Van der Hoek
Documenten

87816 Willem van Beveren.

Generatie 21 (edel-betovergrootouders, 1.048576-2.097151)

781184. 87816 WILLEM VAN BEVEREN.

87832 WILLEM VAN DER WEEDE (UTEN WAIRDE), geboren ca. 1280, bastaard, leenman van Putten, vermeld 1304,1309.1310 en 1321.

87833 LYSBETTE, vermeld in 1321.

  1. Rutgheer Diddericsz. Geb ca 1320. Wordt door de heer van Putten op 19-6-1357 beleend met een gors ter bedijking bij Pernis. Gehuwd met
  2. (naam echtgenote niet vermeld).

De belening van 19-6-1357 bij Pernis betreft een gors (bij eb droogvallend stuk land) ter bedijking. Rutger Didderiks neemt, in combinatie met Jacob Jan van Moerdrecht, Scildman Pieterszn en Hughe Buest Maenkensz, deze opdracht aan. Dankzij de geslaagde bedijking ontstaat nieuw land, de polder Rughe Zand.

Uit het huwelijk:

  • (1) Heyn Rutgersz (de Oude), ovl voor 11-9-1413, verm kinderloos. Pacht 1377-1380 samen met Lauwe Claes Dielenz het riet van de Noertpolre met Poortugaal en 1379-1382 een derde deel van de staalvisserij in de Maas voor Oudenvliet. In 1379 pacht hij het tiendblok Molenhoec te Poortugaal en 8 lijn land aldaar, genaamd de Cleyne Hole, dat in die Roden ligt (Rhoon). Hij gebruikt dit land minstens over de periode 1382-1395.Ook pacht hij de vroonvisserij voor Vlaardingen. Op 17-7-1383 is hij te Utrecht om voor de Heer van Putten diens jaarlijkse betaling, 10 pond groot, te doen aan het kapittel van de Dom (rechten op de tienden). In 1383 pacht hij het gors Jans Wale en een vierde deel van de tienden van Poortugaal. Met zijn broer Beye Rutgersz pacht hij land bij het kasteel Valckensteyn. Hij heeft zijn hofstad op de droge dijkzate van Poortugaal, de dijk tussen Zwaardijk en Poortugaal. In 1386 beheert hij voor de Heer van Putten een deel van de moernering (zoutwinning?) in Puttermoer. Over de periode 1385-1398 betaalt hij samen met Gillis van Heenvliet 3 pond 8sc 9 d groot voor bijna 40 gemet land in Zwaardijk. Hij is rentmeester van Putte ten oosten van de Maas in 1395. Op 11-9-1413 bezitten zijn erfgenamen land in Zwaardijk.
  • (2) Beye Rutgersz. ZIE kw 785088.
  • (3) Hughe Rutgersz.
  • (4) Pieter Rutgersz (die Onvervaerde).
  • (5) Trude Rutgersdr. Gehuwd met Jan Heynen.
  • (6) Lijsbert Rutgersdr. Gehuwd met Jacob Bollensz.
  • (7) Heyn Rutgersz (de Jonge). Op 28-3-1393 ontvangt Jonghe Heyn Rutgersz van de Heer van Putte erfelijk 6 gaarden land op de Oord van Cathendrecht en 4 hokelinge land op die van ‘s-Gravenambacht. Vanaf 1399 betaalt hij 1 kapoen jaarlijks voor een hofstad te Spijkenisse. In 1406 pacht hij de helft van de tiende van het Westblok en de helft van de bieraccijns. In 1416-1418 de helft van de Westtiende en in 1419 de helft van de Oosttiende. ?Dirck Rutghersz. [Rutgersz.], pledged in 1337 with 9.5 'morgen' land in Vlaardingen by lord Jan van der Wateringen, 'ambachtsheer' of Vlaardingen, which would be inherited for one half by his oldest son Rutgaert, and for the other by his other son Heijn Guet