Van der Hoek
Kwartierverhalen

Generatie 10 — Detail

Generatie 10 (stamouders, 512-1023)

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland)

  1. Tamme Tijsses, geb. 1628 te Zwartveen, schipper, boer, vervener, overleden na 1699. Trouwt (2) 1688 met de weduwe Grietje Sydses (kw 259), tr (1) ca 1655 met
  2. Hiltje Sjoerds, geb. ca 1635, ovl te Rottevalle voor 1688.

Uit dit huwelijk: Tijs Tammes, geb. in 1658, gedoopt te Opeinde in mei 1687, ovl te Witveen. Trouwt 25-1-1685 te Oostermeer met Jitske Geuckes, geb te Witveen in 1660, ovl te Witveen ca 1728. Kinderen: Geeuwke (gedoopt 11-9-1687, Opeinde), Tamme, Minnert, Minnert, Renske, Hiltje, Sjoukje, Geeuwke (gedoopt 4-7-1703) en Jacob Thijsses (geb 1707). Sierd Tammes (kw 256) Renske Tammes, geb. 1670. Trouwt 28-1-1694 te Nijega met Aut Jacobs, afkomstig uit Zwartveen, gedoopt Opeinde 30-12-1677, zoon van Jacop Jacops. Uit dit huwelijk minstens: Tamme Auts, gedoopt 7-12-1701 te Opeinde, ovl na 1749. Stamvader Tamme Tijsses is volgens andere melding na 1707 te Opeinde overleden. En ca 1699, ongeveer 72 jaar oud, weduwnaar, te Opeinde getrouwd met de weduwe Gryet Sydses, ca 59 jaar oud, die eerder gehuwd was met Karst Jochums, veenbaas te Rottevalle. De gebeurens zijn gelijk, de data verschillen.

  1. Freerck Harckes, Oostermeerderveen, trouwt 4-5-1665 (kerk Oudega) met
  2. Taapke (Taeb) Tjallinghs, Oostermeerderveen.

Ouders van (met kanttekening): Hincke Freercks, geboortedatum onbekend, doop 6-1-1665. Baukjen Freercks (kw 257), geboortedatum onbekend, doop 29-4-1665, tr 23-12-1683 voor de kerk (Opeinde) met Sierd Tammes (kw 256). Harcke Freercks, geboortedatum onbekend, geen melding van (verlate) doop, trouwt wel voor de kerk (Oudega) 7-1-1686, hij van Zwartveen, zij van buurdorp Rottevalle, met Aats Reits. Het doopregister van de kerk (Opeinde) meldt 7 kinderen uit het huwelijk: (1) Taeb 14-9-1690, (2) Rytske 6-12-1691, (3) Reid 22-4-1694, (4) Taabke 1-5-1698, (5) Sjoertje 11-7-1706, (6) Ritske 13-7-1710, (7) Hincke 5-1-1713. De dochters Hinke en Baukjen zijn gedoopt 4 maanden (Hinke) dan wel 1 week (Baukjen) voordat Freerk Harkes en Taapke Tjallings 4-5-1665 voor de kerk trouwen. Misschien waren Hinke en Baukje dochters uit relatie van Freerk en Taapke die met elkaar getrouwd waren, maar niet voor de kerk, en was er drang om aan die situatie een eind te maken.

  1. Jochem Hanses, geb ca 1610 te Oostermeer, ovl 1664 te Opeinde, gehuwd ca 1630 met
  2. Minke Gerloffs, geb ca 1610 te Oostermeer, ovl ca 1669 te Rottevalle

Ouders van: Karst Jochums (kw 258)

  1. Syds Rinnerts
  2. Bauck

Ouders van: Grytsje Sydses (kw 259)

  1. Rintje Rienks, ovl voor 1698, boer te Terwispel op stem nr 9, gehuwd voor 1640 met
  2. Wytske Jelkes (Jolckes)

Rintje Rienks (Rintie Riencx) was boer te Terwispel op de (stemhebbende) plaats nr 9. Volgens de stemkohieren 1698 was deze plaats (toen) voor 8/13 eigendom van de kerk (patroon van Terwispel), terwijl 5/13de deel door Rintje is nagelaten aan zijn kinderen. Stemkohier 1698 Terwispel (Opsterland) Stem nr. 9. Zakelijk gerechtigden: Patroon van Terwispel eigenaar voor 8/13 - Jeen Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar Fedde Rintses kinderen, als erfgenamen van Rintje Rienks, eigenaar, met familie, voor 5/13 - Jorryt Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar - Wytse Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar en gebruiker - Jolcke Rintses, als erfgenaam van Rintie Riencx, eigenaar en gebruiker. Vijf zonen vermeld, die ieder voor zich eigenaar zijn voor 1/13de deel, met zonen Wytse en Jolcke vermeld als “gebruiker”. Er staat niet bij of zij samen boer waren op de gehele plaats (stem 9) of ieder voor een gedeelte Dertig jaar later (stemkohier 1728) is Terwispel stem 9 nog altijd voor 8/13de deel eigendom van de “patroon van Terwispel”, terwijl het 5/13de deel dan op naam staat van deels Rinse Jeens (55/338ste deel), genoemd als gebruiker voor het geheel, en deels van Jan Jorryts (75-338ste deel) cum sociis diversis dwz “de resterende partjes”. Rinse Jeens is in 1728 boer op Terwispel stem 9 en voor een deel eigenaar. Zijn neef Jan Jorryts en andere kleinkinderen van Rintje Rienks delen aanspraak op andere delen. “Patroon van Terwispel” houdt grotere aandeel.

Kinderen uit huwelijk van Rintje Rienks en Wytske Jolckes: Rienck Rintses Jolcke Rintses, in 1698 genoemd als mede-eigenaar van Terwispel stem 9 en gebruiker. Fedde Rintses, ovl voor 1698, dan Fedde Rintses kinderen genoemd als erfgenamen van Rintje Rienks. Jeen Rintses (kw 260), in 1698 genoemd als mede-eigenaar van Terwispel stem 9. Hij is dan gebruiker (boer) op Lippenhuizen stem 28. In 1728 zoon Rinse Jeens genoemd als mede-eigenaar en gebruiker voor het geheel van Terwispel stem 9. Wytse Rintses, in 1698 genoemd als mede-eigenaar van Terwispel stem 9 en gebruiker. Jorryt Rintses, in 1698 genoemd als mede-eigenaar van Terwispel stem 9 en gebruiker. In 1728 zoon Jan Jorryts genoemd, met anderen, als mede-eigenaar (van partjes), neef Rinse Jeens als gebruiker.

  1. Jollert Tjeerds 523. Ouders van: Eeuw Jolderts (kw 261) Nog aan te vullen. Tjeerd Jollerts, genoemd in 1698 èn in 1728 als boer op Terwispel stem 14 (eigendom van patroon van Terwispel), lijkt me een broer van Eeuw.

  2. Lieuwe Feddes, geb 1615 te Lippenhuizen

  3. Jinke Harmens, geb 1620 te Lippenhuizen

Ouders van: Fedde Lieuwes (kw 262)

  1. nn
  2. nn

Ouders van eerste vrouw (kw 263) van Fedde Lieuwes, moeder van Jinke Feddes (kw 131) en Lieuwe Feddes (kleinzoon van Lieuwe Feddes en Jinke Harmens).

  1. Anske Wolters, geb ca 1590, boer te Katlijk, ovl ca 1658, zoon van Wolter Claes (kw 1056). Gehuwd (2) voor 1632 met Elle Foockes, geb ca 1600 te Jubbega-Hoornsterzwaag. Gehuwd (1) voor 1617 met
  2. Siouck Jouckes, geb ca 1595.

Anske Wolters staat in 1640 vermeld als eigenaar en gebruiker van plaats nr 13 te Katlijk, tussen aan de zuidkant de Cuinre, de Tjongerrivier, en aan de noordkant de Leijdijk. Van deze plaats is in 1698 zijn zoon Wolter Anskes (kw 264) eigenaar en gebruiker. Stemkohier 1698 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 13. Zakelijk gerechtigden: Wolter Anskes, eigenaar en gebruiker. In 1698 wordt deze zoon ook genoemd als deels eigenaar van plaats met stem nr 16 te Hoornsterzwaag (mogelijk uit erfrecht van Elle Foockes), aannemend dat genoemde Wolter Anskes dezelfde is als die te Katlijk: Stemkohier 1698 Hoornsterzwaag (Schoterland) Stem nr. 16. Zakelijk gerechtigden: Grietman Martinus van Scheltinga, eigenaar voor ¼ - Wolter Anskes, eigenaar - Frans Eeverens, eigenaar - Gerben Klases, eigenaar - Haytse Klases, eigenaar - Lintjen Jans, eigenaar - Jan Molenaer, eigenaar – Wessel Alberts, eigenaar en gebruiker. Dat (mogelijk) belang te Hoornsterzwaag was in 1698 weinig meer dan een snipper en de Grietman zal “de stem” voor zijn rekening hebben genomen. In 1728 is de situatie te Hoornsterzwaag nog ongeveer gelijk. De persoonsnamen zijn gewijzigd: Stemkohier 1728 Hoornsterzwaag (Schoterland) Stem nr. 16. Zakelijk gerechtigden: Mevr. Catharina van Scheltinga weduwe Bouricius, eigenaar - De heer Cornelius van Scheltinga, eigenaar – Jan Wolters (kw 132), eigenaar – Marten Haytses erven, eigenaar – Focke Haitses (erven?), eigenaar – Wyts Sytses, gebruiker. De genoemde Grietman deelt in 1698 eigendom te Katlijk, stem nr 11, met Claes Anskes, oudste zoon van Anske Wolters. Het aandeel van de Anske-stam is (voor) 1728 overgedragen: Stemkohier 1698 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 11. Zakelijk gerechtigden: Grietman Martinus van Scheltinga, eigenaar voor 1/3 – Claes Anskes, eigenaar voor 1/3 – Wolter Klazes, eigenaar voor 1/3, gebruiker voor ‘t geheel. Stemkohier 1728 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 11. Zakelijk gerechtigden: Grietman Menno Coehoorn van Scheltinga, eigenaar van de stem - Eile Martens, eigenaar van de gronden, en gebruiker. Tenslotte is er te Katlijk nog de naburige plaats met stem nr 14 die in 1698, met anderen gedeeld, eigendom is van de Anske-stam (mogelijk familierelaties). (Voor) 1728 ook overgedragen: Stemkohier 1698 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 14. Zakelijk gerechtigden: Ebele Gerbens, eigenaar - Jannis Nutterts, eigenaar – Roelof Sakes, eigenaar – Klaes Anskes, eigenaar - Wolter Anskes, eigenaar – Tjebbe Jochums, gebruiker. Stemkohier 1728 Katlijk (Schoterland) Stem nr. 14. Zakelijk gerechtigden: Saake Roels, eigenaar voor ½ - Johannes Nutterts, eigenaar voor ½ - Foppe Lykles, gebruiker.

Kinderen uit het huwelijk van Anske en Siouck (Sjoukje): Claes Anskes, boer te Katlijk, kerkvoogd aldaar (1651), gehuwd met Richt Jans. Kinderen uit dit huwelijk: Blidde Claeses, geb ca 1650, en Wolter Claeses. Hans Anskes Ige Anskes Siouck Anskes, gehuwd met Theunis Hendricks. Trijn Anskes, gehuwd met Barteld Jans (zoon van Jan Jans (de Olde) en Claeske Roeloffs). Wolter Anskes (kw 264)

  1. Elard Wybes, mogelijk geb ca 1675, gehuwd Terhorne ca 1700 met
  2. n.n.

Uit dit huwelijk (dopen te Terhorne, Utingeradeel, FR, naam moeder niet vermeld): Idske Eelarts, 3-12-1702. Huwelijk: derde proclamatie 11-2-1731 Rauwerd-Irnsum, Abraham Pyters, afkomstig van Grouw, Idske Eelarts, afkomstig van Irnsum. Uit dit huwelijk (Akkrum-Terhorne): (1) Ycke, doop 2-3-1732. (2) Ycke, 18-10-1733. (3) Jellert, 8-1-1736. (4) Pytter, 7-9-1738. (5) Ycke, 7-1-1748. Bij Quotisatie 1749 melding Abraham Pyters te Akkrum, gezin 3 personen ouder dan 12, 1 kind, aanslag 13-13 Cgldns. Geen beroep genoemd. – Zoon Pieter Abrahams tr Akkrum 11-4-1773, hij is dan 34, met Trijntje Simons (HAG), afk van Oldeboorn. Uit dat huwelijk: - Itske, doop Akkrum 3-11-1765. – Idske, geb Akkrum 3-1-1774, doop 9-6-1774. – Abraham, geb Akkrum 5-2-1775, doop 12-2-1775. – Simon, geb Akkrum 7-2-1779, doop 14-2-1779 (de dopeling is overleden). – Klaaske, geb Akkrum 14-2-1781, doop 25-3-1781 (de dopeling is overleden).
— In doopregisters wordt de moeder soms Trijntje Simons HAG genoemd. Bij naamregistratie 1811 meldt zich Pieter Abrahams HAGA te Akkrum. Mogelijk neemt hij achternaam van schoonfamilie aan. Hij overlijdt te Akkrum 9-10-1825, 86j, wednr. In 1811 meldt hij enkel zoon Abraham Pieters HAGA, 36j, en de kleinkinderen via deze zoon: Pieter 9, Abe 7 en Jelle 14 dgn oud.
— Pieter Abrahams HAGA vermeld als uurwerkmaker te Akkrum (1818). Zijn zoon Abraham Pieters HAGA was ontvanger der directe belastingen te Akkrum, maar brengt zichzelf in problemen. In 1815 wordt hij vervangen door Fokke BIENEMA. Hij overlijdt 5-8-1817 “aan de besmettelijke Gevangenhuis koorts” te Leeuwarden in het tuchthuis, 41j oud. Wybe Elerts (kw 312), 9-11-1704, tr Rauwerd-Irnsum 21-6-1729 met Diuke Pyters (kw 313) Oekje (Ukke), 20-2-1707 Gerryt, 8-9-1709 Antje, 31-1-1712 Ids Elerds, 8-6-1714, arbeider, tr 19-10-1738 met Pyttie Willems. Uit dit huwelijk: (1) Elerd, doop Rauwerd-Irnsum 30-3-1739. (2) Pyter, doop Rauwerd-Irnsum 20-8-1741. (3) Ype, doop Sneek 20-1-1743. (5) Duttje, doop Sneek 6-3-1746. Bij Quotisatie 1749 geen Ids Elerds (Eilerts).

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Jan Jansz ROM, geb ca 1645 te Rotterdam, woonde aan de Wijnstraat, zoon van wijnkoper en misschien zelf ook wijnkoper, ovl ca 1718. Trouwt 26-4-1669 te Rotterdam met
  2. Maria (Marijtje) VOSBURG(H), geb te Rotterdam ca 1645-1650, ovl na 1709

Ouders van: Jan Jansz ROM (kw 320).

Stamouders in de ROEM-lijn. In 1669 woonde Jan aan de Wijnstraat en Maria in de Oppert te Rotterdam. Huwelijk in de Hervormde (Gereformeerde) kerk te Rotterdam, maar alle kinderen worden remonstrants gedoopt. Jan en Maria krijgen tien kinderen: Jan Jansz ROM (kw 320), gedoopt 26-1-1670 Niklaes, gedoopt 12-4-1671, jong overleden Jannetje, 1-5-1672, jong overleden Jannetje, 16-7-1673, jong overleden Nicolaes, 18-8-1675, jong overleden Claes, 17-11-1678. Op 17-3-1709 zijn grootouders Jan Janse ROM en Maria VOSBURGH getuige bij de doop (remonstrants) van Heyndrick ROM. En op 25-5-1711 bij de doop van Maria ROM. Kinderen van Nicolaes ROM en Gardina LAGEMANS. Floris, 22-1-1682, jong overleden Floris, 8-12-1682 Pietertje, 25-4-1684 Jannetje, 9-6-1686.

Omdat over het ROM-gezin in een periode rond 1700 in Rotterdamse registers niets wordt vermeld, vermoeden we, tot het tegendeel blijkt, dat Jan en Maria uit Rotterdam zijn verhuisd. Ze kunnen zich in de naastliggende Alblasserwaard hebben gevestigd. Zie bij Jan Jansz ROM (kw 320).

  1. Pieter Huijgensz VALSTAR, geb. ca. 1630 te Naaldwijk, trouwt ca. 1665 te Naaldwijk met 665. Uit dit huwelijk: Willem Pietersz VALSTAR (kw 332). Huijg Willem (kw 332) Trijntje Cornelis Claes Barbera

  2. Izaak (Leendertse) VAN DER EIJK, geb. 1635 (?) te Naaldwijk, trouwt met

  3. Hilletje VAN DER MEER

Uit dit huwelijk (minstens): Leendert Izaakszn van der Eijk (kw 334).

De bronnen tot dusver geven geen duidelijk uitsluitsel. Zie ook: kw 1336.

670.Cornelis Abrahamsz VAN DER KOOIJ, gedoopt 5-10-1642 te Delfshaven, “bouwman” op het Hondertland onder ’s Gravenzande, overl ca 1677, rond 35 jaar oud, trouwt 4-5-1664 voor de kerk te Delft met 671. Elsgen Cornelisdr SUITHOORN, geb. te Den Hoorn (ZH), ovl voor 1710.

Uit dit huwelijk: Annetje, geb ca 1667 te sGravenzande, tr. 22-1-1690 met de (jonge) weduwnaar Pieter Doesz SONNEVELD. Abraham (tweeling), gedoopt 10-2-1669 te De Lier, tr. 26-4-1699 met Trijntje Dirksdr HOOGERSCHEIDT, overl voor 1720. Cornelia (tweeling), gedoopt 10-2-1669 te De Lier. Cornelis, gedoopt te Naaldwijk 25-8-1673, tr. 20-9-1693 te ’s Gravenzande met Ariaantje Ijsbrandsdr COUWINTER, afkomstig uit Op ’t Woudt (Westland). Krijgen 8 kinderen. Wonen te Vlaardingen. Overl maart 1723, 49 jaar oud. Neeltje, tr. 24-7-1695 te ’s Gravenzande met Arij Jansz VAN DER HOUT. Maartje, tr. 27-2-1700 te ’s Gravenzande met Thomas Jansz VAN BEIJEN en na diens overlijden (2) met Huijg Jaspers VAN DER SPIJK 3-11-1715. Martijntje, gehuwd met Cornelis Joostensz VAN DER ENDE, geb 26-2-1670 te Maasland, wonend te Sandambacht. Lysbeth (kw 335).

De jongste dochter, Lysbeth of Elizabeth, wordt 1676 in de Nieuwe Kerk te Delft gedoopt. Gezien de tamelijk korte duur van het huwelijk tussen Cornelis en Elsje Suithoorn, door overlijden van Cornelis, kan het zijn dat er naast de tweeling Abraham en Cornelia, nog een andere tweeling was onder bovengenoemde kinderen.

Stammoeder Elsgen ging na het overlijden van Cornelis een tweede huwelijk aan, met Joost Pietersz VAN LEEUWEN (ondertrouw 4-3-1684 te ’s-Gravenzande).

  1. Simon Arentsz VAN EENDENBURG, geb. te Terheide, overl tussen 18-3-1685 en 15-5-1689, trouwt 3-5-1674 te Terheide met
  2. Annetje Claesdr VAN DER MARCK, overl te Monster 25-3-1697.

Uit dit huwelijk (minstens): Claes Simonsz van Eendenburg (kw 370).

Na het relatief vroege overlijden van Simon van Eendenburg gaat Annetje van der Marck een volgend huwelijk aan, 19-4-1693 te Monster, met Poulus Jansze VAERLE. Zoon Claes Simonsz is dan 18 jaar oud.

  1. Arie Jansz VAN DUYN, afkomstig uit Loosduinen, trouwt 26-3-1661 in de kerk te Monster met
  2. Wijve Cornelisdr, afkomstig uit Monster.

Uit dit huwelijk (minstens): Lijsbeth Arents van Duyn (kw 371).

  1. Anxem Arijensz SPRONSEN, geb te Monster in 1644, marktschipper, trouwt 20-2-1667 te Monster met
  2. Apolonia (Pleuntje) Jansdr VAN DAM, geb te Monster rond 1645, overl aldaar in maart of april 1680.

Uit dit huwelijk (minstens): Willem Anssum van Spronsen (kw 372).

Vanaf 25 december 1669 is Anxem diaken van de Herv.kerk te Monster.

Stamvader Anxem Spronsen is na het overlijden van stammoeder Apolonia van Dam vrij direct, op 28-4-1680, te Monster in ondertrouw gegaan met Marijtje Tijssen VAN LEEUWEN. Tenslotte trouwt hij (3) op 27-12-1693 te Terheide met Marija Catharina HALLING, die weduwe was van Adriaen VAN DER VEGT.

Oudbetovergrootvader Willem Anssum van Spronsen was 10 jaar oud toen zijn moeder Apolonia overleed. Zijn vader was in zijn derde huwelijk toen Willem, 29 jaar, ook trouwde, met Lijntje Vergoude (kw 373).

  1. Jan Cornelisz VERGOUDE, gedoopt te De Lier 20-2-1637, overl voor 1681, trouwt 2-12-1662 te ’s Gravenzande met
  2. Diewertje Aerts VAN PROYEN, gedoopt te ’s Gravenzande 10-2-1636.

Uit dit huwelijk (minstens): Lijntje Jansdr Vergoude (kw 373). Deze dochter wordt in 1673 te De Lier gedoopt. Stamvader Jan Cornelisz Vergoude kan, en zijn vader ook, werkzaam zijn geweest op een van de boerenhoeves in en rond De Lier die (vaak al sinds lang) toebehoorden aan adellijke families, zoals de Van Swietens, Van Alkemades, Van Hamals, Van Dijks, Van Lockhorsts, Van Roode van Renswoude en/of Van der Does (oorspronkelijk Boekel en Van Wassenaar). Jan werd hooguit 40 jaar oud.

Diewertje komt ook voor als Duyvertge Arentsdr VAN PROOIJEN.

  1. Arijen (Arent) Ansumse SPRONZEN (ook: SPRONG of VAN DER SPRONSE), gedoopt te Naaldwijk 5-5-1619, schipper, overl te Monster kort na 14-6-1671, trouwt met de weduwe
  2. Lijsbeth Arijens VAN TEYLINGEN, overl te Monster voor 17-1-1683.

Uit dit huwelijk: Anxem Arijes Spronsen (kw 744) Laurens Arijens van Spronsen (kw 374).

Lijsbeth van Teylingen was eerder getrouwd met Burwer Tijmensz VERMIJ (ook: Borwaert VAN DER MIJE). Uit dat huwelijk bleef in ieder geval een dochter Gooltje Burwers VAN DER MIJDE over, die (getrouwd met Gijsbrecht Arentsz VAN IJPEREN) met haar twee halfbroers het bezit deelde dat haar moeder naliet. Het ging om erf en marktschuit (broer Laurens kocht de anderen in 1693 uit, zijn zoon Cornelis kocht in 1730 het bezit over van zijn moeder Geertje Vos (kw 375), weduwe van Laurens), spul dat Arijen tijdens zijn leven bij elkaar had gekocht.

Op 25-11-1643 koopt hij, Arent Angsemsz Sprong, twee schuiten met toebehoren van Cornelis Maertens KEYSER (Arent ondertekent de akte met “Arendt Ansumse Sprong”. En op 15-1-1645 van Arijen Cornelisz Jonge KEYSER huis en erf aan de Vaert te Monster. In de akte wordt zijn naam dan Arien Anxemsz Sprong geschreven, schipper wonende te Monster (hij ondertekent met “Arendt Ansumse”). Op 1-4-1667 verkoopt hij, “Arent Amsumsz van der Spronse”, het huis aan zijn oudste zoon Anxem, “Amsom Arentsz. van Spronse”. Wanneer hij en echtgenote Lijsbeth van Teijlingen op 14-6-1671 hun testament laten opmaken, ligt Arijen/Arent al ziek te bed. Hij ondertekent “Arent Anssumse van der Sprons”. De naam had nog steeds geen vaste vorm dus.

Op 24-4-1729 trouwt Arent van Spronsen (kw 186), kleinzoon van Anxem Arijses Spronsen (kw 744) met Geertje van Spronsen (kw 187), jongste dochter van Laurens Arijens van Spronsen (kw 374).

  1. Arij Blase VOS (ook: Hoogwerf), geboren Monster ca 1630, meester-bakker, schepen, ambachtsbewaarder te Monster, trouwt (2) 23-5-1695 met Christina GULDEMONT, weduwe van Abraham Gabbema (zij gaan in Den Haag wonen), trouwt (1) ondertrouw te Monster 13-9-1659 met
  2. Maartjen Cornelisdr VAN MARELEVELT, geb Terheide ca 1630, ovl te Monster voor 8-9-1684. Maartjen was bij huwelijk jonge weduwe van Cornelis Ariensz VAN MIDDELBURGH, ged te Delft 20-12-1620, ovl voor 1657. Maartjen had uit eerste huwelijk een zoon, Jop Cornelisz Van Middelburgh.

Ouders van: Geertje Arijensdr VOS (kw 375).

Stamvader Arij Blase VOS staat vermeld als meester-bakker, als pachter van de korenaccijns (1671), als schrijver van de afslag van vis in TerHeyde (1675), als schepen en als ambachtsbewaarder van Monster (1687), waar hij ook huizen in bezit had en verhuurde. Stammoeder Maertjen VAN MARELEVELT is ziekelijk, op 3-4-1674 maakt zij samen met Arie, mr-bakker, een testament op waarmee hij na overlijden van Maertjen tot voogd voor de minderjarige kinderen wordt gesteld met de keuze van de tweede voogd. Als tweede voogd kiest hij uiteindelijk zijn “zwager” (is hier: schoonzoon) Louris Arentsz VAN SPRONSEN (kw 374) die in 1683 trouwt met dochter Geertje. Moeder Maertjen overlijdt in 1684. Elf jaar later trouwt Arij weer, ca 65j oud.

  1. Jacob Ariensz (VAN) VREUGDENHIL, geb. te Naaldwijk rond 1645, arbeider, ovl 5-9-1735 te Oranjepolder, ca 90 jaar oud, trouwt te Naaldwijk 30-6-1669 met de 16-jarige
  2. Geertge Jochums VAN OUTSHOORN (Geertje Jochums van Oudshoorn), gedoopt te Naaldwijk 24-11-1652, overleden aldaar na 29-1-1683, minstens 30 jaar oud.

Uit dit huwelijk: Jannetje Jacobsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 15-9-1669. Jochum Jacobsz (van) Vreugdenhil (kw 376), gedoopt Naaldwijk 12-7-1671. Pieter Jacobsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 10-3-1673, ovl voor 25-2-1764, hoogstens 90 jaar oud, tr (1) op 20-jarige leeftijd 19-12-1693 te Terheijde (Monster) met de 17-jarige Johanna NIEUWLAND, gedoopt Naaldwijk 21-6-1676, dochter van Jan Abrahamsz NIEUWLAND en Jannetje Philips SONDERWIJCK, tr (2) op 44-jarige leeftijd 11-7-1717 te Naaldwijk met Maria Marytje FRANCOIS, afkomstig uit Namen. Kinderen van Pieter en Johanna: Jan (begin 1694), Jacobus (eind 1694), Jannetje (eind 1695), Jacobus (1697), Jannetje (1698-1749, trouwt 17-8-1721 te Naaldwijk met Willem Leendertsz BIEMOND) en Geertje (voor 1719 getrouwd met Jacobus Lucasz VERKOREN, kinderen Teunis 1719 en Marytje 1722). Mees Jacobsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 28-6-1675. Maartje Jacobsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 3-1-1677, tr 9-8-1722 op 45-jarige leeftijd met Jan Cornelisz STELMAN, weduwnaar van Neeltje Jans VAN RIJN. Neeltje Jacobsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 29-1-1683.

  1. Lucas Ysbrandsz VERKOORN, geb te Monster rond 1645, ovl te Naaldwijk tussen 15-8-1688 en 13-11-1689, 43-44 jaar oud, tr 20-10-1669 te Schipluiden (met vermelding dat beide komen van Naaldwijk) met
  2. Lijsbeth Gerritsdr VAN DER VALCK, ovl te Naaldwijk tussen 14-5-1683 en 15-4-1684.

Uit dit huwelijk: Geertje Lucas VERKOORN (kw 377), gedoopt 28-1-1674 te Naaldwijk.

Geertje Lucas wordt in een notarisakte van 1-4-1692 weesdochter van Lucas Ijsbrantsen en van Lijsbeth Gerrits genoemd.

Na het (relatief jong) overlijden van Lijsbeth trouwt Lucas te Monster, ondertrouw 15-4-1684, met Maria Jacobsdr VAN VEEN. Uit dit huwelijk: Jacobus Lucasz VERKOREN (?).

  1. Arie Kommersz SAARLOOS, geb ca 1630, ovl voor 1683, trouwt (1) ca 1657 met Maertje Jacobs, trouwt (3) 13-10-1669 te Numansdorp met Jacomijntje Teunis, trouwt (2) 1-5-1661 te Heerjansdam (bezuiden Barendrecht) met
  2. Mayken Ariensdr, geb Heerjansdam ca 1640, ovl te Numansdorp 1667

Arie Kommersz is schieter van sloten (aannemer) in de polders van Numansdorp en Cromstrijen in het zuidoostelijke deel van de Hoeksewaard. Volgense vermelding woonde hij in 1659 op de Oude Sluis bij Numansdorp, in 1672 (het rampjaar waarin de Nederlandse republiek zich naar alle kant had te verdedigen) vermeld als weerbare man wonend aan de Middensluis bij Numansdorp. Uit huwelijk met Maertje: Claes Ariens SAARLOOS (Charlois), gedoopt te Numansdorp 30-11-1659

Uit huwelijk met Mayken: - Ariaentje Ariensdr - Arie Ariens - Cornelis SAARLOOS (kw 380), gedoopt te Numansdorp 3-4-1667 (zijn nog jonge moeder, tweede echtgenote van zijn vader, is omtrent die datum overleden). Cornelis wordt ook slotenschieter en later sluiswachter.

  1. Dirck Anthonis SLOTER, geb te Westmaas (bij Mijnsheerenland, Hoeksewaard, ZH), korenmolenaar, ovl ca 1693, trouwt 17-1-1654 te Mijnsheerenland met
  2. Pieternella Gijsberts BOER, ovl in 1704 te Mijnsheerenland

Dirck Anthonis SLOTER is vermeld als korenmolenaar te Mijnsheerenland en op 4-7-1687 als pachter van de korenmolen te West-IJsselmonde. Behalve de dochter Maria (geb ca 1670) in ieder geval ook een dochter Annetje (geb ca 1672, Ysselmonde?). Maar huwelijk is van 1654, dus wellicht ook eerdere kinderen.

Ouders van: Maria Dirksdr VAN DER SLOOT (kw 381)

  1. Gerrit Cornelisz MEESTER, geb te Goudswaard ca 1641, gehuwd aldaar ca 1664 met
  2. Wijvetie Jacobs

Uit dit huwelijk de VAN DEN BOGAARD-lijn. In doopregister van Goudswaard worden alleen 2 zonen vermeld en wordt de VDB-naam niet gebruikt. In 1665 staat er Gerrit Cornelisz Meester, in 1667 Gerrit Cornelisz Master. De zonen worden allebei Cornelis genoemd, zodat mag worden aangenomen dat de eerste op heel prille leeftijd overleed.

Ouders van: Cornelis Gerritsz VAN DEN BOGAART (kw 382)

  1. Leendert Leendertsz SPUIDIJK, geb te Nieuw-Beijerland ca 1650, gehuwd aldaar 23-11-1670 met
  2. Claesje Aerts, geb te Nieuw-Beijerland ca 1650

Ouders van: Maria Leendertse SPUIDIJK (kw 383)

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. Minne Wybes, ovl 1640 te Oudehaske 769. Ouders van: Wybe Minnes (kw 384)

  2. Sipke Synnes, tr 9-1-1650 te Joure, hij Joure, zij Heerenveen, met

  3. Ancke Harmens

Uit dit huwelijk 7 dopelingen te Joure: Harmen 25-8-1652, Anne 12-11-1654, Harmen 8-11-1657, Aeltien 28-8-1659, Griedt (Grietje Sipkes, vgl kw 389) 2-6-1661, Tryncke 18-10-1663, Aeffke 14-1-1666.

  1. Johannes Ulbes, tr (1) te Joure 28-1-1649 met Ansck Riencks, hij Joure, zij de Haske, tr (2) te Joure 27-4-1656 met
  2. Jisck Romckes, hij Joure, zij Broek.

Uit eerste huwelijk drie dopelingen: Tiedt 16-6-1650, Ulbe Johannes 17-8-1652, Ansck 11-3-1655 (moeder Ansck is overleden). Zoon Ulbe Johannes trouwt 31-3-1678 te Joure met Hiltie Annes die vroeg overlijdt. Hij trouwt 30-12-1683 met Tietie Wybes, hij Joure, zij Rotsterhaule. Noot bij Tresoar “met attestatie naar Delft” zal leesfout zijn (voor Delfstrahuizen etc). Kinderen uit het huwelijk worden te Haskerland gedoopt.

Uit huwelijk Johannes Ulbes en Jisck Romckes 8 dopelingen: Age 26-9-1658, Romcke 30-9-1660, Anne 12-7-1663, Aage Johannes (vgl kw 390) 27-12-1665, Tiedt 24-3-1667, Richt 31-1-1669, Hinne 22-5-1670, Ansck 28-1-1672.

  1. Rudolphus Petri, geb ca 1650 te Franeker, ovl 21-9-1706, 56j oud, trouwt herfst 1671 te Franeker, juridisch doctor, hij van Franeker, zij van Britsum (Leeuwarderadeel FR), met
  2. Aurelia BECHIUS (Aukien, Beckius, Poutsma?), geb 1647 te Oosthem, ovl te Franeker 6-8-1702, 55j oud. Proclamatie 20-9-1671 Franeker, attestatie afgegeven Britsum 28-9-1671. Beiden zijn in de St.Martinikerk te Franeker begraven, graf nr 72. Rudolphus Petri was grietenijsecretaris van Franekeradeel rond 1700 (advocaat, ontvanger-generaal Zeedijken Binnendijks).

Domineesdochter Aurelia is rond 17j oud wanneer haar ouders kort na elkaar te Oosthem (Wymbritseradeel FR) overlijden. In 1671 trouwt zij te Franeker met de afgestudeerde rechtenstudent Rudolphus, juridisch doctor, hij ca 22, zij ca 24, zij met attestatie van Britsum (Leeuwarderadeel FR). Kennelijk was Aurelia na het overlijden van haar ouders verhuisd naar de pastorie te Britsum, onder de hoede van Jancke Tameri BAERDT, de iets jongere zus van moeder Titia. Haar tante trouwde in 1645 te Heeg met Antonius Petri die vanaf 1649 tot zijn overlijden in 1672 dominee is te Britsum. Aurelia trouwt met een advocaat/grietenijsecretaris. Zoon en kleinzoon worden toch weer dominee. Kinderen uit huwelijk van Rudolphus Petri en Aurelia BECHIUS (de doopregisters Franeker zijn niet compleet, vanaf tweede kind, Petrus, ontbreken meldingen): 1. Tiedtie, doop Franeker 1-5-1672 2. Petrus, doop Franeker 31-12-1673 3. Saske RUDOLPHI. Op 15-1-1702 huwelijk te Leeuwarden (Grote Kerk) van Saske Rudolphi, afk van Franeker, met Jacobus FENEMA, afk van Rinsumageest (Dantumadeel FR), advocaat, grietenij-secretaris van Dantumadeel 1693-1737. Uit huwelijk van Jacobus FENEMA en Saske RUDOLPHI de kinderen (dopen Dantumadeel): -1. Lambartus 8-10-1702. – 2. Aurelia 15-2-1705. – 3. Susanna 22-1-1713. – 4. Abraham 10-5-1714. – 5. Marija Rosa 7-1-1720. - 6. Adriaentje 25-7-1723. – 7. Pytje 2-4-1727. – De dochter Maria Rosa FENEMA (“oud, rijk, ongehuwd”, ovl 1802) is in 1801 een achterachternicht vernoemd: Maria Rosa Fenema Johannes RUDOLPHI, geb Jutrijp (Wymbritseradeel) 14-2-1801, ovl 13-8-1829, 28j, gehuwd, dv Johannes RUDOLPHI en Afke Louws (zie kw 206.5) 4. Johannes RUDOLPHI (kw 412), doop Franeker 19-12-1680 (niet in doopregister, maar volgens andere bron).
— Hij gaat studeren en wordt dominee. Zijn doopdatum is in informatie daaromtrent vermeld (kw 412).

  1. Claas Sybrens, Langweer en omgeving (Doniawerstal)
  2. Claaske Clases Vermoede ouders van: Claas Claessen (kw 408) De relatie met de kwartierstaat is nog niet gecontroleerd bewezen. In het register van dopen wordt Claas Sybrens genoemd als de vader bij de doop van een zoon Sybren op 12-8-1673 (Langweer-Teroele-Boornzwaag-Snikzwaag). Naam van de moeder niet vermeld. Bij de doop van Claas op 31-8-1684 wordt Claaske Clases als moeder genoemd en de naam van de vader niet vermeld (ongebruikelijk). In tot dusver 1 bron trof ik 21-3-1684 aan als overlijdensdatum van Claas Sybrens (Sybrants). Dat op 31-8-1684 bij de doop van zoon Claas alleen de naam van de moeder wordt genoemd is dan begrijpelijk: de vader was al 5 maanden eerder overleden. Genoemde bron vermoedt dat Claas Sybrants en Claaske Claases ca 1683 zijn gehuwd. Claas Claessen (kw 408) zou dan eerste en door het overlijden van Claas Sybrants posthuum enige kind uit dit huwelijk zijn geweest. Maar in het kerkelijk trouwregister is dit huwelijk niet genoteerd. Ging het om tweede of derde huwelijk?

Wat een Claes Sybrantszn of een Claes Sybrens te Langweer en omgeving betreft, wel geregistreerde huwelijken: op 7-2-1641 ondertrouw Claes Sijbrantszn en Dieuw Gerritsdr, op 22-1-1643 huwelijksbevestiging Claes Sijbrens en Foock Wickesdr (zij uit Joure). Maar of dit “onze” Claas Sybrens betreft is onzeker.

  1. Roucke Isses, trouwt 26-2-1665 te Langweer (Doniawerstal) met
  2. Jouck Jouckes, ovl 8-5-1718 te Langweer, ca 70j oud

Uit dit huwelijk (doopregister Langweer etc.): 1. Ints, gedoopt 17-9-1671, tweeling 2. Hoyte, gedoopt 17-9-1671, tweeling 3. Ins, gedoopt 1-8-1686 4. Ins (Ynts) Roukes (kw 409), gedoopt 5-10-1690

In het doopregister wordt de naam van de moeder (zoals toen en daar gebruikelijk) niet vermeld. Na huwelijk in 1665 haalt Roucke Isses in 1671 voor het eerst dit register en direct ook met de tweeling Ints en Hoytes. Hoe het met (mislukte) zwangerschappen of pogingen tot zwangerschappen ervoor en in de jaren erna ging, valt niet te zeggen. Na 25 jaar huwelijk zijn 4 kinderen gedoopt, naast de zoon Hoyte in 1671, driemaal een Ints of Ins. Ientze (Yntze) een jongensnaam of Ienske (Ynske) een meisjesnaam, het register meldt niet of het om een jongen dan wel een meisje ging. De laatste Ins (Ynts, kw 409) was zeker een meisje, geboren in het jaar dat Rouck Isses en Jouck Jouckes hun 25-jarig huwelijksbestaan vierden of miisschien ook niet feitelijk vierden (“zilveren bruiloft”).

  1. Eelke 827.

Ouders van: Aukje Eelkes (kw 413)

  1. Bauke Rommerts, geb ca 1650 onder Huizum (bij Leeuwarden), ovl te Witmarsum (Wonseradeel) voor 1723, trouwt voor 1686 met
  2. Antje Ulbes, geb te Witmarsum, ovl na 1723. Antje Ulbes is 14-2-1690 gedoopt op belijdenis in de Herv.Gem. Witmarsum.

Uit het huwelijk (doopregister Witmarsum): Ulbe, gedoopt 19-4-1686 (dopeling is overleden) Ulbe Baukes, geb 11-10-1688, gedoopt 17-10-1688 (kw 414) Aukjen, gedoopt 19-10-1690 Jan, gedoopt 6-6-1697

Stemkohier 1698 Huizum (Leeuwarderadeel) Stem nr. 3, groot 84 pondematen. Zakelijk gerechtigden: Jantie Nannes, eigenaar voor 4/27 - Symen Lieuwes, eigenaar voor 10/27 - Reyner Claesen, eigenaar voor 1/9 - Baucke Rommerts, eigenaar voor 2/9 – Reyner Nannes kinderen, eigenaar voor 4/27 Garrardus Oeges weduwe, gebruiker

Stemkohier 1728 Witmarsum (Wonseradeel) Stem nr. 35. Zakelijk gerechtigden: Bauke Rommerts weduwe te Witmarsum, eigenaar Frans Jans, gebruiker

  1. Sybren Broers, geb ca 1664 te Witmarsum, ovl aldaar 9-10-1713, ca 50j oud, trouwt 6-3-1687 te Witmarsum met
  2. Eelkjen Lolkes, geb 27-11-1664 te Dronrijp (Menaldumadeel), ovl voor 1728.

Uit het huwelijk (doopregister Witmarsum): Trijntje Sybrens (kw 415), gedoopt 31-3-1689 Baukjen, gedoopt 15-12-1695 Lolkjen, gedoopt 20-11-1698 Antje, gedoopt 19-3-1702

Stemkohier 1698 Oosterlittens (Baarderadeel) Stem nr. 23, groot 96 pondematen. Zakelijk gerechtigden: Matheas Pyters te Grouw, eigenaar, - Doeckle Ulbes te Witmarsum, eigenaar van 8 ¾ pondematen - Laes (geen toenaam) te Schraard, eigenaar van 3,5 pondematen (Bewindvoerder: bijzitter Hoitinga) - Jan Lieuwes kind te Makkum, eigenaar van 3,5 pondematen (Bewindvoerder: bijzitter Hoitinga) - Broer Pyters kinderen, eigenaar (Bewindvoerder: Hylcke Ymes) – Doeckle Pyters te Grouw, eigenaar, - Rinse Jacobs te Akkrum, eigenaar, - Sybren Broers te Witmarsum, eigenaar van 7 pondematen - Schrijver Ulbe Idsardi te Leeuwarden, eigenaar van 28 pondematen - Ulbe Sprongh te Franeker, eigenaar van 28 pondematen - Hylcke Ymes te Rauwerd, eigenaar, met vier familieleden, van 12 pondematen - Joucke Ulbes te Arum, eigenaar van 8 3/4 pondematen Douwe Wybrens, gebruiker

Stemkohier 1698 Arum (Wonseradeel) Stem nr. 56. Zakelijk gerechtigden: Sybren Broers te Witmarsum, eigenaar Foecke Everts, gebruiker

Stemkohier 1698 Witmarsum (Wonseradeel) Stem nr. 22. Zakelijk gerechtigden: Grietman Hobbo Esaias van Aylva nagelaten kinderen, eigenaar Sybren Broers, gebruiker d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

De SCHIPPERS-“stamlijn” komt uit de Stellingwerven en is van voor 1750 moeilijk terug te vinden. Enkele stamouders in dit kwartier zijn hier wel te melden, vanuit het Boventjongerse Friesland.

  1. Fedde Gosses, boer/huisman te Gersloot, ca 1640 dorpsrechter aldaar 969. Uit dit huwelijk: Liebbe Feddes (kw 484).

  2. Michiel Roeloffs, geb. ca 1645 ws te Rottum, trouwt 28-9-1671 met

  3. Grietje Jans, ca 1645/1650 te Rottum geboren.

Uit dit huwelijk: Jan Migchiels (kw 506). Michiel Roeloffs wordt in 1698 genoemd als eigenaar en gebruiker van de percelen 12 en 28 te Rottum. Stemkohier 1698 Rottum (Schoterland) Stem nr. 12. Zakelijk gerechtigden: Michiel Roelofs, eigenaar en gebruiker Stemkohier 1698 Rottum (Schoterland) Stem nr. 28. Zakelijk gerechtigden: Micchiel Roelofs, eigenaar en gebruiker

1016. Bonne Lolckes, geb te Langezwaag, overl te De Knipe, trouwt (2) 17-9-1709 met Antien Jans, geb Brongerga, dv Jan Ryckelds en Vrouck Yntses, Bonne trouwt (1) in 1674 (eerste proclamatie Langezwaag-Kortezwaag-Luxwoude 11-1-1674) met 1017. Reynsch Jacobs (Reinske Jacobs), geb te IJlst FR, overl te De Knipe.

Uit huwelijk met Reynsch mogelijk minstens 4 kinderen (geen doopregisters), onder wie de zonen Lolke Bonnes en Jacob Bonnes (kw 508). In de stemkohieren van 1698 wordt “Bonne Lolckes met zijn vier voorkinderen” genoemd, en ook “Bonne Lolckes met zijn vrouw”. Stemkohier 1698 Langezwaag (Opsterland) Stem nr. 39. Zakelijk gerechtigden: Tjebbe Tjebbes met zijn voordochter, de vrouw van Uilke Keympes, eigenaar voor bijna ½ Bonne Lolckes met zijn vier voorkinderen, eigenaar en gebruiker voor ruim ½. -
— In 1728 staat nr. 39 op naam van Jacob Bonnes voor ruim ½ en van Liebbe Hylkes, uit naam van zijn vrouw, voor bijna ½. Jacob is gebruiker van zijn deel, Claas Roels gebruiker van het andere deel. Stemkohier 1698 Langezwaag (Opsterland) Stem nr. 41. Zakelijk gerechtigden: Egbert Jolckes, eigenaar voor ¼ - Sybe Andries, eigenaar voor ¼ - Bonne Lolckes met zijn vrouw, eigenaar voor ¼ - Broer Tjebbes, eigenaar voor ¼ ; papist - Romke Everts, gebruiker. -
— In 1728 staat nr. 41 op naam van Lolke Bonnes voor 1/3 (daarvan is hij ook gebruiker) en voor 2/3 op naam van anderen (“papisten”) met Paulus Jaobs cum soc als gebruiker van dat deel. Stemkohier 1698 Brongerga en Mildam (Schoterland) Stem nr. 4. Zakelijk gerechtigden: Lyckle Jans, eigenaar voor 1/3 - Rykolt Annes, eigenaar voor 1/3 - Bonne Lolkes, eigenaar voor 1/3 - Geertie Wytses, gebruiker. -
— In 1728 staat nr.4 op naam van Jan Rykolts (de jonge) voor ½ en Cornelis Sygers, uit naam van zijn vrouw, voor ½. Gebruiker is dan Yntse Klases.

Bonne Lolkes is in 1698 mede-eigenaar van twee stemhebbende locaties te Langezwaag (stem 39 en stem 41), waarschijnlijk geerfd. Hij is 1674 getrouwd met Reinsch Jacobs uit IJlst, mogelijk koopmans- of schippersdochter, want IJlst ligt behoorlijk ver van Langezwaag. Bonne is gevestigd boer te Langezwaag in 1698. Merkwaardig in de meldingen is de noeming van hem met zijn vier voorkinderen. Waren dat kinderen (nog in leven) uit huwelijk met Reinsch, zij inmiddels overleden misschien? Was Bonne hertrouwd en zijn met “voorkinderen” kinderen bij Reinsch bedoeld? Hij trouwt 17-9-1709 (Gerecht SCHOTERLAND) met Antien Jans. In de stukken staat vermeld dat de derde proclamatie voor dit huwelijk (Gerecht SCHOTERLAND) 19-6-1695 werd gedaan, dwz 14 jaar voordat het huwelijk ook formeel wordt bevestigd (geen kerkelijk huwelijk). Mogelijk beschouwden Bonne en Antien zich al vanaf 1695 als gehuwd en betreft de melding in 1698 van Bonne “met zijn vrouw” de vrouw Antien. Dat Bonne in 1698 ook vermeld staat als eigenaar voor 1/3 van de plaats nr. 4 te Brongerga-Mildam, kan wijzen op al bestaande relatie met Antien. Hij vertegenwoordigt haar belang in deze plaats.

Schoterland, huwelijken 1709 Bevestiging huwelijk op 17 september 1709 Bonne Lolckes afkomstig van De Knipe Antie Jans afkomstig van Herenwal (Haskerland) De derde proclamatie voor het gerecht op 19 juni 1695.

Aannemend dat deze Bonne Lolckes dezelfde persoon is als de door ons bedoelde (stamvader) is de verwijzing naar Herenwal (Nijehaske, Heerenveen) voor Antie wel interessant. Is die verwijzing van 1695 (ondertrouw-inschrijving) achterhaald, of in 1709 nog van toepassing. Het laatste lijkt me onwaarschijnlijk. Antien Jans heeft wellicht te Nijehaske ingeschreven gestaan (Herenwal als plaats voor schippers en kooplui) maar had belang te Brongerga. Haar (veronderstelde) neef Jan Rykels, afkomstig van Brongerga, trouwt 2-3-1722 te IJlst, met Sijke Meynts, uit die handelsplaats afkomstig. Deze Jan (Rykolts de jonge) geldt 8 jaar later als mede-eigenaar van het belang te Brongerga. Maar laten we dit verhaal hier even stoppen en elders vervolgen.

Uit huwelijk van Bonne Lolkes en Reinsk (Rinske) Jacobs minstens de zonen:

    1. Lolke Bonnes, geb Langezwaag (Opsterland FR) ca 1675 (?), boer (huisman) en veenbaas, ovl 1742 (?), ca 67j oud, tr Sjoukjen Jeips, geb Nieuwehorne (Schoterland FR) ca 1675, ovl na 18-6-1742, dv Jeip Martens en Luts Ubles.
      — Uit de stemkohieren van 1728 valt af te leiden dat Lolke Bonnes, mede dankzij Sjoukjen, diverse belangen heeft. Hij is via zijn vader eigenaar en gebruiker van familiebedrijf te Langezwaag (“stem nr. 41”). Deze “stem” was wel verdeeld geraakt in de loop der tijden over verschillende eigenaren, maar dat was op zich geen groot probleem. Stemkohier 1728 Langezwaag (Opsterland) Stem nr. 41. Zakelijk gerechtigden: Tjebbe Broers, eigenaar; papist - Tjeerd Bontjes (BONSES), uit naam van zijn kinderen, eigenaar, met anderen, voor 2/3; papist - Jelte Gerryts (GERRITS), eigenaar - Jolke Egberts, eigenaar; papist - Lolke Bonnes, eigenaar en gebruiker voor 1/3 - Paulus Jacobs cum soc., gebruiker voor 2/3

Lolke Bonnes wordt na overlijden van schoonvader Jeip Martens voor de helft ook eigenaar samen met Cornelis Martens van bedrijf “stem nr.1” te Terband, dat hij niet zelf hoeft te runnen (Sake Piers is gebruiker): Stemkohier 1728 Terband (�Aengwirden) Stem nr. 1. Zakelijk gerechtigden: Lolke Bonnes cum soc., eigenaar voor 1/2, in plaats van Jeip Martens erven - Jeip Martens erven, eigenaar voor 1/2; nu Lolke Bonnes cum soc. - Cornelis Martens, eigenaar voor 1/2 Sake Piers, gebruiker. Hij kan (op afstand) veenbaas worden in Aengwirden: Stemkohier 1728 Tjalleberd (Ae�ngwirden) Stem nr. 3. Zakelijk gerechtigden: Pastorie van Tjalleberd, eigenaar voor 2/3 ofwel 8 ½ roeden - Juffr. IJlst, eigenaar van 3 1/2 roede (van de 12) - Lolke Bonnes cum sociis, gebruiker. En, uit naam van zijn vrouw, meedelen in andere belangen: Stemkohier 1728 Haskerdijken (Haskerland) Stem nr. 16. Zakelijk gerechtigden: Jan Martens, eigenaar voor ¼ - Lolke Bonnes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/16 - Jochum Wybrens, eigenaar voor 1/16 - Cornelis Martens erven, eigenaar voor ½ (red: Cornelis nu overleden?) - Oeble Jeeps, eigenaar voor 1/16 - Popke Harmens, gebruiker Stemkohier 1728 Joure (Haskerland) Stem nr. 16. Zakelijk gerechtigden: Jan Martens, eigenaar voor ¼ - Jeep Fokes, eigenaar voor ½ - Jochum Wybrens, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/16 - Lolke Bonnes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor 1/16 - Oeble Jeeps, eigenaar voor 1/16 - Sibren Thijses, gebruiker Stemkohier 1728 Nieuwehorne (Schoterland) Stem nr. 5. Zakelijk gerechtigden: Oebele Jeips, eigenaar voor ¼ - Jochem Wybrants, uit naam van zijn zoon, eigenaar voor ¼ - Lolke Bonnes, uit naam van zijn vrouw, eigenaar voor ¼ - Marten Jeips (JEEPS), eigenaar voor 1/4, en gebruiker voor 't geheel.

Lolke Bonnes is ca 1742 overleden.

    1. Jacob Bonnes (kw 508, WATERLANDER), aan te nemen jongere broer. Stemkohier 1698 Langezwaag (Opsterland) Stem nr. 39. Zakelijk gerechtigden: Tjebbe Tjebbes met zijn voordochter, de vrouw van Uilke Keympes, eigenaar voor bijna ½ Bonne Lolckes met zijn vier voorkinderen, eigenaar en gebruiker voor ruim ½. -
      — In 1728 staat nr. 39 op naam van Jacob Bonnes voor ruim ½ en van Liebbe Hylkes, uit naam van zijn vrouw, voor bijna ½. Jacob is gebruiker van zijn deel, Claas Roels gebruiker van het andere deel.
  • Sieger Wisses 1019.

Uit dit huwelijk: Foock Siegers (kw 509).

Kwartierstaat Jan Geeuwkes DE BOER (Ryksargyf). Dominee van de Herv.Gem. Oudega-Nijega-Opeinde was Petrus Gerardi MEILSMA 1652-1685. Terwijl voorgangers er slechts korte tijd het ambt bekleedden, was hij er rond 30 jaar dominee. Het kan best zijn dat hij in deze streek van vrijbuiters en ongedoopten kerkelijk huwelijk en dopen van kinderen aannemelijker wist te maken.
— Doopregister van Oudega-Nijega-Opeinde is vanaf 1640 bijgehouden (en bewaard). Dat geeft aan dat er serieuze aandacht voor was. In 1640 werd de kandidaat (pas-afgestudeerde) Franciscus JUVENALIS er als dominee aangesteld. Met hem startte dus waarschijnlijk die serieuze aandacht. Hij wordt in 1644 beroepen naar Stiens en wordt opgevolgd door Philippus KOëLLER, ook een kandidaat (pas-afgestudeerde). De “kandidaten” kregen mogelijk in de opleiding mee registers goed bij te houden. En lieten de aandacht aan opvolgers na. KOëLLER neemt al in 1647 beroep naar Akkrum aan. De kandidaat Johannes Wilhelmi WYNGAART is dominee te Oudega 1648-1652 (dan beroepen naar Oldeboorn) en hierna komt kandidaat Petrus Gerardi MEILSMA die niet vertrekt, maar te Oudega ca ruim 30 jaar als dominee rondgaat. Volgens stemkohieren van 1698 en 1728 waren Terwispel stemmen 14 en 35 geheel eigendom van de kerk (patroon). Boer op stem 14 is in 1698 en in 1728 Tjeerd Jollerts. Boer op stem 35 is in 1698 Claes Pyters en in 1728 Geert Geerts. Van stem 9 was “de patroon” eigenaar van 8/13de deel, in 1698 en 1728. Andere deel eigendom van erfgenamen Rintje Rienks (kw 520). Mogelijk was Pieter Abrahams eerder getrouwd: ondertrouw Sneek 12-5-1764 Pyter Abrahams, afk van Akkrum, en Pyttie Ieps, afk van Sneek. Pieter is dan 28. Daarover nog geen verdere gegevens. Abraham Pieters HAGA (1775-1817) tr (1) Akkrum 23-8-1801, hij 26, zij ca 20, met Hijke Abes, geb Akkrum ca 1782 (doop op belijdenis 5-11-1800), ovl Akkrum 20-11-1807, 25j, gehuwd, dv Marijke Gerrits en onbekende vader. Uit huwelijk met Hijke 3 kinderen: Pieter (geb 21-10-1802), Abe (geb 18-18-1804) en Johannes (geb 31-7-1807). Grootvader Pieter noemt in 1811 nog Pieter en Abe. Deze jongens verder niet in BS-meldingen. Beiden naar Ned.Indië getrokken? Ovl te Kedoe (Ned.Indië) 1-1-1828: P.A.HAGA (militair).
— APH tr (2) Akkrum 18-6-1809, hij 34, zij 21, met Akke Jelles NOOITGEDAGT, geb Akkrum 5-9-1787, ovl 29-6-1864, 76j, weduwe, dv Jelle Piers NOOITGEDAGT, koopman, en Fokeltje Gerrij. Uit huwelijk met Akke de zoon Jelle Abrahams HAGA, geb Akkrum 22-11-1811, ovl 18-10-1835, 23j, ongehuwd (aangifte Utingeradeel acht maanden later, 22-6-1836: “verdronken op reis van Amsterdam naar Batavia”). Ook Indiëganger.
— Vader APH overlijdt 1817 in de Leeuwarder gevangenis. De jongens zijn dan nog jong. Hij is gemeente-ontvanger te Akkrum, maar daarin kennelijk niet betrouwbaar. In 1815 wordt hij vervangen en houdt grote schulden. Tijdens dat jaar verkopen hij en vrouw Akke weidlanden aan schuldeisers. Op 20-10-1815 laat APH testament registreren. Daarna is hij op een dag in 1816 zomaar verdwenen. Niemand weet waarheen en “daar hij nog een kassa moet hebben van 666 gldns 9 stuivers 12 penningen” laat de schout een geldkistje door de veldwachter verzegelen. Hij wordt gevonden en in de gevangenis gezet. De bewoners van het zeedorp Ter Heijde (naar het riviertje de Hei, een zijarm van de Maas) verdienden in 1494 hun geld vooral met visserij op de Noordzee (J.G.de Ridder, pag 49). In het onderzoek dat in dat jaar werd gedaan ten behoeve van grafelijke belastingschattingen laten de bewoners weten dat de bestaande belastingen en andere toestanden (oorlogen, overstromingen) hen al tot grote armoede brachten. Klagende “middenstand”? Het dorp lag aan de zee, op korte afstand van het dorp Monster (een tiental minuten verwijderd van Monster dat via een zanderig pad te bereiken was), waar het kerkelijk ook onder viel. Eigenlijk was het de havenplaats van Monster, de heren van Monster bezaten grote delen van het dorp. De schrijfwijzen liggen nog steeds niet vast in die tijd. Hij is oudste zoon van kw 748 en kw 749. Bij de doop van drie van zijn kinderen wordt hij vermeld als “Anxem Arijensz Spronssen”, bij de overigen alleen met patroniem (kwartierstaat Van der Krogt). Vergelijk J.G. de Ridder, pag. 168 en 169. Kwartierstaat Van der Krogt. Deze was eerder getrouwd met Geertje Claasse VAN DER SNOEK, bij wie een zoontje Lucas in 1713. Het kan zijn dat hij een jongere halfbroer was van Geertje Lucas VERKOORN (kw 377). Er zijn “genealogieën” die haar geboortejaar ca 1643 noemen. Dit klopt niet met begraven in Martinikerk te Franeker 1702, 55j oud. Geboortejaar ca 1647 zou je dan verwachten. Verder nog te bekijken. Jacobus FENEMA, grietenijsecretaris van Dantumadeel, komt ook voor in ander deel van ons familieverhaal (zie GENERATIE 12). Kwartierstaat familie Bode op internet Bode-kwartierstaat De functie van dorpsrechter (of bijzitter) was een min of meer eervolle bijbaan. De dorpsrechter werd door de grietman benoemd, uit een voordracht van drie. Hij was in het dorp (Encycl.van Friesland 1957) “niet alleen de plaatselijke vertegenwoordiger van het grietenijbestuur, maar ook en vooral dienstbaar bij de rechtspraak; voor de waterschappen deed hij oproepingen.” Gersloot telde rond 1640 minder dan 20 huishoudingen, dus als “rechter” had Fedde Gosses het waarschijnlijk niet druk. Met waterstaat en dijkbewaking wellicht drukker. Misschien in zijn tijd speelde de kwestie van de aanleg van het kerkhof te Gersloot waarheen vanaf de dijk een rijpad moest worden aangelegd over het land van een (slimme) boer die nogal dwars lag. Dat rijpad kwam er uiteindelijk. De septemberstorm van rond 22-9-1671 is inmiddels uitgewoed. Misschien was het een week later te Rottum mooi nazomerweer. Hoewel een dame te Amerongen, provincie Utrecht, (Buisman IV, pg 642) op 9 oktober schrijft: “Het regent hier alle daech noch so dat ick niet weet hoe ment koorn weer in d’aerde sal krijchge.” De lente van 1672 is zonnig en droog. Ideale omstandigheden voor optrekkende landlegers. Het jaar 1672 heet in de vaderlandse geschiedenis “het rampjaar”. Franse, Keulse en Munsterse (“Bommenberend”) legers profiteren van de omstandigheden om binnen te vallen. Door de droogte is de oostelijke grens van de Republiek niet meer te verdedigen. Ook door onwil: de geldschieters in Holland betalen al jaren niet meer voor de verdedigingswerken. Tijdens het rampjaar 1672 steekt het Franse leger (12 juni) de vrijwel droogliggende Rijn aan de voet van de Elterberg (“Zonnekoning” Louis XIV kijkt vanaf de berg toe) over. Het leger rukt snel op naar Amersfoort en Utrecht. De Staatse regering, onder Jan de Witt, is radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos, is later geschreven. De Hollandse regenten krijgen het nu op hun brood dat ze stadhouderloos (zonder Oranjes) wilden doorregeren. Op 21 juni wordt op de “premier” Johan de Witt een moordaanslag gepleegd die hij overleeft. Zijn broer Cornelis de Witt wordt wegens een aanklacht van een moordaanslag op de jonge prins van Oranje gearresteerd en meer dan vier uren op de pijnbank gelegd. Prins Willem wordt 9-7-1672 tot stadhouder van Holland en 16-7-1672 tot stadhouder van Zeeland benoemd. Johan de Witt neemt op 4-8-1672 ontslag als “premier”, nog steeds herstellende van de bij de aanslag opgelopen verwondingen. Op 20-8-1672 bezoekt hij zijn broer Cornelis die nog in de Voorpoort (Gevangenpoort) bij het Binnenhof te den Haag gevangen zit. Dat wordt beiden noodlottig. De plaats wordt door “het volk” omsingeld en de broers worden naar buiten gesleept, vermoord en opgehangen. De Franse aanval op Holland wordt in de herfst van 1672 toch een misser. Mede door “slecht weer”. Achter de rug van het Franse leger trokken Duitse legers richting Groningen en Friesland. Het leger van de Münsterse vorst-bisschop Christoph Bernhard VON GALEN (1606-1678) die “Bommen-Berend” ging heten omdat zijn leger van mortieren gebruik maakte, was erop gericht Friesland te veroveren. De Lindelinie in het zuiden van Friesland (Weststellingwerf) kon hij passeren. Maar op de heidevelden oostelijk van Oudeschoot leed hij een nederlaag. Bij die slag waren veel “Woudsters” betrokken. Bommen-Berend bleef langer dan de Fransen in Holland actief in Drenthe, Groningen en Friesland. In 1674 moest hij tenslotte de bijl erbij neergooien. Een vredesverdrag werd gesloten. De bisschop trok zijn legers terug. Zijn oorlog kostte veel mensenlevens.

Schoonouders van Lolke Bonnes trouwen 6-1-1672 (Gerecht Schoterland): Jeip Martens, afk van Nieuwehorne, en Luits Ubles, afk van Oudeschoot. Beide tekenen met handtekening; zij tekent met “Luds Vbles”.