Van der Hoek
Kwartierverhalen

Generatie 14 — Detail

Generatie 14 (stam-oudouders, 8192-16383)

a) VANDERHOEK-kwartier (Friesland)

Meldingen over voorouders in dit kwartier beginnen rond 1550. De naam VAN DER HOEK komt pas in 1811 voor. In 1811 moeten gezinshoofden een achternaam laten inschrijven en een verre nakomeling (Freerk Tammes, kw 32) kiest dan de VAN DER HOEK-naam voor zich en kinderen. Daar zat geen “familietraditie” achter. Het kwartier van voor 1811 kan ook SEINSTRA-kwartier heten, want de oudere broer Sierd Tammes kiest in 1811 de SEINSTRA-naam. En laat een omvangrijke familie na. Voor 1811 hebben we met voornamen en patroniemen te maken. Uit de tijd rond 1550 “weten” we de voornamen van 3 voorvaders binnen dit kwartier: Sjoerd (Sierd), Gerck en Eelcke. En we “weten” waar zij zich ophielden: in het Friese Oostergo, rondom het Bergumermeer. Andere namen en herkomsten nog aan te vullen.

Geografisch: Het Bergumermeer (Burgumermar, ca 360 hectare groot) is een na de laatste ijstijd gebleven zoetwatermeer tussen de uitlopers van hogere zandruggen (schoten of rijpen). De zandruggen lieten vroege bewoning toe: jagers, vissers, plantenteelt, ontginning, turfwinning enzovoort. Deze ontwikkeling kwam ook elders voor. In de latere middeleeuwen (1200-1500) groeide het aantal vestigingen rondom het meer dat via de Ee en andere vaarroutes naar het westen afwaterde en dus richting de daar opkomende handelsplaatsen en steden zoals Leeuwarden. Dit deel van het Friese Oostergo (Tietjerksteradeel) werd vooral toeleverancier richting Leeuwarden. Aan de oostkant van het Bergumermeer, aan de andere kant van de zandrug daar, ging de afwatering niet naar het meer, maar via de Lauwers-stroom (en andere stroompjes) richting het noorden naar de waddenzee. Via het district Achtkarspelen, met een eigen en meer op Groningen gerichte historie. Historisch: Sjoerd (stam-oudvader? in mannelijke lijn) kennen we alleen “bij naam” omdat hij genoemd wordt als vader van Jelger Sjoerds (kw 4096), de vader van (vermoedelijke) stamovergrootvader Sjoerd Jelgers (kw 2048) die ca 1575-1630 leefde en als schipper te Oostermeerderveen is genoemd. In register van 1578 vinden we Sjoerd, Jelger of Gerck niet terug. Het register van 1578 betreft een personeele impositie (belasting). Het zittende bewind (namens de koning van Hispanje) organiseerde een belastingheffing per gezinshoofd om te voorzien in de kosten van dit bewind. Dat in oorlog was met opstandige partijen (onder de Oranjes etc). Deze heffing werd, in ieder geval binnen Friesland, nog redelijk geadministreerd. Wel voor het laatst, want in 1581 werd door de Staten-Generaal van Brabant, Gelderland, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Friesland, Mechelen, Overijssel en Utrecht de eed van trouw aan de Spaanse koning formeel opgezegd. Daarna bleef het oorlog: Tachtigjarige oorlog.

In 1578 wordt in Friesland onder Spaans bewind de genoemde personeele imnpositie geheven. Volgens het bewaarde register worden in de Bergummer ende Garyper quartiers 351 gezinshoofden aangeslagen. Verdeeld over zeven dorpen: Bergum/Noordermeer, Eestrum, Oostermeer, Hardegarijp en in Garyper vierdel: Suameer, Garijp en Eernewoldt. Voorvader Eelcke Douwesz is in dit register terug te vinden. Te Garijp staan 56 personen ter belasting geregistreerd (totale belastingsom voor het dorp is 41 Caroliguldens). De pastoor, heer Thomas, wordt voor 3 gld aangeslagen. Acht anderen, onder wie Eelcke Douwesz, voor 1 gld 5 stuivers, en 5 anderen voor 1 gld. Anderen voor minder. De voorvaders Sjoerd en Gercke worden mogelijk in het impostregister van 1578 ook vermeld, misschien ook niet. Er is een Gercke Meensz te Oostermeer met 2 gld 5 stuivers hoog aangeslagen. Er zijn enkele personen Syurdt geheten, zoals te Noordermeer: Syurdt scipper. Deze wordt niet aangeslagen want “nichil potest” (geen inkomsten). Voorvader Ritske Harckes is ook terug te vinden. Hij woont te Oostermeer en moet 7 stuivers betalen. Te Oostermeer waren 63 aangeslagenen, die samen 35 caroliguldens en 5 stuivers moesten inbrengen.

Bij de heffing van 1578 moeten Bergum (41 aangeslagenen) en Noordermeer (38 aangeslagenen) samen 65 caroliguldens en 14 stuivers opbrengen. Daarvan de prior van het Convent van Bergum (Bergklooster tussen Bergum en Noordermeer) alleen al 20 Cgldn en de procurateur Oedts Arnsz 6 Cgldn. Drie jaar later wordt dit klooster overweldigd en verwoest en raken de archieven verloren. Dit gebeurt ook bij andere kloosters en kerken in de omgeving.

Onze stam-oudouders die in deze streek woonden, maken die omschakeling (begin Tachtigjarige Oorlog) mee. Het gebied is relatief vruchtbaar en heeft veel oorlogsschade te verduren in de eerste jaren om die reden. Legertroepen hebben eten en drinken nodig en bezetten (plunderen) het liefst gebieden waar iets te halen valt. Zo begint de geschreven historie. Verdwijnen ook (misschien) vroege documenten en registers, voorzover gemaakt.

Uit de streek rond het Bergumermeer is aan documentatie uit die tijd weinig overgebleven. De kloosters werden platgebrand en verwoest, daarmee ook documentatie. Terwijl vanuit die kloosters (in noordoostelijk deel van Friesland) veel werken ontstonde

  1. Sjoerd (Sierdt, Syert), geboren ca 1520
  2. (n.n.)

In mannelijke “stamlijn” de vroegst te vinden voorvader in (ons) VAN DER HOEK kwartier. Op basis van patroniem van zoon Jelger. De VAN DER HOEK-naam verschijnt pas per 1811 en komt niet van deze Sjoerd, laat dat duidelijk zijn.

Uit dit huwelijk: Jelger Sjoerds (kw 4096), geb 1548.

  1. Gerck, geboren ca 1520
  2. (n.n.)

Uit dit huwelijk: Edze Gercks (kw 4100), geb ca 1545, woont gehuwd met Marijke Eelckes te Oostermeer (Tietjerksteradeel, Oostergo, FR).

  1. Eelcke (Douwes), geboren ca 1520, ovl te Garijp (Tietjerksteradeel, FR) in 1601, boer/landbouwer. Bij de personele impositie van 1578 te Garijp: Eelcke Douuwsz (aanslag 1 Caroligldn, 5 stuivers)
  2. Gelske Rienckes

Uit huwelijk van Eelcke en Gelske 3 dochters gemeld (geen doopregisters): 1. Marij Eelckes (kw 4101), ca 1548, gehuwd met Edze Gercks (kw 4100) 2. Ynske Eelckes, gehuwd met Saecke WIERDA 3. Holdu Eelckes, gehuwd (1) met Douwe Mintzes ca 1595, gehuwd (2) met Ilbe Linses ca 1605. Douwe (geb Oldeboorn ca 1568) ovl Garijp 22-6-1602, ca 34j oud. Holdu ovl Garijp voor 16-6-1618, ca 45j oud. Uit huwelijk van Holdu Eeckles en Douwe Mintzes een zoon Wybrant Douwes, boer te Garijp, ovl ca 1638. Diens zoon Hedman Wybrens, ovl Garijp 1667, vermeld als boer, diaken en lid armbestuur. De dochter Tjitske Hedmans (Garijp 1664-1752) trouwt Garijp 22-5-1687 met Hedser Nuttes (Garijp 1659-ca 1706), boer te Garijp, in 1698 gebruiker van de plaats te Garijp met stem 33. Tjitske (Thieds) trouwt (2) Garijp 9-12-1708 met Rienck Melles, in 1728 gebruiker van stem 33.

  1. Ritske Harckes, geb ca 1550, ovl Oostermeer na 1582
  2. Aefcke Popckes, ovl Oostermeer 1582

Ouders van: - Harcke Ritskes (kw 4112) - Aesge Ritskes

Bij de Personele Impositie van 1578 staat Ritske Harckesz te Oostermeer als belastingplichtige vermeld. Hij moet 7 stuivers betalen.

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

Meldingen over voorouders in dit kwartier zijn wat uitgebreider aanwezig (bewaard gebleven) dan die in de drie Friese kwartieren. De herkomst van de ROEM-achternaam vanuit Rotterdam is te veronderstellen (wijnhandel rond 1650 of al eerder?), maar nog niet zeker te documenteren dan sinds 1700: David Jannsen ROEM (kw 160, generatie 7). Uit de voorfamilie van grootmoeder Neeltje ROEM (kw 5, generatie 3, 1871-1937), getrouwd Naaldwijk 2-9-1900 met de uit Friesland afkomstige kleermaker Bonne VAN DER HOEK (kw 4, generatie 3, 1875-1943), zijn meerdere voorouders te noemen van voor 1600.

  1. Harmen Dirkxsz, geboren ca 1492, bouwman in Schieveen onder Overschie, ovl 7-2-1-1580 te Overschie, gehuwd met
  2. Maritgen Jacobsdr, geb ca 1490, ovl 20-2-1591 te Overschie

Uit dit huwelijk (minstens): Michiel Harmensz (kw 5360)

Ouders van stambetovergrootvader Michiel Harmensz (VAN DER KOOIJ) die rond 1524 te Overschie wordt geboren. Waarschijnlijk nam deze het agrarisch bedrijf van zijn vader over of een deel ervan. Stamoudvader Harmen Dirkxsz mogelijk begin 16de eeuw in de omgeving van Delft een (relatief) redelijk belangrijke pachtboer.

  1. Gabriël Adriaenszoon, landbouwer, landeigenaar en pachter te Berkel, ovl te Berkel (Rodenrijs) voor 10-3-1578. Tweede huwelijk met 10723. Uit dit huwelijk: Aefgen Grabelsdr (kw 5361)

  2. Hendrik (VAN TOL), ca 1520 (?, Benthuizen?) 10725.

Uit dit huwelijk: Claas Hendrikszn VAN TOL (kw 5362)

  1. Pieter Claasz DE BEIJE, landbouwer aan de Zegwaardse Wallen, ovl te Zegwaard voor 26-2-1619 10733.

Uit dit huwelijk: Huibrecht Pietersz de Beije (kw 5366).

  1. Crijn (Queijering) Cornelisz GORTER, ovl te Zegwaart voor 20-10-1607, trouwt met
  2. Lijsbetgen (Lijsbeth) Jorisdr., ovl als weduwe tussen 3-3-1609 en 2-5-1610, begraven te Zoetermeer.

Uit dit huwelijk: Ingetje Crijnen (kw 5367).

Stamgrootvader Crijn Cornelisz GORTER had zoals velen in de omgeving in 1572-1573 zijn directe bijdrage aan de oorlogsinspanningen te leveren, volgens de rekeningen van ruitergelden die in 1572-1573 waarschijnlijk door Cornelis Vranckez BIJL, schout van Zegwaart, zijn opgesteld betreffende inkwartieringskosten, die het dorp moest maken. Van 11-11-1572 tot 12-7-1573 belegerden Spaanse legers de stad Haarlem. De toestroom van soldaten moest tot in verre omgeving worden opgevangen. Het inkwartieren was niet gratis. In de rekeningen komt stamgrootvader Crijn voor: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaeten vier daegen met een jongen, twe daegen, beloept an gelt met een vrou eenen dach 4 gulden 15 st.” Genoemde jongen zal wel de wapens hebben moeten poetsen of de paarden verzorgen en wat die vrouw-van-éen-dag er had te zoeken, blijft uiteraard een raadsel. In dezelfde rekeningen komt te Zegwaart ook Gerrit Cornelisz GORTER voor, wellicht een broer van Crijn. Ook hij herbergde “twe soldaeten met een vrou ende een jongen vier daegen met noch een jongen beloept an gelt 7 gulden.”

Met een week inkwartiering was het voor de GORTERS en ook andere gezinshoofden te Zegwaard niet gedaan. Wanneer onder hopman Munter een nieuwe lichting via Zegwaard passeert, is stamgrootvader Crijn opnieuw de klos: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt een soldaet met een vrou en een jongen 4 1/2 dach”. Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt van hopman Munter een soldaet met een vrou, een jongen 6 daegen noch een jongen twe daegen compt 6 _ gulden”.

En later bij nieuwe passages: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaten compt 25 st.” Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt 2 soldaten, een vrou.” Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaten met een jongen.” (Rekeninck van de soldaten in Zegwaert van hopman Geleyn).

De kosten werden deels betaald via een belasting (dorpssteek), deels door betaling vanuit de “schatkist” van de “Conincklijcke Majesteyt” (Filips II, de koning van Spanje, vulde die schatkist uiteraard niet zelf).

  1. Cornelis Spronxsz., geb ca 1510, trouwt (tweede huwelijk) met
  2. Adriana Arentsdr

Uit dit huwelijk: Aert Corneliszn van der Spronse (kw 5984). Cornelis Spronxsz woont in 1561 te Honselersdijk. Overleden na 31-5-1592.

  1. Jan Jacobs BOL 12205.

Ouders van: Joris Jansse BOL (kw 6102)

  1. Claes Willemsz VAN BEVEREN, ovl 6-11-1529, begraven in de Grote Kerk te Dordrecht, Van Beverenkapel, gehuwd 11-10-1515 te Dordrecht (huwelijkse voorwaarden) met
  2. Jacomina Everts SNOUCK, geboren ca 1494 in Gorinchem, werd opgevoed bij haar oom te Dordrecht (mr. Cornelis Jacobsz Block, broer van haar moeder), ovl in juli 1578 te Dordrecht, ca 84j oud.

Claes werd Heer van Dordtsmonde in 1528 bij doode van zijn neef Joost Queckel Hendrikszn, leenman van de grafelijkheid, leenhouder van het schrootambacht 1510-1516 (hij verkoopt dan deze rechten), vroonheer van Bolnesse, schepen van Dordrecht 1514/28 en lid van de veertigraad aldaar in 1523. Hij woonde in het ouderlijk huis "Den Ouden Beer" aan de Wijnstraat.

Claas van Beveren Mr. Willemszn en zijn nakomelingen voerden het wapen van Beveren (in groen een klimmende zilveren bever) met als helmteeken een zilveren hoed met groene opgeslagen rand, waarop een groene bol met 3 struisveren groen-zilver-groen.   Ouders van: Emma Claesdr VAN BEVEREN (kw 6103)

  1. Pieter Cornelissen Joostensz, bouwman in het Oudeland bij Mijnsheerenland, op 27-3-1543 meerderjarig verklaard, trouwt (1) voor 1550 met Ariaentje Ariaens, weduwe van Jan Heijnensz, trouwt (2) na 1550 met
  2. Maertje Adriaensdr, ovl voor 1553 Pieter was van 1546 tot 1566 waarsman van de polder Oudeland en in 1575 Heilige Geestmeester. Op 22-02-1580 genoemd als heemraad van het Ambacht van Mijnsheerenland van Moerkerken.

Ouders van: Gisbert Pieters MEEUWENHIL (kw 6104)

  1. Adriaen Aelbrechtsz, in 1542 genoemd als kerkmeester van Westmaas, in 1573 als heemraad van Westmaas-Nieuwland en Mijnsheerenland van Moerkerken, trouwt (2) voor 8-7-1553 te Mijnsheerenland met Maritge Jacobs Huygen, weduwe van Michiel Jansz, hij is dan zelf weduwnaar van
  2. Nelletje Roelen

Ouders van: Marichen Adriaans Aelbrechtsdr (kw 6105)

  1. Cornelis Janszn ROOBOL
  2. Erckgen (Erken)

Ouders van: Leendert Cornelisz ROOBOL (kw 6132)

  1. Dirck Cornelisz COORNEEF (Koorneef), geb ca 1519 te Poortugaal, trouwt ca 1544 met
  2. Neeltje Cornelis Doensdr VAN DRIEL, geb ca 1520 (zij was bij huwelijk al jonge weduwe van een Willem NN)

Ouders van: Maartje Dirksdr KOORNNEEFF (kw 613)

c) DE JONG-kwartier (Friesland) Meldingen over vroege voorouders in dit kwartier (voor 1700) zijn evenzo weinig te vinden. Een goed terug te volgen lijn is ontstaan door huwelijk van oudvader Jochum Oenes OENEMA (kw 50, generatie 6). Oudmoeder Tryntje Klases DE JONG (kw 51) is kleindochter van dominee Rudolphus RUDOLPHI (kw 206, generatie 8, 1741-1781), oudovergrootvader. RUDOLPHI is in onze voorfamilie (afstammingslijn) de laatste die dominee was. Doordat zijn herkomst redelijk goed is gedocumenteerd, is binnen het DE JONG-kwartier diens voorlijn het meest nauwkeurig terug te volgen: eerdere dominees, studenten, raadsheren, boerenadel. Niet meer dan een fractie van de voorfamilie, wel interessant.

  1. Schelte Cornelis
  2. Anna Jans

Ouders van: Cornelis Scheltes (VALCKENBURGH) (kw 6596), geb ca 1561 te Franeker PM: Bode-stamboom (bode-almere.nl).

  1. Pytter 13201.

Ouders van: Pytter Pyttersz (kw 6600)

  1. Adriaen Hendrickszn, geb ca 1520
  2. Jantien Willemsdr

Ouders van: Hadewych Adriaensdr (kw 6601) PM: Bode-stamboom

  1. Sjoerd Tiettes BAERDT (Syuerdt), geb ca 1520 te Arum (Wonseradeel), oa volmacht van de Vijfdelen Zeedijken (Westergo, 1546, 1554), van Menaldumadeel (1559) en van Marssum (1571), woonde te Marssum op de Lutcke-Dotingastate, ovl na 1572, gehuwd (2) met Baeth UNIA (Wnye – grafzerk kerk Marssum), trouwt (1) ca 1540 met
  2. Eelck, geb ca 1520

Uit dit huwelijk (mogelijk niet in volgorde naar geboortejaar): Tiette Sjoerds Baerdt Doede Sjoerds Baerdt, geb te Arum ca 1543, ovl aldaar voor 18-4-1581, gehuwd met Pytrick. Kinderen uit dit huwelijk: (1) Sybrand Doedes Baerdt, geb te Arum ca 1569. (2) Yda Doedes Baerdt, geb ca 1571/72 te Arum, ovl voor 1-6-1613, ca 40j oud, gehuwd (1593) met Frans Martens KYLL, geb ca 1567 te Arum, ovl te Harlingen in 1618, ca 50j oud. Het echtpaar KYLL te Harlingen nam het jonge neefje Petrus Sybrandts BAERDT onder hun hoede na overlijden van diens vader Sybrand Sjoerds BAERDT, oom van Yda. (3) Eelcke Doedes Baerdt, geb te Arum ca 1573. Offke Sjoerds BAERDT, ovl voor 4-4-1576, in de periode 1560-1575 grietenijsecretaris van West-Dongeradeel, gehuwd met Trijn VAN OFFENHUIZEN. Hobbe Sjoerds BAERDT, ovl 9-6-1591 te Marssum, werd in 1558 burger van Franeker waar hij studeert en grietenijsecretaris wordt 1569-1580 (Franekeradeel). In 1572 is hij gezant naar de hertog van Anjou. In periode 1580-1585 grietenijsecretaris van Harlingen en vanaf 1585 griffier aan het Hof van Friesland. Gaat dan te Marssum wonen op de sate van zijn ouders en koopt er nog verschillende percelen. Gehuwd met (1) Hintje Hinnesdr, (2) Lysbeth Delphi en (3) Ida Andriesdr Sweyns. Begraven in de kerk te Marssum: “Hier leyt begrave de eerntpheste en discrete mr Hobbe Baerdt graffier in den hove va Frieslant en sterf de 9 iuny ano 1591”. Sybrand Sjoerds BAERDT (kw 6606), geb Marssum ca 1550, meester in de rechten, notaris te Arum, advocaat aan het Hof van Friesland (1591), ovl ca 1593, tr ca 1580 met Tiedcke FROMA (kw 6607). Rienck Syuerdts BAERDT, trouwt (1) nn, tr (2) na 1557 met Rientsje DOUMA VAN OENEMA (weduwe van Pier Harmens VAN SYTZAMA), geb 1529, ovl 1592, dv Douwe Ulckes DOUMA VAN OENEMA en Jel Hessels VAN JONGAMA. Uit huwelijk van Rienck en Rientsje een dochter Idtje en een zoon Ulcke Riencks BAERDT.
— Een kleindochter van Ulcke Riencks is Hebel Franses BAERDT, gehuwd met Tjerk Sjoerds HOITINGA. Hun zoon Sjoerd Tjerks HOITINGA trouwt ca 1650 (?) met Jouck Ulbes, dv Ulbe Doeckles (kw 3324) en Eelck Lolckes (kw 3325). Sake Sjoerds Baerdt, ovl voor 23-6-1602 Wybe Sjoerds Baerdt Sipke Sjoerds Baerdt.

  1. Jan Reyners
  2. Tyets Oeges Ouders van: Reyner Jansz (kw 6628), geb bij Leeuwarden (Pylkwier? ca 1560).

  3. Oene Doeckles, geb ca 1531

  4. Jouck Ouders van: Doeckle Oenes (kw 6648)

  5. Djurre Romckes, geb ca 1553, ovl voor 22-4-1624, boer/huisman te Kubaard (Hennaarderadeel) bij Wommels. Volgens “Boerderijboek” (Hennaarderadeel, samengesteld door Van der Meer) eigenaar van allerlei landen tussen Kubaard en Spannum, benoorden Wommels (Berkwerd = Bonkwerd?), gehuwd met

  6. Siouck Gerrolts (Greolts), geb ca 1569, ovl voor 19-1-1642 Ouders van: Jouck Djurredr (kw 6649) Romcke Reinsck

PM: Palstra.com. Bij de impost van 1578 wordt een Dyorre Rompckez vermeld te Roordahuisum (aanslag 2 Cgldns). Waarschijnlijk niet dezelfde. “Onze” Djurre Romckes staat vermeld als een zoon van Romcke Claesz (kw 26596) en wonend in die tijd in Hennaarderadeel. Bij de impost van 1578 (voor de Spaanse legers) doet Hennaarderadeel niet mee. (Margreet Huisman: In het Boerderijenboek wordt Syouck Greolts genoemd met echtgenoot Diurre Romckes, en nogal wat bezit in Berckwert-Kubaard. In 1640 aldaar genoemd een Gats Diorres x Lambert Hessels, grootouders vd kinderen van Liuetske Lamberts, naast eigenares vd landen Syouck Greolts. [1640 HEN I 9, blz 291] en in 1642: de erfgenamen van Syouck Greults, de weduwe van Dyorre Romckes verkopen, koper oa een Pieter Pieters Walpert. [1642 HEN K 11, blz 632.] Verder heb ik (Huisman – jw) deze aantekening: Syouck Greolts (Hobbema) is geboren rond 1569, is overleden na 1624. Syouck werd minstens 55 jaar. In 1624 wordt Syouck samen met haar broers Jelle en Hoyte en haar zuster Beytsk genoemd als erfgenamen van 1/4 van Rinck Heres, weduwe van Botte Bottes van Berkwerd.) Dit nog aan te vullen.

  1. Jan Hessels, ovl 5-5-1600 te Winaldum (Barradeel, FR)
  2. Eelcke Lolckes

Ouders van: Lolcke Jans (kw 6650) Hessel Jans (kw 6652) Omdat Lolcke Ulbes (kw 1662), achterkleinzoon van Jan Hessels en Eelcke Lolckes, trouwt met Bauck Lolckes (kw 1663), achterkleindochter van hen, komen Jan en Eelcke verder als voorouders dubbel voor. Lolcke Ulbes is kleinzoon van zoon Lolcke, Bauck Ulbes kleindochter van zoon Hessel.

  1. Pier 13303.

Ouders van: Jantien Piers (kw 6651)

  1. Jan Hessels (= kw 13300)
  2. Eelcke Lolckes (= kw 13301)

  3. Jelle Robijns BONNEMA, wonend te Kimswerd (Wonseradeel, FR), vermeld 1546-1575, in 1561 vermeld als een van de gedeputeerden van de Vijfdeelen Zeedijken

  4. Nn (Douwedr?)

Ouders van (Palstra.com): Tryntie Jelledr Douwe Jelles Robijn Jelles Haitze Jelles BONNEMA, in 1591 vermeld als boer te Pingjum, in 1600 als boer te Kimswerd, ovl 1611 te Kimswerd Auck Jelledr (BONNEMA) (kw 6653), trouwt met Hessel Jans (kw 6652) Siouck Jelledr

De BONNEMA-zathe bevond zich zuidwestelijk van het dorp Kimswerd te Dijksterburen aan de Zuiderzeekust, halfweg Harlingen en Surich. Dat Jelle gedeputeerde werd in het zeedijken-bestuur is verklaarbaar. Hij is waarschijnlijk ca 1576 overleden (rond 70j oud?). Hij maakte het bewind mee van de door de Spaanse koning in 1568 tot luitenant-stadhouder over Friesland, Groningen en Drenthe benoemde “zwarte kolonel” Caspar de Robles, heer van Billy. Deze Robles (geb 1527 in Portugal, ovl 1585 te Antwerpen) ontpopte zich als een efficiënte bestuurder met bijzondere aandacht voor waterkering en waterbeheer. Naar Robles zijn vernoemd het Kolonelsdiep, de afwatering (gegraven vaart, start 1571) van het Bergumermeer tot in de provincie Groningen en de Kolonelsdijk (1574) tegen de waterproblemen langs de grens tussen de aan de zee gelegen grietenijen Barradeel en Wonseradeel. In 1570 kreeg luitenant-stadhouder Robles met de Allerheiligenvloed (1-11-1570) te maken die over vrijwel alle dijken heensloeg (vele inwoners verdronken) en het zeewater tot aan de wallen van Sneek, Leeuwarden en Groningen bracht (en elders in de regio). Robles greep direct in. De Spaanse koning liet hem dit kennelijk toe: hij kreeg budgetten. De dijk rond noordoost-Friesland (Westdongeradeel) werd abrupt versterkt: de Spaansche Paal markeerde het nieuwe verband (bij Ternaard). Dat Robles dwangarbeid niet schuwde is aan dit verhaal verbonden.

Aan de Zuiderzeekust, bij Dijksterburen, grijpt Robles ook in. De zeedijk van Barradeel en Wonseradeel, benoorden en bezuiden Harlingen, moet worden verhoogd en nieuw gemaakt. In de vrij korte periode van zijn bewind geeft Robles de opdrachten daartoe en hij kan de plannen ook nog laten realiseren. In 1576 is deze versterking van de zeedijken geslaagd en wordt na voltooiing op de grens tussen de samenwerkende polderbesturen op de nieuwe zeedijk zelfs een gedenkteken voor Robles geplaatst (de Stenen Man, ook nu nog monument). Aan het bestuur van Robles komt hierna snel een einde. Ziijn inspanningen in Friesland en Groningen kosten veel geld en hij kan het soldij voor zijn legermacht niet ophoesten, waardoor muiterij en plundering ontstaat (Waalse Furie). Terwijl Robles probeert hier een eind aan te maken, wordt hij in november 1576 te Groningen door muiters gevangen genomen. Na enkele maanden moeten ze hem weer vrijlaten, maar de Raad van State heeft dan al een nieuwe stadhouder voor Friesland en Groningen aangewezen, Robles sneuvelt in 1585 te Antwerpen (Beleg van Antwerpen). Voorvader Jelle Robijns BONNEMA heeft de korte periode waarin de “kolonel/stenen man” Robles de dijkverbeteringen liet uitvoeren hoogstwaarschijnlijk heel actief meegemaakt omdat hij ter plekke woonde: BONNEMA-zathe te Dijksterburen.

Volgens melding was Jelle Robijns BONNEMA in 1546 voor een deel eigenaar van de Bonnema State bij Kimswerd. Er waren dus mede-eigenaren, mogelijk trouwde hij in bij de oorspronkelijke Bonnema-familie. De naam van zijn vrouw (onze voormoeder) wordt niet vermeld.

In 1640 wordt Robijn BONNEMA vermeld als eigenaar en Jelle Robijns (zijn zoon?) als gebruiker van een stemdragend huis of zathe te Kimswerd. Deze Robijn BONNEMA mogelijk gelijk aan Robijn Haitzezn die in 1615 trouwt met Trijn Feddedr, hij van Kimswerd, zij van Achlum. Dit nog aan te vullen.

d) SCHIPPERS-kwartier (Friesland)

Eerste vermeldingen betreffende het SCHIPPERS-kwartier (waarin dan nog niet de SCHIPPERS-naam, die komt pas na 1800 in de Stellingwerven) vinden we terug beginnend rond 1600. De “Stellingwerfse” familie heeft deels herkomst uit het Friese Schoterland en Smallingerland. Maar trouwde en werkte “over de Tjonger”, de grens binnen de Zevenwouden tussen het Friese gedeelte benoorden de Tjonger en het (Saksische) gedeelte bezuiden deze rivier, de Stellingwerven die onder het gezag van de Utrechtse bisschoppen vielen of heetten te vallen. Eerste vermeldingen betreffen voorouders te Schoterland. Geven geen compleet verhaal.

  1. (Jo)hannes, geb. ca 1540 (?), vader van Michiel Hannes (kw 8098). 16197.

  2. Anne, vader van Rits Annedochter (kw 8099). 16199.

Voorvaders rond Rottum en St.Johannesga (westelijk deel van Schoterland, FR). Een klein deel van het SCHIPPERS-kwartier. Al het andere (nog) onbekend. Volgens HOFSTEE-genalogy deel “De Boer-Boersma” (internetsite 2006). Hofstee noemt Eelcke Douwes (of Saeckes) in 1578 “sick from the plague” en Gelske later gehuwd met Minne Wybes. Bron: HOFSTEE zoals genoemd. In 1698 is oud-grietman Hector VAN GLINSTRA eigenaar van Garijp stem 33, in 1728 de weduwe van Glinstra, Johanna VAN VIERSEN. Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn. Harmen en Maritgen werden heel oud, Maritgen zelfs rond 100 jaar volgens deze gegevens. “Ons Voorgeslacht”, 1967 blz 27 Hofsteegenealogie: (71284) ?Hendrick Claes van Tol, lives Benthuizen, d. after 1537. Of Tonisdr ? (Genealogie van Pieter de Bije). Gemeentearchief Zoetermeer. Zoek Cornelis Vranckez Bijl (internet). Je weet wel: de vrouw Kenau Simonsdr HASSELAER verwierf grote roem tijdens dat beleg door leiding te geven aan het gieten van kokende olie en andere verschrikkelijkheden op de bestormers van de stadsmuren. Overigens moest Haarlem zich 12-7-1573 gewonnen geven. In 1514 telde Zuid-Holland 194.000 bewoners (Noord-Holland 79.000 waarvan 12.000 in Amsterdam). In 1622 telt Zuid-Holland al 482.000 bewoners (Noord-Holland 188.000 waarvan 105.000 in Amsterdam). Door de politieke ontwikkelingen groeit het aantal bewoners van Zuid-Holland en Amsterdam tijdens de 16de eeuw enorm. Het percentage immigranten, “allochtonen”, is in 1622 te Amsterdam 33, in Gouda 38, in Rotterdam 40, in Haarlem 51, in Leiden (textiel-industrie, universiteitsstad) zelfs 67. De SPRONCS wonen bij de stad Delft die in 1622 bijna 23.000 inwoners telt (18% immigranten), de helft van Leiden (45.000), meer dan Rotterdam (20.000). Kwartierstaat Van der Krogt. Meldt: Zie Stamreeks Van Spronsen. Kwartierstaat van Schothorst noemt: “vermeld 1546, 1572, te Marssum (1553), volmacht van de Vijfdelen Zeedijken (1546, 1554), volmacht van Menaldumadeel (1559), volmacht van Marssum (1571), curator over Suyrdt AESGAMA.” Waarschijnlijk zijn neef (zie ook kw 26425). De naam DOUMA VAN OENEMA ontstaat na huwelijk van Tjepcke Oenes OENEMA (ovl 1489 te Terkaple, Utingeradeel, zv Oene Keympes DONIA) en Rienckje Ulckes DOUMA (ovl 1485, dv Ulcke DOUWAMA en Jouck Epes). De zoon Ulcke Tjepckes, gehuwd met Gerlant Hobbes EPINGA, wordt Oenema of Douma genoemd. De kleinzoon Douwe Ulckes DOUMA VAN OENEMA heeft de dubbele naam. Een andere kleinzoon is Jancko DOUWAMA (Oldeboorn 1482, Vilvoorde 1529) als “Friese vrijheidsstrijder” bekend gebleven. Epe DOUMA (broer van Ulcke?) werd grietman van Utingeradeel en in 1516 te Harlingen onthoofd. Het waren barre, politieke, tijden. De dubbelnaam DOUMA VAN OENEMA verdwijnt begin 17de eeuw. Friesche Volksalmanak 1887. Bij Kimswerd wonen in de 16de eeuw een aantal “grootboer-families” zoals de Bonnema’s. De Bonga’s (minder dicht bij de onbetrouwbare zeewering met huis en landerijen wonend) lijken de toen belangrijkste familie ter plekke te zijn geweest.