Van der Hoek
Kwartierverhalen

112. Anne Pieters

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland) – de oudgrootouders 112. ANNE PIETERS 113. JANTJE HENDRIKS 114. HEERE YSEBRANDS 115. ANDRIESJEN WYBES 116. JELKE JANS 117. HILTJE HENDRIKS 118. JOHANNES ARENT 119. WYTSKE HARMENS 120. RINSE ANNES WYKKEL 121. BOUKJEN JELLES 122. HENDRIK 123. NN 124. ANDRIES JANS FLEER 125. ALBERTJEN JANS 126. JAN JURJENS (LEMSTRA) 127. FOKJEN BONNES

In het SCHIPPERS-kwartier komen minder schippers van beroep voor dan men wellicht zou verwachten (het VAN DER HOEK-kwartier heeft er meer). De “stamvader” in SCHIPPERSLIJN is Anne Pieters, boer te Steggerda (Weststellingwerf, FR). Geen schipper van beroep. In 1737 is er melding van een Anne Pieters SCHUYT te Oldeberkoop maar dat is niet dezelfde als Anne Pieters, boer te Steggerda. Jammer want als laatstgenoemde in 1737 de bijnaam SCHUYT al gehad zou hebben, had keuze voor SCHIPPER-naam in 1811, door zonen en kleinzonen, een vroeg aanknopingspunt gehad in eerdere registratie. Maar met genoemde Anne Pieters SCHUYT is geen relatie te leggen. In deze werkversie van het SCHIPPERS-kwartier is het deel betreffende kinderen en nageslacht van oudgrootvader Jan Jurjens (kw 126), posthuum LEMSTRA genoemd, misschien buitensporig groot. Maar hij werd vader van 16 kinderen. Een groot deel van die kinderen trouwt interessant en laat een goed te volgen spoor in regionale historie na. Voor het tijdsbeeld is de (buitensporige maar beknopt gehouden) aandacht onvermijdelijk.

Vroegere voorfamilie van beppe FOKJE JURJENS SCHIPPERS (1870-1936, KW 7). 112. Anne Pieters (Peters), boer te Steggerda, trouwt 15-11-1739 te Wolvega (Weststellingwerf, FR) met 113. Jantjen (Janke) Hendriks

Bij quotisatie 1749 wordt Anne Pieters, boer te Steggerda, aangeslagen voor 37 Caroliguldens en 11 stuivers, gezin: 3 personen van 12j of ouder en 3 jongere kinderen. Anne en Jantjen trouwen november 1739. Welk derde gezinslid ouder dan 12 in 1749?


— PM: Huwelijk 25-3-1736 te Noordwolde (Weststellingw) Anne Pyters en Margjen Sirps, beiden Noordwolde. Dopen te Oldeberkoop (Ooststellingw): Doetje 10-3-1737, kind van Anne Pieters SCHUYT, en Inske 5-3-1738, kind van Anne Pieters. In doopregister is naam van de moeder niet vermeld. Deze Anne Pieters SCHUYT is niet onze Anne Pieters van wie (klein)zonen in 1811 de naam SCHIPPER laten registreren. De Oldebekoper woont 10 jaar later volgens Schoterlands doopregister “onder de klokslag van Rottum” waar hij en Marchien Sjirps 3 kinderen (1747, 1748, 1750) laten dopen. Niet vermeld bij Quotisatie 1749.

Uit huwelijk van Anne en Jantjen (Janke) volgens doopregisters 8 kinderen. Van dit aantal lijken meerdere jong te zijn overleden. De Auke-vernoeming valt op: de grootvaders heten immers Pieter en Hendrik. Was er een overgrootvader Auke? Auke, doop Wolvega 31-1-1740 Grietjen, doop Steggerda 26-3-1741 Hendrik, doop Steggerda 28-10-1742 Hendrik, doop Steggerda 19-3-1744 Aucke (Auke) Annes SCHIPPER, doop Steggerda 17-9-1745, ovl 15-3-1818, 72j, gehuwd. Auke Annes trouwt (1) ca 1770 (geen melding in trouwregister) met Jacobje Dircks. Uit dit huwelijk worden 5 kinderen gedoopt (Auke en Jacobje wonen te Vinkega, buurdorp van Steggerda): Stijntje 8-9-1770, Dirck 16-1-1774, Hendrik 17-8-1777, Anne 19-11-1780 en Margje 21-11-1784.
— Auke Annes trouwt (2) Vinkega 21-9-1794, met Tjepkien Arents (hij 49, zij ca 43j oud) weduwe te Noordwolde van Lubbert Lambertsz, met wie ze op 12-2-1775 aldaar in het huwelijk trad en 4 kinderen kreeg, volgens het doopregister: Hiltien (gedoopt 12-2-1775), Lambert (1-2-1778), Hendrikje (7-5-1780) en Jantje (8-4-1787). Tjepkje Arends ovl 16-11-1821, 71j, weduwe.
— Bij de naamregistratie van herfst 1811 is Auke Annes te Vinkega 66 jaar oud. Hij laat de naam SCHIPPER inschrijven en meldt de zonen Dirk, 38j, Steggerda, en Hendrik, 34j, Vinkega. Oudste zoon Dirk Aukes te Steggerda meldt zich ook bij de mairie om de naam SCHIPPER te laten registreren (geen kinderen, vader nog in leven te Vinkega). Zie Aanvulling 112.5. Pieter Annes (kw 56) (Peter), doop Steggerda 21-7-1748, getrouwd aldaar 16-5-1773 met Rinske Heeres (kw 57). Oudouders in onze kwartierstaten en daarom nadere informatie over hen in het deel Generatie 6 (kw 56 en 57). Oudvader Pieter overlijdt in 1807, oudmoeder Rinske in 1810. Bij de naamregistratie van herfst 1811 laten hun zonen Anne en Hendrik te Steggerda ieder voor zich ook de naam SCHIPPER in het register opnemen. Dit gebeurde waarschijnlijk in overleg met oom Auke (familieoudste op dat moment) en diens zonen. Stijntjen, doop Steggerda 5-7-1750 Stijntjen, doop Steggerda 3-3-1754

Aanvulling 112.5: Dirk en Hendrik Auke(n) SCHIPPER Bij naamaanneming van 1811 noemt Auke Annes SCHIPPER enkel de zonen Dirk (38j) en Hendrik (34j). Patroniem bij deze zonen komt vaak voor als “Auken” ipv Aukes.

112.5a Dirk Auken SCHIPPER, doop Steggerda 16-1-1774, ovl WSW 3-7-1830, 56j, gehuwd, tr Vinkega 25-11-1809: Dirk Aukes, afk van Peperga, Imkje Harms, afk van Steggerda. Hij is dan 35, zij 19: Ymkjen Harmens VLIETSTRA, geb Leeuwarden 5-2-1790, doop (Westerkerk) 12-2-1790, ovl WSW 23-4-1865, 75j, weduwe, dv Harmen Gaukes (Goukes) VLIETSTRA en Aafke Willems (ZANDSTRA). Uit huwelijk van Dirk en Ymkjen de kinderen: Jakobjen SCHIPPER, geb Steggerda 28-12-1812, tr Ooststellingwerf 10-5-1838, zij 25, hij 47, met Albert Roelofs VAN NIJEN, geb te Boekelte (OSW), zv Roelof Alberts VAN NIJEN en Vroukje Egberts. Harmen SCHIPPER, geb Steggerda 14-2-1816, ovl 25-12-1894, 78j, gehuwd, tr (1) 28-4-1848 met Romkjen Nammes MENGER (uit dat huwelijk 5 dochters en 1 zoon: Ymkje 1849, Namme 1850, Roelofje 1853, Dirkje 1856 (trouwt 1883 te Enkhuizen, NH), Sytske 1858 en Jantje 1861 (trouwt 1886 te Dwingeloo, DR). Harmen tr (2) 9-3-1867 met Ybeltje Thijzes OOSTERDIJK. Auke SCHIPPER, geb Steggerda 12-9-1818, ovl Grave (Noord-Brabant) 8-1-1838, 19j, ongehuwd (aang WSW 12-1-1838). Mogelijk in militaire dienst. Nog na te gaan. Aafjen SCHIPPER, geb Steggerda 30-10-1821, tr Diever (DR) 23-10-1841, zij 19, hij 30, met Jan Hendriks DAVID, geb Dwingeloo, zv Hendrik Jans en Grietje Alberts.

Ymkjen Harmens VLIETSTRA, weduwe van Dirk SCHIPPER, tr (2) WSW 19-6-1834, 44j, met Sys Jacobs TEN WOLDE. Zij is dan zwanger: de dochter Jacobje Syses TEN WOLDE wordt 14-12-1834 geboren. Dirk Auken SCHIPPER is 35 wanneer hij met Ymkjen VLIETSTRA, 19j oud, trouwt. Zij is in 1790 te Leeuwarden geboren als dochter van de militair Harmen Gaukes VLIETSTRA die na de ontbinding van “het Staatse leger” kennelijk naar Weststellingwerf uitwjkt. Bij naamaanneming van 1811 meldt zich Harmen Gaukes VLIETSTRA te Noordwolde, met de kinderen: Ymkjen 21, Gauke 18, Grietje 16 en Willemke 13. De eerste drie zijn te Leeuwarden geboren, Willemke in 1798 te Nijeholtwolde (WSW). In 1811 woont Harmen VLIETSTRA te Noordwolde, maar spoedig daarna weer te Leeuwarden, waar de dochters Grietje en Willemke trouwen en Harmen 24-6-1821 overlijdt, 72j, gehuwd. Zoon Gauke tr Groningen (stad) 22-3-1827, 34j oud. De huwelijksakte vermeldt hem als sergeant en zijn vader Harmen (reeds overleden) als militair. Harmen was bij de ontbinding van het Staatse leger in 1795/96 ca 45j oud en zal zich in Weststellingwerf hebben gevestigd (vrouw Aafke Willems geb Wolvega 18-8-1755). Nadat eind 1813 aan de Franse bezetting een eind komt is hij met gezin naar Leeuwarden teruggegaan (behalve oudste dochter Ymkjen, in 1809 te WSW getrouwd met Dirk Aukes SCHIPPER).
— Te Leeuwarden begint zoon Gauke aan zijn militaire carrière en trouwen Grietje en Willemke.
— Na overlijden van Harmen (1821), op het adres waar ook Willemke en haar man Jelle Wisses DE VRIES wonen, vertrekt dit echtpaar van Leeuwarden naar de in de jaren ervoor gestarte kolonie van de Maatschappij der Weldadigheid bij Vledder (DRENTHE). Beroep van Jelle is arbeider dan wel tabakskerver. Volgens kolonie-registratie wordt hij, geb 12-2-1777, “bij contract met Stads Arm- en Weesvoogdij te Leeuwarden” aangesteld als kolonistenvader in kolonie II (Wilhelminaoord). Dat is per 13-7-1821. Jelle en Willemke behoren dus tot de allervroegste generatie van kolonisten.
— Bij de aanstelling tot kolonistenvader is Jelle Wisses DE VRIES 44j oud, Willemke VLIETSTRA, kolonistenmoeder, spinster, 27 jaar. Zij zullen hun hele leven “kolonist” blijven. Jelle overlijdt 19-4-1862, 85j oud, Willemke 14-10-1876, 78j oud. In de periode 1821-1836 wonen ze in Kolonie II Wilhelminaoord, 1836-1847 in Kolonie I Frederiksoord.
— In 1847 was Jelle 70 geworden (Willemke 49) en zijn zonen waren er duidelijk op gericht onder de koloniedwang uit te komen. De bejaarde Jelle wordt met gezin als “arbeidershuishouden” overgeplaatst naar Veenhuizen III (bij Norg). Maar in de sfeer daar van besloten gevangenis (zonder “eigen” hoeve) waren ze duidelijk niet op hun plaats. Na 4 jaar (17-10-1851) mogen ze naar een hoeve in Kolonie III Willemsoord (bij Steggerda), per 16-7-1853 echter weer naar Veenhuizen I, tenslotte 6-4-1859 (Jelle is dan 82) weer op een hoeve in Kolonie I Frederiksoord, waar Jelle ziek wordt en 19-4-1862 overlijdt. Al voor zijn overlijden wordt de aanstaande schoonzoon Abraham BRUGMAN per 14-1-1862 (hij trouwt formeel 23-1-1862 met Willemina DE VRIES) tot zijn opvolger als kolonist op de hoeve benoemd. De weduwe Willemke wordt bij haar schoonzoon “ingedeeld”, samen met haar twee jongste zonen die overigens nog in hetzelfde jaar worden ontslagen dan wel vrijwillig in militaire dienst gaan.
— De kolonistenzonen en –dochters uit huwelijk van Jelle en Willemke (zij krijgen 10 kinderen) groeien op in het koloniesysteem, maar zijn er, grootgegroeid, duidelijk op uit om aan het systeem te ontsnappen. Dat heette “deserteren”. – 1. Aafje, geb Leeuwarden 16-1-1818, is 3jr bij verhuizing naar de kolonie Wilhelminaoord. Zij is 18 bij verhuizing in 1836 naar kolonie Frederiksoord. Volgens kolonie-archief krijgt ze per 5-11-1836 drie maanden verlof (misschien om een baantje als dienstmeid te zoeken) en wordt ze 27-5-1837 formeel ontslagen. Vrij van koloniedwang dus. Vijf maanden later alweer (21-10-1837) wordt ze “weer opgenomen”. Terug bij pa en ma. Reden niet vermeld. Was ze ziek geworden ofzo? Haar naam komt hierna niet meer voor. – 2. Geertje, geb Leeuwarden 7-10-1819, is anderhalf bij verhuizing van ouders naar de kolonie. Verhuist mee naar Frederiksoord. Kolonie-archief meldt over haar: 7-9-1839 “dienstbaar”, 12-10-1839 “terug”, 8-4-1845 “gedeserteerd”. Kennelijk had ze enkele weken een dienstbetrekking buiten de kolonie, was ze voor de viering van haar 20ste verjaardag alweer terug in Frederiksoord en besloot ze toch bij pa en ma te blijven. Maar ruim 5 jaar later alsnog “desertie”. – 3. Hermanus, geb Wilhelminaoord 11-8-1822, is 13 bij verhuizing naar kolonie Frederiksoord, “deserteert” 22-3-1841, 18j oud, maar wordt na vier maanden gevonden en teruggebracht (27-7-1841) en per 26-10-1841 opgesloten te Ommerschans Strafkolonie 52, per 6-1-1843 mag hij daar weg. Naar pa en ma te Frederiksoord. Hij “deserteert” definitief 14-5-1844. Verder geen meldingen. – 4. Auke, geb Wilhelminaoord 5-5-1825. Volgens kolonie-archief “gedeserteerd” 1-4-1845, een maand voor zijn 20ste verjaardag, en “als kolonist opgenomen” ca 1860, rond 35j oud, gehuwd met Maria THOSS. Rond 1860 is vader Jelle meer dan 80j oud en kolonist te Frederiksoord. Mogelijk kwam Auke zijn ouders even te hulp tot (komend) zwager Abraham BRUGMAN zich aandiende als opvolger op de hoeve. Auke in kolonie-archief hierna niet meer genoemd. – 5. Willem DE VRIES, geb Wilhelminaoord 13-6-1829, wordt in kolonie-archief niet vermeld als “gedeserteerd”. Hij wordt 10-9-1845, hij is dan 16, opgesloten in Ommerschans Strafkolonie 3, voor de duur van 13 maanden, terug te Frederiksoord 28-10-1846. Met zijn ouders waarschijnlijk in 1847 naar de gesloten kolonie Veenhuizen III, in 1851 naar de hoeve te Willemsoord en in 1853 naar Veenhuizen I. Zijn vroege strafverblijf te Ommerschans had hem mogelijk een (vervelende) les geleerd. Maar 25-5-1855 verlaat hij alsnog de kolonie, hij is dan 25, en kiest voor een toekomst in militaire dienst. – 6. Margaretha Wilhelmina, geb Wilhelminaoord 20-8-1831, maakt op jonge leeftijd de diverse verhuizingen tussen kolonievestigingen mee en “deserteert” 6-6-1853, 21j oud, een maand voordat haar ouders opnieuw naar Veenhuizen vertrekken. Veenhuizen kende ze al en hoefde ze niet nog een keer mee te maken. – 7. Jan Jelles DE VRIES, geb Wilhelminaoord 22-1-1835, maakt ook de diverse verplaatsingen mee. Hij gaat in militaire dienst tot 1-6-1860 (hij is dan 25), “deserteert” uit de kolonie Frederiksoord 27-10-1860, wordt teruggebracht 15-12-1860 en “deserteert” opnieuw 23-10-1861. Daarna geen meldingen meer. – 8. Jelle, geb Frederiksoord 25-12-1837, maakt de verhuizingen via Veenhuizen etc mee, is 25 bij overlijden van vader Jelle, wordt 14-1-1862 “ingedeeld” bij zwager BRUGMAN, die opvolger is op de hoeve te Frederiksoord. Vader Jelle is dan al ziek maar nog niet overleden. Zijn overlijden 19-4-1862, Jelle wordt 16-4-1862 “ontslagen” uit de kolonie. Hij overlijdt 16-2-1866, 28j oud. – 9. Willemina DE VRIES, geb Frederiksoord 18-11-1840, ovl 18-1-1930, 89j, weduwe. Willemina, jongste dochter uit huwelijk van Jelle en Willemke, is 18 (haar vader 82) wanneer men van Veenhuizen weer terugverhuisd naar hoeve te Frederiksoord, Oudere broers en zussen zijn “gedeserteerd”. Willemina trouwt 23-1-1862, zij 21, hij 34, met Abraham BRUGMAN, geb Leiden 27-1-1828, weduwnaar, zv Maarten BRUGMAN en Maria Petronella VAN DER WEIJDEN. Zijn ouders werden na 1830 vanuit Leiden in “de kolonie” geplaatst. Abraham BRUGMAN wordt binnen de kolonie als opvolger van zijn schoonouders op de hoeve te Frederiksoord aangesteld. Eerst als “vrijboer”, per 10-8-1868 weer als kolonist. Zijn schoonmoeder Willemke wordt bij hem “ingedeeld”. – 10. Dirk, geb Frederiksoord 3-2-1843, is 4j oud wanneer eerste overplaatsing naar Veenhuizen plaats vindt en maakt de rest mee. Hij verlaat de kolonie 1-10-1862, 19j oud, door vrijwillig in militaire dienst te gaan.
— Dirk Auken SCHIPPER (ovl 1830, 56j oud) zag wel het ontstaan van de kolonieprojecten bezuiden Steggerda, maar was er persoonlijk geen onderdeel van. Familie van echtgenote Ymkje raakte er wel in verwikkeld. Omdat de “kolonisten” (allereerst) met een straf systeem van eigen munten hadden te maken, vond algauw ruilhandel en nader contact plaats met bewoners van dorpen in de omgeving.

121.5b Hendrik Auken SCHIPPER(S), doop Steggerda 17-8-1777, ovl WSW 4-4-1842, 64j, gehuwd, tr WSW (mairie Noordwolde) 21-7-1815, hij 37, zij 20, met Grietjen Anskes BIJKER, geb Nijeholtpade 13-8-1795, ovl WSW 10-8-1878, 82j, weduwe, dv Anske Wolters en Geesje Kleizes. Huwelijk van Hendrik en de nog jonge Grietje wordt 8 maanden na geboorte van eerste kind uit hun relatie formeel bevestigd. Kinderen: Auke SCHIPPER, geb 22-11-1814 (naam van moeder geschreven: Grietjen Hanzes) Anske SCHIPPER, geb 1-10-1817 (naam van moeder geschreven: Grietjen Anskes) Jakobje SCHIPPER, geb 11-1-1821 (naam van moeder geschreven: Grietje Ansches) Anne Hendriks SCHIPPER, geb Steggerda 18-8-1824 (naam van moeder geschreven: Grietje Anschen BIJKER). Anne Hendriks SCHIPPER tr Nijkerk (Gelderland) 6-9-1871, hij 47, landbouwer, zij 38, geb te Utrecht, weduwe van Cornelis VAN DEN HEUVEL, met Dina KöHLER, dv Willem Nicolaas Köhler, zakkendrager, en Dina WAGENAAR. Moeder Grietje BIJKER in akte vermeld als landbouwster. Anne trouwt op late leeftijd en in het verre Gelderland. Verhaal nog te documenteren. Geesje Hendriks SNIJDER, geb 11-8-1828 (naam van moeder geschreven: Grietje Anskes BIJKER, naam van vader: Hendrik Aukes SNIJDER). De SNIJDER-naam mogelijk een leesfout of verschrijving. Nog na te zoeken. Jan Hendriks SCHIPPER, geb Steggerda 2-5-1830 (naam van moeder geschreven: Grietjen Aukes BIJKER) Auke Hendriks SCHIPPER, geb 1-5-1834 (naam van moeder geschreven: Grietje Anskes BIJKER) Jacob Hendriks SCHIPPER, geb 1-5-1834, tweelingbroer van Auke en Auke van hem.

  1. Heere Ysebrands, uit Rysbercamp (Weststellingwerf, FR), trouwt 13-5-1742 (Hervormde gemeente Noordwolde-Boyl) met
  2. Andersjen Wybes (Andriesjen), uit IJsselham (bij Oldemarkt, Overijssel).

Bij quotisatie 1749 wordt Heere Isbrants, arbeider te Noordwolde, aangeslagen voor 13 Caroliguldens en 1 stuiver. Gezin bestaat uit twee personen van 12 jaar of ouder en 1 kind jonger. – Van de 3 tot dan gedoopte kinderen zijn dus al 2 overleden.

Kinderen uit het huwelijk (dopen Herv.Gem. Noordwolde-Boyl): 1. Maijke, doop 25-8-1743 2. Cornelis, doop 14-8-1746 3. Maijke, doop 26-5-1748 4. Wybe, doop 7-2-1751 5. Rinske (kw 57, Reinst Heeres), doop 10-2-1754, tr 16-5-1773 te Steggerda met Pieter Annes (SCHIPPER, kw 58) 6. Klaasjen, doop 11-4-1757 7. Isebrand (IJsbrand) Heeres KUIPERS , doop 22-2-1761, laat in 1811 de naam KUIPERS registreren. Wordt bij zijn huwelijk 24-6-1787 te Bolsward al vermeld als (Ysbrand Heres) KUIPER. Hij is dan 26 en soldaat, volgens register afkomstig van Leeuwarden (waarschijnlijk daar gekazerneerd ). Huwelijk met Trijntje Annes, afkomstig van Harlingen (attestatie afgegeven Harlingen 10-6-1787). Een dochter Andriesina geb Bolsward 26-11-1791, doop aldaar 11-12-1791, een zoon Heere geb ca 1794 te Haarlem (NrdHolland). Minstens in 1797 woont het gezin te Steggerda (Ysbrand is dan 36, het “Staatse” leger bestaat niet meer, de “Bataafse Republiek” wordt uitgeroepen), want volgende kinderen worden daar geboren en gedoopt.
— Trijntje Annes begraven te Steggerda 30-4-1810 (indien dit dezelfde is), overlijden van IJsbrand Heeres KUIPERS mogelijk te Drenthe of Overijssel (nog geen registratie gevonden).

Bij naamaanneming van 1811 noemt IJsbrand KUIPERS te Steggerda 5 kinderen in leven: Andries 20, Heere 17, Anne 13, Rientske 11 en Willem 1, volgens de aktelezing. PM: De geboorte/doop van de dan 1-jarige Willem is niet in register. Wel Willem geb 14-1-1806, doop 19-1-1806, zv Ysbrand Heeres en Trijntje Annes. Huwelijk 16-12-1804 te Steggerda van Ysebrand Heeres en Grietje Willems. Trijntje Annes begraven Steggerda 30-4-1810. Puzzeltje dat nog moet worden opgelost. Bij aktelezing (naamaanneming) van 1811 wordt oudste kind Andries gemeld, maar het gaat om de dochter Andriesina (Andriesje) geboren te Bolsward 26-11-1791.

Door IJsbrand Heeres KUIPERS te Steggerda gemelde kinderen: (1) Andries(ina) Heres KUIPERS, geb Bolsward 26-11-1791, tr Weststellingwerf 25-8-1813, zij 21 (Andriesina Issebrandts KUIPERS), met Jentjen (Jente) Jochems OOSTERWIJK. Uit dit huwelijk: Rensje OOSTERWIJK, geb 7-12-1815; Geertje OOSTERWIJK, geb 13-4-1822; Jochem OOSTERWIJK, geb 9-10-1824 (ouders wonen te Munnekeburen). (2) Heere (Herre) Ijsbrands KUIPER, geb ca 1794 te Haarlem (NrdHolland), zoals gemeld in de huwelijksakte Utingeradeel, FR, 27-5-1826: Herre IJsbrandus KUYPER, 32j, geb te Haarlem, zv Ysbrandus KUYPER en Trijntje Annes.. Huwelijk met Geertje Pieters POMPER, 26j, geb te Grouw (Idaarderadeel, FR), dv Pieter Sybrens POMPER en Wypkje Sipkes. Uit huwelijk van Herre en Geertje: Trijntje, geb Utingeradeel 6-10-1832 en IJsbrand, geb Utingeradeel 7-12-1833. Geertje POMPER ovl Utingeradeel 25-6-1851, 51j, gehuwd. Herre IJsbrands KUIPER ovl Utingeradeel 11-11-1857, 63j, weduwnaar.
— IJsbrand Herres KUIPERS tr Baarderadeel, FR, 14-2-1866, hij 32j, geb Oldeboorn (ovl 9-7-1907, 73j, gehuwd) met Akke BOONSTRA, 26j, geb Deinum (Menaldumadeel, FR), dv ongehuwde Imkje Haantjes BOONSTRA. IJsbrand ovl Baarderadeel 9-7-1907, 73j, gehuwd. Nog aan te vullen. (3) Anne IJssebrands KUIPER(S), geb Steggerda 15-12-1797, doop 17-12-1797, ovl (Anne Yssebrands KUPERUS), 15-12-1828, 31j, gehuwd, tr WSW 11-8-1819, hij 22, zij 20, met Trijntje Tydes BERKENBOSCH, geb Peperga 13-6-1799, doop 23-6-1799, ovl WSW 3-3-1883, 83j, weduwe, dv Tyde Pieters en Jantje Egberts. Uit huwelijk van Anne en Trijntje: Tyde KUIPERS, geb 20-9-1819, Yssebrand KUIPERS geb 19-1-1821. Bij overlijden van Anne is Trijntje 27j. Geen meldingen gevonden dat zij weer trouwde. Yssebrand Annes KUIPERS trouwt WSW 14-5-1850 met Trijntje Garbrands KROL. Nog aan te vullen. (4) Rientske, geb Steggerda 1-6-1800, doop 8-6-1800. (5) Willem, geb Steggerda 14-1-1806, doop 19-1-1806.

Omdat Steggerda gelegen is op de grens van Friesland met Drenthe en Overijssel komen relaties en contacten over die grenzen regelmatig voor. Ontbrekende gegevens elders te zoeken.

  1. Jelke Jans, geb ca 1695, ovl na 1749, trouwt 19-1-1727 te Rottevalle (Smallingerland, FR) met
  2. Hiltje Hendriks, vermoedelijk overleden na 1743 en voor eind 1749.

Bij quotisatie 1749 staat Jelke Jans te Rottevalle vermeld, Gezin met 4 personen ouder dan 12 jaar. Aanslag 15 Caroligldns 15 stuivers. Wanneer de melding van 4 personen ouder dan 12j correct is, zullen Hiltje Hendriks en de dochter Jitske voor eind 1749 zijn overleden.

Kinderen uit het huwelijk: Jitske Jelkes, gedoopt 13-11-1729 te Rottevalle, doopheffer is de moeder (vader Jelke niet aanwezig?). Jitske is vermoedelijk overleden voor eind 1749. Jan Jelkes (VAN EIJCK), geb ca 1731, geen doopmelding, trouwt 5-2-1758 (Rottevalle) met Ybeltje Tjeerds. Uit dit huwelijk worden 9 kinderen geboren (zie hierna). Trientje Jelkes (Trijntje), geb 22-2-1734 te Rottevalle, gehuwd ca 1754 met Pyter Pyters (Pieter Pieters). Het echtpaar gaat wonen te Oosterwolde (Ooststellingwerf, FR), waar dopen van kinderen: 1. Wicher, 30-11-1755, 2. Hiltjen 12-8-1759 en 3. Jelke 16-3-1766. Moeder Trientje wordt 6-5-1774 (40j, bejaarde vrouw genoemd, huisvrouw van Pieter Pieters) op belijdenis te Oosterwolde gedoopt. Hendrik Jelkes (KYLSTRA), geb. ca 1735, geen doopmelding (kw 58).

Oudgrootmoeder Hiltje Hendriks is vermoedelijk voor eind 1749 overleden en oudovergrootvader Jelke Jans wellicht 1755/60. In 1749 wordt hij zonder beroep vermeld, wat kan inhouden dat hij voorheen niet als boer werkzaam was, maar misschien als handelaar of koopman. Er is een behoorlijke lijst van akten (tot en met 1743) waarin het echtpaar voorkomt als geldleners, wat op een handelaarsberoep kan wijzen. Afgaand op de melding bij Quotisatie 1749 is Jelke Jans dan wellicht uitgewerkt (en Hiltje Hendriks overleden).

Na de naamaanneming van 1811 waar kleinkinderen van Jelke Jans en Hiltje Hendriks aan mee moeten doen, gaan kleinkinderen via zoon Jan en dochter Trientje vooral de familienaam VAN EIJK (van Eijck, van Eck, van IJK) gebruiken, en kleinkinderen via jongste zoon Hendrik (ovl ca 1800 kw 58) de familienaam KIJLSTRA (Kilstra, Kielstra).

Jan Jelkes (“VAN EIJK”) Geboren ca 1731, geen doopmelding, trouwt 5-2-1758 met Ybeltje Tjeerds. Kinderen van hen kiezen in 1811 of daarna de familienaam VAN EICK (Eijck, Eijk, IJk). Aangenomen wordt dat de VAN EICK-naam al voor 1811 voor de familie in gebruik was, maar dit blijkt niet uit trouw- of doopregisters van ervoor.

Volgens de doopregisters worden uit huwelijk van Jan Jelkes en Ybeltje Tjeerds 9 kinderen geboren, 5 van deze kinderen worden volgens de melding te Drachten (Wopke, Tjeerd, Geertje, Poppe en Tryntje) zelfs gezamenlijk gedoopt 9-1-1780. Duidelijker kunnen we het niet stellen. Tussen 1761 en 1780 lieten Jan en Ybeltje kinderdopen kennelijk na, om in 1780 “die fout” te herstellen en vijf ongedoopte kinderen (inmiddels 14 tot 3 jaar oud) alsnog te laten dopen/ registreren.

  1. Sjoukjen, gedoopt 24-9-1758 te Rottevalle, 4 weken oud
  2. Jelke, gedoopt 6-7-1761 te Drachten
  3. Wopke, geb 18-1-1766 Opeinde, gedoopt 9-1-1780 te Drachten. Bij de naamaanneming van 1811 woont Wopke Jans VAN EICK, wij berekenen: 45j oud, ongehuwd, op het adres Noorderdrachten 378, waar ook Egbert Rinses KIELSTRA met gezin van 7 kinderen woont. Wopke Jans VAN EYCK overlijdt 22-3-1825 te Ommen (Overijssel), zoon van Jan van Eyck en Ybeltje Tjeerds, 59j, ongehuwd, kolonist te Ommerschans.
    — NB: Zijn overlijden als “kolonist te Ommerschans” volgens BS te Drachten. Zijn naam niet terug te vinden in de database van de Maatschappij der Weldadigheid die oa de “strafkolonie” Ommerschans betreft.
  4. Tjeerd, geb 4-9-1768 Noorderdrachten, gedoopt 9-1-1780 te Drachten
  5. Geertje, geb maart 1771 Zuiderdrachten, gedoopt 9-1-1780 te Drachten
  6. Poppe Jans VAN EIK, geb Zuiderdrachten 9-3-1774, gedoopt 9-1-1780 te Drachten, ovl (Pope Jans van IJK) 23-3-1831 te Drachten, 57j oud, arbeider en schipper. Poppe (Pope) trouwt 3-12-1797 te Drachten met Korneliske Klaases. Bij de naamregistratie van 1811, Pope Jans VAN EIK, woont hij op het adres Noorderdrachten 306 met vrouw Korneliske en kinderen: Iebeltje (13), Saakjen (9), Fokjen (6) en Aaltje (3). Op hetzelfde adres staan dan Janke Pieters, weduwe van Jan Gerrits DE JONG (met kinderen: Antje 21, Gerrit 19, Mootske 17 en Pietertje 16), en Makke Willets MAAKAL (met kinderen: Aaltje 21 en Lijsbert 11) ingeschreven. Noorderdrachten 306 lijkt dik bevolkt te zijn geweest. Een handelshuis? Poppe verkoopt in 1817 een koggeschip (handelsschuit, voor 300 gldn) en komt verder in notarisakten voor als koper en verkoper van onroerende zaken (verkoop in 1827 van een huis te Drachten). Hij overlijdt te Drachten 23-3-1831, 57j oud. Weduwe Korneliske Klases VAN WEPEREN laat 27-7-1832 een testament opmaken en overlijdt een maand later, 21-8-1832.
    — In de overlijdensakte wordt ze opgevoerd als Korneliske Klazes Gerkema, geb 1-12-1778 te Heerenveen, dochter van Klaas Gerkema en Fokje Klazes. Aangifte op basis van gebrekkige kennis bij overlijdensmelders? Zij wordt bij leven Korneliske Klazes VAN WEPEREN genoemd en niet “Gerkema”. Dochter van Klaas Hermannus VAN WEPEREN en Foekje (Fokje) Raukes SCHOTANUS. De VAN WEPEREN-familie kreeg faam door bekwame landmeters in het voorgeslacht. De familienaam is te verbinden aan de buurtschap Weperen of Weper, direct ten noorden van Oosterwolde (Ooststellingwerf, FR). Pope VAN EIK (IJK) en Korneliske VAN WEPEREN krijgen diverse kinderen. Na hun overlijden (procuratie-akte van 14-2-1835) zijn daarvan nog drie in leven.
  7. Trijntje, geb 30-12-1776 Noorderdrachten, gedoopt 9-1-1780 te Drachten
  8. Teetske, geb 31-5-1780 Noorderdrachten, gedoopt 25-6-1780 te Drachten
  9. Sybe, geb 17-2-1783 Zuiderdrachten, gedoopt 23-3-1783 te Drachten.

Trijntje Jelkes (“VAN EYCK”) Geboren te Rottevalle 22-2-1734, gedoopt te Oosterwolde 6-5-1774, 40j oud (bejaard genoemd in het doopregister), getrouwd met Pieter Pieters en moeder van al gedoopte kinderen: 1. Wicher 30-11-1755, 2. Hiltjen 12-8-1759 en 3. Jelke 16-3-1766. Bij de naamregistratie van 1811 neemt haar zoon Jelke de familienaam VAN EYCK aan. Jelke woont dan te Jorwerd (huisnr 60) en meldt de kinderen: Pieter (22), Gerryt (20), Wijger (18), Jentje (16) en Attje (14). Uit het huwelijk van Trijntje Jelkes en Pieter Pieters een verdere familie VAN EYCK (of anders geschreven), met belastingambtenaars en bestuurders.

  1. Johannes Harmens (of: Arents?)
  2. Wietske

Ouders van Tetje Johannes (kw 59), Tetje getrouwd met Hendrik Jelkes (kw 58) en grootmoeder in de SCHIPPERS-tak. Oudmoeder Tetje Jannes is 8-6-1823 te Zuiderdrachten overleden, 62j oud, en in de overlijdensakte worden als haar ouders Johannes Harmens en Wietske genoemd. De eerste dochter van Tetje heet ook Wietske.

Mogelijk is dat het niet gaat om Johannes Harmens en Wietske. Maar om Johannes Arents, Noorderdrachten, die 15-5-1757 trouwt met Wytske Harmens, Zuiderdrachten. Nog na te gaan.

  1. Rintse Annes (Rintie Annes), geb ca 1705, woont te Luinjeberd (Aengwirden FR), gehuwd voor of in 1740 met
  2. Baukje Jelles (Bauck Jelles), doop 29-12-1700 te Tjalleberd (Aengwirden, FR), dochter van Jelle Libbes en Auk Annes.

Bij Quotisatie van 1749 wordt Rintse Annes te Luinjeberd (gezin 7 personen waarvan 3 jonger dan 12) vermeld als een soeber man. Er staan dan te Luinjeberd 15 gezinshoofden in de lijst en de aanduiding soeber (sober) wordt naast gemeen (gewoon) regelmatig gebruikt. Ene Hendrik Jans bijvoorbeeld wordt aangeduid als een welgestelde boer, maar zijn aanslag bedraagt 35 Cgldns 9 stuivers, terwijl Rintse Annes hoger wordt aangeslagen: 36 Cgldns 19 stuivers. Rintse is een van de hoogstaangeslagenen te Luinjeberd. Opvallend is dat voor de andere gezinshoofden een beroep, meestal boer, wordt vermeld, enkel voor Rintse niet. In 1749 wordt aangetekend dat het gezin van Rintie Annes te Luinjeberd bestaat uit 7 personen waarvan 3 jonger dan 12. Oudere kinderen mogelijk uit eerste huwelijk van Baukje Jelles. In register Aengwirden doopmeldingen van 4 kinderen uit huwelijk van Anne Wybes en Bau(c)k Jelles (eerste proclamatie 29-7-1725 Herv.Gem Langezwaag-Kortezwaag-Luxwoude waar Anne vandaan komt): dochter Acke 1-2-1728 Luinjeberd, zoon Lubbert 22-2-1730 Tjalleberd, tweeling Wybe en Jelle 30-11-1732 Tjalleberd.

Uit huwelijk van Rintse en Baukje (doopmeldingen te Aengwirden): Anne Rintses WIENSTRA, doop 9-10-1740, ovl Benedenknijpe (Schoterland) 23-11-1828, 88j, ongehuwd (namen ouders niet vermeld). De ambtenaar van de Schoterlandse Burgerlijke Stand schrijft hem uit als Anne Rinzes WYKKEL. Maar bij de naamsaanneming van 1811 (23-4-1812) heeft Anne Rinzes te Langezwaag (Opsterland) toch echt de naam WYNSTRA aangenomen volgens de ambtenaar aldaar (“WIJNSTRA”, de 71jarige tekent het formulier met “A.R. Winta” of iets dergelijks). Dat Schoterland hem als “WYKKEL” uitschrijft, wijst erop dat de aangifte door de geburen niet ambtelijk werd gecontroleerd. De geburen kenden hem als de oom van hun buurvrouw Trijntje WYKKEL. En noemden hem dus zo. In de Memorie van Successie die na zijn overlijden werd opgemaakt, wordt hij wel onder de naam WIENSTRA vermeld. Janke Rintses (Rinzes) WIENSTRA, doop 9-10-1740, ovl Langezwaag (Opsterland) 31-10-1826, 86j, ongehuwd. Anne en Janke zijn op dezelfde dag gedoopt en, hoewel niet in het register vermeld, kunnen we aannemen dat ze een tweeling vormden. Moeder Baukje had al eerder een tweeling en haar moeder idem.
— De broer en zus blijven beide ongehuwd en wonen te Langezwaag. Anders dan hun jongere broer Durk Rintses (1745-1781) bereiken ze een hoge leeftijd. Bij notaris G.T. de Jongh te Gorredijk laten Anne Rintzes WIENSTRA en Janke Rintzes WIENSTRA ieder voor zich 10-11-1818 een testament, beiden wonend te Langezwaag, deponeren. De nalatenschap is voor de langstlevende en dit wordt in dit geval broer Anne die zijn zus twee jaar overleeft. Hij wijzigt dan zijn testament en maakt zijn oomzegster Tryntje Durks tot enig testamentair erfgenaam. Durk Rintses (kw 60), gedoopt 19-4-1745, ovl ca 1781. Diens zoon Hendrik Durks (kw 30) tekent bij naamregistratie van 1811 voor de naam WIJCKEL (ondertekent met “Hendrik Durks WYKEL”).

Toen schoenmaker Hendrik Durks te Nieuwehorne (mairie Mildam, Schoterland) eind 1811 de WYKEL-naam liet registreren was zijn vader Durk al 30 jaar dood. Te Langezwaag woonden de ongehuwd gebleven oom Anne en tante Janke, beiden reeds 70-plussers. Oom Anne liet zich daar vier maanden later als WIENSTRA inschrijven. Mogelijk (“al dat Franse gedoe”) koos hij die “famiienaam” op de bonnefooi: te Langezwaag waren er meer Wienstra/Wijnstra’s. En zonder te weten van de keuze voor WYKEL door neef Hendrik.

Bij het overlijden van oom Anne in 1828, dan wonend te Benedenknijpe (Schoterland), wordt hij als Anne Rinzes WYKKEL bij de Burgerlijke Stand uitgeschreven, terwijl de Memorie van Successie hem nog als Anne Rintzes WIENSTRA vermeld, “broer van wijlen Durk Rintzes WIEKEL”. Anne had 2-4-1827, na het overlijden van zijn zus Janke, bij notaris te Gorredijk zijn testament veranderd en zijn oomzegster Trijntje Durks (WIEKEL) als enige testamentair erfgenaam aangewezen. Deze woonde te De Knijpe, gehuwd met SiegerJacobs DE JONGE, houtbaas aldaar. Het kan zijn omdat nicht Trijntje de inmiddels zeer bejaarde oom Anne onderdak bood (bij de nalatenschap behoorde onroerend goed, een saldo van 1.170 gldn wordt vermeld).

  1. Hendrik 123.

Ouders van: Maaike Hendriks (kw 61). Dochter Maaike trouwt in 1769 met Durk Rinses (kw 60), hij 24. Maaike staat dan ingeschreven bij de kerk te Heerenveen, maar is daar niet gedoopt.

PM: Bij Quotisatie 1749 wordt koperslager Hendrik WYKEL te Heerenveen gemeld, gezin van 6 personen waarvan 3 kinderen jonger dan 12 (aanslag: 34 Cgldns 17 stuivers). Deze heeft een dochter Maaike, doop Heerenveen 6-12-1739, ovl Smallingerland 23-1-1828, 87j, gehuwd, dv Hendrik Hemkes WYKEL en Rinske Ates. Een andere Maaike dan onze voormoeder Maaike Hendriks. Dat de koperslager de naam WYKEL heeft en dat de zonen van onze Maaike na 1811 ook voor een dergelijke naam kiezen, is waarschijnlijk puur toeval. Maar we moeten het even melden.

  1. Andries Jans FLEER, geb 7-4-1732 te Oldelamer (Weststellingwerf,FR), doop 20-4-1732, wieldraaier, ovl 7-11-1812 te Oldetrijne (VLEERINGA), 80 jaar oud, weduwnaar, tr Oldelamer 25-11-1764 met
  2. Albertien Jans (Albertje Jans), doop 7-2-1740 te Nijelamer (Wolvega/Sonnega), dochter van Jan Pieters en Margjen Tymens (aanname).

Bij naamregistratie van 1811 meldt zich de dan 79-jarige Andries Jans uit Oldetrijne (mairie Sonnega) mede voor zijn kinderen Jan (46, Delfstrahuizen) en Margjen (41, Delfstrahuizen). Hij laat de gezinsnaam FLEER registreren. Kleinkinderen noemt hij niet, maar hij had er toen tien. Zoon Jan Andries (kw 62) in het verderop gelegen Delfstrahuizen (mairie StJohannesga) was misschien niet zeker of zijn vader de tocht naar het registratiekantoor zou maken en meldde zich ook, zes kinderen noemend, in eigen mairie. Jan wordt met gezinsnaam VLEEREN ingeschreven maar ondertekent het formulier als FLEEREN en in latere akten wordt voor hem en nageslacht VAN FLEEREN als achternaam gebruikt (soms komt Vleeren weer voor). De dochter Margjen Andries, gehuwd met Meindert Willems DRIEST, heeft in 1811 vier kinderen die door haar echtgenoot worden gemeld en de achternaam DRIEST krijgen. Bij haar overlijden in 1841 komt ze als FLEERINGA in de akte. Interessant is dat de geburen te Delfstrahuizen bij het overlijden van Meindert DRIEST in 1839 de weduwe Margjen Andries KOOY noemen. Het is mogelijk dat in het dorpsgeheugen de herinnering aan kooyman Jan Hendriks (kw 248), vader van Andries en grootvader van Margjen en Jan, nog niet was uitgewist.

Oudgrootvader Andries Jans FLEER (1732-1812) wordt 80j, weduwnr. Op 9-11-1812 doen de buurmannen Harmen Hendriks OBBENA, 54j, boer, en Anne Piers FABRIEK, 48j, molenmaker, aangifte van het overlijden op den 7de november des v.m. ten 4 ure in het huis nr 6 te Oldetrijne. van “Andries Jans VLEERINGA, oud 80 jaar, wieldraaier, woonachtig te Oldetrijne, weduwnaar, gehuwd geweest met Albertje Jans, zoon van Jan Andries en Aafkjen Willems, beiden overleden.” VLEERINGA had FLEER moeten zijn, de vader heette Jan Hendriks, de moeder Aagjen Willems. Wij weten van bepaalde dingen achteraf meer dan de buurmannen van toen.

Uit het huwelijk van Andries Jans en Albertje Jans:

Jan Andries VAN FLEEREN (kw 62), geb 25-10 1765 te Oldelamer, doop 27-10-1765. Margjen (Marigje) Andries, geb 18-3-1770 te Oldelamer, doop 28-3-1770. Over voorvader Jan Andries verdere informatie bij GENERATIE 6 kw 62. Over zijn zus Margjen hier het volgende.

124.2. Margjen (Marigje, Marriggien) Andries (FLEERINGA, KOOY), zus van Jan Andries VAN FLEEREN (kw 62)

Margjen is geb 18-3-1770 te Oldelamer (Weststellingwerf, FR), doop 28-3-1770, ovl 27-2-1841 te Delfstrahuizen (Schoterland, FR), 70j, weduwe. De buurmannen Lolke Synes DE JONG, 30j, arbeider, en Jan Yse HOLTROP, 29j, boer, melden haar als dochter van Andries FLEERINGA en Albertje Jans.

Margjen trouwt Oldelamer 20-5-1792, zij 22, hij 32, met Mijndert (Meindert, Meinert) Willems, zv Willem Egberts en Corneliske Jochums. Zijn ouders zijn 26-11-1747 gehuwd te Nijeholtwolde (in de streek Oldelamer-Nijelamer, Nijeholtwolde, direct noordwestelijk van Wolvega (Weststellingwerf, FR)). Willem Egberts van Nijeholtwolde afkomstig, Corneliske Jochums van Nieuweschoot (Schoterland, FR), slechts enkele kilometers noordelijker, over de Tjonger gelegen.

Uit huwelijk van Margjen en Mijndert zijn volgens doopregisters 4 kinderen geboren. Bij naamaanneming van 1811 meldt Meindert Willems DRIEST te Delfstrahuizen ook deze kinderen uit zijn huwelijk met Margjen: Willem 18, Andries 17, Corneelsje 13, Albertje 10. Meindert heeft oudere broers (Jochum, Egbert) die in 1811 bij de registratie ook de gezinsnaam DRIEST laten inschrijven.

Meindert DRIEST overlijdt 24-1-1839, in een ongenummerd huis te Delfstrahuizen, 78 jaar oud, zonder beroep, geboren te Oldelamer, wonend te Delfstrahuizen, zv Willem Meinderts en Albertje Hendriks. Volgens de aangevers: Wopke Gerrits LAGEVEEN, 52 jaar, turfmaker, en Harmen Harmens HOGEVEEN, 36 jaar, boer, wonende te Delfstrahuizen en Oldelamer, geburen. De geburen Lageveen en Hogeveen wisten niet de juiste namen. De ouders van Meindert DRIEST heetten Willem Egberts en Cornelisjen Jochems (Albertje was de naam van de moeder van weduwe Margjen) en dat ze de weuduwe Margjen Andries KOOY noemen, lijkt interessant.

Kinderen uit huwelijk van Margjen Andries en Meindert Willems DRIEST: Willem Meinderts DRIEST, geb 1793, ovl 2-12-1862, 69 jr, weduwnaar (WSW 240). Trouwt 8-11-1829 (Schot 66) met Japikjen Hendriks Nooi (Jacobjen Hendriks Nooy). Uit dit huwelijk een levenloze dochter (22-1-1831) en een zoon Hendrik (geb 12-9-1832 te Munnikeburen, ovl Nijetrijne (?) 19-11-1883, 51 jr, tr 22-10-1858, hij 26, zij 25, met Annigjen Klazes JETTEN, geb Oldelamer 8-6-1833, ovl Nijetrijne 12-8-1868, dv Klaas Roelofs JETTEN (geb 5-7-1802 te St.Johannesga, zoon van Roelof Klazes JETTEN en Margjen Harmens MAAT) en Martjen Annes ROTSTRA (geb 12-9-1804 te Hoornsterzwaag, dochter van Anne Bartelds ROTSTRA en Geertje Harmens DE BOER). Andries Meinderts DRIEST, geb Oldelamer 29-9-1794, ovl vóór 1836, tr 8-5-1822 (WSW 14) met Antje Klazes LEEMBURG, geb 23-2-1795 te Wolvega, dochter van Claes Bartels Alberts LEEMBURG (geb te Langedike, gedoopt 11-10-1750 te Makkinga, ovl te Oldeholtpade 13-11-1826, zoon van Albert Klazen en Antje Claeses) en Sjoukjen Geerts (geb ca 1760, ovl 10-12-1814 te Steenwijkerwold, dochter van Frerik Jacobs TER SCHUUR en Deddigien Hendriks). Andries is vóor 1836 overleden, want Antje trouwt dan met Cornelis Harms VAARTJES (geb te Muggebeet 16-9-1803). Cornelisje Meinderts DRIEST, geb ca 1797, ovl 1-9-1826, 29 jr, gehuwd (WSW 142). Trouwde 28-11-1824 (Schot 55) met Beerend Jans PIJLMAN. Albertje Meinderts DRIEST, geb 1801, ovl 18-2-1866, 64 jr, weduwe (WSW 35). Trouwde 14-3-1824 (Schot 9) met Reinder Lammerts DE JONG.

  1. Jan Jurjens (LEMSTRA), geb Het Meer, doop 25-11-1746 (Oudeschoot), wonend te Rotstergaast, ovl 18-7-1811 te Nieuweschoot, 65j, tr (2) 13-1-1788, hij 41, zij 27j oud, met Aaltje Rinkes, doop 16-11-1760 te Oldelamer (Weststellingwerf, FR), ovl 15-3-1833 te Oudeschoot (huisnr 39). Jan Jurjens trouwt (1) 17-6-1770 Herv.Gem Oudeschoot, hij 23, zij ca 20j oud, met
  2. Fokjen Bonnes, geb ca 1750 (Terband), ovl te Rotstergaast in 1785 of 1786, bij overlijden ca 35j oud.

Oudgrootvader Jan Jurjens (1746-1811) krijgt 8 kinderen in eerste huwelijk en ook 8 in tweede huwelijk. Hij overlijdt 5 maanden vóór de naamregistratie van 1811. Bij die registratie laat Aaltje Rinkes zich inschrijven als weduwe van Jan Jurjens LEMSTRA, waarmee hij posthuum die achternaam krijgt toebedeeld. Zij laat de 8 kinderen van haar en Jan met de LEMSTRA-naam registreren. Haar oudste zoon Rinke, 23j, wonend te Nijelamer, gehuwd en met 2 eigen kinderen, meldt zich ook. Te Nijelamer: Rinke Jans LEMSTRA. De dan nog levende kinderen uit het huwelijk van Jan Jurjens met Fokjen Bonnes worden in 1811 niet met gezinsnaam ingeschreven. Maar in ieder geval de 3 oudste dochters van Jan en Fokje, Froukje, Pietje en Jitske, komen later ook als LEMSTRA voor. De naam lijkt meer aan de herkomst van Aaltje Rinkes (geboren in de Lamers, WSW) verbonden dan aan die van Jan Jurjens en Fokjen Bonnes. Aaltje Rinkes had ook wel reden om “haar” naam in te voeren. De genoemde dochters uit het eerste huwelijk van Jan Jurjens waren al lang het huis uit, gehuwd en wat hun situatie betreft van een nieuwe gezinsnaam voorzien. Dat zij na 1811 voor zichzelf de LEMSTRA-naam van Aaltje overnemen is toch aardig. Over de andere 5 kinderen uit huwelijk van Jan en Fokjen Bonnes is niet zoveel bekend. Waren ze nog wel in leven eind 1811? Hoeveel van hen?

Voorlopig kennen we de overlijdensdatum van Jan Jurjens enkel uit de bijlage van de huwelijksakte uit 1817 betreffende zijn zoon Fokke Jans LEMSTRA (uit huwelijk met Aaltje). In die bijlage staat dat Jan bij overlijden 13 kinderen naliet. Van de 8 geboren uit eerste huwelijk en de 8 geboren uit tweede huwelijk, zouden voor eind 1811 dus 3 zijn overleden. Misschien ging de ambtenaar-van-dienst het genoemde getal van 13 nagelaten kinderen niet serieus toetsen en waren het er maar 11: 3 nagelaten kinderen uit huwelijk met Fokje, 8 uit huwelijk met Aaltje (LEMSTRA).

Kinderen uit huwelijk (17-6-1770) van Jan Jurjens en Fokjen Bonnes:

(1) Vrouwkjen (Froukje) Jans LEMSTRA, geb Rottum (Schoterland) 21-10-1772, doop 22-10-1772, ovl Oldeboorn (Utingeradeel) 8-10-1855, 83j, weduwe, tr Terhorne (Utingeradeel) 23-5-1795, zij 22, afk Terhorne, hij ca 29, afk IJlst, met Auke Jacobs VAN DER POEL, geb ca 1766, ovl Oldeboorn 27-2-1844, 77j, geh.
— Volgens kerkregister Terhorne vond huwelijk 23-5 plaats. Op 25-5 (te Terhorne) volgens Gerecht IJlst en Herv.Gem.IJlst. Auke Jacobs behoort tot de Doopsgezinde richting. Geen kinderdopen gemeld. Bij de naamregistratie van 1811 meldt Auke Jacobs VAN DER POEL te Oldeboorn 3 kinderen: Jan 14, Anskje 11 en Jacob 8. Uit notarisakte van 1830 blijkt dat hij (dan) boekhouder is van de Oude Doopsgezinde Gemeente te Oldeboorn.
— Aangifte van overlijden van de weduwe Froukje Jans LEMSTRA in 1855 wordt gedaan door Otter Bouties VLEESHOUWER, 49, en Leendert Klazes DE HEY, 31, beiden arbeiders wonende te Oldeboorn, die verklaren dat Froukjen Jans LEMSTRA, 83 jaar, broodventersche, wonende te Oldeboorn, geboren te Rottum, weduwe van Auke Jacobs VAN DER POEL, dochter van Jan Jansen LEMSTRA en van Frekien Bonnes, is overleden op 8 oktober te Oldeboorn. (De namen van haar ouders gebrekkig aangegeven.)
— Froukje stond bij huwelijk kennelijk te Terhorne ingeschreven. Drie kinderen worden in 1811 gemeld. Van oudste zoon Jan Aukes VAN DER POEL, dan 14j, geb ca 1797, zijn geen verdere gegevens bekend. Van jongste zoon Jacob Aukes VAN DER POEL, dan 8, geb ca 1803, het volgende: ovl Utingeradeel 17-7-1842, 39j, ongehuwd. De “Anskje”, 11j in 1811, geb ca 1800, was middelste zoon: Anske Aukes VAN DER POEL, ovl Utingeradeel 11-6-1833, 33j oud, gehuwd Oldeboorn 24-1-1829, hij 28, geb Terhorne, zij 26, geb Oldeboorn, met Jitske Luitzens SIKSMA, geb ca 1807, ovl 23-9-1846, 44j, gehuwd (in tweede huwelijk), dv Luitzen Sikkes SIKSMA (SIXMA) en Rienkjen Kornelis BOS.
— De 3 zonen van Froukje zijn al overleden voordat echtgenoot Auke overlijdt. Weduwe Froukje schijnt als broodverkoopster (aan de passerende schipperfamilies?) haar eigen kost hebben verdiend. Het korte huwelijk van zoon Anske met Jitske SIKSMA leverde haar wel twee kleinkinderen: Auke Anskes VAN DER POEL, geb Oldeboorn 28-10-1829, ovl Leeuwarden 20-12-1903, 74j, weduwnaar, tr Oostdongeradeel 15-11-1856 met Tietje Annes KOOYSTRA, en kleindochter Rienkjen Anskes VAN DER POEL, geb Oldeboorn 13-7-1831, ovl Leeuwarden 18-11-1882, 51j, gehuwd, tr Leeuwarden 18-11-1865 met Kornelis HAITSMA.

(2) Pietje Jans LEMSTRA (kw 63), geb 5-1-1776, doop Nieuweschoot 18-2-1776, ovl Oldetrijne (Weststellingwerf, FR) 17-8-1848, 72j, weduwe, tr Delfstrahuizen (Schoterland, FR) 3-12-1794, zij 18, hij 29, met de timmerman Jan Andries VAN FLEEREN (kw 62). Zie voor meer over hen Generatie 6 (OUDOUDERS).

(3) Jitske Jans LEMSTRA (Jetske, Jikke), geb 28-2-1777, doop Rottum 16-3-1777, ovl Grouw (Idaarderadeel, FR) 17-1-1851, 71j, weduwe, tr (1) Grouw 17-6-1798 met Ruurd Ulbes PRANGER, tr (2) Grouw 26-12-1835, zij 58 en weduwe, hij 69 en weduwnaar, met Sybe Gerbens DE VRIES, die 8j later overlijdt, 12-7-1844, 77j oud. Bij overlijden van Jitske daarna in 1851 melden de geburen alleen het huwelijk met Sybe.
— Haar huwelijk met Ruurd Ulbes, geb Grouw ca 1756, ovl 24-2-1819, 62j, gehuwd, ging daaraan vooraf. Dit huwelijk wordt Gerecht Grouw 17-6-1798 ingeschreven, met aantekening “doopsgezinden”. Jitske (Jetske Jans) is bij huwelijk 21, Ruurd ca 42.
— Hij is van huis uit Doopsgezind, wat inhoudt dat zijn naam in kerkregisters (Hervormd) nauwelijks voorkomt. Mogelijk was hij nakomertje in het gezin van Ulbe Ruurds die bij Quotisatie 1749 vermeld staat als schuitevaarder te Grouw, gezin van 8 personen van wie 6 jonger dan 12, aanslag 29 Cgldns 9 stuivers. Ulbe Ruurds trouwt Grouw 25-1-1739 met Wypkjen Haites. Het kan zijn dat Ruurd, ca 1756 geboren, werd vernoemd nadat een oudere zoon Ruurd was overleden. Suggesties zijn nodig omdat kinderen van overtuigd Doopsgezinde ouders niet worden gedoopt en dus ook niet in (Hervormde, Roomskatholieke) kerkregisters zoals bewaard, kunnen voorkomen. Dat is bij de kinderen van schuitevaarder Ulbe Ruurds en Wypkjen Haites het geval, en ook bij de kinderen van Ruurd Ulbes en Jetske Jans.
— Bij de naamaanneming van 1811 meldt zich Ruurd Ulbes PRANGER te Grouw met 3 kinderen: Wypkje 5, Jan 4 en Fokje 2. De dochter Wypkje zal ca 1806 zijn geboren. Tijdens de eerste 7 jaren van het huwelijk met Jitske/Jetske LEMSTRA mogelijk enkele miskramen of kinderen jong overleden. De bestaande kinderen zijn keurig naar wederzijdse ouders vermeld en na hen volgen nog een Ulbe (1813) en een Bonne (1817). Bij de geboorte van Bonne is Jitske 40j. Haar echtgenoot Ruurd overlijdt anderhalf jaar later. Vijf kinderen uit het huwelijk van Ruurd Ulbes PRANGER en Jitske Jans LEMSTRA: Wypkje Ruurds PRANGER, geb Grouw ca 1806, ovl 19-11-1894, 88j, weduwe, tr 21-3-1839, zij 32, hij 30, met Tjeerd Doekes VAN DER WERF, geb Leeuwarden ca 1809, ovl Idaarderadeel (Grouw) 27-8-1866, 58j, gehuwd, zv Doeke Pieters VAN DER WERF en Aaltje Tjeerds. Kinderen: Aaltje VAN DER WERF geb 16-4-1841 en Ruurd VAN DER WERF geb 11-12-1844. Nog aan te vullen. Jan Ruurds PRANGER, geb Grouw ca 1808, ovl 14-3-1879, 71j, wednr, tr Utingeradeel 10-3-1839, hij 31, zij 32, met Mettje Gerrits MUDSTRA, geb Drachten ca 1807, ovl Idaarderadeel (“Mud” ipv “Mudstra”) 24-7-1876, 70j, gehuwd, dv Gerrit Jans MUDSTRA en Jitske Gerhardus. Nog aan te vullen (geen kinderen?). Fokje Ruurds PRANGER, geb Grouw ca 1810, ovl 19-3-1889, 79j, weduwe, tr Idaarderadeel 17-4-1828, zij 18, hij 27, met Harmen Rinzes EPEMA, geb Grouw, zv Rinse Johannes EPEMA en Tjitske Annes. Ulbe Ruurds PRANGER, geb Grouw 28-7-1813, ovl Leeuwarden 27-10-1907, 94j, wednr. Ulbe is driemaal getrouwd geweest. Akten nog na te lezen betreffende zijn beroep. Waarschijnlijk was hij bakker, eerst te Jorwerd (Baarderadeel) in een pand in eigendom van zijn (eerste) schoonvader, Fedde Pieters DE VRIES, mr bakker en koopman te Warga (Idaarderadeel).
— Ulbe tr (1) Idaarderadeel 17-7-1844, hij 30, zij 23, met Tjipkje Feddes DE VRIES, geb Warga (Idaarderadeel) 15-4-1821, ovl Jorwerd (Baarderadeel) 31-5-1847, 26j, gehuwd, dv Fedde Pieters DE VRIES, meesterbakker en koopman te Warga, en Jeltje Durks STEENHUIZEN. Tjipkje overlijdt na de kraam van tweede kind: Fedde, geb Jorwerd 26-4-1847, ovl 29-7-1847 (2 maanden na zijn moeder). Eerste kind, dochter Jitske Ulbes PRANGER, geb Jorwerd 8-7-1845, is 21j geworden, ovl Warga 17-5-1867, 8 maanden getrouwd met Abraham Keimpes HOEKSTRA (“ Na den 9 Mei jl bevallen te zijn van een Zoontje, welke kort na de geboorte overleed”).
— Ulbe en Tjipkje zijn na te Jorwerd gaan wonen. Na overlijden van Tjipkje koopt (notarisakte 13-8-1847) Ulbe van zijn schoonvader huis en erf te Jorwerd voor 1000 toenmalige guldens.
— Ulbe tr (2) Baarderadeel 12-4-1854, hij 40, zij 25, met Tjitske Klazes KLAZENS (KLAASZENS), geb Engelum (Menaldumadeel) 29-5-1828, ovl Jorwerd 22-10-1862, 34j, gehuwd, dv Klaas Nicolaas KLAZENS en Sjoerdtje Lieuwes WASSENAAR. Verbintenis onder huwelijkse voorwaarden, dwz op de dag na de trouwdag tekenen Ulbe en Tjitske ieder voor zich bij de notaris een testament. Uit huwelijk met Tjitske worden 4 kinderen geboren: - 1. Fedde Ulbes PRANGER, geb Jorwerd 19-1-1855, ovl Leeuwarden 17-7-1930, 75j, gehuwd. – 2. Klaas, geb Jorwerd 14-8-1856, ovl 10-8-1858, 2j oud. – 3. Ytje PRANGER, geb Jorwerd 15-1-1858, ovl Sneek 11-7-1873, 15j oud (aangifte van overlijden te Sneek (ziekenhuis?, geen melding Baarderadeel, maar Ulbe was in die tijd naar Leeuwarderadeel/ Leeuwarden aan het verhuizen). – 4. Sjoerdtje PRANGER, geb Jorwerd 21-4-1860, ovl Leeuwarden 10-5-1882, 22j oud, ongehuwd.
— Ulbe tr (3) Baarderadeel 29-10-1863, hij 50, zij 40, met Klaaske Romkes ZETSTRA, geb Akkrum (Utingeradeel) 26-1-1824, ovl Leeuwarden 23-2-1901, 77j, gehuwd, dv Romke ZETSTRA en Janke Johannes VAN DER WERF. Klaaske ZETSTRA is weduwe van Pieter Feddes DE VRIES, jongere broer van Tjipkje, de eerste echtgenote van Ulbe. Zwager Pieter is Idaarderadeel 17-5-1848 met Klaaske getrouwd, hij was toen 22, maar 31-8-1857 overleden, 31j oud. Uit huwelijk van Klaaske en Pieter 5 kinderen: Tjipkje 25-3-1849, Fedde 20-6-1851, Janke 13-8-1853, Jeltje 2-7-1855 en Grietje 4-5-1857. Ulbe en Klaaske krijgen samen twee dochters: Dieuwke 24-7-1864 en Ruurdtje 8-10-1866 (ovl Leeuwarden 14-4-1898, 21j oud). Drie dagen voor zijn huwelijk met Klaaske verkoopt Ulbe 26-10-1863 het huis en erf te Jorwerd voor 3850 toenmalige guldens (16 jaar eerder voor 1000 gld gekocht). Koper is Ype Douwes KAAPSTRA uit Makkum die er de broodbakkerij voortzet of begint. Ulbe en Klaaske gaan te Warga wonen. Beiden laten 29-1-1864 testament maken (Ulbe wijzigt zijn testament 14-6-1867). Volgens notarisakte 14-10-1867 verkoopt Ulbe nog voor 2918 gld weiland te Jorwerd samen met broer Lieuwes (te Engelum) van overleden Tjitske.
— Daarna volgt verhuizing van Warga naar Leeuwarden. Een “kostbaar” avontuur, want Ulbe, 63j, gaat er in 1876 failliet (“het faillissement van Ulbe Ruurds PRANGER, voorheen Bakker te Leeuwarden”, Lwrder Courant 21-3-1876). In een notarisakte van 1877 staat hij als koopmans-bediende vermeld (zoon Fedde start handelsonderneming). Ulbe wordt 94, ovl in 1907 (zoon Fedde is dan al 15 jaar gevestigd aan de Peperstraat). Bonne Ruurds PRANGER, geb Grouw 21-6-1817, ovl 20-8-1818, 1j oud.

Na de drie dochters Froukje, Pietje en Jitske (LEMSTRA) zijn uit huwelijk van Jan Jurjens en Fokje Bonnes nog 5 kinderen geboren. In doopregister gemeld, maar in registratie Burgerlijke Stand na 1811 niet terug te vinden (ook niet in trouwregisters van voor 1811).

(4) Jurjen, geb 7-4-1778, doop Oudeschoot 3-5-1778 (5) Bonne, geb 15-10-1779, doop Rottum 17-10-1779 (6) Bontje, geb 10-6-1781, doop Rottum 22-7-1871 (7) Bonne, geb 14-8-1782, doop 22-9-1782 (8) Reinskje, geb 21-2-1785, doop Rottum 10-4-1785.

Oudmoeder Fokje Bonnes is na geboorte van achtste kind overleden ca 35j oud. Oudvader Jan Jurjens trouwt hierna 13-1-1788, hij 41, zij 27, met Aaltje Rinkes, gedoopt Oldelamer (Weststellingwerf) 16-11-1760 (Aaltien Reingjens), ovl Oudeschoot 15-3-1833, 72j, weduwe, dv Reingjen Jannis en Annegjen Roelofs. In trouwregister van Herv Gem Tjerkgaast-StNicolaasga-Doniaga-Idskenhuizen-Legemeer (Doniawerstal, FR) de melding dat per 8-1-1788 attestatie naar Oudeschoot is afgegeven vanwege huwelijk van: Jan Jurjens, Rottum, en Aaltje Rinkes, Tjerkgaast. In trouwregister van Herv Gem Oudeschoot-Nieuweschoot-Mildam-Rottum-Katlijk (Schoterland, FR) de melding van huwelijksbevestiging per 13-1-1788 van: Jan Jurriens, Rotstergaast, en Aaltje Rinkes, Tjerkgaast.

Jan Jurjens krijgt uit huwelijk met Aaltje Rinkes nogeens 8 kinderen. Hij overlijdt Nieuweschoot 18-7-1811, 65j oud. Bij de naamaanneming eind 1811 meldt Aaltje haar 8 kinderen bij Jan onder de LEMSTRA-naam aan.

Kinderen uit huwelijk (13-1-1788) van Jan Jurjens en Aaltje Rinkes:

(9) Rinke Jans LEMSTRA, geb Nieuweschoot 21-11-1788, doop 26-12-1788, ovl Munnekeburen (WSW) 25-6-1849, 60j, gehuwd, tr Oldelamer (WSW) 13-3-1808, hij 19, zij 18, met Femmigjen Tjeerds, geb Oldelamer 30-11-1789, doop 26-12-1789, ovl Munnekeburen 28-10-1853, 63j, weduwe, dv Tjeerd Libbes en Grietje Hendriks. Bij naamaanneming van 1811: Rinke Jans LEMSTRA te Nijelamer, met kinderen Tjeerd (3) en Aaltje (1). Kinderen van Rinke en Femmigjen: - 1. Tjeert Rinkes LEMSTRA, geb Nijelamer 16-9-1808, doop 2-10-1808, ovl Leeuwarden 10-4-1883, 74j, gehuwd, tr Leeuwarden 21-4-1841, hij 32, zij 24, met Sophia MEETER, geb Leeuwarden 23-4-1817, ovl Lwrd 24-10-1902, 85j, weduwe, dv Marijke MEETER en niet genoemde vader (moeder Marijke ovl Lwrd 24-11-1845, 53j, ongehuwd).
— Huwelijk van Tjeert en Sophia lijkt kinderloos te zijn gebleven. Tjeerd LEMSTRA te Leeuwarden koopt (notarisakte 24-11-1845) voor 1335 gld huis C 118 te Leeuwarden. Weduwe Sophia MEETER verkoopt (notarisakte 30-5-1883) een huizinge te Leeuwarden voor 1900 gld. Er zijn testamenten van Tjeerd en Sophia per 6-2-1846, en van Sophia per 12-6-1883 en 6-8-1883. – 2. Aaltjen Rinkes LEMSTRA, geb Nijelamer 7-9-1810, doop 23-9-1810, ovl 2-12-1859, 49j, gehuwd, tr 15-1-1828, zij 17, hij 25, met Gerben Minnes DE HOOP, geb Nijeholtwolde (WSW) 30-11-1802, doop 26-12-1802, ovl 6-12-1862, 60j, wednr, zv Minne Gerbens en Wobbegjen Reinders.
— Uit huwelijk van Aaltje en Gerben 9 kinderen DE HOOP geb Oldetrijne/Oldelamer, Nog aan te vullen. – 3. Jan Rinkes LEMSTRA, geb Nijelamer 17-9-1812, ovl na 1889 (buiten Friesland), wednr, tr (1) Wolvega (WSW) 10-8-1832, hij 19, zij 20, met Ytje Gerrits VRIEND, geb Mairie Wolvega 10-1-1812, ovl Wolvega 31-1-1862, 50j, gehuwd, dv Gerrit Harmens VRIEND en Geertje Meintes.
— Uit huwelijk van Jan en Ytje 12 kinderen LEMSTRA (zie notitie). Jan Rinkes LEMSTRA tr (2) 26-11-1864, hij 52, zij 59, met Engeltje Douwes VAN DER LENDE, geb Wolvega 15-11-1805, ovl 1-2-1889, 83j, gehuwd, dv Douwe Tjeerds en Rinske Douwes (Engeltje is weduwe van Hans Jelles KOOPSTRA). - 4. Grietje Rinkes LEMSTRA, geb mairie Sonnega 15-6-1815, ovl Woudsend (Wymbritseradeel) 11-2-1861, 45j, weduwe, tr Woudsend 23-7-1836, zij 21, hij 30, met Pietter Jans DE JONG, geb Woudsend 5-3-1806, ovl 2-11-1849, 43j, gehuwd, zv Jan Jans en Sytske Pieters.
— Uit huwelijk van Grietje en Pietter 4 kinderen: Sytske 6-11-1836, Rinke 17-12-1838 (ovl), Rinke Jans DE JONG 30-5-1842 en Jan Jans DE JONG 29-11-1845. – 5. Johannes Rinkes LEMSTRA, geb 24-9-1820, ovl 1-4-1821, 6 mnd oud. – 6. Wybigjen Rinkes LEMSTRA, geb Oldelamer 23-10-1828, ovl Lemsterland 1-11-1905, 77j, weduwe, tr Oldelamer 11-5-1849, zij 20, hij 24, met Jakob Wolters BERKENBOSCH, geb Oldelamer 15-9-1824, ovl Munnekeburen 5-1-1891, 66j, gehuwd, zv Wolter Roelofs BERKENBOSCH en Geertje Jakobs KROONDIJK.
— Uit huwelijk van Wybigjen en Jakob 8 kinderen BERKENBOSCH (zie notitie). – 7. Annigjen Rinkes LEMSTRA, geb Munnekeburen 6-7-1831, ovl Utrecht 6-7-1894, 63j, gehuwd, tr (1) WSW 1-10-1851, zij 20, hij 22, met Pier Bartelds VAN DER SLOOT, geb WSW 5-10-1828, ovl WSW 11-3-1868, 39j, gehuwd, zv Barteld Piers VAN DER SLOOT en Meintje Annes FABRYK. Annigjen tr (2) WSW 29-3-1873, zij 41, hij 38, met Willem VLIETSTRA, geb Leeuwarden 11-12-1834, spoorwegambtenaar, ovl Utrecht 2-10-1912, 77j, gehuwd, zv Gosling Eelkes VLIETSTRA en Trijntje Wygers.
— Uit huwelijk van Annigjen en Pier 6 kinderen. Uit huwelijk van Annigjen en Willem een dochter: Catharina Wilhelmina Johanna Ytje VLIETSTRA, geb Wolvega 6-1-1874, tr Utrecht 1-4-1896, zij 22, hij 28, met Jan KLAMER, geb Oldekerk (bij Grootegast, prov Groningen), zv Lukas KLAMER en Elisabeth KOOPMAN. 18-3-1873 Wolvega, notaris J.T.�de�Haan Inventaris - Annigje Rinkes Lemstra, mutsenwaster te Wolvega, weduwe van Pier Bartelds van der Sloot als moeder van en voogd over Barteld, Mijntje, Rinke en Femmigje Piers van der Sloot - Albert Bartelds van der Sloot, kuiper te Nieuwehorne als toeziend voogd 20-3-1873 Wolvega, notaris J.T.�de�Haan Huwelijksvoorwaarden - Willem Vlietstra, notarisklerk te Wolvega, bruidegom - Annigje Rinkes Lemstra, mutsenwaster te Wolvega, bruid Voordat Annigjen trouwt met Willem VLIETSTRA wordt onder toezicht van de familie van overleden Pier Bartelds VAN DER SLOOT inventaris opgemaakt ten behoeve van zijn kinderen. Het blijkt dat weduwe Annigje als mutsenwaster de kost verdient. Dat was heel specialistisch werk omdat de muts als vrouwelijke hoofdtooi van witte kant met gebreide strookjes etc erg kwetsbaar is en na de wasbeurt opnieuw in vereiste plooien moet worden gebracht. Volgens de Encyclopedie vereiste vooral het mutsenplooien veel geduld. Uit de inventarismelding blijkt verder dat van de 6 kinderen van Annigje en Pier in 1873 nog 4 over zijn. Uit de huwelijksvoorwaarden blijkt dat Willem VLIETSTRA notarisklerk is te Wolvega. Die functie heeft hij dan later verruilt voor de functie van spoorwegambtenaar. Als notarisklerk vinden we hem voor het laatst gemeld bij een boelgoed 25-4-1876. Mogelijk ging hij toen “naar het spoor” en vertrok het gezin uit Wolvega naar (direct of uiteindelijk) Utrecht. Uit huwelijk met Annigjen LEMSTRA de dochter Catharina (met 4 voornamen) VLIETSTRA die in 1896 te Utrecht trouwt. Kinderen uit het huwelijk van Annigjen met Pier VAN DER SLOOT reisden mee, gegevens onvolledig en nog niet getoetst: Barteld (Piers) VAN DER SLOOT, geb Wolvega 7-3-1853, tr Leeuwarden 16-11-1878, hij 25, zij 31, met Helena MELLEMA, geb Leeuwarden 10-7-1847, dv Simon MELLEMA en Janke JURRITSMA. Barteld neemt van zijn stiefvader het stapelen van voornamen over. Eerste kind uit huwelijk met Helena wordt te Rheine (Duitsland), knooppunt van spoorwegen, geboren en krijgt de namen: Pierre Simeon Guillaume Johan Barthélémi mee (Pier Simon Willem Jan Bartelds). En een volgende zoon, geboren Leeuwarderadeel FR 9-9-1891, de namen: Willem Frederik Johan Fokko Albertus. Verdere gegevens nog toe te voegen. Pierre VAN DER SLOOT trouwt Utrecht 30-12-1903, hij 24, zij 29, met Hendrica Christina OCKELOEN, geb Utrecht, dv Bernardus Johannes OCKELOEN en Hendrika VAN DEN BROEK. Rinke (Piers) VAN DER SLOOT, geb Wolvega 17-5-1855, ovl 26-11-1860, 5j oud. Meintje (Piers) VAN DER SLOOT, geb Wolvega 6-1-1858, tr Utrecht met Willem CORNELISSEN, geb ca 1855, ovl Zuilen (Utrecht) 21-5-1932, 77j, gehuwd, zv Carolus CORNELISSEN en Willemina GOOSSEN.
— Ovl Utrecht 31-7-1896, 2 mnd oud: Pierre Bartholomeus Rinke CORNELISSEN. Rinke (Piers) VAN DER SLOOT, geb Wolvega 4-3-1862, tr Utrecht 21-2-1895, hij 32, zij 26, met Fennegina Berndina PAULS, geb Amsterdam ca 1868, dv Willem Frederik PAULS en Jannetta Geertruida SMOES. Anna Gerrita (Piers) VAN DER SLOOT, geb Wolvega 11-10-1867, ovl 8-5-1869, 18 mnd oud. Femmigje (Piers) VAN DER SLOOT, geb Wolvega 29-7-1864, ovl Amsterdam 15-12-1935, 71j, tr Amsterdam 30-5-1907, zij 42, hij 42 (weduwnaar), met Daniël VAN HET GROENEWOUD, diamantslijper/versteller, geb Amsterdam 24-7-1864. Nog aan te vullen.

(10) Fokke Jans LEMSTRA, geb Rotstergaast (Schoterland FR) 4-3-1791, doop 10-4-1791, ovl Amsterdam 15-3-1858, 67j, wednr, tr Lemsterland 17-5-1818, hij 27 (voor de militie tot genen dienst verplicht, zij 20, met Grietje Harmens KLUWER, geb Echten (Lemsterland) 29-3-1798, ovl Kuinre (OV) 24-9-1837, 39j, gehuwd, dv Harmen Egberts KLUWER en Lolkjen Sjoerds RUARDI.
— Fokke, tweede zoon uit tweede huwelijk van oudgrootvader Jan Jurjens (1746-1811), woont bij naamaanneming van 1811, 20j oud, te Delfstrahuizen (Schoterland FR). Bij zijn huwelijk in 1818, 27j oud, is hij huisman te Oosterzee (Lemsterland FR) en na huwelijk wordt hij als boer te Echten vermeld.
— Delfstrahuizen, Echten en Oosterzee liggen naast elkaar aan de zuidoever van het Tjeukemeer. Fokke is daar bezig als boerenknecht/boer (huisman). Grietje is dochter van schoolmeester/handelaar/winkelier/boer Harmen KLUWER te Echtenerbrug. Kinderen uit het huwelijk: Harmen Fokkes LEMSTRA, geb Echten 20-4-1819 Aaltje Fokkes LEMSTRA, geb Echten 5-11-1821 Lolkjen Fokkes LEMSTRA, geb Echten 7-8-1823 Jan Fokkes LEMSTRA, geb Haskerland 9-3-1830 Antje Fokkes LEMSTRA, geb Haskerland 3-8-1832 Fokke LEMSTRA blijft niet boer te Echten. Dochter Lolkjen wordt er in 1823 nog geboren. En na enige tijd komen dan Jan en Antje in 1830 resp 1832 er als kinderen bij in Haskerland. Het gezin verdwijnt uit Friesland hierna. Grietje KLUWER overlijdt in 1837 te Kuinre (Overijssel), Fokke LEMSTRA te Amsterdam in 1858 en gegevens over hun kinderen moeten misschien ook uit Amsterdamse archieven komen. De overstromingsramp van begin 1825 was ook de streken rond Echten noodlottig. Mogelijk besloot Fokke, rond 35j in die tijd, voor een ander leven, weg van die streek. Hij trok er weg in ieder geval. Kans dat schoonvader Harmen Egberts KLUWER hem bij zijn handelsbedrijf betrok, want Joure, Kuinre en Amsterdam waren handelsplaatsen. Totdat we meer vinden is dit dan het verhaal.

NOOT: Lolkjen Sjoers RUARDI, de moeder van Grietje, is 2-10-1819 overleden, 43j oud. Huwelijk van haar oudste dochter (Grietje) en geboorte van een eerste kleinzoon (Harmen LEMSTRA) maakte ze nog mee. Harmen Egberts KLUWER hertrouwt 20-11-1825, 52j oud. Uit huwelijk met Margjen Everts VAARTJES worden zonen Evert (1825) en Egbert (1830) geboren. De zoon Evert wordt belastingontvanger en rentmeester te Echten voor jonkheer Andringa de KEMPENAER die in de ontginningsgebieden bij Echten en Overzee aanzienlijke bezittingen heeft. Evert Harmens KLUWER trouwt 12-5-1848 met Metje Ebeles VAN EYCK. Samen krijgen ze 9 kinderen. Aebele Everts KLUWER, geb Echten 22-11-1861, is hun jongste zoon. Pas 11 wanneer vader Evert overlijdt, 47j oud. De jonkheer besluit voor de verdere schoolopleiding van Aebele te betalen, zodat deze naar de “Franse school” te Lemmer kan en daarna naar de onderwijzersopleiding aan de Rijksnormaalschool te Heerenveen (1876-1880). Aebele woonde te Heerenveen op kamer, kreeg belangstelling voor boekhandel en uitgeverij en stichtte na een aantal tussenstappen te Deventer in 1891 de Uitgeverij KLUWER.

(11) Annigjen Jans LEMSTRA, geb Rotstergaast 12-4-1793, doop 9-5-1793, ovl Ferwerderadeel FR 14-8-1875, 82j, weduwe, tr Haskerland 26-10-1819, zij 26, hij 38, met Harmen Hendriks BEUTE, geb Oudehaske 7-2-1781, doop 11-2-1781, ovl Ferwerderadeel 27-1-1857, 75j, gehuwd, zv Hendrik Harmens BEUTE, veenbaas, en Geeske Harmens ZWIER. Bij naamaanneming 1811 woont Annigjen, 18j, al ver buitenshuis, te Akkrum, nog ongehuwd. Harmen BEUTE is 11-3-1812 eerst getrouwd te Oudehaske, hij 31, zij 22, met Annigjen Klazes MOED, geb Oudehaske 9-1-1790, ovl Oudehaske 21-11-1818, 28j, gehuwd, dv Klaas Roelofs MOED en Margjen Beerents.

Uit huwelijk met Annigjen MOED de zoon Hendrik Harmens BEUTE, geb Tjalleberd (Aengwirden FR) 21-9-1812, ovl Ferwerderadeel 23-10-1848, 36j, gehuwd, tr Ferwerderadeel 29-1-1835, hij 22, klerk, zij 23, met Pietje Gerbens BROEKENS, geb Hallum (Ferwerderadeel) 10-4-1811, ovl 10-12-1884, 73j, gehuwd (in tweede huwelijk), dv Gerben Aedes BROEKENS en Sjoerdtje Martens KAMSTRA. Uit huwelijk van Hendrik en Pietje 6 kinderen: zonen Harmen, geb 17-4-1836 (jong overleden) en Harmen (geb 12-8-1837), plus 4 dochters: Sjoerdtje, geb 30-10-1839, Annigjen, geb 7-3-1842, Gerbertje, geb 27-11-1844 en Ybeltje, geb 28-4-1848. Weduwe Pietje, 61j, tr 21-12-1872, met weduwnaar Gerrit Tijssen VAN DER HOEK, 62j, geboren Ferwerd, arbeider.

Harmen Hendriks BEUTE is 38 en weduwnaar, turftaxateur te Oudehaske, als hij Oudehaske 26-10-1819 trouwt met de 26-jarige Annigjen Jans LEMSTRA. Hij kent vanuit zijn beroep de weg langs de notaris: 19-10-1819 Oldeboorn, notaris L.J. Mooi Akte van eerbied Betreft zijn voorgenomen huwelijk - Harmen Hendriks Beute, turftaxateur te Oudehaske, zoon van Hendrik Harmen Beute en Geesjen Harmens Zwier; de ouders woonachtig te Oudehaske - Annigjen Jans te Oudehaske 28-10-1819 Oldeboorn, notaris L.J. Mooi Inventaris - Harmen Hendriks Beute, turftaxateur te Oudehaske als vader van en voogd over Hendrik Harmens Beute. Een akte van eerbied en een inventarisopname, zodat zoon Hendrik uit het eerste huwelijk zijn rechten op moedersdeel meekrijgt, nu vader Harmen voor tweede maal trouwt. Hendrik is 6 wanneer zij moeder overlijdt en 7 wanneer vader Harmen hertrouwt. De turftaxateur te Oudehaske (overheidsfunctie) wordt na 1820 elders geplaatst: Duurswoude (Opsterland), Rottevalle (Smallingerland) en vervolgens als Rijksontvanger te Ferwerd (Ferwerderadeel) aan de Waddenzeekust. Volgens de Volkstelling van 1830 bestaat zijn huishouding dan uit 8 personen, “rijksontvanger”, wonend De Buren nr 68 te Ferwerd: Harmen en Annigjen Lemstra, de zoon Hendrik (uit eerste huwelijk van Harmen), 4 kinderen uit het tweede huwelijk (Klaas, Jan, Rinke en Geeske), plus de uit Oudehaske overgekomen hulp-in-de-huishouding Reingjen Hendriks SCHOKKER (17j).

Uit huwelijk van Harmen en Annigjen Jans LEMSTRA de kinderen:

(11.1) Jan Harmens BEUTE, geb Oudehaske (Haskerland) 5-6-1820, ovl Ferwerd (Ferwerderadeel) 17-2-1907, 86j, wednr, tr Ferw 14-5-1853, hij 32, bakkersknecht, zij 33, met Klaaske Ytzens HOEKSTRA, geb Wanswerd (Ferwerderadeel) 27-4-1820, ovl Ferw 22-1-1863, 42j, gehuwd, dv Ytzen Klazes HOEKSTRA en Sytske Jacobs DE KLEIN. Jan schijnt voor zijn huwelijk met Klaaske enkele jaren als bakkersknecht/bakker te Drachten (Smallingerland) te hebben gewoond. In 1853 is hij terug in Ferwerderadeel (Wanswerd).
— Uit huwelijk van Jan en Klaaske 3 kinderen: - 1. Sytske geb 18-7-1855, ovl 22-10-1855, 3 mnd oud. – 2. Harmen Jans BEUTE, geb 9-2-1857, ovl Wanswerd 30-12-1916, 59j, wednr, tr Foudgum (Westdongeradeel) 16-5-1885, hij 28, zij 29, met Taetske TIMMERMANS, geb Foudgum 21-6-1855, ovl Wanswerd 1-4-1905, 49j, gehuwd, dv Mient Sakes TIMMERMANS en Maaike Jans DIJKEMA. – 3. Sytske BEUTE, geb 19-11-1858, ovl 17-1-1941, 82j, ongehuwd.

(11.2) Klaas Harmens BEUTE, geb Oudehaske (Haskerland) 1-3-1822, ovl na 1884 (maar wanneer en waar?), tr Holwerd (Westdongeradeel) 19-5-1853, hij 31, zij 28, met Trijntje Pieters BAKKER, geb Holwerd 22-10-1824, ovl Ferwerd 22-10-1881, 57j, gehuwd, dv Pieter Jans BAKKER en Renske Watses DE HAAN. Volgens register Schutterij Ferwerderadeel is Klaas, ingelijfd 1847, 25 j, timmerknecht, benoemd tot korporaal en 28-7-1856 ontslagen vanwege bereiken van de leeftijdsgrens. Mogelijk was hij timmerman. Zoon Harmen en schoonzoon Romke staan als beurtschipper vermeld.
— Uit huwelijk van Klaas en Trijntje 3 kinderen: - 1. Renske Beute, geb Ferwerd 9-11-1856, ovl Marrum 5-10-1936, 79j, weduwe, tr Ferwerd 1-9-1881, zij 24, hij 28, beurtschipper, met Romke Dirks VAN DER WAL, geb Oudebildtzijl (Het Bildt) 29-1-1853, ovl Ferwerd 23-6-1904, 51j, gehuwd, zv Dirk Romkes VAN DER WAL en Tjitske Jacobs BROUWER. – 2. Harmen Klazes BEUTE, geb Ferwerd 23-10-1859, tr Ferwerd 15-5-1886, hij 26, beurtschipper, zij 26, met Jantje Joukes WIERSMA, geb Bergum (Tietjerksteradeel) 22-10-1859, dv Jouke Hendriks WIERSMA en Grietje Willems KLAVER. – 3. Annegien BEUTE, geb Ferwerd 16-4-1866, ovl 24-6-1942, 76j, gehuwd, tr 1-6-1889, zij 23, hij 26, arbeider, met Tjalling BOERSMA, geb Marrum 15-2-1863, ovl Ferwerd 12-12-1952, 89j, wednr, zv Tiete Sybes BOERSMA en Grietje Tjallings BUURSMA.

(11.3) Rinke Harmens BEUTE, geb Duurswoude (Opsterland) 17-4-1824, ovl Ferwerd 10-4-1908, 83j, wednr, tr Ferwerd 6-5-1847, hij 23, ondermeester, zij 28, met Meiltje Baukes TALSMA, geb Ferwerd 26-10-1818, ovl 19-1-1892, 73j, gehuwd, dv Bauke Dirks TALSMA en Jitske Jans KINGMA.
— Rinke H. BEUTE wordt eind 1857 benoemd tot onderwijzer aan de school op Halfweg, tussen Genum en Jislum (Ferwerderadeel). Toen in 1866 de school te Reitsum werd opgeheven, werd de school op Halfweg school voor een hele streek. Meester Rinke werd er hoofd en bleef dat tot hem, 67j oud, bij Koninklijk Besluit van 7-8-1891 pensioen wordt verleend: 530 gldn per jaar. Meiltje overlijdt een half jaar later, 73j oud. Rinke verhuist van Genum naar Ferwerd en wordt 83j oud.
— Uit het huwelijk van Rinke en Meiltje 4 kinderen, geboren in de eerdere Ferwerd-periode (Rinke als ondermeester aldaar): - 1. Annigjen BEUTE, geb 9-4-1848. – 2. Baukje BEUTE, geb 24-7-1849. – 3. Jitske BEUTE, geb 20-5-1851. – 4. Harmen Rinkes Beute, geb 31-1-1853. Nog aan te vullen.

(11.4) Geeske Harmens BEUTE, geb Rottevalle (Smallingerland) 14-8-1826, ovl Ferwerderadeel 13-1-1890, 63j, weduwe, tr Fwdeel 3-5-1856, zij 29, hij 29, bakker, met Pieter Meinderts TADEMA, geb Wanswerd 4-1-1827, ovl 23-4-1884, 57j, gehuwd, zv Meindert Pieters TADEMA en Antje Kornelis YPMA.
— Uit huwelijk van Geeske en Pieter 4 kinderen.

(11.5) Aaltje Harmens BEUTE, geb Ferwerd 19-7-1830, ovl 6-7-1850, 19j, ongehuwd.

(11.6) Anna Harmens BEUTE, geb Ferwerd 8-1-1833, ovl Buitenpost (Achtkarspelen FR) 9-9-1905, 72j, gehuwd, tr Fwdeel 14-5-1853, zij 20, hij 24, deurwaarder bij de Rijksbelastingen, met Jan Pieters OOSTINGH, geb Makkinga (Ooststellingwerf FR) 11-8-1828, ovl Buitenpost 26-3-1912, 83j, wednr, zv Pieter Joukes OOSTINGH, ontvanger der belastingen, en Trijntje Hendriks LEERTOUWER.
— Huwelijk van Anna en Jan is huwelijk binnen beroepsgroep: de vader van Anna is ontvanger der belastingen en Jans vader is dat ook. Jan Pieters sluit aan door deurwaarder te worden. Zijn oom, Jan Joukes OOSTINGH, is turfmeter (turftaxateur) te Nijehaske zoals de vader van Anna dat was te Oudehaske. De families kenden elkaar. Misschien hielp Harmen BEUTE, ontvanger te Ferwerd, er wel aan mee dat de 24-jarige Jan uit Makkinga de functie van deurwaarder krijgt te Berlikum (Menaldumadeel FR, niet ver van Ferwerd), waar Anna en Jan in de eerste jaren van hun huwelijk wonen. In 1857 verhuizen ze naar Buitenpost (Achtkarspelen FR), omdat Jan Pieters OOSTINGH, 28j oud, daar wordt benoemd. Zij wonen er de lange rest van hun leven.
— Het archief van de Leeuwarder Courant bevat ruim 300 berichten waarin de naam van Jan Pieters OOSTINGH voorkomt, in zijn functie van deurwaarder, naast die van rijksschatter of zetter betreffende personele belasting, van verzekeringsagent, raadslid van de gemeente Achtkarspelen (vrijzinnig-liberale partij), secretaris/penningmeester van het waterschap “Rohel” (Achtkarspelen) en hij werd ook president-kerkvoogd van de Hervormde gemeente Buitenpost. Dat laatste eerst onderwerp van bericht in de Courant na zijn overlijden. Door al die functies tegelijk werd hij een gewaardeerde notabele. Het jubileum (50 jaar deurwaarder) in 1907 werd in het dorp met vlaggen, fanfare en fraaie geschenken gevierd, volgens krantenbericht. Hij krijgt (1909) de Eere-medaille in goud van de Oranje Nassau-orde, volgens bericht van 1912 was hij ridder in die orde. Kinderen uit huwelijk van Anna BEUTE en Jan Pieters OOSTINGH: 1. Pieter Jans OOSTINGH, geb Berlikum (Menaldumadeel) 11-2-1854, ovl Franeker 11-1-1916, 61j, gehuwd, deurwaarder te Franeker, tr (1) Achtkarspelen 22-5-1880, hij 26, zij 23, met Tjitske BROERSMA, geb Augustinusga (Achtk) 21-12-1856, ovl Franeker 20-1-1908, 51j, gehuwd, dv Mient Douwes BROERSMA en Hendrikje Klazes VAN DER VEER; tr (2) Franeker 17-9-1908, hij 54, zij 45, met Gooitske HELLEMA, geb Franeker 10-1-1863, ovl 29-1-1940, 77j, weduwe, dv Tjepke Sybrens HELLEMA en Hinke Gooitses SCHEFFER.
— Pieter volgt qua beroep in het voetspoor van zijn vader. In 1880 (hij is dan 26) wordt hij benoemd tot secretaris-ontvanger van het waterschap Rohel. Deze functie neemt zijn vader over wanneer Pieter in 1883 uit Buitenpost vertrekt. In 1880 wordt hij ook agent van de Stoombootdienst Rotterdam-Leeuwarden. In 1890 is Pieter benoemd tot deurwaarder bij de Arrondissements Rechtbank Leeuwarden, ter standplaats Franeker. In die functie blijft hij actief tot zijn overlijden in 1916. Uit huwelijk met Tjitske BROERSMA 5 kinderen van wie 3 jong overlijden: Jan, geb Buitenpost 29-7-1880, ovl 10-8-1885; Mient, geb Buitenpost 16-3-1882, ovl Tietjerksteradeel 19-1-1883; Anna Hendrika Jacoba, geb Tietjdl 3-3-1883, ovl Tietjdl 27-2-1884; Jan, geb Lemsterland 12-2-1887, tr Franeker 12-8-1920 met Aletta ZIJLSTRA; Mient Anne Hendrik OOSTINGH, geb Franeker 19-5-1896, ovl aldaar 18-3-1966, 69j, gehuwd, tr Franeker na 1922 met Antje GOïNGA, geb Franeker 14-4-1900, ovl 9-1-1990, 89j, weduwe, dv Sikke GOïNGA en Pietje REKKER.
— Na overlijden van Tjitske trouwt deurwaarder Pieter OOSTINGH te Franeker met de onderwijzeres Gooitske HELLEMA, 45j oud en volgens onze gegevens niet eerder gehuwd. 2. Annigjen Jans OOSTINGH, geb Berlikum 20-3-1856, ovl Loosduinen (Westland, ZH) 29-1-1927, 70j, gehuwd, tr Buitenpost 11-8-1881, zij 25, hij 28, met haar volle neef Geert Lammert OOSTINGH, geb Koudum (Hemelumer Oldeferd FR) 15-4-1853, ovl na 19-1-1927, ouder dan 75j, wednr, zv Jouke Pieters OOSTINGH en Antje Geerts BROUWER. Geert wordt commies der belastingen/verificateur te Rotterdam, per 1888 benoemd tot adsisstent-ijkcommissaris van de Rijnvaart aldaar. Annigjen en Geert worden “Rotterdamse familie”. 3. Trijntje Jans OOSTINGH, geb Buitenpost 18-3-1859, ovl xxxx, tr Buitenpost 28-10-1882, zij 23, hij 30, met Harm WIEGMAN, geb Oude Pekela (prov Groningen) ca 1852, ovl xxxx, zv Rijkent Harms WIEGMAN en Derkje Jans BISSCHOP.
— Trijntje trouwt in bij “Groningse familie”. Schoonouders Rijkent en Derkje, hij 25j, koopmansknecht, zij 25, beiden geb Veendam (GRON), trouwen Wildervank 18-4-1844. Rijkent is zv winkelier Harm Rijkents WIEGMAN en Antje Jans Gozen en is zelf ook winkelier (te Oude-Pekela, ovl 4-5-1887, 68j, gehuwd). Mogelijk was Harm WIEGMAN ook koopman/winkelier. Volgens annonce in de krant wonen Harm en Trijntje 1893 in Groningen (stad) en 1912 te Dokkum (FR), maar overlijdens niet in Friesland geregistreerd. Nog aan te vullen. 4. Geeske Jans OOSTINGH, geb Buitenpost 15-4-1862, ovl xxxx, tr Buitenpost 7-1-1888, zij 25, hij 21, met Evert VAN DER WOUDE, geb Nieuwolda (GRON), ovl xxxx, zv Hermannus VAN DER WOUDE en Janna FERINGA.
— Evert VAN DER WOUDE is benoemd tot stationschef te Vries-Zuidlaren (DRENTHE). Hij heeft dus bij het spoor gewerkt. Verdere gegevens nog toe te voegen. 5. Loltje Jans OOSTINGH, geb Buitenpost 23-8-1866, ovl Kollumerland FR 7-11-1935, 69j, ongehuwd. 6. Harmen Jans OOSTINGH, geb Buitenpost 24-1-1869, ovl na 1943?

(11.7) Lolkje Harmens BEUTE, geb Ferwerd 27-12-1834, ovl Achtkarspelen FR 17-3-1861, 26j, gehuwd, tr 3-5-1860, zij 25, hij 28, bakker, met Jochem Pieters BAKKER, geb Holwerd (Westdongeradeel FR) 14-10-1831, ovl Westdongeradeel 1-3-1911, 79j, wednr, zv Pieter Jans BAKKER en Rinske Watses DE HAAN. Zie Klaas Harmens BEUTE.

17-4-1833 Heerenveen, notaris G.�Peeting Verkoping Betreft enig levend vee, boerengereedschappen, huismeubelen en verdere losse goederen - Hendrik Harmens Beute, in leven gehuwd met wijlen Geesje Harmens Zwier, erflater; in leven woonachtig te Oudehaske Betreft enig levend vee, boerengereedschappen, huismeubelen en verdere losse goederen, opbrengst fl. 1383 - de erven Hendrik Harmens Beute 24-11-1836 Heerenveen, notaris G.�Peeting Koopakte Betreft de verkoop van het huis met vrije stede en grond c.a., no 132 te Oudehaske - Harmen Hendriks Beute (zoon) te Ferwerd, verkoper - Hendrik Harmens Beute (kleinzoon) te Ferwerd, verkoper - Beene Luiten Krikke te Oudehaske, koper

(12) Reitse Jans LEMSTRA, geb Rotstergaast 25-5-1795, doop 28-6-1795, ovl Oldetrijne (Weststellingwerf FR) 6-3-1864, 68j, gehuwd, tr WSW 9-10-1822, hij 27, zij 20, met Sibbegjen (Sipkje) Hessels GORTSTRA, geb Oldelamer (WSW) 17-1-1802, doop 28-2-1802, ovl WSW 4-3-1877, 75j, weduwe, dv Hessel Sibbes GORTSTRA en Akke Koops (BOS). Bij naamaanneming van 1811 meldt moeder Aaltje Rinkes de zoon Reitse 16j oud, wonend te Delfstrahuizen. Hessel GORTSTRA meldt zich te Oldelamer met kinderen Aukjen (24), Jantjen (21), Koop (19), Lubbert (16), Sibbigjen (10), Lammigjen (8) en Sibbe (6). Hessel GORTSTRA is in 1826 overleden, 72j oud. In 1832 (kadaster) wonen Reitse en Sibbigjen te Oldelamer, terwijl de weduwe van Hessel GORTSTRA (Akke Koops BOS) boerenbedrijf heeft aan de Lindedijk onder Nijetrijne (bij de Driewegsluis tussen Helomavaart en Linde). Bedrijf van Reitse bevindt zich halfweg Nijelamer en strekt zich uit van de hoofdweg in zuidoostelijke richting tot aan de Schreene-stroom. Onduidelijk is nog hoelang Reitse daar aan de Hoofdweg heeft gewoond. Alleen bij geboorte van zoon Roelof (in 1832) wordt Oldelamer als woonplaats genoemd. Bij geboorte van eerste 4 kinderen Oldetrijne, behalve bij tweede kind (Hessel in 1825) die, wel in de buurt maar over de Linde, in IJsselham (Overijssel) wordt geboren. Na Roelof (1832, Oldelamer) wordt dochter Aaltje te Spanga geboren, aan de zuidkant van de Rottige Meente, het veengebied onder Nijetrijne/Scherpenzeel. Bij volgende drie (laatste) kinderen dan weer Oldetrijne als woonplaats. Het is allemaal bij elkaar in de buurt. Reitse lijkt geen “vaste” gebruiker van het perceel te Oldelamer (kadasteropname 1832) te zijn geweest. Hij lijkt meer boer/vervener met wisselende woonplaats. Oudste zoon Jan was mogelijk, tweede zoon Hessel zeker schipper. Dit is nog verder na te pluizen. Na overlijden van Reitse Jans LEMSTRA (6-3-1864, 68j, gehuwd) worden enkele percelen weiland verkocht, misschien om de kosten te dekken. Akte van Boedelscheiding 21-4-1865 (notaris A.R. van Voorst, Heerenveen) meldt de erfgenamen (dochters Aaltje en (eerste) Akke zijn jong overleden, jongste dochter Akke is nog minderjarig/ongehuwd en wordt door moeder Sipkje mede-vertegenwoordigd): - Sipkje Hessels Gortstra te Oldetrijne, weduwe van Reitze Jans Lemstra - Roelof Reitzes Lemstra te Oldetrijne - Jitske Wiebes Soethout te Sneek, weduwe van Jan Reitzes Lemstra - Hessel Reitzes Lemstra te Joure - Lubbertus Reitzes Lemstra te Lemmer - Gerbrand Jochums van der Veen te Sonnega (gehuwd met Aukjen Reitzes Lemstra) - Hendrik Reitzes Lemstra te Ysbrechtum Mogelijk werd bezit te Oldetrijne voor 5000 gld (onderhands, geen akte) overgedaan aan de broers Tjeerd Franzen en Albert Franzen VONK, boeren te Steggerda, die het bedrag niet direct wisten te betalen (hun zathe met land als onderpand, volgens akte van 15-11-1869, royement van obligatie 27-3-1872, nieuwe obligatie (zelfde bedrag) 8-5-1872, royement 19-11-1873, schijnbare afhandeling 1-10-1877 na overlijden door de erven Sipkje Hessels GORTSTRA, akte niet meer aanwezig). Volgens akte van 1869 is Sipkje dan wonend te Oldemarkt (OV), volgens akte van 1872 te Steenwijkerwold (OV) en volgens akte van 1877 te Blesdijke (WSW, FR). Dit sluit aan op de woonplaatsen in die tijd van haar jongste kinderen: Roelof, Hendrik en Akke.

Kinderen uit het huwelijk van Reitse LEMSTRA en Sibbegjen: - 1. Jan Reitzes LEMSTRA, geb Oldetrijne 27-2-1823, ovl WSW 28-3-1860, 37j, gehuwd, tr Sneek 27-9-1857, hij 35, zij 23, met Jitske SOETHOUT, geb Baarderadeel FR 14-7-1834, ovl Sneek 8-12-1899, 65j, gehuwd (in tweede huwelijk Sneek 21-10-1866 met Sjoerd ZEYL), dv Wybe Reinders SOETHOUT en Hiltje Jacobs DE VINK.
— Uit huwelijk van Jan en Jitske zoon Reitze LEMSTRA, geb Sneek 16-7-1858. Of Jan Reitzes LEMSTRA mogelijk schipper was nog verder te verifiëren. – 2. Hessel (Reitses) LEMSTRA, geb IJsselham (OV) 1825, ovl Joure (Haskerland FR) 3-1-1908, 82j, wednr, schipper te Joure, tr (1) Joure 23-5-1852, hij 27, zij 25, met Nieske Folkerts PLANTENGA, geb Joure 20-5-1827, ovl 16-1-1879, 51j, gehuwd, dv Folkert Hylkes PLANTENGA (PLANTINGA) en Tjitske Baukes VELDMAN. Hessel tr (2) Joure 15-9-1892, hij 67, zij 60 (weduwe van Tjitte Jentjes SMID), met Sara Johannes SOLSBERG, geb Nijehaske 27-1-1832, dv Johannes Abrahams SOLSBERG en Antje Anes DE LANG.
— Uit huwelijk met Nieske de kinderen: Reitze 17-5-1854, Folkert 3-1-1858, Folkert 21-9-1860, Itskjen 3-2-1865, Sipke 22-11-1868, Lubbartus 7-2-1871. – 3. Lubbartus (Reitses) LEMSTRA, geb Oldetrijne 24-11-1827, ovl Lemmer (Lemsterland FR) 15-11-1914, 86j, wednr, tr Oudeschoot (Schoterland FR) 23-3-1851, hij 23, zij 21, met onderwijzersdochter Sjoukjen Hylkes HYLKEMA, geb Oudeschoot 13-7-1829, ovl Lemmer 1-1-1903, 73j, gehuwd, dv Hylke Jeens HYLKEMA en Hinke Klazes JANSMA.
— Lubbartus/Lubbertus en Sjoukjen krijgen 8 kinderen: Sipkjen 19-12-1851, Stijntje 23-4-1854 en Aaltje 14-12-1856 te Schoterland, Hylke 7-4-1859 en Hinke 14-12-1861 te Weststellingwerf, Aukjen 22-2-1864, Reitze 31-7-1865 en Jeen 24-8-1867 te Lemsterland. Jongste zoon Jeen LEMSTRA is schipper te Lemmer. Hij huurt (notarisakte 20-2-1900) een schip, voor 5 jaren, van zijn oom Hessel LEMSTRA, schipper te Joure. Dit nog verder in te vullen. – 4. Aukjen Reitzes LEMSTRA, geb Oldetrijne 23-4-1830, ovl WSW 25-4-1897, 67j, weduwe, tr 4-5-1855, zij 25, hij 27, met Gerbrand Jochems VAN DER VEEN, geb Sonnega (WSW) 27-1-1828, ovl WSW 14-2-1893, 65j, gehuwd, zv Jochem Gerbrands VAN DER VEEN en Riksjen Idzes.
— Aukjen en Gerbrand krijgen 6 kinderen, te Sonnega geboren: Jochem 31-1-1859, Reitze 26-10-1860, Riksje 18-1-1863, Sipkje 7-6-1866, Aaltje 17-6-1869 en Jeltje 2-11-1871. – 5. Roelof Reitzes LEMSTRA, geb Oldelamer 9-12-1832, ovl Steenwijkerwold (OV) 1894?, tr WSW 10-5-1862, hij 29, zij 26, met Hiltje Hanzes LUKKES, geb Schoterl 4-10-1835, ovl xxxx, dv Hans Johannes LUKKES en Wytske Molles VAN DEN AKKER.
— Roelof en Hiltje verhuizen na 1866 van Oldetrijne naar Steenwijkerwold (prov Overijssel), waar hij en broer Hendrik een veehouderij beginnen (moeder Sipkjen gaat er ook wonen). Te Oldetrijne geboren dochter Wytske 9-11-1863 en Sipkje 2-7-1866 (zij trouwt Steenwijkerwold 13-11-1886, zij 20, hij 25, met Jan VEENSTRA, geb Steenwijkerwold, zv Harm VEENSTRA en Kleisje VAN ENS) te Steenwijkerwold in ieder geval de zonen Reitze LEMSTRA 20-6-1868 en Johannes LEMSTRA ca 1879 (hij trouwt Steenwijkerwold 14-3-1903, hij 24, zij 21, met Trijntje DE JONGE, geb Oldemarkt (OV), dv Roelof DE JONGE en Trijntje VAARTJES). – 6. Aaltje Reitzes LEMSTRA, geb Spanga (WSW) 5-10-1834, ovl WSW 29-3-1849, 14j oud. – 7. Akke Reitzes LEMSTRA, geb Oldetrijne 24-4-1837, ovl 15-11-1838, 1j oud. – 8. Hendrik Reitzes LEMSTRA, geb Oldetrijne 5-7-1841, ovl WSW 8-3-1916, 74j, wednr, tr Steenwijk (OV) 20-4-1872, hij 30, zij 28, met Jantje (Alberts) KEIZER, geb Steenwijkerwold ca 1844, ovl WSW 29-3-1914, 71j, gehuwd, dv Albert KEIZER en Marrigje LANTHEER (Margje LANTER).
— Toen oudere broer Roelof na 1866 van Oldetrijne naar Steenwijkerwold trok (met moeder Sipkje GORTSTRA), is Hendrik met hen mee gegaan. In 1865 (dan is Hendrik 25) wordt Ysbrechtum (Wymbritseradeel) als zijn woonplaats vermeld. Hendrik trouwt te Steenwijk in 1872 en in notarisakte van begin 1875 worden Roelof en Hendrik samen als veehouder te Steenwijkerwold genoemd. Hendrik is in datzelfde jaar terug naar Weststellingwerf verhuisd: eind 1875 wordt dochter Margje in WSW geboren, Hendrik en Jantje blijven er wonen en overlijden er. Kinderen te WSW uit hun huwelijk: Margje 11-12-1875, Anna Berendina 25-6-1878, Margje 18-4-1881. – 9. Akke Reitzes LEMSTRA, geb Oldetrijne 26-8-1843, ovl WSW 7-2-1885, 41j, gehuwd, tr Oldemarkt (OV) 25-11-1869, zij 26, hij 24, met Eeuwe (Goverts) VAN BUITEN, geb Oldemarkt 10-2-1845, ovl Oldemarkt 5-3-1927, 82j, gehuwd, zv Govert VAN BUITEN en Jantje SMIT.
— Uit huwelijk van Akke en Eeuwe in elk geval een dochter Sipkje VAN BUITEN, geb Steenwijkerwold ca 1873 (trouwt Oldemarkt 29-4-1893, zij 20, hij 26, met Jan (Jacobs) WESTERHOF, geb Oldemarkt ca 1867, zv Jacob WESTERHOF en Vroukjen VAN DER WENDEN. En een zoon Govert VAN BUITEN, geb Weststellingwerf 29-4-1884, ovl daar 22-2-1885, 9 mnd oud, 15 dagen na overlijden van moeder Akke.
— In notarisakte 13-11-1916 wordt Eeuwe Geuverts VAN BUITEN, landbouwer te Blesdijke, vermeld. Blesdijke ligt op korte afstand van Oldemarkt, niet in Overijssel maar in Friesland (Weststellingwerf). Eeuwe VAN BUITEN is WSW 4-5-1907, hij 62, zij 34, getrouwd met Jantje SCHURER, geb Elsloo (OSW) 7-3-1873, ovl Oldemarkt 30-4-1952, 79j, weduwe, dv Matthijs Franzes SCHURER en Femmigje KUIPER. Nog aan te vullen.

(13) Geertjen Jans LEMSTRA, geb Rotstergaast 9-11-1799 (op de Gaaste), doop 25-12-1799.
— Bij naamaanneming 1811 wordt door moeder Aaltje Rinkes geen dochter Geertjen gemeld, wel een dochter Fokjen van dan 14j oud. Van die Fokjen geen melding in doopregister. En van zowel ene Geertjen als ene Fokjen geen spoor in registers Burgerlijke Stand van erna. Dit is nog een raadselachtige zaak.

(14) Lolkjen Jans LEMSTRA, geb Rotstergaast 9-8-1801, doop 13-9-1801, ovl Schoterl 13-7-1848, 46j, gehuwd, tr (1) Weststellingwerf 20-5-1826, zij 24, hij 30, timmerknecht, met Baate Jannes HAVEMAN, geb Steenwijkerwold (OV) 20-11-1795, ovl Spanga (WSW) 21-8-1826, 30j, drie maanden na huwelijk met Lolkjen, zv Jannes Jans HAVEMAN, timmerman te Steenwijkerwold, en Wijntje Jans PEEREBOOM.
— Volgens huwelijksakte is Baate geboren en wonende te Steenwijkerwold (beide ouders daar nog in leven) en is Lolkje “dienstmeid wonende te Spanga, geboren op de Gaast, dochter van Jan Jurjens LEMSTRA, 18 juli 1811 te Nieuweschoot overleden, en van Aaltje Renkes, arbeitster wonende te Oudeschoot.” Uit overlijdensakte van Baate: “Klaas Harmens PEN, 43 jaar, veenbaas, en Fette Doekes VAN DER LINDE, 58 jaar, beiden woonachtig te Spanga, geburen, verklaren dat Baate Jannes HAVEMAN, 30 jaar, timmerman, woonachtig te Spanga, geboren Steenwijkerwold, gehuwd met Lolkjen Jans LEMSTRA, zoon van Jannes Jans HAVEMAN, timmerman, en van Wijntje Jans PEEREBOOM, op den 21 augustus n.m. 6 uur in het huis nr. 37 te Spanga is overleden.” Lolkjen wordt dus heel snel weduwe (25j, geen kinderen). Zij blijft te Spanga wonen en trouwt er (2) 17-5-1838, zij 36, boerendienstmeid, hij 38, boerenknecht, met Pieter Kornelis DE BOER, geb Scherpenzeel/Spanga 10-2-1800, zv Cornelis Pieters en Claasien Pieters (Jacobs) oftewel Kornelis Pieters DE BOER en Klaasje Jacobs LANDMAN, huislieden, echtelieden, wonende aan de Lindedijk onder Spanga.
— Zijn ouders deponeren 3-5-1838 een akte bij notaris Attema te Wolvega waarin ze verklaren hun toestemming te geven tot de voltrekking van het huwelijk hunner zoon Pieter Kornelis de Boer, van boerenbedrijf, meerderjarig, bij hen inwonende, met Lolkje Jans LEMSTRA, boerendienstmeid aan de Lindedijk onder Spanga. Als “verzochte getuigen” tekenen de buurmannen Wolter Jans NIEUWENHOUT en Jacob Jans KRAAK mee, beiden ook boer aan de Lindedijk onder Spanga.
— Huwelijksakte betreffende Lolkje meldt haar als weduwe van Baate HAVEMAN en dat haar ouders beide zijn overleden. Ook haar grootmoeder Annigje Roelofs 15-9-1826 te Oldelamer, “terwijl grootouders van vaderskant en grootvader van moeders kant alle sedert onheugelijke jaren gestorven zijn.” Ook uit tweede huwelijk van Lolkje geen kinderen. Zij overlijdt Schoterland 13-7-1848, 46j, gehuwd. Niet meer te Spanga. Pieter Kornelis DE BOER is dan 48. Zijn overlijden kwam elders (niet in Friesland, zo lijkt).

(15) Froukjen Jans LEMSTRA, geb Rotstergaast 22-11-1804, doop 12-12-1804 (tweelingzus met Antje), ovl Aengwirden 30-8-1868, 63j, weduwe, tr (1) 4-11-1827, zij 22, hij 31, kasteleinsknecht, met Hendrik Elings VAN DER ZWEEP, geb Heerenveen-Aengwirden 8-5-1796, doop 29-5-1796, ovl 4-11-1837 (die dag 10j getrouwd met Froukjen), 41j, arbeider, zv Eling Piebes en Klaaske Geales. Huwelijksakte meldt dat kastelijnsknecht Hendrik Elings VAN DER ZWEEP, laatst te Akkrum en thans te Oudeschoot woonachtig, zonder ouders en grootouders is. Zijn vader Eling Piebes en zijn wederzijdse grootouders zijn “volgens onder ede afgelegde verklaring voor zeer lange jaren overleden” en zijn moeder Klaaske Geales 20-11-1813 te Heerenveen (Hendrik was toen 17). Froukjen tr (2) 15-10-1840, zij 35, hij 31, leerlooiersknecht, met Gerrit Gerrits SIMONS, geb Tjalleberd (Aengwirden) 25-11-1808, doop 15-1-1809, ovl 5-11-1849, 40j, gehuwd, zv Gerrit Hendrks SIMONS en Elske Siebrands MULDER. Uit dit tweede huwelijk geen kinderen.

Kinderen uit huwelijk van Froukjen en Hendrik Elings: Eling Hendriks VAN DER ZWEEP, geb Oudeschoot 25-10-1830, tr WSW 11-5-1865, hij 34, zij 23, met Neeltje Wolters BERKENBOSCH, geb WSW 8-6-1841, dv Wolter Roelofs BERKENBOSCH en Geertje Jacobs KROONDIJK.
— Uit huwelijk van Eling en Neeltje 6 kinderen, geb Wolvega (WSW): Froukje 4-2-1866, Wolter 22-9-1867, Hendrik 5-7-1869, Geertje 24-5-1872, Aaltje 24-6-1875, Trijntje 18-9-1877. Na 1877 is gezin vertrokken. Nog aan te vullen. Aaltje VAN DER ZWEEP, geb Oudeschoot 31-7-1833, ovl 1-9-1834, 1j oud. Aaltje Hendriks VAN DER ZWEEP, geb Oudeschoot 25-12-1835, ovl Leeuwarden 1-1-1908, 72j, gehuwd, tr Leeuwarden 20-5-1865, zij 29, hij 27, met Jan (Dirks) JOUSTRA, geb Heerenveen-Aengwirden 6-3-1838, ovl Lwrd 24-10-1911, 73j, wednr, zv Dirk Jans JOUSTRA en Baukjen Hanzes FABER.
— Uit huwelijk van Aaltje en Jan 6 JOUSTRA-kinderen geb Leeuwarden: Dirk 8-3-1866, Hendrik 17-2-1868, Bauke 7-5-1870, Eelke 29-8-1872, Froukje 20-11-1874, Hans 9-9-1879.

Bij naamaanneming van 1811 geen aanmelding door weduwe en/of zonen van overleden Eling Piebes van de naam VAN DER ZWEEP. Omdat Hendrik bij de loting voor de Nationale Militie in 1814 (hij hoefde niet in dienst) voermansknecht wordt genoemd, leek het mij wel aardig daar de keuze voor de VAN DER ZWEEP-naam aan te verbinden. Maar nader onderzoek toont aan dat zijn oudere broers al vóór de naamsregistratie als VAN DER ZWEEP staan vermeld.
— Eling Piebes en Klaaske Geeles hadden 5 kinderen: Geele (geb Haskerhorne 16-10-1771, ovl voor 1811), Piebe (geb Heerenveen 12-4-1775, ovl Hvn-Aengw 10-11-1838, 54j, ongehuwd, als koemelker vermeld), Jan (geb Hvn 22-6-1788, ovl Hvn-Aengw 19-8-1857, 69j, wednr, als koemelker vermeld), Kornelia (geb Hvn 22-12-1791, ovl Hvn-Aengw 11-3-1875, 83j, weduwe) en onze Hendrik Elings (geb Hvn-Aengw 8-5-1796, ovl 4-11-1837, als voermansknecht en vervolgens kasteleinsknecht vermeld).
— In notarisakte 24-8-1811 worden de broers Piebe en Jan Elings VAN DER ZWEEP (dus al met die achternaam) samen genoemd vanwege een financiële verplichting (obligatie) aan Lolke Dirks te Grouw. In akte 4-2-1814 (Friesland in november 1813 van de Fransen bevrijd, maar militaire dienstplicht via inloting blijft bestaan) komen Piebe en Jan ook samen voor: Jan (25) is ingeloot, maar zij vinden een plaatsvervanger (Evert Libbes VAN DER WOUDEN te Knijpe), tegen betaling. Piebe is ongehuwd gebleven, Jan trouwt 4-4-1816, hij 27, zij 21, met Antje Jacobs MOERMAN. Piebe en Jan hebben samen bedrijf (koemelkers/veehouders). Per 11-12-1816 kopen zij voor 3000 gld een huizinge en schuur nr 56, een zekere mes(t)put nr 29, en 12 mad greidland op nr 15 te Heerenveen-Aengwirden.
— De koopsom van 3000 gld hebben ze niet paraat. Het spul is gekocht van (de al genoemde) Lolke, Lolke Durks Durksz, te Grouw, gehuwd met en voogd over Rigtje Symens Brouwer, verkoper in kwaliteit. Per 1-12-1817 (akte van cessie) neemt Andries LIEUWENS te Heerenveen de 3000-gld-claim op Piebe en Jan over van Rigtje en Lolke. Het bedrag blijft onbetaald (waarschijnlijk betaalden ze wel de rentebedragen).
— Na overlijden van Andries LIEUWENS volgt 19-9-1836 door diens zoon en erfgenaam Hillebrandus Andreas LIEUWENS, Hervormd predikant te Friens/Idaard, een procuratie-akte en 12-11-1836 een volgende cessie. Pier ZEPER, wethouder te Leeuwarden, is de curator en Klaas ZEPER te Franeker de cessionaris: hij neemt de vordering op Piebe en Jan over van dominee Hillebrandus.
— Piebe (ongehuwd gebleven) overlijdt 2 jaar hierna. De claim zal door Jan zijn voldaan. Hoe en wanneer is onduidelijk.Werd het een “zeper”? Grapje. Uit huwelijk van Jan een zoon Eling Jans VAN DER ZWEEP (getrouwd voor 1846 met Martje Ruurds BROUWER), neef dus van Eling Hendriks. Eling (Jans) is huurder van eene woning met paardenstalling aan de Molenwijk te Heerenveen, in 1868 door de Erven van L. FEITS ter verkoop aangeboden (bod 2500 gld, Lwrdr Crt 25-12-1868).
— Hendrik Elings VAN DER ZWEEP bleef buiten de verplichtingen die zijn oudere broers aangingen. Wanneer hij in 1827 te Oudeschoot, hij 31, zij 22, trouwt met Fokjen Jans LEMSTRA, is hij kasteleinsknecht. Volgens de huwelijksakte waren Hendrik en Fokjen beiden te Akkrum woonachtig en thans te Oudeschoot. Fokje had als jonge dienstmeid in Akkrum mogelijk een betrekking en ontmoette daar Hendrik. Vanwege de huwelijksbedoelingen zijn ze naar Oudeschoot verhuisd, waar Aaltje Rinkes, de moeder van Fokje woont (proclamatie van huwelijksvoornemen te Akkrum). Daarna te Wolvega wonend en na 1877 elders (buiten Friesland).
— Interessant uit de jaren ervoor is akte bij notaris Mebius te Marssum (Menaldumadeel FR) 21-8-1819 van huwelijkstoestemming betreffende Lybe Gerrits VAN DER PLAATS, dv de weduwe Jitske Lieuwes DE GRAAF te Beetgum (Menaldumadeel), en Hendrik Elings VAN DER ZWEEP. Van huwelijk tussen Lybe en Hendrik is nooit iets gekomen, maar Hendrik zat er dicht tegenaan. Misschien was hij (toen 23) te Beetgum kasteleinsknecht geworden. In familie van Lybe komen kasteleins voor. Maar dit nu nog onvoldoende gedocumenteerd.

(16) Antje Jans LEMSTRA, geb Rotstergaast 22-11-1804, doop 12-12-1804 (tweeling zus met Froukjen), ovl Blankenham (OV) 1839, ca 35j oud, tr ca 1830, zij ca 25, hij ca 34, met Sake Jacobs PIJPKER, geb Mildam (Schoterland FR) 15-9-1798, ovl Blankenham ca 1885, zv Jacob Sakes PIJPKER en Trijntje Hendriks WOUDSTRA.
— Uit huwelijk van Antje en Sake (te Blankenham, bij Kuinre aan de Zuiderzeekust): - 1. Jan PIJPKER, geb ca 1831, tr Blokzijl (OV) 13-10-1860, hij 29, zij 39, met Anna Maria GASTELL, geb Blokzijl, dv (ongehuwde) Johanna GASTELL. – 2. Jacob PIJPKER, geb ca 1833, tr Blankenham 3-5-1862, hij 28, zij 27, met Jantjen DE VRIES, geb Kuinre, dv Age Hendriks Gosses DE VRIES en Petronella VAN LOON. – 3. Hendrik PIJPKER, geb ca 1835, tr (1) Blankenham 3-5-1862 (broers Jacob en Hendrik op dezelfde dag), hij 26, zij 35, met Feikjen Aukes HOGETERP, geb Oldetrijne (WSW) 24-2-1827, dv Auke Feikes HOGETERP en Trijntje Jacobs KOLK. Hendrik tr (2) Blankenham 3-5-1866, hij 30 (wednr), zij 31, met Willempje BRANDSMA, geb Blankenham, dv Wiebe Willems BRANDSMA en Lammigjen Jans DUURSMA.

Oudgrootvader Jan Jurjens (kw 126) had, in twee huwelijken, 16 kinderen waarvan 13 nog in leven toen hij 18-7-1811, 64j oud, te Nieuweschoot overleed. Na zijn overlijden krijgen de kinderen LEMSTRA-naam. Misschien zou hij voor een andere achternaam hebben gekozen. Het grote aantal kinderen zorgt voor een relatief lang verhaal in allerlei richtingen zoals hierboven beknopt aangegeven. De dochter Pietje Jans (kw 63, 1776-1848), uit Jans eerste huwelijk met Fokjen Bonnes (kw 125), trouwt met timmerman Jan Andries VAN FLEEREN (kw 62, 1765-1828). De FOKJE-vernoemingslijn (in onze kwartierlijn - grootmoedervernoemingen): Jacob Bonnes (kw 508) en Foock Siegers (kw 509), huwelijk ca 1710 Bonne Jacobs (kw 254) en Pietje Wytzes (kw 255), huwelijk ca 1745, dochter Fokjen Bonnes, geb ca 1750 Jan Jurjens (kw 126) en Fokjen Bonnes (kw 125), huwelijk 1770, dochter Pietje Jans, geb 1776 Jan Andries VAN FLEEREN (kw 62) en Pietje Jans LEMSTRA (kw 63), huwelijk 1794, dochter Fokjen Jans VAN FLEEREN, geb 1801 Hendrik Durks WYKKEL (kw 30) en Fokjen Jans VAN FLEEREN (kw 31), huwelijk 1820, dochter Janke Hendriks WIEKEL, geb 1840 Jurjen Annes SCHIPPERS (kw 14) en Janke Hendriks WIEKEL (kw 15), huwelijk 1864, dochter Fokje Jurjens SCHIPPERS, geb 1870 Klaas Piers DE JONG (kw 6) en Fokje Jurjens SCHIPPERS (kw 7), huwelijk 1893, dochter Elizabeth DE JONG, geb 1910 Willem Bonnes VAN DER HOEK (kw 2) en Elizabeth DE JONG (kw 3), huwelijk 1934, dochter Fokje VAN DER HOEK, geb 1939 (kw 1). Volgens de Quotisatieregisters waren er in 1749 te Steggerda 76 gezinshoofden. Qua hoogte van de aanslag komt Anne Pieters op de 19de plaats. De hoogste aanslagen kregen de boeren Jan Hendriks en Jacob Posthumus, beiden 71 cgldns en 12 stuivers (Jan Hendriks was tevens stelling, dorpsrechter). Ds. Fredericus Reddingius was predicant en kreeg een aanslag van 60 cgldns en 1 stuiver, de boeren Claas Jans (59 cgldns, 10 st) en Albert Alberts Baas (50 cgldns, 6 st) vullen de top-5 qua aanslag binnen het dorp aan. Acht andere boeren kregen een aanslag tussen de 40 en 50 cgldns. De schipper Cornielis Jacobs (48 cgldns, 15 st) en de kleermaker en coopman Jacob Harms (43 cgldns, 17 st) zaten ook in die hogere categorie. Oudgrootvader Anne Pieters zit in de categorie hier direct na, boven gemiddeld. Zijn zonen/kleinzonen kiezen in 1811 de familienaam SCHIPPER. In 1749 worden er te Steggerda 4 gezinshoofden genoemd met schipper als beroep, naast de hoog aangeslagen schipper Cornielis Jacobs (48 cgldns, 15 st) drie met kennelijk heel weinig inkomsten. Anne Pieters was geen schipper maar boer. De “gedeserteerde” (of ontslagen) kinderen kunnen elders nog een mooi leven hebben gehad. Maar dat mogelijke vervolg is in dit verband nog niet nagezocht. De “Maatschappij der Weldadigheid” had grote geldproblemen. Rond 1860 werd het project een overheidszaak.Kolonisten werden in staat gesteld “vrije boeren” te worden. De zorg eromheen verviel grotendeels. De “vrije boeren” kwamen op kosten, voor eigen rekening, die velen niet konden betalen. Vandaar veel vertrek en “vrije boeren” die beroep moesten doen op volgend subsidiesysteem: weer “kolonist”.
— Abraham BRUGMAN ovl Frederiksoord 23-4-1894. Volgens kolonie-archief is weduwe met kinderen naar Amsterdam verhuisd. Mogelijk een fout. Wij vinden kinderen terug te Almelo (Twente, Overijjsel). Anske Wolters is broer van Jan Wolters BIJMA (kw 70). Anske meldt zich niet bij de naamaanneming van 1811. Voorbehoud. Rijsberkampen ten oosten van Boyl, tegen de Drentse grens. Naamaanneming van 1811: Pieter Sybrens POMPER te Grouw meldt kinderen: Grietje (19j, Wartena), Sipke (16j), Gertje (11j) en Sybren (2j). Pieter, geb Warga (Idaarderadeel, FR) 17-4-1768 is kaarsenmaker. Zoon Sipke wordt schoenmaker te Oldeboorn. Naamaanneming van 1811: Tiede Pieters BERKENBOSCH te Peperga meldt kinderen: Froukjen (24j, Steenwijkerwold), Egbert (22j), Pieter (20j), Lykele (18j), Anne (16j), Trijntje (12j), en Pieter (10j). In het doopregister van de Herv Gem Oudega-Nijega-Opeinde (waar Rottevalle onder kon vallen) staat wel de doop van een Trientje genoemd, maar zonder vermelding van ouders. Doordat Rottevalle nogal excentrisch ligt en kerkelijk van elders moest worden bediend, komt het vaker voor dat kinderen ongedoopt blijven of pas jaren na geboortedatum worden gedoopt. Op 23-6-1776 trouwen te Heerenveen Klaas Hermannus VAN WEPEREN, Terhorne, en Fockje Raukes SCHOTANUS, Nijehaske. Dopen te Heerenveen: 1. Saakjen, geb 15-2-1788 te Aengwirden, 2 en 3. Harmanus en Rouke (tweeling), geb 15-2-1777, gedoopt Heerenveen 2-3-1777, 4. Corneliske, geb 1-12-1778, gedoopt Heerenveen 13-12-1778, 5. Antje, geb 25-6-1284 Aengwirden, gedoopt 11-7-1784 Heerenveen. Verband met “GERKEMA” niet te leggen. Ze zijn waarschijnlijk te Aengwirden getrouwd. Trouwregister Terband-Tjalleberd-Luinjeberd-Gersloot is pas vanaf 1772 bewaard. Datum huwelijkbevestiging ontbreekt dus. Trouwregister Langezwaag etc begint in 1723. Rintse en Baukje wonen beiden te Aengwirden wanneer ze daar trouwen. Dus datum huwelijkbevestiging onbekend. Bij testament van 1818 hadden Anne en Janke elkaar tot (eventueel) erfgenaam benoemd. Bij overlijden van Janke in 1826 staat Anne als enige testamentair erfgenaam vermeld. Er was toen ook sprake van onroerend goed en een saldo van 410.25 gldn. Door haar overlijden moest Anne zijn eigen testament aanpassen en dat deed hij dus ten gunste van nicht Trijntje als enige testamentair erfgenaam.
— Er is geen teken dat Hendrik Durks WIEKEL, de broer van Trijntje, of anderen binnen de familie tegen deze gunst bezwaar maakten. In de Memorie van Succesie na overlijden van oom Anne, 88j oud, worden Hendrik en Trijntje als neef en nicht, kinderen van wijlen broer Durk Rintzes, wel nog apart genoemd. Hun al eerder overleden broer Rintze en een al eerder overleden zus niet meer, netzomin als de achterneven of –nichten die dezen nalieten. De koperslager Hendrik WYKEL is in 1749 34j oud, afkomstig uit Drachten, daar gedoopt 17-3-1715, zv Hemke Johannes en Trijntje Jans. Hij trouwt in 1737 te Drachten met Rinske Jans (niet “Ates”) afkomstig van Leeuwarden. Ondertrouw Leeuwarden 23-8-1737, attestatie afgegeven Leeuwarden naar Drachten 12-9-1737. Dopen te Heerenveen: Maaike 6-12-1739, Trijntje 15-3-1742 en Hemke 4-7-1745 (ouders Hendrik Hinkes en Rinske Jans). Bij Quotisatie van 1749 wordt gezin van 6 personen vermeld, van wie 3 jonger dan 12. Doet vermoeden dat er te Drachten al een kind is geboren (ovl Heerenveen 2-7-1806, Jan Hendriks WYKEL, 69j (geb 1737?), weduwnaar). Maaike Hendriks WYKEL (1739-1828) tr (1) Holwerd (Westdongeradeel) 12-9-1773, zij 33, afk Heerenveen, met Sybe Meinses, afk Holwerd (zoon Hendrik geb Holwerd 6-5-1775), en tr (2) Veenwouden (Dantumadeel) 8-5-1796, zij 56, hij 23 (?) met Meine Douwes (DE VRIES). Het ambacht van wieldraaier (houtbewerker die wielen maakt) is verdwenen. Bij Quotisatie van 1749 worden in Friesland nog 41 gezinshoofden genoemd die dit ambacht uitoefenen. Het houten wiel wordt vervangen door het ijzeren of stalen wiel. Andries Jans wordt in 1812 (ex-)wieldraaier genoemd, zijn zoon Jan Andries (kw 62) neemt het houtbewerkersberoep over maar heet timmerman. Huwelijk in 1747 te Nijeholtwolde. Bij Quotisatie 1749 staat Willem Egberts als arbeyder te Oudeschoot vermeld, jong echtpaar zonder kinderen (aanslag 12 Cgldn 13 stuivers). Te Oudeschoot worden zonen Jogchum (28-12-1749) en Egbert (25-2-1752) gedoopt. Registratie van volgende kinderen ontbreekt. Beide grootouders heetten Klaas/Claes. Albert en Antje noemden getrouw twee van hun zonen ook Klaas, waarbij de jongste Claes Bartels werd gedoopt, vernoemd naar de vader van Antje. Maar langs de straat heette hij Klaas Alberts, net zo als zijn oudere broer. Jitske trouwt (2) Oldeboorn 21-8-1836, zij 34, hij 29, met Geert Jans FEENSTRA, geb Drachten, zv Jan Geerts FEENSTRA en Trijntje Uiltjes DE ZEE. Overlijdensakte Jitske Jans LEMSTRA 1851: “Harmen Rinzes EPEMA, oud 50 jaar, kleermaker en schoonzoon van de overledene, en Fedde Sikkes DE GRAAF, 36 jaar, schoenmakersknecht, naburen van de overledene beide wonende te Grouw, welke ons verklaard hebben dat Jitske Jans LEMSTRA, oud 71 jaren, z.b., geboren te Rottum, wonende te Grouw, dochter van Jan Lemstra en Fokje Bonnes, beide overleden, en weduwe van Sybe Gerbens DE VRIES, op den 17 januari n.m. 1 uur te Grouw is overleden.” De PRANGER-achternaam was al voor 1811 in gebruik in de familie (hoewel niet zichtbaar verbonden aan Ruurd Ulbes). Het kan een scheepsnaam zijn geweest: “Pranger” = “doorzetter”. De LEMSTRA-naam bracht Aaltje Rinkes in, de stiefmoeder van Jitske. Familiebericht Leeuwarder Courant: “Hedenmorgen overleed, na een langdurig en allersmartlijkst lijden, mijne teedergeliefde Echtgenoote TJIPKJE F. DE VRIES, in den bloeijenden leeftijd van pas 26 jaren, na eene gelukkige vereeniging van bijna drie jaren, mij nalatende twee Kindertjes. JORWERD, den 31 Mei 1847. U.R. PRANGER.” Fedde Ulbes PRANGER trouwt (1) Leeuwarden 20-11-1878, hij 23, zij 23, met Jeltje DE VRIES, geb Grouw 2-7-1855, ovl Lwrd 18-5-1879 (na 7 mnd huwelijk), en (2) Lwrd 12-12-1883, hij 28, zij 26, met Grietje DE VRIES, geb Grouw 4-5-1857. Jeltje en Grietje zijn dochters van Pieter Feddes DE VRIES en Klaaske Romkes ZETSTRA (derde echtgenote van Ulbe). Uit huwelijk van Fedde en Grietje 5 kinderen, geboren te Leeuwarden: Ulbe 13-12-1884, Klaaske 19-6-1866, Tjitske 15-3-1889, Pieter 26-6-1895, Ruurdtje 16-5-1898.
— Fedde te Leeuwarden begint 6-5-1879 met Lammert Ages KALSBEEK te Warga een vennootschap “tot het drijven van den Handel in Kruideniers-, Grutters- en Koloniale Waren, en in Gedistilleerd, onder de firma S.M. van BATELES”. De naam wordt 2-11-1881 veranderd in Firma PRANGER & KALSBEEK, en de firma per 1-5-1883 ontbonden. Lammert is 28 en Fedde 24 bij begin van de onderneming. Lammert is een neef (maar niet naar den bloede) van Fedde, namelijk zoon van Antje Feddes DE VRIES, zus van Tjipkje.
— Fedde Ulbes PRANGER koopt 21-3-1892 voor 6158 gldns huis met erf en tapperij aan de Peperstraat (nr 14) te Leeuwarden en verkrijgt vergunning tot verkoop van Sterken Drank in het klein. In Adresboek ca 1928 staat Fedde nog vermeld als handelaar in gedistilleerd op adres Berlikumermarkt 21 (dat is bij de Peperstraat), evenals zoon Ulbe. Weduwe Grietje, inmiddels ook al 73, vraagt na overlijden van Fedde vernieuwde vergunning aan. Annonce in Leeuwarder Courant 20-5-1870: “Een Bakkersknecht, die 2 à 3 jaar bij het Broodbakken is geweest, kan dadelijk geplaatst worden te Jorwerd bij IJ.Kaapstra.” Reingjen Jannis (Rinke Johannes) en Annegjen Roelofs trouwen 5-2-1760 te Oldelamer. De vader van Aaltje Rinkes, Rinke Johannes, geb ca 1730, is voor 1811 overleden. Haar moeder, Annigje Roelofs, wordt 93 en overlijdt te Oldelamer 5-9-1826 “des avonds om 7 uur in huis nr. 7 te Oldelamer, geboorteplaats onbekend, namen der ouders onbekend”. Trouwregister Oldelamer-Nijelamer. Daarbij in Tresoar-index de opmerking: attestatie 23-3-1811. Vreemd. Het was wel een jong stel natuurlijk en Femmigje was al zwanger. Willem VLIETSTRA, weduwnaar van Annigjen Rinkes LEMSTRA, tr (2) Nijmegen 16-2-1900, hij 65, zij 42, met Krijna WILOD VERSPRILLE, geb Oud-Vossemeer (eiland Tholen, prov Zeeland) 19-5-1857, dv Arnoldus WILOD VERSPRILLE en Jacomina Johanna VAN GELDER. Zij wonen te Utrecht waar Willem in 1912 overlijdt. Geen kinderen. Het spoorwegbedrijf bracht mensen van uiteenlopende streken in contact met elkaar. Van oorsprong “Gietersen”. Annigjen wordt aangetrouwde schoonzus van Grietje Jans SCHOKKER (kw 53). Harmen Hendriks is broer van Aaltje Hendriks BEUTE. Aaltje getrouwd met Hendrik Jans SCHOKKER, broer van Grietje. De achternaam BEUTE (of BOETE, patroniem?) verbonden aan voorgeslacht uit Kolderveen/Dinxterveen bij Meppel (DRENTHE). De zoon Rinke abusievelijk als jongedochter vermeld. Jan Harmens BEUTE wordt in 1845 ingelijfd bij de (rustende) schutterij van Ferwerderadeel, 24j, bakkersknecht. Per 18-12-1845 krijgt hij de rang van sergeant bij de 3e compagnie. Per 12-5-1849 wordt hij uitgeschreven wegens “vertrokken naar Dragten”. In 1853 trouwt hij te Ferwerderadeel en woont hij daar weer. Voor de schutterij is hij nog niet uitgediend en hij wordt opnieuw ingelijfd. Zijn beroep wordt nu bakker ingeschreven. Per 30-7-1855 eindigt zijn schutterij-verplichting, ontslagen op grond van 34-jarige ouderdom. De schutterij was een soort van Nationale Reserve (naast de Nationale Militie, het formele leger) die alle weerbare mannen betrof. In de grotere steden was zij deels dienstdoend (poltiietaken), daarbuiten rustend (geen actieve taken, tenzij). Na 1827 werd de 34-jaar-grens ingevoerd: alleen weerbare mannen jonger dan 34 voor Schutterij “dienstplichtig”. In Leeuwarder Courant van die tijd enkele malen melding met schoolhoofd Rinke te Genum erin (jubilea, schoolreisjes etc). Een klimaatbericht 12-9-1875: “Als eene bijzonderheid dient gemeld, dat in den tuin van den onderwijzer Beute te Genum, een appelboom, die pas zijn vruchten rijkelijk heeft gegeven, thans weder in vollen bloei staat.” De naam OOSTINGH wordt vaste achternaam sinds ca 1820. Aan de naamregistratie van 1811 wordt in de familie niet meegedaan. Tussen 1811 en 1820 komt OOSTINGA voor. Al voor 1811 OSINGA (1748/49) of ook OOST (1807). Voorlopige vondsten (nog aan te vullen): huwelijk Hoornsterzwaag 29-7-1748 van Jan Jansen OSINGA, afk Hoornsterzwaag, en Aafjen Joukes, afk Makkinga; doop Oudehorne-Hoornsterzwaag 9-3-1749 van zoon Jouke Jans (geen verdere dopen gemeld); bij Quotisatie 1749 te Hoornsterzwaag: Jan Harmensen, huisman, matig bestaan, en Jan Jansen, gering in staat, samen als 1 huishouding genoemd, bestaande uit 5 personen ouder dan 12, aanslag 41 Cgldns, 9 stuivers. Of het hier om “OSINGA” gaat, moet nog worden bevestigd. Lwrder Courant van 10-2-1928 bericht dat de weduwe G.Oostingh-Hellema (dan 63) op haar verzoek is ontslagen (eervol) “als onderwijzeres in de nuttige handwerken aan School II. Mej Oostingh werd in deze functie benoemd 16 juni 1881 en was dus ruim 46 jaar als zoodanig werkzaam.” Jouke Pieters OOSTINGH, geb Appelscha (Ooststellingwerf FR) 31-7-1817 is oudste broer van Jan Pieters OOSTINGH, de deurwaarder te Buitenpost. Jouke zal, zoals Jan na hem, met de bezigheden van vader Pieter Joukes OOSTINGH, ontvanger te Makkinga, en oom Jan Joukes OOSTINGH, turf-taxateur te Nijehaske, zijn opgegroeid. Jouke trouwt 21-5-1841 te Oldeberkoop (OSW, hij van Makkinga) met Antje Geerts BROUWER. Hij is turf-taxateur woont te Drachten (Smallingerland), Koudum (Hemelumer Oldeferd) en Gorredijk (Opsterland), is in 1867 ontvanger in de Knipe (Schoterland). Bij koninklijk besluit van 25-3-1872 wordt hij, thans ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Knijpe c.a., benoemd tot ontvanger derzelfde middelen in het NoordHollanse De Rijp c.a.
— Als “Rijksontvanger” blijft hij een viertal jaren in De Rijp (naam “Jouke” daar “Jacob” geschreven). Hij is dan bijna 60j oud en neemt waarschijnlijk graag volgende benoeming te Buitenpost (Achtkarspelen FR) aan, waar jongste broer Jan succesvol is als deurwaarder, rijksschatter en gemeenteraadslid. Op zijn verzoek (hij is dan 65) wordt Jouke vervolgens 15-12-1882 eervol ontslagen als ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Buitenpost, behoudens aanspraak op pensioen.
— Jouke Pieters OOSTINGH overlijdt Buitenpost 8-9-1888, 71j oud, Antje Geerts BROUWER twee maanden later, Ooststellingwerf 7-11-1788, 75j, weduwe, dv Geert Lammerts BROUWER en Aaltje Hilbrands BOERSTRA. Hylke Jeens HYLKEMA (ook HIELKEMA geschreven), schoolmeester, koos na 1811 de HYLKEMA-naam. Broers en zussen gingen STOKER heetten naar vader Jeen die te Knijpe het beroep van stoker had. Zus Gatske Jeens STOKER trouwde met Hendrik Jans BIJMA. Zie GEN 7 VAN DER HOEK-lijn: Jan Wolters BIJMA (kw 70). Eeuwe VAN BUITEN en Jantje SCHURER in graf op algemene begraafplaats Oldemarkt (hij begraven 1927, zij 1952) volgens graftombe.nl. Akke LEMSTRA (begraven 1885) daar niet vermeld. Bij wie Lolkjen als boerendienstmeid werkzaam was blijft onduidelijk. Spanga kende maar een beperkt aantal boerenfamilies. Haar schoonouders trouwden 20-4-1799 te Spanga. In 1811 meldt Kornelis Pieters DE BOER te Spanga (Mairie Sonnega, Weststellingwerf) de kinderen: Pieter (11), Jakob (10), Jan (8), Trijntje (7), Hiltjen (4) en Tymen (1). In 1813 nog een zoon Hendrik geboren. Klaaske Geales, ovl 20-11-1813 te Heerenveen-Aengwirden in huis nr 56, 62j, “laatst weduwe van wijlen Eling Piebes, nalatende vier kinderen bij gemelde haar wijlen man in echte verwekt.” Eling en Klaaske zijn 3-6-1781 te Haskerhorne getrouwd, toen “beiden van Heerenveen”. Van geboorte is Eling uit Delfstrahuizen (geb 19-7-1756, doop 25-7-1756), zv Pybe Jans en Hendrikje Sybes, en Klaaske uit Lippenhuizen (doop 2-7-1752, dopeling is in de vijfde week), dv Geele Hendriks en Korneliske Hendriks. Bij Quotiatie 1749 staat haar vader vermeld als boer te Lippenhuizen (Opsterland), gezin 5 personen wv 2 jonger dan 12, aanslag 37 Cgldns 9 stuivers. Lybe (Liebe) Gerrits VAN DER PLAATS trouwt, zij 16, hij 28, Menaldumadeel 10-8-1811 met Marten Reimers KOOPAL, geb Vrouwenparochie (Het Bildt, FR). Uit dit huwelijk zonen Gerrit en Reimer. Marten KOOPAL ovl 23-11-1814, 30j. Lybe is jonge weduwe, met twee kinderen, nog voor ze 20 is. Vier jaar later verschijnt Hendrik VAN DER ZWEEP te Beetgum, vrijgezel van 22-23 jaar. Zijn contact met Lybe leidt tot huwelijkstoestemming voor Lybe met Hendrik door haar moeder Jitske. Maar de “verloving” mislukt. Hendrik vertrekt (komt te Akkrum Froukje LEMSTRA tegen en trouwt met haar 1827). Lybe blijft weduwe. Krijgt, ongehuwd, te Beetgum 29-5-1832 een dochter Johanna VAN DER PLAATS en 10-10-1835 een zoon Tjeerd BOSJE. Aangifte van deze geboorte wordt gedaan door Thijs BOSJE die erkent de vader te zijn, zodat Tjeerd met achternaam BOSJE wordt ingeschreven. Vader Thijs heeft die achternaam te danken aan zijn moeder Tiedtje Tjeerds BOSJE, ongehuwd toen Thijs werd geboren.
— Lybe VAN DER PLAATS is uiteindelijk Beetgum 22-5-1839, zij 43, hij 40, met de genoemde Thijs BOSJE getrouwd. Huwelijk te Oudeschoot 26-5-1793 van Jacob Saakes, afk Oudeschoot, en Trijntje Hindriks, afk Irnsum (Rauwerderhem, FR). Bij naamaanneming 1811: Jacob Sakes PIJPKER te Mildam, met kinderen Sjoukje (15, Knijpe), Sake (13), Janke (10) en Hendrik (7).