Van der Hoek
Kwartierverhalen

Generatie 15 — Detail

Generatie 15 (stam-oudgrootouders, 16384-32767)

b) ROEM-kwartier (Zuid-Holland)

  1. Dirck Pouwelsz, geb. ca 1446, bouwman in Schieveen op land dat behoort tot ‘het Huysweer’ , gehuwd met
  2. NN (mogelijk Harmensdr)

Ouders van: Dirck Dircks en van Harmen Dircks (kw 10720)

In het archief betreffende de lenen van Hodenpijl staat Dirck Pouwelsz vermeld als gebruiker van 8 morgen 19 roede land (met Jacob Cornelisse van Veen), gelegen direct ten zuiden van de hofstad Rodenrijs, tussen de Gaech in het oosten en de Watering in het westen. Dat wijst zo ongeveer op het noordelijke deel van de Schieveense polder boven Rotterdam (in het verdere zuidelijke deel werd heel veel later o.a. de Luchthaven Rotterdam (Zestienhoven) aangelegd). Al in de tijd van Dirck Pouwels is sprake van ‘de Kooy’ die grenst aan dit leen of er ook onderdeel van is, maar toen niet in gebruik door Dirck Pouwels. Of dit dezelfde Kooy (eendenkooi) is die directe nazaten van Dirck gingen exploiteren en aan welke ze hun familienaam dankten, blijkt moeilijk te documenteren. Dirck Powelsz is met waarschijnlijkheid voovader van de VAN DER KOOIJ-familie.

  1. Jacob 21443. Uit dit huwelijk: Maritgen Jacobsdochter (kw 10721)

  2. Adriaen 21445. Uit dit huwelijk: Gabriël Adriaenszoon (kw 10722)

  3. Claas Pietersz (DE) BIJE (Claes Pieterse BIE), bouwman (boer) aan de Binnenweg te Zegwaart, ovl voor 1562 21465. Uit dit huwelijk: Pieter Claasz de Bije (kw 10732)

In het Morgenboek van Zegwaart, opgemaakt in januari 1531, wordt Claes Pietersz BIE genoemd met een perceel land aan de Binnenwech van 12 hont en idem 5 hont en een perceel van 8.5 hont in het Gilde Lant (1 morgen = 6 hont). Bij de aanslag voor de 10e Penning in 1543: Claes Pieterszn BIJE heeft 4 morgen landts, geestimeert voor 9 gulden ‘sjaers 18st. In het Morgenboek van Zegwaart, opgemaakt over de periode 1544-1557, wordt Claes Pietersz BIE met 1 morgen (in perceel 137) resp 5 hont (in perceel 138) aan de Binnenwech genoemd. Bij de aanslag voor de 10e Penning in 1562: Die erffgenamen van Claes Pietersz BIE hebben 5 honts lant nihil (nihil = geen aanslag). Deze melding mag inhouden dat stam-oudgrootvader Claes rond 1560 is overleden en de bij hem passende stamoudgrootmoeder misschien al eerder. En dat de erfgenamen het resterende perceel van de hand deden. Het Morgenboek van 1564 meldt alle percelen die eerder op naam van Claes stonden, in bezit/gebruik bij anderen.

Zoon Pieter (kw 10732) is uit Zegwaart vertrokken naar Katwijkerbroek, enkele kilometers verderop.

  1. Cornelis (GORTER) 21469.

Ouders van Crijn Cornelisz Gorter (kw 10734) en wellicht ook van Gerrit Cornelisz Gorter te Zegwaard. Zie inkwartieringskosten 1572-1573, bij Crijn (Quyrijn) vermeld.

Omdat de familienaam GORTER in die tijd te Zegwaard al duidelijk in vast gebruik was, valt aan te nemen dat ook stamoudgrootvader Cornelis deze naam al droeg. Was hij of een andere voorvader gortmaker/pelmolenaar?

Verponding Zegwaart 1557: Gerryt Corneliszn Gorter zijn huys mit zijn erf getaxeert tsiaers 3 £ facit: 6 s. Heeft noch 3 morgen weylants getaxeert tsiaers 7 £ 10 st facit: 15 s. Noch 2 morgen dorre hoeylant getaxeert tsiaers 4 £ 10 st facit: 9 s.; compt den 10en penninck 30 s. Heeft noch 1 morgen quaet verdulven ergo: nihil

Quyrijn Corneliszn Gorter zijn huys erf getaxeert 4 £ facit: 8 s.Heeft noch 4 morgen weylants ghetaxeert tsiaers 10 £ facit: 20 s.; compt den 10en penninck 28 s. heeft noch 1 morgen verdulven venen ergo: nihil.

  1. Joris 21471. Uit dit huwelijk: Lijsbeth Jorisdr (kw 10735)

  2. Spronc, geb. ca 1480. 23937. Uit dit huwelijk: Cornelis Sproncszn (kw 11968)

  3. Arent, geb. ca 1480. 23939. Uit dit huwelijk: Adriana Arentsdr (kw 11969)

  4. Jacob (BOL), gehuwd met

  5. Nn Woutersdr VAN DULLICUM (ook: Van Dulcken)

Ouders van: Jan Jacobs BOL (kw 12204)

  1. Willem Jacobsz VAN BEVEREN, geb 1457, ovl te Dordrecht 9-2-1506, begraven in de Grote Kerk, Van Beverenkapel, o.a. heer van Dordtsmonde en secretaris van Dordrecht, trouwt 1485 met
  2. Maria VAN BAECKEL (Bakel), ovl 29-6-1514, begraven in de Grote Kerk te Dordrecht, Van Beverenkapel.

Het echtpaar woonde tot 1498 te Dordrecht in het huis “De Gans” naast de Munt. Dit huis werd toen verkocht aan de nieuwe muntmeester Blasius Boucquet, en Willem en Maria verhuisden naar de woningin “Den Ouden Beer” aan de Wijnstraat aldaar, Maria bij dode van haar moeder aangekomen. Er zijn enkele portretten van het echtpaar geschilderd (foto’s daarvan gerpubliceerd in het tijdschrift “De Nederlandse Leeuw” 1965 pgs 185/6). Willem Jacobsz van Beveren is op 24-jarige leeftijd (1481) schutmeester van de Kruisboog te Dordrecht, in 1484 en 1506 genoemd als stadssecretaris, in 1490 lid van de Veertigraad. Leenman van de visserij van Dordtsmonde, op 11-6-1500 leenhouder van het schrootambacht bij doode van zijn neef Willem van Brakell Willemszn ex Suefa van Beveren ofschoon betwist door zijn neef mr. Cornelis Corneliszn Henrice ex Barbara van Beveren. Was gedeputeerde op dagvaarten naar Den Haag, Brussel en in 1505 Mechelen. Maakte ook een reis naar Jeruzalem.

Regesten Stadsarchief Dordrecht: 11 juni 1500 - Zeger van Weijborch, drost en stadhouder van de lenen van het huis en de heerlijkheid van Altena oorkondt dat de visserijen die zich uitstrekken van Dordrechs monde tot Dubbel uuyt ende then Wael toe, aen die een zijde leghet die Dubbeldamme, die Mijle ende Petershoeck, ende aen die ander zijde leghet Zwijndrecht ende streckt aen Barendrecht die Willem van Brakel in leen ontvangen had bij het overlijden van zijn moeder Soet van Beveren na zijn overlijden aan Willem van Beveren in leen zijn gegeven.HYPERLINK "javascript:pDet('det','zk2.obj_start?p_id=8237256&p_vast=0&p_hier=0&p_zk=regestenlijst&p_taal=1&p_inv=1')" 25 juni 1506 - Aart Spiering van Wel, drost en stadhouder van de lenen van de heerlijkheid en het huis van Altena oorkondt dat de visserijen die zich uitstrekken van den Dortsschen monde totten Dubbel uuuyt ende ten Wale toe aen die een sijde leget die Dubbeldamme, die Mijle ende Petersz.hoeck ende aen die ander zijde leget Swijndrecht ende strect aen Berendrecht die na het overlijden van Willem van Beveren aan zijn zoon Jacob van Beveren in leen zijn gegeven.HYPERLINK "javascript:pDet('det','zk2.obj_start?p_id=8237257&p_vast=0&p_hier=0&p_zk=regestenlijst&p_taal=1&p_inv=1')" 25 juni 1506 - Aart Spiering van Wel, drost en stadhouder van de lenen van de heerlijkheid en het huis van Altena oorkondt dat de visserijen die zich uitstrekken van de Dordressche monde tot Dubbel uuuyt ende ten Wale toe, gelegen Dubbeldamme, die Mijle ende Petersz.hoeck en de aen die ander zijde leget Zwijndrecht ende strect aan Barendrecht die Jacob van Beveren in leen had aan Catherina, weduwe van Hendrik Kwekels, in leen zijn gegeven.

Ouders van: Claes Willemsz VAN BEVEREN (kw 12206)

  1. Evert Jacobsz SNOECK, geb ca 1466, in 1484 nog minderjarig vermeld te Gorinchem, in 1490 schepen van Dalem (ten oosten van Gorinchem), in 1508 uit Gorinchem vertrokken om op bedevaart te gaan, sindsdien niets meer van hem vernomen, gehuwd met
  2. Emma Jacobsdr BLOCK (Emmecken), ovl na 1516.

Ouders van: Jacomina Everts SNOUCK (kw 12207)

  1. Cornelis Joosten, ovl te Mijnsheerenland 1546-1563, trouwt (2) met Adriaantje Bouwens, trouwt (1) met
  2. Adriaentje Adriaensdr, ovl voor 1543.

Ouders van: Pieter Cornelissen Joostens (kw 12208)

  1. Cornelis Doensz, geb Poortugaal ca 1480, ovl aldaar 1542. Vanaf 1523 kerkmeester van Poortugaal, vanaf 1532 schout en dijkgraaf van de Albrantswaard. Gehuwd met
  2. Baartje Jansdr, ovl na 1551

Ouders van: Neeltje Cornelis Doensdr (kw 12267)

In 1506 is Cornelis Doeijnsz gemachtigde van Neeltje Arnouts, dochter van Arnout Jans te Hekelingen. Cornelis Doens wordt na het overlijden van zijn vader per 17-12-1515 met diens leengoederen (van de Heer van Putten) beleend. In de 10e penning van 1543 wordt weduwe Baartje Jans genoemd met 10 gemet te Hoogvliet en 43 gemet plus een huis en een boomgaard te Poortugaal. Zij had niet te klagen.

Uit het huwelijk: Neeltje Cornelisse Doensdr (kw 12267) Antheunis (Teunis) Cornelisz, volgt in 1543 zijn vader op in de leengoederen, ovl voor 1559 Cornelis Cornelisz Doensz, gehuwd met Alijs Dirven, wordt in 1559 voogd over de kinderen van zijn overleden zus Haasje, door overlijden van oudste broer Teunis ook opvolger in de leengoederen (dit onzeker), ovl voor 1591 Leentje Cornelisdr Lijsbeth Cornelisdr, gehuwd met Pieter Waddensz die in 1518 wordt genoemd als hebber van een leen van de heer van Putten, bij de heffing van de 10de penning in 1543 te Poortugaal gemeld met 8 lijn 80 roe land aldaar. Haasje Cornelisdr, gehuwd met Cornelis Symonsz, hij overlijdt 23-10-1557 te Westmaas (bij Mijnsheerenland), zij 10-12-1557 (was er een griep?) en voor kinderen en erfgoed moet een regeling worden gemaakt. Op 27-11-1559 gebeurt dit voor schout en schepenen, met Group Doen Symonsz. en Cornelis Cornelis Doensz. als voogden van de weeskinderen van Cornelis Symonsz. en Haesken Cornelisdr. en machtigen Doe Willemsz. in Poortugaal. Jan Cornelisz

c) DE JONG-kwartier (Friesland)

  1. Tiette Folperts BAERDT, geb ca 1481, boer op Baarderburen onder Arum, ovl ca 1545, trouwt ca 1515 met
  2. Duedt Sjoerdsdr (AESGAMA), geb ca 1490, ovl na 1551

Uit dit huwelijk: Folpert Tiettes BAERDT, kerkvoogd (1560) te Arum, “gaeman” (1561), kerkvoogd (1569), volmacht van Wonseradeel (1572), overleden te Arum tussen 1582 en 1586. Getrouwd met (naam onbekend). Vader van Tiette Folperts BAERDT, geb 1556, deze Tiette was dorpsrechter te Arum (1581), grietenij-secretaris van Menaldumadeel (1595), ovl 18-9-1614, getrouwd met Rintske Claesdr MEYLSMA. De zoon uit dit huwelijk, Folpert Tiettes BAERDT, geboren ca 1587 was volmacht van de Vijfdeelen Zeedijken (1614) en werd ook secretaris van Menaldumadeel (1641, 1649), ovl in 1649, trouwde (1) met Antie Hettus, van Marssum, ovl 1617, en (2) in 1621 met Sytske Laesdr BAERDT, geb 1595, dochter van Laes Lieuwes en Eelck Foppes BAERDT. Sjoerd Tiettes BAERDT (kw 13212) Frans Tiettes BAERDT, ovl in 1558, trouwt met Tijam Sijbedr., ovl na april 1558 en voor 1565. Uit het huwelijk: Gerlof Fransen Baerdt, Rixt Fransdr. Baerdt en Doed Fransdr. Baerdt. Frans Tiettes wordt (1547, 1555) vermeld te Salwerd, buurschap direct ten oosten van Franeker, in 1552 “bloedmomber” over de wezen van Epe Abbes (ws zijn neef) en Ambrosia Romckedr te Welsrijp. Offke Tiettes (ook zoon? Staat niet vast. Wordt 1576 te Arum vermeld.)

In 1550 verkoopt Duedt Syuerdtsdr ,weduwe van Tiette Baerdt, een losrente uit een deel van AESGAMAZATHE in de Poelen onder Dronrijp. Suyrdt AESGAMA (neef of broer?) is voor 1556 huurder van deze zathe en sinds 1556 eigenaar.

Het is nog niet definitief duidelijk hoe de familienaam Baerdt tot stand kwam. Het heeft niets met baard (haar rond de onderkin te maken). Sprake is van een eigenerfd geslacht te Oosterend (vgl Folpert (kw 52848)) en het kan zijn dat Tiette de afkomstnaam meenam toen hij zich te Arum vestigde (Baarderburen). Zijn zonen Sjoerd (kw 13212) en Frans droegen de naam Baerdt toen ze zich tussen Franeker en Leeuwarden gingen vestigen, Sjoerd te Marsum en Frans te Salwerd. Kerk te Marsum: “Zerk van gele zandsteen; vierpassen, waarin de tekens der Evangelisten; totaal afgesleten Gotisch randschrift; binnen de rand een miskelk met hostie; daaronder een gedeeld wapen, waarin links flauwtjes zichtbaar een ster boven een wassenaar. In het eerste kerkvoogdijrekeningboek is in 1624 bij de verkoop van een graf in de kerk sprake van "de steen van Aesgama" (blz. 47), waarmee vrij zeker deze zerk werd bedoeld. Gelet op het wapen (voor zover zichtbaar gelijk aan het wapen Baerdt; vgl. nr. 50) en in aanmerking nemende de naamsverwisseling van Baerdt en Aesgema, menen we hier de zerk te hebben van Heer Sybren Doeckesz. Baerdt, van wie E. H. v. D. op 1527 vermeldt: "den 18 Apr. dat was doen Paesch Maendach sterff Heer Sibren, Doecke Douwama zoon pastoor tot Marssum". Heer Sibren Doeckesz. Baerdt, z. v. Doecke Douwesz. B. en N. N., was een broer van Katryn Aesgama, weduwe van Fedde Dotinga te Marsum (1521: Sipma, dl. II, nr. 307 en 355). Volgens het grafboek van 1756 verving deze zerk een witte zerk, waarop "een wapen en eenige woorden die onleesbaar zijn" ; vermoedelijk dekte deze witte zerk het graf van Fedde van Dotinga (Dootnia), van wie E. H. v. D. mededeelt: ,,1529 den 7 Oct. Fedde Doetinga ofte Dottnija. tot Marsum begraven". Fedde van Dotinga, z. v. Ofcke Dotinga en Luts Feddesdr. Mernstra op Dotinga-state te Marsum, tr. Catharina (Tryn) van Baerdt, d. v. Doecke Douwesz. Baerdt en N. N. Hij bewoonde eveneens Dotinga-state. Het wapen van "Dotinga tot Marsum" vertoonde volgens het Burmaniaboek 4 zesp. sterren (2, 1 en 1).”

  1. Doeckle Ansckesz, geb ca 1500, ovl voor 1560, gehuwd voor 1527 met
  2. Rycxt (Oenedr?)

Ouders van: Oene Doecklesz (kw 13296)

  1. Romcke Claesz, geb ca 1526 26597.

Ouders van: Djurre Romckes (kw 13298)

  1. Gerrolt Hoytes WALPERT, geb ca 1538, ovl na 1588, wonend te Wommels (Hennaarderadeel, FR)
  2. Ydt Heredr De WALPERT-naam toegevoegd zolang bezit van Walpert-zathe te Wommels duurde of de naam voor leden van de familie in gebruik bleef.

Gerrolt 1581 en 1588 vermeld in akten van het Hof van Friesland (“Quaclappen”). In 1581 samen met broers Duecke Hoytes WALPERT en Pybe Hoytes WALPERT. Gerrolt en Pybe wonen te Wommels, Duecke in het naburige Kubaard. Omdat de grietenij Hennaarderadeel (grietman Poppe BURMANIA) in 1578 naliet gehoor te geven aan de opdracht van “de koning van Spanje” om via een extra-belasting (personele impositie) bij te dragen aan diens betwiste bewind, ontbreken gegevens over Gerrolt (en anderen aldaar) uit dat jaar. De akten, na overlijden van vader Hoyte Gerrolts WALPERT (kw 53196), mogelijk over verdeling nalatenschap (nog verder na te kijken). Voorzover mij nu bekend uit huwelijk van Gerrolt Hoytes en Ydt Heres enkel drie dochters.

Kinderen uit het huwelijk: Anna Gerrolts WALPERT, geb ca 1560, huwt voor 1581 met Nicolaas Buwes. In de discussie over nalatenschap van Hoyte Gerrolts al zelfstandig en mede-erfgenaam. Iets Gerrolts Walpert, huwt na 1581 met Douwe Piers. In de akte van 1588 treedt haar vader Gerrolt Hoytes op als grootvader en curator over Iets Douwes, dochter van Iets Gerrolts en Douwe Piers. Aan te nemen is dat zijn dochter Iets in kraambed van volgende Iets is overleden. Siouck Gerrolts (kw 13299), huwt na 1581 Djurre Romckes (kw 13298)

PM: Het is mogelijk dat deze WALPERT-lijn straks moet worden afgevoerd uit deze kwartierstaat. Omdat voormoeder Siouck (kw 13299) in een akte van 1624 gemeld wordt samen met broers Jelle en Hoyte en een zus Beytsk. Zij zou dan niet Siouck Gerrolts WALPERT zijn geweest maar mogelijk: Siouck Greolts (HOBBEMA). De relatie met WALPERT is in de Palstra-genealogie gelegd. Maar over de houdbaarheid van die relatie is discussie ontstaan (Tresoar-forum vanaf november 2007). Nog aan te vullen.

  1. Robijn Sjoerds (BONNEMA), ovl na 1521 26613.

Ouders van: Jelle Robijns BONNEMA (kw 13306)

Voorvader Robijn Sjoerds wordt 1521 vemeld, wonend te Kimswerd (Wonseradeel, FR), bezuiden Harlingen. Misschien al in 1500. Dat zijn zoon Jelle Robijns BONNEMA ging heten, naar de BONNEMA-state bij Kimswerd (in 1546 wordt Jelle als voor een deel eigenaar van deze state vermeld), kan zijn omdat deze introuwde bij deze state. PM: In de tijd dat Robijn Sjoerds te Kimswerd woonde, was het lang niet veilig in de streek. “Van bovenaf” was Friesland aan de (Duitse) hertog van Saksen toegekend die er legers heenbracht en niet al te bekwame zonen als bewindvoerders plaatste. De huishouding zou door een nieuw belastingsysteem moeten worden betaald en dat liep uiteraard vast op betalingsonwil. Fase 2 is dan dat het bezettingsleger onvoldoende kan worden betaald en Fase 3 dat dit leger gaat muiten en tot plunderingen overgaat. De “Saksen” raakten de controle kwijt en hun leger te Friesland ontaardde in een plunderbedrijf, de Zwarte Hoop genoemd (hoop = ongeregeld stelletje; zwart = plundering, brandstichting). De “Zwarte Hoop” kwam ook bij Kimswerd langs. Toen Robijn Sjoerds er woonde. Het dorp werd geplunderd en boerenplaatsen werden in brand gezet. Buurman te Kimswerd Pier Gerlofs (DONIA?) wiens plaats ook werd neergebrand, reageerde fel en organiseerde een tegenlegertje (Arumer Zwarte Hoop) en had daar succes mee: “Grote Pier” leidde 1515-1520 het Friese verzet te land en ter zee (Zuiderzee) tegen Saksers, Bourgondiërs en Hollanders. Achteraf gezien heldhaftig, maar met veel te geringe middelen. Het werkte niet uit.

Voorvader Robijn Sjoerds had mogelijk Pier Gerlofs (“Grutte Pier”) als buurman. Er zijn geen aanwijzingen dat hij of zonen van hem meestreden met het leger/zeevolk van Pier.

Gort is gepelde gerst, dat pellen werd sinds de middeleeuwen in pelmolens gedaan. Gerstepap of gortepap (karnemelkse pap) behoorde tot het regelmatige menu. Tielman VAN DULLICUM, een broer van haar, was raad en meester–rekenkamer in Den Haag, ovl 1529. (Bron: Mulderij) PM: Op 4-10-1431 financierde (stichtte) Soete Willemsdr VAN BEVEREN het St.Elisabethsaltaar in de Grote Kerk te Dordrecht in een aparte nis die gaandeweg de Van Beverenkapel ging heten, omdat bij dit altaar overledenen uit deze familie onder de zerken werden bijgeplaatst. Bron: Zuiderent. Kwartierstaat van Schothorst. Genoemd als eigenaar van landerijen te Arum (akten van 1542 en 1543). Arum is een terpdorp op de dijkroute tussen Bolsward en Harlingen. Circa 1515, Tiette Folperts was rond 35 jaar, was er de Arumer Zwarte Hoop van “vele huislieden, wier goed door de Saxers verbrand en verwoest was, zoo uit Arum zelve, als ook van Kimswerd en Witmarsum” (Steenstra II, pag 352). De Arumer Zwarte Hoop trok plunderend langs Harlingen en Franeker en door Het Bildt “en roofden ontallijk vele beesten”. Geen bewijs dat Tiette eraan meedeed. “Gaeman” kan hetzelfde betekenen als kerkvoogd. De kleinzoon Tiette Folperts BAERDT van Tiette en Duedt, via oudste zoon Folpert, was dorpsrechter en grietenij-secretaris. Hij werd begraven in de dorpskerk van Schingen (bij Dronrijp). De zerkinscriptie: Anno 1614 den 18 september stierf de eerzame Tiete Baarde secretarius over Menaldumadeel, oudt 58 iaar. Hier rust wel Titi vleesch, en zijn verdorde leeden, maar zijn zeer vroome ziel, is hooger opgetreeden, versaamt bij t’engelsch heir en ’s hemelsch vreugd gevoelt, na dat sich in zijn vleesch een wyl heeft gewoelt, zyn ligchaam blijft hier ook [in] d’aarde niet verlaten maer zal hier namaels eens ook wandlen op de straten van ’t nieuw Ierusalem, met d’ziel te saam gepaert en leven eeuwiglijk in eenichheyd vergaert (Everhardus Hesener v.d.m. te Schingen). Dominee Hesener liet een halve preek op de grafplaat beitelen. Mogelijk nog steeds in het kerkje te Schingen na te lezen. Kwartierstaat van Schothorst. Welsrijp (in noordelijke uitloper van Hennaarderadeel) ligt direct oostelijk van Salwerd (Franekeradeel). De betrokken personen waren niet alleen geliëerd, maar woonden ook vrij dicht in elkaars nabijheid. Encyclopedie van Friesland, editie 1958. Na 1600: “In 17de eeuw noemt Folpert Hettes te Marsum zich Baarda”. (Enc.v.Fr. 1958)