Van der Hoek
Kwartierverhalen Herzien

Generatie 4 — Herzien

Generatie 4 (overgrootouders)

Van de vier overgrootvaders in onze lijn werken drie in hun tijd als (losse) arbeiders, mogelijk met kwaliteit. In ieder geval worden ze relatief oud. Jan Wolters VAN DER HOEK wordt 92, Willem ROEM (tuinder) 81, Jurjen SCHIPPER 86 jaar oud. De vierde overgrootvader, Pier Jacobs DE JONG, wordt “slechts” 60. Hij was geen losse arbeider maar boer/veenbaas te Nieuwehorne, afkomstig van Haskerhorne. Zijn project te Nieuwehorne lijkt redelijk succesvol, maar zijn zonen werken niet echt mee. Misschien lag dat aan hen. Misschien aan Pier. Na Piers dood (1885, 60j oud) wordt het bedrijf opgeheven. Voor boeren was het crisistijd toen.

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland) - overgrootouders

  1. Jan Wolters VAN DER HOEK, geb Nijehaske (Haskerland, FR) 6-4-1835, ovl Terband (Aengwirden, FR) 23-9-1927, 92j, wednr, zv Wolter Freerks VAN DER HOEK en Grietje Bonnes BOUMA (BOUWMAN), trouwt 2-6-1861 te Het Meer (Schoterland, FR), hij 26, arbeider te Luinjeberd (Aengwirden), zij 21, timmermansdochter te Het Meer, met
  2. Hiltje Jans LUKKES, geb Het Meer 29-2-1840, ovl 12-8-1915 te Terband, 75j oud, gehuwd, dv Jan Johannes LUKKES en Bonjé Durks WOUDSTRA.

Overgrootvader Jan Wolters VAN DER HOEK is zesde kind uit huwelijk van Wolter Freerks VAN DER HOEK (kw 16, 1795-1849) en Grietje Bonnes BOUMA (kw 17, 1799-1882). De kinderen uit dat huwelijk overlijden jong of hoogbejaard maar ongehuwd (broer Bonne) dan wel kinderloos (broer Freerk). Volgende generaties in deze VAN DER HOEK-lijn zijn enkel van Jan afkomstig. Wolter, zijn vader, wordt als praamschipper vermeld ca 1830, domicilie te Benedenknijpe (aan de Schoterlandse vaart), maar zoon Freerk is geboren te Akkrum, zoon Jan te Nijehaske, zoon Joldert te Aengwirden (dat is tegenover Nijehaske). Vader Wolter overlijdt te Het Meer (aan de Schoterlandse vaart) in 1849. Jan is dan 14j oud. Moeder Grietje woont te Het Meer en wordt daar 83, ovl in 1882.

Als arbeider te Luinjeberd (aldus de akte) trouwt Jan 2-6-1861 te Het Meer, hij 26, zij 21, met Hiltje Jans LUKKES, eerste kind uit huwelijk van timmerman Jan Johannes LUKKES (kw 18) te Het Meer en Bonjé Durks WOUDSTRA (kw 19), stiefdochter van de (overleden) molenaar Wilt Haaies SWART. Bonjé was dochter van de handelsschipper Durk Eelkes WOUDSTRA uit Joure en Jacobje VAN DER WERF en werd te Tholen (ZEELAND) geboren. Na overlijden van Durk trouwt haar moeder met genoemde Wilt SWART, molenaar te Het Meer. De ouders van Hiltje, timmerman Jan Lukkes en moeder Bonjé, zijn bij haar huwelijk in 1861 te Het Meer present. Evenals zijn moeder Grietje.
— Jan Wolters VAN DER HOEK en Hiltje Jans LUKKES wonen te Luinjeberd (in 1862 eerste dochter Grietje), daarna te Het Meer (in 1864 zoon Jan, in 1867 zoon Wolter), verhuizen vervolgens naar Oranjewoud (in 1870 tweede dochter Grietje, in 1872 dochter Bontje, in 1875 zoon Bonne), en ca 1880 naar Terband, waar Hiltje in 1915 overlijdt, 72j oud, en Jan in 1927, 92j oud, “sa krom as in spiker”.

Volgens notariëel archief leent Jan, obligatie gedateerd 26-4-1879, 1300 gldn van Herman(us) Andries KEIZER te Oranjewoud en dit bedrag kan gebruikt zijn om een huis en land te Terband te kopen. Maar van die aankoop geen akte. Wel van de verkoop van een huis en land te Terband voor 1750 gldn (aan Hendrik WILLEMSMA te Nieuwebrug) door Jan Wolters VAN DER HOEK en de kinderen, op 14-10-1915. Na 36j wordt nu de verplichting jegens Herman KEIZER geroyeerd (notarisakte van 1-11-1915). Het overlijden van Hiltje Jans LUKKES, 12-8-1915, 75j oud, kan aanleiding zijn geweest om via verkoop van huis en land en aflossing van de obligatie de financiële situatie rond de nu 80 jaar oude Jan neutraal te maken. Hij kon gaan wonen bij dochter Grietje en FONK-gezin, ook te Terband. De andere kinderen wonen inmiddels al lang in Holland, Jan en Wolter in Amsterdam, Bontje in Weesp (toevallig overlijdt zij ook in 1915, 6-11-1915) en jongste zoon Bonne in Naaldwijk bij Den Haag (Bonne komt begin 1916, na rond 20 jaar te Naaldwijk en met daar gevormd gezin terug naar Heerenveen, in een faillissement verwikkeld dat half 1916 kan worden opgeheven). Jan Wolters (1835-1927) staat steeds als arbeider vermeld. Mogelijk was hij betrokken bij de wegen-, spoor- en trambanenaanleg van die tijd, want in het boerenbedrijf was er toen crisis. Bovendien was hij niet van boerenfamilie.

Tussen Oudeschoot en Brongerga loopt van oudsher een pad of weg door het Schoterwoud. Op een kaart van 1680 staat deze als landweg ingetekend. Dat is in de tijd dat de Friese Oranjes (Albertine Agnes) bij Brongerga een buiten lieten bouwen en anderen in hun gevolg meededen met grondaankoop en ontwikkeling. Het bleef een zandweg tot na 1860. Toen werd de weg verhard. In die periode verhuisden Jan en Hiltje erheen. Op 30-12-1868 verdrinkt eerste dochter Grietje, 6j oud, in een sloot bij huis 61j “te Oudeschoot”. Dat is aan deze zandweg, die wegens de verharding in de volksmond Grintdyk gaat heten, in het deel van het Schoterwoud dat de naam Oranjewoud zal krijgen (toen formeel nog meestal Oudeschoot). De precieze locatie van huis 61j heb ik nog niet teruggevonden. De sloot waarin Grietje eind 1868 verdrinkt, was waarschijnlijk “Adema’s Wyk”, want andere sloten met diepte had je er niet. De sloot of vaart kreeg in de volksmond die naam vanwege Lollius ADEMA, rond 1840 officier van Justitie te Heerenveen, grondeigenaar en ontginner te Oranjewoud. Hij liet de boerderij MEERZICHT bouwen, de polder richting Het Meer voor agrarisch bedrijf geschikt maken en (wanneer we de volksmond mogen geloven) de vaart langs Meerzicht naar de (toen nog) zandweg tussen Oudeschoot en Brongerga aanleggen cq. verbeteren. Aan die zandweg stond het huis De Pôle dat als pakhuis dienst deed. Via de vaart konden goederen (turf, hout, honing en wat niet al, materiaal voor de wegverbetering) sneller richting of vanuit Heerenveen worden vervoerd. Was dat in de tijd van Jan nóg het geval? Zoek het maar uit.

Uit het huwelijk van Jan Wolters VANDERHOEK en Hiltje Jans LUKKES:

(1) Grietje Jan VAN DER HOEK, geb Luinjeberd 27-6-1862, ovl Oranjewoud 30-12-1868, 6j oud, des namiddags te twee ure, levenloos opgehaald uit een sloot. Grietje is te water geraakt. Was er een laagje (onbetrouwbaar) ijs, denk je dan. Maar de krant (Lwrdr Crt 12-1-1869) heeft het over “de buitengewoon zachte winter, dien wij dit jaar beleven” en bericht over een gemiddelde boezemwaterstand over de gehele provincie die van rond 30 duim boven zomerpeil op de 29ste december stijgt naar 42,5 duim op de 4de januari (na grote overstromingen langs de Boven-Rijn). Grietje zal zijn uitgegleden en in het diepe zijn geraakt van een sloot nabij de huizinge nummer 61j te Oudeschoot, volgens de aangifte.
— Geboorteaangifte 1862: “In het jaar 1862 op 27 juni is voor ons, ondergetekende, ambtenaar van de Burgerlijke Stand Gemeente Aengwirden, verschenen Jan Wolters Van der Hoek, oud 27 jaar, van beroep arbeider, wonende te Luinjeberd, welke ons verklaarde dat heden voormiddag ten elf ure te Luinjeberd een kind van het vrouwelijk geslacht is geboren uit Hiltje Jans Lukkes, zijne echtgenote, zonder beroep, bij hem inwonende, aan welk kind hij verklaarde de voornamen te geven van Grietje Jans. De gemelde verklaring is geschied in tegenwoordigheid van Roel Egberts SLUITER, 47 jaar, timmerman te Heerenveen, en Thijs Hanzes WIJNGAARDEN, 36 jaar, kleermaker te Heerenveen.” Overlijdensaangifte 1868: “In het jaar 1868 op den 31sten der maand December zijn voor ons, ambtenaar van de Burgerlijke Stand Schoterland, verschenen: Jan Johannes Lukkes, oud 55 jaar, timmerman, grootvader, en Roel Egberts SLUITER, oud 54 jaar, timmerman, geen bloed- of aanverwant van nader te noemen overledene, beide wonende te Heerenveen, welke ons verklaard hebben dat Grietje Jans VAN DER HOEK, oud 6 jaar, geboren te Luinjeberd, wonende te Oudeschoot, ongehuwde dochter van Jan Wolters Van der Hoek, arbeider, en Hiltje Jans Lukkes, echtelieden wonende te Oudeschoot op den 30sten dezer maand, des namiddags te twee ure, levenloos is opgehaald uit een sloot nabij de huizinge nummer 61 j te Oudeschoot en alzo is overleden.” Geboorte van Grietje gemeld door vader Jan Wolters VAN DER HOEK, verdrinkingsdood door grootvader Jan Johannes LUKKES. In beide gevallen is de timmerman Roel Egberts SLUITER mede-berichtgever.

(2) Jan (Jans) VAN DER HOEK, geb Het Meer 21-9-1864, ovl Amsterdam xxxx, tr Amsterdam xxxx met xxxxxx. Jan is vernoemd naar grootvader Jan Johannes LUKKES. Hij wordt ingeloot voor militaire dienst en verdwijnt uit Friesland en uit aan ons overgeleverde familieverhalen. In Amsterdam sticht hij een gezin met ruim aantal kinderen. Rijwielmakerij in de Kinkerbuurt/Jacob van Lennepkade? Dit verhaal aanvullen.

(3) Wolter (Jans) VAN DER HOEK, geb Het Meer 30-3-1967, ovl Amsterdam xxxxx, tr Terband 2-5-1891, 24j oud, pakhuisknecht, wonende te Terband, met Geertje Pieters VAN DER HOEFF, dienstmeid te Heerenveen, 24j, geb 22-9-1866 te Wolvega (Weststellingwerf, FR), dv Pieter Geerts VAN DER HOEFF, timmerman te Wolvega, en Jantje Wolters BERKENBOSCH. Bijlage bij huwelijksakte meldt dat Wolter wegens broederdienst niet hoefde op te komen voor de Nationale Militie. Broer Jan was nog “onder de wapens” en dat hield voor Wolter vrijstelling in. Wolter, pakhuisknecht, verhuist na zijn huwelijk in 1891 met timmermans-dochter Geertje naar Drachten (Smallingerland, FR). Op 5-2-1894 wordt hij ingeschreven te Amsterdam, waar hij als magazijnbediende en later magazijnmeester wordt vermeld. Bij “het spoor” nemen we aan (familieverhaal). Aanvullende informatie zie hieronder 8.3.

(4) Grietje (Jans) VAN DER HOEK, geb Oranjewoud 18-1-1870 (Oudeschoot), tr Terband 30-5-1891, zij 21, hij 27, met Geert FONK, geb Haskerdijken 9-10-1863, veehandelaar, zv Johannes FONK, veehandelaar, en Trijntje REGTS.
— In Adresboek 1928: G. Fonk, veekoopman, Terband no 78. Grietje is tweede dochter van Jan Wolters VAN DER HOEK en Hiltje Jans LUKKES. Twaalf-en-een halve maand na het verdrinken van de eerste Grietje wordt ze geboren. Op 18-1-1870 staat vader Jan Wolters (34 jr), vergezeld van de getuigen Roel Jacobs ZANDBERG, 36 jr, arbeider te Heerenveen, en Jan Gerrits OORD, 38 jr, eveneens arbeider te Heerenveen, voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand om te melden dat eerder die dag “te Oudeschoot een kind van het vrouwelijk geslacht is geboren uit zijne echtgenote Hiltje Jans LUKKES, welk kind hij verklaarde de voornaam te geven van Grietje.”. Grietje is een jaar of acht wanneer het gezin van Oranjewoud naar Terband verhuist, waar ze op 21-jarige leeftijd met Geert FONK trouwt, veehandelaar zoals zijn vader. Ze trouwt 30-5-1891, vier weken eerder (2-5-1891) trouwde er broer Wolter. Uit de huwelijksakte betreffende Grietje en Geert: Geert Fonk, 27 jr, geboren te Haskerdijken, veehandelaar wonende te Nijehaske, zoon van Johannes FONK, veehandelaar, en Trijntje REGTS, echtelieden te Nijehaske. Grietje Van der Hoek, 21 jr, geboren te Oranjewoud, dienstmeid wonende te Terband, dochter van Jan Wolter VAN DER HOEK, arbeider, en Hiltje Jans LUKKES, echtgenoten wonende te Terband. Het militiedocument dat als verplichte huwelijkse bijlage is toegevoegd, meldt dat Geert Fonk “op grond van lichaamsgebreken van de dienst is vrijgesteld”. Om welke gebreken het ging meldt de bijlage niet. Misschien was het een gebrek aan lengte. Geerts grootvader van moederskant, Geert Freerks REGTS, werd in ieder geval om die reden voor militaire dienst afgekeurd. Geert en Grietje gaan wonen te Terband (Aengwirden).

Kinderen uit het huwelijk van Grietje en Geert FONK:

(4.1) Johannes FONK, geb Terband 25-6-1892, tr 11-9-1919, hij 27, boekhouder, zij 24, te Groede (Zeeuws-Vlaanderen, bij Breskens), met Sara Levina HOL, geb te Hoek (Zeeuws-Vlaanderen), dv Daniel Cornelis HOL, slager, en Maria Sara VAN HOUTE.
— Boekhouder Johannes FONK verhuist naar Zeeuws-Vlaanderen tijdens of kort na de jaren van de Eerste Wereldoorlog, trouwt daar en overlijdt er ook, 92j oud, wednr. Begraafplaats Terneuzen-Zuid: Sara HOL 1895-1980, Johannes FONK 1892-1894 (graftombe.nl). (4.2) Jan FONK, geb Terband 8-4-1894, tr 23-6-1921 te Breskens (Zeeuws-Vlaanderen), hij 27, chauffeur, zij 26, met Kommerina JACOBS, geb te Breskens, dv Dingenus JACOBS, beurtschipper, en Krina Sara VAN DE WALLE.
— Chauffeur Jan FONK verhuist dus ook naar Zeeuws-Vlaanderen. Over hem en Kommerina ontbreken hier nog gegevens. (4.3) Trijntje FONK, geb Terband 4-4-1896, ovl Heerenveen 17-7-1994, 98j oud, weduwe, tr 11-8-1917 te Terband, zij 21, hij 29, met Douwe VAN DER ZWAAG, geb te Nieuweschoot 27-10-1887, ovl 20-12-1964, 77j oud, gehuwd, zv Hendrik VAN DER ZWAAG en Wiegertje DE HEY. Graftombe: Douwe en Trijntje begraven te Heerenveen Alg.Begraafplaats. (4.4) Wolter Jan FONK, geb Terband 30-10-1898, ovl 15-7-1961, 62j oud, gehuwd, tr (na 1922) met Albertje GROOTENHUIS, geb Opsterland 21-10-1900, ovl 18-1-1980, 79j oud, weduwe, dv Gerrit GROOTENHUIS en Fokje VAN DEN BERG. Graftombe: Wolter en Albertje begraven te Terband (kerk). (4.5) Hiltje FONK, geb Terband 15-1-1901. Nog aan te vullen. (4.6) Bonjé FONK, geb Terband ca 1905?
— Een door mij hier toegevoegde veronderstelling. In mijn jeugdjaren was er een Bonjé FONK te Heerenveen die weleens langs kwam te Oranjewoud, naar mijn idee: ongehuwd, meestal vrij zwart gekleed, rijdend op een ouderwetse fiets met SH-plaatje (slechthorend). Ik plaats haar hier als dochter van Grietje, zonder nog passende gegevens te kunnen brengen. Help!

NOOT: Grietje VAN DER HOEK trouwt in 1891 met Geert FONK, zv Johannes FONK en Trijntje REGTS. Zijn vader, Johannes, krijgt de achternaam FONK van zijn moeder Antje Johannes FONK die 23 was en ongehuwd toen Johannes werd geboren. Zie ADDENDUM straks volgend.

(5) Bontje (Jans) VAN DER HOEK, geb Oranjewoud 27-9-1872, namiddag 1 uur, ovl Weesp (NH) 6-11-1915, 43j, gehuwd, tr Aengwirden (Terband) 10-6-1905, zij 32, hij 37, met Sijmen EENKHOORN, sigarensorteerder, geb Genemuiden (OV) 9-6-1868, zv Lubbert Sijmens EENKHOORN, arbeider te Kampen, en Aagje LAST.

Bontje trouwt 10-6-1905 zonder beroep, geboren te Oranjewoud, wonende te Terband, met Sijmen EENKHOORN, geb 9-6-1868 te Genemuiden, sigarensorteerder, wonende te Steenwijk, “binnen de laatste zes maanden gewoond hebbende te Zorgvliet, gemeente Diever, weduwnaar van Femmetje Wessels.” De nog vrijgezelle, 32-jarige, Bontje uit Terband trouwt dus met de 37-jarige weduwnaar Sijmen uit Steenwijk (OV), die eerder te Zorgvliet (DR) woonde, slechts korte tijd, want nog begin 1903 woont hij te Kampen (OV, stad van sigarenmakers). Sijmen EENKHOORN tr (1) te Kampen 1-5-1890, hij 21, sigarensorteerder, zij 23, met Femmetje WESSELS, geb te Kampen, ovl te Kampen 1-2-1903, ca 35 j oud, dv Jan WESSELS, touwslager, en Elizabeth Pieternella VAN OOSTEN (vader van Sijmen vermeld als arbeider). Huwelijk van Sijmen en Femmetje duurt ruim 12 jaar en leidt tot 8 kinderen. Mogelijk overlijdt Femmetje, Kampen 1-2-1903, in de kraam van haar achtste kind, dat de bevalling wel overleeft en de voornamen Femmetje Elizabeth Peternella krijgt (moedersnaam en moedermoedersnamen).

De EENKHOORN-familie wordt genoemd in het verzameloverzicht “Oude families uit Genemuiden” door H.W.Hammer (Huissen 2000). Daarin wordt Sijmen Wolters EENKHOORN genoemd, geb 1754 te Genemuiden en aldaar overleden 18-4-1827, mattemaker. Deze Sijmen was getrouwd met Trijntje VAN REES. Vermoedelijk waren zij grootouders van de Sijmen EENKHOORN, weduwnaar, met wie BONTJE VAN DER HOEK in 1905 trouwt. In en rond Genemuiden nog steeds Eenkhoorn-geslachten.

Kinderen uit het huwelijk van Sijmen en Bontje: Jan Wolter Eenkhoorn, geb 4-6-1906 te Steenwijk (OV), ovl 1933 in Nederlandsch Indië (Indonesia), 27j oud. Jan Wolter is 9j wanneer te Weesp (NH) zijn moeder Bontje overlijdt. Hij is 14 wanneer hij (dwarse puber?) uitgeplaatst wordt naar het Rijksopvoedingsgesticht Avereest en 20 wanneer hij daaruit vrij komt (9-4-1927). Hij woont tijdens de volgende zomermaanden “thuis” te Weesp om 28-8-1927 zich als vrijwilliger voor (militaire) koloniale dienst te melden bij het Korps Koloniale Reserve te Nijmegen. Als vrijwilliger (ongehuwd), want het Korps werft uitsluitend vrijwilligers. De basisopleiding duurt vier maanden (keuringseisen erg streng) en na aansluitend twee weken verlof, gaat de nieuwe lichting per militaire trein naar de haven van Rotterdam (of Amsterdam) voor scheepsreis naar Batavia (Jakarta). Daar wordt hij ingedeeld bij het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger). Hij overlijdt dan in militaire dienst ruim 5 jaar later. Precieze info moet terug te vinden zijn in de KNIL-archieven. Gerrit Eenkhoorn, geb 7-7-1907 te Steenwijk, ovl 1975 te Arapshoe (Colorado, USA), 68j oud. Ook Gerrit is mogelijk volgens dezelfde manier als broer Jan Wolter in Nederlandsch-Indië terecht gekomen. Volgens aantekeningen die ik ooit maakte (maar kwijt geraakt en de internetbron is verdwenen) is Gerrit half jaren 30 (verlofperiode?) nog naar Nederland gevaren en daarna weer terug naar Indië. Toen Indonesia zich na de Tweede Wereldoorlog vrijmaakte van de koloniale band met Nederland, is Gerrit naar de Verenigde Staten geemigreerd (met vrouw en kinderen). Ook zijn verhaal mag beter worden ingevuld dan we hier doen. Hiltje Jansje Aagje Eenkhoorn, geb 29-1-1909 te Steenwijk, ovl october 1987 te St.Pancras (bij Alkmaar,NH), 78j oud. Grietje Eenkhoorn, geb 14-5-1911 te Weesp, ovl 2-7-1991 te Nederhorst den Berg (NH), 80j oud. Johannes Eenkhoorn, geb 19-6-1913 te Weesp, ovl 27-11-1985 te Muiderberg (NH), 72j oud.

Na overlijden van Bontje VAN DER HOEK trouwt Sijmen EENKHOORN, sigarensorteerder, hij 49, zij 41, (3) Weesp 23-8-1917 met Jansje FIDDER, geb Kampen, dv Jan FIDDER, sigarenmaker, en Engelina STILLER. Jansje FIDDER wordt dus de nieuwe moeder (stiefmoeder) van ook de kinderen van Bontje. Dat Jan Wolter EENKHOORN, oudste zoon van Bontje, op zijn 14de in het Rijksopvoedingsgesticht Avereest terecht komt, hoeft niet aan Jansje te worden geweten.

Bontje VAN DER HOEK (1872-1915) is dus tien jaar getrouwd geweest met de sigarensorteerder Sijmen EENKHOORN en krijgt met hem de 5 boven-genoemde kinderen. Ze wonen eerst te Steenwijk, na 1910 te Weesp. Hoe Bontje te Terband en weduwnaar Sijmen te Steenwijk elkaar leerden kennen, is onbekend. Interessant is wel de melding (huwelijksakte 1905) dat Sijmen hiervoor te Zorgvliet woonachtig was geweest. Zijn verblijf te Zorgvliet (bij Diever, DR) kan niet lang hebben geduurd, want tot en met 1903 woont hij te Kampen.

Sijmen EENKHOORN was sigarensorteerder te Kampen (bekend om sigarenfabricage) en te Zorgvliet was een experiment gaande met tabaksteelt en een sigarenfabriekje. Mogelijk liet Sijmen, als jonge weduwnaar, zich overhalen om, voor een goed loon, naar Zorgvliet te verhuizen, als specialist op het gebied van tabaksbladen-keuring. Het experiment te Zorgvliet mislukte omdat de kwaliteit van de daar gekweekte tabak waarschijnlijk veel slechter was dan de uit tropische gebieden ingevoerde tabaksbladen. Dat Sijmen te Steenwijk ging wonen (en niet meer in Zorgvliet) kan samenhangen met het sorteren: in de handelsplaats Steenwijk kon hij de melange met invoer beter overzien. Dit is een veronderstelling. Verhuizing ca 1910 van het gezin naar Weesp bij Amsterdam had mogelijk eenzelfde achtergrond: hogere kwaliteit van ingevoerde tabak.Een serieuze sigarensorteerder zoals Sijmen kon met de in Zorgvliet geteelde tabak geen prachtsigaren maken.

Sijmen is 37 jr wanneer hij met Bontje trouwt. Om precies te zijn: ze trouwen de dag na zijn 37ste verjaardag. Getuigen bij het huwelijk zijn Wolter VAN DER HOEK, broer van de bruid (48 jaar, werkman, wonende te Amsterdam), en Barteld EENKHOORN, broer van de bruidegom (33 jaar, werkman, wonende te Zwolle). Broer BONNE VAN DER HOEK, inmiddels te Naaldwijk woonachtig en daar in 1900 met Neeltje ROEM getrouwd en voorzien van kleine kinderen, liet misschien het feest aan zich voorbij gaan. Maar misschien ook niet. We hebben daarover geen gegevens. Mooi om te lezen dat oudere broer Wolter vanuit Amsterdam zeker wel aanwezig was.

Of uit het huwelijk van Bontje en Sijmen kinderen werden geboren, kunnen we nog niet aantonen. Waar moeten we zoeken? Het verhaal van Sijmen, geboren te Genemuiden, eerste vrouw 1-2-1903 te Kampen overleden, hij sigarensorteerder te Steenwijk, maar binnen de laatste zes maanden gewoond hebbende te Zorgvliet (bij Diever in Drenthe), wat zijn dit voor gegevens? Langs welke logische lijnen is zijn ontmoeting met de ongehuwd gebleven Bontje te Terband (een behoorlijk eind verwijderd van Diever en Steenwijk) te verklaren? Welke verhalen zitten er mogelijk nog achter dus. En waar bemoeien we ons mee.

Wolter Jans VAN DER HOEK, Geb 30-3-1867 te Het Meer. Trouwt 2-5-1891 (Aengwirden), 24j oud, pakhuisknecht, wonende te Terband, met Geertje Pieters VAN DER HOEFF, dienstmeid te Heerenveen (Aengwirden), 24j, geb 22-9-1866 te Wolvega (Weststellingwerf, FR), dochter van Pieter Geerts VAN DER HOEFF, timmerman te Wolvega, en Jantje Wolters BERKENBOSCH. Volgens de huwelijkse bijlagen is Wolter vrijgesteld van militaire dienst, wegens “broederdienst”. Zijn oudste broer Jan is nog in dienstplicht en volgens de geldende regels (minder dan de helft van zonen uit zelfde gezin tegelijk in dienst) hoefde Wolter niet naar de kazerne. Onbekend is nog welke scholing Wolter kreeg (algemene leerplicht voor basisschool pas ingevoerd per 1901). Bij zijn huwelijk in 1891, 24j oud, staat hij vermeld als pakhuisknecht. Mogelijk is hij dezelfde als de W.v.d.Hoek die volgens de bestuursnotulen van de vereniging voor zondagsschoolonderwijs (Heerenveen en omstreken) Jachin (melding 20-10-1890) bereid wordt gevonden om als hulponderwijzer in te vallen bij de zondagsschool te Nieuwebrug, benoorden Terband. Met het onderwijs aan die school gaat het niet goed. De hulponderwijzer meldt zich (notulen 15-4-1891) na enkele maanden al weer af, wegens vertrek. Wolter VAN DER HOEK trouwt 2-5-1891 en verhuist naar Drachten (Smallingerland, FR), 24 of 25j oud, pakhuisknecht. In Drachten wordt uit huwelijk van Wolter en Geertje de dochter Hiltje geboren (2-4-1892). Snel erna verhuist Wolter met Geertje en Hiltje naar Amsterdam, waar hij vervolgens blijft wonen. Negen kinderen worden er nog geboren.

Wolter Jans VAN DER HOEK en Geertje Pieters VAN DER HOEFF zijn na huwelijk 2-5-1891 (Terband) te Drachten (Smallingerland, FR) gaan wonen en per 5-2-1894 ingeschreven te Amsterdam (NoordHolland). Bij inschrijving te Amsterdam is Wolter 26j oud. Broer Jan (29) woonde er al, ook getrouwd. In 1894 bij inschrijving te Amsterdam is adres van Wolter en gezin: Jacob van Lennepstraat 94. Te Drachten is dochter Hiltje geboren, 2-4-1892, te Amsterdam volgen nog 9 kinderen uit het huwelijk.

Het jonge stel verhuist vrij direct naar Drachten waar 2-4-1892 een dochter Hiltje wordt geboren. Wolter Jans VAN DER HOEK wordt pakhuisknecht/ magazijnmanager bij de Spoorwegen waarschijnlijk. Per 5-2-1894 wordt hij ingeschreven als inwoner van Amsterdam. Wonend aan de Jacob van Lennepstraat 94. Later verhuizen ze naar nr 134 aan de Kinkerstraat (?, de aantekening op de gezinskaart is vrijwel onleesbaar). In Amsterdam worden nogeens 9 kinderen geboren, waarvan enkelen jong zijn gestorven.

Zoon Geert Van der Hoek, geb 8-4-1903, ovl april 1977, 74j, begraven “Nieuwe Ooster” 22-4-1977, tr Amsterdam 6-9-1928: Geert Van der Hoek, 25, geb te Amsterdam, schoenmaker, zv Wolter Van der Hoek, magazijnmeester, en Geertje van der Hoeff; tr Helena Verburg, 24, geb Watergraafsmeer, dv Aagje Verburg en niet genoemde vader. Woont Jacob van Lennepkade 228 te Amsterdam. Helena Verburg wordt 68, begr Nieuwe Ooster 25-4-1972. Zoon Pieter Van der Hoek, geb 2-11-1905, gehuwd met Elsje HEMMES (geb 7-10-1907, dochter van Jacobus Hemmes uit de Watergraafsmeer), één zoon Wolter (geb 21-5-1937, ovl ca 1987), werd klerk bij de Rijks Post Spaarbank. Woonde Kanaalstraat 137, parallel aan het zuidelijke deel van de Jacob van Lennepkade, en vanaf 29-1-1935 (?) aan de Admiraal de Ruyterweg 291 driehoog in Amsterdam-West.

Wolter en Geertje verhuizen naar Drachten waar 2-4-1892 de dochter Hiltje wordt geboren, en vervolgens naar Amsterdam. De drie jaar oudere broer Jan was al eerder naar Amsterdam getrokken en daar ook getrouwd. Volgens bijlage bij huwelijk van Wolter werd hij wegens broederdienst niet opgeroepen voor de Nationale Militie. Wat inhoudt: broer Jan diende op het moment dat tweede zoon Wolter oproepbaar was (zij scheelden slechts 3 jaar) en volgens de inlijvingsregels van toen krijgt Wolter automatisch vrijstelling van dienstplicht. Wolter wordt op 5-2-1894 met gezin ingeschreven te Amsterdam, woont op adres: Jacob van Lennepstraat 94. Later: Kinkerstraat 134 (?).

00000000000000000

Bonne Van der Hoek, geb 8-1-1875 te Oranjewoud (kw 4). Grootvader (opa) Bonne in 1900 te Naaldwijk getrouwd met (opoe) Neeltje ROEM (kw 5). Betreffende hen het aparte “Werkdocument 4”.

Jan en Hiltje zijn na 1875 van de Grintdyk verhuisd naar Terband (de Schans), direct ten noorden van Heerenveen (Aengwirden). Jan was toen ruim 40 jaar oud. Misschien werkte hij als arbeider in de wegenbouw (Grintdyk, straat- en spoorwegen rond station Heerenveen). Rond station Heerenveen had in 1883 jongste zoon Bonne (8 jaar), spelenderwijs waarschijnlijk, een conflict met trein of tram (zijn er krantenberichten uit die tijd?) dat hij overleefde. Maar zwaargewond raakte hij wel en hij moest verder met behulp van krukken naar school. Vader Jan liet hem na de lagere school vervolgonderwijs doen (de Franse school) wat binnen de familie nog uniek was. Besloot ook dat Bonne maar kleermaker moest worden, een beroep waarbij je veel moet zitten (ambtenaren stonden toen nog meestal). En liet hem naar Holland vertrekken, want daar viel geld te verdienen (Bonne kwam in 1916 met een gezin van 6 jonge kinderen en in faillissement terug).

Te Terband (ongeveer op de plaats waar na 1950 de Rotonde werd aangelegd) heeft overgrootvader Jan Wolters Van der Hoek 50 jaar gewoond. Overgrootmoeder Hiltje Jans Lukkes overlijdt er in 1915. Dochter Grietje, getrouwd met Geert Fonk, woont er ook. Wanneer Bonne met zijn gezin in 1916 naar Heerenveen komt, krijgen ze eerst onderdak in Het Meer bij bejaarde oom en kinderloze weduwnaar Freerk Wolters Van der Hoek (huis tegenover de vroegere Asbrug over de Schoterlandse Compagnonsvaart), daarna in Terband en per 1918 een eigen nieuwbouwwoning aan de Van Dekemalaan te Heerenveen.

ADDENDUM: Over FONK (en REGTS) Zoals hiervoor vermeld trouwt Grietje VAN DER HOEK in 1891 met de veehandelaar Geert FONK, zv veehandelaar Johannes FONK en Trijntje REGTS. Vader Johannes kreeg de FONK-achternaam mee van zijn moeder die ongehuwd was toen hij werd geboren. Moeder Trijntje stamt uit families van “Gieterse verveners” die vanuit de kop van Overijssel (rond Giethoorn) na 1750 zich in Haskerland en omgeving gingen vestigen. Zij heeft via Hendrik Berends SCHOKKER (kw 212) en Grietje Jans FRANZEN (kw 213) voorouders gemeen in ons DE JONG-kwartier.

Allereerst hier over de FONK-lijn. Johannes FONK overlijdt in 1917. In de overlijdensakte wordt hij vee-expediteur genoemd. Uit die akte: Klaas DE HAAN, 41 jr, kleermaker te Nijehaske, en Age HOEKSTRA, 40 jr, koetsier wonende te Terband, verklaren dat Johannes FONK, 80 jaar en bijna 11 maanden oud, veeexpediteur, geboren te Heerenveen en wonende te Nijehaske, weduwnaar van Trijntje REGTS, erkende zoon van Antje Johannes FONK, den 20 januari 1917 voormiddags 9 uur te Nijehaske is overleden.
— Johannes is 27-2-1836 te Heerenveen geboren. Uit de geboorteakte: Johannes Philippus FONK, 54 jr, timmerknecht wonende te Heerenveen, verklaart, “zijnde bij de verlossing tegenwoordig geweest”, dat op den 27 februari voormiddags 6 uur zijne dochter Antje Johannes FONK, oud 23 jr, ongehuwd, dienstmeid wonende te Heerenveen, aldaar in het huis nr 114 is bevallen van een kind van het mannelijk geslacht, hetwelk hij aan ons voorstelt, aan hetzelve de voornaam Johannes gevend. Timmerknecht Johannes Philippus FONK accepteert dus het zoontje van zijn ongehuwde dochter, die met zijn voornaam (en achternaam) wordt bedacht. De ongehuwde dochter Antje Johannes FONK is 12-5-1839, ruim drie jaar na de geboorte van Johannes, zij 26, hij 30, getrouwd met Geert Willems JONKMAN. Samen met Geert JONKMAN krijgt ze de kinderen: Trijntje (1841-1859), Feikjen (1844-1907, getrouwd met Gerben Gerbens), Willem (1848-1919, getrouwd met Margje Meester), Janneke (1850-1866), en Johannes (1853-1889?). Het “voorkind” van Antje, Johannes (1836-1917), de uiteindelijke vader van Geert FONK, groeit in het JONKMAN-gezin op, maar krijgt niet de JONKMAN-achternaam. Zijn zoon geeft hij wel de voornaam Geert.

Wanneer Johannes FONK rond 1856 in aanmerking komt voor militaire dienst, wordt zijn nummer “uitgeloot”. Hij valt dus buiten oproeping, tot geen dienst verplicht. Anderen vieren dan een feestje. Misschien deed Johannes dat ook wel. Maar in 1858 besluit hij toch als remplacant (nummerverwisselaar) in de plaats van een wel ingelote in dienst te gaan. Dat leverde een paar honderd gulden op door de wel ingelote of diens familie te betalen. Een aardig “jaarloon”. Hij neemt het ingelote nr 21 over (naam mij onbekend). De militaire autoriteit wil inzicht in zijn antecedenten en zo komt het dat moeder Antje hem officieel als zoon moet erkennen. In de marge van de geboorteacte uit 1836 wordt bijgeschreven: Het kind met name Johannes in nevenstaande acte vermeld is door Antje Johannes Fonk, arbeidster te Oudehaske, bij eene op den 11 maart 1858 door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand gemeente Haskerland opgemaakte acte wettelijk erkend. Hij was altijd al als haar (voorechtelijke) zoon erkend, maar nu definitief officieel.

Johannes Philippus FONK, geb ca 1782, ovl 30-3-1861, 79 jr, weduwnaar, trouwt in oktober 1811 te Het Meer met Trijntje Jans DEUZE, geb ca 1789, ovl 20-5-1857. Hun huwelijk vindt plaats voor invoering van de Burgerlijke Stand en de melding is alleen in het trouwregister van de Herv.Gemeente Het Meer/Heerenveen terug te vinden. Met de aantekening “october 1811” en rooms-katholiek.

De REGTS-lijn. Trijntje REGTS, de schoonmoeder van Grietje VAN DER HOEK, is 23-2-1839 te Terband geboren, dochter van Geert Freerks REGTS en Geesje Berends WEVER. Bij het huwelijk in 1863 van Johannes Fonk en Trijntje Regts, is de vader van Trijntje nog in leven, arbeider wonende te Haskerdijken, maar is haar moeder overleden (8-6-1857 te Terband). Geert Freerks REGTS en Geesje Berends WEVER zijn 9-2-1828 (Haskerland) getrouwd. Kinderen uit het huwelijk: Berend Geerts REGTS (1831-1909), Freerk Geerts REGTS (1833-1911), Geertje Geerts REGTS (1835-), Trijntje Geerts REGTS (1839-1907), Harmen Geerts REGTS (1843-1895, getrouwd met Beerendje Jentjes SCHOKKER). Geert Regts wordt 2-10-1798 te Oudehaske geboren en daar 28-10-1798 gedoopt. Zoon van Freerk Geerts en Tryntje Hendriks. Het militiedocument bij de huwelijksakte van 1828 meldt dat Geert Freerks REGTS, turfmaker, uit hoofde van gebrek aan lengte is vrijgesteld. Hij mat dus minder dan 1 meter 55 cm. Hij was te klein. Geert wordt 81 jaar en 6 maanden oud. Hij overlijdt 11-4-1880 te Nijehaske, arbeider wonende te Nijehaske, weduwnaar van Geesje Berends WEVER, zoon van Freerk REGTS en Trijntje Hendriks SNIJDER. Zijn vader Freerk Geerts REGTS wordt 84 jr oud, ovl 21-12-1855 te Terband, geboren te Oudehaske, zoon van Geert Hendriks en Reintje Hendriks SCHOKKER, weduwnaar van Trijntje Hendriks SNIJDER, nalatende 3 meerderjarige kinderen. Freerk Geerts is ca 1771 geboren. Geert Hendriks (REGTS) en Reintje Hendriks SCHOKKER zijn rond 1760 getrouwd. We komen in deze lijn de SCHOKKER-achternaam enkele malen tegen, die we in de kwartierstaat VAN DER HOEK – DE JONG ook tegenkomen (voorfamilie Elizabeth de Jong). Reintje Hendriks SCHOKKER, geb vóór 1738 te Wanneperveen (bij Giethoorn), is oudste dochter van Hendrik Berends SCHOKKER en Grietje Jans FRANZEN, die tot de oudgrootouders van Elizabeth DE JONG (1910-1989) behoren en tot de oudouders van Geert FONK. Hendrik Berends SCHOKKER vestigt zich in 1752 vanuit Wanneperveen als veenbaas te Oudehaske.

De WEVER-lijn. Geesje Wever wordt 9-3-1803 te Rotsterhaule geboren en daar 13-3-1803 gedoopt. Dochter van Berend Wolters en Geertje Jacobs. Bij haar huwelijk in 1828 zijn beide ouders reeds overleden. Berend Wolters WEVER op 12-12-1827 te Nijehaske, 59 jr, arbeider, geboren te StJohannesga, wonende te Nijehaske, weduwnaar, zoon van Wolter Berends en onbekend (in de overlijdensakte zo gesteld, de moeder heette Aaltje Roelofs). Geertje Jacobs KOLK overlidt op 18-9-1826 te Nijehaske, 50 jr, geboren te StJohannesga, huisvrouw van Berend Wolters WEVER, turfmaker, dochter van Jacob Kolk en Geesje Baas. Omdat de beide ouders van Geesje voor het huwelijk van 1828 zijn overleden, zijn andere “bewijzen van bekendheid” nodig. Een van de huwelijkse bijlagen meldt het overlijden van haar grootmoeder van vaderskant, recent overleden: In het jaar 1826 is in een ongenummerd huis te Rohel overleden Aaltje Roelofs KROL, oud 83 jaar, arbeidster, wonende te Rohel, weduwe van Wolter Berends WEVER, nalatende 5 kinderen. De WEVER-lijn bestaat vrijwel volledig uit families die na 1750 voor de verveningen overkwamen van de streek rond Giethoorn (NW-Overijssel) naar de streek rond Oudehaske (Friesland) en zich daar vestigden. De oudvader, van Geert FONK uit gezien, is Berend Gerrits WEVER, die ca 1705 bij Giethoorn werd geboren en daar ca 1730 trouwde. De naam van de oudmoeder treffen we in de meldingen niet aan. Berend kreeg minstens 8 kinderen: Jan, Albertje, Grietje, Wolter, Jeltje, Jan en Hendrik Berends WEVER. De dochter Jeltje Berends WEVER trouwt 15-12-1764 te Haskerhorne met Cornelis Hendriks SCHOKKER. Broer van de hierboven genoemde (REGTS-lijn) Reintje Hendriks SCHOKKER. Oudste zoon van Hendrik Berends SCHOKKER en Grietje Jans FRANZEN. Hendrik Berends SCHOKKER vestigde zich in 1752 vanuit Wanneperveen als veenbaas te Oudehaske. Behalve dochter Reintje (met REGTS) en zoon Cornelis (met WEVER) trouwde daar ook jongere zoon Jan Hendriks SCHOKKER (met WILTS) partners van “Gieterse” herkomst. Grietje Jans SCHOKKER, dochter van Jan, trouwt 9-1-1791 te Haskerhorne met Fedde Fokkes VELDSTRA die van Hasker herkomst is (nog verder terug van Lippenhuizen-Opsterland) en niet van “Gieterse” herkomst. Zij wordt overgrootmoeder van Elizabeth DE JONG. Wolter Berends WEVER, zoon van Berend Gerrits WEVER, trouwt 3-12-1769 te Oudehaske met Aaltje Roelofs KROL (KRUL). Kinderen uit dit huwelijk: Beernt, Jentjen, Jentjen, Roelof, Gerryt, Arend, Zwaantje en Nenne. Aaltje Roelofs is ca 1743 geboren, dochter van Roelof Arends KRUL, geb ca 1710, gehuwd ca 1735 met Jentje Peters. Kinderen van Roelof en Jentje: Jentjen, Aaltje Roelofs, Pieter Roelofs en Jan. Beernt WEVER, zoon van Wolter Berends WEVER en Aaltje Roelofs KRUL, wordt ca 1771 te Oudehaske geboren. Trouwt 1-2-1801 te StJohannesga (Berend Wolters) met Geertje Jacobs. Kinderen uit dit huwelijk: Wolter, Geesjen, Wolter, Jacob, Harmen, Aaltjen.

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland) - overgrootouders

  1. Willem ROEM, geb. 3 mei 1826 te Naaldwijk (Westland, ZuidHolland), ovl 8 mei 1907 aldaar, 81 jaar en 5 dagen oud, tuinder, tr. 11-5-1861 te Naaldwijk, 35 jaar oud, met de 29-jarige
  2. Antje VAN BEEK, geb. 8 april 1832 te Naaldwijk, ovl 26 maart 1905 aldaar, bijna 73j oud.

Willem Roem was 8 jaar toen zijn vader Nicolaas (kw 20) overleed. Moeder Angenita (kw 21) trouwt hierna met Pieter van Dijk. Vermoedelijk is Willem als jonge knecht begonnen in het tuindersbedrijf. Zo leren we hem later als tuinder kennen en oma Neeltje (kw 5) als tuindersdochter. In 1900, wanneer dochter Neeltje trouwt met de kleermakersgezel Bonne Van der Hoek (kw 4), is Willem Roem 74 jaar en zal hij al tamelijk in ruste zijn geweest.

Tijdens de 19de eeuw werd het Westland als specifiek tuinbouwgebied (ook export naar Engeland) steeds belangrijker. Rond 1880 komen veel tuinders in grote problemen. In heel West-Europa heerst dan een landbouwcrisis. Overgrootvader Willem Roem is dan 50-plusser en vermoedelijk al zonder eigen bedrijf. Zeker zonder de passende mogelijkheden en reserves om een bedrijf door de impasse heen op te bouwen. Daarvoor waren aanzienlijke investeringen nodig en samenwerkingsverbanden in de vorm van veilingen (kwaliteitsaanbod). Op 25 april 1889 wordt de veilingvereniging “Vereeniging Westland” opgericht die voor de internationale status van het Westland als tuinbouwgebied heel belangrijk wordt. Maar vooreerst bleef het sappelen. In die periode was overgrootvader Willem Roem als 60-er en 70-er actief, maar de omschakeling naar de nieuwe bedrijfsaanpakken duurde voor hem te lang. Vermoedelijk was hij gewoon een te kleine tuinder. Andere voorfamilietakken die tuinders waren in het Westland konden wel mee gaan met de vernieuwing. De Valstar-familie bijvoorbeeld.

Willem Van der Hoek (kw 2) wordt 30-4-1906 als vierde kind en eerste zoon uit het huwelijk van Bonne Van der Hoek en Neeltje Roem geboren. Zijn oma Antje van Beek is ruim een jaar eerder overleden (26-3-1905 72j oud). Zijn opa Willem Roem overlijdt 8-5-1907 (81j oud), 1 jaar en 1 week na de geboorte van de naar hem genoemde kleinzoon. Ruim acht jaar later (januari 1916) verlaten Bonne en Neeltje met kinderen het Westland (Naaldwijk), faillissement aan de broek, en vestigt Bonne zich weer te Heerenveen (Schoterland, Friesland).

Kinderen uit het huwelijk van Willem ROEM en Antje VAN BEEK:

Nicolaas Roem, geb te Naaldwijk 20-4-1862, ovl 24-4-1943 te Delft (wonende te Naaldwijk), 81 jaar oud, weduwnaar van Cornelia VAN DORP, huwelijk te Naaldwijk 18-11-1893. Nicolaas Roem was eerst getrouwd met Klazina PRINS, geb 15-11-1859, ovl 16-1-1898, 38 jaar oud. Uit dat huwelijk twee dochters. Klazina Prins was dochter van Martinus Prins (1823-1896) en Jannetje VALSTAR. Nicolaas Roem en Klazina Prins hadden de voorouders Willem Pietersz Valstar (1668-1737) en Johanna Blom gemeen (vgl kw 332 en 333). Van de twee dochters van Nicolaas en Klazina heeft waarschijnlijk alleen Johanna Jannetje Roem de volwassen leeftijd bereikt. Haar tante Hendrika Prins, drie jaar jonger dan moeder Klazina, ontfermde zich over het meisje (Hendrika was getrouwd met Marinus van Dalen en kreeg geen (eigen) kinderen). Johanna Jannetje ROEM trouwt 18-3-1920 te Naaldwijk met Willem Marcelis AUGUSTINUS. Christiaan Roem, geb. te Naaldwijk 12-1-1865, ovl 1-10-1937, 72j, weduwnaar, tr 6-5-1893 met Johanna KOPPENOL. Nog na te zoeken. Anna Roem, geb te Naaldwijk 14-6-1868, ovl aldaar 9-5-1871, bijna 3j oud. Neeltje Roem, geb. te Naaldwijk 17-11-1871 (kw 5). Johannes Roem, geb te Naaldwijk 21-5-1876, tr (1) 28-7-1900 met Wilhelmina BURGER, tr (2) 10-1-1912 met Margaretha LAROS (1879-1938).

c) DE JONG-kwartier (Friesland) - overgrootouders

  1. Pier Jacobs DE JONG, geb Doniaga (Doniawerstal FR) 20-5-1825, halfnegen in de avond, ovl Oudehorne (Schoterland FR) 10-10-1885, des avonds 11 uur, 60j, veenbaas, boer, tr Haskerland 30-8-1846, hij 21, zij 23, met
  2. Joltje Fokkes VELDSTRA, geb Haskerhorne (Haskerland FR) 18-3-1823, ovl Mildam (Schoterland FR) 10-4-1900. 77j, weduwe.

Bij geboorte van Pier is zijn vader Jacob Piers DE JONG (kw 24 – 1797-1850) nog boerenknecht te Doniaga. Pier is 7, wanneer het gezin naar Haskerhorne verhuist, waar familie woont en Jacob voor zichzelf kan beginnen. Voor het DOUMA-bedrijf te Doniaga is duidelijk zijn halfbroertje door stiefvader Klaas DOUMA als opvolger bestemd (geboren uit tweede huwelijk van moeder Epkjen, na overlijden van vader Pier Jacobs trouwt zij met genoemde Klaas DOUMA). Vader Jacob Piers werkt als (jonge) knecht op de DOUMA-boerderij, trouwt in Doniaga met Geeske OENEMA (kw 25) en grijpt rond zijn 35ste de gelegenheid aan om zich in Haskerhorne te vestigen, aan de overkant van het Tjeukemeer. Doniaga ligt aan de westoever van dit grote meer, Haskerhorne ligt noordoostelijk van het meer. In het dorp woont diverse min of meer verre familie.

Zoals gesteld is Pier Jacobs 7 jaar wanneer hij in 1832 met ouders naar Haskerhorne verhuist. Daar groeit hij op als hulp in het bedrijfje van zijn vader. Veel schoolgaan heeft er niet aan vast gezeten, misschien wat winterschool. Moeder Geeske komt uit familie van (winter-)schoolmeesters. In Haskerhorne is boer Fokke VELDSTRA een naaste buur en ook een verre oom. Pier Jacobs en buurmeisje Joltje Fokkes mogen elkaar wel en er groeit een relatie die tot een huwelijk leidt (30-8-1846), Pier is dan 21 en Joltje 23. Binnen tien maanden ligt hun eerste kind in de wieg: Jacob Piers, geb 13-6-1847. Een tweede zoon volgt: Fokke Piers, geb 12-5-1849.

Het plotselinge overlijden van vader Jacob Piers DE JONG (“de oude”) in 1850, 52j oud, verandert de situatie voor het gezin. Pier, dan 25 en gezin met twee kinderen, heeft als oudste zoon een verantwoordelijkheid. In notarieel archief geen bericht over een testament of een boedelscheiding. Mogelijk regelde moeder (nu weduwe) Geeske OENEMA de opvolging of voortzetting op eigen gezag. Mogelijk was er niet zoveel te verdelen en ging ieder daarmee content. Moeder Geeske blijft te Haskerhorne wonen, boerinne en op haar oude dag rentenierster (1879) genoemd. Door het ontbreken van precieze bronnen (tot dusver en misschien voor eeuwig) kunnen we alleen gissen.

Oudste zoon Pier Jacobs is in de volgende melding boer te Haskerdijken en niet te Haskerhorne. Haskerdijken ligt in de veenpolders, enkele kilometers ten noorden van Haskerhorne en Oudehaske. Pier Jacobs doet zelf aangifte van de geboorte van een derde kind uit zijn huwelijk met Joltje Fokkes: Geeske Piers, geb 25-4-1851. De aangifte meldt hem als “boer te Haskerdijken”. Maar ook dat Geeske “te Oudehaske” is geboren. Zo staat het ingeschreven (las Pier het wel na, kon hij dat of was het hem om het even?). Misschien wilde Joltje liever bevallen “te Oudehaske” onder de hoede van ervaren vrouwelijke familieleden dan vrijwel alleen “te Haskerdijken”. Misschien werden de dorpsnamen gemakkelijk verwisseld, omdat de plaatsen nauw verbonden waren.

Twee maanden na de geboorte van dochter Geeske wordt Pier Jacobs “te Oudehaske” vermeld vanwege een lening van 2000 gldn bij geldschieter Jan Rinkes te Joure. Die lening doet hij “in kwaliteit” – geen persoonlijke lening dus, maar mede namens anderen (welke anderen, voor welk doel?): 21-6-1851 Joure, notaris D. de Vries Obligatie Betreft een kapitaal van fl. 2000 - Pier Jacobs de Jong te Oudehaske, schuldenaar in kwaliteit; en anderen - Jan Jans Rinkes te Joure, schuldeiser Vijf jaar later (23-10-1856) wordt hij ook nog als Pier Jacobs “te Oudehaske” vermeld bij de verkoop van diverse percelen te Mildam door de landeigenaren VAN SCHELTINGA, de graaf VAN LIMBURG STIRUM en baron VAN PALLANDT die gezamenlijk familiebezit te Mildam te koop aanbieden. De percelen raken verdeeld onder 7 kopers en Pier Jacobs is een van die kopers. Na 1856 is van Pier Jacobs “te Oudehorne” sprake. Hij is definitief verhuisd van Haskerland naar Schoterland (Mildam ligt bij Oudehorne), nadat eerst nog de zonen Klaas Piers (24-4-1853) en Fedde Piers (3-7-1855) als geboren te Oudehaske worden gemeld, wordt zoon Epke Piers (14-5-1857) daarna te Oudehorne geboren. Pier en Joltje hebben 30 jaar in Oudehorne gewoond. Hij was er landbouwer en vervener/veenbaas (volgens kleindochter Elizabeth (1910-1989) een “flinke boer” en een “goede paardenfokker”, maar dat kan ze alleen van horen zeggen hebben gehad). In notarieel archief geen actes betreffend huur of koop, behalve de koop van het perceel te Mildam (23-10-1856) bovengenoemd en later (19-11-1870) van opnieuw een perceel te Mildam. Geen actes waarin de boerenhuizinge, de zathe en andere gronden die Pier bij zijn dood in 1885 nalaat worden vermeld, wat merkwaardig is (onderzoek bij Kadaster nog te doen).

Na zijn 50ste, in de laatste 10 jaar van zijn leven, zal landbouwer/vervener Pier te maken krijgen met de magere tijden van de Landbouwcrisis (1878-1895): door de toename van internationale handel en groeiende import van granen en graanproducten etc. tegen lagere prijzen uit o.a. Amerika, dalen de inkomsten. Misschien typerend voor wat zoiets bij een familiebedrijfje teweeg kan brengen (of speelden ook stijfhoofdigheid en botsende karakters een beetje een rol), is dat geen van de 5 zonen “in het bedrijf” blijft, waardoor bij overlijden van Pier in 1885 geen zoon aanwezig is die het bedrijf overneemt of wil overnemen: - Oudste zoon Jacob Piers (1847-1879) overlijdt, 32j, ongehuwd gebleven, te Haskerhorne, waar hij al heen was verhuisd (grootmoeder Geeske OENEMA woont er, hij overlijdt bij haar thuis). - Tweede zoon Fokke Piers (1849-1889) helpt wellicht zijn vader nog een tijd in het bedrijf, maar trouwt in 1882, 32j oud, te Noordwolde waar hij mogelijk al een tijdje werkzaam was. - Derde zoon Klaas Piers (1853-1930) is 25 wanneer hij in 1878 trouwt en los van zijn vader gaat opereren in Mildam (ook als vervener, later tevens winkelier etc). - Vierde zoon Fedde Piers (1855-1922) doet het goed op school, volgt verdere opleidingen, maakt carriere binnen de belastingdienst (Zuid-Limburg, StAnnaparochie, Leeuwarden). Sowieso niet bij bedrijf van zijn vader betrokken. - Vijfde zoon Epke Piers (1857-1936) heeft relatief “de wildste haren”, tijdens zijn jeugd dan, en zal door vader Pier zeker niet als betrouwbare opvolger zijn beschouwd. Begin 1879 krijgt Epke 1 maand celstraf opgelegd vanwege een uit de hand gelopen knokpartij. In augustus 1880 trouwt Epke met de kasteleins-dochter Gatske JELLEMA die al hoogzwanger van hem is (twee maanden later wordt hun eerste van negen kinderen geboren). Epke wordt koopman/veehandelaar.

Ik wil maar zeggen: in de beginnende Landbouwcrisis verdwijnen Piers zonen binnen een periode van slechts 4 jaar uit het bedrijf. En Pier moet dan nog 60 worden. Zijn naam komt in die jaren weer in notarisakten voor. Hij leent (21-1-1880, landbouwer te Oudehorne) 8000 gulden van geldschieter Douwe Jan Vincent baron VAN SYTZAMA (kamerheer des konings, grondeigenaar te Driesum) en drie maanden later (28-4-1880, vervener te Oudehorne) 2000 gulden van Andries Koops MULDER, veehouder/grondeigenaar te Noordwolde. Akten via de notaris Metzlar te Oldeberkoop die per 8-5-1885 registreert dat de verplichting aan Mulder is voldaan (royement, akte niet aanwezig). Over het afbetalen van de schuld aan baron VAN SYTZAMA geen melding in notaris-archief. Bij de notaris Terlet te Joure nog akte van 15-8-1885: Pier Jacobs DE JONG te Oudehorne leent 1000 gulden (obligatie) van zijn zoon Klaas Piers DE JONG te Mildam. Zo waren de verhoudingen dus geworden: zoon leent zijn vader 1000 gulden (fiks bedrag voor die tijd) niet onderhands maar via notaris. Aan het bedrijf te Oudehorne komt een abrupt einde wanneer Pier twee maanden nadien (10-10-1885) overlijdt, pas 60 jaar oud. Hij laat geen testament na en voor de erfgenamen (zonen en dochters) is het onduidelijk hoe het zit met nog lopende verplichtingen/schulden. Volgens annonce in de Leeuwarder Courant van 16-2-1886 gaat de finale verkoop plaats vinden vrijdag 26-2-1886, middags 12 uur, bij J.Foppes te Nijehorne (in de herberg van Foppes). Joltje, de weduwe Pier Jacobs DE JONG, geldt als verkoper. Zij heeft 12-2-1886 notaris Metzlar te Oldeberkoop opdracht gegeven de afhandeling te begeleiden. Volgens de kranten-annonce van 16-2 is er al een eerste biedingsronde geweest, met tegenvallende resultaten (economische crisis immers). Uit de annonce is wel af te leiden, dat het nagelaten bezit niet gering is: Eene vruchtbare ZATHE en LANDEN onder Oudehorne, nabij en aan de Tjonger, bestaande in: BOERENHUIZINGE en SCHUUR, Hooi-, Weid- en Bouwlanden, Veengrond en Heideveld, zamen groot ruim 33 hectaren, geveild in 22 perceelen; waarop is geboden de uiterst geringe som van ƒ 5385. HOOILAND onder Oldeberkoop aan de Tjonger, groot 1 H. 49 A. 90 C.; staande op ƒ 750. Kapitale BOERENHUIZINGE en SCHUUR, Erf en Tuingrond aan den Grindweg te Oudehorne, benevens 2 H. 55 A. Greidland en 82 A. Bouwland in 3 perceelen; waarop met inbegrip der overname is geboden ƒ 1100. Vier perceelen HEIDEVELD, grootendeels ruim van Klijn voorzien, gelegen onder Oudehorne en Jubbega-Schurega, samen groot ruim 6 hectaren; staande op ƒ 535. In de finale verkoop zijn die bedragen waarschijnlijk niet veel hoger geworden. Ik heb de betreffende notarisakten niet op de letter c.q. helemaal niet nagelezen, misschien geven ze meer informatie. De notaris meldt verzet der erven. Alles verkopen tegen (lage) veilingprijzen die samen lopende verplichtingen (schulden) niet dekken, is niet wijs. De notaris meldt nog apart dat weduwe Joltje op 26-2-1886 (de dag van “finale verkoop”) ook hout verkoopt vanaf de bezittingen, 2-3-1886 verkoping, 15-6-1886 verkoping van rogge. In de Leeuwarder Courant van 13-10-1886 verschijnt een OPROEPING: “De bekende en onbekende Schuldeischers van de onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde Nalatenschap van wijlen PIER JACOBS DE JONG, in leven Landbouwer en Verveener te Oudehorne, worden opgeroepen om Dingsdag den 26 October 1886, middags van 12 tot 3 uur, te verschijnen in de herberg van J. FOPPES te Nijehorne, waar alsdan rekening en verantwoording zal gedaan worden, en, zoo er geen verzet plaats heeft, het saldo van rekening zal worden vastgesteld.” Notaris Metzlar maakt over die bijeenkomst Proces Verbaal (26-10-1886) en meldt 5-2-1887 “Opheffing. Betreft het verzet door de erven.”

Tijdens dit gedoe rond de erfenis is Joltje VELDSTRA nog in Oudehorne woonachtig. Haar jongste dochter Elisabeth Piers (1864-1889) trouwt 11-3-1886, zij 21, hij 24, met de onderwijzer Klaas DE WEERT. Daarmee zijn alle kinderen het huis uit. Joltje is dan 63 en vertrekt in 1887/88 uit Oudehorne en gaat te Idskenhuizen wonen (Doniawerstal, FR, ten westen van St.Nicolaasga), in het merengebied tussen Slotermeer en Tjeukemeer, een behoorlijk eind weg van Oudehorne. Zij wordt vermeld als huishoudster te Idskenhuizen (1889, overlijden van zoon Fokke) en bij (derde) huwelijk van zoon Klaas (maart 1893) woont ze ook te Idskenhuizen. Joltje kan door weersomstandigheden en afstand niet persoonlijk bij het huwelijk te Mildam aanwezig zijn. Na 1895 verlaat ze Idskenhuizen en gaat ze bij zoon Klaas en diens (derde) vrouw wonen te Mildam, waar ze in 1900 overlijdt, 77j oud. Dat weduwe Joltje “huishoudster” te Idskenhuizen wordt in de jaren rond 1890, kan zijn omdat Anna Jogchums OENEMA, zus van Geeske OENEMA (in 1879 overleden schoonmoeder van Joltje) haar vroeg en “uit de ellende” wilde halen. Tante Anna en haar dochter Trijntje hebben een herberg te Idskenhuizen. Vanwege de leeftijd van Anna en de besognes van Trijntje kunnen ze Joltje als huishoudster goed gebruiken. Wanneer tante Anna 25-1-1896, 82j, weduwe, overlijdt en de herberg in andere handen overgaat, keert Joltje naar Schoterland terug om bij zoon Klaas te Mildam onderdak te vinden.

Uit huwelijk van Pier Jacobs DE JONG en Joltje Fokkes VELDSTRA acht kinderen (van wie 1 dochter Liesbeth, 1861, na 7 weken overleden):

(1) Jacob Piers DE JONG, geb Haskerhorne/Oudehaske 13-6-1847, ovl Haskerhorne 23-7-1879, 32j, ongehuwd.
— Volgens de overlijdensaangifte woont de oudste zoon van Pier en Joltje al niet meer op de boerderij te Oudehorne. “De aangevers Sybold Sipkes YKEMA en Klaas Meines JANSMA, beiden veehouders te Haskerhorne, geen bloed- of aanverwanten van overledene, melden het overlijden van Jakob Piers DE JONG, oud 32 jaar, geboren 13-6-1847 te Oudehaske, zonder beroep, wonende te Haskerhorne, zoon van Pier Jacobs DE JONG, veehouder, en Joltje Fokkes VELDSTRA.”
— Jacob overlijdt in Haskerhorne, huis nr 6. De aangevers melden hem als zijnde “zonder beroep”. Eén van de zonen van Pier overleed aan een longontsteking die hij opliep bij het voorrijden van paarden bij een keuringswedstrijd, volgens mondeling familieverhaal. Dat was vermoedelijk deze Jacob. Vader Pier Jacobs DE JONG plaatst in de Leeuwarder Courant van 8-8-1879 een familiebericht vanwege het overlijden van zijn moeder Geeske Jogchems OENEMA op 4-8-1789 te Haskerhorne. In het bericht refereert hij ook aan het overlijden van zijn zoon Jacob die 12 dagen eerder in het huis van Geeske overleed, het overlijden van schoondochter Jeltje HEIDA (“behuwde kleindochter van Geeske”) en de achterkleindochter, 21 dagen eerder overleden, echtgenote en dochter van zijn zoon Klaas.

(2) Fokke Piers DE JONG, geb Haskerhorne/Oudehaske 12-5-1849, ovl Noordwolde (Weststellingwerf) 11-5-1889, tr Noordwolde 27-4-1882, hij 32, zij 33, met Immigjen Jacobs JAGER, geb Elsloo (WSW) 2-12-1848, ovl WSW 8-7-1918, 69j, weduwe, dv Jakob Tjammes JAGER en Eefjen Jans JONKERS.
— Fokke Piers trouwt met Immigjen JAGER te Noordwolde. Immigje is 33, jongste dochter en kind uit het huwelijk van Jakob Tjammes JAGER, huisman/landbouwer te Elsloo (‘t Ronde, Ooststellingwerf), en Eefjen Jans JONKERS. Immigje is 8 bij overlijden van haar vader (28-4-1857, 47j). Moeder Eefjen verhuist 1858/59 naar Noordwolde (Weststellingwerf), “boerin te Noordwolde”, met haar 8 kinderen, onder wie 5 flinke zonen, alle 5 nog in leven in 1882. Eefjen is dan 75 (geb Noordwolde 24-9-1806, ovl 29-12-1890. 84j, weduwe). Immigje is laatste en nog enige dochter van Eefjen, de twee oudere zussen, Trientje (1841-1876, ovl 35j oud, in 1862 gehuwd met Jan Remmelts VAN ZANDEN) en Aaltje (1845-1873, ovl 27j oud, in 1870 gehuwd met Johannes Koops MULDER). Aan te nemen is dat Immigjen ongehuwd bleef, als rechterhand van haar moeder in het verder uit zonen bestaande gezin. Maar dan komt Fokke Piers, boerenzoon uit Oudehorne, in het blikveld en wordt alsnog getrouwd.
— Fokke en Immigjen trekken naar Doldersum (gem Vledder), ten zuiden en niet ver van Noordwolde, maar in Drenthe gelegen. Daar worden 5 kinderen uit het huwelijk aangemeld: Pier 16-5-1883, “levenloos” 7-6-1884, Pier 19-3-1886, een tweeling “levenloos” 12-3-1887. Ook de twee genoemde Piers leven slechts kort. Te Noordwolde wordt 21-8-1888 een derde Pier Fokkes DE JONG geboren en deze overleeft kraam en wieg en wordt uiteindeijk 52j oud (ovl 1940). Hij wordt het laatste kind uit het huwelijk van Fokke en Immigje, want Fokke overlijdt te Noordwolde 11-5-1889, op de dag vooraf aan zijn 40ste verjaardag (Pier Fokkes is 8 maanden oud). Dat Pier Fokkes en Immigjen van Doldersum terugverhuisden naar Noordwolde kan samenhangen met overlijdens van de broers van Immigjen in de tussentijd. Van de 5 zonen van weduwe Eefjen is oudste zoon Jan Jacobs JAGER (1833-1905) in 1854 getrouwd, nog voor overlijden van Jakob Tjammes. Jongste zoon Hendrik Jacobs JAGER (1843-1923) trouwt in 1872. De andere drie zonen blijven ongehuwd: Tjamme (1834-1885, ovl 50j oud), Dirk (1837-1904) en Luitzen (1839-1886, ovl 47j oud). Boerin Eefjen is inmiddels 80 en het kan zijn dat Fokke en Immigje naar Noordwolde terugkwamen om het familiebedrijfje verder te helpen. Door overlijden van Fokke 11-5-1889, 39j oud, kan daar niet zoveel van komen (schoonmoeder Eefjen ovl 29-12-1890, 84j oud). De zoon Pier Fokkes DE JONG trouwt Weststellingwerf 13-5-1916 (moeder Immigje is dan nog in leven), hij 27, zij 22, met Vroukje HOOGENBERG, geb te Boijl, ovl Heerenveen 15-7-1930 (maar ingeschreven WSW kantoor Wolvega), 37j, gehuwd, dv Jan HOOGENBERG en Trijntje JONKERS.
— Pier Fokkes overlijdt 15-12-1940 (WSW kantoor Noordwolde), 52j oud, weduwnaar.

(3) Geeske Piers DE JONG, geb Oudehaske 25-4-1851, ovl Leeuwarden 24-8-1928, 77j, weduwe, tr Weststellingwerf 11-5-1877, zij 26, hij 27, met Jelle Taekes BULTSMA, geb Nijeholtwolde (WSW) 16-2-1850, ovl Leeuwarden 2-1-1905, 54j, gehuwd, zv Taeke Wybes BULTSMA en Jebbegje Hendriks PALMBOS.
— Vader Pier Jacobs de Jong, 25 jaar oud, doet de geboorteaangifte: “Boer, wonende te Haskerdijken, verklaart dat op 25 april 1851 des avonds om 11 ure te Oudehaske een kind van het vrouwelijk geslacht is geboren uit declarant en dezelfs echtgenote Joltje Fokkes Veldstra, zonder beroep aldaar.” Ze geven haar de naam Geeske Piers. Getuigen zijn Herman Jacob CLOO, 34 jaar, boer te Oudehaske, en Gerrit DE VRIES, winkelier te Joure. Wij weten dat Herman Jacob CLOO (Harmen Jacobs) getrouwd was met het twee jaar oudere zusje van Joltje, namelijk Janke Fokkes Veldstra (huwelijk van 18-12-1842, zie kw 26/27). Pier en Joltje woonden te Haskerdijken, maar Joltje is mogelijk in de boerderij van Harmen Cloo (zus Janke, moeder Lijsbert) bevallen. Onderscheid Haskerdijken/Oudehaske niet altijd helder. Uit huwelijksakte van Geeske (1877): “Jelle BULTSMA, 27 jaar, geb te Nijeholtwolde, boerenwerk doende, wonende te Nijeholtwolde, zoon van Taeke Wybes BULTSMA, overleden, en Jebbegje Hendriks PALMBOS, z.b. wonende te Wolvega, indertijd echtelieden, de moeder hierbij tegenwoordig en hare toestemming gevende. En Geeske Piers DE JONG, 26 jaar, geboren te Haskerdijken, z.b. wonende te Oudehorne, dochter van Pier Jacobs de Jong, boer, en Joltje Fokkes Veldstra, echtelieden wonende te Oudehorne, beide hierbij tegenwoordig en hunne toestemming gevende.” Volgens de huwelijkse bijlagen was Jelle Bultsma door trekking van het lot nr 55 verplicht tot dienst in de Nationale Militie. Maar hij (zijn vader) betaalde een remplacant of nummerverwisselaar “die op den 10e mei 1870 is ingelijfd bij het 3e Regiment Huzaren en den 9e mei 1875 wegens expiratie van dienst uit de dienst is ontslagen.” Jelle wordt geen soldaat en hoeft ook niet te dienen. De remplacant (Theunis VAN DER WOUDE, arbeider te Oldeberkoop) heeft volgens afspraak keurig de honneurs waargenomen. Jelle BULTSMA is jongste kind uit huwelijk van Taeke BULTSMA en Jebbigjen PALMBOS. Die twee kregen te Nijeholtwolde de kinderen: Wybe 21-2-1838, Martzen 20-5-1840, Hendrik 1-10-1842, Hendrikje 9-8-1845, Douwe 15-11-1846 en dus Jelle 16-2-1850. Bij huweljk van Jelle en Geeske (11-5-1877) wordt voor hem vermeld: boerenwerk doende, wonend te Nijeholtwolde. In notarisakte 1-11-1877, een half haar later is hij boer te Oudehaske. Eerste kind uit het huwelijk wordt te Oudehaske (Haskerland) geboren, daarna twee kinderen te Rotsterhaule (Schoterland) en vierde kind te Nieuwehorne (Schoterland).
— In notariëel archief wordt Jelle Taekes BULTSMA 13-3-1884 vermeld als landbouwer te Rotsterhaule (boelgoed) en 2-3-1886 als winkelier te Nieuwehorne (ook vanwege boelgoed, samen met zwager Klaas Piers DE JONG, winkelier te Mildam, opbrengst slechts ƒ 21). Hij en Geeske zijn met kinderen hierna naar Leeuwarden verhuisd. Of hij zich daar met handel bezig hield of winkelier werd, mag nog verder worden onderzocht. Jelle overlijdt er in 1905, 54j oud, Geeske in 1928, 77j oud. In overlijdensakte 1918 betreffende hun oudste zoon Taeke, commies der Rijksbelastingen, wordt als beroep voor Geeske huishoudster vermeld. Dit kan betekenen dat zij als zodanig bij een familie te Leeuwarden in dienst was. Na overlijden 23-10-1876 van vader Taeke BULTSMA, boer te Nijeholtwolde, 72j, nemen zijn kinderen een jaar later (1-11-1877) gezamenlijk een hypotheek van ƒ 2500 bij Tymen Klazes BUITINGA, grondeigenaar te Wolvega. Oudste zoon Wybe gemeld als winkelier te Mildam, tweede zoon Hendrik als boer te Nijeholtwolde (het ouderlijk bedrijf), derde zoon Douwe als koopman te Wolvega, en jongste zoon Jelle als boer te Oudehaske. De helft van zathe en land te Nijeholtwolde als onderpand. De andere helft bleef mogelijk aan moeder/weduwe Jebbigjen. Waarom haar kinderen die hypotheeklegging op hun erfdeel nodig vonden is onduidelijk. Wel wordt zoon Hendrik BULTSMA , gehuwd met Antje Tjeerds BOLTJES, opvolger in bedrijf te Nijeholtwolde. Na overlijden 7-9-1881 van moeder Jebbigje PALMBOS, 70j, weduwe, is er boelgoed 28-9-1881 ten behoeve van de 6 erfgenamen. En 14-12-1881 de verkoop van een huis waarin 2 woningen met erf etc. Dit perceel wordt voor 1251 gld (slechts? Economische crisis immers) gekocht door Pieter Jans KOOPMANS, houtzaagmolenaar te Wolvega. Als de betrokken erfgenamen worden genoemd: - Wybe Taekes Bultsma, koopman te Mildam - Koene Kornelis Staphorst, veehouder te Blankenham, gehuwd met Martzen Bultsma - Hendrik Taekes Bultsma, boer te Nijeholtwolde - Jan Wiebes Westra, boer te Nijelamer, gehuwd met Hendrikje Teekes Bultsma - Douwe Taekes Bultsma, koopman te Wolvega - Jelle Taekes Bultsma, boer te Rotsterhaule

Kinderen uit huwelijk van Geeske DE JONG en Jelle BULTSMA:

(1) Taeke BULTSMA, geb Oudehaske 11-11-1878, ovl Leeuwarden 28-9-1918, 39j, commies der Rijksbelastingen, gehuwd, tr Weststellingwerf 28-10-1905 met Jeltje DIJKSTRA. (2) Pier BULTSMA, geb Oudehaske 16-7-1880, ovl Leeuwarden 24-9-1902, 22j, ongehuwd. (2) Wiebe BULTSMA, loodgieter, geb Rotsterhaule 10-6-1882, tr Leeuwarden 16-11-1904 met Aaltje POSTMUS (3) Jaltje BULTSMA (Joltje), geb Rotsterhaule 25-2-1884, tr Leeuwarden 18-11-1908 met Douwe IEDEMA, broodventer (4) Jebbigje BULTSMA, geb Nieuwehorne 26-9-1886, ovl Leeuwarden 16-4-1897, 10j oud.

Bij overlijden van Geeske in 1928 plaatsen zoon Wiebe (en diens vrouw Aaltje Bultsma-Postmus), dochter Jaltje (en haar man Douwe IEDEMA) en schoondochter T. Bultsma-Dijkstra (= Jeltje Dijkstra) het familiebericht in de Leeuwarder Courant: “Heden overleed, zacht en kalm, onze geliefde moeder, behuwd- en grootmoeder GEESKE P. DE JONG, sedert 2 Jan 1905 weduwe van JELLE T. BULTSMA, in den gezegenden ouderdom van ruim 77 jaar. Haar leven was Christus, haar sterven gewin.” Als correspondentie-adres vermeld: Corn. Frederikstraat 19 te Leeuwarden. In het Adresboek 1928: D. IEDEMA, broodventer, Corn.Frederikstraat 19; weduwe J.BULTSMA, Corn.Frederikstraat 9 (= Geeske DE JONG); weduwe T. BULTSMA, Willem Sprengerstraat 50; W. BULTSMA, loodgieter, Voorstreek 38.

(4) Klaas Piers DE JONG (kw 6), geb Haskerhorne/Oudehaske 24-4-1853, ovl Oudehaske 9-12-1930, 77j, gehuwd, tr (1) Mildam 16-5-1878 met Jeltje HEIDA, tr (2) Oudeschoot 12-5-1881 met Jantje DE ROOS, tr (3) Mildam 2-3-1893 met Fokje Jurjens SCHIPPERS (kw 7).
— Klaas is derde zoon uit huwelijk van Pier Jacobs DE JONG en Joltje Fokkes VELDSTRA. Hij maakt zich al op jonge leeftijd zelfstandig. Voor verder verhaal ZIE GENERATIE 3 – grootouders (kw 6/7). Met emigratie naar en terugkeer van Duitsland.

(5) Fedde Piers DE JONG, geb Oudehaske 3-7-1855, ovl Leeuwarden 2-2-1922, 66j, gehuwd, tr (1) Schoterland 12-6-1884, hij 28, zij 28, met Jeltje Ypes BOSMA, geb Mildam 10-3-1856, ovl Leeuwarden 3-2-1912, 55j, gehuwd, dv Ype Annes BOSMA en Lijsbeth Siebrens WOUDSTRA.
— Fedde tr (2) Leeuwarden 9-11-1920, hij 65, zij 55, met Lamkjen KEIZER, geb Terband (Aengwirden) 13-9-1865, ovl Leeuwarden 12-12-1930, 65j, weduwe, dv Reitze Andries KEIZER en Grietje Andries KUPERUS Volgens de huwelijkse bijlagen wonen Fedde en Lamkje op Looijerstraat 4b te Leeuwarden, het adres waar Lamkje met nog twee minderjarige kinderen al woonde. Fedde is Gemeente Keurmeester te Leeuwarden. Zijn tweede huwelijk duurt slechts kort. Fedde overlijdt 2-2-1922, middags 6 uur. Uit overlijdensakte: “Poppe BIESMA, 43 jr, en Pieter ANEMA, 54 jr, aansprekers beiden wonende te Leeuwarden, verklaren dat op de 2de februari 1922 nm 6 uur is overleven Fedde DE JONG, oud bijna 67 jaar, Keurmeester, geboren te Oudehaske, wonende te Leeuwarden. Man van Lamkje KEIZER, eerder weduwnaar van Jeltje BOSMA, zoon van Pier Jacobs DE JONG en van Joltje Fokkes VELDSTRA, beide overleden.”

Fedde, vierde zoon van Pier Jacobs en Joltje VELDSTRA, wordt ambtenaar, rijkscommies bij de Belastingdienst. Na zijn opleiding wordt hij geplaatst te Berg (gemeente Urmond, Zuid-Limburg), mogelijk bij de douane, want Berg ligt aan de Maas die daar de grens met België vormt. De kans is groot dat hij zich laat overplaatsen naar Friesland (Sint-Annaparochie, Het Bildt) vanwege zijn jeugdliefde Jeltje BOSMA uit Mildam. Ze trouwen in 1884, beiden 28j oud, en volgens de akte is Fedde dan “wonende St.Annaparochie, binnen de laatste 6 maanden gewoond hebbende te Berg, gemeente Urmond.” Misschien vond Jeltje dat Limburg ongemakkelijk ver van huis was. St.Annaparochie is ook niet direct in de buurt van Mildam, maar zeker niet zo ver. Ze trouwen in Schoterland, en Fedde heeft keurig gezorgd voor certificaten van geen bezwaar uit Urmond zowel als St.Anna. Het jonge echtpaar woont de eerste ruim 7 jaar in St.Annaparochie en krijgt daar 4 kinderen. Dan verhuizen ze naar de Friese hoofdstad. Fedde krijgt de functie van stedelijk keurmeester te Leeuwarden. Jeltje wordt 55 en overlijdt in 1912 te Leeuwarden, dv Ype BOSMA en Lijsbeth WOUDSTRA.

Kinderen uit huwelijk van Fedde en Jeltje: Pier DE JONG, geb St.Annaparochie 19-8-1885, ovl Leeuwarden 4-4-1937, 51j oud, gehuwd, tr Lwrd 24-5-1916, hij 30, zij 29, met Janna GAASTRA, geb Workum 22-1-1887, ovl Lwrd 12-10-1939. 52j, weduwe, dv Anne GAASTRA en Siebrigje DE GRAAD. Vanuit Workum (notarisakte 17-5-1916) geeft vader Anne Gaastra toestemming voor het huwelijk.
— Uit huwelijk van Pier en Janna is in ieder geval de dochter Anna DE JONG geboren. In 1939 laat deze een rouwadvertentie plaatsen in de Leeuwarder Courant (12-10-1939): “Na een geduldig gedragen lijden nam de Heere tot Zich mijne geliefde moeder JANNA GAASTRA, sedert 4 juni 1937 wed. van P. DE JONG, in den ouderdom van 52 jaar. De diepbedroefde Anna De Jong, Leeuwarden 12 Oct 1939, Paul Krugerstraat 41.”
— Dat het overlijden (na geduldig gedragen lijden) van Janna was voorzien, mag blijken uit het feit dat op dezelfde dag (de overlijdensdag) ook een door de her en der in Nederland wonende familie ondertekende rouwadvertentie verscheen (“In Jezus ontslapen onze geliefde zuster en schoonzuster”). Ondertekend door haar zus te Harlingen I.v.d.Bogt-Gaastra en de drie zussen en twee broers van Pier, de twee broers dan wonend in Den Haag, zus Elisabeth in Hilversum, zus Joltje in Groningen, alleen zus Gezina ook wonend te Leeuwarden. Elisabeth DE JONG, geb St.Annaparochie 3-5-1887, ovl Hilversum (NH) 2-6-1970, 83j oud, tr Leeuwarden 29-5-1912, zij 25, hij 26, met Titus SPOELSTRA, geb Garijp 22-9-1885, ovl Hilversum 9-12-1945, 60j oud, zv Tjibbe Thomas SPOELSTRA en Tetje Baukes MEYER. Titus is onderwijzer en zo zullen zij via aanstelling te Hilversum zijn beland (beiden daar begraven op de Noorder Begraafplaats). Elisabeth en Titus trouwen vier maanden na overlijden van haar moeder Jeltje. Kinderen SPOELSTRA. Ype DE JONG, geb St.Annaparochie 23-4-1889, tr Leeuwarden 26-9-1917, hij 28, zij 21, met Jacoba VIERZEN, geb Dantumadeel 28-4-1896, dv Jacob Wybrens VIERZEN en Wijke VAN DER BOON. Over verdere levens van Ype en Jacoba heb ik nog geen gegevens. In 1939 (overlijden schoonzus Janna Gaastra) in rouwdvertentie: “Den Haag: IJ de Jong en J de Jong-Keizer.” Dus: Ype woont dan te Den Haag en de meisjes-achternaam van zijn vrouw is niet VIERZEN, maar KEIZER. Jacoba is overleden en Ype hertrouwd? Overlijden van Jacoba niet in Friesland. Het is wachten op verdere informatie. Werkte Ype bij de Nederlandsche Spoorwegen? Adresboek 1928: IJ de Jong, Jacob Binckesstraat 38, remmer Ned.Spoorw. Maar dit kan een voor ons vals spoor zijn.
— Drie weken na huwelijk van Ype en Jacoba trouwt ook te Leeuwarden zus Joltje DE JONG (met Klaas VAN SMEDEN) en drie jaar later broer Anne DE JONG (met Aaltje VIERZEN, zus van zijn schoonzus Jacoba). Joltje DE JONG, geb St.Annaparochie 15-11-1890, ovl Utrecht 9-5-1968, 77j, gehuwd, tr Leeuwarden 17-10-1917, zij 26, hij 29, met Klaas Gerhardus VAN SMEDEN, geb Middelburg (prov Zeeland) 27-3-1888, ovl Utrecht 11-4-1980, 92j, wednr, zv Bauke Minnes VAN SMEDEN en Akke ALTA.
— Dat Klaas in Middelburg (Zeeland) wordt geboren, heeft met handelscontacten van zijn Harlinger voorfamilie te maken. Vader Bauke, dan 35, trouwt met moeder Akke in 1875 te Harlingen. Daar worden 5 kinderen geboren. Na 1886 verhuist het gezin naar Middelburg, waar Bauke winkelier is en de kinderen Klaas Gerhardus (1888) en Klazina (1891) worden geboren. Vrij kort hierna terugkeer naar Harlingen, waar Bauke 9-2-1904, 63j, gehuwd, overlijdt.
— Joltje trouwt in 1917 met de 29-jarige Klaas Gerhardus en verhuist met hem naar Zwolle (OV). Daar wordt hun eerste kind geboren, 11-1-1919: Bauke VAN SMEDEN, die 2-9-1945 te Kampen (OV) door zijn vader in het ambt van dominee van de Chr. Gereformeerde kerk wordt bevestigd. De echtgenoot van Joltje blijkt namelijk over de gave van het woord te beschikken en wordt op basis van “singuliere gaven” (artikel 8 van de kerkorde) via een aparte procedure, Kampen 1-2-1925, tot het ambt van dominee, Chr.Gereformeerde richting, toegelaten. Hij is dan 36, Joltje 34. Als domineesvrouw woont Joltje nog te Haarlem (1928), Enschede (1933), Groningen (1938) en tenslotte Utrecht (vanaf 1950). Zij krijgt 4 kinderen. Zoon Bauke volgt, anders dan zijn vader, wel een reguliere, theologische opleiding. Anne DE JONG, geb Leeuwarden 2-1-1895, ovl den Haag 19-7-1975, 80j oud, tr Leeuwarden 27-10-1920, hij 25, zij 26, met Aaltje VIERZEN, geb Dantumadeel 11-8-1894, ovl den Haag 1-1-1982, 87j oud, dv Jacob Wybrens VIERZEN en Wijke VAN DER BOON (zie boven). Volgens rouwadvertentie 1939 (overlijden schoonzus Janna Gaastra) wonen Anne en Aaltje dan al te Den Haag. Ze zijn daar begraven op de begraafplaats Nieuw Eyk en Duinen. In Lwder Crt 16-10-1920 bericht van ondertrouw: A. de Jong, 25j te Wirdum, A.Vierzen, 26j. Gezina Elizabeth DE JONG, geb Leeuwarden 3-1-1899, tr Leeuwarden 30-8-1921, zij 22, hij 28, met Dirk Pieter DEKKER, geb Lwrd 25-12-1892, zv Peter DEKKER en Aafke DE VRIES. Volgens Adresboek 1928 is D.P DEKKER drukkerspatroon en wonen ze te Leeuwarden aan de Gedempte Keizersgracht 20.
— De Drukkerij D.P.DEKKER bevindt zich later op het adres Zuidvliet 38 Leeuwarden en blijft via volgende generaties een belangrijke leverancier van allerlei drukwerk (Dekker Drukwerken).

(6) Epke Piers DE JONG, geb Oudehorne (‘s morgens 6 uur) 14-5-1857, ovl Snikzwaag (Haskerland) 5-10-1936, koopman, 79j, wednr, tr (1) Schoterland 12-8-1880, hij 23, zij 20, met Gatske JELLEMA, geb Nieuwehorne 19-3-1860, ovl Oudeschoot 17-9-1899, 39j, gehuwd, dv Karst Jelles JELLEMA, kastelein te Nieuwehorne, en Renske Lammerts SCHIPPER. Epke tr (2) Haskerland 12-5-1904, hij 47, zij 39 (weduwe van Klaas DE VRIES), met Grietje POUTSMA, geb Haskerland 4-4-1865, dv Sake Lyckles POUTSMA en Wiepkjen BAKKER.

Epke, jongste zoon uit huwelijk van Pier Jacobs DE JONG en Joltje Fokkes VELDSTRA, draait mogelijk mee in het boerenbedrijf van zijn vader, behalve tijdens de maand in 1879 die hij in de gevangenis moet doorbrengen. Hij trouwt 12-8-1880, “van boerenbedrijf, geboren en wonende te Oudehorne”, hij 23, zij 20, met kasteleinsdochter Gatske JELLEMA, die 2 maanden na huwelijk bevalt van zoon Jacob. Epke wordt dan nog arbeider genoemd, het jaar erop winkelier en vervolgens koopman. Hij gaat dus de (vee-)handel in. Het boerenbedrijf van vader Pier eindigt abrupt met diens overlijden, 60j oud, in 1885.

Kinderen uit huwelijk van Epke en Gatske: Jacob Pier DE JONG, geb Nijehorne 19-10-1880, 2 maanden na huwelijk (Epke,23j, arbeider te Nieuwehorne). Jacob wordt slechts 9 maanden oud, ovl 27-7-1881. Jacob Pier DE JONG, geb Nijehorne 11-10-1881 (Epke, 24j, winkelier te Nieuwehorne). Bij overlijden van eerste zoontje is Gatske al ruim zwanger van een tweede kind. Weer een jongen en opnieuw naam Jacob Pier. Bij overlijden alleen Jacob genoemd, ovl 16-11-1883, 2j oud? Rinske DE JONG, geb Nijehorne 22-9-1882, overleden. Kerst DE JONG, geb Nijehorne 25-10-1883, ovl Haarlem (NH) 5-4-1951, 67j, gehuwd, machinebankwerker bij de Nederl.Spoowegen, tr (1) Jutphaas (UTR) 15-11-1911, hij 28, zij 26, met Johanna BARNEVELD, geb Loosdrecht, ovl Utrecht 17-9-1912 (met kind in kraambed), dv Otto BARNEVELD en Marretje LOTTEN. Kerst tr (2) Den Bilt (UTR) 15-10-1915, hij 31, zij 29, met Reintje DE GRAAF, geb Olst (OV) 28-2-1886, ovl Zwolle 28-5-1970, 84j, weduwe, dv Gerrit DE GRAAF, timmerman, en Aaltje VOSKES.
— Uit tweede huwelijk van Kerst de kinderen: Epke Gerrit, Aaltje Gatske en Gerrit Epke DE JONG. Pier DE JONG, geb Oudehorne 5-11-1884 (Epke, 27j, koopman te Oudehorne). Pier tr (1) te Marrum (Ferwerderadeel FR) 19-6-1909, hij 24. zij 21, met Aaltje HOMSMA, geb Marrum 19-4-1888, dv Douwe Tjeerds HOMSMA en Jeltje Ytzens TEITSMA. Begin 1914 emigreert hij (29j) met Aaltje (25j) en dochters Joltje (3j) en Gatske (1j) naar Amerika. Met het emigrantenschip “Rijndam” arriveren ze 4-3-1914 op Ellis Island bij New York. Hij is gardener van beroep volgens het formulier (groentenkweker, tuinbouw) en heeft als referentie Jouke KALSBEEK te Grand Rapids (Michigan).
— In 1922 woont hij niet meer in Grand Rapids, maar in Booton (Minnesota), rond 1000 km verderop in het Amerikaanse Midden-Westen. In dat jaar emigreert zijn jonge neef Pier Klazes DE JONG (geb 1900) naar Amerika met Pier (Epkes) te Booton als referentie. Neef Pier (22j) is nog ongehuwd en trekt als boerenknecht (farm hand) via Minnesota enkele honderden kilometers verder voor een eerste job in Marlon (North Dakota).
— Uit het huwelijk van Pier (Epkes) DEJONG (DeYoung of TheYoung) en Aaltje HOMSMA worden in de VS nog twee zonen geboren: Epke en Douwe. Aaltje lijkt hierna overleden want Pier trouwt (2) met Trijntje VANDERBIJ en krijgt uit dit huwelijk nog twee kinderen: Jakob en Sue.
— Exacte data ontbreken me nog. Terwijl de jongere neef Pier Klazes uiteindelijk van North Dakota terugverhuist naar Michigan (Grand Rapids, Kalamazoo), schijnt gardener Pier Epkes verder naar het westen te zijn gegaan, naar Lynden en omgeving in de staat Washington (aan de Stille Oceaan, tegen de grens met Canada, niet ver bezuiden Vancouver). Lynden en omgeving was en is een vruchtbaar land- en tuinbouwgebied (heel “Dutch” en “Reformed” nog altijd). De 6 kinderen van Pier zijn daar getrouwd, elk met een Nederlands emigranten-kind, de Friese voornamen aangepast: Jeltje (Elsie) tr te Lynden met Gerrit BUYS, Gatske (Katherine) te Quincy met Arie MOLENAAR, Epke (Edward) te Lynden met Sadie ANDRINGA, Douwe (Donald) te Sumas met Hilde JAGER, Jacob (Jake) te Quincy met Louise VRIELING en Sue te Sumas met Cornie HOLLEMAN. Zij zorgden samen voor behoorlijk wat “Amerikaanse” kleinkinderen in de staat Washington of eromheen. Rinske DE JONG, geb Oudehorne 9-11-1886, tr Akmarijp (Utingeradeel FR) 15-5-1913, zij 26, hij 32, met Haite KNIJPSTRA, geb Akkrum (Uting) 25-6-1880, zv Klaas Sytzes KNIJPSTRA en Sytske Jans JONKER. Nog aan te vullen. Vader Klaas, geb Akkrum 15-7-1845, ovl 28-12-1881, 36j, gehuwd, tr Grouw 11-6-1868, hij 22, zij 26. Uit huwelijk alleen zonen Sytze (10-6-1872) en Haite (25-6-1880) bekend. Geboorte van Haite wordt, merkwaardig, tweemaal geregistreerd: Utingeradeel 26-6-1880 (dag na geboorte) en 12-12-1880 (wel gelijke geboortedatum). Was vader Klaas veel uithuizig? Moeder Sytske overlijdt 9-1-1908, 67j, weduwe. Haite (voornaam in Knijpstra-familie) trouwt 2 jaar later met Rinske. Verdere meldingen nog onbekend. Zoontje (levenloos) te Oudehorne 12-12-1888. Jelle DE JONG, geb 19-4-1891 te Akmarijp (Utingeradeel, FR), Epke (33j) koopman te Akmarijp. Epke en Gatske zijn van Oudehorne verhuisd naar Akmarijp (boven Joure), waar Epke probeert als koopman de kost te verdienen. Het zoontje Jelle overlijdt 13-8-1891, slechts 3 maanden oud. Jelle DE JONG, geb Akmarijp 11-12-1893, ovl 15-4-1894, slechts 4 maanden oud. Joltje DE JONG, geb Akmarijp 30-11-1895, ovl Ootmarsum (OV) 16-8-1968, 72j. Was gehuwd met Johannes Matthijs DE GROOT, geb Amsterdam 13-9-1896. Nog aan te vullen. Jelle DE JONG, geb Akmarijp 20-11-1896, ovl 20-4-1897, slechts 5 maanden oud. Jeltje DE JONG, geb Oudeschoot 8-7-1899, namiddags 7 uur (Epke, 42, koopman wonende te Oudeschoot. Moeder Gatske JELLEMA overlijdt twee maanden later, 17-9-1899, 39 jaar oud. Baby Jeltje 24-9-1899, een week na haar moeder.

Omdat het overlijden van Gatske wordt aangemeld door stationschef Kuperus en spoowegwerker Doosje neem ik (voorlopig) aan dat Epke in de buurt van het toenmalige treinstation Oudeschoot-Nieuweschoot is gaan wonen. Voor een koopman was de trein (die heb je niet in Akmarijp) een nuttig ding. Epke verhuist van Oudeschoot naar Joure, waar hij 12-5-1904, 47j, “van beroep koopman, geboren te Oudehorne, wonende te Joure, weduwnaar van Gatske JELLEMA, zoon van Pier Jacobs de Jong en Joltje Fokkes Veldstra, beide overleden,” trouwt met Grietje (Sakes) POUTSMA, “oud 39 jaar, zonder beroep, geboren te Oudehaske, wonend te Ouwsterhaule, weduwe van Klaas DE VRIES, dochter van Sake Lyckles POUTSMA en Wiepkjen BAKKER, beiden overleden.” Joure, het hoofddorp van Haskerland, ligt niet aan het treinspoor, maar heeft wel een goede tramverbinding, naast andere aloude marktdeugden. Toen Epke trouwde met Grietje POUTSMA was zij sinds 7 jaar weduwe. Haar eerste echtgenoot, Klaas Jans DE VRIES, met wie ze Haskerland 2-10-1887 trouwde, hij 21, zij 22 (hoogzwanger, want eerste kind wordt ruim een maand later geboren), overlijdt 8-3-1897, pas 31 jaar oud. Door zijn huwelijk met Grietje wordt Epke stiefvader van 3 kinderen uit haar eerste huwelijk: Jan (Klazes) DE VRIES, geb Ouwsterhaule 27-11-1887, Wiepkje (Klazes) DE VRIES, geb Ouwsterhaule 20-7-1889, en Tjitske (Klazes) DE VRIES, geb 18-6-1892. Laatstgenoemde is ook een zoon, al zou de ingeschreven voornaam anders doen vermoeden. Door haar huwelijk met Epke wordt Grietje stiefmoeder van Kerst (1883-1951), Pier (1884-USA), Rinske (1867-?, gehuwd KNIJPSTRA) en Joltje DE JONG (1895-1968). Epke en Grietje krijgen samen nog de dochter Minke.

Epke wordt in zijn tweede huwelijk nog vader van een dochter: Minke (Epkes) DE JONG, geb Joure ca 1905, vernoemd naar een tante van Grietje. Precieze gegevens over deze Minke kunnen nog volgen. Via internet had ik toevallig contact met een mevrouw Bruinsma, van wie de grootmoeder ooit ook woonde “op het Douwe Egberts-terrein te Joure” met Epke en Grietje als buren. Hun dochter Minke was volgens deze opgave (toen) een mooi en lief meisje.

Epke Piers DE JONG is 79j geworden, ovl te Snikzwaag (boven Joure) 5-10-1936 en begraven te Joure op de Algemene Begraafplaats. Volgens de aanspreker die het overlijden meldt, is Grietje POUTSMA dan nog in leven. Hun huwelijk duurde 32 jaar. Bij overlijden van Epke is Grietje ook al 71. Van haar overlijden (nog) geen melding gevonden. In het adresboek van ca 1928 wordt E. DE JONG vermeld als wonend te Snikzwaag A 13, veekoopman. Volgens “Graftombe.nl” staat Grietje niet vermeld als eveneens begraven in het graf te Joure. Ik mag niet nalaten hier te melden dat de grootvader van Grietje POUTSMA in 1826 in eerste huwelijk getrouwd was met Jacobje Hanzes FRANKENA. Dat huwelijk (27-5-1826) duurt slechts 6 maanden en blijft kinderloos, doordat Jacobje, pas 19j oud, 28-11-1826 overlijdt. Lykele Sakes POUTSMA trouwt ruim 5 jaar later met Grietje Ypes HOLTROP en uit dat huwelijk (Haskerland 18-3-1832) volgen dan kinderen, zoals Sake Lykles POUTSMA (geb 9-8-1835, boer en veehandelaar), de vader van Grietje. In hoever, na ruim 70 jaar, nog herinnering bestond aan Jacobje is niet na te gaan. Zij was jongere zus van Lijsbet Hanzes FRANKENA (kw 27) die een overgrootmoeder is van Epke. Ook te melden: Het eerste huwelijk van Epke is met Gatske, dochter van Kerst Jelles JELLEMA, kastelein te Nieuwehorne. Kroegbaas Kerst (1825-1896) is pas 1j oud wanneer zijn vader, de boer Jelle Kerstes JELLEMA 1-8-1826 overlijdt. Zijn moeder Gatske Nannes BRUINSMA, trouwt (2) 2-3-1831, zij 36, hij 29, met Binne Tammes ZINGSTRA, geb Terwispel, zv Tamme Sierds ZINGSTRA en Jeltje Harmens. Deze Binne is kastelein te Nieuwehorne (herbergier). Binne ZINGSTRA overlijdt 3-3-1862, 60j oud, weduwe Gatske BRUINSMA 10-2-1872, 77j oud. Het lijkt me dat Kerst JELLEMA, dan 47, in 1872 eigenaar wordt van de herberg en voor eigen rekening kastelein (hij leent 2-11-1872 van geldschieter Petrus Brandsma te Utrecht 12.000 gldn en 18-4-1874 nogeens 4.000 gldn, mogelijk om mede-erfgenamen uit te kopen en voor enige renovatie).
— Ik noem Binne Tammes ZINGSTRA (1802-1862) als “de eerste” kastelein (herbergier) te Nieuwehorne vooral ook, omdat hij de kleinzoon is van Sierd Tammes SEINSTRA, de oudere broer van Freerk Tammes VAN DER HOEK (kw 32, 1758-1841). Voor Kerst JELLEMA is van jongsafaan Binne de stiefvader. Er is voor hem geen “bloedverwantschap” met de VANDERHOEK-lijn. Die hem mogelijk ook onbekend was (zoals voor schoonzoon Epke).

(7) Liesbeth Piers DE JONG, geb Oudehorne 12-8-1861, ovl 27-9-1861, 7 weken oud.

(8) Elizabeth (Elisabeth) Piers DE JONG, geb Oudehorne 5-9-1864, ovl 6-11-1889, 25j oud, trouwt 11-3-1886, zij 21, hij 24, met Klaas DE WEERT, geb Holwerd (Westdongeradeel FR), 1-5-1861, ovl (gemeente Heerenveen) 22-2-1941, 79j oud, nog akte nagaan over in welke plaats, zv Gerrit Johannes DE WEERT, timmerman, en Aafke Klazes BOONSMA.

Elizabeth is laatste kind uit huwelijk van Pier Jacobs DE JONG en Joltje VELDSTRA. Bij het overlijden van haar vader in 1885 is ze 20j oud. Zij trouwt in het jaar daarna met de onderwijzer Klaas DE WEERT te Nieuwehorne, die daar zijn aanstelling kreeg. Klaas is geboren te Holwerd in het noorden van Friesland, bij de Waddenkust. In 1886 wonen zijn ouders te Betterwird (bij Dokkum). Vader Gert Johannes is timmerman. Klaas haalt de onderwijzersakte en verhuist naar Nieuwehorne in het zuidoosten van Friesland (Schoterland) omdat daar een vacature is. Zo komt hij Elizabeth tegen die er de jongemeid uithangt. Haar vader Pier overlijdt 10-10-1885, 60j oud, en Klaas en Elizabeth die al met elkaar gaan, trouwen 11-3-1886. Zij is 21, hij 24.

Kinderen uit het huwelijk: Gerrit DE WEERT, geb Nieuwehorne 17-4-1888, ovl 10-12-1962, 74j oud, tr 21-9-1914 te Veendam (prov Groningen), hij 26, zij 24, met Engelina Maria BAKKER, geb Veendam 25-10-1889, dv Poppe BAKKER en Ellechien HEMMES.
— Gerrit staat dan al vermeld als hoofd-onderwijzer. De Groningse gegevens over hem en Engelina moeten nog worden gevonden.
— Opmerkelijk is dat Gerrit DE WEERT zich in 1962 te Oudehorne (Alg. Begraafplaats) laat bijzetten in het graf waarin moeder Elizabeth in 1889 ter aarde werd besteld. De steen vermeldt hun twee namen (graftombe.nl). Misschien was hij al geruime tijd weduwnaar. Pier (Klazes) DE WEERT, geb Nieuwehorne 28-10-1889, ovl Leeuwarden 3-11-1907, 18j oud. Bericht van overlijden 28-11-1907 ingevoerd in Burgerlijke Stand van Schoterland. Doodsoorzaak wordt niet gemeld en hoe hij te Leeuwarden verzeilde (studie? militaire dienst?) weten we ook niet.

Elizabeth overlijdt 6-11-1889, 25j oud, tien dagen na de geboorte van Pier. Onderwijzer Klaas DE WEERT trouwt (2) op 5-5-1892, hij 31, zij 30, met Tietje BIJLSMA, geb StNicolaasga, dv Jan Gerbens BIJLSMA en Duike Pieters HOTTINGA. Uit zijn tweede huwelijk zijn te Nieuwehorne nog minstens de zonen Jan (1893), Johannes (1895) en Sjoerd DE WEERT (1898) geboren. Tietje Bijlsma overlijdt 31-12-1938, 73 jaar oud, en Klaas de Weert 22-2-1941, 79 jaar oud. In het adressenboek van 1928 staat K. de Weert vermeld als wonend te Nieuwehorne in huis nummer 76. Hij is dan 67 en het boek vermeldt bij hem geen beroep meer. Bij overlijden van Tietje in 1938 koopt Klaas een graf op de Nieuwe Begraafplaats te Heerenveen. Daar is Tietje begraven en in 1941 ook Klaas.

In de korte periode van huwelijk Klaas & Elizabeth valt de verkiezingsstrijd van 1888, die ertoe leidde dat Domela Nieuwenhuis de eerste “socialist” werd die een zetel in de Nederlandse Tweede Kamer kreeg. Dankzij de stemmen in Schoterland. In die tijd was van algemeen kiesrecht nog geen sprake. Het aantal stemgerechtigden (mannen, boven een bepaalde drempel in belastingaanslagen, districtenstelsel) was beperkt. Volgens familieverhaal was de jonge onderwijzer Klaas DE WEERT, door zijn huwelijk met Elizabeth ingetrouwd, een ijverige propagandist vóór de verkiezing door Schoterlandse stemgerechtigden van Domela Nieuwenhuis, ten koste van de rechtse kandidaten. Op gevaar af zelf als “socialist” te worden bestempeld. Om allerlei redenen stemde Schoterland Domela in de Tweede Kamer, niet in het minst omdat van een uitruil sprake was tussen de gereformeerden (Anti-Revolutionaire Partij) die wisten in Schoterland niet te kunnen winnen, maar in buurdistrict Weststellingwerf mogelijk wel, mits daar de naar Domela neigende stemmers voor de AR-kandidaat zouden kiezen. De uitruil hield in dat de naar AR neigende stemmers in Schoterland voor Domela kozen. De “propaganda” voor Domela door Klaas DE WEERT en consorten in Schoterland was misschien minder “socialistisch” dan pragmatisch. De opzet lukte. En Domela raakte vereerd in Schoterland, ook onder de niet-stemgerechtigden. Maar meer hierover bij politieke geschiedschrijvers.

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland) - overgrootouders

  1. Jurjen Annes SCHIPPER, arbeider, geb Oldetrijne (Weststellingwerf FR) 4-9-1822, ovl Oudehaske (Haskerland FR) 29-10-1908, 86j, wednr (wonend te Nieuweschoot), tr Weststellingwerf 12-11-1864, hij 42, zij 24, met
  2. Janke Hendriks WIEKEL (WYKEL), schoenmakersdochter, geb Nieuwehorne (Schoterland FR) 20-1-1840, ovl Nieuweschoot 12-1-1908, 67j, gehuwd. (Ruim 9 mnd later overlijdt Jurjen, 86j, te Oudehaske, waar dochter Fokje dan woont. Hij staat ingeschreven “wonend te Nieuweschoot”, aangifte van overlijden Haskerland 29-10-1908, te Schoterland pas 17-3-1909).

De achternaam van overgrootvader Jurjen is SCHIPPER bij zijn geboorte, huwelijk en overlijden. Tussendoor bij geboorten etc van zijn kinderen wordt SCHIPPERS geschreven waardoor uiteindelijk dat de familie-achternaam wordt. De achternaam van overgrootmoeder Janke is WIEKEL bij haar geboorte, huwelijk en overlijden. Tussendoor bij geboorten van kinderen ook WYKEL (zie haar vader Hendrik WYKKEL, kw 30).

Jurjen verdient de kost grotendeels als “seizoenarbeider”. Hij is te Oldetrijne geboren, omdat zijn vader Anne Pieters SCHIPPER (kw 28) ook op die manier aan de kost kwam en bij de geboorte van Jurjen (1822) toevallig tijdelijk met gezin te Oldetrijne woonde. De oorspronkelijke herkomstplaats is Steggerda (Weststellingwerf). Anne wordt 90, Jurjen 86. Een leven als “seizoenarbeider” hoeft niet ongezond te zijn. Janke is 24 bij huwelijk (Weststellingwerf 12-11-1864), “dienstmeid, wonende te Oranjewoud onder Oudeschoot.” Haar ouders zijn rond 4 jaar eerder overleden: moeder Fokje Jans van Fleeren (kw 31) in februari 1860 en vader Hendrik Durks Wiekel (kw 30) in juni 1861. Beiden te Nieuwehorne, waar Hendrik schoenmaker was. Janke zal een betrekking te Oranjewoud hebben gevonden. Jurjen is 42 en arbeider te Oldeholtwolde. Het huwelijk wordt daar gesloten (Weststellingwerf), maar ze gaan in Oranjewoud wonen.

Misschien omdat de dienstbetrekking van Janke zekerder was dan de seizoensarbeid van Jurjen. Maar dat is slechts een suggestie. Oranjewoud ontstond als dorp/buurschap bij het zomerverblijf dat de Friese Oranjes in het Schoterwoud lieten aanleggen (vandaar de naam) en andere rijke families daarna. Zo bleef het als lusthof/plezierbos bewaard tussen alle ontginningen eromheen. Het Schoterwoud bleef formeel (kerkelijk, juridisch) onder Oudeschoot vallen, administratief (kadastraal) ook wel tot De Knijpe gerekend. In akten kunnen daardoor andere plaatsnamen genoemd worden terwijl het om Oranjewoud gaat. De buurschap Brongerga aan de noordoostkant van het Schoterwoud was de oudere kern waarbij de eerste zomerverblijven werden gebouwd. Brongerga wordt als dorp vermeld, zeker sinds 1408. Het dorp bezat een katholiek kerkje gewijd aan St.Agatha dat niet gespaard bleef en op kaarten van rond 1700 alleen nog als ruïne wordt vermeld (volgens verhaal zijn stenen later gebruikt voor de bouw van kerk te Mildam). Inmiddels had de turfwinning Brongerga aan de noordkant gepasseerd en was aan de vaart (Schoterlandse Compagnonsvaart) het dorp Nieuw-Brongerga ontstaan, later Benedenknijpe of De Knijpe genoemd. Van het kerkje te Brongerga resteert tot op vandaag nog alleen de begraafplaats met klokkestoel (oudste zerk van 1711, grafkelder VAN LIMBURG STIRUM sinds ca 1910). Jurjen en Janke zijn na huwelijk 1864 gaan wonen aan het laantje achter dit kerkhof te Brongerga. Tegen het eind van hun leven wonen zij te Nieuweschoot, mogelijk bij oudste zoon Hendrik.

Het huwelijk van overgrootouders Jurjen SCHIPPER en Janke WIEKEL eindigde na ruim 40 jaar, door overlijden. Het langste deel woonden zij te Brongerga/ Oranjewoud. Uit hun huwelijk worden 7 kinderen geboren. De dochters Fokje en Pietje tijdens zomermaanden en vader Jurjen is er dan niet bij, beroepshalve afwezig. De andere kinderen zijn in naseizoen of wintertijd geboren. Jurjen kan dan thuis zijn en zelf aangifte van geboorte doen. In de huwelijksakte, 1893, van dochter Fokje staat geschreven dat deze te Oudeschoot is geboren. Als woonplaats van Jurjen en Janke en ook Fokje wordt dan Mildam genoemd. Misschien moeten we in alle gevallen Oranjewoud lezen.

Kinderen uit huwelijk van Jurjen en Janke:

Trijntje (Jurjens) SCHIPPERS, geb 28-11-1865, “’s morgens half acht te of in het Oranjewoud”, ovl Katlijk 25-9-1940, 74j, gehuwd, tr 19-5-1889, arbeidster met Jan Yntzes VAN DER HONING, arbeider, geb Katlijk 28-10-1865, ovl aldaar 1-11-1950. In Adresboek 1928: J VAN DER HONING, jager, wonende Katlijk No 125. Zwager A SCHIPPERS woont Katlijk No 126. Zie verder notitie hieronder 14.1. Hendrik Jurjens SCHIPPERS, geb Oranjewoud 15-11-1867, “’s avonds 6 ure te Oranjewoud”, ovl 6-11-1955 (begr Nieuweschoot (klokkestoel)), bijna 88j, wednr, tr 24-5-1900, hij 32, boerenknecht geboren en wonende te Oranjewoud, zij 25, met Janke HOEKSTRA, geb Mildam 2-7-1874, wonende te Joure, ovl 5-5-1949 (begr Nieuweschoot), 74j, gehuwd, dv Meeuwes Yntzes HOEKSTRA, arbeider wonende te Katlijk, en Geeske TALSMA, ovl 15-4-1890.
— Mogelijk dat hij in 1908/09 te Nieuweschoot woonde. In het Adresboek van ca 1928 wordt hij daar vermeld: H.SCHIPPERS, arbeider, wonend Nieuweschoot No 67. Fokje (Jurjens) SCHIPPERS (kw 7), geb Oudeschoot 15-6-1870, ovl De Tynje (Opsterland FR) 14-11-1936, 66j, weduwe, tr Mildam 2-3-1893, zij 22, hij 39 (tweemaal weduwnaar) met Klaas Piers DE JONG, geb Oudehaske 24-4-1853, ovl Oudehaske (na o.a. verblijf te Duitsland) 9-12-1930, 77j, gehuwd. Zie verder Generatie 3 Grootouders (kw 6 en 7).
— Bij geboorte van Fokje is vader Jurjen niet te Oudeschoot/Oranjewoud aanwezig. Geboorte-aangifte wordt gedaan door vroedvrouw Frederika FOKKENS. Anne Jurjens SCHIPPERS, geb 6-2-1873 “’s morgens om 6 uur te Oranjewoud”, tr (1) Katlijk 17-4-1898, hij 25, zij 24, met Tjitske DE KROON, geb Katlijk 18-1-1874, ovl 17-6-1909, 34j, gehuwd, dv Durk Sietzes DE KROON en Hendrikje Luites BLOEMBERGEN. Tjitske overlijdt 16-6-1909, 35j oud, en Anne trouwt (2) Katlijk 22-9-1910, hij 37, zij 23, met Mettje WOUDSTRA, geb Langezwaag (Opsterland FR) 19-4-1887, dv Jelle Wiebes WOUDSTRA, werkman, wonende te Beneden Knijpe, en Grietje POPMA, overleden 29-8-1898 te Boven Knijpe.
— In Adresboek 1928: A. SCHIPPERS, arbeider, wonende Katlijk No 126. Overlijdens van Anne en Mettje niet gemeld gevonden. Bontje SCHIPPERS, geb Oranjewoud 31-10-1875, ovl 18-10-1884, bijna 9j oud. Jelle (Jurjens) SCHIPPERS, geb Oranjewoud 28-9-1878, ovl Katlijk 2-2-1958, 79j, wednr, tr Haskerland 13-5-1909, hij 30, zij 26, met Grietje VAN DER BIJ, geb Hoornsterzwaag (Schoterland FR) 6-9-1882, ovl Katlijk 5-5-1949, 66j, gehuwd, dv Pieter VAN DER BIJ en Bontje DE JONG. Jelle en Grietje liggen begraven te Katlijk. Adresboek 1928: J SCHIPPERS, arbeider, wonende Katlijk No 37. Pietje (Jurjens) SCHIPPERS geb 2-7-1882 “des morgens ten vier ure te Oranjewoud”. Jongste dochter Pietje trouwt 7-5-1908, oud 25 jaar, zonder beroep, geboren te Oranjewoud, wonende te Oudehaske, dochter van Jurjen Schippers, arbeider, wonende te Nieuweschoot, en Janke Wijkel, overleden. Moeder Janke was 12-1-1908 te Nieuweschoot overleden en vader Jurjen zal 29-10-1908 te Oudehaske overlijden (wonende te Nieuweschoot). Pietje trouwt in de maanden hiertussen met Pieter BOERSMA, oud 27 jaar, arbeider, geb 27-7-1880 te Rottum, wonende te Rottum, zoon van Freerk BOERSMA, arbeider, en Jantje KOOY, zonder beroep, wonende te Rottum. In Adresboek 1928 geen melding te Rottum. Overlijdens niet gemeld gevonden.

Bij de geboorte van jongste dochter Pietje is Jurjen op twee maanden na 60 jaar oud (Janke is dàn 42) en hij kan geen aangifte doen. Dat was ook al zo bij de geboorte van de dochter Fokje (kw 7) twaalf jaar eerder. De vroedvrouw doet de geboorte-aangifte: “Frederika Fokkens, 47 jaar, vroedvrouw, wonende te Heerenveen (welke ons verklaarde) dat op de 15den dezer maand juni 1870, in haar tegenwoordigheid des morgens ten zeven ure te Oudeschoot is geboren, uit Janke Hendriks Wiekel, zonder beroep, echtgenote van en inwonende bij Jurjen Annes Schippers, arbeider, wonende te Oudeschoot, beroepshalve afwezig en daardoor verhinderd zelf deze aangifte te doen, (een dochter) aan welke zij verklaarde de voornaam te geven van Fokje.” Twaalf jaar later is Jurjen ook niet aanwezig bij de geboorte van jongste dochter Pietje, om dezelfde reden, volgens de aanmelding die dezelfde vroedvrouw hiervan doet.

Overgrootvader Jurjen wordt 86 (ovl 1908). Bij overlijden laat hij 6 kinderen na. Het schijnt dat hij continu als seizoenarbeider werkte en daardoor vooral in de zomermaanden “beroepshalve afwezig”. Hij zal dan vooral in het Stellingwerfse deel van Friesland hebben gewerkt of rond Steenwijkerwold. Voor de Friestalige Schoterlandse families was Jurjen een “kromprater” (beheerste slecht de Friese taal, maar praatte Stellingwerfs/Saksisch). Hij is ook in verhalen als “Ommenaar” betiteld. Een aanduiding die ik destijds noteerde, zonder door te vragen. Achteraf denk ik dat het om een wantrouwen ging jegens Stellingwerfse seizoenarbeiders en de kolonisten daar geplaatst door de Maatschappij der Weldadigheid (Frederiksoord, Willemsoord etc en de strafkolonie Ommerschans voor moeilijke types). Een broer van Jurjen was zo’n kolonist, maar Jurjen zelf voorzover wij weten had niets met het koloniegebeuren te maken. Door zijn afwezigheden als seizoenarbeider in de Stellingwerven etc was hij voor Schoterlanders mogelijk wel een wat vreemd figuur.

Notitie 14.1: Trijntje SCHIPPERS en Jan Yntzes VAN DER HONING Uit dit huwelijk: Yke (geb 6-4-1890 te Mildam, trouwt 12-1-1911 met Uilke Yntzes HOEKSTRA, geb 15-9-1875, boer te Katlijk (Schoterlandseweg, “lytse Uille”), overl 15-8-1954, 78 jaar oud) Yntze (geb 14-3-1892)* Sake (geb 26-5-1893) Janke (25-11-1895) Tetje (11-6-1897, aangifte door oma/beppe Jantje Wijkel) Hendrik (20-1-1899) Tetje (9-11-1900) Fokje (13-9-1902).

*) Gegevens rond Trijntje Schippers en Jan Yntzes van der Honing worden gedocumenteerd door hun achterkleinzoon Yntze van der Honing. Eerder genoemde Yntze (1892-1967), zoon van Trijntje en Jan, is zijn grootvader/pake. De achterkleinzoon meldt o.a. dat Trijntje in 1865 wordt geboren “in het witte huisje schuin achter de begraafplaats van Brongerga (thans onder Oranjewoud) dat er nog altijd staat”. Jan Yntzes houdt zich niet aan de jachtregels, wat hem juridisch de beschuldiging van “stroperij” oplevert. Om arrestatie te ontgaan duikt hij onder en verblijft hij na 1900 ook enige tijd in Duitsland. In Adresboek 1928 vermeld als jager.

Aan de huwelijksakte is toegevoegd een bezwaar dat Jan VAN DER HOEK maakt tegen de schrijfwijze van het patroniem: “Wouters” dan wel “Wolters”. Herman(us) Andries KEIZER (1843-1921) is te Wolvega (Weststellingwerf, FR) geboren, jongste zoon van Andries Gerrits KEIZER (1803-1883) en Lammigje Reitzes BOS (1803-1875). Grootvader Gerrit Keizer was opzichter bij de verveningen bezuiden Wolvega (De Blesse, Blesdijke), overleden begin 1808, 37j oud. Herman(us) tr 8-5-1869, 25j oud, met Grietje Tjeerds BOLTJES (1842-1917) uit Oldeholltwolde (Weststellingwerf, FR). Het huwelijk schijnt kinderloos te zijn gebleven. Ze vestigden zich te Oranjewoud/Het Meer (Schoterland, FR) en waren bemiddeld genoeg om geld uit te lenen. Zoals de 1300 gldn in 1879 aan Jan Wolters VAN DER HOEK te Oranjewoud en 350 gldn in 1881 aan Jochum WOUDA te Oranjewoud. Ook een Jan SANGERS te Bolsward kreeg een lening, maar leende kennelijk her en der en ging failliet in 1885. Daar moest een curator aan te pas komen. Dit maakte KEIZER misschien voorzichtig, want andere uitleningen van hem komen we niet tegen. Pas later, hij is dan 65, komt in notariëel archief de melding voor dat hij voor 1500 gldn, te betalen in 30 halfjaarlijkse termijnen van 50 gldn met 4% rente per jaar, aan Bote Jochums WOUDA te Oranjewoud een perceel weiland te Het Meer verkoopt. Op 7-7-1917 overlijdt te Het Meer echtgenote Grietje Tjeerds BOLTJES, 74j oud, en binnen de week, 12-7-1917, verkoopt Hermanus Andries KEIZER huis en tuin te Het Meer voor 2000 gldn, contant betaald, aan Jacob NUMAN te Het Meer. Hermanus wordt 77.
— Herman Andries KEIZER komt ook als geldschieter voor in sommige gevallen binnen het DE JONG-KWARTIER. In de eerste gedigitaliseerde indexen (Tresoar) van de Friese Burgelijke Standregisters ontbrak hij, voorzover ik me herinner. Pas in een volgende uitbreiding van de digitalisering was hij er onmiskenbaar: Jan, geb Het Meer 21-9-1864. Ik mailde broer Klaas, die ruim twee jaar lang de papieren documentatie bij Tresoar voor ons naploos, nog in de zin van: kàn niet. Het kon natuurlijk wel. Klaas had op verzoek de huwelijkse bijlagen van Wolter Jans VAN DER HOEK (1891) nagelezen. En vond daarin dat deze vanwege broederplicht van Militaire Dienst was vrijgesteld. Mijn reactie: kàn niet. Of het moest zijn geweest vanwege in dienst overleden verre familieleden.
— Klaas reageerde met glimlach op mijn (valse) ongeloof: ga je gang maar. Dit is melding vanuit onze fase van vooronderzoek. Nu weet ik beter: Jan Jans VAN DER HOEK was eerste zoon uit huwelijk van Jan en Hiltje. Jongere broer Wolter Jans VAN DER HOEK (aan mij wel steeds bekend) werd vrijgesteld van militaire dienst omdat oudere broer Jan zijn diensttijd had volgemaakt en volgens de ingevoerde reglementen van zonen uit 1 gezin minder dan de helft voor dienstplicht kan worden opgeroepen. Zij kwamen uit gezin van 3 zonen (2 is dan meer dan de helft), dus de andere 2 waren vrijgesteld. Jan bestond.
— Volgens zelfde reglement moest ik in 1963 (enig uitsteld door studie} ook in dienst als derde uit gezin met 7 zonen. Dat Jan bestond en te Amsterdam ging wonen, valt hierna uit stadsarchieven te achterhalen. Zijn broer Wolter kwam in 1896 ook in Amsterdam te wonen. Jongste broer Bonne vertrekt rond die tijd ook uit Heerenveen en komt in Naaldwijk (bij Den Haag) terecht. Aangifte van de geboorte van Bontje door haar vader Jan Wolters VAN DER HOEK, 37j, arbeider, wonende te Oranjewoud, en diens broer Freerk Wolters VAN DER HOEK, 40j, arbeider, wonende Het Meer. Aangifte dag na geboorte. De data van geboortes en overlijden heb ik te danken aan een email-contact in 2007 met Steiny DE KRUIJFF-METHORST, een kleindochter van Sijmen en Bontje, een dochter van Grietje EENKHOORN (1911-1991). De in 1818 gestichte Maatschappij de Weldadigheid begon op de heidevelden langs de Overijsselse, Drentse en Friese provinciegrenzen “kolonies” (zie elders: “om de armen uit de steden om te vormen tot kleine boeren”). Om het project te coachen was kader nodig en daartoe werd een “Landbouwkundig Instituut” gesticht, een kweekschool voor kolonie-managers. De gebouwen daartoe werden aan de rand van het project gevestigd (bij Diever) en kwamen als “school” of “kweekschool” op de kaart. De school was geen succes en werd in 1859 opgeheven (het hele Maatschappij-project duurde slechts een generatie en moest toen worden gered door overname via overheidsgeld en overheidsbelang).
— De “kweekschool” terreinen werden verkocht en uiteindelijk Zorgvliet genoemd, toen de ontginner en industrieel Lodewijk Guilaume VERWER eigenaar was geworden en het landgoed (Castella Vetera) in 1880 omdoopte in Huize DE ZORGVLIEDT. Genoemde VERWER was een overtuigd rooms-katholiek, die met pauselijke toestemming op Zorgvliet een huiskapel voor de katholieke bevolking mocht inrichten, met een eigen kapelaan voor de missen (hoogmissen te Steenwijk).
— VERWER stichtte een hypotheekbank en een levensverzekeringsmaatschappij, te Elsloo (aan de Friese kant van de grens) een stoomzuivelfabriek (1887), en startte bij Zorgvliet (met terpaarde en kunstmest) de teelt van cichorei en tabak. Daartoe wierf hij katholieke families uit Brabant aan, maar ook Friese boeren en vermoedelijk ook tabaksspecialisten, zoals de Kampense sigarensorteerder Sijmen EENKHOORN. Hij kon een goed salaris bieden. Maar lang duurde het niet. De EENKHOORN-familie wordt genoemd in het verzameloverzicht “Oude families uit Genemuiden” door H.W.Hammer (Huissen 2000). Daarin wordt Sijmen Wolters EENKHOORN genoemd, geb 1754 te Genemuiden en aldaar overleden 18-4-1827, mattemaker. Deze Sijmen was getrouwd met Trijntje VAN REES. Vermoedelijk waren zij grootouders van de Sijmen EENKHOORN, weduwnaar, met wie BONTJE VAN DER HOEK in 1905 trouwt.

Volgens familieverhaal: Hij werkte bij de Spoorwegen en verhuisde naar Amsterdam. De gezinskaart (lopende tot en met 1939) betreffende Wolter en zijn gezin in het Amsterdamse Gemeente Archief is slecht leesbaar en voorzien van een dikke reep plakband over de kolommen met geboortedata etc die de aantekeningen daarin onleesbaar maakt. We moeten dus verder zoeken. De kinderen in volgorde van vermelding: Hiltje, Pieter (ovl 12-4-1904), Jan, Jan, Jantje, Wolter, Geert, Aukje, Pieter (geb 2-11-1905) en Geertje. Rond 1950 hadden de kinderen VanderHoek in Oranjewoud spaarboekjes bij de Rijkspostspaarbank die eens per jaar voor rentebijschrijving naar Amsterdam moesten worden opgestuurd, “oom Pieter” stuurde bij terugzending weleens een groet mee (zo herinner ik me dat tenminste, - Jan). Het ging om dubbeltjes en centen uiteraard. Jan: “Begin 1959 viel het besluit dat ik aan de Vrije Universiteit te Amsterdam Nederlandse taal- en letterkunde zou gaan studeren. In april ging ik met vader naar een kennismakingsdag in Amsterdam en op zoek naar een studentenkamer. Dat lukte eigenlijk vrij snel die middag: Jacob van Lennepkade 69, tweehoog (kamer vierhoog). Na afloop zijn we nog bij “oom Pieter en tante Elsje” (Pieter was in werkelijkheid een neef van vader) aan de Admiraal de Ruyterweg op theevisite geweest. Toen ik in Amsterdam studeerde heb ik ze nooit bezocht.” Wet van den 19den Augustus 1861 betrekkelijk de Nationale Militie. Artikel 47: Vrijstelling van de dienst bij de militie wordt verleend aan den loteling, wanneer zijn wettige broeder of halve broeder in een lageren rang dan die van officier dient of gediend heeft. Artikel 48: De vrijstelling wordt zoo verleend, dat van een even getal broeders de helft en van een oneven de kleinere helft diene. Geert Willems JONKMAN is 19-9-1808 te Noordwolde geboren, zoon van Willem Geerts JONKMAN en Fijtje (Feikje) Jans. Deze twee trouwden te Noordwolde 31-8-1806. Vermoedelijk voor Willem Geerts een tweede of derde huwelijk. Hij is bijna 50 en Fijtje ca 27. Zoon Geert wordt te Noordwolde geboren, maar het echtpaar verhuist daarna van de Stellingwerven naar Utingeradeel. Daar wordt 20-3-1813 (Uting 5) nog een dochter Femmigjen Jonkman geboren. Twee weken later overlijdt Feikjen Jans, 34 jr (Uting 3). Willem Jonkman wordt 79 en ovl 27-3-1835 te Oudehaske (Haskerdijken?). Bij de militaire metingen stond de el voor 1 meter. Palmen stonden voor 10 centimeter, duimen voor 1 cm en strepen voor millimeters. In het geval van Geert werd de lichaamslengte als minder dan 1 meter 55 centimeter vastgesteld en werden precieze maten, want toch onvoldoende lengte, wellicht niet meer op papier gezet. Dat hij slechts 1 meter (1 el) hoog was, zoals in de akte gemeld, lijkt onwaarschijnlijk. Het militaire document meldt voor hem bruine ogen, ronde kin, zwarte haren en zwarte wenkbrauwen. Bijzondere merktekenen: geen. Informatie Idzinga “Vriezenveners”. Westland: Poldergebied ten zuiden van ’s Gravenhage en westelijk van Delft. Vanaf de negende eeuw begonnen hier (zoals in Friesland) regionale bedijkingen en ontginningen en vormden zich heemraadschappen. Begin 14de eeuw, rond 1315, werd een gezamenlijk Hoogheemraadschap Delfland gevormd met onderscheid tussen de Oostambachten en de Westambachten (Oostland en Westland). Hiervan is de benaming Westland bewaard gebleven. Wat was dan “west”? Volgens J.G.de Ridder (Uit de Geschiedenis van het Westland, 1979): “De grens tussen oost en west liep toen van het noord-west-einde van de Kastanjewatering langs de Tanthofskade-Hareweg naar Kethel en vandaar langs de Harg, ongeveer ter hoogte van Spieringshoek naar het westen afbuigend door de Babberspolder.” Dit lijkt ons een voor ieder begrijpelijke aanduiding. Ook de steden Delft en Den Haag behoren tot het Hoogheemraadschap Delfland dat in het westen aan de Noordzee grenst en van Hoek van Holland tot voorbij Scheveningen in de zee golfbrekers (strandhoofden) aanlegde, zeventig in totaal. De bekendste is wellicht de Pier van Scheveningen. Of zijn zonen in het bedrijf stapten en het overnamen, is nog onduidelijk. Wieden en pootgoed uitzetten is overigens een tijdrovende bezigheid waarmee je tot op hoge leeftijd kunt bezig zijn. Het bouwen van kassen etc. is meer jongemannenbezigheid. “Men zocht naar andere teelten, ook naar nieuwe verkoopmethoden in de vorm van veilingverkoop, en ging gebruik maken van glas voor de verbouw van groenten en fruit. Reeds tevoren had men gebruik gemaakt van glazen ramen (‘plat glas’) die vóór de druivenbomen tegen de muren geplaatst werden, voorlopers dus van de latere serres en warenhuizen. Langzamerhand verdwenen de muurkassen.” (de Ridder, pag 13) Informatie over Prins bij K.Ruigrok (internet). Op de website familieprins.nl wordt gemeld dat Martinus PRINS, jongste zoon van Arie PRINS, te Naaldwijk werd geboren en te Honselersdijk overleed. Hij trouwt 30-11-1844 te Naaldwijk met Jannetje VALSTAR, naaister van beroep, geb 24-3-1821 te Naaldwijk en ovl 25-2-1891 te Honselersdijk. Ze krijgen 12 kinderen, van wie 4 jong sterven en 3 andere geen kinderen nalaten. Klazina was zevende kind, genoemde Hendrika achtste. Martinus PRINS trok naar Honselersdijk omdat hij daar bij de buitenplaats Endeldijk een kavel grond met huis en schuur kon pachten om voor eigen rekening een tuinbouwbedrijfje te beginnen (bessen, boomgaarden enz.). Na zijn dood in 1896 zette oudste zoon Arie PRINS er het bedrijf voort. In het jaar 1900 de 10de april verschenen Gerrit MEESTERS, 61 jaar, turfmaker te Mildam, en Johannes MAAT, 33 jaar, koopman te Mildam, bij het kantoor van de Burgerlijke Stand om aangifte te doen van het overlijden van Joltje Veldstra, oud 77 jaar, zonder beroep, geboren te Haskerhorne, wonende te Mildam, op den 10den april dezes jaar ‘s nachts half twee te Mildam, weduwe van Pier Jacobs de Jong, dochter van Fokke Feddes Veldstra en Lijsbert Hanzes Frankena.
— Na overlijden van Pier te Oudehorne in 1885 woonde weduwe Joltje een tijd te Idskenhuizen (Doniawerstal), maar in haar laatste jaren woonde zij in bij haar zoon Klaas te Mildam. Haskerdijken: Boerendorp in het uiterste noorden van Haskerland, hemelsbreed zo’n vijf kilometer boven Oudehaske en Haskerhorne, maar via de weg op grotere afstand. Historisch befaamd omdat in 1225 op deze plaats de norbertijnse monnik Doda zich terugtrok die in de jaren ervoor in een kluis woonde op de hoge heide in de buurt van het tegenwoordige Bakkeveen, op de grens van Friesland en Drenthe, waar hij vanwege zijn vroomheid veel bezoekers kreeg. Het schijnt dat hij zich o.a. fel verzette tegen de heidense gebruiken van bloedwraak. De kluizenaar vond de aandacht voor zijn persoon misschien wat te veel worden en verhuisde daarom naar het slecht toegankelijke “Haskerwoud”. Hij kwam er 30-3-1231 om het leven bij instorting van de door hem gebouwde kapel. Collega-monniken stichtten direct daarop en op dezelfde plaats een klooster (van augustijner koorheren) dat als Haskerconvent (Maria’s Rozendal) bekend werd. In 1402 werd het een dubbelklooster, in 1465 werd er de kloosterhervorming doorgevoerd. Het Haskerconvent volgde een tamelijk eigen koers, maar overleefde de reformatie niet en werd in 1576 in de beginjaren van de Tachtigjarige oorlog verwoest. De “Spaanse” stadhouder Rennenberg wees in 1579 de gronden en bezittingen toe aan de Staten van Friesland. De dorpsnaam Haskerdijken verwijst waarschijnlijk naar de bepolderingsaktiviteiten van de middeleeuwse kloosterlingen. Ook wordt wel gesteld dat de Grietenij Haskerland haar naam en bestaan aan het Haskerconvent heeft te danken. Toen overgrootvader Pier Jacobs de Jong rond 1850 boer te Haskerdijken was, tijdelijk zoals we weten, telde de streek ruim 40 behuizingen en 250 inwoners “die meest hun bestaan vinden in den handel in hooi, vee en turf”. De broers KOENEN verkopen voor 324 gld een perceel te Mildam, de kopers zijn Pier Jacobs DE JONG te Oudehorne en Uitje Jans JANSMA te Oudehorne. Zijn grootvader Jacob Piers de Jong (kw 24) overleed in 1850 in Haskerhorne huis nr 4. Zijn grootmoeder (van VELDSTRA-kant) Lijsbert Hanzes Frankena (kw 27) in 1871 in Haskerhorne huis nr 5. In huis nr 6 woont grootmoeder Geeske Jochums OENEMA..

“Heden overleed onze geliefde Moeder GEESKE JOGCHEMS OENEMA, sedert het jaar 1850 Wed. JACOB PIERS DE JONG, in den ouderdom van 77 jaar 8 en maanden (tekst Lwrdr Crt 8-8-1879, herplaatsing in de nummers van 12-8 en 14-8 vanwege de tekstfout, had moeten zijn: 77 jaar en 8 maanden) . Voor 12 dagen stierf in haar huis haar beminde Kleinzoon JACOB PIERS DE JONG, wien zij gezond mede ten grave bragt, maar bij terugkomst ongesteld werd. Dankbaar voor haar langdurig bezit, doch thans bedroefd staren wij beide Overledenen na, alsook hare behuwde Kleindochter en Achterkleindochter, welke slechts 21 dagen te voren zijn afgestorven. Wij hopen dat sterven hun gewin is geweest. Haskerhorne, 4 Aug. 1879. Namens Broeders en Zusters, PIER J. DE JONG.” Pier Jacobs DE JONG leent in 1880 van Andries Koops MULDER 2000 gld (lost af in 1885). Deze Andries is een broer van bovengenoemde Johannes Koops MULDER. Johannes wordt zwager van Fokke Piers in 1882, voorzover dat nog geldt (want Aaltje in 1873 overleden). Hendrik Jacobs JAGER wordt ingeloot voor militaire dienst, maar zijn moeder, inmiddels weduwe, koopt hem vrij (25-2-1863) via nummerverwisseling. Harmen Annes VRIND te Steggerda (onder voogdij van Pieter Geerts RIEZENBRIJ) neemt, tegen betaling, de dienstplicht van Hendrik over (als plaatsvervanger). Take Wybes BULTSMA geb Nijeholtwolde 16-4-1804 (Taeke), doop 20-5-1805, ovl Wolvega 23-10-1876, 72j, gehuwd, zv Wybe Douwes (BULTSMA) en Hendrikje Jans (DIJK). Taeke trouwt 12-5-1837, hij 33, arbeider wonende te Nijeholtwolde, met Jebbigje Hendriks PALMBOS, 26j, boerendienstmeid wonende te Wolvega, geb De Knijpe 5-2-1811, ovl Wolvega 7-9-1881, 70j, weduwe, dv Hendrik Foppes PALMBOS en Martje Foppes.
— Bij huwelijk in 1837 wordt Taeke arbeider genoemd. Zijn ouders zijn overleden: Wybe BULTSMA 2-3-1831, boer te Nijeholtwolde (huis nr 35), 69j, en Hendrikje DiJK 7-3-1832 te Nijeholtwolde (huis nr 35), 62j. Ook zijn vier grootouders zijn overleden. Van vaderskant Douwe Jans te Wolvega 19-11-1811, 76j, rentenier, zv Jan BULT en naam van moeder de aangevers onbekend, en Antje Wybes BULD te Oldeholtpade (huis nr 33) 14-3-1821, 87j, renteniersche, wonende te Oldeholtpade, geboren te Mildam, dv Eybe Jelles en Ebeltje Uilkes.
— Bij naamaanneming van 1811 laat Wybe Douwes BULT te Nijeholtwolde zich registreren, met kinderen Douwe 12, Jan 12, Jelle 10 en Take 7. De achternaam wordt hierna in BULTSMA veranderd.
— Taeke is 45, boer te Nijeholtwolde, bij geboorte van Jelle in 1850. Jebbigje Hendriks PALMBOS, bij huwelijk in 1837 met Taeke BULTSMA, 26j, boerendienstmeid te Wolvega, is 5-2-1811 te De Knijpe (Schoterland) geboren en woonde als kind te Hoornsterzwaag (Schoterland). Bij haar huwelijk woont vader Hendrik Foppes PALMBOS, arbeider, te Duurswoude (Opsterland FR), haar moeder Martzen Foppes BROUWER is 30-4-1824 te Hoornsterzwaag overleden (huis nr 23), 43j, huisvrouw van Hendrik Foppes PALMBOS, huisman te Hoornsterzwaag, dv Foppe Beenes BROUWER, huisman, en Aaltje Walters, echtelieden te Wolvega.
— Dat Jebbigjen boerendienstmeid te Wolvega wordt kan met familie van moederskant te maken hebben. Zij is vernoemd naar grootmoeder van vaderskant: Hendrik Foppes, geb Hoornsterzwaag 18-7-1777, doop 10-8-1777, zv Foppe Jans en Jebbigjen Hendriks.
— Bij naamaanneming van 1811 laat Hendrik Foppes PALMBOSCH te De Knijpe zich registreren, met kind Jebbigjen.. De achternaam wordt hierna PALMBOS geschreven. De naam is vrij uniek in Friesland. De bossen van jeneverbesstruiken op heidevelden werden wel “palmbossen” genoemd, maar dit vooral in Drenthe. Lamkje KEIZER was eerder te Leeuwarden getrouwd, 22-5-1889, zij 23, hij 23, met Sybren VAN ALBERDA, geb Lwrd 31-10-1865, ovl Lwrd 8-1-1918, 52j, gehuwd, zv Tjeerd VAN ALBERDA en Tietje POSTMA. Huwelijk: Ype Annes BOSMA, oud 27 jaar, boer, geboren en wonende te Mildam, zoon van Anne Ypes BOSMA (overleden) en Antje Andries PENNENGA, thans echtgenote van Sytze Bartels LUGTENVELD, trouwt 21-3-1847 met Lijsbeth SIEBRENS WOUDSTRA, oud 27 jaar, geboren en wonende te Oudeschoot, zonder beroep, dochter van Siebren Hendriks WOUDSTRA, landbouwer te Oudeschoot, en Jantje Hendriks ZANDSTRA. Jacob Wybrens VIERZEN, arbeider te Wanswerd (Ferwerderadeel), zv Wybren Jacobs VIERZEN en Grietje Berends KEMP, is 26 wanneer hij 22-5-1886 trouwt met Saakje Jetses TIMMERMANS, 23j, geb te Wanswerd. Hun zoon Wybren overlijdt 14-3-1887, 6 dagen oud, en Saakje overlijdt Dantumadeel 3-1-1889, 25j oud. Jacob VIERZEN tr (2) Dantumadeel 12-8-1893, hij 34, zij 30, met Wijke VAN DER BOON, geb te Kooten (Achtkarspelen), dv Hendrik Hendriks VAN DER BOON en Jacoba Iebeles VEENSTRA.
— Wijke wordt moeder van de dochters Aaltje VIERZEN, geb 11-8-1894, en Jacoba VIERZEN, geb 28-4-1896, hierboven genoemd als echtgenotes van resp Anne en Ype Feddes DE JONG. Er is ook een zoon Wybren VIERZEN, geb 10-6-1898.
— Verdere notitie: Stedelijk keurmeester Fedde DE JONG overlijdt in 1922. De jonge dierenarts (opgeleid te Utrecht) J.VIERZEN komt werken bij de keuringsdienst te Leeuwarden, wordt er directeur van het in 1925 begonnen centrale slachthuis en gaat in 1960 met pensioen. Als dit dezelfde is als Jacob VIERZEN, geb Ferwerderadeel 5-4-1896, zv Ype VIERZEN en Baukje VAN DER BIJL, is deze “opvolger” van Fedde een volle (en deskundige) neef van diens schoondochers. Fedde kende hem. Bauke Minnes VAN SMEDEN, geb Harlingen 28-6-1840, ovl Harlingen 9-2-1904, zv Minne Baukes VAN SMEDEN en Neeltje HOEKERS. Bij naamaanneming 1811 Bauke Sybrens VAN SMEDEN te Franeker, zoon Minne 19j oud. In 1832 woont Minne (gehuwd met Neeltje HOEKERS uit Harlingen) op adres Hoogstraat 8 Harlingen.
— Akke ALTA, geb Harlingen 27-6-1846, ovl aldaar 12-9-1927, 81j, weduwe, dv Jan Jakobus ALTA en Claaske VISSER. In 1913 woont Klaas Gerhardus, die in 1917 te Leeuwarden met Joltje trouwt, nog te Harlingen. Bauke wordt 2-9-1945 door zijn vader te Kampen in het ambt bevestigd en staat te Rotterdam (1950), Amsterdam (1960), Amersfoort (1968) en ‘sGravenhage (1977, emeritaat 1984).Hij overlijdt te Rijswijk 6-2-2009, 90j oud. Was getrouwd met Gerridina Vrouwgje VERVELD (1916-1997). Zij hebben 3 kinderen. Epke Piers DE JONG is 21 wanneer hij samen met kornuiten Homme KREKT en Lykele Bartelds KLEISTRA, alledrie wonend te Oudehorne, op 30-1-1879 zich voor het gerecht te Heerenveen moet verantwoorden wegens “moedwillige mishandeling te zamen en in vereeniging gepleegd”. Mogelijk waren ze hoofddaders bij een dorpse knokpartij, Epke wordt veroordeeld tot 1 maand cel, Homme en Lykele ieder tot 15 dagen cel. Alledrie moeten ze voor de proceskosten 8 gulden boete betalen of nog 1 dag langer zitten dan gevonnist. Jacob DE JONG, ovl Schoterland 16-11-1883, 1j oud. Of dit dezelfde is? Acte nog te lezen. Jouke Kuperus, 40 jaar, stationschef, wonende te Oudeschoot, en Hendrik Doosje, 28 jaar, spoorwegwerker te Oudeschoot, verklaren dat Gatske Jellema, oud 39 jaar, zonder beroep, geboren te Nieuwehorne, wonende te Oudeschoot, getrouwd met Epke de Jong, 17-9-1899 des avonds 9 uur is overleden. Tjitske is een meisjesnaam. Het is de voornaam van de moeder van Klaas (Tjitske Ruurds RYPKEMA) die hij kennelijk wilde vernoemen, zonder er Tjitse (jongensnaam) van te maken. De ambtenaar noteerde gehoorzaam de naam Tjitske voor de jongen en zo bleef hij heten voor de Burgerlijke Stand en in notarisakten. Tjitske DE VRIES (man) trouwt 23-5-1918 te Sloten (FR), hij 25, zij 26, met Jacoba VISSER, geb te Sloten.
— De oudste zoon van Grietje, Jan DE VRIES, trouwt 9-12-1915 (Utingeradeel), hij 28, zij 27, met Neeltje HOEKSTRA, geb te Goingarijp. De dochter Wiepkje DE VRIES trouwt 2-6-1916 (Joure), zij 26, hij 27, met Jan Fetse VAN DER WERF, geb te Joure. Aanspreker Eit Brouwer te Snikzwaag meldt het overlijden van EPKE DE JONG, oud 79 jaar, geboren te Oudehorne. Overleden te Snikzwaag op 5 oktober 1936, echtgenoot van GRIETJE POUTSMA, eerder weduwnaar van GATSKE JELLEMA, zoon van PIER JACOBS DE JONG en JOLTJE FOKKES VELDSTRA. De Lwrdr Crnt van 24-5-1907 meldt dat de gemeenteraad van Lemsterland G.de Weert te Nijehorne benoemt tot onderwijzer aan de school te Middenvaart (Echtenerpolder). Gerrit is dan net 19j, maar heeft kennelijk de onderwijzersakte al op zak. De krant meldt 5-8-1910 dat G. de Weert te Grouw in Groningen is geslaagd voor de hoofdakte, 20-5-1911 dat dezelfde is benoemd tot “onderwijzer met verplichte hoofdacte” te 2de Exloermond-Odoorn (Drenthe), en 11-11-1912 dat G. de Weert te Valthermond, vroeger te Grouw is geslaagd voor de akte Wiskunde (l.o.). Indien dit dezelfde is als “onze” Gerrit hield deze het polderschooltje te Middenvaart snel voor gezien, stapte over naar Grouw, haalde de hoofdakte (is dan 22j), krijgt aanstelling als hoofdonderwijzer in Drenthe en trouwt met een meisje uit het vrij naburige Veendam (Groningen). Mogelijk verhuisde Engelina met hem naar Drenthe. “Heerenveen, 24 Febuari. Alhier is in den ouderdom van bijna 80 jaren overleden de heer K. de Weert, die van het begin zijner loopbaan tot aan zijn pensionneering als onderwijzer was verbonden aan de O.L. school te Nijehorne. In dit dorp heeft hij heel veel werk verricht ten bate van verschillende vereenigingen. Hij was voorts vele jaren bestuurslid van de afdeeling Heerenveen van het Ned. Onderwijzersgenootschap. De begrafenis heeft plaats Donderdagmiddag op de Nieuwe Begraafplaats alhier.” (Leeuwarder Courant 25-2-1941) Oldeholtwolde ligt bezuiden de Tjongerrivier, dichtbij Oudeschoot-Mildam (Schoterland) benoorden deze rivier. In die jaren woonde en werkte ook Jurjens oudere broer Hendrik Annes SCHIPPER te Oldeholtwolde. Overlevering binnen onze en VAN DER HONING-familie, afstammend van Trijntje, oudste dochter van Jurjen SCHIPPER en Janke WIEKEL. Volgens melding van 2002 is het huisje waarin ze woonden nog steeds aanwijsbaar. “Het witte huisje, schuin achter de begraafplaats te Brongerga.” Hendrik trekt bij lichting 1887 militie Schoterland nr 122 en hoeft niet in dienst. Anne trekt bij lichting 1893 militie Schoterland het nr 32 en had in dienst gemoeten. Maar hij werd door de militieraad van de dienst vrijgesteld “op grond van lichaamsgebreken vermeld onder nr 322 van het algemeen visitatiereglement.” Lichaamsgebrek 322: “regenboog-uitzakking” (prolapsus iridus). Anne had slechte ogen. Tjitske overlijdt 17 juni 1909 namiddags half twee te Katlijk. Aangifte wordt gedaan door de geburen Phlippus WASLANDER, 30 jaar, arbeider te Katlijk, en Klaas VAN DER HONING, 57 jaar, idem.
— Klaas Hendriks VAN DER HONING is een (verre) neef van eerder genoemde Jan Yntzes VAN DER HONING. En Philippus WASLANDER is ook aan die familie verwant. (Huwelijk Jan Hendriks VAN DER HONING (1769-1834) en Tettje Andries WASLANDER (1794-1852)). Achternaam ook VAN DER HONIG geschreven. Jan Hendriks was bijker (bijenhouder). Jantje Wijkel (Janke Hendriks Wiekel), 58 jaar oud, zonder beroep, wonende te Mildam, verklaarde dat op 11 juni 1897 in haar bijzijn des avonds half twaalf te Katlijk een kind van het vrouwelijk geslacht is geboren uit Trijntje Schippers, zonder beroep, echtgenote van en inwonende bij Jan VAN DER HONING, arbeider, wonende te Katlijk, beroepshalve afwezig en daardoor verhinderd zelf aangifte te doen. Zij vermeldt haar de voornaam te geven van Tetje.