Van der Hoek
Documenten

Cd Back Up 17 April 2007 Generatie 20

Generatie 20 (edelovergrootouders, 524288-1048575)

NOTITIE: De generatie van edelovergrootouders betreft ruim een half miljoen namen (personen) van wie we in de middeleeuwen, begin 14de eeuw afstammen. Zoveel voorouders uit die tijd. Het aantal is minder dan een half miljoen omdat er binnen afstammingslijnen overlappingen voorkomen. Neven en nichten trouwen zelden met elkaar, maar huwelijken die afstammingslijnen koppelen zijn niet ongewoon. Bijvoorbeeld: zoon uit een huwelijk trouwt buiten directe familie met dochter uit ander huwelijk, en zoon of dochter uit zelfde huwelijk trouwt met iemand uit zelfde andere huwelijk. Of ergens dergelijke verknopingen die ertoe leiden dat van gemeenschappelijke voorouders, tamelijk dichtbij of op grote afstand, sprake is. Volgens een experiment zou uiteindelijk misschien 80% van het totale geschatte aantal edelovergrootouders niet eenmalig zijn, dat wil zeggen dat ze tweemaal of vaker als voorouder in de genealogie voorkomen. In plaats van ruim een half miljoen namen (personen) van wie we sinds begin 14de eeuw afstammen, zouden we ca 100.000 verschillende voorouders in die tijd gehad kunnen hebben. Dat zijn nog heel veel.

Omdat we voor vanaf 1812 (begin verplichte registers Burgerlijke Stand) met onvolledige documentati XSTOP NU EVENX

  1. Jan Willemsz VAN BEVEREN, koopman in huiden en vetten, vermeld te Delft 1343/70, gehuwd met
  2. Soete

Ouders van: Willem Jansz VAN BEVEREN (kw 390592)

  1. Willem VAN DER WEEDE, geb ca 1310, leenman van de heer van Putten, vermeld in 1343 en 1353. 781193.

Vermoedelijk was deze Willem VAN DER WEEDE voor graaf Willem IV actief als deurwaarder/fourier/kwartiermaker en ging hij mee om de inkwartiering van de graaf en zijn gevolg te regelen bij diens veldtocht in 1343/44 naar Pruisen “om tegen de heidense Litauers te strijden”. Graaf Willem IV had in zijn korte bestaan als graaf van Holland (1337-1345) heel wat deurwaarders/fouriers/kwartiermakers nodig.

  1. Dirck VAN BREDA 781195. Ouders van: Katerine Dircksdr VAN BREDA (kw 390597)

785088. ?Rutgheer Diddericsz. [Diddericksz.], mentioned 1337-1357, contracted 19-6-1357 the construction of a dyke in a 'gors' between Hoogvliet and Pernis with Jacob Jan van Moedrecht, Scildman Pietersz. and Hughe Buest Maenkensz. from the lord of Putten, which is the polder Rughezand, later called Roozand, in Pernis “Het ontstaan van de Hoekse en Kablejauwse twisten” door dr H.M.Brokken (1982), pg 17. Graaf Willem IV was 30 toen hij door het overlijden van zijn vader de grafelijke functie erfde. Terwijl vader Willem III (Henegouwse huis) een goed diplomaat was, ontwikkelde Willem III zich tot een “ridder met het zwaard” die al in 1336 op een eerste expeditie naar Pruisen trok (tegen de heidenen aldaar), in 1339/40 met zijn leger meedeed aan de oorlog tegen Frankrijk (begin Honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk), na 1342 optrok als pelgrim/kruisridder naar “het Heilige Land” (eerst naar zuid-Spanje, Granada, door islamieten bezet, daarna via Venetie naar Jeruzalem) en bij terugkeer via Venetie voor de tweede maal op expeditie naar Pruisen ging. In maart 1344 kwam hij weer in Holland terug. Bestuurlijke zaken liet hij door de grafelijke raad regelen. Onder zijn bewind werd vooral gul met gunnen van tol- en stadsrechten gedaan, dat leverde hem weer geld voor het financieren van nieuwe expedities. Zoals een derde tocht naar Pruisen in de winter 1344/45. Terug van die expeditie voert hij in juni 1345 een oorlogje tegen de stad Utrecht (de hem vijandige bisschop aldaar), dat hij wint. In de roes van deze overwinning besluit hij door te trekken en de Friezen beoosten de in de voorgaaande eeuw ontstane Zuiderzee (IJsselmeer) onder het gezag van de graaf van Holland te brengen. Gezag over Westerlauwers Friesland was door de Duitse keizer eerder zowel aan de Utrechtse bisschoppen als aan de graven van Holland gegund, terwijl de Friezen van beiden weinig tot niets wilden weten en een eigen bestuur aanhielden. De door Willem IV bedoelde politionele actie werd een ramp voor hem en een groot deel van de met hem mee opgetrokken “Hollandse edelen”. Zijn legertje verdwaalde op de tocht over de Zuiderzee en het onder zijn leiding staande deel werd op de kust van Friesland door een Fries leger omsingeld (Slag bij Warns, 26-9-1345) en verrast. Willem IV en een zo groot aantal van “Hollandse edelen” sneuvelden bij deze gelegenheid, dat men de afloop in Holland nauwelijks durfde te melden (het lijk van Willem IV bleef achter in Friesland). Hierna werd de Hollandse politiek zwaar verstoord door interne twisten (Hoeken versus Kabeljauwen) en ging het graafschap van Holland over in Beierse handen, wat niemand vooraf had kunnen bedenken. Maar dit is weer een ander verhaal. Edeloudovergrootvader Willem VAN DER WEEDE was vermoedelijk als kwartiermaker in dienst van de jonge graaf Willem IV en deze had door zijn gedrag ruime behoefte aan kwartiermakers. Aldus gesteld.