Generatie 15-17 — Detail
GENERATIE 15 (stam-oudgrootouders, 16384-32767)
VDH-lijn:
-
Joris 21471. Uit dit huwelijk: Lijsbeth Jorisdr (kw 10735)
-
Spronc, geb. ca 1480. 23937. Uit dit huwelijk: Cornelis Sproncszn (kw 11968)
-
Arent, geb. ca 1480. 23939. Uit dit huwelijk: Adriana Arentsdr (kw 11969)
DJ-lijn:
- Tiette Folperts BAERDT, geb ca 1481, boer op Baarderburen onder Arum, ovl ca 1545, trouwt ca 1515 met
- Duedt Sjoerdsdr. (AESGAMA), geb ca 1490, ovl na 1551
Uit dit huwelijk: Folpert Tiettes BAERDT, kerkvoogd (1560) te Arum, “gaeman” (1561), kerkvoogd (1569), volmacht van Wonseradeel (1572), overleden te Arum tussen 1582 en 1586. Getrouwd met (naam onbekend). Vader van Tiette Folperts BAERDT, deze was dorpsrechter te Arum (1581), secetarius van Menaldumadeel (1598), getrouwd met Rinske Claeses MEYLSMA. De zoon uit dit huwelijk, Folpert Tiettes BAERDT, geboren ca 1587 was volmacht van de Vijfdeelen Zeedijken (1614) en werd ook secretaris van Menaldumadeel (1641, 1649), trouwde (1) met Antie Hettus, van Marssum, ovl 1617, en (2) in 1621 met Sytske Laeses BAERDT, geb 1595, dochter van Laes Lieuwes en Eelck Folperts (Foppes) BAERDT. Sjoerd (Syuerdt} Tiettes BAERDT (kw 13212) Frans Tiettes BAERDT, ovl in 1558, trouwt met Tijam Sijbedr., ovl na april 1558 en voor 1565. Uit het huwelijk: Gerlof Fransen Baerdt, Rixt Fransdr. Baerdt en Doed Fransdr. Baerdt. Frans Tiettes wordt (1547, 1555) vermeld te Salwerd, buurschap direct ten oosten van Franeker, in 1552 “bloedmomber” over de wezen van Epe Abbes (ws zijn neef) en Ambrosia Romckedr te Welsrijp. Offke Tiettes (ook zoon? Staat niet vast. Wordt 1576 te Arum vermeld.)
In 1550 verkoopt Duedt Syuerdtsdr, weduwe van Tiette Baerdt, een losrente uit een deel van AESGAMAZATHE in de Poelen onder Dronrijp. Syurdt AESGAMA (neef?) is voor 1556 huurder van deze zathe en sinds 1556 eigenaar. Haar zoon Syuerdt Tiettes (kw 13212) trad op als curator over deze Syurdt AESGAMA en na hem deed dit zijn zoon Hobbe.
Het is nog niet definitief duidelijk hoe de familienaam Baerdt tot stand kwam. Het heeft niets met baard (haar rond de onderkin te maken). Sprake is van een eigenerfd geslacht te Oosterend (vgl Folpert (kw 52848)) en het kan zijn dat Tiette de afkomstnaam meenam toen hij zich te Arum vestigde (Baarderburen). Oosterend en Arum liggen niet ver bij elkaar vandaan en waren beide kerndorpen in de oude polders van het vruchtbare Westergo. Zijn zonen Sjoerd (kw 13212) en Frans droegen de naam Baerdt toen ze zich tussen Franeker en Leeuwarden gingen vestigen, Sjoerd te Marssum en Frans te Salwerd.
In het eerste kerkvoogdijrekeningboek is in 1624 bij de verkoop van een graf in de kerk sprake van "de steen van Aesgama" (blz. 47), waarmee vrij zeker deze zerk werd bedoeld. Gelet op het wapen (voor zover zichtbaar gelijk aan het wapen Baerdt; vgl. nr. 50) en in aanmerking nemende de naamsverwisseling van Baerdt en Aesgema, menen we hier de zerk te hebben van Heer Sybren Doeckesz. Baerdt, van wie E. H. v. D. op 1527 vermeldt: "den 18 Apr. dat was doen Paesch Maendach sterff Heer Sibren, Doecke Douwama zoon pastoor tot Marssum". Heer Sibren Doeckesz. Baerdt, z. v. Doecke Douwesz. B. en N. N., was een broer van Katryn Aesgama, weduwe van Fedde Dotinga te Marsum (1521: Sipma, dl. II, nr. 307 en 355).
GENERATIE 16 (stam-oudovergrootouders, 32768-65535)
VDH-lijn Zuid-Holland: 42928. Pieter DE BIJE, geb ca 1450 (?) 42929. Uit dit huwelijk: Claas Pietersz de Bije (kw 21464)
DJ-lijn: Friesland Westergo:
- Folpert Tiettezn, geb in Schingen bij Dronrijp, in 1511 genoemd als meier te Oosterend. 52849.
Ouders van: Tiette Folperts BAERDT (kw 26424) * 2. Eelck Folperts Baerdt, ovl. 1607/08, tr. voor 24-5-1584 Laes Lieuwes, ovl. voor 20-10-1603.
- Sjoerd AESGAMA, ook genoemd Sjoerd in de Poelen, geb ca 1463, woonde “in de Poelen” bij Dronrijp, ovl (gesneuveld) 16-7-1500
- Doedt Offkes DOTINGA, ovl na 1511
Ouders van: Duedt Sjoerdsdr (Syuerdtsdr.) (kw 26425)
Over de AESGAMA-afstamming is weinig bekend. De naam lijkt te wijzen op een traditie van Friese “rechtsprekers” (a-saga), maar dit is speculatief. In een nasleep van de “Donia-oorlog” die rond 1460 woedde in het midden van Friesland, veroverde de houwdegen Agge Donia midden 1465 de Aesgama-stins te Sybrandaburen (Rauwerderhem, midden-Friesland), “die hij eenigen tijd bleef bezitten, roovende en plunderende van daar rondom op zijne vijanden”. De Aesgama’s, voorzover zij de aanval overleefden, moesten vluchten? Sjoerd Aesgama (Sjoerd in de Poelen) werd in Sybrandaburen geboren vlak voordat Agge Donia de Aesgama-sate in bezit nam en er de Aesgama-familie half uitmoordde en voor de rest verjoeg?
Stamoudovergrootvader Sjoerd AESGAMA (in de Poelen) sneuvelt volgens de berichten op 16-7-1500. Hij was een van de vele Friezen die op of rond die dag het leven lieten. Friesland was in de jaren ervoor (15de eeuw) ontregeld geraakt door familietwisten en vrijbuiterij, die niet door een aanvaard centraal gezag kon worden bijgestuurd. De “Donia-oorlog” is een voorbeeld.
Volgens het grafboek van 1756 verving deze zerk een witte zerk, waarop "een wapen en eenige woorden die onleesbaar zijn" ; vermoedelijk dekte deze witte zerk het graf van Fedde van Dotinga (Dootnia), van wie E. H. v. D. mededeelt: ,,1529 den 7 Oct. Fedde Doetinga ofte Dottnija. tot Marsum begraven". Fedde van Dotinga, z. v. Ofcke Dotinga en Luts Feddesdr. Mernstra op Dotinga-state te Marsum, tr. Catharina (Tryn) van Baerdt, d. v. Doecke Douwesz. Baerdt en N. N. Hij bewoonde eveneens Dotinga-state. Het wapen van "Dotinga tot Marsum" vertoonde volgens het Burmaniaboek 4 zesp. sterren (2, 1 en 1). Schieringers X Vetkopers?
Sjoerd wordt slechts ca 37j oud. Hij sneuvelt op 16 juli 1500, de dag waarop Hertog Albrecht van Saksen met harde hand een eind maakt aan het beleg van Franeker waar zijn zoon Hendrik ingesloten was door een (aanvankelijk) groot leger Friezen. Sjoerd behoorde tot die belegeraars.
Generatie 17 (stam-oudbetovergrootouders, 65536-131071)
- Pouwels Pouwelsz, geb ca 1380. Gehuwd met
- Maritgen Willems Michielsdr, ovl voor 14-4-1447
Uit het huwelijk: (1) Michiel Pouwelsz, ovl voor 15-7-1494. Dochter Maria Michiel Pouwelsdr, ovl voor 7-5-1539, gehuwd met Kerstant Dirxs VAN ALKEMADE. Zoon Dirck Kerstentsz VAN ALKEMADE. (2) Willem Pouwels, vermoord in of voor 1446. (3) Pouwel Pouwels, geb ca 1380. ZIE kw 42880.
- Ofcke DOTTINGHA (Offke Dotinga), grietman van Leeuwarderadeel vanaf 1470, trouwt (1) met Doedt OEDTSMA, trouwt (2) met
- Luts Feddes MERNSTRA (HAERDA)
Offke Dotinga wordt ook genoemd in verband met het Marssumer Nieuwland, nieuwbedijkt gebied aan de westkant van de (vroegere) Middelzee, tegenover het Leeuwarder Nieuwland aan de oostkant daarvan. Hij woonde op DOTINGA-state te Marssum. Zijn eerste vrouw Doedt Oedtsma kan dochter zijn geweest uit het hoofdelingengeslacht OEDTSMA te Boksum, dat iets ten zuiden van Marssum ligt.
Uit het huwelijk van Offke Dotinga en Luts Feddesdr Mernstra: Fedde van DOTINGA (Dootnia), gehuwd met Catharina (Katryn) van BAERDT (ook Katryn AESGAMA), dochter van Doecke Douwes BAERDT (ook Doecke Douwama). Bewoonde Dotinga-state te Marssum. Wordt in de kerk aldaar begraven op 7-10-1529 (Fedde Doetinga ofte Dottnija). Hisse Offke Dotinga dochter, ? Doedt Offkes DOTINGA (kw 52851), gehuwd met Sjoerd Aesgama (uit de Poelen (kw 52850)
Volgens het grafboek van 1756 verving deze zerk een witte zerk, waarop "een wapen en eenige woorden die onleesbaar zijn" ; vermoedelijk dekte deze witte zerk het graf van Fedde van Dotinga (Dootnia), van wie E. H. v. D. mededeelt: ,,1529 den 7 Oct. Fedde Doetinga ofte Dottnija. tot Marsum begraven". Fedde van Dotinga, z. v. Ofcke Dotinga en Luts Feddesdr. Mernstra op Dotinga-state te Marsum, tr. Catharina (Tryn) van Baerdt, d. v. Doecke Douwesz. Baerdt en N. N. Hij bewoonde eveneens Dotinga-state. Het wapen van "Dotinga tot Marsum" vertoonde volgens het Burmaniaboek 4 zesp. sterren (2, 1 en 1).
Anno 1444: “Een nieuwe oorlog ontstond er weder tusschen de Schieringers en Vetkoopers in Westergo. Sikko en Douwe Sjaardema, Doeke en Abbe DOTINGA, Rommert Gabbinga, Keimpo Unia, Lieuwe OEDSMA, Worp Juckema, Rienk Kamstra, Sikko Martens, Ruurd Roorda en Gerrolt Herama trokken met eene menigte van hunne vrienden en hunnen aanhang voor de sterke stins van Sjoerd Grovestins te Engelum. Zij bemagtigden dit slot, een der sterksten in gansch Friesland, stormenderhand, namen Grovestins en zijnen zoon gevangen, die zij op Sjaardema huis te Franeker in bewaring stelden.”
Naast dochter Doedt (kw 52851) wellicht meer kinderen uit dit huwelijk, zoals Hisse Ofka DOTINGA dochter, die vermeld wordt in een bewaard gebleven testament van 16-9-1476 opgemaakt voor Sicka Allartzoon, ofwel Sicco Alardi OEDSINGA, van wie zij de partner was (vrijster). Sicka overlijdt 18-9-1476 te Dronrijp (?), kinderloos. In het twee dagen voor zijn overlijden opgemaakte testament bevestigt hij het testament van zijn moeder Engele OEDSINGA die drie maanden eerder overleed (7-6-1476). Hij laat de OEDSINGA-stins na aan zijn tante (moei) Eedwer ZYAERDA (SJAARDA). Broer Epo was al eerder jong en kinderloos overleden. De OEDSINGA-stins wordt drie jaar later (1479) als huwelijksgift meegegven aan Katryn HOTTINGA, kleindochter van genoemde tante Eedwer. DOTINGA-dochter Hisse hield aan haar relatie met Sicco OEDSINGA – wellicht waren zij nog niet gehuwd - geen kinderen en geen stins over. De dochter Doedt Offkes DOTINGA (kw 52851) was wellicht jongere zus van Hisse. Doedt trouwt met Sjoerdt (AESGAMA) uit de Poelen.
Notities: Bij Dronrijp was er een sate Groot-Dotinga. Volgens berichten ging hieraan vooraf een DOTINGA-sate die rond 1520 werd verwoest, de stenen werden gebruikt voor de verdedigingswerken te Leeuwarden. Dotinga was dan partij in de twisten tussen Schieringers en Vetkopers, wellicht aan de kant van de Schieringers. Na 1600 levert een DOTINGA-familie burgemeesters teLeeuwarden. Mogelijk verband nog te vinden. In de kerk van Marssum noemen enkele grafzerken de DOTINGA-naam. Zoals: “Ano 1580 de 7 janiuarius sterf de ersaeme Annle Dotinga tot Marssum”, “Ao 1591 de 6 maius sterf d erbaere Imck Anles dr Dotinga syn wife h.b.” en “Ao 1592 in ianuarij sterf den ersaemen iongeling Hans Anles Dotinga”.
Gort is gepelde gerst, dat pellen werd sinds de middeleeuwen in pelmolens gedaan. Gerstepap of gortepap (karnemelkse pap) behoorde tot het regelmatige menu. De naam SPRONC is waarschijnlijk geen voornaam, maar een “familienaam” (spronc = bron?). In 14de eeuw bijv een Jan Spronc schepen te Leiden, een Simon Spronc schepen te Antwerpen, etc. Geen familie overigens van “onze” Spronc. Deze naam verandert in de loop van volgende generaties in SPRONSSEN, van SPRONSEN. Kwartierstaat van Schothorst. Genoemd als eigenaar van landerijen te Arum (akten van 1542 en 1543). Arum is een terpdorp op de dijkroute tussen Bolsward en Harlingen. Circa 1515, Tiette Folperts was rond 35 jaar, was er de Arumer Zwarte Hoop van “vele huislieden, wier goed door de Saxers verbrand en verwoest was, zoo uit Arum zelve, als ook van Kimswerd en Witmarsum” (Steenstra II, pag 352). De Arumer Zwarte Hoop trok plunderend langs Harlingen en Franeker en door Het Bildt “en roofden ontallijk vele beesten”. Geen bewijs dat Tiette eraan meedeed. De Duitse kerkhervormer Maarten Luther sterft in 1546. “Gaeman” kan hetzelfde betekenen als kerkvoogd. Kwartierstaat Warrink. De kleinzoon Tiette Folperts BAERDT van Tiette en Duedt, via oudste zoon Folpert, was dorpsrechter te Arum (1581) en grietenij-secretaris van Menaldumadeel (1598-1614). Hij werd begraven in de dorpskerk van Schingen (bij Dronrijp). De zerkinscriptie: Anno 1614 den 18 september stierf de eerzame Tiete Baarde secretarius over Menaldumadeel, oudt 58 iaar. Hier rust wel Titi vleesch, en zijn verdorde leeden, maar zijn zeer vroome ziel, is hooger opgetreeden, versaamt bij t’engelsch heir en ’s hemelsch vreugd gevoelt, na dat sich in zijn vleesch een wyl heeft gewoelt, zyn ligchaam blijft hier ook [in] d’aarde niet verlaten maer zal hier namaels eens ook wandlen op de straten van ’t nieuw Ierusalem, met d’ziel te saam gepaert en leven eeuwiglijk in eenichheyd vergaert (Everhardus Hesener v.d.m. te Schingen). Dominee Hesener liet een halve preek op de grafplaat beitelen. Mogelijk nog steeds in het kerkje te Schingen na te lezen. Kwartierstaat van Schothorst. Welsrijp (in noordelijke uitloper van Hennaarderadeel) ligt direct oostelijk van Salwerd (Franekeradeel). De betrokken personen waren niet alleen geliëerd, maar woonden ook vrij dicht in elkaars nabijheid. Encyclopedie van Friesland, editie 1958. Na 1600: “In 17de eeuw noemt Folpert Hettes te Marsum zich Baarda”. (Enc.v.Fr. 1958) Bronnen: C. Hoek, Kwartierstaat Zuiderent-van Wijgerden etc. Kwartierstaat Zuiderent-van Wijngaarden. Kwartierstaat Johan Gerard Stuut. Kwartierstaat van Schothorst. Daar wordt de suggestie gedaan dat Folpert via zijn huwelijk in relatie kwam met een familie Baerd-Aesgama, “vermoedelijk bezitters van de Baardazathe nabij Wommels en Oosterend”. (Baarda van Ba-wert). Zeker is dat zijn zoon Tiette de familienaam Baerdt kreeg en trouwde met Duedt Sjoerdsdr Aesgama. Oosterend is een terpdorp van grote ouderdom (vondst van aardewerk uit de Romeinse tijd) waaromheen al vroeg bedijkingen plaats vonden ( het zogenaamde “eiland van Oosterend”). Zie ook kwartierstaat van Theunis-Jan en Ellen de Leeuw (Donia-kant). Steenstra II pag 285. Agge DONIA kwam 2 jaar later de prior van het Hasker klooster op de weg tegen en stak hem met een mes de ogen uit. Uit woede hierover deed de bisschop van Utrecht heel Westergo in de ban “totdat Agge zich met de beleedigde kerk zou hebben verzoend. De godsdienst dus geschorst, en de dooden zonder klokgeluid en plegtigheid moetende begraven worden, zijnde alles als in rouw, dwongen de inwoners Agge, om zich aan de boeten en straffen te onderwerpen, hetwelk hem al zijn vermogen kostte, zoodat hij eindelijk in gebrek en armoede, van ieder verlaten en zelfs van zijne kinderen veracht en versmaad, zijn leven eindigde.” (pag 286). Van 1440 tot 1445 was Guillaume de Lailing stadhouder van Holland en Zeeland. Benoemd door Philips de Goede van Bourgondie die vanaf 1428 de aanspraken op deze gebieden feitelijk had overgenomen van Jacoba van Beieren. In 1430 verpandt hij Holland en Zeeland aan de broers vn Borselen. In 1434 gaat Jacoba een huwelijk aan met een van die broers (Frank van Borselen). Jacoba overlijdt in 1436, ong 35j oud. De partijstrijd (Hoeken versus Kabeljauwen) laait weer op. De in 1440 door Philips benoemde stadhouder Lalaing kiest voor de Hoekse partij en probeert in Amsterdam de verkiezing van Hoeksgezinde burgemeesters door te drijven. Dit mislukt en direct hierop vindt een coup plaats o.l. v. broers Van Brederode die de Kabeljauwse verkozenen de functies afnemen. Wanneer Philips hoort van deze ontwikkelingen komt hij naar Amsterdam. Hij ontslaat Lalaing als stadhouder en verordeneert “polderbeleid”: in Amsterdam en ook andere steden samenwerking in beleid tussen Hoeken en Kabeljauwen. Positieve samenwerking. Geen terugval op oude vetes. De partijstrijd (met moorden) eindigde nog niet. Willem Pouwels is vermoord in of voor 1446. De indijking van de Middelzee die rond 1100 definitief begint (Nijland ten oosten van Bolsward) vordert ca 1200 met een dijk tussen Rauwerd (Raerd) en Oosterwierum. Het afstromende water van de Boornerivier vanuit Opsterland en Drenthe dat vanaf dit punt in noordelijke richting ging (de Middelzee langs Leeuwarden etc was vanouds de uitstroom van deze rivier) werd door de nieuwe dam in zuidelijke richting geleid. Bij Sneek langs, richting de Zuiderzee bij Lemmer door het merengebied van het “Leage Midden”. Het gevolg van deze ingreep was dat ca 1250 ten noorden van Leeuwarden, via de Hegedyk tussen Beetgumermolen en Cornjum, dwars door de Middelzee, een groot stuk nieuwland kon ontstaan. Marsumernieuwland en Leeuwardernieuwland. Engelum, dorp in Menaldumadeel, noordelijk op korte afstand van Marssum, tussen dit dorp en Beetgumermolen. Noordwestelijk op korte afstand van Leeuwarden. H.W. Steenstra “Geschiedenis van Friesland” (1845), deel II pag 264.
In het eerste kerkvoogdijrekeningboek is in 1624 bij de verkoop van een graf in de kerk sprake van "de steen van Aesgama" (blz. 47), waarmee vrij zeker deze zerk werd bedoeld. Gelet op het wapen (voor zover zichtbaar gelijk aan het wapen Baerdt; vgl. nr. 50) en in aanmerking nemende de naamsverwisseling van Baerdt en Aesgema, menen we hier de zerk te hebben van Heer Sybren Doeckesz. Baerdt, van wie E. H. v. D. op 1527 vermeldt: "den 18 Apr. dat was doen Paesch Maendach sterff Heer Sibren, Doecke Douwama zoon pastoor tot Marssum". Heer Sibren Doeckesz. Baerdt, z. v. Doecke Douwesz. B. en N. N., was een broer van Katryn Aesgama, weduwe van Fedde Dotinga te Marsum (1521: Sipma, dl. II, nr. 307 en 355).