Dorpsstreken Zegwaart 1581pbzw487
GA Zoetermeer - PB Zegwaart 487: Lijst van oorlogskosten en aangaande de 50e penning, omgeslagen via 18 stuivers op de steek, 1581
PB Zw 487
Copie Ommeslach van den 18 stuyvers opte steeck anno 1581 Gecollecteert bij Volckert Pietersz Schuemaker ende Cornelis Vranckezn Velleman als beedegaerders in Zegwaert
Copie Aenbrenge ende resterende penningen ’t gunt bij den ruijters paerden vuetknechten vrouwen mitten ancleven van dien, verteert es mitsgaders enyge costen aingaende den 50e penninck zulcxs hier naer van articul tot articul verclaert es
Eerst compt den schoudt van teercosten aldaer bij de ruyters alsvoren verteert die somme van 31 karolus guldens
Noch drie stoop wijns ende een halve achtendeel gorst tsamen 4 gulden 4 stuyvers
Maerten Jansz Timmerman compt van hoey ende van een paert te houden tsamen 20 stuyvers
Gaerte Keyseroomsz compt oeck van teerecosten of van hoey ende wijn tesamen in als 33 gulden 8 stuyvers
Die schout van Zegwaert compt van dat in den inslach opte morgentalen geroeyeert es ende opte beede comen muet de zomme van 8 gulden
Zoetermeer halff Noch heeft den schoudt binnen Aemsterdam of onderweegs verleyt angaende ’t solliciteren van de 50en penninck de zomme van 14 guldens 15 stuyvers Volgende doechtelijcke specificatie alhier vertoont de voors. zomme 14 gulden 15 stuyvers; dit beloopt Zoetermeer halff an
(Doorgehaald: Compt den schout voor zijn dachgelden) nihil
Compt noch Cornelis Huygenz deurwaeren van sommige perconen te manen ende tot betalinghe te duen driegen de zomme van 3 gulden Dit heeft Arien betaelt
Noch compt den schout van Zegwert van den 50en penninck inne te gaeren op te brengen ’t welck bij den heemraden hem voor toegeleyt es de somme hier achter; ergo hier deur gehaelt ’t welck op de amboochtsreeckening ommegeslagen zal worden
(Doorgehaald: Jan Scheepmaicker compt voor zijn moeyten van dat hij de schuyt tot Aemsterdam ende weerom gevuert heeft ende twe ruyters huysvestinge gedaen heeft ende bedde gedect heeft in als de zomme van een gulden van ’t varen ende 10 stuyvers van de soldaten te stallen facit tsamen 30 stuyvers
Grabriel Jansz Comen compt van hoey dat voor de ruyters paerden gehaelt es de zomme van 6 stuyvers
Wijnbrant Mathijsz Smit compt oeck van gelijcke 3 gulden 6 stuyvers
(Doorgehaald: Louris Claesz Wever compt oeck van gelijcke)
Adriaen Meynertsz compt van dat de vuermaicers drie paerden op zijn worff ghinghen eeten 4 stuyvers
Wouter Cornelisz Bijl, secretaris compt voor zijn ordinaris sallaris ’t welck altijts opte steeck ommegeslagen es de zomme van 10 stuyvers
Die schout ende bode elcxs tyen stuyvers facit tsamen 20 stuyvers
Noch compt Symon Symonsz Gorter van haever berekent gelt de somme van 45 stuyvers
Noch compt Adriaen Jacob Arlen van haver de zomme van 20 stuyvers
Noch compt die heer van Sommelsdijck van drie paerden te stallen 10 stuyvers
Noch compt den secretaris van dese specificatie te scrijven ende van een gaerbouck te maicken in als de zomme van 10 stuyvers
Noch compt Arien Meynen van zijn seyl te laten maken 4 stuyvers
Noch heeft Arien Jaep Arlen in ghijssel tot Leyden mueten gaen angaende den 50en penninck duen verteert facit 3 gulden 12 stuyvers
Noch heeft Adriaen Jacob Arlen gevaceert in Den Haech met die van Zoetermeer twee dagen omme te sollesteren quytscheldinge van den 50en penninck duen verteert 12 stuyvers
Item op deese ommeslach is verteert bij schout ambochtsbewaerens ende heemraden ende secretaris facit 20 stuyvers
Die schoudt ende Adriaen Jacob Arlen en begeeren geen dachgelden maer zullen hebben heur teercosten voors.
Somme sommaris belopende in als bedragen facit 110 gulden 16 stuyvers behalven ‘t garen van den 50en penninck
Daer es ommegeslagen opte steeck te garen tot behouff van de costen voors. facit op elcke steeck 18 stuyvers ’t welck bijde beegaerders gecollecteert zal worden ende zullen daer van duen reeckening alst behoort. Actum gedaen bij Jan Ghijsbrechtsz schout ende heemraden van Zegwert als Dirck Pier Stompick, Cornelis Dirck Joesten, Lenert Doessen, Jan Cornelisz Molenaer ende Jan Aelwijnsz Scheepmaicker opten 5en septembris anno 1581 oeck bij amboochtsbewaerders gedaen ende onderteyckent.
Die schout is de zomme van acht ende veertich karolus gulden toegeleyt voor ‘t garen van de 50e penninck ’t welck hij uuten toecomende ommeslach zal ontfangen van ’t ambocht; des zal hij dan duen reeckening ende quytancie vertonen van de 50en penninck ende ’t ambocht voortan daer van costeloos houden. Actum als voren .
Die zomme van ’t garen van de 50en penninck is facit 98 £.
Den voors. ommeslach is onderteyckent aldus Adriaen ar Jacobsz, Jan Harmensz, bij mijn Lenert Doessensz, bij mijn Jan Cornelisz, bij mijn Cornelis Dircxssz bij mijn Dirck Pieterssz, Jan Aelwijnssz merck, Wouter Cornelisz Bijl secretaris tot Zegwert, Jan Ghijsbrechtssz mit zeeckere stricken.