Voorfamilies Jan de Leeuw (1941-2002)
Voorfamilies JAN DE LEEUW (1941-2002)
Onderzoeksnotities
DE LEEUW-LIJN
DE LEEUW-LIJN
BUWALDA-LIJN
“BUWALDA-LIJN”
De BUWALDA-LIJN betreft de voorfamilie van Akke Buwalda, de moeder van Jan de Leeuw. Zij werd 6-1-1912 te Nijehaske geboren, dochter van Jacob Buwalda en Christina Post.
De BUWALDA-lijn “begint” bij een huwelijk op 11-5-1782 te Joure: Hendrick Pietters, Broek, en Riemke Sietses, Joure. Dit tweetal werd oudouders van Akke Buwalda, oudgrootouders van Jan de Leeuw. De BUWALDA-lijn begint misschien eigenlijk later. Want Riemke Sietses werd tweemaal weduwe. Haar tweede man was Ate Alberts. In 1811, bij de familienaamregistratie onder Franse bezetting (Napoleontisch recht), was Riemke andermaal weduwe. Zij ging niet naar de mairie voor de registratie, of misschien wel maar ze vond het er te druk. Kort erop komen al haar kinderen voorzover in leven, ook die uit het eerste huwelijk met Hendrik Pietters, als BUWALDA in de akten voor.
De BUWALDA-lijn voor de kinderen en verdere nakomelingen van Hendrik Pietters die geen “Buwalda” was, begint pas formeel na 1811. Is het de familienaam van de (overleden) stiefvader? Of heeft Riemke háár familienaam meegegeven aan al haar kinderen, zonder aan de naamsregistratie van 1811 mee te doen?
Dit is een vraag die nog niet is opgelost. Terwijl we ertoe neigden de herkomst van de familienaam aan de stiefvader Ate Alberts BUWALDA toe te schrijven, zijn we gaande het onderzoek toch gaan twijfelen. Want dat Ate Alberts die naam al droeg, hebben we niet “bewezen” gevonden. Dat oudgrootmoeder Riemke Sytzes de familienaam inbracht (na overlijden van haar twee echtgenoten), is niet minder waarschijnlijk. Van haar wordt gemeld dat ze te Abbega is geboren (1761) en dan ben je al bijna in Tjerkwerd (Buwaldaburen).
FAMILIE-lijn (kwartierstaatnrs gerekend vanaf Jan de Leeuw):
Jan DE LEEUW (1), getrouwd met Hillie (Hiltje Elizabeth) Van der Hoek Theunis de Leeuw (2), getrouwd met Akke BUWALDA (3) Jacob Hendriks Buwalda (6), getrouwd met Christina Harmens Post (7) Hendrik Wiebes Buwalda (12), getrouwd met Akke Halbesma (13) Wybe Tjipkes Buwalda (24), getrouwd met Froukjen Linzes Kort (25) Tjepke Hendriks Buwalda (48), getrouwd met Grietje Wiebes van Terwisga (49) Hendrik PIETERS (96), getrouwd met Riemke Sytzes (97). Na overlijden van Hendrik trouwt Riemke in 1794 met Ate Alberts. Al haar kinderen gaan na 1811 BUWALDA heten. Pieter (192) zal vader van Hendrik Pieters (96) zijn geweest. Door het vroege overlijden van oudgrootvader Hendrik Pieters is niet bekend welke andere familienaam dan BUWALDA eventueel zou zijn gekozen.
HENDRIK PIETERS & RIMKE SYTSES
Deze oudgrootouders van Jan de Leeuw zijn waarschijnlijk 11-5-1782 getrouwd in de Hervormde kerk te Broek (of Goingarijp) in het noordoostelijke puntje van de oude grietenij Doniawerstal. Dat deel van de grietenij strekte zich langs de meren uit, noordelijk van het dorp Joure.
In ieder geval werd door de Hervormde gemeente van Joure op 11-5-1782 de attestatie gedateerd voor de jonge bruid Riemke Sietses die aldaar stond ingeschreven. Dit betekent dat het huwelijk te Broek plaatsvindt, waar Hendrick Pietters staat ingeschreven. Het trouwregister van Broek is incompleet: de huwelijksbevestiging kunnen we daarom niet melden.
Van oudgrootvader Hendrik Pieters kunnen we niet zoveel terugvinden. Dat zijn vader Pieter heette, dat hij bij zijn huwelijk in 1782 in het gebied van Broek-Goingarijp woonde en dat hij vermoedelijk voor 1794 overlijdt. Rond 40 jaar oud misschien. Dat weten we dus (nog) niet.
Over oudgrootmoeder Riemke Sietses wordt geschreven dat ze 26-8-1761 te Abbega (Wonseradeel) zou zijn geboren en niet (gereformeerd/hervormd) werd gedoopt. Bij het huwelijk in 1782 zou ze 20 jaar oud zijn geweest. Rond haar 30ste wordt ze weduwe, met vier kinderen uit het huwelijk met Hendrik Pieters.
Op 25-12-1794 trouwt ze voor een tweede maal, nu met Ate Alberts. Ze staat dan vermeld als wonend te Heerenveen (trouwregister van de Hervormde gemeente Terband), zo ook de nieuwe bruidegom: Ate Alberts, Heerenveen, en Rimke Sytses, Heerenveen. Vermoedelijk woonden ze in het Terbandster (Aengwirden) deel van Heerenveen.
Uit het tweede huwelijk van oudgroot-moeder Rimke Sytzes zijn twee kinderen geboren: Jetske Ates BUWALDA, tr 22-5-1817 (Aengwirden 4) met Jakobus Christoffels HOMANS. Op 23-9-1818 wordt een dochter Rimkje geboren en de betreffende geboorteakte (Aengw 39) meldt dat Rimkje een dochter is van J.C.Homans en Rimkjen Sytses Buwalda (niet Jetske). Merkwaardige fout. Op 23-10-1820 wordt een volgend kind van Jakobus HOMANS en Jitske Ates BUWALDA geboren (Aeng 46). Albert Ates BUWALDA, geb 7-8-1798 (Haskerland), tr 23-5-1819 (Aengwirden) met Fokeltje Dirks MUURLING. Kinderen: Hielke Alberts Buwalda en Albert Alberts Buwalda.
De kinderen van Hendrik en Rimke (ook Riemke of Rinske):
Sytze Hendriks Pieter Hendriks Klaas Hendriks Tjepke Hendriks.
Het kortstondige huwelijk van deze oudgrootouders bracht vier zonen voort. Bij de naamsregistratie van 1811 laten de drie oudste zonen (Klaas met een zoontje Hendrik van 1 jaar oud) zich zelfstandig, te Heerenveen, inschrijven met de familie-naam BUWALDA. Doen ze dat omdat hun stiefvader (reeds overleden) Ate Alberts zo heette, of omdat hun moeder Rimke Sytzes zo genoemd wordt of wil worden? Dat blijft een vraag tot de oplossing wordt gevonden. De BUWALDA-familienaam wordt in verband gebracht met boerderijen gelegen op of naast de terp aan de Hillebrandsvaart bij Tjerkwerd (onder Bolsward). Het gaat dan om een plaatsnaamaanduiding. De herkomst van die plaatsnaam is nog onduidelijk. Eerste vermelding via (bewaard gebleven) documenten uit 1478. Een deel van een fenne bij Eemswoude is in eigendom van de kinderen van Renicx toe Buwanda.
Een aantal boerderijen op of naast genoemde terp worden in latere stukken als “toe Buualda” of “te Bualdabuiren” omschreven. Minimaal vier stemhebbende boerderijen (bij verkiezingen voor grietmannen e.d.), genoemd als de saten 26 tot en met 29 onder Tjerkwerd, die samen een gebied omgrensd door Eemswoude, Ytsum, Aexens, Sens, Arkum en Tjerkwerd in eigendom hadden: Buwalda-buren. Sinds begin van de 19de eeuw komt voor deze buurtschap de naam Jonkershuizen in zwang. Rimke is in 1761 (?) in Abbega geboren, zo’n zeven kilometer ten zuiden van “Buwaldaburen”. Zij trouwt 20 jaar later vanuit Joure, een tien kilometer oostelijk van Abbega.
Kinderen van Hendrik Pieters & Rimke Sytzes
Sytze Hendriks, geb 23-8-1783 (Doniawerstal, Broek?), trouwt 25-11-1821, op 38-jarige leeftijd, met Lutske Hendriks VEEN (Aengwirden). Zij is 24 jaar. In 1811 neemt Sytze, nog ongehuwd, te Heerenveen de naam BUWALDA aan. Uit het huwelijk met Lutske Veen worden drie kinderen geboren: Hiltje, Hendrik en Sytske. Sytze overlijdt 11-9-1826, vlak voor zijn 43ste verjaardag (Schoterland akte 177). Pieter Hendriks, geb 17-8-1785 (Doniawerstal), ongehuwd gebleven, ovl 28-6-1829 te Lemmer, bijna 44 jaar oud (Lemsterland akte 46). In 1811, mairie Heerenveen, wordt hij als BUWALDA ingeschreven. Klaas Hendriks, geb 11-4-1787 (Doniawerstal), trouwt 26-2-1809 te Heerenveen met Hylkjen Annes (HILBERDA). In het trouwregister van de Herv.gemeente Heerenveen staat voor beiden Nes (bij Akkrum?) als plaats van herkomst vermeld. Uit het huwelijk worden 8 kinderen geboren: Hendrik, Jetske, Anne, Andries, Rimkjen, Rimke, Rimkjen en Dedtje. De eerste Rimkjen wordt slechts 10 dagen oud (1820 Schoterl 17). De jongste dochter Dedtje slechts 1 jaar (1827 Schoterl 283). In 1811 laat Klaas zich als BUWALDA inschrijven, met zoontje Hendrik, toen 1 jaar oud. Deze Buwalda-tak kreeg waarschijnlijk de meeste nazaten. Klaas Hendriks zou ook nog een tijd als kolonist te Veenhuizen wonende zijn geweest. Dat is nog te onderzoeken. Hielkje Annes HILBERDA overlijdt 10-4-1844 (Schoterl 73), 58 jaar oud. Klaas Hendriks BUWALDA overlijdt 30-1-1862 (Schoterl 26), 75 jaar oud, weduwnaar. Tjepke Hendriks, oudvader van Jan de Leeuw.
TJEPKE HENDRIKS BUWALDA & GRIETJE WYBES VAN TERWISGA
Oudvader Tjepke Hendriks is 20-10-1790 te Heerenveen geboren. Dit kan inhouden dat Hendrik Pieters en Rimke Sytzes, oudgrootouders van Jan de Leeuw, rond 1790 van Broek (Donia-werstal) naar Heerenveen verhuisden. Kort na die verhuizing is oudgrootvader Hendrik Pieters daar dan overleden.
Tjepke Hendriks heeft zijn vader niet bewust meegemaakt. Groeit op met Ate Alberts als (stief)vader. De stiefvader overlijdt ook voordat Tjepke 20 wordt. In 1811 (naam-registratie) is hij 21 jaar oud. Anders dan zijn broers die naar de mairie gaan om zich als BUWALDA te laten inschrijven, doet Tjepke dit niet. Dit kan zijn omdat hij elders was (voor zijn werk) en niet de gelegenheid had. Hij gold ook als nog niet “volwassen”.
Op 19-9-1812 is hij beslist wel aanwezig. Niet in de mairie Heerenveen (waar zijn broers zich inschreven), maar in de naastliggende mairie De Knijpe. Daar trouwt hij die dag (Schoterl 1812 akte 12) namelijk voor de burgerlijke stand met Grietje Wiebes van Terwisga:
“Tjepke Hendriks Buwalda, oud 21 jaar, geboren te Heerenveen, van beroep boerenknecht, zoon van Hendrik Pieters, overleden, en van Rimke Sijtzes, woonachtig te Heerenveen, met toestemming van en bij dezelve zijn moeder inwonende, blijkens nota den 28sten augustus dezes jaren voor den notaris W.B.Kool te Heerenveen geparafeerd, bruidegom, en Grietje Wiebes van Terwisga, oud 26 jaar, geboren op Zestien Roeden onder Tjalleberd, Canton Heerenveen, dochter van Wiebe Martens van Terwisga en Antje Douwes, echtelieden wonende in De Knijpe.”
Oudmoeder Grietje is 27-11-1785 op Zestien Roeden onder Tjalleberd geboren en 25-12-1785 gedoopt, dochter van Wiebe Marcus van Terwisga en Antje Douwes (Groeneveld). Zie hierna: DE VAN TERWISGA-CONNECTIE.
Tjepkes moeder Rimke Sytzes moest via de notaris haar toestemming geven voor het huwelijk. Notaris Kool laat weten dat voor hem is verschenen: “De Eersame vrouwe Rimke Sijtzes, bevorens weduwe van wijlen Hendrik Pieters en thans weduwe van Atte Alberts, wonende te Heerenveen, aan ons notaris en getuigen bekend. Welke haar formele en eerst duidelijken toestemming heeft verleend tot het huwelijk hetwelk haar zoon Tjepke Hendriks Buwalda, boerenknecht, bij haar inwonende, geboren te Heerenveen 20 oktober 1790, wenscht aan te gaan met Grietje Wiebes van Terwisga, geboren onder den dorpe Tjalleberd, gemeente Tjalleberd, canton Heerenveen, den 27sten november des jaars 1785, dochter van en inwonend bij haar ouders Wiebe Martens van Terwisga, huisman, en Antje Douwes, echtelieden, wonende in de Knijpe, canton Heerenveen.”
Uit het huwelijk van oudouders Tjepke Hendriks Buwalda en Grietje Wybes van Terwisga zijn minstens volgende kinderen geboren:
Hendrik Tjepkes BUWALDA, geb 4-3-1813, de Knipe (Schoterland). Trouwt 28-5-1843 (Sch) met Elisabeth Pieters SNEEKSTRA. Uit dit huwelijk minstens de kinderen: Grietje, Pieter en Tjipke. Hij woont in Het Meer of Benedenknijpe. Antje Tjipkes BUWALDA, geb 27-12-1815, de Knipe. Trouwt met Jacob Jans VERMOLEN (VERMOOTEN). Ze wonen te Sloten, zeker al in 1848, wanneer daar een dochter wordt geboren. Antje overlijdt 7-10-1902 te Balk (Gaasterland). Wybe Tjipkes BUWALDA Sytze Tjepkes BUWALDA, geb 8-12-1822, Tjalleberd (Aengwirden). Trouwt 10-5-1846 (Sch) met Teatske (Tjeetske) Karels VAN DER SLUIS. Uit dit huwelijk minstens de kinderen: Tjipke (Tjepke) geb 25-9-1847 te Sloten, ovl aldaar 3-2-1916, 68 jaar oud, gehuwd met Janneke de Vries; Trijntje geb te Sloten 27-9-1849; Karel geb te Sloten 22-12-1851; en Grietje geb te Sloten 3-6-1854, ovl 26-1-1855, 1 jaar oud. Woont te Benedenknijpe en later te Sloten.
Oudmoeder Grietje Wybes van Terwissche, dochter van Wybe van Terwissche en Antje Douwes Groeneveld, overlijdt 1-2-1852 te Sloten, 66 jaar oud (overlijdensakte Sloten 1852 nr 2).
Oudvader Tjepke Buwalda, weduwnaar, zoon van Hendrik Pieters en Rinske Sytzes overlijdt 22-3-1864 te Sloten (Sloten akte 9), 74 jaar oud.
Hoe kwamen ze in Sloten en wat deden ze in Sloten?
De VAN TERWISGA-connectie
Oudgrootvader Wiebe Marcus (Wybe Merx, Wiebe Martens) van Terwisga is 2-3-1760 in de Herv.kerk te De Knijpe gedoopt. Vermoedelijk geboren in Het Meer, tussen De Knijpe en Heerenveen. In ieder geval wordt hij later boer (huisman) op de Zestienroeden, de noordgerichte aftakking van de dijk tussen De Knijpe en Heerenveen. De Zestienroeden werd in die tijd bij Tjalleberd (Aengwirden) gerekend.
Oudmoeder Grietje Wybes is op de Zestienroeden geboren en zal daar ook gewoond hebben toen Tjepke Hendriks Buwalda zijn gezicht in de buurt liet zien. Het werd wat tussen Grietje en Tjepke.
Wybe Merx en Antje Douwes (oudgroot-ouders)
Oudgrootvader Wybe Merx was 19 toen hij 25-4-1779 in de Herv.kerk te De Knipe trouwde met de 29-jarige Antje Douwes (Groeneveld), geb 17-7-1749, gedoopt 4-2-1780 te Tjalleberd, ovl 28-12-1836 te Tjalleberd op 87-jarige leeftijd. Volgens de overlijdensakte (Schoterl 135) was ze 89, in ieder geval weduwe. Wybe Merks (Wybe Marcus) wordt minder oud, hoewel toch 70, ovl 20-4-1830 (Schoterl akte 89), ruim zes jaar voor overlijden van Antje.
Uit het huwelijk van de oudgrootouders Wybe en Antje zijn minstens vier kinderen geboren: Markus Wiebes Korneliske Wybes, geb ca 1783, ovl 23-11-1825, ongehuwd gebleven. Grietje Wybes, werd oudmoeder van Jan de Leeuw. Douwe Wybes, ovl 11-6-1847, trouwt 10-10-1830 met Martjen Sipkes ADEMA.
Marcus Gosens en Corneliske Ages (oudovergrootouders)
Binnen de VAN TERWISGA-connectie zijn eerdere voorouders te noemen. Wiebe Marcus was zoon van Marcus Gosens van Terwisga en Corneliske Ages, oudovergrootouders van Jan de Leeuw.
Die zijn ca 1744 getrouwd (geen trouwregister), misschien in Het Meer bij Heerenveen, voor oudovergrootvader Marcus Gosens vrijwel zonder twijfel een tweede huwelijk. In 1749 (Quotisatie) blijkt hij al een grote boer (gequalificeert huisman) en bestaat zijn gezin uit 4 personen ouder dan 12 jaar en 2 kinderen jonger dan 12. Hij krijgt een aanslag van 115 Cgldns, wat wijst op welstand. Quotisatie 1749: “Merk Terwisscha, ’t Meer n.z., gequalificeert huisman, gezin van 6 personen waarvan 2 jonger dan 12, aanslag 115 Caroliguldens”.
Oudovergrootvader Merk Terwisscha is ca 1707 geboren. Hij overlijdt in 1766 te Het Meer. Oudovergrootmoeder Corneliske Ages is ruim 15 jaar jonger, geboren ca 1724. Zij overlijdt 10-6-1806 te Het Meer.
Uit het huwelijk van Merk (Marcus) en Corneliske is minstens een achttal kinderen geboren, van wie Goosen en Age bij Quotisatie 1749 al vermeld (2 kinderen jonger dan 12). Er waren toen 4 kinderen uit eerder huwelijk van Merk. Vermoedelijk waren daar zonen bij die het grootste deel van de erfenis kregen en het (bloeiende) boerenbedrijf voortzetten. De jongere kinderen uit het huwelijk van Merk en Corneliske moesten hun weg op een andere manier zoeken.
Deze jongere TERWISGA-kinderen zijn geweest: Goosen Merx, geb Het Meer, gedoopt 4-4-1745 in de Herv.kerk de Knipe. Trouwt 22-10-1769 te Heerenveen (derde proclamatie) met Antje ZIJLSTRA, geb ca 1744 te Akkrum. Age Merks, geb Het Meer, gedoopt 18-2-1748 de Knipe. Sipke Merx, geb Het Meer, gedoopt 20-9-1750 de Knipe. Jong overleden. Romkje Marcus, geboren Het Meer, gedoopt 30-1-1752 de Knipe, ovl 4-1-1831, 78 jaar oud. Trouwt 16-2-1783, 31 jaar oud, te de Knipe met Jacob Klaases uit Nieuwehorne. Sipke Merx, geb Het Meer, gedoopt 19-1-1755 de Knipe. Antje Marks, geb Het Meer, gedoopt 19-10-1757 de Knipe. Trouwt 19-9-1790, 32 jaar oud, te Heerenveen met Jelle Jans VEENSTRA. Wybe Merx, oudgrootvader van Jan de Leeuw. Lykele Marcus, geboren Het Meer 1-10-1762, gedoopt 14-11-1762 de Knipe, ovl 16-3-1834 (Tjalleberd?), 71 jaar oud. Trouwt 23-1-1785, 22 jaar oud, met Mettje Klaases, 27 jaar, boerin, gedoopt 15-1-1758 te Nieuwehorne, dochter van veenbaas Klaas Roels en van Waab Lieuwes. Mettje overlijdt, 89 jaar oud, 17-3-1847 te Tjalleberd (Aengwirden).
Goosen Marcks en Romkje Feddes Roukens (oudbetovergrootouders)
De TERWISGA-lijn kan verder terug worden gevolgd via de oudbetovergroot-ouders Goosen Marcks (van Terwisga) en Romkje Feddes Roukens. De ouders van niet alleen de hiervoor genoemde oudovergrootvader Marcus Gosens, maar ook van diens broer Fedde Gosens, die in 1749 (Quotisatie) genoemd wordt als coopman en gequalificeert te Heerenveen. Deze Fedde is ca 1715 in Het Meer geboren, ovl 1776, trouwt 2-7-1741 te de Knipe met Grietje Bartles HYLKEMA, dochter van Bartele Jelles en Aatie Symons.
De oudbetovergrootvader Goosen Marcks is ca 1663 geboren, ovl ca 1731, huisman (boer) te Het Meer. Oudbetovergrootmoeder Romkje Feddes Roukens is ca 1689 geboren.
Marcus Gosens en Lykeltje Jans (stamouders)
De stamouders (gerekend vanuit Jan de Leeuw) aan TERWISGA-kant kunnen zijn geweest: Marcus Gosens, geb ca 1617, ovl ca 1698, trouwt 16-11-1659 te Heerenveen met Lykeltje Jans, geb ca 1634, ovl voor 1678, ruim 40 jaar oud.
Uit dit stamouderlijke huwelijk in ieder geval oudbetovergrootvader Goosen Marcks en zijn (eerder geboren) zus Wypke Marcks, eerste kind uit het huwelijk van Marcus en Lykeltje.
Wypke Marcks is ca 1659 geboren, trouwt ca 1683 met Hylcke Sietses WIERDA en overlijdt ca 1693, ongeveer 34 jaar oud slechts. Hylcke WIERDA wordt 70, geb 18-9-1659 te Langweer (Doniawerstal), zoon van Sietse Jans WIERDA en Tjepcke Thijsses PECAMA. Hylcke was o.a. bijzitter (dorpsrechter) van Doniawerstal, ovl eind 1729 te Harich.
In de TERWISGA-lijn kunnen verder terug nog andere “directe” voorouders worden aangewezen.
Goosen Mercks en Wypke Meintes (stamgrootouders)
Stamgrootouders, ouders van Marcus Gosens (van Terwisga), zijn Goosen Mercks en Wypke Meintes. De familienaam VAN TERWISGA moet welhaast via stamgrootvader Goosen Mercks overgeleverd zijn. TERWISGA is immers een buurt of dorp bij Appelscha (Ooststellingwerf). Wat doet die familienaam in de buurt van Heerenveen?
Stamgrootvader Goosen Mercks van Terwisga is ca 1583 geboren (ovl 1639 te Oosterwolde of Appelscha). Hij is eigenaar van diverse boerderijen te of rond Terwisga. Trouwt met stamgrootmoeder Wypke Meintes (geb ca 1573, ovl ca 1645). Uit hun huwelijk in ieder geval de kinderen: Wammechien (Wemke) GOOSSENS, geb ca 1603, ovl ca 1668. Trouwde Saecke (Sacco) Alofs IDSINGA. Bontje GOOSSENS, geb ca 1607 te Heerenveen, ovl voor 1698. Trouwt eerstens te Heerenveen (met attestatie van Langezwaag) 27-1-1661 met Hendrik RUTGERS, “schrijver van de compagnie te paard, onder de majoor en ritmeester Ernst van Haaren”, geb ca 1600, ovl 1670. Trouwt tweedens met Vincentius GAELES, geb ca 1630, ovl ca 1700. Marcus Gosens, een stamvader van Jan de Leeuw.
Merck Eyses en Sophia (Syke) Goossen (stamovergrootouders)
De grootouders van Marcus Gosens zijn Merck Eyses van Terwisga en Sophia (Syke) Goossen (stamovergrootouders van Jan de Leeuw).
Het is stamovergrootvader Merck Eyses die vanuit “Terwisga” zich op jonge leeftijd bemoeit met de politiek van die tijd, begin van de Tachtigjarige Oorlog tegen de “Spaanse” landvoogden. Merck is rond 1550 geboren (ovl rond 1632). In 1581 wordt hij vermeld als Secretaris van Stellingwerf-Oosteijnde, de streek rond Oosterwolde en Terwisga dus. In die functie assisteert hij dan zijn oudere broer Johannes Eyses, die in 1581 grietman wordt van Stellingwerf Oosteynde en dat blijft tot 1609.
In 1583 is Merck mede-rechter (bijzitter) in Schoterland. Gemeld wordt dat hij bezittingen heeft in oa. Eesveen en Steenwijkerwold. Mercks vader, Eyse Jan Willems van Terwisga, was al een belangrijke man in de streek. Zie hierna.
Uit het huwelijk van Merck en Sophia zijn in ieder geval 2 kinderen geboren: Goosen Mercks (stamgrootvader) Magdalena Mercks, geb ca 1591. Trouwt met de grondbezitter Aernt BARELS.
Eyse Jan Willems en N.N.Mercks (stambetovergrootouders)
Stambetovergrootvader Eyse Jan Willems van Terwisga is ca 1502 geboren.
Hij trouwt ca 1532 met een dochter van de ex-grietman van Stellingwerf-Schoterland, Merck Syrcksen (grietman van 1514 tot 1523). De voornaam van de stambetovergroot-moeder en grietmansdochter is niet overgeleverd, vandaar N.N. Het was een belangrijk huwelijk. Een deel van de latere bezittingen en functies van de TERWISGA’s kan er aan te danken zijn geweest.
Eyse is in 1550 rechter (praetor) te Appelscha. Hij is eigenaar van tal van boerderijen in Stellingwerf en omgeving.
Uit zijn huwelijk met de grietmans-dochter worden zes kinderen geboren, die over het algemeen ook goed terecht kwamen. De jongste van hen is Merck Eyses geweest, stamovergrootvader van Jan de Leeuw.
De kinderen: Grietje Eyses, geb ca 1533, ovl 10-3-1605. Zij is getrouwd met Pier Lyckles LYCKLAMA, ovl 19-12-1610, zoon van de secretaris Lyckle Lubberts en diens vrouw Wiebe Jelle Piers VERCUINER. Syrck Eyses, geb ca 1534, ovl voor 1619. Is gehuwd met Bodt SOLCKEMA, ovl na 1619. Hylck Eyses, geb ca 1538, ovl in 1610. Zij is getrouwd met Meinert Lyckles LYKLAMA a NIJEHOLT, ovl 1608, grietman van Stellingwerf, zoon van Lykle Ebles LYKLEMA a NIJEHOLT en diens vrouw Johanna. Johannes Eyses, grietman van Stellingwerf Oosteynde van 1581 tot 1609, geboren ca 1540, ovl 10-3-1609 te Oldeberkoop. Gehuwd met Jelcke STYNTHIAMA. Aaltje Eyses. Geb te Appelscha. Gehuwd met Asse Obbes ASSEMA. Merck Eyses.
Stamoudouders
Over de ouders van Eyse Jan Willems VAN TERWISGA (stamoudouders) is nog onvoldoende bekend. “Jan Willems” zal wel een belangrijke boer in Stellingwerf Oosteynde zijn geweest, bij Appelscha en waarom dan niet in de buurtschap aldaar Terwisscha.
Een stamoudvader via de vrouw van Eyse is hiervoor al genoemd: Merck Syrcksen, grietman van Stellingwerf en Schoterland van 1514-1523, geboren ca 1464. Getrouwd met Hilcke.
In 1502 komt Merck voor op een lijst van Saksisch gezinde edellieden. Waarschijnlijk veranderde hij van mening en hoorde hij bij de partij die aan de Hertog van Gelre hulp vroeg tegen de Saksen. Hij werd grietman in 1514 toen de Geldersen binnenvielen en raakte de functie kwijt in 1523 toen de keizerlijke legers (niet de Saksen) de Geldersen Friesland weer uitjoegen. Die “bevrijding” moest met geweld worden afgedwongen, omdat de Haskerlanders, Schoterlanders en Stellingwervers zich niet openlijk tegen de Geldersen durfden te keren: het leger van de graaf van Meurs was in het gebied nog compleet de baas. “Maar nadat Engwirden, Oudehaske, Haskerhorne, Westermeer, Joure, en vele plaatsen in Schoterland en elders in brand gestoken en verwoest waren, en er voorts een leger te Oldeberkoop lag, om de onwilligen te dwingen, moesten eindelijk de Woudlieden toegeven, en den Keizer als hunnen heer huldigen.”
Uit het huwelijk van Merck en Hilcke kennen we nog alleen de dochter (en niet haar voornaam) die met Eyse Jan Willems van Terwisga trouwde.
Stamoudgrootouders
Stamoudgrootvader is Syrck Mercks, geb ca 1432. Zoon van ene Merck en van Ael Syrcks van Donia, dochter van Syrck DONIA (HARINXMA) en Auck Benedictus DONIA. Naam van stamoudgrootmoeder niet bekend gebleven.
Merck, de vader van Syrck Mercks woont in 1464 op de HIDDEMA-stins te Nijland (boven Sneek). Het kan zijn dat Syrck, ruim 30 en gehuwd, daar toen ook woonde of dicht in de buurt. Rond 1464 wordt zijn zoon Merck Syrcksen geboren (zie hiervoor). Die duikt dan later op als grietman van Stellingwerf en Schoterland.
Stamoudovergrootouders
Van stamoudovergrootvader Merck is nog niet veel bekend. Hij is waarschijnlijk in 1409 of daaromtrent geboren. In 1464 woont hij op de HIDDEMA-stins te Nijland. De naam van dit dorp herinnert aan de eerste droogleggingen van de oude Middelzee, het deel dat tot boven Sneek reikte. Rond 1277 werd op het Nieuwland de kerk gebouwd en daaromheen ontwikkelde zich het dorp met een aantal voorname stinzen erbij, zoals de HIDDEMA-stins en de HOTTINGA-stins. Ook de DONIA’s hadden er een huis, dat echter in 1457 werd ingenomen en geplunderd, nadat Haring Donia het eerst op de Hottinga-stins had voorzien, maar werd teruggeslagen. Hij pakte daarna de Hiddema-stins.
Merck was zéker geen “Hiddema”. Dat hij in 1464 op de aldus genaamde stins woonde, had hij te danken aan zijn zwager Haring Syrcks VAN DONIA (Haring Donia) die rond 1462 de Hiddema’s verdreef en de plaats in bezit nam. Deze Haring was één van de radicaalste vechtersbazen in de strijd tussen Schieringers en Vetkopers destijds. Eigenlijk was het geen (politieke) partijenstrijd, maar vocht Haring een aantal persoonlijke vetes uit, met veel geweld. Dit werd ook zijn dood (1463) bij Akkrum. Het jaar erop geldt Merck dus als bewoner van de “Hiddema”-stins.
Uit zijn huwelijk met Ael Syrcks van Donia zijn vermoedelijk meer kinderen geboren dan alleen Syrck Mercks, stamoudgrootvader (zie boven).
Stamoudbetovergrootouders
De ouders van Merck hebben we nog niet kunnen vinden. Die van Ael wel. Dit verslag volgt hier dus weer een vrouwelijke lijn. De stamoudbetovergroot-ouders etc. van Jan de Leeuw die we hieronder noemen, zijn van de Ael-kant.
Haar vader is Syrck DONIA in de Harinxma-lijn, zoon van de befaamde Haring DONIA, in de periode 1380-1400 legeraanvoerder (potestaat) voor Westergo. Haar moeder is Auck Benedictus DONIA in de Doynga-lijn.
Stamoudbetovergrootvader Syrck Donia (Harinxma) is ca 1374 geboren. Te Heeg waarschijnlijk, want daar is zijn vader, Haringh Donia, dan een belangrijk heerschap.
Rond zijn 20ste trouwt Syrck, te Oosterend bij Sneek, met Auck, dochter van Benedictus Donia, die daar hoveling en heerschap is. Misschien was Aukje enigst kind van deze herenboer en nam Syrck bedrijf en functies van zijn schoonvader over. Hij komt later immers voor als bewoner van DONIA-state (het Doniahuis) te Oosterend en als hoveling en hearskip to Easterein.
Sierk en Aukje krijgen minstens 10 kinderen. Over de periode rond 1457 (Steenstra II, pag 274-275): “Die van HARINXMA waren zeer talrijk en bewoonden vele sterke stinsen. Sierk Harinxma, heerschap te Sneek, bewoonde de state DONIA te Oosterend; zijn broeder Epo had eene stins te Ijlst, en Douwe Harinxma, nog een andere broeder, had zijne sterkte te Heeg; allen hadden kinderen, die mede sterke stinsen bezaten, inzonderheid had Sierk verscheidene zonen, die, na huns vaders dood, den geslachtsnaam DONIA, naar de vaderlijke stins te Oosterend, aannamen. Deze zonen waren: Agge, die te Sloten zijne stins had; Haring te Nijland; Benedictus bewoonde de stins Hegens in het dorp Edens; Hottje of Hotze en Kempo bewoonden een zeer sterk slot te Hemelum, en Sierk had voornamelijk zijn verblijf op de state DONIA te Oosterend. Deze talrijke edelen vervulden die streken alom met oorlog en geweldadigheid, willende de eene in geenen deele voor den anderen wijken of onderdoen, maar integendeel, met uitbreiding van zijne aanhangers, in sterkte zijne vijanden overtreffen.”
Dochter Ael (stamoudover-grootmoeder) is in het rijtje hieronder 2de kind en oudste dochter, maar de volgorde staat niet volledig vast. De kinderen: Keimpe Syrcks VAN DONIA, geb ca 1399. Trouwt met Ydt Feytes GALAMA, geb ca 1391. Keimpo bewoonde een sterke stins te Hemelum (Grovestins?) die in de partijenstrijd eerder doelwit was. Wanneer zijn Donia-broers vanuit de GALAMA-stins te Akmarijp niet ophouden met rooftochten, grijpen in 1462 uiteindelijk Galo Galama te Koudum en Janke Douwma van Langweer met “een hoop Woudlieden” in. De stins wordt ingenomen en verwoest. Galo neemt Sierk Donia gevangen en beoorlogt vervolgens Keimpo Donia (Hemelum ligt niet ver van Koudum), die misschien zijn broer Sierk wilde bevrijden. Het eindresultaat is dat Keimpe in 1462/1463 door Galo GALAMA en diens zoon Ygo verslagen en gedood werd, “plunderen zijne state en trekkende met buit verrijkt naar Koudum terug.” Ook Ydt Feytes GALAMA, de vrouw van Keimpe, is bij deze gelegenheid omgekomen. Onbekend dus in hoever zij familie was van Galo GALAMA. De moord op Keimpe en Ydts wakkerde de “DONIA-oorlog” nogeens aan. Ael Syrcks VAN DONIA. Ze heeft het meegemaakt dat haar broers in regionale oorlogen betrokken raakten en daar ook bij omkwamen. Neemt van jongste broer Haring, na diens overlijden, de HIDDEMA-stins te Nijland over. Werd een stamoud-overgrootmoeder van Jan de Leeuw. Auck Syrcks VAN DONIA (Aukje) trouwt ca 1416 met Sybrant Pieters AUCKAMA, die olderman werd te Leeuwarden. Agge Syrcks HARINXMA (Aggo DONIA, bewoont de stins te Sloten). Slaat in 1453 Hero BINNERTSMA dood. Neemt in 1459 samen met Janke DOUWEMA de Galama-stins te Akmarijp in, die ze plunderen en ten dele verwoesten. Dezelfde Janke DOUWAMA kiest enkele jaren later de andere partij, wanneer de DONIA’s genoemde Galama-stins altezeer als uitval voor roverijen gebruiken. Samen met Galo Galama maakt Janke Douwama in 1462 een eind aan de bezetting van de Galama-stins te Akmarijp. Agge sneuvelt in 1463 met zijn jongere broer Haring in de hierop volgende slag bij het klooster Aalzum onder Akkrum. Benedictus Syrcks VAN DONIA, gehuwd met Jouckien Johannes. Bewoont de stins Hegens in het dorp Edens die in 1460 door Douwe Sjaardema (Franeker) en zijn mannen wordt vernield. In hun jacht op Haring, de broer van Benedictus. Hotze Syrcks VAN DONIA. Getrouwd met Aaltien JUCKEMA. Was grietman van Hennaar-deradeel. Syrck Syrcks VAN DONIA, “hoveling en heerschap te Oosterend”. Ovl 1477. In 1460 wordt Donia-state te Oosterend door Douwe SJAARDEMA in het voorbijgaan overmeesterd en “in kolen” gelegd, wanneer Sjaardema op veldtocht is tegen Syrcks broer Haring. In 1462 wordt Sierk Donia door Galo GALAMA van Koudum, gevangen genomen, nadat laatsgenoemde met succes de Galama-stins te Akmarijp had “terugveroverd”. Dezelfde Galama vermoordt daarna Keimpe Donia te Hemelum (zie hiervoor), wat een nieuwe en laatste fase in de “Donia-oorlog” inleidt. Bauckien Syrcks VAN DONIA, gehuwd met Botte Eeskes. Wanneer zijn broer Fokko in oorlog met de Dooitjes-broers (zie noot) te Irnsum een zware nederlaag lijdt, vormt Botte in 1461 zelf een legertje en maakt hij zich meester van de stins van Watze MENNEMA, te Irnsum. “Hij nam de stins voor zich zelve in bezit, en versterkte de zelve met bolwerken en grachten, om van deze sterkte met nadruk zijne vijanden te beleedigen.” Rienk Syrcks VAN DONIA, geestelijke, ovl ca 1459. Haring Syrcks VAN DONIA, sneuvelt in 1463 in de slag rond het klooster Aalzum bij Akkrum. Was grietman van Wymbritseradeel van 1455 tot 1460. Woont te Nijland en raakt daar in 1457 in oorlog met Epo Kee van Hottinga-stins. De aanslag mislukt. Gevolg is wel dat Haring de machtige SJAARDE-MA’s van Franeker op zijn dak krijgt en zijn state te Nijland verloren ziet gaan, door toedoen van Douwe Sjaardema (Franeker) en Gosse Jongema (Bolsward). Haring neemt hierop de stins van Hepke te Smallebrugge in, van waaruit hij rooftochten gaat plegen, terwijl Douwe Sjaardema hem achterna trekt “met een talrijk leger” en eerst de stins Hegens van Harings broer Benedictus Donia verwoest en op terugtocht ook nog het huis van Harings broer Sierk te Oosterend (Donia-state). Verdrijft in 1462 Joost HIDDEMA van Hiddema-stins te Nieuwland. Een aantal zonen van Sierk en Aukje zorgen samen voor enkele zwarte bladzijden in de Friese gevangenis. Het gaat om wat wel “de DONIA-oorlog” wordt genoemd.
Rond mei 1461 wordt er een “algemeene landsvergadering” gehouden, in de hoop dat er aan het onderlinge geweld een einde gemaakt kan worden. De vechtersbazen Galama en Donia zijn bij die vergadering kennelijk niet aanwezig. Want als tussentijdse oplossing wordt ertoe besloten “om de sterke stins van Jouke Galama te Akmarijp, gelegen ten zuiden nabij de kerk, vooreerst in te nemen, om alsdan Galama en de gebroeders Agge en Haring Donia, die zich thans mede op de stins bevonden, tot den vrede te dwingen, dewijl dit eene der voornaamste sterkten van de Vetkoopers was, van waar zij hun geweld en moorderij alom verspreidden.”
Volgens zeggen werd de Galama-stins te Akamarijp door meer dan 4000 Friezen belegerd. Maar ze konden niet erg nabij komen omdat in en om de stins “een deel buitenlandsch, wel gewapend en geoefend krijgsvolk, alsmede met geschut en buskruid voorzien, waaraan men toenmaals in Friesland nog heel ongewoon was” gelegerd bleek. Aan de kant van de belegeraars leverde dit diverse slachtoffers op terwijl de belegering mislukte. Erger nog: de “belegerden” trokken gewoon om de linies heen, voor de proviandering. Het “Friese leger” trok zich terug.
Zo kon het dat Haring Donia in 1462 gewoon weer te Nijland kon opduiken, om daar de HIDDEMA-state in te pikken. “Epo Kee maakte ook eerlang vrede met Haring Donia, tot welk vredeverdrag Douwe Sjaardema van Franeker, de Stad Bolsward en daarna Goslijk of Gosse Jongama, heerschap aldaar, mede toetraden.”
Wanneer in 1462 onder leiding van Galo Galama, heerschap te Koudum, en Janko Douwama, vetkoper te Langweer, de bezetting van de GALAMA-stins te Akmarijp wordt verdreven en dit steunpunt wordt verwoest, en Galo vervolgens ook nog Sierk Donia gevangen neemt en Keimpe Donia ombrengt, trekken de broers Haring Donia en Agge Donia met een leger op naar Irnsum “om in vereeniging met hunnen schoonbroeder Botte Eskes, die aldaar eene stins had, te rooven op de goederen en meijers van Janke Douwama, den bondgenoot van Galama, hunnen vijand. Janke Douwama, ofschoon te Langweer wonende, had tevens een slot en groote goederen te Irnsum liggen, alwaar hij zich meermalen en ook thans onthield. Janke zelf zou, terwijl hij eene wandeling buiten zijne stins deed, bijna door zijne vijanden gevangen genomen zijn geworden.” Hij weet te ontvluchten, maar de Donia’s nemen zijn stins in en slaan met hun legertje vervolgens van daaruit weer hevig aan het roven.
Dit verhaal kan nog enkele pagina’s duren. Uiteindelijk is er de slag bij het klooster Aalzum onder Akkrum, waarin de Donia’s sneuvelen en slecht wegkomen.
Edelouders
Edelouders van Jan de Leeuw (edel-grootouders van Theunis-Jan en Ellen) zijn de ouders van Syrck DONIA (HARINXMA) en Auck Benedictus DONIA.
De vader van Syrck is Haringh DONIA (thoe HEEG), geboren ca 1345. Hij is heerschap te Heeg en potestaat van Westergo (legeraanvoerder) in de strijd tegen hertog Albrecht van Beieren, graaf van Holland en Henegouwen. Dat hertog Albrecht het op Friesland voorzien had, was al jaren bekend. Maar door allerlei verdragen werd een inval steeds verhinderd.
Deze inval kwam daadwerkelijk op 24 augustus 1396 met de ontscheping van een groot leger bij de Kuinder (Stellingwerf). De Friezen waren van de voorbereidingen op de hoogte en hadden zichzelf ook geprepareerd. Juw JUWINGA (ook wel JONGAMA) genoemd was tot “potestaat” benoemd. Juwinga is Heerschap te Bolsward en had ruime oorlogservaring opgedaan in krijgsdienst tegen Turken en Litouwers. Hij adviseerde een algemene veldslag te vermijden en overal schansen op te werpen en van de drassigheid van de grond profijt te trekken, de vijand vooral naar de weke gronden te “leiden”. Tegen de meer dan 100.000 man die de hertog op Friesland afstuurde, konden de Friezen hooguit 30.000, vaak slecht bewapend, stellen.
In de Slag bij Schoterzijl (29 augustus 1396) sneuvelden aan Friese kant rond 600 man, onder wie ook “potestaat” Juw JUWINGA. De Friezen hadden zich op zijn bevel strategisch verschanst. Een onderdeel van 6000 man bevond zich voor de schansen om de landing te ontregelen. Door de getalsmatige overmacht van de tegenpartij moest dit onderdeel zich al snel op de diverse schansen terugtrekken. De toestand van het land (rivieren en sloten) bezorgde de vijand nog enkele dagen vertraging, maar zijn ruiterij vond toch al snel een geschikte omweg om de verschanste Friezen van opzij en van achteren te bestoken. Dezen verlieten daarop de schansen om, waar Juwinga voor had gewaarschuwd en ook op dat moment maande het niet te doen, de tegenpartij in open veld aan te vallen en uit elkaar te jagen. De Friese uitval, vanuit drie verschillende schansen, werd binnen enkele uren gesmoord door de veel talrijkere “Hollanders”. Ook JUWINGA ging met de mannen mee en sneuvelde.
In de weken na de Slag bij Schoterzijl trok het leger van hertog Albrecht (die in Stavoren zijn hoofdkwartier had opgeslagen) dieper Friesland in. Her en der moet opnieuw slag worden geleverd waarbij velen sneuvelen, de nederlaag van de Friezen in het zuiden kost meer Friese mannen het leven. Had Albrecht Friesland nu onder de knie? Nee. Wat (wijlen) JUWINGA had voorzien, gebeurde toch. Het natte seizoen brak aan en de opmars vanuit het zuiden liep vast in het drassige land. Albrecht zette te laat en te zwak een inval via het noorden in (Lauwers en Dokkumerdiep, Oostergo). Daar werkte de Friese verschansing wel.
Gevolg was dat eind 1396 Albrecht het grootste deel van zijn leger weer terugtrekt en naar Enkhuizen verscheept en daar ontslaat (huurlingen zijn duur, vooral in de winter). In het droge deel van zuidwest-Friesland laat hij een bezetting achter (kasteel te Stavoren).
De herinnering aan de Slag bij Schoterzijl enz. past in dit familieverhaal. Na het sneuvelen van “potestaat” Juw JUWINGA hebben de Friezen een nieuwe legerleider nodig. Zo iemand als Juw (directe ervaring met oorlogssituaties) is er verder nauwelijks. Wie anders dan? Vele “anders edele en vaderlandslievende mannen, die doorzigt hadden” toonden “weinig genegenheid, om dien gewigtigen post te aanvaarden” (Steenstra II, pag. 186).
Sixtus DEKAMA van Weidum leek wel een goede kandidaat. Een “geleerde en moedige Edelman” met ook ruime ervaring in het buitenland opgedaan. Probleem met hem is dat hij behoorlijk partijdig is (Schieringer). Hij kwam terug uit het buitenland omdat de vaderlijke stins door de Vetkopers-partij was vernield. Dat feit wil hij wreken, dat begrijpt iedereen. Het idee is om Sixtus Dekama te benoemen en naast hem een meer gematigde mede-potestaat aan te wijzen: Galo HANIA, een vriend en vroeger reisgenoot van Dekama. Galo weigert. Hij doet wel de suggestie Ode BOTNIA van Marrum voor de functie van mede-potestaat te vragen. Ode Botnia wordt ook benaderd en weigert eveneens. Hij vindt zich teveel aan de Vetkopers-partij verbonden om met de (kwade) Sixtus Dekama te kunnen samenwerken.
Gevolg is dat vanuit het overleg besloten wordt twee “potestaten” aan te wijzen. Eentje voor Oostergo en eentje voor Westergo. De eerste een Vetkoper: Sjoerd WIARDA van Goutum. De tweede een Schieringer: Haring HARINXMA van Heeg.
Deze Haring HARINXMA is vader van Syrck voornoemd. Bekend ook als Haringh DONIA (thoe HEEG), geboren ca 1345, heerschap te Heeg en potestaat van Westergo.
Edelvader Harinck heeft als potestaat voor Westergo geen nieuwe, grote invallen vanuit Holland af te slaan. Na de uiterst kostbare poging van 1396 (succesvol maar toch ook niet) heeft de Hollandse graaf even geen geld en dus weinig zin. Onder Harinck worden Hollandse bezettingen stuksgewijs verdreven, aanvoerlijnen afgesneden. De burgers van Stavoren helpen mee en jagen de Hollanders weg. Albrecht stuurt een legertje dat bij Hindeloopen (1397) landt, maar dat levert voor Harinck geen grote problemen.
Die problemen ontstaan wel in hetzelfde jaar (1397) intern. De hiervoor genoemde kandidaten voor het “potestaat”-schap gaan met elkaar in de slag. Het is Ode BOTNIA of BOTTINGA, van de Vetkoperspartij, die samen met zijn zwager Jakle JEPPAMA de omgeving gaat terroriseren. In de onduidelijke strijd tussen Vetkopers en Schieringers die in Friesland bijna twee eeuwen duurt (vergelijk een soortgelijke onduidelijke strijd tussen Hoeksen en Kabeljauwen in Holland), spelen roomskatholieke kloosters vaak een belangrijke, achterliggende rol. De kloosters hadden grote materiële belangen (ontginningen, bepolderingen, landerijen) en moesten onderling ook concurreren op gunsten bij (vaak landsheerlijke) bisschoppen en eventueel de paus te Rome.
Botnia (Bottinga) en Jeppama wisten zich bijzonder gesteund door de kloosterlingen van Foswerd en met dezen gerelateerde partijen. Zo gesteund dat ze een ware oorlog begonnen tegen alles wat van de tegenpartij was (Schieringers). Terrorisme in de buurt: “brandende, blakende en plunderende vele huizen, staten en stinsen der Schieringers”.
Dit gebeurt binnen enkele maanden (1397). Uiteraard komen deze twee “heren” daarbij direct Sixtus DEKAMA van Weidum tegen en diens vriend Galo HANIA. Beiden hiervoor genoemd als eerste kandidaten voor de functie van “potestaat” over de Friese legers. Galo wilde niet en beval zelfs Vetkoper Ode aan als mede-potestaat naast Sixtus om de woede van Sixtus (“Schieringer”, vaderlijke stins verwoest) misschien wat te kanaliseren.
Ode Botnia weigert het aanbod. Het gevolg is dat aparte “potestaten” worden aangewezen voor Oostergo resp. Westergo. Harinck (edelvader van Jan de Leeuw) als potestaat voor Westergo.
De terreur van Vetkoper BOTNIA volgt in de verdere maanden. Hij vindt dan voornoemde “Schieringers” Sixtus DEKAMA en Galo HANIA op zijn weg. De partijen achtervolgen elkaar tot op 18 augustus 1397 op de Menaldumer Wieden, tussen Dronrijp en Marssum, in een beslissende vechtpartij de groep van BOTNIA wordt verslagen.
Op terreur volgt terreur en, volgens zeggen, raakte de Vetkopers-partij zo in het nauw dat ze Hertog Albert, graaf van Holland, tot een nieuwe inval uitnodigden. Albert zal andere redenen hebben gehad. Feit is wel dat hij in het voorjaar van 1398 opnieuw een grote krijgsmacht verzamelt om Friesland binnen te vallen.
De ontscheping vindt plaats bij Lemmer. Men trekt via Gaasterland (droog terrein) door naar Hindeloopen. Harinck heeft daar zijn schansen bemand. Driehonderd Friezen sneuvelen bij het treffen voor Hindeloopen en de rest slaat op de vlucht. De “Hollanders” maken van deze gelegenheid geen gebruik om verder naar het noorden door te trekken. Ze plunderen de omgeving en zakken af richting Stavoren, waar geen grote Friese legers meer zijn te verwachten.
Na nog wat kleine schermutselingen wordt Stavoren door de “Hollanders” op 1 augustus 1398 opnieuw bezet. Alberts zoon, graaf Willem, wordt op die dag door de Vetkoopers als Landsheer gehuldigd.
Aan de huldigingsoorkonde ontbreekt de naam van Haring van Heeg, de “potestaat” van Westergo, edelvader van Jan de Leeuw. Albert heeft nog niet gewonnen en het leger van Westergo bereidt zich voor op nieuwe confrontaties. Zou je denken. Haring schat de situatie anders in. Op 12 augustus 1398 wordt een tweede oorkonde (verdragsbrief) getekend en deze houdt einde van de oorlog in, mits “de Friezen tot verzoening van hunne misdaden, doodslagen, achterstal en ongehoorzaamheid tegen den Graaf en zijn voorzaten bedreven, zoo mede voor de rust der ziel van den gesneuvelden Graaf Willem IV en zijne Hollanders, zouden stichten ter plaatse waar het de Graaf verkoos, eene kerk van twaalf kanoniks probenden en eene Dekanie, elke probende van vijftig oude Fransche schilden, en de Dekanie dubbel zo veel. Zulks moest binnen een paar jaar geschieden, en zouden de proeven of prebenden ter begeving van de Graaf staan. Nog moesten zij tot bovenbedoeld einde stichten een Gasthuis, mede ter plaatse waar het de Graaf verkoos, voorzien met dertien bedden en met een of twee vrouwen, die de arme menschen daarin ontvangen en havenen konden drie dagen lang. Op deze voorwaarden werden den Friezen alle boeten, misdaad, doodslag en ongehoorzaamheid vergeven, en zij als onderdanen van den Graaf aangenomen.”
De tekst van het verdrag is nogal merkwaardig want alleen bijkomstige dingen worden afgesproken (probendes. dekanie, gasthuis) en niks over politiek bestuur en dergelijke. Kwijtschelding voor boeten, misdaad, doodslag en ongehoor-zaamheid wordt gegund wanneer aan probendes etc. wordt voldaan. Voor de ondertekening van dit tweede vedrag komen hogere gemachtigden der Friezen naar Stavoren. Revenminck van der Sulke, Here Hoijting en Haring van Heeg voor Wagenbrugge (Wymbrit-seradeel). Schelte Laetkama, Wybe Andelsma en Herte Heslinga voor de Vijfdeelen. Aesge te Fellenze en Tjaerd Waltha voor de Wouden. Feije Heemstra (Dokkum), Hessel Tjaerda (Rinsumageest), Gerrit Kammingha (Leeuwarden) en Sjoerd Wiarda voor Oostergo.
Bij de ondertekenaars vinden we Haring (van Heeg) terug die als potestaat/leger-aanvoerder voor Westergo de strijd tegen Albert leidt of had moeten leiden.
Hij ondertekent als Haring in den Hage (Heeg).
Mede dankzij legeraanvoerder Harinck die ervoor zorgde dat veldslagen niet meer hoefden en dat met de Hollandse graaf (om verdere strijd) te voorkomen een samelevingsverdrag kon worden gesloten, vond er een tijdlang geen onnodig bloed-vergieten meer plaats.
Wel is waar dat het verdrag van 1398 elders in Friesland niet als beslissend wordt geaccepteerd. Vooral de partij van de Schieringers wantrouwt de “Hollandse” bedoelingen. Zij krijgen gelijk als graaf Albert (en zijn companen) aan het verdrag “rechten” ontlenen die meer ingrijpende bemoeienis met Fries beleid inhouden.
Weer Sixtus DEKAMA en Galo HANIA, hiervoor al genoemd, gaan overeen-komsten aan met andere partijen (oa. Groningen en Ommelanden) om de “Hollandse” zeggenschap te voorkomen. De Hollands-gezinden gelden nu als Vetkopers. De andersgezinden als Schieringers. Doordat graaf Albert opnieuw een leger aan land zet (1399) om dit verzet in noordelijk Friesland te beeindigen, en dat lukt (oa. Dokkum wordt ingenomen), lijkt de rust terug te keren. Ogenschijnlijk. Rest wordt elders verhaald.
Voor wat betreft edelvader Haringh Donia thoe Heeg geldt dat hij in de toenmalige oorlogstijd zijn aangewezen publieke functies bleef waarnemen. Bij de verdragen met hertog Albert is zijn ondertekening van belang (“Harinck in den Haegh, daer Harincxma hueren naem van hebben”, 1399). In 1400 wordt hij opnieuw tot legeraanvoerder van Westergo aangesteld. Op 1 oktober 1401 is hij te Bolsward mede-ondertekenaar van het “uiteindelijke” vredesverdrag tussen graaf Albrecht en de Friezen.
Edelvader in oorlogstijd. Uit zijn huwelijk met Jelck (edelmoeder) worden 6 kinderen geboren: Agge HARINXMA, geb ca 1368, ovl 1422 te Sneek, “hoveling en olderman” te Sneek. Trouwt in 1402 voor de kerk met Hisck Riencks BOCKEMA, geb ca 1358, ovl te Sneek in 1412. Deze Hisck was (enige) dochter van de welgestelde boer (edelman) Rienk BOKKEMA te Ysbrechtum/Tirns die in het jaar 1406 de stichting van het klooster Thabor, bij Tirns, financierde. Hij had daarvoor met zijn dochter de verdeling van eigendommen geregeld en was naar het kapittel van Windesheim, bij Deventer, getrokken om de stichting van het klooster te regelen. De onderzoekscommissie kwam terug met een positief advies. Zo kon het klooster Thabor ontstaan. De schoonvader van Agge HARINXMA, van origine een boer met veel geld, was op latere leeftijd (weduwnaar) vast van plan in het klooster te gaan. Het kapittel van Windesheim weigerde hem toetreding, mede omdat hij in zijne menigvuldige krijgsbedrijven te veel bloed vergoten had, maar gaf hem uiteindelijk wel verlof om het geestelijk ordesgewaad der Reguliere kanonniken te dragen, waarmede men hem dan ook op zijne begeerte versierde in het klooster, waarna hij zich in 1410 als religieus, doch geen monnik zijnde, in Thabor begaf, alwaar hij nog 26 jaren heeft geleefd, overlijdende in hoogen ouderdom in 1436, en werd in zijn bemind klooster begraven, welke eere velen zijner familie daarna mede gegund werd.” Agge HARINXMA wordt ook wel “Bokke” HARINXMA genoemd en dit heeft dan te maken met de naam van zijn schoonvader (Rienk BOKKEMA) die destijds als aanzienlijk werd beschouwd. Stichter van het klooster Thabor. Zoon van Bokke DO(E)DINGA, heerschap te Sneek. Schoonvader Rienk BOKKEMA was getrouwd met Bot SIKKINGA, dochter van Fekke Sikkinga, heerschap te Dongjum op Frittema-state. Rienk werd weduwnaar in 1386, toen (enige) dochter Hisc rond 18 jaar oud was. Hij regelde haar verzorging en trok vervolgens naar Jeruzalem (bedevaart), deed dappere dingen in dienst van de Engelse koning (tegen de Turken), om teruggekeerd in Friesland te besluiten in het klooster te willen en Thabor te financieren. ≈ In zoverre dus. Agge HARINXMA trouwt rond 1390 met Hisc BOKKEMA. Kinderen? Syrck DONIA (HARINXMA), zie hiervoor. Geb ca 1374 te Heeg. Stamoudbetovergrootvader van Jan de Leeuw. Epe HARINXMA, opperrechter in IJlst. Getrouwd met resp. Jitske HEEMSTRA en Jel HETTINGA. Hotze HARINXMA, geestelijke, rooms-katholiek uiteraard, want dat was toen nog “iedereen”. Douwe HARINXMA, grietman van Wymbritseradeel. Getrouwd met Rixt Hilles BONNINGA (ovl na 1505). Ymck HARINXMA, getrouwd met Humme HUMMINGHA, grietman van Wymbritseradeel.
De vader van Auck heet ook “Donia”, maar het is een andere familie: Benedictus DONIA (DOYNGA), getrouwd met Etteke. Van deze edelouders is nog alleen de dochter Auck bekend.
FAMILIE-lijn (met kwartierstaatnrs gerekend vanaf Jan de Leeuw):
Jan DE LEEUW (1), getrouwd met Hillie Van der Hoek Theunis de Leeuw (2), getrouwd met Akke BUWALDA (3) Jacob Hendriks Buwalda (6), getrouwd met Christina Harmens Post (7) Hendrik Wiebes Buwalda (12), getrouwd met Akke Halbesma (13) Wybe Tjipkes Buwalda (24), getrouwd met Froukjen Linzes Kort (25) Tjepke Hendriks Buwalda (48), getrouwd met Grietje Wiebes VAN TERWISGA (49) Wybe Merx van Terwisga (98), getrouwd met Antje Douwes Groeneveld (99) Marcus Gosens van Terwisga (196), getrouwd met Corneliske Ages (197) Goosen Marcks van Terwisga (392), getrouwd met Romkje Feddes Roukens (393) Marcus Gosens van Terwisga (784), getrouwd met Lykeltje Jans (785) Goosen Mercks van Terwisga (1568), getrouwd met Wypke Meintes (1569) Merck Eyses van Terwisga (3136), getrouwd met Sophia Goossen Eyse Jan Willems van Terwisga (6272), getrouwd met n.n. MERCKS (6273) Merck Syrcksen (12546), getrouwd met Hilcke (12547) Syrck Mercks (25092), getrouwd met n.n. (25093) Merck (50184), getrouwd met Ael Syrcks VAN DONIA (50185) Syrck Donia (Harinxma) (100368), getrouwd met Auck Benedictus Donia (Doynga) (100369) Haringh Donia thoe Heeg (200736), getrouwd met Jelck (200737). Dan zit je, huwelijk van deze twee, rond het jaar 1365.
Na deze lange terugstap betreffende de VAN TERWISGA-lijn, tot en met de DONIA’s, weer naar nabijere voorouders. Wybe Tjipkes Buwalda, zoon van Tjepke Hendriks Buwalda en Grietje Wiebes VAN TERWISGA is betovergroot-vader van Jan de Leeuw.
WYBE TJIPKES BUWALDA & FROUKJEN LINZES KORT
Betovergrootvader (van Jan de Leeuw) Wybe Tjipkes Buwalda is 2-8-1818 geboren (Tjalleberd, Aengwirden). Hij trouwt 10-5-1846 (Schoterland) met Froukje Linzes Kort: “Wijbe Tjepkes Buwalda, 27 jaar, van beroep timmerknecht, geboren te Tjalleberd, wonende te Beneden Knijpe, zoon van Tjipke Hendriks Buwalda, arbeider, en van Grietje Wybes van Terwisga, wonende te Beneden Knijpe; en Froukjen Linzes Kort, 25 jaar, van beroep dienstmeid, geboren en wonende te Beneden Knijpe, dochter van Linze Jans Kort, schipper, en van Doetje Murks Boerstra.”
Uit het huwelijk worden de volgende kinderen geboren: Tjipke BUWALDA, geb 28-5-1847 te Het Meer. Trouwt 13-5-1877 met Janke HEIDA. Kinderen: Saakje, Wiebe en Froukje. Woonde te Oudeschoot. Ovl 23-3-1925, 77 jaar, gehuwd (Schoterl 46). Linze, geb 9-10-1849 te De Knijpe. Trouwt 24-5-1881 (Utrecht akte 201), 31 jaar oud, met Catharina Alexandra MULLER, 28 jaar oud, geboren te Vlissingen, dochter van Christiaan MULLER en Catharina Alexandrina MINDERAA. Ovl 23-3-1925, 77 jaar, gehuwd (Schoterl 46). Hendrik Wiebes Buwalda, geb 21-1-1853 te Benedenknijpe. Grietje, geb 22-10-1856 (?). Trouwt 5-1873 met Michiel WIJMA (Sch akte 3). Doetje Jan
Wybe woont in Benedenknijpe, Oudeschoot en Mildam. Zijn ouders en een zus en broer trekken naar Sloten (zie hiervoor), maar Wybe doet dit niet. Ook zijn oudste broer doet dit niet.
Wybe Tjipkes Buwalda is 17-12-1868 overleden, 50 jaar, gehuwd (Schotrl 273). Froukjen Linzes Kort is 20-12-1903 overleden, 83 jaar oud, weduwe (Schoterl 214).
De KORT-connectie
Betovergrootmoeder Froukjen Linzes Kort is dochter van (oudvader) Linze Jans Kort en (oudmoeder) Doetje Murks Boerstra.
Deze oudouders trouwen 30-4-1820 (Sch 19). Vier maanden later wordt dochter Froukjen geboren (7-9-1820, Sch).
Het broertje Linze, na haar geboren, ovl 20-6-1823, 6 maanden oud.
Oudmoeder Doetje overlijdt 2-1-1875, 79 jaar oud. Overlijdensakte Schoterland akte nr 1: “Luik Geerts DE JONG, 48 jaar, arbeider te St.Johannesga, en Yntze Beekes DE GRAAF, 67 jaar, veldwachter te Heerenveen, hebben verklaard dat Doetje Boerstra, oud 79 jaar, geboren te Joure, wonende te Rotsterhaule, gehuwd met Linze Jans Kort, dochter van Murk Boerstra en Froukje Arjens, beide overleden, op den 2den januari dezes jaars ’s avonds 6 ure in het huis nr 4 te Rotster-haule is overleden.”
Oudvader Linze Jans Kort overlijdt 16-8-1882, 87 jaar oud, weduwnaar (Sch 164): “Siebe Jalkes ATTEMA, 82 jaar, arbeider te Beneden Knijpe, en Hans Johannes OOSTERHOF, 75 jaar, bakker te Beneden Knijpe, verklaren dat Linze Johannes Kort, 87 jaar, geboren en wonende te Beneden Knijpe, weduwnaar van Doetje Murks Boerstra, zoon van Jan Lenze Kort en Antje Joukes Hofstra, op den 16den augustus dezes jaar ’s morgens 7 uur in Beneden Knijpe huis nr 47 is overleden.”
In overlijdensakte wordt beroep van Linze Kort niet vermeld. In 1846 (huwelijk van Froukje en Wybe) is hij schipper.
Oudmoeder Doetje is dochter van Murk Rinderts BOERSTRA te Joure die bij de naamsregistratie van 1811 de volgende kinderen noemt: Geeske (18, Broek) Doetje (16) Rindert (14, Haskerhorne) Arjen (11) Trijntje (8) Wypkje (6) Bregtje (3).
De oudgrootvader Murk Rinderts trouwt 1-4-1792 te Akkrum-Terhorne (trouwregister): Murk Rinderts, Akkrum, en Froukjen Arjens, Akkrum.
De voornaam Froukjen (Linzes Kort) is vermoedelijk naar oudgrootmoeder Froukjen Arjens te herleiden.
De HOFSTRA-connectie
Oudvader Linze Jans Kort overlijdt 16-8-1882, 87 jaar oud, weduwnaar (Sch 164): “Siebe Jalkes ATTEMA, 82 jaar, arbeider te Beneden Knijpe, en Hans Johannes OOSTERHOF, 75 jaar, bakker te Beneden Knijpe, verklaren dat Linze Johannes Kort, 87 jaar, geboren en wonende te Beneden Knijpe, weduwnaar van Doetje Murks Boerstra, zoon van Jan Lenze Kort en Antje Joukes Hofstra, op den 16den augustus dezes jaar ’s morgens 7 uur in Beneden Knijpe huis nr 47 is overleden.”
Oudgrootmoeder Antje Joukes Hofstra is in 1767 geboren. Dochter van Jouke Jochems Hofstra (oudovergrootvader), geb 1735 in Opeinde (Smallingerland), ovl 14-8-1830 (Opsterland), 95 jaar oud, en van Tryntsje Jans Kalverboer (Tryen), geb 1740 en ovl 1804, 64 jaar oud.
Uit het huwelijk van deze oudovergroot-ouders werden de volgende kinderen geboren: Wytske, Jochem, Antje (oudgrootmoeder), Grietje, Douwe, Jan, Jelle en Alle.
Oudovergrootmoeder Tryen Jans Kalverboer is dochter van een Jan Alles (oudbetovergrootvader).
Jochem Joukes & Wytske Jelles (oudbetovergrootouders)
Oudbetovergrootouders van Jan de Leeuw in de HOFSTRA-lijn.
Jochem Joukes is ca 1710 geboren in Opeinde/Zwartveen. Wytske Jelles komt daar ook vandaan (gedoopt 20-4-1712). Na hun huwelijk verhuizen ze vanuit Opeinde naar het zuiden en gaan ze te Gersloot (Aengwirden) wonen, tussen 1740 en 1744. Jochem Joukes verdient zijn geld in de turfwinning/vervening.
Uit het huwelijk van Jochum en Wytske worden, voornamelijk te Gersloot, 7 kinderen geboren: Tryn, Pooyke, Jouke Jochems Hofstra (oudovergrootvader), onbekend, Grytsje, Imkje en Jelle.
Stamouders etc. binnen Hofstra-connectie
Oudbetovergrootmoeder Wytske Jelles (1712-1794) is dochter van Jelle Fockes en Grytsje Jans, stamouders.
Oudbetovergrootvader Jochem Joukes (1710-1777) is zoon van Jouke Roels, geb 1685 te Opeinde, en van Folku (Folkje) Karstes (1683-1718), stamouders. Folkje wordt slechts 35 jaar oud, maar uit het huwelijk worden wel 7 kinderen geboren: Hinke, Karst, Jochem (oudbetovergroot-vader), Jouck, Aaltje, Roel en Melle. Na het overlijden van Folkje trouwt stamvader Jouke Roels in mei 1718 te Oudega met Antie Joukes (1695-1760).
In de mannenlijn is de HOFSTRA-connectie nog verder terug te traceren via de ouders, grootouders, overgrootouders en betovergrootouders en de oudvader van stamvader Jouke Roels:
STAMGROOTOUDERS: Roelof Rintses, geb in 1665, ovl te Opeinde 15-5-1729, ca 64 jaar oud, en Rintske Jouckes (1663-1694). Stamgrootmoeder Rintske werd weinig ouder dan 30 jaar. Ze kregen de kinderen: Jouke (stamvader), Imke en Meeuwes.
STAMOVERGROOTOUDERS: Rintse Martens, geb 1636, en Aaltsen Roelofs (geb 1640). In ieder geval de zoon Roelof (1665-1729, stamgrootvader).
STAMBETOVERGROOTOUDERS: Marten Eabes, geb ca 1600 te Opeinde, en Geeske Hindriks. Uit dit huwelijk de kinderen: Sytske, Hindrik, Reid en Rintse (geb 1636, stamovergrootvader). Stambetovergrootvader Marten Eabes is slechts een jaar of 40 oud geworden, ovl tussen 1639 en 1647. Hij was boer en verveender. Na zijn overlijden en vermoedelijk toen kinderen gingen trouwen en er een boedelverdeling moest plaatsvinden, werd 21-6-1647 een inventaris van zijn nalatenschap opgemaakt. Het blijkt te gaan om een huysinge, een schuur, een hoekje veen op Het Witveen dat kennelijk in productie is (er is een voor baggeren te verkrijgen tegoed van 267 gldns uitstaande), 3 turfcrooden, 5 koeien, jongvee, een varken of zwijn, 3 hennen, 3 eenden, 7 kuikens, een schuit met praam, zeil en treille, een hoeveelheid rogge.
STAMOUDOUDERS: Ea, geb ca 1570, en Grytsje Japiks. Uit dit huwelijk in ieder geval de zoon Marten Eabes, geb ca 1600 en voor 1647 overleden (stambetover-grootvader).
STAMOUDGROOTVADER: Marten Aables, geb in 1545, ovl na 1581. Hij kan best veel ouder dan 35 zijn geworden, maar zeker in 1581 was hij nog in leven. Hij wordt dan genoemd als wonend te Surhuizum. Naam van stamoud-grootmoeder niet bewaard gebleven. Uit huwelijk in ieder geval de zoon Ea (stamoudvader).
HENDRIK WIEBES BUWALDA & AKKE (JACOBS) HALBESMA
Overgrootvader (van Jan de Leeuw) Hendrik Wiebes Buwalda is 21-1-1853 geboren te Benedenknijpe (Schoterland). Hij overlijdt 16-8-1929 en wordt begraven te Brongerga, bij Oranjewoud.
Hij trouwt 29-10-1876 met Akke Halbesma. Uit dit huwelijk worden de kinderen geboren: Froukje Buwalda, geb 7-2-1877 (Nieuweschoot?). Verlaat Friesland en trouwt 6-2-1903 te Driebergen (Utrecht) met Evert STEENHOF. Teuwkje Buwalda, geb 1879 (Katlijk?). Verlaat Friesland en trouwt 13-10-1905 te Driebergen (Utrecht) met Johannes Jacobus VAN DEN BRINK. Wiebe Buwalda, geb 2-7-1893 (Oranjewoud?). Overleden 4-1-1965. Trouwt 30-8-1906 in de Friese gemeente Hemelumer Oldeferd (Molkwerum?) met Zwaantje VAN DER MEER. Minstens de kinderen Jaai en Akke. Woonde later te Huizum (bij Leeuwarden). Jacob Buwalda, geb 6-7-1886 te Oranjewoud. Trouwt 2-6-1910 met Christina POST. Grootouders van Jan de Leeuw. Zie hierna. Tjipke Buwalda, geb 16-8-1888 te Oranjewoud (?).
Overgrootmoeder Akke is 9-10-1854 te Nieuwehorne (Schoterland) geboren. Ze wordt slechts 38 jaar oud, ovl 12-5-1893, begraven te Brongerga.
Na overlijden van overgrootmoeder Akke Halbesma, trouwt Hendrik Wiebes 13-11-1898 (Sch) met Antje Jans VAN DER HONING. Uit dit huwelijk de kinderen, beginnend met tweeling Jan en Linze:
Jan Buwalda, geb 13-6-1900 te Oranjewoud (Schoterl akte 182), ovl 17-12-1958 te Leeuwarden. Woonde te Leeuwarden. Getrouwd met A.Comello. Linze Buwalda, geb 13-6-1900 te Oranjewoud (Schoterl akte 183). Woonde te Heerenveen. Evert Buwalda, geb 24-1-1906 te Oranjewoud. Woonde in den Haag.
De HALBERSMA-connectie
De familienaam van overgrootmoeder Akke komt in akten voor als HALBESMA of als HALBERSMA. Een misverstand dat in 1811 al ontstond.
Bij de naamsregistratie van toen meldt zich oudvader Halbe Alles te Nieuwehorne (1 dochter, Ybeltje, ruim 1 jaar oud) die wordt ingeschreven als HALBERSMA, maar ondertekent als HALBESMA. De dienstdoende ambtenaar maakt melding van dit verschil. Welke schrijfwijze van de familienaam het uiteindelijk “wint”, blijft een tijdje onduidelijk.
Overgrootmoeder Akke Halbesma wordt 8-10-1853 geboren te Nieuwehorne (Schoterland), dochter van Jacob Halbes Halbesma en Geeukjen Jelles de Jong. De familienaam wordt HALBESMA geschreven en niet HALBERSMA bij deze akte. De moeder heet Geeukjen en niet Eeuwkjen.
Akke Halbersma wordt slechts 38 jaar oud, ovl 12-5-1893 (Schoterland ovl.akte 1893 nr 108), begraven te Brongerga.
Jacob Halbes HALBERSMA & Eeuwkjen Jelles DE JONG (betovergrootouders)
Ouders van Akke Halbersma (betovergrootouders van Jan de Leeuw) zijn Jacob Halbes HALBERSMA en Eeuwkjen Jelles DE JONG die 7-1-1844 (Schoterl akte 1) met elkaar trouwen.
Overlijden Jacob Halbes HALBERSMA, oud 59 jaar, weduwnaar, 24-11-1879 (Schoterl akte 225). Hij is geboren 27-9-1820 (Schoterl). Zoon van (1811) Halbe Alles Halbersma te Nieuwehorne (kind Ybeltje, ruim 1 jaar).
Eeuwkje Jelles de Jong, geb 20-11-1817 (Sch).
Halbe Alles HALBERSMA & Eltje Jacobs HOSPES (oudouders)
Oudvader Halbe Alles is 31-3-1779 te Nieuwehorne geboren en daar 11-4-1779 gedoopt. Zoon van Alle Hendriks en Ybeltje Douwes. Hij overlijdt 15-7-1863, arbeider, 84 jaar oud (Schoterl 127). Gehuwd nog, Eltje Jacobs overlijdt rond 18 maanden later.
Halbe trouwt 17-5-1807 te Nieuwehorne met Gepke Tekes. Trouwregister Nieuwehorne: Halbe Alles, Nieuwehorne, en Gepke Tekes, Nieuwehorne. Gepke overlijdt al in het volgende jaar, vermoedelijk door een eerste zwanger-schap (geen levensvatbaar kind).
Halbe trouwt opnieuw 12-11-1809 met Eltje Jacobs Hospes, dochter van Jacob Roels (Hospes) en Wobbigjen Eelings (Zwaagstra). Trouwregister “Schurega”: Halbe Alles, Nieuwehorne, en Eltje Jakobs, Nieuwehorne.
Oudmoeder Eltje Jacobs is 30-8-1790 te Nieuwehorne geboren, gedoopt 12-9-1790. Zij wordt 74 jaar oud en overlijdt 23-2-1865 als weduwe (Schoterl 51).
Uit het huwelijk van Halbe en Eltje worden de volgende vijf kinderen geboren:
Ybeltje Halbes, geb 1-2-1810 te Nieuwehorne. Ze overlijdt te Nieuwehorne 27-1-1888, bijna 78 jaar oud (Iebeltje Halbes HALBESMA). Vanaf 1880 woont ze in bij haar broer Alle. Ze heeft 2 zonen en 1 dochter. Naam van de man(nen) onbekend. Wobbigjen Halbes, geb 19-12-1812 (Sch 28), trouwt 29-5-1842 met Abe Siepes SCHEPER. Uit eerder huwelijk een dochter. Gepke Halbes, geb 4-9-1816 (Sch). Nog na te gaan. Jacob Halbes HALBERSMA, geb te Nieuwehorne 26-9-1820, arbeider, ovl aldaar 24-11-1879. Betovergrootvader. Zie hiervoor. Alletje Halbes HALBESMA, geb ca 1824, ovl 24-10-1846, 22 jaar, ongehuwd (Schoterl 161). Martje Halbes, geb 17-12-1828 te Nieuwehorne. Trouwt met Pieter Cornelis FRANK, verver. Alle Halbes, geb 22-5-1833 te Nieuwehorne, ovl te Heerenveen 31-10-1920 (Schoterl 190), 87 jaar oud, weduwnaar. Trouwt 14-6-1863 (Sch 48) met Reinske Adams PRINS, dochter van Adam Anthoons PRINS en Lamkjen Sietzes HOEKSTRA.
De HOSPES-connectie
Oudmoeder Eltje Jacobs HOSPES is 30-8-1790 te Nieuwehorne geboren en daar 12-9-1790 gedoopt. Dochter van Jacob Roels HOSPES en Wobbigjen Eelings ZWAAGSTRA.
Deze oudgrootouders zijn 19-11-1786 (Herv.gemeente Katlijk) getrouwd: Jacob Roels, Nieuwehorne, en Wobbeltje Eelings, Oranjewoud. Bij de naamsregistratie van 1811 meldt Jacob Roels zich niet, hoewel hij dan zeker nog wel in leven is.
Oudgrootvader Jacob Roels HOSPES overlijdt 5-6-1835, 72 jaar, gehuwd (Schoterl akte 37). Oudgrootmoeder Wobbigje Elings ZWAAGSTRA overlijdt 26-6-1844, 77 jaar, weduwe (Schoterl akte 113).
ALLE HENDRIKS & YBELTJE DOUWES (oudgrootouders)
Ouders van oudvader Halbe Alles HALBE(R)SMA.
Oudgrootvader Alle Hendriks is 19-1-1721 te Langezwaag gedoopt, zoon van Hendrick Jans en Jantje Rommerts.
Trouwt (1) 11-10-1761 te Nieuwehorne met Femke Wybes, geb rond 1740, ovl rond 18-2-1770. Bij (dit) huwelijk is Alle zo’n 40 jaar oud, Femke rond 20.
Uit dit huwelijk: Hendrik Alles, geb te Nieuwehorne 14-5-1763, gedoopt 29-5-1763, ovl voor juli 1764, minder dan 1 jaar oud. Hendrik Alles, geb te Nieuwehorne 21-7-1764, gedoopt 12-8-1764. Hiltjen Alles, geb te Nieuwehorne 28-3-1767, gedoopt 20-4-1767. Wybe Alles, geb te Nieuwehorne 18-2-1770, gedoopt 4-3-1770. Moeder Femke overlijdt tijdens de bevalling, circa 30 jaar oud.
Oudgrootvader Alle Hendriks trouwt opnieuw, 21-3-1773 (kerkelijk huwelijk te Oudehorne). De nieuwe bruid is Ybeltje Douwes, geboren 18-7-1744, gedoopt te Kortezwaag 19-7-1744, dochter van Douwe Ruurds en Beeuke Feddes.
Alle is 52 jaar oud, Ybeltje is 28. Uit dit huwelijk: Douwe Alles, geb te Nieuwehorne 22-4-1773 (maand na huwelijksbevestiging), gedoopt 16-5-1773. Beeukjen Alles, geb te Nieuwehorne 13-6-1776, gedoopt 28-7-1776. Halbe Alles, geb te Nieuwehorne 31-3-1779, gedoopt 11-4-1779. Fopkjen Alles, geb te Nieuwhorne 28-11-1781, gedoopt 16-12-1781. Sjoukjen Alles, geb te Nieuwehorne 19-5-1785, gedoopt 5-6-1785. Vader Alle is dan 64 jaar oud.
HENDRIK JANS & JANTJE ROMMERTS (oudovergrootouders)
Hendrick Jans boer (huisman) te Langezwaag, “afkomstig uit Selmien bij Ureterp”. Te Langezwaag overleden vóór mei 1728.
Trouwt december 1709 te Ureterp met Jantje Rommerts, ook uit “Selmien bij Ureterp”, gedoopt 16-2-1688 te Wijnjeterp, dochter van Rommert Cornelis (huisman/boer).
Trouwregister Herv.gemeente Wijnjeterp-Duurswoude-Bakkeveen december 1709: Hendrik Jans, Selmien (Ureterp) en Janzen Rommerts, Selmien (Ureterp).
Uit het huwelijk van Hendrik en Jantje werden geboren: Aeltie (dochter, rond 1710, te Langezwaag?) Antie (dochter, rond 1712, idem?) Jan Hendriks (zoon, rond 1714) Reinskien (dochter, rond 1716) Trijntie (dochter, rond 1718) Alle Hendriks (zoon, gedoopt te Langezwaag 19-1-1721).
De oudovergrootouders Jan Hendriks en Jantje Rommerts schijnen direct na hun huwelijk naar Langezwaag te zijn verhuisd. Daar overlijdt oudovergrootvader Jan Hendriks op tamelijk jonge leeftijd (voor 1728).
JACOB HENDRIKS BUWALDA & CHRISTINA HARMENS POST
Grootouders van Jan de Leeuw. Jacob Buwalda is 6-7-1886 te Oranjewoud geboren, Christina Post 9-11-1884 te Heerenveen (Nijehaske?).
Huwelijk 2-6-1910 (Schoterland): “Jacob Buwalda, oud 23 jaar, ambtenaar bij de Tramwegmaatschappij, geboren en wonende te Oranjewoud, zoon van Hendrik Buwalda, tuinknecht wonende te Oranjewoud, en Akke Halbesma, overleden; en Christina Post, 25 jaar, zonder beroep, geboren en wonende te Heerenveen, dochter van Harmen Klazes Post, overleden, en van Jeltje Jans Bakker, zonder beroep, wonende te Heerenveen.”
Grootmoeder Christina overlijdt 9-12-1953, 71 jaar oud.
De POST-connectie
Christina Harmens Post is 10-11-1884 te Nijehaske geboren, dochter van Harmen Klazes Post en Jeltje Jans Bakker.
Overgrootouders Harmen en Jeltje zijn 19-5-1866 (Aengw 24) getrouwd: “Harmen Post, 25 jaar, van beroep tuinman, geboren te Heerenveen Schoterland, wonende te Heerenveen Aengwirden, zoon van Klaas Harmens Post, rijksveldwachter, en van Christina Caré, zonder beroep; en Jeltje Jans Bakker, 23 jaar, zonder beroep, geboren te Terhorne, wonende Beneden Knijpe, dochter van Jan Martens Bakker, overleden, en Janke Sybes Meyer, zonder beroep wonende te Terhorne.”
Op 24-3-1867 wordt een eerste kind van hen geboren: Klaas Harmens POST (akte Aengw nr 21). Dit kind overlijdt jong. De volgende zoon, geb 28-11-1868, heet opnieuw Klaas Harmens POST (akte Aengw nr 128).
Een dochter Janke Harmens POST is 24-1-1872 geboren (akte Aengw nr 10).
Overgrootvader Harmen Post overlijdt 25-3-1902 te Heerenveen, 61 jaar oud. Hij werd geboren 29-4-1840 te Heerenveen. Hij werd 13-3-1860 voor zijn nummer ingelijfd bij de Nationale Militie “en uit hoofde van expiratie van dienst op den 28 februari 1865 uit de dienst ontslagen.”
Betovergrootouders in de POST-lijn zijn Klaas Harmens Post en Christina Coree. De familienaam van betovergrootmoeder Christina wordt in de huwelijksakte (Harmen en Jeltje, 1866) als Caré geschreven of gelezen. Zie hierna de QUARRÉ-connectie. Christina schreef eigen familienaam als Coree.
Betovergrootvader Klaas Harmens Post is 12-6-1803 te Leeuwarden geboren, aan de Oude Galileeën. Hij overlijdt 10-1-1894 te Aengwirden (aan de Fok te Heerenveen?), 90 jaar oud en nog gehuwd (Aengw 7). Betovergrootmoeder Christina Coree overleeft hem en sterft 23-8-1896, 89 jaar oud, weduwe (Aengw 37). Zij werd ook te Leeuwarden geboren. Aan het Dokkumerend, 26-3-1807. Gedoopt te Leeuwarden 15-4-1807. Klaas Harmens Post gaat in 1823 voor zijn nummer op bij de Nationale Militie. Als zijn beroep wordt dan slager vermeld. Klaas en Christina trouwen te Leeuwarden 14-5-1829. Hij is 25, zij 22. Volgens de huwelijksakte was hij toen huisbediende en was zij dienstmeid. Het slagersmes schijnt Klaas toen al te hebben neergelegd. Uiteindelijk gaat hij in overheidsdienst. Per 5-11-1832 verhuist Christina volgens het lidmatenregister van de Nederduits Hervormde gemeente te Leeuwarden met attestatie naar Heerenveen. Klaas Harmens Post was duidelijk geen (belijdend) lid van de Hervormde kerk. Want Christina en Klaas trokken samen met de inmiddels geboren dochter Geertje naar Heerenveen. Hij zal daar een betrekking hebben gevonden. Vermoedelijk als justitiedienaar, in 1856 wordt hij als zodanig vermeld. In 1861 en tussen 1872-1880 als rijksveldwachter (maar dus ook in 1866 bij het huwelijk van zijn zoon Harmen).
In 1880 wordt Klaas Harmens Post 77 jaar, dus veel actieve veldwachterij zal hij toen niet meer hebben verricht. Vanaf 1880 tot zijn overlijden in 1894 staat hij als sluiswachter te Heerenveen in de boeken (Heerenveen huisnr 193).
Kinderen uit het huwelijk van Klaas Harmens Post en Christina Coree: Geertje Post, geb 9-3-1830 te Leeuwarden, ovl 2-2-1917 (Schoterland), bijna 87 jaar oud. Trouwde 14-5-1856 (Aengwirden) met Sierd Aukes BARGSMA, geb 10-8-1824 te Joure, ovl 13-1-1902 (Aengw). Kregen 6 kinderen, 4 dochters (Christina, Fettje, Fettje, Klasina) en 2 zoons (Auke, Auke). Enkelen stierven jong. Sierd Bargsma was, zoals zijn schoonvader, veldwachter en huis-bediende (conciërge) te Aengwirden. Rechterhand van de burgemeester Van Beijma thoe Kingma. Na diens overlijden in 1890 worden Sierd en Geertje benoemd tot vader en moeder van het armhuis aan de Pastorielaan te Heerenveen. Tietje Post, geb 16-1-1833 (Schoterland) en ovl 25-8-1834 (Aengwirden), 19 maanden oud. Tietje Post, geb 18-6-1835 (Aengwirden, “op de Fok” volgens briefje van moeder Christina), ovl 11-3-1907 (Haskerland), 71 jaar oud. Trouwde 18-5-1861 (Aengwirden) met Harmen Hanzes MAST, geb 18-11-1832 te Nijehaske, ovl 28-4-1904 (Haskerland). Kregen 6 dochters, levenloos, Janke, Christina, Hansje, Geertje en Antje. Te Nijehaske. Harmina Johanna Post, geb 23-3-1838 (Aengwirden, “op de Fok” volgens briefje van Christina), ovl 1-11-1917 (Haskerland), 79 jaar oud. Trouwde 13-5-1864 in Smallingerland met Folkert Tjeerds VAN DER KOOIJ, geb 25-11-1837 te Rottevalle (Smallingerland) en ovl 17-8-1906 (Schoterland). Kregen de kinderen Tjeerd, Saakje, Harmen en Libbe over de periode 1865-1876 (Smallingerland). Harmen Klazes Post, geb 29-4-1840 te Heerenveen, trouwt met Jeltje Jans Bakker, overgroot-ouders van Jan de Leeuw. Zie hun aparte vermelding. Johannes Post, geb te Heerenveen 1-8-1842, ovl te Nieuweschoot 10-3-1909, 66 jaar oud. Trouwde 18-5-1872 (Aengwirden) met Cornelia Jacobs DIJKSTRA, geb 29-7-1844 te Oldeboorn, ovl 14-2-1913 te Heerenveen. Uit dit huwelijk 7 kinderen: Jacob, Klaas, Christina, Sybrigje, levenloze dochter, Christina en Anne Post). Enkelen vroeg overleden. Rienk Post, geb te Heerenveen 9-10-1846, ovl aldaar 2-5-1932, 85 jaar oud. Trouwde 20-3-1873 met Tietje Jans VOS, geb te Luinjeberd 26-10-1849, ovl 15-4-1921 (Aengwirden). Krijgen te Aengwirden 9 kinderen: Klaas, Jan, Johannes, Elisabeth, Christina, Harmen, Sjoerdje, Johan Herman en Geertje. Theuntje Post, geb te Heerenveen 21-9-1849. Trouwt 23-7-1871 (Aangwirden) met Jan Coert SCHOTANUS, geb 25-2-1845 te Sneek. Krijgen 9 kinderen, allen te Sneek geboren: Hendrik, Christina, Janke, Hendrik, Klaas, Geertje, Johanna Hendrika, Harmen en Harmen. Enkelen jong overleden.
Betovergrootvader Klaas Harmens Post werd in 1803 te Leeuwarden geboren (zie boven). Zoon van Harmen Siebrens Post en Tietje Rienks.
Harmen Siebrens Post & Tietje Rienks (oudouders)
Oudvader Harmen Siebrens Post is 24-5-1767 te Leeuwarden gedoopt (Jacobijner-kerk). Hij wordt ongeveer 53 jaar oud, ovl te Leeuwarden 3-11-1820. Bij zijn overlijden wordt hij als “arbeider” geregistreerd.
Oudmoeder Tietje Rienks is 29-7-1767 te Leeuwarden gedoopt en zal ongeveer even oud als Harmen zijn geweest. Ze overleeft hem, ovl 10-1-1850 (Menaldumadeel), 82 jaar oud.
Uit het huwelijk van Harmen Siebrens en Tietje Rienks, allen te Leeuwarden geboren: Tjitske, geb 25-3-1791. Teuntje, geb 17-4-1793, ovl te Leeuwarden 8-3-1853, 59 jaar oud, ongehuwd gebleven. Houkje, geb 28-11-1794, ovl te Leeuwarden 14-9-1854, 60 jaar oud, ongehuwd gebleven. Ze kreeg, buiten echt, wel een zoon, Cezar POST (1835). Deze jongen staat van 1848-1859 vermeld op de gezinskaart van zijn tante Janke ELSINGA, die in 1848 weduwe werd van Rienk Post (zie hierna). Sybrigje, geb 1-7-1797, ovl te Leeuwarden 1-12-1879, 82 jaar oud. Zij trouwt 18-11-1821 te Leeuwarden met Sybren Gerardus BOSCH, geb te Franeker 28-11-1799, ovl te Leeuwarden 26-10-1865. Uit dit huwelijk 3 dochters van wie 2 “levenloos”. Alleen een dochter Tietje houdt het langer vol. Rienk Post, geb 28-6-1799, ovl te Leeuwarden 22-6-1848, een week voordat hij 49 zou zijn geworden. Trouwt 10-7-1825 met Janke Harmens ELSINGA, geb te Leeuwarden 26-3-1806 en daar ovl 9-1-1860. Uit dit huwelijk 2 kinderen (?): Johanna (1831), Harmen (1833). Bij zijn huwelijk kwam Rienk te boek als stalknecht en voerman, bij zijn overlijden als stalhouder annex kastelein. De weduwe Janke was “stalhouderse”. Zoals hiervoor vermeld, komt Cezar Post, buitenechtelijke zoon van Houkje Post, vanaf 1848 voor op de gezinskaart van de weduwe geworden Janke ELSINGA, schoonzus van Houkje. Houkje overlijdt in 1854, maar Janke ook al weer in 1860. Hoe ging het verder met Cezar? Sybren Post, geb 28-3-1801. Vermoedelijk de vrijbuiter in de familie. Bekend is dat hij 8-2-1840 te Norg (Veenhuizen) trouwt met Aagtje KEMER, die 15-3-1816 te Fort Bath werd geboren. Sybren is bij het huwelijk 38 en Aagtje 23. Sybren geldt in 1840 als zonder beroep en wonende te Veenhuizen, wat een verband met de daar gevestigde strafkolonie doet aannemen. Op de gezinskaart (1840-1855) wordt hij “fuselier op contract met het gouvernement” genoemd. Hoorde hij tot de kamp-politie? Uit het huwelijk werden te Veenhuizen 5 kinderen geboren over de periode 1845-1859: Cornelia, Harm, Frederika, Tietje, Frederik. Bij de geboorte van laatstgenoemde was Sybren 58 jaar oud. Vervolg van het verhaal nog niet gevonden. Klaas Harmens Post, zie speciale vermelding, betovergrootvader van Jan de Leeuw. Tylle Post, geb 6-10-1805, ovl te Leeuwarden 12-3-1844, 38 jaar oud. Trouwt 23-8-1838 te Leeuwarden met Doetje TRUMPER, geb te Leeuwarden 7-8-1812, ovl te Huizum bij Leeuwarden 17-6-1878. Kinderen: Elisabeth, Harmen, Tietje en Teuntje. Tylle was voermansknecht van beroep. Na zijn overlijden hertrouwt Doetje met Ruurd FEITSMA, 27-3-1853.
Oudmoeder Tietje Rienks is 53 wanneer Harmen Siebrens Post in 1820 overlijdt. Jongste zoon Tylle is 15 dan. Met hem was de grootvader van Tietje vernoemd, haar vader heette namelijk Rienk Tyles (Tijles). Deze oudgrootvader van Jan de Leeuw is in 1725 te Leeuwarden geboren en daar in 1808 overleden, op ruim 80-jarige leeftijd. Hij was getrouwd met (oudgrootmoeder) Houkje Clases, geboren (of gedoopt) te Leeuwarden 22-5-1732, ovl aldaar 29-4-1812. Deze oudgrootmoeder is dochter van Claes Taekes en Tjitske Pieters (oudovergroot-ouders van Jan de Leeuw) die 27-1-1726 te Leeuwarden trouwden. De voornaam van Klaas Harmens Post is een vernoeming van de andere grootvader van Tietje Rienks.
Als weduwe bleef oudmoeder Tietje Rienks in Leeuwarden wonen. Rond haar 70ste woont ze samen met haar ongetrouwde zus Jeltje en met haar broer, weduwnaar, Klaas op het adres Olde Galileeën 33 in Leeuwarden. In 1850 overlijdt ze in de gemeente Menaldumadeel, vermoedelijk ten huize van een van haar kinderen.
Siebren Harmens & Teuntje Tjepkes (oudgrootouders)
Oudgrootvader Siebren Harmens Post is 8-4-1736 te Lekkum, bij Leeuwarden, gedoopt en 12-6-1822 te Leeuwarden overleden (akte 343). Hij werd 86 jaar en overleefde zijn zoon Harmen. Oudgrootmoeder Teuntje Tjepkes is ook uit Lekkum afkomstig, geboren 1740, overleden te Leeuwarden 17-9-1826 (akte 443, Teuntje Tjipkes). Zij werd ook 86.
Siebren en Teuntje trouwen 31-5-1761 te Leeuwarden (Galileër Kerk). Kinderen uit het huwelijk: Grietje Sybrens (VELLINGA), ged 11-7-1762 Leeuwarden, ovl Lwrd 1-5-1837, 76 jaar oud, weduwe (akte 266). Trouwde 26-5-1782 te Lwrd met Jan Sybes (RIJPSTRA), geb te Lwrd 1758, daar ovl 29-8-1826. Er worden 10 kinderen geboren: Sybe, Sybren, Teuntje, Teuntje, Akke, Harmen, Harmen, Jan, Jan, Tjipke. Lijsbet Siebrens, ged Lwrd 4-9-1763, ovl 8-7-1822, 59 jaar oud, dochter van Siebren Harmens en Theuntje Tjepkes (akte 380). Er staat niet bij of ze ongehuwd is gebleven. Aaltje Sybrens (FELLINGA), ged 23-6-1765 Lwrd, ovl aldaar 4-12-1847, 83 jaar oud, weduwe (akte 861). Trouwt 17-2-1791 Lwrd met Eeltje Eeltjes POSTMA. Er worden 7 kinderen geboren: Eeltje, Teuntje & Lysbeth (tweeling), Eeltje, Sybren, Sytse, Joukje. Harmen Siebrens Post, gedoopt Lwrd 24-5-1767, oudvader van Jan de Leeuw.
Het is opmerkelijk dat twee van de dochters in overlijdensakte de familienaam VELLINGA of FELLINGA krijgen toebedeeld.
Harmen Beerns & Lysbert Gerbens (oudovergrootouders)
De ouders van Siebren Harmens die in 1736 te Leeuwarden werd geboren, zijn Harmen Beerns en Lysbert Gerbens. Vermoedelijk was Siebren een jongere zoon uit het huwelijk. Verdere gegevens ontbreken (nog).
De COREE-connectie (ook CAREE, CARRÉ of QUARRÉ)
Betovergrootvader Klaas Harmens Post is 12-6-1803 te Leeuwarden geboren, aan de Oude Galileeën. Hij overlijdt 10-1-1894 te Aengwirden (aan de Fok te Heerenveen?), 90 jaar oud en nog gehuwd (Aengw 7).
Betovergrootmoeder Christina Coree overleeft hem en sterft 23-8-1896, 89 jaar oud, weduwe (Aengw 37). Zij werd ook te Leeuwarden geboren. Aan het Dokkumerend, 26-3-1807. Gedoopt te Leeuwarden 15-4-1807.
De familienaam COREE geeft in Friesland heel wat schrijfproblemen. Niet alleen komt in akten ook de schrijfwijze CORÉ voor, maar een oudere schrijfwijze was CAREE (soms Carree of Carre) en de alternatieve is QUARRÉ. Een QUARRÉ-familietak is momenteel nog springlevend, met een eigen website op internet, waaraan we in het volgende enkele hoofdpunten betreffende de COREE-connectie ontlenen.
De QUARRÉ-stamboom begint in 1649, omdat per 27-4-1649 in het lidmatenboek van de NH-kerk te Leeuwarden Lambert Jansen Caree wordt ingeschreven. Plaats van herkomst wordt niet vermeld in het lidmatenboek, maar het moet Amsterdam zijn geweest. Eerdere gegevens zouden vandaar moeten komen.
Lambert Jansen Caree is een stamgroot-vader van Jan de Leeuw. De kwartierlijn ziet er als volgt uit:
Jan de Leeuw (kwartiernr 1), getrouwd met Hillie VAN DER HOEK Theunis de Leeuw (2), getrouwd met Akke BUWALDA (3) Jacob Hendriks Buwalda (6), getrouwd met Christina Harmens POST (7) Harmen Klazes Post (14), getrouwd met Jeltje Jans Bakker (15) Klaas Harmens Post (28), getrouwd met Christina CORÉ (29) Johannes Coree (58), getrouwd met Geertje Jurriaans (59) Lammert Johannes Caree (116), getrouwd met Catharina Jacobs Colet (117) Johannes Caree (232), getrouwd met Christina Thyssen (233) Lammert Johannes Caree (464), getrouwd met Jiskje Ates (465) Johannes Lammerts Caree (928), getrouwd met Jancke Rinnerts Staeck (929) Lambert Jansen Caree (kwnr 1856), getrouwd met Wytske Tjepkes (kwnr 1857).
Betovergrootmoeder Christina Coré is in 1807 te Leeuwarden geboren en gedoopt. Ze doet 5-3-1826, vlak voordat ze 20 jaar wordt, belijdenis voor de NH-gemeente en wordt daarmee lidmaat. Ze trouwt in 1829 met Klaas Harmens Post (zie hiervoor). Christina was de schrijfkunst goed machtig zoals uit nagelaten schrijfsels blijkt.
Zij is jongste dochter van Johannes en Geertje.
Johannes Coree & Geertje Jurriaans (oudouders)
Oudvader Johannes Coree is 26-2-1764 te Leeuwarden geboren (gedoopt?). Rond 1790 trouwt hij met Jannetje VAN DE BRUG. Ze krijgen de kinderen: Jan, Lammert en Kaatje. Jannetje overlijdt 31-5-1799. Johannes trouwt daarna met Geertje Jurriaans, geb 10-8-1766 in Winschoten (Groningen). Uit dit tweede huwelijk van Johannes worden twee dochters geboren: Hendrica (1804) Christina (1807).
Oudvader Johannes Coree was timmerman. Hij woonde (1807) te Leeuwarden op het Dokkerend. Hij overlijdt in 1840, 76 jaar oud. Oudmoeder Geertje Jurriaans is in 1826 overleden, 60 jaar oud. Dat is het jaar waarin haar jongste dochter Christina belijdenis doet voor de NH-kerk en lidmaat wordt, ook 20.
Lammert Johannes Caree & Catharina Jacobs Colet (oudgrootouders)
Oudgrootvader Lammert Johannes Caree is 6-12-1739 te Leeuwarden gedoopt. Hij trouwt 21-6-1761 met Catharina Jacobs Colet, oudgrootmoeder. Uit het huwelijk zijn drie kinderen bekend: Johannes Lammerts Coree, geb te Leeuwarden 1764, oudvader van Jan de Leeuw, zie hiervoor. Grietje, geb 11-5-1766 te Leeuwarden. Trouwt 13-1-1788 met Carel POORTMAN, een beroepsmilitair (soldaat van beroep). Kinderen: Isabelle, Jacob, Petrus, Grietje en Styntje POORTMAN. Wellemina, geb 23-10-1768 te Leeuwarden. Trouwt 20-4-1788 met Philip Wilhelm WEBER, geb 1765 te Leeuwarden, ook militair van beroep (corporaal). Kinderen: Carel Wilhelm (geb 1794), Ate (geb 1804), Maria Sebella (1808) en Jacob (1810). Tussen eerste en tweede zoon zitten tien jaren van misschien kraambedproblemen. Geregistreerd staat dat Wellemina in 1795 een kindje moest laten begraven.
Johannes Caree & Christina Thyssen (oudovergrootouders)
Kleindochters van oudovergrootvader Johannes Caree trouwen met beroeps-militairen en dat is niet zo vreemd. Vermoedelijk was ook zijn zoon Lammert bij militaire zaken betrokken.
Oudovergrootvader Johannes Caree was van beroep garde-soldaat. Hij is 27-5-1714 te Leeuwarden gedoopt. Trouwt 10-5-1739 aldaar in de Jacobijnerkerk met Christina Thyssen (Styntje). Hij is dan 25 jaar oud en (garde-) soldaat. Bij zijn overlijden in 1757, 43 jaar oud, is hij dat ook. Bij overlijden woonde hij in Leeuwarden bij de Grote Kerk. Eerder, rond 1749, op een adres Achter Groenekan. Bij de belastingquotisatie van 1749 staat hij vermeld als: Johannes Carree, soldaat de garde te Leeuwarden, wijk West Hoekster-espel, gezin twee volwassenen en twee kinderen jonger dan 12. Aanslag: 11 gulden en 13 stuivers, verhoogd met 2 gulden.
Kinderen uit het huwelijk: Lammert Johannes Caree, ged 6-12-1739, oudgrootvader van Jan de Leeuw. Zie hiervoor. Matthys Johannes Caree, ged 4-10-1741. Trouwt 18-5-1766 met Tryntje Jans. Tryntje ovl 11-1-1784. Kinderen: Styntje (1767) en Baukje (1775). Matthys trouwt 26-6-1791 met Lysbeth Tjisses VAN NOORD. Kinderen: Jikke, Jan, Christina ? Jikke, ged 5-5-1743, dochter, voor 1749 overleden. Jan, ged 29-11-1744, zoon, voor 1749 overleden. Christina, gedoopt 5-5-1751. Krijgt de naam van haar moeder (Christina, Styntje) mee. Want moeder Christina overlijdt in het kraambed.
Lammert Caree & Jiskje Ates (oudbetovergrootouders)
Deze oudbetovergrootouders van Jan de Leeuw trouwen 21-5-1713 te Leeuwarden. Kinderen uit dit huwelijk:
Johannes Caree, gedoopt 27-5-1714. Oudovergrootvader. Zie hiervoor. Jeltje, gedoopt 1716. Jeltje, gedoopt 1718. Itie, gedoopt 1720. Trouwt 6-2-1752 met Bartel Samuels, soldaat. Kinderen: Tryntie, Tryntie, Jiske, Samuel, Doetie (1764). Ate, gedoopt 1722. Trouwt 1-12-1748 met Judith Arents. De 26-jarige Ate is dan schoenmaker-gezel. Twee dochters uit het huwelijk: Jiskje (1751) en Janke (1753). In 1762 wordt Ate via belijdenis lidmaat van de NH-kerk te Leeuwarden. Janke, gedoopt 1723. Lammert, gedoopt 1725.
Oudbetovergrootvader Lammert komt ook als Lambert voor. Hij is 26-1-1690 te Leeuwarden NH gedoopt (vader Johannes CARÉ) en 8-6-1755 begraven op het Oldehoofsterkerkhof. Hij werd dus 65 jaar oud. Betreffende oudbetovergrootmoeder Jiskje Ates (nog) onvoldoende gegevens. Vermoedelijk ook op Oldehoofsterkerkhof begraven en inmiddels reeds lang “geruimd”.
Johannes Lammerts Caree & Jancke Rinnerts Staeck (stamouders)
Johannes Lammerts Caree is een van de stamvaders van Jan de Leeuw. Hij is 18-5-1666 te Leeuwarden NH-kerk gedoopt. Overleden vóór 4-4-1731. Trouwt 1-9-1689 te Leeuwarden met (stammoeder) Jancke Rinnerts Staeck.
Tegen het voorgenomen huwelijk werden 18-8-1689 bezwaren ingebracht die niet als rechtsgeldig werden geaccepteerd.
Stammoeder Jancke heeft een hoge leeftijd bereikt. Ze overlijdt in oktober 1746 en wordt 20-10-1746 op het Oldehoofsterkerkhof begraven. Uit het huwelijk tussen Johannes en Jancke zijn vier kinderen bekend: Lambert Johannes Caree, gedoopt te Leeuwarden 26-1-1690. Oudbet-overgrootvader van Jan de Leeuw. Zie hiervoor. Reinder (Rinnert) Johannes Caree, gedoopt 26-10-1692 (vader geschreven als Johannes KARE). Trouwt (1) 8-9-1715 met Ytje OENES. Diverse kinderen jong overleden. Zoon Jeremias Reinders Caree, geb rond 1723, blijft over van het stel, overlijdt 13-9-1806 te Berlikum. Was gehuwd met Berber Pieters (ovl 1779), vroedvrouw. De QUARRÉ-schrijfwijze van de familienaam begint bij het nageslacht van deze Jeremias. Reinder trouwt (2) met Ithie Reinders. Deze is van het rooms-katholieke geloof. Er wordt een zoon Joannis geboren die 28-2-1735 RK wordt gedoopt op de Statie Koornmarkt te Leeuwarden. Met aantekening: de vader niet RK. Wytske Johannes Caree, gedoopt 29-8-1694. Trouwt 4-4-1734 met Johannes Broers KINGMA. Twee dochters: Janke (1735) en Janke (1736). Doetie Johannes Caree, gedoopt 29-8-1694.
Lambert Jansen Caree & Wytske Tjepkes (stamgrootouders)
Zoals hiervoor al gemeld duikt stamgrootvader Lambert Jansen Caree (ook genoemd Lambert Carre, Lambert Jans(en) Carre) in 1649 te Leeuwarden op. Hij wordt 27-4-1649 ingeschreven in het lidmatenboek van de NH-kerk te Leeuwarden.
In het jaar erop (12-1-1650) trouwt hij aldaar met Wytske Tjepkes. Uit dit huwelijk worden vervolgens 7 kinderen geboren: Katalintie, dochter, geb 30-11-1651. Antie, dochter, geb 7-10-1653. Trouwt 1681 Jan Pieckes, schoen-makergezel. Sare, dochter, geb 13-4-1655. Johannes, zoon, geb 1-2-1657, stamvader van Jan de Leeuw. Zie hiervoor. Cathalyn, dochter, geb 27-3-1659. Grietje, dochter, geb 30-7-1662. Trouwt 1691 met Wiger Jacobs, brouwer. Deze Wiger wordt later ook wel CAREE genoemd of laat zich zo noemen, met de familie-naam van zijn vrouw dus. Niet zo vreemd wanneer je bedenkt dat de Carees te Leeuwarden als brouwers begonnen. Wiger heeft het brouwersvak wellicht bij de schoonfamilie geleerd en nam naam en lokale faam over. Jacob Lamberts Caree, zoon, ged 27-3-1664, belijdenis 12-1-1700. Trouwt (1) 12-4-1685 met Antie ENCUDIDES, afkomstig uit Heerenveen. Geen kinderen bekend. Trouwt (2) 3-11-1695 met Gertie WILLEMS. Uit dit huwelijk 6 kinderen: Lambert, Willem, Marike, Jeremias, Sara en Lammert (1717). Typke, geb 7-2-1666.
In of rond het kraambed van jongste kind Typke is stamgrootmoeder Wytske Tjepkes begin 1666 overleden.
Stamgrootvader Lambert Jansen Caree is na het overlijden van stamgrootmoeder Wytske Tjepkes nog tweemaal getrouwd geweest. Per 2-3-1667 met Auck Tijssen. Kinderen: Matthis (1667), Wytse (1669) en Jeremias (1672). Per 5-5-1678 met Tietie Willems SALVERDA, weduwe van de arts Livius van LAMMINGA (med.dr.).
Stamgrootvader Lambert Jansen Caree wordt 27-4-1649 ingeschreven in het lidmatenboek van de NH-kerk te Leeuwarden. Plaats van herkomst wordt daar niet vermeld. Dat hij van Amsterdam kwam, blijkt als hij kort erop trouwt met Wytske Tjepkes. In 1667, huwelijk met Auck Tysses, is hij koopman van beroep. En in 1678, huwelijk met Tietie Salverda, brouwer.
De BAKKER-connectie
Overgrootmoeder Jeltje Jans Bakker, geb 8-9-1842 te Terhorne (Uting 46), is dochter van Jan Martens Bakker en Janke Sybes Meyer.
Wanneer Jeltje in 1866 met Harmen Post trouwt is haar vader Jan Martens Bakker al bijna 10 jaar dood: “In het jaar 1857, 9 augustus, is te Terhorne overleden, Jan Martens Bakker, oud 41 jaar, van beroep bakker, geboren te Beneden Knijpe, wonende te Terhorne, gehuwd met Janke Sybes Meyer, zonder beroep wonende te Terhorne, zoon van Marten Jans Bakker en van Jeltje Klazes Ykema, echtelieden, bakkers wonende te Beneden Knijpe.”
Jan Martens Bakker & Janke Sybes Meyer (betovergrootouders)
Betovergrootvader Jan Martens Bakker is 24-12-1815 te Beneden Knijpe geboren, zoon van de Knypster bakker Marten Jans Bakker. Hij trouwt 5-5-1839 te Heerenveen met (betovergrootmoeder) Janke Siebes Meyer, die ook in Beneden Knijpe is geboren en ook in 1815: 25-6-1815, ’s middags 11 uur (dat kan natuurlijk niet). Zij is dochter van de schoolmeester Siebe Jans Meyer, die kort ervoor te Beneden Knijpe was benoemd.
Bij het huwelijk zijn Jan Martens en Janke Siebes beiden 23 jaar. In Beneden Knijpe wordt de eerste zoon geboren (1840), in Luinjeberd de tweede (1841) en daarna heeft het echtpaar zich in Terhorne gevestigd. Dochter Jeltje (overgroot-moeder) wordt in september 1842 te Terhorne geboren. Jan Martens Bakker was bakker, zoals zijn vader.
Uit het huwelijk de volgende kinderen: Marten Jans Bakker, geb Beneden Knijpe 3-3-1840, ovl in Wonseradeel 31-5-1871, 31 jaar oud. Trouwt 6-5-1866 in Lemsterland met Minke Meines KOOPMAN, geb in Lemsterland 22-2-1843. Uit het huwelijk wordt 1 kind geboren (1869): Jan. Na het overlijden van Marten trouwt Minke Koopman in 1874 (Wonseradeel) met Douwe RUSTICUS. Maar ook Minke leeft niet lang, ovl 1-4-1878 te Wonseradeel, 35 jaar oud. Siebe Jans Bakker, geb Luinjeberd 19-5-1841, ovl in Terhorne (Utingeradeel) 15-2-1866, slechts 24 jaar oud. Trouwt 20-4-1862 in Terhorne met Elisabeth EISMA. Uit dit huwelijk 1 kind (1865): Hendrik. Na overlijden van Siebe trouwt Elisabeth Eisma 12-5-1869 met Andries FABER (Utingera-deel). Jeltje Jans Bakker, geb 8-9-1842 te Terhorne, overgrootmoeder van Jan de Leeuw. Arentje Jans Bakker, geb 5-5-1844 te Terhorne, daar ovl 3-10-1846, 2 jaar oud. Antje Jans Bakker, geb Terhorne 17-11-1845, ovl Utingeradeel 5-4-1912, 66 jaar oud. Trouwt 11-5-1870 te Terhorne met Klaas Piers KUIPERS, geb 13-3-1846, ovl 16-4-1932. Uit huwelijk 1 dochter, levenloos (1871). Arentje Jans Bakker, geb Terhorne 11-4-1848, ovl 25-3-1935, bijna 88 jaar oud. Trouwt 12-5-1871 met Sjoerd Gerrits HENSTRA, geb 5-1-1847, ovl 13-4-1911. Zeven kinderen: Gerrit (1871), Itskje, Freerkje, Janke & Ytje (tweeling), Jan, Jeltje (1880). Idskje Jans Bakker, geb Terhorne 25-5-1850, ovl 22-2-1860, 9 jaar oud. Klaas Jans Bakker, geb Terhorne 14-8-1852, ovl 9-10-1919 (Schoterland), 67 jaar oud. Trouwt 28-6-1877 in Rauwerderhem met Dieuwke Johannes MULDER, geb 1854, ovl 3-8-1917 (Rauwerder-hem).
De Terhornster bakker Jan Martens Bakker overlijdt 9-8-1857 en wordt slechts 41 jaar oud. Dat niet meer dan 8 kinderen uit het huwelijk zijn geboren, ligt niet aan zijn relatief jonge overlijden. De kinderrij stopt immers al na 1852. Wanneer haar vader overlijdt is overgroot-moeder Jeltje 14 jaar.
Haar moeder Janke Siebes Meyer (bet-overgrootmoeder) wordt 58 en overlijdt te Terhorne 23-9-1873.
Marten Jans Bakker & Jeltje Klazes Ykema (oudouders)
Oudvader Marten Jans Bakker is 3-5-1785 te Beneden Knijpe geboren. Hij overlijdt daar 6-5-1863, drie dagen na zijn 78ste verjaardag. Hij was één van de bakkers in het dorp. Trouwt 30-10-1808 in De Knipe met Jeltje Klazes Ykema (oudmoeder), geb te Het Meer in 1789, ovl in Beneden Knijpe 24-5-1867, 78 jaar oud.
In dit bakkersgezin worden de volgende kinderen geboren: Elske Bakker, geb 1810, ovl 7-3-1827, 16 jaar oud. Antje Bakker, geb 12-10-1813, ovl 1-6-1887 (Schoterland), 73 jaar oud. Trouwt 3-5-1835, 21 jaar oud, met de dan 42-jarige Jan Cornelis KNIJPSTRA, geb 1793, ovl 13-3-1849, 56 jaar oud. Deze Jan Cornelis was sinds 1831 weduwnaar van Sjoukjen Rinderts VAN ZINDEREN. Uit het huwelijk van de jonge Antje en weduwnaar Jan Cornelis worden 6 kinderen geboren: Marten (1836), Albert, Meindert, Jan, Jeltje en Jeltje (1847). Jan Martens Bakker, geb 24-12-1815, eerste zoon uit het huwelijk. Wordt ook bakker, maar te Terhorne. Wordt 41 jaar oud. Betovergrootvader van Jan de Leeuw. Klaas Martens Bakker, geb 12-9-1818. Thae Martens Bakker, geb 22-5-1821, ovl 10-4-1853 (Schoterl), 31 jaar oud. Trouwt 30-4-1842 met Gelske Siebes SCHAAF, geb 9-10-1820 (Schoterl), ovl 13-7-1903, 82 jaar oud (Utingeradeel). Na overlijden van Thae trouwt Gelske Schaaf in 1855 (Schoterl) met Klaas Johannes SJOLLEMA. Uit het huwelijk van Thae Bakker en Gelske Schaaf zijn minstens drie kinderen geboren: Marten (1843), Akke (1844) en Akke (1851). Jacob Martens Bakker, geb 28-11-1823, ovl 22-6-1887 (Schoterl), 63 jaar oud. Trouwt 6-8-1849 (Schoterl) met Antje Jans DE VRIES , geb 29-3-1825, ovl 4-4-1885, net 60 jaar oud. Sipke Martens Bakker, geb 11-2-1826, ovl 2-5-1893 (Tietjerkstera-deel), 67 jaar oud. Trouwt 19-5-1850 (Schoterl) met Sjoukje Gosens VAN TERWISGA, geb 21-10-1828 (Schoterl), ovl 9-4-1905 (Tietjdl), 76 jaar oud. Kinderen: Jeltje (1850), Jantje, Elske en Gozen (1859). Ekke Martens Bakker, geb 25-8-1828, ovl 7-2-1856 (Aengwirden), 27 jaar oud. Trouwt (1) 27-4-1851 (Aengw) met Pietje Marcus VAN TERWISGA, geb 16-3-1824, ovl 5-4-1852 (Aengw), 28 jaar oud. Uit hun huwelijk een dochter Janke (1852). Ekke trouwt (2) 18-11-1853 met Lysbeth Jelles NIJENHUIS , geb 13-12-1824, ovl 13-12-1883. Uit dit huwelijk worden de kinderen Marten (1854) en Jan (1856) geboren. Zoon Jan “post-huum”, want vader Ekke overlijdt 27-2-1856, zoals geschreven pas 27 jaar oud. Weduwe Lysbeth Nijenhuis trouwt in 1857 (Aengwirden) met Bartle Sytzes LUGTENVELD. Gauke Martens Bakker, geb 28-2-1832, ovl 17-12-1911 Haskerland, 79 jaar oud. Trouwt 12-11-1854 (Schoterl) met Akke Meines MEINA, geb 29-9-1835 (Schoterl). Uit dit huwelijk 11 kinderen: Janke (1856), Jeltje, Jeltje, Marten, Meine, Jan, Tjeerd, Tjeerd, Antje, Antje en Jan (1874). Minstens vier ervan als baby overleden.
Zoals hierboven gemeld overlijdt oudvader Marten Jans Bakker te Beneden Knijpe in 1863 en oudmoeder Jeltje Klazes Ykema in 1867.
Hun kleindochter Jeltje Jans Bakker, vernoemd naar Jeltje Ykema, noteerde in haar bijbel (als familiebijbel tot dusver bewaard gebleven) de volgende data die hierboven moeten zijn terug te vinden:
“In het jaar 1863 den 6 Mei is overleden mijn dierbare grootvader, Marten Jans Bakker, in den ouderdom van 78 jaar en 3 dagen en ligt in de Knijpe begraven.
Den (..) Mei 1867 is overleden mijn dierbre grootmoeder Jeltje Klaazes Ykema in den ouderdom van bijna 78 jaren en ligt in de Knijpe begraven.
Den 23 September 1873 is overleden mijn dierbre moeder Janke Siebes Meijer in den ouderdom van ruim 58 jaren en ligt te Terhorne begraven.
Den 17 September 1901 is overleden Janke Harmens Post in den ouderdom van 29 jaar en 8 maanden en is te Boven-knijpe begraven. Zij was 4 maanden getrouwd met Jan S. Lucswolde.
Den 25 Maart 1902 is overleden ons Geliefde echtgenoot en vader Harmen Klazes Post in den ouderdom van bijna 62 jaar Heerenveen.”
Jan Jakobs Bakker & Elske Martens (oudgrootouders)
Het huwelijk tussen deze oudgrootouders van Jan de Leeuw wordt 28-10-1781 te Beneden Knijpe bevestigd: Jan Jacobs en Elske Martens, beide uit Beneden Knijpe.
Deze voorfamilielijn kan nog verder worden bestudeerd. Volgens de overlijdensakten zijn beiden ongeveer in 1758 geboren. Oudgrootvader Jan Jakobs Bakker overlijdt 12-5-1827 (Schoterland akte 108), 68 jaar oud, weduwnaar. Oudgrootmoeder Elske Martens is exact zes maanden eerder overleden, 12-11-1826 (Schoterland akte 359), 68 jaar oud, gehuwd.
Alle kinderen uit dit huwelijk kunnen nog worden gedocumenteerd. In ieder geval was de bakker Marten Jans Bakker een van deze kinderen. Hij werd 3-5-1785 geboren en zal vermoedelijk tweede zoon zijn geweest, vernoemd naar Marten (oudovergrootvader), de vader van oudgrootmoeder Elske.
De MEYER-connectie
Betovergrootvader Jan Martens Bakker is 24-12-1815 te Beneden Knijpe geboren, zoon van de Knypster bakker Marten Jans Bakker. Hij trouwt 5-5-1839 te Heerenveen met (betovergrootmoeder) Janke Siebes Meyer, die ook in Beneden Knijpe is geboren en ook in 1815: 25-6-1815, ’s middags 11 uur (dat kan natuurlijk niet). Zij is dochter van de schoolmeester Siebe Jans Meyer, die kort ervoor te Beneden Knijpe was benoemd. Naar hem heet de centrale weg door Benedenknijpe nu Meyerweg.
Betovergrootmoeder Janke Siebes Meyer is in 1815 te Beneden Knijpe geboren en daar in 1839 getrouwd met de bakkerszoon Jan Martens Bakker, met wie ze vrij spoedig naar Terhorne verhuisde om er een bakkersbedrijf te gaan runnen.
Haar vader Siebe Jans Meyer is 24-10-1783, ’s morgens 6 uur, in Terwispel (Opsterland) geboren. Hij overlijdt 23-5-1874 te Benedenknijpe, 90 jaar oud. Eind 1811, familienaamregistratie, is oudvader Siebe Jans Meyer 28 jaar oud en sinds minder dan een half jaar getrouwd. Hij woont dan in Oldelamer (Weststelling-werf) en is schoolmeester, onderwijzer der jeugd.
Hij trouwt te Wolvega (Weststellingwerf) 5-6-1811 met Arentje Klazes van der Kamp, geb te Spanga 12-4-1791 (doopdatum?), ovl 4-3-1860 te Beneden-knijpe, 68 jaar oud, gehuwd. Toen zij met de 28-jarige schoolmeester trouwde was ze 20 jaar oud.
Uit het huwelijk van deze oudouders van Jan de Leeuw (ook onderwijzer of school-meester geworden) zijn minstens de volgende kinderen geboren, allen behalve de eerste te Benedenknijpe: Idskje Meyer, geb te Oldelamer 6-7-1812, ovl Beneden Knijpe 10-8-1816, 4 jaar oud. Janke Siebes Meyer, geb Beneden Knijpe 25-6-1815. Haar vader was daarvoor schoolmeester in de Knipe geworden. Janke is betover-grootmoeder van Jan de Leeuw. Klaas Siebes Meyer, geb Beneden Knijpe 10-5-1819, ovl 28-4-1904 Leeuwarderadeel, 85 jaar oud. Trouwt 14-5-1848 (Opsterland) met Harmke PRAKKEN, geb 15-8-1819 (Opsterl), ovl 5-8-1891 (Lwrddl). Klaas en Harmke zijn na hun huwelijk naar Het Bildt verhuisd waar Klaas tot school-hoofd werd benoemd en de volgende kinderen worden geboren: Romelia (1850), Arentje, Siebe Jan, Geertje, Janke Henrica en Klaas (1862). Later worden Klaas en Harmke in Leeuwarderadeel ingeschreven. Jan Meyer, geb 12-10-1821, ovl 14-3-1822, 5 maanden oud. Idskje Meyer, geb 18-1-1823, ovl 23-1-1885 in Menaldumadeel, 62 jaar oud. Trouwt 17-5-1848 in Menaldumadeel met Pieter Martens DE VRIES, geb 3-4-1824, ovl 18-4-1882 (Menaldumadeel). Kinderen: Haukje (1849), Arendtje, Tjibbe, Martentje, Janke, Marten, Sybe (1866), allen in Menaldumadeel geboren. Jantje Meyer, geb 16-1-1826, ovl 10-10-1867 (Benedenknijpe), 41 jaar oud. Trouwt 9-5-1847 (Schoterl) met Jouke Roels BOOSMAN, geb 7-2-1820, ovl 17-8-1883 (Schoterl), 63 jaar oud. Kinderen Hendrikje (1848) en Sybe (1849) zijn beide in Haskerland geboren. Grietje Meyer, geb Benedenknijpe 18-8-1829, ovl Tjalleberd (Aengwirden) 15-5-1864, 34 jaar oud. Trouwt 15-5-1853 (Schoterl) met Gerrit Siebes OVERDIEP, geb 31-3-1826 (Schoterl). Zonen Heine Klaas (1859) en Klaas (1862) worden beide in Tjalleberd geboren. Uit familiebijbel blijkt dat Grietje Meyer niet in Tjalleberd maar bij de Veensluis onder Tjallebert is overleden. Praktisch is dat Benedenknijpe (vraag maar na). Ze is ook in Benedenknijpe begraven. In plaats van Tjalleberd of Aengwirden mag misschien steeds Veensluis worden gelezen. Na het vroege overlijden van Grietje aldaar is Gerrit Overdiep getrouwd met Jantje VAN DEN BERG (Aengw).
Jan Siebes & Janke Gjalts (oudgrootouders)
Oudvader Siebe Jans Meyer, schoolmeester te de Knipe, begon met een betrekking te Oldelamer (Weststellingwerf), waar hij ook trouwde, maar hij kwam oorspronkelijk uit Terwispel (Opsterland). Daar werd hij 24-10-1783 ’s morgens 6 uur geboren.
Zijn ouders (oudgrootouders van Jan de Leeuw) zijn Jan Siebes, geb 1741 te Langezwaag, ovl 11-1-1805 te Terwispel, 64 jaar oud, en Janke Gjalts, geb 1754 te Gorredijk en ovl 12-8-1827 te Benedenknijpe, 73 jaar oud. Vermoedelijk vanwege zoon Siebe van Terwispel naar Benedenknijpe verhuisd.
Haar overlijdens-akte Schoterland 1827 nr 161 kan nog verdere gegevens opleveren. Vermoedelijk was zij dochter van Gjalt Tjebbes en Fettje Rincks die op 13-6-1751 te Gorredijk trouwen.
Het huwelijk van Jan Sybes en Janke Gjalts wordt 13-5-1781 te Terwispel bevestigd.
Siebe Jans & Antje Reitses (oudovergrootouders)
Pro memorie: oudgrootvader Jan Siebes is in 1741 te Langezwaag geboren (gedoopt). Eerste kind van oudovergrootouders Siebe Jans en Antje Reitses die 15-5-1740 te Langezwaag trouwen.
VAN DER KAMP-connectie
Oudmoeder Arentje Klazes van der Kamp, 12-4-1791 geboren te Spanga (Weststellingwerf), trouwt op 20-jarige leeftijd 5-6-1811 (kerk Wolvega) met de jonge onderwijzer Siebe Jans Meyer, 27 jaar, die op dat moment te Oldelamer is gevestigd. In de Weststellingwerfse omgeving dus. Maar geboortig van Terwispel en vrij kort na het huwelijk verhuist Arentje dan ook in vrijwel die richting: van Oldelamer naar Benedenknijpe, waar Siebe een vaste aanstelling krijgt.
Arentje is dochter uit het huwelijk van Klaas Heinen van der Kamp (oudgrootvader), geb 6-12-1753 op de Langelille, bij Munnekeburen (Weststel-lingwerf), en ovl 14-11-1827 te Spanga (WSW akte 260, 73 jaar oud, weduwnaar) en van Yskien Bouwes (oudgrootmoeder). Hun huwelijk is bevestigd in de Herv.kerk Scherpenzeel-Spanga 20-5-1781: Klaas Heinen, Scherpenzeel, en Yskien Bouwes, Scherpenzeel.
Bij de naamsregistratie van 1811 meldt zich Klaas Heinen VAN DER KAMP te Spanga met de kinderen: Grietje (28). De oudste dochter is in 1783 geboren. Ze overlijdt 17-12-1871 (WSW akte 233), 88 jaar oud, weduwe. Ze is ca 1803 getrouwd met Halbo ROUWKEMA die in 1811 (te Spanga) drie kinderen meldt: Klaas (8), Grietje (5) en Itsken (3). Uit het huwelijk worden verder nog geboren: Wiepkjen (1812), Syger (1818) en Bouwe (1821). Halbo overlijdt 27-3-1856, 79 jaar oud, gehuwd (WSW 57). Heine (25). Is vermoedelijk ook voor 1811 gehuwd. Hij overlijdt 13-8-1826 (WSW 112), 39 jaar oud, gehuwd. Arentje (20). De oudmoeder van Jan de Leeuw.
Hiermee sluiten we de onderzoeksnotities BUWALDA-lijn af. Door het huwelijk van AKKE BUWALDA met THEUNIS DE LEEUW wordt de verbinding met de DE LEEUW-lijn gelegd.
AKKE BUWALDA & THEUNIS DE LEEUW
Ouders van Jan de Leeuw.
Zie: DE LEEUW-LIJN.
In de BUWALDA-genealogie door André A.Buwalda (internet) wordt dit schijnbaar klakkeloos aangenomen, terwijl men daar over afkomst van Ate Alberts ook (nog) niets weet te vertellen. Hij wordt BUWALDA genoemd, want zijn kinderen heetten zo. Dat is geen bewijs. BUWALDA-genealogie door André A.Buwalda. Het dorpje Abbega ligt niet in Wonseradeel, maar in Wymbritseradeel (boven Ijlst). We hebben de juistheid van de genoemde geboortedatum niet kunnen natrekken. Was haar vader misschien een Sytze “BUWALDA”? Geboorteakte nog na te checken. Verhaal bij BUWALDA-genealogie. In Genealogysk Jierboek 1989 is door Paul Noomen verslag gedaan over “Buwaldaburen te Tjerkwerd”. “Buwanda” in 1478 wordt “Buwalda” later (of was misschien al Buwalda, maar ingewikkeld leesbaar). Misschien was Klaas daar enkele jaren werkzaam en vond hij er Hylkje. Zijn ze samen naar Heerenveen gegaan om daar te trouwen. PRO MEMORIE: Oudste zoon Hendrik bleef ongehuwd en wordt slechts 22 jaar. Hij overlijdt 28-4-1832 te Maastricht. Soldaat. Had de pech dat hij juist voor zijn nummer moest opkomen voor militaire dienst toen de Belgen besloten niet bij Nederland te willen horen. Nederland stuurde daar toen het leger op af. Hendrik Klazes BUWALDA werd een van de slachtoffers. In de overlijdensakte (Schoterl 1832 nr 61 aangifte 19-5-1832) staat “BIVALDA alias BUWALDA”. Het militaire bericht was misschien slecht te lezen. BUWALDA-genealogie, hiervoor genoemd. Getuigen bij het huwelijk waren: Wesselius Balster KOOL, 27 jaar Heerenveen, Andries SIEBENGA, 51 jaar Knijpe, Gerrit Durks BROUWER, 64 jaar Knijpe, en Frederich Marks VERF, 41 jaar Knijpe. Schrijfwijze van de familienaam volgens lezing van de akte te Sloten. Voor wie met de ingewikkelde “grenslijnen” van die tijd niet op de hoogte is, kunnen “verduidelijkende” kaartjes worden gemaakt. Eerder genoemde BUWALDA-genealogie. In genoemde BUWALDA-genealogie wordt deze rijke boer Merk Terwisscha gelijkgesteld aan Marcus Gosens. Ik neem die veronderstelling voorlopig over. Dit kan nog verder worden onderzocht. Speculatie. Zoek maar na. BUWALDA-genealogie. Geb 10-2-1753 te Nieuwehorne, ovl 2-4-1827 (Sch). Neemt in 1811 de naam HOGEVEEN aan (zijn broers oa. OOSTWOUD). Verder gegevens nog niet gevonden. Misschien voor eeuwig onvindbaar (omdat niet enzovoort). BUWALDA-genealogie. Het jaartal kan niet juist zijn. N.N. = nominem nescio (ik ken de naam niet). BUWALDA-genealogie. Lyckle Eebbelsz is ca 1476 geboren en ca 1540 overleden. Hij was grietman van Stellingwerf en Schoterland. Hylkje Eyses VAN TERWISGA trouwde met zijn jongste zoon (een nakomertje?). Zus Grietje Eyses VAN TERWISGA trouwt met een kleinzoon van hem. Toen in 1514 het leger van de Hertog van Gelderland Friesland binnenviel, ontscheping bij Oudemirdum, nam het eerst het stadje Sloten in “en daarna de uit het water opgehaalde stins Friesburg, eigen aan Lijkle Ebles, Grietman van Stellingwerf te Nijeholtpade” (Steenstra II, pag 348), om zich vervolgens op Sneek te richten. In 1640 stonden er 14 boerderijen in Hoog-Appelscha, 9 in Aekinga en 7 in Terwisscha en De Bult. Het kerkje voor de streek stond centraal, bij Terwisscha. Waarschijnlijk al vanaf de 12de eeuw (huidige kerkje is herbouw van 1903). De klok in de klokkestoel is van 1435 en dat is dus nog van voor “Jan Willems”. BUWALDA-genealogie. Steenstra II, pag 360. Legende van de twee ossen. “Haring Donia nam om dezen tijd (1462) gewelddadig bezit van Hiddema stins te Nijland, die hij met breede grachten versterkte, en er zelf op ging wonen, zijnde nu een magtig heerschap.” (Steenstra II, pag.278). Zijn er misschien zonen gesneuveld in de slag bij het Akkrumse klooster die ook oom Haring Donia en diens broer Agge Donia het leven kostte? De Schieringers verloren er meer dan 200 man. In hoever Galo GALAMA een zwager was van Keimpe DONIA heb ik nog niet kunnen achterhalen. “In ditzelfde jaar (1451) had Agge Donia Hero Binnertsma insgelijks doodgeslagen, om dat deze Wijbo Gerkema van het leven had beroofd. Dus werd er moord op moord gepleegd, en aan het bloedvergieten was geen einde.” (Steenstra II, pag 270). Broer van Fokko Eskes van Akkrum die in juli 1458 “met meer dan tweehonderd Woudlieden” een aanval doet op de stins van Rienk Dooitjes, tussen Akkrum en Inrsum. De aanval wordt afgeslagen, waarna Fokko nog meer hulptroepen verzamdeld, “inzonderheid te Sneek”. De state wordt nu veroverd en Rienk en zijn broer Lieuwe worden maandenlang door Fokko gevangen gehouden (te Sneek en daarna op Sikkema-state te Akkrum). Na vrijlating wreekt Lieuwe zich 1459 te Rauwerd, door daar Hessel Edes te vermoorden, rechterhand van Fokko. Dit maakt uiteraard Hessels broer Kempo Edes Jongama woest. Dus die neemt Rienk gevangen (“op rantsoen losgelaten”, tegen betaling). In 1460 krijgt Jouke Galama (Vetkoper) de broers Rienk en Lieuwe allebei in handen en zet ze gevangen in de Wouden. Fokko Eskes (Vetkoper) maakte van deze gelegenheid gebruik en wil het dorp Irnsum plunderen en plat branden. “Doch de dorpelingen, bij tijds gewapend, en bijgestaan door een goed deel volks, dreven Fokko en de zijnen met geweld uit het dorp, en jaagden hen zoo vurig na, dat er zestien van zijn volk bij het klooster Aalzum in de Wijtringe gedreven werden en verdronken; al de overigen ontkwamen ter nauwernood het gevaar.” (Steenstra, pg 276). Diens dochter Swob was getrouwd met Jaring, zoon van Epo Kee. Steenstra II, pgs 278-281. Verder: “Epo Kee, thans woonachtig op HOTTINGA-stins te Nijland, voerde oorlog tegen Haring Donia, mede aldaar wonende.” (pag 274) En: “Die van DONIA en hunne vrienden belegerden te dezer tijd Hottinga-huis te Nijland zoo naauw, en bestormden het met zulk een geweld, dat zij er dra meester van schenen te zullen zijn. Epo Kee echter verdedigde zijne stins zoo dapper, dat de aanvallers er acht gewapende knechten voor verloren, en een hunner hoofden, Benedictus Tjebbinga, gevangen geraakte, na welk verlies die van DONIA vertrokken. Door tusschenspraak van Douwe Sjaardema echter, werd de gevangen edelman daarna zonder rantsoen te betalen weder ontslagen. Gosse Jongema van Bolsward, gesterkt met hulp van Douwe Sjaardema, nam kort hierna Haring Donia’s stins te Nijland in, die hij plunderde, en voorts met hun volk bezette, en inhield.” Steenstra II, pag 277. “Hunne wapenen waren meest lange spiezen, lansen, zwaarden, gaffels, vorken, vlegels en andere landbouwers handgereedschappen, zijnde ook de kleeding van de meesten slechts overrokken van grof laken, van welke grove soort men toenmaals de paardedekken maakte; anderen droegen lederen overkleedsels, kolders geheeten, en zeer weinigen waren met een ijzeren harnas gedekt.” (Steenstra II, pag 183) Steenstra II, pag 184. Het aantal doden aan Friese kant (600 op het slagveld) werd bijna 2000 omdat er in de dagen erna nogeens 1300 door de vijand in de vlugt verslagen zijn. De vijand zou slechts 50 krijgsgevangenen hebben gemaakt. Liever dood dan krijgsgevangen? Sterke verhalen achteraf? “De eerste zou het bestier oefenen over Oostergo, waar de landdagen te Wirdum op Barrahuis zouden gehouden worden; de laatste, Westergo tot zijn landgebied hebbende, zou de vergaderingen houden te Hartwerd.” (Steenstra II, pag 186). BOTNIA en DEKAMA waren tezamen handgemeen geweest, en hadden zoo lang gevochten, totdat zij beiden zwaar gewond bijna levenloos neder vielen. (Steenstra II, pag 187). “Honderden van Schepen waren hiertoe bijeen verzameld uit de steden, moetende Haarlem alleen 150, Rotterdam 45, Schiedam 25, Gouda 40, Dordrecht 25, Alkmaar 26, Hoorn 25, Akersloot 10, Naarden 22 en Amsterdam, behalve de grootere schepen, 50 vaartuigen leveren, terwijl Zierikzee 25 groote schepen moest toerusten, om de Engelsche hulpbenden te halen. Ook het leger, dat buitengemeen talrijk moet geweest zijn, bestond uit vele buitenlanders als: Duitschers, Franschen en Engelschen, zijnde uit de Welgeborene mannen en Huislieden in Holland en Westfriesland de derde opgeroepen, behalve nog een deel Zeeuwen en anderen.” (Steenstra II, pag 189). Volgens het verhaal. Steenstra II, pag 189. Het huldigingsverdrag met de graaf wordt van Friese kant oa. ondertekend door Gerrit Kammingha, Tjerk Walta, Here Hettinga, Sjoerd Wiarda, Goslik Heslingha, Feije van Dokkum (anders Heemstra) en Tijdmer Hoppers. Steenstra II, pag 189/190. Steenstra II, pag 201/202. Graaf Albrecht overlijdt 12 december 1404. Zijn opvolger graaf Willem verlengde het bestand. “De oude naam van de plaats, waar men dit klooster grondvestte, was Abort, bevattende, behalve de stins van BOKKEMA, nog eenige andere woningen; doch de Bisschop, die het inwijdde, noemde den naam des nieuwen konvents, door letterverzetting, Thabor, met toespeling op den berg, waar de Heiland eenmaal verheerlijkt werd.” (Steenstra II, pag 204/205). Steenstra II, pag. 205. In 1422 wordt er een verdrag tussen de Friezen (Schieringers) en Groningers gesloten. Tegen de Hollandse graaf Jan van Beieren. “Sloten en de edelen Agge en Sjuk Harinxma voegden zich bij de bondgenooten, vreezende voor geweld, zoo zij bleven weigeren.” (Steenhuis II, pag.242). “In het jaar 1818 2 augustus is te Zestien Roeden onder Tjalleberd geboren: Wybe, zoon van Tjepke Hendriks Buwalda, arbeider, wonende Zestien Roeden, en Grietje Wybes van Terwisga.” (Huwelijkse bijlage van 1846). Akte nog na te lezen. Nog te controleren. Michiel WIJMA overlijdt 9-12-1895 te Nieuw-Amsterdam (Emmen akte 316)? Geboren 6-1-1840 Wymbritseradeel (akte 7), zoon van Tettje Abes Wijma (moeder): “Kind erkend door de moeder dd 11-6-1861 te Sneek”. Doetje en Jan niet in Friese registers. BUWALDA-genealogie. Misschien aardig voor het verhaal om mogelijke redenen voor het vertrek van de anderen naar Sloten te documenteren. Komt ook als BOERSMA voor. Akte nog te raadplegen. “In het jaar 1820 5 september ’s avonds te 11 uur is in de Beneden Knijpe geboren Froukjen, dochter van Linze Jans Kort en Doetje Murks Boerstra.” KALVERBOER-connectie: Oudovergrootmoeder Tryen Jans is in 1740 geboren en in 1804 overleden. Vermoedelijk droeg ze al de naam KALVERBOER voor die tijd en was Alle Johannes KALVERBOER die 26-12-1765 te Gorredijk trouwt met Janke Arents, een broer van haar. Ook Alle is voor 1811 overleden, maar wordt bij de naamsregistratie van 1811 wel genoemd, als vooroverleden man van Janke Arents. Kinderen uit dit huwelijk worden dan niet genoemd. Wel dwingt de mairie Gorredijk Lutske Jans (“dacht niet te hoeven komen”), weduwe van Jan Jochums KALVERBOER, tot een inschrijving. Voor zonen: Jan (17 Oosterwolde) en Jochem (15). Te Gorredijk wordt in 1811 verder een Jan Johannes KALVERBOER gemeld (geen kinderen) en een Klaas Jurjens KALVERBOER, die al hoogbejaard is: zonen Jurjen 57 en Johannes 37. Familieverband kan nog onderzocht worden. Op Zuiderdrachten 156 neemt Fedde Wietzes (1743-1833, koopman) met zonen Jan (34), Wietze (31) en Alle (28) de familienaam KALVERBOER aan, van zijn schoonfamilie. Hij is getrouwd met Roelofke Jans KALVERBOER, geb Gorredijk 1743, zus van Tryen. De Drachtster-tak (met oa zilversmid Fedde Kalverboer en verband met STERRINGA-genealogie) komt via deze Roelofke voort uit die te Gorredijk. De herkomst van oudbetovergrootvader Jan (Johannes) Alles (KALVERBOER) is nog niet vastgesteld. De Tachtigjarige Oorlog eindigde in 1648. Melding in HOFSTRA-genealogie. BUWALDA-genealogie. Nog na te checken. Volgens BUWALDA-aantekeningen: Woonde te Leeuwarden, Heerenveen, Benedenknijpe en Zestienroeden onder Tjalleberd. Dit alles nog na te gaan. Dochter van Jan Yntzes VAN DER HONING en Evertje Jans ROELSMA. Zij is geboren 4-5-1867 te Mildam en overlijdt 12-1-1941 te Heerenveen. Begraven te Brongerga. (? BUWALDA) “Jacob Halbes Halbesma, oud 33 jaar, van beroep arbeider, wonende te Nieuwehorne, welke verklaart dat 6 oktober ’s avonds 8 uur te Nieuwehorne een kind is geboren uit Geeuwkjen Jelles de Jong, met de voornaam Akke.” “Akke Halbesma, 39 jaar, zonder beroep, geboren te Nieuwehorne, wonende te Oranjewoud, gehuwd met Hendrik Buwalda, dochter van Jacob Halbes Halbertsma en Geeuwkjen Jelles de Jong, op den 12den mei nam. 2 uur te Oranjewoud (is) overleden.” Huwelijksakte van 1844 (Schoterl 1) nog te lezen. O.a. DIEBRINK-genealogie. DIEBRINK-genealogie. Bij haar overlijden wordt gesteld dat ze ongehuwd was (Schoterl akte 1888-19). Verdere details nog toe te voegen. Akten nog te lezen en verdere documentatie toe te voegen. Over HOSPES-lijnen is zeker nog meer te melden. DIEBRINK-meldingen. Het Selmien lag tegen Zuiderdrachten aan. In 1640 drie stemnummers op naam van Gauke Wytses (21), de patroon (22) en Jelke en Wyts Goitses (23). De naam van de oudbetovergrootmoeder niet bekend gebleven. Oudbetovergrootvader Rommert Cornelis is boer te Wijnjeterp. Uit een eerste huwelijk had hij de zoon Jan Rommerts (gedoopt te Wijnjeterp 14-2-1686) en de dochter Jantje Rommerts (gedoopt te Wijnjeterp 16-2-1688). Uit een tweede huwelijk, 1694 met weduwe Jantsen Jans, krijgt hij de zoon Egbert Rommerts (gedoopt te Wijnjeterp oktober 1695). Zolang zat hij niet in de kazerne natuurlijk. Waarschijnlijk slechts 10 maanden en daarna oproepbaar. Volgens een bewaard gebleven briefje waarop zij de eigen huwelijksdatum en geboortedata van haar man, haarzelf en de kinderen noteerde (zie website VandenBrink). Deze en diverse volgende gegevens mede dankzij de website van Jeroen Barend van den Brink & Lysbeth Hadewey POST. Misschien later nog geworden te Heerenveen? Nog te controleren. In bewaard gebleven briefje van moeder Christina Coree staat te lezen: “Tietje en Miena zijn geboren op de Fok, Grietenij Aengwirden. Harm, Johannes, Rienk en Teuntje in de Grietenij Schoterland.” Rond 1839 is het gezin vermoedelijk naar een andere woning getrokken. Weliswaar in directe omgeving, maar de grietenijgrenzen (Haskerland (Heerenwal, Nijehaske), Aengwirden (Schans, Fok, Oude Koemarkt, Het Meer) en Schoterland (Dracht, Heideburen, Het Meer zuidzijde) liepen langetijd dwars door het dorp. Kan nog worden nagegaan. Een zeemansdochter? Genealogie Van den Brink. Overlijdensakte nog te raadplegen. Genealogie Van den Brink. Nog checken. Mogelijk verband met de stichter van Theater Carré in Amsterdam (in 1887 gebouwd als circus-tempel)? Johanna Quarré (members.lycos.nl/Johanna2) Nog invullen Haar herkomst nog niet gedocumenteerd. Quarré-stamboom. In deze stamboom ligt grotere nadruk op de familietak die zich uiteindelijk als QUARRÉ liet schrijven. Nog bronnen vinden. Quarré-stamboom op internet geeft hier foute gegevens. Nog nachecken. De doodskist voor Christina Thyssen werd door het Nieuwe Stadsweeshuis op 30-4-1751 geadministreerd (de kist had een afmeting van 6). De gardesoldaat had geen groot inkomen. Opmerking in QUARRË-genealogie. Welke bezwaren en door wie ingebracht, staat niet vermeld. Dit maakt wel nieuwsgierig. De vermelde ‘geboortedata’ kunnen doopdata zijn. De gegevens zijn niet duidelijk. Waarschijnlijk was “Typke” een jongetje en moet “Tjepke” of “Tjipke” worden gelezen. Huwelijkse bijlage. Nog niet verder gecontroleerd. Nagaan bij HENSTRA-genealogie. Nog na te zoeken. Controleer SINDEREN-genealogie. Nog na te gaan: Terwisga. Nog na te gaan: Terwisga. Op haar 59ste verjaardag? Sterk verhaal? Melding van deze aantekeningen bij VAN DEN BRINK-genealogie. Lijn terug in deze tak nog verder te bekijken. Naamgevingsbesluit werd 21-12-1959 genomen. Siebe Jans Meyer was 47 jaar (1813-1860) schoolhoofd te Benedenknijpe, daarnaast voorzanger in de kerk, klokluider en verzorger van het kerkhof. Hij leidde diverse kwekelingen tot onderwijzer op, o.a. zijn zoon Klaas Siebes Meyer die schoolhoofd in Het Bildt werd. “Bij zijn 50-jarig ambtsjubileum was geheel Benedenknijpe in vlaggen. Tot de vele cadeaus die hem werden aangeboden behoorden zes zilveren lepels van het gemeentebestuur, waarmede dit zijn bijzonder grote waardering voor de jubilaris beklemtoonde. Na zijn pensionering (1860) bleef hij te Benedenknijpe wonen.” Idskje trouwt te Marssum (Menaldumadeel) 3 dagen nadat haar broer Klaas in Opsterland met Harmke Prakken trouwt. Klaas verhuist vervolgens ook naar Nrd.Frsl. waar Idskje dus al woonde. Pieter Martens DE VRIES is 3-4-1824 te Marssum geboren, zoon van Marten Pieters DE VRIES die 2-11-1824 overlijdt (39 jaar oud) en van Haukje Pieters MIEDEMA (Stiens 1789-Marssum 1862), die met 5 jonge kinderen achterblijft. Ze hertrouwt niet en wordt “winkelierske”. VAN DEN BRINK-genealogie. Nog te raadplegen. Huwelijksbevestiging niet gevonden. Ook geen geboortes van kinderen. Overlijdensakte moet uitkomst bieden.
Genealogie JAN DE LEEUW- BUWALDALIJN – 1ste versie – 26 juli 2002
PAGE
PAGE 6