1. Overzicht (Stamlijnen-Achternaamlijnen)
- OVERZICHT (STAMLIJNEN-ACHTERNAAMLIJNEN)
2 WillemVANDERHOEK Geb 1906 Naaldwijk Elizabeth DE JONG Geb 1910 Oudehaske
4 BonneVANDERHOEK Geb 1875 Oranjewoud Neeltje ROEM Geb 1871 Naaldwijk
8 Jan WoltersVDERHOEK Geb 1835 Nijehaske HiltjeJansLukkes Geb 1840 Het Meer
16 WolterFreerksVDHOEK Geb 1795 Benedenknijpe GrietjeBonnesBouwman Geb 1799 Rotstergaast
32 FreerkTammesVDHOEK Geb 1758 Terwispel HendrikjenWoltersBijma Geb 1765 Katlijk
64 Tamme Freerks Geb ca 1721 Zwartveen/Opeinde EeuwkjeJalderts Geb 1726 Terwispel
128 Freerk Sierds Geb ca 1690 Zwartveen Baukje Karstes Geb ca 1695 Zwartveen
256 Sierd Tammes Geb ca 1665 Rottevalle/Opeinde Baukje Freerks Geb 1668 Opeinde
512 Tamme Tijsses Geb 1628 Zwartveen Hiltje Sjoerds Geb ca 1635 Ovl Rottevalle
1024 Tijs Sjoerds Geb 1604 Oostermeer Jantje Tammes Geb 1602
2048 Sjoerd Jelgers Geb 1575 Oostermeer Trijn Tijsses
4096 Jelger Sjoerds Geb 1548 Hendrikje Hendriks Geb ca 1550 Witveen
8192 Syourdt Eerste helft 16de eeuw
16384 Rond 1500
3
ElizabethDEJONG Geb 1910 Oudehaske WillemVANDERHOEK Geb 1906 Naaldwijk
6 KlaasPiersDEJONG Geb 1853 Oudehaske FokjeJurjensSCHIPPERS Geb 1870 Oranjewoud
12
PierJacobsDEJONG Geb 1825 Doniaga Joltje Fokkes Veldstra Geb 1823 Haskerhorne
24 JacobPiersDEJONG Geb 1797 Oosterzee GeeskeJochumsOenema Geb 1801 Westermeer
48
Pier Jacobs Geb 1766 Joure/Haskerhorne EpkjenMeyesFrankena Geb 1771 Langweer
96 Jacob Minnes Geb 1728 Haskerhorne Aafke Piers Geb ca 1753 Joure
192 Minne Wybes Geb ca 1695 Haskerhorne Martjen Franckes
384
Wybe Geb ca 1670?
768
1536
3072
6144
12288
24756
Stamlijn VAN DER HOEK Stamlijn DE JONG
1a. Achternamen VAN DER HOEK en DE JONG
Achternamen (noms de famille = gezinsnamen). Sinds 1811 voor iedereen in Nederland verplicht geraakt. Het systeem met registers van Burgerlijk Stand dat destijds door de Franse bezetter werd ingevoerd, bleef gehandhaafd toen het Koninkrijk der Nederlanden werd gevormd. Vooral in het noorden van Nederland waren vaste achternamen eerder ongebruikelijk. in die tijdzijn in de “stamlijnen” binnen onze voorfamilie pas sinds 1811 vastgelegd. Je had een eigennaam (roepnaam), bijvoorbeeld Gosse of Auckien, en ter verduidelijking (van wie is het er eentje?) werd daar voor en door de omgeving meestal de naam van de vader (het patroniem) of van de ouders aan toegevoegd. Gosse fan Pier, wat bij documenten meestal als Gosse Pierssoan, Pierson of Piers werd geschreven. Auckien fan Homme en Gryttie: Auckien Hommedochter of Auckien Hommes. Herkomstnamen of bijnamen konden er ook nog aan worden toegevoegd, maar meestal verdwenen die bij het overlijden van de persoon. Jacob, de zoon van Gosse Piers, gaat Jacob Gosses heten. En diens zoon Homme heet Homme Jacobs. Dat deze een achterkleinzoon is van Pier Auckes valt voor buitenstaanders nauwelijks meer te ontdekken. Verplichte achternamen dus voor een meer inzichtelijke administratie. Tienduizenden gezinshoofden in Friesland moesten voor het eerst van hun leven naar de mairie (ook een Franse vinding) om een nom-de-famille in te laten schrijven. Voor velen een keuzeprobleem. Uit voorzorg was bepaald dat men zich niet naar dorp of stad mocht vernoemen, tenzij men een dergelijke naam al aantoonbaar langer had. De administratie vreesde natuurlijk dat te veel gezinshoofden te Sneek de achternaam “van Sneek” zouden kiezen of die te Welsrijp “van Welsrijp” en dat zou de gewenste inzichtelijkheid eerder kleiner dan groter maken. Bezettertje pesten is altijd populair. Achteraf had men waarschijnlijk ook graag namen als “De Vries” of “De Jong” niet toegestaan, die bleken in 1811 plots erg populair bij de bevolking.
In ons verhaal hier gaat het nu om de achternamen VAN DER HOEK en DE JONG (jawel). Van ouders Willem VAN DER HOEK (1906-1961) en ELIZABETH DE JONG (1910-1989). Deze achternamen waren in onze familie voor 1811 niet in gebruik en zijn door de invoering van de Burgerlijke Stand ontstaan. Bij de naam VAN DER HOEK is het duidelijk, want oudvader Freerk Tammes (53, vijf kinderen: Joukje, Wolter, Grietje, Tamme en Jaldert) die toen in De Knipe woonde, ging in december 1811 daar naar de mairie. En laat de naam VAN DER HOEK inschrijven.
Bij de naam DE JONG is zo’n inschrijving er niet. Oudvader Pier Jacobs (43, zes kinderen: Jacob, Lysbert, Aafke, Meyke, Sytske en Franke) is in 1806 te Oosterzee overleden. Oudmoeder Epkjen Meyes FRANKENA is daarna met de zes kinderen van Oosterzee naar Doniaga verhuisd, waar ze in 1810 trouwt met de boerenzoon Klaas Douwes DOUMA. Deze moet voor de inschrijving naar de mairie te Langweer en laat daar alleen de pasgeboren dochter Antje, van hem en Epkjen, onder DOUMA-naam registreren. Voor de zes kinderen van Pier vindt geen inschrijving en dus geen vastlegging van achternaam plaats. Epkjen zou dat hebben moeten doen of Klaas mogelijk, als voogd, maar ze deden het dus niet. Voor de kinderen van Pier Jacobs en Epkjen wordt het minstens een probleem wanneer in 1815 de oudste zoon Jacob voor de loting moet verschijnen van de Nationale Miltie (ook zo’n Franse vinding die gehandhaafd bleef). We zien de kinderen nu in de akten verschijnen met de achternaam DE JONG. Dat oudvader Pier voor deze naam zou hebben gekozen, is onwaarschijnlijk. Hij kwam oorspronkelijk uit Joure/Haskerhorne en had daar één broer die de achternaam MINNESMA aannam. Hun vader heette namelijk Jacob Minnes (en hun moeder Aafke Piers). De zes kinderen van Pier & Epkjen hadden geen bloedverwanten in rechte lijn met ook DE JONG-naam en zo begonnen ze een afzonderlijk stroompje in de grote zee van andere De-Jongen.
Met de kinderen van Freerk Tammes is hetzelfde gebeurd, maar anders. In heel Friesland kozen destijds slechts zo’n 30 gezinshoofden voor de achternaam VAN DER HOEK. Wie iets met “Hoek” wilde, koos voor HOEKSTRA. Dat deden er vele honderden, misschien wel bijna duizend. In 1811 had had Freerk nog één broer in leven, zijn oudste broer Sierd Tammes (64, acht kinderen: Corneliske, Tamme, Ekke, Cornelis, Hinke, Freerk, Lolkjen en Eeuwkjen; hij noemt 9 kleinkinderen), die te Jubbega-Schurega woont en voor de registratie naar de mairie te Mildam moet. Dus niet zoals Freerk naar de mairie te De Knijpe. Sierd laat zich als LENSTRA inschrijven, zo wordt het tenminste gelezen. Twee broers, twee verschillende achternamen. Overleg zullen ze niet hebben gehad, misschien zagen ze elkaar maar hoogst zelden. Sierds zoon Cornelis (31) woont in Drachten en doet daar aan de naamsregistratie mee, wat niet moest want zijn vader was nog in leven en dan moest de vader. Maar misschien was Cornelis niet zeker (zijn akte meldt dat de vader Sierd Tammes SEINSTRA, Knipe is). Cornelis laat zich als SEINSTRA inschrijven en meldt die achternaam, en niet LENSTRA, ook voor zijn vader. Na 1811 doen vader en broers en zussen met Cornelis mee en wordt de achternaam SEINSTRA, vaak eerst nog wel heel verschillend gespeld (Seynstra, Zeinstra, Zijnstra, Sijnstra, Zingstra), behalve broer Ekke te Kortezwaag die de achternaam WERK(S)MAN gaat gebruiken.
Zoals de kinderen van Pier & Epkjen geen neven of nichten hadden die ook DE JONG heetten, hebben de kinderen van Freerk Tammes & Hendrikjen Wolters geen neven of nichten die ook VAN DER HOEK heten. Broers Sierd en Freerk kiezen verschillende achternamen. Freerk Tammes is geen familie van één van de andere Friese gezinshoofden die zich in 1811 als VAN DER HOEK laten registreren. Dat hij zich niet HOEKSTRA laat noemen, wat toch een duidelijk en populair alternatief was, suggereert dat hij niet òp een hoek maar ìn een “Hoek” woonde. Om een mogelijk definitieve verklaring voor de keuze van Freerk te vinden, zijn we gaan wegstrepen wat door bekende feiten uit zijn leven wordt weersproken. Er is geen enkel verband met Hoek te Leeuwarden of Franeker. Freerks vader stamt uit de omgeving van Opeinde (van oudsher vermaarde “Nijegaster Hoek”!), maar nam geen herkomstnaam mee toen hij zich rond 1745 in Terwispel vestigde en daar trouwde. Freerk verloor op jonge leeftijd beide ouders en daarmee grotendeels familiale contacten. Rond zijn 30ste verhuist hij, getrouwd met Hendrikjen Wolters uit Oranjewoud (Oudeschoot/Rotstergaast), naar De Knijpe. Tien jaar later, rond 1800, trekt hij naar Luxwoude, waar hij minstens vijf jaar woont. Daarna vestigt hij zich voorgoed te De Knijpe. Binnen dit patroon vallen twee “gebieds-Hoeken” op naar welke hij rond 1811 door de omgeving kan zijn vernoemd. Dat is (1) de buurtschap Luuksterhoek bij Luxwoude, waar hij een tijd woonachtig was. Toen hij (weer) in De Knijpe ging wonen, kan men hem om die reden “fan de Hoeke” zijn gaan noemen (de schrijfwijze VAN DER HOEK is van de ambtenaar, Freerk had niet leren schrijven, hij tekent het formulier met een kruisje). En dat is (2) het gebied te De Knijpe waar hij gaat wonen: “de Hoeke” van Bovenknijpe tussen de Vaart en de polderdijk richting Langezwaag, daar waar het sluisje is, de pramenhelling, de herberg, en waar naar het westen gezien Benedenknijpe begint (de herberg lag volgens mij over de dijk en al in Benedenknijpe). Dit deel van De Knijpe komt in documenten als “de Hoeke” voor. Freerk woonde er in 1811 en kan er de keuze van zijn achternaam door hebben laten bepalen. Met deze verklaringen hebben we, naar mijn mening, het onderste uit de kan. Andere verklaringen “zijn er niet meer”.
We zijn het er vrijwel over eens dat oudvader en oudmoeder VAN DER HOEK in 1811 in de (Knypster) Hoeke woonden. Freerk Tammes is de enige van de ca 20 toen daar wonende gezinshoofden die de naam VAN DER HOEK aanneemt (zoals gezegd: de schrijfwijze is van de ambtenaar). Voor HOEKSTRA kiest hij niet. Persoonlijk vind ik de verklaring op basis van “hiervoor gewoond hebbende te Luuksterhoek” eigenlijk eleganter en goed verdedigbaar. Luxwoude telde in 1749 nog maar 9 inwoners, vanwege de vervenigingen groeide dit aantal uit tot 311 in 1815. Dat moet ook in De Knijpe zijn opgevallen. Je kunt je naam te danken hebben aan het feit dat je erbij aanwezig was.
Jan Wolter (mei 2003)
1b. “Stamlijnen” VAN DER HOEK en DE JONG
“Stamlijnen” in ouderwetse betekenis betreft de opeenvolging in de tijd van vader-zoon verbanden. Soms schuift er eens een dochter tussen, bij gebrek aan zonen, om zo’n “stamlijn” via haar mogelijke zonen een vervolg te geven. We gaan hieronder dit spel terug in de tijd even meespelen. Een tussen te schuiven dochter bleek niet nodig. Bij de DE JONG – stamlijn lopen we rond 1700 al vast met de mannen, bij gebrek aan bronnen. Bij de VANDERHOEK – stamlijn kunnen we tot tegen 1500 teruggaan, mits bepaalde aannames die we onderweg doen, werkelijk blijken te deugen. Het vinden van mannelijke voorzaten is afhankelijk van kerkelijke trouw- en doopregisters (dergelijke registers van voor 1730 zijn vaak niet bewaard gebleven, als ze al door de predikanten werden bijgehouden, want dat hoefde niet) of andere, toevallige, bronnen. Grondbezit, een specifiek beroep of een maatschappelijke functie kunnen soms een houvast geven.
-
DE JONG-“STAMLIJN” Bij de DE JONG-voorzaten lopen we wat “stamlijn” betreft rond 1700 al vast. Andere lijnen binnen die voorfamilie gaan soms veel verder terug, de CATHARINA-ELIZABETH lijn (zie hierna) zelfs tot rond 1400. Bij de “stamlijn DE JONG” hebben we oudvader Pier Jacobs die in 1806 te Oosterzee overlijdt en daardoor, toen het in 1811 verplicht werd, niet een achternaam voor zichzelf en zijn kinderen kon kiezen. Pier, gedoopt te Joure op 12 november 1762, was tweede zoon uit het huwelijk van Jacob Minnes en Aafke Piers, die op 15 mei 1760 te Joure trouwden. Zijn oudste broer Minne Jacobs was in 1811 nog wel in leven en koos de achternaam MINNESMA. Verder kende het gezin alleen dochters (zes) die in 1811 geen achternaam, want geen gezinshoofd, hoefden te kiezen. De jongste dochter, Anna Jacobs (1779-1845), wordt bij overlijden wel MINNESMA genoemd. Een andere zus van Pier, Joltje Jacobs (1772-1825), gebruikte geen achternaam. Joltje was niet alleen zus maar ook schoonzus van Pier. Bovendien trouwt haar kleindochter Joltje (Fokkes VELDSTRA) met zijn kleinzoon Pier (Jacobs DE JONG) om grootouders te worden van Elizabeth DE JONG. Maar dat is een ander verhaal. Dat deze Pier de achternaam DE JONG heeft en niet MINNESMA is een gevolg van keuzes rond 1811 en bij die keuzes was zijn grootvader Pier dus niet meer betrokken. De vader van Jacob Minnes is duidelijk te traceren: Minne Wybes. Bij de belastingquotisatie van 1749 vermeld als boer te Haskerhorne, redelijk in staat. Het gezin van de oudovergroot-ouders Minne Wybes en Martjen Franckes, getrouwd te Haskerhorne op 14 januari 1720, bestaat 29 jaar later uit 5 personen ouder dan 12 jaar. Ze lieten 7 kinderen dopen (doopregister Herv.Gemeente Haskerhorne): Wybe (1720), Francke (1723 geboren en overleden), Reinskjen (1725), Francke (1727), Jacob (1728), Jan (1731) en Joltje (ovl 18-1-1733). Over oudbetovergrootvader Wybe weten we op dit moment nog niets. De “stamlijn” verdwijnt in de registerloze tijd van voor 1700.
-
VAN DER HOEK-“STAMLIJN” Freerk Tammes (1758-1841) begon in 1811 met de achternaam VAN DER HOEK. Hij was zoon van Tamme Freerks en Eeuwkjen Jalderts die waarschijnlijk op 11 december 1745 te Terwispel trouwden (trouwregister niet bewaard) en daar 7 kinderen lieten dopen (doopregister Herv.Gemeente Lippenhuizen-Terwispel-Hemrik): Sierd (1747), Jaldert (1748), Freerk (1752), Baukjen (1754), Jaldert (1756), Freerk (1758) en Eeuwkjen (1761). Moeder Eeuwkjen overlijdt voor de jongste dochter kan worden gedoopt. In 1811 zijn van dit gezin alleen Sierd (1747-1825) en Freerk Tammes (1758-1841) nog in leven. De eerste gaat SEINSTRA heten, Freerk VAN DER HOEK. Bij de belastinquotisatie van 1749 staat Tamme Freerx als arbeider te Terwispel vermeld (twee jonge kinderen). Hij is afkomstig van Opeinde (Smallingerland) want daar wordt op 27-11-1745 de ondertrouw van Tamme en Eeuwkjen genoteerd (eerste proclamatie, trouwregister wel bewaard). Eeuwkjen was boerendochter te Terwispel. Tamme kwam vermoedelijk uit het boven Opeinde gelegen Zwartveen. Om de “stamlijn” te kunnen volgen moet we aannemen dat Tamme om een bijzondere reden bij zijn oudste zoon niet zijn vader maar zijn grootvader (of broer) vernoemde. Tamme is ca. 1720 geboren en eigenlijk komen als zijn ouders alleen Freerk Sjierds en Bauk Karstes in aanmerking, beiden uit Zwartveen, die in april 1711 trouwden in de kerk te Opeinde. Een doopregister ontbreekt, maar een zoon S(j)ierd is aannemelijk, een zoon Karst nagenoeg zeker (in 1749 te Opeinde de arbeider Carst Freerks met drie jonge kinderen) en dan heb je “onze” Tamme (in 1749 arbeider te Terwispel). De broer S(j)ierd kan zijn overleden in de tijd dat Freerk en Eeuwkjen trouwden. Met Freerk Sierds en Bauk Karstes als oudovergrootvaders geaccepteerd in de “stamlijn” VAN DER HOEK, moeten we een volgende stap nemen. Doopboeken ontbreken, huwelijks-registers zijn er wel. Op 23 december 1683 trouwen te Opeinde Syerdt Tammes en Bauck Freercks. Hij is afkomstig van Rottevalle (oostelijk van Opeinde), zij is 29 april 1668 gedoopt te Oudega/Opeinde. Haar ouders, Freerck Harckes en Taebke Tjallinghs, staan in de boeken als wonend te Oostermeerderveen. Waarschijnlijk was ze bij huwelijk nog geen 16 jaar oud, maar jonge huwelijk waren niet ongewoon. Zonen Tamme Sierds en Freerk Sierds zijn waarschijnlijk, er is ook melding van een (vermoedelijke, jongere) zoon Jacob Sierds.
De “stamlijn” gaat dan verder terug met stamouderechtpaar Tamme Tijsses en Hiltje Sjoerds (Sierds). Stamvader Tamme (1628- ca 1710?) had een niet onaanzienlijk bedrijf te Rottevalle als schipper, boer en veenbaas, die als 70-plusser nog trouwt met Griet Sytzes (ca 59), weduwe van de Rottevalster veenbaas Karst Jochums. Stammoeder Hiltje (ca 1635-1693) is dan, te Rottevalle, uiteraard al overleden. Doopboeken ontbreken maar namen van zonen Tijs Tammes en Sierd Tammes zijn bekend, evenals die van de jongere dochter Renske Tammes. Oudste zoon Tijs werd in 1658 geboren en nam misschien gaandeweg het bedrijf van zijn vader (die niet van wijken wist) over. Ook stamgrootvader Tys Sjoerds (geb ca 1600) was boer en schipper. Bij zijn naam wordt Oostermeer als woonplaats genoemd. In de tijd van Tys en Tamme werd de dikke laag hoogveen in de kom tussen Oostermeer, ten noorden, en Opeinde en Rottevalle, ten zuiden, ontgonnen. De laag boven de grondwaterspiegel. Na 1700 ging men dieper en zorgde afwatering van de omringende zandruggen tot het ontstaan van het 300 ha grote meer De Leijen tussen de dorpen in. Turfhandel en –schipperij zorgden in dit gebied tot 1750 (daarna werd Haskerland belangrijk) voor een redelijk bloeiende economie. Tys Sjoerds trouwde in 1628 met Jantien Tammes, dochter van koopman Tamme Edzes en Reinsck Johannes. Tot dusver is alleen Tamme Tijsses als kind uit dit huwelijk bekend. Geen doopboeken. Trouwregisters Oudega/Opeinde beginnen eerst in 1640. De (vermoede) stamovergrootouders zijn Sjoerd Jelgers, geboren in 1575, schipper te Oostermeer en Oostermeerderveen (waarschijnlijk startte hij het turfschippersbedrijf dat zonen, kleinzonen en achterkleinzonen, naast boerderij/vervening, ook dreven), en Trijn Tijsses. Rond 1600 getrouwd. De zonen Jelger Sjoerds en Tys Sjoerds staan zeker gemeld, ook een dochter Rein(o)u Sjoerds. In 1548 tenslotte is Jelger Sjoerds geboren, stam-betovergrootvader. Rond 1572 getrouwd met Hendrickje Hendrickx, afkomstig uit Witveen, volgens een bron. Maar of die betrouwbaar is weten we niet. Bestond de buurtschap Witveen toen al? Witveen, anders dan Zwartveen, is hoogveen dat turf van bijzonder hoge kwaliteit oplevert. Kostbaar. Waarschijnlijk was dit in de middeleeuwen (de kloosterontginningen) al wel ontdekt. De buurtschap Witveen werd vanaf 1620 vooral bekend omdat opgejaagde Doopsgezinden er een redelijk veilige woonplek vonden en vanwege een belangrijke Doopsgezinde gemeente sindsdien. Aan stambetovergrootvader Jelger Sjoerds zal een stamoudvader Sjoerd (Suerd, Syourdt) zijn voorafgegaan. Misschien rond 1520 geboren en in de buurt van Bergumermeer en/of Garijp woonachtig.
- GROOTOUDERS IN KORT BESTEK
Grootouders Gebjr Gebplts Ovljr Ovlplts Lftijd Partner Klaas Piers de Jong 1853 Oudehaske 1930 Oudehaske 77 Fokje Schippers Fokje Jurjens Schippers 1870 Oranjewoud 1936 De Tynje 66 Klaas de Jong Neeltje Roem 1871 Naaldwijk 1937 Heerenveen 65 Bonne Van der Hoek Bonne Van der Hoek 1875 Oranjewoud 1943 Heerenveen 68 Neeltje Roem
De vier grootouders in volgorde van geboortejaar. Pake Klaas (geboren 24 april 1853) is de oudste, opa Bonne (geboren 8 januari 1875) de jongste. Beppe Fokje (geboren 15 juni 1870) en opoe Neeltje (geboren 17 november 1871) scheelden rond anderhalf jaar. De volgorde naar overlijdensjaar komt overeen met die naar geboortejaar. Pake Klaas overlijdt als eerste van de vier, 9 december 1930. Hij wordt met 77 jaar wel het oudst. Beppe Fokje volgt 14 november 1936 en opoe Neeltje 15 november 1937. Fokje wordt 66 en Neeltje zou 66 zijn geworden, wanneer ze twee dagen had willen wachten. Opa Bonne overlijdt als laatste, 1 mei 1943, 68 jaar oud.
- KLAAS PIERS en FOKJE JURJENS Klaas Piers DE JONG is geboren te Oudehaske en overlijdt te Oudehaske. In de jaren daartussen woonde hij voornamelijk elders. Mensen die zeggen dat Klaas in Haskerhorne werd geboren, kunnen gelijk hebben. Het was op de grens tussen beide dorpen. Toen hij 3 jaar oud was verhuisde het gezin naar Oudehorne, een totaal andere omgeving. Daar groeit hij op. Rond zijn eerste huwelijk (1878 met Jeltje HEIDA uit Mildam) verhuist hij naar Mildam, waar hij vervolgens ruim 25 jaar blijft wonen. Na het overlijden van Jeltje, 22 jaar, en hun eerste en enige kind (in het kraambed 14 juli 1879) trouwt hij 1881 met de bakkersdochter Jantje DE ROOS uit Oudeschoot. Te Mildam, in de Anneburen tussen dit dorp en Oudeschoot, laat hij een woning bouwen met bedrijfsruimte. Klaas wordt vervener èn winkelhouder (Jantje winkelierske). Ze krijgen drie dochters (Joltje, Aaltje en Frederikje) en een zoon (Pier, overlijdt na 14 maanden). Op 18 augustus 1892 overlijdt Jantje, 32 jaar oud. Klaas wordt uit zijn verdriet en kwaadheid (en van de drank) gered door de jonge Fokje SCHIPPERS. Zonder veel plichtplegingen wordt al 2 maart 1893 getrouwd. Er worden te Mildam 6 kinderen geboren: Janke (1894), Pier (1896, wordt slechts 3), Jacob (1898), Pier (1900), Jurjen (1902) en Geeske (1904). Klaas is nu de 50 gepasseerd en besluit het bedrijfje te Mildam te beeindigen. Van de opbrengst koopt hij de boerderij De Kooperen Klopper te Oudehaske. Daar wordt nog een dochter geboren, Trijntje (1906). Het idee van alsnog een eigen boerenbedrijf lijkt niet zo goed te passen. De Kooperen Klopper wordt weer verkocht en een kleinere bedoening, tegenover de Hervormde kerk te Oudehaske, gekocht. Daar wordt opnieuw een dochter geboren, Elizabeth DE JONG (2 juni 1910). Inmiddels zijn de coöperatieve zuivelfabrieken ontstaan. Klaas besluit zich op de melkerij en het melkrijden te richten. Het boerderijtje te Oudehaske wordt van de hand gedaan, Klaas verhuist met gezin naar een woning te Nijehaske en even later Terband (in dienst van de zuivelfabriek te Luinjeberd). In 1912, hij is dan bijna 60, geeft hij gehoor aan wervingscampagnes voor Duitse herenboeren die om bekwame “melkerij-chefs” zitten te springen. Klaas en gezin (de dochters uit huwelijk met Jantje DE ROOS zijn inmiddels getrouwd, Jurjen en Geeske blijven bij halfzus Frederikje in Oudehaske achter om de (lagere) school af te maken) verhuizen naar Lohrwardt aan de Rijn tussen Rees en Wesel, waar Klaas op Gut Hübsch een goede betrekking krijgt. Daar wordt nog een laatste kind geboren, de zoon Hendrik (Heinrich, 1913). Na een tijdje gaan, om diverse redenen, de oudere kinderen terug naar Friesland en in 1917, wanneer het contract afloopt, besluiten Klaas en Fokje het Duitse avontuur te beeindigen. Klaas wordt 65 ook (en Duitsland is al drie jaar bezig met een eerste wereldoorlog). Te Weidum bij Leeuwarden wordt een boerderijtje gekocht. Wanneer de Duitse boer eind 1918 (de oorlog is over) een aanlokkelijk aanbod doet, keren Klaas en Fokje in 1919 met de twee jongste kinderen, Elizabeth en Hendrik, terug naar Lohrwardt. Niemand, behalve Klaas en de Duitse boer misschien, zijn er tevreden mee. Binnen drie jaar wonen ze weer in Oudehaske, waar Klaas aan de Kavel een boerderijtje laat bouwen. Daar overlijdt hij op 9 december 1930, 77 jaar oud.
Al met al heeft Klaas 17 jaar van zijn 77 in Oudehaske gewoond. Geboren te Oudehaske en overleden te Oudehaske, maar let op de perioden ertussen.
Fokje Jurjens SCHIPPER is in Oranjewoud geboren, in het witte huisje achter het kerkhof van Brongerga. Die toevoeging hoort er kennelijk bij in het familieverhaal. Ook nazaten van haar oudere zus Trijntje (VAN DER HONING-familie) blijken deze toevoeging te gebruiken. Het huisje zou nog bestaan. Grandioos verbouwd waarschijnlijk. Vanuit dat huisje is Fokje in 1893 met de 39-jarige Klaas Piers getrouwd. De volgende 37 jaar trekken ze samen op. Na het overlijden van Klaas verhuist Fokje binnen Oudehaske, met dochter Elizabeth en zoon Hendrik, naar een huisje aan het Nannewyd. Wanneer Elizabeth op 21 juni 1934 met Willem VAN DER HOEK is getrouwd, komt deze tijdelijk ook daar wonen (Hendrik is vertrokken). Aan de Van der Sluislaan te Oranjewoud worden woningen gebouwd en Willem en Elizabeth staan voor één daarvan ingeschreven (huurwoning, nr 9, twee onder éen kap). Begin 1935 wordt het Nannewyd verlaten. Fokje verhuist met Willem & Lyske naar Oranjewoud. Het jonge stel krijgt er, 13 juli 1935, een zoon Bonne. Wanneer voorjaar 1936 Lyske opnieuw in verwachting raakt, neemt Fokje intrek bij oudste dochter Janke in De Tynje. Daar overlijdt ze 14 november 1936, dezelfde dag als waarop in Oranjewoud een tweede zoon, Klaas (Willemsz), wordt geboren.
-
BONNE (JANS) en HILTJE JANS Bonne VAN DER HOEK is, zoals Fokje SCHIPPERS, in Oranjewoud geboren. Vier en een half jaar later en niet bij het kerkhofje van Brongerga, maar aan de dichter bij Oudeschoot gelegen Grintdyk. Bonne en Fokje zullen elkaar pas na 1930 echt hebben ontmoet, toen er tussen Willem & Lyske een relatie ontstond, en ze zullen elkaar zeker regelmatig getroffen hebben in het halve jaar na juli 1935 toen kleinzoon Bonne was geboren en Fokje ook aan de VanderSluislaan woonde. Bonne was ca 5 toen zijn ouders van de Grintdyk verhuisden naar Terband, aan de noordkant van Heerenveen. Tot zijn 20ste woonde hij daar. Vertrok hierna uit Friesland en kwam in Naaldwijk terecht waar hij op 2 september 1900 met Neeltje ROEM trouwde. Tot begin 1916 woonden Bonne en Neeltje te Naaldwijk. Zes kinderen werden er geboren: Hiltje (1901), Antje (1903), Janna (1904), Willem (1906), Willemien (1907) en Jan Wolters (1909). Begin 1916 verhuisde het gezin naar Heerenveen, onderdak te Terband bij vader Jan en zus Grietje, onderdak te Het Meer bij oom Freerk, om in 1918 een nieuwbouw (huur-)woning aan de Van Dekemalaan te betrekken. Na het overlijden van Neeltje in 1937 verhuisde Bonne met jongste dochter Willemien naar een woning aan de Verlengde Dracht (Burg.Falkenaweg) tegenover de Gereformeerde Kerk. Daar overleed hij op 1 mei 1943. De woonplekken van Neeltje zijn 1900-1937 identiek aan die van Bonne. Voor 1900 woonde ze te Naaldwijk op het tuindersbedrijf van haar ouders, waar Bonne in 1897 als kostganger binnenviel.
-
Driemaal PIER (of vijfmaal) Pake Klaas en beppe Fokje trouwen 2 maart 1893. Voor Klaas een derde huwelijk. Samen krijgen ze 9 kinderen, waarvan een eerste zoon Pier (voor Klaas tweede zoon Pier) slechts 3 jaar oud wordt. Een tweede zoon Pier (voor Klaas derde zoon Pier) is daarna geboren, Mildam 29 oktober 1900. Deze Pier groeide gezond op. Hij verhuist in 1912 mee naar Lohrwardt in Duitsland, maar mag in 1914 terug, samen met zus Janke en broer Jaap. Voor Pier is een betrekking geregeld als hulpje op een boerderij te Rotsterhaule. Later helpt Pier zijn ouders nog mee bij de verhuizing wanneer deze besloten hebben naar Friesland terug te keren. Wanneer hij probeert per fiets een mand met kippen over de grens te krijgen, wordt hij aangehouden. De kippen zijn we sindsdien kwijt. Pier stapt in april 1923 te Rotterdam aan boord van het emigrantenschip “Nieuw Amsterdam” en bereikt 1 juli 1923 Ellis Island met bestemming Marlon (North-Dakota), om daar als boerenknecht (farm hand) aan de slag te gaan. Als referentie heeft hij een andere Pier DE JONG (te Brooton, Minnesota), zoon van Epke Piers DE JONG, de jongste broer van zijn vader Klaas Piers. Deze Pier was in 1914 naar de States geëmigreerd.
-
Ludwigslust Opa Bonne en opoe Neeltje krijgen te Naaldwijk 6 kinderen en geen daarvan overlijdt jong. Bonne en Neeltje zijn zelf al gestorven wanneer in 1945 hun jongste zoon, Jan Wolters (geboren 7 januari 1909 te Naaldwijk, op 24 januari 1939 getrouwd met de onderwijzers-dochter Mintje HIEMINGA uit Benedenknijpe, één zoon: Jan (1939, Gorredijk), drie dochters te Oosterwolde geboren: Neeltje (1941), Klaske (1942), Minny (1945, posthuum)), door de Duitse bezetters wordt opgepakt. Hij wordt in de gevangenis bij Crackstate te Heerenveen zwaar verhoord. Jan werkte bij de belastingdienst die in Friesland een grote rol speelde bij het sluizen van geld richting hulp aan onderduikers en illegaliteit. Met één van de laatste trein-transporten wordt hij naar Hamburg (concentratiekamp Neuengamme) afgevoerd, dat hij waarschijnlijk niet bereikt omdat het Amerikaanse leger dan al dicht in de buurt is. Hij is niet meer, zoals enkele anderen, in staat uit het transport dat doorgaat naar het kamp Wöbbelin bij Ludwigslust te ontsnappen. Dit kamp werd op 7 mei 1945 “bevrijd”. Het Rode Kruis gaf ruim twee jaar later als indicatie dat Jan vermoedelijk 13 mei 1945 bij Ludwigslust overleed. Weduwe Mintje is niet lang na dit bericht opnieuw getrouwd en met gezin naar Canada geëmigreerd.
Grootouders Huwjr Mnd Dag Plaats Leeft vr Leeft man Kind Ovl <20 Klaas Piers de Jong Fokje Jurjens Schippers 1893 mrt 2 Mildam 22 39 9 1 Bonne Van der Hoek Neeltje Roem 1900 sep 1 Naaldwijk 28 25 6 0 De twee grootouderparen krijgen bij elkaar opgeteld 15 kinderen, van wie één op heel jonge leeftijd overlijdt. Pier Klazes DE JONG wordt slechts 3 jaar en bijna vijf maanden oud. Hij overlijdt in de Anneburen te Mildam op 22 augustus 1899. Een volgende Pier wordt 29 oktober 1900 geboren en emigreert op 22-jarige leeftijd naar de USA. Klaas Piers verloor in eerste huwelijk vrouw en kind (dochter Joltje) op 14 juli 1879 in eerste kraambed. Uit tweede huwelijk had hij drie dochters en verloor hij het zoontje Pier (14 maanden oud) op 6 augustus 1890.
- OVERGROOTOUDERS IN KORT BESTEK
Acht overgrootouders. Gemiddeld zijn ze 76 jaar geworden, de mannen 79, de vrouwen 72. Ze leefden in doorsnee zeven jaar langer dan de grootouders (bij wie mannen 72, vrouwen 65) na hen. Bij de grootouders was Klaas Piers DE JONG de langstlevende, terwijl bij de overgrootouders zijn vader Pier Jacobs DE JONG slechts 60 werd en het kortst leefde. De gemiddelde leeftijd voor de mannen werd respectabel hoog, omdat Jan Wolters VAN DER HOEK 92 werd, Jurjen Annes SCHIPPER 86 en Willem ROEM 81.
Overgrootouders Gebjr Gebplts Ovljr Ovlplts Lftijd Partner Jurjen Annes Schipper 1822 Oldetrijne 1908 Oudehaske 86 Janke Wiekel Joltje Fokkes Veldstra 1823 Haskerhorne 1900 Mildam 77 Pier de Jong Pier Jacobs de Jong 1825 Doniaga 1885 Oudehorne 60 Joltje Veldstra Willem Roem 1826 Naaldwijk 1907 Naaldwijk 81 Antje van Beek Antje van Beek 1832 Naaldwijk 1905 Naaldwijk 72 Willem Roem JanWolters vanderHoek 1835 Nijehaske 1927 Terband 92 Hiltje Lukkes Janke Hendriks Wiekel 1840 Nijehorne 1908 Nieuweschoot 67 Jurjen Schipper Hiltje Jans Lukkes 1840 Het Meer 1915 Terband 75 Jan v.der Hoek
- SCHIPPER en WIEKEL Jurjen SCHIPPER, geboren 4 september 1822, komt uit de Stellingwerven. Zijn vader is van Steggerda, op de grens met Overijssel, zijn moeder kwam oorspronkelijk uit Drachten, maar groeide grotendeels in Steggerda op waar haar vader in de ontginningen werkte. Ook de Schippersen waren seizoenarbeiders. Dat Jurjen niet in Steggerda maar in Oldetrijne werd geboren, had hiermee te maken. De gezinnen verhuisden regelmatig. Soms zaten ze een tijd in Overijssel, wat ons onderzoek bemoeilijkt, want de registratie ontbreekt dan (nog). Zeker is dat de oudste broer van Jurjen in “de kolonie” van de Maatschappij der Weldadigheid te Frederiksoord zat (kolonie 3 te Willemsoord), als kolonie-ouder. Waar overgrootvader Jurjen zijn jonge jaren doorbracht, is niet duidelijk. Hij is 42 en als arbeider woonachtig te Oldeholtwolde (Weststellingwerf, bezuiden Mildam), wanneer hij 12 november 1864 trouwt met Janke Hendriks WIEKEL, geboren 20 januari 1840 te Nieuwehorne, als dochter van de schoenmaker Hendrik WIEKEL. Er is geen melding dat Jurjen eerder was getrouwd. In 1864 had Janke juist haar beide ouders verloren, ze werkte als dienstmeid in Oranjewoud/Mildam. Jurjen en Janke gaan te Oranjewoud wonen, in het witte huisje achter het kerkhof van Brongerga. Daar worden 5 kinderen geboren: Trijntje (1865-1940), Hendrik (1867-19..), Fokje (1870-1936), Anne (1873-19..) en Pietje (1882-19..). Het gezin woonde te Oranjewoud, maar Jurjen was voor zijn werk vaak afwezig. De geboortes van Fokje en Pietje kon hij niet bijwonen, de vroedvrouw deed de aangifte. Toen jongste dochter Pietje werd geboren, was Jurjen op twee maanden na 60 jaar oud. Janke WIEKEL was er zeker in 1897 bij toen haar oudste dochter Trijntje beviel (haar vijfde kind), want dat blijkt uit de aangifte die door Janke werd gedaan. Jan Yntzes VAN DER HONING, de man van Trijntje, was ook vaak afwezig. Maar dat kwam vooral omdat deze Jan zich niet aan de regels van de Jachtwet hield en regelmatig vanwege stroperij werd opgepakt. In 1901 verdween Jan zelfs voor een jaar naar Duitsland om uit handen van de politie te blijven. Of Jurjens afwezigheden door soortgelijke praktijken werden veroorzaakt, zouden dossiers nog duidelijk kunnen maken. Zeker is wel dat in de familie nogal met dedain over Jurjen werd gepraat. “Ommenaar”, werd hij door kleindochter Elizabeth genoemd, zonder dat ze er meer over zei. Dat zou op een verblijf in de strafkolonie te Ommen kunnen wijzen. Na 1900, de kinderen zijn het huis uit, verhuizen Jurjen en Janke naar Nieuweschoot. Daar overlijdt Janke op 12 januari 1908, een week voor haar 68ste verjaardag. Op 7 mei 1908 trouwt jongste dochter Pietje, 25 jaar oud, wonende te Oudehaske, met de 27-jarige Pieter BOERSMA uit Rottum. Jurjen overlijdt in hetzelfde jaar, op 29 oktober 1908 te Oudehaske, maar volgens de akte nog wonend te Nieuweschoot. In Oudehaske woonde in dat jaar ook zijn dochter Fokje met gezin. Het overlijden werd te Haskerland aangemeld. Het duurde ruim vijf maanden tot iemand ontdekte dat ook woongemeente Schoterland recht op aangifte had.
Overgrootouders Huwjr Mnd Dag Plaats Leeft vr Leeft man Kind Ovl <20 Pier Jacobs de Jong Joltje Fokkes Veldstra 1846 aug 30 Haskerhorne 23 21 7 0 Willem Roem Antje van Beek 1861 mei 11 Naaldwijk 29 35 3 0 Jan Wolters vanderHoek Hiltje Jans Lukkes 1861 juni 2 Het Meer 21 26 5 1 Jurjen Annes Schipper Janke Hendriks Wiekel 1864 nov 12 Oldeholtwolde 24 42 5 0 De vier paren overgrootouders krijgen opgeteld 20 kinderen. Eéntje overlijdt op heel jonge leeftijd: Grietje Jans VAN DER HOEK wordt slechts 6. Ze verdrinkt op 30 december 1868 in een sloot bij het huis te Oranjewoud.
Jurjen Annes SCHIPPER was de oudste van onze acht overgrootouders, maar zijn huwelijk met Janke Hendriks WIEKEL was “het jongste”. Jurjen was 42 toen hij trouwde. Janke 24.
-
DE JONG en VELDSTRA Joltje Fokkes VELDSTRA, geboren 18 maart 1823 te Haskerhorne, was 23 toen ze daar op 30 augustus 1846 trouwde met de 21-jarige buurjongen Pier Jacobs DE JONG, geboren 20 mei 1825 te Doniaga. Joltje was vernoemd naar haar grootmoeder Joltje Jacobs, Pier naar zijn grootvader Pier Jacobs. Die twee waren broer en zus. Joltje en Pier waren niet alleen buurtgenoten, maar ook een soort van achterachternicht en –neef. Te meer omdat Joltje Jacobs was getrouwd met Hans Meyes FRANKENA en Pier Jacobs met diens zusje Epkjen Meyes FRANKENA. Hans en Joltje woonden in Doniaga maar verhuisden rond 1810 naar Haskerhorne. Daar trouwde dochter Lijsbert met de boerenzoon Fokke VELDSTRA en zo werd in 1823 Joltje te Haskerhorne geboren. Pier en Epkjen woonden te Oosterzee, waar Pier in 1806 overleed. Epkjen verhuisde in 1808 naar Doniaga (trouwde met Klaas DOUMA) en bleef daar wonen. Zoon Jacob Piers groeide verder te Doniaga op, trouwde met Geeske Jochums OENEMA, en zo werd zoon Pier daar geboren. In 1832 begint Jacob een eigen bedrijf te Haskerhorne en de 7-jarige Pier verhuist uiteraard mee. Zo wordt hij buurjongen van Joltje. Pier en Joltje krijgen 7 kinderen: Jacob (1847-1879), Fokke (1849-1889), Geeske (1851-1928), Klaas (1853-1930), Fedde (1855-1922), Epke (1857-1936) en Elizabeth (1864-1889). De laatste twee worden te Oudehorne geboren, waar Pier in 1856 zijn bedrijf begint. Hij overlijdt er op 60-jarige leeftijd, 10 oktober 1885. Joltje vertrekt hierna naar Idskenhuizen, maar overlijdt 10 april 1900 te Mildam, 77 jaar oud. Dat verhaal volgt elders. Kleindochter Elizabeth DE JONG (1910-1989) heeft geen van haar vier grootouders persoonlijk gekend.
-
ROEM en VAN BEEK Willem ROEM, geboren 3 mei 1826 te Naaldwijk, en Antje VAN BEEK, geboren 8 april 1832 te Naaldwijk, trouwen daar op 11 mei 1861 en wonen er verder hun hele leven. Ze krijgen de zonen Nicolaas (1862-1943) en Christiaan, plus de dochter Neeltje ROEM (1871-1937). Antje overlijdt 26 maart 1905, bijna 73 jaar oud. Willem op 8 mei 1907, 81 jaar oud. Kleinzoon Willem VAN DER HOEK (1906-1961) is dan net 1 geworden.
-
VAN DER HOEK en LUKKES Jan Wolters VAN DER HOEK is 6 april 1835 geboren te Nijehaske. Zijn vader Wolter Freerks VAN DER HOEK (1795-1849) was schipper te Benedenknijpe en kinderen werden in verschillende plaatsen geboren. Jan dus in Nijehaske, wat waarschijnlijk betekende aan de Heerenwal te Heerenveen. Jan is 26 wanneer hij in Het Meer (tussen Heerenveen en Beneden-knijpe) op 2 juni 1861 trouwt met de 21-jarige timmermansdochter Hiltje Jans LUKKES, geboren op 29 februari (schrikkeldag) 1840 te Het Meer. Jan is dan arbeider te Luinjeberd, noordelijk van Heerenveen en Het Meer. Ze gaan in Luinjeberd wonen waar op 27 juni 1862 de dochter Grietje Jans wordt geboren. Vervolgens wonen ze te Het Meer, waar 30 maart 1867 zoon Wolter wordt geboren. In 1868 zijn ze naar Oranjewoud verhuisd. Op 30 december 1868 verdrinkt daar dochter Grietje, 6 jaar oud, om ongeveer 2 uur ’s middags in een sloot nabij de huizinge nummer 61 j te Oudeschoot (Oranjewoud werd toen tot Oudeschoot gerekend). De droeve aangifte wordt verricht door opa Jan Johannes Lukkes (55 jaar, timmerman te Heerenveen) en diens collega Roel Egberts Sluiter (54 jaar, timmerman te Heerenveen). Op 18 januari 1870 wordt te Oranjewoud een tweede dochter geboren die weer de naam Grietje krijgt. Op 27 september 1872 volgt een derde dochter en deze krijgt de naam Bontje. Tenslotte wordt een tweede zoon geboren op 8 januari 1875: Bonne VAN DER HOEK (1875-1943). Circa 1880 verhuist het gezin van Oranjewoud naar Terband waar Jan en Hiltje tot hun dood blijven wonen. Hiltje overlijdt 12 augustus 1915, 75 jaar oud. Jan Wolters wordt 92 en overlijdt 23 september 1927. Kleinzoon Willem VAN DER HOEK (1906-1961) is dan al 21.
-
BETOVERGROOTOUDERS IN KORT BESTEK
Zestien betovergrootouders. Dat is al een wat ruim bestek. Ze beginnen al in de 18de eeuw en bestrijken ruim de eerste helft van de 19de eeuw. Spoorlijnen beginnen, maar van fietsen, auto’s en vliegtuigen is nog geen sprake. Grotendeels groeien ze op tijdens de Franse bezetting van 1795-1812. In doorsnee trouwen ze rond het jaar 1823 en overlijden ze rond 1864, het 15de regeerjaar van koning Willem III en het jaar waarin de eerste tramlijn in Nederland voor het publiek werd opengesteld, de paardentramlijn in Den Haag.
Gemiddeld werden ze 67 jaar oud, de vrouwen 70, de mannen 64. Wanneer we betovergroot-vader Nicolaas ROEM die slechts 34 jaar oud wordt, buiten de berekening laten, wordt de gemiddeld bereikte leeftijd 69. De vrouwen 70, de mannen 68. Dat ziet er minder scheef uit. Anders dan bij grootouders en overgrootouders leven de vrouwen gemiddeld wat langer. Grietje Bonnes BOUWMAN wordt 83, Angenita MULDER, Trijntje KIELSTRA en Geeske OENEMA worden 77 jaar oud. Van de mannen wordt Anne SCHIPPER 90 en schoenmaker Hendrik WIEKEL 81. Maar zoals al gemeld: vlassersknecht Nicolaas ROEM wordt niet ouder dan 34. Boer Jacob Piers DE JONG wordt slechts 53, ex-schipper Wolter Freerks VAN DER HOEK 54 en timmerman Jan Johannes LUKKES 56.
- SCHIPPER en KIELSTRA De oudste betovergrootouder is Anne Pieters SCHIPPER, geboren op 27 oktober 1776 te Steggerda (Stellingwerf, op de grens met Overijssel). In 1776 werden de Verenigde Staten van Amerika (USA) onafhankelijk. Anne werd bijna vier maanden later geboren. Hij is 34 wanneer hij op 10 maart 1811 te Steggerda trouwt met Trijntje Hendriks KYLSTRA (KIELSTRA). Trijntje is 24. Zij is een heel stuk noordelijker in Friesland geboren, in Drachten. Haar ouders waren naar de omgeving van Steggerda verhuisd, wat rond die tijd door meer (veen-)arbeiders werd gedaan. In 1811 is de vader van Trijntje overigens al zo’n tien jaar dood. Haar moeder hertrouwde in 1805.
Betovergrootouders Gebjr Gebplts Ovljr Ovlplts Lftijd Partner Anne P. Schipper 1776 Steggerda 1867 Steggerda 90 T.Kylstra Hendrik D.Wiekel 1780 Luinjeberd 1861 Nijehorne 81 F.v.Fleeren Trijntje H.Kylstra 1787 Drachten 1864 Steggerda 77 A.Schipper Christiaan v.Beek 1788 Naaldwijk 1866 Naaldwijk 77 N.v.Leeuwen Fokke F.Veldstra 1791 Haskerhorne 1861 Haskerhorne 69 L.Frankena Wolter F.v.d.Hoek 1795 Benedenknijpe 1849 Het Meer 54 G.Bouwman Jacob P.de Jong 1797 Oosterzee 1850 Haskerhorne 53 G.Oenema Grietje B.Bouman 1799 Rotstergaast 1882 Het Meer 83 W.vanderHoek Nicolaas Roem 1799 Naaldwijk 1834 Naaldwijk 34 A.Mulder Lijsbert Frankena 1800 Doniaga 1871 Haskerhorne 71 F.F.Veldstra Fokje van Fleeren 1801 Delfstrahuizen 1860 Nijehorne 60 H.Wiekel Angenita Mulder 1801 Den Haag 1879 Naaldwijk 77 N.Roem Geeske Oenema 1801 Westermeer 1879 Haskerhorne 77 J.P.deJong Neeltje v.Leeuwen 1805 Naaldwijk 1861 Naaldwijk 55 Chr.vanBeek Jan Joh.Lukkes 1813 Het Meer 1869 Heerenveen 56 B.Woudstra Bonjé Woudstra 1815 Tholen 1876 Heerenveen 62 J.J.Lukkes Bonjé Durks WOUDSTRA werd 18-2-1815 te Tholen (Zeeland) geboren. Haar vader was schipper gevestigd te Joure. Enkele weken later is Bonjé in Joure gedoopt. Ze is in haar leven niet meer te Tholen geweest.
Betovergrootouders Anne en Trijntje krijgen 7 kinderen: Pieter (Steggerda 1811), Hendrik (Steggerda 1813), Jelke (Noorderdrachten 1816), Renske (Blesdijke 1819), Jurjen (Oldetrijne 1822), Tetje (Steggerda 1825), Jantje (Steggerda 1828). Steggerda was de woonplaats, maar er zitten “vreemde” geboorteplaatsen tussen. Dat Jelke in Noorderdrachten werd geboren was misschien omdat Tetje Johannes, de moeder van Trijntje, daar toen met haar tweede man woonde en mocht bakeren. Bij de geboorte van jongste dochter Jantje doet op 17 november 1828 op het grietenijhuis te Wolvega de arts en vroedmeester aangifte van de geboorte, omdat vader Anne afwezig is: thans te Steenwijkerwold Prov.Overijssel zijnde te werken en daardoor afwezig. Anne is dan 52, Tryntje 41. Volgende kinderen worden niet geboren. Anne en Trijntje worden op 30 maart 1836 ingeschreven als belijdende leden van de Hervormde Kerk te Steggerda. Anne besluit dus op 60-jarige leeftijd alsnog lidmaat van de kerk te worden. Hij zal daarvoor, zoals de meesten, slechts dopeling zijn geweest. Het was in de jaren van de Gereformeerde “Afscheiding”, maar aan dat idee had Anne kennelijk geen boodschap. Trijntje overlijdt op 15 januari 1864, 77 jaar oud. Anne wordt 90 en overlijdt te Steggerda op 1 juli 1867.
-
WIEKEL en VAN FLEEREN Hendrik Durks WIEKEL (WYKKEL) is 23 februari 1780 te Luinjeberd geboren. Daar woonden al zijn vader en grootvader. Zijn ouders trouwden er op 14 mei 1769 en kregen 5 kinderen. Hendrik werd de jongste, want kort na zijn geboorte is vader Durk overleden, ongeveer 35 jaar oud. Moeder Maaike Hendriks trouwt op 17 november 1782 met Durk Jacobs (JAGER), maar door haar overlijden duurt dat huwelijk erg kort. Durk JAGER, geb 10-8-1760 te Terband, is ongeveer tien jaar jonger dan Maaike. Hij hertrouwt, op 7 december 1783 met Pytje Sakes uit Oudeschoot. Hendrik is nog maar 3 jaar en zonder zijn eigen ouders. Durk en Pytje krijgen samen 7 kinderen. Ook Pytje overlijdt relatief jong. Op 1 juli 1798 trouwt Durk voor een derde maal, nu met Engbertje Andries DRIEST en krijgt bij haar nog 6 kinderen. Maar in 1798 is Hendrik 18 en heeft hij het gezin al verlaten. Hij leerde het schoenmakersvak en vestigde zich te Nieuwehorne, waar hij zijn hele verdere leven is blijven wonen. Op 20 april 1804 trouwt hij, 24 jaar oud, te Nieuwehorne met Grietje Hanzes. Deze is ca 28 jaar oud en wordt slechts 36. Ze overlijdt 20 juni 1812 (Hendrik 49 jaar later ook op 20 juni) in huis nr 30 te Nieuwehorne. Ze kregen de kinderen: Durk (1805-1879), Hans (1807-1846) en Maike (1810-1881). Hendrik trouwt 26 november 1820 met Fokje Jans VAN FLEEREN, geboren 3 februari 1801, dochter van de timmerman Jan Andries FLEEREN uit Delfstrahuizen. Hendrik is inmiddels 40, Fokje is 19. Volgens de huwelijksakte woont ze al niet meer bij haar ouders in Delfstrahuizen, maar in Nieuwehorne. Vier getuigen uit Luinjeberd ondertekenden de akte van bekendheid, waarin ze verzekerden de ouders van Hendrik goed te hebben gekend, dat dezen reeds lang waren overleden en dat ook zijn grootouders aan weerszijden niet meer in leven zijn. Eén van deze getuigen is Durk Jacobs JAGER die “voor reden van wetenschap” toevoegt dat hij met de moeder van de verzoeker gehuwd is geweest. Hendrik en Fokje krijgen 8 kinderen: Pietje (1821, waarschijnlijk jong overleden), Jan (1823, werd slechts 9 maanden), Trijntje (1826-1865), Jan (1828, waarschijnlijk jong overleden), Rintze (1833-1915), Durk (1836-19..), Janke (1840-1908), Bontje (1842-19..). Fokje VAN FLEEREN overlijdt te Nieuwehorne op 9 februari 1860, zes dagen na haar 60ste verjaardag. Hendrik WIEKEL volgt haar 16 maanden later, op 20 juni 1861, 81 jaar oud.
-
VAN DER BEEK en VAN LEEUWEN Onder de 16 betovergrootouders zijn er vier die in Naaldwijk overleden. De oudste van hen is Christiaan VAN (DER) BEEK die 13 juli 1788 te Naaldwijk werd gedoopt. Hij is 40 wanneer hij op 28 november 1828 trouwt met de 23 jaar oude Neeltje VAN LEEUWEN, die op 11 september 1805 te Naaldwijk werd geboren. Wellicht was het voor betovergrootvader Christiaan een tweede huwelijk, maar daarover hebben we geen gegevens. Wellicht kreeg hij samen met Neeltje ook meer kinderen dan de ene dochter Antje VAN BEEK, die 8 april 1832 te Naaldwijk wordt geboren en 11 mei 1861 trouwt met Willem ROEM. Christiaan overlijdt 28 januari 1861, 77 jaar oud, ruim drie maanden voor het huwelijk van Antje en Willem. Neeltje overlijdt 20 juni 1861, vijf weken na genoemd huwelijk. Kleindochter Neeltje ROEM (1871-1937) heeft deze grootouders nooit persoonlijk gekend.
-
ROEM en MULDER Nicolaas (Pietersz) ROEM is 6 oktober 1799 te Naaldwijk geboren. Bij hem begint onze Naaldwijkse ROEM-lijn, want voor die tijd leefden de ROEM-generaties in Rotterdam. Nicolaas, vlassersknecht, is 22 wanneer hij op 20 april 1822 trouwt met de op 23 mei 1801 in Den Haag geboren Angenita MULDER. Ze krijgen te Naaldwijk drie zonen: Willem ROEM (1826-1907), Pieter ROEM (1829-1890) en Johannes ROEM (1831-1867). Van dit drietal zorgt alleen Willem, samen met Antje VAN BEEK, voor verder nageslacht. Nicolaas wordt slechts 34 en overlijdt 7 augustus 1834. Angenita trouwt hierna te Naaldwijk (geen kinderen bekend) met Pieter VAN DIJK. Ze overlijdt 21-2-1879, één maand voor haar 78ste verjaardag. Kleindochter Neeltje ROEM (1871-1937) is dan 7 jaar oud.
Opoe NEELTJE heeft van haar grootouders dus alleen grootmoeder ANGENITA persoonlijk gekend. Beppe FOKJE heeft geen van haar grootouders persoonlijk gekend. Toen opa BONNE werd geboren was van zijn grootouders alleen beppe BONJÉ WOUDSTRA nog in leven, maar deze overlijdt wanneer hij 14 maanden is. Pake KLAAS werd ruim twee jaar na het relatief vroege overlijden van zijn pake JACOB PIERS DE JONG geboren. De andere pake, FOKKE FEDDES VELDSTRA, overlijdt wanneer Klaas 7 is. De twee beppes moet hij redelijk goed gekend hebben: LIJSBERT FRANKENA overlijdt wanneer Klaas 18,5 jaar oud is, GEESKE OENEMA wanneer hij 26 is en sinds vier weken voor de eerste maal weduwnaar.
-
VELDSTRA en FRANKENA Betovergrootvader Fokke Feddes VELDSTRA is 6 oktober 1791 te Haskerhorne geboren, hij wordt boer/veehouder zoals zijn vader en grootvader in VELDSTRA-lijn dat al te Haskerhorne waren. Zijn moeder, Grietje Jans SCHOKKER, is dochter van Jan Hendriks SCHOKKER en kleindochter van Hendrik Berends SCHOKKER. Laatstgenoemde was één van de eerste veenbazen uit Noordwest-Overijssel (“Gietersen”) die zich na 1750 te Oudehaske vestigden. Zij gingen het beeld van dit dorp bepalen. Fokke trouwt op 8 december 1820, 29 jaar oud, met de 20-jarige Lijsbert Hanzes FRANKENA, geb 3 juli 1800 te Doniaga. Van beiden is de vader dan al overleden, de moeders leven nog. Lijsbert is dochter van Hans Meyes FRANKENA en Joltje Jacobs die ca 1810 van Doniaga naar Haskerhorne verhuisden. Fokke en Lijsbert krijgen 8 dochters en 2 zonen: Janke (1821-1869), Joltje (1823-1900), Grietje (1825-1845, 19 jr oud, ongehuwd), Jacobje (1828, wordt 10 maanden), zoon Fedde (1830-1881), Jacobje (1832-1906), Hansje (1833-1913), Margje (1836-1908), zoon Hans (1838-1916) en Fokje (1841-1916). Fokke wordt 69 en overlijdt te Haskerhorne op 12 mei 1861. Lijsbert wordt 71 en overlijdt 17 december 1871 als renteniersche in huis nr 5 te Haskerhorne.
-
DE JONG en OENEMA Betovergrootvader Jacob Piers DE JONG is 3 februari 1797 te Oosterzee geboren, als eerste kind van Pier Jacobs en Epkjen Meyes FRANKENA. Wanneer zijn vader op 26 september 1806 overlijdt, 43 jaar oud, is Jacob pas 9. Hij is 11 wanneer zijn moeder van Oosterzee naar Doniaga verhuist, waar haar broer Hans Meyes woont, getrouwd met Joltje Jacobs, zus van haar overleden man. En een week voor zijn 13de verjaardag trouwt zijn moeder, inmiddels 38, te Doniaga met de 24-jarige boerenzoon Klaas Douwes DOUMA (1785-1871). Jacob had al vier zussen en een 8 jaar jonger broertje. Hij krijgt er nu een halfzus, Antje (1811-1821), en een halfbroer, Douwe (1812-1861), bij. Jacob is op de DOUMA-boerderij verder opgegroeid en zal er het boerenvak hebben geleerd. Overname van die boerderij zat er natuurlijk niet in: stiefvader Klaas was maar 11 jaar ouder dan Jacob en in de kracht van zijn leven, halfbroer Douwe zou DOUMA-stamhouder zijn. Jacob is 27, boerenknecht, wanneer hij op 11 juni 1824 te Doniaga trouwt met de 22-jarige boerendochter Geeske Jochums OENEMA, geboren 26-12-1801 te Westermeer/Joure, dochter van Jochum Oenes OENEMA (1775-1848) en Trijntje Klazes (1772-1834). Er worden 9 kinderen uit dit huwelijk geboren, zeven zonen en 2 dochters: Pier Jacobs DE JONG (1825-1885), Jochum (1828-1902), Epke (1831-1842, 11 jaar oud), Trijntje (1833-1865), Klaas (1835-1852, 16 jaar oud), Jacobje (1837-1905), Minne (1839-1914), Oene (1842-1871) en Epke (1844-1845, 7 maanden oud). De eerste drie worden in Doniaga geboren, de anderen te Haskerhorne. Jacob en Geeske verhuizen daarheen in de zomer van 1832. In het kerkboek van Haskerhorne worden ze op 25 juli 1832 ingeschreven. Jacob wordt in 1834 lidmaat van de Hervormde kerk, Geeske was dat al (kleindochter van een domineesdochter, wat wil je). Het boerenbedrijf te Haskerhorne ontwikkelt zich goed tot Jacob overlijdt op 29 november 1850 in huis nr 4 te Haskerhorne, slechts 53 jaar oud. Oudste zoon Pier gaat liever zijn eigen weg, zodat Geeske het met de anderen moet voortzetten. Dat gaat ook. Zij wordt 79 en overlijdt als rentenierse op 4 augustus 1879.
-
VAN DER HOEK en BOUWMAN De grootouders van Bonne VAN DER HOEK (1875-1943) moeten we binnen dit bestek nog aandacht geven. Allereerst mogen dat dan zijn de twee die op 10 juni 1821 te De Knijpe trouwden. De andere twee waren jonger en trouwden 17 jaar later. Wolter Freerks VAN DER HOEK is 17 augustus 1795 te Benedenknijpe geboren. Hij staat als arbeider en schipper in de boeken. Wanneer zijn vader, Freerk Tammes, in 1811 de naam VAN DER HOEK laat registreren, is Wolter 15. Ter informatie: Freerk tekent in 1811 het betreffende formulier met een kruisje (dit is het handmerk van), de dan 53-jarige had nooit schrijven geleerd, zelfs niet geoefend op het zetten van een handtekening. Wanneer Wolter op 10 juni 1821 te De Knijpe trouwt met Grietje Bonnes BOUWMA zet ook Wolter geen handtekening maar verklaart niet te kunnen schrijven. Dat je het maar weet (40 jaar later maakt zoon Jan Wolters volgens een aantekening in de akte bezwaar tegen hoe de voornaam van zijn vader en de achternaam van zijn moeder staan vermeld: Jan had wel geleerd te schrijven). Wolter wordt voor de lichting 1815 ingeloot bij de Nationale Militie Provincie Vriesland en voldeed aan de militaire verplichtingen. In 1821 is hij daarvan af. Op 10 juni van dat jaar trouwt hij met Grietje Bonnes van wie de achternaam als BOUWMA, BOUWMAN en BOUMAN voorkomt, bij andere familieleden ook wel als BOUMA. Het lezen en schrijven drong ook daar pas later door. Grietje is 27 april 1799 te Rotstergaast geboren, dochter van Bonne Jans BOU(W)MAN en Grietje Jans (BIJMA). Die achternamen werden pas in 1811 gekozen en moeder Grietje Jans heeft de BIJMA-achternaam zelf nooit gekend. Ze wordt 22 en overlijdt na de bevalling van haar eerste kind dat vervolgens bij de doop op 2 juni 1799 te Oudeschoot ook de naam Grietje krijgt. In 1811 laat grootvader Jan Wolters BIJMA registreren dat hij te Nieuwehorne een 11-jarige kleindochter heeft van overleden Grietje. Bonne Jans BOUWMAN startte in 1801 een nieuw gezin met Lamkjen Klazes BAKKER en Grietje Bonnes wordt in dat gezin grootgebracht. Ze trouwt in 1821 met een achterneef, want schoonmoeder Hendrikje Wolters is de jongste zus van Jan Wolters BIJMA, een tante dus van haar overleden moeder. De achterneef heet Wolter, vernoeming van zijn (overleden) grootvader van moederskant, die voor Grietje overgrootvader is van moederskant.
Wolter Freerks VAN DER HOEK en Grietje Bonnes BOUWMAN krijgen zeven kinderen, de eerste vier te Langezwaag en Wolter staat dan als arbeider in de registers. Daarna duikt hij als schipper te Benedenknijpe op en worden kinderen her en der geboren (Freerk in Utingeradeel, Jan in Nijehaske/Haskerland, Joldert in Aengwirden): Hendrikje (geb 7-9-1822, beppe Hendrikje Wolters ovl 4-10-1822 te Bovenknijpe, de baby Hendrikje 19-10-1822 te Langezwaag, 7 weken oud); Bonne (geb 26-4-1824 te Langezwaag, ovl 16-5-1824, 3 weken oud); Hendrikje (geb 12-7-1825 te Langezwaag, ovl 16-4-1863 in huis nr 12 in Het Meer, 38 jaar oud, ongehuwd; Hendrikje was 24 toen haar moeder weduwe werd en met nog tamelijk jonge kinderen achterbleef; zij maakt het huwelijk mee van broer Jan Wolters in 1861 met Hiltje Jans LUKKES, dochter van Bonjé WOUDSTRA; de aangifte van overlijden van Hendrikje wordt mede gedaan door Karst Jitzes DE RUITER, brieven-gaarder te Het Meer, getrouwd met Jeltje Wilts SWART, de jongere halfzus van Bonjé WOUDSTRA); Bonne Wolters (geb 28-10-1828 te Langezwaag, ovl 11-12-1914 te Het Meer, 86 jaar oud, ongehuwd); Freerk Wouter (geb 25-4-1832 te Akkrum in het praamschip, trouwt 13-5-1871 met zijn tot dan ook ongehuwd gebleven en vrijwel even oude nicht Afke Arends KROM, dochter van Joukjen Freerks VAN DER HOEK, de oudste zus van zijn vader; geen kinderen uit dit huwelijk; Afke overlijdt in Het Meer op 27 maart 1901, 71 jaar oud; Freerk overlijdt in Terband, wonende Het Meer, op 6 maart 1925, 92 jaar oud); Jan Wouter (geb 7-4-1835 te Nijehaske, gezin wonende te Nijehaske; Jan Wolters trouwt in 1861 met Hiltje Jans LUKKES, zie elders in dit rapport; hij wordt van alle kinderen de enige die voor nageslacht zorgt); Joldert Wolters (geb 19-7-1841; vader Wolter 45 jaar, arbeider wonende te Terband; Joldert overlijdt 2-7-1857 te Benedenknijpe, ruim twee weken voor zijn 16de verjaardag). De jongste zoon is 8 wanneer Wolter Freerks VAN DER HOEK op 30 september 1849 te Het Meer huis nummer 238 overlijdt, 54 jaar oud. Zoon Jan is dan 14. Grietje Bonnes BOUWMAN wordt 83 en overlijdt bijna 33 jaar later op 6 september 1882 in Het Meer huis nummer 42.
Betovergrootouders Huwjr Mnd Dag Plaats Leeft vr Leeft man Kind Ovl <20 Anne P.Schipper Trijntje Kylstra 1811 Mrt 10 Steggerda 24 34 7 1 Hendrik D.Wiekel Fokjen vFleeren 1820 Nov 26 Nijehorne 19 40 8 3 Fokke F.Veldstra Lijsbert Frankena 1820 Dec 8 Haskerhorne 20 29 10 2 Wolter F.v.d.Hoek Grietje Bouwman 1821 Juni 10 Bovenknijpe 22 25 7 3 Nicolaas Roem Angenita Mulder 1822 April 20 Naaldwijk 21 22 3 0 Jacob Piers dJong Geeske Oenema 1824 Juni 11 Doniaga 22 27 9 3 Christiaan vBeek Neeltje vLeeuwen 1828 Nov 28 Naaldwijk 23 40 1? 0? Jan Joh Lukkes Bonjé Woudstra 1838 Mei 19 Het Meer 23 25 5 2
De acht betovergrootouderparen krijgen bij elkaar minstens 50 kinderen, waarvan 14 heel jong, in ieder geval voor de 20ste verjaardag, overlijden. Zie de teksten per paar. Voor Hendrik WIEKEL was het huwelijk met Fokje VAN FLEEREN tweede huwelijk. Waarschijnlijk was Christiaan VAN BEEK ook eerder getrouwd geweest.
- LUKKES en WOUDSTRA Jan Johannes LUKKES was de jongste van de betovergrootvaders, geboren 23 januari 1813 te Het Meer. Hij trouwt daar, timmermansknecht, op 19 mei 1838, 25 jaar oud, met de 23-jarige Bonjé Durks WOUDSTRA, geboren 18 februari 1815 te Tholen op het eiland Tholen (Zeeland). Een Zeeuwse ambtenaar van de burgerlijke stand schreef de voornaam als Bonjé, voor de Friese naam Bonsje (in register-Hollands Bontje). Bonjé is dochter van de Jouster schipper Durk Eelkes WOUDSTRA die o.a. met vracht op Zeeland voer. Oudvader Durk trouwde op 60-jarige leeftijd (tweede huwelijk) met de 18-jarige Jacobje Wiebes VAN DER WERF, dochter van een Jouster klokkenmaker. De kinderen Reinskjen (1809), Bonne (1812) en Bonjé (1815) worden geboren, laatstgenoemde tijdens een reis naar Zeeland. Schipper Durk wordt 70 en overlijdt 24 september 1817. Jacobje is een weduwe van 27. Ze trouwt 3 januari 1819 te Het Meer met de 52-jarige molenaar Wilt Hayes SWART (ook ZWART), die kort ervoor ook weduwnaar werd. Ook Bonjé komt dus bij de molen in Het Meer te wonen, waar ze de jonge timmerman Jan LUKKES tegenkomt, zoon van Johannes Kornelis LUKKES (boer/”huisman” te Het Meer) en Hiltje Hanzes RONDUITE. Jan en Bonjé krijgen 5 kinderen: Hiltje (1840-1915), Durk (1842-1860, wordt 18 jr), Johannes (1844-1848, wordt 3 jr), Jacoba (1847-19.. (USA)) en Johannes (1852-1926). Timmerman LUKKES gaat op 31 december 1868 naar het gemeentehuis om het overlijden op de vorige dag van zijn 6-jarige kleindochter Grietje Jans VAN DER HOEK (levenloos opgehaald uit een sloot) te melden. Drie-en-een-halve maand later gaan geburen dezelfde gang om het overlijden van de timmerman te melden, op 17 april 1869, 56 jaar oud, in het huis nr 50 te Heerenveen (= Het Meer). Zijn weduwe wordt 61 en overlijdt 29 maart 1876. Kleinzoon Bonne VAN DER HOEK (1875-1943) is dan bijna 15 maanden.
Onze betovergrootouders trouwden gemiddeld op 26-jarige leeftijd, de mannen 30 jaar oud, de vrouwen 21. Wanneer we de leeftijden van Hendrik Durks WIEKEL en Christiaan VAN BEEK (tweede huwelijk) niet meerekenen, komt de gemiddelde leeftijd bij huwelijk op 24 jaar te liggen, voor de mannen 27, voor de vrouwen 21. Hendrik WIEKEL was 24 toen hij voor de eerste maal trouwde.
- OUDOUDERS IN KORT BESTEK
Het aantal oudouders (de ouders van onze betovergrootouders) is 32. De oudste van hen, gerekend naar geboortejaar, is Hendrik Jelkes. Hij is ca 1735 geboren, vermoedelijk te Rottevalle, zeker niet ver van dit dorpje boven Drachten vandaan. Hij is oudvader in de KIELSTRA-SCHIPPER-DE JONG lijn. Ruim de jongste is Jacobje Wiebes VAN DER WERF die ca 1790 te Joure werd geboren en daar op 18-jarige leeftijd trouwde met de 61-jarige weduwnaar Durk Eelkes WOUDSTRA. Oudmoeder in de WOUDSTRA-LUKKES-VANDERHOEK lijn.
Van de 16 oudouderhuwelijken is het huwelijk in 1808 te Joure tussen Jacobje Wiebes VAN DER WERF en Durk Eelkes WOUDSTRA (diens eerste huwelijk was in 1773 met Akke Jarigs MENGER) het meest recent. Van oudste datum is het huwelijk in 1769 te Terband tussen Durk Rinzes WYKKEL en Maaike Hendriks, oudouders in de lijn WIEKEL-FLEEREN-SCHIPPERS-DE JONG.
Onze oudouders worden gemiddeld 60 jaar oud, de vrouwen 59 en de mannen 61. Bij het gemiddelde voor de vrouwen telt zwaar mee dat oudmoeder Grietje Jans BIJMA slechts 22 werd. Oudmoeder Maaike Hendriks wordt slechts 35, zoals ook haar (eerste) man, oudvader Durk Rinzes WYKEL. Zonder deze drie jong overledenen, wordt de gemiddeld bereikte leeftijd 63, zowel voor de vrouwen als voor de mannen. Vergeleken met de na hen komende generaties worden de oudouders in doorsnee het minst oud: 60 jaar (gecorr. 63). Tegen 67 jaar betovergrootouders (gecorr. 69), 76 jaar overgroot-ouders en 69 jaar grootouders. Vrouwen: oudmoeders 59 (gecorr. 63), betovergrootmoeders 70, overgrootmoeders 72, grootmoeders 65,5. Mannen: oudvaders 61 (gecorr. 63), betovergrootvaders 64 (gecorr. 68), overgrootvaders 79, grootvaders 72,5.
Oudouders Gebjr Gebplts Ovljr Ovlplts Lftijd Partner Hendrik Jelkes 1735 Rottevalle? 1801 Steggerda 66 Tetje Johannes Jacobus vdBeek 1743 Den Haag 1810 Naaldwijk 67 Geertruy Laarman Durk R.Wykel 1745 Tjalleberd 1781 Luinjeberd 35 Maaike Hendriks Durk E.Woudstra 1747 Nijehaske? 1817 Joure 70 Jacobje vdWerf Geertruy Laarman 1747 sGravenzande 1789 Naaldwijk 42 Jacobus vdBeek Maaike Hendriks 1747 Heerenveen 1783 Luinjeberd 35 Durk Wykel Pieter A.Schipper 1748 Steggerda 1807 Steggerda 58 Rinske Heeres Rinske Heeres 1752 Noordwolde 1809 Steggerda 57 Pieter Schipper Albertina vLoon 1754 Buuren (Gld) 1825 Naaldwijk 70 Willem Mulder Fedde F.Veldstra 1758 Haskerhorne 1812 Haskerhorne 53 Grietje Schokker Freerk T. vdHoek 1758 Terwispel 1841 Bovenknijpe 83 HendrikjWolters Hans M.Frankena 1759 Akmarijp 1816 Haskerhorne 57 Joltje Jacobs Pieter K.Roem 1760 Charlois 1810 Naaldwijk 49 Joh.Wijnandts Willem Mulder 1760 Den Haag? 1825 Naaldwijk 65 Albertina vLoon Tetje Johannes 1761 Drachten? 1823 Zuiderdrachten 62 Hendrik Jelkes Pier Jacobs 1762 Joure 1806 Oosterzee 43 Epkjen Frankena Arend vLeeuwen 1763 Monster 1830 Naaldwijk 67 AntjeVreugdenhil Hendrikje Wolters 1765 Katlijk 1822 Bovenknijpe 57 Freerk vdHoek Antje Vreugdenhil 1765 Naaldwijk 1829 Naaldwijk 64 Arend vLeeuwen Jan Andr.Fleeren 1765 Oldelamer 1828 Delfstrahuizen 62 Pietje Jans Johanna Wijnandts 1766 Naaldwijk 1853 Naaldwijk 86 Pieter Roem Grietje J.Schokker 1768 Nijehaske 1827 Haskerhorne 58 Fedde Veldstra Johannes Lukkes 1771 Het Meer 1829 Het Meer 58 Hiltje Ronduite Epkjen Frankena 1771 Langweer 1857 Doniaga 85 Pier Jacobs Trijntje K.deJong 1772 Indijken 1834 Oldeouwer 61 Jochum Oenema Joltje Jacobs 1772 Haskerhorne 1825 Haskerhorne 52 Hans Frankena Bonne J.Bouwman 1774 Rottum 1852 JubbegaSchur 78 Grietje Bijma Jochum O.Oenema 1775 Ouwsterhaule 1848 Oldeouwer 73 Trijntje de Jong Pietje J Lemstra 1776 Rottum 1848 Oldetrijne 72 Jan A.Fleeren Grietje J.Bijma 1777 Rotstergaast 1799 Nieuweschoot 22 Bonne Bouwman Hiltje H.Ronduite 1779 Nijehaske 1839 Het Meer 61 Joh.Lukkes Jacobje W.vdWerf 1791 Sneek 1853 Heerenveen 62 Durk Woudstra
Betovergrootmoeders Johanna Wijnandts (86 jr) en Epkjen Meyes FRANKENA (85) leefden het langst. Ze worden direct gevolgd door Freerk Tammes VAN DER HOEK, de naamgever aan de VAN DER HOEK lijn. Hij wordt 83. In de akte van zijn overlijden staat dat hij 90 werd, maar dat is fout. Zeventig-plussers worden Bonne Jans BOUWMAN (78), Jochum OENEMA (73), Pietje LEMSTRA (72), Albertina VAN LOON (70) en schipper Durk Eelkes WOUDSTRA (70). Zestien van de 32 betovergrootouders worden 57-67 jaar oud. Fedde Fokkes VELDSTRA wordt 53, Joltje Jacobs 52, Pieter ROEM 49. Vroege overlijders zijn Pier Jacobs (DE JONG) (43), Geertruy LAARMAN (42), Maaike Hendriks en Durk Rinzes WYKEL (beiden 35) en de prille moeder Grietje Jans (BIJMA) (22). De oudouders waren gemiddeld 28 toen ze trouwden, de mannen 33, de vrouwen 24. Voor twee vrouwen was het een tweede huwelijk (ze waren weduwe geworden: Oudmoeders Albertina Elisabeth VAN LOON (45 toen ze met Willem MULDER trouwde) en Geertruy LAARMAN (31 toen ze met Jacobus VAN DER BEEK trouwde). Rekenen we die niet mee, dan is de gemiddelde huwelijksleeftijd van de vrouwen 22. De oudvaders Hendrik Jelkes (49 toen hij met Tetje Johannes trouwde) en Durk Eelkes WOUDSTRA (61 toen hij trouwde met Jacobje VAN DER WERF) waren zeker weduwnaren. Zonder hen wordt de gemiddelde huwelijksleeftijd van de mannen 30 Wanneer we Albertina en Geertruy bij de vrouwen, Hendrik Jelkes en Durk Eelkes (plus onzekerheden Hans Frankena, Johannes Lukkes, Jacobus van der Beek en Willem Mulder) buiten de berekening houden, komt de gemiddelde leeftijd bij huwelijk op 24 jaar te liggen, 27 voor de mannen, 22 voor de vrouwen. Dat is het gebruikelijke beeld.
Oudouders Huwjr Mnd Dag Plaats Leeft vr Leeft man Kind Ovl <20 Durk R. Wykel Maaike Hendriks 1769 mei 14 Terband 22 24 5 2 Pieter A.Schipper Rinske Heeres 1773 mei 16 Steggerda 21 24 10 1 Jacobus vdBeek Geertruy Laarman 1779 feb 21 Naaldwijk 31 36 3 1 Hendrik Jelkes Tetje Johannes 1784 okt 31 Rottevalle 23 49 4 0 Arend vLeeuwen Antje Vreugdenhil 1788 mei 12 Naaldwijk 23 25 1? 0 Freerk vderHoek Hendrikje Wolters 1789 mei 17 Kortezwaag 24 30 7 4 Fedde F.Veldstra Grietje Schokker 1791 jan 9 Haskerhorne 22 32 4 0 Pieter Kl.Roem Johanna Wijnands 1791 mei 8 Naaldwijk 25 30 1? 0 Jan Andr. Fleeren Pietje Jans 1794 dec 3 Oldelamer 18 29 6 0 Pier Jacobs Epkjen Frankena 1796 mei 5 Langweer 24 33 6 0 Hans Frankena Joltje Jacobs 1797 juni 6 Haskerhorne 24 38 4 1 Bonne Bouwman Grietje Bijma 1798 juni 10 Oudeschoot 22 24 1 0 Jochum Oenema Trijntje de Jong 1799 mei 5 Langweer 26 24 4 0 Willem Mulder Albertina vLoon 1799
Den Haag 45 39 1 0 Johannes Lukkes Hiltje Ronduite 1803 feb 20 Het Meer 23 31 6 0 Durk E Woudstra Jacobje vdWerf 1808 sep 25 Joure 17 61 3 1 6. VAN ROTTERDAMSE WIJNKOPER TOT NAALDWIJKSE TUINDER
Op 2 september 1900 trouwen te Naaldwijk Neeltje ROEM en Bonne VAN DER HOEK. Op 30 april 1906 wordt te Naaldwijk Willem VAN DER HOEK (1906-1961) geboren. Bonne komt uit Friesland en heeft een Fries voorgeslacht. Neeltje komt uit Naaldwijk en heeft grotendeels een Westlands voorgeslacht. Maar haar achternaam is ROEM en de Roems zijn van oorsprong Rotterdammers. De achternaam is al in gebruik meer dan 200 jaar voordat Neeltje in 1871 wordt geboren. In de eerste periode wordt ROM geschreven, daarna komen ROM, ROMP en ROEM tegelijk voor, de schrijfwijze ROEM wordt de vaste schrijfwijze vanaf Pieter en David Klaaszn ROEM die rond hun tiende beide ouders kwijt raken. Zij krijgen dan eigen documenten. Dit begint in 1772. Hieronder een beknopt overzicht van de eerdere ROM/ROEM-generaties, voorzover we tot dusver iets over hen konden aantreffen. Enkele onzekerheden blijven bestaan.
Stamgrootvader Jan Jansz ROM, wijnkoper te Rotterdam (1595? – 1654) De oudste naamdrager die we vonden, is Jan Jansz ROM. Hij is 29 november 1654 te Rotterdam begraven, wijnkoper van beroep, echtgenoot van Jannetje Jorisdr. We kennen geen geboortedata van deze stamgrootouders. Jan Jansz ROM is misschien nog in de 16de eeuw geboren, Jannetje ca 1610. Omdat de Rotterdamse kerkboeken rond 1650 pas echt beginnen, weten we niet precies wie hun kinderen waren. Eén kind is 6-10-1652 begraven (geen melding van naam en leeftijd) en er verschijnt door huwelijk in 1669 een tweede Jan Jansz ROM in de registers op die welzeker de oudste zoon uit het huwelijk zal zijn geweest.
Stamvader Jan Jansz ROM (ca 1645 – na 1710?) Stamvader in de Roem-lijn. Hij woont in de Wijnstraat te Rotterdam wanneer hij 26 april 1669 trouwt met Marijtje VOSBURG, wonende in de Oppert te Rotterdam. Aannemelijk is dat hij óok wijnkoper was en het bedrijf van zijn vader voortzette. Ze trouwen in de publieke Hervormde kerk, maar laten al hun kinderen Remonstrants dopen. Jan en Marijtje krijgen tien kinderen: Jan Jansz ROM (gedoopt 26-1-1670), Niklaes (12-4-1671, jong overleden), Jannetje (1-5-1672, jong overleden), Jannetje (16-7-1673, jong overleden), Nicolaes (18-8-1675, jong overleden), Claes (17-11-1678), Floris (22-1-1682, jong overleden), Floris (8-12-1682), Pietertje (25-4-1684) en Jannetje (9-6-1686). De vader van Marijtje heette Nicolaes of Claes VOSBURG en haar moeder wellicht Pietertje. Dit was een remonstrants gezin. Het zal gaan om Nicolaes/Claes Roockusz VOSBURGH die in 1651 (tweede huwelijk?) trouwde met Barbara Andries DE BOCHON (o.a. dochters Dina en Cornelia) en daarna, weduwnaar wonende aan de Wijnstraat, op 7-10-1666 met Marijtje Lamberts, weduwe van Aert Harmensen, wonende aan de Korte Wagenstraat. Deze Nicolaes is enkele male getuige bij de doop van een kind van Jan Jansz ROM & Maria VOSBURG (uiteraard bij de zoontjes naar hem vernoemd). In 1682 (doop Floris) samen met zijn (derde?) vrouw Maria Lambrechts, die ook getuige is bij de doop (1684) van de kleindochter Pietertje. Jan Janse ROM en Maria VOSBURGH zijn op 17 maart 1709 getuigen bij de doop (remonstrants) van Heyndrick ROM en op 25 mei 1711 bij de doop van Maria ROM, kinderen van Nicolaes ROM en Gardina LAGEMANS. We vinden hun namen verder niet vermeld. Alsof ze uit Rotterdam verhuisden (naar Alblasserwaard?).
Oudbetovergrootvader Jan Jansz ROM (1670-1719) Op 4 januari 1719 wordt te Rotterdam begraven: Jan Janse ROM, man van Marijtje Arijjens. Het echtpaar woonde op ’t Kleijne Kipstraetje. Vanwege de naam van de echtgenote nemen we aan dat de overledene niet stamvader Jan Jansz ROM is geweest, hoewel deze mogelijk ook rond 1719 is overleden, maar dat het om diens eerste zoon gaat. Toen de stamouders Jan en Maria in 1709 en 1711 als doopgetuigen optraden, waren ze misschien al niet in Rotterdam meer woonachtig. Wij missen hun namen en die van hun kinderen in Rotterdamse trouw-, doop- en begrafenislijsten (aannemend dat we goed genoeg hebben gezocht). In 1719 is er plots de begrafenis van Jan Janse ROM uit het Kleyne Kipstraetje. Oudbetovergrootvader Jan Jansz ROM is “ergens” getrouwd met Marijtje Ariejens. Uit hun huwelijk ontsproten minstens de zonen Jan en David. Op 4 januari 1719 begraven, betekent dat de derde JJR slechts 48 jaar oud is geworden. Op 28 oktober 1730 wordt op het St.Janskerkhof te Rotterdam Maertje VAN DER SCHEE begraven, weduwe van Jan ROEM. Maertje kon niet van een verzorgde oudedag genieten, zij verdiende de kost als turftonster. Ze woonde aan het Franse Water bij de Wagestraat. Waar de turfschepen aanmeerden, neem ik aan. De genoemde zoon David wordt oudovergrootvader in onze ROEM-lijn. De zoon Jan is de zoveelste Jan Jansz geweest in het rijtje van vader op zoon.
De zoon Jan Jansz ROMP Op 23 augustus 1725 wordt in het huwelijksregister van IJsselmonde de ondertrouw (pro deo) ingeschreven van Jan Jansz ROMP en Grietje Pieters BOOM. Zij uit IJsselmonde (Rotterdam), hij woont te Peursum, aan de Giessen, in de Alblasserwaard. Ruim twee maanden later, 4-11-1725, wordt te Kralingen een zoontje Jan gedoopt (de volgende Jan Jansz, doopgetuige is Cornelia Cobus Block). Op 6-5-1728 volgt de doop van een zoontje Pieter (doopgetuige Willempje Pieters Boom). Bij die gelegenheid wordt de achternaam als ROEM geschreven. Dat gebeurt ook wanneer elf dagen later, 17-5-1728, Grietje Pieters BOOM moet worden begraven. En wanneer 3-2-1729 Jan Jansz ROEM, weduwnaar van Grietje BOON, afkomstig van Kralingen, trouwt met Maria Jans TIELEMANS, jongedochter, afkomstig van Gijbeland onder Brandwijk. Zij komt met attestatie over naar Kralingen. De Gijbelandsche Polder ligt ook in de Alblasserwaard, niet ver van Peursum. Overigens is Maria een geboortige Rotterdamse, wanneer we mogen aannemen dat zij het meisje was dat op 27 november 1696 te Rotterdam werd gedoopt, dochter van Tieleman Jansz (Hoestenbeecq) en Arjaantje Willems. Maria zou bij huwelijk met weduwnaar Jan ROEM dan 32 zijn geweest.
De namen van Jan Jansz ROEM en Maria TIELEMANS,als ouders, komen slechts éen keer in de doopregisters voor: doop Anna te Kralingen (doopgetuige: Geertruy Jans TIELEMAN). Jan Roem in het begraafregister van de Kralingse kerk: 7-3-1729 een kind (we denken dat dit Pieter is geweest, uit zijn huwelijk met Grietje BOOM) en 1-2-1730 een ander kind (wellicht Anna). In de doopregisters komen we Maria Jans TIELEMANS wel herhaaldelijk als getuige bij dopen tegen, vooral wanneer het gaat om kinderen van zwager en schoonzus David en Aaltje. Aan de voortzetting van het Jan Jansz-rijtje kwam (vermoedelijk) een einde door het overlijden in 1736 van het andere zoontje van Grietje BOOM. Op 6 oktober 1736 wordt de jongeman Jan ROMP begraven. Er staat niet bij van wie hij een kind was.Evenzo moeten we gissen dat Jan Jansz ROEM in 1769 overleed, zonder kinderen na te laten. Op 3 juni 1769 wordt bij de Hervormde kerk van Hillegersberg (klasse 12 gld, buiten) een Jan ROEM begraven. Hij zou dan ruim 70 jaar oud zijn geworden.
Oudovergrootvader David Jansz ROEM (ca 1700 – 1783) Onze oudovergrootvader komt in de begraafregisters voornamelijk als ROM voor, in de doopregisters als ROEM. Alsof de gaarder en de dominee er ieder een eigen traditie op nahielden. De dominee heeft het dan uiteindelijk gewonnen. Bij de ter aarde bestelling van David (IJsselmonde, 18 september 1783) had overigens de gaarder de laatste kans en hij maakte er ROMP van: David ROMP, vader van Heijltje Davidsdr ROMP, aangegeven door Heijltje ROMP; overledene was 80 jaar en weduwnaar van Aeltje Claesdr. Daar had Aeltje Jansdr moeten staan. Oudovergrootvader David Jansz ROEM is rond 1700 geboren. We weten niet precies waar en wanneer. In de Alblasserwaard of elders buiten Rotterdam? Ook zijn huwelijk vinden we niet gemeld tot op 16-10-1735 te IJsselmonde (Rotterdam, Hervormd) Klaas wordt gedoopt, zoon van David Jansz Roem en Aaltje Jans van der Leck. Het kan zijn dat ze toen (weer) in Rotterdam zijn komen wonen. Uit het huwelijk waren voor Klaas al eerder kinderen geboren, in ieder geval een Jan (begraven te IJsselmonde 23-1-1743: Jan ROM, zoon van David ROM) en een Jannetje (begraven 20-6-1772, Jannetje ROM). In IJsselmonde/Kralingen worden verdere 8 kinderen uit het huwelijk van David en Aaltje gedoopt: Klaas, 16-10-1735 (IJsselmonde, kind van Kralingen). Doopgetuige: Maritje Jans Tielemans. De toekomstige oudgrootvader in onze ROEM-lijn. Wijne, 2-12-1736 (Kralingen). Doopgetuige: Marya Jans. Heyltje, 22-12-1737 (Kralingen). Doopgetuige: Aeyltie Jans (de moeder zelf). Heyltje doet in 1783 aangifte van het overlijden van haar vader. Ze is dan 45. Maria, 7-2-1740 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans. Maria (Marijtje) trouwt 9 november 1766, 26 jaar oud, met Willem VAN DER GAAG, afkomstig uit Loosduinen (bij Naaldwijk), maar wonend te Crooswijk (Rotterdam). Van haar wordt dan gesteld “afkomstig van Cralingen, wonende Schiekade.” De twee laten 7 kinderen dopen, nadat eerst 3-11-1767 (Krooswijk, Waalse kerk) al twee kraemkinderen moesten worden begraven (niet levensvatbare tweeling?): Dirk (9-2-1769, doopgetuigen: Pieter VAN DER GAAG en Jannetje VAN DER GAAG), David (4-12-1770, doopgetuigen: David Roem, de grootvader, en Jannetie ROEM, oudere zus van Maria), Alida (4-3-1773, doopgetuigen: Maria ROEM, de moeder zelf? Haar zus Jannetie was 20-6-1772 overleden, en Lijsje SLINGELAND), Katie (19-2-1775, doopgetuige: Elizabeth SLINGERLANDT), Frank (22-9-1776), Kaatje (24-3-1778, doopgetuigen: Maria Roem, de moeder (ROOMER geschreven), en Lijsje SLINGELAND; de eerste Katie/Catharina begraven 25-10-1776, anderhalf jaar oud), Jan Grant (17-8-1780, doopgetuige Lijsje SLINGELAND). *** Maria ROEM (ROOMER geschreven) wordt 46 jaar, begraven 30-6-1786, zes minderjarige kinderen nalatend, woonadres Krooswijk naes Strijpe. Willem VAN DER GAAG wordt een week later begraven, 7-7-1786. Annigje, 3-6-1742 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans. In 1795 is een Anna ROMP tweemaal getuige bij een doop (IJsselmonde) van waarschijnlijk haar kleindochters: 19-7-1795 Anna, dochter van Pieter WOR en Grietje ROMP, en 1-11-1795 Anna, dochter van Gerard CRAMER en Martha ROMP. Jan, 10-5-1744 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans. Jan Davidse ROM wordt net geen 25 jaar oud. Hij wordt 13 april 1769 begraven, verongelukt tussen Rotterdam en IJsselmonde. Vanaf 1769 is Klaas niet alleen de oudste in leven, maar ook de enige overgebleven zoon van David en Aaltje. Voor de tijd van 3 ½ jaar, want dan overlijdt ook Klaas. Jacomijntje, 31-12-1747 (IJsselmonde). Doopgetuigen: Maria Jans en Annigje Jans VAN DER VALK. Jacomijntje wordt slechts 9 maanden oud, begr. 28-9-1748. Gerrit, 5-10-1749 (IJsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans ROEM. In de akte wordt de moeder Aaltje Jans MARCUS genoemd. Gerrit wordt slechts 11 maanden oud, begr. 11-9-1750. Vier weken voordat Gerrit naar het kerkhof wordt gebracht, ging zijn moeder hem al voor. Op 19 augustus 1750 schrijft de gaarder Jans Aeltje MERKUS in. Waarom niet Aaltje Jans VAN DER LECK is onduidelijk. Oudovergrootmoeder Aaltje is rond 45 jaar geworden, geboren ca. 1705. Ze had waarschijnlijk een broer, Fop VAN DE LECK, die buiten de Goutse (of Oose-) poort woonde. Misschien was ook Jan VAN DER LECK een broer van haar, deze werd 13-8-1721 begraven. Hij woonde op ’t Kleijne Kipstraatje boven het packhuijs van Koop. Op datzelfde straatje woonden de ouders van David die met Aaltje ging trouwen.
David ROEM is 80 jaar geworden, dat werd hierboven al gemeld. Hij overleefde zijn zonen.
Oudgrootvader Klaas Davidsz ROEM (1735 - 1772) Oudgrootvader Klaas Davidsz ROEM wordt 16 oktober 1735 gedoopt (IJsselmonde, kind van Kralingen). Hij is 21 wanneer hij te Charlois (Rotterdam) op 3 april 1757 trouwt met Marijtje Pietersdr VAN RIJS, die officieel Maria heette en ook wel als Marijgje staat vermeld. Marijtje is 20. Gedoopt 27 maart 1737 in Poortugaal (Rotterdam), dochter van Pieter VAN RIJS en Annetje Pieters VERHAGEN. Van laatstgenoemde weten we dat ze in 1709 te Hoogvliet werd geboren. Oudgrootouders Klaas & Marijtje krijgen vijf kinderen: Pieter Klaasz Roem, gedoopt te Charlois 7-9-1760. Wordt oudvader in onze ROEM-lijn. Mariegje (Marijtje) Roem, geb. 6-4-1763, gedoopt 17-4-1763 te IJsselmonde, begraven 18-10-1763 te IJsselmonde, “klasse nihil”. Ze werd maar een halfjaar oud. Kind van Marijtje van Rijs. Aangegeven door Marijtje van Rijs, huijsvrouw van Claas Roem. Bij het begraven van een kind werd vaak de voornaam niet in het register ingeschreven. Moeder Marijtje doet zelf aangifte en verandert misschien Aaltje of Annetje uit piëteit in haar eigen voornaam. David, gedoopt te IJsselmonde 15-9-1764. Op 28-5-1788 vertrekt een David ROEM uit Rotterdam als matroos op het VOC-schip Horssen naar Batavia. Het schip komt op 1-1-1789 in Indië aan. Volgens de documenten was dit “einde verbintenis” tussen David en de VOC (geen melding van overlijden). Hij schijnt te zijn afgemonsterd en in Azië gebleven. Anna, gedoopt te Charlois 5-7-1767. Jan, gedoopt 20-10-1771. Wordt bijna 2, Jan ROMP begraven 18-10-1773, kint van Claas Davits ROMP. Bij de dood van zoon Jan zijn de ouders, Marijtje en Klaas, overleden. Van het overlijden van Marijtje hebben we geen registratie. Bij begraven van Jan wordt aangetekend dat hij zoon was van de weduwnaar Claas Davits ROMP. Dit gebeurt in Pernis waar de wezen wellicht waren ondergebracht en men alle gegevens niet direct ter beschikking had. Klaas werd 37, begraven 4-12-1772 (Claes Davidsz ROMP). Pieter is dan 12, David 7. Pieter treffen we later in Naaldwijk aan, David zeilde wellicht af naar Batavia.
Oudvader Pieter Klaaszn ROEM (1760-1810) Oudvader Pieter Klaasz ROEM is op 7 september 1760 te Charlois (Rotterdam) gedoopt. Hij trouwt, 30 jaar oud, op 8 mei 1791 te Naaldwijk met Johanna WIJNANDTS, die 25 is. Pieter stond nog te Charlois ingeschreven want het bericht van ondertrouw, per 20-4-1791, is ook vermeld in het Hervormde kerkregister Charlois. Oudmoeder Johanna WIJNANDTS is 9-3-1766 te Naaldwijk geboren, dochter van Adrianus WIJNANDTS en Elisabeth VALSTAR. De achternaam WIJNANDTS ligt in die tijd nog niet vast, Adrianus staat ook als WEYLAND te boek. Uit het huwelijk (18-5-1755) van Adrianus en Elisabeth bleven drie kinderen in leven: de zoon Martinus WEYLAND (ook WIJNLAND of WEIJNANDS), geb 9-11-1760, de dochter Magdalena WEYNAND, geb 1764, en de dochter Johanna, geboren 1766. Johanna is 4 wanneer haar vader overlijdt (9-2-1771). Moeder Elisabeth VALSTAR, geboren te Naaldwijk 4-5-1727, is 43 bij het overlijden van Adrianus, ze wordt 76 (ovl 11-11-1803) en maakt de huwelijken van haar kinderen nog mee. Oudmoeder Johanna wordt 86 en overlijdt 2-1-1853. Oudvader Pieter ROEM wordt slechts 49 en overlijdt op 4-5-1810. Zoon Nicolaas ROEM is 10 jaar. Johanna gaat op 31-12-1814 een nieuw huwelijk aan, met Arij Jansz VAN DER EIJK. Uit die verbintenis zou nog een zoon Magchiel zijn geboren, hoewel Johanna dan al 49 is. 6a. EN DAARNA: DE ROEMS TE NAALDWIJK
Oudvader Pieter Klaasz ROEM (1760-1810) brengt in onze voorfamilie de ROEM-naam van Rotterdam naar Naaldwijk. Daar trouwt hij en wordt zoon Nicolaas geboren. Het volgende gebeurde er zo ongeveer in de 19de eeuw.
Betovergrootvader Nicolaas Pietersz ROEM (1799-1834) Nicolaas is 6 oktober 1799 geboren, was 10 toen zijn vader Pieter overleed. Zijn moeder hertrouwt. Nicolaas moet de handen uit de mouwen steken. Hij wordt arbeider, vlassers-knecht, niet een van de lichtste beroepen, maar een specialiteit. Nicolaas trouwt te Naaldwijk op 20 april 1822 met de ook 21-jarige, in Den Haag geboren Angenita MULDER. Ze krijgen drie zonen, Willem ROEM op 3 mei 1826, Pieter ROEM op 7 maart 1829, en Johannes ROEM op 29 september 1831. Het ziet er hoopvol uit tot Nicolaas ziek wordt, misschien de vlassersknechtenziekte. Hij sterft 7 augustus 1834, slechts 34 jaar oud. Oudste zoon Willem is dan 8 jaar. (Het werd een ROEM-traditie dat de kinderen snel vaderloos werden. Maar deze Willem breekt met die traditie.) Betovergrootmoeder Angenita MULDER is 25-3-1801 in Den Haag geboren. Haar moeder, Albertina Elizabeth VAN LOON, is afkomstig uit het Gelderse Oranje-stadje Buuren. Daar wordt ze 1-4-1754 gedoopt. Albertina was eerst getrouwd met Johan Frederik MIDDENDORP (MITTENDORF) bij wie ze minstens één zoon had, Johannes, die 12-1-1795 in de Evangelisch-Lutherse kerk te Den Haag is gedoopt. Mittendorf was wellicht een militair van Duitse komaf. Middendorp overlijdt en Albertina trouwt te Den Haag met Willem MULDER, een van onze oudvaders over wie we (nog) praktisch niets weten. Hij overlijdt te Naaldwijk op 8-4-1825, twee maanden na Albertina die op 6-2-1825 overlijdt, des middernacht één uur in het huis staande in Wijk A nommer 94. Albertina wordt 70 jaar oud. Als haar beroep staat doopvrouw genoteerd. Dat hielp misschien bij de geboorte van Angenita, want onze oudmoeder is 47 wanneer uit het huwelijk met Willem Mulder deze dochter ter wereld komt. Johannes MIDDENDORP, zoon uit het eerste huwelijk van Albertina, 6 jaar oudere halfbroer van Angenita MULDER, trouwt 1-11-1814 te Naaldwijk met de 19-jarige Magdalena Weijnandts. Johannes is ook 19 en probeerde misschien inlijving bij de Nationale Militie door dit vroege huwelijk te voorkomen (zijn vader, de vrijwillig militair Mittendorf indachtig). Johannes was mandenmakersknecht van beroep. Waarom noemen we hem hier? Magdalena (Leentje) Weijnandts en Nicolaas ROEM zijn neef en nicht. Leentje is dochter van Martinus WIJNANDTS, de broer van Nicolaas’ moeder Johanna. Alle kans dat Nicolaas en Angenita elkaar in familieverband regelmatig troffen. En dat het zo aan kwam tussen hen. De vroege dood van Nicolaas is een ramp. Angenita is 33. Na enkele jaren hertrouwt ze (met Pieter VAN DIJK), volgende kinderen schijnen niet te zijn geboren. Ze wordt 78, ovl te Naaldwijk 21-2-1879. Ze maakt de huwelijken van haar drie zonen mee, en de geboortes van haar kleinkinderen. Dat werden er ook maar drie trouwens: de zonen Nicolaas en Christiaan en de dochter Neeltje, van Willem. Overgrootvader Willem ROEM (kw 10) wacht het langst met trouwen. Hij is al 35 wanneer hij in 1861 het huwelijk aandurft met Antje VAN BEEK (kw 11). De tweede zoon, Pieter ROEM, geb te Naaldwijk 7-3-1829, trouwt daar 7-5-1859, 30 jaar oud, met een weduwe van 40, Johanna KEMMERS, geb 30-10-1819. Deze neemt uit haar eerste huwelijk, met Hendrik KLAPWIJK, geen kinderen mee. En ook met Pieter worden geen kinderen geboren. Johanna wordt 70 en sterft 12-2-1890, aan een zware buikgriep. Pieter stierf ruim drie weken eerder, 60 jaar oud. De derde zoon, Johannes ROEM, geb te Naaldwijk 29-9-1831, wordt slechts 35. Ook hij laat geen kinderen na. En trouwt, 3-11-1860, 29 jaar oud, met een weduwe die behoorlijk wat ouder is dan hij, de 44-jarige Hendrika Berendina HULSCHER, geb 20-2-1816 in het Gelderse Zutphen. Hendrika was 30 toen ze te Zutphen trouwde (7-5-1845) met de even oude Cornelis REDEKER, die uit Naaldwijk afkomstig is. Ze gaan in Naaldwijk wonen en krijgen daar 5 dochters, van wie drie als baby overlijden. Cornelis, boodschaplooper, wordt 41 en sterft 8-8-1857. Ruim drie jaar later trouwt weduwe Hendrika met de relatief jonge Johannes ROEM. De dochters Dina en Martina krijgen hem dus als stiefvader. Hendrika en Johannes krijgen geen kinderen. Haar dochter Martina wordt 15 en overlijdt 20-3-1865. Johannes ROEM wordt 35 en overlijdt 8-4-1867. Hendrika wordt 60 en overlijdt 16-9-1876. Haar dochter Dina tenslotte wordt 75 en overlijdt 4-6-1923 te Delft, weduwe van Adrianus VAN MOURIK.
Overgrootvader Willem ROEM (1826-1907)
Wat ons betreft eindigt de mannelijke ROEM-lijn die we zo’n 300 jaar eerder bij de wijnkopers in Rotterdam lieten beginnen, met overgrootvader Willem ROEM. Zijn dochter, onze grootmoeder Neeltje ROEM (1871-1937), trouwt op 2 september 1900 met de uit Friesland afkomstige Bonne VAN DER HOEK.
Willem is 3-5-1826 te Naaldwijk geboren en dus 74 jaar oud bij het huwelijk van zijn dochter met de jonge Friese kleermaker, die hij als kostganger in huis had genomen. Willem heeft in zijn actieve leven als tuinder de kost verdiend en het kan zijn dat hij dit beroep van zijn stiefvader Pieter VAN DIJK had overgenomen. Er zijn nog feiten en feitjes te ontdekken.
Hij trouwt, 35 jaar, 11-5-1861, met de 29-jarige Antje VAN BEEK, geboren 8-4-1832 te Naaldwijk, dochter van Christiaan VAN (DER) BEEK (1788-1866) en Neeltje VAN LEEUWEN (1805-1861). Willem trouwde dus niet met een oudere weduwe, zoals zijn twee (kinderloos blijvende) jongere broers Pieter en Johannes deden. Hij wacht met trouwen tot hij 35 is en misschien had dat een zorgreden. Overgrootmoeder Antje kan als enige dochter van Christiaan en Neeltje in hun huishouden onmisbaar zijn geweest: moeder Neeltje ernstig ziek en vader Christiaan al een 70-plusser wiens handen niet naar het huishouden stonden. Misschien drong moeder Neeltje tenslotte tot het huwelijk aan, omdat de plannen serieus bleven en zij het nog wilde meemaken. Het huwelijk is op 11 mei 1861 en Neeltje overlijdt 20 juni erop volgend, ze werd 55. Vader Christiaan wordt 77, hij sterft op 28 januari 1866.
Tuinder Willem ROEM en tuindersvrouw Antje VAN BEEK krijgen 3 kinderen: de zonen Nicolaas (geb 1862) en Christiaan (geb 1865 of 1866) en de dochter Neeltje ROEM (geboren op 17-11-1871). Bij de geboorte van Neeltje is Willem 45 en Antje 39.
Over grootmoeder Neeltje weten we natuurlijk “alles”. Over haar broers Nicolaas en Christiaan (zeker de laatste) erg weinig. Dat kan nog veranderen. Oudste broer Nicolaas trouwde ca 1890 met Klazina PRINS. Ze krijgen twee dochters. Klazina wordt slechts 38 en overlijdt 16-1-1898. Van de dochters is alleen Johanna Jannetje ROEM dan nog in leven die wordt ondergebracht bij haar tante Hendrika, een drie jaar jongere zus van Klazina. Hendrika was getrouwd (met Marinus Van Daalen), maar kreeg geen eigen kinderen. Het nichtje Johanna groeit grotendeels bij haar op (trouwt 18-3-1920 te Naaldwijk met Willem Marcelis AUGUSTINUS). Tijdens de Tweede Wereldoorlog, op 29 april 1943, overlijdt te Delft, Nicolaas ROEM, 81 jaar oud, wonende te Naaldwijk, weduwnaar van Cornelia VAN DORP. Met deze gegevens gaan we het even doen. De bekende neef, Willem ROEM, kan een zoon van Nicolaas uit zijn tweede huwelijk zijn geweest. Of een zoon van Christiaan van wie we nog niet weten waar en wanneer hij trouwde. Klazina PRINS, de jong overleden eerste vrouw van Nicolaas ROEM, was dochter uit het huwelijk van Martinus PRINS (1823-1896) en Jannetje VALSTAR (1821-1891). Klazina en Nicolaas hadden in de VALSTAR-lijn het voorouderechtpaar Willem Pietersz VALSTAR (1668-1737) en Johanna BLOM gemeen. Wisten ze dat en noemden ze hun dochter daarom Johanna Jannetje? Martinus en Jannetje startten te Naaldwijk. Ze trokken naar Honselersdijk, ten noorden van Naaldwijk, waar Martinus bij de buitenplaats Endeldijk een kavel grond met huis en schuur kon pachten om voor eigen rekening een tuinbouwbedrijf te beginnen (bessen, boomgaarden). Na 1896 zet zijn oudste zoon Arie PRINS dit bedrijf voort.
Bij het huwelijk, 2 september 1900 te Naaldwijk, tussen grootouders Neeltje ROEM en Bonne VAN DER HOEK, de kostganger en Friese kleermaker, zijn de ouders van Neeltje aanwezig. De ouders van Bonne maken de reis vanuit Heerenveen (Terband) niet en geven schriftelijk hun toestemming. Jan Wolters VAN DER HOEK is 65, Hiltje Jans LUKKES 60. Als getuigen treden de broers van Neeltje op. Overgrootmoeder Antje VAN BEEK overlijdt 26-3-1905, twee weken voor haar 73ste verjaardag. Ze wonen bij Neeltje en Bonne (of andersom) en Antje maakt de geboorte mee van de kleindochters Hiltje en de naar haar genoemde Antje. Overgrootvader Willem ROEM wordt 81 jaar en 5 dagen oud, hij overlijdt 8-5-1907. Maakt dus ook nog van nabij de geboorte mee van kleindochter Janna en van de naar hem genoemde kleinzoon Willem VAN DER HOEK die op 30 april 1906 wordt geboren. Zelfs diens eerste verjaardag en de 81ste (3 mei) van zichzelf. Na het overlijden van Willem ROEM krijgen Neeltje en Bonne nog een dochter die Willemien (Wilhelmina) wordt genoemd en in januari 1909 een zoon Jan Wolters. Begin 1916 verhuizen Neeltje en Bonne VAN DER HOEK van Naaldwijk in het Westland naar Heerenveen in Friesland.
- HET LANGSTE LIJNTJE VOORMOEDERS: Van Catharina tot Elizabeth
We geven hieronder, voor de leukigheid, het langste lijntje voormoeders zoals we dat tot dusver kunnen samenstellen. Aan het begin staat niet een Eva maar een Catharina. Het lijstje eindigt bij een Elizabeth en dat is binnen de opzet van ons verhaal natuurlijk Elizabeth DE JONG (1910-1989). Bij elkaar gaat het om moeders uit 17 opeenvolgende generaties.
Catharina is waarschijnlijk in de periode 1400-1420 geboren. Elizabeth, en dat weten we precies, op 2 juni 1910. Dat is een half millennium verschil qua geboortejaar. Catharina is in Barradeel geboren (Westergo) aan de noordwestkust van Friesland. Elizabeth in Haskerland (Zevenwouden), zo’n vijftig kilometer zuidoostelijker. Het lijntje doet er 300 jaar over om voor het eerst in Haskerland terecht te komen, via het domineesgezin POUTSMA. Dat is natuurlijk ook een kenmerk van dit langste lijntje: de namen uit de eerste 300 jaar zijn voornamelijk bekend gebleven omdat het om echtgenotes ging van mannen in tamelijk publieke functies. Want rond die functies werden akten gemaakt en documenten bewaard. Personen met andere functies en andere levens raakten qua naam in vergetelheid. Jammer en onomkeerbaar.
Ieder mens heeft rond 32.000 verschillende stam-oud-betovergrootmoeders en Catharina is voor Elizabeth slechts één van die rond 32.000. Zo betrekkelijk moet je het ook zien. Omdat we ons hier baseren op de inschaling van de kinderen van Elizabeth als GENERATIE I, is Luts, de dochter van Catharina, GENERATIE XVII en dus stam-oud-betovergrootmoeder. Catharina is GENERATIE XVIII en dat maakt dat we haar edelmoeder kunnen noemen. Ieder mens heeft rond 64.000 verschillende edelmoeders en Catharina is van dit grote aantal er slechts maar één. Dergelijke cijfers zetten we er maar steeds bij om de betrekkelijkheid van de namen in het lijstje aan te geven. Elizabeth is GENERATIE II, dat wil zeggen gewoonweg moeder. En daarvan heeft ieder mens er in principe slechts één. Eén op 64.000 en één-op-één maakt een statistisch heel belangrijk verschil.
De vetgedrukte namen in het overzicht geven de afstammingslijn vanaf Catharina weer. Zes van de 17 voormoeders vallen niet in die lijn, maar werden voormoeder doordat ze getrouwd waren met een mannelijke nakomeling in die lijn.
Kwartiernummer Naam voormoeder Naam voorvader (echtgenoot) 209407 Catharina Fedde Mernstra (Haerda) 104703 Luts Feddes Mernstra Offke Dotinga 52851 Doedt Offkes Dotinga Sjoerd Aesgama (in de Poelen) 26425 Doedt Sjoerdsdr Tiette Folperts Baerdt 13213 Eelck Sjoerd Tiettes Baerdt 6607 Tiedcke Froma Sybrandt Sjoerds Baerdt 3303 Eelckien Sybrandts Baerdt Tammerus Gerardi Poutsma 1651 Titia Tammeri Baerdt (Poutsma) Johannes Petri Bechius 825 Aurelia Bechius Rudolphus Petri 413 Aukje Eelkes Johannes Rudolphi 207 Aukjen Ulbes Rudolphus Rudolphi 103 Antje Rudolphus Rudolphi Klaas Klazes de Jong 51 Trijntje Klazes de Jong Jochum Oenes Oenema 25 Geeske Jochums Oenema Jacob Piers de Jong 13 Joltje Fokkes Veldstra Pier Jacobs de Jong 7 Fokje Jurjens Schipper Klaas Piers de Jong 3 Elizabeth de Jong Willem VAN DER HOEK De vermelde kwartiernummers zijn op de in genealogie gebruikelijke toekenning gebaseerd, met de kinderen van Elizabeth de Jong en Willem Van der Hoek als 1, Willem als 2, Elizabeth als drie, de vader van Elizabeth als 6, beppe Fokje als 7. De kwartiernummers betreffen de op de rij genoemde vrouw. Joltje Veldstra (13) is niet de moeder van Fokje Schipper (7), maar van Klaas Piers de Jong.
Catharina “HAERDA” (begin 15de eeuw) Eén van de rond 65.000 edelmoeders, 18de voorgeneratie. Catharina leefde tijdens de eerste helft van de 15de eeuw. Ze is vermoedelijk in de periode 1400-1420 geboren, als dochter van een boer in de Barradeelse polders. Misschien bracht zij de HAERDA-naam mee. Ze trouwt met Fedde MERNSTRA, ook wel Haerda genoemd. Dit schijnt de naam van de sate, bij Pietersbierum, te zijn geweest die ze bewoonden. De MERNSTRA-naam lijkt te verwijzen naar de Marne-slenk een tiental kilometers bezuiden Barradeel (bij Pingjum en Witmarsum). Uit hun huwelijk de dochter Luts.
Luts Feddes MERNSTRA (HAERDA) Eén van de rond 32.000 stamoudbetovergrootmoeders, 17de voorgeneratie. Luts is vermoedelijk in de periode 1425-1445 geboren op de Haerda-sate bij Pietersbierum (Barradeel). Ze had minstens een broer die deze sate erfde en er het bedrijf voortzette. Luts trouwde, buiten Barradeel, op niveau met de herenboer en weduwnaar Offke DOTINGA. Deze was eerder getrouwd met Doedt OEDSMA, vermoedelijk van de OEDSMA-sate bij Boksum (Menaldumadeel, bezuiden Deinum). De DOTINGA-sate lag ook in die omgeving, wellicht bij Dronrijp (later Groot-Dotinga, zeker bij Dronrijp). Luts en Offke woonden in Menaldumadeel. Offke was rond 1470 grietman van het Marsumer Nieuwland, het oostelijke part van Menaldumadeel, dat door inpoldering van de Middelzee ontstond. Uit hun huwelijk de dochter Doedt.
Doedt Offkes DOTINGA (circa 1500) Eén van de rond 16.000 stamoudovergrootmoeders, 16de voorgeneratie. Doedt is vermoedelijk rond 1470 geboren. Ze trouwde met Sjoerd AESGAMA die ook Sjoerd in de POELEN wordt genoemd (bij Dronrijp). Sjoerd is ca. 1463 geboren. Tijdens “de Donia-oorlog” werd de AESGAMA-sate te Sibrandaburen (Rauwerderhem) door Agge Donia en zijn manschappen aangevallen en veroverd. Dit gebeurde in en om 1463. Sjoerds vader vluchtte naar Leeuwarden en omgeving. Sjoerd onmoette daar de grietmansdochter. Hij sneuvelde op 17 juli 1500 naar aanleiding van het Beleg van Franeker, tegen de hertog van Saksen. Uit huwelijk van Sjoerd en Doedt de dochter Doedt.
Doedt Sjoerdsdochter (begin 16de eeuw) Eén van de rond 8.000 stamoudgrootmoeders, 15de generatie. Rond 1490 of weinig later geboren. Nog jong toen haar vader niet levend terugkwam uit het Beleg van Franeker. Werd mede-erfgenaam van de AESGAMA-zathe in de Poelen bij Dronrijp. Volgens een akte verkoopt ze in 1550 een losrente uit een deel van dit bezit. Er is een Sjoerd (Suyrdt) Aesgama die voor 1556 huurder is van deze zathe en na 1556 eigenaar. Misschien geen familie: hij kan naar de zathe vernoemd zijn. In 1550 is Doedt weduwe. Ze trouwde circa 1515 met Tiette Folperts (BAERDT) die een gezeten boer was/werd te Arum (Marnegebied aan de Friese westkust, bij Kimswerd en Pingjum). De buurtschap ging Baarderburen heten. Tiette schijnt ca 1481 geboren, wellicht op de Baarda-zathe bij Wommels/Oosterend. In 1511 wordt zijn vader, Folpert Tiettezn, vermeld als “meier” (erfpachter) te Oosterend. Uit het huwelijk van Doedt Sjoerdsdochter (AESGAMA) en Tiette Folperts (BAERDT) zijn drie, misschien vier, zonen bekend. De oudste zoon, Folpert, neemt het bedrijf te Arum over en komt daar als kerkvoogd (1560) en gaeman (1561) in de registers voor. De tweede zoon, Sjoerd, vertrekt uit Arum en vestigt zich bij Marssum (Menaldumadeel). De derde zoon, Frans, vertrekt ook uit Arum en vestigt zich eveneens ten westen van Franeker. In o.a. akten van 1547 en 1555 staat hij vermeld als boer te Salwerd. Hij was getrouwd met Tijam Sybedochter en liet drie kinderen na, Gerlof, Rixt en Doedt. Frans overleed in 1558. De vierde zoon was mogelijk Offke Tiettes. Deze wordt eenmalig vermeld in een akte van 1576 (Arum). Tiette Folperts is ca 1545 overleden. Uit huwelijk van Tiette en Doedt de zoon Sjoerd.
Eelck (rond 1550) Eén van de rond 4.000 stamoudmoeders, 14de generatie. Alleen bij voornaam bekend. Haar vader heette misschien Sake en was een niet geringe boer in de omgeving van Marssum/ Dronrijp (Menaldumadeel). Eelck is vermoedelijk rond 1520 geboren en voor 1553 getrouwd met Sjoerd Tiettes BAERDT, zoon van Tiette Folperts BAERDT en Doedt Sjoerdsdochter AESGAMA te Arum. Sjoerd wordt vanaf 1546 genoemd als volmacht van de Vijfdelen Zeedijken, van Menaldumadeel (1559) en van Marssum (1571). Hij staat ook vermeld als curator over Suyrdt AESGAMA (de nieuwe bezitter van AESGAMA-zathe?). Eelck krijgt vier zonen Sjoerds BAERDT: Sake, Hobbe, Sybrandt en Rienck. Zoon Sybrandt werd de “geleerde”.
Tiedske FROMA (tweede helft 16de eeuw) Eén van de rond 2.000 stambetovergrootmoeders, 13de generatie. Tiedske is circa 1550 geboren, ze overlijdt 25 april 1616. Ze trouwt 21-11-1583 met Sybrandt Sjoerds BAERDT. Sybrandt wordt meester in de rechten, notaris te Arum (het dorp van zijn grootouders) en treedt ook op als advocaat bij het Hof van Friesland (1591). In de woelige tijden van rond 1590, hartje “Tachtigjarige Oorlog”, gloort een interessante carrière. Maar Sybrandt overlijdt voordat die carrière zich verder kan ontwikkelen in 1591 of 1592. Tiedske trouwt hierna nog, 21-11-1593, met Jan HOOCH (of HOECK). Uit het huwelijk van Tiedske en Sybrandt zijn enkele kinderen geboren. Welzeker de dochter Eelkje (Eeelckien) in 1585. De ca 1590 te Staveren geboren Petrus Sybrandts BAERDT, die bekend werd als rector, medicus en dichter in het Nederlands en Fries, moeten we noemen. Of hij een zoon van Tiedske en Sybrandt was, is voorzover we nu weten niet aangetoond.
Eelkje Siebrandts BAERDT (eerste helft 17de eeuw) Eén van de rond 1.000 stamovergrootmoeders, 12de generatie. Eelckien is in 1585 geboren. Ze overlijdt ca 1650. De dochter van Tiedske FROMA en Sybrandt Sjoerds BAERDT trouwt op 16-10-1603 te Joure met de jonge hervormde predikant Tamme Gerrits (POUTSMA), Tammerus Gerardi. Eelkje is al tien jaar vaderloos. Tamme Poutsma is rond 1575 in Reiderland geboren (Groningen). Zijn vader was daar vanuit de Dongeradelen, POUTSMA-state, heengevlucht (begin Tachtigjarige oorlog). In 1604 vertrekken Eelkje en Tammerus naar IJlst waar hij predikant is tot zijn overlijden op 17-7-1644. Te IJlst worden de kinderen Titia, Janke en Abraham geboren. De dochters trouwen met dominees, de zoon Abrahamus Tammes POUTSMA wordt zelf predikant (Haskerdijken, Haskerhorne – overlijdt te Gorredijk, waar zijn zoon Tamme notaris werd).
Titia Tammeri BAERDT POUTSMA (midden 17de eeuw) De twee zussen Titia en Jancke voeren de dubbele achternaam BAERDT POUTSMA. Misschien omdat er nog eigendomsbelangen waren. Hun vader, de IJlster dominee, was volgens sommige bronnen nog (mede-)eigenaar van de Poutsma-sate te Wierum (West-dongeradeel). Jancke Tammeri Baerdt Poutsma trouwt 16-2-1645 met Antonius Petrus Petri, predikant te Jutrijp-Hommerts en later te Britsum (overlijdt in 1672 te Britsum). Titia is één van onze rond 500 stamgrootmoeders, 11de generatie. Zij is op 23 oktober 1617 te IJlst geboren en trouwt 20 februari 1636, 18 jaar oud, te Leeuwarden met Johannes Petri BECHIUS, die dan 22 is (geboren te Leeuwarden 30-6-1613, zoon van Pytter Pytters en Eva Jans). Johannes had vermoedelijk zijn opleiding tot predikant zojuist voltooid en een aanstelling te Oosthem gekregen, het dorp dat op een enkele kilometer afstand van IJlst ligt. Titia is daar predikantsvrouw tot haar dood op 16 juni 1663. Ze wordt 45. Stamgrootvader Joannes BECHIUS overlijdt het jaar erop, 1-12-1664, te Oosthem. Hij is 51 geworden. Uit hun huwelijk de dochter Aurelia.
Aurelia (Aukje) BECHIUS (tweede helft 17de eeuw) Eén van de rond 250 stammoeders, 10de generatie. Aurelia (Aukien) BECHIUS is in 1643 in de pastorie te Oosthem geboren. Ze trouwt 20 oktober 1671 te Franeker met Rudolphus Petri (Roelof Pietersz), die vermoedelijk een aanstelling had bij de Franeker hogeschool. Op 19 december 1680 wordt te Franeker een zoon gedoopt, die naar haar reeds lang overleden vader wordt vernoemd: Joannes (RUDOLPHI).
Aukje Eelkes (begin 18de eeuw) Eén van de rond 125 oudbetovergrootmoeders, 9de generatie. Zij trouwt op 2 oktober 1712 te Paesens (Westdongeradeel) met Joannes RUDOLPHI, predikant aldaar. Ze krijgt minstens de kinderen: Rudolphus, gedoopt te Paesens 30-11-1712 (nog geen twee maanden na de bruiloft, jong overleden), Rudolphus, gedoopt te Paesens 30-9-1714, en Aurelia, gedoopt te Paesens 15-12-1720. Joannes werd later predikant te Witmarsum (Wonseradeel). Bij de belastingquotisatie van 1749 wordt ds. Rudolphy te Witmarsum vermeld, matig gesteld, hij wordt aangeslagen voor 30 Caroliguldens. Hij is dan bijna 69. Het gezin bestaat uit 2 volwassenen, dus kan het zijn dat ook Aukje toen nog in leven was. De dominee zelf overlijdt te Witmarsum op 7 januari 1755, 74 jaar oud.
Aukjen Ulbes (midden 18de eeuw) Eén van de 64 oudovergrootmoeders, 8ste generatie. Aukjen Ulbes is 1-3-1718 te Witmarsum geboren en ontmoet daar domineeszoon Rudolphus RUDOLPHI. Ze trouwen te Witmarsum op 7 augustus 1740, Aukje is 22 en Rudolphus 25. Aukje is dochter van Ulbe Baukes en Tryntje Sybrens. Bij de belastingquotisatie van 1749 wordt Ulbe Baukes te Witmarsum vermeld als zeer welgesteld burger. Tryntje, de moeder van Aukje, is 3 april 1740 overleden, vier maanden voor de bruiloft van haar dochter. Vader Ulbe wordt bijna 90 (geb 11-10-1688, ovl 17-6-1778). Rudolphus wordt dominee te Jutrijp-Hommerts(Wymbritseradeel, de streek zuidoostelijk van IJlst). Daar worden zes kinderen gedoopt: Trijntje (3-4-1741), Aukjen (30-1-1743), Antje (22-1-1745), Joanna (11-5-1747), de zoon Joannes (21-2-1751) en een dochter Aurelia (28-2-1753). Bij de belastingquotisatie van 1749 wordt ds. Rudolphi te Jutrijp vermeld. Het gezin bestaat uit 2 volwassenen en 4 jonge kinderen (de eerste 4 dochters). De dominee krijgt een aanslag van 39 Caroliguldens. Ds. Rudolphi stond zijn hele predikanten-bestaan te Jutrijp. Hij wordt 67 en overlijdt er Tweede Kerstdag 1781. De sterfdatum van Aukje is nog onbekend. Hierna over hun dochter Antje.
Antje Rudolphus RUDOLPHI (tweede helft 18de eeuw) Eén van de 32 oudgrootmoeders, 7de generatie. Antje RUDOLPHI, derde dochter in het predikantengezin te Jutrijp, gedoopt op 22-2-1745. Circa 1768 getrouwd met Klaas Klazes, die 12-7-1744 werd gedoopt, zoon van een eerdere Klaas Klazes (in 1749 welgesteld beurtschipper te Langweer?) en diens vrouw Yke Willems. Klaas had nog een broer Eelke (gedoopt 28-5-1747) en een zus Aagje (gedoopt 4-7-1751). Antje en Klaas, ze hebben bedrijf te Indijken bij Langweer, krijgen 9 kinderen, zes dochters en drie zonen: Aagje (gedoopt 21-1-1770), Trijntje (gedoopt 2-6-1772), Ynske (gedoopt 13-9-1774), Yke (26-10-1777, jong overleden), Rudolphus (14-8-1779, jong overleden), Rudolphus (8-10-1871), Yke (1-3-1784), Saske (4-12-1786) en Klaas (6-6-1791). Antje wordt 81 en overlijdt op 27 oktober 1826. Klaas is waarschijnlijk rond 1800 overleden. Bij het huwelijk van dochter Trijntje in 1799 wordt de achternaam DE JONG in het trouwregister niet gebruikt, bij het huwelijk van dochter Ynske in 1802 wel. Hierna over dochter Trijntje.
Trijntje Klazes DE JONG (1772-1834) Eén van de 16 oudmoeders, 6de generatie. Trijntje is als tweede dochter van Antje RUDOLPHI en Klaas Klazes (DE JONG) op 2 juni 1772 te Langweer gedoopt. Ze trouwt rond haar 27ste verjaardag op 5 mei 1799 met de 24-jarige boerenzoon Jochum Oenes OENEMA uit de Ouwstertrijega, benoorden het Tjeukemeer. Hij is daar 16-2-1775, waarschijnlijk te Ouwsterhaule, geboren. Zoon van Oene Wytzes OENEMA en Geeske Jochums. Op 2 mei 1802 trouwt zus Ynske Klazes DE JONG met Wytze Oenes, de oudste zoon van Oene en Geeske. Trijntje verhuist met Jochum naar Westermeer bij Joure. Ze krijgen vier kinderen: Oene (1800-1874), Geeske (1801-1879), Klaas (1806-1835) en Anna (1813-1896). Waarschijnlijk rond 1815 is het gezin naar Doniaga verhuisd, aan de westkant van het Tjeukemeer. Trijntje wordt 61 en overlijdt daar op 31 januari 1834. Jochum wordt 73 en overlijdt er 27 maart 1848. Zoon Oene OENEMA zet er het bedrijf voort. Hierna over dochter Geeske.
Geeske Jochums OENEMA (1801-1879) Eén van de 8 betovergrootmoeders, 5de generatie. We komen steeds dichter bij Elizabeth (1910-1989). Geeske is Tweede Kerstdag 1801 te Westermeer geboren en op 17-1-1802 in de Hervormde kerk te Joure gedoopt. Het gezin vanTrijntje en Jochum OENEMA verhuist rond 1815 naar Doniaga en worden daar vrijwel buren van de DOUMA’s. Zo leert Geeske Jacob Piers DE JONG kennen, ze raken verliefd en trouwen op 11 juni 1824, Jacob is dan 27, Geeske 22. Jacob, geb 3-2-1797 te Oosterzee, aan het Tjeukemeer. Eerste kind uit het huwelijk van Pier Jacobs uit Haskerhorne en Epkjen Meyes uit Langweer die zich na hun huwelijk, 1-5-1796, te Oosterzee vestigden. Op 26 september 1806 overlijdt Pier, 43 jaar oud. Epkjen verhuist twee jaar later naar Doniaga, waar een oudere broer van haar woont (getrouwd met een jongere zus van Pier overigens), en trouwt er 28-1-1810 met Klaas Douwes DOUMA. Bij de naamregistratie van 1811 worden de zes kinderen uit haar eerste huwelijk niet gemeld. Pas later wordt hen de achternaam DE JONG toegekend. Zo trouwt Geeske Jochums OENEMA op 11 juni 1824 met buurjongen Jacob Piers DE JONG. Er is geen enkel familieverband tussen deze DE JONGs en de DE JONG-familie van de moeder van Geeske. Geeske en Jochum krijgen negen kinderen, van wie de eerste drie in Doniaga worden geboren: Pier (1825-1885), Jochum (1828-1902) en Epke (1831-1842, 11 jaar oud). In juli 1832 verhuist het gezin naar Haskerhorne waar Jacob een eigen boerderij begint. Daar worden geboren: Trijntje (1833-1865), Klaas (1835-1852), Jacobje (1837-1905), Minne (1839-1914), Oene (1842-1871) en Epke (1844-1845, 7 maanden oud). Op 29 november 1850 overlijdt Jacob Piers, 53 jaar oud, in huis nr 4 (boerderij) te Haskerhorne. Geeske zet als boerinne het bedrijf te Haskerhorne voort. Ze wordt tenslotte renteniersche en overlijdt op 79-jarige leeftijd, 4 augustus 1879. Van de negen kinderen zijn dan nog slechts de zonen Pier (niet voor lang!) en Jochum en de dochters Trijntje en Jacobje in leven. Hierna over zoon Pier c.q. diens vrouw Joltje. De “rechte” afstammingslijn Catharina-Elizabeth gaat vanaf Geeske via haar zoon Pier en kleinzoon Klaas.
Joltje Fokkes VELDSTRA (1823-1900) Eén van de 4 overgrootmoeders, 4de generatie. Grootmoeder van ELIZABETH (1910-1989). Zij trouwt 30-8-1846 te Haskerhorne met Pier Jacobs DE JONG. Joltje werd 18-3-1823 te Haskerhorne geboren, dochter van Fokke Feddes VELDSTRA en Lijsbert Hanzes FRANKENA. Betovergrootmoeder Lijsbert (Lyske, 1800-1871) is op 3 juli 1800 te Doniaga geboren. Haar vader Hans Meyes FRANKENA was daar in die tijd boer. Hij verhuisde na 1810 naar Haskerhorne. Hans, getrouwd met Joltje Jacobs, is oudere broer van bovengenoemde Epkjen Meyes, de weduwe van Pier Jacobs (DE JONG), die oudere broer was van Joltje Jacobs. Joltje Veldstra en Pier de Jong zijn (verre) bloedverwanten. Ze worden buren wanneer de ouders van Pier in juli 1832 van Doniaga naar Haskerhorne verhuizen. En man en vrouw per 30 augustus 1846. Er worden zeven kinderen geboren. Allereerst de zonen Jacob (1847-1879) en Fokke (1849-1889). Als in 1850 Piers vader overlijdt, is Pier al voor zichzelf begonnen. In 1851 wordt de dochter Geeske geboren (1851-1928). Pier is dan boer te Haskerdijken. In 1853 volgt zoon Klaas (1853-1930), in 1855 zoon Fedde (1855-1912?). Pier is nu 30 en Joltje 32. Besloten wordt om Haskerland te verlaten en met een boerenbedrijf in Oudehorne (Schoterland) verder te gaan. Daar zit een grote lap heide bij en behalve boer (en paardenfokker) wordt Pier ook veenbaas. Te Oudehorne worden nog de zoon Epke (1857-1936) en de dochter Elizabeth (1864-1889) geboren. Met het bedrijf gaat het goed (Pier was “een flinke boer”). Met 5 jonge zonen lijkt de toekomst veelbelovend. Derde zoon Klaas (“wilde haren”) wil niet in het bedrijf van zijn vader blijven. Hij trouwt in 1878, 25 jr, met de boerendochter Jeltje HEIDA,21 jr, uit Mildam en vestigt zich daar. Een jaar eerder, 11-5-1877, verliet dochter Geeske het huis. Zij trouwde Jelle BULTSMA (Nijeholtwolde, ze verhuizen rond 1890 (?) naar Leeuwarden). In de zomer van 1879 gaat er in en rond het gezin van Joltje van alles mis. Op 14-7-1879 overlijdt te Mildam de jonge vrouw van Klaas, met baby Joltje, in haar eerste kraam. Ruim een week later, 23-7-1879, overlijdt te Haskerhorne Jacob, de oudste zoon van Joltje en Pier, 32 jr, ongehuwd. Aan een longontsteking opgelopen bij een paardenkeuring, luidt het verhaal. Vermoedelijk was hij te ziek om naar Oudehorne gebracht te worden. In Haskerhorne woonde nog beppe Geeske Oenema. Maar twaalf dagen weer later, 4-8-1879, overlijdt ook die, de 79-jarige rentenierske. Omdat de vierde zoon, Fedde, “is gaan studeren”, heeft Pier op zijn boerderij aan zonen alleen de tweede, Fokke, en de jongste, Epke, bij de hand. Epke heeft net als zijn broer Klaas andere plannen. Hij trouwt, 12-8-1880, 23 jr, te Nieuwehorne met de 20-jarige Gatske Karstes JELLEMA, dochter van de dorpskastelein. Epke wordt handelaar/koopman. Zoon Klaas begint op 12-5-1881 te Mildam een tweede huwelijk (met bakkersdochter Jantje DE ROOS). Hij gaat naast zijn andere werk ook een levensmiddelenwinkel drijven. Jantje weet daar alles van. In 1882 krijgen ze een gezonde dochter Joltje, dat is wel weer aardig. Ook de “verstokte vrijgezel” Fokke besluit weg te gaan. Hij trof te Noordwolde de boerendochter Immigjen JAGER die samen met haar moeder een bedrijfje op de been houdt en trouwt met haar 27-4-1882 (hij 32, zij 33). Fokke vestigt zich te Noordwolde. Pier en Joltje hebben in hun bedrijf geen zoon meer over. Fedde is inmiddels werkzaam bij de belastingdienst, werkt in Zuid-Limburg en in St. Annaparochie op 12-6-1884 trouwt hij, 28 jr, met de Mildamster boerendochter Jeltje Ypes BOSMA die hij meeneemt naar St.Annaparochie (kinderen aldaar: Pier (1885), Elizabeth (1887), Ype (1889) en Joltje (1890)). Door al die kinderen van Joltje VELDSTRA en Pier DE JONG wordt dit een (te) lang verhaal. Wat gezegd moet worden: Pier kan geen van zijn vijf zonen in het bedrijf houden en wanneer hij op 10-10-1885 plots overlijdt, 60 jaar oud, is het ook voor Joltje over en uit. Het bedrijf moet van de hand worden gedaan. Jongste dochter Elizabeth is ook al op vrijersvoeten, maar met de jonge onderwijzer Klaas DE WEERT. Die taalt niet naar het boerenwerk. Elizabeth (22) en Klaas (24) trouwen, 11-3-1886, 5 maanden na het overlijden van Pier. Ze krijgen een zoontje Gerrit (1888, leeft enkele weken) en een zoontje Pier (1889-1907). Elizabeth overlijdt 6-11-1889, 25 jr, tien dagen na de geboorte van Pier. In hetzelfde jaar, 11-5-1889, is te Noordwolde de tweede zoon van Joltje overleden, Fokke, 39 jr oud. Joltje heeft inmiddels de streek al lang verlaten. Ze is naar Idskenhuizen getrokken, bij het Slotermeer, waar een oude tante woont, samen met een ook al niet meer jonge dochter, beiden weduwe zoals Joltje. Dezen hebben daar een logement. In de overlijdensakte van Fokke staat over zijn moeder: huishoudster te Idskenhuizen. Joltje is dan 66. Vanuit Idskenhuizen zal ze de narigheden die haar kinderen treffen (voorzover nog in leven), zeker wel volgen. Bijvoorbeeld dat in 1890 ook nog het jonge zoontje Pier van Klaas en Jantje DE ROOS overlijdt en in 1892 Jantje DE ROOS, 32 jr, zelf. De kindersterfte bij Epke en Gatske JELLEMA moet ook genoemd worden. Wanneer zoon Klaas meldt dat hij 2-3-1893 wéer gaat trouwen, nu met de 22-jarige Fokje SCHIPPERS, laat Joltje weten dat ze niet bij dit huwelijk kan zijn. Pas later (de tante te Idskenhuizen overlijdt in 1895) komt Joltje over naar Mildam, waar Klaas en Fokje wonen. Ze maakt het mee dat wéér een kleinzoontje Pier overlijdt, 22-8-1899 te Mildam, 3 jaar oud. Joltje wordt 77 en overlijdt te Mildam op 10 april 1900.
Fokje Jurjens SCHIPPER (1870-1936)
Eén van de twee grootmoeders, derde generatie. Naast Beppe Fokje (SCHIPPERS) aan de DE JONG-kant was er Opoe Neeltje (ROEM) aan de VAN DER HOEK-kant. Op deze plaats in dit verhaal houd ik het betreffende Fokje kort, omdat haar “levensverhaal” in een ander onderdeel uitgebreid wordt behandeld. Fokje Jurjens SCHIPPERS is op woensdag 15 juni 1870 te Oranjewoud/Brongerga geboren, als dochter van Jurjen Annes SCHIPPER en Janke Hendriks WIEKEL. Ze is 22 wanneer ze trouwt met Klaas Piers DE JONG te Mildam die 39 is en al tweemaal weduwnaar.
- Klaas Piers DE JONG, geboren zondag 24 april 1853 (volle maan) te Haskerhorne, overleden dinsdag 9 december 1930 te Oudehaske, 77 jaar oud, veenwerker, winkelier, boer, melkerijchef (in Duitsland), tr. (1) 16-5-1878 met JELTJE HEIDA, tr (2) 12-5-1881 met JANTJE DE ROOS bij wie drie dochters en een zoon Pier, tr (3) 2 maart 1893 met
-
Fokje SCHIPPERS (Fokje Jurjens Schipper), geb. woensdag 15 juni 1870 (volle maan) te Oudeschoot, overl. 14 november 1936 (nieuwe maan) in De Tijnje (Opsterland), 66 jaar oud.
-
HET BIJNA LANGSTE LIJNTJE VOORVADERS: Van Pieter tot Willem
We schetsten hierboven Het Langste Lijntje VOORMOEDERS en noemden daarbij ook hun echtgenoten. Daarmee heb je dan meteen het langste lijntje voorvaders. Maar het is herhaling, wanneer we dat hieronder zouden nalopen. Daarom Het Bijna Langste Lijntje VOORVADERS. Het langste lijstje is van de DE JONG kant, het bijna langste van de VAN DER HOEK kant. Zo komen beide partijen aan bod.
Kwartier- nummer Naam voorvader Naam voormoeder 42928 Pieter (Bije)
21464 Claes Pietersz (de) Bije
10732 Pieter Claesz de Beije
5366 Huibrecht Pietersz de Beije Ingetje Crijnen 2682 Job Cornelisz Verboon Annetje Huibrechtsdr de Beije 1340 Abraham Pleunen van der Kooij Maertgen Joppen Verboon 670 Cornelis Abrahamsz van der Kooij Elsgen Cornelisdr Suithoorn 334 Leendert Isaackz van Eijck Lysbeth Cornelisdr van der Kooij 166 Dirk Willems Valstar Martijntje Leendertse van der Eijck 82 Adrianus Wijnandts (Weyland) Elisabeth Dirksdr Valstar 40 Pieter Klaaszn Roem Johanna Wijnandts 20 Nicolaas Roem Angenita Mulder 10 Willem Roem Antje van Beek 4 Bonne VAN DER HOEK Neeltje Roem 2 Willem VAN DER HOEK Elizabeth de Jong
Tiende penning te Zegwaart (1543): Claes Pieterszn BIJE heeft 4 ½ morgen landts, geëstimeert voor 9 gulden ‘sjaers: 18 st.Ouders
Ouders Geboortejaar Gebplaats Ovljr Ovlplts Lftijd Willem Van der Hoek 1906 (30 apr) Heerenveen 1961 Heerenveen 55 Elizabeth de Jong 1910 (2 juni) Oudehaske 1989 Heerenveen 79
Ouders Huwjr Mnd Dag Plaats Leeft vr Leeft man Kind Ovl <20 Willem Van der Hoek Elizabeth de Jong 1934 juni 21 Joure/ Heerenveen 28 24 12 0
De huwelijkssluiting voor de Burgerlijke Stand vond plaats in het gemeentehuis van Haskerland te Joure. De kerkelijke inzegening in de Gereformeerde kerk aan de Verlengde Dracht (die vanaf 1935 Burgemeester Falkenaweg ging heten) te Heerenveen. Elizabeth (Lyske) woonde met haar moeder te Oudehaske aan het Nannewyd. Haar vader was in december 1930 overleden. Willem woonde bij zijn ouders aan de Van Dekemalaan te Heerenveen. Het huwelijk was uitgesteld geweest doordat Willem enkele maanden ernstig ziek was. Na het huwelijk gingen ze bij “mem Fokje” aan het Nannewyd wonen. Begin 1935 kwam de huurwoning (twee onder één kap) gereed aan de Van der Sluislaan (nr 9) te Oranjewoud, waarvoor Willem zich had laten inschrijven. Deze laan kreeg per 5-5-1936 officiëel de naam Van der Sluislaan naar de boer Jan van der Sluis (1870-1958) die de grond eromheen bezat en deze aan de gemeente voor de huizenbouw had verkocht. Fokje SCHIPPERS (64) verhuisde mee en was er getuige van de geboorte van kleinzoon Bonne (13 juli 1935). Toen Lyske al snel weer zwanger bleek, vertrok Fokje naar haar oudste dochter Janke in De Tynje (Opsterland). Daar overleed ze 14 november 1936, toevallig de dag waarop ook de kleinzoon Klaas werd geboren. In het huis aan de Van der Sluislaan werden nog acht volgende kinderen geboren: Neeltje (5 juli 1938), Fokje (8 november 1939), Jan Wolter (21 december 1941), Jacob Willem (1 augustus 1943), Hiltje Elizabeth (“Hillie”, 26 juli 1945), Janke Frederika (“Janneke”, 7 juli 1947), Antje Janna Wilhelmina (“Anneke”, 15 januari 1949) en Peter Jurjen (14 januari 1951). In de zomer van 1951 verhuisde het gezin naar een (huur)woning aan de Koningin Julianaweg (nr 18), zo’n honderd meter zuidelijker. Het was een woningruil met de bejaarde weduwnaar die dat behoorlijk grotere huis daarvoor bewoonde. Aan de Koningin Julianaweg werden nog de kinderen Hendrik Willem (“Henk”, 30 december 1952) en Jurjen Klaas (18 januari 1955) geboren. Willem en Lyske kregen dus 12 kinderen.
Willem VAN DER HOEK werd 30 april 1906 te Naaldwijk (Zuid-Holland, Westland) geboren. Zijn vader, Bonne VAN DER HOEK, was in 1896 als jonge kleermaker van Heerenveen naar Holland vertrokken. Hij trouwde te Naaldwijk op 1 september 1900 met Neeltje ROEM. Begin 1916 trok Bonne met gezin (4 dochters, 2 zoons) uit Naaldwijk naar Heerenveen. Zoon Willem was dus 9 toen hij in Friesland kwam te wonen. De Friese taal van zijn voorvaderen kreeg hij niet meer goed onder de knie. Willem bezocht de MULO en begon zijn loopbaan als jongste bediende bij de bank van de Gebroeders Mispelblom te Heerenveen. Daar werd hij ontslagen toen na de beurskrach van 1928 ook de banken een slechte tijd meemaakten. Na ongeveer een half jaar zonder werk, kreeg Willem een aanstelling als aktenschrijver bij het kantoor voor hypotheken en kadaster te Heerenveen. Deze aanstelling ging over in een vaste baan als ambtenaar bij dit kantoor. Vanaf 1950 was hij er commies en beëdigd klerk. In 1959 werden de regionale kantoren geconcentreerd in Leeuwarden, zodat Willem dagelijks naar de Friese hoofdstad heen en weer moest pendelen vanaf de Veensluis (Benedenknijpe) waar het gezin in 1957 was gaan wonen. Willem was erg actief in het verenigingsleven. Ondermeer was hij bestuurslid van de School met den Bijbel te Heerenveen en van de Anti-Revolutionaire Partij in de gemeente (en de kieskring). Voor de ARP zat hij in de gemeenteraad van Heerenveen tijdens de periode 1948-1951 en van 1958 tot zijn dood in 1961. Binnen de Gereformeerde kerk was hij diaken te Heerenveen, ouderling te Oudeschoot (na verhuizing van Van der Sluislaan naar Koningin Julianaweg) en te De Knipe (na verhuizing van Koningin Julianaweg naar Veensluis).
Willem werd ongetwijfeld de dupe van zijn vele bezigheden en zorgen eromheen. Hij overleed, 55 jaar en 4,5 maand oud, zeer onverwacht aan een hartinfarct in de ochtend van vrijdag 13 oktober 1961. Naast al het andere was hij ook nog actief in de vakbond CNV en bestuurslid van de aan deze vakbond geliëerde woningbouwvereniging Patromonium, afdeling Heerenveen. Deze vereniging realiseerde juist in die tijd een groot nieuwbouw-project in Heerenveen-Midden. Toen dit werd opgeleverd in 1965 kreeg de weduwe (Lyske dus) éen van de huurwoningen aan de Tjerk Bottemastraat (nr 8) toegewezen, waar ze woonde tot alle kinderen voorgoed het huis uit waren. Daarna betrok ze een seniorenappartement aan het Fortuinhof bij Heerenveen-Centrum. In september 1989 moest ze worden opgenomen in het ziekenhuis te Heerenveen, waar bij controle bleek dat ze aan een onverhelpbare uitzaaiing in de buikruimte leed. Oudste dochter Neeltje kon als hoofd van de huishouding in het bejaardenverzorgingstehuis Herema State voor een 24-uurs opvang zorgen. Lyske werd 79 jaar en en bijna 6 maanden.
De 12 kinderen die Willem & Elizabeth op de wereld zetten, overleefden hun ouders allemaal. Twee van hen zijn helaas begin jaren negentig van de vorige eeuw overleden: jongste dochter Anneke (1992, 43 jaar oud, complicaties bij borstkanker, wonend te Bennekom (Gld), overleden in het Radboudziekenhuis te Nijmegen, nalatend haar man Cees DE GIER en drie zonen, Ronald, Arnold en Eric), en de op één na jongste zoon Henk (1994, 42 jaar oud, Henk, met ernstige handicaps geboren, was o.a. epileptisch, hij is door slikproblemen in de slaap overleden, te Rolde (Dr) waar hij na zijn 18de in een tehuis was ondergebracht).
Begin 1961 had ik een mondeling tentamen historische grammatica dat door prof. Caron werd afgenomen, bij hem thuis aan de Van Baerlestraat te Amsterdam. Eén van zijn eerste valstrikken was de voor mij verrassende opmerking dat mijn achternaam verkeerd was. VAN DER HOEK met een R was fout, het zou met een N moeten zijn (want “hoek” is van oudsher een woord van het mannelijke geslacht). Ik had me tot dan met die achternaam niet bezig gehouden. Om bij een volgende gelegenheid voorbereid te zijn, haalde ik de bibliotheek overhoop. Er bleken meer VAN DE(.) HOEKEN met een R dan met een N te zijn. In Nederland kwam de VAN DER HOEK-naam relatief het vaakst voor in zuidelijk Zuid-Holland, omgeving Hoeksewaard. “Hoek” als naam voor een gebied is historisch vaak vrouwelijk (zoals in Duitsland die Ecke). In Friesland bleek dat ook zo te zijn. Middeleeuwse kernen bijvoorbeeld die onderdeel werden van de stadjes Leeuwarden en Franeker heetten Hoek (die Hoecke) en leidden tot vrouwelijke verbuigingen (met R in plaats van N). “Hoek” in HOEKSTRA zal vaker een precieze lokatie betreffen (straathoek etc), uitgezonderd de gevallen dat er een oude persoonsnaam (Houcke, Hoecke) nog meespeelt, maar dan is de keuze eerder voor HOEKEMA of HOEKINGA. De gelegenheid om dit aan prof. Caron voor te leggen deed zich niet meer voor. Maar hij gaf de impuls voor het speurwerk. In de trouwregisters van Peursum 1692-1720 staat geen Rom, Romp of Roem vermeld. WILLEM Roem werd een jaar na het overlijden van zijn opa WILLEM Mulder geboren. WILLEM (Bonneszn) Van der Hoek werd in 1906 naar zijn opa WILLEM Roem vernoemd. Zoals WILLEM (Klaaszn) Van der Hoek in 1963 naaar zijn opa WILLEM (Bonneszn) Van der Hoek. Dit is de “Willem-vernoemingslijn” in de familie tot dusver. Zijn zus Neeltje is dan te Heerenveen al overleden (november 1937), op enkele dagen na 66 jaar oud. Zijn zwager Bonne VAN DER HOEK overlijdt te Heerenveen twee dagen later dan Nicolaas, op 1 mei 1943. Bonne wordt geen 81 zoals Nicolaas, maar 68 jaar. De grenzen tussen de kerkelijke gemeenten liepen volgens oud patroon. Oranjewoud bezuiden de oude weerdijk (later Koningin Julianaweg geheten) bleef kerkelijk tot Oudeschoot behoren. De Veensluis tot Benedenknijpe. Op 30-1-1951 waren deze gebieden (Willem zat toen in de gemeenteraad) bij het dorp Heerenveen getrokken. Toen Willem in de zomer van 1951 naar de zuidzijde van de Koningin Julianaweg verhuisde, werd hij door de Ouderschootse kerkenraad direct verwittigd dat men hem nu daar tot de club rekende. Dat viel even tegen. Herema State te Oudeschoot (Heerenveen-Zuid) op de hoek van de oude Rijksstraatweg (Marktweg) en de weg naar Nieuweschoot. Hier overleed Elizabeth op 25 november 1989. Ruim 55 jaar eerder, 21 juni 1934, trouwde ze voor de wet in een andere Herema State: het grietenij/gemeentehuis van Haskerland te Joure. In de tijd dat Willem in het bestuur van de Gereformeerde kerk te Oudeschoot zat, werd besloten de Herema State aldaar te kopen en voor het verenigingsleven te gebruiken. In latere jaren werd het gebouw weer verkocht en tot een omvangrijk zorgcentrum omgebouwd.
PAGE
PAGE 33