Van der Hoek
Kwartierverhalen

Generatie 13 — Detail

Generatie 13 (stam-betovergrootouders, 4096-8191)

a) VAN DER HOEK-kwartier (Friesland) Uit de periode rond 1600 binnen dit kwartier is niet zoveel te melden. Het is oorlog. De streken rond het Bergumermeer zijn tamelijk vogelvrij voor naar kwartier zoekende partijen. Er wordt nogal geroofd en verbrand. De prominente invloed van (rooms-katholieke) kerken en kernen (kloostercoöperaties enz) wordt abrupt gestopt. Verboden en opgeheven. Vanuit die situatie slechts enkele (beperkte/veronderstelde) “gegevens” betreffende ook maar enkele voorouders binnen dit kwartier. Van de andere 2000 geen nieuws (of ouds).

  1. Jelger Sjoerds, geboren in 1548, trouwt rond 1572 met
  2. Hendrikje Hendriks, afkomstig uit Witveen, geboren ca 1550.

Uit dit huwelijk: Sjoerd Jelgers (kw 2048)

  1. Tys
  2. Reinou ?

Uit dit huwelijk: Trijn Tijsses (kw 2049)

Over deze (stambetovergrootouders) Tys en mogelijk Reinou geen documentatie. Zij leefden eind 16de eeuw, in eerste helft van de oorlog met “Spanje” (Tachtigjarige Oorlog 1568-1648).

  1. Edze Gercks, geb ca 1545, ovl voor 1614 te Oostermeer, boer, tr 1570 te Oostermeer met
  2. Maryke (Maaike, Maria) Eelckes, geb ca 1548 te Garijp, ovl voor 1614. Uit dit huwelijk: Eelke Edzes (boer), Appollonia Edzes, geb 1576 te Oostermeer, trouwt ca 1598 met Sicke Harckesz, Gerck Edzes, geb ca 1590, geh voor 1622 met Antje Pieters. Tamme Edzes (kw 2050).

  3. Johannes 4103. Uit dit huwelijk: Reinsck Johannes (kw 2051). Reinsck Johannes rond 1647 vermeld als weduwe te Oostermeer (Opeinde) van Tamme Edzes.

  4. Harcke Ritskes, geb Oostermeer ca 1575, ovl na 1635, trouwt ca 1600 met

  5. Styn Freercks, ovl na 1635 Ouders van: Ritske Harckes (kw 2056) b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland) Meldingen in dit kwartier rond 1600 zijn uitgebreider dan over de Friese voorfamilie (die pas in 1811 de naam VAN DER HOEK ging krijgen). Grootmoeder Neeltje ROEM trouwt in 1900 te Naaldwijk met de jonge Bonne VAN DER HOEK uit Heerenveen (FR). Te Naaldwijk worden 6 kinderen geboren. Begin 1916 verhuizing naar Heerenveen. De Hollandse voorfamilie via grootmoeder Neeltje is van vier eeuwen terug heel wat vaker in documenten terug te vinden dan die van grootvader Bonne. De “stamlijn” ROEM/ROM mogelijk pas van rond 1650 (“wijnkoper te Rotterdam”). Andere voorouder-lijnen al van eerder. De ROEM-lijn (vanuit Rotterdam) krijgt rond 1790 voortzetting te Naaldwijk. Andere lijnen zijn andere (voorfamilie)lijnen.

  6. Michiel Harmensz (VAN DER KOOIJ), geb te Overschie rond 1524, bouwman in de polder Schieveen onder Overschie ter hoogte van de Zweth, hij had 48 morgen grond. Trouwt 1555 met

  7. Aefgen Grabielsdr, geb te Rodenrijs, ovl na (?) 10-3-1578 te Overschie.

Uit dit huwelijk (minstens) de zonen: Pleun Michielsz (VAN DER KOOIJ), geb rond 1557 te Overschie (kw 2680) Harmen-Michielsz (VAN DER SWETH), bouwman, geb 1571/1572 te Overschie, ovl te Overschie. Gehuwd met Ariaentgen Dirksdr VAN DIJCK, dochter van Dirk Claasz VAN DIJK en Rusje Pietersdochter. In ieder geval een zoon Pieter Harmens van der Sweth, die 11-4-1638 trouwt met Ingetje Claes. Arij-Michielsz.

Stambetovergrootvader Michiel Harmensz wordt genoemd als “alderman” te Overschie in 1599, was in 1616 “omtrent twee ofte drie ende negentig jaeren oud” en nog in leven. Hij overlijdt voor 30-4-1618 te Overschie, op zeer hoge leeftijd.

Zoon Pleun gaat op de kooikerswoning bij Delfgauw wonen (zie kw 2680). Zoon Harmen blijft in het boerenbedrijf van zijn vader aan het riviertje de Zweth. Terwijl de nakomelingen van Pleun de familienaam VAN DER KOOIJ krijgen, krijgen die van Harmen de familienaam VAN DER SWETH. De derde zoon, Arij, krijgt geen (geëchte) nakomelingen. Hij blijft ongehuwd en heeft een eigen boerderij in de Schieveen-polder. Waar hij 1641 overlijdt. Nog aan te vullen.

  1. Claas Hendriksz van T(H)OL, in 1578 gemeld als “welgeboren man” te Benthuizen (oostelijk van Zoetermeer), was hij belastinginner/tolhouder?, ovl aldaar ca 1590, gehuwd met
  2. Aagje Clasen (Claesdr), ovl te Benthuizen voor 9-1-1600.

Ouders van Neeltje VAN THOL (kw 2681).

  1. Huibrecht Pietersz DE BIJE, geb in Pijnacker, woonde daar, in Zoetermeer, vervener in Catwijk onder Pijnacker, in Zoetermeer, bouwman en schepen te Zoetermeer, en Zegwaard, ovl te Zegwaard ca 1627, gehuwd rond 1569 te Pijnacker met
  2. Ingetje CRYNEN, geb in Pijnacker, ovl te Zegwaard voor 8-5-1634.

Uit dit huwelijk: Abraham Huijbrechts de Bije, geb rond 1570 te Pijnacker Pieter Huijbrechts de Bije, geb rond 1572 te Pijnacker Annetje Huibrechtsdr de Beije, geb rond 1578 te Pijnacker (kw 2683). Sara Huijbrechts de Bije, geb rond 1581 te Pijnacker Hester Huijbrechts de Bije, geb rond 1584 te Pijnacker Marijtje Huijbrechts de Bije, geb rond 1587 te Pijnacker Geertrui Huijbrechts de Bije, geb rond 1590 te Pijnacker. Overl aldaar in 1636, ongeveer 46 jaar oud. Was getrouwd met Jan Jacobs ROBOL, geb rond 1590 te Pijnacker, woonde Achter Clapwijck, kerkmeester te Pijnacker, ovl 1652, ongeveer 62 jaar oud. Hij was zoon van Jacob Janssen ROBOL (“Heilige Geestmeester”) en Nelletgen Claesdr CHIJS. Geertrui en Jan Jacobs kregen over de periode rond 1612-rond 1623 tien kinderen Robol: Jacob, Sara, Maartje, David, Abram, Cornelis, Trijntje, Maarten, Willem en Jan.

  1. Jan (Cornelisz?) VAN DER MARK, geb ca 1545 5929. Uit dit huwelijk: Cornelis Jansz VAN DER MARK (kw 2964)

  2. Jacob 5931. Uit dit huwelijk: Maartje Jacobsdr (kw 2965)

  3. Aert Corneliszn (VAN DER SPRONSE), geb ca 1535 te Naaldwijk, overl aldaar na 1561, trouwt met 5985.

In 1561 gebruiker van 2 morgen land van de graaf van Arenberg, waarop een eigen huis staat, gelegen in Opstal bij Naaldwijk.

Uit dit huwelijk: Adraen Aertsz., in 1586 wonend in Opstal, begraven 31-12-1616 te Naaldwijk, trouwt 1581 te De Lier met Neeltgen Franssendr. Pieter Aertsz SPRONSEN, in 1586 wonende op de Korte Broek te Naaldwijk, trouwt met Claesje Jansdr. Jan Aerts VAN DER SPRONSE (kw 2992), trouwt 5-2-1575 te Naaldwijk met Marritgen Amsemsdr. (kw 2993).

  1. Jan Pouwels VOS (de Hoogwerff), geb ca 1530, begraven te Naaldwijk 10-7-1604, trouwt (1) Machteld Philipsdr, trouwt (2) Maritjen Ysbrantsdr, trouwt (3) ca 1570 met
  2. Maritgen Pietersdr (Maartje Pieters), begraven te Naaldwijk 7-3-1642.

Werd Maartje Pietersdr ca 90j oud? Misschien. Maar het is mogelijk dat we ons in “de gegevens” vergissen. We staan open voor correcties. De twee eerste huwelijken van Jan Pouwels lijken door vroeg overlijden van Machteld en Maritjen slechts van korte duur te zijn geweest. Het huwelijk met Maartje Pieters werd zijn derde huwelijk en duurde wel lang, tot zijn dood in 1604. Doopregisters uit de tijd van voor 1600 ontbreken en het is gissen naar mogelijke kinderen.

Ouders van: Joost Jansz VOS DE HOOGHWERFF (kw 3000) Lydeweij Jansdr Vos de Hoogwerf, gedoopt te Naaldwijk 25-8-1589, ovl in 1628, 39j oud. Trouwt (1) 6-2-1611 met de weduwnaar Crijn Jorisz VAN DER PUTTEN, geb 1562, ovl 21-7-1616, trouwt (2) 26-11-1617 met Aryen Simonsz (de) HOOCHWERFF. Kinderen en parentelen. Maartje Jansdr Vos de Hoogwerf, ondertrouw Naaldwijk 22-9-1619, met de weduwnaar Symon Fransz VAN DER MEER, geb Honselersdijk, gedoopt Naaldwijk 7-6-1579, schepen te Honselersdijk 1614 en 1616, ovl aldaar, begraven Naaldwijjk 17-11-1620, 41j oud.

Stambetovergrootvader Jan Pouwels (VOS) woont te Naaldwijk maar erfde of verwierf anderszins landbouw- of weidepercelen rond naburig Monster (in Westland). Bij de belastingheffing van 1579, 100ste penning, wordt hij aangeslagen omdat hij in de Dijckpolder bij Monster percelen land in eigendom heeft, verhuurd aan gebruiker. Twintig jaar later, in 1599, wanneer de bezittingen van de roomskatholieke abdij te Loosduinen worden geveild, is hij in staat een perceel van ruim 15 morgen land met hoeve in gebruik (verhuur) te kopen voor 2520L (ponden) en nog een perceel van 9 morgen land voor 850L. Volgens lokale normen is hij grootgrondbezitter.

  1. Pieter Florisz. COUCK, “beleend 1585, ovl 1602” 6009.

Uit het huwelijk: Jan Willem (kw 3004)

  1. Willem (van der Vlam), gehuwd met
  2. Weijntgen Cornelis. Na overlijden van Willem trouwt zij Gerrit Floriszn.

Uit huwelijk van Willem en Weijntgen: Lucas Willemsz VAN DER VLAM (kw 3018).

  1. Gerrit Jans, schipper, overleden te Naaldwijk voor 8-7-1636, trouwt 29-4-1584 met
  2. Baertjen Dircx, ovl te Naaldwijk voor 8-7-1636.

Uit dit huwelijk: Neeltje Gerrits, geboren te Naaldwijk ca 1690 (kw 3021).

  1. Joris Jansse BOL, gebruikte met zijn broer Aert eigen land te Ridderkerk, in 1561 woont hij te Mijnsheerenland, ovl voor 1569, trouwt na 1556 met
  2. Emma Claesdr VAN BEVEREN (Emmeke), weduwe van Jacob Stevens VAN DER MAST (ovl 1556).

Ouders van: Adriaentje Jorisdr BOL (kw 3051)

Emma heeft uit eerste huwelijk in ieder geval een zoon Steven. Na overlijden van Joris (boedelscheiding 11-3-1569) trouwt zij (3) met Cornelis Adriaens Gijsbrechts, heemraad van Puttershoek, maar overlijdt niet lang hierna. Door de volgende boedelscheiding op 2-3-1573 komt het eigendom van de hofstede te Mijnsheerenland aan de nog jonge dochter Adriaentje.

  1. Gisbert Pieters MEEUWENHIL (ook: Nieuwenhil), eigenaar en gebruiker van grond in het Grote Zomerland, de polder ten noorden van Mijnsheerenland, ovl Mijnsheerenland 1-7-1607, weduwnaar van
  2. Marichen Adriaans Aelbrechtsdr, ovl 8-8-1602. Bij huwelijk was zij weduwe van Aert Gijsbrechts HACKE (getrouwd voor 22-10-1753).

Uit huwelijk van Gisbert en Marichen: Neeltje Gijsberts Pietersdr (kw 3052)

  1. Leendert Cornelisz ROOBOL, geb 1530, schepen van Rhoon 1576/80, schout van Rhoon 1584/97, ovl te Rhoon 1-6-1600, trouwt ca 1569 aldaar met
  2. Maartje Dirksdr KOORNNEEFF (Koornneef, Coorneef), geb ca 1547 te Rhoon

Uit dit huwelijk (nog verder na te gaan): Cornelis Leendertszn ROOBOL, landeigenaar te Oud-Beijerland, schepen en heemraad aldaar 1590/99, driemaal gehuwd Dirk Leendertszn ROOBOL, trouwt 22-12-1596 met Lijsbeth Willemsdr Jan Leendertszn ROOBOL, trouwt 21-4-1587 te Rhoon met Stevina Damisdr Neeltje Leendertsdr ROOBOL Annetje Leendertsdr ROOBOL, trouwt Jacob Foppen Leeuwenburg Pieter Leendertszn ROOBOL (kw 3066) Willem Leendertszn ROOBOL Lijsbeth Leendertsdr ROOBOL, trouwt Pieter Foppen Leeuwenburg Herman Leendertszn ROOBOL, trouwt 22-9-1613 te Poortugaal met Magdalena Claasdr van Driel (beiden na een eerder huwelijk).

c) DE JONG-kwartier (Friesland) De DE JONG-naam binnen dit kwartier is pas van na 1811. Oudmoeder Epkjen Meyes (FRANKENA) te Oosterzee (Lemsterland FR) wordt 1806 weduwe van Pier Jacobs (kw 48), trouwt (2) 28-1-1810 te Doniaga (Doniawerstal FR) met Klaas Douwes DOUMA. Haar kinderen uit eerste huwelijk gaan niet DOUMA heten, maar DE JONG. Wij stammen van Jacob Piers DE JONG (kw 24). In de voorfamilie rond 1600 binnen dit kwartier allerlei voorzaten terug te vinden.

  1. Cornelis Scheltes, geb ca 1561 te Franeker, trouwt 11-8-1604 aldaar met
  2. Sas(kia) Aeryansdr

Ouders van: Schelte Cornelis (Falkenburgh) (kw 3298) PM: Bode-stamboom (bode-almere.nl)

De FALKENBURGH-naam (of andere schrijfwijze, zoals VALCKENBURGH) komt in registers rond 1600 (Friesland) nog niet voor. Registers ontbreken.

  1. Pytter Pyttersz
  2. Hadewych Adriaensdr

Ouders van: Pytter Pyttersz (Bechius) (kw 3300) PM: Bode-stamboom

  1. Jan Mathijsz, geb ca 1555 6603.

Ouders van: Eva Jans (kw 3301)

  1. Gerardus Tammonis, geb ca 1550 6605.

Uit dit huwelijk: Tammerus Gerardi (POUTSMA) (kw 3302)

Gerardus Tammonis (Gerard Tammeszoon) wordt als stamvader genoemd in POUTSMA-genealogieën. Verbonden aan de POUTSMA-state te Wierum (Westdongeradeel, FR). De Latijnse benaming kan van zijn zoon stammen, de latere predikant Tammerus Gerardi (kw 3302), die eind jaren 90 van de 16de eeuw aan de hogeschool Franeker theologie gaat studeren en wordt ingeschreven als Tammo Gerardi Embdenensis.

De toevoeging “Embdenensis” verwijst naar de havenplaats Embden in Oost-Friesland (Duitsland), rond 1570 een uitwijkplaats voor protestanten in de begonnen strijd tegen het katholieke Spaanse bewind. Het Groningse gebied bezuiden Embden heet Reiderland. Zoon Tammo (Tammerus, Tamerius) Embdenensis heet te Reiderland te zijn geboren. “Gerardus Tammonis” woonde mogelijk daar. Als autochtoon of uitwijkeling. Het was wel mogelijk dat zoon Tammo aan de prille hogeschool te Franeker theologie ging studeren en dominee werd.

De POUTSMA-state te Wierum komt als erfgoed binnen via Eelcke Sybrandts BAERDT (kw 3303) met wie Tammerus in 1603 trouwt. De jonge dominee neemt de vererving, het wapen en de naam POUTSMA aan.

  1. Sybrandt Sjoerds BAERDT, geb ca 1550, meester in de rechten, notaris te Arum (vermeld 1582), advocaat voor het Hof van Friesland, ovl 1593, trouwt 21-11-1583 met
  2. Tie(d)cke FROMA, geb ca 1550, ovl 25-4-1616, na overlijden van Sybrandt getrouwd met Jan HOOCH (ook: Jan HOECK).

Volgens kwartierstaatmeldingen zijn Sybrandt (1593) en Tiedcke (1616) te Wierum (Westdongeradeel, FR) overleden. In 1603 trouwt dochter Eelckien (kw 3303) te Joure (Haskerland, FR), 18j oud, met de jonge dominee Tammerus Gerardi (kw 3302) die de naam POUTSMA en de claim op de state te Wierum gaat gebruiken.
— Dat Eelckien te Joure trouwt had mogelijk ook verband met het feit dat Sybrandts oomzegger, Dirck Hobbes BAERDT, daar in 1601 tot grietman was aangesteld.

Uit huwelijk van Sybrandt en Tiedcke: Eelckien Sybrands BAERDT (kw 3303), geb ca 1585, tr 16-10-1603 te Joure met de jonge dominee Tammerus Gerardi (kw 3302). Petrus Sybrandts BAERDT, geb ca 1590, dus kort voor overlijden van vader Sybrandt.

Aan de zoon Petrus BAERDT wijdt de historicus dr. A. Wumkes in zijn boek “Bodders yn de Fryske Striid” (1926) een apart hoofdstukje. Volgens Wumkes is Petrus ca 1590 te Starum (Staveren, Stavoren) geboren. Dat is behoorlijk ver van Franeker en Leeuwarden, maar het was oorlog met de Spaansen en mogelijk had Sybrandt in Starum iets te doen: “Hy is berne yn Starum pl.m. 1590; syn heit wier Mr. Sybrand Baerd, dy't 21 Nov. 1593 foarkomt as abbekaet foar it Hôf fen Fryslân (in broer fen Mr. Hobbe Baerdt, griffier by it Hôf en stamfaer fen it aristokratyske Baerdtslachte, dat grytmannen oplevere hat fen ûnderskate Fryske gritenijen). Dizze boaske yn Aug. 1583 mei Tiecke Froma, út in âld Fivelgoaër skaei, dat syn stamnêst hie yn Wirdura (Gr.) en dy letter Jan Hooch (Hoeck) ta man hie, De soan krige syn opfieding by syn miich Frans Martens Kyll yn Harns, dy't troud wier mei Idtie Baerdt.” Moeder Tiedcke FROMA, volgens Wumkes van Groningse herkomst (Fivelgo), trouwt (2) met Jan HOOCH. Mogelijk is in een akte over dit tweede huwelijk gemeld dat Sybrand abbekaet foar it Hôf fen Fryslân was. Mogelijk kwam zijn overlijden voordat hij in die functie ook werkelijk kon aantreden. Het zoontje Pieter (Petrus) wordt uitbesteed bij het echtpaar Kyll te Harlingen. Wumkes noemt Frans Martens KYLL als “miich” (neef), maar Kyll was aangetrouwd. Idtie Baerdt (Yda Doedes Baerdt) was volle “miich” (nicht) van Pieter (Petrus), ruim 20j ouder dan dit jonge neefje. Bij Frans en Yda wordt Pieter te Harlingen geschoold. Dankzij een studiebeurs van de Friese staten kan hij 24-5-1611 te Franeker als student worden ingeschreven. Hij begint als student theologie maar verlegt de koers naar medicijnen en studeert 7-6-1616 af als medisine-dokter. In 1618 is hij even arts te Workum, in 1619/21 arts te Bolsward en tevens conrector daar bij de “Latijnse school”. Wumkes merkt op dat Gysbert Japiks (geb 1603), oudvader van Friese dichters, aan de Latijnse school te Bolsward mogelijk Petrus BAERDT als onderwijzer meemaakte: “sadet der kâns bistiet, det Gysbert Japiks (berne 1603) fen him Latyn en mûlk ek foarljeafde for it Frysk leard hat.” Petrus BAERDT trouwde nog voornaam met Djoecke VAN BEYMA, dv Wytse VAN BEYMA en Hiltje VAN AYLVA, maar werd via gerechtelijke beslissing van 4-10-1625 te Franeker zeggenschap over haar admestraesje ontnomen. Het huwelijk met Djoecke gaat niet lang verder. Wumkes: En men scil net fier fen 'e wierheid wêze, as men yn Baerdt ek in frjeon sjucht fen drinken en klinken, Yn Juli 1637 kin men him treffe as ynwenner fen Dokkum, dêr't er troude mei Engeltie Wyllems Knijff. Mar net lang scil er dêr syn tinte hawn hawwe, hwent datselde jiers waerden syn bern yn Ljouwert doopt (1639 en 1641) Petrus BAERDT had goede connecties in de schrijverswereld van die tijd in Friesland (o.a. Starter en misschien Gysbrecht Japiks) maar had weinig boeksucces. Hij werd een bijdrager aan almenakken en verdiende daaraan, soms redelijk, soms matig tot slecht.

Wilde verhalen over haar jongere broer, terwijl (onze voormoeder) Eelkje BAERDT al ca 18j oud in 1603 domineesvrouw wordt te Joure en IJlst. Zie kw 3302/3303 Generatie 12.
— Haar neef Dirck Hobbes BAERDT leefde een minder wild leven dan haar broer Petrus. Deze Dirck, zoon van mr Hobbe BAERDT, wordt in 1601 grietman van Haskerland. In 1615 wordt hij in die functie opgevolgd door zijn zoon Hobbe Dircks (van) BAERDT. In 1650 volgt diens jongere zoon Egbert Hobbes (van) BAERDT zijn vader in de functie op, terwijl de oudere zoon Dirck Hobbes VAN BAERDT in 1639 tot grietman van Ooststellingwerf was benoemd. Drie generaties BAERDT als grietmannen van Haskerland eindigt met overlijden van Egbert. In 1669 wordt Arnold VAN VIERSSEN grietman aldaar, in 1681 Mathijs VAN VIERSSEN, vanaf 1689 volgt een rij van grietmannen VEGELIN VAN CLAERBERGEN.

  1. Rommert

  2. Reyner Jansz, geb ca 1560

  3. Anna Heinsdr

Ouders van: Jan Reyners (kw 3314)

  1. Doeckle Oenes, geb ca 1570, boer te Oosterlittens (Baarderadeel, FR)
  2. Jouck Djurredr, ovl te Oosterlittens vóór 1642

Ouders van: Ulbe Doeckles (kw 3324)

Oosterlittens in Baarderadeel ligt op korte afstand van de “grens” met Hennaarderadeel (waar je Westerlittens zou verwachten). Baarderadeel was eertijds een van de vijf delen van het oude district Frana-eker en gold in de late Middeleeuwen als de vierde grietenij van Westergo. Direct bezuiden Oosterlittens de buurschap Schrins (Skrins) waar ADEMA- en ANGEMA-zathes voorkwamen. In 1655 is er sprake van (kleinzoon of achterkleinzoon?) Doeckle Oenes die ANGAMA wordt genoemd. Deze Doeckle is volgens meldingen in 1629 geboren. Mogelijk kleinzoon, zoon van Oene Doeckles (nog onbekend).

Voorvader Ulbe Doeckles (kw 3324) zou zoon van Doeckle en Jouck zijn (Palstra.com), ca 1695 geboren (Oosterlittens?), ovl 1638 te Arum. Maar: vanwaar de voornaam Ulbe? Als de relatie klopt, was hij ongeveer oudste zoon en is vernoeming Oene of Djurre aannemelijker (hoewel dit niet altijd geldt). Ulbe vestigt zich te Arum, behoorlijk ver weg van Schrins/Oosterlittens, van de ANGAMA-zathe. Over de gelegde relatie twijfels.

  1. Lolcke Jans, geb ca 1571, ovl voor 1620 (voor mei 1604?)
  2. Jantien Piers, ovl ca 1619

Ouders van: Eelck Lolckes (kw 3325)

  1. Hessel Jans, geb ca 1561, jongere broer van Lolcke Jans (kw 6650)
  2. Auck Jelles BONNEMA (Anke Jelles), ovl na 1617 (Minnertsga, BARRADEEL ?)

Ouders van: Lolcke Hessels (kw 3326)

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

  1. Michiel Hannes, geb. ca 1565, trouwt met
  2. Rits Annedr.

Uit dit huwelijk: Trijn Michielsdr (kw 4049). Michiel Hannes wordt in SintJohannesga vermeld.

Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn. De 48 “morgen grond” betreft in hedendaagse termen ruim 40 hectare. Ik weet niet precies hoe groot de Schieveenpolder (boven Rotterdam) was. Met die 48 morgen was voorvader Michiel Harmens niet de geringste. Hij doorleeft de “revolutie” van de 16de eeuw: afzwering van de Spaanse koning, begin Tachtigjarige Oorlog, afzwering van de Katholieke kerk etc. In 1599 genoemd als alderman te Overschie (bron: Hofstee). Hij is dan al ruim 70j oud. Woelige (oorlogs-)tijden. In kwartierstaat Kim Dijkxhoorn komen zowel Pleun van der Kooij als Harmen van der Sweth als voorvader voor. Pleuns kleinzoon Jacob Gabriëls van der Kooij, getrouwd met Annetgen Arentsdr Dijcxhoorn, krijgt een zoon Gabriël Jacobszn, die trouwt met Annetje Symonsdr Hoorewech, de dochter van Symon Cornelszn Hoorewech en Harmens kleindochter Maertge Pieters van der Sweth. Tussen 10-5-1582 en 1-5-1597, volgens melding in “Ons Voorgeslacht” 1967 blz 27. Genealogie van Pieter de Bije (Angelfire): “tussen 6 november 1626 en 1628”. Kwartierstaat Schelling-Beekenkamp. Genealogie van Pieter de Bije (Angelfire). Het Westland was begin 16de eeuw nog geen centrum van tuinbouw. Uit onderzoek (‘Informacie’) in 1514 onder de bewoners gedaan, met oog op belastingheffing, blijkt dat zij toen voornamelijk leefden van akkerbouw en veeteelt. De tuinbouw werd later geintroduceerd, vooral nadat Frederik Hendrik in Honselersdijk een groot buiten had laten bouwen, met uitgebreide fruit- en groentetuinen erbij. Kwartierstaat Van der Krogt. In overzicht van advocaten voor het Hof van Friesland (internet) komt de naam van Sybrandt Baerdt niet voor. Wumkes, Bodders yn de Fryske Striid (1926), schrijft dat Sybrandt advocaat voor het Hof was, zoals zijn broer Hobbe er griffier was. Hobbe is als zodanig vermeld, maar Sybrandt staat niet in de lijst. In enkele overzichten worden ook dochters Oetie en Ydtje genoemd. Doeckle Oenes, geb 1629, tr 11-11-1655 te Jorwerd met Impck Pyters, zij van Jorwerd, hij van Oosterlittens.