De Grootouders
Bonne Van der Hoek & Neeltje Roem
Generatie 3 VAN DER HOEK (grootouders)
BONNE VAN DER HOEK en NEELTJE ROEM, ouders van WILLEM VAN DER HOEK (1906-1961)
BONNE VAN DER HOEK & NEELTJE ROEM
- Bonne VAN DER HOEK, geboren vrijdag 8 januari 1875 te Oranjewoud (Grintdyk), vertrekt ca. 1895 als kleermakersgezel uit Heerenveen naar Zuid-Holland, overl zaterdag 1 mei 1943, 68 jaar oud te Heerenveen, kleermaker, trouwt zaterdag 1 september 1900 te Naaldwijk (ZH) met
- Neeltje ROEM, geboren vrijdag 17 november 1871 te Naaldwijk (ZH), werkvrouw, overl maandag 15 november 1937 te Heerenveen (Van Dekemalaan), net geen 66 jaar oud.
Bonne was 25 en Neeltje 28 toen de twee 1-9-1900 te Naaldwijk met elkaar trouwden, beiden in eerste huwelijk. Uit de trouwakte blijkt dat de ouders van de bruidegom, Jan Wolters Van der Hoek (kw 8) en Hiltje Jans Lukkes (kw 9), voor dit huwelijk niet de reis vanuit Terband in het Friese Aengwirden naar Naaldwijk in het Zuidhollandse Westland maakten. Zij gaven schriftelijk toestemming. De ouders van de bruid waren wel aanwezig en getuigen waren o.a. haar broers Nicolaas en Christiaan ROEM.
Uit het huwelijk worden zes kinderen geboren, allen te Naaldwijk, vier dochters en twee zonen: Hiltje, geb zaterdag 29-6-1901 (vernoemd naar de moeder van Bonne). Antje, geb dinsdag 28-10-1902 (vernoemd naar de moeder van Neeltje). Janna, geb 1904 (vernoemd naar de vader van Bonne, maar `t was een meisje). Willem, geb maandag 30-4-1906 (kw 2) (vernoemd naar de vader van Neeltje). Willemien (Wilhelmina), geb 1907 (de vader van Neeltje overleed eerder dat jaar, de jonge koningin heette Wilhelmina en was populair). Jan Wolters, geb donderdag 7-1-1909 (vernoemd naar de vader van Bonne, compleet met diens patroniem-s).
Opoe Neeltje is 37 jaar wanneer het zesde kind wordt geboren. Opa Bonne viert de volgende dag, 8-1-1909, zijn 34ste verjaardag. Het huwelijk leidt niet tot volgende kinderen. Het jonge gezin woonde te Naaldwijk samen met de ouders van Neeltje, maar van die ouders overlijdt Antje VAN BEEK (kw 11) in maart 1905 en Willem ROEM (kw 10) in mei 1907. Begin 1916 trekt Bonne naar Heerenveen in Friesland, waar hij vandaan kwam. Neeltje is dan 45 en Bonne 41. Hiltje, de oudste dochter, is 15.
Bonne VAN DER HOEK (1875-1943) werd op 8 januari 1875 te Oranjewoud geboren, jongste (en laatste) kind van Jan Wolters VAN DER HOEK (kw 8) en Hiltje Jans LUKKES (kw 9). Aan de “Grintdyk” zoals de aloude zandweg vanaf Oudeschoot door het Schoterwoud in de volksmond ging heten, nadat deze met grint was “bestraat” . Die wegverbetering vond rond 1870 plaats en het is niet onmogelijk dat overgrootvader Jan Wolters er een boterham aan verdiende. Rond 1880 verhuist Jan met gezin van Oranjewoud naar het noorden van Heerenveen. Naar Terband (Fok, Schans) dat deel uitmaakte van de gemeente Aengwirden. Ook daar wordt druk aan rij- en tramwegen gebouwd. Op 15 januari 1868 was de treinverbinding Meppel-Heerenveen gereed gekomen en op 1 september 1868 de verdere verbinding Heerenveen-Leeuwarden. In 1880 startte de Nederlandsche Tramweg Maatschappij met de aanleg van trambanen. Vanaf het station te Heerenveen (Nijehaske), een baan naar Joure in het westen en een baan naar Gorredijk-Drachten in het oosten. Voor de baan naar Drachten moest in Heerenveen een brug worden gebouwd over de relatief brede Heerensloot, van Heerenwal naar Fok (Terband).
Die Trambrug speelt een bepalende rol in het leven van opa Bonne. In 1883 is de brug er. Voor de trams een hindernis die ze met lage snelheid moeten nemen. Voor de kinderen uit de buurt een prachtige kans om aan de ene kant in het langzaam rijdende voertuig te klimmen en er aan de overkant weer van af te springen. Dat mag natuurlijk niet en het is gevaarlijk. Bonne is 8 jaar en merkt hoe gevaarlijk. Hij struikelt en komt met een gebroken heup en andere verwondingen in het ziekenhuis terecht. Het genezingsproces duurt lang. Tot zijn 16de heeft Bonne krukken nodig bij het lopen. Een gevolg van dit ongeval is ook dat zijn schooltijd wordt verlengd – hij bezoekt de “Fransche school” (Mulo-onderwijs) – en dat zijn beroepskeuze niet meer vrij staat. Hij kon maar het best kleermaker worden. Een zittend beroep, waar wel vraag naar was (zijn oudere broer Wolter begon als pakhuisknecht). En zo gebeurde. Bonne leerde het vak als leerling bij Heerenveense kleermakers en werd daarna, in 1895/96, “uitgezonden” naar buiten Friesland (broer Wolter werkte inmiddels al te Amsterdam). Zijn eerste contactadres was te Zaltbommel, maar van daaruit vertrok hij al snel naar Naaldwijk.
Naaldwijk
De jonge Friese kleermaker vindt te Naaldwijk kost en onderdak bij het bejaarde tuinders-echtpaar Willem ROEM (1826-1907) en Antje VAN BEEK (1832-1905). Willem Roem is de 70 gepasseerd en Antje ook al 65-plusser, wanneer ze de 22-jarige kostganger in huis nemen. Ze hebben zelf twee zonen, Nicolaas en Christiaan, die al getrouwd en uit huis zijn, hoewel ze misschien nog in de tuinderij werken. En ze hebben een dochter, Neeltje, die 17-11-1871 is geboren, toen vader Willem 45 was en moeder Antje 39. Dochter Neeltje, 25 jaar, had “de ware” nog niet gevonden en woonde nog bij haar ouders.
Het nuchtere feit is dat Bonne en Neeltje aardigheid in elkaar kregen. Toen dit bekend werd (“verloving”), hield het wel in dat Bonne snel naar een ander kosthuis moest uitwijken (te Maassluis), want in het gereformeerde Naaldwijk was de sociale controle zeker groot en twee verloofden onder één dak kon niet door de beugel. Een huwelijksdag werd gepland, zaterdag 1 september 1900, en Bonne kon daarna weer intrekken bij de Roems. Zoals hierboven gemeld maakten de ouders van Bonne vanuit Heerenveen niet de verre reis naar Naaldwijk om bij het huwelijk aanwezig te zijn.
Het huwelijk tussen Neeltje en kleermaker Bonne was geen moetje. Maar na tien maanden al, 29-6-1901, is er het eerste kind. Een dochter die naar Bonnes moeder Hiltje wordt genoemd. Binnen acht jaar volgen nog vijf andere kinderen: de dochters Antje en Janna, de zoon Willem (30 april 1906, kw 2), de dochter Willemien en de zoon Jan Wolters (7 januari 1909). Moeder Antje VAN BEEK overlijdt 28 maart 1905 en vader Willem ROEM 8 mei 1907.
Dat Willem ROEM in de tijd dat Bonne als kostganger bij hem in huis kwam, (nog) een renderend tuindersbedrijf had, is onwaarschijnlijk. Rond die tijd schakelen jongere en kapitaalkrachtige ondernemers in het Westland over naar grootschalig tuinieren in kassen of warenhuizen. Die omslag werd door de ROEM-familie niet meer meegemaakt. “Vakantie was er niet bij voor het tuindersgezin. Een dagje naar het strand misschien of naar de stad, als de tuin het toeliet. Alleen in de winter, als het rustig was op de tuin, was er meer tijd voor nutteloze bezigheden, zoals schaatsen. Voor de rest was het leven: werken, bidden, eten en slapen.” In 1985 wijdde het Westlands Streekmuseum te Naaldwijk een tentoonstelling aan het leven van Westlandse tuindersvrouwen in de periode 1920-1940. Dat is de periode “na Neeltje” maar in haar tijd zal het niet anders zijn geweest. In de publiciteit rond genoemde tentoonstelling kreeg de hardheid van het bestaan van de tuindersvrouwen bijzondere nadruk. Gesteld werd dat rangen, standen en godsdiensten een grote rol speelden. Katholiek tuinde bij katholiek, gereformeerd bij gereformeerd. Het aantal kassen en schoorstenen bepaalde positie en huwelijkskansen. Had je geen schoorstenen, dan was je “van de koude grond”. Voor de tuindersvrouwen waren huishouden en moederschap de voornaamste taken, aldus het verhaal. Maar de tuin moest daarmee worden gecombineerd. Als de druiven gekrent moesten worden of de tomaten gehobbeld, gingen de kinderen mee de kas in. Eén in de buik, eén aan de borst en eén in de box, was het moederpatroon. “Met carbid en water werden de klompen voor de zondag wit geschuurd. Je werd moe van het stampen van de was in de tobbe. Vierhonderd keer stampen voor de witte was. Vierhonderd keer voor de bonte. Vierhonderd keer voor de donkere was. En dan nog een keer. In de avonduren moest het vele verstelwerk worden gedaan.”
Het klinkt niet vrolijk. Hoewel we mogen aannemen dat het niet allemaal en altijd zwaar en ellendig is geweest.
De ROEM-voorvaderen zijn niet van oorsprong tuinders. Dat we Willem Roem als tuinder te Naaldwijk kennen, heeft met de vrouwelijke lijn te maken gehad. Want zijn vader Nicolaas Roem (1799-1834) was vlassersknecht en overleed op jonge leeftijd. En zijn grootvader Pieter Roem (1760-1810), die 49 jaar werd, was geboren te Charlois (Rotterdam). Geen Westlander dus. Pieter trouwde 1791 te Naaldwijk met Johanna Wijnandts (1766-1853), een jonge telg uit het huwelijk van Adrianus Wijnandts (Weyland) en Elisabeth Valstar. Met de VALSTAR-lijn heb je zeker wel met Naaldwijkse tuindersgeslachten te maken, tot op de dag van vandaag. Maar de relatie tussen Willem Roem en de familie van zijn overgrootmoeder, Valstar, het tuinders-actieve deel daarvan, zal niet (of nauwelijks) meer hebben bestaan.
Zijn vader Nicolaas, vlassersknecht, overleed toen Willem Roem 8 jaar oud was. Willems moeder, Angenita Mulder, is 1801 te Den Haag geboren. Haar ouders gingen daarna wel in Naaldwijk wonen, maar kwamen niet uit het Westland. Van Albertina van Loon (1754-1825), de moeder van Angenita, staat vast dat ze te Buuren werd geboren, in de Betuwe dus. Albertina was weduwe te Den Haag, van ene Johan Middendorp (Mittendorf), toen ze met Willem Mulder trouwde. Albertina was 45 jaar toen dochter Angenita ter wereld kwam. Ze wordt 70 (ovl 6-2-1825 te Naaldwijk) en wordt dan “doopvrouw” van beroep genoemd. Misschien is vroedvrouw bedoeld. Willem Mulder overlijdt te Naaldwijk 8 weken na zijn echtgenote (8-4-1825).
Hoe komt de voornaam WILLEM in de VANDERHOEK-familie? Die voornaam is aan Willem Mulder te danken, de schoonvader van Nicolaas Roem. Wanneer ruim 12 maanden na het overlijden van Willem Mulder uit het huwelijk van Nicolaas en Angenita een jongen wordt geboren (3-5-1826), wordt deze niet Pieter genoemd, naar de vader van Nicolaas, maar WILLEM. Naar de vader van Angenita. Deze Willem is dus Willem Roem (1826-1907) geworden, naar wie in 1906 de eerste zoon van Bonne Van der Hoek en Neeltje Roem wordt genoemd: Willem Van der Hoek (1906-1961).
Na het vroege overlijden van Nicolaas Roem is Angenita Mulder voor een tweede keer getrouwd. De nieuwe echtgenoot (stiefvader van Willem Roem) is Pieter van Dijk. Het kan zijn dat via hem Willem aan het tuindersbedrijf(je) kwam. Maar dit weten we nog niet zeker.
Naast de ROEM-voorfamilie had Neeltje Roem via haar moeder Antje VAN BEEK (1832-1905) een tweede voorfamilie. Ook dit waren geen tuinderfamilies, maar eerder tuindersknechten. Antje was dochter van Christiaan van Beek en Neeltje van Leeuwen. De naam van de vader van Christiaan wordt Jacobus van der Beek geschreven, geboren in Den Haag, in 1779 getrouwd met de uit ’s Gravenzande afkomstige Geertruy Laarman (1747-1789). Zij wonen te Naaldwijk waar Geertruy op jonge leeftijd trouwde met J.T.Heijnechius. Ze is weduwe en 31 jaar wanneer ze met Jacobus van der Beek trouwt. Uit dit huwelijk wordt Christiaan geboren. Geertruy overlijdt in 1789 en Christiaan krijgt daarna met een stiefmoeder te maken. Neeltje van Leeuwen, de moeder van Antje van Beek, is dochter van Arend van Leeuwen, arbeider te Monster (Westland), en Antje Vreugdenhil. Laatstgenoemde Antje is een telg uit de VREUGDENHIL-familie die, zoals bovengenoemde VALSTAR-familie, door de tijd heen een bekend tuindersgeslacht te Naaldwijk bleef. Maar dat de latere Willem Roem van deze “oude” connecties kon profiteren, is onwaarschijnlijk. De familiebanden waren zeker niet nauw genoeg. En de bekwame tuinders waren vermoedelijk al een eigen tak geworden.
Hoe komt de voornaam NEELTJE in de VANDERHOEK-voorfamilie? Zowel de voornamen WILLEM als NEELTJE zijn vernoemingen vanuit het Westland, van ROEM-kant om het simpel te houden.
Na het overlijden van (schoon-)vader Willem ROEM blijven Bonne en Neeltje te Naaldwijk wonen. Twee kinderen (Willemien en Jan Wolters) worden nog geboren. Zes kinderen hebben ze nu. Bonne oefent zijn beroep van kleermaker uit, wat hem hooguit een karig inkomen oplevert. In 1914/1915 begint het waarschijnlijk helemaal nijpend geworden. Om Nederland heen woedde een grote oorlog (de “Eerste Wereldoorlog”) en je kunt je indenken dat voor een wat ouderwets ingestelde kleermaker het aantal goede klanten behoorlijk minderde. Volgens zijn latere schoondochter Elizabeth DE JONG (kw 3), voor haar huwelijk zelf als naaister werkzaam, was schoonvader Bonne “niet een echte kleermaker”. Zij kon het misschien beoordelen. En we weten achteraf dat het voor Bonne geen vrije beroepskeuze was geweest.
Heerenveen
In januari 1916 wordt Bonne te Naaldwijk failliet verklaard. Het faillissement wordt in juni 1916 opgeheven, maar Bonne is inmiddels met heel zijn “Hollandse” gezin al in Heerenveen gaan wonen en blijft daar. De verhuizing vindt begin 1916 plaats. Neeltje (nooit in Friesland geweest) is 45, Bonne 41. Van de zes kinderen (ook nooit in Friesland geweest) is Hiltje, de oudste, 15 jaar en Jan, de jongste, 6 jaar. Het gezin wordt opgevangen te Terband bij pake Jan Wolters VAN DER HOEK (1835-1927, kw 8) die 81 wordt op 6 april 1916 en diens dochter (Bonnes oudste zuster) Grietje Jans VAN DER HOEK, getrouwd met Geert FONK. Grietje is 46, Geert 52, ze hebben samen een eigen gezin. Beppe Hiltje Jans LUKKES (1840-1915, kw 9) is in het jaar ervoor, 12-8-1915 (een donderdag), 75 jaar oud, overleden. Pake Jan, zijn hele leven arbeider geweest, is inmiddels “zo krom als een spijker” (sa krom as in spiker). Hij wordt overigens wel 92.
Na enkele maanden (of weken?) te Terband wordt geregeld dat Bonne met gezin intrekt bij omke Freerk in Het Meer, beoosten Heerenveen. Oom Freerk Wolters VAN DER HOEK (1832-1925) is oudere broer van Jan, Bonnes vader. Freerk is 25 april 1916 84 jaar geworden, sinds 1901 weduwnaar, zonder kinderen. Hij woonde in Het Meer op het erfje tegenover de vroegere Asbrug. Daar woonde hij de latere jaren samen met zijn broer Bonne Wolters VAN DER HOEK (1828-1914) die steeds ongehuwd was gebleven. Maar sinds 11-12-1914 woonde hij er weer alleen, want toen overleed Bonne, 86 jaar oud. Binnen het familieberaad en oom Freerk stemde toe (bood het misschien ook aan), wordt geregeld dat Bonne en Neeltje met kinderen (tijdelijk) bij Freerk in Het Meer gaan wonen. Te Heerenveen vindt inmiddels nieuwbouw plaats ten westen van Dracht en Gedempte Molenwijk. Bonne wordt ingeschreven voor een huurwoning aan de Van Dekemalaan, die in 1918 wordt opgeleverd. In de tussentijd is het bivakkeren in het kleine huisje bij de Asbrug van oom Freerk. Voor de “Hollandse” Neeltje schijnt het vooral een lijdenstijd te zijn geweest. De hoogbejaarde Freerk was uiteraard niet proper genoeg. Als toppunt van schandelijkheid is verteld dat hij ’s ochtends zijn piespot omspoelde in de regenton. Omdat er toen nog geen gemeentelijke waterleiding bestond, was de regenton ook voor koken, drinken en wassen nodig. Misschien deed hij dat in het begin, een paar keer. Neeltje kon stampij maken. Daarna spoelde hij de pot misschien niet meer om of gebruikte hij toch maar de voor het huis langsstromende vaart. Een andere mogelijkheid is dat hij de jonge, inwonende neefjes (Willem en/of Jan) dan wel nichtjes inschakelde voor dit spoelkarwei (moeder Neeltje: “Blijf van die pot van oom Freerk af…!?”).
In de door latere schoondochter Elizabeth DE JONG (1910-1989, kw 3) vertelde verhalen kwam de afschuw die Neeltje in Het Meer opdeed primair. Lyske had het van horen zeggen, want maakte het zelf niet mee. Schoonmoeder Neeltje luchtte achteraf haar hart. Overigens is in die verhalen sprake van “twee hoogbejaarde vrijgezelle broers” die als viespeuken hun leven sleten. Dat klopt niet. De oom Bonne was al anderhalf jaar overleden voor Neeltje in Het Meer kwam wonen. Alleen oom Freerk woonde er en hij was langdurig getrouwd geweest (met zijn nichtje Aafke KROM, geen kinderen). Positief punt: Freerk bood onderdak aan het drukke gezin en hij liet de Friese staartklok na die bij Bonne en Neeltje, en later bij Willem en Lyske, als pronkstuk in de kamer hing.
Van Dekemalaan, Heerenveen
Toen Bonne (nu met gezin) terugkwam in Heerenveen (Terband/Het Meer), ging hij er prompt weer als kleermaker aan de slag. Via oude contacten lukte dit wel. Inmiddels was de confectiezaak van VAN DER KAM flink gegroeid en Bonne kon daar allerlei opdrachten voor maat- en verstelwerk vandaan halen. Bonne mengde zich vrij direct na terugkomst ook volop in het verenigingsleven, - een gewoonte die hij misschien al in het sterk georganiseerde, christelijke Naaldwijk had aangeleerd. We zien hem naar voren komen in verenigingen op gereformeerde grondslag (zoals de zondagsschoolvereniging) en in vakbondswerk idem (Patromonium, later CNV).
Al in 1916 wordt de naam van B.v.d.Hoek gemeld in de vergaderingsnotulen van de evangelisatievereniging “De Zaaier”, die in de plaats was gekomen van de eerdere zondagsschoolvereniging “Jachin”. De notulen van maandag 4-12-1916 melden dat hij de toen gehouden vergadering mag afsluiten. Met dankgebed, zoals gebruikelijk. Op vrijdag 12-1-1917 houdt hij een inleiding over de bruiloft te Kana (volgens het bijbelverhaal veranderde Jezus bij die bruiloft water in wijn). De inleiding viel bij de vergaderaars erg in de smaak. Er volgde “een vrij levendige discussie”. Waarschijnlijk liet Bonne zich vrij snel inschakelen als onderwijzer op de zondagsschool (te Het Meer?), hoewel dit uit de bewaard gebleven notulen niet blijkt. Van na 1917 geen notulen. Bonnes zoon Willem was in de jaren na 1935 een gewaardeerde verhalenverteller op de zondagsscholen (o.a. te Oranjewoud).
Wanneer de nieuwbouw-huurwoning aan de Van Dekemalaan in west-Heerenveen beschikbaar komt, wordt het onderkomen in Het Meer snel verlaten (oom Freerk blijft er wonen, hij wordt 92 en overlijdt, in alle properheid want niet thuis, op vrijdag 6 maart 1925). Bonne oefent zijn beroep veelal uit, zittend in de achterkamer van de huurwoning, op de tafel, vaak vol grappen en grollen. Per maandag 30-6-1919 wordt hij gekozen tot secretaris van de Christelijke Besturen Bond te Heerenveen en Omgeving. Via de CBB organiseerden zich de besturen van diverse christelijke vakbonden. Bonne vertegenwoordigde de “christelijke kleermakers”. Uit het CBB ontwikkelde zich later het CNV (Christelijke Nationaal Vakverbond). Met “christelijk” werd in die tijd vooral de gereformeerde richting bedoeld. De aanhang in regio-Heerenveen was en bleef bescheiden.
Bonne wordt per 30-6-1919 niet alleen benoemd tot CBB-secretaris te Heerenveen. Hij krijgt ook de opdracht om op de volgende algemene vergadering een inleiding te houden over “De Arbeidswet van Minister Aalberse.” Deze wet, invoering van de 8-urige werkdag, werd 12 dagen later, 11-7-1919, door het parlement goedgekeurd. Bonne heeft de inleiding niet meer hoeven te doen, zo mogen we aannemen. Van een algemene vergadering is in volgende bestuursnotulen, door Bonne als secretaris geschreven, geen sprake.
In de bestuursvergadering van maandag 25-8-1919 gaat het hoofdzakelijk om praktische punten: “Voorlezing geschiedt van de circulaire, welke zal worden gezonden aan verschillende werkgevers. De vergadering kon instemmen met de inhoud. 7 ex waren reeds aanwezig, een lijst van werkgevers wordt opgemaakt, aan wien een circulaire zal worden toegezonden. Verder wordt besloten aan de gemeenteraad te verzoeken met het oog op de duurte, evenals den vorigen winter, goedkoope klompen te doen verstrekken aan huisgezinnen, die daarvoor in aanmerking kunnen komen. Verder het steuncomité weer te doen vormen, daar dit beter werkt dan de armbesturen. Tenslotte als 3de punt zoo mogelijk werk verschaffen. Deze voorstellen aan B en W op te zenden nog in deze zelfde week. Daarna werd overgegaan tot rubricering der lijsten, daarop kwamen voor 22 namen van landarbeiders. Besloten werd ons in verbinding te stellen met het Hoofdbestuur der Land- en Tuinbouwbond om een spreker te zenden, om hier een afd. op te richten. Deze verg. te doen houden met lichte maan. Voorts een afd. te trachten op te richten van personen in publieken dienst. Terwijl de voorz. persoonlijk met de fabrieksarbeiders in bespreking zal treden, opdat deze zich ook organiseeren. Aan ds. Hummelen een verzoek te richten, om het nut te bepleiten eener organisatie onzer dienstboden. Tenslotte werd nog besloten de verpleegsters uit te noodigen tot eene samenkomst met de Christ.Best.B., waarop ook ds. Hummelen uitgenoodigd zal worden. De voorz. zou persoonlijk zich in verbinding stellen met de directrice van ’t Ziekenhuis, zuster Dijkstra, wanneer deze samenkomst het beste gehouden kon worden. “
Volgens het notulenboekje vindt de volgende CBB-bestuursvergadering drie maanden later plaats, maandag 17-11-1919. Secretaris Bonne Van der Hoek kan niet aanwezig zijn. De waarnemend secretaris B.de Jong meldt:
“De Voorz. deelt mee, dat van B en W der Gem Schoterland geen voorstel is te wachten inzake bestrijding der werkeloosheid. De Rechtsche Raadsfractie zal trachten met een plan te komen. Er is evenwel toch iets bereikt. In de laatstgehouden Raadsverg. van Schoterland is besloten dat aan leden van gezinnen welke niet zijn aangeslagen in den H.O. (boven de 13 jaar) op 2maal 1 paar klompen een toeslag wordt gegeven van 30 cent. Deze maatregel vordert eene uitgaaf van plm. F 4800,=. Is besloten eene aanschrijving te richten tot de Diaconie der Gerf Kerk en die der N.H. om zoo mogelijk armoede te leenigen of en te voorkomen. Een Commissie is gevormd (n.l. de Heeren A.Idzenga en W.de Groot) om zich in verbinding te stellen met de HH N.Bakker, W.v.Riezen en Th.Leenes, teneinde te trachten een plaatselijk Steuncomité in ’t leven te roepen. Naar aanleiding eener conferentie met het Bestuur der Chr.Dienstbodenorganisatie werd besloten eene circulaire te laten drukken waarin vooral de nadruk werd gelegd op de noodzakelijkheid van hooger loon in verband met de tijdsomstandigheden. Deze circulaire was meteen bedoeld als convocatiebrief voor een binnenkort te houden vergadering der dienstboden. Met de landarbeidersorganisatie loopt het niet erg vlot. Er is nog geen definitief Bestuur gekozen. In hoeverre in dezen reactionaire krachten van invloed zijn is nog niet duidelijk gebleken; maar wel zal getracht worden de zaak door te zetten. Eveneens zal getracht worden een afd. op te richten van de Chr. fabrieksarbeiders. Daartoe zal de Secr zich in verbinding stellen met den Heer S.Veltman te Bolsward. Aangezien vr. Veltman zich den laatsten tijd in onze plaats H’veen met deze zaak heeft beziggehouden, acht het Bestuur het niet ondienstig eens eene verg. uit te schrijven, waar genoemde Veltman als spreker zou kunnen optreden.”
De volgende vergadering, woensdag 31-3-1920, en die daarna, worden weer door Bonne Van der Hoek genotuleerd. De organisatie komt maar heel gebrekkig of niet van de grond. In een vergadering augustus 1921 ten huize van de voorzitter wordt B.v.d.Hoek benoemd tot lid van het Provinciaal Comité der C.B.B.
Over de periode hierna kunnen we ons niet meer op notulen van bestuursvergaderingen beroepen. Die zijn niet bewaard (voorzover door ons te overzien). Iemand anders dan B.v.d.Hoek nam de taak over. Bonne bleef zeker actief. Volgens zijn latere schoondochter werd hij in delen van de gereformeerde kring wel “de rooie” genoemd (een halve of hele socialist), vanweg zijn vakbondbemoeienis. Er zijn aantekeningen waaruit blijkt dat hij de verkiezingsuitslagen in Heerenveen (na invoering algemeen kiesrecht) scherp in de gaten hield en ook adresbezoek deed bij mogelijke stemmers voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). De ARP (Kuyper, Talma, Colijn) had haar aanhang vooral in de gereformeerd-kerkelijke richting en bleef daardoor in Schoterland/Heerenveen van bescheiden omvang. Eén zetel in de gemeenteraad was al erg mooi. Bonne maakte het niet meer mee dat zoon Willem na 1945 via de ARP-lijsr lid werd van deze raad, toen de partij drie zetels veroverde.
De “emigratie” in 1916 naar Friesland was ook voor de kinderen van Bonne en Neeltje natuurlijk een fikse verandering. De Friese taal kreeg niemand van hen nog goed onder de knie (in huis werd Hollands gesproken). De drie oudste meisjes, Hiltje, Antje en Janna, zijn niet meer leerplichtig en kunnen werkjes gaan doen. Waar nodig hun vader helpen bij de kleermakerij, kwam voor (vooral Hiltje). Willem, Willemien en Jan moeten de lagere school in Heerenveen voltooien. Willem en Jan volgen daarna nog MULO-onderwijs. Wanneer Jan op donderdag 23-7-1925 zijn MULO-A diploma krijgt uitgereikt, zijn Bonne en Neeltje “uit de schoolgaande kinderen”. Willem krijgt een baan als jongste bediende bij de bank van de Gebr.Mispelblom aan de Lindegracht te Heerenveen, maar verliest deze betrekking wanneer na de beurs-crash van 1929 de economie in elkaar stort en de “crisisjaren” van de 20ste eeuw beginnen. Hij is 23 en enkele maanden zonder werk. In 1930 doorstaat hij de test en krijgt de functie van akten-schrijver bij het Heerenveense kantoor voor hypotheken en kadaster. Hij wordt ambtenaar. In 1929 werd Jan 20 en moest in militaire dienst (Willem ontsprong de dans – tot 1936 bestond nog het conscriptiesysteem met lotnummers). Jan had na zijn MULO-diploma administratieve banen gehad en wordt tijdens zijn diensttijd geplaatst bij de kaderopleiding Militaire Administratie. Hij verlaat de dienst als (reserve-) opperwachtmeester bij de Militaire Administratie. Daardoor was het voor hem niet al te moeilijk om, na beeindiging van de kazerneperiode, een baan te vinden bij de Belastingdienst. Ook Jan werd dus ambtenaar. Eerst te Stadskanaal (Groningen), daarna te Gorredijk dat hij vanuit Heerenveen per fiets kon bereiken. Het aantal thuiswonende kinderen verminderde natuurlijk gaandeweg. In 1928 trouwt dochter Antje (25) met de jonge kapper Johannes SPIERING (24, “oom Johan”). Johannes was te Heerenveen in de leer, maar geboren en opgegroeid in Winschoten (Groningen) als zoon van de in Assen geboren Pieter SPIERING en de in Midwolda geboren Grietje STEK. Hij was dus netzomin als Antje een Fries-prater. In 1929 wordt de zoon Pieter SPIERING geboren, Neef Pieter zal als enig kind uit dit huwelijk in leven blijven. Na hem worden twee meisjes (die Neeltje hadden kunnen heten) dood geboren. In 1933 en 1937, oma Neeltje maakte dat nog mee. In 1935 kan oom Johan een kapperszaak overnemen aan de Stationsweg te Drachten. Dat wordt verder hun plaats van vestiging. Dochter Janna trouwt ca 1930 (beiden in 1904 geboren) met Siebren WEERMAN, zoon van achterbuurman Wybe WEERMAN, in Noordwolde (Weststellingwerf) geboren, en Miep (Maria Elisabeth) RUSCH, geboren in Willemsoord (Overijssel). Ook van origine geen Fries-praters. Siebrens vader Wybe kreeg de familienaam WEERMAN van de kant van zijn moeder, die 20 jaar was en ongehuwd toen hij in 1858 werd geboren. Hiltje Wybes WEERMAN vertrekt met hem naar Heerenveen, waar ze in 1865 trouwt met Siebren DE JONG. De Weermannen waren een Noordwolds bakkersgeslacht. Wybe is in Heerenveen bierbottelaarsknecht, winkelbediende, pakhuisknecht, apothekersknecht en tenslotte broodventer. Siebren en Janna verhuizen naar Den Haag, waar ze aan het Frankenslag een kruidenierswinkel beginnen. Oudste dochter Hiltje trouwt wat later dan de andere twee en jongste dochter Willemien trouwt niet. Hiltje trouwt met de relatief jonge weduwnaar (hij is van haar leeftijd, brengt kinderen mee uit het eerste huwelijk) Willem Carel FABER en gaat in Kollum wonen. Oudste zoon Willem is 28 wanneer hij donderdag 21-6-1934 trouwt met Elizabeth DE JONG (24). Het huwelijk was ongeveer een jaar uitgesteld door ziekte van Willem.
In 1937 wonen Bonne en Neeltje aan de Van Dekamalaan met alleen Willemien en Jan (weer) in huis. Jan rijdt dagelijks naar Gorredijk heen en terug (per fiets of bij slecht weer met de tram). Op 15 november 1937, twee dagen voordat ze 66 zou zijn geworden, overlijdt plots Neeltje ROEM. Het aantal kleinkinderen waarvan ze “opoe” zou worden, werd uiteindelijk 24, maar bij haar overlijden waren er nog maar 5. Waaronder de zoontjes Bonne (1935) en Klaas (1936) van Willem & Elizabeth het dichtst in de buurt (Van der Sluislaan). Bonne koopt een dubbelgraf op de nieuwe begraafplaats aan de Binnenweg tussen Heerenveen en Oranjewoud. In het rechterdeel wordt Neeltje bijgezet. Uit overlijdensakte Heerenveen 1938 betreffende Neeltje Roem: “Tjeerd HOEKSTRA, 54 jr, aanspreker wonende te Heerenveen,(verklaarde) dat op 15 november dezes jaars des n.m. te zeven uur te Heerenveen is overleden: Neeltje Roem, oud 65 jr, z.b. geboren te Naaldwijk, wonende te Heerenveen, gehuwd met Bonne Van der Hoek, dochter van Willem Roem en Antje van Beek, beiden overleden.” Op dinsdag 24 januari 1939 trouwt de jongste zoon Jan Wolters (30) te Benedenknijpe met Mintje HIEMINGA (24, “tante Minny”), dochter van Jan HIEMINGA, hoofdonderwijzer van de chr.school te Benedenknijpe, en van Klaaske VAN DER LAAN. Jan Hieminga was timmermanszoon uit Huizum/ Leeuwarden, Klaaske slagersdochter uit Heerenveen. Jan Wolters moest voor zijn dagelijkse fietstochten naar en van Gorredijk door Benedenknijpe en zo viel zijn oog op Mintje. Jan en Mintje gaan te Gorredijk wonen (Molenwal 154) en na ruim een jaar te Oosterwolde, toen Jan naar het belastingkantoor aldaar werd overgeplaatst. In Gorredijk wordt de zoon Jan geboren (woensdag 8 november 1939). In Oosterwolde de dochters Neeltje (zondag 22-6-1941) en Klaske (dinsdag 22-9-1942). Later ook nog Minny (vrijdag 20-7-1945) maar dan is Jan Wolters al naar Duitsland weggevoerd en daar overleden.
Een eerder overlijden moet hier eerst worden genoemd. Dat van opa Bonne. Na de dood van Neeltje (1871-1937) en het vertrek van jongste zoon Jan Wolters, woont Bonne nog alleen met jongste dochter Willemien in het huis aan de Van Dekemalaan. Gaandeweg begint hij meer last te krijgen van de oude kwetsuren die hij als 8-jarige bij het ongeval met de tram had opgelopen. Dankzij de technische vooruitgang hoeft hij niet compleet terug naar “de krukken”. Hij krijgt via de kinderen een stoelfiets waarmee hij zich (“trappend met de handen”) in het verkeer kan begeven. Bonne en Willemien verhuizen van de Van Dekemalaan naar een huisje aan de Burg.Falkenaweg te Heerenveen, recht tegenover het gebouw van de Gereformeerde kerk. Willemien is werkzaam in de zorg en brengt zo een eigen inkomentje in. Zoon Willem met gezin (inmiddels 5 kinderen: Bonne (1935), Klaas (1936), Neeltje (1938), Fokje (1939) en Jan Wolter (1941)) woont 1.5 kilometer zuidelijker aan de Van der Sluislaan te Oranjewoud. Willem moet elke dag te fiets langs de Burg.Falkenaweg van en naar zijn werk op het hypotheekkantoor. Bonne redt zich nog goed in de contacten. Maar een trombose in de benen wordt hem toch noodlottig. Op 1 mei 1943 overlijdt hij (nog) vrij onverwacht, 68 jaar oud. Hij wordt begraven naast Neeltje in het dubbelgraf op de begraafplaats aan de Binnenweg (nog steeds aanwezig). Verdere verhalen over en rond Bonne & Neeltje kunnen nog volgen. Zie betreffende hun kinderen en aangetrouwden nog de betreffende hoofdstukken in dit verslag. Kinderen uit het huwelijk van BONNE VAN DER HOEK (1875-1943) en NEELTJE ROEM (1871-1937):
Hiltje VAN DER HOEK
Geboren 29-6-1901 te Naaldwijk, overl. 28-3-1978 te Kollum (Fr), 76 jaar oud, trouwt Willem Carel FABER, geb. 3-11-1903 te (?), overl. 11-2-1978 te Kollum.
Oom Wim was (jonge) weduwnaar met uit eerste huwelijk twee zonen (Ulbe en xx). Uit huwelijk met Hiltje wordt een zoon Bonne geboren.
Antje VAN DER HOEK
Geboren 28-10-1902 te Naaldwijk, overl 2-3-1983 te Drachten, 80 jaar oud, trouwt in 1928 te Heerenveen met Johannes SPIERING, geb. 31-7-1904 in ‘de Groninger Ommelanden’, overl 11-12-1975 te Drachten, 71 jaar oud.
Johannes SPIERING is kapper(sleerling) en begint na 1935 een eigen kapperszaak aan de Stationsweg te Drachten. Voor die tijd oefent hij zijn beroep uit te Heerenveen. Ze wonen in het Aengwirdense gedeelte, waar op 16-9-1929 de zoon Piet(er) Spiering wordt geboren. Piet blijft het enige kind uit het huwelijk, twee dochters worden levenloos geboren. Op 31-8-1933 (Aengw 64) en te Drachten op 21-5-1937 (Small 79).
Zoon Piet trouwt met Miep VAN EE. Er worden in ieder geval drie zonen geboren (Johan, Anne-Willem, Peter-Johan). Piet en Miep verhuizen naar de provincie Utrecht. Pieter SPIERING overlijdt 5-7-2000, 70 jaar en tien maanden oud, echtgenoot van J.M. Spiering-Van Ee.
“Oom Johan”, de kapper te Drachten, werd 6 maanden ouder dan zijn zoon zou worden. Johan is aan vaderskant van Drentse afkomst, aan moederskant van Groningse (Ommelandse). Op 17-5-1900 trouwen te Winschoten (akte 29), Pieter Spiering, 26 jaar oud, geboren te Assen (Drenthe) en Grietje Stek, 27 jaar, geboren te Midwolda (Groningen). Vier jaar later wordt Johan te Winschoten geboren.
De STEK-familie is tot vroege generaties terug te vinden in en om het dorp Midwolda. Een familie van boerenarbeiders en dagloners in de streek die nog altijd geldt als communistisch bolwerk. Aardig om op te merken is dat een heel belangrijke voorman van de Nieuwe Communistische Partij Nederland (NCPN) anno nu, 2003, Koert STEK heet. We hebben dat niet nageplozen, maar hoogstwaarschijnlijk is hij ook een (latere) nazaat van dezelfde familie waaruit Grietje Stek, de moeder van Johan Spiering, stamde. “Oom Johan” zal geen communistisch partijlid zijn geweest, hoewel hij best felle standpunten wist in te nemen.
In het kort wat STEK-gegevens voor we naar de SPIERING-lijn overstappen: Rond 1800 woont te Midwolda het echtpaar Koert Berents STEK (arbeider/dagloner) en Albertien Jacobs MULDER. Op 15-7-1804 wordt er een dochter Grietjen Koerts STEK geboren. Een jongere dochter was vermoedelijk Beerentje Koerts STEK, die ons bekend is omdat ze 28-7-1849 te Midwolda als ongehuwde moeder een zoon krijgt die de naam Almt STEK krijgt. Ook een zoon Berend Koerts STEK is uit dit huwelijk geboren. Deze Berend Koerts STEK, boerenknecht/arbeider, is ca 1840 of ietsje eerderte Midwolda getrouwd met Jantje Tonnis SMIT. Ze krijgen in ieder geval een zoon Tonnis (ca 1843), een zoon Koert (25-12-1845) en een zoon Berend (ca 1849). De zoon Koert STEK trouwt 29-4-1877 (Beerta akte 10), 31 jr oud, met Martje BRONSEMA, 32 jr oud, afkomstig uit Westerlee (gemeente Scheemda), dochter van Bronno Bronnes BRONSEMA en Grietje Harms SCHORTINGHUIS. Martje was al weduwe van ene Hindrik Prins. De zoon Berend STEK trouwt 21-7-1873 (Finsterwolde akte 11), 24 jr oud, met Jantje (Willems) SMIT, 22 jr oud, afkomstig uit Finsterwolde, dochter van Willem Jurjens SMIT en Titia DRENTH. Na vroeg overlijden van deze Jantje Smit trouwt de zoon Berend Stek 14-1-1878 (Finsterwolde akte 1), 28 jr oud, weduwnaar, met Harmke DE BOER, 27 jr, afkomstig van Finsterwolde, dochter van Derk Hindriks DE BOER en Harmke Jans KEMPER. Tonnis (Berends) STEK, zoon van Berend Koerts Stek en Jantje Tonnis Smit, trouwt 22-10-1869 (Midwolda akte 20), 26 jr oud, met Geertje UFFEN, 23 jr, ook uit Midwolda afkomstig, dochter van Tjabering UFFEN en Bouke MENKEMA. Uit het huwelijk van Tonnis en Geertje zijn meerdere kinderen geboren, onder wie ca 1873 de dochter Grietje STEK, de moeder van Johannes SPIERING. Binnen de 19de eeuw dus achtereenvolgens vier generatienamen voor, wat deze kwartierstaat betreft, STEK “opgaat” in SPIERING: Koert Berents, Berend Koerts, Tonnis en Grietje Stek. Grietje STEK trouwt zoals hierboven gemeld 17-5-1900, 27 jr oud, te Winschoten met Pieter SPIERING, 26 jr oud, afkomstig van Assen.
Nu dan iets over de SPIERING-voorfamilie: Pieter Spiering, de vader van “oom Johan”, is 15-6-1873 te Assen geboren, zoon van Johannes SPIERING en Anna Maria ENGELS. Genoemde twee trouwden 29-4-1857 te Assen (akte 11, Pieter 35 jr oud, afkomstig van Assen, Anna 24 jr oud, afkomstig van Meppel) en kregen te Assen negen kinderen, van wie Pieter de op een na jongste was: Johannes, geb 29-3-1858 (Assen akte 50). Trouwt 21-5-1890 (Assen akte 43), met Henderika VAN SON, uit Smilde afkomstig, 30 jr, dochter van Elbertus VAN SON en Gezina Tik (?). Kinderen: Johannes (geb 1891, wordt 6 maanden), Gezina (geb 1892, wordt 5 jaar), Anna Maria (geb 1900 wordt bijna 5 jaar). Johannes SPIERING ovl 24-9-1929 (Assen 208), 71 jr, echtgenoot van Henderika van Son. Anna, geb 27-11-1859 (Assen akte 195) Johanna, geb 8-1-1862 (Assen akte 3) Adriaan Willem, geb 29-11-1863 (Assen akte 206) Geert, geb 28-12-1865 (Assen akte 196), ovl 9-7-1873 (Assen akte 76) Maria, geb 25-10-1868 (Assen akte 178) Jacobus, geb 24-1-1871 (Assen akte 18) Pieter, geb 15-6-1873 (Assen akte 121) Geert, geb 22-1-1876 (Assen akte 16). Na overlijden van de eerste Geert. Geert trouwt met Fokje VAN DER WOUDE. Hij overlijdt 14-9-1939, 63 jr oud. De aangifte van overlijden wordt 15-9-1939 te Assen gedaan (akte 204) en wordt 27-9-1939 door de burgerlijke stand van de naburige gemeente Rolde overgenomen (Rolde 22, “elders overleden”). Hij zal dus te Rolde woonachtig zijn geweest. Anna Maria ENGELS is 24 jr oud wanneer ze 29-4-1857 te Assen trouwt met Johannes SPIERING. Ze is dochter van Adriaan Willem ENGELS en Anna SCHUITEMA (ook SCHUITINGA geschreven). Werd 24-8-1832 te Meppel geboren. Wat we over haar ouders tot dusver tegenkwamen is dat ze minstens nog twee oudere dochters hadden. Een ca 1822 geboren Trijntje ENGELS en een in 1825 geboren Margaretha ENGELS. Laatstgenoemde werd slechts 14 maanden oud en ovl 8-7-1826 (Meppel akte 63). Trijntje Engels is 23 jr wanneer ze 5-11-1845 (Meppel akte 45) trouwt met de ook 23-jarige Jan Willem VAN VEEN, afkomstig uit Zwartsluis, zoon van Herm VAN VEEN en Anna VAN DER WEIDE. Verder is Adriaan Willems ENGELS, overgrootvader van “oom Johan” voor 1-6-1861 overleden. Want op die dag overlijdt de overgrootmoeder Anna SCHUITEMA (Meppel akte 64) als weduwe van hem. De overlijdensakte meldt dat deze Anna 60 jaar oud werd, dat ze dochter was van Geert SCHUITEMA en Trijntje MENSEN, en dat ze (ca 1801) in Groningen werd geboren. Was het een schippersfamilie. De SCHUITEMA-naam doet daar ook aan denken. Johannes SPIERING, grootvader van “oom Johan”, is 35 jaar oud wanneer hij met Anna Maria ENGELS trouwt. Hij is ca 54 wanneer het negende en laatste kind uit dit huwelijk wordt geboren. Deze Johannes werd geboren uit Johanna Johannes SPIERING, in 1821 dertig jaar oud en ongehuwd. De naam van de vader bestaat formeel niet. Johannes SPIERING krijgt de familienaam van zijn moeder, wordt zelfs compleet vernoemd met voornaam en al naar zijn grootvader aan moederskant. In deze kwartierstaat ontbreekt dus een vadersnaam en “oom Johan” had ook niet SPIERING geheten kunnen hebben. Johannes SPIERING ovl 26-2-1898 (Assen 30), ruim 76 jaar oud. Anna Maria ENGELS overlijdt het jaar erop, 10-6-1899 (Assen 82). Johanna Johannes SPIERING overlijdt 20-11-1855, 63 jaar oud (Assen akte 101). In de overlijdensakte wordt gemeld dat ze 13-3-1791 in de grietenij Weststellingwerf werd geboren en dan ben je in Friesland. Dochter van Johannes SPIERING en Barin Maria Christina BROUWER.
Tot zover hier betreffende de “kwartierstaat” van oom Johan Spiering, getrouwd met Antje Van der Hoek. Andere verhalen kunnen later nog komen. Omdat oom Johan een vrij tengere en kleine man was, bleef een “oude” anekdote bewaard. Zwager Willem Van der Hoek, pas 20, haalde te Heerenveen in de donkere steeg tussen Dracht en Van Dekemalaan een “grap” uit met de verliefden Johan en Antje. Hij gedroeg zich als een mogelijk agressieve dronkenlap. Waarbij de verschrikte, kleinere, Johan tegen Antje iets zei van: Verschuil je maar achter mij. Daar moest bij partijen in familieverband hartelijk om worden gelachen.
Janna VAN DER HOEK
Geboren 1904 te Naaldwijk, overleden na 1989 te Den Haag. Trouwt met Siebren (Sybren) WEERMAN. Ze verhuizen naar den Haag, waar oom Siebren een kruidenierswinkel overneemt aan het Frankenslag. Er worden vijf kinderen geboren: de zonen Wybe en Bob (=Bonne), en de dochters Miep, Jannie en Nellemiek.
Siebren WEERMAN is zoon van Wybe WEERMAN en Maria Elisabeth (Miep?) RUSCH. Wybe WEERMAN is 23-7-1858 geboren, zoon van de 20-jarige en ongehuwde Hiltje Wybes WEERMAN. De aangifte wordt gedaan door een tante van Hiltje: “Jantje Klazes WEERMAN, 54 jaar, inlandsche kraamster, te Noordwolde, verklaart dat 23 julij v.m. 5 uur te Noordwolde in haar bijzijn een kind van het mannelijke geslacht is geboren uit Hiltje Wybes WEERMAN, oud 20 jaar, z.b. wonende te Noordwolde, ongehuwd, aan welk kind zij verklaart de naam te geven van Wybe.”
Siebrens grootmoeder Hiltje Wybes WEERMAN, geb 9-3-1838, is jongste dochter van Wybe Klazes WEERMAN, 42 jaar oud, bakker te Noordwolde, en van diens echtgenote Antje Alberts BOVENKAMP. De Weermannen zijn minstens een eeuw lang bakkers geweest. Wanneer Wybe Klazes WEERMAN op 3-5-1827 te Noordwolde trouwt, is hij “31 jaar, bakkersknecht, geboren en wonende te Noordwolde, zoon van Klaas Gabriëls WEERMAN, bakker, en van Hendrikje Wybes SCHOTERKAMP”. Antje Alberts BOVENKAMP is dan “22 jaar, z.b., wonende en geboren te Noordwolde, dochter van Albert Louwes BOVENKAMP, accessor dezer gemeente, en van Ymmigjen Jans BERKENBOSCH, wonende te Noordwolde.” In de Militie-bijlage die de lichting 1815 betreft, wordt Wybe boerenknecht genoemd en Klaas arbeider te Noordwolde. Maar de Militie was niet zo nauwkeurig. In ieder geval was Wybe in 1827 tot geen dienst meer verplicht.
Siebrens betovergrootvader Klaas Gabriëls WEERMAN was volgens die akte dus ook (al) bakker. Deze Klaas Gabriëls neemt in 1811 te Noordwolde de familienaam WEERMAN voor vast aan en noemt dan de kinderen: Wybe (15 jaar, wonend te Boyl, buurdorp van Noordwolde; de Wybe Klazes WEERMAN hierboven genoemd, geb 29-5-1795 te Noordwolde) Froukjen (12 jaar, wonend te Oldeberkoop) Gabriël (9 jaar) Jantje (6 jaar; de Jantje Klazes WEERMAN die in 1858 aangifte doet van de kleinzoon van Wybe Klazes WEERMAN, de zoon van de ongehuwde Hiltje Wybes) Sake (4 jaar) Walle (2 jaar).
De familienaam WEERMAN was lang voor 1811 al in gebruik. In het trouwregister van de Hervormde gemeente Noordwolde-Boyl wordt huwelijk per 29-4-1735 vermeld tussen Daniël WEERMAN en Jantje Jacobs. En huwelijk per 13-10-1737 tussen Walle WEERMAN en Antje Hanzes. Deze twee, Walle en Antje, zijn de oudgrootouders van Oom Siebren geweest. Oudvader Gabriël WEERMAN trouwt 15-5-1763 met Froukien Claessen en betovergrootvader Claas WEERMAN 27-4-1794 met Hendrikje Wybes. De WEERMAN-naam staat al minstens sinds 1735 in de boeken te Noordwolde en zes van de zeven gezinshoofden die in 1811 in Friesland de familienaam WEERMAN aannemen, wonen te Noordwolde (de zevende woont in het naburige Makkinga).
Siebrens betovergrootmoeder Hendrikje Wybes SCHOTERKAMP overlijdt 21-12-1829, 55 jaar oud (WSW 152). In de lente van 1847 is het dubbele rouw in de bakkersfamilie te Noordwolde. Op 24 april overlijdt Klaas Gabriëls WEERMAN, 72 jaar oud, en drie weken later, op 11 mei, zijn zoon Wybe Klazes WEERMAN, 51 jaar oud. Klaas overlijdt in huis nr 180, Wybe in huis nr 169. In beide gevallen doet de gebuur Mijne Harmen BRIL, 72 jaar, aangifte. Bij Klaas samen met Klaas Hans Annes HEEREMA en bij Wybe samen met Sake Klazes HAVEMAN. Wanneer haar vader overlijdt is Hiltje Wybes WEERMAN 13 jaar. Zeven jaar later krijgt ze, ongehuwd, de zoon die Wybe WEERMAN gaat heten.
Siebrens overgrootmoeder Antje Alberts BOVENKAMP maakt het nog mee dat haar jongste dochter dit kunstje flikt. Antje BOVENKAMP, geb 17-8-1796 te Noordwolde, overlijdt 29-12-1864, 60 jaar oud (WSW 245). Zij maakt het niet meer mee dat deze dochter, inmiddels met kind naar Terband verhuisd, daar regulier trouwt met Sybren Pieters DE JONG. Dat gebeurt op 16-12-1865 en Hiltje is dan 27. Sybren is 26, geb 29-10-1839 te Nijehaske, zoon van Pieter Berends DE JONG en Sybrigjen Jans EBBES. Uit huwelijksakte van Sybren en Hiltje: “Sijbren Pieters DE JONG, 26 jr, schipper wonende te Nijehaske, zoon van Pieter Berends DE JONG, overleden in 1845, en Sijbrigjen Jans EBBES, z.b. wonende te Nijehaske. En Hiltje Wybes WEERMAN, 27 jr, dienstmeid wonende te Terband, dochter van Wybe Klazes WEERMAN en Antje Alberts BOVENKAMP, beiden overleden.” Dat oom Siebren, de kleinzoon van Hiltje, de voornaam Siebren (Sybren) kreeg, heeft hij te danken aan het feit dat zijn vader Wybe vanaf zijn 7de met Sybren Pieters DE JONG een (stief-) vader kreeg. Maar de achternaam werd niet DE JONG en bleef WEERMAN.
Hiltje kreeg verder kinderen met achternaam DE JONG: Pieter Sybrens De Jong, geb 11-9-1866. Sybren (26 jr) staat in de akte als schipper, wonende te Nijehaske. Antje Sybrens De Jong, geb 23-1-1868. Sybren (28 jr) staat in de akte als schippers-knecht te Nijehaske. Siebrigje Sybrens De Jong, geb 10-8-1871 (Haskerl 137). Sybren (31 jr), staat in de akte als pakhuisknecht, wonende te Nijehaske. Hierna ontbreken geboortemeldingen (in Friese bestanden), met uitzondering van een akte Aengwirden 1882 nr 1: geboorte van een levenloze dochter. Aangifte wordt gedaan door Wieger Geerts BOSMA (51 jr, omroeper) en Petrus Johannes DE VRIES (38 jr, klerk te Heerenveen). Geboorte in de Nieuwjaarsochtend om 2 uur. Sybren staat in de akte vermeld als commissionair te Heerenveen.
Er is nog een vraag over waarheen Sybren Pieters DE JONG en Hiltje Wybes WEERMAN met gezin na 1882 zijn vertrokken. We vinden hen verder in BS-registratie (Friesland) niet vermeld. Geëmigreerd naar de Verenigde Staten? Bij tweede huwelijk van Wybe WEERMAN (1889) staat vermeld dat zijn moeder te Heerenveen woonachtig is. Hiltje is dan 51. Waar overleed ze?
Om het Siebren-verhaal af te ronden: Zijn vader Wybe WEERMAN is 23-7-1858 geboren, buiten echt van Hiltje, hij krijgt haar familienaam mee. Hij gaat niet door in het bakkersberoep en wordt pas later in zijn leven “broodventer”. Hij trouwt eerst, 22-5-1887, met Bontje KOOPMANS, geb 1-12-1866 te Rottum, dochter van Gerke Gerrits KOOPMANS, 46 jr, arbeider te Rottum, en Sjoukje Roels STOKER. Uit het huwelijk van Wybe (29, apothekersbediende te Heerenveen) en Bontje wordt op 25-2-1888 te Heerenveen de dochter Hiltje WEERMAN geboren. Ruim een week hierna, 5-3-1888, overlijdt Bontje KOOPMANS, 21 jr oud. Uit de overlijdensakte: “Johannes OENEMA, 44 jr, pakhuisknecht te Heerenveen, en Dirk VAN DER MEER, 37 jr, timmerknecht te Heerenveen, hebben verklaard dat Bontje KOOPMANS, 21 jr, geboren te Rottum, wonende te Heerenveen, gehuwd met Wiebe WEERMAN, dochter van Gerke Geerts KOOPMANS, arbeider, en Sjoukje Roels STOKER, echtelieden wonende te Heerenveen, op den 5de maart v.m. te Heerenveen is overleden.” Wybe is 29 en weduwnaar. De dochter Hiltje blijft in leven en trouwt 28-5-1914, 26 jr, te Heerenveen, met Karel DE GRAAF, 22 jr, geb 17-1-1892 te Enkhuizen. De twee ontmoetten elkaar te Zutphen (Gldl) waar ook de huwelijks-afkondiging werd gedaan: “Karel DE GRAAF, 22 jr, letterzetter wonende te Zutphen, zoon van Albert DE GRAAF, vischhandelaar, en van Jantje TURKSTRA, beiden wonende te Enkhuizen. En Hiltje WEERMAN, 27 jr, zonder beroep, wonende te Heerenveen en onlangs te Zutphen, dochter van Wiebe WEERMAN, venter te Heerenveen, en van Bontje KOOPMANS, overleden.” Ze zijn in Zutphen gaan wonen. Wybe WEERMAN trouwt 26-5-1889 opnieuw (Schot 48). Uit zijn huwelijk met Maria Elizabeth RUSCH worden geboren: Een levenloze zoon, 14-6-1890 (Schot 190). Wybe staat als pakhuisknecht vermeld. Antje, 23-3-1896 (Schot 111). Wybe staat als apothekersknecht vermeld. Janna Pietronella, 7-5-1898 (Schot 141). Wybe is apothekersknecht. Een levenloze zoon, 11-2-1901 (Schot 26). Wybe is apothekersknecht. Siebren WEERMAN, geb 1904? Trouwt rond 1930 met Janna VAN DER HOEK.
Maria Elizabeth (Miep?) RUSCH is 24 jr wanneer ze met de weduwnaar Wybe WEERMAN (30 jr) trouwt. Ze is 2-5-1865 geboren in de Stellingwerven, te Willemsoord onder Steggerda, dochter van Jan Pieter RUSCH, 27 jaar, en Stientje WINTERS. Uit de huwelijksakte is op te maken dat Maria een tijdje in Amsterdam heeft gewerkt, misschien als dienstbode aan de grachten (de Amsterdamse gegevens melden “dienstmeid”). Het kan zijn dat ze er niet kon wennen. Uit de akte: “Wybe WEERMAN, 30 jr, winkelbediende, geboren te Noordwolde, wonende te Heerenveen-Aengwirden, zoon van Hiltje Wybes WEERMAN, z.b. wonende te Heerenveen, weduwnaar van Bontje KOOPMANS. En Maria Elisabeth RUSCH, 24 jr, zonder beroep wonende te Heerenveen-Schoterland, binnen de laatste 6 maanden gewoond hebbende te Amsterdam, dochter van Jan Pieter RUSCH, arbeider, en Stientje WINTERS, z.b., echtgenoten te Willemsoord. In de Militiebijlage bij de huwelijksakte wordt Wybe WEERMAN omschreven als (situatie 1879): “geboren te Noordwolde 23 juli 1858, wonende te Heerenveen, van beroep bierbottelaars-knecht, zoon van Hiltje Wybes WEERMAN, wonende te Heerenveen. “Is op 8 mei 1879 ingelijfd en uit hoofde van expiratie van dienst op 7 mei 1883 uit dienst ontslagen.” Kennelijk begon Wybe zijn carrière te Heerenveen als bierbottelaarsknecht, werd hij pakhuisknecht en vervolgens apothekersknecht, om tenslotte als broodventer te eindigen. Toen Bonne VAN DER HOEK (kw 4) met gezin aan de Van Dekemalaan kwam te wonen, werd Wybe één van de achterburen. Zijn zoon Siebren en Bonnes dochter Janna leerden elkaar zo kennen. Overlijden Wybe WEERMAN 1927: “Sander DE HOOP, 60 jaar, timmerman te Nijehaske, en Johannes DE HAAN, 77 jaar, z.b. te Heerenveen, verklaren dat op 2 april 1927 v.m. half één te Heerenveen-Schoterland is overleden Wybe WEERMAN, 68 jaar, broodventer, geboren te Noordwolde, wonende te Heerenveen, echtgenoot van Maria Elisabeth RUSCH, zoon van Hiltje Wybes WEERMAN, overleden.” Overlijden Miep RUSCH 1940: “Tjeerd HOEKSTRA, 54 jaar, aangever te Heerenveen, heeft verklaard dat op 8 september 1940 te Heerenveen is overleden Maria Elisabeth RUSCH, oud 75 jaar, z.b., geboren te Steggerda, wonende te Heerenveen, weduwe van Wybe WEERMAN, dochter van Jan Pieter RUSCH en Stientje WINTERS, beiden overleden.”
Willem VAN DER HOEK, geb. 30-4-1906 te Naaldwijk (kw 2). Trouwt 21-6-1934 te Joure/Heerenveen met Elizabeth DE JONG (kw 3).
Wilhelmina (Willemien) VAN DER HOEK
Geboren eind 1907 te Naaldwijk, vierde en jongste dochter van Bonne en Neeltje. Haar geboorte vindt plaats enkele maanden na het overlijden van haar grootvader Willem Roem (kw 10) en misschien dat ze om die reden de voornaam Wilhelmina kreeg. Willemien is acht jaar oud wanneer het gezin naar Heerenveen verhuist. Ze is 29 wanneer haar moeder Neeltje overlijdt. Willemien blijft ongehuwd en verhuist naar Den Haag en omgeving (zus Janna?). Ze is werkzaam in de zorgsector.
Jan Wolters VAN DER HOEK
Geboren 7-1-1909 te Naaldwijk, tweede zoon en jongste kind van Bonne en Neeltje. Hij is net zeven jaar oud wanneer het gezin naar Heerenveen verhuist. Volgt MULO-opleiding en krijgt 23-7-1925 het diploma A uitgereikt, met een 9 voor geschiedenis en een 8 voor natuurkunde. Daartegenover een 4 voor meetkunde en 5-jes (in die tijd nog voldoende) voor schrijven, Nederlands en Frans. Hij is hierna “op kantoor” gaan werken. In 1929 moet hij op voor militaire dienst. Hij komt terecht bij de kaderopleiding Militaire Administratie en verlaat de dienst als (reserve) opperwachtmeester Militaire Administratie. Een goede referentie voor een vaste baan bij de dienst der Rijksbelastingen. Hij begint in Stadskanaal (Gr), maar solliciteert met succes naar een functie in Heerenveen of omgeving. We vinden hem terug bij het belastingkantoor te Gorredijk. Op zijn fietstochten van Heerenveen naar Gorredijk (of per tram) komt hij Mintje Hieminga tegen, te Benedenknijpe. Jan is 30 jaar oud, wanneer hij 24-1-1939 met Mintje trouwt (kerkelijk huwelijk in de Gereformeerde kerk te de Knijpe).
Mintje HIEMINGA is dochter van de onderwijzer Jan HIEMINGA en van Klaaske VAN DER LAAN. Deze twee trouwden 22-11-1906: “Jan HIEMINGA, 27 jaar, onderwijzer, geboren te Spannum, wonende te Sassenheim, zoon van Wiepke Jans HIEMINGA, timmerman, en Mintje Bouwes VELLINGA, z.b., echtelieden wonende te Huizem. Klaaske VAN DER LAAN, 25 jaar, z.b., geboren en wonende te Heerenveen, dochter van Franke VAN DER LAAN, vleeschhouwer, en Rinskje BOSCHKER, z.b., echtelieden wonende te Heerenveen.” Jan HIEMINGA werd 3-8-1879 n.m. 1 uur te Spannum geboren, Klaaske 25-7-1881 te Heerenveen. Volgens de huwelijkse bijlagen was Jan bij huwelijk (november 1906) formeel nog in militaire dienst: “bij loting van 1899 voor de gemeente Leeuwarderadeel nr 24, (zo)dat hij op 7 maart 1899 is ingelijfd en nog is dienende (Leeuwarden 5 november 1906).” Niet dat hij in uniform rondbanjerde (dat was alleen tijdens de eerste maanden), maar hij moest zich oproepbaar houden. Noten: Geloot in Leeuwarderadeel en niet in Hennaarderadeel (Spannum), in 1906 wonend in Sassenheim, de Zuidhollandse bollenstreek.
De gemeente Sassenheim geeft voor bijlage bij de huwelijksakte een bewijs van gedane huwelijksafkondigingen: “Zonder stuiting zijn afgelopen de afkondigingen van het voorgenomen huwelijk van Jan Hieminga, 27 jaar, onderwijzer wonende te Sassenheim, en Klaaske van der Laan, 25 jaar, wonende te Heerenveen.”
De timmerman te Spannum, Wiepke Jans HIEMINGA, is 27 jaar wanneer hij de geboorte van Jan aanmeldt. Twee jaar later kan hij er de geboorte melden van een volgende zoon, Bouwe, geboren 3-10-1881. Die zoon Bouwe is vernoemd naar de grootvader van moederskant, namelijk Bouwe Minnes VELLINGA, getrouwd met Lijsbeth Klazes NOOITGEDACHT. Mintje VELLINGA is 12-3-1856 geboren (Baarderadeel akte 32). Zij trouwt 27-5-1876 met de timmerman Wypke HIEMINGA (Hennaarderadeel akte 23).
Dat oudste zoon Jan HIEMINGA in 1899 in Leeuwarderadeel wordt geloot voor Militaire Dienst geeft aan dat het timmermansgezin inmiddels naar die gemeente was verhuisd. We hebben dit verder nog niet gedocumenteerd. Melden hier dat Mintje Bouwes VELLINGA is overleden 13-10-1916 te Leeuwarden, 60 jaar, gehuwd (Leeuwarden akte 512) en timmerman Wypke HIEMINGA 28-6-1929, 77 jaar, weduwnaar (Leeuwarden akte 436), zoon van Jan Ulbes HIEMINGA en Trijntje Ulbes HOEKSTRA. Met de aantekening in de Leeuwardense akte dat de bejaarde Wypke te Benedenknijpe overleed. Waarmee we kunnen overstappen naar zijn zoon Jan HIEMINGA, onderwijzer te Benedenknijpe op dat moment, en Klaaske VAN DER VEEN.
Timmermanszoon Jan HIEMINGA volgde te Leeuwarden (?) de onderwijzersopleiding en vond een eerste plek (hulponderwijzer?) ver weg in Sassenheim. Van daaruit heeft hij wel kennis aan de slagersdochter Klaaske VAN DER VEEN te Heerenveen. Het hoe of wat is (nog) onduidelijk. Jan en Klaaske trouwen 22-11-1906 te Heerenveen, hij wonend te Sassenheim. Ze gaan ook in Sassenheim wonen. Daar wordt een dochter Rinskje geboren, vernoemd naar Rinskje Boschker, de moeder van Klaaske. Het meisje wordt 9 jaar en 11 maanden oud, overleden 30-7-1917 n.m. 6 uur te Benedenknijpe, “geboren te Sassenheim, wonende te Benedenknijpe.”
Jan is na te Sassenheim nog enkele jaren onderwijzer geweest te Harlingen, voordat hij zich te Benedenknijpe vestigt. Misschien zijn er andere bronnen, maar we melden hier dat in het register van de Burgerlijke Stand van de stad Harlingen begin 1910 drie geboorteakten tevens overlijdensakten zijn opgenomen, met exact dezelfde tekst: “Dirk DE VRIES, 58 jaar, aanspreker te Harlingen, Roelof NAUTA, 46 jaar, melktapper te Harlingen, verklaren dat Klaaske VAN DER LAAN, z.b., echtgenote van Jan HIEMINGA, onderwijzer, beiden wonende te Harlingen, is bevallen van een kind hetwelk door de aangevers als levenloos wordt aangegeven, op de 5e januari deze jaar den v.m. ten 2 uur alhier.”
Klaaske en Jan wonen 1910 te Harlingen en Jan is daar onderwijzer. Klaaske bevalt, naar het ambtelijk schijnt, van een drieling. In 1913 werd in Benedenknijpe de Christelijke lagere school gesticht. Zo kwam Jan HIEMINGA daar als onderwijzer terecht en werd Mintje HIEMINGA (tante Minnie) daar geboren.
Met een grote sprong over vele jaren heen, voor wat betreft Jan HIEMINGA en Klaaske VAN DER VEEN, komen we bij de datum 24-1-1939, uit familieberichten bekend, de datum waarop dochter Mintje trouwt met Jan Wolters VAN DER HOEK. Op 26-1-1939 is te Benedenknijpe de kerkelijke inzegening en het feest. Tijdens dat feest wordt door broer Willem een verzonnen nieuwsbericht voorgelezen.
Jan en Mintje gaan allereerst te Gorredijk wonen (Molenwal 154), maar na ongeveer een jaar wordt Jan overgeplaatst naar het belastingkantoor te Oosterwolde. In Gorredijk wordt zoon Jan geboren, te Oosterwolde de drie dochters Neeltje, Klaske en Minny:
Jan, geboren 8-11-1939 te Gorredijk. Neeltje, geboren 22-6-1941 te Oosterwolde. Klaske, geboren 22-9-1942 te Oosterwolde. Minny, geboren 20-7-1945 te Oosterwolde. Mintje is ruim 3 maanden in verwachting van dit volgende kind wanneer Jan door de Duitse bezetter wordt gearresteerd en vervolgens niet meer thuis komt.
Gearresteerd door Duitse bezetters 1945
Jan Wolters Van der Hoek wordt midden februari 1945 te Oosterwolde door een Duitse SS-groep gearresteerd en in de gevangenis bij Crackstate te Heerenveen opgesloten. Verhoord en zwaar mishandeld. Daar zijn uiteraard geen precieze meldingen van. Jan werd nog naar het SS-hoofdkwartier te Groningen afgevoerd en met vrijwel het laatste gevangenentransport per goederentrein naar Hamburg (Neuengamme) gebracht. Volgens een overgeleverd bericht wist een aantal gevangenen uit die trein te ontsnappen en vroegen ze ook Jan met hen mee te gaan, maar was hij door de mishandelingen daar fysiek al niet meer toe in staat. Kwam hij nog aan in het concentratiekamp Neuengamme? Misschien wel, misschien niet. In de naoorlogse jaren probeerde de organisatie Het Rode Kruis die als enige “toegang” had gehad tot de concentratiekampen uit te zoeken wat er met Jan was gebeurd. Zonder resultaat. Als sterkste vermoeden werd formeel na twee jaar vastgelegd (voor Mintje en kinderen was een overlijdensverklaring betreffende Jan nodig) dat hij rond 13-5-1945 bij Ludwigslust was overleden. Minder dan een week na de capitulatie van Duitsland en het einde van de oorlog. Want toen het gevangenentransport met Jan te Hamburg (Neuengamme) arriveerde, leefde Hitler nog (Hitler pleegde zelfmoord 30-4-1945 in een bunker te Berlijn toen het Russische leger vrijwel op zijn drempel stond), maar dat de Duitsers de oorlog gingen verliezen, was voor de meesten van hen toch wel duidelijk. Een Amerikaans legeronderdeel was Hamburg al dicht genaderd en het concentratiekamp Neuengamme werd door de SS al grotendeels ontmanteld en opgeheven (sporen uitwissen). Vanaf 12-2-1945 richtten ze daartoe een noodkamp in noordelijk van Ludwigslust, bij het dorpje Wöbbelin. Dat is rond 50 kilometer ten oosten van Hamburg en ook via het spoor bereikbaar. Het gevangenentransport waar Jan deel van uitmaakte, is waarschijnlijk direct naar noodkamp Wöbbelin doorgestuurd.
De mogelijke overlijdensdatum van rond 13 mei 1945 die achteraf (1947) door Het Rode Kruis werd verondersteld, zou inhouden dat Jan nog in leven was toen het Amerikaanse legeronderdeel het kamp Wöbbelin bereikte. Dat hij in de ziekenboeg alsnog overleed. Maar er zijn daarover geen gegevens. Een ander verhaal is dat hij op weg naar het kamp (er moest nog een eind worden gelopen) aan zijn einde kwam en ergens langs die weg naamloos onder de grond is gestopt.
De naam van oom Jan Wolters Van der Hoek komt vanaf 1952 als één van de “gesneuvelden” voor in de samenvattende rapporten over het verzet tegen de Duitse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was geen lid van een knokploeg of andere vorm van gewapend verzet. Hij was belastingambtenaar. Pas na 1945 raakte (algemeen) bekend dat de belastingkantoren in Friesland een sleutelrol hadden gespeeld in de financiering van de opvang voor vluchtelingen en onderduikers en van verzetsgroepen. De Duitsers kwamen er gaandeweg wel achter en probeerden door arrestatie van kopstukken en infiltratie via handlangers er een eind aan te maken. Binnen de terreur van de laatste maanden werd Jan alsnog ten kantore opgepakt.
Omdat Jan niet terug kwam uit Duitsland werd broer Willem Van der Hoek toeziend voogd over de kinderen van Jan en Mintje. De zoekvraag via het Rode Kruis moest hij gaande houden, het “toezicht” op de situatie te Oosterwolde (relatief ver weg van Oranjewoud) was uiteraard beperkt. Wanneer eind 1947 door Het Rode Kruis de conclusie wordt getrokken dat Jan mei 1945 is overleden, stopt Jans werkgever, de belastingdienst, prompt, per 1-10-1947, de salarisuitbetaling die tot dan nog was doorgegaan. Reden te meer voor Mintje om voor een passende oplossing te kiezen. In december 1947 wordt bij notaris te Beetsterzwaag een eindverklaring opgemaakt. Met boedelbeschrijving. Mintje trouwt hierna (geen volgende kinderen) en emigreert met gezin 1948/1949 naar Canada.
Tante Minnie gaat met kinderen VAN DER HOEK naar Canada
Contacten werden niet aangehouden. Zwager Willem VAN DER HOEK, aangesteld voogd over de kinderen van zijn broer, was het niet eens met de beslissingen die Mintje HIEMINGA vanuit haar positie nam. Haar nieuwe huwelijk en de emigratie met al haar kinderen direct daarop naar Canada. Misschien dacht Mintje wel: Waar bemoeit hij zich mee.
Iedereen kwam gezond aan te Canada. In de buurt van Toronto werd een nieuw bestaan opgebouwd. Cees VAN DER BIJL.
Klaas Piers de Jong & Fokje Schippers
Generatie 3 DE JONG (grootouders)
KLAAS PIERS DE JONG en FOKJE SCHIPPERS, ouders van ELIZABETH DE JONG (1910-1989)
KLAAS PIERS DE JONG & FOKJE SCHIPPERS
- Klaas Piers DE JONG, geboren zondag 24 april 1853 (volle maan) te Haskerhorne, overleden dinsdag 9 december 1930 te Oudehaske, 77 jaar oud, veenwerker, winkelier, boer, melkerijchef (in Duitsland), tr. (1) 16-5-1878 met JELTJE HEIDA, tr (2) 12-5-1881 met JANTJE DE ROOS bij wie drie dochters en een zoon Pier, tr (3) 2 maart 1893 met
- Fokje SCHIPPERS (Fokje Jurjens Schipper), geb. woensdag 15 juni 1870 (volle maan) te Oudeschoot, overl. 14 november 1936 (nieuwe maan) in De Tijnje (Opsterland), 66 jaar oud.
Klaas Piers (“pake Klaas”) was bijna 40 jaar, toen hij op 2 maart 1893 (donderdag, volle maan) trouwde met de 22-jarige Fokje SCHIPPERS (“beppe Fokje”). In 1910 worden zij ouders van Elizabeth DE JONG (kw 2, “moeder Lyske”). Klaas Piers is dan 57, Fokje op 13 dagen na 40 jaar oud. Na de geboorte van Lyske worden nog de spullen bij elkaar gepakt en verhuist het gezin, op twee kinderen na (Jurjen en Geeske), naar het Duitse Rijnland waar Klaas, in twee perioden, aan de slag gaat als melkerijchef bij een herenboer te Lohrwardt. Jongste zoon en laatste kind Heinrich (Hendrik) wordt daar in 1913 geboren.
Tekst uit huwelijksakte van 2 maart 1893, het huwelijk tussen Klaas en Fokje: “In het jaar 1893, den tweeden dag der maand Maart, zijn voor ons ondergetekende, ambtenaar van den Burgerlijke Stand der Gemeente Schoterland, provincie Friesland, verschenen: KLAAS DE JONG, weduwnaar van Jantje de Roos, oud 39 jaren, vervener, geboren te Oudehaske, wonende te Mildam, meerderjarige zoon van Pier Jacobs de Jong, overleden, en Joltje Fokkes Veldstra, zonder beroep, wonende te Idskenhuizen, indertijd echtelieden, en FOKJE SCHIPPERS, oud 22 jaren, zonder beroep, geboren te Oudeschoot, wonende te Mildam, minderjarige dochter van Jurjen Annes Schippers, arbeider, en Janke Hendriks Wiekel, zonder beroep, echtelieden, wonende te Mildam. Welke ons verzocht hebben het door hen voorgenomen huwelijk te voltrekken, waarvan de afkondigingen op zondagen den 19de en 26ste Februarij dezes jaar binnen de gemeente is geschied. Waarna wij hun in het openbaar hebben afgevraagd, of zij elkander wederkerig tot echtgenooten aannemen en getrouwelijk al de plichten zullen vervullen, welke door de wet aan de huwelijkse staat verbonden zijn, waarop door ieder afzonderlijk een toestemmend antwoord zijnde gegeven, hebben wij in naam der wet verklaard dat KLAAS DE JONG en FOKJE SCHIPPERS bovengenoemd door de echt aan elkaar zijn verbonden. En zulks in tegenwoordigheid van Hendrik Faber, oud 47 jaren, veldwachter, en Herman Bakker, oud 46 jaren, veldwachter, beiden wonende te Heerenveen, Harm Wind, oud 36 jaren, klerk, wonende te Nijehaske, en Jouke Kort, oud 27 jaren, klerk, wonende te Het Meer, allen geen bloedverwanten of aanverwanten van de echtgenoten. Er is hiervan door ons opgemaakt deze acte, echter nadat wij deze eerst aan verschijnende partijen en de getuigen hebben voorgelezen. Door ons, de bruidegom, de bruid, den ouders des bruid en de getuigen is ondertekend, verklarende dat de moeder der bruid niet te kunnen schrijven als zulks niet geleerd hebbende.”
In de tekst van de huwelijksakte staat wel vermeld dat Klaas Piers weduwnaar is van Jantje DE ROOS, niet dat hij daarvoor al weduwnaar was van Jeltje HEIDA. Bij dit derde huwelijk zijn de ouders van Klaas niet aanwezig. Vader Pier Jacobs DE JONG (1825-1885, kw 12) omdat hij is overleden, moeder Joltje Fokkes VELDSTRA (1823-1900) omdat ze vermoedelijk niet bij machte was de winterreis tussen Idskenhuizen en Mildam te doen. Joltje zal 18 maart 70 worden. Na het overlijden van Pier is ze van Oudehorne (bij Mildam) naar Idskenhuizen gegaan en daar ingetrokken bij een tante en nicht van haar. Zeven jaar later is Joltje wel te Mildam bij Klaas & Fokje aanwezig. Ze overlijdt te Mildam op dinsdag 10 april 1900, 77 jaar oud.
De ouders van Fokje zijn wel bij het huwelijk aanwezig: Jurjen Annes SCHIPPERS (1822-1908, kw 14) en Janke Hendriks WIEKEL (1840-1908, kw 15). Volgens de akte wonen deze twee te Mildam, maar in feite zal het te Brongerga zijn geweest (“het witte huisje schuin achter de begraafplaats te Brongerga”), de buurtschap dicht bij Mildam die ook als Oranjewoud of “onder Oudeschoot” wordt aangeduid. In dat witte huisje is Fokje in ieder geval geboren.
Uit het huwelijk van Klaas Piers en Fokje worden 9 kinderen geboren: Janke, geb zaterdag 31-3-1894 te Mildam. Pier, geb donderdag 26-3-1896 te Mildam, ovl dinsdag 22-8-1899, drie jaar oud. Jacob, geb vrijdag 29-7-1898 te Mildam. Pier, geb maandag 29-10-1900 te Mildam. Jurjen, geb maandag 19-5-1902 te Mildam. Geeske, geb 1904 te Mildam. Tryntje, geb vrijdag 27-4-1906 te Oudehaske. Elizabeth, geb donderdag 2-6-1910 te Oudehaske (kw 3). Hendrik (Heinrich), geb 1913 te Lohrwardt/Haffen (Duitsland).
Pake Klaas is 60 wanneer Hendrik als laatste kind wordt geboren, beppe Fokje 43. De geboorte vindt plaats in het dijkhuis aan de oostelijke Rijnoever bij Gut Hübsch waar Klaas als melkerijchef werkzaam is. Een deel van de Lohrwardtse polder, de geboorteaangifte wordt gedaan op het gemeentehuis te Mehrhoog waar de pasgeborene niet als Hendrik maar als Heinrich wordt ingeschreven.
Klaas Piers is vierde kind, derde zoon, uit het huwelijk van Pier Jacobs DE JONG en Joltje Fokkes VELDSTRA. Pier en Joltje trouwden zondag 30-8-1846 te Haskerhorne. Pier is een boerenzoon en Joltje een boerendochter. Als oudste zoon zou Pier eerste opvolger zijn voor het boerenspul van zijn vader Jacob Piers DE JONG (1797-1850, kw 24) te Haskerhorne. Maar deze vader Jacob overlijdt op 52-jarige leeftijd. Pier is dan 25 en net 4 jaar getrouwd, twee peuterzonen. Misschien was er geen overeenstemming betreffende de toekomst van het bedrijfje te Haskerhorne en koopt Pier zich er uit. In 1851 staat hij vermeld als boer te Haskerdijken, kinderen (waaronder in 1853 Klaas Piers) gemeld als geboren te Oudehaske. Circa 1855 trekt Pier weg uit Haskerland, hij is dan 30, om een eigen bedrijf te Oudehorne (Schoterland) te starten. Op dit bedrijf groeit Klaas Piers vervolgens op. Pier staat in akten vermeld als veehouder, boer en veenbaas. Een gemengd bedrijf. Volgens familieverhalen (kleindochter Lyske die hem nooit in leven heeft gekend) was hij een “grote boer” en een gewaardeerde fokker van Friese paarden.
Uit de gegevens zou kunnen worden afgeleid dat Pier Jacobs na het vroege overlijden van zijn vader tamelijk eigenzinnige keuzes deed. Volgens familieverhaal was zijn derde zoon, Klaas Piers, minstens zo of zelfs meer eigenzinnig. Een jongen-met-wilde-haren, zegt de dochter Lyske er later over. Typerend is wel dat wanneer Pier in 1885 op 60-jarige leeftijd overlijdt, geen van zijn zonen in het bedrijf aanwezig is om dit voort te zetten (jongste zoon Epke is nog thuis en doet wat, maar is te jong). Weduwe Joltje vertrekt naar Idskenhuizen.
Hoe het werkelijk ging weten we niet. Klaas Piers (pake Klaas) is 25 en “van boerenbedrijf”, wanneer hij 16-5-1878 trouwt met Jeltje HEIDA (21). Ze gaan wonen te Mildam. Niet bij het bedrijf van vader Pier. Oudste broer Jacob Piers (1847-1879) woont te Haskerhorne en dus ook niet bij dat bedrijf. Tweede broer Fokke Piers (1849-1889) is in 1878 wèl in het bedrijf van zijn vader werkzaam. Klaas sluit daar niet op aan. (Zie verder bij Pier Jacobs DE JONG, kw 12).
KLAAS PIERS & JELTJE HEIDA
De boerenzoon Klaas Piers DE JONG (25) uit Oudehorne, geboren te Oudehaske, trouwt donderdag 16-5-1878 (volle maan) met Jeltje HEIDA (21), boerendochter uit Mildam. Ze gaan te Mildam wonen.
Jeltje is jongste kind uit het huwelijk van Homme Jeips HEIDA en Aaltje Jelles SCHOTANUS. Een nakomertje want Homme en Aaltje trouwden zondag 27-5-1832 en kregen eerst de kinderen Jeep Heida (1834), Jelle Heida (1836), Jan Heida (1838), Ytje Heida (1840), Tjeerd Heida (1843), Ede Heida (1845-1846), Ede Heida (1849), daarna, op 27-12-1856 (zaterdag, derde kerstdag, nieuwe maan), Jeltje Heida (na doodgeboren kindje nog in 1851). De oudere broers van Jeltje zijn rond 20 wanneer zij wordt geboren.
Wanneer ze in 1878 trouwt, zijn de ouders van Jeltje overleden. Homme Jeips HEIDA op zondag 5-7-1874, 66 jaar oud. Aaltje SCHOTANUS op vrijdag 19-4-1878, 68 jaar oud. Aaltje overlijdt 19 april, terwijl het huwelijk van Jeltje en Klaas op 16 mei gepland stond. Aaltje maakte de voorbereidingen tot het huwelijk van haar jongste dochter nog wel mee, maar stierf vier weken vooraf. Bij het huwelijk heeft Ede HEIDA, koopman te Oudeschoot, broer van de formeel nog minderjarige Jeltje, de rol van voogd: hij geeft toestemming voor het huwelijk.
Haar moeder Aaltje Jelles SCHOTANUS is 16-12-1809 te Mildam geboren, dochter van Jelle Klazes SCHOTANUS en Jeltje Tjeerds HOEKSTRA die 8-5-1803 te Katlijk met elkaar trouwden. Uit hun huwelijk werden louter dochters geboren: Popkjen (1804-1881, tr 29-10-1826 met Tjeerd Jans HOEKSTRA), Trijntje (1806-1865, tr 16-5-1830 met Jeip Pieters HEIDA), Aaltje (1809-1878, tr 27-5-1832 met Homme Jeips HEIDA), Beeuwkjen (1813-1816) en Beeuwkjen (1817-1863, tr 16-5-1841 met Sipke Joukes DE VRIES).
Haar vader Homme Jeips HEIDA is ca 1808 te Mildam geboren, jongste zoon van Jeip Jans HEIDA en Ytje Hommes KUIPER. Het huwelijk van Jeip en Ytje was voor Jeip een tweede huwelijk. Jeip is van 2-1-1749 (Oranjewoud). Zijn eerste huwelijk, 19-11-1780 te Oudeschoot, is met Popkje Pieters LANGIUS. Uit dat huwelijk worden de dochters Wytske (1783-1813, gehuwd 9-1-1803 met Andries Jans uit Bovenknijpe) en Akke geboren (1785-1820, gehuwd 6-12-1807 met Sjoerd Jacobs Vellinga uit Mildam). Popkje overlijdt en 27-1-1793 trouwt Jeip opnieuw. Te Heerenveen op 27-6-1793 met Ytje Hommes Kuipers. Uit dat huwelijk de zoon Jan Jeips HEIDA, geb te Mildam 30-8-1795, trouwt daar 20-4-1815 met Saakjen Eizes, ovl 8-1-1818, 22 jr, “veehouder te Mildam”. De dochter Stijntje, geb 4-1-1797, trouwt 16-5-1821 met Anne Eizes HOEKSTRA. En de zoon Homme, ca 1808. Vader Jeip is dan 59, moeder Ytje 43 jaar oud. Ytje KUIPER werd 92 (ovl 19-6-1857). Jeip HEIDA werd 67 (ovl 28-6-1816). Homme maakt zijn vader slechts 8 jaar mee. Uit overlijdensakte van Jeip: “Merk Gerrits VAN DER MOLEN, 42 jr, en Barteld Klazes BEENEN, 34 jr, beide arbeiders en geburen, verklaren dat Jeip Jans HEIDA, huisman, 67 jr, wonende te Mildam, nalatende zijne echtgenote Ytjen Hommes KUIPER benevens éen meerderjarige en twee minderjarige kinderen (dus Jan die in 1818 zal overlijden, resp Stijntje en Homme), mitsgaders één meerderjarige dochter uit een vorig huwelijk met Popkjen Pieters in echte verwekt (de dochter Akke die in 1820 zal overlijden), op den 28sten juni in huis nr 46 te Mildam is overleden.” Uit overlijdensakte van Homme: “Marten Gerbens ZWAAGSTRA, 45 jr, timmerman wonende te Mildam, en Roelof POL, 26 jr, smid te Mildam, verklaren dat Homme Jeips HEIDA, 66 jr, boer, geboren en wonende te Mildam, gehuwd met Aaltje Jelles SCHOTANUS, zoon van Jeip Jans HEIDA en Ytjen Hommes KUIPER, op den 5den Juli in huis nr 46 te Mildam is overleden.” Huis nr 46 is de boerderij geweest waar de Heida’s sinds lang hun bedrijf uitoefenden.
Het huwelijk van Klaas Piers DE JONG en Jeltje HEIDA eindigt binnen veertien maanden. Op maandag 14-7-1879 komen de buurmannen Zwaagstra en Velde naar het Schoterlandse gemeentehuis om twee overlijdens te melden. Akte 142 betreft een baby, Joltje de Jong, slechts drie dagen oud geworden: “Marten Gerbens ZWAAGSTRA, 50 jr, timmerman te Mildam, en Gerrit Kornelis VELDE, 25 jr, bakker te Mildam, verklaren dat Joltje DE JONG, oud 3 dagen, dochter van Klaas DE JONG, vervener, en Jeltje HEIDA, echtelieden wonende te Mildam, op den 14den juli 1879 in huis nr 20 te Mildam is overleden.” En akte 143 betreft de moeder: “Marten Gerbens Zwaagstra, 50 jr, timmerman te Mildam, en Gerrit Kornelis Velde, 25 jr, bakker te Mildam, hebben verklaard dat Jeltje Heida, oud 22 jaren, zonder beroep, geboren en wonende te Mildam, echtgenote van Klaas de Jong, in het huis nr. 20 te Mildam is overleden.” Jeltje en Joltje worden in één kist begraven bij de Hervormde kerk te Oudeschoot. Het wordt een “familiegraf”. Klaas is 26. Tien dagen na de begrafenis van Jeltje en Joltje is er nòg een begrafenis: op woensdag 23 juli overlijdt in Oudehaske Klaas’ oudere broer Jacob Piers DE JONG (32 jaar, ongehuwd, volgens zeggen liep hij longontsteking op bij voorrijden tijdens paardenkeuring).
KLAAS PIERS & JANTJE DE ROOS
Ongeveer twee jaar na het overlijden van Jeltje HEIDA en de Joltje-baby gaat Klaas een tweede huwelijk aan. Op donderdag 12-5-1881 trouwt hij (28) met Jantje DE ROOS (21), bakkersdochter uit Oudeschoot. Volgens de huwelijksakte: “Klaas de Jong, oud 28 jaren, vervener, geboren te Oudehaske, wonende te Mildam, zoon van Pier Jacobs de Jong, vervener, en Joltje Fokkes Veldstra, wonende te Oudehorne, weduwnaar van Jeltje Heida, huwt met Jantje de Roos, oud 21 jaren, zonder beroep, geboren en wonende te Oudeschoot, dochter van Freerk IJsgram DE ROOS, zonder beroep te Oudeschoot, en Aaltje Botes SPANDAU, overleden, indertijd echtelieden.”
Jantje de Roos is donderdag 17 november 1859 geboren. Toen was vader Freerk Ygram DE ROOS nog 40 jaar en bakker te Oudeschoot. Moeder Aaltje SPANDAU is 38 bij de geboorte van Jantje.
In de huwelijksakte (Klaas en Jantje) staat dat haar vader “geboren en wonende te Oudeschoot” is. Dat eerste is fout: Freerk DE ROOS werd te Nijehaske geboren, 12-5-1817. Zijn vader Ygram DE ROOS, toen 25 jaar oud, was er (ook) bakker. Freerk DE ROOS en Aaltje SPANDAUW traden in het huwelijk op 17-4-1842 toen Freerk 24 was, “bakkersknecht, geboren te Nijehaske en wonende te Heerenveen, zoon van Ygram Freerks DE ROOS, bakker, en van Tjitske Ayzes DE VRIES, echtelieden, wonende te Gorredijk”, en Aaltje 21, “zonder beroep, geboren en wonende te Heerenveen, dochter van Bote SPANDAUW, koopman te Heerenveen, en Trijntje Jacobus DE BOER, overleden.” Aaltje, geboren 25-2-1821 te Heerenveen, is bij het huwelijk van Klaas en Jantje niet aanwezig. Zij werd 51 jaar oud en overleed (4-6-1872 “des middags ten 12 ure in het huis nr 23 te Oudeschoot”), toen haar dochter 12 jaar oud was. Ex-bakker Freerk overlijdt vier jaar na het huwelijk van dochter Jantje. Volgens de overlijdensakte “geboren en wonende te Heerenveen”. Maar hij overlijdt 17-9-1885 te Langezwaag, 68 jaar oud. Vader Ygram DE ROOS leerde het bakkersvak waarschijnlijk in Lemmer. Bij de naamsregistratie van 1811 meldt Klaaske Ygrams VAN DER WERF te Balk, weduwe van Freerk Harmens DE ROOS, de kinderen: Gettje (27, Balk), Harmen (25, Lemmer), Gelkjen (23, Balk) en Ygram (20, Lemmer). Het huwelijk tussen Freerk Harmens en Klaaske Ygrams werd 7-7-1782 te Balk ingezegend.
Klaas Piers kreeg door zijn tweede huwelijk een nieuwe start. Naast zijn beroep als vervener, wordt hij ook winkelhouder. De ervaring en contacten die bakkersdochter Jantje de Roos meebracht, hielpen hier ongetwijfeld bij. Op de Anneburen tussen Mildam en Oudeschoot gaan ze een levensmiddelenwinkeltje drijven. Jantje achter de toonbank. Klaas laat er een huis bouwen. Samen met Jantje krijgt hij vier kinderen, allen te Mildam op de Anneburen: Joltje, geb donderdag 16-3-1882 Aaltje, geb zaterdag 4-8-1883 Frederikje, geb dinsdag 15-12-1885 Pier, geb zaterdag 13-4-1889, ovl woensdag 6-8-1890, 14 maanden oud.
Na het overlijden van zoontje Pier gaat het ook mis met Jantje de Roos. Ze overlijdt donderdag 18-8-1892. Uit de overlijdensakte: “Hielke Bultsma, oud 53 jaren, winkelier te Mildam, en Jan Faber, oud 42 jaren, arbeider te Mildam, verklaren dat Jantje de Roos, oud 32 jaren, zonder beroep, geboren te Oudeschoot, wonende te Mildam, gehuwd met Klaas de Jong, dochter van Freerk Ysgrams de Roos en Aaltje Botes Spandau, de 18den augustus 1892 des nachts om 1 ure te Mildam is overleden.”
Klaas Piers is inmiddels 39 jaar. Hij is voor de tweede maal weduwnaar en verantwoordelijk voor drie jonge dochters uit het huwelijk met Jantje de Roos. Misschien ging het al langer niet goed met de gezondheid van Jantje. Feit is dat Klaas Piers vijf maanden na het overlijden van Jantje de Roos weer opnieuw in het huwelijk treedt. De drie dochters van Klaas en Jantje groeien verder op met stiefmoeder Fokje Schippers en de nieuwe kinderen die worden geboren. Ze zijn alledrie getrouwd vóór Klaas en Fokje naar Duitsland vertrekken. Wanneer de jongere kinderen gaandeweg van Duitsland naar Friesland terug worden gestuurd, zijn de gehuwde stiefzussen een welkome opvang.
Joltje DE JONG
Geboren 16-3-1882 te Mildam. Vernoemd naar de moeder van Klaas, Joltje Fokkes VELDSTRA. Joltje is 20 jaar oud wanneer ze donderdag 19-6-1902 te Oranjewoud trouwt met de 27-jarige Klaas PRAKKEN, geb. 23-10-1874 te Huizum (Leeuwarderadeel), winkelier van beroep. De vader van Klaas, Jakob Klazes PRAKKEN, is 20-2-1894 te Oranjewoud overleden, 51 jaar oud (Schot 59). De moeder van Klaas, Cornelia Pieters BRON, woont te Oranjewoud en wordt in de akte “winkelierseke” genoemd. Cornelia overlijdt 5-2-1904 (Schot 27), 54 jaar oud. Anderhalf jaar na het huwelijk van haar zoon met Joltje DE JONG. Klaas Prakken trok voor de loting van de militaire dienst in de gemeente Leeuwarden het daar gevaarlijk lage nummer 128, maar werd vrijgesteld “uit hoofde van te zijn eenige wettige zoon”. De verhuizing naar Oranjewoud zal kort voor 1894, overlijdensjaar van Jakob, hebben plaatsgevonden. Misschien begon Cornelia een winkeltje te Oranjewoud om alsnog een gezinsinkomen te krijgen. Joltje had als winkeliersdochter uit Mildam enige ervaring.
De dochter Trijntje PRAKKEN (geb 1876 te Huizum) trouwt 18-5-1902, een maand voor het huwelijk van Joltje en Klaas, te Oranjewoud (Schot 58) met Tjamme KORT. Geen kinderen bekend. Trijntje overlijdt 31-10-1919, 43 jr, gehuwd (Schot 169). Ook over eventuële kinderen van Joltje en Klaas nog geen informatie. Bleef het huwelijk kinderloos?
Aaltje DE JONG
Geboren 4-8-1883 te Mildam. Vernoemd naar Aaltje SPANDAUW, de moeder van Jantje DE ROOS. Aaltje trouwt, zoals zus Joltje, ook op 20-jarige leeftijd. De huwelijksdatum is donderdag 16-6-1904. Klaas Piers is inmiddels met gezin van Mildam naar Oudehaske verhuisd. In de huwelijksakte staat dan ook vermeld dat Aaltje 20 jaar oud is, zonder beroep, wonende te Oudehaske, “dochter van Klaas DE JONG, veehouder, wonende te Oudehaske, en van wijlen diens echtgenote Jantje DE ROOS”.
De jongemeid Aaltje komt wellicht kort na die verhuizing in de Haske al een leuke jongen tegen en wordt er snel tot een huwelijk besloten. Ze trouwt met Marcus VENEMA, geboren 2-9-1881 te Nijehaske, 22 jaar oud, wonende te Oudehaske, verver van beroep. Zoon van Gerrit Marcus VENEMA, van beroep verver, en Jetske Klazes DE JONG, echtelieden, wonende te Oudehaske. Aaltje trouwt in in een schildersbedrijfje. Ook Marcus was enige wettige zoon en kreeg om die reden vrijstelling van militaire dienst, hoewel hij wel het lage nummer 15 had getrokken. We hebben nog geen informatie over mogelijke kinderen van Aaltje en Marcus.
Frederikje DE JONG
Geboren 15-12-1885 te Mildam. Derde kind en opnieuw een dochter. Ze wordt vernoemd naar de vader van Jantje, Freerk Ygrams DE ROOS, dus wordt het Frederikje. Freerk was 3 maanden ervoor, 17-9-1885, overleden. De vader van Klaas, Pier Jacobs DE JONG, was overigens 2 maanden voor de geboorte van Frederikje overleden, op 10-10-1885. Maar naar hem werd ze niet vernoemd.
Frederikje is 21 wanneer ze donderdag 16-5-1907 te Oudehaske trouwt met Thijs HOEKSTRA, oud 26 jaar, geboren 17-4-1881 te Oudehaske, van boerenbedrijf, zoon van Harmen Klazes HOEKSTRA, veehouder, wonende te Oudehaske, en van wijlen diens echtgenote Maria NIJMEIJER, overleden 4-10-1902 te Oudehaske.
Frederikje trouwt in in een boerenbedrijfje. Thijs HOEKSTRA is jongste zoon uit het huwelijk van Harmen en Maria (voor Harmen tweede huwelijk), zijn vader is al 78 wanneer Thijs trouwt. Volgens de huwelijkse bijlagen ontsprong ook Thijs de militaire dienst, maar hij “uit hoofde van broederdienst”. Hij had dus een oudere broer (Klaas, geboren 1871) die wel in dienst was geweest en verder niet meer dan één andere broer.
Vooral Frederikje (met Thijs) op hun boerderij te Oudehaske waren in volgende jaren van belang als opvangadres voor de kinderen uit het derde huwelijk van Klaas Piers (halfzussen en –broers van “tante Frederikje”) nadat Klaas met gezin op avontuur in Duitsland ging. Toen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog in 1945 (zijn broer Jan was door de Duitse bezetters gearresteerd) het voor Willem Van der Hoek raadzaam leek ook even “onder te duiken”, deed hij dat op de boerderij van Thijs en Frederikje te Oudehaske die ruim honderd meter verwijderd van de dijk in de polder lag. Met vrij zicht op mogelijke arrestatie-commando’s. Oudere kinderen van Willem en Elizabeth de Jong kunnen zich logeerpartijen bij tante Frederikje rond 1950 nog wel herinneren.
Pier DE JONG
Geboren 13-4-1889 te Mildam. Vierde kind, eerste zoon. Vernoemd naar Pier Jacobs DE JONG, de vader van Klaas. Deze Pier wordt slechts 14 maanden oud en overlijdt 6-8-1890 te Mildam.
KLAAS PIERS & FOKJE SCHIPPERS
Klaas gaat 2-3-1893, vijf maanden na het overlijden van Jantje de Roos, een derde huwelijk aan. Huwelijk met Fokje SCHIPPERS, geb. 15-6-1870 te Oudeschoot (Oranjewoud), 22 jaar oud.
Hierboven zijn diverse gegevens over dit huwelijk dat tot negen kinderen leidde, al genoemd. Circa 1903 verhuist het gezin naar Oudehaske, waar nog de dochters Geeske, Trijntje en Elizabeth (1910, kw 3) worden geboren.
Pake Klaas wordt in 1903 vijftig jaar. Van de drie dochters uit het huwelijk met Jantje DE ROOS is Joltje in 1902 te Oranjewoud getrouwd met Klaas PRAKKEN . Zij gaat niet mee naar Oudehaske. De beide andere dochters, Aaltje en Frederikje, gaan wel mee. Zij naderen ook de huwbare leeftijd: Aaltje trouwt in 1904 te Oudehaske met de schilder Marcus VENEMA, Frederikje in 1907 met de boerenzoon Thijs HOEKSTRA. Uit het huwelijk met Fokje SCHIPPERS zijn er de 9-jarige dochter Janke en de peuters Jacob (5), Pier (3) en Jurjen (1). Er is een geregelder leven nodig dan Klaas tot dusver leidde. Geen “wilde haren” meer, hoewel …….. Klaas besluit volledig boer te worden. Hij doet het huis op de Anneburen te Mildam van de hand en koopt te Oudehaske de (historische) boerderij “De Kooperen Klopper”. Rond vijf jaar oefent hij daar het beroep van veehouder uit. Dan verkoopt hij “De Kooperen Klopper” en betrekt “het boerderijtje tegenover de oude Hervormde kerk van Oudehaske”. Daar houdt hij het nog minder lang uit. Hij trekt naar Nijehaske (met gezin uiteraard) en vervolgens naar Terband en stopt vervolgens volledig met het idee van een eigen boerenbedrijf.
Binnen de veehouderij deed zich het nieuwe verschijnsel van coöperatieve zuivelfabrieken voor, die het boerenbedrijf veel werk uit handen namen. Klaas was daarin wel geinteresseerd. Na 1910 krijgt hij een “vaste baan” als melkrijder voor de zuivelfabriek te Luinjeberd. Het tweemaal per dag tillen, verschuiven en vervoeren van honderden volle en lege melkbussen tegelijk hakt er uiteraard in (de zoontjes zijn nog te klein om er bij te kunnen helpen) en Klaas nadert nu de zestig: dit is ook weer niet wat hij wilde. Hij neemt een nog ingrijpender beslissing: hij gaat met Fokje en gezin naar Duitsland. Vanuit Duitsland werd in die tijd hevig geronseld om Nederlandse jonge mannen naar de kolenmijnen en de industrie in het Rijnland te krijgen. Ook naar Friese melkerijknechten was een grote vraag. Klaas Piers was zeker geen jongeman meer, maar toch waagde hij de stap. Hij kwam in contact met een rijke herenboer te Lohrwardt aan de Rijn, bij Haffen, tussen Rees en Wesel, die vertrouwen had in de bijna 60-jarige (Klaas oogde wellicht jonger) en hem wel wilde als “chef van de melkerij”.
Eind 1912/begin 1913 trekken Klaas, Fokje en 5 kinderen, Janke, Jaap, Pier, Trijntje en Elizabeth, naar Lohrwardt. De dochters van Klaas en Jantje blijven getrouwd te achter. De kinderen Jurjen en Geeske moeten “de lagere school nog afmaken” (leerplicht was ingevoerd) en blijven ook te Oudehaske. Onder de hoede van halfzus Frederikje en haar man Thijs. Het gezin gaat in Duitsland wonen in een huisje op de Rijndijk dat tot het erf hoort van Gut Hübsch, het boerenbedrijf waar Klaas in dienst komt. In 1913 wordt er nog het (laatste) kind geboren, de zoon Hendrik, die op het gemeentehuis te Mehrhoog wordt ingeschreven. Als Heinrich. Klaas is dan 60.
De baan in Duitsland bevalt hem. En het verdient goed. Uiteraard is er heimwee bij Fokje en de kinderen en lastig is dat Duitsland zich plots in een oorlog stort (de Eerste Wereldoorlog), hoewel dit op het werk van Klaas geen invloed heeft. Dochter Trijntje gaat in Haffen naar de lagere school en moet daarvoor een dagelijkse, lange tocht via de Rijndijk maken. Dat bevalt helemaal niet. Oudste dochter Janke wordt 20 en trekt de aandacht van de jongens in de buurt. Daar begint de uittocht eigenlijk mee. Klaas en Fokje besluiten dat Janke maar terug moet naar Oudehaske, “voor ze met een Duitser aankomt”. En broer Pier (14) aardt ook niet in Duitsland. Via de contacten in Oudehaske wordt voor Janke een betrekking aldaar als boerenmeid gevonden en voor Pier een betrekking als knecht bij een boer te Oosterzee. Janke en Pier vertrekken uit Lohrwardt.
De volgende exodus betreft oudste zoon Jacob die naar Friesland moet vanwege zijn militaire dienstplicht en dochter Trijntje die op de Duitse school te veel problemen krijgt. Zij wordt ook gestald bij halfzus Frederikje. Jongste dochter Elizabeth wordt in 1916 zes jaar en leerplichtig en het lijkt beter haar niet dezelfde problemen te bezorgen die Trijntje kreeg. Kortom: naar Frederikje. In Lohrwardt blijven Klaas & Fokje achter met enkel het daar geboren zoontje Hendrik. Vooral Fokje vindt dat het zo niet kan en drukt haar mening door. Klaas gaart zijn geld bij elkaar en weet een boerenbedrijfje te Weidum (onder Leeuwarden) op de kop te tikken. Dichter bij Oudehaske zit er niet in. Maar je kunt te voet naar de vrijdagse veemarkt in Leeuwarden (en de café’s) en dat is ook wat waard. In 1917 verlaten ze Lohrwardt en beginnen in Weidum “opnieuw”. Met in ieder geval Hendrik en de jongste dochters.
Dochter Elizabeth (kw 2) heeft uiteindelijk aan schoolopleiding slechts 3 jaar lagere school gehad, want Klaas zegt Weidum weer snel vaarwel. Na afloop van de oorlog doet de herenboer van Gut Hübsch een dringend beroep op hem om weer naar Lohrwardt terug te komen. Het aanbod is aantrekkelijk en Klaas praat Fokje om. Zo zitten ze, met de twee jongste kinderen, vanaf begin 1919 weer in in Duitsland aan de Rijn. Het is de bedoeling dat ze er een paar jaar flink zullen sparen voor de oude dag. Klaas wordt er 66 en 67. Dochter Elizabeth wordt er 9 en net geen 10. Ze moest naar school, maar daar komt weinig van terecht. Onder de hoede van haar zussen had ze in Oudehaske een plezierige schooltijd gehad en dat miste ze nu helemaal. Heimwee. Steeds zwak, ziek en misselijk (onwil?). Lyske is een probleem. Lyske viert haar 10de verjaardag (2 juni 1920) weer in Friesland. Haar oudste zus, Janke, gaat trouwen en half mei reizen Fokje en Lyske naar Friesland om bij het huwelijk aanwezig te zijn. Janke, inmiddels 26 en in het nieuwe dorpje De Tynje (bij Terwispel) terecht gekomen, had er verkering met Roelof BAKKER. Huwelijk 3-6-1920 Opsterland akte nr.110: “Roelof Bakker, 28 jaar, Arbeider, geb. te Tjalleberd, wonende te Tijnje, zoon van Theunis Bakker, 55 jaar, veehouder te Hoornsterzwaag, en van Hiltje van der Duim, overleden. En Janke de Jong 26 jaar, zonder beroep, geboren te Mildam en wonende te Tijnje, dochter van Klaas Piers de Jong, 66 jaar, melkknecht, en van Fokje Schippers, oud 50 jaar, zonder beroep, wonende te Loworth, Duitsland, hierbij tegenwoordig.”
Elizabeth wordt 10 in De Tynje. De volgende dag, 3 juni 1920, is de bruiloft van Janke en Roelof, dus dubbel feest. Een week later vertrekt Fokje weer naar Duitsland en, driedubbel “feest”, Lyske hoeft niet mee. Ze blijft negen maanden aaneen bij Janke en Roelof in de Tynje logeren. Gedurende die tijd is Fokje bezig te Lohrwardt Klaas een verder verblijf in Duitsland uit het hoofd te praten en dat heeft resultaat. Waarschijnlijk bij Klaas met pijn in het hart (het werk beviel hem, de relatie met de herenboer was uitstekend, de verdiensten waren goed), werd de baan opgezegd, werden de spullen ingepakt of verkocht en het gespaarde geld geteld.
Het verhaal gaat dat zoon Pier (20 jaar) meehielp bij de verhuizing en vooruit werd gestuurd om op de fiets, met een mand jonge kippen en met geld voor de bouwers van een nieuwe boerderij aan de Kavel (bij de Haske), alvast wat zaken te regelen. Aan de grens werd Pier door de douane tegen gehouden en werden de kippen en het geld in beslag genomen.
Zeker is wel dat Klaas in 1921 met zijn spaargeld, vele miljarden Duitse Reichsmarken, naar de bank van de Gebr.Mispelblom aan de Lindegracht te Heerenveen ging om die Marken in Nederlandsche Guldens te laten omzetten. Hij had in Duitsland natuurlijk wel gemerkt onbegrijpelijk veel meer Marken te krijgen voor hetzelfde werk, maar dat de waarde van de Reichsmark na 1919 in het buitenland vrijwel nul-komma-nul was geworden, kreeg hij pas bij de bank goed door. Mispelblom rekende uit dat de miljarden Marken omgerekend slechts stond voor 18 Nederlandsche Guldens. Volgens een andere versie 56 of 59 Nederlandsche Guldens. Het ging in ieder geval om een relatief zo klein bedrag, dat Klaas weigerde het te accepteren. Dan behingje ik de keamer der wol mei, schijnt hij geroepen te hebben. Dat “plan” voerde hij niet uit. De Duitse bankbiljetten zijn niet als kamerbehangsel gebruikt, maar bleven bewaard. Een deel ervan raakte na het overlijden van Klaas en Fokje nog bij Willem en Lyske terecht.
De nieuwbouw aan de Kavel is inmiddels doorgegaan. De bank bleek bereid Klaas een hypothecair krediet te geven en zo wordt hij opnieuw “veehouder te Oudehaske”. Op 24 april 1923 viert hij zo zijn 70ste verjaardag (Fokje is dan 53). Waarschijnlijk wordt dit in bijzijn van veel of al zijn kinderen gevierd, dat weten we niet. Zoon Pier (22) is als enige van Klaas’ vier zonen in het boerenberoep werkzaam, maar heeft inmiddels zijn koffers al gepakt. Enkele dagen later stapt Pier te Rotterdam aan boord van het schip Nieuw Amsterdam om naar “Amerika” te emigreren. Dit zal op de verjaardag van Klaas zeker één van de hoofdonderwerpen van gesprek zijn geweest.
In het boerderijtje aan de Kavel wordt Klaas tenslotte 77 jaar oud. Hij overlijdt op 9 december 1930. In de jaren ervoor zijn alle kinderen getrouwd geraakt, behalve de jongsten, Lyske (20 jaar in 1930) en Hendrik (17 jaar in 1930). Die twee wonen nog in huis met Fokje. Lyske begint geld te verdienen als kleermaakster (naaister) met losse opdrachten, Hendrik vond een baantje in de administratie bij de zuivelfabriek te Haskerhorne. Na het overlijden van Klaas wordt de boerderij aan de Kavel verkocht (de hypotheek zal nog hoog zijn geweest) en gaat Fokje met de twee jongste kinderen wonen in een huurhuis te Oudehaske, aan het Nannewyd. Fokje is nu ook 60-plusser.
Uit overlijdensakte Klaas Piers DE JONG (Haskerland 1930): “Durk DE JONG, 54 jr, veehouder wonende te Oudehaske, en Klaas KLOMPMAKER, oud 41 jr, veehouder wonende te Oudehaske, verklaren dat Klaas de Jong, geboren te Oudehaske, oud 77 jaar en ruim 7 maanden, veehouder wonende te Oudehaske, echtgenoot van Fokje Schippers, zoon van Pier Jacobs de Jong en Jeltje Fokkes Veldstra, beiden overleden, op den 9de december v.m. half twaalf te Oudehaske is overleden.”
Elizabeth (Lyske) heeft inmiddels al verkering met de Heerenveense jongeling Willem VAN DER HOEK (24 wanneer Klaas Piers overlijdt) en die verkering loopt op trouwplannen uit. Willem wordt een graag geziene gast aan het Nannewyd, maar van een bruiloft komt het pas op 21 juni 1934 omdat hij door een ernstige darminfectie tussendoor langdurig in bed (Van Dekemalaan) beland, waarbij zelfs enkele weken voor zijn leven wordt gevreesd. Na 21 juni 1934 krijgt Fokje aan het Nannewyd inwoning van het jonge echtpaar Willem en Elizabeth, terwijl zoon Hendrik naar elders vertrekt (Hendrik wordt verzekeringsagent en trouwt enige tijd later te Bolsward met Jellie VAN DER VEEN). Willem staat ingeschreven voor een nieuwbouwwoning (huurwoning) aan de VanderSluislaan te Oranjewoud, nr 9, twee onder éen kap en die woning wordt in het voorjaar van 1935 opgeleverd.
Fokje verhuist met Willem en de inmiddels (opnieuw) zwangere Lyske naar Oranjewoud. Daar maakt ze de geboorte van kleinzoon Bonne Van der Hoek (13 juli 1935) mee. Fokje was een maand eerder (15 juni 1935) 65 jaar oud geworden. Als inwonende “beppe” was ze misschien niet van groot nut. Voorjaar 1936 blijkt dat een volgend kind voor Lyske en Willem op komst is. In overleg wordt besloten dat Fokje nu gaat wonen bij haar oudste dochter, Janke (dan 42, vier kinderen, van wie de jongste (Hiltje) geboren in 1927), in De Tynje. Fokje Schippers overlijdt in De Tynje op 14 november 1936, 66 jaar oud. De overlijdensakte meldt haar als wonende te Oranjewoud. Waaruit je zou mogen concluderen dat ze bij Janke te logeren ging en dat ze niet als wonende bij Lyske en Willem werd “uitgeschreven”. Er is een navrant feit. Fokje overlijdt ’s ochtends rond kwart over zeven te De Tynje, terwijl in diezelfde ochtend haar dochter Elizabeth in het kraambed ligt te Oranjewoud en daar de zoon Klaas genoemd, wordt geboren. Dochter Elizabeth hoorde het nieuws van het overlijden van Fokje na de bevalling en was, naar haar zeggen, daarover boos en teleurgesteld. Boos omdat het bericht niet direct werd doorverteld (om haar “te sparen”). Teleurgesteld omdat moeder Fokje vaak had laten merken dat ze vreesde dat Elizabeth met zwangerschappen moest oppassen en dat er veel mis kon/zou gaan. De geboorte van een tweede, gezonde zoon kon Elizabeth niet meer aan haar moeder kwijt.
Uit overlijdensakte Fokje SCHIPPERS (Opsterland 1936 en Heerenveen 1936): “Jan VAN DER WEIDE, oud 34 jaar, veehouder wonende te Tijnje, verklarend dat op 14 november v.m. kwart na zeven ure te Tijnje is overleden Fokje Schippers, weduwe van Klaas de Jong, oud 66 jr, z.b. geboren te Oudeschoot wonende te Oranjewoud, dochter van Jurjen Annes Schippers en van Janke Hendriks Wiekel, beiden overleden.”
Ter afsluiting van deze documentatie betreffende grootouders (pake en beppe) Klaas Piers DE JONG en FOKJE SCHIPPERS: Klaas overlijdt december 1930 te Oudehaske en wordt begraven in het graf bij de Hervormde kerk te Oudeschoot (aan de zuidkant in de heuvel waarop de kerk werd gebouwd), waar zijn eerdere vrouwen en jong gestorven kinderen al werden begraven. Fokje overlijdt november 1936 te De Tynje en wordt ook begraven in het graf bij de Hervormde kerk te Oudeschoot. Dit kerkhof is inmiddels geruimd.
Uit het huwelijk van Klaas en Fokje worden de volgende kinderen geboren:
Janke DE JONG Geboren 31-3-1894 te Mildam. Vernoemd naar de moeder van Fokje, Janke Hendriks WIEKEL. Janke de Jong (tante Janke) overlijdt 13-3-1981 te De Tynje, 86 jaar oud, weduwe. Janke trouwt 3-6-1920 te De Tynje met Roelof Bakker, geb. 25-1-1892 te Aengwirden, zoon van Theunis BAKKER en Hiltje VAN DER DUIM. Zijn ouders trouwden te Aengwirden 16-5-1891. Huwelijk 3-6-1920 Opsterland akte nr.110: “Roelof Bakker, 28 jaar, Arbeider, geb. te Tjalleberd, wonende te Tijnje, zoon van Theunis Bakker, 55 jaar, veehouder te Hoornsterzwaag, en van Hiltje van der Duim, overleden. En Janke de Jong 26 jaar, zonder beroep, geboren te Mildam en wonende te Tijnje, dochter van Klaas Piers de Jong, 66 jaar, melkknecht, en van Fokje Schippers, oud 50 jaar, zonder beroep, wonende te Loworth, Duitsland, hierbij tegenwoordig.”
Uit het huwelijk van Janke en Roelof te Tynje geboren: Fokje (18-4-1922, nog in leven, weduwe, woont te Tynje), Theunis (1923, overl te Goor (Overijss) 1982), Klaas (1925, getrouwd met Anneke, woont te Wirdum ) en Hiltje (3-9-1927, overl 13-9-1992, was gehuwd met Jelle BOSMA, 2 kinderen).
Dochter Janke wordt 20 wanneer het gezin van Klaas en Fokje in Duitsland woont. Omdat ze oog krijgt voor de buurjongens en dezen haar ook wel zien zitten, mag ze terug naar Friesland: “Voordat ze met een Duitser aankomt…”. Haar inmiddels getrouwde halfzussen te Oudehaske zorgen voor onderdak.
Voor ouders en voorouders van Roelof Bakker zie zijn Kwartierstaat in de Bijlage. Een belangrijk deel van de voorouders aan vaderskant is oorspronkelijk afkomstig uit NW-Overijssel (“Gieterse verveners”). Grootmoeder aan vaderskant van Roelof is Geeske Theunis DE LEEUW, dochter van Theunis Jans de Leeuw en Ibeltje Sytzes de Vries. Zij was een zuster van Jan Theunis de Leeuw. Deze Jan Theunis is de betovergrootvader van Jan de Leeuw (1941-2002), in 1968 getrouwd met Hiltje Van der Hoek. Grootmoeder aan moederskant van Roelof is Harmina Annes van Sinderen, dochter van de schipper Anne Hotzes van Sinderen, die achterkleinzoon was van dominee Ulpianus van Sinderen te Beetsterzwaag. Annes grootmoeder Hendrikje van Sinderen trouwde met de schipper Anne Freerks. Hun zonen kregen de familienaam Van Sinderen mee, maar werden beslist geen dominee, wel schipper. Zoon Hotze van Sinderen, de vader van Anne, trouwde Harmina Hellendoorn, die een van de zusters was van Teye Lucas Hellendoorn. Teye is een oudgrootvader van de met Janneke Van der Hoek getrouwde Freek Kuipers. En Janneke is vernoemd naar Tante Janke de Jong te De Tynje, getrouwd met Roelof Bakker, een betachterkleinzoon van Harmina Hellendoorn.
Pier DE JONG Geboren 26-3-1896 te Mildam. Vernoemd naar de vader van Klaas, Pier Jacobs DE JONG. Klaas had bij Jantje DE ROOS een eerste zoon Pier die maar 14 maanden oud wordt. De tweede Pier, bij Fokje SCHIPPERS, blijft langer in leven maar wordt toch slechts 3 jaar oud, overl te Mildam 22-8-1899.
-
Jacob DE JONG (oom Jaap) Geboren 29-7-1898 te Mildam. Jaap is 16 wanneer hij samen met zus Janke vanuit Duitsland naar Friesland (Oudehaske) terug gaat. Hij vindt een baan bij de douane en later bij de belastingdienst o.a. te Oldenzaal, Bolsward en Harlingen. Te Oldenzaal trouwt hij ca 1923 (?) met Klazina Alberdina VAN DEN BERG (tante Sientje), geb 1906, dochter van Roelof (?) en Hendrikje VAN DEN BERG. Kinderen: Roelof (jong overleden), Fokje (1927), Klaas, Jurjen en Jacoba (Coby, 1944). Verder nog aan te vullen.
-
Pier DE JONG Geboren 29-10-1900 te Mildam, ruim een jaar na overlijden van de vorige (tweede) Pier. De (derde) Pier overlijdt niet jong. Hij is 14 wanneer zus Janke en broer Jaap naar Friesland worden gestuurd. Ook Pier gaat terug. Hij krijgt een betrekking als boerenknecht op een boerderij te Rotsterhaule. Pier is 20 wanneer Klaas en Fokje besluiten definitief een einde te maken aan de Duitse periode (tweede fase). Pier helpt bij de verhuizing. Volgens verhaal van zijn jongste zus (Lyske) moest hij o.a. een mand vol kippen naar Friesland meenemen, maar kwam hij daarmee niet door de douane. Weg kippen. Pier is 22 wanneer hij besluit ook Friesland te verlaten. In april 1923 stapt hij te Rotterdam aan boord van het schip “Nieuw Amsterdam” dat hem en een groot aantal andere emigranten naar New York, “Amerika”, brengt. Op 1 juli 1923 wordt hij als binnenkomer op Ellis Island geregistreerd. Volgens de gegevens ongehuwd en met een (zelf)betaald ticket naar de eindbestemming Marlon in de Amerikaanse staat North-Dakota. Hij had 26,5 dollar (waarschijnlijk 100 gulden) bij zich en noemt als referentie zijn neef Pier de Jong die te Brooton woont in de naburige staat Minnesota. Misschien dat deze voor hem een betrekking als farm hand in Marlon (North-Dakota) had kunnen regelen. Volgens de immigratiegegevens was Pier 5 feet en 9 inches lang (gemiddelde lengte) en had hij blond haar en blauwe ogen.
Circa 1929 trouwt Pier te Kalamazoo (Michigan), dichtbij Grand Rapids, met Mary. Kalamazoo is ook de plaats waar hij verder bleef wonen, voorzover we nu weten. Er was minstens één zoon. Oom Pier stuurde rond 1948 vanuit Amerika weleens een pakje met cadeaus naar het gezin van zijn jongste zus. Ik herinner me een kinderboek (kleurplaten) over een konijn. Dat ze in Amerika een konijn rabbit noemen, weet ik sindsdien.
Jurjen DE JONG Geboren 19-5-1902 te Mildam, overleden 14-6-1980 te Leeuwarden, 78 jaar oud. Wanneer Klaas en Fokje in 1919 voor een (korte) tweede periode weer naar Duitsland verhuizen, gaan alleen de jongste kinderen, Elizabeth (kw 2, “Lyske”) en Hendrik weer mee. Jurjen wordt 17 en vindt een baan te Friesland.
Hij trouwt ca. 1924 (Klaas en Fokje wonen dan alweer in Friesland) met Grietje DE BOER (tante Griet), dochter van Jetze (Ikes) DE BOER en Ida (Sakes) DE BOER. Uit dit huwelijk de kinderen: Klaas, geboren ca 1925. Jetze, geboren te Leeuwarden 21-4-1927, overleden aldaar 13-7-1956, 29 jaar oud, gehuwd met A.M. HOEKSTRA) Ida. Tante Griet is ca 24 jaar oud wanneer ze trouwt met Jurjen DE JONG. Jurjen en Griet wonen te Leeuwarden (Lekkumerstraat). Ze zijn rond 55 jaar getrouwd wanneer Jurjen in 1980 overlijdt.
Tante Griet is 30-9-1900 te Heeg (Wymbritseradeel) geboren, des nachts half een. Haar vader Jetze DE BOER is dan 46 jaar oud, van beroep wegwerker, wonende te Heeg. Grietje is dochter uit tweede huwelijk van Jetze, die op 40-jarige leeftijd weduwnaar wordt en twee jaar later hertrouwt. Zijn eerste vrouw, Grietje SCHOTANUS, ovl 14-4-1894 te Heeg, 37 jaar oud. De nieuwe echtgenote, 28 jaar oud, is Ida Sakes DE BOER. Huwelijksakte: Jetze DE BOER, 42 jaar, wegwerker, wonende te Heeg, en Ida DE BOER, 28 jaar, dienstmeid, wonende te Heeg. Zij is 1-2-1868 te Follega (Lemsterland) geboren, dochter van Sake Siebes DE BOER, ovl 9-2-1890 te Eesterga (Lemsterland), 51 jaar oud, en Grietje Wiegers DOEVE(N), ovl 11-1892 te Eesterga, 58 jaar oud. Jetze en Ida DE BOER krijgen de kinderen: Sake (1897), Rients (1899), Grietje (1900) en Hendrik (1902). Moeder Ida overlijdt een week na de geboorte van Hendrik, Ida is 34 jaar oud, 15-10-1902 (Wymbrits. akte 134).
Zie verder voor ouders en voorouders van Grietje de Boer haar Kwartierstaat in de Bijlage. Haar familie komt van oudsher uit het ZW van Friesland en uit het aan Lemsterland grenzende gebied van NW Overijssel.
Geeske DE JONG Geboren in 1904 te Oudehaske (?). Ze is rond 8 jaar wanneer het gezin naar Duitsland verhuist. Ze gaat niet mee wanneer Klaas en Fokje voor een tweede periode naar Duitsland teruggaan. Ze is dan 15 en zal als “dienstmeid” aan de kost zijn gekomen. Op 25-4-1928 trouwt ze met Klaas VAN DER VEEN Begin jaren 50 geëmigreerd naar Australië. Zie Kwartierstaat KLAAS VAN DER VEEN in bijlage.
Tryntje DE JONG Geboren 27-4-1906 te Oudehaske, overl 17-7-1989 te Heerenveen, 83 jaar oud. Wanneer Tryntje (tante Trientsje) wordt geboren zijn Klaas en Fokje verhuisd van Mildam naar Oudehaske. Er wordt daarna vaker verhuisd (Terband, pake Klaas wordt melkrijder, en Duitsland, pake Klaas wordt melkerijchef). Tante Trientsje maakt als jong meisje al die verhuizingen mee. In Hochmehr (Duitsland) ging ze naar school. In 1919, ze is dan 13 jaar oud, mag ze te Oudehaske (Friesland) blijven als Klaas en Fokje weer naar Duitsland vertrekken.
Tryntje is 21 jaar oud wanneer ze in 1927 trouwt met Jelmer BAKKER, hij is 23. Uit hun huwelijk werden vijf kinderen geboren:
Wabe BAKKER, geboren in 1928 te Rottum (Schoterland), overleden 28-6-1929, 1 jaar oud. Akte: “Lukas VAN DER MOLEN, 30 jaar, Arbeider te Rottum, en Jacobus VAN STRATEN, 62 jaar, Molenaar te Rottum, verklaren dat 28 juni 1929 n.m. 8 uur te Rottum is overleden Wabe Bakker, oud één jaar, geboren en wonende te Rottum, zoon van Jelmer Bakker, Veehouder, en Trijntje de Jong, z.b., beiden wonende te Rottum.” Wabe BAKKER, geboren in 1930, overleden ca 1978 te Hoogenveen. Gehuwd. Kinderen. Fokje BAKKER, gehuwd en geemigreerd naar Canada. Klaaske BAKKER, gehuwd en geemigreerd naar Canada. Klaas BAKKER, woonde laatstelijk te Arnhem.
Jelmer BAKKER (oom Jelmer) werd 1-2-1904 te Gauw geboren, hij overlijdt 18-1-1972 te Wommels, 67 jaar oud. Gauw is een oud boerendorpje, noordoostelijk van Sneek, tussen Scharnegoutum/Goïnga en het Sneekermeer. Voorzover ons bekend hebben de BAKKERS voor 1904 minstens 4 generaties lang te Gauw gewoond.
Zie verder voor ouders en voorfamilie van Jelmer Bakker zijn Kwartierstaat in de Bijlage.
Elisabeth DE JONG, geboren 2-6-1910 te Oudehaske (Lyske, kw 3), trouwt 21-6-1934 met Willem VAN DER HOEK (kw 2). Dit verhaal in volgend Werkdocument.
Hendrik DE JONG “Heinrich” want geboren tijdens de Duitse periode, aangemeld te Hochheffen in 1913, overleden juli 1996 te Leeuwarden, trouwde met tante Jellie. Oom Hendrik (verzekeringsagent) en Tante Jellie kregen vijf kinderen: Klaas DE JONG Sita DE JONG Jane DE JONG Jacob (Jaap) DE JONG Fokje DE JONG.
Tante Jellie heette VAN DER VEEN en haar vader was Jane VAN DER VEEN. Op 17-2-1906 trouwt te Bolsward deze Jane VAN DER VEEN met Sytske (⇒ Sitie, Sita) RUNIA. Huwelijksakte Bolsward 1906 nr 3: “Jane VAN DER VEEN, 26 jaar, schipper, geboren en wonende te Bolsward, zoon van Hendrik VAN DER VEEN en Teuntje DIJKSTRA, beiden z.b. wonende te Bolsward.” En: “Sytske RUNIA, 29 jaar, naaister, geboren en wonende te Schraard, dochter van Bauke RUNIA en Janke KRAMER, z.b., wonende te Schraard. Vader overleden.”
Tante Jellie is dochter uit dit huwelijk. Ze is rond 20 jaar oud wanneer haar vader overlijdt 1-3-1936, 56 jaar oud, niet thuis, te Bolsward, maar te Sneek. Zijn overlijden te Sneek wordt aangemeld door Romke NIJDAM, 45 jaar, winkelier te Bolsward. Hij was wellicht samen met Jane VAN DER VEEN te Sneek aanwezig, toen laatstgenoemde daar overleed. Doet aangifte te Sneek.
Door de ambtenaren van de Burgerlijke Stand te Bolsward wordt die aangifte vervolgens overgenomen: “Te Bolsward ontvangen een extract uit het register van overledenen der Gemeente Sneek, waaruit blijkt, dat op 1 maart 1936 des n.m. te half vier te Sneek is overleden VAN DER VEEN, JANE, oud 56 jaar, brandstoffenhandelaar, geboren en wonende te Bolsward, echtgenoot van RUNIA, SYTSKE, zoon van VAN DER VEEN, HENDRIK en van DIJKSTRA, TEUNTJE, beiden overleden.” De carrière van de vader van tante Jellie ging van schipper tot brandstoffenhandelaar.
De ouders van tante Jellie, Jane VAN DER VEEN en Sytske RUNIA, komen uit Bolsward en directe omgeving. Sytske RUNIA is 17-11-1876 geboren te Schraard, dochter van Bauke RUNIA en Janke KRAMER. Laatstgenoemden trouwen 19-5-1866 (Wonseradeel akte 65). Bauke RUNIA is van 15-5-1842, zoon uit het kinderrijke gezin van Hendrik Scheltes RUNIA en Baukjen Baukes REIDSMA (Wonseradeel). Sytske was ook rond 20 toen haar vader Bauke 15-6-1896 te Schraard overleed. Jane VAN DER VEEN is 23-11-1879 te Bolsward geboren (akte 177), zoon van Hendrik VAN DER VEEN en Teuntje DIJKSTRA. Dat huwelijk kende een aantal jong gestorven kinderen, ook een eerste Jane. “Onze” Jane werd 56, binnen zijn familie een respectabele leeftijd.
Zijn vader Hendrik VAN DER VEEN werd overigens 80 jaar oud, ovl 26-4-1922, gehuwd, zoon van Jane Sjoerds VAN DER VEEN en Rinske Wiggeles KUIPERS.