smalle Ee)). In zijn overzicht “Stinsen in Friesland” begint Leemburg met “Poelzicht” als eigendom van de erven RHALA rond 1700. Geen informatie over daarvoor. Hij stelt dat in 1708 Petrus POUTSMA er gaat wonen (de commies) en dat Poelzicht na diens overlijden in 1713 eigendom wordt van Johannes POUTSMA (de ritmeester) via diens huwelijk met Ida RECALF, “dochter van Anna Cornelia RHALA”. Johannes en Ida gaan er niet wonen maar verhuren de plaats aan “mr SCHULTING, raad-ordinaris voor het Hof van Friesland” (mr Johan Hendriks SCHULTENS zal zijn bedoeld).
— Als Ida/Yda dochter was van Anna Cornelia RHALA, dan niet uit haar huwelijk met Henricus RECALF (ontvanger-generaal) want dat is van 7-2-1695. Maar uit het huwelijk met Jacobus RECALFF (grietenijsecretaris van Tietjerksteradeel) van februari 1688: Anna VAN RHODA te Leeuwarden zal Anna VAN RHALA moeten worden gelezen.
— Mogelijk was Philippus RHALA, in de periode 1653-1660 grietenij-secretaris van Tietjerksteradeel, ovl te Bergum in maart 1664, de grondlegger van het buiten “Poelzicht” te Giekerk. En waren rond 1700 de zussen Anna Cornelia RHALA en Ida Margareta RHALA, dochters uit zijn huwelijk met Romelia FOCKENS, de enige resterende erven.

Giekerk ligt in de noordwestelijke punt van grietenij Tietjerksteradeel, verder weg van Bergum (hoofddorp van Tietjerksteradeel) dan van Leeuwarden (hoofdstad van Friesland). Het is een van de dorpen in de Trynwâlde (Oudkerk, Oenkerk, Giekerk) ten oosten van de Dokkumer Ee, op een langgerekt “zandeiland” tussen kleiland in het westen, laagveen in het noorden en oosten, poelen in het zuiden. De RHALA-naam is verbonden aan Oudkerk/Wyns. Na overlijden van “ontvanger” Johannes Henrici RHALA, ontvanger voor de (ex) kloostergoederen, in 1624, laat hij een goed van 55 pondematen te Wyns na. Mogelijk RHALA-bezit (zie de noten). Johannes’ zoon Henricus RHALA studeert filosofie en rechten te Franeker, Marburg, Heidelberg en Basel. Aan de Zwitserse universiteit promoveert Henricus tot doctor. Daarna wordt hij advocaat voor het Hof van Friesland te Leeuwarden en vanaf 1618, hij is dan 28, professor/lector aan de universiteit van Franeker (filosofie/geschiedenis/rechten) tot zijn vroege dood in 1640.

De professor Henricus RHALA is ca 1625 getrouwd met Anna DUIRCOOP, afkomstig uit Embden (havenstad in Oost-Friesland, Duirsland), dv een ambtuman (bestuurder). Over haar en voorfamilie geen directe gegevens. Mogelijk is zij ca 1603 geboren, zeker is dat zij 3-12-1665 is overleden. Volgens grafzerk in Martinikerk te Franeker 62j oud geworden: “Den 18 Novemb. 1640 is gestorven Henricus Rhala, de beijden rechten doctor ende Professor in de Universiteit tot Franeker, out 49 jaren. Den 3 Decemb. 1665 is gestorven Anna, sijn huisvrouw, out 62 jaer, en leggen hier begraven.”

Gegevens vanuit stemkohieren Giekerk 1698 en 1728 betreffende stem 18 aldaar (huize POELZICHT) wijzen op allerlei verbindingen op bestuurlijk niveau tussen regionale familienetwerken. Bezitsaanspraken worden verhuwelijkt, vererfd, gegund op naam van afkomst en “historische” reputatie. De RHALA-lijn stopt “erfrechtelijk” rond 1700 doordat enkel twee nadochters RHALA dan als erfgenaam zijn overgebleven (Anna en Ida). Hun aanspraken verdwijnen al weer snel (door verkoop) en daarna volgend verhaal.

Oenkerk (Tietjerksteradeel) De stemhebbende plaatsen 3 en 4 te Oenkerk waren in 1698 eigendom van commies Petrus Poutsma (gebruiker Jetse Martens) en zijn in 1728 eigendom van de erven van ritmeester Johannes POUTSMA (gebruiker Pybe Andries). Daarnaast zijn die erven in 1728 eigenaar van de stemmen 10, 12 en 16 te Oenkerk. Op stem 16 is Gerben Rienx gebruiker, deze plaats was in 1698 eigendom van oud-secretaris RECALF. Op stemmen 10 en 12 is Andries Andries gebruiker. Stem 10 was in 1698 eigendom van prof. Matheus stem 12 van de weduwe Jacob Pyters uit Jelsum.

Eernewoude (Tietjerksteradeel) Ritmeester Johannes POUTSMA laat zijn erven deelbelangen na te Eeernewoude bij stemhebbende plaatsen 5 (17/18 deel), 8 (1/6 deel) en 9 (1/2 deel). De erven zijn eigenaar van vrijwel de gehele stem 5 (weduwe Pieter Bonses is gebruiker). Het 1/18 deel is eigendom van oud-kolonel Cornelis VAN SCHELTINGA uit naam van zijn kinderen. In 1698 is 17/18 deel eigendom van oud-secretaris RECALF (Lolke Wybes gebruiker) en 1/18 deel van oud-grietman Arnoldus VAN HAERSMA. Het partje van de oud-grietman was voor 1728 eigendom van de kinderen van de oud-kolonel geworden.
— Door diens huwelijk. Nog aan te vullen. De ritmeester-erven zijn 1728 eigenaar van de helft van Eernewoude stem 9. Ook dit is het deel van oud-secretaris RECALF in 1698. De andere helft staat in 1698 op naam van oud-grietman Hector VAN GLINSTRA en in 1728 op naam van Johanna VAN VIERSEN wed GLINSTRA. In 1698 staat Naentie Siercx als boer op de plaats vermeld (gebruiker), in 1728 worden Otto Baukes en Dirk Jans als gebruikers gemeld. De plaats kan inmiddels door aparte huurcontracten per eigenaar zijn gesplitst. De ritmeester-erven zijn 1728 eigenaar voor 1/6 deel van Eernewoude stem 8. Alweer het aandeel dat oud-secretaris RECALF in 1698 al bezat. De namen verder zoals bij stem 9: majoor Hector VAN GLINSTRA in 1698 eigenaar van de helft, in 1728 Johanna VAN VIERSEN wed GLINSTRA. En in 1698 oud-grietman Arnoldus VAN HAERSMA eigenaar van de rest (1/3 deel), in 1728 Cornelius VAN SCHELTINGA voor dat deel. In 1698 Lieuwe Claeses en Hendrik Saekes genoemd als pachtboeren (gebruikers) voor afzonderlijke delen. In 1728 Claas Lieuwes en Johannes Keimpes. Meer toe te voegen.

Suawoude (Tietjerksteradeel) Dorp aan de Wijde Ee, westelijk van Bergum/Suameer, met Garijp ten zuiden en Tietjerk ten noorden ervan. Ritmeester-erven in 1728 genoemd als eigenaar van Suawoude stem 11 (Roel Jochums gebruiker). Deze plaats uit nalatenschap van oud-secretaris RECALF die het eigendom heeft in 1698 (Bottie Olpherts gebruiker).

De vrij jong overleden ritmeester Johannes POUTSMA (overleden 1723, kinderen uit eerste huwelijk met Yda RECALF en zoon uit tweede huwelijk met Aurelia VAN HAERSMA) liet zijn kinderen eigendomsaanspraken na op heel wat stemhebbende plaatsen in Tietjerksteradeel FR. Omdat zijn echtgenotes erfden vanuit families met grond- en plaatsbezit vooral. Maar ook omdat hijzelf`ambitieus was en aanspraken vergaarde. Al heel jong door zijn vader op te volgen als commies-generaal in de rekenkamer van de Staten van Friesland (zo komt het voor) en ook heel jong (1704) te trouwen met Yda, dochter uit bestuurdersfamilie RECALF. Na overlijden van Yda met Aurelia, dochter uit de HAERSMA-familie van bestuurders, grootgrondbezitters, Friese “landadel”. De bezitsaanspraken na zijn overlijden in 1723 van zijn in 1728 nog jonge kinderen uit twee huwelijken op stemhebbende boerderijen/plaatsen her en der in Friesland zijn tekenend. Het grootste deel van die aanspraken betreft stemhebbende plaatsen binnen de grietenij Tietjerksteradeel (Friesland). Het al relatief grote aantal aanspraken daar heeft nog aanvulling elders (stemkohieren). Buiten Tietjerksteradeel zoal het volgende.

Huizum (Leeuwarderadeel) Huizum stem 16 in 1728 gemeld als eigendom van de erven van ritmeester Johannes POUTSMA (Reyner Bockes gebruiker). In 1698 is oud-secretaris Jacobus RECALF eigenaar van deze plaats (dan ook Reyner Bockes als gebruiker). – Raadsheer KNOCK en ontvanger WIELINGA in 1728 vermeld als curatoren.

Grouw (Idaarderadeel) Grouw stem 7 (in 1698 “Oetsma” genoemd, groot ongeveer 80 pondematen, schiet 9 floreen 15 stuivers) is dan eigendom van Hendricus RECALF te Bergum “uit naam van zijn vrouw” en raadsheer Matthias VAN VIERSEN “uit naam van zijn vrouw” (Tjomme Tjeerds gebruiker). In 1728 is oud-raadsheer Johan Hendrik SCHULTENS eigenaar van de helft (VAN VIERSEN-deel) en zijn Ritmeester Johannes POUTSMA kinderen (curator: burgemeester WIELINGA) eigenaar van de andere helft (RECALF-helft). Sjoerd Gabes gebruiker.

Akkrum (Utingeradeel) Erven of voorkinderen van ritmeester Johannes POUTSMA eigenaar van stem nr 4 te Akkrum (Pyter Jelles gebruiker) in 1728. In 1698 is Akkrum stem nr 4 eigendom van oud-secretaris C. RECALF (Jelle Pyters gebruiker).

Oldeboorn (Utingeradeel) In 1728 is Oldeboorn stem 31 eigendom van de erven ritmeester Johannes POUTSMA (gebruikers Carst Jans en Cornelis Harmens). Dit was in 1698 eigendom van oud-secretaris RECALF te Bergum (in 1698 Sierk Karstes gebruiker). De ritmeester-erven gelden te Oldeboorn in 1728 ook als eigenaren voor ½ deel van stem 74 (Gauke Hylkes gebruiker, de andere helft eigendom van raadsheer SCHULTENS “uit naam van zijn dochter”) en voor ¼ deel van stem 38. Oldeboorn stem nr 74 is in 1698 (Doeke Tettes gebruiker) gedeeld eigendom van Hendricus RECALF “uit naam van zijn vrouw” en raadsheer Matthias VAN VIERSEN “uit naam van zijn vrouw”. Vrouw in kwestie steeds RHALA-dochter. Deze twee zijn, uit naam van hun vrouw, ieder voor ¼ eigenaar van Oldeboorn stem 38, met grietman Augustus VAN LYCKLAMA “uit naam van zijn vrouw” ook voor ¼, en de kinderen en erfgenamen van L. VAN BURMANIA idem (weduwe Hendrik Joostes gebruiker). Stem nr 38 is in 1728 nog in kwarten verdeeld (Gerryt Hendriks gebruiker): erven ritmeester Johannes POUTSMA (het RECALF-kwart), grietman Lycklama a Nijeholt “uit naam van zijn kinderen” (het LYCKLAMA-kwart), raadsheer Johan Hendrik SCHULTENS “uit naam van zijn dochter” (het VAN VIERSEN-kwart), terwijl het BURMANIA-kwart dan eigendom is van de ontvanger VAN BURMANIA “met zijn 2 broeders” (3/16) en raadsheer SIXMA “uit naam van zijn dochter” (1/16). Klinkt ingewikkeld.;

Terhorne (Utingeradeel) De ritmeester-erven (zijn “voorkinderen”, dus uit huwelijk met Yda RECALF) zijn eigenaar voor de helft van Terhorne stem 5 (“een reidpolle”) en voor de helft van Terhorne stem 13. De andere helften zijn eigendom van raadsheer SCHULTENS “uit naam van zijn dochter” (Joris Sakes gebruiker op stem 5 en 13). In 1698 werden de plaatsen gedeeld door Hendricus RECALF “uit naam van zijn vrouw” en raadsheer Matthias VAN VIERSEN “uit naam van zijn vrouw”.

Uitwellingerga (Wymbritseradeel) Uitwellingerga stem 10 (“bij percelen verhuurd”) is in 1728 ook gedeeld eigendom van de ritmeester-erven en van raadsheer SCHULTENS, zoals te Terhorne. Vervolg op de situatie in 1698 toen stem 10 (“bij percelen verhuurd”) gedeeld eigendom was van de heer RECALF en raadsheer Matthias VAN VIERSEN, beiden uit naam van hun vrouw.

Oudehaske (Haskerland) Stemmen Oudehaske 49 en 51: in 1728 eigenaar kinderen van ritmeester Johannes POUTSMA bij Ida VAN RECALFF, curatoren: ontvanger WIELINGA en raadsheer KNOCK (gebruiker Harmen Freerx). In 1698 eigenaar raadsheer Matthias VAN VIERSEN uit naam van zijn vrouw Yda Margaretha VAN RHALA (gebruiker Claes Clasen).

Ureterp (Opsterland) Ureterp stem 8 is in 1698 voor 5/12 deel eigendom van de broers Jacobus REECALF en Cornelis REECALF. Boer op hun deel is Inse Allerts. Een ander 5/12 deel is eigendom van Tjaerd VAN AYLVA, grietman over Dantumadeel (“eigenaar, met anderen”). Boer op dat deel is Roel Lyckles. De rest van de stem (2/12 deel) is eigendom van de erven van Jochum Allerts: diens “voorkind” (uit eerder huwelijk) Wytse Jochums, en kinderen uit huwelijk met Martjen Goytses, die in 1698 in de kwaliteit van moeder van en voogd over die kinderen wordt vermeld (curatoren: Oebele Bienses en Allert Barelts). Wytse Barelts wordt genoemd als gebruiker van 2/12 deel (1/6 deel). – Met deze namen lijkt eigendom en gebruik van stem 8 compleet vermeld. In het stemkohier worden echter ook nog Wybe Sytses, Alle Heynes met zijn vrouw, en Aefke Jacobs genoemd als “eigenaar en gebruiker” van partjes (niet aangegeven hoe groot).
— In 1728 worden “wijlen ritmeester Johannes POUTSMA voorkinderen” genoemd als eigenaar voor 5/12 deel van Ureterp stem 8, met de kinderen van oud-kapitein AYTSMA (weduwe Gauke Barelts als gebruiker voor 5/12 deel). Augustinus Lycklama a Nijeholt, oud-grietman van Opsterland, is eigenaar van 1/6 deel (2/12, Sytse Roels gebruiker). In het stemkohier daarnaast weer andere namen: Jacobus VAN EYK (eigenaar voor 1/12, “een huis”, Arent Johannes als gebruiker van dat huis), Sybe Sybes, Alle Reines en Jan Ales (elk eigenaar en gebruiker voor 1/12, “huis en gedeelte hornleger”) en Jan Jansen en zijn stiefzoon (eigenaar en gebruiker voor 1/12, “een huis”). Mogelijk ging het de grootgrondbezitters op afstand enkel om de (stemhebbende) landerijen. En liet men opstallen en erven (hornlegers) aan de anderen.

  1. Baucke Rommerts, tr december 1606, hij uit Marrum (Ferwerderadeel FR), weduwnaar van Maeicke Eeckes, met geb ca 1581 bij Leeuwarden, ovl voor 1656, gehuwd in 1606 (hij is weduwnaar van Maeicke Eeckes) met
  2. Trijn Claeses, afk van Franeker. geb te Franeker, ovl in 1661 te Snakkerburen bij Leeuwarden Gerecht Leeuwarden: eerste proclamatie 21-11-1606, derde proclamatie 7-12-1606: Baucke Rommerts, Marrum, en Trijn Claeses, Franeker.

Volgens Leeuwarder trouwregister van 1606 is hij van Marrum (tussen Holwerd en Ferwerd) en zij van Franeker afkomstig. Volgens genealoog Palstra (palstra.com) was Baucke Rommerts boer (huisman) en dorprechter te Lekkum, geb ca 1581, ovl voor 1656. Wanneer geboortejaar 1581 enigzins klopt, werd Baucke al jong weduwnaar in eerste huwelijk. Uit impost-register van 1579 geen “Rommert” te Marrum-Nijkerk als zijn mogelijke vader af te leiden. Tryn Claeses is volgens Palstra-melding in 1661 te Snakkerburen (tussen Leeuwarden en Lekkum) overleden. Lekkum en Snakkerburen liggen aan de Ee, direct benoorden Leeuwarden. Uit huwelijk van Baucke en Tryn is alleen zoon Rommert Bauckes (kw 1656) in meldingen (geen doopregister) terug te vinden. Hij is te Lekkum geboren ca 1610? Hij wordt in 1640 als boer (huisman) te Huizum gemeld (direct bezuiden Leeuwarden).

Ouders van: Rommert Bauckes (kw 1656)

  1. Jan Reijners, geb ca 1595, boer (huisman) te Pylkwier (onder Huizum, Leeuwarderadeel FR), ovl in 1666 3315.

Ouders van: Auck Jans (kw 1657)

Boer Jan Reyners overleeft zijn dochter Auck (ovl ca 1662) die eerst was getrouwd met Rommert Bauckes (kw 1656) en na diens overlijden nog enkele jaren met Bocke Wybrens. Baucke Rommerts (kw 828) uit eerste huwelijk van Auck trekt weg uit Huizum en vestigt zich te Witmarsum waar hij trouwt en als lakenkoper en bakker goed de kost verdient. Na overlijden van Jan Reyners (1666) wordt het bedrijf te Pylkwier/Huizum voortgezet, maar de eigendom raakt over nazaten verdeeld. Volgens stemkohieren 1698 is kleinzoon Baucke Rommerts te Witmarsum dan eigenaar van 2/9 deel van Huizum stem 3 en andere Reyner-nazaten delen de rest. Stemkohier 1698 Huizum (Leeuwarderadeel) Stem nr. 3, groot 84 pondematen, aantal stemmen: 1 Zakelijk gerechtigden: Baucke Rommerts, eigenaar voor 2/9 Reyner Claesen, eigenaar voor 1/9 Symen Lieuwes, eigenaar voor 10/27 Jantie Nannes, eigenaar voor 4/27 Reyner Nannes kinderen, eigenaar voor 4/27 Garrardus Oeges weduwe, gebruiker Aan die verdeling is in volgende generatie een einde gemaakt. In 1728 (stemkohieren) is Huizum stem 3 volledig eigendom van de koopman Oepke Douwes (Jenne Cornelis gebruiker).

De huisman Jan Reijners is een van onze (vele) stamovergrootvaders. Hij was boer te Pylkwier. De naam van deze buurschap bij Huizum (nu deel van Leeuwarden) is nog bewaard, geloof ik, dankzij een kanoclub die deze naam koos. Het Historisch Centrum Leeuwarden meldt een volksvertelling rond de naam (citaat): Een pylk is Fries voor pen, de slagveder van een vogel, en tevens (voor) een pijl. Nabij het dorp Huizum staat een boerenhuis dat Pylkwier heet. In den overouden tijd kregen eens twee reuzen twist en dezen zouden zij beslechten door een tweegevecht. Vuurwapenen waren er toen niet, men zoude elkander beschieten met pijl en boog en wie doodgeschoten werd zou het verloren hebben. Volgens gemaakte overeenkomst nam de een plaats op de Oldehoof te Leeuwarden en de ander op den Domtoren te Utrecht. Zij schoten, maar door den sterken wind kwamen beide pijlen terecht op de plaats waar nu het huis staat, dat naar deze geschiedenis den naam heeft ontvangen van Pylkwier. Toen er nog eene schuur bij stond had deze als windwijzers een paar pijlen. Of dit verhaal al bekend was aan stamovergrootvader Jan Reyners boer te Pylkwier weet ik niet. Dat de ene reus vanaf de Utrechtse Domtoren de pijl afschiet die vrijwel tot Leeuwarden komt en de andere zijn pijl maar enkele kilometers bezuiden Leeuwarden weet te schieten, zodat beide pijlen te Pylkewier belanden.

  1. Pytter Broers, geb ca 1610, ovl ca 1690, (meester-bakker?)
  2. Foeckien Intes

Ouders van: Broer Pytters (kw 1660), geb ca 1638, ovl voor 25-1-1681.

In PALSTRA-genealogie de aantekening dat Pytter Broers in 1690 te Witmarsum (Wonseradeel, FR) woont en de melding van Foeckien Intes als zijn echtgenote. Waar deze info vandaan komt moet nog blijken. In 1690 is Pytter 70-80j oud, en is zoon Broer Pytters al overleden. Deze vermeld als bakker (meester-bakker) te Tsjum (Franekeradeel) 1662-1680. Vanaf Broer volgende generaties via diens zoon Sybren Broers (kw 840) van meester-bakkers te Witmarsum. Mogelijk was ook Pytter Broers al bakker van beroep.

In 1698 (stemkohieren) zijn Sybren Broers en Broer Pyters kinderen mede-eigenaar van de grote plaats Stem 23 te Oosterlittens (Baarderadeel FR), ten oosten van Tsjum. Sybren als volwassen zoon eigenaar van 7 pondematen (het gehele goed is 96 pondematen groot). Voor de “Broer Pyters kinderen”, mogelijk jongere kinderen (dan Sybren) van Broer Pytters, treedt Hylcke Ymes te Rauwerd op als bewindvoerder (“eigenaar met 4 familieleden” van 12 pondematen). Mogelijk was hij een oom van deze kinderen en was Broer Pytters niet het enige kind uit huwelijk van Pytter Broers. Genoemde Hylcke Ymes is in 1698 boer op Rauwerd stem 19 (eigendom van de grietman jonkh Taco VAN BURMANIA) en trouwde Rauwerderhem (gerecht) 11-2-1674 met Jeltje Pytters. Zij afkomstig van Grouw. Als mede-eigenaren van Oosterlittens stem 23 worden in 1698 ook Matheas Pyters te Grouw, en Doeckle Pyters te Grouw genoemd. Geen familie.

3324. Ulbe Doeckles, geb ca 1595 te Oosterlittens (?, Baarderadeel, FR), ovl te Arum (Wonseradeel, FR) voor 1638 3325. Eelck Lolckes, geb ca 1600 (te Minnertsga?, Barradeel FR), ovl voor 1673 te Arum (mogelijk ook rond 1640)

Ulbe Doeckles is, vermoedelijk rond 40j oud, te Arum overleden. In ieder geval zijn moeder Jouck Djurredr (kw 6649) was toen nog te Oosterlittens (Baarderadeel, FR) in leven, en mogelijk ook vader Doeckle Oenes (kw 6648) nog. Zij hadden te Oosterlittens boerenbedrijf (ANGEMA?). Ulbe begint te Arum. Wanneer zijn ouders te Oosterlittens overlijden (1641/42), kan hij daar bedrijf niet voortzetten, omdat hij al enkele jaren daarvoor overlijdt. Eelck Lolckes, genoemd als dv Lolcke Jans (kw 6650), broer van Hessel Jans (kw 6652).

Kinderen uit huwelijk van Ulbe Doeckles en Eelck Lolckes: Doeckle Ulbes, geb ca 1630, ovl na 1698, landbouwer te Witmarsum (bij Arum), in 1698 vermeld als mede-eigenaar (voor een tiende deel, 8 ¾ pondematen) van Oosterlittens stem 23, en gebruiker voor het geheel van Witmarsum stem 23, groot 97 pondematen en 4 einsen en eigenaar van 56 pondematen hiervan. Eigenaren van andere delen zijn erfgenamen van oud-schepen Tania te Leeuwarden (19 pondematen), de weduwe van Jacob Jacobs te Wons (16 pondematen) en de kinderen van Joecke Gerbens te Noordhorn in Groningerland (6 pondematen, 4 einsen).
— Geen meldingen van huwelijk en dopen. In 1728 (stemkohieren) zijn de erven van Jansen DOEKLES eigenaar van 25 pondematen 1,5 einsen, van Witmarsum stem 23. Deze “Jansen” zal Janke DOEKLES zijn, dv Doeckle Ulbes. Janke (indien dit dezelfde is), trouwt 23-11-1685 te Baard (Baarderadeel FR), zij afkomstig van Witmarsum, hij van Baard, met Sierk Sikkes. Nog na te gaan. Jouck Ulbes, dochter, geb ca 1630, trouwt ca 1656 met Sjoerd Tjercks HOYTINGA, zv boer en bijzitter (mederechter van Wonseradeel) Tjerck Sjoerdts HOYTINGA (ook: HOITINGA). Jouck Ulbes te Arum in stemkohier 1698 zoals broer Doeckle vermeld als mede-eigenaar (voor een tiende deel, 8 ¾ pondematen) van Oosterlittens stem 23. Door haar huwelijk met een HOYTINGA raakte Jouck verbonden aan familie met grootgrondbezit, vooral te Arum (in 1698 mede-eigenaar in 6 stemhebbende plaatsen daar). Is nog aan te vullen. Lolcke Ulbes (kw 1662), geb ca 1630, ovl Dronrijp (Menaldumadeel FR) 30-6-1692, rond 60 jaar oud, trouwt ca 1650 met Bauck Lolckes, verhuist van Arum naar Dronrijp, waar hij boer wordt op de HOMMEMA-zathe.
— Bauck Lolckes is kleindochter van Hessel Jans, broer van Lolcke Jans, de vader van Eelck Jolckes, de moeder van Lolcke Ulbes. Een verre verwantschap.

  1. Lolcke Hessels, geb ca 1588
  2. Dieuwer Dircks, ovl voor 1673

Ouders van: Bauck Lolckes (kw 1663) Documentatie, voorzover vindbaar, nog aan te vullen. Volgens suggestie bij Palstra is Lolcke Hessels voor 1624 te Minnertsga (Barradeel FR) overleden. De inschatting dat dochter Bauck Lolckes geboren is ca 1626 te Minnertsga strookt niet met deze melding. Goed: bij een inschatting hoort een marge. Documentatie van rond 1620 is schaars of ontbreekt.

De dochter trouwt ca 1650 met verre neef Lolcke Ulbes (kw 1662) en wordt met hem boerinne op de HOMMEMA-zathe te Dronrijp. Kinderen uit het huwelijk gaan HOMMEMA heten. De moeder van Lolcke Hessels was een BONNEMA (niet te Dronrijp).

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland) Slechts enkele snippers. Over vroege voorouders binnen dit kwartier (weinig tot} niets bekend. Uiteraard hebben ze wel bestaan. Maar niet gedocumenteerd gebleven.

  1. Jan Meinesz, geb. ca 1590, trouwt met
  2. Trijn Michielsdr Uit dit huwelijk: Roeloff Jans (kw 2024).

Jan Meinesz en zijn schoonvader Michiel Hannes (kw 8098) worden in SintJohannesga vermeld. Het kan zijn dat men van daaruit naar het nabij gelegen Rottum vertrok. Aan te nemen is dat zij als boer (huisman) werkzaam waren.

  1. Bonne Jeipsz
  2. Geeske Jansdr Uit dit huwelijk: Lolcke Bonnes (kw 2032).

Bonne Jeipsz is waarschijnlijk rond 1590 geboren. Hij is eerst getrouwd met Foock Jansdr die te Nijbrongerga overlijdt. Geeske Jansdr is ook nog getrouwd geweest met ene Claes Jansz die te Ter Idzard (Weststellingwerf, FR) is overleden.

Deze Reinu komt als dochter voor in enkele genealogieen. Te Oostermeer wordt 29-5-1642 een Reinu gedoopt, kind van Sioerdt Jelgerts. Er staat niet bij dat het een doop op belijdenis was. Onze Sjoerd en vrouw Trijn zijn dan al hoogbejaard of reeds overleden. Onwaarschijnlijk dat deze Reinu een dochter van hen is geweest. Over haar geen verdere meldingen. Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn: ondertrouw 13-10-1584 te Delft, gehuwd op 1-11-1584 te Delft (Gerecht). Haar ouders woonden 1578 te Benthuizen, maar eerst te Delft? Misschien is ze te Delft gedoopt. “Ons Voorgeslacht” 1967, blz 27. Zoon Abraham is stamgrootvader in onze kwartierstaat, zoon Gabriël is stamgrootvader in de kwartierstaat Dijkxhoorn. Buisman IV 489 vat samen: “Frederik Hendrik tobt al jaren met flerecijn (jicht) en andere kwalen en takelt zo af, dat hij nauwelijks meer kan spreken. Hij overlijdt op 14 maart 1647 en is dan 63 jaar oud. Het Huis ten Bosch is in aanbouw.” Dichter en geschiedschrijver P.C.Hooft is 66 en ook ziekelijk. Hij is op 10 mei in Den Haag voor de begrafenis van Frederik Hendrik. Hooft overlijdt er op 21 mei 1647. Hij wordt in Amsterdam (Nieuwe Kerk) begraven. Genealogie van Pieter de Bije (Angelfire). Hij was weduwnaar van Pleuntje Jacobsdr BOVENWATER., die 28-2-1590 te Zoetermeer werd gedoopt en daar dus voor 1623 overleed, hoogstens 33 jaar oud. Genealogische website van Daan den Hengst. Kwartierstaat Van der Krogt. Trijntje MOLENWERF huwde na overlijden van Joost Jans VOS DE HOOGWERF met Pieter Pietersz ‘T HART, weduwnaar van Maartje Jans VOS DE HOOGWERF, zus van Joost. Of 15-6-1607 (kwartierstaat Kim Dijkxhoorn). Genealogische homepage van Hendrik van der Spek. Met doopdata van dochters Trijntje en Maartje is iets vreemds aan de hand. In index: “Opm 36. Haar vader NB”. Tammerus Gerardi POUTSMA is dominee te IJlst 1605-1644. Een doopregister te IJlst is eerst vanaf 1638 bewaard. Zijn kinderen zijn allen voor 1630 geboren. De geboortedata van kinderen hierboven vermeld, heb ik gehaald bij andere bronnen en of die juist zijn heb ik niet kunnen nazoeken.
— De BAERDT-naam had ook reputatiebelang (raadsheren en grietmannen in directe familie). In Urker genealogieën melding over haar kinderen en verder nageslacht. De CANTOR-naam is te herleiden naar onderwijzersberoep en voorzangerfunctie in de kerk. Abraham trouwt met Sara. Lees bijbelboek Genesis (grap). Zij trouwen te Britsum en de enige denkbare reden daarvoor is dat Antonius Petri daar sinds begin 1649 dominee is. De jonge zwager van Abraham, gehuwd met diens zuster Jancke Tammeri BAERDT, verzorgt graag de huwelijksdienst in “zijn” kerk te Britsum. En zo gebeurt: ondertrouw Leeuwarden 18-8-1649, attestatie vanuit Leeuwarden 25-8-1649, huwelijksbevestiging Britsum 26-8-1649. Hij is de jongste zoon (Benjamin) in het gezin, maar krijgt Abraham-naam (aartsvader). In doopboek Herv Gem Leeuwarden vermeld: Claes, zv Johannes Niclaes, doop 21-5-1641. Mogelijk dezelfde. Bij POUTSMA-family wordt voor hem 20-11-1641 als geboortedatum genoemd, dat klopt dus niet met doopboek voor genoemde Claes. Volgens POUTSMA-family: “Saapke Nicolaas VAN WIERSMA”, geb Kollum 1645. Er zijn geen registermeldingen. Wel is in 1698 Nicolaus POUTSMA, weduwnaar van Saapke, eigenaar van stem 18 te Kollum Turpmacluft, en in 1728 de dochter Juffr. Eelkjen POUTSMA. Het bezit van een “stemhebbende” boerderij was indertijd van belang omdat het de toegang gaf tot kiesrecht bij politieke kwesties. Johannes NICOLAI en zijn zonen hadden politieke functies en konden het stemrecht goed gebruiken. De aandacht voor de POUTSMA-zate als “stem” werd wel minder belangrijk doordat al in 1698 Nicolaus POUTSMA (en zeker zijn jongere broer Petrus POUTSMA) geheel of deels eigenaar waren van “stemhebbende” plaatsen, minder afgelegen dan de zate te Wierum. De zatenaam POUTSMA bleef hen en hun nageslacht. De zate te Wierum is in 1728 (Nicolaus overleed in 1727) eigendom van schepen Harmanus DROGENHAM, schoonzoon van Nicolaus. Auke Jans runt (pacht), zoals in 1698, de boerderij. In 1698 is dr. Nicolaus POUTSMA eigenaar van stem 9 te Wierum (Poutsma zate), van stem 18 te Kollum Turpmacluft en van stem 2 te Oostermeer (“voor zijn twee dochters”). Ook nog (“uit naam van zijn kinderen”) eigenaar van stem 30 te Lippenhuizen en (“uit naam van zijn vrouw”) voor 1/7 deel eigenaar van stem 12 te Lippenhuizen. Tenslotte bezit hij 4 pondematen van stem 32 te Kubaard (Hennaarderadeel) die in totaal 62 pondematen omvat. Raadsheer Hobbe Baard van SMINIA (verre famillie) is eigenaar van 21 pondematen ervan. Volgens POUTSMA-family doop Leeuwarden 4-5-1649. Waar ze dat vandaan hebben, weet ik niet. Doop van deze Pyter of Petrus niet in doopregisters gevonden. Het Leeuwarder begraafboek meldt begraving 9-11-1712 van Petrus POUTSMA, “de heer admiraliteytsheer”. Moet ook nog verduidelijkt worden. Met die “verdekte wagen” (gesloten koets) was Petrus meest deftig. De “hoornse wagen” was een wat uitgebreidere versie van de “sjees”. Bij alle drie had je paarden nodig. Data zoals in de kerkregisters vermeld. Oostermeer meldt huwelijk 23-9, terwijl Leeuwarden attestatie noteert 30-9. Hoewel Petrus POUTSMA in 1698 commies-generaal is te Leeuwarden en er in 1699 ook schepen wordt, meldt stemkohier van 1698 hem ook als eigenaar èn gebruiker van stem nr 12 te Oostermeer. Mogelijk zijn “buitenverblijf”: de HAERSMA-state te Oostermeer. Viglius CRANS, doop Leeuwarden 23-4-1665, ovl Lwrd 11-4-1707, 38j oud, tr Franeker 10-11-1689 (otr Leeuwarden 1-11-1689), hij advocaat voor het Hof van Friesland, met Johanna SIXTI, afk van Franeker (geen doop bekend). Viglius is zv Hermanus CRANS (1635-1709) en Hiltie WIGLIUS, in 1664 gehuwd (otr Lwrd 7-5-1664), Hiltie ovl ca 8j later. Hermanus CRANS tr (2) 8-6-1674 met Jancke Andries WINDT. Hermanus vermeld als stadsbouwmeester 1672-1675, als burgemeester van Lwrd 1682-1685 en 1693-1696, als voorgd van het Stadsweeshuis, en als politiemeester. Hermanus’ vader Dirck CRAN(T)S (geb Groningen ca 1603, ovl Lwrd na 1668) was bontwerker van beroep, tr Lwrd 17-3-1633 met Rinske Geerts SAMPLONIUS, en wordt gecertificeerd koopmansbode van Leeuwarden op Amsterdam. Hun oudste zoon Petrus CRANS wordt dominee (o.a. Metslawier) heeft een zoon die dominee wordt te Gorredijk.
— Viglius CRANS was ongeveer gelijk (1697-1700) met Petrus POUTSMA schepen van de stad Lwrd, was politiemeester en hopman van de schutterij. Hij had een huis aan de Weaze en bezat volgens de vaartuigentelling van 1694 een speeljacht, waarmee hij, vrouw Johanna SIXTI en zoontje Harmannus (doop 13-3-1695) konden “spelevaren” over de Friese meren. Lwrd telde toen nog maar zo’n 20 “speeljachtbezitters” (een luxe). Wulburt als vernoeming past in BAY-lijn. In 1627 trouwt te Leeuwarden Berberke HAERSMA met Claas Wilberts BAY. In 1665 Saepcke HAERSMA met Guilbertus BAY die 1673 overlijdt. Nicolaus DE BAY is grietenijsecretaris van Achtkarspelen FR 1663-1701 (grafzerk Buitenpost). Over eerste bouw van een “HAERSMA-state” bij Oostermeer is onduiidelijkheid. Een versterkte state aldaar in late Middeleeuwen niet genoemd.
— In Genealogysk Jierboekje 1985 pg 58 “Haersma fan Eastermar” veronderstelt auteur R. van der Ley dat de HAERSMA-naam vanuit de buurschap De Harste bij Suameer kan komen. Hij noemt Arent Oedtses en Houck Meyertsdr (dv Meyert HARDSMA te Oostermeer) als mogelijlke voorouders, Oedts Arents HAERSMA (ovl Bergum ca 1615) als hun zoon.
— Van 1539 tot en met 1561 procedeerde (Quaclappen Hof van Friesland) Wybe Melles te Bergum, gehuwd met Saep HAERTS (in 1557 namens zijn kinderen bij wijlen Saep Haerts, in 1561 namens zijn dochter Anna), tegen de kinderen van Meyert HAERSMA (Haerts?) te Oostermeer. Geschil over erfenis? Haar zus Tetje Wobbes getrouwd ca 1600 met Ritske Harckes (kw 2056)? Het grote nieuws van 1711 was het verdrinken van Johan Willem Friso, 23j oud, vorst van Nassau-Dietz, “prins van Oranje” sinds overlijden van zijn kinderloze oom prins Willem III van Oranje, stadhouder in de Nederlanden en door huwelijk koning van Engeland. Koning/stadhouder Willem III benoemde Johan tot zijn erfgenaam en opvolger (in de Nederlanden). Mannelijke nazaten in rechte lijn van stamvader Willem van Oranje (“Wilhelmus van Nassauwe ben ik van Duitse bloed”) waren er er niet. Johan stamt uit de lijn van Friese stadhouders, stammend van Jan van Nassau, de oudere broer van Willem van Oranje. Door uitsterven van de Oranje-lijn (Willem-lijn) kwam de jonge Johan Willem Friso voor opvolging in aanmerking. Hij was kleinzoon van Albertine Agnes, dochter van Frederik Hendrik, jongste zoon van genoemde stamvader Willem van Oranje. Albertine (stichtser van de buitenplaats “Oranjewoud” in Schoterland FR) trouwde met haar achterneef Willem Frederik.
— Verdere info elders te vinden. In dit verband: de bestuurders in Holland en andere Nederlanden zien weinig in de puber Johan Willem Friso als “erfopvolger” van de Oranje-stadhouders. De Franse “zonne”-koning Louis IV heeft het prinsdom Oranje al geannexeerd. Het erfrecht op de Oranje-titel wordt ook door de Pruisische koning Frederik, stammend van oudere zus van Albertine Agnes geclaimd. Het verdrinken van Johan Willem FRISO juli 1711, 23j oud, hij op weg van Frankrijk (militaire gevechten) naar Den Haag (opvolgingsoverleg), leidt in de Nederlanden tot een langdurig stadhouderloos tijdperk.
— In de problematiek van toen kan de commies Johannes POUTSMA gekozen hebben voor een militaire functie. Mogelijk ca 26j oud wordt hij ritmeester bij de cavalerie “van de prins”. Die prins verdrinkt juli 1711 en de “nieuwe prins”, Willem Karel Hendrik Friso wordt posthuum geboren (1-9-1711). Ritmeester Johannes POUTSMA overlijdt in 1723.

Ter gedagtenisze van ... Everhardus Van Wielinga, j.u.d., eerst ontvanger generaal der lijfrenten, vervolgens raad ter admiraliteit, laatst mede gedeputeerde staat van Fryslandt, oud-burgemeester en vroedschap der stad Leeuwarden, overleden den 24 van slagtmaand, rouwstatelyk ter aarde besteldt den 3den van wintermaandt des jaars 1733. Leeuwarden, Tobias van Dessel, 1734. 4º: 8 p.1733, 24 november Gedicht ondertekend: R. Roukema. Zinspelingen op het treden in de voetsporen van zijn vader, op zijn 13-jarig burgemeesterschap, op zijn overlijden op ruim 55-jarige leeftijd, nalatende 7 "frisse looten": 3 zonen en 4 dochters. (Antiquarisch) De Leeuwardense burgemeester Epeus WIELINGA bezit en bewoont (gebruikt) de zate te Marssum (Menaldumadeel FR) stem 11. Daarnaast is hij in 1698 ook eigenaar van de stemhebbende plaatsen Marssum 14, 19 en 33, Deinum (Menaldumadeel) 26 en 31 en Goutum (Leeuwarderadeel FR) 21. Die plaatsen zijn verhuurd aan en in gebruik bij anderen.
— Volgens register te Leeuwarden liet hij 6 kinderen dopen: Jeltie 16-5-1669, Jeltie 19-6-1670, Antie 3-11-1672, Jan 24-10-1675, Evert 17-3-1678 en Claes 25-1-1680. De zonen Jan (Johannes) en Evert (Everhardus) trouwen beiden te Marssum, maar ondertrouw te Leeuwarden. Johannes WIELINGA, doctor en advocaat voor het Hof van Friesland en postmeester, tr Marssum 30-5-1697, 23j oud, met Dieuke WESTERHUIS, ook dochter uit Leeuwardense magistraatsfamilie. Johannes is ander voorbeeld van jongeman die na afstuderen snel hoge functie krijgt in bestuurssysteem. In het overzicht “stinseninfriesland” door Jan LEEMBURG melding dat Johannes POUTSMA tussen 1708 en 1720 een nieuw “herenhuis” te Oostermeer laat bouwen dat (ook) HAERSMA-huis wordt genoemd. Onduidelijk of dit herbouwing Oostermeer stem 1 betreft (oorspronkelijke HAERSMA-state) dan wel stem 5, de plaats van zijn vader Petrus POUTSMA. Eestrum (Tietjerksteradeel) enkele kilometers benoorden Oostermeer, ook aan de oostkant gelegen van het Bergumermeer. Oenkerk (Tietjerksteradeel) ligt tamelijk ver van Oostermeer, in de noordwestelijke punt van de grietenij, de Trynwouden,, bij Bartlehiem, bij de grens met Dantumadeel. Bij Oenkerk o.a. de oudtijdse Heemstra- en Stania-states. Huwelijk Sjoerdje HAERSMA en Arnold Mathijs VAN IDSINGA te Harlingen 19-4-1696. Arnold geboren Harlingen 25-1-1668, ovl 15-3-1739. Sjoerdje doop Leeuwarden 3-12-1676, ovl Harlingen 5-12-1719, 43j oud. Kinderen uit het huwelijk (dopen Harlingen): Titia 17-1-1697, Mathijs Adolph 7-10-1706, Matthijs Adolph (Adelick) 26-12-1711, Saco Harmen 15-2-1714, Meyert Johannes 21-11-1716, Aurelia 21-11-1716, Sjoerdje 26-11-1719.
— Moeder Sjoerdje HAERSMA overlijdt 5-12-1719, binnen 14 dagen na doop/geboorte van dochter Sjoerdje (IDSINGA). Het “niaer-recht” hield in dat kooprechten van gronden allereerst tot de maagschap cq buurschap behoorden. Dit om te snelle vervreemding tegen te gaan. Onroerend goed moet eerst worden aangeboden binnen naaste familie en/of geburen. Ericus HAERSMA, burgemeester te Harlingen (maar uit Oostermeer afkomstig), is ook eigenaar (1698), namens zijn vrouw Anna Clara CANTER, van Canter State te Driesum (Dantumadeel). De Haersma-state te Oostermeer en de Canter-state te Driesum worden afwisselend als zomerverblijven bewoond. Na overlijden van Ericus ca 1720 kiest zijn weduwe voor woning te Driesum en draagt zij de Haersma-state te Oostermeer over aan dochter Aurelia. Na overlijden van Anna Clara Canter te Driesum 26-1-1724, 68j oud, gaat het bezit daar naar (erven van) haar dochters Sjoerdtje en Geertruida, zussen van Aurelia. Twintig jaar later echter woont er Petrus Johannes POUTSMA, de zoon van Aurelia (zie bij hem). Grietmansweduwe Antje VAN SCHELTINGA erft in 1721, na overlijden van haar (ongehuwd gebleven) achterneef Jacob VAN ROSEMA, de Fogelsangh Stins te Veenklooster (Kollumerland). Vanaf 1728 woont hier haar dochter Wija, gehuwd met Willem Hendrik VAN HEEMSTRA. Monsr. Pierius HAERSMA was mogelijk een (oud)oom. Heb over hem (nog) geen nadere informatie. Monsr. = “monseigneur”? De familienaam RHALA is topografisch bewaard in de benaming Rhaladijk voor de weg tussen het dorpje Wyns aan de Dokkumer Ee en Oudkerk (Tietjerksteradeel). Bij Van der AA (ca 1840) wordt die weg Oudkerkstermiedweg of RALADIJK genoemd. In 16de eeuw diverse leden familie VAN RAELE genoemd (uit Wyns). Precieze reconstructie moeilijk te maken door ontbrekende gegevens. Vgl inleiding bij Rekken oer it Boekjier 1606/1607 verzorgd door P.Nieuwland en J.A.Mol. Die “Rekken” (boekhoudverslag) is gemaakt door Johannes Henrici (RHALA), destijds ontvanger der geestelijke goederen in Friesland. De RHALA-naam wordt door deze Johannes Hendriks (ca 1554 of 1569, ovl 1624) zelf pas na 1620 gebruikt. Mogelijk erfde hij toen het Raele-goed te Wyns. Bij de boedelscheiding na zijn overlijden in 1624 wordt in ieder geval een geheel van 55 pondematen te Wyns tot zijn nalatenschap gerekend, naast 52 pondematen te Uitwellingerga en 22 pondematen te Itens. Hij was getrouwd met Aaltje (Aletta) DE VENO, geb ca 1579, dv Laurens DE VEEN, stadsschrijver van Leeuwarden, zuster van de “vermaarde geleerde” Henricus DE VENO (zie elders).
— Van een “Rhala-stins” te Wyns is vermoedelijk nooit sprake geweest (geen gegevens gevonden). Alleen de “Rhala-dyk” staat 500 jaar later nog steeds op de kaart. Familie voor 1600 al gerelateerd aan Leeuwardense bestuurders. Ontvanger Johannes Henrici woont te Leeuwarden en zijn zoon Henricus Johannes RHALA, geb Lwrd ca 1591, ovl Franeker 18-11-1640, zal ook nooit behoefte hebben gevoeld om het goed te Wyns voort te zetten cq er een “buiten” van te maken. Zoals zijn oom Henricus DE VENO wordt ook Henricus RHALA een “vermaard geleerde”. Mogelijk krijgt hij nog college van deze oom (ovl 1613), want Henricus RHALA wordt 15-5-1606 als philologie-student te Franeker ingeschreven (immatriculatie). In 1610 vervolgt hij zijn studie aan Duitse universiteiten, inschrijving Marburg 9-6-1610, inschrijving Heidelberg 8-9-1611, inschrijving Basel (Zwitserland) april 1613, promotie tot doctor in de rechten te Basel 24-9-1613. Met zijn doctorsbul in de reistas komt Henricus RHALA, ca 23j oud, terug naar Leeuwarden, waar hij een aanstelling krijgt als advocaat. Dat is een tussenstap. In 1618 krijgt hij de benoeming tot professor politieke wetenschappen (welsprekendheid) en geschiedenis aan de universiteit van Franeker. Ongeveer de leerstoel die oom Henricus DE VENO er tot 1613 had. In 1628 wordt Henricus daarnaast lector Romeins Recht, in 1636 professor in de rechten. Hij schrijft diverse juridische boeken en handleidingen. Overlijdt 18-11-1640 te Franeker. Grafschrift Martinikerk): “.. Henricus Rhala, de beijde rechten doctor ende Professor in de Universiteit tot Franeker, out 49 jaren.” Volgens de meldingen zijn in de Martinikerk te Franeker op dezelfde plaats (later “graf 151” genoemd) begraven: Henricus RHALA in 1640, zijn vrouw Anna Duercop in 1655, hun zoon Franciscus RHALA ook in 1655, hun zoon Phlipus RHALA in 1660, en Ydtje VAN ANDRINGA in 1672. Genoemde Ida VAN ANDRINGA was eerste echtgenote van Johannes RHALA, zv prof Henricus RHALA en Aanne DUIRCOP. Of het jaartal 1672 voor Ydtje correct is of dat hier 1662 moet staan, is nog een vraag. Johannes RHALA tr 1666 met Gratia VAN DORSTEN. Prof Philippus Mattheus sr was archiater provinciae (aartsdokter van de provincie), op 30-4-1651 door de Staten van Friesland aangesteld tot professor in de medcijnen en botanie aan de academie te Franeker. Prof Mattheus was toen 29. Geb Marburg (Duitsland) 11-12-1621, ovl Franeker 29-12-1700 (waar hij zesmaal burgemeester was). In 1698 eigenaar van 18 stemhebbende boerderijen in dorpen rondom Franeker en Leeuwarden. Hij overlijdt in 1700.
— Zijn zoon prof Philippus Mattheus jr , geb Utrecht 6-3-1641, ovl Franeker 6-10-1690, 49j oud, werd in 1670 professor in anatomie en geneeskunde te Franeker. In 1698 was deze zoon dus al overleden. Prof Mattheus sr , is 42j oud in Friesland nog getrouwd (attestatie afgegeven Franeker 13-5-1683), met Maria VAN HANENBURGH, dan weduwe te Dronrijp van wijlen secretaris SIXTI. In 1698 is Maria medeeigenaar met Saakje Johannes van stem 24 te Dronrijp (Menaldumadeel). Vermelding van KNOCK en WIELINGA als curatoren voor de erflatingen van ritmeester Johannes POUTSMA op plaatsen verderaf van Tietjerksteradeel (Oostermeer en omgeving) is begrijpelijk. Gemotoriseerd verkeer bestond nog niet. Geen snelwegen etc. De genoemde heren hadden hoge bestuurlijke functies verderop in de regio en waren onderdeel van het familienetwerk. WIELINGA door huwelijk van Sjoerdtje (Suffrida) HAERSMA, zus van Aurelia, met Everhardua WIELINGA. De ontvanger KNOCK door huwelijk met Barbara BAY, vernoemd naar haar grootmoeder Berber HAERSMA, zus of tante van Saepcke HAERSMA, de eerste vrouw van commies Petrus POUTSMA (Saepcke moeder van ritmeester Johannes).
— Dit verhaal kan nog verder geschreven. Na overlijden van ritmeester Johannes treden in ieder geval KNOCK en WIELINGA op als curatoren voor de ritmeester-erven bij aanspraken op bezittingen verder weg binnen Friesland. NB: De curator KNOCK in 1728 genoemd is zoon Guilbertus KNOCK uit huwelijk van ontvanger Baroldt KNOCK en Barbara BAY. Barbara is weduwe in 1728. De zoon Guilbertus (geb Harlingen 1696). Vermelding van de raadsheren VAN VIERSEN en SCHULTENS is (ook) uit de familie-netwerken van toen te begrijpen. Er waren connecties op bestuurlijk niveau (advocatuur, raadsheren, grietenijbestuur) en verzwageringen (huwelijken binnen de groep). Hendricus RECALF en Matthias VAN VIERSEN werden zwagers door huwerlijk van de een met Anna Cornelia RHALA en van de ander met Ida Margaretha RHALA. Johan Hendrik SCHULTENS wordt in stemkohieren van 1728 raadsheer genoemd en soms oud-raadsheer. Feit is dat hij (ovl 16-8-1730) raadsheer was vanaf 1712 tot 1728. Het college van raadsheren in Friesland bestond uit 12 personen, verkozen uit de kwartieren Westergo, Oostergo, Zevenwouden en Steden. SCHULTENS was een van de raadsheren namens het steden-kwartier (Leeuwarden). Opvolger van Godschalck KNIJFF (1699-1712) die de functie overnam van Matthias VAN VIERSEN (senior). SCHULTENS wordt 15-3-1728 opgevolgd door Epeus WIELINGA.
— Raadsheer SCHULTENS treedt op “uit naam van zijn dochter” in stemkohieren van 1728 bij stemhebbende plaatsen die in 1698 eigendom waren van (oud-)burgemeester Jacobus RECALF(F) van Leeuwarden. Aan te nemen is dat SCHULTENS getrouwd is geweest met een dochter van deze burgemeester. Trouw- en doopregisters laten ons helaas in de steek vwb de namen van die mogelijke RECALF-dochter en de dochter uit het huwelijk voor wie raadsheer SCHULTENS in 1728 aanspraken vertegenwoordigt. Andere bronnen moeten helpen.
— Hij wordt in 1712 tot raadsheer benoemd (een erg hoge functie) en je verwacht dan meldingen over loopbaan van ervoor. In mijn (beperkt) onderzoek kwam ik zulke meldingen nog niet tegen. Hij overlijdt in 1730 en was mogelijk dezelfde als de Johan Hendrik SCHULTENS die 12-3-1724 te Leeuwarden trouwt met Anna Sophia KNOCK (uit al genoemde KNOCK-familie). Mogelijk (indien dit dezelfde is) was hij toen al ca 60j oud en was zijn eerste echtgenote (RECALFF-dochter?) reeds lang overleden. – SCHULTENS was mogelijk uit Groningen afkomstig: de achternaam doet “Saskisch” aan, “Schulte” voor scholt of lokale/regionale rechtspreker. In 1711 trouwt te Leeuwarden (attestatie naar Huizum), een Hendrik Jans SCHULTENS, afkomstig van Groningen, met Alegonda RECALF, afkomstig van Leeuwarden (“hij is doctor in beide rechten”). Of er verband is (en welk mogelijk verband) valt nog uit te zoeken.
— Of Johan Hendrik SCHULTENS mogelijk broer is geweest van Albert SCHULTENS (Groningen 1686 – Leiden 1750), de man die als professor Hebreeuws/Arabisch te Franeker en later te Leiden wereldberoemd werd, is ook nog verder na te gaan. Een pondemaat is 240 vierkante (konings)roeden, dwz (koningsroede is 12 voet) 2.880 voeten in het vierkant. Na invoering van het metriek stelsel (koningsroede is ca 3.9 meter) volgde standaardisering naar meters: centi-are 1 vierkante meter, are 100 m2, hectare (bunder) 100 are (10.000 m2). Een pondemaat kwam op 36,75 are, ruim 1/3 van een hectare (de morgen, oudsher 640 vierkante roeden) werd 92 are, dus bijna 1 hectare). Bij 84 pondematen heb je het over bijna 25 hecatre. Per regio verschillen in maten. Het ANGEMA-Goet te Schrins (Skrins) bij Oosterlittens (een ouderwetse boerderij) als bed&breakfast bestemming rond 2005 genoemd. In overzicht van Leemburg (stinsen in Friesland) niet opgenomen. Eerder als DOEKE ANSKES Zathe vermeld. Het gaat om een plaats die Yme Broers BAKKER in 1879 voor zijn dochter liet bouwen. Volgens verhaal stond op deze terp eeuwenlang al een zathe (Minne Tiaers 15de eeuw?). Was dit Oosterlittens stem 23? Nog aan te vullen. De erven van Janke Doekles zijn 1728 eigenaar van ruim 25 pondematen van Witmarsum stem 23. Douwe Obes te Tjerkwerd eigenaar van 35,5 pondematen, weduwe van Enne Jacobs ABBEMA eigenaar van 16 pondematen 2 einsen, wagenmaker Jacob te Leeuwarden voor zichzelf en in kwaliteit eigenaar van 9 pondematen 5 einsen, evenals dr. Nicolaus Arnoldi, en Symen Pieters eigenaar van 1,5 pondematen. Gebruiker is Douwe Murks. Volgens stemkohier 1728 is de weduwe Frans HOITINGA (Frans is zoon van Jouck Ubles) eigenaar van 24,5 pondematen van Oosterlittens nr 23. Dat is driemaal meer dan het aantal pondematen waar Jouck in 1698 recht op had. In de tussentijd hebben er verdere verervingen plaats gevonden.

Generatie 13 — Detail

Generatie 13 (stam-betovergrootouders, 4096-8191)

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland) Uit de periode rond 1600 binnen dit kwartier is niet zoveel te melden. Het is oorlog. De streken rond het Bergumermeer zijn tamelijk vogelvrij voor naar kwartier zoekende partijen. Er wordt nogal geroofd en verbrand. De prominente invloed van (rooms-katholieke) kerken en kernen (kloostercoöperaties enz) wordt abrupt gestopt. Verboden en opgeheven. Vanuit die situatie slechts enkele (beperkte/veronderstelde) “gegevens” betreffende ook maar enkele voorouders binnen dit kwartier. Van de andere 2000 geen nieuws (of ouds).

  1. Jelger Sjoerds, geboren in 1548, trouwt rond 1572 met
  2. Hendrikje Hendriks, afkomstig uit Witveen, geboren ca 1550.

Uit dit huwelijk: Sjoerd Jelgers (kw 2048)

  1. Tys
  2. Reinou ?

Uit dit huwelijk: Trijn Tijsses (kw 2049)

Over deze (stambetovergrootouders) Tys en mogelijk Reinou geen documentatie. Zij leefden eind 16de eeuw, in eerste helft van de oorlog met “Spanje” (Tachtigjarige Oorlog 1568-1648).

  1. Edze Gercks, geb ca 1545, ovl voor 1614 te Oostermeer, boer, tr 1570 te Oostermeer met
  2. Maryke (Maaike, Maria) Eelckes, geb ca 1548 te Garijp, ovl voor 1614. Uit dit huwelijk: Eelke Edzes (boer), Appollonia Edzes, geb 1576 te Oostermeer, trouwt ca 1598 met Sicke Harckesz, Gerck Edzes, geb ca 1590, geh voor 1622 met Antje Pieters. Tamme Edzes (kw 2050).

  3. Johannes 4103. Uit dit huwelijk: Reinsck Johannes (kw 2051). Reinsck Johannes rond 1647 vermeld als weduwe te Oostermeer (Opeinde) van Tamme Edzes.

  4. Harcke Ritskes, geb Oostermeer ca 1575, ovl na 1635, trouwt ca 1600 met

  5. Styn Freercks, ovl na 1635 Ouders van: Ritske Harckes (kw 2056) b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland) Meldingen in dit kwartier rond 1600 zijn uitgebreider dan over de Friese voorfamilie (die pas in 1811 de naam VAN DER HOEK ging krijgen). Grootmoeder Neeltje ROEM trouwt in 1900 te Naaldwijk met de jonge Bonne VAN DER HOEK uit Heerenveen (FR). Te Naaldwijk worden 6 kinderen geboren. Begin 1916 verhuizing naar Heerenveen. De Hollandse voorfamilie via grootmoeder Neeltje is van vier eeuwen terug heel wat vaker in documenten terug te vinden dan die van grootvader Bonne. De “stamlijn” ROEM/ROM mogelijk pas van rond 1650 (“wijnkoper te Rotterdam”). Andere voorouder-lijnen al van eerder. De ROEM-lijn (vanuit Rotterdam) krijgt rond 1790 voortzetting te Naaldwijk. Andere lijnen zijn andere (voorfamilie)lijnen.

  6. Michiel Harmensz (VAN DER KOOIJ), geb te Overschie rond 1524, bouwman in de polder Schieveen onder Overschie ter hoogte van de Zweth, hij had 48 morgen grond. Trouwt 1555 met

  7. Aefgen Grabielsdr, geb te Rodenrijs, ovl na (?) 10-3-1578 te Overschie.

Uit dit huwelijk (minstens) de zonen: Pleun Michielsz (VAN DER KOOIJ), geb rond 1557 te Overschie (kw 2680) Harmen-Michielsz (VAN DER SWETH), bouwman, geb 1571/1572 te Overschie, ovl te Overschie. Gehuwd met Ariaentgen Dirksdr VAN DIJCK, dochter van Dirk Claasz VAN DIJK en Rusje Pietersdochter. In ieder geval een zoon Pieter Harmens van der Sweth, die 11-4-1638 trouwt met Ingetje Claes. Arij-Michielsz.

Stambetovergrootvader Michiel Harmensz wordt genoemd als “alderman” te Overschie in 1599, was in 1616 “omtrent twee ofte drie ende negentig jaeren oud” en nog in leven. Hij overlijdt voor 30-4-1618 te Overschie, op zeer hoge leeftijd.

Zoon Pleun gaat op de kooikerswoning bij Delfgauw wonen (zie kw 2680). Zoon Harmen blijft in het boerenbedrijf van zijn vader aan het riviertje de Zweth. Terwijl de nakomelingen van Pleun de familienaam VAN DER KOOIJ krijgen, krijgen die van Harmen de familienaam VAN DER SWETH. De derde zoon, Arij, krijgt geen (geëchte) nakomelingen. Hij blijft ongehuwd en heeft een eigen boerderij in de Schieveen-polder. Waar hij 1641 overlijdt. Nog aan te vullen.

  1. Claas Hendriksz van T(H)OL, in 1578 gemeld als “welgeboren man” te Benthuizen (oostelijk van Zoetermeer), was hij belastinginner/tolhouder?, ovl aldaar ca 1590, gehuwd met
  2. Aagje Clasen (Claesdr), ovl te Benthuizen voor 9-1-1600.

Ouders van Neeltje VAN THOL (kw 2681).

  1. Huibrecht Pietersz DE BIJE, geb in Pijnacker, woonde daar, in Zoetermeer, vervener in Catwijk onder Pijnacker, in Zoetermeer, bouwman en schepen te Zoetermeer, en Zegwaard, ovl te Zegwaard ca 1627, gehuwd rond 1569 te Pijnacker met
  2. Ingetje CRYNEN, geb in Pijnacker, ovl te Zegwaard voor 8-5-1634.

Uit dit huwelijk: Abraham Huijbrechts de Bije, geb rond 1570 te Pijnacker Pieter Huijbrechts de Bije, geb rond 1572 te Pijnacker Annetje Huibrechtsdr de Beije, geb rond 1578 te Pijnacker (kw 2683). Sara Huijbrechts de Bije, geb rond 1581 te Pijnacker Hester Huijbrechts de Bije, geb rond 1584 te Pijnacker Marijtje Huijbrechts de Bije, geb rond 1587 te Pijnacker Geertrui Huijbrechts de Bije, geb rond 1590 te Pijnacker. Overl aldaar in 1636, ongeveer 46 jaar oud. Was getrouwd met Jan Jacobs ROBOL, geb rond 1590 te Pijnacker, woonde Achter Clapwijck, kerkmeester te Pijnacker, ovl 1652, ongeveer 62 jaar oud. Hij was zoon van Jacob Janssen ROBOL (“Heilige Geestmeester”) en Nelletgen Claesdr CHIJS. Geertrui en Jan Jacobs kregen over de periode rond 1612-rond 1623 tien kinderen Robol: Jacob, Sara, Maartje, David, Abram, Cornelis, Trijntje, Maarten, Willem en Jan.

  1. Jan (Cornelisz?) VAN DER MARK, geb ca 1545 5929. Uit dit huwelijk: Cornelis Jansz VAN DER MARK (kw 2964)

  2. Jacob 5931. Uit dit huwelijk: Maartje Jacobsdr (kw 2965)

  3. Aert Corneliszn (VAN DER SPRONSE), geb ca 1535 te Naaldwijk, overl aldaar na 1561, trouwt met 5985.

In 1561 gebruiker van 2 morgen land van de graaf van Arenberg, waarop een eigen huis staat, gelegen in Opstal bij Naaldwijk.

Uit dit huwelijk: Adraen Aertsz., in 1586 wonend in Opstal, begraven 31-12-1616 te Naaldwijk, trouwt 1581 te De Lier met Neeltgen Franssendr. Pieter Aertsz SPRONSEN, in 1586 wonende op de Korte Broek te Naaldwijk, trouwt met Claesje Jansdr. Jan Aerts VAN DER SPRONSE (kw 2992), trouwt 5-2-1575 te Naaldwijk met Marritgen Amsemsdr. (kw 2993).

  1. Jan Pouwels VOS (de Hoogwerff), geb ca 1530, begraven te Naaldwijk 10-7-1604, trouwt (1) Machteld Philipsdr, trouwt (2) Maritjen Ysbrantsdr, trouwt (3) ca 1570 met
  2. Maritgen Pietersdr (Maartje Pieters), begraven te Naaldwijk 7-3-1642.

Werd Maartje Pietersdr ca 90j oud? Misschien. Maar het is mogelijk dat we ons in “de gegevens” vergissen. We staan open voor correcties. De twee eerste huwelijken van Jan Pouwels lijken door vroeg overlijden van Machteld en Maritjen slechts van korte duur te zijn geweest. Het huwelijk met Maartje Pieters werd zijn derde huwelijk en duurde wel lang, tot zijn dood in 1604. Doopregisters uit de tijd van voor 1600 ontbreken en het is gissen naar mogelijke kinderen.

Ouders van: Joost Jansz VOS DE HOOGHWERFF (kw 3000) Lydeweij Jansdr Vos de Hoogwerf, gedoopt te Naaldwijk 25-8-1589, ovl in 1628, 39j oud. Trouwt (1) 6-2-1611 met de weduwnaar Crijn Jorisz VAN DER PUTTEN, geb 1562, ovl 21-7-1616, trouwt (2) 26-11-1617 met Aryen Simonsz (de) HOOCHWERFF. Kinderen en parentelen. Maartje Jansdr Vos de Hoogwerf, ondertrouw Naaldwijk 22-9-1619, met de weduwnaar Symon Fransz VAN DER MEER, geb Honselersdijk, gedoopt Naaldwijk 7-6-1579, schepen te Honselersdijk 1614 en 1616, ovl aldaar, begraven Naaldwijjk 17-11-1620, 41j oud.

Stambetovergrootvader Jan Pouwels (VOS) woont te Naaldwijk maar erfde of verwierf anderszins landbouw- of weidepercelen rond naburig Monster (in Westland). Bij de belastingheffing van 1579, 100ste penning, wordt hij aangeslagen omdat hij in de Dijckpolder bij Monster percelen land in eigendom heeft, verhuurd aan gebruiker. Twintig jaar later, in 1599, wanneer de bezittingen van de roomskatholieke abdij te Loosduinen worden geveild, is hij in staat een perceel van ruim 15 morgen land met hoeve in gebruik (verhuur) te kopen voor 2520L (ponden) en nog een perceel van 9 morgen land voor 850L. Volgens lokale normen is hij grootgrondbezitter.

  1. Pieter Florisz. COUCK, “beleend 1585, ovl 1602” 6009.

Uit het huwelijk: Jan Willem (kw 3004)

  1. Willem (van der Vlam), gehuwd met
  2. Weijntgen Cornelis. Na overlijden van Willem trouwt zij Gerrit Floriszn.

Uit huwelijk van Willem en Weijntgen: Lucas Willemsz VAN DER VLAM (kw 3018).

  1. Gerrit Jans, schipper, overleden te Naaldwijk voor 8-7-1636, trouwt 29-4-1584 met
  2. Baertjen Dircx, ovl te Naaldwijk voor 8-7-1636.

Uit dit huwelijk: Neeltje Gerrits, geboren te Naaldwijk ca 1690 (kw 3021).

  1. Joris Jansse BOL, gebruikte met zijn broer Aert eigen land te Ridderkerk, in 1561 woont hij te Mijnsheerenland, ovl voor 1569, trouwt na 1556 met
  2. Emma Claesdr VAN BEVEREN (Emmeke), weduwe van Jacob Stevens VAN DER MAST (ovl 1556).

Ouders van: Adriaentje Jorisdr BOL (kw 3051)

Emma heeft uit eerste huwelijk in ieder geval een zoon Steven. Na overlijden van Joris (boedelscheiding 11-3-1569) trouwt zij (3) met Cornelis Adriaens Gijsbrechts, heemraad van Puttershoek, maar overlijdt niet lang hierna. Door de volgende boedelscheiding op 2-3-1573 komt het eigendom van de hofstede te Mijnsheerenland aan de nog jonge dochter Adriaentje.

  1. Gisbert Pieters MEEUWENHIL (ook: Nieuwenhil), eigenaar en gebruiker van grond in het Grote Zomerland, de polder ten noorden van Mijnsheerenland, ovl Mijnsheerenland 1-7-1607, weduwnaar van
  2. Marichen Adriaans Aelbrechtsdr, ovl 8-8-1602. Bij huwelijk was zij weduwe van Aert Gijsbrechts HACKE (getrouwd voor 22-10-1753).

Uit huwelijk van Gisbert en Marichen: Neeltje Gijsberts Pietersdr (kw 3052)

  1. Leendert Cornelisz ROOBOL, geb 1530, schepen van Rhoon 1576/80, schout van Rhoon 1584/97, ovl te Rhoon 1-6-1600, trouwt ca 1569 aldaar met
  2. Maartje Dirksdr KOORNNEEFF (Koornneef, Coorneef), geb ca 1547 te Rhoon

Uit dit huwelijk (nog verder na te gaan): Cornelis Leendertszn ROOBOL, landeigenaar te Oud-Beijerland, schepen en heemraad aldaar 1590/99, driemaal gehuwd Dirk Leendertszn ROOBOL, trouwt 22-12-1596 met Lijsbeth Willemsdr Jan Leendertszn ROOBOL, trouwt 21-4-1587 te Rhoon met Stevina Damisdr Neeltje Leendertsdr ROOBOL Annetje Leendertsdr ROOBOL, trouwt Jacob Foppen Leeuwenburg Pieter Leendertszn ROOBOL (kw 3066) Willem Leendertszn ROOBOL Lijsbeth Leendertsdr ROOBOL, trouwt Pieter Foppen Leeuwenburg Herman Leendertszn ROOBOL, trouwt 22-9-1613 te Poortugaal met Magdalena Claasdr van Driel (beiden na een eerder huwelijk).

c) DE JONG-kwartier (Friesland) De DE JONG-naam binnen dit kwartier is pas van na 1811. Oudmoeder Epkjen Meyes (FRANKENA) te Oosterzee (Lemsterland FR) wordt 1806 weduwe van Pier Jacobs (kw 48), trouwt (2) 28-1-1810 te Doniaga (Doniawerstal FR) met Klaas Douwes DOUMA. Haar kinderen uit eerste huwelijk gaan niet DOUMA heten, maar DE JONG. Wij stammen van Jacob Piers DE JONG (kw 24). In de voorfamilie rond 1600 binnen dit kwartier allerlei voorzaten terug te vinden.

  1. Cornelis Scheltes, geb ca 1561 te Franeker, trouwt 11-8-1604 aldaar met
  2. Sas(kia) Aeryansdr

Ouders van: Schelte Cornelis (Falkenburgh) (kw 3298) PM: Bode-stamboom (bode-almere.nl)

De FALKENBURGH-naam (of andere schrijfwijze, zoals VALCKENBURGH) komt in registers rond 1600 (Friesland) nog niet voor. Registers ontbreken.

  1. Pytter Pyttersz
  2. Hadewych Adriaensdr

Ouders van: Pytter Pyttersz (Bechius) (kw 3300) PM: Bode-stamboom

  1. Jan Mathijsz, geb ca 1555 6603.

Ouders van: Eva Jans (kw 3301)

  1. Gerardus Tammonis, geb ca 1550 6605.

Uit dit huwelijk: Tammerus Gerardi (POUTSMA) (kw 3302)

Gerardus Tammonis (Gerard Tammeszoon) wordt als stamvader genoemd in POUTSMA-genealogieën. Verbonden aan de POUTSMA-state te Wierum (Westdongeradeel, FR). De Latijnse benaming kan van zijn zoon stammen, de latere predikant Tammerus Gerardi (kw 3302), die eind jaren 90 van de 16de eeuw aan de hogeschool Franeker theologie gaat studeren en wordt ingeschreven als Tammo Gerardi Embdenensis.

De toevoeging “Embdenensis” verwijst naar de havenplaats Embden in Oost-Friesland (Duitsland), rond 1570 een uitwijkplaats voor protestanten in de begonnen strijd tegen het katholieke Spaanse bewind. Het Groningse gebied bezuiden Embden heet Reiderland. Zoon Tammo (Tammerus, Tamerius) Embdenensis heet te Reiderland te zijn geboren. “Gerardus Tammonis” woonde mogelijk daar. Als autochtoon of uitwijkeling. Het was wel mogelijk dat zoon Tammo aan de prille hogeschool te Franeker theologie ging studeren en dominee werd.

De POUTSMA-state te Wierum komt als erfgoed binnen via Eelcke Sybrandts BAERDT (kw 3303) met wie Tammerus in 1603 trouwt. De jonge dominee neemt de vererving, het wapen en de naam POUTSMA aan.

  1. Sybrandt Sjoerds BAERDT, geb ca 1550, meester in de rechten, notaris te Arum (vermeld 1582), advocaat voor het Hof van Friesland, ovl 1593, trouwt 21-11-1583 met
  2. Tie(d)cke FROMA, geb ca 1550, ovl 25-4-1616, na overlijden van Sybrandt getrouwd met Jan HOOCH (ook: Jan HOECK).

Volgens kwartierstaatmeldingen zijn Sybrandt (1593) en Tiedcke (1616) te Wierum (Westdongeradeel, FR) overleden. In 1603 trouwt dochter Eelckien (kw 3303) te Joure (Haskerland, FR), 18j oud, met de jonge dominee Tammerus Gerardi (kw 3302) die de naam POUTSMA en de claim op de state te Wierum gaat gebruiken.
— Dat Eelckien te Joure trouwt had mogelijk ook verband met het feit dat Sybrandts oomzegger, Dirck Hobbes BAERDT, daar in 1601 tot grietman was aangesteld.

Uit huwelijk van Sybrandt en Tiedcke: Eelckien Sybrands BAERDT (kw 3303), geb ca 1585, tr 16-10-1603 te Joure met de jonge dominee Tammerus Gerardi (kw 3302). Petrus Sybrandts BAERDT, geb ca 1590, dus kort voor overlijden van vader Sybrandt.

Aan de zoon Petrus BAERDT wijdt de historicus dr. A. Wumkes in zijn boek “Bodders yn de Fryske Striid” (1926) een apart hoofdstukje. Volgens Wumkes is Petrus ca 1590 te Starum (Staveren, Stavoren) geboren. Dat is behoorlijk ver van Franeker en Leeuwarden, maar het was oorlog met de Spaansen en mogelijk had Sybrandt in Starum iets te doen: “Hy is berne yn Starum pl.m. 1590; syn heit wier Mr. Sybrand Baerd, dy't 21 Nov. 1593 foarkomt as abbekaet foar it Hôf fen Fryslân (in broer fen Mr. Hobbe Baerdt, griffier by it Hôf en stamfaer fen it aristokratyske Baerdtslachte, dat grytmannen oplevere hat fen ûnderskate Fryske gritenijen). Dizze boaske yn Aug. 1583 mei Tiecke Froma, út in âld Fivelgoaër skaei, dat syn stamnêst hie yn Wirdura (Gr.) en dy letter Jan Hooch (Hoeck) ta man hie, De soan krige syn opfieding by syn miich Frans Martens Kyll yn Harns, dy't troud wier mei Idtie Baerdt.” Moeder Tiedcke FROMA, volgens Wumkes van Groningse herkomst (Fivelgo), trouwt (2) met Jan HOOCH. Mogelijk is in een akte over dit tweede huwelijk gemeld dat Sybrand abbekaet foar it Hôf fen Fryslân was. Mogelijk kwam zijn overlijden voordat hij in die functie ook werkelijk kon aantreden. Het zoontje Pieter (Petrus) wordt uitbesteed bij het echtpaar Kyll te Harlingen. Wumkes noemt Frans Martens KYLL als “miich” (neef), maar Kyll was aangetrouwd. Idtie Baerdt (Yda Doedes Baerdt) was volle “miich” (nicht) van Pieter (Petrus), ruim 20j ouder dan dit jonge neefje. Bij Frans en Yda wordt Pieter te Harlingen geschoold. Dankzij een studiebeurs van de Friese staten kan hij 24-5-1611 te Franeker als student worden ingeschreven. Hij begint als student theologie maar verlegt de koers naar medicijnen en studeert 7-6-1616 af als medisine-dokter. In 1618 is hij even arts te Workum, in 1619/21 arts te Bolsward en tevens conrector daar bij de “Latijnse school”. Wumkes merkt op dat Gysbert Japiks (geb 1603), oudvader van Friese dichters, aan de Latijnse school te Bolsward mogelijk Petrus BAERDT als onderwijzer meemaakte: “sadet der kâns bistiet, det Gysbert Japiks (berne 1603) fen him Latyn en mûlk ek foarljeafde for it Frysk leard hat.” Petrus BAERDT trouwde nog voornaam met Djoecke VAN BEYMA, dv Wytse VAN BEYMA en Hiltje VAN AYLVA, maar werd via gerechtelijke beslissing van 4-10-1625 te Franeker zeggenschap over haar admestraesje ontnomen. Het huwelijk met Djoecke gaat niet lang verder. Wumkes: En men scil net fier fen 'e wierheid wêze, as men yn Baerdt ek in frjeon sjucht fen drinken en klinken, Yn Juli 1637 kin men him treffe as ynwenner fen Dokkum, dêr't er troude mei Engeltie Wyllems Knijff. Mar net lang scil er dêr syn tinte hawn hawwe, hwent datselde jiers waerden syn bern yn Ljouwert doopt (1639 en 1641) Petrus BAERDT had goede connecties in de schrijverswereld van die tijd in Friesland (o.a. Starter en misschien Gysbrecht Japiks) maar had weinig boeksucces. Hij werd een bijdrager aan almenakken en verdiende daaraan, soms redelijk, soms matig tot slecht.

Wilde verhalen over haar jongere broer, terwijl (onze voormoeder) Eelkje BAERDT al ca 18j oud in 1603 domineesvrouw wordt te Joure en IJlst. Zie kw 3302/3303 Generatie 12.
— Haar neef Dirck Hobbes BAERDT leefde een minder wild leven dan haar broer Petrus. Deze Dirck, zoon van mr Hobbe BAERDT, wordt in 1601 grietman van Haskerland. In 1615 wordt hij in die functie opgevolgd door zijn zoon Hobbe Dircks (van) BAERDT. In 1650 volgt diens jongere zoon Egbert Hobbes (van) BAERDT zijn vader in de functie op, terwijl de oudere zoon Dirck Hobbes VAN BAERDT in 1639 tot grietman van Ooststellingwerf was benoemd. Drie generaties BAERDT als grietmannen van Haskerland eindigt met overlijden van Egbert. In 1669 wordt Arnold VAN VIERSSEN grietman aldaar, in 1681 Mathijs VAN VIERSSEN, vanaf 1689 volgt een rij van grietmannen VEGELIN VAN CLAERBERGEN.

  1. Rommert

  2. Reyner Jansz, geb ca 1560

  3. Anna Heinsdr

Ouders van: Jan Reyners (kw 3314)

  1. Doeckle Oenes, geb ca 1570, boer te Oosterlittens (Baarderadeel, FR)
  2. Jouck Djurredr, ovl te Oosterlittens vóór 1642

Ouders van: Ulbe Doeckles (kw 3324)

Oosterlittens in Baarderadeel ligt op korte afstand van de “grens” met Hennaarderadeel (waar je Westerlittens zou verwachten). Baarderadeel was eertijds een van de vijf delen van het oude district Frana-eker en gold in de late Middeleeuwen als de vierde grietenij van Westergo. Direct bezuiden Oosterlittens de buurschap Schrins (Skrins) waar ADEMA- en ANGEMA-zathes voorkwamen. In 1655 is er sprake van (kleinzoon of achterkleinzoon?) Doeckle Oenes die ANGAMA wordt genoemd. Deze Doeckle is volgens meldingen in 1629 geboren. Mogelijk kleinzoon, zoon van Oene Doeckles (nog onbekend).

Voorvader Ulbe Doeckles (kw 3324) zou zoon van Doeckle en Jouck zijn (Palstra.com), ca 1695 geboren (Oosterlittens?), ovl 1638 te Arum. Maar: vanwaar de voornaam Ulbe? Als de relatie klopt, was hij ongeveer oudste zoon en is vernoeming Oene of Djurre aannemelijker (hoewel dit niet altijd geldt). Ulbe vestigt zich te Arum, behoorlijk ver weg van Schrins/Oosterlittens, van de ANGAMA-zathe. Over de gelegde relatie twijfels.

  1. Lolcke Jans, geb ca 1571, ovl voor 1620 (voor mei 1604?)
  2. Jantien Piers, ovl ca 1619

Ouders van: Eelck Lolckes (kw 3325)

  1. Hessel Jans, geb ca 1561, jongere broer van Lolcke Jans (kw 6650)
  2. Auck Jelles BONNEMA (Anke Jelles), ovl na 1617 (Minnertsga, BARRADEEL ?)

Ouders van: Lolcke Hessels (kw 3326)

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

  1. Michiel Hannes, geb. ca 1565, trouwt met
  2. Rits Annedr.

Uit dit huwelijk: Trijn Michielsdr (kw 4049). Michiel Hannes wordt in SintJohannesga vermeld.

Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn. De 48 “morgen grond” betreft in hedendaagse termen ruim 40 hectare. Ik weet niet precies hoe groot de Schieveenpolder (boven Rotterdam) was. Met die 48 morgen was voorvader Michiel Harmens niet de geringste. Hij doorleeft de “revolutie” van de 16de eeuw: afzwering van de Spaanse koning, begin Tachtigjarige Oorlog, afzwering van de Katholieke kerk etc. In 1599 genoemd als alderman te Overschie (bron: Hofstee). Hij is dan al ruim 70j oud. Woelige (oorlogs-)tijden. In kwartierstaat Kim Dijkxhoorn komen zowel Pleun van der Kooij als Harmen van der Sweth als voorvader voor. Pleuns kleinzoon Jacob Gabriëls van der Kooij, getrouwd met Annetgen Arentsdr Dijcxhoorn, krijgt een zoon Gabriël Jacobszn, die trouwt met Annetje Symonsdr Hoorewech, de dochter van Symon Cornelszn Hoorewech en Harmens kleindochter Maertge Pieters van der Sweth. Tussen 10-5-1582 en 1-5-1597, volgens melding in “Ons Voorgeslacht” 1967 blz 27. Genealogie van Pieter de Bije (Angelfire): “tussen 6 november 1626 en 1628”. Kwartierstaat Schelling-Beekenkamp. Genealogie van Pieter de Bije (Angelfire). Het Westland was begin 16de eeuw nog geen centrum van tuinbouw. Uit onderzoek (‘Informacie’) in 1514 onder de bewoners gedaan, met oog op belastingheffing, blijkt dat zij toen voornamelijk leefden van akkerbouw en veeteelt. De tuinbouw werd later geintroduceerd, vooral nadat Frederik Hendrik in Honselersdijk een groot buiten had laten bouwen, met uitgebreide fruit- en groentetuinen erbij. Kwartierstaat Van der Krogt. In overzicht van advocaten voor het Hof van Friesland (internet) komt de naam van Sybrandt Baerdt niet voor. Wumkes, Bodders yn de Fryske Striid (1926), schrijft dat Sybrandt advocaat voor het Hof was, zoals zijn broer Hobbe er griffier was. Hobbe is als zodanig vermeld, maar Sybrandt staat niet in de lijst. In enkele overzichten worden ook dochters Oetie en Ydtje genoemd. Doeckle Oenes, geb 1629, tr 11-11-1655 te Jorwerd met Impck Pyters, zij van Jorwerd, hij van Oosterlittens.

Generatie 14 — Herzien

Generatie 14 (stamoudouders, 8192-16383)

Volgens rekenkunde stammen wij af van 4096 echtparen in de 14de generatie (4096 vaders, 4096 moeders). Dan hebben we het over zo ongeveer de tweede helft van de 16de eeuw, rond 1550 of iets later. Meldingen uit die tijd zijn erg schaars voor het merendeel van deze voorouders, wat begrijpelijk is. Er zijn maar weinig documenten over de mensen van toen gemaakt of bewaard gebleven. Vaak niet gemaakt, behalve in verband met mogelijke belastingen op grondbezit en dergelijke of andere (toevallige) kwaliteiten. Rond 1550 begon het verzet in de Nederlanden tegen “de Spaanse koning” en de rooms-katholieke kerk. Kritiek op die kerk bestond al veel eerder en kreeg langs allerlei richtingen (“dopersen”, reformatie via Luther en/of Calvijn) in de 16de eeuw behoorlijke aanhang in de Nederlanden. Dat “de Spaanse koning” (Karel V, daarna Philips II) namens het rooms-katholieke kerkbewind voor een harde aanpak van de afvallige dopers en protestanten koos (brandstapels, Inquisitie) had tot gevolg dat de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) ook leidde tot de verwoesting en overname van rooms-katholieke kloosters en kerkelijke bezittingen in de Noordelijke Nederlanden. Voorzover er kerkelijke registers daarvoor bestonden, zijn deze tijdens deze oorlog vrijwel geheel verloren gegaan. Weinig blijft er dan over, dat nog over onze verre voorouders zou kunnen zijn geschreven (indien al).

VANDERHOEK-kwartier (Friesland)

De naam VAN DER HOEK is in onze voorfamilie pas in 1811 vastgelegd door oudvader Freerk Tammes (kw 32, 1758-1841), geboren te Terwispel (Opsterland), dan wonend te De Knijpe (Schoterland). De keuze voor deze naam lijkt toevallig, zijn oudere broer Sierd Tammes neemt in 1811 SEINSTRA tot achternaam. In de generaties vóór hen zijn deze achternamen niet aanwezig. Terugzoekend hebben we met een lijn van wisselende patroniemen te maken. Hun ouders waren Tamme Freerks (kw 64, ca 1721-1806), geb te Opeinde/Zwartveen (Smallingerland, bezuiden het Bergumermeer) en Eeuwkjen Jalderts (kw 65, ca 1726-1761), geb en ovl Terwispel. Sierd en Freerk zijn te Terwispel geboren. Hun verhalen in latere hoofdstukken.

De afstammming van oudgrootmoeder Eeuwkjen is nog aan pachtboeren te Terwispel te verbinden, voor enige tijd hiervoor. De afstamming van oudgrootvader Tamme Freerks, geb ca 1721 te Opeinde/Zwartveen, is mogelijk, langs mannelijke lijn, te herleiden tot voorvaders die rond het Bergumermeer in noordoostelijk Friesland actief waren als schippers/boeren/verveners: Freerk Sierds (kw 128) te Opeinde/Zwartveen, getrouwd april 1711 met Bauck Karstes (kw 129); Syerdt Tammes (kw 256) te Rottevalle/Zwartveen, getrouwd Opeinde 23-2-1683 met Bauck Freercks (kw 257); Tamme Tysses (kw 512) te Opeinde/Zwartveen, schipper/boer/vervener, getrouwd Opeinde ca 1655 met Hiltje Sjoerds (kw 513); Tys Sjoerds (kw 1024), schipper en boer te Oostermeer (noordelijk van Opeinde/Zwartveen, maar ook aan Bergumermeer), getrouwd 1628 met Jantien Tammes (kw 1025). Sjoerd Jelgers (kw 2048), schipper, wonend Oostermeerderveen, geb ca 1575, getrouwd met Tryn Tysses (kwa 2049); Jelger Sjoerds (kw 4096), getrouwd ca 1572 te Oostermeer (?) met Hendrikje Hendriks (kw 4097), afk uit Witveen (bezuiden Oostermeer, benoorden Zwartveen).

Via deze stamlijn komen we dan bij een Sjoerd (Sierdt, Syert) als mogelijke stamoudvader in de VANDERHOEK-lijn. Wonend in de woelige tijden van voor de Tachtigjarige Oorlog in de omgeving van het Bergumermeer (Oostergo). Die streek was van belang, vanwege ontginningen (turf als brandstof), veeteelt en landbouw, voor ook de stadse bevolking van bijv Leeuwarden. In begin van de Tachtigjarige Oorlog door Spaanse legers nog gebrandschat.

Enkele namen van stamoudouders te noemen, behalve Sjoerd ook ouders van stammoeders (“koude kant”):

  1. Sjoerd (Sierdt, Syert), geboren ca 1520 8193. Uit dit huwelijk: Jelger Sjoerds (kw 4096), geb 1548

  2. Gerck, geboren ca 1520 8201. Uit dit huwelijk: Edze Gercks (kw 4100), geb ca 1545, woont gehuwd met Marijke Eelckes te Oostermeer (Tietjerksteradeel, Oostergo, FR).

  3. Eelcke (Douwes), geboren ca 1520, ovl te Garijp (Tietjerksteradeel, FR) in 1601, boer/landbouwer. Bij de personele impositie van 1578 te Garijp: Eelcke Douuwsz (aanslag 1 Caroligldn, 5 stuivers) 8203.

Uit dit huwelijk: Maryke (Maria, Maaike) Eelckes (kw 4101), geb te Garijp 1548, woont gehuwd met Edze Gercks te Oostermeer.

Geografisch: Het Bergumermeer (Burgumermar, ca 360 hectare groot) is een na de laatste ijstijd gebleven zoetwatermeer tussen de uitlopers van hogere zandruggen (schoten of rijpen). De zandruggen lieten vroege bewoning toe: jagers, vissers, plantenteelt, ontginning, turfwinning enzovoort. Deze ontwikkeling kwam ook elders voor. In de latere middeleeuwen (1200-1500) groeide het aantal vestigingen rondom het meer dat via de Ee en andere vaarroutes naar het westen afwaterde en dus richting de daar opkomende handelsplaatsen en steden zoals Leeuwarden. Dit deel van het Friese Oostergo (Tietjerksteradeel) werd vooral toeleverancier richting Leeuwarden. Aan de oostkant van het Bergumermeer, aan de andere kant van de zandrug daar, ging de afwatering niet naar het meer, maar via de Lauwers-stroom (en andere stroompjes) richting het noorden naar de waddenzee. Via het district Achtkarspelen, met een eigen en meer op Groningen gerichte historie. Historisch: Sjoerd (stam-oudvader? in mannelijke lijn) kennen we alleen “bij naam” omdat hij genoemd wordt als vader van Jelger Sjoerds (kw 4096), de vader van (vermoedelijke) stamovergrootvader Sjoerd Jelgers (kw 2048) die ca 1575-1630 leefde en als schipper te Oostermeerderveen is genoemd. In register van 1578 vinden we Sjoerd, Jelger of Gerck niet terug. Het register van 1578 betreft een personeele impositie (belasting). Het zittende bewind (namens de koning van Hispanje) organiseerde een belastingheffing per gezinshoofd om te voorzien in zijn kosten en de administratie rond deze heffing werd, in ieder geval binnen Friesland, nog redelijk geadministreerd. Wel voor het laatst, want in 1581 werd door de Staten-Generaal van Brabant, Gelderland, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Friesland, Mechelen, Overijssel en Utrecht de eed van trouw aan de Spaanse koning formeel opgezegd. Daarna bleef het oorlog: Tachtigjarige oorlog.

In 1578 wordt in Friesland onder Spaans bewind genoemde personeele imnpositie geheven. Volgens het bewaarde register worden in de Bergummer ende Garyper quartiers 351 gezinshoofden aangeslagen. Verdeeld over zeven dorpen: Bergum/Noordermeer, Eestrum, Oostermeer, Hardegarijp en in Garyper vierdel: Suameer, Garijp en Eernewoldt. Alleen de naam van vooorvader Eelcke Douwesz is mogelijk met zekerheid in dit register terug te vinden. Te Garijp staan 56 personen ter belasting geregistreerd (totale belastingsom voor het dorp is 41 Caroliguldens). De pastoor, heer Thomas, wordt voor 3 gld aangeslagen. Acht anderen, onder wie Eelcke Douwesz, voor 1 gld 5 stuivers, en 5 anderen voor 1 gld. Anderen voor minder. De voorvaders Sjoerd en Gercke worden mogelijk in het impostregister van 1578 ook vermeld, misschien ook niet. Er is een Gercke Meensz te Oostermeer met 2 gld 5 stuivers hoog aangeslagen. Er zijn enkele personen Syurdt geheten, zoals te Noordermeer: Syurdt scipper. Deze wordt niet aangeslagen want “nichil potest” (geen inkomsten).

Bij de heffing van 1578 moeten Bergum (41 aangeslagenen) en Noordermeer (38 aangeslagenen) samen 65 caroliguldens en 14 stuivers opbrengen. Daarvan de prior van het Convent van Bergum (Bergklooster tussen Bergum en Noordermeer) alleen al 20 Cgldn en de procurateur Oedts Arnsz 6 Cgldn. Drie jaar later wordt dit klooster overweldigd en verwoest en raken de archieven verloren. Dit gebeurt ook bij andere kloosters en kerken in de omgeving.

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

Meldingen over voorouders in dit kwartier zijn wat uitgebreider aanwezig (bewaard gebleven). De herkomst van de ROEM-achternaam vanuit de invoerhaven Rotterdam is te veronderstellen: wijnhandel rond 1650 (Jan Jansz ROM, kw 1280) Oudvader Pieter Claeszn ROEM (kw 40, 1760-1810), geb Rotterdam (Charlois), ovl Naaldwijk 1810, is een achterkleinzoon van deze wijnhandelaar. Er zit een eeuw tussen en de wijnhandel bestaat al niet meer (nb: het moet nog blijken dat mijn suggestie van familieverband echt wel klopt). Pieter ROEM verhuist van Rotterdam (Pernis?) naar Naaldwijk (Westland) waar hij in 1791 trouwt met Johanna WIJNANDTS (kw 41, 1766-1853).

Meldingen over stamoudouders binnen dit kwartier zijn niet in ROEM- of WIJNANDTS-lijn te vinden. Wel in de afstammingen via andere, aangetrouwde, lijnen, dus ook stamoudouders, maar langs andere weg. Over hen bestaat soms verrassend ruimere informatie van eeuwen terug.

  1. Harmen Dirkxsz, geboren ca 1492, bouwman in Schieveen onder Overschie, ovl 7-2-1-1580 te Overschie, gehuwd met
  2. Maritgen Jacobsdr, geb ca 1490, ovl 20-2-1591 te Overschie

Uit dit huwelijk (minstens): Michiel Harmensz (kw 5360)

Ouders van stambetovergrootvader Michiel Harmensz (VAN DER KOOIJ) die rond 1524 te Overschie wordt geboren. Waarschijnlijk nam deze het agrarisch bedrijf van zijn vader over of een deel ervan. Stamoudvader Harmen Dirkxsz is mogelijk begin 16de eeuw in de omgeving van Delft een (relatief) redelijk belangrijke pachtboer.

  1. Gabriël Adriaenszoon, landbouwer, landeigenaar en pachter te Berkel, ovl te Berkel (Rodenrijs) voor 10-3-1578. Tweede huwelijk met 10723. Uit dit huwelijk: Aefgen Grabelsdr (kw 5361)

  2. Hendrik (VAN TOL), ca 1520 (?, Benthuizen?) 10725.

Uit dit huwelijk: Claas Hendrikszn VAN TOL (kw 5362)

  1. Pieter Claasz DE BEIJE, landbouwer aan de Zegwaardse Wallen, ovl te Zegwaard voor 26-2-1619 10733.

Uit dit huwelijk: Huibrecht Pietersz de Beije (kw 5366).

  1. Crijn (Queijering) Cornelisz GORTER, ovl te Zegwaart voor 20-10-1607, trouwt met
  2. Lijsbetgen (Lijsbeth) Jorisdr., ovl als weduwe tussen 3-3-1609 en 2-5-1610, begraven te Zoetermeer.

Uit dit huwelijk: Ingetje Crijnen (kw 5367).

Stamgrootvader Crijn Cornelisz GORTER had zoals velen in de omgeving in 1572-1573 zijn directe bijdrage aan de oorlogsinspanningen te leveren, volgens de rekeningen van ruitergelden die in 1572-1573 waarschijnlijk door Cornelis Vranckez BIJL, schout van Zegwaart, zijn opgesteld betreffende inkwartieringskosten, die het dorp moest maken. Van 11-11-1572 tot 12-7-1573 belegerden Spaanse legers de stad Haarlem. De toestroom van soldaten moest tot in verre omgeving worden opgevangen. Het inkwartieren was niet gratis. In de rekeningen komt stamgrootvader Crijn voor: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaeten vier daegen met een jongen, twe daegen, beloept an gelt met een vrou eenen dach 4 gulden 15 st.” Genoemde jongen zal wel de wapens hebben moeten poetsen of de paarden verzorgen en wat die vrouw-van-éen-dag er had te zoeken, blijft uiteraard een raadsel. In dezelfde rekeningen komt te Zegwaart ook Gerrit Cornelisz GORTER voor, wellicht een broer van Crijn. Ook hij herbergde “twe soldaeten met een vrou ende een jongen vier daegen met noch een jongen beloept an gelt 7 gulden.”

Met een week inkwartiering was het voor de GORTERS en ook andere gezinshoofden te Zegwaard niet gedaan. Wanneer onder hopman Munter een nieuwe lichting via Zegwaard passeert, is stamgrootvader Crijn opnieuw de klos: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt een soldaet met een vrou en een jongen 4 1/2 dach”. Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt van hopman Munter een soldaet met een vrou, een jongen 6 daegen noch een jongen twe daegen compt 6 _ gulden”.

En later bij nieuwe passages: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaten compt 25 st.” Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt 2 soldaten, een vrou.” Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaten met een jongen.” (Rekeninck van de soldaten in Zegwaert van hopman Geleyn).

De kosten werden deels betaald via een belasting (dorpssteek), deels door betaling vanuit de “schatkist” van de “Conincklijcke Majesteyt” (Filips II, de koning van Spanje, vulde die schatkist uiteraard niet zelf).

  1. Cornelis Spronxsz., geb ca 1510, trouwt (tweede huwelijk) met
  2. Adriana Arentsdr

Uit dit huwelijk: Aert Corneliszn van der Spronse (kw 5984). Cornelis Spronxsz woont in 1561 te Honselersdijk. Overleden na 31-5-1592.

  1. Jan Jacobs BOL 12205.

Ouders van: Joris Jansse BOL (kw 6102)

  1. Claes Willemsz VAN BEVEREN, ovl 6-11-1529, begraven in de Grote Kerk te Dordrecht, Van Beverenkapel, gehuwd 11-10-1515 te Dordrecht (huwelijkse voorwaarden) met
  2. Jacomina Everts SNOUCK, geboren ca 1494 in Gorinchem, werd opgevoed bij haar oom te Dordrecht (mr. Cornelis Jacobsz Block, broer van haar moeder), ovl in juli 1578 te Dordrecht, ca 84j oud.

Claes werd Heer van Dordtsmonde in 1528 bij doode van zijn neef Joost Queckel Hendrikszn, leenman van de grafelijkheid, leenhouder van het schrootambacht 1510-1516 (hij verkoopt dan deze rechten), vroonheer van Bolnesse, schepen van Dordrecht 1514/28 en lid van de veertigraad aldaar in 1523. Hij woonde in het ouderlijk huis "Den Ouden Beer" aan de Wijnstraat.

Claas van Beveren Mr. Willemszn en zijn nakomelingen voerden het wapen van Beveren (in groen een klimmende zilveren bever) met als helmteeken een zilveren hoed met groene opgeslagen rand, waarop een groene bol met 3 struisveren groen-zilver-groen.

Mogelijk was “vroonheer van Bolnesse” zijn eerste functie. De titel “heer van Dordtsmonde” die hij in 1528 erft was al in de famillie en hield de visprivileges (zalmvisserij) in de waters rond Dordrecht in. De visprivileges ten noorden (Nieuwe Maas, IJsselmonde) lagen bij de vroonheer van Bolnes(se).   Ouders van: Emma Claesdr VAN BEVEREN (kw 6103)

  1. Pieter Cornelissen Joostensz, bouwman in het Oudeland bij Mijnsheerenland (Hoeksewaard, ZH), op 27-3-1543 meerderjarig verklaard, trouwt (1) voor 1550 met Ariaentje Ariaensdr, weduwe van Jan Heijnensz, trouwt (2) na 1550 met
  2. Maertje Adriaensdr, ovl voor 1553 Pieter was van 1546 tot 1566 waarsman van de polder Oudeland en in 1575 Heilige Geestmeester. Op 22-02-1580 genoemd als heemraad van het Ambacht van Mijnsheerenland van Moerkerken. “Heilige Geestmeester”: Toezichthouder op het beheer van gronden en legaten gegund aan de (RK) kerk voor onderhoud van armen en ouderen (“armbestuur”). Door het in diskrediet raken van de Spaansgezinden en katholieken na 1580 (afzwering) een moeilijke positie.

Ouders van: Gisbert Pieters MEEUWENHIL (kw 6104)

  1. Adriaen Aelbrechtsz, in 1542 genoemd als kerkmeester van Westmaas, in 1573 als heemraad van Westmaas-Nieuwland en Mijnsheerenland van Moerkerken, trouwt (2) voor 8-7-1553 te Mijnsheerenland met Maritge Jacobs Huygen, weduwe van Michiel Jansz, hij is dan zelf weduwnaar van
  2. Nelletje Roelen Ook Adriaen Aelbrechtsz heeft, zoals Pieter Joostensz (kw 12208), heemraadsfunctie in Mijnsheerenland. Diens zoon Gisbert Pieters MEEUWENHIL (kw 6104) trouwt met Marichen Adriaens Aalbrechtsdr (kw 6105).

Ouders van: Marichen Adriaans Aelbrechtsdr (kw 6105)

  1. Cornelis Janszn ROOBOL
  2. Erckgen (Erken)

Ouders van: Leendert Cornelisz ROOBOL (kw 6132)

  1. Dirck Cornelisz COORNEEF (Koorneef), geb ca 1519 te Poortugaal, trouwt ca 1544 met
  2. Neeltje Cornelis Doensdr VAN DRIEL, geb ca 1520 (zij was bij huwelijk al jonge weduwe van een Willem NN)

Ouders van: Maartje Dirksdr KOORNNEEFF (kw 613)

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

Meldingen over voorouders in dit kwartier beginnen voor 1500. De naam DE JONG komt pas na 1811 voor. In 1811 moeten gezinshoofden een achternaam laten inschrijven. Oudvader Pier Jacobs (kw 48, 1762-1806) is overleden en oudmoeder Epkjen Meyes (FRANKENA, kw 49, 1771-1857) aan een tweede huwelijk begonnen. Haar tweede man heeft de DOUMA-naam maar die gaat niet gelden voor haar kinderen uit het eerste huwelijk. Ontbreken van aanmelding wordt opgelost door hen de achternaam DE JONG te geven. Broers van Pier nemen MINNESMA-naam aan, de vader is Jacob Minnes (kw 96). Mogelijk zou Pier, had hij nog geleefd, dat ook hebben gedaan.

Er is één lijn die via dominees, grietenijsecretarissen en grietmannen (RUDOLPHI, BECHIUS, POUTSMA, BAERDT, AESGAMA, DOTINGA, HAERDA) al vanaf de Middeleeuwen met familienaam wordt genoemd. Verband daarmee via dochterhuwelijken. In de voorgeschiedenis van de DE JONG-lijn als enkele van de stamououders te noemen:

  1. Schelte Cornelis
  2. Anna Jans

Ouders van: Cornelis Scheltes (VALCKENBURGH) (kw 6596), geb ca 1561 te Franeker.

  1. Pytter 13201.

Ouders van: Pytter Pyttersz (kw 6600)

  1. Adriaen Hendrickszn, geb ca 1520
  2. Jantien Willemsdr

Ouders van: Hadewych Adriaensdr (kw 6601)

  1. Sjoerd Tiettes BAERDT (Syuerdt), geb ca 1520 te Arum (Wonseradeel), oa volmacht van de Vijfdelen Zeedijken (Westergo, 1546, 1554), van Menaldumadeel (1559) en van Marssum (1571), woonde te Marssum op de Lutcke-Dotingastate, ovl na 1572, gehuwd (2) met Baeth UNIA (Wnye – grafzerk kerk Marssum), trouwt (1) ca 1540 met
  2. Eelck, geb ca 1520

Uit dit huwelijk (mogelijk niet in volgorde naar geboortejaar): Tiette Sjoerds Baerdt Doede Sjoerds Baerdt, geb te Arum ca 1543, ovl aldaar voor 18-4-1581, gehuwd met Pytrick. Kinderen uit dit huwelijk: (1) Sybrand Doedes Baerdt, geb te Arum ca 1569. (2) Yda Doedes Baerdt, geb ca 1571/72 te Arum, ovl voor 1-6-1613, ca 40j oud, gehuwd (1593) met Frans Martens KYLL, geb ca 1567 te Arum, ovl te Harlingen in 1618, ca 50j oud. Het echtpaar KYLL te Harlingen nam het jonge neefje Petrus Sybrandts BAERDT onder hun hoede na overlijden van diens vader Sybrand Sjoerds BAERDT, oom van Yda. (3) Eelcke Doedes Baerdt, geb te Arum ca 1573. Offke Sjoerds BAERDT, ovl voor 4-4-1576, in de periode 1560-1575 grietenijsecretaris van West-Dongeradeel, gehuwd met Trijn VAN OFFENHUIZEN. Hobbe Sjoerds BAERDT, ovl 9-6-1591 te Marssum, werd in 1558 burger van Franeker waar hij studeert en grietenijsecretaris wordt 1569-1580 (Franekeradeel). In 1572 is hij gezant naar de hertog van Anjou. In periode 1580-1585 grietenijsecretaris van Harlingen en vanaf 1585 griffier aan het Hof van Friesland. Gaat dan te Marssum wonen op de sate van zijn ouders en koopt er nog verschillende percelen. Gehuwd met (1) Hintje Hinnesdr, (2) Lysbeth Delphi en (3) Ida Andriesdr Sweyns. Begraven in de kerk te Marssum: “Hier leyt begrave de eerntpheste en discrete mr Hobbe Baerdt graffier in den hove va Frieslant en sterf de 9 iuny ano 1591”.
— De zoon Dirck Hobbes BAERDT wordt in 1601 grietman van Haskerland. Sybrand Sjoerds BAERDT (kw 6606), geb Marssum ca 1550, meester in de rechten, notaris te Arum, advocaat aan het Hof van Friesland (1591), ovl ca 1593, tr ca 1580 met Tiedcke FROMA (kw 6607). Rienck Syuerdts BAERDT, trouwt (1) nn, tr (2) na 1557 met Rientsje DOUMA VAN OENEMA (weduwe van Pier Harmens VAN SYTZAMA), geb 1529, ovl 1592, dv Douwe Ulckes DOUMA VAN OENEMA en Jel Hessels VAN JONGAMA. Uit huwelijk van Rienck en Rientsje een dochter Idtje en een zoon Ulcke Riencks BAERDT.
— Een kleindochter van Ulcke Riencks is Hebel Franses BAERDT, gehuwd met Tjerk Sjoerds HOITINGA. Hun zoon Sjoerd Tjerks HOITINGA trouwt ca 1650 (?) met Jouck Ulbes, dv Ulbe Doeckles (kw 3324) en Eelck Lolckes (kw 3325). Sake Sjoerds Baerdt, ovl voor 23-6-1602 Wybe Sjoerds Baerdt Sipke Sjoerds Baerdt.

  1. Jan Reyners
  2. Tyets Oeges Ouders van: Reyner Jansz (kw 6628), geb bij Leeuwarden ca 1560.

  3. Oene Doeckles, geb ca 1531

  4. Jouck Ouders van: Doeckle Oenes (kw 6648)

  5. Djurre Romckes, geb ca 1553, ovl voor 22-4-1624, boer/huisman te Kubaard (Hennaarderadeel) bij Wommels. Volgens “Boerderijboek” (Hennaarderadeel, samengesteld door Van der Meer) eigenaar van allerlei landen tussen Kubaard en Spannum, benoorden Wommels (Berkwerd = Bonkwerd?), gehuwd met

  6. Siouck Gerrolts (Greolts), geb ca 1569, ovl voor 19-1-1642 Ouders van: Jouck Djurredr (kw 6649) Romcke Reinsck

PM: Palstra.com.
— Bij de impost van 1578 wordt een Dyorre Rompckez vermeld te Roordahuisum (aanslag 2 Cgldns). Waarschijnlijk niet dezelfde. “Onze” Djurre Romckes staat vermeld als een zoon van Romcke Claesz (kw 26596) en wonend in die tijd in Hennaarderadeel. Bij de impost van 1578 (voor de Spaanse legers) doet Hennaarderadeel niet mee.

(Margreet Huisman: In het Boerderijenboek wordt Syouck Greolts genoemd met echtgenoot Diurre Romckes, en nogal wat bezit in Berckwert-Kubaard. In 1640 aldaar genoemd een Gats Diorres x Lambert Hessels, grootouders vd kinderen van Liuetske Lamberts, naast eigenares vd landen Syouck Greolts. [1640 HEN I 9, blz 291] en in 1642: de erfgenamen van Syouck Greults, de weduwe van Dyorre Romckes verkopen, koper oa een Pieter Pieters Walpert. [1642 HEN K 11, blz 632.] Verder heb ik (Huisman – jw) deze aantekening: Syouck Greolts (Hobbema) is geboren rond 1569, is overleden na 1624. Syouck werd minstens 55 jaar. In 1624 wordt Syouck samen met haar broers Jelle en Hoyte en haar zuster Beytsk genoemd als erfgenamen van 1/4 van Rinck Heres, weduwe van Botte Bottes van Berkwerd.) Dit nog aan te vullen.

  1. Jan Hessels, ovl 5-5-1600 te Wijnaldum (Barradeel, FR)
  2. Eelcke Lolckes

Ouders van: Lolcke Jans (kw 6650) Hessel Jans (kw 6652)

Omdat Lolcke Ulbes (kw 1662), achterkleinzoon van Jan Hessels en Eelcke Lolckes, trouwt met Bauck Lolckes (kw 1663), achterkleindochter van hen, komen Jan en Eelcke verder als voorouders dubbel voor. Lolcke Ulbes is kleinzoon van zoon Lolcke, Bauck Ulbes kleindochter van zoon Hessel.

  1. Pier 13303. Ouders van: Jantien Piers (kw 6651)

  2. Jan Hessels (= kw 13300)

  3. Eelcke Lolckes (= kw 13301)

  4. Jelle Robijns BONNEMA, wonend te Kimswerd (Wonseradeel, FR), vermeld 1546-1575, in 1561 vermeld als een van de gedeputeerden van de Vijfdeelen Zeedijken

  5. Nn (Douwedr?) Ouders van (Palstra.com): Tryntie Jelledr Douwe Jelles Robijn Jelles Haitze Jelles BONNEMA, in 1591 vermeld als boer te Pingjum, in 1600 als boer te Kimswerd, ovl 1611 te Kimswerd Auck Jelledr (BONNEMA) (kw 6653), trouwt met Hessel Jans (kw 6652) Siouck Jelledr

De BONNEMA-zathe bevond zich zuidwestelijk van het dorp Kimswerd te Dijksterburen aan de Zuiderzeekust, halfweg Harlingen en Surich. Dat Jelle gedeputeerde werd in het zeedijken-bestuur is verklaarbaar. Hij is waarschijnlijk ca 1576 overleden (rond 70j oud?). Hij maakte het bewind mee van de door de Spaanse koning in 1568 tot luitenant-stadhouder over Friesland, Groningen en Drenthe benoemde “zwarte kolonel” Caspar de Robles, heer van Billy. Deze Robles (geb 1527 in Portugal, ovl 1585 te Antwerpen) ontpopte zich als een efficiënte bestuurder met bijzondere aandacht voor waterkering en waterbeheer. Naar Robles zijn vernoemd het Kolonelsdiep, de afwatering (gegraven vaart, start 1571) van het Bergumermeer tot in de provincie Groningen en de Kolonelsdijk (1574) tegen de waterproblemen langs de grens tussen de aan de zee gelegen grietenijen Barradeel en Wonseradeel. In 1570 kreeg luitenant-stadhouder Robles met de Allerheiligenvloed (1-11-1570) te maken die over vrijwel alle dijken heensloeg (vele inwoners verdronken) en het zeewater tot aan de wallen van Sneek, Leeuwarden en Groningen bracht (en elders in de regio). Robles greep direct in. De Spaanse koning liet hem dit kennelijk toe: hij kreeg budgetten. De dijk rond noordoost-Friesland (Westdongeradeel) werd abrupt versterkt: de Spaansche Paal markeerde het nieuwe verband (bij Ternaard). Dat Robles dwangarbeid niet schuwde is aan dit verhaal verbonden. Aan de Zuiderzeekust, bij Dijksterburen, grijpt Robles ook in. De zeedijk van Barradeel en Wonseradeel, benoorden en bezuiden Harlingen, moet worden verhoogd en nieuw gemaakt. In de vrij korte periode van zijn bewind geeft Robles de opdrachten daartoe en hij kan de plannen ook nog laten realiseren. In 1576 is deze versterking van de zeedijken geslaagd en wordt na voltooiing op de grens tussen de samenwerkende polderbesturen op de nieuwe zeedijk zelfs een gedenkteken voor Robles geplaatst (de Stenen Man, ook nu nog monument). Aan het bestuur van Robles komt hierna snel een einde. Ziijn inspanningen in Friesland en Groningen kosten veel geld en hij kan het soldij voor zijn legermacht niet ophoesten, waardoor muiterij en plundering ontstaat (Waalse Furie). Terwijl Robles probeert hier een eind aan te maken, wordt hij in november 1576 te Groningen door muiters gevangen genomen. Na enkele maanden moeten ze hem weer vrijlaten, maar de Raad van State heeft dan al een nieuwe stadhouder voor Friesland en Groningen aangewezen, Robles sneuvelt in 1585 te Antwerpen (Beleg van Antwerpen). Voorvader Jelle Robijns BONNEMA heeft de korte periode waarin de “kolonel/stenen man” Robles de dijkverbeteringen liet uitvoeren hoogstwaarschijnlijk heel actief meegemaakt omdat hij ter plekke woonde: BONNEMA-zathe te Dijksterburen.

Volgens melding was Jelle Robijns BONNEMA in 1546 voor een deel eigenaar van de Bonnema State bij Kimswerd. Er waren dus mede-eigenaren, mogelijk trouwde hij in bij de oorspronkelijke Bonnema-familie. De naam van zijn vrouw (onze voormoeder) wordt niet vermeld. In 1640 wordt Robijn BONNEMA vermeld als eigenaar en Jelle Robijns (zijn zoon?) als gebruiker van een stemdragend huis of zathe te Kimswerd.
— Deze Robijn BONNEMA mogelijk gelijk aan Robijn Haitzezn die in 1615 trouwt met Trijn Feddedr, hij van Kimswerd, zij van Achlum. Dit nog aan te vullen.

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

Eerste vermeldingen betreffende het SCHIPPERS-kwartier (waarin dan nog niet de SCHIPPERS-naam, die komt pas na 1800 in de Stellingwerven) vinden we terug beginnend rond 1600. De “Stellingwerfse” familie heeft deels herkomst uit het Friese Schoterland en Smallingerland. Maar trouwde en werkte “over de Tjonger”, de grens binnen de Zevenwouden tussen het Friese gedeelte benoorden de Tjonger en het (Saksische) gedeelte bezuiden deze rivier, de Stellingwerven die onder het gezag van de Utrechtse bisschoppen vielen of heetten te vallen. Eerste vermeldingen betreffen voorouders te Schoterland. Geven geen compleet verhaal. De “stamlijn” SCHIPPERS is pas vanaf 1700 in Stellingwerf te volgen. Door huwelijken verbinding met boven-Tjongerse voorlijnen.

  1. (Jo)Hannes, geb. ca 1540 (?), vader van Michiel Hannes (kw 8098). 16197.

  2. Anne, vader van Rits Annedochter (kw 8099). 16199. Deze voorvaders rond Rottum en St.Johannesga (westelijk deel van Schoterland). Een klein deel van het SCHIPPERS-kwartier. Een groot deel van het vroege SCHIPPERS-kwartier mogelijk te Drenthe/Overijssel. Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn. Harmen en Maritgen werden heel oud, Maritgen zelfs rond 100 jaar volgens deze gegevens. “Ons Voorgeslacht”, 1967 blz 27 Hofsteegenealogie: (71284) ?Hendrick Claes van Tol, lives Benthuizen, d. after 1537. Of Tonisdr ? (Genealogie van Pieter de Bije). Gemeentearchief Zoetermeer. Zoek Cornelis Vranckez Bijl (internet). Je weet wel: de vrouw Kenau Simonsdr HASSELAER verwierf grote roem tijdens dat beleg door leiding te geven aan het gieten van kokende olie en andere verschrikkelijkheden op de bestormers van de stadsmuren. Overigens moest Haarlem zich 12-7-1573 gewonnen geven. In 1514 telde Zuid-Holland 194.000 bewoners (Noord-Holland 79.000 waarvan 12.000 in Amsterdam). In 1622 telt Zuid-Holland al 482.000 bewoners (Noord-Holland 188.000 waarvan 105.000 in Amsterdam). Door de politieke ontwikkelingen groeit het aantal bewoners van Zuid-Holland en Amsterdam tijdens de 16de eeuw enorm. Het percentage immigranten, “allochtonen”, is in 1622 te Amsterdam 33, in Gouda 38, in Rotterdam 40, in Haarlem 51, in Leiden (textiel-industrie, universiteitsstad) zelfs 67. De SPRONCS wonen bij de stad Delft die in 1622 bijna 23.000 inwoners telt (18% immigranten), de helft van Leiden (45.000), meer dan Rotterdam (20.000). Kwartierstaat Van der Krogt. Meldt: Zie Stamreeks Van Spronsen. “Schrootambacht” – term alleen ivm Dordrecht tegen gekomen. Mogelijk “schroodambacht” (dijkmeester): toezicht op het dijkbeheer. Het dijkenstelsel werd jaarlijks “geschrood” (verdeeld) in hoefslagen voor onderhoud en verbetering vanuit de aanliggende hoeven. In het wapen van IJsselmonde komt een bever voor. De meest zuidoostelijke wijk van het huidige Rotterdam, gelegen bij Bolnes, kreeg de naam Beverwaard. Ik weet niet of en hoe er verband is met de familienaam. Na de St.Elizabethsvloed van 1421 moest er enorm gewerkt worden om de schade te herstellen. De rijke Grote Polder tussen Dordrecht en Geertruidenberg verdween vrijwel geheel tot Biesbosch. Aan de westzijde, bezuiden Nieuwe Maas en benoorden Hollandsch Diep (Hoeksche Waard), werd het Oudeland (van Strijen) opnieuw bedijkt, ontwaterd en productief gemaakt. Hetzelfde gebeurde met de polders tussen Oude en Nieuwe Maas. Dit gebied was in leen bij ridder (heer) PRAET VAN MOERKERKEN. De herwonnen polders gingen Westmaas-Nieuwland heten en Mijnsheerenland (van Moerkerken). Kwartierstaat van Schothorst noemt: “vermeld 1546, 1572, te Marssum (1553), volmacht van de Vijfdelen Zeedijken (1546, 1554), volmacht van Menaldumadeel (1559), volmacht van Marssum (1571), curator over Suyrdt AESGAMA.” Waarschijnlijk zijn neef (zie ook kw 26425). De naam DOUMA VAN OENEMA ontstaat na huwelijk van Tjepcke Oenes OENEMA (ovl 1489 te Terkaple, Utingeradeel, zv Oene Keympes DONIA) en Rienckje Ulckes DOUMA (ovl 1485, dv Ulcke DOUWAMA en Jouck Epes). De zoon Ulcke Tjepckes, gehuwd met Gerlant Hobbes EPINGA, wordt Oenema of Douma genoemd. De kleinzoon Douwe Ulckes DOUMA VAN OENEMA heeft de dubbele naam. Een andere kleinzoon is Jancko DOUWAMA (Oldeboorn 1482, Vilvoorde 1529) als “Friese vrijheidsstrijder” bekend gebleven. Epe DOUMA (broer van Ulcke?) werd grietman van Utingeradeel en in 1516 te Harlingen onthoofd. Het waren barre, politieke, tijden. De dubbelnaam DOUMA VAN OENEMA verdwijnt begin 17de eeuw. Friesche Volksalmanak 1887. Bij Kimswerd wonen in de 16de eeuw een aantal “grootboer-families” zoals de Bonnema’s. De Bonga’s (minder dicht bij de onbetrouwbare zeewering met huis en landerijen wonend) lijken de toen belangrijkste familie ter plekke te zijn geweest.

Generatie 15-17 — Detail

GENERATIE 15 (stam-oudgrootouders, 16384-32767)

VDH-lijn:

  1. Joris 21471. Uit dit huwelijk: Lijsbeth Jorisdr (kw 10735)

  2. Spronc, geb. ca 1480. 23937. Uit dit huwelijk: Cornelis Sproncszn (kw 11968)

  3. Arent, geb. ca 1480. 23939. Uit dit huwelijk: Adriana Arentsdr (kw 11969)

DJ-lijn:

  1. Tiette Folperts BAERDT, geb ca 1481, boer op Baarderburen onder Arum, ovl ca 1545, trouwt ca 1515 met
  2. Duedt Sjoerdsdr. (AESGAMA), geb ca 1490, ovl na 1551

Uit dit huwelijk: Folpert Tiettes BAERDT, kerkvoogd (1560) te Arum, “gaeman” (1561), kerkvoogd (1569), volmacht van Wonseradeel (1572), overleden te Arum tussen 1582 en 1586. Getrouwd met (naam onbekend). Vader van Tiette Folperts BAERDT, deze was dorpsrechter te Arum (1581), secetarius van Menaldumadeel (1598), getrouwd met Rinske Claeses MEYLSMA. De zoon uit dit huwelijk, Folpert Tiettes BAERDT, geboren ca 1587 was volmacht van de Vijfdeelen Zeedijken (1614) en werd ook secretaris van Menaldumadeel (1641, 1649), trouwde (1) met Antie Hettus, van Marssum, ovl 1617, en (2) in 1621 met Sytske Laeses BAERDT, geb 1595, dochter van Laes Lieuwes en Eelck Folperts (Foppes) BAERDT. Sjoerd (Syuerdt} Tiettes BAERDT (kw 13212) Frans Tiettes BAERDT, ovl in 1558, trouwt met Tijam Sijbedr., ovl na april 1558 en voor 1565. Uit het huwelijk: Gerlof Fransen Baerdt, Rixt Fransdr. Baerdt en Doed Fransdr. Baerdt. Frans Tiettes wordt (1547, 1555) vermeld te Salwerd, buurschap direct ten oosten van Franeker, in 1552 “bloedmomber” over de wezen van Epe Abbes (ws zijn neef) en Ambrosia Romckedr te Welsrijp. Offke Tiettes (ook zoon? Staat niet vast. Wordt 1576 te Arum vermeld.)

In 1550 verkoopt Duedt Syuerdtsdr, weduwe van Tiette Baerdt, een losrente uit een deel van AESGAMAZATHE in de Poelen onder Dronrijp. Syurdt AESGAMA (neef?) is voor 1556 huurder van deze zathe en sinds 1556 eigenaar. Haar zoon Syuerdt Tiettes (kw 13212) trad op als curator over deze Syurdt AESGAMA en na hem deed dit zijn zoon Hobbe.

Het is nog niet definitief duidelijk hoe de familienaam Baerdt tot stand kwam. Het heeft niets met baard (haar rond de onderkin te maken). Sprake is van een eigenerfd geslacht te Oosterend (vgl Folpert (kw 52848)) en het kan zijn dat Tiette de afkomstnaam meenam toen hij zich te Arum vestigde (Baarderburen). Oosterend en Arum liggen niet ver bij elkaar vandaan en waren beide kerndorpen in de oude polders van het vruchtbare Westergo. Zijn zonen Sjoerd (kw 13212) en Frans droegen de naam Baerdt toen ze zich tussen Franeker en Leeuwarden gingen vestigen, Sjoerd te Marssum en Frans te Salwerd.

In het eerste kerkvoogdijrekeningboek is in 1624 bij de verkoop van een graf in de kerk sprake van "de steen van Aesgama" (blz. 47), waarmee vrij zeker deze zerk werd bedoeld. Gelet op het wapen (voor zover zichtbaar gelijk aan het wapen Baerdt; vgl. nr. 50) en in aanmerking nemende de naamsverwisseling van Baerdt en Aesgema, menen we hier de zerk te hebben van Heer Sybren Doeckesz. Baerdt, van wie E. H. v. D. op 1527 vermeldt: "den 18 Apr. dat was doen Paesch Maendach sterff Heer Sibren, Doecke Douwama zoon pastoor tot Marssum". Heer Sibren Doeckesz. Baerdt, z. v. Doecke Douwesz. B. en N. N., was een broer van Katryn Aesgama, weduwe van Fedde Dotinga te Marsum (1521: Sipma, dl. II, nr. 307 en 355).

GENERATIE 16 (stam-oudovergrootouders, 32768-65535)

VDH-lijn Zuid-Holland: 42928. Pieter DE BIJE, geb ca 1450 (?) 42929. Uit dit huwelijk: Claas Pietersz de Bije (kw 21464)

DJ-lijn: Friesland Westergo:

  1. Folpert Tiettezn, geb in Schingen bij Dronrijp, in 1511 genoemd als meier te Oosterend. 52849.

Ouders van: Tiette Folperts BAERDT (kw 26424) * 2. Eelck Folperts Baerdt, ovl. 1607/08, tr. voor 24-5-1584 Laes Lieuwes, ovl. voor 20-10-1603.

  1. Sjoerd AESGAMA, ook genoemd Sjoerd in de Poelen, geb ca 1463, woonde “in de Poelen” bij Dronrijp, ovl (gesneuveld) 16-7-1500
  2. Doedt Offkes DOTINGA, ovl na 1511

Ouders van: Duedt Sjoerdsdr (Syuerdtsdr.) (kw 26425)

Over de AESGAMA-afstamming is weinig bekend. De naam lijkt te wijzen op een traditie van Friese “rechtsprekers” (a-saga), maar dit is speculatief. In een nasleep van de “Donia-oorlog” die rond 1460 woedde in het midden van Friesland, veroverde de houwdegen Agge Donia midden 1465 de Aesgama-stins te Sybrandaburen (Rauwerderhem, midden-Friesland), “die hij eenigen tijd bleef bezitten, roovende en plunderende van daar rondom op zijne vijanden”. De Aesgama’s, voorzover zij de aanval overleefden, moesten vluchten? Sjoerd Aesgama (Sjoerd in de Poelen) werd in Sybrandaburen geboren vlak voordat Agge Donia de Aesgama-sate in bezit nam en er de Aesgama-familie half uitmoordde en voor de rest verjoeg?

Stamoudovergrootvader Sjoerd AESGAMA (in de Poelen) sneuvelt volgens de berichten op 16-7-1500. Hij was een van de vele Friezen die op of rond die dag het leven lieten. Friesland was in de jaren ervoor (15de eeuw) ontregeld geraakt door familietwisten en vrijbuiterij, die niet door een aanvaard centraal gezag kon worden bijgestuurd. De “Donia-oorlog” is een voorbeeld.

Volgens het grafboek van 1756 verving deze zerk een witte zerk, waarop "een wapen en eenige woorden die onleesbaar zijn" ; vermoedelijk dekte deze witte zerk het graf van Fedde van Dotinga (Dootnia), van wie E. H. v. D. mededeelt: ,,1529 den 7 Oct. Fedde Doetinga ofte Dottnija. tot Marsum begraven". Fedde van Dotinga, z. v. Ofcke Dotinga en Luts Feddesdr. Mernstra op Dotinga-state te Marsum, tr. Catharina (Tryn) van Baerdt, d. v. Doecke Douwesz. Baerdt en N. N. Hij bewoonde eveneens Dotinga-state. Het wapen van "Dotinga tot Marsum" vertoonde volgens het Burmaniaboek 4 zesp. sterren (2, 1 en 1). Schieringers X Vetkopers?

Sjoerd wordt slechts ca 37j oud. Hij sneuvelt op 16 juli 1500, de dag waarop Hertog Albrecht van Saksen met harde hand een eind maakt aan het beleg van Franeker waar zijn zoon Hendrik ingesloten was door een (aanvankelijk) groot leger Friezen. Sjoerd behoorde tot die belegeraars.

Generatie 17 (stam-oudbetovergrootouders, 65536-131071)

  1. Pouwels Pouwelsz, geb ca 1380. Gehuwd met
  2. Maritgen Willems Michielsdr, ovl voor 14-4-1447

Uit het huwelijk: (1) Michiel Pouwelsz, ovl voor 15-7-1494. Dochter Maria Michiel Pouwelsdr, ovl voor 7-5-1539, gehuwd met Kerstant Dirxs VAN ALKEMADE. Zoon Dirck Kerstentsz VAN ALKEMADE. (2) Willem Pouwels, vermoord in of voor 1446. (3) Pouwel Pouwels, geb ca 1380. ZIE kw 42880.

  1. Ofcke DOTTINGHA (Offke Dotinga), grietman van Leeuwarderadeel vanaf 1470, trouwt (1) met Doedt OEDTSMA, trouwt (2) met
  2. Luts Feddes MERNSTRA (HAERDA)

Offke Dotinga wordt ook genoemd in verband met het Marssumer Nieuwland, nieuwbedijkt gebied aan de westkant van de (vroegere) Middelzee, tegenover het Leeuwarder Nieuwland aan de oostkant daarvan. Hij woonde op DOTINGA-state te Marssum. Zijn eerste vrouw Doedt Oedtsma kan dochter zijn geweest uit het hoofdelingengeslacht OEDTSMA te Boksum, dat iets ten zuiden van Marssum ligt.

Uit het huwelijk van Offke Dotinga en Luts Feddesdr Mernstra: Fedde van DOTINGA (Dootnia), gehuwd met Catharina (Katryn) van BAERDT (ook Katryn AESGAMA), dochter van Doecke Douwes BAERDT (ook Doecke Douwama). Bewoonde Dotinga-state te Marssum. Wordt in de kerk aldaar begraven op 7-10-1529 (Fedde Doetinga ofte Dottnija). Hisse Offke Dotinga dochter, ? Doedt Offkes DOTINGA (kw 52851), gehuwd met Sjoerd Aesgama (uit de Poelen (kw 52850)

Volgens het grafboek van 1756 verving deze zerk een witte zerk, waarop "een wapen en eenige woorden die onleesbaar zijn" ; vermoedelijk dekte deze witte zerk het graf van Fedde van Dotinga (Dootnia), van wie E. H. v. D. mededeelt: ,,1529 den 7 Oct. Fedde Doetinga ofte Dottnija. tot Marsum begraven". Fedde van Dotinga, z. v. Ofcke Dotinga en Luts Feddesdr. Mernstra op Dotinga-state te Marsum, tr. Catharina (Tryn) van Baerdt, d. v. Doecke Douwesz. Baerdt en N. N. Hij bewoonde eveneens Dotinga-state. Het wapen van "Dotinga tot Marsum" vertoonde volgens het Burmaniaboek 4 zesp. sterren (2, 1 en 1).

Anno 1444: “Een nieuwe oorlog ontstond er weder tusschen de Schieringers en Vetkoopers in Westergo. Sikko en Douwe Sjaardema, Doeke en Abbe DOTINGA, Rommert Gabbinga, Keimpo Unia, Lieuwe OEDSMA, Worp Juckema, Rienk Kamstra, Sikko Martens, Ruurd Roorda en Gerrolt Herama trokken met eene menigte van hunne vrienden en hunnen aanhang voor de sterke stins van Sjoerd Grovestins te Engelum. Zij bemagtigden dit slot, een der sterksten in gansch Friesland, stormenderhand, namen Grovestins en zijnen zoon gevangen, die zij op Sjaardema huis te Franeker in bewaring stelden.”

Naast dochter Doedt (kw 52851) wellicht meer kinderen uit dit huwelijk, zoals Hisse Ofka DOTINGA dochter, die vermeld wordt in een bewaard gebleven testament van 16-9-1476 opgemaakt voor Sicka Allartzoon, ofwel Sicco Alardi OEDSINGA, van wie zij de partner was (vrijster). Sicka overlijdt 18-9-1476 te Dronrijp (?), kinderloos. In het twee dagen voor zijn overlijden opgemaakte testament bevestigt hij het testament van zijn moeder Engele OEDSINGA die drie maanden eerder overleed (7-6-1476). Hij laat de OEDSINGA-stins na aan zijn tante (moei) Eedwer ZYAERDA (SJAARDA). Broer Epo was al eerder jong en kinderloos overleden. De OEDSINGA-stins wordt drie jaar later (1479) als huwelijksgift meegegven aan Katryn HOTTINGA, kleindochter van genoemde tante Eedwer. DOTINGA-dochter Hisse hield aan haar relatie met Sicco OEDSINGA – wellicht waren zij nog niet gehuwd - geen kinderen en geen stins over. De dochter Doedt Offkes DOTINGA (kw 52851) was wellicht jongere zus van Hisse. Doedt trouwt met Sjoerdt (AESGAMA) uit de Poelen.

Notities: Bij Dronrijp was er een sate Groot-Dotinga. Volgens berichten ging hieraan vooraf een DOTINGA-sate die rond 1520 werd verwoest, de stenen werden gebruikt voor de verdedigingswerken te Leeuwarden. Dotinga was dan partij in de twisten tussen Schieringers en Vetkopers, wellicht aan de kant van de Schieringers. Na 1600 levert een DOTINGA-familie burgemeesters teLeeuwarden. Mogelijk verband nog te vinden. In de kerk van Marssum noemen enkele grafzerken de DOTINGA-naam. Zoals: “Ano 1580 de 7 janiuarius sterf de ersaeme Annle Dotinga tot Marssum”, “Ao 1591 de 6 maius sterf d erbaere Imck Anles dr Dotinga syn wife h.b.” en “Ao 1592 in ianuarij sterf den ersaemen iongeling Hans Anles Dotinga”.

Gort is gepelde gerst, dat pellen werd sinds de middeleeuwen in pelmolens gedaan. Gerstepap of gortepap (karnemelkse pap) behoorde tot het regelmatige menu. De naam SPRONC is waarschijnlijk geen voornaam, maar een “familienaam” (spronc = bron?). In 14de eeuw bijv een Jan Spronc schepen te Leiden, een Simon Spronc schepen te Antwerpen, etc. Geen familie overigens van “onze” Spronc. Deze naam verandert in de loop van volgende generaties in SPRONSSEN, van SPRONSEN. Kwartierstaat van Schothorst. Genoemd als eigenaar van landerijen te Arum (akten van 1542 en 1543). Arum is een terpdorp op de dijkroute tussen Bolsward en Harlingen. Circa 1515, Tiette Folperts was rond 35 jaar, was er de Arumer Zwarte Hoop van “vele huislieden, wier goed door de Saxers verbrand en verwoest was, zoo uit Arum zelve, als ook van Kimswerd en Witmarsum” (Steenstra II, pag 352). De Arumer Zwarte Hoop trok plunderend langs Harlingen en Franeker en door Het Bildt “en roofden ontallijk vele beesten”. Geen bewijs dat Tiette eraan meedeed. De Duitse kerkhervormer Maarten Luther sterft in 1546. “Gaeman” kan hetzelfde betekenen als kerkvoogd. Kwartierstaat Warrink. De kleinzoon Tiette Folperts BAERDT van Tiette en Duedt, via oudste zoon Folpert, was dorpsrechter te Arum (1581) en grietenij-secretaris van Menaldumadeel (1598-1614). Hij werd begraven in de dorpskerk van Schingen (bij Dronrijp). De zerkinscriptie: Anno 1614 den 18 september stierf de eerzame Tiete Baarde secretarius over Menaldumadeel, oudt 58 iaar. Hier rust wel Titi vleesch, en zijn verdorde leeden, maar zijn zeer vroome ziel, is hooger opgetreeden, versaamt bij t’engelsch heir en ’s hemelsch vreugd gevoelt, na dat sich in zijn vleesch een wyl heeft gewoelt, zyn ligchaam blijft hier ook [in] d’aarde niet verlaten maer zal hier namaels eens ook wandlen op de straten van ’t nieuw Ierusalem, met d’ziel te saam gepaert en leven eeuwiglijk in eenichheyd vergaert (Everhardus Hesener v.d.m. te Schingen). Dominee Hesener liet een halve preek op de grafplaat beitelen. Mogelijk nog steeds in het kerkje te Schingen na te lezen. Kwartierstaat van Schothorst. Welsrijp (in noordelijke uitloper van Hennaarderadeel) ligt direct oostelijk van Salwerd (Franekeradeel). De betrokken personen waren niet alleen geliëerd, maar woonden ook vrij dicht in elkaars nabijheid. Encyclopedie van Friesland, editie 1958. Na 1600: “In 17de eeuw noemt Folpert Hettes te Marsum zich Baarda”. (Enc.v.Fr. 1958) Bronnen: C. Hoek, Kwartierstaat Zuiderent-van Wijgerden etc. Kwartierstaat Zuiderent-van Wijngaarden. Kwartierstaat Johan Gerard Stuut. Kwartierstaat van Schothorst. Daar wordt de suggestie gedaan dat Folpert via zijn huwelijk in relatie kwam met een familie Baerd-Aesgama, “vermoedelijk bezitters van de Baardazathe nabij Wommels en Oosterend”. (Baarda van Ba-wert). Zeker is dat zijn zoon Tiette de familienaam Baerdt kreeg en trouwde met Duedt Sjoerdsdr Aesgama. Oosterend is een terpdorp van grote ouderdom (vondst van aardewerk uit de Romeinse tijd) waaromheen al vroeg bedijkingen plaats vonden ( het zogenaamde “eiland van Oosterend”). Zie ook kwartierstaat van Theunis-Jan en Ellen de Leeuw (Donia-kant). Steenstra II pag 285. Agge DONIA kwam 2 jaar later de prior van het Hasker klooster op de weg tegen en stak hem met een mes de ogen uit. Uit woede hierover deed de bisschop van Utrecht heel Westergo in de ban “totdat Agge zich met de beleedigde kerk zou hebben verzoend. De godsdienst dus geschorst, en de dooden zonder klokgeluid en plegtigheid moetende begraven worden, zijnde alles als in rouw, dwongen de inwoners Agge, om zich aan de boeten en straffen te onderwerpen, hetwelk hem al zijn vermogen kostte, zoodat hij eindelijk in gebrek en armoede, van ieder verlaten en zelfs van zijne kinderen veracht en versmaad, zijn leven eindigde.” (pag 286). Van 1440 tot 1445 was Guillaume de Lailing stadhouder van Holland en Zeeland. Benoemd door Philips de Goede van Bourgondie die vanaf 1428 de aanspraken op deze gebieden feitelijk had overgenomen van Jacoba van Beieren. In 1430 verpandt hij Holland en Zeeland aan de broers vn Borselen. In 1434 gaat Jacoba een huwelijk aan met een van die broers (Frank van Borselen). Jacoba overlijdt in 1436, ong 35j oud. De partijstrijd (Hoeken versus Kabeljauwen) laait weer op. De in 1440 door Philips benoemde stadhouder Lalaing kiest voor de Hoekse partij en probeert in Amsterdam de verkiezing van Hoeksgezinde burgemeesters door te drijven. Dit mislukt en direct hierop vindt een coup plaats o.l. v. broers Van Brederode die de Kabeljauwse verkozenen de functies afnemen. Wanneer Philips hoort van deze ontwikkelingen komt hij naar Amsterdam. Hij ontslaat Lalaing als stadhouder en verordeneert “polderbeleid”: in Amsterdam en ook andere steden samenwerking in beleid tussen Hoeken en Kabeljauwen. Positieve samenwerking. Geen terugval op oude vetes. De partijstrijd (met moorden) eindigde nog niet. Willem Pouwels is vermoord in of voor 1446. De indijking van de Middelzee die rond 1100 definitief begint (Nijland ten oosten van Bolsward) vordert ca 1200 met een dijk tussen Rauwerd (Raerd) en Oosterwierum. Het afstromende water van de Boornerivier vanuit Opsterland en Drenthe dat vanaf dit punt in noordelijke richting ging (de Middelzee langs Leeuwarden etc was vanouds de uitstroom van deze rivier) werd door de nieuwe dam in zuidelijke richting geleid. Bij Sneek langs, richting de Zuiderzee bij Lemmer door het merengebied van het “Leage Midden”. Het gevolg van deze ingreep was dat ca 1250 ten noorden van Leeuwarden, via de Hegedyk tussen Beetgumermolen en Cornjum, dwars door de Middelzee, een groot stuk nieuwland kon ontstaan. Marsumernieuwland en Leeuwardernieuwland. Engelum, dorp in Menaldumadeel, noordelijk op korte afstand van Marssum, tussen dit dorp en Beetgumermolen. Noordwestelijk op korte afstand van Leeuwarden. H.W. Steenstra “Geschiedenis van Friesland” (1845), deel II pag 264.

In het eerste kerkvoogdijrekeningboek is in 1624 bij de verkoop van een graf in de kerk sprake van "de steen van Aesgama" (blz. 47), waarmee vrij zeker deze zerk werd bedoeld. Gelet op het wapen (voor zover zichtbaar gelijk aan het wapen Baerdt; vgl. nr. 50) en in aanmerking nemende de naamsverwisseling van Baerdt en Aesgema, menen we hier de zerk te hebben van Heer Sybren Doeckesz. Baerdt, van wie E. H. v. D. op 1527 vermeldt: "den 18 Apr. dat was doen Paesch Maendach sterff Heer Sibren, Doecke Douwama zoon pastoor tot Marssum". Heer Sibren Doeckesz. Baerdt, z. v. Doecke Douwesz. B. en N. N., was een broer van Katryn Aesgama, weduwe van Fedde Dotinga te Marsum (1521: Sipma, dl. II, nr. 307 en 355).

Generatie 15 — Detail

Generatie 15 (stam-oudgrootouders, 16384-32767)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Dirck Pouwelsz, geb. ca 1446, bouwman in Schieveen op land dat behoort tot ‘het Huysweer’ , gehuwd met
  2. NN (mogelijk Harmensdr)

Ouders van: Dirck Dircks en van Harmen Dircks (kw 10720)

In het archief betreffende de lenen van Hodenpijl staat Dirck Pouwelsz vermeld als gebruiker van 8 morgen 19 roede land (met Jacob Cornelisse van Veen), gelegen direct ten zuiden van de hofstad Rodenrijs, tussen de Gaech in het oosten en de Watering in het westen. Dat wijst zo ongeveer op het noordelijke deel van de Schieveense polder boven Rotterdam (in het verdere zuidelijke deel werd heel veel later o.a. de Luchthaven Rotterdam (Zestienhoven) aangelegd). Al in de tijd van Dirck Pouwels is sprake van ‘de Kooy’ die grenst aan dit leen of er ook onderdeel van is, maar toen niet in gebruik door Dirck Pouwels. Of dit dezelfde Kooy (eendenkooi) is die directe nazaten van Dirck gingen exploiteren en aan welke ze hun familienaam dankten, blijkt moeilijk te documenteren. Dirck Powelsz is met waarschijnlijkheid voovader van de VAN DER KOOIJ-familie.

  1. Jacob 21443. Uit dit huwelijk: Maritgen Jacobsdochter (kw 10721)

  2. Adriaen 21445. Uit dit huwelijk: Gabriël Adriaenszoon (kw 10722)

  3. Claas Pietersz (DE) BIJE (Claes Pieterse BIE), bouwman (boer) aan de Binnenweg te Zegwaart, ovl voor 1562 21465. Uit dit huwelijk: Pieter Claasz de Bije (kw 10732)

In het Morgenboek van Zegwaart, opgemaakt in januari 1531, wordt Claes Pietersz BIE genoemd met een perceel land aan de Binnenwech van 12 hont en idem 5 hont en een perceel van 8.5 hont in het Gilde Lant (1 morgen = 6 hont). Bij de aanslag voor de 10e Penning in 1543: Claes Pieterszn BIJE heeft 4 morgen landts, geestimeert voor 9 gulden ‘sjaers 18st. In het Morgenboek van Zegwaart, opgemaakt over de periode 1544-1557, wordt Claes Pietersz BIE met 1 morgen (in perceel 137) resp 5 hont (in perceel 138) aan de Binnenwech genoemd. Bij de aanslag voor de 10e Penning in 1562: Die erffgenamen van Claes Pietersz BIE hebben 5 honts lant nihil (nihil = geen aanslag). Deze melding mag inhouden dat stam-oudgrootvader Claes rond 1560 is overleden en de bij hem passende stamoudgrootmoeder misschien al eerder. En dat de erfgenamen het resterende perceel van de hand deden. Het Morgenboek van 1564 meldt alle percelen die eerder op naam van Claes stonden, in bezit/gebruik bij anderen.

Zoon Pieter (kw 10732) is uit Zegwaart vertrokken naar Katwijkerbroek, enkele kilometers verderop.

  1. Cornelis (GORTER) 21469.

Ouders van Crijn Cornelisz Gorter (kw 10734) en wellicht ook van Gerrit Cornelisz Gorter te Zegwaard. Zie inkwartieringskosten 1572-1573, bij Crijn (Quyrijn) vermeld.

Omdat de familienaam GORTER in die tijd te Zegwaard al duidelijk in vast gebruik was, valt aan te nemen dat ook stamoudgrootvader Cornelis deze naam al droeg. Was hij of een andere voorvader gortmaker/pelmolenaar?

Verponding Zegwaart 1557: Gerryt Corneliszn Gorter zijn huys mit zijn erf getaxeert tsiaers 3 £ facit: 6 s. Heeft noch 3 morgen weylants getaxeert tsiaers 7 £ 10 st facit: 15 s. Noch 2 morgen dorre hoeylant getaxeert tsiaers 4 £ 10 st facit: 9 s.; compt den 10en penninck 30 s. Heeft noch 1 morgen quaet verdulven ergo: nihil

Quyrijn Corneliszn Gorter zijn huys erf getaxeert 4 £ facit: 8 s.Heeft noch 4 morgen weylants ghetaxeert tsiaers 10 £ facit: 20 s.; compt den 10en penninck 28 s. heeft noch 1 morgen verdulven venen ergo: nihil.

  1. Joris 21471. Uit dit huwelijk: Lijsbeth Jorisdr (kw 10735)

  2. Spronc, geb. ca 1480. 23937. Uit dit huwelijk: Cornelis Sproncszn (kw 11968)

  3. Arent, geb. ca 1480. 23939. Uit dit huwelijk: Adriana Arentsdr (kw 11969)

  4. Jacob (BOL), gehuwd met

  5. Nn Woutersdr VAN DULLICUM (ook: Van Dulcken)

Ouders van: Jan Jacobs BOL (kw 12204)

  1. Willem Jacobsz VAN BEVEREN, geb 1457, ovl te Dordrecht 9-2-1506, begraven in de Grote Kerk, Van Beverenkapel, o.a. heer van Dordtsmonde en secretaris van Dordrecht, trouwt 1485 met
  2. Maria VAN BAECKEL (Bakel), ovl 29-6-1514, begraven in de Grote Kerk te Dordrecht, Van Beverenkapel.

Het echtpaar woonde tot 1498 te Dordrecht in het huis “De Gans” naast de Munt. Dit huis werd toen verkocht aan de nieuwe muntmeester Blasius Boucquet, en Willem en Maria verhuisden naar de woningin “Den Ouden Beer” aan de Wijnstraat aldaar, Maria bij dode van haar moeder aangekomen. Er zijn enkele portretten van het echtpaar geschilderd (foto’s daarvan gerpubliceerd in het tijdschrift “De Nederlandse Leeuw” 1965 pgs 185/6). Willem Jacobsz van Beveren is op 24-jarige leeftijd (1481) schutmeester van de Kruisboog te Dordrecht, in 1484 en 1506 genoemd als stadssecretaris, in 1490 lid van de Veertigraad. Leenman van de visserij van Dordtsmonde, op 11-6-1500 leenhouder van het schrootambacht bij doode van zijn neef Willem van Brakell Willemszn ex Suefa van Beveren ofschoon betwist door zijn neef mr. Cornelis Corneliszn Henrice ex Barbara van Beveren. Was gedeputeerde op dagvaarten naar Den Haag, Brussel en in 1505 Mechelen. Maakte ook een reis naar Jeruzalem.

Regesten Stadsarchief Dordrecht: 11 juni 1500 - Zeger van Weijborch, drost en stadhouder van de lenen van het huis en de heerlijkheid van Altena oorkondt dat de visserijen die zich uitstrekken van Dordrechs monde tot Dubbel uuyt ende then Wael toe, aen die een zijde leghet die Dubbeldamme, die Mijle ende Petershoeck, ende aen die ander zijde leghet Zwijndrecht ende streckt aen Barendrecht die Willem van Brakel in leen ontvangen had bij het overlijden van zijn moeder Soet van Beveren na zijn overlijden aan Willem van Beveren in leen zijn gegeven.HYPERLINK "javascript:pDet('det','zk2.obj_start?p_id=8237256&p_vast=0&p_hier=0&p_zk=regestenlijst&p_taal=1&p_inv=1')" 25 juni 1506 - Aart Spiering van Wel, drost en stadhouder van de lenen van de heerlijkheid en het huis van Altena oorkondt dat de visserijen die zich uitstrekken van den Dortsschen monde totten Dubbel uuuyt ende ten Wale toe aen die een sijde leget die Dubbeldamme, die Mijle ende Petersz.hoeck ende aen die ander zijde leget Swijndrecht ende strect aen Berendrecht die na het overlijden van Willem van Beveren aan zijn zoon Jacob van Beveren in leen zijn gegeven.HYPERLINK "javascript:pDet('det','zk2.obj_start?p_id=8237257&p_vast=0&p_hier=0&p_zk=regestenlijst&p_taal=1&p_inv=1')" 25 juni 1506 - Aart Spiering van Wel, drost en stadhouder van de lenen van de heerlijkheid en het huis van Altena oorkondt dat de visserijen die zich uitstrekken van de Dordressche monde tot Dubbel uuuyt ende ten Wale toe, gelegen Dubbeldamme, die Mijle ende Petersz.hoeck en de aen die ander zijde leget Zwijndrecht ende strect aan Barendrecht die Jacob van Beveren in leen had aan Catherina, weduwe van Hendrik Kwekels, in leen zijn gegeven.

Ouders van: Claes Willemsz VAN BEVEREN (kw 12206)

  1. Evert Jacobsz SNOECK, geb ca 1466, in 1484 nog minderjarig vermeld te Gorinchem, in 1490 schepen van Dalem (ten oosten van Gorinchem), in 1508 uit Gorinchem vertrokken om op bedevaart te gaan, sindsdien niets meer van hem vernomen, gehuwd met
  2. Emma Jacobsdr BLOCK (Emmecken), ovl na 1516.

Ouders van: Jacomina Everts SNOUCK (kw 12207)

  1. Cornelis Joosten, ovl te Mijnsheerenland 1546-1563, trouwt (2) met Adriaantje Bouwens, trouwt (1) met
  2. Adriaentje Adriaensdr, ovl voor 1543.

Ouders van: Pieter Cornelissen Joostens (kw 12208)

  1. Cornelis Doensz, geb Poortugaal ca 1480, ovl aldaar 1542. Vanaf 1523 kerkmeester van Poortugaal, vanaf 1532 schout en dijkgraaf van de Albrantswaard. Gehuwd met
  2. Baartje Jansdr, ovl na 1551

Ouders van: Neeltje Cornelis Doensdr (kw 12267)

In 1506 is Cornelis Doeijnsz gemachtigde van Neeltje Arnouts, dochter van Arnout Jans te Hekelingen. Cornelis Doens wordt na het overlijden van zijn vader per 17-12-1515 met diens leengoederen (van de Heer van Putten) beleend. In de 10e penning van 1543 wordt weduwe Baartje Jans genoemd met 10 gemet te Hoogvliet en 43 gemet plus een huis en een boomgaard te Poortugaal. Zij had niet te klagen.

Uit het huwelijk: Neeltje Cornelisse Doensdr (kw 12267) Antheunis (Teunis) Cornelisz, volgt in 1543 zijn vader op in de leengoederen, ovl voor 1559 Cornelis Cornelisz Doensz, gehuwd met Alijs Dirven, wordt in 1559 voogd over de kinderen van zijn overleden zus Haasje, door overlijden van oudste broer Teunis ook opvolger in de leengoederen (dit onzeker), ovl voor 1591 Leentje Cornelisdr Lijsbeth Cornelisdr, gehuwd met Pieter Waddensz die in 1518 wordt genoemd als hebber van een leen van de heer van Putten, bij de heffing van de 10de penning in 1543 te Poortugaal gemeld met 8 lijn 80 roe land aldaar. Haasje Cornelisdr, gehuwd met Cornelis Symonsz, hij overlijdt 23-10-1557 te Westmaas (bij Mijnsheerenland), zij 10-12-1557 (was er een griep?) en voor kinderen en erfgoed moet een regeling worden gemaakt. Op 27-11-1559 gebeurt dit voor schout en schepenen, met Group Doen Symonsz. en Cornelis Cornelis Doensz. als voogden van de weeskinderen van Cornelis Symonsz. en Haesken Cornelisdr. en machtigen Doe Willemsz. in Poortugaal. Jan Cornelisz

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. Tiette Folperts BAERDT, geb ca 1481, boer op Baarderburen onder Arum, ovl ca 1545, trouwt ca 1515 met
  2. Duedt Sjoerdsdr (AESGAMA), geb ca 1490, ovl na 1551

Uit dit huwelijk: Folpert Tiettes BAERDT, kerkvoogd (1560) te Arum, “gaeman” (1561), kerkvoogd (1569), volmacht van Wonseradeel (1572), overleden te Arum tussen 1582 en 1586. Getrouwd met (naam onbekend). Vader van Tiette Folperts BAERDT, geb 1556, deze Tiette was dorpsrechter te Arum (1581), grietenij-secretaris van Menaldumadeel (1595), ovl 18-9-1614, getrouwd met Rintske Claesdr MEYLSMA. De zoon uit dit huwelijk, Folpert Tiettes BAERDT, geboren ca 1587 was volmacht van de Vijfdeelen Zeedijken (1614) en werd ook secretaris van Menaldumadeel (1641, 1649), ovl in 1649, trouwde (1) met Antie Hettus, van Marssum, ovl 1617, en (2) in 1621 met Sytske Laesdr BAERDT, geb 1595, dochter van Laes Lieuwes en Eelck Foppes BAERDT. Sjoerd Tiettes BAERDT (kw 13212) Frans Tiettes BAERDT, ovl in 1558, trouwt met Tijam Sijbedr., ovl na april 1558 en voor 1565. Uit het huwelijk: Gerlof Fransen Baerdt, Rixt Fransdr. Baerdt en Doed Fransdr. Baerdt. Frans Tiettes wordt (1547, 1555) vermeld te Salwerd, buurschap direct ten oosten van Franeker, in 1552 “bloedmomber” over de wezen van Epe Abbes (ws zijn neef) en Ambrosia Romckedr te Welsrijp. Offke Tiettes (ook zoon? Staat niet vast. Wordt 1576 te Arum vermeld.)

In 1550 verkoopt Duedt Syuerdtsdr ,weduwe van Tiette Baerdt, een losrente uit een deel van AESGAMAZATHE in de Poelen onder Dronrijp. Suyrdt AESGAMA (neef of broer?) is voor 1556 huurder van deze zathe en sinds 1556 eigenaar.

Het is nog niet definitief duidelijk hoe de familienaam Baerdt tot stand kwam. Het heeft niets met baard (haar rond de onderkin te maken). Sprake is van een eigenerfd geslacht te Oosterend (vgl Folpert (kw 52848)) en het kan zijn dat Tiette de afkomstnaam meenam toen hij zich te Arum vestigde (Baarderburen). Zijn zonen Sjoerd (kw 13212) en Frans droegen de naam Baerdt toen ze zich tussen Franeker en Leeuwarden gingen vestigen, Sjoerd te Marsum en Frans te Salwerd. Kerk te Marsum: “Zerk van gele zandsteen; vierpassen, waarin de tekens der Evangelisten; totaal afgesleten Gotisch randschrift; binnen de rand een miskelk met hostie; daaronder een gedeeld wapen, waarin links flauwtjes zichtbaar een ster boven een wassenaar. In het eerste kerkvoogdijrekeningboek is in 1624 bij de verkoop van een graf in de kerk sprake van "de steen van Aesgama" (blz. 47), waarmee vrij zeker deze zerk werd bedoeld. Gelet op het wapen (voor zover zichtbaar gelijk aan het wapen Baerdt; vgl. nr. 50) en in aanmerking nemende de naamsverwisseling van Baerdt en Aesgema, menen we hier de zerk te hebben van Heer Sybren Doeckesz. Baerdt, van wie E. H. v. D. op 1527 vermeldt: "den 18 Apr. dat was doen Paesch Maendach sterff Heer Sibren, Doecke Douwama zoon pastoor tot Marssum". Heer Sibren Doeckesz. Baerdt, z. v. Doecke Douwesz. B. en N. N., was een broer van Katryn Aesgama, weduwe van Fedde Dotinga te Marsum (1521: Sipma, dl. II, nr. 307 en 355). Volgens het grafboek van 1756 verving deze zerk een witte zerk, waarop "een wapen en eenige woorden die onleesbaar zijn" ; vermoedelijk dekte deze witte zerk het graf van Fedde van Dotinga (Dootnia), van wie E. H. v. D. mededeelt: ,,1529 den 7 Oct. Fedde Doetinga ofte Dottnija. tot Marsum begraven". Fedde van Dotinga, z. v. Ofcke Dotinga en Luts Feddesdr. Mernstra op Dotinga-state te Marsum, tr. Catharina (Tryn) van Baerdt, d. v. Doecke Douwesz. Baerdt en N. N. Hij bewoonde eveneens Dotinga-state. Het wapen van "Dotinga tot Marsum" vertoonde volgens het Burmaniaboek 4 zesp. sterren (2, 1 en 1).”

  1. Doeckle Ansckesz, geb ca 1500, ovl voor 1560, gehuwd voor 1527 met
  2. Rycxt (Oenedr?)

Ouders van: Oene Doecklesz (kw 13296)

  1. Romcke Claesz, geb ca 1526 26597.

Ouders van: Djurre Romckes (kw 13298)

  1. Gerrolt Hoytes WALPERT, geb ca 1538, ovl na 1588, wonend te Wommels (Hennaarderadeel, FR)
  2. Ydt Heredr De WALPERT-naam toegevoegd zolang bezit van Walpert-zathe te Wommels duurde of de naam voor leden van de familie in gebruik bleef.

Gerrolt 1581 en 1588 vermeld in akten van het Hof van Friesland (“Quaclappen”). In 1581 samen met broers Duecke Hoytes WALPERT en Pybe Hoytes WALPERT. Gerrolt en Pybe wonen te Wommels, Duecke in het naburige Kubaard. Omdat de grietenij Hennaarderadeel (grietman Poppe BURMANIA) in 1578 naliet gehoor te geven aan de opdracht van “de koning van Spanje” om via een extra-belasting (personele impositie) bij te dragen aan diens betwiste bewind, ontbreken gegevens over Gerrolt (en anderen aldaar) uit dat jaar. De akten, na overlijden van vader Hoyte Gerrolts WALPERT (kw 53196), mogelijk over verdeling nalatenschap (nog verder na te kijken). Voorzover mij nu bekend uit huwelijk van Gerrolt Hoytes en Ydt Heres enkel drie dochters.

Kinderen uit het huwelijk: Anna Gerrolts WALPERT, geb ca 1560, huwt voor 1581 met Nicolaas Buwes. In de discussie over nalatenschap van Hoyte Gerrolts al zelfstandig en mede-erfgenaam. Iets Gerrolts Walpert, huwt na 1581 met Douwe Piers. In de akte van 1588 treedt haar vader Gerrolt Hoytes op als grootvader en curator over Iets Douwes, dochter van Iets Gerrolts en Douwe Piers. Aan te nemen is dat zijn dochter Iets in kraambed van volgende Iets is overleden. Siouck Gerrolts (kw 13299), huwt na 1581 Djurre Romckes (kw 13298)

PM: Het is mogelijk dat deze WALPERT-lijn straks moet worden afgevoerd uit deze kwartierstaat. Omdat voormoeder Siouck (kw 13299) in een akte van 1624 gemeld wordt samen met broers Jelle en Hoyte en een zus Beytsk. Zij zou dan niet Siouck Gerrolts WALPERT zijn geweest maar mogelijk: Siouck Greolts (HOBBEMA). De relatie met WALPERT is in de Palstra-genealogie gelegd. Maar over de houdbaarheid van die relatie is discussie ontstaan (Tresoar-forum vanaf november 2007). Nog aan te vullen.

  1. Robijn Sjoerds (BONNEMA), ovl na 1521 26613.

Ouders van: Jelle Robijns BONNEMA (kw 13306)

Voorvader Robijn Sjoerds wordt 1521 vemeld, wonend te Kimswerd (Wonseradeel, FR), bezuiden Harlingen. Misschien al in 1500. Dat zijn zoon Jelle Robijns BONNEMA ging heten, naar de BONNEMA-state bij Kimswerd (in 1546 wordt Jelle als voor een deel eigenaar van deze state vermeld), kan zijn omdat deze introuwde bij deze state. PM: In de tijd dat Robijn Sjoerds te Kimswerd woonde, was het lang niet veilig in de streek. “Van bovenaf” was Friesland aan de (Duitse) hertog van Saksen toegekend die er legers heenbracht en niet al te bekwame zonen als bewindvoerders plaatste. De huishouding zou door een nieuw belastingsysteem moeten worden betaald en dat liep uiteraard vast op betalingsonwil. Fase 2 is dan dat het bezettingsleger onvoldoende kan worden betaald en Fase 3 dat dit leger gaat muiten en tot plunderingen overgaat. De “Saksen” raakten de controle kwijt en hun leger te Friesland ontaardde in een plunderbedrijf, de Zwarte Hoop genoemd (hoop = ongeregeld stelletje; zwart = plundering, brandstichting). De “Zwarte Hoop” kwam ook bij Kimswerd langs. Toen Robijn Sjoerds er woonde. Het dorp werd geplunderd en boerenplaatsen werden in brand gezet. Buurman te Kimswerd Pier Gerlofs (DONIA?) wiens plaats ook werd neergebrand, reageerde fel en organiseerde een tegenlegertje (Arumer Zwarte Hoop) en had daar succes mee: “Grote Pier” leidde 1515-1520 het Friese verzet te land en ter zee (Zuiderzee) tegen Saksers, Bourgondiërs en Hollanders. Achteraf gezien heldhaftig, maar met veel te geringe middelen. Het werkte niet uit.

Voorvader Robijn Sjoerds had mogelijk Pier Gerlofs (“Grutte Pier”) als buurman. Er zijn geen aanwijzingen dat hij of zonen van hem meestreden met het leger/zeevolk van Pier.

Gort is gepelde gerst, dat pellen werd sinds de middeleeuwen in pelmolens gedaan. Gerstepap of gortepap (karnemelkse pap) behoorde tot het regelmatige menu. Tielman VAN DULLICUM, een broer van haar, was raad en meester–rekenkamer in Den Haag, ovl 1529. (Bron: Mulderij) PM: Op 4-10-1431 financierde (stichtte) Soete Willemsdr VAN BEVEREN het St.Elisabethsaltaar in de Grote Kerk te Dordrecht in een aparte nis die gaandeweg de Van Beverenkapel ging heten, omdat bij dit altaar overledenen uit deze familie onder de zerken werden bijgeplaatst. Bron: Zuiderent. Kwartierstaat van Schothorst. Genoemd als eigenaar van landerijen te Arum (akten van 1542 en 1543). Arum is een terpdorp op de dijkroute tussen Bolsward en Harlingen. Circa 1515, Tiette Folperts was rond 35 jaar, was er de Arumer Zwarte Hoop van “vele huislieden, wier goed door de Saxers verbrand en verwoest was, zoo uit Arum zelve, als ook van Kimswerd en Witmarsum” (Steenstra II, pag 352). De Arumer Zwarte Hoop trok plunderend langs Harlingen en Franeker en door Het Bildt “en roofden ontallijk vele beesten”. Geen bewijs dat Tiette eraan meedeed. “Gaeman” kan hetzelfde betekenen als kerkvoogd. De kleinzoon Tiette Folperts BAERDT van Tiette en Duedt, via oudste zoon Folpert, was dorpsrechter en grietenij-secretaris. Hij werd begraven in de dorpskerk van Schingen (bij Dronrijp). De zerkinscriptie: Anno 1614 den 18 september stierf de eerzame Tiete Baarde secretarius over Menaldumadeel, oudt 58 iaar. Hier rust wel Titi vleesch, en zijn verdorde leeden, maar zijn zeer vroome ziel, is hooger opgetreeden, versaamt bij t’engelsch heir en ’s hemelsch vreugd gevoelt, na dat sich in zijn vleesch een wyl heeft gewoelt, zyn ligchaam blijft hier ook [in] d’aarde niet verlaten maer zal hier namaels eens ook wandlen op de straten van ’t nieuw Ierusalem, met d’ziel te saam gepaert en leven eeuwiglijk in eenichheyd vergaert (Everhardus Hesener v.d.m. te Schingen). Dominee Hesener liet een halve preek op de grafplaat beitelen. Mogelijk nog steeds in het kerkje te Schingen na te lezen. Kwartierstaat van Schothorst. Welsrijp (in noordelijke uitloper van Hennaarderadeel) ligt direct oostelijk van Salwerd (Franekeradeel). De betrokken personen waren niet alleen geliëerd, maar woonden ook vrij dicht in elkaars nabijheid. Encyclopedie van Friesland, editie 1958. Na 1600: “In 17de eeuw noemt Folpert Hettes te Marsum zich Baarda”. (Enc.v.Fr. 1958)

Generatie 16 — Detail

Generatie 16 (stam-oudovergrootouders, 32768-65535)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Pouwels Pouwelsz (VAN MONTFOORT), geb ca 1410, ovl voor 7-8-1487, 75-80j oud, bezit het ‘s-Gravenhuis in Overschie, was schepen van Delft, gehuwd (27-9-1435 vermeld) met
  2. Maritgen Willems Michelsdr

12-7-1446: hij verkoopt aan Jan Smit 4 morgen land gemeen met Huyge die Grote in een kamp van 8 morgen in Schieban in het ambacht van Heynric van Naeltwijck. Belend ten westen: de zusteren van Rotterdam en Claes Robbrechtsz., ten oosten: binnen de watering Claes Arentsz. en daar buiten de Strijpt, ten noorden: de lange kade, ten zuiden: het huis en erf van Andries Claesz. Maakt testament op 25-6-1470.

Ouders van: (1) Meester Pouwels Pouwelsz VAN AMERSOYEN, geb ca 1440, was pensionaris van Dordrecht, gehuwd met Russent Dircksdr VAN ALKEMADE. Koopt 15-2-1497 het ‘s-Gravenhuize met twee boomgaarden, jaagpad en 8.5 morgen land, uit de boedel van zijn schoonvader. (2) Agniet Pouwelsdr, was non in het St.Agathaklooster te Delft. (3) Dirck Pouwelsz (kw 21440), geb ca 1446, boer te Schieveen.

  1. Pieter DE BIJE, ca 1450 42929. Uit dit huwelijk: Claas Pietersz de Bije (kw 21464)

  2. Jacob Willemsz VAN BEVEREN, genoemd te Dordrecht 1439-1457, ovl aldaar in 1461, trouwt 1454/57 met

  3. Elisabeth Dirc Springer (Goetsdr VAN HOUTEN), ovl 2-5-1493 te Dordrecht (aangifte).

Beiden begraven in de Grote Kerk, Van Beverenkapel. Ze woonden bij zijn vader in het huis “De Gans” naast de Munt. Hun zoon Willem trouwt met Maria van Baeckel, dochter van de muntmeester, het buurmeisje dus.

Ouders van: Willem Jacobsz VAN BEVEREN (kw 24412)                48826. Claes Dirck Karrezn (vermoedelijk identiek met: Claes VAN BAECKEL Dirckzn), muntmeester te Dordrecht, gehuwd met 48827. Geertruid Screvels DE JOODE

Claes Dirckzn VAN BAECKEL begon zijn maatschappelijke carriere als schutmeester bij de Kruysboog te Dordrecht, werd lid van de Achtraad 1472, van de Veertigraad 1481, schepen in 1481/82 en 1487/88, burgemeester in 1481 en 1483/91, muntmeester-generaal van de grafelijke munt, “waerdyn” van de munt (1488/90). De naamgeving “Claes Dirck Karrezn” refereert wellicht aan een eerder patroniem (Karelszn?). Claes en Geertruid lieten hun portretten met die van hun kinderen schilderen en de schilderijen hangen in de Beverenkapel (zie Beverenboek voor afbeelding).

Ouders van: Maria VAN BAECKEL (kw 24413)

  1. Jacob Hendricks SNOECK, geb ca 1440, woonde te Gorinchem, laagdijkheemraad van den Lande van Arkel, mogelijk ook secretaris van Gorinchem, ovl 29-5-1466, gehuwd ca 1460 met
  2. Maria Evertsdr LOEFF, geb ca 1440, ovl in 1515.

Jacob is 25-30 jaar oud wanneer hij overlijdt, Maria overleeft hem rond 50 jaren. Zij schijnt niet te zijn hertrouwd. Na haar dood op rond 75-jarige leeftijd treden een Jan Snoeck Jacobszn (een zoon?) en een Roelof Melserszn (aangetrouwd?) als haar testamentaire erfgenamen op. De zoon Evert Jacobsz SNOECK (kw 24414) is vanaf 1508 beweerd op bedevaart gegaan en van hem of over hem wordt sindsdien niets meer vernomen. Hij liet vrouw en minstens 1 kind na.

Ouders van: Evert Jacobsz SNOECK (kw 24414)

  1. Jacob (BLOCK) 48831. Ouders van: Emma Jacobsdr BLOCK (kw 24415)

  2. Joost Joostz, vermoedelijk Mijnsheerenland 48833. Ouders van: Cornelis Joosten (kw 24416)

  3. Doen Beijensz (de Jonge), geb ca 1450, ovl voor 17-12-1515, was schepen van Poortugaal, gehuwd (1) met Neeltgen Wollebrantsdr BOOT (Neeltje Wollebrant Jansdr), gehuwd (2) met

  4. Haaske (Aeskin, Haesje)

Doen Beijensz wordt op 28-1-1485 door de Heer van Putten beleend met de leengoederen die zijn vader Doen al in leen had. Eerste echtgenote Neeltgen is mogelijk rond dat jaar overleden, twee kinderen uit het huwelijk nalatend, getuige het memorietestament: “Memoria perpetua van Neeltgin Wollebrant Jansdr., de huisvrou van Doen Beijensz., staet op twee ende een half lijne lants, geleegen buyten Zweerdijck onder sijn huis aen den Cruisdijck; dit sal staen op beyde haer kindern te samen ende, 't eynde haer doot, te coemen in den boosum daer 't uytgecoemen is.” Doen bleef geïnteresseerd in memoriestichting. Op 6-1-1513 laat hij te Poortugaal testament maken en geeft hij opdracht zijn memorie te vestigen op de helft van 3 ½ lijn land (voor de missen) en de opbrengst verder te gebruiken om zijn nakomelingen viccary te laten stuydeeren. Dat de positie van de roomskatholieke kerk twee generaties later marginaal zou gaan worden, kon hij niet voorzien. Maar via zijn testament stichtte hij wel de “Grote Memorielanden” te Poortugaal, waarvan de administratie ten behoeve van zijn mannelijke en vrouwelijke nazaten tot en met 1825 getrouw werd genoteerd. Doen en Haesje bestemden de opbrengst van de Grote Memorielanden "omme denzelven uit het innekomen viccary te laten studeren, bequam te maken en onderhouden tot een priester". Ze wilden het land, met alle plichten tegenover de kerk, voor eeuwig in de familie houden: "dat op den oudsten en naasten van syne Descendenten tot een eeuwige memorie soude cuccederen". De eigendomsadministratie werd na de reformatie op de gemeentesecretarie van Poortugaal voortgezet, possesseurs vermeld tot 1825.”

Kinderen van Doen Beijensz (mogelijk vanaf Cornelis uit huwelijk met Haesken):

Beye Doens, ovl ca 1553, eigenaar van land in Hoogvliet en Albrandswaard, heemraad van Poortugaal (1538), schepen aldaar (1543/49), belastinginner, tekent de 10e Penning van Poortugaal 1543, gehuwd (1) met Maritje Claassen, gehuwd (2) met Neeltje Leenerts. Uit huwelijk met Maritje de kinderen: Adriaen, Pieter, Doen, Commer en Klaasje. Neeltje komt in 1543 voor in de 10e Penning van Hoogvliet, met huis getaxeerd op 8 pond, 10 stuivers. Mogelijk zijn Neeltje en Beye na 1543 getrouwd. Zij woont als weduwe na 1556 te Den Briel. Liedewij Doens (Doenen), ovl na 1557, gehuwd (1) met Willem Claesz (VAN GROENENDIJK), ovl voor 1545, gehuwd (2) met Lambrecht Jansz VERSTOUP, schout van Albrandswaard en Poortugaal, ovl 10-3-1553. In 1557 wordt de weduwe Liedewij vermeld als belastinginster. Medekoopster van tienden in de heerlijkheid Rhoon. Dat zij in tweede huwelijk trouwt met de schout Lambrecht VERSTOUP is waarschijnlijk. – Dit huwelijk duurde niet lang want Lambrecht overlijdt begin 1553. Tekst op zerk in de kerk te Poortugaal: :"HIER LEIT BEGRAVEN LAMBRECHT VERSTOUP JANSZ. ENDE STERF INT JAER ONS HEEREN MCCCC ENDE III DEN THIENDEN DACH MARTIJ. BIDT VOER DE ZIELE". Cornelis Doens (kw 24534), geb ca 1480, per 17-12-1515 door de Heer van Putten beleend met de leengoederen van zijn vader Doen. Voorvader Cornelis overlijdt in 1542. Gehuwd met Baertgen Jansdr (kw 24535) die hij als niet onbemiddelde weduwe nalaat (10e Penning 1543). Willem Doens deelt mogelijk in de nalatenschap van in 1542 overleden broer Cornelis. Bij de heffing van 1543 (10e Penning) staat hij vermeld met een huis (boerderij) en 52 gemet lands in Poortugaal. Gehuwd met Ida Jansdr, mogelijk zijn tweede huwelijk. Andere melding is dat hij samen met Willem VAN SEVENTER 10 gemet 1 lijn en een kwart roede land in Sweerdijk bezit. En later dat hij samen met Pieter Cornelisz in 1567 de memorie afkoopt gesticht door Lijsbeth, de weduwe van Beye Doens (de Oude). Ovl Poortugaal voor 1561. Neeltje Doens Lijsbeth Doens Aar(n)t Doens. Gehuwd met Engeltje Claasse. Verder nog onbekend.

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. Folpert Tiettezn, geb in Schingen bij Dronrijp, in 1511 genoemd als meier te Oosterend. 52849.

Ouders van: Tiette Folperts BAERDT (kw 26424)

Xxxxxxxxxx BAERDT relatie xxxxxxxxx Katryn AESGAMA

  1. Sywert IN DIE POELEN (Syverdt AESGEMA), geb ca 1460, wonend in de Poelen tussen Dronrijp en Deinum, tekent namens Dronrijp (Menaldumadeel, Westergo, FR) 10-6-1496 het Verbond met Groningen, sneuvelt 16-7-1500 bij Franeker, gehuwd met
  2. Doedt Offkes DOTINGA, grietmansdochter, mogelijk geboren op Dotinga-state te Marsum (Menaldumadeel) ca 1465, ovl na 1511.

Van een Aesgamazathe in de Poelen bij Dronrijp is later in de 16de eeuw nog sprake wanneer dochter Duedt Syeurdts AESGAMA (kw 26425), weduwe van Tiette BAERDT, in 1550 een losrente verkoopt uit een deel van deze zathe, dwz dat ze een hypotheek neemt met een deel van de zathe als onderpand. Haar jongste zoon Syverdt (AESGAMA genoemd) wordt in 1556 van huurder tot eigenaar van deze zathe. Het is onduidelijk hoe het ermee verder verliep: de Tachtigjarige Oorlog brak los. In 1500 was er een andere oorlog gaande. De Duitse keizer Friedrich III had schoon genoeg gekregen van het voortdurende getwist tussen de zogenaamde Schieringers en Vetkoopers in “zijn” westelijke Friesland-provincie. De Schieringers, voornamelijk te Westergo rondom Sneek, traden tientallen jaren erg agressief op, en de Vetkoopers, voornamelijk te Oostergo en vooral in Leeuwarden (dominante handelsstad), hadden verbonden met de Groningers gesloten en zich daarmee versterkt van door Groningen gestuurde politielegers of bendes. Deze hulptroepen joegen de Schieringers op en ver in het defensief, maar oefenden tegelijk ook terreur uit in de streken waar ze rondtrokken. Vrijwel heel Friesland raakte gemaltraiteerd. Voor de toestand in Friesland hadden eerdere keizers nooit veel belangstelling gehad, maar (de nieuwe) keizer Frederik III stelt zich anders op. Hij dwingt de Friese partijen tot overleg. Voordat het tot maatregelen komt, overlijdt de Duitse keizer. Zijn zoon Maximiliaan die tot zijn opvolger wordt benoemd, neemt het “probleem in Friesland” meteen over: de Friese twisters krijgen geen respijt, hoewel ze bij overlijden van Frederik dat misschien wel verwachtten. Keizer Frederik stuurde in 1493 zijn diplomaat Otto von Langen die op relatief veilige afstand van de Friese twisters, namelijk vanuit Zwolle (Overijssel), gemachtigden van Groningen en van Sneek opdroeg naar Zwolle te komen om “hunne aangelegenheiden open te leggen”. Deze oproep werd misschien weinig serieus genomen: te vaag, welke partijen. De Schieringers (Sneek) stuurden een delegatie waarin de pastoor van Ytens, Douwe, een geleerd heer, vooral indruk maakte. Pastoor Douwe bleek zo’n goede pleiter “dat de Keizer, van de onregtvaardigheid der Groningers overtuigd, een nader onderzoek over die belangrijke zaak instelde.” Voordat dit kon worden afgerond, overlijdt de keizer. Zijn zoon Maximiliaan volgt hem op. Hij negeert het door zijn vader beloofde nader onderzoek en stuurt de gezant Otto von Langen nog in hetzelfde jaar, eind 1493, naar de provincie “om de Friezen te doen weten, dat het de ernstige wil des Keizers was, dat zij alle tweedragt vergeten, eenen Potestaat uit hun midden, volgens oud vaderlijk gebruik, verkiezen en aan denzelven gehoorzaamheid bewijzen zouden; indien zij zich hiertoe niet lieten bewegen, zou de Keizer eenen heer naar zijn believen over Friesland aanstellen, en hen tot onderwerping dwingen.” Tot dat laatste komt het uiteindelijk. De Duitse keizer geeft Friesland aan de hertog Albrecht van Saksen, generaal over de keizerlijke legers in de Nederlanden die het Hollandse deel al afdoende wist te bezetten, om ermee te doen naar believen. Hieraan vooraf ging dat de gezant Otto von Langen in Sneek 1-1-1494 een landdag bijeen kon roepen. Dat werd een vergadering van Schieringers want die heersten te Sneek en omgeving. Op deze “Schieringer-landdag” kozen de voorname hoofden der Schieringers een potestaat, namelijk Juw Dekema (Julius), heerschap te Baard. Juw DEKEMA had zich in de partijtwisten vredelievend en zeer onzijdig betoond. Aan de keizerlijke eis om de tweedracht te vergeten en een potestaat volgens oud gebruik te verkiezen lijkt te Sneek te worden voldaan. Veertien dagen later is er, 14-1-1494, in Bolsward een volgende landdag en het aantal Schieringers in de vergadering is dan veel kleiner, de aanwezigheid van prominente vertegenwoordigers van de Vetkooperspartij groter. De verkiezing van Juw DEKEMA tot “potestaat” wordt weggestemd en de ruzies hierover ter vergadering en erna, laten de keizerlijke gezant wegvluchten uit Bolsward en Friesland. Aangekomen te Deventer (Overijssel) ontbiedt hij nogmaals eenige edelen ter onderhandeling, doch zonder eenig gevolg.” De missie van gezant VON LANGEN leidt niet tot vrede in Friesland. De terreur van “Groningse” politiebendes duurt voort. De jonge Duitse keizer Maximilliaan schenkt Friesland vervolgens aan de bekwame legerleider hertog Albrecht van Saksen. Hij wordt, met grote weerzin, als nieuwe potestaat door de Friese partijen erkend. Nadat dit is gebeurd, vertrekt Albrecht naar zijn thuisland, na zijn zoon Hendrik tot bevelhebber over Friesland te hebben benoemd. De jonge Hendrik slaagt erin de meeste Friese partijen tegen hem in het geweer te krijgen, door arrogant gedrag, afbraak van stinzen, hoge belastingen. In 1500 wordt hij te Franeker waar hij het Sjaardema-huis had betrokken (en de Sjaardema’s verjaagd) door een leger van Friezen omsingeld en bedreigd: Beleg van Franeker. Zijn vader, Albrecht, moet vanuit Duitsland met een leger via Groningen haastig optrekken om hem te ontzetten. Hij slaagt daarin. De belegeraars moeten wijken. Sjoerd IN DIE POELEN is een van de velen die sneuvelt.

Ruim een eeuw later noteert de jonge student (Iater grietman) Ernst Harinxman van Donia in zijn Kerck-Calender ofte Dootboeck bij 16 Julii 1500: “Worden in een slach bij Franiker van den hartoeghe van Sassen veel Vriesche heerschippen verslaegen, besunder deese seven, als: Hessel JONGAMA van Doeyngum, Lyuwe Fons van Jorwirt, Wyttie Laeszoon van Boxum, Heero Riencks van Dronryp, jonge Kempo Jakles HINNEMA van Jelsum, Jarich Wybes van die Schellinge, Sywert IN DIE POELEN.

Kinderen van Syverdt AESGAMA en Doedt Offkes DOTINGA:

Duedt Syeurdts AESGAMA (kw 26425) Ofke Syeurdts AESGAMA ….

Hoe kwam het nu dat stamoudovergrootvader Sjoerd in de Poelen op 16-7-1500 moest sneuvelen? Hertog Albert kreeg zijn benoeming in 1495 en bevond zich op dat moment al met een leger in Holland, maar hij pakte het strategisch aan. Hij stak de Zuiderzee niet over, terwijl de Schieringers hem toch als steun in de rug beschouwden. Zij keken nu ook over de grens en “verzamelden in Overijssel en Gelderland eenen hoop krijgsvolk onder de overste Nittert of Nuttert Fox, van geboorte uit Frankenland afkomstig, welke, in Friesland aangekomen, grooten schrik onder de Vetkoopers verspreidde.” De Schieringers hadden uiteraard niet verwacht dat dit huurleger voor eenzelfde schrik zou zorgen binnen hun eigen gebied (Zuiderzeekust, Wymbritseradeel rond Sneek, Gaasterland, Lemsterland). De huurlingen gingen in dat gebied erger te keer dan in de door de Vetkopers/ Groningers beheerste gebieden. Op 1 januari 1496 deed het leger wel een poging om Leeuwarden te overvallen, “doch tot het Galgeveld genaderd zijnde, overkwam hen plotselijk een geweldig onweder van regen en wind, dat hen niet alleen belette in hun voornemen, maar ook den moed benam, zoodat zij, na een molenhuis in brand gestoken te hebben, om zich te verwarmen, daardoor de burgerij tegen zich op de been bragten, die hen ijlings wegjaagden, en weder naar Sneek deden vluchten. De Groningers, voor het verlies van Leeuwarden beducht, zonden een groot aantal volks naar die stad, die er den geheelen winter stil bleven liggen, tot groote schade en kosten, gelijk ook tot misnoegen der stedelingen, die zich niet weinig over hunne verbindtenis met de Groningers beklaagden.”

De Leeuwarders verlieten gaandeweg het starre standpunt van de Vetkopers/Groningers. Het teruggeslagen leger van overste Nuttert Fox moest zich intussen weer op Schieringer gebied in leven houden en verloor daar alle goodwill. Strooptochten door Gaasterland en Lemsterland, een bloedige slag op het dichtgevroren Sneekermeer waar “de Woudlieden” hen met alle macht probeerden tegen te houden. Ellende alom. Hoe werd dit opgelost? De Snekers (Schieringerbolwerk) richtten zich tot de tegenpartij, de “Groningers”. Geef ons geld zodat we dat huurleger van Fox af kunnen betalen en jullie en wij van die mannen af zijn. Van geven geen sprake natuurlijk, maar de “Groningers” deden wel mee: ze zorgden ervoor dat de 8000 benodigde goudguldens via de rijke kloosters in Oostergo en Westergo ter beschikking werden gesteld “stellende zich borg voor de wederbetaling”. Fox en zijn leger werden betaald en vertrokken. De dag erna stonden de “Groningers” al met hun legers in Sneek, Sloten en Harlingen, “om geheel Friesland nu onder hun gezag te brengen”.

Iedere dag weer wat nieuws in die jaren (maar kranten om erover te berichten waren er nog niet). Het bleef in 1496 volop onderlinge oorlog in Friesland. Alleen de stad Franeker kon zich als Schieringer-bolwerk staande houden (met stiekume ondersteuning vanuit Sneek en omstreken). Er werd gemoord en geplunderd bij het leven. Dat Hertog Albert van Saksen, nog steeds afwachtend in Holland, het sluw speelde, bleek later in het jaar toen Goslik Jongama uit Bolsward zich tot hem richtte met de vraag een verrassingsaanval te doen. De Hertog ging er op in en stuurde, jawel, overste Fox met rond 800 man per vloot de Zuiderzee over. Hoewel de “Groningers” enigszins voorbereid waren (landing bij Zurig), waren zij dat niet op de terugkomst van de Fox-veteranen. Binnen enkele weken had Fox heel Westergo “van den overlast en moedwil der Groningers verlost.” Maar het Fox-leger deed vervolgens wat het eerder deed (plundering etc.), zodat “eindelijk de edelen besloten, om in het algemeen in Westergo eene schatting in te vorderen, waarmede zij Fox en zijne lastige gasten betaalden, die voorts over Workum naar Holland vertrokken. Tjerk Walta en Sybrand Roorda werden als gevangenen door Fox medegevoerd, doch zij kochten onderwege hunne vrijheid, de eerste voor 800 gulden, en Roorda voor de helft dier som; echter durfden zij niet in het land komen, waarom Walta een tijd lang zich als balling te Zwol en Kampen ophield.”

Denk niet dat het tweede vertrek van het Fox-legertje betekende dat de Friese partijen de onderlinge strijd beeindigden. Helemaal niet. Bijna iedere dag nieuwe doden. Wel was Westergo nu even van “Groningers” bevrijd en kwamen “de prelaten, geestelijken, edelen en regters” van dit deel van Friesland tot een soort van verbond “om alle gevangenen te bevrijden, de verschillen te beslechten, vreemd volk te weren.” Hertog Albert van Saksen haakt hierop in en via landdagen te Franeker en vervolgens te Dronrijp (1497) laat hij zijn gezanten de kwestie van hem als aangewezen gouverneur over Friesland tot een formeel te erkennen feit voorleggen. Westergo en Oostergo sturen hun gemachtigden. En wat gebeurt? Zij staan gezamenlijk achter het verbond “vreemd volk te weren”. En de hertog van Saksen valt ook onder de noemer van vreemd volk.

Hertog Albert was uiteraard furieus over deze nieuwe en onverwachte afwijzing. Zonder zelf naar Friesland te komen, stuurt hij nieuwe plunderlegertjes op de provincie af. Via zuidelijk Friesland (de Zevenwouden) waar geen tegenweer vanuit de stadjes kan worden georganiseerd. Opnieuw maakt hij gebruik van Fox-veteranen. De uit Friesland gevluchte Vetkoper Tjerk Walta betrekt hij in het complot, met de belofte dat deze niet voor de kosten van het huurleger hoeft op te draaien. Begin 1498 vriest het hard. Het binnenvallende leger heeft dankzij het dikke ijs overal doorgang. Slechts enkele versterkte steden (zoals Sneek) laten zich niet overrompelen. Maar daar trekt het leger net zo lief dan omheen, plunderend en moordend. Pas in Barradeel, boven Harlingen, maar veel verder noordelijk in Westergo kon je niet, worden ze gestopt.

In Barradeel veroverden ze nog wel “Rippert Eelsma huis te Sexbierum, alsmede die van Pybo HAARDA en Seerp BOTNIA te Oosterbierum, welke zij uitplunderden, en de edelen zelve gevangen naar Bolsward vervoerden. De landeigenaars, en in het gemeen alle ingezetenen werden woedend over dit bedrijf van het vreemde volk. In en omstreeks Barradeel verzamelde zich eene groote menigte, die deze roovers een goed deel van den buit ontzettede, en hen verjaagde, slaande wel vijftig van hun dood.”

De tegenslag in Barradeel leek een incident. De Saksische legers werden vanuit het zuiden almaar aangevuld. Zo werd de Liauckema-state te Sexbierum nog bezet en bij verlating in brand gestoken. Barradeel leek verder niet interessant genoeg meer. Het zuidelijke deel van Westergo gaf nog genoeg plunderkansen en Menaldumadeel tussen Franeker en Leeuwarden: “Menaldumadeel werd mede door deze roovers bezocht en zwaar gebrandschat.” Menaldumadeel..? Dan ben je op het terrein van stamoudovergrootvader Sjoerd in de Poelen (Sjoerd Aesgama).

Laat ik nu het verhaal, dat toch al lang werd (maar dit gebeurde) inkorten. Lees elders meer. Vanwege alle voortdurende oorlogvoerderij zonder uitzicht, krijgt Hertog Albert van Saksen eindelijk zijn zin: hij wordt door de Friese partijen als landvoogd tegen heug en meug uiteindelijk toch maar erkend en gehuldigd. Voordat dit gebeurde waren nieuwe legers nodig en ook een veldtocht van (de inmiddels bekende) overste Fox tot in Groningerland. Dat maakte de Groningers definitief stil. In mei 1499 landt hertog Albert van Saksen eindelijk in eigen persoon op Friese grond. Te Harlingen, “welke stad, toenmaals door de beroerten der tijden zeer geschokt zijnde, den nieuwe heer gewillig inhuldigde. Hij begaf zich voorts naar Franeker, Bolsward, Sneek en eindelijk naar Leeuwarden, alwaar hij in de kerk van Oldehove plegtig gehuldigd werd, welk voorbeeld de edelen en landzaten weldra navolgden.”

De hertog (strateeg) bleef niet lang. Hij benoemde een nieuw gerechtshof dat op strikte orde moest toezien, eigende zich een belangrijk deel van de nieuwe inpoldering Het Bild toe als persoonlijk eigendom, regelde een bestuurlijke gezagsstructuur met een Hoge Raad etc., en droeg zijn zoon Hendrik het opperbestuur over Friesland op. Albert was zelf hooguit zes maanden in Friesland. “Met eene som gelds beschonken zijnde”, vertrok hij na vele jaren wachten eind 1499 naar zijn geliefde Saksen.

Hoe kwam het nu dat stamoudovergrootvader Sjoerd in de Poelen op 16-7-1500 moest sneuvelen? Het antwoord op deze vraag komt akelig dichtbij. De jonge hertog Hendrik van Saksen die van zijn vader het bewind over Friesland kreeg opgedragen, ontpopte zich direct als een ambitieuze despoot. Hij koos het Sjaardema-slot te Franeker als zijn hoofdverblijfplaats (en joeg daarmee de Sjaardema’s van hun eeuwenoude plek) en gaf opdracht aan de havenmond te Harlingen een versterkt kasteel te bouwen. De hiervoor benodigde stenen werden o.a. beschikbaar gemaakt door stinsen in de omliggende dorpen te slopen (wat de eigenaren van deze stinsen uiteraard razend maakte). Ter betaling van de verdere kosten eiste hij ook nog “van alle steden, grietenijen en kloosters in Oostergo, Westergo en de Zevenwouden, om binnen acht dagen eene groote schatting, tot dit gebouw vereischt, op te brengen.” Bij overschrijding van dit termijn moest men het dubbele betalen. Omdat die boete meedogenloos in praktijk werd gebracht, slaagde de jonge Hendrik erin binnen enkele maanden na het vertrek van zijn vader “alle Friezen” tegen hem in het geweer te brengen.

Sjoerd Aijlva, Tjerk Walta (hierboven al eerder genoemd), Douwe Hiddema en Dooitze Bonga vormden het viertal edelmannen die de snelle opstand organiseerden. “Na uit alle oorden een leger van 16000 man bijeengebragt te hebben, begonnen zij den 12 Mei (1500) het beleg van Franeker, alwaar de Hertog zijn verblijf hield; ook bezette men op vele plaatsen de grenzen van Friesland, ten einde het binnenrukken van vreemd volk, tot onderstand van den Hertog te beletten.” Om vreemd volk te herkennen werd gebruik gemaakt van een leus die binnenkomers correct dienden te herhalen: Fjouwer lotter-claer leepaaijen op in finne herne yn ien nest. “Die deze woorden niet met eene genoegzame vaardigheid kon nazeggen, hield men voor eenen uitlander, en werd op staanden voet veroordeeld, om verdronken te worden.” De bedoelingen waren fraai, maar de belegering was slechts een belegering. Tot een inname van Franeker en gevangenname van Hertog Hendrik kwam het niet.

Hertog Albert van Saksen was op een rijksdag te Augsburg toen hij hoorde dat zijn zoon te Franeker omsingeld werd. De ijzervreter liet geen tijd vergaan en trommelde een leger bij elkaar te Aduard in Groningen. Het kostte hem weinig tijd om daar zelf te verschijnen en het Friese grensleger bij Bomsterzijl vervolgens in de pan te laten hakken (“wel vijfhonderd Friezen sneuvelden”). Hertog Albert liet geen tijd verloren gaan. “Alom ging de schrik het Saxische leger, dat steeds met plundering, moord en brandstichting voortging, vooruit, waarom de Friezen voor Franeker, op het vernemen van hunne komst, meestendeels de vlugt namen. Te Dronrijp en in het klooster Miedum, werden de geruchten van de komst der Saxen door de zoetelaars, die gaarne hunne waren duur wilden slijten, sterk en stellig tegengesproken, waardoor de Saxers, eer zij het dachten, hen in de schansen overvielen, en waarbij wel vijfhonderd Friezen verslagen werden, en er nog veel meer omkwamen van degene, welke in de vlugt veiligheid zochten. Zij namen de vlugt naar Miedum, Tzum en voorts landwaarts in, en werden overal van het woeste krijgsvolk des Hertogs vervolgd, dat dagen achtereen rondzwierf, steeds moordende en plunderende.”

Terwijl Hertog Albert vanuit het oosten binnenviel, stuurde Filips van Bourgondië, zoon van keizer Maximiliaan, graaf van Holland, vanuit het westen een leger, onder leiding van de graaf van Buren, over de Zuiderzee heen op Franeker af. Op 16 juli 1500 werd van beide kanten korte metten gemaakt met het beleg van Franeker.

Bij de omgekomen belegeraars o.a. de Friese edelen: Hessel Jongama, van Goënga; Lieuwe Fons, van Jorwerd; Wybe Laasz, van Boxum; Hero Rienks, van Dronrijp; Jarig Wybes, van Terschelling; Sjoerd in de Poelen, te Dronrijp; en Kempo Jaklesz, van Jelzum.

In een nasleep van de “Donia-oorlog” die rond 1460 woedde in het midden van Friesland, pakte de houwdegen Agge Donia, in het voorbijgaan de Aesgama-stins te Sijbrandaburen, “die hij eenigen tijd bleef bezitten, roovende en plunderende van daar rondom op zijne vijanden”. Over waar de Aesgama’s na dit gebeuren (midden 1465) heentrokken en of zij terugkeerden, vinden we geen meldingen. Er is wel melding over een tak die naar Groningen vertrok (omgeving Ulrum), over Aesgama’s te Damsterwoude (Dantumadeel) en “onze” Aesgama’s rond Oosterend (bij Sneek) en vooral bij Dronrijp. Sjoerd Aesgama (Sjoerd in de Poelen) werd geboren vlak voordat Agge Donia de Aesgama-sate te Sybrandaburen veroverde en als uitvalsplaats voor plundertochten ging gebruiken.

  1. Anscke (Doecklesz?), geb ca 1480 53185.

Ouders van: Doeckle Ansckes (kw 26592)

  1. Hoyte Gerrolts (Walpert), geb ca 1510, ovl ca 1580, tr ca 1535 met
  2. Yets (Jets)

Ouders van: Gerrolt Hoytes WALPERT (kw 26598)

De WALPERT-naam, verbonden aan een zathe te Wommels (Hennaarderadeel, FR), komt in de 16de eeuw bij deze familie voor. Mogelijk koopt Hoyte in 1536 de Walpert van Botte Bottes en mogelijk is er relatie via zijn huwelijk in 1535 met Yets. In 1581 neemt het Hof van Friesland een gerechtelijke beslissing over een kwestie waarbij Gerrolt Hoytes WALPERT te Wommels, diens meerderjarige (gehuwde) dochter Anna Gerrolts WALPERT betrokken zijn, plus Pybe Hoytes WALPERT te Wommels en Duecke Hoytes WALPERT te Kubaard (buurdorp van Wommels). Vader Hoyte is overleden PM 1: Naast Gerrolt uit huwelijk van Hoyte en Yets in ieder geval ook de zonen Pybe en Duecke? Aanvullende gegevens nog te vinden. In 1578 doet de grietenij Hennaarderadeel niet mee aan de extra-belastingheffing door het (nog) Spaanse bewind waartegen immers onder Oranjes en met Watergeuzen al werd gevochten. In impositieregister van 1578/80 komt wel een Dueke Hoytez wonend te Cornuart (Kornwerd, Wonseradeel, FR) voor. Hij krijgt een aanslag van 3 Caroligldns. PM 2: Op 15-9-1658 trouwt te Harlingen Timen Pieters STEUR met Rins Heuites WALPERT.

53198. Here Jorrits, geb ca 1515, ovl voor 1597, gehuwd met 53199. Gats Gerbensdr, ovl voor 1587

Ouders van: Ydt Heredochter (kw 26599)

PM: palstra.com. Naast Ydt ook kinderen Lioepck Heres en Rinck Heres daar vermeld. Verondersteld wordt dat de moeder van Here Liupck heette (kw 106397). En de vader was Jorrit Heres (kw 106398).

Aanvullende gegevens nog te vinden.

Zerk gevandaliseerd (1795?) en ontdaan van familiewapens. Nog wel een palmtak en een St.Catharinarad zichtbaar. Doet vermoeden dat Lambrecht VERSTOUP in zijn jonge jaren op pelgrimstocht naar Jeruzalem ging. De “Jeruzalemridders” voegden in hun blazoen/wapenschild de palmtak of Jeruzalemsveer toe en wanneer ze op de reis ook Constantinopel bezochten eventueel het gebroken St.Catharinarad – de heilige Catharina werd er geradbraakt en daarna onthoofd. Kwartierstaat Johan Gerard Stuut. Kwartierstaat van Schothorst. Daar wordt de suggestie gedaan dat Folpert via zijn huwelijk in relatie kwam met een familie Baerd-Aesgama, “vermoedelijk bezitters van de Baardazathe nabij Wommels en Oosterend”. (Baarda van Ba-wert). Zeker is dat zijn zoon Tiette de familienaam Baerdt kreeg en trouwde met Duedt Sjoerdsdr Aesgama. Oosterend is een terpdorp van grote ouderdom (vondst van aardewerk uit de Romeinse tijd) waaromheen al vroeg bedijkingen plaats vonden ( het zogenaamde “eiland van Oosterend”). Steenstra, II pag 319: “Tusschen de vier en vijfduizend Woudlieden kwamen hier om het leven, door het zwaard der vijanden en het water.” HAARDA of HAERDA: Was Pybo Haarda een broer misschien van edelvader Fedde Mernstra (Haerda) (kw 209406) of anderszins gelieerd? Het achteraf-verslag door Steenstra kan je niet echt objectief noemen. Het is niet te bepalen waar hij overdrijft. Steenstra II pag 285.

Werkdocument 2007

Generatie 17 — Herzien

Generatie 17 (stam-oudbetovergrootouders, 65536-131071) Geen informatie VAN DER HOEK-kwartier en SCHIPPERS-kwartier

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

Lijn vanuit Rijnlandse/Schielandse voorfamilie: 85760. Pouwels Aernts (Paulus Arentsz) 85761. Maria Willemsdr (?)

Ouders van Pouwels Pouwelsz (kw 42880)

In het Repertorium op de lenen van Capelle aan de IJssel 1360-1370 (C.Hoek, Ons Voorgeslacht 1963) is sprake van een belening van een perceel van 2,5 morgen land, onderdeel van de 9,5 morgen in de zate die van Geertruyt Pouwels was. Dit perceel grenst ten oosten aan het godshuis van Berckel en ten westen aan percelen van Floris VAN ALCMADE en Pouwels Arentsz.

Eenmalige melding betreffende Pouwels Aernts tot dusver gevonden. De zoon Pouwels Pouwels, geb ca 1400 of 1410, wordt ook in het gebied van Berkel en Overschie genoemd (zie bij hem, kw 42880). Hypothetisch: erfgoed van Geertruyt Pouwels (VAN ALKEMADE), moeder van Pouwels Arentsz (VAN DEN WOUDE), ging na haar overlijden deels over naar de zoon en naar een (neef of oom?) Floris VAN ALCMADE en werd deels beleend aan een derde persoon.

Lijn vanuit Dordtse voorfamilie: 97648. Willem Bever Danielsz (of: Willem Danielszn de Bever), geb ca 1400, ovl te Dordrecht in 1464, noemt zich pas op latere leeftijd VAN BEVEREN, herkomstnaam van zijn moeder, trouwt in 1429 met 97649. Catharina Hendricks VAN WEEDE, geb ca 1405, ovl 1454. Willem BEVER draait al op jonge leeftijd mee in het stadsbestuur van Dordrecht. In 1427 gaat hij als stadsgecomitteerde op diplomatieke reis mee naar Vlaanderen en Brabant. Op 15-8-1431 meldt een document hem als burger van Dordrecht, houder van het schroodambacht metter zoutmate. Hij was dus pachter van de stadsbelastingen op de door- en invoer van eerste levensmiddelen: bier, wijn en zout. In 1436 staat hij als havenmeester vermeld en in 1437 als Heilige Geestmeester. Hij woont aan de Voorstraat te Dordrecht in het huis “De Grooten David” tot 1455, daarna in het huis “de Gans” naast de Munt in het centrum van de stad. Hij overlijdt er in 1464. Catharina VAN WEEDE is ca 24j oud wanneer ze met Willem trouwt. Door de watersnood van 1421 (St.Elisabetsvloed) raken de landen bij Weede en Cillaarshoek, familiebezit, overstroomd en gaan grotendeels definitief verloren (ontstaan van de Biesbosch). De familie VAN WEEDE voert als wapen zes rode lelies op een zilveren veld, het wapen van de heerlijkheid Weede en Cillaarshoek. Het deel Cillaarshoek op de Keizersdijk bleef gespaard. Catharina overlijdt in 1454, Willem in 1464. Per 28-1-1465 vindt een boedelscheiding plaats. Catharina was bij leven een devote rooms-katholiek. Samen met haar man schonk zij de kerk een altaarkleed waarin hun beider wapens geweven waren (vanwege dat laatste niet echt op prijs gesteld)) en in 1450 financierde (stichtte) zij in de Grote Kerk te Dordrecht de Heilige Kruiskapel (Sint-Elisabetsaltaar), naast de al bestaande van Beverenkapel. Willem en Catharina worden na overlijden begraven in de van Beverenkapel binnen de Grote Kerk te Dordrecht. Ouders van: Jacob Willemsz VAN BEVEREN (kw 48824)

  1. Dirk Springer Goets (van Houten)
  2. Haeck Ouders van: Elisabeth Dirk Springer Goetsdr van Houten (kw 48825)

  3. Dirck Karrezoon (van Bakel) 97653. Ouders van: Claes Dirck Karrezn (kw 48826)

  4. Screvel Hendricksz

  5. Nn de Joode Ouders van: Geertruid Screvels de Joode (kw 48827) te Dordrecht

  6. Henrick Jansz SNOECK, geb ca 1421, schepen van Gorinchem 1456/65 97657. De bijnaam SNOECK doet vermoeden dat we hier mogelijk met een familie van riviervissers te maken hebben. Henrick en zijn broer Adriaen worden op een bepaald moment door hertog Filips de Goede gebannen (later in ere hersteld), vanwege een hoog opgelopen conflict over de visserij in de rivier tussen Gorinchem en Woudrichem. Riviervissers dus. Ouders van: Jacob Henricks SNOECK (kw 48828)

  7. Evert Loeffszn 97659. Ouders van: Maria Everts Loeff (kw 48829)

Lijn vanuit Hoeksewaardse voorfamilie: 98136. Beijen Doens (Beye Doedijnsz), geb ca 1425, ovl voor 28-1-1485, op 11-9-1452 beleend met het leenland van zijn vader, in 1454/55 en 1457 gemeld als leenmangetuige voor de heer van Putten, boerenbedrijf, belastinginner, schepen van Poortugaal (vermeld 1458, 1463), gehuwd met 98137. Lijsbeth, ovl 17-12-1485 te Poortugaal. Ouders van: Doen Beijensz (de Jonge) (kw 49068) Beye Doedijnsz neemt op 8-12-1455 twee droge dijken bij Poortugaal in leen. De later geheten Cruysdijk en de dijk langs de korenmolen (Zweerdijkse dijk). Door de inpoldering van de Albrantswaard bezuiden Poortugaal kwamen deze dijken achter de nieuwe buitendijk te liggen. Hij betrekt vermoedelijk de Thomashofstede bij het kruispunt van genoemde droge dijken. Voor deze boerderij moet jaarlijks 1 kapoen worden betaald en Beye doet dat over de periode 1459-1469. Gedurende dezelfde periode betaalt hij 32sc 6 d aan jaarlijkse erftijns voor 4 gemet 1 lijn land bij de kerk van Poortugaal en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land die de Grote Weyde wordt genoemd. Over de periode 1459-1465 betaalt hij jaarlijks 18sc hollands voor de quade 6 gemet. In 1461 pacht hij de tienden van Waddenswaert en in 1465 die voor het dorp en “de lammertiende” wat hem belastinginner maakt. Hij pacht de staalvisserij van Battenoert voor 37 pond hollands en de poting in die Roden als rietbroek en visserij (Roden = Rhoon) 1466-1468 voor 5 1/2 pond en in dezelfde periode de zwaandrift in Poortugaal voor 2 pond. Kortom, want er is meer, hij is een van de grotere bazen/pachters in het gebied. Hij vestigt zijn memorie en die van zijn zoon Aert op 2 gemeten in Ver Nellenhouck (Nieuw-Rhoon), te versterven op zijn zoon Doen. Deze zoon wordt na het overlijden van zijn vader met diens lenen beleend.

Uit het huwelijk: Marritgen Beijensdr, trouwt met Wouter Pietersz (die in 1464 genoemd wordt als zwager (= schoonzoon) van Beije Doens Doen Beijensz (de Jonge, kw 49068) Aert Beijens, ovl voor 1484 Cornelis Beijens Maria Beijensdr, gehuwd met Willem VAN BEAUMONT

c) De JONG-kwartier (Friesland)

Lijnen vanuit drooglegging en bepoldering van en rond de eertijdse Middelzee (Westergo):

  1. Offke (Doekes) DOTINGA (Ofcke DOTTINGHA, DOTNIA), geb ca 1410, vermeld in 1470 als grietman van het Marsumer-Nieuwland, woonde op de Dotinga-state te Marsum (Menaldumadeel, FR), trouwt (1) met Doedt OEDTSMA, trouwt (2) met
  2. Luts Feddesdr MERNSTRA (HAERDA)

In het grietmannenregister staat Ofcke Dottingha als grietman van Leeuwarderadeel vermeld. Hoe dit precies in elkaar steekt, moet nog blijken. De drooglegging van het noordelijke deel van de Middelzee tussen Leeuwarden (Oostergo) en Marssum/Menaldum (Westergo) en de polderaanleg was een belangrijk project. Dat de leiding ervan berustte bij aparte grietmannen, los van de traditionele grietenij-structuur, is goed denkbaar. De 19de-eeuwse historicus Eekhoff opperde dat deze als grietman genoemde personen eigenlijk “gecommiteerden der waterlossing” waren, meer “dijkgraaf” dan grietman. Uit akten van de 15de eeuw blijkt dat zij wel over eigen rechtsgebieden beschikten (zoals een grietman). Al in 1406 wordt Hoecke (Houcke) MYNNEMA genoemd als zo’n aparte grietman in het bepolderingsgebied: “in de Bacuwa”, wat dat betekent is nog onduidelijk. In 1432 wordt Take ASGHAMA en in 1448 Schelte IDZENCKA vermeld als grietman van het Huizumer Nieuwland. In 1445 Hemka HEIJAMA en in 1458 Tyerd SYERDSMA als grietman van het Deinumer Nieuwland. In 1455 Sipka MINNEMA als grietman in “de Hirna riucht op Liouwerdera Nijeland”. In 1470 tenslotte wordt Ofcke DOTINGA gemeld als (aparte) grietman voor het Marsumer Nieuwland, grenzend aan het Leeuwarder Nieuwland. Vermelding “de Hirna riucht” (Hirna = Horne of Hoek) wijst mogelijk op een apart lokaal rechtsgebied.

De Dotinga-state bevond zich bij Marsum. Volgens het Burmania-boek vertoonde het wapen van “Dotinga tot Marsum” 4 zespuntige sterren (in de volgorde van boven naar onder: 2,1,1). In de kronieken is sprake van 2 DOTINGA-states, nl een Dotinga-state bij Dronrijp (oost-Dronrijp, “in de Poelen” (?)), die later Groot-Dotinga of Readhús wordt genoemd, naast de Glins-state in de Poelen onder Dronrijp die Blauhús wordt genoemd, en een Dotinga-state bij Marsum (naast Dronrijp), die later Klein-Dotinga wordt genoemd. Mogelijk verband tussen deze twee moet nog worden aangetoond.

Of er kinderen zijn geboren uit het eerste huwelijk van Offke DOTINGA is onbekend. Doedt OEDTSMA is mogelijk te snel overleden. Waarschijnlijk was ze een dochter uit de OEDTSMA-familie te Boksum (bij Deinum, ten zuiden van Marsum). Anno 1444: “Een nieuwe oorlog ontstond er weder tusschen de Schieringers en Vetkoopers in Westergo. Sikko en Douwe Sjaardema, Doeke en Abbe DOTINGA, Rommert Gabbinga, Keimpo Unia, Lieuwe OEDSMA, Worp Juckema, Rienk Kamstra, Sikko Martens, Ruurd Roorda en Gerrolt Herama trokken met eene menigte van hunne vrienden en hunnen aanhang voor de sterke stins van Sjoerd Grovestins te Engelum. Zij bemagtigden dit slot, een der sterksten in gansch Friesland, stormenderhand, namen Grovestins en zijnen zoon gevangen, die zij op Sjaardema huis te Franeker in bewaring stelden.”

Kinderen uit het huwelijk van Offke en Luts: Imck DOTINGA (Ymck), ovl 1482, gehuwd met Sipke MINNEMA, in 1455 genoemd als grietman van Leeuwarder Nijland, ovl 1483, zv Hotze Mynnema en Frouck WIARDA. Voor Sipke wellicht een tweede huwelijk. Zie 104702.1. Doedt Offkes DOTINGA (kw 52851), trouwt Sjoerd in de POELEN (AESGAMA, kw 52850). Sjoerd sneuvelt 16-7-1500 bij het beleg van Franeker. Hun dochter Duedt tr ca 1515 met Tiette Folperts BAERDT. Zij zijn volgende voorouders in “ons” DE JONG-kwartier. Fedde Offckes (van) DOTINGA, ovl in 1529: “1529 den 7 Oct. Fedde DOETINGA ofte DOTTNIJA tot Marsum begraven.” Fedde bewoonde de Dotinga-state. Hij was getrouwd met Catharina (Katryn) VAN BAERDT, dv Doecke Douwes BAERDT (naam moeder niet vermeld). Deze Catharina, weduwe van Fedde DOTINGA, wordt in latere melding Katryn AESGAMA genoemd. His(se) Ofkes DOTINGA wordt genoemd in testament dat Sicke Allartzoen OEDSINGA 16-9-1476 laat opmaken: “Hisse, syn frysster, Ofka Dotinga dochter, hat hy toleyd joulyck ende eerflyck toulf klinkerden renten uut Fockama gued.”
— Sicco Alardi OEDSINGA overlijdt 18-9-1476, twee dagen na datering van het testament, waarin hij nog als “gesond ende voerstandel van synnen, al was hy syeck fan lichama” wordt genoemd. Hisse niet zijn echtgenote maar zijn frijsster (verloofde?). Over leeftijden wordt niets gemeld. Mogelijk was Sikke nog een tamelijk jonge man. Hij is zoon van Allart SJAARDA en Engele OEDSINGA en op zijn sterfbed moet hij beslissen over de vererving. Vader Allart is al eerder overleden, broer Epo idem (zonder kinderen) en moeder Engele op 7-6-1476, drie maanden voordat Sikke zijn testament maakt. Via zijn moeder wordt hij eigenaar van de OEDSINGA-stins bij Dronrijp (in de Poelen?). In zijn testament laat hij weten de wilsbeschikkingen van moeder Engele (haar testament is niet bewaard gebleven) te volgen. De OEDSINGA-stins laat hij na aan “syn moeytie” (tante) Eedwer SJAARDA. Aan OEDSINGA-kant waren er kennelijk geen personen meer in leven die voor erfenis in aanmerking kwamen. Kort hierop, in 1479 en tante Eedwer wellicht dan ook al overleden, wordt de stins als huwelijksmedegave door haar man Douwe en hun zoon Sicke geschonken aan haar kleindochter Katryn HOTTINGA.
— Sicco Alardi OEDSINGA overlijdt kinderloos 18-9-1476 en hoelang zijn “vrijster” Hisse DOTINGA van haar pensioen heeft kunnen genieten weten we niet (jaarlijks 12 klinkerts uit het Fockama-goed). Doecke Offkes DOTINGA Feycke Offkes DOTINGA Eets (?) Reme (?)

Pro memorie: 104702.1. Ymck Offckes DOTINGA Vermoedelijk oudste dochter van Offcke Doekes DOTINGA en Luts Feddes MERNSTRA (HAERDA). De historicus Andreae (Nalezing, 1893) schrijft dat Ymck DOTINGA “volgens sommigen” dochter van Offcke en Luts is. Dit is omdat historische bronnen hierover geen bevestiging geven.

Ymck DOTINGA is getrouwd met Sipke Hotzes MINNEMA die in 1455 vermeld wordt als grietman van Leeuwarder Nijland, zv Hotze MYNNEMA en Frouck WIARDA. Zijn vader Hotze is een broer van de Houcke MYNNEMA die in 1406 als grietman (“in de Bacuwa”) staat vermeld. Uit het huwelijk van Ymck en Sipke is de zoon Frans Sipkes MINNEMA geboren, overleden in 1512, genoemd in 1502 als grietman van Leeuwarderadeel, vanaf 1500 ook als olderman van de stad Leeuwarden. De stad Leeuwarden (Vetkoopers) was weinig populair in de rest van Friesland en zeker niet in Westergo (Schieringers). De binnenlandse twisten tussen Schieringers en Vetkoopers liepen vaak hoog op. Leeuwarden als markt- en handelsstad had beschermde toegangsvaarten/-wegen nodig en was naar het zuiden en westen toe in concurrentie met o.a. Franeker en Sneek. Meer dan een eeuw duurden de onderlinge moorden en gevechten, ook nog na 1481. Maar per 21-10-1481 werd in ieder geval tussen de warengilden en de gemeente Leeuwarden met de olderman en hoofdeling Sipke MINNEMA die (kennelijk al ruim 25 jaar) zeggenschap hield over het Leeuwarder Nieuwland een schikking gemaakt. Volgens beschrijvingen werd hij “onderworpen”, maar ik vind geen veldslagen gemeld. Zeker lijkt wel dat de inmiddels vermoedelijk bejaarde Sipke de realiteit onder ogen zag: het botweg tegenhouden van Leeuwardense handel in en met Westergo was onverstandig en leidde alleen maar tot verdere onzinnige twisten. Zijn invloed binnen het Nieuwland en de schikking met de gilden en het stadsbestuur van Leeuwarden had tot gevolg dat Leeuwarden in redelijke rust met de aanleg van grachten rondom de stad, ter beveiliging, kon beginnen. Dit stadsgrachtproject kon pas ca 1497 worden voltooid, omdat nieuwe problemen ertussen kwamen. Frans MINNEMA, zoon van Sipke en Ymck, volgde het spoor van zijn vader en koos geheel partij voor Leeuwarden, werd olderman in het stadsbestuur en ging in de stad ook wonen (MINNEMA-huis).

Volgens meldingen is Ymck DOTINGA in 1482 overleden en Sipke MINNEMA in 1483. Hun zoon Frans Sipkes MINNEMA, getrouwd met Tryn LIAUWCKAMA, wordt onder het bewind van de Hertog van Saksen een belangrijk medebestuurder: rentmeester van het Bildt, grietman van Leeuwarderadeel (1502), olderman van Leeuwarden. Onder de stadhouder graaf Hendrik van Stolberg-Wernigerode is hij 1504-1506 mede-regent van Friesland. Ook Tryn LIAUWCKAMA overlijdt in 1512 en tevens het kind (zoon) uit het huwelijk. Het erfgoed valt toe aan de moeder van Tryn: Luts (Luttzie) LIAUCKAMA, dv Juw HARINXMA, weduwe van Schelte LIAUCKAMA. NB: Juw HARINXMA en Schelte LIAUCKEMA waren “heerschap te Sneek”. Door de oorlogs-situatie vlucht Luts in 1514 van Sneek naar Leeuwarden. Kleinzoon Sicke komt in 1523 weer naar Sneek om in familierechten te worden hersteld. Schelto Lyauckema is in 1503 te Sneek overleden en begraven. Luts was sindsdien weduwe en enig erfgename, in eerste instantie, van allerlei goed en titel. In haar testamenten (1527/28) is ze heel precies. Ze overlijdt 21-12-1528: “Op S-Thomisavont sterff vrou Luttie oft Lutz Haarsma, Schelto Lyauckema wijff, tot Sneek begraven.” Haar dode lichaam moet, haar wilsbeschikking, naar Sneek worden gebracht om daar te worden begraven. En dat gebeurt.

Bij de nazaten van Offke en Luts komt tweemaal de naamsverwisseling tussen BAERDT en AESGAMA voor. Het is mij op dit moment nog niet duidelijk wat hier achter steekt. Katryn (Baerdt of Aesgama), weduwe van Fedde DOTINGA, heeft een broer Sybren Doekesz BAERDT die in 1527 overlijdt, vóor het overlijden van Fedde: “den 18 Apr. dat was doen Paesch Maendach sterff Heer Sibren, Doecke Douwama zoon, pastoor tot Marssum.” Bijna 100 jaar later, het kerkgebouw is van rooms-katholiek hervormd geworden, wordt in het rekeningboek van de Hervormde kerkvoogdij (1624) bij de verkoop van een graf in de kerk voor een nieuwe bestemming “de steen van AESGAMA” genoemd. De zerk wordt geruimd maar bleef bewaard. Zerk van gele zandsteen; vierpassen, waarin de tekens der Evangelisten; totaal afgesleten Gotisch randschrift; binnen de rand een miskelk met hostie; daaronder een gedeeld wapen, waarin links flauwtjes zichtbaar een ster boven een wassenaar. Gelet op het wapen (voor zover zichtbaar gelijk aan het wapen Baerdt) en in aanmerking nemende de naamsverwisseling van Baerdt en Aesgema, menen we hier de zerk te hebben van Heer Sybren Doeckesz. Baerdt. (bron: Grafschriften Marssum)

Andere voorlijnen DE JONG-kwartier (deelinformatie): 106392. Gerrold Mintjes (Minthyezn, Mintsjes), geb ca 1481 (of 1460?), ovl voor 1540 106393. Siouck Hessels Ouders van: Hoyte Gerrolts (WALPERT) (kw 53196)

PM: Palstra-com. Volgens deze bron was er nog een andere zoon: Doede Gerrolts Walpert, gehuwd (1) met Lolck, en (2) met Jayts. Uit huwelijk met Lolck een dochter Rixt Doededr die voor 1548 is getrouwd met Focke Sybrandts UNIA, kleinzoon van Keympe VAN UNIA (1460-1481) en Frouck AMAMA. Uit huwelijk van Rixt en Focke een zoon Frans Fockes UNIA.
— Van 1554 tot 1561 is Doeko Gerardi WALPERT grietenijsecretaris te Baarderadeel (grenzend aan Hennaarderadeel). Was dit dezelfde persoon? Broer van Hoyte (kw 53196)? De WALPERT-naam is verbonden aan de Walpert-zathe te Wommels (Hennaarderadeel) die door Hoyte, mogelijk in 1536 is gekocht (van Botte Bottes). De naam is na Hoyte en Doede (Doeko) niet meer als “familienaam” in gebruik. Het is onduidelijk wat er na 1568 (oorlogsjaren) gebeurde. Wij zijn nazaten van Hoyte.

  1. Jorryt Hereszn, geb rond 1481, ovl voor 1554, hoogstens 70j oud, wonend te Goïnga (Wymbritseradeel), gehuwd met
  2. Liupck (?), ovl na 1554

Ouders van: Goethie (Gooitse?) Jorrits, geb rond 1512, ovl na 1578, minstens 66j oud, wonend te Hallum (Ferwerderadeel), gehuwd met Tyam Heerckes, dv Heercke Jacobs. Volgens “Quaclappen”-register verkoopt Tyam in 1569/70 een boerderij in de Poelen (bij Dronrijp). En verkopen Goethie en Tyam in 1571/72 land te Dronrijp. Zijn ze als renteniers naar Hallum verhuisd? Here Jorrits (kw 53198) N.n. Jorrits, geb ca 1518, gehuwd met Jetthie Sickes Eelck Jorrits, geb ca 1521, dochter, tr (1) Wybe Sickes, tr (2) ca 44j oud, met Hanck Sybrens. Deze Hanck ovl tussen 1600 en 1606 te Goïnga (Wymbritsaradeel).

In 1544 koopt Jorrit Heres land te Gauw (Gausteragoet) bij Goïnga. In 1550 vermeld als (tegen-)pleiter in gedingen. De zonen Goetthie (Gooitse?) en Here Jorrits vertegenwoordigen 27-11-1553 en 9-2-1557 de erfgenamen van vader Jorrit Heres. In 1559 komt die erflating opnieuw ter sprake. Dan worden naast Goetthie en Here ook Jetthie Sickes en Wybe Sickes als erfgenamen genoemd. Jetthie, weduwe van derde zoon Jorrits, en Wybe gehuwd met Eelck Jorrits. PM: Palstra-com. Thomas Boersma Pedigree. Tresoar-forum (Margreet Huisman).

Fedde MERNSTRA wordt ook HAERDA genoemd. De naam “Mernstra” heeft misschien te maken met de getijstroom Marne die door het gebied bezuiden Harlingen stroomde. “Haerda” is nog niet verklaard (iets met Harlingen?). In 1498 rukte het huurleger van overste Fox tot ver in Barradeel (benoorden Harlingen) op. Daarbij werd de sate van Pybo HAARDA te Oosterbierum ingenomen en geplunderd. Pybo werd aan het paard gebonden en naar Bolsward afgevoerd. Misschien was hij zoon of kleinzoon van edelvader Fedde. Tijdens de eerste helft van de 13de eeuw begon men in Friesland de functies van scelta (schuldvorderaar, belastinginner) en asega (rechtspreker, toezichthouder bij juridische procedures) per gebied bij éen functie/persoon onder te brengen: de greetman of grietman. Het handschrift (1597) Tractatus de nobilitate door historicus Upco van BURMANIA, door zijn kleinzoon Upco bewerkt en gepubliceerd. H.W. Steenstra “Geschiedenis van Friesland” (1845), deel II pag 264. In testament 16-9-1476 noemt Sikke Oedsinga ook nog een tante DOEDE. Hertog Albrecht van Saksen-Meissen (1443-1500) is nauw bevriend met keizer Maximiliaan, voor wie hij diverse veldtochten onderneemt. In de periode rond 1490 bedwingt Albrecht het verzet in de Nederlanden. De kosten van deze operatie schiet hij voor, zodat de keizer bij hem in de schuld staat. Ter aflossing van een schuld van 275.000 guldens (tientallen miljoenen hedendaagse euri?) draagt Maximiliaan in 1498 de heerschappij (het gubernatorschap) over Friesland aan de hertog over. In 1499 (Maximiliaan overleden) staat opvolger Filips de Schone aan de hertog ook de rechten van Holland af, met recht van terugkoop (250.000 gulden door Bourgondië; en 100.000 gld door keizer). Friesland en Holland worden volgens deze schuldenrekening wellicht van evengrote waarde bevonden.
— Uiteraard laten de (weerspannige, vrije) Friezen de overdracht van heerschappij niet zonder slag of stoot gebeuren, tot en met de “Slag rond Franeker” van zomer 1500 waarbij ondermeer voorvader Sjoerd in de Poelen (kw 52850) omkomt. Albrecht had zijn jongste zoon Hendrik in Friesland aangesteld en was zelf naar Saksen vertrokken maar moest met een leger terugkomen toen de Friezen Hendrik in Franeker insloten. Zijn ingrijpen had succes. Op zijn terugkeer naar Saksen besluit Albrecht ook de stad Groningen te onderwerpen. In het legerkamp te Salwerd wordt hij echter ziek en vandaaruit haastig naar Emden overgebracht waar hij 12-9-1500 overlijdt, ca 57j oud.
— De zoon Hendrik van Saksen, met Leisenach als stadhouder, blijft door de Friezen gehaat. Zijn terreurbewind met steeds hogere belastingheffingen brengt hem opnieuw in grote problemen. Na vier jaar moet hij zijn positie overdragen aan zijn oudere broer Gregorius van Saksen. Het “bezit” van Friesland had de Saksische hertogen rijkdom moeten opleveren. Maar onder Hendrik lukte dat niet. Gregorius heeft de oplossing om in Friesland het leenstelsel in te voeren, zoals elders gebruikelijk: de grootgrondbezitters dragen hun eigendommen over “aan de heer” (in ruil voor bescherming) en krijgen het dan “in leen” terug. De Friezen wijzen dit idee subiet af. Gregorius benoemt de graaf van Stolberg tot stadhouder die, anders dan voorganger Leisenach, geen politiek van belastingheffing met onduidelijk doel voert. Onder zijn leiding wordt veel geinvesteerd in verbetering van de vaarwegen. Met economisch doel. Frans Sipkes MINNEMA is als medebestuurder van belang.
— Stadhouder graaf VAN STOLBERG en medebestuurder Frans MINNEMA zijn enkele jaren (de graaf overlijdt 1508, Minnema 1512) van belang voor de ontwikkeling van Leeuwarden als Friese “hoofdplaats”. Beiden omschreven als hoog van bloed en edel van karakter, die “oock met alle mogelijke vlijdt sochten den ere van de Ffurste en het walfaeren van de Freschen landen”. Door hun overlijdens 1508/1512 hadden zij geen inbreng meer bij verder “walfaeren”. In Friesland ontstond opnieuw ellende. In november 2007 binnen Tresoar-forum een korte uitwisseling over de WALPERT-lijn. Vulde info aan maar leidde niet tot “vaste” duidelijkheid. Achterhaalbaar gebleven meldingen zijn er misschien niet en nooit geweest.

Generatie 18 — Detail

Generatie 18 (edel-ouders, 131072-262143)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Arent (Aernt) Hugenszn (VAN DER WOUDE), bezit sate (boerderij) in het Schieveen (Overschie), benoorden Rotterdam, gehuwd met
  2. Geertruyd Pouwelsdr (VAN ALKEMADE), zij bezit land te Berckel, benoorden Rotterdam, ca 1350

Ouders van: Pouwels Aerntsz (kw 85760).

In de tijd van leven van Arent en Geertruyd ontstaan in Holland “de Hoekse en Kabeljauwse twisten”. Het Hollandse gravenhuis is rond 1300, na vier eeuwen, uitgestorven. De aanspraken gaan over naar “de koude kant”, via huwelijk van Hollandse graafdochter met Henegouwse graafzoon (in België). De oom of neef Jan VAN HENEGOUWEN verdedigt het Hollandse en Zeeuwse erfgoed tegen de aanspraken die Engeland en Frankrijk erop maken. Zijn zoon Willem VAN HENEGOUWEN wordt graaf van Holland en raakt bekend als een heel goede bestuurder. Hij huwelijkt zijn dochters uit aan zonen van belangrijke partijen. Dochter Margaretha bijvoorbeeld aan een zoon van de hertog van Beieren. Die zoon wordt (toevallig) keizer van het Duitse Rijk, een tiental jaren lang. Haar jongere broer Willem VAN HENEGOUWEN (de tweede) erft van zijn vader de graaftitel in Holland. Hij is bekend als militair. Betrokken bij allerlei veldtochten, oa in Polen/Litouwen. Dat kost veel geld. Als graaf van Holland verslaat hij de bisschop van Utrecht en vaart hij hierna de Zuiderzee over om de Friezen te onderwerpen. Deze inval in Friesland “Slag bij Warns” (1345) loopt voor hem en talrijke “Hollandse edelen” falikant af. Hij sneuvelt en anderen met hem.

De VAN ALKEMADE-naam is in verband te brengen met het gelijknamige hof te Warmond (Sassenheim), aan de Kagerplassen benoorden Leiden. Floris VAN ALKEMADE (ook: VAN SASSENHEIM), ovl in 1310, had deze hoeve in bezit. Van hem zijn twee zonen bekend: Floris VAN ALKEMADE (ovl ca 1334) en Hendrik VAN ALKEMADE (ook: VAN POELGEEST), ovl ca 1319/20. Van beide zonen een zoon Floris. De zoon Floris van Floris trouwde met Hildegarde, dv van Gerard DEVER. De zoon Floris van Hendrik, Floris VAN ALKEMADE Hendrikszn, trouwde met Ada VAN WOUDE, en was vermoedelijk rentmeester van Kennemerland. Over een zoon Pouwels (of Paulus), mogelijk derde zoon van de eerstgenoemde Floris VAN ALKEMADE, ontbreken gegevens. Geertruyd te beschouwen als dochter van deze Pouwels.

  1. Daniel Willems, Dordrecht, ovl in 1401, gehuwd met
  2. Soete Willemsdr VAN BEVEREN, ovl in 1437

Ouders van: Willem Bever Danielsz (kw 97648) De naam VAN BEVEREN is via de vrouwelijke lijn in de familie gekomen. Na het overlijden van Daniel in 1401 is Soete getrouwd met Gijsbrecht Neijsse Wouters VAN GENDEREN. Ze woonden in het huis “De Drie Coningen” bij de nieuwe brug in Dordrecht. Op 4-10-1431 stichtte zij het Sint Elisabethsaltaar (Van Beverenkapel) in de Grote Kerk.

  1. Liefman Willemsz, geb ca 1370, ovl voor 1432, door de heer van Putten beleend met Weede (1399) en met de tienden van Zeldert (1403). Gehuwd in 1403 met
  2. Nn VAN DER WEEDE, geb ca 1375.

Ouders van: Catharina Hendricks VAN WEEDE (kw 97649)

  1. Hendrick, in 1404 inwoner van Gorinchem 195309.

Ouders van: Screvel Hendricks (DE JOODE) (kw 97654)

  1. Jan SNOUCK, in 1404 vermeld als schepen van Gorinchem 195313.

Ouders van: Henrick Jansz SNOECK (kw 97656)   196272. Doen Beijensz (Doedijn Beyensz, Doen Beijensz de Oude), geb ca 1390, ovl voor 11-9-1452 te Poortugaal, leenman van de Hofstad Putten, in 1429-1434 en in 1445 vermeld als leenmangetuige voor de heer van Putten. Gehuwd met 196273. Margriet Heijndricks, ovl 1446. Dochter van Heijndrick en Suetkin.

Er is geen melding dat of wanneer hij beleend werd met het leenland van zijn vader. Op 1-4-1429 wordt Doedijn Beijens na opdracht uit eigen beleend met 2 gemet land aan de Hofweg te Poortugaal, vervolgens treedt hij ook op als leenmangetuige voor de Heer van Putten. Dit wijst er op dat hij voor zijn vader in de plaats kwam. Op 21-9-1434 zegelt hij bepalingen inzake dijk- en waterschapsrechten en in 1436 wordt hij genoemd als medebedijker van het Oudeland van Strijen. In de nacht van 18 op 19 november 1421 had een grote storm met vloed (de Sint-Elizabethsvloed) voor grote overstromingen gezorgd. In de jaren daarna kwamen regelmatig ook hevige stormen voor en de toestand van de dijken voorzover die er nog lagen, was meestal slecht. Als gevolg van de burgeroorlog (Hoeken en Kabeljauwen) werd er lang te weinig gedaan, maar nadat op 12 april 1433 Jacoba van Beieren haar aanspraken opgeeft en Philips van Bourgondie Holland en Zeeland inlijft, wordt het politieke klimaat een tijdlang rustiger. De dijkverbetering krijgt direct meer aandacht en Doen Beijensz krijgt daarin rond Poortugaal een verantwoordelijke rol. Gaandeweg krijgt hij meer percelen tot zijn beschikking. Rond 1450 maakt hij testament en vestigt zijn memorie op 2 gemet land in de Versnellehoek (Nieuw-Rhoon), te versterven op zijn zoon Beye Doens. Hij overlijdt voor 11-9-1452 want op die datum wordt zoon Beije Doens (kw 98136) beleend met het leenland van zijn vader. Voor Margriet Heijndricks, overleden in 1446, was een memorie gevestigd op 4 lijn land achter de kerk van Poortugaal. Dit werd later deel van de Grote Memorielanden aldaar.

Uit het huwelijk: - (1) Beijen Doens. ZIE kw 98136. - (2) Aechte Doen Beyenzoonsdochter. Vermoedelijk ongehuwd gebleven. Sticht memorie, verzekerd op 2 gemet land in Oedenvliet (= Hoogvliet), genaamd Vranckenland, te versterven op haar zuster Ariaen Doen Beyenzoonsdochter, gehuwd met Dirck Westgeest, burgemeester te Rotterdam, en vervolgens op de oudste en naaste nakomelingen van haar vader. Deze bepalingen moeten in jaren voor 1-7-1461 zijn neergeschreven omdat haar zus en de man van haar zus op die datum beide al overleden zijn. (Westgeest = Oegstgeest?) - (3) Ariaentge Doen Beyenszoondochter, ovl voor 1-7-1461, de datum waarop haar broer Beijen wordt aangesteld als voogd over de kinderen van haar en haar ook overleden man Dirck van Oegstgeest, in leven burgemeester van Rotterdam. (Oegstgeest = Westgeest?) Het echtpaar laat o.a. 48 gemet land te Poortugaal na. Ariaentge had haar memorie bepaald op 2 gemet land aan de Moelenweg (Molenweg) te Poortugaal, te versterven op haar jongste kind. Door de weeskamer van Rotterdam worden op 24-4-1475 de laatste rentebrieven en juwelen aan haar kinderen overhandigd. - (4) Huych Doensz, kinderloos overleden. Memorie gevestigd op 2 gemet land, genaamd Huych Blixsland, te versterven op Beye Doensz en vervolgens op de oudste en naaste van Doen Beyensz.

c) De JONG-kwartier (Friesland)

  1. Doeke DOTINGA (DOETINGA of nog anders geschreven) 209405.

Ouders van: Hette Doeckes DOETINGA Offcke Doekes DOTINGA (kw 104702)

Er zijn redenen om aan te nemen dat Doeke DOTINGA in deze kwartierstaat in 18de voorgeneratie als voorvader mag worden genoemd. Volgens genealogisch gebruik: edelvader. Echt “edel” mogen we hopen dat hij was. In zijn eeuw knuppelden de “kerels” (hoofdelingen ook wel genoemd) elkaar met behulp van andere hoofdelingen, hangjongeren en te wapen geroepen personeel regelmatig dood. Dat gebeurde niet alleen in Friesland. Ook in Holland en Gelre en elders in de wereld. De introductie van nieuw wapentuig, geleerd bij de kruistochten (musketten en kanonnen: vuurwapens), was een factor die meespeelde. Maar onderling geruzie en vaak meedogenloos verweer en wraak leidde tot overdadig geweld, met nieuwe en oude wapens, dat moeilijk viel af te remmen. Dit duurde tot en met de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) die veel veranderde. Maar ook niet alles.

De naam van Doeke DOTINGA vinden we expliciet vermeld bij nieuwsbericht uit 1444. In de onderlinge strijd om vrijere handelswegen (handelsvaarten) rondom Leeuwarden was Sjoerd GROVESTINS te Engelum, enkele kilometers noordwestelijk van Leeuwarden, een irritante dwarsligger. Hij barricadeerde een belangrijke route. De Grovestins was een versterkte plaats, een der sterksten in gansch Friesland. Een vooruitgeschoven bolwerk van de Schieringer-partij. In de zomer van 1444 werd de stins onverhoeds stormenderhand aangevallen en bemachtigd. Sjoerd GROVESTINS en zijn zoon werden gevangen genomen, die zij op Sjaardema huis te Franeker in bewaring stelden. Aan de overval en verovering van de Grovestins deden Doeke en zijn broer Abbe DOTINGA mee met opgetrommeld manvolk: Sikko en Douwe SJAARDEMA, Doeke en Abbe DOTINGA, Rommert GABBINGA, Keimpe UNIA, Lieuwe OEDSMA, Worp JUCKEMA, Rienk KAMSTRA, Sikko MARTENA, Ruurd ROORDA, Gerrolt HERAMA en “eene menigte van hunne vrienden en hunnen aanhang”.

Bijna 20 jaar later terroriseerde de Schieringerpartij (Donia-oorlog) het gebied bezuiden, tussen Sneek en Akkrum, Rauwerderhem. Daar werd o.a. de AESGAMA-state aangevallen en veroverd en als uitvalsbasis gebruikt. Verband tussen deze AESGAMA’s en latere meldingen van AESGAMA’s nog niet gevonden.

  1. Fedde MERNSTRA (HAERDA) ), geb ca 1400, woonde te Pietersbierum (zusterdorp van Sexbierum, grietenij Barradeel, aan de NW-Waddenkust boven Harlingen), trouwt met
  2. Catharina

Ouders van: Luts Feddes Mernstra (Haerda) (kw 104703) en wellicht ook van Lolle MERNSTERA die vanaf 1463 grietman was van Barradeel.

xxxxxxxxxxx

Edelvader Fedde MERNSTRA wordt ook HAERDA genoemd. Het is nog even onduidelijk vanaf wanneer en of dit al Fedde betrof. De HAERDA (Haarda, Handa) state bevond zich bij Oosterbierum (Barradeel) en kan via huwelijk binnen de familie zijn gekomen. In 1498 rukte het huurleger van overste Fox tot ver in Barradeel op. Daarbij werd de sate van Pybo HAARDA te Oosterbierum ingenomen en geplunderd. Pybo werd aan het paard gebonden en naar Bolsward afgevoerd. Misschien was hij een zoon of kleinzoon van Fedde.

De oudere naam MERNSTRA kan te maken hebben met de getijstroom Marne die door het gebied stroomde. De inpolderingen zorgden voor nieuw landbouwgebied waarop diverse stinsen ontstonden. Naar de HAERDA-stins “nam het geslacht MARNSTRA of MERNSTRA in later tijd de naam van HAARDA aan”.

Notities: - De naam MERNSTRA komt na 1500 nauwelijks meer voor, de naam HAARDA overweegt. Soms nog gekoppeld aan de eertijdse naam. - Piso HAARDA was een van de ondertekenaars van het Verbond der Edelen uit 1566 dat zich keerde tegen de inquisitie en de plakkaten van het “Spaanse bewind” en dat mede aanleiding was tot de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).

Generatie 18 bestaat uit zo’n 130.000 personen, 65.000 echtparen. Ze hebben voornamelijk in Friesland dan wel in Holland gewoond, twee regio’s die in de periode van eind 14de eeuw toen onze edel-ouders leefden, vijandig tegenover elkaar stonden. Daar ging al een lange historie aan vooraf. Maar nadat in september 1345 de onverstandige graaf Willem IV van Holland met een vlootleger de Zuiderzee was overgestoken, bij Stavoren aan land was gegaan om Friesland definitief te onderwerpen en daarbij meteen met zijn leger in een hinderlaag liep (de Slag bij Warns) en samen met een groot aantal edelen sneuvelde, was de wraakbehoefte aan Hollandse kant extra vergroot. Op het niveau van de machthebbende families, in ieder geval. Onze Hollandse resp. Friese edel-ouders dachten er wellicht anders over of bemoeiden zich er niet mee. Kenden elkaar niet eens.

Omdat Willem IV geen mannelijke nakomeling had, ging de grafelijkheid over Holland en Zeeland (en de claim op Friesland) over naar zijn zus Margaretha van Henegouwen, getrouwd met Lodewijk van Beieren die in het Duitse rijk met de keizerstitel stoeide. Jonge zonen van Margaretha werden als waarnemers aangewezen, kregen ruzie met hun moeder en in Holland barstten de Hoekse en Kabeljauwse twisten los met vele nare gevolgen. Onze edelouders en edel-grootouders in Holland, vooral rond Den Haag, zaten daar maar mee in die tijd. De jongste zoon van Margaretha van Henegouwen, Albrecht van Beieren, die in 1357 het bewind kreeg toegewezen, nadat zijn broer Willem (V) er behoorlijk gek van was geworden, stelde zich diplomatieker op, maar met een hardhandig politietoezicht op de achtergrond. Rond Den Haag werd het leven draaglijker. Albrecht zorgde zelfs voor een hofleven en dat Den Haag residentiestad werd is aan hem te danken. Redelijk goede tijden voor onze edelouders in de nabijheid van Den Haag.

In 1392 wordt Albrecht van Beieren razend van woede. Hij (geboren 1330 te München) was als 60-jarige aan het Haagse hof smoorverliefd geraakt op de schoonheid, jonkvrouwe Aleid VAN POELGEEST. Zijn omgang met dit meisje was zo intiem en hardnekkig dat zoon Willem (VI) vreesde dat er kindjes van zouden komen en dat hij in zijn erfrechten vreselijk geschaad zou kunnen worden. Wat er precies aan complotten werd gesmeed is onduidelijk of elders te lezen. Zeker is wel dat de jonge Aleid, 22 jaar, bij een zondagse wandeling over het Buitenhof te Den Haag, 22 september 1392, samen met haar lijfwacht wordt overvallen en door messteken gedood. Albrecht vermoedde (of wist vrijwel zeker) van welke kant de moordenaars kwamen en stuurde er zijn mannen op af. In die tijd wordt rond Den Haag weer terreur uitgeoefend en worden veel huizen verwoest of verbeurd verklaard.

De woede van Albrecht strekt zich ook uit in noordelijke richting omdat hij weet dat in Friesland veel verklaarde tegenstanders van hem een (tijdelijke) onderduik kunnen vinden. In 1395 besluit hij tot een invasie. In de twintig jaar ervoor had hij zich al zwaar geërgerd aan de piraterij op de Zuiderzee van Friese en Kuinderse kant. In 1381 had hij zich de eilanden Urk en Schokland (Emmeloord) toegeeigend, die zogenaamd tot de heren van Kuinre behoorden en door deze heren als uitvalsbasis voor de zeestroperij werden benut. Begin 1396 maakt hij een afspraak met de zittende heer Herman II van Kuinre om (ver oostelijk van Warns) in diens gebied aan land te kunnen gaan om vandaaruit Friesland in te trekken. Zo gebeurt in augustus 1396. In de slag bij Schoterzijl sneuvelen in twee dagen tijd ruim 1600 Friezen, volgens de verhalen. Een complete overwinning voor Albrecht die zijn leger daar laat overwinteren. Herman van Kuinre schijnt een dubbelrol te hebben gespeeld en wordt gevankelijk naar Holland afgevoerd. Het slot te Kuinre en de bezittingen worden geplunderd. Na Schoterzijl vinden geen grote veldslagen meer plaats omdat noordelijk Friesland daartoe niet bereid is of de legers niet kan vormen. In 1398 erkennen Kuinre, de Stellingerwerven en Oostzingerland (Lemsterland) Albrecht als hun heer. Na het overlijden van Albrecht in 1404 kan de bisschop van Utrecht de aanspraken op het gebied vernieuwen.

In Holland verhevigen zich de Hoekse en Kabeljauwse twisten (rond Jacoba van Beieren, kleindochter van Albrecht) en de aandacht voor Friesland vanuit Holland nam weer een tijd af.

Bijna een eeuw later wanneer ook de Friezen zich onderling bestoken in twisten, Schieringers en Vetkopers, en Groningen (bisschop van Utrecht) Oostergo bezet, roepen de Schieringers (Westergo) een verre opvolger van Albrecht van Beieren te hulp, Albrecht van Saksen. Dit leidt tot een bezetting van heel Friesland voor enkele tientallen jaren, de “vrijheidsstrijd” onder “leiding” van Grutte Pier en dat soort zaken. Maar dan zijn onze edelouders in Holland zowel als Friesland allang overleden en hebben jongere generaties met deze kwesties te maken. Een aanvulling hierna.

  1. Minthie (Mintze, Menso), geb ca 1430 midden-Friesland 212785.

Ouders van: Gerrolt Minthies (kw 106392) Douwe Minthies Gosse Minthies Fed Minthies Tryn Minthies Gotk Minthies Doed Minthies PM: Palstra-stamboom (palstra.com).

  1. Here (mogelijk: Hera Mynnaz te Goïngarijp (Doniawerstal, FR) aan het Sneekermeer), geb ca 1450 212793.

Ouders van: Jelte Hereszn Foppe Hereszn Jorryt Hereszn (kw 106396) PM: Palstra-stamboom.

JAN & HILLIE: DONIA-connectie


Edelouders van zwager JAN DE LEEUW (1941-2002) zijn o.a. Syrck DONIA (Harinxma) geweest en diens vrouw Auck Benedictus DONIA. Voor de kinderen van zus Hillie zijn deze Syrck en Auck dus twee van hun rond 260.000 edelgrootouders. Over die twee zijn historische meldingen bewaard, bijvoorbeeld omdat de vader van Syrck heerschap te Heeg was en in de strijd tegen hertog Albrecht van Beieren, zie hierboven, optrad als potestaat van Westergo (legeraanvoerder).

Tijdens de slag bij Schoterzijl (29 augustus 1396) sneuvelt de toenmalige legeraanvoerder van de Friezen, Juw JUWINGA. Omdat Albrecht vanwege de winters, het drassige terrein en geldgebrek het grootste deel van zijn leger weer naar Holland verscheept en slechts enkele bezettingen achterlaat, kunnen de Friezen zich herorganiseren. Maar ze zijn ook verdeeld door (regelmatig) bloedige vetes, de zogenaamde strijd tussen Schieringers en Vetkopers, en allerlei eigenbelang. Een nieuwe “potestaat” is moeilijk te vinden.

Uiteindelijk besluit men er eentje voor Oostergo te benoemen, de “Vetkoper” Sjoerd WIARDA van Goutum, en eentje voor Westergo, de “Schieringer” Haring HARINXMA van Heeg. Ook bekend als Haringh DONIA (thoe HEEG). Vader van Syrck DONIA (Harinxma) en edelgrootvader van Theunis-Jan en Ellen DE LEEUW.

Er gebeurt nog een heleboel en door de kleinzonen van Haringh woedt er in Midden-Friesland nog even een bloedige “Donia-oorlog” (Schieringers tegen Vetkopers). Maar dat verhaal is elders beschreven. Haringhs kleindochter Ael Syrcks van DONIA trouwt met een waarschijnlijk wat minder vechtlustige Merck die als zwager (vererving via Ael) aan de Donia-bezittingen wordt geliëerd. Via vrouwelijke lijnen komen we vervolgens bij de Stellingwerfse grietman Eyse Jan Willems van Terwisga die trouwt met een achterkleindochter van Merck en Ael. Dan zit je begin 16de eeuw. Zeven generaties later trouwt Grietje Wiebes VAN TERWISGA met Tjepke Hendriks BUWALDA (boer te Het Meer), betovergrootouders van Akke BUWALDA, de moeder van Jan DE LEEUW. De Friese vrijheidsstrijder Grutte Pier wordt ook DONIA genoemd, naar de naam van zijn boerderij “Donia-state”. Er is geen bewijs dat hij persoonlijk stamde uit de Donia-lijn zoals hierboven bedoeld. PAGE 90 3 Werkdocument 1 Omendebij en vóor 1700 – april 2003

PAGE 9 3 Werkdocument 2008

Werkdocument 2008

Generatie 19 — Eerder (herzien)

Generatie 19 (edel-grootouders, 262144-524287)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Hughe (Hugo II) VAN DEN WOUDE, geb ca 1295, gegoed in Rijswijk en in Sint Maartensrecht in Delfland, in 1346 vermeld als een van de raadsheren van keizerin Margareta.
  2. (enkele keer genoemd als dochter van Arent VAN DUVENVOORDE, maar dit lijkt de moeder van Hughe II te betreffen – verder onderzoek)

Ouders van: Aernt Hugenszn (kw 171520).

De geschiedenis van edelgrootvader Hughe VAN DEN WOUDE, vanaf zijn 50ste verjaardag, lijkt bepaald door het debakel van 26-9-1345 (“slag bij Warns”). Bij een aanval op Friesland sneuvelt de graaf van Holland met een groot deel van zijn gevolg. De graaf heeft geen opvolger, laat wel enorme schulden na. In de politiek van direct erop wordt Hughe vermeld als raadsheer van keizerin Margareta, oudste zus van de gesneuvelde graaf. Daarna in het gezelschap van haar zoon Willem VAN BEIEREN (13 jaar oud) die als voorlopige opvolger (“verbeider”) de graaftitel namens zijn moeder mag gebruiken. Hughe VAN DEN WOUDE is aanwezig te Geertruidenberg bij de dagvaart namens Willem VAN BEIEREN, begin 1347, en lijkt in zijn gezelschap (met militie) naar graafschap Zeeland te zijn getrokken (erg op Engeland gericht). De Zeeuwse havenstad Zierikzee werd beboet en Hughe VAN DEN WOUDE werd er mei 1347 door de graaf tot baljuw benoemd en achtergelaten. Binnen een maand werd hij in die functie door een tegenpartij overvallen en gevangen gehouden. Deze kwestie werd na een zestal weken bijgelegd (en de leider van de tegenpartij sneuvelde niet lang daarna). Hoelang Hughe nog als baljuw van Zierikzee hierna aanbleef, is niet bekend.

Keizerin Margareta is oudste zus van graaf Willem IV van Henegouwen, Holland en Zeeland die 26-9-1345 bij een inval in zuidwest-Friesland (“slag bij Warns”) samen met veel andere edelen om het leven komt. Omdat de graaf geen kinderen nalaat, wel veel schulden, en zijn jonge weduwe Johanna, dochter van de hertog van Brabant, mogelijk op advies van haar vader, direct vertrekt en laat weten van claims af te zien (behalve een pensioen uiteraard), ontstaat er een opvolgingskwestie. De gesneuvelde graaf heeft 4 zusters, zodat een zusterdeling van de nalatenschap moet worden overwogen. Koning Edward van Engeland laat al binnen enkele weken merken dat het graafschap Zeeland (belangrijke schakel in het handelsverkeer tussen Engeland en het continent) bij zo’n zusterdeling aan zijn echtgenote koningin Philippa zou kunnen/moeten toevallen, de tweede zus van graaf Willem. De oude graaf, Willem III, was een diplomaat en had zijn oudste dochters aan hoogmogende partijen uitgehuwelijkt. Margareta trouwt in 1324 met (dan al Duits keizer, diens tweede huwelijk) Ludwig der Bayer die leefde 1281-1347 (huis Wittelsbach), een aggressief persoon, door de paus van Rome in de ban gedaan. Bij de opvolgingskwestie na de dood van graaf Willem IV (“slag bij Warns”) reageert de keizer op de claims van de Engelse koning door te bepalen dat het om Duits leengoed gaat dat nu terug is gevallen aan de Duitse keizer en dat door hem opnieuw kan worden uitgegeven. En hij beleent 15-1-1346 zijn echtgenote Margareta met de graafschappen Henegouwen, Holland, Zeeland en de heerlijkheid Friesland, als opvolgster van haar broer Willem IV. Op dit “keizerlijk” besluit was door de tegenpartijen weinig weerwoord te geven, hoewel de rechtmatigheid niet algemeen wordt aanvaard. Margareta laat zich in maart 1346 te Henegouwen inhuldigen. Rond 13-4-1346 arriveert ze in Middelburg om haar aanspraak op Zeeland te regelen (Zierikzee lag dwars en er was dreiging van een Engelse invasie). Ze wordt bijgestaaan door minstens twee Zeeuwse raadsleden: Arnoud van Haamstede en Klaas Kervink van Reimerswaal. En liet direct Wolfert III van Borselen, heer van Veere, arresteren die tegen haar opponeerde. De namen van Heer Arnoud en Heer Wolfert komen hieronder in verband met Hughe VAN DER WOUDE in het verhaal terug. Een deel van de Zeeuwen zag de keizerin liever niet komen. Dat Margareta binnen een week na aankomst bij oorkonde van 18-4-1346 haar pas 4-jarige zoon Otto verzekert van het recht van opvolging in de heerlijkheid Voorne en het burggraafschap van Zeeland, bevestigt het wantrouwen bij deze tegenpartij. Margareta reist na twee weken in Zeeland door naar Holland: op 30-4-1346 is ze te Dordrecht en bevestigt ze daar de privileges van deze centrale handelsstad. Vervolgens trekt ze naar Den Haag van waaruit ze op 27-5-1346 alsnog ons lands ende onse steden in Zeelant een vrede opdraagt voor de duur van een jaar in verband met de oppositie die onse steden ende onse land van Zeelant verderven woude. Terwijl ze in Holland is (ze zal Zeeland niet meer bezoeken) achtervolgt haar de Zeeuwse kwestie dus nog en brengt haar tot deze, vrij loze, aansporing tot vrede voor een jaar. Te Den Haag probeert gravin Margareta verder de Hollandse steden voor zich te winnen. De privileges van havenstad Schiedam worden door haar op 28-5-1346 bevestigd, die van Amsterdam en Oudewater op 29 mei, van Leiden op 30 mei en van Naarden en Muiden op 31 mei. “Van andere steden in Holland zijn deze bevestigingsoorkonden niet overgeleverd. Aangenomen moet worden dat zij nooit door Margareta zijn afgegeven, want ook in ander opzicht openbaarde zich weldra een breuklijn tussen de steden en de vorstin.” Margareta liet in de drie maanden die ze verder te Den Haag verbleef andere maatregelen nemen om stadsbesturen voor zich te winnen. Maar: “De lijdzaamheid van de stadsbesturen tegenover haar bewind doet veronderstellen dat men bevreesd was voor de politieke en financieel-economische consequenties van de regering van de vrouw van de keizer.” Een sterke rol achter deze “lijdzaamheid” speelden hoogstwaarschijnlijk ook de enorme schulden die haar in Friesland gesneuvelde broer graaf Willem IV naliet, veroorzaakt door diens hofhouding en vele veldtochten. Men wilde eerst wel compensatie. Ook in mei 1346 bevestigt Margareta, samen met haar oom Jan van Henegouwen, die na de dood van Willem IV als legerleider en interim-manager in Holland verbleef, de landrechten van Zuid-Holland, Noord-Holland en Kennemerland. Geen buitenlandse oorlog meer ten koste van deze landen dan na voorafgaand overleg met en toestemming van onser ridderen ende knapen ende onse goede steden van Hollant. Zonder overleg en toestemming geen bijdrage aan een dergelijke oorlog. Verder moest Margareta beloven voortaan alleen welgeborenen als leden van de grafelijke raad of als zegelaar te benoemen: geen ter lande onbekende figuren.

Hugo VAN DEN WOUDE (VAN DER WOUDE) komt als raadslid van Margareta voor in juni 1346 (Den Haag) en september 1346 (Geertruidenberg) als mede-ondertekenaar van door haar uitgevaardigde oorkondes. Op 14-6-1346 te Den Haag samen met Jan DE MOILNAAR en op 27-6-1346 aldaar samen met Jan PERSIJN en Dirk (III) VAN BREDERODE. Op 1-9-1346 te Geertruidenberg samen met Jan DE MOILNAAR en Dirk (III) VAN BREDERODE en op 4-9-1346 samen met Jan DE MOILNAAR, Jan VAN NOIRTICH en Gerard VAN HEEMSKERK.

Hughe VAN DEN WOUDE wordt enkel in de zomermaanden van 1346 als lid van de grafelijke raad vermeld. Oorzaak is vermoedelijk het feit dat Lodewijk VAN BEIEREN, de Duitse keizer, zijn echtgenote Margareta in juli 1346 terugroept naar Duitsland. Lodewijk, inmiddels 60-plusser, had de keizerstitel al ruim een kwart eeuw (begonnen voor zijn huwelijk met Margareta) en was totaal niet bevriend met de paus van Rome. De keizerstitel (Rooms-Duitse keizer) had pauselijke instemming nodig en Lodewijk had die verspeeld. In 1332 was hij door de paus al “in de ban” gedaan. Wat Lodewijk niet verhinderde om als Duits keizer verder te gaan. In juni 1346 stuitte hij op de verkiezing van Karl IV, huis Luxemburg, zoon van koning Jan van Bohemen, als tegenkoning door de keurvorsten van Mainz, Keulen, Trier, Saksen en Bohemen. Paus Clemens VI steunde deze nieuwe kandidaat voor de keizerfunctie door de keizerlijke waardigheden aan Lodewijk gegund vervallen te verklaren. Keizer Ludwig der Bayer (1281-1347) roept Margareta die bezig is haar lenen in Henegouwen, Zeeland en Holland op orde te brengen naar Duitsland terug. Dat gaat niet zomaar. Keizer Lodewijk beslist dat hun zoon Wilem VAN BEIEREN, 13j oud, hertog van Beieren, onder begeleiding, naar Holland afreist om daar in de plaats van Margareta als gouverneur en toekomstig landsheer van Henegouwen, Holland, Zeeland en Friesland, te gaan functioneren. Margareta krijgt de tijd om haar vertrek uit de “erflanden” te regelen, maar wel zo spoedig mogelijk. Zij vertrekt vanuit Den Haag via Geetruidenberg naar Henegouwen. Bij oorkondes door haar begin september 1346 te Geertruidenberg uitgevaardigd is Hughe VAN DEN WOUDE als raadslid nog mede-ondertekenaar. Margareta vertrekt naar Henegouwen (raadslid Arnoud VAN HAAMSTEDE vergezelt haar), en voegt zich in november 1346 bij haar echtgenoot, keizer Ludwig der Bayer in Beieren, die 11-10-1347 overlijdt, ca 66j oud. Door zijn overlijden wordt Karel IV van Luxemburg de nieuwe keizer. Ex-keizerin Margareta bemoeit zich hierna weer met haar erfrechten in Henegouwen-Holland-Zeeland-Friesland, tegen de strategie rondom haar jonge zoon Willem (de Verbeider) in.

Na het vertrek van Margareta uit Holland september 1346 nemen de adviseurs rond zoon Willem (dan 13 jaar oud) de bestuurlijke leiding over. De eerste in zijn naam uitgevaardigde oorkonde is van 3-11-1346. Hughe VAN DEN WOUDE bleef misschien lid van de grafelijke raad maar als mede-ondertekenaar van grafelijke oorkondes wordt hij niet meer apart vermeld. Hij is wel aanwezig bij de algemene vergadering (dagvaart) van 27-1-1347 tot 13-2-1437 te Geertruidenberg o.l.v. Jan VAN HENEGOUWEN en Willem VAN BEIEREN. Daar doet de rekenmeester Ysebout VAN ASPEREN verslag van uitgaven en inkomsten. Het stadsbestuur van Zierikzee had geen gehoor gegeven aan de dagvaart. Op 7/8 februari leidt dit tot een veroordeling van de stad door de te Geertruidenberg aanwezige partijen en de oplegging van een forse boete (200 pond groten). Om orde op zaken in Zeeland te stellen trekken HENEGOUWEN en BEIEREN met gevolg, ondermeer Wolfert III van Borselen, heer van Veere, en Arnoud van Haamstede, heer van Moermond, maar kennelijk ook Hughe VAN DEN WOUDE, naar dit graafschap. Van 1-3-1347 tot 9-4-1347 is het gezelschap te Middelburg en worden allerlei maatregelen genomen om het gezag in Zeeland te herstellen. Hierna vertrekt men naar Haamstede op het eiland Schouwen, gelegen in de duinen ten noordwesten van Zierikzee. De stad geeft gehoor aan het bevel om een delegatie naar Haamstede te sturen zodat het op 16-4-1347 daar tot een overleg komt. Gevolg van het overleg is dat het grafelijk gezelschap zonder strijd te Zierikzee kan binnentrekken, waar het van 19-4-1347 tot 6-5-1347 verblijft. De privileges van de stad worden bevestigd, maar wel wordt bepaald dat jaarlijks de nieuw gekozen schepenen door de landsheer zullen worden benoemd en dat de op de dagvaart te Geertruidenberg gestelde boete door het stadsbestuur moet worden betaald (dit gebeurde ook tijdens de volgende maanden, 2400 gouden schilden). Daartegenover werd tegemoet gekomen aan een aantal fiscale bezwaren van de burgers van de stad en een regeling getroffen betreffende import vanuit Engeland. Na gedane zaken te Zierikzee vertrekt het grafelijk gezelschap naar Middelburg en vandaar naar Holland (Den Haag). In het graafschap Holland moesten de Kennemers en Westfriezen nog bedwongen worden die, zoals Zierikzee, meer op Engeland waren gericht dan op Duitsland.

Binnen een maand na vertrek van de graaf uit Zierikzee volgt er een schandaal. Op Schouwen komt Arnoud VAN HAAMSTEDE, heer van Moermond (Moermond: het gebied op Schouwen van Haamstede en Renesse, bij Renesse nog steeds het kasteel Moermond), vrij direct weer in conflict met het stadsbestuur van Zierikzee. De baljuw van Zierikzee is dan: Hugo VAN DEN WOUDE. Kennelijk enkele weken ervoor als zodanig door de graaf benoemd vanuit het grafelijk gezelschap en te Zierikzee als zijn rechtsvertegenwoordiger achtergelaten. Rond 2-6-1347 is baljuw Hugo met schepenen van Zierikzee naar Haamstede gegaan om een geschil met Arnoud bij te leggen. De delegatie wordt door Arnoud en zijn medestanders (waaronder ook burgers van Zierikzee) overvallen en gevangen gezet. De gijzeling duurt zes weken: 19-7-1347 vindt er een “verzoening” plaats tussen Arnoud van Haamstede, de stad Zierikzee en Hugo van den Woude. Arnoud VAN HAAMSTEDE moest al direct in juni (nog tijdens de gijzeling) zijn gedrag bekopen: zijn lidmaatschap van de grafelijke raad waaraan hij veel van zijn gezag ontleende werd onmiddellijk beeindigd. Wolfert III VAN BORSELEN werd zijn opvolger als belangrijkste raadslid in Zeeland. Arnoud sneuvelt voor 7-10-1347. In de partijstrijd hierna (Hoekse en Kabeljauwse twisten) gaan de twee families elkaar nog regelmatig te lijf.

Hughe VAN DEN WOUDE, edelgrootvader in onze kwartierstaat, was korte tijd baljuw van Zierikzee – indien het bij deze twee Hughes VAN DEN WOUDE om dezelfde persoon gaat - . Gegijzeld en weer vrij gekomen? Zijn naam komt in meldingen na 1347 niet meer voor.

Zoon Aernt Hugenszn (kw 171520) komt in verdere politieke verhalen (Hoekse en Kabeljauwse Twisten) niet bij name voor. Hij hield zich mogelijk buiten de twisten. Poldergeschiedenis tussen Delft en Rotterdam volgt in de voorfamilie.

  1. Willem Danielsz 390593. In 1420 te Dordrecht vermeld omdat hij iemand, per ongeluk, doodsloeg. De rechtspraak hieromheen kennen we niet. Enkel deze melding. Hij schijnt al wel een belangrijk burger te Dordrecht te zijn geweest. Ouders van: Daniel Willems (kw 1952

  2. Willem Jansz VAN BEVEREN, ovl te Dordrecht 24-6-1398, eigenaar van het schrootambacht (schoutambacht?) 390595. Ouders van: Soete Willemsdr VAN BEVEREN (kw 195297)

  3. Willem VAN DER WEEDE, geb ca 1340, ovl voor 1391, bastaardzoon van de heer van Strijen, gehuwd met Beele Janne Colvedr, relatie met

  4. Katerine Dircksdr VAN BREDA, vermeld in 1371

Ouders van: Liefman Willemsz (kw 185298)

  1. Beye Beyensz, leenman van de heer van Putten, vermeld 1395/96 392545.

In 1395/96 wordt Beye Beyensz vermeld omdat hij een stuk land langs de dijk tussen Poortugaal en de IJssel in pacht krijgt van Zweder van Abcoude, heer van Putten. Zijn vader Beye Rutghersz (kw 785088) is in die periode ook nog pachter en zelfs eigenaar van land rond Poortugaal, Spijkenisse, Pernis en Hoogvliet. Vader Beye is voor 1408 overleden en mogelijk ging een deel van diens rechten op Beye over. Samen met zijn moeder Lijsbeth (kw 785089) sticht Beye een memorie te Poortugaal, in de Vernelle Hoek.

Ouders van: Doe(dij)n Beyensz (kw 196272)

  1. Heyndrick
  2. Suetkin

Suetkin had samen met Floris Heyndrixz (waarschijnlijk haar zoon) een memorie in de kerk van Poortugaal. Ouders van: Margriet Heyndricksdr (kw 196273)

Generatie 20 (edelovergrootouders, 524288-1048575)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Hughe (I) VAN DER WOUDE, geb ca 1250, in 1281 vermeld
  2. Elsebien (Elsbeen) VAN DUVENVOORDE, geb ca 1268 te Wassenaar, ovl 1315

Ouders van: Hughe (II) VAN DER WOUDE (kw 343040)

Hughe (I) VAN DER WOUDE wordt in 1281 vermeld omdat hij 10 morgen land te Ockenburg in leen krijgt van de graaf van Holland (dan: Floris V). Ockenburg ligt in het Westland aan de kust bij Loosduinen en Monster. Het leengoed te Ockenburg is in de buurt van het leengoed Polanen dat Jan VAN DUVENVOORDE, oom van Elsebien VAN DUVENVOORDE, eerder van de graaf in leen kreeg. Via Jans kleinzooon Jan ontstond de VAN POLANEN-tak.

NB: In de verder nog spaarse gegevens over Hughe (I) VAN DER WOUDE wordt geen naam van echtgenote vermeld. In een enkele genealogie wordt gesteld dat Hughe (II) VAN DER WOUDE gehuwd was met een dochter van AREND VAN DUVENVOORDE. Haar voornaam niet vermeld. Gezien de jaartallen en de aanwezige Arenden in die tijd, lijkt het me mogelijk dat die bewering niet klopt. Mijn stelling: Hughe (II) was zoon van een dochter van Arend, en die dochter, Elsebien, was getrouwd met Hughe (I).

  1. Jan Willemsz VAN BEVEREN, koopman in huiden en vetten, vermeld te Delft 1343/70, gehuwd met
  2. Soete

Ouders van: Willem Jansz VAN BEVEREN (kw 390592)

  1. Willem VAN DER WEEDE, geb ca 1310, leenman van de heer van Putten, vermeld in 1343 en 1353. 781193.

Vermoedelijk was deze Willem VAN DER WEEDE voor graaf Willem IV actief als deurwaarder/fourier/kwartiermaker en ging hij mee om de inkwartiering van de graaf en zijn gevolg te regelen bij diens veldtocht in 1343/44 naar Pruisen “om tegen de heidense Litauers te strijden”. Graaf Willem IV had in zijn korte bestaan als graaf van Holland (1337-1345) heel wat deurwaarders/fouriers/kwartiermakers nodig.

Ouders van: Willem VAN DER WEEDE (kw 390596), geb ca 1340

  1. Mr Dirck VAN BREDA 781195.

Ouders van: Katerine Mr Dircksdr VAN BREDA (kw 390597)

  1. Beye Rutghersz, ovl voor 1408, vermeld als landpachter te Poortugaal en Spijkenisse en landeigenaar te Hoogvliet
  2. Lijsbeth

Ouders van: Beye Beyensz (kw 392544)

Beye Rutghers komt regelmatig voor in de administratie van de heer van Putten en Strijen (sinds 1361 was dat Zweder VAN ABCOUDE). Hij pacht 8 lijn land te Poortugaal in 1378 (ook vermeld 1379 en 1381-1398), de bieraccijns te Poortugaal (1379), met twee partners (Heyn Bet en Arnt Dircxz) 6 gemet land aldaar (1379), met Jan Dericxz de buitenlanden het Oostbroeck en Backersoord bij Pernis (1383, 1384), 2 gemet en 7.5 roede land te Poortugaal (1385), 6 gemet minus 50 roede land te Spijkenisse, op 28-3-1393 krijgt hij van de heer van Putten een schar ten oosten van Pernis (de oord van ‘s Gravenambacht), op 8-7-1400 wordt Beye vermeld als eigenaar van land te Oedenvliet (= Hoogvliet). Zijn vrouw Lijsbeth stichtte samen met haar zoon Beye Beyensz een memorie te Poortugaal.

Generatie 21 (edel-betovergrootouders, 1048576-2097151)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

1372162 Arend I VAN DUVENVOORDE, geb te Leiden ca 1227, ovl in 1268, wordt 20-5-1258, na overlijden van zijn vader Philips II VAN WASSENAAR (kw 2744324), beleend met huis Duvenvoorde met toebehoren, gehuwd met 1372163 Mehaut VAN CRAYENHORST, geb te Wassenaar ca 1235.

DUVENVOORDE ook DUIVENVOORDE of DUYVENVOORDE geschreven. Arend I VAN DUVENVOORDE was ca 31j oud toen hij zich Heer van Duvenvoorde mocht noemen. Hij overlijdt tien jaar later en zijn oudste zoon Floris is dan pas 8. Mogelijk bleef het leenrecht gehandhaafd onder weduwe en moeder Mehaut tot Floris de volwassen leeftijd (dat kon 12j zijn) bereikte. Een volgende omschrijving van het leengoed Duvenvoorde in het Leenregister Wassenaar dateert van ruim een halve eeuw later en betreft heir Aernt van Duvenvoerde. Dit moet Arend II VAN DUVENVOORDE zijn geweest, de zoon van de in 1302 vermoorde Floris. Aan deze Aernt wordt toegeschreven “die woninghe te Duvenvoerde mit L morghen lants (L=50), alsoe als sij gheleghen is; item den corentiende te Voirscoten ende den lammertiende ende den smaltiende.”

Kinderen uit het huwelijk: Agnes (Agniese) VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar 1259, ovl 1335, gehuwd met Gerard Kerstantsz VAN RAEPHORST, baljuw van Kennemerland. Een zoon uit dit huwelijk mei 1302 te Veere doodgeslagen. Floris VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar ca 1260, ovl te Veere mei 1302, doodgeslagen. Gehuwd met een dochter van Jacob VAN DER WOUDEN en Sophia VAN WARMOND. Voornaam van deze dame niet vermeld. Zij zou ca 1270 te Warmond zijn geboren. Was Jacob van der Wouden misschien ook vader van Hughe VAN DER WOUDE? Uit huwelijk van Floris: de zoon Arend II VAN DUVENVOORDE (ovl 1343), gehuwd met Jolente VAN NOIRTICH. En via hen de kleinzoon Arend III VAN DUVENVOORDE (ovl 1386), gehuwd met Sofia BUGGE (ovl 1362). Wouter VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar ca 1263, ovl te Veere mei 1302, doodgeslagen. Gehuwd met een dochter VAN HAAMSTEDE. Jan VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar ca 1266, ovl 1324. Elsbeen VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar ca 1268, ovl ca 1315. Gehuwd met Hughe VAN DER WOUDE (kw 686080)

De zonen Floris en Wouter van Arend I VAN DUVENVOORDE worden beiden in 1302 te Veere doodgeslagen. Ook hun neef VAN RAEPHORST overkomt dit, Dirk VAN SANTHORST uit een andere WASSENAER-tak en nog een aantal meer. Het was een kwestie van “bloedwraak”. Graaf Floris V was in 1296 bij Muiden door Hollandse edelen vermoord. Zijn mogelijke opvolger, graaf Jan I, is minderjarig en ziekelijk en bevindt zich te Engeland. “Na de moord (op graaf Floris) op 27 juni 1296 ontkwamen de moordenaars naar het buitenland, met uitzondering van Gerard van Velsen, die de dood vond. Tijdens de verwarring die er na de onverwachte dood van Floris V heerste, namen de raadsleden Jan VAN ARKEL, Wolfert VAN BORSELEN, Philips VAN WASSENAAR en Hendrik VAN DE LEK de leiding over ‘s lands bestuurszaken op zich en organiseerden de verdediging. Na de aankomst in februari 1297 van de jeugdige graaf Jan I in Zeeland was er aanvankelijk een concurrentie tussen de op Schouwen machtige Jan VAN RENESSE en Wolfert VAN BORSELEN, die zijn Zeeuwse rivaal in september 1297 buiten spel wist te zetten door hem uit de grafelijke raad te zetten en te doen verbannen. Van dat tijdstip af tot aan zijn dood in augustus 1299 genoot Wolfert VAN BORSELEN een ongekende macht over de jonge landsheer en wist hij door verwerving van de Teilingse goederen en de lenen van Herman VAN WOERDEN tevens in Holland zijn positie te versterken, ten koste van die van Philips VAN WASSENAAR. Tegen de machtspositie van Wolfert VAN BORSELEN rees verzet, toen hij met geweld Dordrecht aan zijn wil trachtte te onderwerpen.” Op 1 augustus 1299 is de machtige Wolfert te Delft om dingen naar zijn hand te zetten, maar hij onderschat het verzet. Hij wordt aangepakt en vanaf een bovenverdieping uit het raam gegooid en sterft (voor de voeten van zijn meegereisde security-guards die meteen ook de benen moeten nemen). De voogdij over de jonge graaf Jan I kan nu, door uitschakeling van de lastigste edellieden, door de Henegouwse graven ook in de praktijk worden toegepast. Jan VAN AVESNES, graaf van Henegouwen, zoon van een zuster van Floris V, neemt de honneurs waar (geeft o.a. Dordrecht stapelrecht), en wordt nadat graaf Jan I op 10-11-1299, 15j jong, overlijdt, als eerste “Henegouwer” tevens graaf van Holland en Zeeland. Lang niet iedereen is het daarmee eens en ook de Duitse koning (die in naam de titel zou moeten toekennen) houdt zich afzijdig. In augustus 1300 roept hij (Albrecht I van Habsburg) te Nijmegen graaf Jan II van Holland-Henegouwen zelfs ter verantwoording voor zijn optreden in Holland. Waarmee hij eigenlijk diens titel wel erkent. De situatie rond 1300 is in de Lage Landen door onderlinge vetes (ook met Utrechtse bisschoppen, de partij van de Lichtenbergers enz.) politiek slecht te besturen. Binnen dat kader zijn de doodslagen te Veere te plaatsen. De nieuwe graaf JAN II van Henegouwen, Holland en Zeeland heeft een “politielegertje” naar Zeeland gestuurd. Dit wordt te Veere ontvangen door de familie VAN BORSELEN met aanhang die de moord te Delft op familiehoofd Wolfert van twee jaar eerder niet is vergeten. Officieren, Wassenaers, Duvenvoordes enz, worden doodgeslagen.

In onze voorfamilie kan (de aannames moeten kloppen) dit moordverhaal worden geplaatst. Voormoeder Elsebien VAN DUVENVOORDE (kw 686061), relatie verondersteld, was te Veere niet aanwezig.

PM: Graaf Jan II van Henegouwen, Holland en Zeeland is maar kort aan het bewind. Hij overlijdt in 1304 en wordt 11-9-1304 opgevolgd door zijn zoon, graaf Willem III. Deze blijkt een heel goede diplomaat en bestuurder. Hij laat onderzoek doen naar de partijtwisten in Holland en Zeeland en regelt een bestand (mei 1309). De moord op Wolfert VAN BORSELEN te Delft 1-8-1299 (uit het raam gooien) was een toevallige en niet voorberaamde gebeurtenis, aldus het rapport. De doodslagen te Veere waren wel kwalijk te nemen: “van alre misdaet ende broke, die daer na ghesciede te Vere int jaer ons Heren MCCC ende tue (d.i. 1302), in die weken voor Sinte Cruus daghe ingaenden Meye (d.i. 25 april – 2 mei 1302)”, moet wel rekenschap worden gegeven. Het werd afgedaan als een familietwist. De Borselens krijgen een boete opgelegd van 3000 pond zwarte tournooisen en de erfgenamen van Philips VAN DUVENVOORDE c.s. een boete van 1000 pond.

  1. Willem VAN BEVEREN 1562369.

Ouders van: Jan Willemsz VAN BEVEREN (kw 781184), koopman in huiden en vetten

  1. Willem VAN DER WEEDE (uten WAIRDE), geb ca 1280, ovl 1321, bastaardzoon van heer Willem VAN STRIJEN, oom van Beatrijs, vrouwe van Putten, leenman van de heer van Putten, vermeld 1304/21
  2. Lysbette, vermeld 1321 als eigenaresse van land en erf in de heerscappie van Striene (Strijen) met het recht daar de derde penning te heffen.

Ouders van: Willem VAN DER WEEDE (kw 781192)

  1. Rutgheer Diddericsz. Geb ca 1320. Wordt door de heer van Putten op 19-6-1357 beleend met een gors ter bedijking bij Pernis. Gehuwd met 1570177.

De belening van 19-6-1357 bij Pernis betreft een gors (bij eb droogvallend stuk land) ter bedijking. Rutger Didderiks neemt, in combinatie met Jacob Jan van Moerdrecht, Scildman Pieterszn en Hughe Buest Maenkensz, deze opdracht aan. Dankzij de geslaagde bedijking ontstaat nieuw land, de polder Rughe Zand.

Uit het huwelijk: (1) Heyn Rutgersz (de Oude), ovl voor 11-9-1413, vermoedelijk kinderloos. Pacht 1377-1380 samen met Lauwe Claes Dielenz het riet van de Noertpolre met Poortugaal en 1379-1382 een derde deel van de staalvisserij in de Maas voor Oudenvliet. In 1379 pacht hij het tiendblok Molenhoec te Poortugaal en 8 lijn land aldaar, genaamd de Cleyne Hole, dat in die Roden ligt (Rhoon). Hij gebruikt dit land minstens over de periode 1382-1395.Ook pacht hij de vroonvisserij voor Vlaardingen. Op 17-7-1383 is hij te Utrecht om voor de Heer van Putten diens jaarlijkse betaling, 10 pond groot, te doen aan het kapittel van de Dom (rechten op de tienden). In 1383 pacht hij het gors Jans Wale en een vierde deel van de tienden van Poortugaal. Met zijn broer Beye Rutgersz pacht hij land bij het kasteel Valckensteyn. Hij heeft zijn hofstad op de droge dijkzate van Poortugaal, de dijk tussen Zwaardijk en Poortugaal. In 1386 beheert hij voor de Heer van Putten een deel van de moernering (zoutwinning) in Puttermoer. Over de periode 1385-1398 betaalt hij samen met Gillis van Heenvliet 3 pond 8sc 9 d groot voor bijna 40 gemet land in Zwaardijk. Hij is rentmeester van Putte ten oosten van de Maas in 1395. Op 11-9-1413 bezitten zijn erfgenamen land in Zwaardijk. (2) Beye Rutgersz (kw 785088) (3) Hughe Rutgersz (4) Pieter Rutgersz (die Onvervaerde). (5) Trude Rutgersdr. Gehuwd met Jan Heynen. (6) Lijsbert Rutgersdr. Gehuwd met Jacob Bollensz. (7) Heyn Rutgersz (de Jonge). Op 28-3-1393 ontvangt Jonghe Heyn Rutgersz van de Heer van Putte erfelijk 6 gaarden land op de Oord van Cathendrecht en 4 hokelinge land op die van ‘s-Gravenambacht. Vanaf 1399 betaalt hij 1 kapoen jaarlijks voor een hofstad te Spijkenisse. In 1406 pacht hij de helft van de tiende van het Westblok en de helft van de bieraccijns. In 1416-1418 de helft van de Westtiende en in 1419 de helft van de Oosttiende.

Generatie 22 (edel-oudouders, 2097152- 4194303)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Philips VAN WASSENAAR, heer VAN DUVENVOORDE, ovl 1258, in 1226 na dood van hun vader door oudere broer Dirk “beleend” met het huis Duvenvoorde met bijbehorend land en enkele tienden in Voorschoten 2744325.

Ouders van: Arend (I) VAN DUVENVOORDE (kw 1372162), ovl 1268. Jan VAN DUVENVOORDE, ovl vóór of in 1295.

Na overlijden van vader Philips wordt 20-5-1258 aan oudste zoon Arend het recht van opvolging te Duvenvoorde etc toegekend. Jongste zoon Jan krijgt van de grafelijkheid een leengoed in het Westland, “vermoedelijk de kern van dat ghoet van Polaen metter woninghe, gelegen nabij Monster in Delfland, waarmee graaf Floris V op 6-11-1295 Philips VAN DUVENVOORDE beleende”.

Jan VAN DUVENVOORDE was overleden en de graaf laat het leengoed overgaan op Philips, de oudste zoon van Jan. Graaf Floris V wordt 27-6-1296 zoals bekend bij Muiderberg door andere heren vermoord. Het leengoed Polanen was van bescheiden omvang en Jan VAN DUVENVOORDE speelde navenant geen belangrijke rol in het politieke gebeuren. Zijn zoon Philips VAN DUVENVOORDE die het bescheiden leengoed Polanen erfde, had onder Graaf Floris V al wel een politieke functie gekregen: in 1591 baljuw van Kennemerland. Zijn relatie via grootvader Philips met de WASSENAAR-familie was mogelijk van invloed: achterneef Philips (III) VAN WASSENAAR was sinds 1287 kamerling van de graaf en werd in 1291 ook diens zegelbewaarder. Na de moord op graaf Floris die een minderjarige (en ziekelijke) zoon Jan als opvolger naliet, aan het Engelse hof grootgebracht, trad de Zeeuwse edeling Wolfert VAN BORSELEN op als zelfbenoemd regent (met graaf Jan in een soort van gijzeling). Terwijl achterneef Philips, kamerling en zegelbewaarder van graaf Floris, het veld moest ruimen, kreeg Philips VAN DUVENRODE onder “het Van Borselen-bewind” nog diplomatieke taken. In april 1298 was hij namens graaf Jan (of VAN BORSELEN) onderhandelaar bij het sluiten van een accoord met de koning van Frankrijk. De jonge graaf overlijdt 10-11-1299, 15j jong. Daarmee is het Hollandse gravenhuis in mannelijke lijn uitgestorven en eist het Henegouwse huis (via vrouwelijke lijn) de grafelijke rechten op. Onvoorzien krijgt Philips VAN DUVENVOORDE nog meer taken toegewezen dan hij mogelijk ambieerde. Door overlijden van Philips VAN WASSENAAR, eertijds kamerling en zegelbewaarder van graaf Floris, en diens vader Dirk VAN WASSENAAR, beide in 1300, zijn er aan WASSENAAR-kant geen opvolgers in geschikte leeftijden. Zijn neven Floris en Wouter VAN DUVENVOORDE en Dirk VAN SANTHORST (Wassenaar-tak) worden in mei 1302 bij een aanslag te Veere (Zeeland, VAN BORSELEN-gebied) doodgeslagen. Philips VAN DUVENVOORDE is enkele jaren de belangrijkste representant van de WASSENAAR-familie. In juli 1302 krijgt hij een rijk tractement voor zijn dienst aan de grafelijkheid. Hij wordt ridder geslagen en in augustus 1305 bij de vredesonderhandelingen met Vlaanderen, samen met de Heer van Putten, belast met de loskoop en uitwisseling van gevangenen. Hij overlijdt in 1309. Minstens nalatend twee zonen: Willem VAN DUVENVOORDE, ongeecht Jan VAN POLANEN

Deze twee zonen hebben verder in de eerste helft van de 14de eeuw belangrijke (politieke) rollen gespeeld.

  1. Willem III VAN STRIJEN, domicellus (jonker) 22-12-1275, ridder 28-3-1283, genoemd als Heer van Strijen 1275-1293, ovl vóór 25-11-1294, was getrouwd met Oda VAN BORSSELE, een zuster van Floris VAN BORSSELE
  2. Nn

Ouders van: Willem VAN DER WEEDE (uten WAIRDE) (kw 1562384)

Willem (VAN DER WEEDE) is bastaardzoon van Willem VAN STRIJEN en dus niet geboren uit het huwelijk van Willem met Oda. Ook Oda ovl vóór 25-11-1294. De (wettige) dochter Aleid VAN STRIJEN van Willem VAN STRIJEN en Oda VAN BORSSELE trouwt met Nicolaas III, heer VAN PUTTEN, en de heerlijkheid van Putten en Strijen ontstaat. Deze strekt zich uit vanaf de heerlijkheid Voorne in het westen tot de heerlijkheid Breda in het oosten en omvat de Grote Waard bezuiden Dordrecht (de latere Biesbos). De bastaardzoon Willem wordt beleend met hof en erf aldaar en krijgt zo de naam Uten Wairde of VAN DER WEEDE.

  1. Dirck Rutgersz (Dirck Rutgheers), geb ca 1290. 3140353.

Dirck wordt in 1337 door heer Jan van de Wateringe, ambachtsheer van Vlaardingen, beleend met 9 1/2  morgen land aldaar, “te versterven” half op zijn oudste zoon Rutgaert en half op zijn andere zoon Heyn Guet.

Jan VAN DE WATERINGE was in die tijd, als bestuurder/bezitter van het ambacht (bepoldering) en het huis te Wateringen en andere goederen in Maasland, een regionale grootheid. Tien jaar later koos deze Jan in een ingewikkelde politieke hegemoniestrijd van (later genoemd) Hoeken versus Kabeljauwen de partij die een nieuw bewind wenste (Kabeljauwen). Hij behoorde tot de (Kabeljauwse) samenzweerders van mei 1350. Op 30 juli 1351 was Jan van de Wateringe medebezegelaar van het pact dat graaf Willem V met Hollandse steden sloot tegen de Hoekse partij. Jan van de Wateringe overlijdt het jaar erop (sneuvelde?), in 1352.

Uit huwelijk: - (1) Rutger Dircks (Rutgheer Diddericsz). (kw 1570176). - (2) Heyn Guet, geb ca 1320.

Generatie 23 (edel-oudgrootouders, 4194304-8588607)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Philips (I) VAN WASSENAAR, ovl 1225 5488649.

Ouders van: Dirk (I) VAN WASSENAAR, gehuwd met Berta N.N. Aan oudste zoon Dirk vallen na het overlijden van vader Philips de leenrechten over Wassenaar etc toe. Volgens het Leenregister Wassenaar draagt Dirk hierop, 1226, de rechten op het huis Duvenvoorde met bijbehorend land en enkele tienden in Voorschoten over aan zijn jongere broer Philips. Hij houdt zelf de rechten te Wassenaar en andere belangen. Van Dirk stammen generaties van Heren VAN WASSENAAR af. Philips VAN WASSENAAR, heer VAN DUVENVOORDE (kw 2744324), ovl 1258, stamvader van de tak DUVENVOORDE van het geslacht WASSENAAR.

  1. Willem II VAN STRIJEN, ridder, heer van Strijen, vermeld 1252/1274, ovl vóór 27-3-1285 6249537. Ouders van: Willem III VAN STRIJEN (kw 3124768)

6249538. 6249539. Ouders van de jongedame bij welke voorvader Willem III VAN STRIJEN de zoon Willem VAN DER WEEDE (uten Wairde) verwekte. Haar naam was indertijd mogelijk wel bekend. De bastaard Willem bleef niet onbemiddeld, maar kon geen aanspraak maken op opvolging in de heerlijkheid van Strijen. Zijn vader was gehuwd met Oda VAN BORSSELE en de dochter Aleid VAN STRIJEN uit dit huwelijk, getrouwd met Nicolaes VAN PUTTEN, erfde de heerlijkheid. Daarmee ontstond de heerlijkheid van Putten en Strijen en een boel verdere verwikkelingen, totdat een aangetrouwde achterneef, Zweder VAN ABCOUDE, uiteindelijk in 1361 tot heerschap van Putten en Strijen wordt aangewezen en in staat blijkt zich in die functie tientallen jaren te kunnen handhaven. Een belangrijke periode voor bedijking en ontginning van gronden op de grens tussen Holland en Zeeland. Oda VAN BORSSELE is geen voormoeder in ons familieverhaal, niet de moeder van “bastaard” Willem VAN DER WEEDE. De BORSSELE-lijn via Oda wil ik pro memorie hier toch noemen.

PM. Peter VAN BORSSELE, ridder, heer van Borselen, Goes en Kloetingen, vermeld 1263/1278, gehuwd voor ca 1259 met PM. (Hadewig) VAN CRUYNINGEN, ovl voor mei 1263

Ouders van: Oda VAN BORSSELE

Generatie 24 (edel-oudovergrootouders)

  1. Willem I VAN STRIJEN, heer van Strijen 1224-1244 12499073.

Ouders van: Willem II VAN STRIJEN (kw 6249536)

PM. Nicolaes VAN BORSSELE, ridder, heer van Borselen 1243-1258, ovl vóór 1263 PM.

Ouders van: Peter VAN BORSSELE

PM. Godfried VAN CRUYNINGEN, jonker (domicellus), ridder in 1238, heer van Kruiningen, vermeld 1233-1265, ovl na 1265, tr ca 1240 met PM. Oda VAN PUMBEKE VAN GAGELDONCK, gegoed in Rijsbergen, ovl na 1265.

Ouders van: Hadewig VAN CRUYNINGEN

Godfried VAN CRUYNINGEN kocht in 1250 de heerlijkheid Woensdrecht van Hendrik I VAN BREDA. Samen met zijn schoonzoon Peter VAN BORSSELE en anderen uit de Borssele-clan leidde hij de Zeeuwse opstand tegen gravin-regentes Aleid. In mei 1263 doet hij namens zijn vrouw afstand van de tienden en het patronaatsrecht van de kerk van Tilburg ten gunste van de abdij van Tongerlo. Mogelijk ging het hier om een vrijwillige schenking, ten gunste van de kerk in Brabant en om in politieke (of persoonlijke) belangen vrijer te kunnen optreden.

PM: Op 28-1-1256 sneuvelt graaf Willem II van Holland, pas 22j oud, op de nominatie staand om Rooms-koning van het Duitse rijk te worden, te Hoogwoud (Noord-Holland/West-Friesland) tijdens een niet zo weloverwogen “veldtocht” tegen de vrije Friezen. Het winterde, het veld bestaat uit sneeuw en ijs en het politieleger in opmars loopt daarin vast. De jonge graaf zakt met paard weg in het ijs en wordt omgehakt. Hij laat een zoontje na, 2j oud, Floris V. Diens oom Floris, broer van Willem II, springt in als regent (“Floris de Voogd”) en is vooral in staat om de twisten met Vlaanderen over Zeeland redelijk op te lossen. Maar deze graaf-regent komt 26-3-1258 te Antwerpen om bij een riddertoernooi (een soort sport) en Floris V is dan pas 4. De periode van gravin-regentes Aleid begint nu. Aleid is tante van Floris V, zus van Willem II. Zij neemt het jonge graafje Floris V onder haar hoede en gaat als regentes “regeren”. Politieke problemen ontstaan om allerlei redenen. Aleid van Holland is september 1247 getrouwd met Jan I, graaf van Avesnes, die erfelijk graaf van Henegouwen werd, maar die titel ook voor Vlaanderen claimde. Graaf Jan I van Avesnes overlijdt in 1257, Aleid is weduwe “van Henegouwen” in 1258 bij de dood van broer Floris de Voogd. Kan zich bemoeien met het regentschap in Holland en Zeeland (uit haar huwelijk 7 Henegouwse kinderen die er ook belang bij kunnen hebben en dat belang na 1299 ook kregen), maar haar regentschap wordt tegengewerkt in Holland. Ze wijkt uit naar Zeeland en daar vindt ze VAN CRUININGEN c.s. in de weg. In 1263 moet ze haar ambiities opgeven. In de februarimaand van dat jaar wordt bij Reimerswaal (Zeeland) haar leger verslagen door een leger van Otto II, graaf van Gelre, die door de tegenpartij was ingehuurd. Graaf Otto neemt de voogdij over Floris V over (samen met de prins-elect van Luik, niet toevallig Hendrik III van Gelre), waarop de heren van Voorne, Teilingen, Haarlem en Amstel in 1266 (Floris V wordt dan 12) spoorslags er opaan sturen de jonge graaf meerderjarig te verklaren (geen regentschap meer).

Generatie 25 (edel-oudbetovergrootouders) en wat nog eerder

We hebben van voor Generatie 18 maar enkele smalle spoortjes betreffende voorfamilie terug kunnen vinden. Mogelijk is dit vrijwel alles van wat ooit nog terug te vinden is. Die enkele spoortjes zijn voor familieverhaal nauwelijks meer van belang. Dat ze “historische verhalen” kunnen oprakelen is misschien aardig en leerzaam, maar het is geen “familie” meer.

Brokken, Het ontstaan van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, pg 31. “Het ontstaan van de Hoekse en Kablejauwse twisten” door dr H.M.Brokken (1982), pg 17. Graaf Willem IV was 30 toen hij door het overlijden van zijn vader de grafelijke functie erfde. Terwijl vader Willem III (Henegouwse huis) een goed diplomaat was, ontwikkelde Willem III zich tot een “ridder met het zwaard” die al in 1336 op een eerste expeditie naar Pruisen trok (tegen de heidenen aldaar), in 1339/40 met zijn leger meedeed aan de oorlog tegen Frankrijk (begin Honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk), na 1342 optrok als pelgrim/kruisridder naar “het Heilige Land” (eerst naar zuid-Spanje, Granada, door islamieten bezet, daarna via Venetie naar Jeruzalem) en bij terugkeer via Venetie voor de tweede maal op expeditie naar Pruisen ging. In maart 1344 kwam hij weer in Holland terug. Bestuurlijke zaken liet hij door de grafelijke raad regelen. Onder zijn bewind werd vooral gul met gunnen van tol- en stadsrechten gedaan, dat leverde hem weer geld voor het financieren van nieuwe expedities. Zoals een derde tocht naar Pruisen in de winter 1344/45. Terug van die expeditie voert hij in juni 1345 een oorlogje tegen de stad Utrecht (de hem vijandige bisschop aldaar), dat hij wint. In de roes van deze overwinning besluit hij door te trekken en de Friezen beoosten de in de voorgaaande eeuw ontstane Zuiderzee (IJsselmeer) onder het gezag van de graaf van Holland te brengen. Gezag over Westerlauwers Friesland was door de Duitse keizer eerder zowel aan de Utrechtse bisschoppen als aan de graven van Holland gegund, terwijl de Friezen van beiden weinig tot niets wilden weten en een eigen bestuur aanhielden. De door Willem IV bedoelde politionele actie werd een ramp voor hem en een groot deel van de met hem mee opgetrokken “Hollandse edelen”. Zijn legertje verdwaalde op de tocht over de Zuiderzee en het onder zijn leiding staande deel werd op de kust van Friesland door een Fries leger omsingeld (Slag bij Warns, 26-9-1345) en verrast. Willem IV en een zo groot aantal van “Hollandse edelen” sneuvelden bij deze gelegenheid, dat men de afloop in Holland nauwelijks durfde te melden (het lijk van Willem IV bleef achter in Friesland). Hierna werd de Hollandse politiek zwaar verstoord door interne twisten (Hoeken versus Kabeljauwen) en ging het graafschap van Holland over in Beierse handen, wat niemand vooraf had kunnen bedenken. Maar dit is weer een ander verhaal. Edeloudovergrootvader Willem VAN DER WEEDE was vermoedelijk als kwartiermaker in dienst van de jonge graaf Willem IV en deze had door zijn gedrag ruime behoefte aan kwartiermakers. Aldus gesteld. Dr.H.M.Brokken, Het ontstaan van de Hoekse en Kabeljauwse twisten (Walburg Pers, 1982), pgs 209-210. Dr.H.M.Brokken, “Het ontstaan van de Hoekse en Kabeljauwse Twisten” 1982, pg 220.

Generatie 19 — Detail

Voorouders in de 13de en 14de eeuw

Van de meeste voorouders die in de 13de en 14de eeuw leefden weten we alleen dat zij toen leefden en kunnen we een vermoeden hebben over waar en hoe. Dat zij toen leefden is duidelijk: zonder hen waren wij niet geboren. Verder is er de rekensom: 2 ouders, 4 grootouders, 8 overgrootouders, 16 betovergrootouders, 32 oudouders, 64 oudgrootouders, 128 oudovergrootouders, 256 betoudovergrootouders, 512 stamouders, 1024 stamgrootouders, 2048 stamovergrootouders (voorgeneratie 12) en zo verder terug. Bij voorgeneratie 18, edelouders, komt de teller op 131.072 voorouders in die generatie (voorvaders en voormoeders tezamen) die ongeveer in de 15de of begin 16de eeuw leefde. De uitslag van deze rekensom is theoretisch. In de loop van eeuwen komen huwelijken voor tussen mannen en vrouwen die meer of minder ver terug in de tijd van dezelfde familie zijn: zij hebben deels dezelfde voorouders. Ver terug in de tijd of minder ver terug. Soms zijn de grootouders dezelfde, maar vaker overgrootouders of nog eerdere voorouders, mogelijk heel ver terug in de tijd en voor de gehuwden niet of nauwelijks bekend. De rekensom of optelsom van voorouders komt dan uit op een lager totaal.

Elizabeth DE JONG (1910-1989, kw 3) die 21-6-1934 trouwt met Willem VAN DER HOEK (1906-1961, kw 2) is een late dochter uit het derde huwelijk van Klaas Piers DE JONG (1853-1930, kw 6). Uit zijn huwelijk met Fokje Jurjens SCHIPPER (1870-1936, kw 7). Bij haar geboorte was vader Klaas 57 jaar oud en moeder Fokje op enkele dagen na 40 jaar oud. Zij verhuisden toen naar Duitsland.

Generatie 19 (edel-grootouders, 262144-524287)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Hughe (Hugo II) VAN DEN WOUDE, geb ca 1295, gegoed in Rijswijk en in Sint Maartensrecht in Delfland, in 1346 vermeld als een van de raadsheren van keizerin Margareta.
  2. (enkele keer genoemd als dochter van Arent VAN DUVENVOORDE, maar dit lijkt de moeder van Hughe II te betreffen – verder onderzoek)

Ouders van: Aernt Hugenszn (kw 171520).

De geschiedenis van edelgrootvader Hughe VAN DEN WOUDE, vanaf zijn 50ste verjaardag, lijkt bepaald door het debakel van 26-9-1345 (“slag bij Warns”). Bij een aanval op Friesland sneuvelt de graaf van Holland met een groot deel van zijn gevolg. De graaf heeft geen opvolger, laat wel enorme schulden na. In de politiek van direct erop wordt Hughe vermeld als raadsheer van keizerin Margareta, oudste zus van de gesneuvelde graaf. Daarna in het gezelschap van haar zoon Willem VAN BEIEREN (13 jaar oud) die als voorlopige opvolger (“verbeider”) de graaftitel namens zijn moeder mag gebruiken. Hughe VAN DEN WOUDE is aanwezig te Geertruidenberg bij de dagvaart namens Willem VAN BEIEREN, begin 1347, en lijkt in zijn gezelschap (met militie) naar graafschap Zeeland te zijn getrokken (erg op Engeland gericht). De Zeeuwse havenstad Zierikzee werd beboet en Hughe VAN DEN WOUDE werd er mei 1347 door de graaf tot baljuw benoemd en achtergelaten. Binnen een maand werd hij in die functie door een tegenpartij overvallen en gevangen gehouden. Deze kwestie werd na een zestal weken bijgelegd (en de leider van de tegenpartij sneuvelde niet lang daarna). Hoelang Hughe nog als baljuw van Zierikzee hierna aanbleef, is niet bekend.

Keizerin Margareta is oudste zus van graaf Willem IV van Henegouwen, Holland en Zeeland die 26-9-1345 bij een inval in zuidwest-Friesland (“slag bij Warns”) samen met veel andere edelen om het leven komt. Omdat de graaf geen kinderen nalaat, wel veel schulden, en zijn jonge weduwe Johanna, dochter van de hertog van Brabant, mogelijk op advies van haar vader, direct vertrekt en laat weten van claims af te zien (behalve een pensioen uiteraard), ontstaat er een opvolgingskwestie. De gesneuvelde graaf heeft 4 zusters, zodat een zusterdeling van de nalatenschap moet worden overwogen. Koning Edward van Engeland laat al binnen enkele weken merken dat het graafschap Zeeland (belangrijke schakel in het handelsverkeer tussen Engeland en het continent) bij zo’n zusterdeling aan zijn echtgenote koningin Philippa zou kunnen/moeten toevallen, de tweede zus van graaf Willem. De oude graaf, Willem III, was een diplomaat en had zijn oudste dochters aan hoogmogende partijen uitgehuwelijkt. Margareta trouwt in 1324 met (dan al Duits keizer, diens tweede huwelijk) Ludwig der Bayer die leefde 1281-1347 (huis Wittelsbach), een aggressief persoon, door de paus van Rome in de ban gedaan. Bij de opvolgingskwestie na de dood van graaf Willem IV (“slag bij Warns”) reageert de keizer op de claims van de Engelse koning door te bepalen dat het om Duits leengoed gaat dat nu terug is gevallen aan de Duitse keizer en dat door hem opnieuw kan worden uitgegeven. En hij beleent 15-1-1346 zijn echtgenote Margareta met de graafschappen Henegouwen, Holland, Zeeland en de heerlijkheid Friesland, als opvolgster van haar broer Willem IV. Op dit “keizerlijk” besluit was door de tegenpartijen weinig weerwoord te geven, hoewel de rechtmatigheid niet algemeen wordt aanvaard. Margareta laat zich in maart 1346 te Henegouwen inhuldigen. Rond 13-4-1346 arriveert ze in Middelburg om haar aanspraak op Zeeland te regelen (Zierikzee lag dwars en er was dreiging van een Engelse invasie). Ze wordt bijgestaaan door minstens twee Zeeuwse raadsleden: Arnoud van Haamstede en Klaas Kervink van Reimerswaal. En liet direct Wolfert III van Borselen, heer van Veere, arresteren die tegen haar opponeerde. De namen van Heer Arnoud en Heer Wolfert komen hieronder in verband met Hughe VAN DER WOUDE in het verhaal terug. Een deel van de Zeeuwen zag de keizerin liever niet komen. Dat Margareta binnen een week na aankomst bij oorkonde van 18-4-1346 haar pas 4-jarige zoon Otto verzekert van het recht van opvolging in de heerlijkheid Voorne en het burggraafschap van Zeeland, bevestigt het wantrouwen bij deze tegenpartij. Margareta reist na twee weken in Zeeland door naar Holland: op 30-4-1346 is ze te Dordrecht en bevestigt ze daar de privileges van deze centrale handelsstad. Vervolgens trekt ze naar Den Haag van waaruit ze op 27-5-1346 alsnog ons lands ende onse steden in Zeelant een vrede opdraagt voor de duur van een jaar in verband met de oppositie die onse steden ende onse land van Zeelant verderven woude. Terwijl ze in Holland is (ze zal Zeeland niet meer bezoeken) achtervolgt haar de Zeeuwse kwestie dus nog en brengt haar tot deze, vrij loze, aansporing tot vrede voor een jaar. Te Den Haag probeert gravin Margareta verder de Hollandse steden voor zich te winnen. De privileges van havenstad Schiedam worden door haar op 28-5-1346 bevestigd, die van Amsterdam en Oudewater op 29 mei, van Leiden op 30 mei en van Naarden en Muiden op 31 mei. “Van andere steden in Holland zijn deze bevestigingsoorkonden niet overgeleverd. Aangenomen moet worden dat zij nooit door Margareta zijn afgegeven, want ook in ander opzicht openbaarde zich weldra een breuklijn tussen de steden en de vorstin.” Margareta liet in de drie maanden die ze verder te Den Haag verbleef andere maatregelen nemen om stadsbesturen voor zich te winnen. Maar: “De lijdzaamheid van de stadsbesturen tegenover haar bewind doet veronderstellen dat men bevreesd was voor de politieke en financieel-economische consequenties van de regering van de vrouw van de keizer.” Een sterke rol achter deze “lijdzaamheid” speelden hoogstwaarschijnlijk ook de enorme schulden die haar in Friesland gesneuvelde broer graaf Willem IV naliet, veroorzaakt door diens hofhouding en vele veldtochten. Men wilde eerst wel compensatie. Ook in mei 1346 bevestigt Margareta, samen met haar oom Jan van Henegouwen, die na de dood van Willem IV als legerleider en interim-manager in Holland verbleef, de landrechten van Zuid-Holland, Noord-Holland en Kennemerland. Geen buitenlandse oorlog meer ten koste van deze landen dan na voorafgaand overleg met en toestemming van onser ridderen ende knapen ende onse goede steden van Hollant. Zonder overleg en toestemming geen bijdrage aan een dergelijke oorlog. Verder moest Margareta beloven voortaan alleen welgeborenen als leden van de grafelijke raad of als zegelaar te benoemen: geen ter lande onbekende figuren.

Hugo VAN DEN WOUDE (VAN DER WOUDE) komt als raadslid van Margareta voor in juni 1346 (Den Haag) en september 1346 (Geertruidenberg) als mede-ondertekenaar van door haar uitgevaardigde oorkondes. Op 14-6-1346 te Den Haag samen met Jan DE MOILNAAR en op 27-6-1346 aldaar samen met Jan PERSIJN en Dirk (III) VAN BREDERODE. Op 1-9-1346 te Geertruidenberg samen met Jan DE MOILNAAR en Dirk (III) VAN BREDERODE en op 4-9-1346 samen met Jan DE MOILNAAR, Jan VAN NOIRTICH en Gerard VAN HEEMSKERK.

Hughe VAN DEN WOUDE wordt enkel in de zomermaanden van 1346 als lid van de grafelijke raad vermeld. Oorzaak is vermoedelijk het feit dat Lodewijk VAN BEIEREN, de Duitse keizer, zijn echtgenote Margareta in juli 1346 terugroept naar Duitsland. Lodewijk, inmiddels 60-plusser, had de keizerstitel al ruim een kwart eeuw (begonnen voor zijn huwelijk met Margareta) en was totaal niet bevriend met de paus van Rome. De keizerstitel (Rooms-Duitse keizer) had pauselijke instemming nodig en Lodewijk had die verspeeld. In 1332 was hij door de paus al “in de ban” gedaan. Wat Lodewijk niet verhinderde om als Duits keizer verder te gaan. In juni 1346 stuitte hij op de verkiezing van Karl IV, huis Luxemburg, zoon van koning Jan van Bohemen, als tegenkoning door de keurvorsten van Mainz, Keulen, Trier, Saksen en Bohemen. Paus Clemens VI steunde deze nieuwe kandidaat voor de keizerfunctie door de keizerlijke waardigheden aan Lodewijk gegund vervallen te verklaren. Keizer Ludwig der Bayer (1281-1347) roept Margareta die bezig is haar lenen in Henegouwen, Zeeland en Holland op orde te brengen naar Duitsland terug. Dat gaat niet zomaar. Keizer Lodewijk beslist dat hun zoon Wilem VAN BEIEREN, 13j oud, hertog van Beieren, onder begeleiding, naar Holland afreist om daar in de plaats van Margareta als gouverneur en toekomstig landsheer van Henegouwen, Holland, Zeeland en Friesland, te gaan functioneren. Margareta krijgt de tijd om haar vertrek uit de “erflanden” te regelen, maar wel zo spoedig mogelijk. Zij vertrekt vanuit Den Haag via Geetruidenberg naar Henegouwen. Bij oorkondes door haar begin september 1346 te Geertruidenberg uitgevaardigd is Hughe VAN DEN WOUDE als raadslid nog mede-ondertekenaar. Margareta vertrekt naar Henegouwen (raadslid Arnoud VAN HAAMSTEDE vergezelt haar), en voegt zich in november 1346 bij haar echtgenoot, keizer Ludwig der Bayer in Beieren, die 11-10-1347 overlijdt, ca 66j oud. Door zijn overlijden wordt Karel IV van Luxemburg de nieuwe keizer. Ex-keizerin Margareta bemoeit zich hierna weer met haar erfrechten in Henegouwen-Holland-Zeeland-Friesland, tegen de strategie rondom haar jonge zoon Willem (de Verbeider) in.

Na het vertrek van Margareta uit Holland september 1346 nemen de adviseurs rond zoon Willem (dan 13 jaar oud) de bestuurlijke leiding over. De eerste in zijn naam uitgevaardigde oorkonde is van 3-11-1346. Hughe VAN DEN WOUDE bleef misschien lid van de grafelijke raad maar als mede-ondertekenaar van grafelijke oorkondes wordt hij niet meer apart vermeld. Hij is wel aanwezig bij de algemene vergadering (dagvaart) van 27-1-1347 tot 13-2-1437 te Geertruidenberg o.l.v. Jan VAN HENEGOUWEN en Willem VAN BEIEREN. Daar doet de rekenmeester Ysebout VAN ASPEREN verslag van uitgaven en inkomsten. Het stadsbestuur van Zierikzee had geen gehoor gegeven aan de dagvaart. Op 7/8 februari leidt dit tot een veroordeling van de stad door de te Geertruidenberg aanwezige partijen en de oplegging van een forse boete (200 pond groten). Om orde op zaken in Zeeland te stellen trekken HENEGOUWEN en BEIEREN met gevolg, ondermeer Wolfert III van Borselen, heer van Veere, en Arnoud van Haamstede, heer van Moermond, maar kennelijk ook Hughe VAN DEN WOUDE, naar dit graafschap. Van 1-3-1347 tot 9-4-1347 is het gezelschap te Middelburg en worden allerlei maatregelen genomen om het gezag in Zeeland te herstellen. Hierna vertrekt men naar Haamstede op het eiland Schouwen, gelegen in de duinen ten noordwesten van Zierikzee. De stad geeft gehoor aan het bevel om een delegatie naar Haamstede te sturen zodat het op 16-4-1347 daar tot een overleg komt. Gevolg van het overleg is dat het grafelijk gezelschap zonder strijd te Zierikzee kan binnentrekken, waar het van 19-4-1347 tot 6-5-1347 verblijft. De privileges van de stad worden bevestigd, maar wel wordt bepaald dat jaarlijks de nieuw gekozen schepenen door de landsheer zullen worden benoemd en dat de op de dagvaart te Geertruidenberg gestelde boete door het stadsbestuur moet worden betaald (dit gebeurde ook tijdens de volgende maanden, 2400 gouden schilden). Daartegenover werd tegemoet gekomen aan een aantal fiscale bezwaren van de burgers van de stad en een regeling getroffen betreffende import vanuit Engeland. Na gedane zaken te Zierikzee vertrekt het grafelijk gezelschap naar Middelburg en vandaar naar Holland (Den Haag). In het graafschap Holland moesten de Kennemers en Westfriezen nog bedwongen worden die, zoals Zierikzee, meer op Engeland waren gericht dan op Duitsland.

Binnen een maand na vertrek van de graaf uit Zierikzee volgt er een schandaal. Op Schouwen komt Arnoud VAN HAAMSTEDE, heer van Moermond (Moermond: het gebied op Schouwen van Haamstede en Renesse, bij Renesse nog steeds het kasteel Moermond), vrij direct weer in conflict met het stadsbestuur van Zierikzee. De baljuw van Zierikzee is dan: Hugo VAN DEN WOUDE. Kennelijk enkele weken ervoor als zodanig door de graaf benoemd vanuit het grafelijk gezelschap en te Zierikzee als zijn rechtsvertegenwoordiger achtergelaten. Rond 2-6-1347 is baljuw Hugo met schepenen van Zierikzee naar Haamstede gegaan om een geschil met Arnoud bij te leggen. De delegatie wordt door Arnoud en zijn medestanders (waaronder ook burgers van Zierikzee) overvallen en gevangen gezet. De gijzeling duurt zes weken: 19-7-1347 vindt er een “verzoening” plaats tussen Arnoud van Haamstede, de stad Zierikzee en Hugo van den Woude. Arnoud VAN HAAMSTEDE moest al direct in juni (nog tijdens de gijzeling) zijn gedrag bekopen: zijn lidmaatschap van de grafelijke raad waaraan hij veel van zijn gezag ontleende werd onmiddellijk beeindigd. Wolfert III VAN BORSELEN werd zijn opvolger als belangrijkste raadslid in Zeeland. Arnoud sneuvelt voor 7-10-1347. In de partijstrijd hierna (Hoekse en Kabeljauwse twisten) gaan de twee families elkaar nog regelmatig te lijf.

Hughe VAN DEN WOUDE, edelgrootvader in onze kwartierstaat, was korte tijd baljuw van Zierikzee – indien het bij deze twee Hughes VAN DEN WOUDE om dezelfde persoon gaat - . Gegijzeld en weer vrij gekomen? Zijn naam komt in meldingen na 1347 niet meer voor.

Zoon Aernt Hugenszn (kw 171520) komt in verdere politieke verhalen (Hoekse en Kabeljauwse Twisten) niet bij name voor. Hij hield zich mogelijk buiten de twisten. Poldergeschiedenis tussen Delft en Rotterdam volgt in de voorfamilie.

  1. Willem Danielsz 390593. In 1420 te Dordrecht vermeld omdat hij iemand, per ongeluk, doodsloeg. De rechtspraak hieromheen kennen we niet. Enkel deze melding. Hij schijnt al wel een belangrijk burger te Dordrecht te zijn geweest. Ouders van: Daniel Willems (kw 1952

  2. Willem Jansz VAN BEVEREN, ovl te Dordrecht 24-6-1398, eigenaar van het schrootambacht (schoutambacht?) 390595. Ouders van: Soete Willemsdr VAN BEVEREN (kw 195297)

  3. Willem VAN DER WEEDE, geb ca 1340, ovl voor 1391, bastaardzoon van de heer van Strijen, gehuwd met Beele Janne Colvedr, relatie met

  4. Katerine Dircksdr VAN BREDA, vermeld in 1371

Ouders van: Liefman Willemsz (kw 185298)

  1. Beye Beyensz, leenman van de heer van Putten, vermeld 1395/96 392545.

In 1395/96 wordt Beye Beyensz vermeld omdat hij een stuk land langs de dijk tussen Poortugaal en de IJssel in pacht krijgt van Zweder van Abcoude, heer van Putten. Zijn vader Beye Rutghersz (kw 785088) is in die periode ook nog pachter en zelfs eigenaar van land rond Poortugaal, Spijkenisse, Pernis en Hoogvliet. Vader Beye is voor 1408 overleden en mogelijk ging een deel van diens rechten op Beye over. Samen met zijn moeder Lijsbeth (kw 785089) sticht Beye een memorie te Poortugaal, in de Vernelle Hoek.

Ouders van: Doe(dij)n Beyensz (kw 196272)

  1. Heyndrick
  2. Suetkin

Suetkin had samen met Floris Heyndrixz (waarschijnlijk haar zoon) een memorie in de kerk van Poortugaal. Ouders van: Margriet Heyndricksdr (kw 196273)

Generatie 20 (edelovergrootouders, 524288-1048575)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Hughe (I) VAN DER WOUDE, geb ca 1250, in 1281 vermeld
  2. Elsebien (Elsbeen) VAN DUVENVOORDE, geb ca 1268 te Wassenaar, ovl 1315

Ouders van: Hughe (II) VAN DER WOUDE (kw 343040)

Hughe (I) VAN DER WOUDE wordt in 1281 vermeld omdat hij 10 morgen land te Ockenburg in leen krijgt van de graaf van Holland (dan: Floris V). Ockenburg ligt in het Westland aan de kust bij Loosduinen en Monster. Het leengoed te Ockenburg is in de buurt van het leengoed Polanen dat Jan VAN DUVENVOORDE, oom van Elsebien VAN DUVENVOORDE, eerder van de graaf in leen kreeg. Via Jans kleinzooon Jan ontstond de VAN POLANEN-tak.

NB: In de verder nog spaarse gegevens over Hughe (I) VAN DER WOUDE wordt geen naam van echtgenote vermeld. In een enkele genealogie wordt gesteld dat Hughe (II) VAN DER WOUDE gehuwd was met een dochter van AREND VAN DUVENVOORDE. Haar voornaam niet vermeld. Gezien de jaartallen en de aanwezige Arenden in die tijd, lijkt het me mogelijk dat die bewering niet klopt. Mijn stelling: Hughe II was zoon van een dochter van Arend, en die dochter, Elsebien, was getrouwd met Hughe I.

  1. Jan Willemsz VAN BEVEREN, koopman in huiden en vetten, vermeld te Delft 1343/70, gehuwd met
  2. Soete

Ouders van: Willem Jansz VAN BEVEREN (kw 390592)

  1. Willem VAN DER WEEDE, geb ca 1310, leenman van de heer van Putten, vermeld in 1343 en 1353. 781193.

Vermoedelijk was deze Willem VAN DER WEEDE voor graaf Willem IV actief als deurwaarder/fourier/kwartiermaker en ging hij mee om de inkwartiering van de graaf en zijn gevolg te regelen bij diens veldtocht in 1343/44 naar Pruisen “om tegen de heidense Litauers te strijden”. Graaf Willem IV had in zijn korte bestaan als graaf van Holland (1337-1345) heel wat deurwaarders/fouriers/kwartiermakers nodig.

Ouders van: Willem VAN DER WEEDE (kw 390596), geb ca 1340

  1. Mr Dirck VAN BREDA 781195.

Ouders van: Katerine Mr Dircksdr VAN BREDA (kw 390597)

  1. Beye Rutghersz, ovl voor 1408, vermeld als landpachter te Poortugaal en Spijkenisse en landeigenaar te Hoogvliet
  2. Lijsbeth

Ouders van: Beye Beyensz (kw 392544)

Beye Rutghers komt regelmatig voor in de administratie van de heer van Putten en Strijen (sinds 1361 was dat Zweder VAN ABCOUDE). Hij pacht 8 lijn land te Poortugaal in 1378 (ook vermeld 1379 en 1381-1398), de bieraccijns te Poortugaal (1379), met twee partners (Heyn Bet en Arnt Dircxz) 6 gemet land aldaar (1379), met Jan Dericxz de buitenlanden het Oostbroeck en Backersoord bij Pernis (1383, 1384), 2 gemet en 7.5 roede land te Poortugaal (1385), 6 gemet minus 50 roede land te Spijkenisse, op 28-3-1393 krijgt hij van de heer van Putten een schar ten oosten van Pernis (de oord van ‘s Gravenambacht), op 8-7-1400 wordt Beye vermeld als eigenaar van land te Oedenvliet (= Hoogvliet). Zijn vrouw Lijsbeth stichtte samen met haar zoon Beye Beyensz een memorie te Poortugaal.

Generatie 21 (edel-betovergrootouders, 1048576-2097151)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

1372162 Arend I VAN DUVENVOORDE, geb te Leiden ca 1227, ovl in 1268, wordt 20-5-1258, na overlijden van zijn vader Philips II VAN WASSENAAR (kw 2744324), beleend met huis Duvenvoorde met toebehoren, gehuwd met 1372163 Mehaut VAN CRAYENHORST, geb te Wassenaar ca 1235.

DUVENVOORDE ook DUIVENVOORDE of DUYVENVOORDE geschreven. Arend I VAN DUVENVOORDE was ca 31j oud toen hij zich Heer van Duvenvoorde mocht noemen. Hij overlijdt tien jaar later en zijn oudste zoon Floris is dan pas 8. Mogelijk bleef het leenrecht gehandhaafd onder weduwe en moeder Mehaut tot Floris de volwassen leeftijd (dat kon 12j zijn) bereikte. Een volgende omschrijving van het leengoed Duvenvoorde in het Leenregister Wassenaar dateert van ruim een halve eeuw later en betreft heir Aernt van Duvenvoerde. Dit moet Arend II VAN DUVENVOORDE zijn geweest, de zoon van de in 1302 vermoorde Floris. Aan deze Aernt wordt toegeschreven “die woninghe te Duvenvoerde mit L morghen lants (L=50), alsoe als sij gheleghen is; item den corentiende te Voirscoten ende den lammertiende ende den smaltiende.”

Kinderen uit het huwelijk: Agnes (Agniese) VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar 1259, ovl 1335, gehuwd met Gerard Kerstantsz VAN RAEPHORST, baljuw van Kennemerland. Een zoon uit dit huwelijk mei 1302 te Veere doodgeslagen. Floris VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar ca 1260, ovl te Veere mei 1302, doodgeslagen. Gehuwd met een dochter van Jacob VAN DER WOUDEN en Sophia VAN WARMOND. Voornaam van deze dame niet vermeld. Zij zou ca 1270 te Warmond zijn geboren. Was Jacob van der Wouden misschien ook vader van Hughe VAN DER WOUDE? Uit huwelijk van Floris: de zoon Arend II VAN DUVENVOORDE (ovl 1343), gehuwd met Jolente VAN NOIRTICH. En via hen de kleinzoon Arend III VAN DUVENVOORDE (ovl 1386), gehuwd met Sofia BUGGE (ovl 1362). Wouter VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar ca 1263, ovl te Veere mei 1302, doodgeslagen. Gehuwd met een dochter VAN HAAMSTEDE. Jan VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar ca 1266, ovl 1324. Elsbeen VAN DUVENVOORDE, geb Wassenaar ca 1268, ovl ca 1315. Gehuwd met Hughe VAN DER WOUDE (kw 686080)

De zonen Floris en Wouter van Arend I VAN DUVENVOORDE worden beiden in 1302 te Veere doodgeslagen. Ook hun neef VAN RAEPHORST overkomt dit, Dirk VAN SANTHORST uit een andere WASSENAER-tak en nog een aantal meer. Het was een kwestie van “bloedwraak”. Graaf Floris V was in 1296 bij Muiden door Hollandse edelen vermoord. Zijn mogelijke opvolger, graaf Jan I, is minderjarig en ziekelijk en bevindt zich te Engeland. “Na de moord (op graaf Floris) op 27 juni 1296 ontkwamen de moordenaars naar het buitenland, met uitzondering van Gerard van Velsen, die de dood vond. Tijdens de verwarring die er na de onverwachte dood van Floris V heerste, namen de raadsleden Jan VAN ARKEL, Wolfert VAN BORSELEN, Philips VAN WASSENAAR en Hendrik VAN DE LEK de leiding over ‘s lands bestuurszaken op zich en organiseerden de verdediging. Na de aankomst in februari 1297 van de jeugdige graaf Jan I in Zeeland was er aanvankelijk een concurrentie tussen de op Schouwen machtige Jan VAN RENESSE en Wolfert VAN BORSELEN, die zijn Zeeuwse rivaal in september 1297 buiten spel wist te zetten door hem uit de grafelijke raad te zetten en te doen verbannen. Van dat tijdstip af tot aan zijn dood in augustus 1299 genoot Wolfert VAN BORSELEN een ongekende macht over de jonge landsheer en wist hij door verwerving van de Teilingse goederen en de lenen van Herman VAN WOERDEN tevens in Holland zijn positie te versterken, ten koste van die van Philips VAN WASSENAAR. Tegen de machtspositie van Wolfert VAN BORSELEN rees verzet, toen hij met geweld Dordrecht aan zijn wil trachtte te onderwerpen.” Op 1 augustus 1299 is de machtige Wolfert te Delft om dingen naar zijn hand te zetten, maar hij onderschat het verzet. Hij wordt aangepakt en vanaf een bovenverdieping uit het raam gegooid en sterft (voor de voeten van zijn meegereisde security-guards die meteen ook de benen moeten nemen). De voogdij over de jonge graaf Jan I kan nu, door uitschakeling van de lastigste edellieden, door de Henegouwse graven ook in de praktijk worden toegepast. Jan VAN AVESNES, graaf van Henegouwen, zoon van een zuster van Floris V, neemt de honneurs waar (geeft o.a. Dordrecht stapelrecht), en wordt nadat graaf Jan I op 10-11-1299, 15j jong, overlijdt, als eerste “Henegouwer” tevens graaf van Holland en Zeeland. Lang niet iedereen is het daarmee eens en ook de Duitse koning (die in naam de titel zou moeten toekennen) houdt zich afzijdig. In augustus 1300 roept hij (Albrecht I van Habsburg) te Nijmegen graaf Jan II van Holland-Henegouwen zelfs ter verantwoording voor zijn optreden in Holland. Waarmee hij eigenlijk diens titel wel erkent. De situatie rond 1300 is in de Lage Landen door onderlinge vetes (ook met Utrechtse bisschoppen, de partij van de Lichtenbergers enz.) politiek slecht te besturen. Binnen dat kader zijn de doodslagen te Veere te plaatsen. De nieuwe graaf JAN II van Henegouwen, Holland en Zeeland heeft een “politielegertje” naar Zeeland gestuurd. Dit wordt te Veere ontvangen door de familie VAN BORSELEN met aanhang die de moord te Delft op familiehoofd Wolfert van twee jaar eerder niet is vergeten. Officieren, Wassenaers, Duvenvoordes enz, worden doodgeslagen.

In onze voorfamilie kan (de aannames moeten kloppen) dit moordverhaal worden geplaatst. Voormoeder Elsebien VAN DUVENVOORDE (kw 686061), relatie verondersteld, was te Veere niet aanwezig.

PM: Graaf Jan II van Henegouwen, Holland en Zeeland is maar kort aan het bewind. Hij overlijdt in 1304 en wordt 11-9-1304 opgevolgd door zijn zoon, graaf Willem III. Deze blijkt een heel goede diplomaat en bestuurder. Hij laat onderzoek doen naar de partijtwisten in Holland en Zeeland en regelt een bestand (mei 1309). De moord op Wolfert VAN BORSELEN te Delft 1-8-1299 (uit het raam gooien) was een toevallige en niet voorberaamde gebeurtenis, aldus het rapport. De doodslagen te Veere waren wel kwalijk te nemen: “van alre misdaet ende broke, die daer na ghesciede te Vere int jaer ons Heren MCCC ende tue (d.i. 1302), in die weken voor Sinte Cruus daghe ingaenden Meye (d.i. 25 april – 2 mei 1302)”, moet wel rekenschap worden gegeven. Het werd afgedaan als een familietwist. De Borselens krijgen een boete opgelegd van 3000 pond zwarte tournooisen en de erfgenamen van Philips VAN DUVENVOORDE c.s. een boete van 1000 pond.

  1. Willem VAN BEVEREN 1562369.

Ouders van: Jan Willemsz VAN BEVEREN (kw 781184), koopman in huiden en vetten

  1. Willem VAN DER WEEDE (uten WAIRDE), geb ca 1280, ovl 1321, bastaardzoon van heer Willem VAN STRIJEN, oom van Beatrijs, vrouwe van Putten, leenman van de heer van Putten, vermeld 1304/21
  2. Lysbette, vermeld 1321 als eigenaresse van land en erf in de heerscappie van Striene (Strijen) met het recht daar de derde penning te heffen.

Ouders van: Willem VAN DER WEEDE (kw 781192)

  1. Rutgheer Diddericsz. Geb ca 1320. Wordt door de heer van Putten op 19-6-1357 beleend met een gors ter bedijking bij Pernis. Gehuwd met 1570177.

De belening van 19-6-1357 bij Pernis betreft een gors (bij eb droogvallend stuk land) ter bedijking. Rutger Didderiks neemt, in combinatie met Jacob Jan van Moerdrecht, Scildman Pieterszn en Hughe Buest Maenkensz, deze opdracht aan. Dankzij de geslaagde bedijking ontstaat nieuw land, de polder Rughe Zand.

Uit het huwelijk: (1) Heyn Rutgersz (de Oude), ovl voor 11-9-1413, vermoedelijk kinderloos. Pacht 1377-1380 samen met Lauwe Claes Dielenz het riet van de Noertpolre met Poortugaal en 1379-1382 een derde deel van de staalvisserij in de Maas voor Oudenvliet. In 1379 pacht hij het tiendblok Molenhoec te Poortugaal en 8 lijn land aldaar, genaamd de Cleyne Hole, dat in die Roden ligt (Rhoon). Hij gebruikt dit land minstens over de periode 1382-1395.Ook pacht hij de vroonvisserij voor Vlaardingen. Op 17-7-1383 is hij te Utrecht om voor de Heer van Putten diens jaarlijkse betaling, 10 pond groot, te doen aan het kapittel van de Dom (rechten op de tienden). In 1383 pacht hij het gors Jans Wale en een vierde deel van de tienden van Poortugaal. Met zijn broer Beye Rutgersz pacht hij land bij het kasteel Valckensteyn. Hij heeft zijn hofstad op de droge dijkzate van Poortugaal, de dijk tussen Zwaardijk en Poortugaal. In 1386 beheert hij voor de Heer van Putten een deel van de moernering (zoutwinning) in Puttermoer. Over de periode 1385-1398 betaalt hij samen met Gillis van Heenvliet 3 pond 8sc 9 d groot voor bijna 40 gemet land in Zwaardijk. Hij is rentmeester van Putte ten oosten van de Maas in 1395. Op 11-9-1413 bezitten zijn erfgenamen land in Zwaardijk. (2) Beye Rutgersz (kw 785088) (3) Hughe Rutgersz (4) Pieter Rutgersz (die Onvervaerde). (5) Trude Rutgersdr. Gehuwd met Jan Heynen. (6) Lijsbert Rutgersdr. Gehuwd met Jacob Bollensz. (7) Heyn Rutgersz (de Jonge). Op 28-3-1393 ontvangt Jonghe Heyn Rutgersz van de Heer van Putte erfelijk 6 gaarden land op de Oord van Cathendrecht en 4 hokelinge land op die van ‘s-Gravenambacht. Vanaf 1399 betaalt hij 1 kapoen jaarlijks voor een hofstad te Spijkenisse. In 1406 pacht hij de helft van de tiende van het Westblok en de helft van de bieraccijns. In 1416-1418 de helft van de Westtiende en in 1419 de helft van de Oosttiende.

Generatie 22 (edel-oudouders, 2097152- 4194303)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Philips VAN WASSENAAR, heer VAN DUVENVOORDE, ovl 1258, in 1226 na dood van hun vader door oudere broer Dirk “beleend” met het huis Duvenvoorde met bijbehorend land en enkele tienden in Voorschoten 2744325.

Ouders van: Arend (I) VAN DUVENVOORDE (kw 1372162), ovl 1268. Jan VAN DUVENVOORDE, ovl vóór of in 1295.

Na overlijden van vader Philips wordt 20-5-1258 aan oudste zoon Arend het recht van opvolging te Duvenvoorde etc toegekend. Jongste zoon Jan krijgt van de grafelijkheid een leengoed in het Westland, “vermoedelijk de kern van dat ghoet van Polaen metter woninghe, gelegen nabij Monster in Delfland, waarmee graaf Floris V op 6-11-1295 Philips VAN DUVENVOORDE beleende”.

Jan VAN DUVENVOORDE was overleden en de graaf laat het leengoed overgaan op Philips, de oudste zoon van Jan. Graaf Floris V wordt 27-6-1296 zoals bekend bij Muiderberg door andere heren vermoord. Het leengoed Polanen was van bescheiden omvang en Jan VAN DUVENVOORDE speelde navenant geen belangrijke rol in het politieke gebeuren. Zijn zoon Philips VAN DUVENVOORDE die het bescheiden leengoed Polanen erfde, had onder Graaf Floris V al wel een politieke functie gekregen: in 1591 baljuw van Kennemerland. Zijn relatie via grootvader Philips met de WASSENAAR-familie was mogelijk van invloed: achterneef Philips (III) VAN WASSENAAR was sinds 1287 kamerling van de graaf en werd in 1291 ook diens zegelbewaarder. Na de moord op graaf Floris die een minderjarige (en ziekelijke) zoon Jan als opvolger naliet, aan het Engelse hof grootgebracht, trad de Zeeuwse edeling Wolfert VAN BORSELEN op als zelfbenoemd regent (met graaf Jan in een soort van gijzeling). Terwijl achterneef Philips, kamerling en zegelbewaarder van graaf Floris, het veld moest ruimen, kreeg Philips VAN DUVENRODE onder “het Van Borselen-bewind” nog diplomatieke taken. In april 1298 was hij namens graaf Jan (of VAN BORSELEN) onderhandelaar bij het sluiten van een accoord met de koning van Frankrijk. De jonge graaf overlijdt 10-11-1299, 15j jong. Daarmee is het Hollandse gravenhuis in mannelijke lijn uitgestorven en eist het Henegouwse huis (via vrouwelijke lijn) de grafelijke rechten op. Onvoorzien krijgt Philips VAN DUVENVOORDE nog meer taken toegewezen dan hij mogelijk ambieerde. Door overlijden van Philips VAN WASSENAAR, eertijds kamerling en zegelbewaarder van graaf Floris, en diens vader Dirk VAN WASSENAAR, beide in 1300, zijn er aan WASSENAAR-kant geen opvolgers in geschikte leeftijden. Zijn neven Floris en Wouter VAN DUVENVOORDE en Dirk VAN SANTHORST (Wassenaar-tak) worden in mei 1302 bij een aanslag te Veere (Zeeland, VAN BORSELEN-gebied) doodgeslagen. Philips VAN DUVENVOORDE is enkele jaren de belangrijkste representant van de WASSENAAR-familie. In juli 1302 krijgt hij een rijk tractement voor zijn dienst aan de grafelijkheid. Hij wordt ridder geslagen en in augustus 1305 bij de vredesonderhandelingen met Vlaanderen, samen met de Heer van Putten, belast met de loskoop en uitwisseling van gevangenen. Hij overlijdt in 1309. Minstens nalatend twee zonen: Willem VAN DUVENVOORDE, ongeecht Jan VAN POLANEN

Deze twee zonen hebben verder in de eerste helft van de 14de eeuw belangrijke (politieke) rollen gespeeld.

  1. Willem III VAN STRIJEN, domicellus (jonker) 22-12-1275, ridder 28-3-1283, genoemd als Heer van Strijen 1275-1293, ovl vóór 25-11-1294, was getrouwd met Oda VAN BORSSELE, een zuster van Floris VAN BORSSELE
  2. Nn

Ouders van: Willem VAN DER WEEDE (uten WAIRDE) (kw 1562384)

Willem (VAN DER WEEDE) is bastaardzoon van Willem VAN STRIJEN en dus niet geboren uit het huwelijk van Willem met Oda. Ook Oda ovl vóór 25-11-1294. De (wettige) dochter Aleid VAN STRIJEN van Willem VAN STRIJEN en Oda VAN BORSSELE trouwt met Nicolaas III, heer VAN PUTTEN, en de heerlijkheid van Putten en Strijen ontstaat. Deze strekt zich uit vanaf de heerlijkheid Voorne in het westen tot de heerlijkheid Breda in het oosten en omvat de Grote Waard bezuiden Dordrecht (de latere Biesbos). De bastaardzoon Willem wordt beleend met hof en erf aldaar en krijgt zo de naam Uten Wairde of VAN DER WEEDE.

  1. Dirck Rutgersz (Dirck Rutgheers), geb ca 1290. 3140353.

Dirck wordt in 1337 door heer Jan van de Wateringe, ambachtsheer van Vlaardingen, beleend met 9 1/2  morgen land aldaar, “te versterven” half op zijn oudste zoon Rutgaert en half op zijn andere zoon Heyn Guet.

Jan VAN DE WATERINGE was in die tijd, als bestuurder/bezitter van het ambacht (bepoldering) en het huis te Wateringen en andere goederen in Maasland, een regionale grootheid. Tien jaar later koos deze Jan in een ingewikkelde politieke hegemoniestrijd van (later genoemd) Hoeken versus Kabeljauwen de partij die een nieuw bewind wenste (Kabeljauwen). Hij behoorde tot de (Kabeljauwse) samenzweerders van mei 1350. Op 30 juli 1351 was Jan van de Wateringe medebezegelaar van het pact dat graaf Willem V met Hollandse steden sloot tegen de Hoekse partij. Jan van de Wateringe overlijdt het jaar erop (sneuvelde?), in 1352.

Uit huwelijk: - (1) Rutger Dircks (Rutgheer Diddericsz). (kw 1570176). - (2) Heyn Guet, geb ca 1320.

Generatie 23 (edel-oudgrootouders, 4194304-8588607)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Philips (I) VAN WASSENAAR, ovl 1225 5488649.

Ouders van: Dirk (I) VAN WASSENAAR, gehuwd met Berta N.N. Aan oudste zoon Dirk vallen na het overlijden van vader Philips de leenrechten over Wassenaar etc toe. Volgens het Leenregister Wassenaar draagt Dirk hierop, 1226, de rechten op het huis Duvenvoorde met bijbehorend land en enkele tienden in Voorschoten over aan zijn jongere broer Philips. Hij houdt zelf de rechten te Wassenaar en andere belangen. Van Dirk stammen generaties van Heren VAN WASSENAAR af. Philips VAN WASSENAAR, heer VAN DUVENVOORDE (kw 2744324), ovl 1258, stamvader van de tak DUVENVOORDE van het geslacht WASSENAAR.

  1. Willem II VAN STRIJEN, ridder, heer van Strijen, vermeld 1252/1274, ovl vóór 27-3-1285 6249537. Ouders van: Willem III VAN STRIJEN (kw 3124768)

6249538. 6249539. Ouders van de jongedame bij welke voorvader Willem III VAN STRIJEN de zoon Willem VAN DER WEEDE (uten Wairde) verwekte. Haar naam was indertijd mogelijk wel bekend. De bastaard Willem bleef niet onbemiddeld, maar kon geen aanspraak maken op opvolging in de heerlijkheid van Strijen. Zijn vader was gehuwd met Oda VAN BORSSELE en de dochter Aleid VAN STRIJEN uit dit huwelijk, getrouwd met Nicolaes VAN PUTTEN, erfde de heerlijkheid. Daarmee ontstond de heerlijkheid van Putten en Strijen en een boel verdere verwikkelingen, totdat een aangetrouwde achterneef, Zweder VAN ABCOUDE, uiteindelijk in 1361 tot heerschap van Putten en Strijen wordt aangewezen en in staat blijkt zich in die functie tientallen jaren te kunnen handhaven. Een belangrijke periode voor bedijking en ontginning van gronden op de grens tussen Holland en Zeeland. Oda VAN BORSSELE is geen voormoeder in ons familieverhaal, niet de moeder van “bastaard” Willem VAN DER WEEDE. De BORSSELE-lijn via Oda wil ik pro memorie hier toch noemen.

PM. Peter VAN BORSSELE, ridder, heer van Borselen, Goes en Kloetingen, vermeld 1263/1278, gehuwd voor ca 1259 met PM. (Hadewig) VAN CRUYNINGEN, ovl voor mei 1263

Ouders van: Oda VAN BORSSELE

Generatie 24 (edel-oudovergrootouders)

  1. Willem I VAN STRIJEN, heer van Strijen 1224-1244 12499073.

Ouders van: Willem II VAN STRIJEN (kw 6249536)

PM. Nicolaes VAN BORSSELE, ridder, heer van Borselen 1243-1258, ovl vóór 1263 PM.

Ouders van: Peter VAN BORSSELE

PM. Godfried VAN CRUYNINGEN, jonker (domicellus), ridder in 1238, heer van Kruiningen, vermeld 1233-1265, ovl na 1265, tr ca 1240 met PM. Oda VAN PUMBEKE VAN GAGELDONCK, gegoed in Rijsbergen, ovl na 1265.

Ouders van: Hadewig VAN CRUYNINGEN

Godfried VAN CRUYNINGEN kocht in 1250 de heerlijkheid Woensdrecht van Hendrik I VAN BREDA. Samen met zijn schoonzoon Peter VAN BORSSELE en anderen uit de Borssele-clan leidde hij de Zeeuwse opstand tegen gravin-regentes Aleid. In mei 1263 doet hij namens zijn vrouw afstand van de tienden en het patronaatsrecht van de kerk van Tilburg ten gunste van de abdij van Tongerlo. Mogelijk ging het hier om een vrijwillige schenking, ten gunste van de kerk in Brabant en om in politieke (of persoonlijke) belangen vrijer te kunnen optreden.

PM: Op 28-1-1256 sneuvelt graaf Willem II van Holland, pas 22j oud, op de nominatie staand om Rooms-koning van het Duitse rijk te worden, te Hoogwoud (Noord-Holland/West-Friesland) tijdens een niet zo weloverwogen “veldtocht” tegen de vrije Friezen. Het winterde, het veld bestaat uit sneeuw en ijs en het politieleger in opmars loopt daarin vast. De jonge graaf zakt met paard weg in het ijs en wordt omgehakt. Hij laat een zoontje na, 2j oud, Floris V. Diens oom Floris, broer van Willem II, springt in als regent (“Floris de Voogd”) en is vooral in staat om de twisten met Vlaanderen over Zeeland redelijk op te lossen. Maar deze graaf-regent komt 26-3-1258 te Antwerpen om bij een riddertoernooi (een soort sport) en Floris V is dan pas 4. De periode van gravin-regentes Aleid begint nu. Aleid is tante van Floris V, zus van Willem II. Zij neemt het jonge graafje Floris V onder haar hoede en gaat als regentes “regeren”. Politieke problemen ontstaan om allerlei redenen. Aleid van Holland is september 1247 getrouwd met Jan I, graaf van Avesnes, die erfelijk graaf van Henegouwen werd, maar die titel ook voor Vlaanderen claimde. Graaf Jan I van Avesnes overlijdt in 1257, Aleid is weduwe “van Henegouwen” in 1258 bij de dood van broer Floris de Voogd. Kan zich bemoeien met het regentschap in Holland en Zeeland (uit haar huwelijk 7 Henegouwse kinderen die er ook belang bij kunnen hebben en dat belang na 1299 ook kregen), maar haar regentschap wordt tegengewerkt in Holland. Ze wijkt uit naar Zeeland en daar vindt ze VAN CRUININGEN c.s. in de weg. In 1263 moet ze haar ambiities opgeven. In de februarimaand van dat jaar wordt bij Reimerswaal (Zeeland) haar leger verslagen door een leger van Otto II, graaf van Gelre, die door de tegenpartij was ingehuurd. Graaf Otto neemt de voogdij over Floris V over (samen met de prins-elect van Luik, niet toevallig Hendrik III van Gelre), waarop de heren van Voorne, Teilingen, Haarlem en Amstel in 1266 (Floris V wordt dan 12) spoorslags er opaan sturen de jonge graaf meerderjarig te verklaren (geen regentschap meer).

Generatie 25 (edel-oudbetovergrootouders) en wat nog eerder

We hebben van voor Generatie 18 maar enkele smalle spoortjes betreffende voorfamilie terug kunnen vinden. Mogelijk is dit vrijwel alles van wat ooit nog terug te vinden is. Die enkele spoortjes zijn voor familieverhaal nauwelijks meer van belang. Dat ze “historische verhalen” kunnen oprakelen is misschien aardig en leerzaam, maar het is geen “familie” meer.

Brokken, Het ontstaan van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, pg 31. “Het ontstaan van de Hoekse en Kablejauwse twisten” door dr H.M.Brokken (1982), pg 17. Graaf Willem IV was 30 toen hij door het overlijden van zijn vader de grafelijke functie erfde. Terwijl vader Willem III (Henegouwse huis) een goed diplomaat was, ontwikkelde Willem III zich tot een “ridder met het zwaard” die al in 1336 op een eerste expeditie naar Pruisen trok (tegen de heidenen aldaar), in 1339/40 met zijn leger meedeed aan de oorlog tegen Frankrijk (begin Honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk), na 1342 optrok als pelgrim/kruisridder naar “het Heilige Land” (eerst naar zuid-Spanje, Granada, door islamieten bezet, daarna via Venetie naar Jeruzalem) en bij terugkeer via Venetie voor de tweede maal op expeditie naar Pruisen ging. In maart 1344 kwam hij weer in Holland terug. Bestuurlijke zaken liet hij door de grafelijke raad regelen. Onder zijn bewind werd vooral gul met gunnen van tol- en stadsrechten gedaan, dat leverde hem weer geld voor het financieren van nieuwe expedities. Zoals een derde tocht naar Pruisen in de winter 1344/45. Terug van die expeditie voert hij in juni 1345 een oorlogje tegen de stad Utrecht (de hem vijandige bisschop aldaar), dat hij wint. In de roes van deze overwinning besluit hij door te trekken en de Friezen beoosten de in de voorgaaande eeuw ontstane Zuiderzee (IJsselmeer) onder het gezag van de graaf van Holland te brengen. Gezag over Westerlauwers Friesland was door de Duitse keizer eerder zowel aan de Utrechtse bisschoppen als aan de graven van Holland gegund, terwijl de Friezen van beiden weinig tot niets wilden weten en een eigen bestuur aanhielden. De door Willem IV bedoelde politionele actie werd een ramp voor hem en een groot deel van de met hem mee opgetrokken “Hollandse edelen”. Zijn legertje verdwaalde op de tocht over de Zuiderzee en het onder zijn leiding staande deel werd op de kust van Friesland door een Fries leger omsingeld (Slag bij Warns, 26-9-1345) en verrast. Willem IV en een zo groot aantal van “Hollandse edelen” sneuvelden bij deze gelegenheid, dat men de afloop in Holland nauwelijks durfde te melden (het lijk van Willem IV bleef achter in Friesland). Hierna werd de Hollandse politiek zwaar verstoord door interne twisten (Hoeken versus Kabeljauwen) en ging het graafschap van Holland over in Beierse handen, wat niemand vooraf had kunnen bedenken. Maar dit is weer een ander verhaal. Edeloudovergrootvader Willem VAN DER WEEDE was vermoedelijk als kwartiermaker in dienst van de jonge graaf Willem IV en deze had door zijn gedrag ruime behoefte aan kwartiermakers. Aldus gesteld. Dr.H.M.Brokken, Het ontstaan van de Hoekse en Kabeljauwse twisten (Walburg Pers, 1982), pgs 209-210. Dr.H.M.Brokken, “Het ontstaan van de Hoekse en Kabeljauwse Twisten” 1982, pg 220.