Europa
EUROPA DANAOS – zoon van BELOS. Door zijn broer AEGYPTOS verdreven, vluchtte hij met zijn 50 dochters naar Griekenland. Daar stichtte hij het rijk Argos. De 50 zoons van Aegyptos huwden de dochters van Danaos, die alle, met uitzondering van HYPERMNESTRA, hun echtgenoten vermoordden. Tot straf scheppen zij in de onderwereld water in een bodemloos vat.. Danaërs = Grieken. BELOS – (1) Rivier aan de kust van Phoenicië; (2) Aziatische godheid (Baal), (3) Oude koning van Babylon; (4) Koning van Egypte, vader van Danaos en Aegyptos; (5) Vader van DIDO, veroveraar van Cyprus. DIDO – stichtster van Carthago, dochter van BELOS, vrouw van SYCHAEOS. SYCHAEUS – (1x bij Vergilius) echtgenoot van DIDO, door PYGMALION vermoord. PYGMALION – (1) Koning van Cyprus, werd verliefd op een door hem vervaardigd beeld dat door Venus op zijn verzoek in een levend meisje werd veranderd; (2) Koning van Tyrus, broer van DIDO. AGENOOR – koning van Phoenicië, broer van BELOS, vader van KADMOS, EUROPA en PHINEUS. KADMOS – (CADMUS) zoon van de Phoenicische koning Agenor, broer van Europa, stichter van de burcht te Thebe. Europa (als werelddeel): Cadmi sorror. PHINEUS – zoon van Agenor, waarzeggende Thracische koning die, omdat hij zijn zonen de ogen uitgestoken had, zelf met blindheid werd geslagen en door de Harpijen vervolgd. EUROPA – (1) dochter van AGENOR, door Iuppiter in de gedaante van een stier geschaakt; (2) het naar haar genoemde werelddeel. MINOS – (1) zoon van Zeus en EUROPA, wetgever op Kreta, na zijn dood rechter in de onderwereld; (2) kleinzoon van de vorige, echtgenoot van PASIPHAË, vader van ARIADNE en PHAEDRA, bouwde het Labyrint. MINOTAUROS – een monster, half stier half mens, zoon van PASIPHAË, de vrouw van MINOS 2; door THESEUS gedood. ARIADNE – dochter van MINOS 2, hielp THESEUS uit het Labyrint, werd door deze op Naxos achtergelaten en daar door BACCHUS gehuwd; haar bruidskrans werd onder de sterren geplaatst. THESEUS – koning van Athene, echtgenoot van ARIADNE, later van PHAEDRA HIPPOLYTOS – zoon van THESEUS en HIPPOLYTE, wees de liefde van zijn stiefmoeder PHAEDRA af; door haar bij zijn vader belasterd, werd hij op diens vervloeking door zijn eigen paarden gedood, maar door AESCULAPIUS in het leven teruggeroepen en onder de naam VIRBIUS (die ook zijn zoon kreeg) als heros te Aricia (stad in Latium met bos en tempel voor DIANA) vereerd.
Bij de dichter Homeros wordt EUROPA (het meisje) slechts in het voorbijgaan genoemd. Aan Moschus van Syracuse wordt het verhaal “Europa en de Stier”, toegeschreven. Vooral de Romeinse schrijver Ovidius maakte haar later in zijn “Metamorfosen” beroemd, als de onschuldige prinses die met haar dienstmeisjes over het strand van Phoenicië wandelt. Oppergod Zeus vermomd als sneeuwwitte stier lokt haar op zijn rug de zee in en voert haar weg naar Kreta. Uit hun (korte) relatie de zoon MINOS 1. Aan de Griekse geschiedschrijver Herodotus (vijfde eeuw voor Christus) was de EUROPA-legende ook bekend, maar hij zag het als een voorbeeld van de vrouwenschakerij uit de oudheid. Volgens hem had een groep Phoeniciërs uit Tyrus IO, dochter van de koning van Argos, ontvoerd. Daarom zeilde een groep Grieken van Kreta naar Phoenicië om er de dochter van de koning van Tyrus te ontvoeren. In de IO-legende past die uitleg van Herodotus niet. Wel is het verband grappig: Zeus verleidt Europa in de gedaante van een stier; hij wordt verliefd op Io en de jaloerse oppergodin, vrouw van Zeus, verandert haar in een koe.
IO – dochter van INACHUS (koning van Argos), beminde van Iuppiter, door Iuno in een koe veranderd en door ARGUS bewaakt. INACHUS – zoon van Oceanus, vader van Io, eerste koning van Argos en god van de rivier Inachus in Argolis. Inachius = Argivisch, Grieks.
De Britse historicus Norman Davies (1993) plaatst de EUROPA-legende symbolisch: “Zeus was surely transferring the fruits of the older Asian civilizations of the East to the new island colonies of the Aegean. Phoenicia belonged to the orbit of the Pharaohs. Europe’s ride provides the mythical link between Ancient Egypt and Ancient Greece. Europa’s brother CADMUS, who roamed the world in search of her, orbe pererrato, was credited with bringing the art of writing to Greece.”
CADMUS – (zie boven) werd geëerd als stichter van de stad Thebe en als importeur van het alfabet. Op zoek naar zijn ontvoerde zus EUROPA raadpleegt hij het orakel van Delphi dat hem adviseert een stad te bouwen op de plaats waar een koe gaat rusten. Cadmus vervolgt zijn weg, en komt daar een koe tegen. Deze volgt hij tot in de vlakte van Boeotië en tot deze gaat liggen. Hij markeert de plaats en gaat er de Cadmea bouwen, de ovale acropolis van het later Thebe. De godin Athene laat hem een draak doden. Uit de tanden van de draak worden de inwoners van Thebe geboren. Athene maakt Cadmus hun bewindvoerder en Zeus geeft hem de vrouw HARMONIA.
CADMUS heeft zijn zuster EUROPA nooit gevonden. Maar, volgens de legende, was hij degene die het alfabet in werelddeel Europa introduceerde. Het Phoenische alfabet is in basisvorm (Davies) van voor 1200 voor Christus bekend, als een aanpassing op de Egyptische hiëroglyfen (zoals ook het Hebreeuws ten zuiden van Phoenicië). Het was eenvoudig en gemakkelijk te leren fonetisch-medeklinkerschrift (16 verschillende letters), waaraan de Grieken 5 klinkers toevoegden. De letters konden tegelijk als cijfers worden gebruikt. De namen van de letters konden bijna onveranderd blijven bestaan: Aleph = alpha = os = a Beth = bèta = huis = b Gimel = gamma = kameel = “c” Daleth = delta = tentdeur = d, enz. De oudste vormen van het Latijnse alfabet zijn gevonden in “Groot-Griekenland” (zuid-Italië), uit de 6de eeuw voor Christus. Aangepast en wel werd dit het “Europese” alfabet. Het Griekse alfabet bleef daar en in Slavische landen (invloed van Grieks-orthodoxe kerk) in gebruik. Dat het alfabet in eerste vorm uit het Nabije Oosten afkomstig is, mag duidelijk zijn. De CADMUS-legende is een vroege vertelling rond die afkomst.
Over de Europese activiteit die zich vanuit Griekenland ontwikkelde, stelt Davies (1993): “Unlike the great river valley civilizations of the Nile, of the Indus, of Mesopotamia, and of China, which were long in duration but lethargic in their geographical and intellectual development, the civilization of the Mediaterranean Sea was stimulated by constant movement. Movement caused uncertainty and insecurity. Uncertainty fed a constant ferment of ideas. Insecurity prompted energetic activity. Minos was famed for his ships. Crete was the first naval power. The ships carried people and goods and culture, fostering exchanges of all kinds with the lands to which they sailed.” ~ HET EUROPESE CONTINENT IN PREHISTORIE
Europa is geen continent maar een schiereiland. Niet gescheiden van Azië, nauwelijks gescheiden van Afrika. Het heeft relatief lange kustlijnen, mede dankzij de belangrijke middenzeeën, de Middellandse Zee in het zuiden en de Oostzee in het Noorden. Aan de westkusten spoelt een oceaan met een opmerkelijke warme golfstroom die dicht onder de kust van het zuiden naar het noorden gaat. Door de overwegend uit het westen komende winden en zonder hoge bergruggen langs de kust die in de weg liggen, heeft het noordwestelijke deel van Europa een gematigd, vochtig klimaat. Het zuiden van Europa is relatief warm, droog en zonnig. Centraal- en oostelijk Europa heeft een landklimaat met koudere winters en hetere zomers, zonder dat het in doorsnee extreem-koud of extreem-heet is.
Vanaf dat de mens-soort (“mensachtigen”) tot ontwikkeling kwam, volgens de bestaande wetenschap in de warmere streken van Afrika, duurde het honderdduizenden jaren voordat representanten ervan het gebied bereikten dat nu Europa heet. Voor de bewijzen zijn we afhankelijk van wat toevallig is bewaard of via opgravingen wordt ontdekt. Opgravingen in China doen vermoeden dat daar, ver van Afrika, al 1,7 miljoen jaar geleden proto-mensen leefden, en zeker 500.000 tot 600.000 jaar geleden mens-soorten die al veel kenmerken met de moderne mens, homo sapiens sapiens, gemeen hebben. Vondsten in Europa hebben (nog) geen resten van zo oude datum opgeleverd.
Volgens de wetenschap tot dusver, gebaseerd op gevonden en te dateren resten, is de soort Homo Sapiens Sapiens (moderne mens) eigenlijk slechts 100.000 tot 200.000 jaar oud en kwam deze pas in de laatste 50.000 jaar aanwijsbaar in Europa terecht. Toen ook al in bijvoorbeeld het verre Australië.
TUSSEN DE LAATSTE TWEE IJSTIJDEN
Europa was in de vroegste tijd voor de mens heel lang geen aantrekkelijk gebied. Tijdens de 100.000 jaar die nu het kortst achter ons liggen, was het heersende klimaat helemaal niet zo gematigd als tijdens de laatste 10.000 jaar. Door de andere stand richting de zon die de aarde toen had, was Europa gedurende heel lange perioden voor het grootste deel bevroren en met dikke ijslagen bedekt. De eerste ijstijd was rond 100.000 jaar geleden en duurde tot circa 60.000 jaar geleden. Daarna kwam een ietwat warmere periode en er is bewijs dat mensen en mensachtigen zich toen op het grote schiereiland waagden en er zich vestigden. De sterkste bewijzen vormen de grotschilderingen die in de rotsige gebieden van bijvoorbeeld het huidige Frankrijk zijn gevonden en die van 30.000-40.000 jaar geleden dateren. Gevonden restanten her en der over Europa doen vermoeden dat directe voorouders van de moderne mens er zich gaandeweg vestigden, naast de nazaten van een mens-soort (Neanderthalers) die hier ook al was maar zich niet kon handhaven en kort erna ophield te bestaan. Of dit een aannemelijke veronderstelling blijft, moet uit volgende bevindingen nog blijken.
Wel is zeker dat in een laatste (?) ijstijd, van circa 22.000-10.000 vChr, Europa opnieuw in de greep kwam van een polair klimaat, met ijsruggen tot dicht bij de Alpen. Tussen de twee laatste ijstijden stroomde er een enorme rivier of zee, vanaf het noordoosten, over het noorden van het tegenwoordige Duitsland en van het tegenwoordige Nederland heen die uitmondde in de oceaan ten oosten van het tegenwoordige Noord-Engeland (de Noordzee bestond nog niet).De boringen naar olie en gas in het noordelijke deel van de Noordzee hebben aangetoond dat die rivier waarvan de bestaande Oostzee misschien nog een overblijfsel is, daar destijds uitmondde. Misschien was de latere Rijn-rivier slechts een toevoerstroompje voor deze oerrivier. Door de ijskappen die over de oerrivier heenschoven werd de loop ervan veranderd en raakte de rivier tenslotte afgeknepen en dichtgeslibd. Het in de rond de Oostzee in de bodem aangetroffen barnsteen (fossiele hars van naaldbomen) is vermoedelijk afkomstig uit door deze rivier overstroomde bossen.
DE EERSTE 6000 JAAR NA DE LAATSTE IJSTIJD
Het wegsmelten van de ijskap die tijdens de laatste ijstijd over een groot deel van noordwestelijk Europa lag, ging geleidelijk. Het vrijkomende water stroomde weg naar de oceaan en deed de zeespiegel stijgen. Rond 6000 vChr werd Engeland weer definitief een eiland, los van het Europese vasteland, doordat de watermassa tussen Engeland en Frankrijk zich een doorgang maakte: het “Kanaal” ontstond (opnieuw?). De zeespiegel bleef stijgen tot ca 4000 vChr. Toen was de ijskap gesmolten en werd het peil bereikt dat we sindsdien kennen. Inmiddels waren de kustlijnen ontstaan zoals ongeveer vandaag. Hoewel bijvoorbeeld in Friesland veel later nog lage landen werden overstroomd en weggeslagen, zodat het binnenmeer Almere werd vergroot tot de binnenzee Zuiderzee die het westelijke deel van Friesland (noord-Holland) afscheidde van de rest. Maar dit gebeurde in de periode tussen 1250 en 1300 nà Christus.
+++++++++++
PAGE
PAGE 4 EUROPA