Van der Hoek
Kwartierverhalen Van der Hoek

Bonne Van der Hoek & Neeltje Roem

Generatie 3 VAN DER HOEK (grootouders)

BONNE VAN DER HOEK en NEELTJE ROEM, ouders van WILLEM VAN DER HOEK (1906-1961)

BONNE VAN DER HOEK & NEELTJE ROEM

  1. Bonne VAN DER HOEK, geboren vrijdag 8 januari 1875 te Oranjewoud (Grintdyk), vertrekt ca. 1895 als kleermakersgezel uit Heerenveen naar Zuid-Holland, overl zaterdag 1 mei 1943, 68 jaar oud te Heerenveen, kleermaker, trouwt zaterdag 1 september 1900 te Naaldwijk (ZH) met
  2. Neeltje ROEM, geboren vrijdag 17 november 1871 te Naaldwijk (ZH), werkvrouw, overl maandag 15 november 1937 te Heerenveen (Van Dekemalaan), net geen 66 jaar oud.

Bonne was 25 en Neeltje 28 toen de twee 1-9-1900 te Naaldwijk met elkaar trouwden, beiden in eerste huwelijk. Uit de trouwakte blijkt dat de ouders van de bruidegom, Jan Wolters Van der Hoek (kw 8) en Hiltje Jans Lukkes (kw 9), voor dit huwelijk niet de reis vanuit Terband in het Friese Aengwirden naar Naaldwijk in het Zuidhollandse Westland maakten. Zij gaven schriftelijk toestemming. De ouders van de bruid waren wel aanwezig en getuigen waren o.a. haar broers Nicolaas en Christiaan ROEM.

Uit het huwelijk worden zes kinderen geboren, allen te Naaldwijk, vier dochters en twee zonen: Hiltje, geb zaterdag 29-6-1901 (vernoemd naar de moeder van Bonne). Antje, geb dinsdag 28-10-1902 (vernoemd naar de moeder van Neeltje). Janna, geb 1904 (vernoemd naar de vader van Bonne, maar `t was een meisje). Willem, geb maandag 30-4-1906 (kw 2) (vernoemd naar de vader van Neeltje). Willemien (Wilhelmina), geb 1907 (de vader van Neeltje overleed eerder dat jaar, de jonge koningin heette Wilhelmina en was populair). Jan Wolters, geb donderdag 7-1-1909 (vernoemd naar de vader van Bonne, compleet met diens patroniem-s).

Opoe Neeltje is 37 jaar wanneer het zesde kind wordt geboren. Opa Bonne viert de volgende dag, 8-1-1909, zijn 34ste verjaardag. Het huwelijk leidt niet tot volgende kinderen. Het jonge gezin woonde te Naaldwijk samen met de ouders van Neeltje, maar van die ouders overlijdt Antje VAN BEEK (kw 11) in maart 1905 en Willem ROEM (kw 10) in mei 1907. Begin 1916 trekt Bonne naar Heerenveen in Friesland, waar hij vandaan kwam. Neeltje is dan 45 en Bonne 41. Hiltje, de oudste dochter, is 15.

Bonne VAN DER HOEK (1875-1943) werd op 8 januari 1875 te Oranjewoud geboren, jongste (en laatste) kind van Jan Wolters VAN DER HOEK (kw 8) en Hiltje Jans LUKKES (kw 9). Aan de “Grintdyk” zoals de aloude zandweg vanaf Oudeschoot door het Schoterwoud in de volksmond ging heten, nadat deze met grint was “bestraat” . Die wegverbetering vond rond 1870 plaats en het is niet onmogelijk dat overgrootvader Jan Wolters er een boterham aan verdiende. Rond 1880 verhuist Jan met gezin van Oranjewoud naar het noorden van Heerenveen. Naar Terband (Fok, Schans) dat deel uitmaakte van de gemeente Aengwirden. Ook daar wordt druk aan rij- en tramwegen gebouwd. Op 15 januari 1868 was de treinverbinding Meppel-Heerenveen gereed gekomen en op 1 september 1868 de verdere verbinding Heerenveen-Leeuwarden. In 1880 startte de Nederlandsche Tramweg Maatschappij met de aanleg van trambanen. Vanaf het station te Heerenveen (Nijehaske), een baan naar Joure in het westen en een baan naar Gorredijk-Drachten in het oosten. Voor de baan naar Drachten moest in Heerenveen een brug worden gebouwd over de relatief brede Heerensloot, van Heerenwal naar Fok (Terband).

Die Trambrug speelt een bepalende rol in het leven van opa Bonne. In 1883 is de brug er. Voor de trams een hindernis die ze met lage snelheid moeten nemen. Voor de kinderen uit de buurt een prachtige kans om aan de ene kant in het langzaam rijdende voertuig te klimmen en er aan de overkant weer van af te springen. Dat mag natuurlijk niet en het is gevaarlijk. Bonne is 8 jaar en merkt hoe gevaarlijk. Hij struikelt en komt met een gebroken heup en andere verwondingen in het ziekenhuis terecht. Het genezingsproces duurt lang. Tot zijn 16de heeft Bonne krukken nodig bij het lopen. Een gevolg van dit ongeval is ook dat zijn schooltijd wordt verlengd – hij bezoekt de “Fransche school” (Mulo-onderwijs) – en dat zijn beroepskeuze niet meer vrij staat. Hij kon maar het best kleermaker worden. Een zittend beroep, waar wel vraag naar was (zijn oudere broer Wolter begon als pakhuisknecht). En zo gebeurde. Bonne leerde het vak als leerling bij Heerenveense kleermakers en werd daarna, in 1895/96, “uitgezonden” naar buiten Friesland (broer Wolter werkte inmiddels al te Amsterdam). Zijn eerste contactadres was te Zaltbommel, maar van daaruit vertrok hij al snel naar Naaldwijk.

Naaldwijk

De jonge Friese kleermaker vindt te Naaldwijk kost en onderdak bij het bejaarde tuinders-echtpaar Willem ROEM (1826-1907) en Antje VAN BEEK (1832-1905). Willem Roem is de 70 gepasseerd en Antje ook al 65-plusser, wanneer ze de 22-jarige kostganger in huis nemen. Ze hebben zelf twee zonen, Nicolaas en Christiaan, die al getrouwd en uit huis zijn, hoewel ze misschien nog in de tuinderij werken. En ze hebben een dochter, Neeltje, die 17-11-1871 is geboren, toen vader Willem 45 was en moeder Antje 39. Dochter Neeltje, 25 jaar, had “de ware” nog niet gevonden en woonde nog bij haar ouders.

Het nuchtere feit is dat Bonne en Neeltje aardigheid in elkaar kregen. Toen dit bekend werd (“verloving”), hield het wel in dat Bonne snel naar een ander kosthuis moest uitwijken (te Maassluis), want in het gereformeerde Naaldwijk was de sociale controle zeker groot en twee verloofden onder één dak kon niet door de beugel. Een huwelijksdag werd gepland, zaterdag 1 september 1900, en Bonne kon daarna weer intrekken bij de Roems. Zoals hierboven gemeld maakten de ouders van Bonne vanuit Heerenveen niet de verre reis naar Naaldwijk om bij het huwelijk aanwezig te zijn.

Het huwelijk tussen Neeltje en kleermaker Bonne was geen moetje. Maar na tien maanden al, 29-6-1901, is er het eerste kind. Een dochter die naar Bonnes moeder Hiltje wordt genoemd. Binnen acht jaar volgen nog vijf andere kinderen: de dochters Antje en Janna, de zoon Willem (30 april 1906, kw 2), de dochter Willemien en de zoon Jan Wolters (7 januari 1909). Moeder Antje VAN BEEK overlijdt 28 maart 1905 en vader Willem ROEM 8 mei 1907.

Dat Willem ROEM in de tijd dat Bonne als kostganger bij hem in huis kwam, (nog) een renderend tuindersbedrijf had, is onwaarschijnlijk. Rond die tijd schakelen jongere en kapitaalkrachtige ondernemers in het Westland over naar grootschalig tuinieren in kassen of warenhuizen. Die omslag werd door de ROEM-familie niet meer meegemaakt. “Vakantie was er niet bij voor het tuindersgezin. Een dagje naar het strand misschien of naar de stad, als de tuin het toeliet. Alleen in de winter, als het rustig was op de tuin, was er meer tijd voor nutteloze bezigheden, zoals schaatsen. Voor de rest was het leven: werken, bidden, eten en slapen.” In 1985 wijdde het Westlands Streekmuseum te Naaldwijk een tentoonstelling aan het leven van Westlandse tuindersvrouwen in de periode 1920-1940. Dat is de periode “na Neeltje” maar in haar tijd zal het niet anders zijn geweest. In de publiciteit rond genoemde tentoonstelling kreeg de hardheid van het bestaan van de tuindersvrouwen bijzondere nadruk. Gesteld werd dat rangen, standen en godsdiensten een grote rol speelden. Katholiek tuinde bij katholiek, gereformeerd bij gereformeerd. Het aantal kassen en schoorstenen bepaalde positie en huwelijkskansen. Had je geen schoorstenen, dan was je “van de koude grond”. Voor de tuindersvrouwen waren huishouden en moederschap de voornaamste taken, aldus het verhaal. Maar de tuin moest daarmee worden gecombineerd. Als de druiven gekrent moesten worden of de tomaten gehobbeld, gingen de kinderen mee de kas in. Eén in de buik, eén aan de borst en eén in de box, was het moederpatroon. “Met carbid en water werden de klompen voor de zondag wit geschuurd. Je werd moe van het stampen van de was in de tobbe. Vierhonderd keer stampen voor de witte was. Vierhonderd keer voor de bonte. Vierhonderd keer voor de donkere was. En dan nog een keer. In de avonduren moest het vele verstelwerk worden gedaan.”

Het klinkt niet vrolijk. Hoewel we mogen aannemen dat het niet allemaal en altijd zwaar en ellendig is geweest.

De ROEM-voorvaderen zijn niet van oorsprong tuinders. Dat we Willem Roem als tuinder te Naaldwijk kennen, heeft met de vrouwelijke lijn te maken gehad. Want zijn vader Nicolaas Roem (1799-1834) was vlassersknecht en overleed op jonge leeftijd. En zijn grootvader Pieter Roem (1760-1810), die 49 jaar werd, was geboren te Charlois (Rotterdam). Geen Westlander dus. Pieter trouwde 1791 te Naaldwijk met Johanna Wijnandts (1766-1853), een jonge telg uit het huwelijk van Adrianus Wijnandts (Weyland) en Elisabeth Valstar. Met de VALSTAR-lijn heb je zeker wel met Naaldwijkse tuindersgeslachten te maken, tot op de dag van vandaag. Maar de relatie tussen Willem Roem en de familie van zijn overgrootmoeder, Valstar, het tuinders-actieve deel daarvan, zal niet (of nauwelijks) meer hebben bestaan.

Zijn vader Nicolaas, vlassersknecht, overleed toen Willem Roem 8 jaar oud was. Willems moeder, Angenita Mulder, is 1801 te Den Haag geboren. Haar ouders gingen daarna wel in Naaldwijk wonen, maar kwamen niet uit het Westland. Van Albertina van Loon (1754-1825), de moeder van Angenita, staat vast dat ze te Buuren werd geboren, in de Betuwe dus. Albertina was weduwe te Den Haag, van ene Johan Middendorp (Mittendorf), toen ze met Willem Mulder trouwde. Albertina was 45 jaar toen dochter Angenita ter wereld kwam. Ze wordt 70 (ovl 6-2-1825 te Naaldwijk) en wordt dan “doopvrouw” van beroep genoemd. Misschien is vroedvrouw bedoeld. Willem Mulder overlijdt te Naaldwijk 8 weken na zijn echtgenote (8-4-1825).

Hoe komt de voornaam WILLEM in de VANDERHOEK-familie? Die voornaam is aan Willem Mulder te danken, de schoonvader van Nicolaas Roem. Wanneer ruim 12 maanden na het overlijden van Willem Mulder uit het huwelijk van Nicolaas en Angenita een jongen wordt geboren (3-5-1826), wordt deze niet Pieter genoemd, naar de vader van Nicolaas, maar WILLEM. Naar de vader van Angenita. Deze Willem is dus Willem Roem (1826-1907) geworden, naar wie in 1906 de eerste zoon van Bonne Van der Hoek en Neeltje Roem wordt genoemd: Willem Van der Hoek (1906-1961).

Na het vroege overlijden van Nicolaas Roem is Angenita Mulder voor een tweede keer getrouwd. De nieuwe echtgenoot (stiefvader van Willem Roem) is Pieter van Dijk. Het kan zijn dat via hem Willem aan het tuindersbedrijf(je) kwam. Maar dit weten we nog niet zeker.

Naast de ROEM-voorfamilie had Neeltje Roem via haar moeder Antje VAN BEEK (1832-1905) een tweede voorfamilie. Ook dit waren geen tuinderfamilies, maar eerder tuindersknechten. Antje was dochter van Christiaan van Beek en Neeltje van Leeuwen. De naam van de vader van Christiaan wordt Jacobus van der Beek geschreven, geboren in Den Haag, in 1779 getrouwd met de uit ’s Gravenzande afkomstige Geertruy Laarman (1747-1789). Zij wonen te Naaldwijk waar Geertruy op jonge leeftijd trouwde met J.T.Heijnechius. Ze is weduwe en 31 jaar wanneer ze met Jacobus van der Beek trouwt. Uit dit huwelijk wordt Christiaan geboren. Geertruy overlijdt in 1789 en Christiaan krijgt daarna met een stiefmoeder te maken. Neeltje van Leeuwen, de moeder van Antje van Beek, is dochter van Arend van Leeuwen, arbeider te Monster (Westland), en Antje Vreugdenhil. Laatstgenoemde Antje is een telg uit de VREUGDENHIL-familie die, zoals bovengenoemde VALSTAR-familie, door de tijd heen een bekend tuindersgeslacht te Naaldwijk bleef. Maar dat de latere Willem Roem van deze “oude” connecties kon profiteren, is onwaarschijnlijk. De familiebanden waren zeker niet nauw genoeg. En de bekwame tuinders waren vermoedelijk al een eigen tak geworden.

Hoe komt de voornaam NEELTJE in de VANDERHOEK-voorfamilie? Zowel de voornamen WILLEM als NEELTJE zijn vernoemingen vanuit het Westland, van ROEM-kant om het simpel te houden.

Na het overlijden van (schoon-)vader Willem ROEM blijven Bonne en Neeltje te Naaldwijk wonen. Twee kinderen (Willemien en Jan Wolters) worden nog geboren. Zes kinderen hebben ze nu. Bonne oefent zijn beroep van kleermaker uit, wat hem hooguit een karig inkomen oplevert. In 1914/1915 begint het waarschijnlijk helemaal nijpend geworden. Om Nederland heen woedde een grote oorlog (de “Eerste Wereldoorlog”) en je kunt je indenken dat voor een wat ouderwets ingestelde kleermaker het aantal goede klanten behoorlijk minderde. Volgens zijn latere schoondochter Elizabeth DE JONG (kw 3), voor haar huwelijk zelf als naaister werkzaam, was schoonvader Bonne “niet een echte kleermaker”. Zij kon het misschien beoordelen. En we weten achteraf dat het voor Bonne geen vrije beroepskeuze was geweest.

Heerenveen

In januari 1916 wordt Bonne te Naaldwijk failliet verklaard. Het faillissement wordt in juni 1916 opgeheven, maar Bonne is inmiddels met heel zijn “Hollandse” gezin al in Heerenveen gaan wonen en blijft daar. De verhuizing vindt begin 1916 plaats. Neeltje (nooit in Friesland geweest) is 45, Bonne 41. Van de zes kinderen (ook nooit in Friesland geweest) is Hiltje, de oudste, 15 jaar en Jan, de jongste, 6 jaar. Het gezin wordt opgevangen te Terband bij pake Jan Wolters VAN DER HOEK (1835-1927, kw 8) die 81 wordt op 6 april 1916 en diens dochter (Bonnes oudste zuster) Grietje Jans VAN DER HOEK, getrouwd met Geert FONK. Grietje is 46, Geert 52, ze hebben samen een eigen gezin. Beppe Hiltje Jans LUKKES (1840-1915, kw 9) is in het jaar ervoor, 12-8-1915 (een donderdag), 75 jaar oud, overleden. Pake Jan, zijn hele leven arbeider geweest, is inmiddels “zo krom als een spijker” (sa krom as in spiker). Hij wordt overigens wel 92.

Na enkele maanden (of weken?) te Terband wordt geregeld dat Bonne met gezin intrekt bij omke Freerk in Het Meer, beoosten Heerenveen. Oom Freerk Wolters VAN DER HOEK (1832-1925) is oudere broer van Jan, Bonnes vader. Freerk is 25 april 1916 84 jaar geworden, sinds 1901 weduwnaar, zonder kinderen. Hij woonde in Het Meer op het erfje tegenover de vroegere Asbrug. Daar woonde hij de latere jaren samen met zijn broer Bonne Wolters VAN DER HOEK (1828-1914) die steeds ongehuwd was gebleven. Maar sinds 11-12-1914 woonde hij er weer alleen, want toen overleed Bonne, 86 jaar oud. Binnen het familieberaad en oom Freerk stemde toe (bood het misschien ook aan), wordt geregeld dat Bonne en Neeltje met kinderen (tijdelijk) bij Freerk in Het Meer gaan wonen. Te Heerenveen vindt inmiddels nieuwbouw plaats ten westen van Dracht en Gedempte Molenwijk. Bonne wordt ingeschreven voor een huurwoning aan de Van Dekemalaan, die in 1918 wordt opgeleverd. In de tussentijd is het bivakkeren in het kleine huisje bij de Asbrug van oom Freerk. Voor de “Hollandse” Neeltje schijnt het vooral een lijdenstijd te zijn geweest. De hoogbejaarde Freerk was uiteraard niet proper genoeg. Als toppunt van schandelijkheid is verteld dat hij ’s ochtends zijn piespot omspoelde in de regenton. Omdat er toen nog geen gemeentelijke waterleiding bestond, was de regenton ook voor koken, drinken en wassen nodig. Misschien deed hij dat in het begin, een paar keer. Neeltje kon stampij maken. Daarna spoelde hij de pot misschien niet meer om of gebruikte hij toch maar de voor het huis langsstromende vaart. Een andere mogelijkheid is dat hij de jonge, inwonende neefjes (Willem en/of Jan) dan wel nichtjes inschakelde voor dit spoelkarwei (moeder Neeltje: “Blijf van die pot van oom Freerk af…!?”).

In de door latere schoondochter Elizabeth DE JONG (1910-1989, kw 3) vertelde verhalen kwam de afschuw die Neeltje in Het Meer opdeed primair. Lyske had het van horen zeggen, want maakte het zelf niet mee. Schoonmoeder Neeltje luchtte achteraf haar hart. Overigens is in die verhalen sprake van “twee hoogbejaarde vrijgezelle broers” die als viespeuken hun leven sleten. Dat klopt niet. De oom Bonne was al anderhalf jaar overleden voor Neeltje in Het Meer kwam wonen. Alleen oom Freerk woonde er en hij was langdurig getrouwd geweest (met zijn nichtje Aafke KROM, geen kinderen). Positief punt: Freerk bood onderdak aan het drukke gezin en hij liet de Friese staartklok na die bij Bonne en Neeltje, en later bij Willem en Lyske, als pronkstuk in de kamer hing.

Van Dekemalaan, Heerenveen

Toen Bonne (nu met gezin) terugkwam in Heerenveen (Terband/Het Meer), ging hij er prompt weer als kleermaker aan de slag. Via oude contacten lukte dit wel. Inmiddels was de confectiezaak van VAN DER KAM flink gegroeid en Bonne kon daar allerlei opdrachten voor maat- en verstelwerk vandaan halen. Bonne mengde zich vrij direct na terugkomst ook volop in het verenigingsleven, - een gewoonte die hij misschien al in het sterk georganiseerde, christelijke Naaldwijk had aangeleerd. We zien hem naar voren komen in verenigingen op gereformeerde grondslag (zoals de zondagsschoolvereniging) en in vakbondswerk idem (Patromonium, later CNV).

Al in 1916 wordt de naam van B.v.d.Hoek gemeld in de vergaderingsnotulen van de evangelisatievereniging “De Zaaier”, die in de plaats was gekomen van de eerdere zondagsschoolvereniging “Jachin”. De notulen van maandag 4-12-1916 melden dat hij de toen gehouden vergadering mag afsluiten. Met dankgebed, zoals gebruikelijk. Op vrijdag 12-1-1917 houdt hij een inleiding over de bruiloft te Kana (volgens het bijbelverhaal veranderde Jezus bij die bruiloft water in wijn). De inleiding viel bij de vergaderaars erg in de smaak. Er volgde “een vrij levendige discussie”. Waarschijnlijk liet Bonne zich vrij snel inschakelen als onderwijzer op de zondagsschool (te Het Meer?), hoewel dit uit de bewaard gebleven notulen niet blijkt. Van na 1917 geen notulen. Bonnes zoon Willem was in de jaren na 1935 een gewaardeerde verhalenverteller op de zondagsscholen (o.a. te Oranjewoud).

Wanneer de nieuwbouw-huurwoning aan de Van Dekemalaan in west-Heerenveen beschikbaar komt, wordt het onderkomen in Het Meer snel verlaten (oom Freerk blijft er wonen, hij wordt 92 en overlijdt, in alle properheid want niet thuis, op vrijdag 6 maart 1925). Bonne oefent zijn beroep veelal uit, zittend in de achterkamer van de huurwoning, op de tafel, vaak vol grappen en grollen. Per maandag 30-6-1919 wordt hij gekozen tot secretaris van de Christelijke Besturen Bond te Heerenveen en Omgeving. Via de CBB organiseerden zich de besturen van diverse christelijke vakbonden. Bonne vertegenwoordigde de “christelijke kleermakers”. Uit het CBB ontwikkelde zich later het CNV (Christelijke Nationaal Vakverbond). Met “christelijk” werd in die tijd vooral de gereformeerde richting bedoeld. De aanhang in regio-Heerenveen was en bleef bescheiden.

Bonne wordt per 30-6-1919 niet alleen benoemd tot CBB-secretaris te Heerenveen. Hij krijgt ook de opdracht om op de volgende algemene vergadering een inleiding te houden over “De Arbeidswet van Minister Aalberse.” Deze wet, invoering van de 8-urige werkdag, werd 12 dagen later, 11-7-1919, door het parlement goedgekeurd. Bonne heeft de inleiding niet meer hoeven te doen, zo mogen we aannemen. Van een algemene vergadering is in volgende bestuursnotulen, door Bonne als secretaris geschreven, geen sprake.

In de bestuursvergadering van maandag 25-8-1919 gaat het hoofdzakelijk om praktische punten: “Voorlezing geschiedt van de circulaire, welke zal worden gezonden aan verschillende werkgevers. De vergadering kon instemmen met de inhoud. 7 ex waren reeds aanwezig, een lijst van werkgevers wordt opgemaakt, aan wien een circulaire zal worden toegezonden. Verder wordt besloten aan de gemeenteraad te verzoeken met het oog op de duurte, evenals den vorigen winter, goedkoope klompen te doen verstrekken aan huisgezinnen, die daarvoor in aanmerking kunnen komen. Verder het steuncomité weer te doen vormen, daar dit beter werkt dan de armbesturen. Tenslotte als 3de punt zoo mogelijk werk verschaffen. Deze voorstellen aan B en W op te zenden nog in deze zelfde week. Daarna werd overgegaan tot rubricering der lijsten, daarop kwamen voor 22 namen van landarbeiders. Besloten werd ons in verbinding te stellen met het Hoofdbestuur der Land- en Tuinbouwbond om een spreker te zenden, om hier een afd. op te richten. Deze verg. te doen houden met lichte maan. Voorts een afd. te trachten op te richten van personen in publieken dienst. Terwijl de voorz. persoonlijk met de fabrieksarbeiders in bespreking zal treden, opdat deze zich ook organiseeren. Aan ds. Hummelen een verzoek te richten, om het nut te bepleiten eener organisatie onzer dienstboden. Tenslotte werd nog besloten de verpleegsters uit te noodigen tot eene samenkomst met de Christ.Best.B., waarop ook ds. Hummelen uitgenoodigd zal worden. De voorz. zou persoonlijk zich in verbinding stellen met de directrice van ’t Ziekenhuis, zuster Dijkstra, wanneer deze samenkomst het beste gehouden kon worden. “

Volgens het notulenboekje vindt de volgende CBB-bestuursvergadering drie maanden later plaats, maandag 17-11-1919. Secretaris Bonne Van der Hoek kan niet aanwezig zijn. De waarnemend secretaris B.de Jong meldt:

“De Voorz. deelt mee, dat van B en W der Gem Schoterland geen voorstel is te wachten inzake bestrijding der werkeloosheid. De Rechtsche Raadsfractie zal trachten met een plan te komen. Er is evenwel toch iets bereikt. In de laatstgehouden Raadsverg. van Schoterland is besloten dat aan leden van gezinnen welke niet zijn aangeslagen in den H.O. (boven de 13 jaar) op 2maal 1 paar klompen een toeslag wordt gegeven van 30 cent. Deze maatregel vordert eene uitgaaf van plm. F 4800,=. Is besloten eene aanschrijving te richten tot de Diaconie der Gerf Kerk en die der N.H. om zoo mogelijk armoede te leenigen of en te voorkomen. Een Commissie is gevormd (n.l. de Heeren A.Idzenga en W.de Groot) om zich in verbinding te stellen met de HH N.Bakker, W.v.Riezen en Th.Leenes, teneinde te trachten een plaatselijk Steuncomité in ’t leven te roepen. Naar aanleiding eener conferentie met het Bestuur der Chr.Dienstbodenorganisatie werd besloten eene circulaire te laten drukken waarin vooral de nadruk werd gelegd op de noodzakelijkheid van hooger loon in verband met de tijdsomstandigheden. Deze circulaire was meteen bedoeld als convocatiebrief voor een binnenkort te houden vergadering der dienstboden. Met de landarbeidersorganisatie loopt het niet erg vlot. Er is nog geen definitief Bestuur gekozen. In hoeverre in dezen reactionaire krachten van invloed zijn is nog niet duidelijk gebleken; maar wel zal getracht worden de zaak door te zetten. Eveneens zal getracht worden een afd. op te richten van de Chr. fabrieksarbeiders. Daartoe zal de Secr zich in verbinding stellen met den Heer S.Veltman te Bolsward. Aangezien vr. Veltman zich den laatsten tijd in onze plaats H’veen met deze zaak heeft beziggehouden, acht het Bestuur het niet ondienstig eens eene verg. uit te schrijven, waar genoemde Veltman als spreker zou kunnen optreden.”

De volgende vergadering, woensdag 31-3-1920, en die daarna, worden weer door Bonne Van der Hoek genotuleerd. De organisatie komt maar heel gebrekkig of niet van de grond. In een vergadering augustus 1921 ten huize van de voorzitter wordt B.v.d.Hoek benoemd tot lid van het Provinciaal Comité der C.B.B.

Over de periode hierna kunnen we ons niet meer op notulen van bestuursvergaderingen beroepen. Die zijn niet bewaard (voorzover door ons te overzien). Iemand anders dan B.v.d.Hoek nam de taak over. Bonne bleef zeker actief. Volgens zijn latere schoondochter werd hij in delen van de gereformeerde kring wel “de rooie” genoemd (een halve of hele socialist), vanweg zijn vakbondbemoeienis. Er zijn aantekeningen waaruit blijkt dat hij de verkiezingsuitslagen in Heerenveen (na invoering algemeen kiesrecht) scherp in de gaten hield en ook adresbezoek deed bij mogelijke stemmers voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). De ARP (Kuyper, Talma, Colijn) had haar aanhang vooral in de gereformeerd-kerkelijke richting en bleef daardoor in Schoterland/Heerenveen van bescheiden omvang. Eén zetel in de gemeenteraad was al erg mooi. Bonne maakte het niet meer mee dat zoon Willem na 1945 via de ARP-lijsr lid werd van deze raad, toen de partij drie zetels veroverde.

De “emigratie” in 1916 naar Friesland was ook voor de kinderen van Bonne en Neeltje natuurlijk een fikse verandering. De Friese taal kreeg niemand van hen nog goed onder de knie (in huis werd Hollands gesproken). De drie oudste meisjes, Hiltje, Antje en Janna, zijn niet meer leerplichtig en kunnen werkjes gaan doen. Waar nodig hun vader helpen bij de kleermakerij, kwam voor (vooral Hiltje). Willem, Willemien en Jan moeten de lagere school in Heerenveen voltooien. Willem en Jan volgen daarna nog MULO-onderwijs. Wanneer Jan op donderdag 23-7-1925 zijn MULO-A diploma krijgt uitgereikt, zijn Bonne en Neeltje “uit de schoolgaande kinderen”. Willem krijgt een baan als jongste bediende bij de bank van de Gebr.Mispelblom aan de Lindegracht te Heerenveen, maar verliest deze betrekking wanneer na de beurs-crash van 1929 de economie in elkaar stort en de “crisisjaren” van de 20ste eeuw beginnen. Hij is 23 en enkele maanden zonder werk. In 1930 doorstaat hij de test en krijgt de functie van akten-schrijver bij het Heerenveense kantoor voor hypotheken en kadaster. Hij wordt ambtenaar. In 1929 werd Jan 20 en moest in militaire dienst (Willem ontsprong de dans – tot 1936 bestond nog het conscriptiesysteem met lotnummers). Jan had na zijn MULO-diploma administratieve banen gehad en wordt tijdens zijn diensttijd geplaatst bij de kaderopleiding Militaire Administratie. Hij verlaat de dienst als (reserve-) opperwachtmeester bij de Militaire Administratie. Daardoor was het voor hem niet al te moeilijk om, na beeindiging van de kazerneperiode, een baan te vinden bij de Belastingdienst. Ook Jan werd dus ambtenaar. Eerst te Stadskanaal (Groningen), daarna te Gorredijk dat hij vanuit Heerenveen per fiets kon bereiken. Het aantal thuiswonende kinderen verminderde natuurlijk gaandeweg. In 1928 trouwt dochter Antje (25) met de jonge kapper Johannes SPIERING (24, “oom Johan”). Johannes was te Heerenveen in de leer, maar geboren en opgegroeid in Winschoten (Groningen) als zoon van de in Assen geboren Pieter SPIERING en de in Midwolda geboren Grietje STEK. Hij was dus netzomin als Antje een Fries-prater. In 1929 wordt de zoon Pieter SPIERING geboren, Neef Pieter zal als enig kind uit dit huwelijk in leven blijven. Na hem worden twee meisjes (die Neeltje hadden kunnen heten) dood geboren. In 1933 en 1937, oma Neeltje maakte dat nog mee. In 1935 kan oom Johan een kapperszaak overnemen aan de Stationsweg te Drachten. Dat wordt verder hun plaats van vestiging. Dochter Janna trouwt ca 1930 (beiden in 1904 geboren) met Siebren WEERMAN, zoon van achterbuurman Wybe WEERMAN, in Noordwolde (Weststellingwerf) geboren, en Miep (Maria Elisabeth) RUSCH, geboren in Willemsoord (Overijssel). Ook van origine geen Fries-praters. Siebrens vader Wybe kreeg de familienaam WEERMAN van de kant van zijn moeder, die 20 jaar was en ongehuwd toen hij in 1858 werd geboren. Hiltje Wybes WEERMAN vertrekt met hem naar Heerenveen, waar ze in 1865 trouwt met Siebren DE JONG. De Weermannen waren een Noordwolds bakkersgeslacht. Wybe is in Heerenveen bierbottelaarsknecht, winkelbediende, pakhuisknecht, apothekersknecht en tenslotte broodventer. Siebren en Janna verhuizen naar Den Haag, waar ze aan het Frankenslag een kruidenierswinkel beginnen. Oudste dochter Hiltje trouwt wat later dan de andere twee en jongste dochter Willemien trouwt niet. Hiltje trouwt met de relatief jonge weduwnaar (hij is van haar leeftijd, brengt kinderen mee uit het eerste huwelijk) Willem Carel FABER en gaat in Kollum wonen. Oudste zoon Willem is 28 wanneer hij donderdag 21-6-1934 trouwt met Elizabeth DE JONG (24). Het huwelijk was ongeveer een jaar uitgesteld door ziekte van Willem.

In 1937 wonen Bonne en Neeltje aan de Van Dekamalaan met alleen Willemien en Jan (weer) in huis. Jan rijdt dagelijks naar Gorredijk heen en terug (per fiets of bij slecht weer met de tram). Op 15 november 1937, twee dagen voordat ze 66 zou zijn geworden, overlijdt plots Neeltje ROEM. Het aantal kleinkinderen waarvan ze “opoe” zou worden, werd uiteindelijk 24, maar bij haar overlijden waren er nog maar 5. Waaronder de zoontjes Bonne (1935) en Klaas (1936) van Willem & Elizabeth het dichtst in de buurt (Van der Sluislaan). Bonne koopt een dubbelgraf op de nieuwe begraafplaats aan de Binnenweg tussen Heerenveen en Oranjewoud. In het rechterdeel wordt Neeltje bijgezet. Uit overlijdensakte Heerenveen 1938 betreffende Neeltje Roem: “Tjeerd HOEKSTRA, 54 jr, aanspreker wonende te Heerenveen,(verklaarde) dat op 15 november dezes jaars des n.m. te zeven uur te Heerenveen is overleden: Neeltje Roem, oud 65 jr, z.b. geboren te Naaldwijk, wonende te Heerenveen, gehuwd met Bonne Van der Hoek, dochter van Willem Roem en Antje van Beek, beiden overleden.” Op dinsdag 24 januari 1939 trouwt de jongste zoon Jan Wolters (30) te Benedenknijpe met Mintje HIEMINGA (24, “tante Minny”), dochter van Jan HIEMINGA, hoofdonderwijzer van de chr.school te Benedenknijpe, en van Klaaske VAN DER LAAN. Jan Hieminga was timmermanszoon uit Huizum/ Leeuwarden, Klaaske slagersdochter uit Heerenveen. Jan Wolters moest voor zijn dagelijkse fietstochten naar en van Gorredijk door Benedenknijpe en zo viel zijn oog op Mintje. Jan en Mintje gaan te Gorredijk wonen (Molenwal 154) en na ruim een jaar te Oosterwolde, toen Jan naar het belastingkantoor aldaar werd overgeplaatst. In Gorredijk wordt de zoon Jan geboren (woensdag 8 november 1939). In Oosterwolde de dochters Neeltje (zondag 22-6-1941) en Klaske (dinsdag 22-9-1942). Later ook nog Minny (vrijdag 20-7-1945) maar dan is Jan Wolters al naar Duitsland weggevoerd en daar overleden.

Een eerder overlijden moet hier eerst worden genoemd. Dat van opa Bonne. Na de dood van Neeltje (1871-1937) en het vertrek van jongste zoon Jan Wolters, woont Bonne nog alleen met jongste dochter Willemien in het huis aan de Van Dekemalaan. Gaandeweg begint hij meer last te krijgen van de oude kwetsuren die hij als 8-jarige bij het ongeval met de tram had opgelopen. Dankzij de technische vooruitgang hoeft hij niet compleet terug naar “de krukken”. Hij krijgt via de kinderen een stoelfiets waarmee hij zich (“trappend met de handen”) in het verkeer kan begeven. Bonne en Willemien verhuizen van de Van Dekemalaan naar een huisje aan de Burg.Falkenaweg te Heerenveen, recht tegenover het gebouw van de Gereformeerde kerk. Willemien is werkzaam in de zorg en brengt zo een eigen inkomentje in. Zoon Willem met gezin (inmiddels 5 kinderen: Bonne (1935), Klaas (1936), Neeltje (1938), Fokje (1939) en Jan Wolter (1941)) woont 1.5 kilometer zuidelijker aan de Van der Sluislaan te Oranjewoud. Willem moet elke dag te fiets langs de Burg.Falkenaweg van en naar zijn werk op het hypotheekkantoor. Bonne redt zich nog goed in de contacten. Maar een trombose in de benen wordt hem toch noodlottig. Op 1 mei 1943 overlijdt hij (nog) vrij onverwacht, 68 jaar oud. Hij wordt begraven naast Neeltje in het dubbelgraf op de begraafplaats aan de Binnenweg (nog steeds aanwezig). 
Verdere verhalen over en rond Bonne & Neeltje kunnen nog volgen. Zie betreffende hun kinderen en aangetrouwden nog de betreffende hoofdstukken in dit verslag.
 Kinderen uit het huwelijk van BONNE VAN DER HOEK (1875-1943) en NEELTJE ROEM (1871-1937):

Hiltje VAN DER HOEK

Geboren 29-6-1901 te Naaldwijk, overl. 28-3-1978 te Kollum (Fr), 76 jaar oud, trouwt Willem Carel FABER, geb. 3-11-1903 te (?), overl. 11-2-1978 te Kollum.

Oom Wim was (jonge) weduwnaar met uit eerste huwelijk twee zonen (Ulbe en xx). Uit huwelijk met Hiltje wordt een zoon Bonne geboren.

Antje VAN DER HOEK

Geboren 28-10-1902 te Naaldwijk, overl 2-3-1983 te Drachten, 80 jaar oud, trouwt in 1928 te Heerenveen met Johannes SPIERING, geb. 31-7-1904 in ‘de Groninger Ommelanden’, overl 11-12-1975 te Drachten, 71 jaar oud.

Johannes SPIERING is kapper(sleerling) en begint na 1935 een eigen kapperszaak aan de Stationsweg te Drachten. Voor die tijd oefent hij zijn beroep uit te Heerenveen. Ze wonen in het Aengwirdense gedeelte, waar op 16-9-1929 de zoon Piet(er) Spiering wordt geboren. Piet blijft het enige kind uit het huwelijk, twee dochters worden levenloos geboren. Op 31-8-1933 (Aengw 64) en te Drachten op 21-5-1937 (Small 79).

Zoon Piet trouwt met Miep VAN EE. Er worden in ieder geval drie zonen geboren (Johan, Anne-Willem, Peter-Johan). Piet en Miep verhuizen naar de provincie Utrecht. Pieter SPIERING overlijdt 5-7-2000, 70 jaar en tien maanden oud, echtgenoot van J.M. Spiering-Van Ee.

“Oom Johan”, de kapper te Drachten, werd 6 maanden ouder dan zijn zoon zou worden. Johan is aan vaderskant van Drentse afkomst, aan moederskant van Groningse (Ommelandse). Op 17-5-1900 trouwen te Winschoten (akte 29), Pieter Spiering, 26 jaar oud, geboren te Assen (Drenthe) en Grietje Stek, 27 jaar, geboren te Midwolda (Groningen). Vier jaar later wordt Johan te Winschoten geboren.

De STEK-familie is tot vroege generaties terug te vinden in en om het dorp Midwolda. Een familie van boerenarbeiders en dagloners in de streek die nog altijd geldt als communistisch bolwerk. Aardig om op te merken is dat een heel belangrijke voorman van de Nieuwe Communistische Partij Nederland (NCPN) anno nu, 2003, Koert STEK heet. We hebben dat niet nageplozen, maar hoogstwaarschijnlijk is hij ook een (latere) nazaat van dezelfde familie waaruit Grietje Stek, de moeder van Johan Spiering, stamde. “Oom Johan” zal geen communistisch partijlid zijn geweest, hoewel hij best felle standpunten wist in te nemen.

In het kort wat STEK-gegevens voor we naar de SPIERING-lijn overstappen: Rond 1800 woont te Midwolda het echtpaar Koert Berents STEK (arbeider/dagloner) en Albertien Jacobs MULDER. Op 15-7-1804 wordt er een dochter Grietjen Koerts STEK geboren. Een jongere dochter was vermoedelijk Beerentje Koerts STEK, die ons bekend is omdat ze 28-7-1849 te Midwolda als ongehuwde moeder een zoon krijgt die de naam Almt STEK krijgt. Ook een zoon Berend Koerts STEK is uit dit huwelijk geboren. Deze Berend Koerts STEK, boerenknecht/arbeider, is ca 1840 of ietsje eerderte Midwolda getrouwd met Jantje Tonnis SMIT. Ze krijgen in ieder geval een zoon Tonnis (ca 1843), een zoon Koert (25-12-1845) en een zoon Berend (ca 1849). De zoon Koert STEK trouwt 29-4-1877 (Beerta akte 10), 31 jr oud, met Martje BRONSEMA, 32 jr oud, afkomstig uit Westerlee (gemeente Scheemda), dochter van Bronno Bronnes BRONSEMA en Grietje Harms SCHORTINGHUIS. Martje was al weduwe van ene Hindrik Prins. De zoon Berend STEK trouwt 21-7-1873 (Finsterwolde akte 11), 24 jr oud, met Jantje (Willems) SMIT, 22 jr oud, afkomstig uit Finsterwolde, dochter van Willem Jurjens SMIT en Titia DRENTH. Na vroeg overlijden van deze Jantje Smit trouwt de zoon Berend Stek 14-1-1878 (Finsterwolde akte 1), 28 jr oud, weduwnaar, met Harmke DE BOER, 27 jr, afkomstig van Finsterwolde, dochter van Derk Hindriks DE BOER en Harmke Jans KEMPER. Tonnis (Berends) STEK, zoon van Berend Koerts Stek en Jantje Tonnis Smit, trouwt 22-10-1869 (Midwolda akte 20), 26 jr oud, met Geertje UFFEN, 23 jr, ook uit Midwolda afkomstig, dochter van Tjabering UFFEN en Bouke MENKEMA. Uit het huwelijk van Tonnis en Geertje zijn meerdere kinderen geboren, onder wie ca 1873 de dochter Grietje STEK, de moeder van Johannes SPIERING. Binnen de 19de eeuw dus achtereenvolgens vier generatienamen voor, wat deze kwartierstaat betreft, STEK “opgaat” in SPIERING: Koert Berents, Berend Koerts, Tonnis en Grietje Stek. Grietje STEK trouwt zoals hierboven gemeld 17-5-1900, 27 jr oud, te Winschoten met Pieter SPIERING, 26 jr oud, afkomstig van Assen.

Nu dan iets over de SPIERING-voorfamilie: Pieter Spiering, de vader van “oom Johan”, is 15-6-1873 te Assen geboren, zoon van Johannes SPIERING en Anna Maria ENGELS. Genoemde twee trouwden 29-4-1857 te Assen (akte 11, Pieter 35 jr oud, afkomstig van Assen, Anna 24 jr oud, afkomstig van Meppel) en kregen te Assen negen kinderen, van wie Pieter de op een na jongste was: Johannes, geb 29-3-1858 (Assen akte 50). Trouwt 21-5-1890 (Assen akte 43), met Henderika VAN SON, uit Smilde afkomstig, 30 jr, dochter van Elbertus VAN SON en Gezina Tik (?). Kinderen: Johannes (geb 1891, wordt 6 maanden), Gezina (geb 1892, wordt 5 jaar), Anna Maria (geb 1900 wordt bijna 5 jaar). Johannes SPIERING ovl 24-9-1929 (Assen 208), 71 jr, echtgenoot van Henderika van Son. Anna, geb 27-11-1859 (Assen akte 195) Johanna, geb 8-1-1862 (Assen akte 3) Adriaan Willem, geb 29-11-1863 (Assen akte 206) Geert, geb 28-12-1865 (Assen akte 196), ovl 9-7-1873 (Assen akte 76) Maria, geb 25-10-1868 (Assen akte 178) Jacobus, geb 24-1-1871 (Assen akte 18) Pieter, geb 15-6-1873 (Assen akte 121) Geert, geb 22-1-1876 (Assen akte 16). Na overlijden van de eerste Geert. Geert trouwt met Fokje VAN DER WOUDE. Hij overlijdt 14-9-1939, 63 jr oud. De aangifte van overlijden wordt 15-9-1939 te Assen gedaan (akte 204) en wordt 27-9-1939 door de burgerlijke stand van de naburige gemeente Rolde overgenomen (Rolde 22, “elders overleden”). Hij zal dus te Rolde woonachtig zijn geweest. Anna Maria ENGELS is 24 jr oud wanneer ze 29-4-1857 te Assen trouwt met Johannes SPIERING. Ze is dochter van Adriaan Willem ENGELS en Anna SCHUITEMA (ook SCHUITINGA geschreven). Werd 24-8-1832 te Meppel geboren. Wat we over haar ouders tot dusver tegenkwamen is dat ze minstens nog twee oudere dochters hadden. Een ca 1822 geboren Trijntje ENGELS en een in 1825 geboren Margaretha ENGELS. Laatstgenoemde werd slechts 14 maanden oud en ovl 8-7-1826 (Meppel akte 63). Trijntje Engels is 23 jr wanneer ze 5-11-1845 (Meppel akte 45) trouwt met de ook 23-jarige Jan Willem VAN VEEN, afkomstig uit Zwartsluis, zoon van Herm VAN VEEN en Anna VAN DER WEIDE. Verder is Adriaan Willems ENGELS, overgrootvader van “oom Johan” voor 1-6-1861 overleden. Want op die dag overlijdt de overgrootmoeder Anna SCHUITEMA (Meppel akte 64) als weduwe van hem. De overlijdensakte meldt dat deze Anna 60 jaar oud werd, dat ze dochter was van Geert SCHUITEMA en Trijntje MENSEN, en dat ze (ca 1801) in Groningen werd geboren. Was het een schippersfamilie. De SCHUITEMA-naam doet daar ook aan denken. Johannes SPIERING, grootvader van “oom Johan”, is 35 jaar oud wanneer hij met Anna Maria ENGELS trouwt. Hij is ca 54 wanneer het negende en laatste kind uit dit huwelijk wordt geboren. Deze Johannes werd geboren uit Johanna Johannes SPIERING, in 1821 dertig jaar oud en ongehuwd. De naam van de vader bestaat formeel niet. Johannes SPIERING krijgt de familienaam van zijn moeder, wordt zelfs compleet vernoemd met voornaam en al naar zijn grootvader aan moederskant. In deze kwartierstaat ontbreekt dus een vadersnaam en “oom Johan” had ook niet SPIERING geheten kunnen hebben. Johannes SPIERING ovl 26-2-1898 (Assen 30), ruim 76 jaar oud. Anna Maria ENGELS overlijdt het jaar erop, 10-6-1899 (Assen 82). Johanna Johannes SPIERING overlijdt 20-11-1855, 63 jaar oud (Assen akte 101). In de overlijdensakte wordt gemeld dat ze 13-3-1791 in de grietenij Weststellingwerf werd geboren en dan ben je in Friesland. Dochter van Johannes SPIERING en Barin Maria Christina BROUWER.

Tot zover hier betreffende de “kwartierstaat” van oom Johan Spiering, getrouwd met Antje Van der Hoek. Andere verhalen kunnen later nog komen. Omdat oom Johan een vrij tengere en kleine man was, bleef een “oude” anekdote bewaard. Zwager Willem Van der Hoek, pas 20, haalde te Heerenveen in de donkere steeg tussen Dracht en Van Dekemalaan een “grap” uit met de verliefden Johan en Antje. Hij gedroeg zich als een mogelijk agressieve dronkenlap. Waarbij de verschrikte, kleinere, Johan tegen Antje iets zei van: Verschuil je maar achter mij. Daar moest bij partijen in familieverband hartelijk om worden gelachen.

Janna VAN DER HOEK

Geboren 1904 te Naaldwijk, overleden na 1989 te Den Haag. Trouwt met Siebren (Sybren) WEERMAN. Ze verhuizen naar den Haag, waar oom Siebren een kruidenierswinkel overneemt aan het Frankenslag. Er worden vijf kinderen geboren: de zonen Wybe en Bob (=Bonne), en de dochters Miep, Jannie en Nellemiek.

Siebren WEERMAN is zoon van Wybe WEERMAN en Maria Elisabeth (Miep?) RUSCH. Wybe WEERMAN is 23-7-1858 geboren, zoon van de 20-jarige en ongehuwde Hiltje Wybes WEERMAN. De aangifte wordt gedaan door een tante van Hiltje: “Jantje Klazes WEERMAN, 54 jaar, inlandsche kraamster, te Noordwolde, verklaart dat 23 julij v.m. 5 uur te Noordwolde in haar bijzijn een kind van het mannelijke geslacht is geboren uit Hiltje Wybes WEERMAN, oud 20 jaar, z.b. wonende te Noordwolde, ongehuwd, aan welk kind zij verklaart de naam te geven van Wybe.”

Siebrens grootmoeder Hiltje Wybes WEERMAN, geb 9-3-1838, is jongste dochter van Wybe Klazes WEERMAN, 42 jaar oud, bakker te Noordwolde, en van diens echtgenote Antje Alberts BOVENKAMP. De Weermannen zijn minstens een eeuw lang bakkers geweest. Wanneer Wybe Klazes WEERMAN op 3-5-1827 te Noordwolde trouwt, is hij “31 jaar, bakkersknecht, geboren en wonende te Noordwolde, zoon van Klaas Gabriëls WEERMAN, bakker, en van Hendrikje Wybes SCHOTERKAMP”. Antje Alberts BOVENKAMP is dan “22 jaar, z.b., wonende en geboren te Noordwolde, dochter van Albert Louwes BOVENKAMP, accessor dezer gemeente, en van Ymmigjen Jans BERKENBOSCH, wonende te Noordwolde.” In de Militie-bijlage die de lichting 1815 betreft, wordt Wybe boerenknecht genoemd en Klaas arbeider te Noordwolde. Maar de Militie was niet zo nauwkeurig. In ieder geval was Wybe in 1827 tot geen dienst meer verplicht.

Siebrens betovergrootvader Klaas Gabriëls WEERMAN was volgens die akte dus ook (al) bakker. Deze Klaas Gabriëls neemt in 1811 te Noordwolde de familienaam WEERMAN voor vast aan en noemt dan de kinderen: Wybe (15 jaar, wonend te Boyl, buurdorp van Noordwolde; de Wybe Klazes WEERMAN hierboven genoemd, geb 29-5-1795 te Noordwolde) Froukjen (12 jaar, wonend te Oldeberkoop) Gabriël (9 jaar) Jantje (6 jaar; de Jantje Klazes WEERMAN die in 1858 aangifte doet van de kleinzoon van Wybe Klazes WEERMAN, de zoon van de ongehuwde Hiltje Wybes) Sake (4 jaar) Walle (2 jaar).

De familienaam WEERMAN was lang voor 1811 al in gebruik. In het trouwregister van de Hervormde gemeente Noordwolde-Boyl wordt huwelijk per 29-4-1735 vermeld tussen Daniël WEERMAN en Jantje Jacobs. En huwelijk per 13-10-1737 tussen Walle WEERMAN en Antje Hanzes. Deze twee, Walle en Antje, zijn de oudgrootouders van Oom Siebren geweest. Oudvader Gabriël WEERMAN trouwt 15-5-1763 met Froukien Claessen en betovergrootvader Claas WEERMAN 27-4-1794 met Hendrikje Wybes. De WEERMAN-naam staat al minstens sinds 1735 in de boeken te Noordwolde en zes van de zeven gezinshoofden die in 1811 in Friesland de familienaam WEERMAN aannemen, wonen te Noordwolde (de zevende woont in het naburige Makkinga).

Siebrens betovergrootmoeder Hendrikje Wybes SCHOTERKAMP overlijdt 21-12-1829, 55 jaar oud (WSW 152). In de lente van 1847 is het dubbele rouw in de bakkersfamilie te Noordwolde. Op 24 april overlijdt Klaas Gabriëls WEERMAN, 72 jaar oud, en drie weken later, op 11 mei, zijn zoon Wybe Klazes WEERMAN, 51 jaar oud. Klaas overlijdt in huis nr 180, Wybe in huis nr 169. In beide gevallen doet de gebuur Mijne Harmen BRIL, 72 jaar, aangifte. Bij Klaas samen met Klaas Hans Annes HEEREMA en bij Wybe samen met Sake Klazes HAVEMAN. Wanneer haar vader overlijdt is Hiltje Wybes WEERMAN 13 jaar. Zeven jaar later krijgt ze, ongehuwd, de zoon die Wybe WEERMAN gaat heten.

Siebrens overgrootmoeder Antje Alberts BOVENKAMP maakt het nog mee dat haar jongste dochter dit kunstje flikt. Antje BOVENKAMP, geb 17-8-1796 te Noordwolde, overlijdt 29-12-1864, 60 jaar oud (WSW 245). Zij maakt het niet meer mee dat deze dochter, inmiddels met kind naar Terband verhuisd, daar regulier trouwt met Sybren Pieters DE JONG. Dat gebeurt op 16-12-1865 en Hiltje is dan 27. Sybren is 26, geb 29-10-1839 te Nijehaske, zoon van Pieter Berends DE JONG en Sybrigjen Jans EBBES. Uit huwelijksakte van Sybren en Hiltje: “Sijbren Pieters DE JONG, 26 jr, schipper wonende te Nijehaske, zoon van Pieter Berends DE JONG, overleden in 1845, en Sijbrigjen Jans EBBES, z.b. wonende te Nijehaske. En Hiltje Wybes WEERMAN, 27 jr, dienstmeid wonende te Terband, dochter van Wybe Klazes WEERMAN en Antje Alberts BOVENKAMP, beiden overleden.” Dat oom Siebren, de kleinzoon van Hiltje, de voornaam Siebren (Sybren) kreeg, heeft hij te danken aan het feit dat zijn vader Wybe vanaf zijn 7de met Sybren Pieters DE JONG een (stief-) vader kreeg. Maar de achternaam werd niet DE JONG en bleef WEERMAN.

Hiltje kreeg verder kinderen met achternaam DE JONG: Pieter Sybrens De Jong, geb 11-9-1866. Sybren (26 jr) staat in de akte als schipper, wonende te Nijehaske. Antje Sybrens De Jong, geb 23-1-1868. Sybren (28 jr) staat in de akte als schippers-knecht te Nijehaske. Siebrigje Sybrens De Jong, geb 10-8-1871 (Haskerl 137). Sybren (31 jr), staat in de akte als pakhuisknecht, wonende te Nijehaske. Hierna ontbreken geboortemeldingen (in Friese bestanden), met uitzondering van een akte Aengwirden 1882 nr 1: geboorte van een levenloze dochter. Aangifte wordt gedaan door Wieger Geerts BOSMA (51 jr, omroeper) en Petrus Johannes DE VRIES (38 jr, klerk te Heerenveen). Geboorte in de Nieuwjaarsochtend om 2 uur. Sybren staat in de akte vermeld als commissionair te Heerenveen.

Er is nog een vraag over waarheen Sybren Pieters DE JONG en Hiltje Wybes WEERMAN met gezin na 1882 zijn vertrokken. We vinden hen verder in BS-registratie (Friesland) niet vermeld. Geëmigreerd naar de Verenigde Staten? Bij tweede huwelijk van Wybe WEERMAN (1889) staat vermeld dat zijn moeder te Heerenveen woonachtig is. Hiltje is dan 51. Waar overleed ze?

Om het Siebren-verhaal af te ronden: Zijn vader Wybe WEERMAN is 23-7-1858 geboren, buiten echt van Hiltje, hij krijgt haar familienaam mee. Hij gaat niet door in het bakkersberoep en wordt pas later in zijn leven “broodventer”. Hij trouwt eerst, 22-5-1887, met Bontje KOOPMANS, geb 1-12-1866 te Rottum, dochter van Gerke Gerrits KOOPMANS, 46 jr, arbeider te Rottum, en Sjoukje Roels STOKER. Uit het huwelijk van Wybe (29, apothekersbediende te Heerenveen) en Bontje wordt op 25-2-1888 te Heerenveen de dochter Hiltje WEERMAN geboren. Ruim een week hierna, 5-3-1888, overlijdt Bontje KOOPMANS, 21 jr oud. Uit de overlijdensakte: “Johannes OENEMA, 44 jr, pakhuisknecht te Heerenveen, en Dirk VAN DER MEER, 37 jr, timmerknecht te Heerenveen, hebben verklaard dat Bontje KOOPMANS, 21 jr, geboren te Rottum, wonende te Heerenveen, gehuwd met Wiebe WEERMAN, dochter van Gerke Geerts KOOPMANS, arbeider, en Sjoukje Roels STOKER, echtelieden wonende te Heerenveen, op den 5de maart v.m. te Heerenveen is overleden.” Wybe is 29 en weduwnaar. De dochter Hiltje blijft in leven en trouwt 28-5-1914, 26 jr, te Heerenveen, met Karel DE GRAAF, 22 jr, geb 17-1-1892 te Enkhuizen. De twee ontmoetten elkaar te Zutphen (Gldl) waar ook de huwelijks-afkondiging werd gedaan: “Karel DE GRAAF, 22 jr, letterzetter wonende te Zutphen, zoon van Albert DE GRAAF, vischhandelaar, en van Jantje TURKSTRA, beiden wonende te Enkhuizen. En Hiltje WEERMAN, 27 jr, zonder beroep, wonende te Heerenveen en onlangs te Zutphen, dochter van Wiebe WEERMAN, venter te Heerenveen, en van Bontje KOOPMANS, overleden.” Ze zijn in Zutphen gaan wonen. Wybe WEERMAN trouwt 26-5-1889 opnieuw (Schot 48). Uit zijn huwelijk met Maria Elizabeth RUSCH worden geboren: Een levenloze zoon, 14-6-1890 (Schot 190). Wybe staat als pakhuisknecht vermeld. Antje, 23-3-1896 (Schot 111). Wybe staat als apothekersknecht vermeld. Janna Pietronella, 7-5-1898 (Schot 141). Wybe is apothekersknecht. Een levenloze zoon, 11-2-1901 (Schot 26). Wybe is apothekersknecht. Siebren WEERMAN, geb 1904? Trouwt rond 1930 met Janna VAN DER HOEK.

Maria Elizabeth (Miep?) RUSCH is 24 jr wanneer ze met de weduwnaar Wybe WEERMAN (30 jr) trouwt. Ze is 2-5-1865 geboren in de Stellingwerven, te Willemsoord onder Steggerda, dochter van Jan Pieter RUSCH, 27 jaar, en Stientje WINTERS. Uit de huwelijksakte is op te maken dat Maria een tijdje in Amsterdam heeft gewerkt, misschien als dienstbode aan de grachten (de Amsterdamse gegevens melden “dienstmeid”). Het kan zijn dat ze er niet kon wennen. Uit de akte: “Wybe WEERMAN, 30 jr, winkelbediende, geboren te Noordwolde, wonende te Heerenveen-Aengwirden, zoon van Hiltje Wybes WEERMAN, z.b. wonende te Heerenveen, weduwnaar van Bontje KOOPMANS. En Maria Elisabeth RUSCH, 24 jr, zonder beroep wonende te Heerenveen-Schoterland, binnen de laatste 6 maanden gewoond hebbende te Amsterdam, dochter van Jan Pieter RUSCH, arbeider, en Stientje WINTERS, z.b., echtgenoten te Willemsoord. In de Militiebijlage bij de huwelijksakte wordt Wybe WEERMAN omschreven als (situatie 1879): “geboren te Noordwolde 23 juli 1858, wonende te Heerenveen, van beroep bierbottelaars-knecht, zoon van Hiltje Wybes WEERMAN, wonende te Heerenveen. “Is op 8 mei 1879 ingelijfd en uit hoofde van expiratie van dienst op 7 mei 1883 uit dienst ontslagen.” Kennelijk begon Wybe zijn carrière te Heerenveen als bierbottelaarsknecht, werd hij pakhuisknecht en vervolgens apothekersknecht, om tenslotte als broodventer te eindigen. Toen Bonne VAN DER HOEK (kw 4) met gezin aan de Van Dekemalaan kwam te wonen, werd Wybe één van de achterburen. Zijn zoon Siebren en Bonnes dochter Janna leerden elkaar zo kennen. Overlijden Wybe WEERMAN 1927: “Sander DE HOOP, 60 jaar, timmerman te Nijehaske, en Johannes DE HAAN, 77 jaar, z.b. te Heerenveen, verklaren dat op 2 april 1927 v.m. half één te Heerenveen-Schoterland is overleden Wybe WEERMAN, 68 jaar, broodventer, geboren te Noordwolde, wonende te Heerenveen, echtgenoot van Maria Elisabeth RUSCH, zoon van Hiltje Wybes WEERMAN, overleden.” Overlijden Miep RUSCH 1940: “Tjeerd HOEKSTRA, 54 jaar, aangever te Heerenveen, heeft verklaard dat op 8 september 1940 te Heerenveen is overleden Maria Elisabeth RUSCH, oud 75 jaar, z.b., geboren te Steggerda, wonende te Heerenveen, weduwe van Wybe WEERMAN, dochter van Jan Pieter RUSCH en Stientje WINTERS, beiden overleden.”

Willem VAN DER HOEK, geb. 30-4-1906 te Naaldwijk (kw 2). Trouwt 21-6-1934 te Joure/Heerenveen met Elizabeth DE JONG (kw 3).

Wilhelmina (Willemien) VAN DER HOEK

Geboren eind 1907 te Naaldwijk, vierde en jongste dochter van Bonne en Neeltje. Haar geboorte vindt plaats enkele maanden na het overlijden van haar grootvader Willem Roem (kw 10) en misschien dat ze om die reden de voornaam Wilhelmina kreeg. Willemien is acht jaar oud wanneer het gezin naar Heerenveen verhuist. Ze is 29 wanneer haar moeder Neeltje overlijdt. Willemien blijft ongehuwd en verhuist naar Den Haag en omgeving (zus Janna?). Ze is werkzaam in de zorgsector.

Jan Wolters VAN DER HOEK

Geboren 7-1-1909 te Naaldwijk, tweede zoon en jongste kind van Bonne en Neeltje. Hij is net zeven jaar oud wanneer het gezin naar Heerenveen verhuist. Volgt MULO-opleiding en krijgt 23-7-1925 het diploma A uitgereikt, met een 9 voor geschiedenis en een 8 voor natuurkunde. Daartegenover een 4 voor meetkunde en 5-jes (in die tijd nog voldoende) voor schrijven, Nederlands en Frans. Hij is hierna “op kantoor” gaan werken. In 1929 moet hij op voor militaire dienst. Hij komt terecht bij de kaderopleiding Militaire Administratie en verlaat de dienst als (reserve) opperwachtmeester Militaire Administratie. Een goede referentie voor een vaste baan bij de dienst der Rijksbelastingen. Hij begint in Stadskanaal (Gr), maar solliciteert met succes naar een functie in Heerenveen of omgeving. We vinden hem terug bij het belastingkantoor te Gorredijk. Op zijn fietstochten van Heerenveen naar Gorredijk (of per tram) komt hij Mintje Hieminga tegen, te Benedenknijpe. Jan is 30 jaar oud, wanneer hij 24-1-1939 met Mintje trouwt (kerkelijk huwelijk in de Gereformeerde kerk te de Knijpe).

Mintje HIEMINGA is dochter van de onderwijzer Jan HIEMINGA en van Klaaske VAN DER LAAN. Deze twee trouwden 22-11-1906: “Jan HIEMINGA, 27 jaar, onderwijzer, geboren te Spannum, wonende te Sassenheim, zoon van Wiepke Jans HIEMINGA, timmerman, en Mintje Bouwes VELLINGA, z.b., echtelieden wonende te Huizem. Klaaske VAN DER LAAN, 25 jaar, z.b., geboren en wonende te Heerenveen, dochter van Franke VAN DER LAAN, vleeschhouwer, en Rinskje BOSCHKER, z.b., echtelieden wonende te Heerenveen.” Jan HIEMINGA werd 3-8-1879 n.m. 1 uur te Spannum geboren, Klaaske 25-7-1881 te Heerenveen. Volgens de huwelijkse bijlagen was Jan bij huwelijk (november 1906) formeel nog in militaire dienst: “bij loting van 1899 voor de gemeente Leeuwarderadeel nr 24, (zo)dat hij op 7 maart 1899 is ingelijfd en nog is dienende (Leeuwarden 5 november 1906).” Niet dat hij in uniform rondbanjerde (dat was alleen tijdens de eerste maanden), maar hij moest zich oproepbaar houden. Noten: Geloot in Leeuwarderadeel en niet in Hennaarderadeel (Spannum), in 1906 wonend in Sassenheim, de Zuidhollandse bollenstreek.

De gemeente Sassenheim geeft voor bijlage bij de huwelijksakte een bewijs van gedane huwelijksafkondigingen: “Zonder stuiting zijn afgelopen de afkondigingen van het voorgenomen huwelijk van Jan Hieminga, 27 jaar, onderwijzer wonende te Sassenheim, en Klaaske van der Laan, 25 jaar, wonende te Heerenveen.”

De timmerman te Spannum, Wiepke Jans HIEMINGA, is 27 jaar wanneer hij de geboorte van Jan aanmeldt. Twee jaar later kan hij er de geboorte melden van een volgende zoon, Bouwe, geboren 3-10-1881. Die zoon Bouwe is vernoemd naar de grootvader van moederskant, namelijk Bouwe Minnes VELLINGA, getrouwd met Lijsbeth Klazes NOOITGEDACHT. Mintje VELLINGA is 12-3-1856 geboren (Baarderadeel akte 32). Zij trouwt 27-5-1876 met de timmerman Wypke HIEMINGA (Hennaarderadeel akte 23).

Dat oudste zoon Jan HIEMINGA in 1899 in Leeuwarderadeel wordt geloot voor Militaire Dienst geeft aan dat het timmermansgezin inmiddels naar die gemeente was verhuisd. We hebben dit verder nog niet gedocumenteerd. Melden hier dat Mintje Bouwes VELLINGA is overleden 13-10-1916 te Leeuwarden, 60 jaar, gehuwd (Leeuwarden akte 512) en timmerman Wypke HIEMINGA 28-6-1929, 77 jaar, weduwnaar (Leeuwarden akte 436), zoon van Jan Ulbes HIEMINGA en Trijntje Ulbes HOEKSTRA. Met de aantekening in de Leeuwardense akte dat de bejaarde Wypke te Benedenknijpe overleed. Waarmee we kunnen overstappen naar zijn zoon Jan HIEMINGA, onderwijzer te Benedenknijpe op dat moment, en Klaaske VAN DER VEEN.

Timmermanszoon Jan HIEMINGA volgde te Leeuwarden (?) de onderwijzersopleiding en vond een eerste plek (hulponderwijzer?) ver weg in Sassenheim. Van daaruit heeft hij wel kennis aan de slagersdochter Klaaske VAN DER VEEN te Heerenveen. Het hoe of wat is (nog) onduidelijk. Jan en Klaaske trouwen 22-11-1906 te Heerenveen, hij wonend te Sassenheim. Ze gaan ook in Sassenheim wonen. Daar wordt een dochter Rinskje geboren, vernoemd naar Rinskje Boschker, de moeder van Klaaske. Het meisje wordt 9 jaar en 11 maanden oud, overleden 30-7-1917 n.m. 6 uur te Benedenknijpe, “geboren te Sassenheim, wonende te Benedenknijpe.”

Jan is na te Sassenheim nog enkele jaren onderwijzer geweest te Harlingen, voordat hij zich te Benedenknijpe vestigt. Misschien zijn er andere bronnen, maar we melden hier dat in het register van de Burgerlijke Stand van de stad Harlingen begin 1910 drie geboorteakten tevens overlijdensakten zijn opgenomen, met exact dezelfde tekst: “Dirk DE VRIES, 58 jaar, aanspreker te Harlingen, Roelof NAUTA, 46 jaar, melktapper te Harlingen, verklaren dat Klaaske VAN DER LAAN, z.b., echtgenote van Jan HIEMINGA, onderwijzer, beiden wonende te Harlingen, is bevallen van een kind hetwelk door de aangevers als levenloos wordt aangegeven, op de 5e januari deze jaar den v.m. ten 2 uur alhier.”

Klaaske en Jan wonen 1910 te Harlingen en Jan is daar onderwijzer. Klaaske bevalt, naar het ambtelijk schijnt, van een drieling. In 1913 werd in Benedenknijpe de Christelijke lagere school gesticht. Zo kwam Jan HIEMINGA daar als onderwijzer terecht en werd Mintje HIEMINGA (tante Minnie) daar geboren.

Met een grote sprong over vele jaren heen, voor wat betreft Jan HIEMINGA en Klaaske VAN DER VEEN, komen we bij de datum 24-1-1939, uit familieberichten bekend, de datum waarop dochter Mintje trouwt met Jan Wolters VAN DER HOEK. Op 26-1-1939 is te Benedenknijpe de kerkelijke inzegening en het feest. Tijdens dat feest wordt door broer Willem een verzonnen nieuwsbericht voorgelezen.

Jan en Mintje gaan allereerst te Gorredijk wonen (Molenwal 154), maar na ongeveer een jaar wordt Jan overgeplaatst naar het belastingkantoor te Oosterwolde. In Gorredijk wordt zoon Jan geboren, te Oosterwolde de drie dochters Neeltje, Klaske en Minny:

Jan, geboren 8-11-1939 te Gorredijk. Neeltje, geboren 22-6-1941 te Oosterwolde. Klaske, geboren 22-9-1942 te Oosterwolde. Minny, geboren 20-7-1945 te Oosterwolde. Mintje is ruim 3 maanden in verwachting van dit volgende kind wanneer Jan door de Duitse bezetter wordt gearresteerd en vervolgens niet meer thuis komt.

Gearresteerd door Duitse bezetters 1945

Jan Wolters Van der Hoek wordt midden februari 1945 te Oosterwolde door een Duitse SS-groep gearresteerd en in de gevangenis bij Crackstate te Heerenveen opgesloten. Verhoord en zwaar mishandeld. Daar zijn uiteraard geen precieze meldingen van. Jan werd nog naar het SS-hoofdkwartier te Groningen afgevoerd en met vrijwel het laatste gevangenentransport per goederentrein naar Hamburg (Neuengamme) gebracht. Volgens een overgeleverd bericht wist een aantal gevangenen uit die trein te ontsnappen en vroegen ze ook Jan met hen mee te gaan, maar was hij door de mishandelingen daar fysiek al niet meer toe in staat. Kwam hij nog aan in het concentratiekamp Neuengamme? Misschien wel, misschien niet. In de naoorlogse jaren probeerde de organisatie Het Rode Kruis die als enige “toegang” had gehad tot de concentratiekampen uit te zoeken wat er met Jan was gebeurd. Zonder resultaat. Als sterkste vermoeden werd formeel na twee jaar vastgelegd (voor Mintje en kinderen was een overlijdensverklaring betreffende Jan nodig) dat hij rond 13-5-1945 bij Ludwigslust was overleden. Minder dan een week na de capitulatie van Duitsland en het einde van de oorlog. Want toen het gevangenentransport met Jan te Hamburg (Neuengamme) arriveerde, leefde Hitler nog (Hitler pleegde zelfmoord 30-4-1945 in een bunker te Berlijn toen het Russische leger vrijwel op zijn drempel stond), maar dat de Duitsers de oorlog gingen verliezen, was voor de meesten van hen toch wel duidelijk. Een Amerikaans legeronderdeel was Hamburg al dicht genaderd en het concentratiekamp Neuengamme werd door de SS al grotendeels ontmanteld en opgeheven (sporen uitwissen). Vanaf 12-2-1945 richtten ze daartoe een noodkamp in noordelijk van Ludwigslust, bij het dorpje Wöbbelin. Dat is rond 50 kilometer ten oosten van Hamburg en ook via het spoor bereikbaar. Het gevangenentransport waar Jan deel van uitmaakte, is waarschijnlijk direct naar noodkamp Wöbbelin doorgestuurd.

De mogelijke overlijdensdatum van rond 13 mei 1945 die achteraf (1947) door Het Rode Kruis werd verondersteld, zou inhouden dat Jan nog in leven was toen het Amerikaanse legeronderdeel het kamp Wöbbelin bereikte. Dat hij in de ziekenboeg alsnog overleed. Maar er zijn daarover geen gegevens. Een ander verhaal is dat hij op weg naar het kamp (er moest nog een eind worden gelopen) aan zijn einde kwam en ergens langs die weg naamloos onder de grond is gestopt.

De naam van oom Jan Wolters Van der Hoek komt vanaf 1952 als één van de “gesneuvelden” voor in de samenvattende rapporten over het verzet tegen de Duitse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was geen lid van een knokploeg of andere vorm van gewapend verzet. Hij was belastingambtenaar. Pas na 1945 raakte (algemeen) bekend dat de belastingkantoren in Friesland een sleutelrol hadden gespeeld in de financiering van de opvang voor vluchtelingen en onderduikers en van verzetsgroepen. De Duitsers kwamen er gaandeweg wel achter en probeerden door arrestatie van kopstukken en infiltratie via handlangers er een eind aan te maken. Binnen de terreur van de laatste maanden werd Jan alsnog ten kantore opgepakt.

Omdat Jan niet terug kwam uit Duitsland werd broer Willem Van der Hoek toeziend voogd over de kinderen van Jan en Mintje. De zoekvraag via het Rode Kruis moest hij gaande houden, het “toezicht” op de situatie te Oosterwolde (relatief ver weg van Oranjewoud) was uiteraard beperkt. Wanneer eind 1947 door Het Rode Kruis de conclusie wordt getrokken dat Jan mei 1945 is overleden, stopt Jans werkgever, de belastingdienst, prompt, per 1-10-1947, de salarisuitbetaling die tot dan nog was doorgegaan. Reden te meer voor Mintje om voor een passende oplossing te kiezen. In december 1947 wordt bij notaris te Beetsterzwaag een eindverklaring opgemaakt. Met boedelbeschrijving. Mintje trouwt hierna (geen volgende kinderen) en emigreert met gezin 1948/1949 naar Canada.

Tante Minnie gaat met kinderen VAN DER HOEK naar Canada

Contacten werden niet aangehouden. Zwager Willem VAN DER HOEK, aangesteld voogd over de kinderen van zijn broer, was het niet eens met de beslissingen die Mintje HIEMINGA vanuit haar positie nam. Haar nieuwe huwelijk en de emigratie met al haar kinderen direct daarop naar Canada. Misschien dacht Mintje wel: Waar bemoeit hij zich mee.

Iedereen kwam gezond aan te Canada. In de buurt van Toronto werd een nieuw bestaan opgebouwd. Cees VAN DER BIJL.