Van der Hoek
Documenten

Beknopte Geschiedenis van de Friezen

BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN DE FRIEZEN

II

Beneden de Rijn ontstond door de Romeinse bezetting een min of meer geordende samenleving. Het Friese gebied boven de Rijn bleef tamelijk vrij en op zichzelf, al was er belastinginning en moest men manschappen leveren.

De aanwezigheid van de Romeinen in het Germaanse gebied, leidde ook tot onrust. Sinds het jaar 170 beginnen de Chauken met invallen via de zee in Zeeland en Vlaanderen, maar onderweg zeker ook in Friesland. Verderop in Germanie bestoken de Chatten, Marcomannen en Quaden regelmatig de 'Romeinse' gebieden en start een eerste Germaanse Volksverhuizing (150-160): de Goten trekken van hun stamgebied aan de monding van de Weichsel in de richting van de Zwarte Zee en verdrijven daarbij hun westelijke buren, de Bourgondiers (tussen Oder en Weichsel), die naar het westen verhuizen. De oostelijke buren, de Vandalen, wijken uit in zuidelijke richting.

Rond 250 breken de Germaanse stammen vrijwel overal, van Brittannie tot de Zwarte Zee, door de noordgrenzen van het Romeinse rijk heen. De Alemannen steken (233/234) de zuidelijke Rijn over, de Visigoten gaan in 238 over de Donau, vanuit het noorden en oosten komen vlak daarna de Franken over de Nederrijn. Deze Franken, een groep Germaanse stammen op zoek naar een nieuwe woonplaats, breken in 257 helemaal door. Bij Keulen gaan ze al plunderend door het Romeinse gebied, richting Gallie (het latere Frankrijk) en Hispanie. In dezelfde tijd rukken de Alemannen via de Alpen op naar Italie en steken ook de Saksen de Rijn over. De Romeinen zijn dan allang met interne twisten over de macht bezig en krijgen met pestepidemieen te maken vanuit de oostelijke provincies. Medekeizer Gallienus stopt bijvoorbeeld in 258 de veldtocht tegen de Franken, die zo mooi naar Spanje kunnen doorstoten, omdat hij de situatie op de Balkan belangrijker vindt.

Gallische keizers In het vacuum dat hij nalaat, sticht de bevelhebber van het Rijnleger, de Bataaf Postumus, in 259 het Gallische rijk, dat van Brittannie tot Hispanie reikt en Trier als hoofdstad heeft. Hij wordt soldatenkeizer en voert een eigen bestuursstructuur in, met alles erop en eraan. Hoewel hij er juist naar streefde het gebied tot aan de Rijn voor het rijk te behouden, hield zijn bewind in dat Rome in het westen steeds minder te vertellen kreeg. Postumus werd in december 268 door zijn eigen troepen bij Mainz vermoord, wanneer hij hen geen toestemming geeft deze stad, die voor zijn rivaal Laelianus had gekozen, te plunderen.

Postumus reorganiseerde de verdediging van de Rijngrens, ontruimde verschillende vooruitgeschoven posten op de rechteroever en rekruteerde Frankische huurlingen om het hoofd te bieden aan nieuwe Germaanse invallen.

Als Gallisch keizer werd hij opgevolgd door zijn generaal Victorinus. Rond 270 komen de Franken massaal over de Rijn en vernietigen ze vele Romeinse versterkingen (o.a. Trier en Tongeren). Victorinus wordt afgezet door de generaal Tetricus, die in 273 plaats maakt voor zijn zoon, Tetricus II. De laatste 'Gallische keizer' want vanuit Rome kwam inmiddels tegenwerk.

Gallienus was opgevolgd door keizer Claudius II die in 268 de oprukkende Alemannen aan het Gardameer verslaat. In 270 werd Aurelianus Romeins keizer en hij startte de veldtocht tegen het Gallische rijk die ertoe leidde dat al in 274 Aurelianus een triomftocht door Rome kon houden, met als publiekstrekkers o.a. deze Tetricus en een groot aantal gevangen genomen Franken.

De Franken De Franken, een verzamelnaam voor oprukkende Germaanse stammen, hadden het de Romeinen dus wel erg lastig gemaakt. Aurelianus beeindigde dan wel de vrijbuiterij van het Gallische rijk, maar inmiddels waren de Franken wel ver naar het zuiden doorgetrokken. Aurelianus' opvolger, keizer Probus, zuivert in 277/278 Gallie van Alemannen en Franken, maar staat hen in de grensgebieden toegang toe. Het Eiland der Bataven bijvoorbeeld wordt aan de Franken toegewezen, op voorwaarde dat ze de opperheerschappij van Rome erkennen.

Dankzij een rijtje sterke Romeinse keizers wordt een definitieve doorbraak van de Franken in Gallie nog zo'n 100 jaar tegengehouden. Maar in die 100 jaar gebeurt wel van alles dat de komst van het Frankische rijk voorbereidt:

    1. De Salische Franken overschrijden de IJssel en bezetten de huidige Veluwe. Samen met de Friezen en Saksen maken ze als zeerovers de Noordzee onveilig. De verbindingslijn tussen het continent en de Britse eilanden.
  • 286/288. Romes nieuwe sterke man Diocletianus benoemt zijn generaal Maximianus tot medekeizer in het westen. Maximianus trekt snel naar de Rijngrens, verslaat bij Keulen verscheidene Frankische stammen en achtervolgt ze tot ver over de Rijn. In 288 sluit hij een verdrag met de Frankische koning Gennobaudes, die belooft de keizer te zullen erkennen en uit diens naam de grens te zullen bewaken.

    1. Maximianus benoemt Carausius tot vlootvoogd om aan de zeeroverij een einde te maken. Deze vat dit verkeerd op en laat zich tot keizer van Brittannie en de Gallische zeehaven Boulogne uitroepen. De Franken en de Friezen aan de kust van de Lage Landen worden zijn bondgenoten.
  • Rond 290. Maximianus moet het dus via het land doen, onderwerpt hij het gehele gebied waar vroeger de Bataven woonden en onderneemt een expeditie ten noorden van Rijn.

    1. Maximianus is niet meer. Keizer Diocletianus benoemt Constantius Chlorus tot onderkeizer in het westen. Deze trekt opnieuw op naar de Betuwe, waar Friezen en Chamaven zich inmiddels hadden gevestigd. Hij onderwerpt ze. Ze blijven als landbouwers in het gebied wonen.
    1. Chlorus deporteert gevangen genomen Franken naar het zuiden, om het verzet in de Rijndelta te verminderen en ook om hen in het Gallische zuiden een nieuw en rustiger bestaan te geven, als boer dan wel legionair.
    1. Chlorus begeeft zich over zee en maakt een eind aan het door Carausius begonnen Brits-Gallische zeerijk. De laatste heerser hiervan, Allectus, sneuvelt. Op het feest dat 1 maart 297 ter ere van Chlorus in Rome wordt gevierd, meldt men dat de Rijndelta steeds meer onder water komt te staan. De daar wonende Franken worden beschreven als rovers en zwervers die als boeren in dienst van Rome staan. Werden ook de Friezen bedoeld?
  • Rond 300. De Franken op het Eiland der Bataven en in Toxandrie (Noord-Brabant) worden door eigen koningen geregeerd en hebben een eigen rechtsstelsel.

Constantijn de Grote - 306. Op 25 juli overlijdt Constantius Chlorus in York. Zijn troepen erkennen zijn zoon als opvolger, Constantijn de Grote. Franken vallen het gebied tussen Rijn en Waal binnen, Constantijn verslaat ze, de koningen Ascarius en Merogaisus worden later in Trier voor de leeuwen geworpen.

  • In hetzelfde jaar werd in Rome Maximianus' zoon Maxentius tot keizer uitgeroepen. Constantijn blijft zich nog even met de Rijngrens bezig houden (de leeuwen in Trier krijgen zoveel krijgsgevangenen te vreten dat ze verzadigd raken), maar trekt in 312 naar Rome om Maxentius te verslaan. Het christendom was in de eeuw ervoor al tot ver in Gallie doorgedrongen en in de slag tegen Maxentius kiest Constantijn ervoor christen te worden. Hij trekt ook naar het oosten om de tegenkeizer daar te verslaan en brengt zo het hele rijk onder zich. Via het Tolerantie-Edict van Milaan (313) wordt het christendom gelijk gesteld met andere godsdiensten.

  • Rond 320. Keizer Constantijn, of beter gesteld zijn zoon Crispus, voert oorlog tegen de Bructeren (ten oosten van Neuss) en de Chamaven (Gelderland). In 323 slaat Crispus de Ripuarische Franken terug over de Rijn. Constantijn vestigt zich in Constantinopel en laat het westen van zijn rijk over aan zijn zoons in Trier (hij overlijdt in 337 te Izmir).

Die zoons moesten de Rijndelta steeds weer opnieuw veroveren of uit handen geven. Nijmegen en Xanten waren allang geen echte steden meer, maar slechts versterkte voorposten. De druk van de Franken is veel te groot geworden. De Friezen blijven door de grensgeschillen ten zuiden van hun woongebied aardig buiten bereik van de Romeinen.

  • Rond 342. Salische Franken die zich over de Waal hebben gewaagd, sluiten een verdrag met de Romeinen nadat ze door keizer Constans waren bedwongen. Ze krijgen verlof zich op Romeins grondgebied te verstigen (!).

  • Rond 350. De zeespiegel stijgt en stammenverplaatsingen zijn het gevolg.

  • 350-360. De Romeinen beginnen zich uit het Rijngebied terug te trekken. De versterkte grens wordt naar het zuiden verplaatst (Waal, Scheldemonding).

Keizer Julianus - 355. Grote aantallen Alamannen, Franken en Saksen overrompelen de Romeinse legers aan de Rijn. Alamannen-koning Chonodomarius is nu de feitelijke machthebber in Oost-Gallie. Onder medekeizer Julianus (358) komen de Romeinen nog eenmaal krachtig terug. Met Alamannen en Franken wordt opnieuw afgerekend.

    1. Julianus verschijnt aan de Waal en rekent af met de Chamaven die nog een bedreiging voor het scheepvaartverkeer van en naar de Noordzee vormden. De Chamaven kwamen uit Twente, werden door oprukkende Saksen naar het zuiden gedrongen en duwden zelf de Salische Franken voor hen uit. Van Julianus mogen ze blijven waar ze zitten, in ruil voor het leveren van soldaten en een hoeveelheid runderen.
    1. Picten en Scoten vallen Brittannie binnen en keurtroepen van Salische Franken uit de Rijndelta worden daarom de zee over gestuurd. De Quaden zakken vanaf het Donaugebied langs de Rijn, verdrijven de Salische Franken en plunderen het Eiland der Bataven.

Ogenschijnlijke rust Tijdens de tweede helft van de vierde eeuw gebeuren nog allerlei ernstige zaken en zijn er beslist wel veldtochten en plunderingen. Maar over het algemeen is er 'rust': De Frankische stammen op de linkeroever van de Rijn, inmiddels dus toegestaan in het Romeinse rijk, zijn formeel aan het Romeinse gezag onderworpen, maar trekken zich daar niet veel meer van aan. De Franken aan de overzijde van de Rijn blijven onrustig en doen regelmatig pogingen de rivier over te steken. Dan is er kabaal.

In 395 overlijdt keizer Theodosius. Zijn twee zonen splitsen het Romeinse rijk definitief in twee delen op. Arcadius neemt het oosten, met hoofdstad Constantinopel. Honorius neemt het westen, met hoofdstad Milaan. Dit laatste omdat Rome tijdelijk van minder betekenis werd, het christendom steeds belangrijker en Milaan was de zetel van de zeer invloedrijke bisschop Ambrosius, en het riijksbestuur voor het westen dat tot dusver in Trier was gevestigd, een zuidelijker plek koos. De opdringende Germanen dwongen dat af. De Romeinen waren verslagen. Christendom werd nieuwe orientatie.

De Friezen in de vijfde eeuw Het gedoe met die Romeinen die maar niet over de Rijn wisten te komen, had de Friezen enkele eeuwen van redelijke rust gegeven. Dat mocht ook wel, want de zeespiegel steeg en de vruchtbare kwelders stroomden steeds vaker onder. Het bouwen van terpen was inmiddels al heel gewoon geworden en handel en piraterij zorgden voor aanvullend inkomen. De Chauken vielen binnen en de Friezen deden mee aan het Brits-Gallische rijk. Salische Franken en Chamaven vormden de buffer richting het oorlogsgebied van Romeinen en Franken.

Eind vierde eeuw was het gedaan met Romeinse legeraanvoerders of keizers boven de Alpen. De Romeinse legers werden te vaak verslagen en raakten ook uitgedund. Dat wil zeggen dat het aandeel van Germaanse hulptroepen te overheersend ging worden. Die gingen steeds minder 'Romeins' denken. Een slechte beurt was ook, militair gezien, dat het Romeinse bestuur steeds meer tot omkoperij van Germaanse stamhoofden boven de Rijn overging. Met geld en geschenken werden ze gelokt en dat vraagt om meer en nog meer. De invallen namen toe.

Begin vijfde eeuw (400-410) wordt het Friese gebied overspoeld door Angelen en Saksen, die van hun stamgebied tussen de Weser en de Elbe naar het westen komen. Voorzover de invallers niet verder trekken naar Brittannie, vermengen ze zich met de Friese bevolking. Een deel van de Friezen trekt mee naar Brittannie. Er is veel onrust. Schatten worden begraven, op de terpen worden geen langwerpige boerderijen meer gebouwd, maar primitieve hutten.

Tweede Germaanse volksverhuizing De tweede Germaanse volksverhuizing vindt plaats. De Romeinse grenzen worden niet meer offensief verdedigd. In 406 is Stilicho, een Vandaal die dankzij een hoge legerpost van zijn vader in Rome werd geschoold, de opperbevelhebber langs de Rijn. Hij trouwde met een nicht van keizer Theodosius en trad in 395 als regent op voor de nieuwe, minderjarige keizer Honorius. Als in december 406 grote groepen Germanen (Vandalen, Sueven, Alanen en Bourgondiers) bij Mainz massaal de deels bevroren Rijn oversteken, laat Stilicho hen begaan. De volksverhuizing gebeurt doordat de Hunnen en Visigoten vanuit Azie en Centraal-Europa naar het westen oprukken. De roem van het Romeinse rijk was wellicht een oorzaak. Het oprukken leidde tot plunderingen en slachtpartijen, zodat gesettelde stammen op de vlucht raakten en pas tot rust kwamen waar ze asyl kregen. Stilicho had zijn handen vol aan de Goten die Italie en de Balkan binnenstroomden en liet de invallers aan de Rijn begaan.

Het hek was van de dam. De Sueven die ooit al de Elzas binnenvielen (zie Caesar) en werden teruggeslagen, waren in de eeuwen daarna noordelijker gaan trekken. Na 400 breken ze opnieuw door naar het westen en het zuiden, via verscheidene groepen. Een deel vestigde zich in Zeeland, Vlaanderen en Engeland. Een belangrijke groep trok door naar Spanje, waar ze onder koning Hermenerik het eerste Germaanse koninkrijk op Romeinse bodem vormden. De Duitse provincie Schwaben werd ook een eindplek en men kent nog de 'zouaven' als legerhuurlingen.

De Vandalen gingen op pad, de Goten, de Longobarden, de Bourgondiers en een heleboel stammen meer. Voor Rome was er geen houden meer aan. Bondgenootschappen kon men nog sluiten en het vreemde fenomeen van de religie, de behoorlijk hierarchisch georganiseerde Christelijke kerk, bleek een regulerende invloed.

Rome gunt de Franken de macht in het beneden-Rijnse gebied, mits zij zich aan afspraken houden. Er zijn al verscheidene bisdommen gesticht en de kerstening gaat gestaag verder. Terwijl de Franken zuidwaarts gericht zijn (rond 430 inname van de Belgische stad Doornik), breiden de Friezen hun gebied ook steeds verder uit. Veel Friese immigranten vestigen zich in het rivierengebied en Brabant. De invallen vanuit het noorden door Angelen en Saksen maken ook dat de Friezen verspreider gaan wonen.

Britten Een deel verhuist zelfs naar de Britse eilanden. Rond 445 is er een grote oversteek van Friezen, Denen, Angelen en Saksen naar Brittannie waar ze de koning Vortigern steunen in zijn strijd tegen de Picten en Scoten. Volgens de overlevering werd deze tocht geleid door de Fries- Deense aanvoerders Hengest en Horsa. De dochter van Hengest, Rovenna of Ronixa, trouwde in 454 met de Britse koning Vortigern. Dit leidt tot een burgeroorlog waarbij Vortigern sneuvelt en de Friese veldheer Hengest koning van heel Brittannie wordt.

Tussen Friesland en Engeland blijft een goede band bestaan.

Attila Ten zuiden van de Rijn dringen Germaanse stammen steeds verder door. De Romeinen waren slimme organisatoren, maar de chaos in het centrum van het rijk (Rome zelf) stond daar tegenover. Met de Franken konden nog wel afspraken worden gemaakt, maar tegen de Hunnen onder Attila die afspraken aan hun laars lapten en steeds verder opdrongen, hadden ze geen weerwoord. De Hunnen legden bij de afspraken zelfs aan de Romeinen belastingen op, zoiets was nog niet eerder voorgekomen. De Hunnen waren succesvol doordat ze de vechtmethode van het steppenvolk (snelheid, paard, zweep, lasso en zwaard) benutten tegen de nogal logge vechtmethode van de Romeinen. In open veld ertegenaan! De Romeinen sloten in 430 een vredesverdrag met de oprukkende Hunnen. Maar dit werd verbroken toen de broers Attila en Bleda bij de Hunnen de macht overnamen. Rome moest meer gaan betalen om de grenzen rustig te houden. Attila liet in 445 zijn broer Bleda ombrengen en ging daarna op plundertocht op de Balkan en in Griekenland. Franken vroegen hem naar het Rijngebied te komen en dat deed hij. Op 7 april 451 werd Metz geplunderd. Op 20 juni werden de Hunnen met hun Germaanse bondgenoten op de Catalaunische Velden verslagen door de Romeinen en hun, andere, Germaanse bondgenoten. Voor Attila geen leuke ervaring. In de lente van 452 viel Attila nog Italie binnen, waar hij verschillende steden plunderde. Honger en pest maakten een voortijdig eind aan deze veldtocht. Zijn plan om hierna weer in het Oostromeinse rijk huis te houden (Balkan en Griekenland) liep stuk op zijn dood in 453. De huwelijksnacht met de jonge Germaanse Ildico werd hem fataal (hartaanval?).

De Hunnen moesten zich terugtrekken, zonder leider. De Romeinse keizer Valentianius (454) doodde vervolgens eigenhandig de bevelhebber sinds 20 jaar over het westelijke Romeinse rijk, Flavius Aetius. Deze aanzienlijke Romein was sinds 430 verantwoordelijk voor de bescherming van Noord-Gallie en volgde een beleid van passief opstellen en alleen dan ingrijpen wanneer de grenzen massaal werden doorbroken. Zijn leger, slechts 15.000 man, bestond vooral uit Germanen en Hunnen onder Romeinse officieren. Hij dwong de Bourgondiers zich als grensvolk tegen de Alamannen (boven Lyon) te vestigen, kon aan het verzoek om hulp van Britse edelen niet voldoen (zo ging de Romeinse cultuur in Brittannie in snel tempo ten onder) en versloeg met Germaanse bondgenoten de Hunnen op de Catalaunische Velden. Die rukten daarna wel naar Italie op. Aetius ging naast zijn schoenen lopen, wilde zijn zoon laten trouwen met de dochter van keizer Valentianius en kreeg heel Rome tegen zich. De keizer vermoordde hem eigenhandig.

Los van Rome In Gallie moeten de Romeinen steeds meer steunen op de de leiders van de Salische Franken die zich rond Doornik hebben gevestigd. In 455 sluit opperbevelhebber Avitus verdragen met hen en met de binnengetrokken Visigoten. Keizer Avitus wordt het jaar erop vermoord en in Rome grijpt de Suevische officier Flavius Ricimer naar de macht. Deze benoemt een bevelhebber voor de strijd in Noord-Gallia: Aegidius. De Franken veroveren (458) definitief de eertijdse Romeinse hoofdsteden Keulen en Trier. Het machtsgebied wordt aanzienlijk ingeperkt, de Friezen worden nog vrijer.

Aetius stuitte, na de slag met de Salische Franken bij Vicus Helenae in Noord-Frankrijk (455), al op intelligente tegenspelers, zoals de koning Chlodio. De Franken werden als bondgenoten op Gallisch terrein aanvaard. Na Chlodio trad Merovech als Frankische koning op en naar hem werd de hele stam van Frankische koningen in de twee eeuwen daarna genoemd, de Merovingers.

Over Merovech is verder niet zoveel bekend. Zijn zoon Childerik I volgde hem op en ondersteunde de Romeinen in hun strijd tegen de Visigoten bij Orleans (463). De Romeinse bevelhebber Aegidius sneuvelt (464). Hij wordt opgevolgd door bevelhebber Paulus die de vriendschapspolitiek ten aanzien van de Salische Franken voortzet. De Visigoten zakken af naar het zuidwesten van Gallia en naar Spanje, terwijl de Bourgondiers in het zuidoosten de baas zijn. Vanaf de kust vallen o.a. de Saksen aan. De Franken zijn heel gewenst om de toestand nog een beetje voor de Romeinen te regelen. Dat doen ze ook, bijvoorbeeld:

    1. Met hulp van de Salische Franken herovert Paulus de stad Angers op de Visigoten.
    1. Paulus sneuvelt bij een gevecht met de Saksen aan de monding van de Loire. Syagrius, zoon van Aegidius, volgt hem op.
    1. In Rome wordt Ricimer vermoord, die vanaf 456 de feitelijke machthebber binnen het rijk was geweest. Het rijk blijft hierna verdeeld, met koningen links en rechts die slechts in naam de keizer gehoorzamen.
    1. Het jongetje (12 jaar) Romulus Augustus die in Rome tot nieuwe keizer werd benoemd, wordt door het leger afgezet. De Germaanse legeraanvoerder Odoaker wordt tot koning uitgeroepen. Het noordelijke deel van Gallie is nu vast in handen van de Franken en 'los van Rome'.

De Merovingische Franken: Clovis - 481. Clovis (eigenlijk Chlodovech), zoon van Childerik, wordt koning van de Salische Franken, heel jong, geboren ca. 466 (overleden in 511). - 486. Syagrius gedraagt zich als 'koning van de Romeinen' met zetel in Soissons. Clovis rukt tegen hem op en Syagrius vlucht naar het hof van de Visigotische koning Alarik II, die uit angst voor Frankische wraakacties de vluchteling aan Clovis uitlevert. Syagrius wordt vermoord, de lijn met Rome komt in handen van Clovis. - 491. Clovis breidt zijn macht in noordelijke richting uit en onderwerpt het gebied rond Tongeren. - 493. Clovis huwt Chlotilde (474-545), de dochter van de Bourgondische koning Chilperik II en legt daarmee een belangrijke familieband. De Ostrogotische koning Theodorik (de Grote) verslaat Odoaker in Italie, sticht een Gotisch koninkrijk met Ravenna als hoofdstad en trouwt met Audoflea, zuster van Clovis. - 496/498. De christelijke Chlotilde en de heidense Clovis krijgen een zoontje dat na de door Chlotilde bevolen doop sterft. Voor Clovis een bewijs dat het christelijk geloof niet deugt. Tweede zoon, Chlodomer, wordt ook gedoopt en ernstig ziek maar herstelt. Clovis bekeert zich tot het christendom onder druk van Chlotilde, later heilig verklaard, maar ook omdat in een gevecht met de Alamannen een dreigende nederlaag toch tot een overwinning werd, na een schietgebed van Clovis. Deze besefte natuurlijk ook steeds meer dat de kerk een onmisbare schakel was gaan vormen in het rijks- bestuur. Door Clovis' bekering krijgt hij ook een hogere status voor de gelovigen in bijvoorbeeld het gebied van de Visigoten en Bourgondiers. - 501. Clovis kiest de partij van de katholiek Gundobad in diens strijd tegen zijn broer (en ariaan) Godegisel. De Bourgondische broederoorlog wordt, mede met hulp van de Visigoten, door Gundobad gewonnen. Godegisel wordt gedood. - 506. Clovis onderwerpt de Alamannen en brengt de Thuringers een zware nederlaag toe. In het jaar daarna verslaat hij ook de Visigoten onder Alarik II en annexeert diens rijk. Hij geeft opdracht de wetten van de Salische Franken te boek te stellen, 'Lex Salica'. - 508. De Oostromeinse keizer Anastatius I erkent Clovis als koning der Franken en benoemt hem tot consul. Clovis is heel verguld. Theodorik de Grote bezet de Provence en belet de Franken de expansie naar de Middellandse Zee. Clovis laat alle deelkoningen vermoorden en wordt daarmee alleenheerser in het Frankische rijk, hij maakt Parijs tot hoofdstad.

Clovis was een organiserende moordenaar. Zelf stierf hij op 27 november 511. Het Frankische rijk, van Rijndelta tot Pyreneeen, werd onder zijn vier zonen verdeeld. Hoofdsteden alle in het huidige Frankrijk (Reims, Orleans, Parijs en Soissons). Zo'n verdeling van een rijk onder erfgenamen was ongekend. Een verdeling volgens het particuliere, Frankische erfrecht zonder rekening te houden met volkenrechtelijke consequenties. Het gebied van de Friezen, van Zwin tot Elbe, gold niet als Clovis' gebied en bleef dus vrij.

De Merovingers De vier zonen van Clovis moesten maar zien wat ze ervan maakten. Theodorik (486-534), geen zoon van Chlotilde, kreeg Reims als hoofdstad en moest het noordelijke gebied in de gaten houden. Een inval van de Scandinavische koning Hygelac in het land van de Chatten aan de Rijn, rond 520, wordt door Theodorik's zoon Theodebert afgeslagen. Chlodomer (495-524), wel zoon van Clovis en Chlotilde, kreeg Orleans als hoofdstad en moest op het zuidelijke deelrijk letten, waar de Visigoten huisden. Hij stierf jong en zijn broers verdeelden daarna onderling dit gebied. In 526 wordt Amalarik koning van de Visigoten, gehuwd met een zusje van de Clovis- zonen, de naar haar moeder genoemde dochter Chlotilde. Childebert (496-558) kreeg Parijs als hoofdstad en nam van zijn oudere broer de confrontatie met de Visigoten over. In 531 verslaat hij bij Norbonne deze stam, de leider en zijn zwager Amalarik wordt vermoord. De vierde zoon, Chlotarius (500-561), kreeg Soissons als hoofdstad aangewezen. Hij was nog superjong toen zijn vader stierf en kon op late leeftijd (558) de macht over het hele Frankische rijk claimen, nadat zijn broers waren overleden en hij genoeg gemene dingen had gedaan.

  • 21 juni 524. De Bourgondiers brengen de Franken bij Vezeronce een vernietigende nederlaag toe.
    1. Onder Childebert I verslaan de Franken bij Norbonne de Visigoten.
    1. Onder aanvoering van Chlotarius I, Childebert I en Theodobert I verslaan de Franken bij Autun de Bourgondiers.
    1. Theodobert I volgt zijn overleden vader Theodorik I op als deelkoning (Reims). De Franken voltooien de annexatie van het gebied der Bourgondiers.
    1. De Franken krijgen de Provence van de Ostrogotische koning Witigis (opvolger van Theodorik de Grote die in 526 overleed), die hoopt daarmee hun steun te verwerven in zijn conflict met het Oostromeinse rijk.
    1. Theodobert I toont zijn dank: hij valt Noord-Italie binnen en verslaat de Ostrogoten en de Byzantijnen. Tot blijvende gebiedsuitbreiding leidt deze veldtocht niet.
    1. Childebert en Chlotarius achtervolgen de Visigoten en doen een vergeefse poging om in Spanje Zaragoza in te nemen.
    1. Builenperstepidemie verspreidt zich vanuit Marseille.
    1. Theodobert I overlijdt en zijn zoon Theodebald volgt hem op als deelkoning (Reims). Deze overlijdt zelf in 555 waarna oom Chlotarius I dit deel erbij neemt.
  • 555/556. Chlotarius trekt op tegen de Saksen en verslaat ze.
    1. Broer Childebert I zet de Saksen aan tot een nieuwe opstand tegen Chlotarius en terwijl deze ten strijde trekt, brandschat Childebert het gebied rond Reims.
    1. Childebert overlijdt en Chlotarius neemt zijn gebied (Parijs) erbij. Het Frankische rijk staat na bijna 40 jaar weer onder een eenhoofdige leiding.

Maar ook Chlotarius I sterft (29 november 561) en het rijk wordt opnieuw verdeeld over 4 zonen: Sigebert I (Reims en Metz), Guntram (Orleans), Charibert I (Parijs) en Chilperik I (Soissons). Sigebert (535-575) werd koning van het noordelijke gebied waar hij al vrij direct een inval van de Avaren diende af te slaan.

In 567 overlijdt Charibert I, zodat de broers een nieuwe verdeling moesten maken: Sigebert krijgt Austrasie, Chilperik Neustrie en Guntram Bourgondie.

Van de overgangstoestand maken de Longobarden, en ook Saksen, gebruik om Italie binnen te vallen (568-570), waardoor de handelsroute via Alpen en Rijn wordt onderbroken en via de rivieren van het Frankische rijk moet gaan lopen. De Franken zijn daar wel dankbaar voor, Saksen en Denen die de Scheldemonding binnenvaren (570) worden teruggedreven,

Fredegonde en Brunhilde De nieuwe generatie Merovingers is het onderling niet eens, vrouwen spelen een rol. Vooral Fredegonda (550-597), de derde vrouw van Chilperik I. Fredegonda kwam als dienstmeisje aan het hof van Chilperik (539- 584) die met Audovera was getrouwd en bij haar ook een zoon had, Merovech. Fredegonda zorgde voor ruzie en wist de koning voor zich te winnen. Audovera werd verstoten en naar een klooster gestuurd. Chilperik hertrouwde met de Visigotische prinses Galwintha maar dat duurde niet lang. Fredegonda liet deze nieuwe rivale wurgen en Chilperik trad daarna met haar in het huwelijk.

Broer Sigebert, de Austrasische koning, was heel kwaad vanwege die moord op Galwintha. De ruzie leidde ertoe dat Chilperik zijn troepen een plundertocht door het gebied van Sigebert liet houden, waarna deze oprukte naar Doornik om Chilperik een lesje te leren. Ook vele aanhangers van Chilperik vonden dat Sigebert in zijn recht stond, zodat de jongere broer (en Fredegonda) behoorlijk in de knel raakte. Voordat er wat kon gebeuren, werd Sigebert (575) door twee jongemannen met giftige messen omgebracht. Ook nu was Fredegonda de opdrachtgeefster. Haar leeftijdsgenote Brunhilde (550-613), de vrouw van Sigebert en moeder van diens 3-jarige zoontje Childebert II (571-595), liet zich niet van de wijs brengen en benoemde het zoontje tot nieuwe koning en zichzelf tot regentes. Zo bleef de driedeling bewaard. Volgens zeggen sloot Brunhilde in het geheim een huwelijk met Merovech, de zoon uit het eerste huwelijk van Chilperik. In ieder geval werd deze in 576 door zijn vader ook opgepakt en naar een klooster gestuurd. Fredegonda zat misschien ook achter deze kwestie, andere zonen van Chilperik hielden het leven niet en met Chilperik was het snel gedaan toen in 584 Fredegonda hem een opvolger baarde, Chlotarius II (584-629). Chilperik werd vermoord. Fredegonde vluchtte na deze daad naar de kathedraal van Parijs en riep zwager Guntram (525-593), oudere broer van Chilperik en de koning van het Bourgondische deel, te hulp om voor de rechten van haar en haar zoontje op te komen. Fredegonde werd de regentes over Neustrie, Guntram liet zich niet zozeer van de wijs brengen dat hij, zelf zoonloos, Chlotarius II tot zijn erfgenaam benoemde. In 587 liet hij weten dat Childebert II, het zoontje van Sigebert en Brunhilde, door hem als eventuele erfgenaam werd erkend.

Na het overlijden van Guntram in 593 werden Austrasie en Bourgondie dan ook onder het bewind van Childebert samengevoegd. Dit duurde niet lang, want de jonge koning (24) overleed in 595. Hij had inmiddels wel twee zoontjes verwekt die met Austrasie (Theodebert II, 586-612) en Bourgondie en de Elzas (Theodorik II, 587-613) werden bedacht. Grootmoeder Brunhilde kon opnieuw voor regentes spelen.

En tante Fredegonde...? Die stuurde meteen een leger. Ze had al eerder (in 590) een moord beraamd op Childebert, nu deze werkelijk dood was claimde ze direct zijn gebied. In 596 bezetten haar legers een deel van het Austrasische gebied en versloegen een inderhaast gevormd Austrasisch-Bourgondisch leger. Verdere uitvoering stopte doordat Fredegonde in 597 overleed.

De Austrasische en Bourgondische adel blijken daarna ontevreden met de nieuwe regeerperiode van Brunhilde en verjagen haar (599). Onder 'leiding' van de twee tienerzoontjes keren ze zich daarna richting het Neustrische gebied (Chlotarius II) en dwingen gebiedsconcessies af.

Een belangrijke figuur hierbij is Beroald, de Bourgondische hofmeier. Deze trekt daarna nog eens ten strijde, verslaat het Neustrische leger en trekt zegevierend Parijs binnen (25 december 604). Beroald overlijdt enkele maanden daarna en het wordt opnieuw tijd voor de vrouwen. Brunhilde mengt zich in de zaken van haar kleinzoon Theodorik II en benoemt haar minnaar Protadius tot opvolger van Beroald. En de andere kleinzoon, Theodebert II, koning van Austrasie, is inmiddels getrouwd met ene Bilichilde die haar best doet om vrede te stichten tussen Bourgondie en Neustrie. Wanneer dit niet lukt, dwingt Theodebert (609) zijn jongere broer tot afstand van onder meer de Elzas.

Brunhilde lijkt alles weer in de hand te hebben, maar andere rampen slaan nu toe. Theodebert overlijdt in 612. Theoderik krijgt de Elzas weer terug en neemt Austrasie over. Maar Theoderik overlijdt in 613. Brunhilde heeft gelukkig nog een achterkleinzoontje, Sigebert II, pas 11 jaar maar in staat om in naam koning van Bourgondie en Asturie te worden. Zo gebeurt. Brunhilde weer regentes.

Chlotarius II, de zoon van Fredegonde, valt Bourgondie en Asturie binnen. Onder de leiding van de hofmeiers breekt daar een opstand los tegen Brunhilde. Chlotarius laat zowel Sigebert als Brunhilde doden (613). Zijn moeder streefde ernaar, Chlotarius maakte het waar: alleenheerser in het Frankische rijk.

Dagobert De Bourgondische adel had niet veel op met de Neustrische Frank. Chlotarius deed zijn best hen voor zich te winnen, o.a. door zich te verplichten de koninklijke beambten (graven) uit hen te kiezen en door Arnulf, de leider van het stel, te benoemen tot bisschop in Metz. Arnulf (582-640) en Pippijn (580-640) stamden uit machtige Austrasische families en golden als invloedrijke raadsheren. Pippijn werd na 613 hofmeier.

In 623 werd Chlotarius gedwongen zijn zoon Dagobert (ca. 607-639) tot koning van Austrasie te benoemen. De Frankische hoge adel vond dit gemakkelijker. Volgens overlevering kreeg de jonge knaap vrij direct in Westfalen met een Fries leger te maken. De Friese veldheer Iglo Galama verslaat Dagobert en doorklieft zijn helm zodat zijn haar zichtbaar wordt. Maar goed. In 629 overlijdt Chlotarius II en wordt Dagobert koning van het hele Frankische rijk. Hij benoemt zijn broer Charibert II tot deelkoning van Aquitanie.

Charibert rukt op tegen de Basken (631/632) en onderwerpt deze, maar laat er zelf het leven bij (632). Dagobert richt zich op het Noord-Oosten en treedt op tegen de Wenden die daar de grens onveilig maken. Hij stelt de Thuringers vrij van belasting maar verplicht hen daarbij op eigen kracht invallen van de Wenden te weerstaan. In 633 benoemt hij zijn minderjarige zoon Sigebert III (630-656) tot koning van Austrasie, met bisschop Kunibert van Keulen als regent. Dagobert richt zich vervolgens op het gebied langs de Nederrijn en laat de muren van Utrecht herstellen. Hij sticht er een kerkje dat hij aan de Keulse bisschop schenkt, als basis voor de zending onder de Friezen.

De jonge koning trekt daarna richting Frankrijk (636/637) en onderdrukt opstanden van de Bretons en de Basken. Hij overlijdt in 639 in het klooster St.-Denis te Parijs. Twee zonen laat hij na, die met hulp van weduwe Nanthilde, het rijk verdelen: Sigebert III (630-656) had al Austrasie, Chlodovech II (633-657) krijgt Neustrie en Bourgondie.

Veel te jong nog deze knapen. Hofmeier Pippijn treedt op als regent.