Hielendal Foarige Tiid
HIELENDAL FOARIGE TIID
VOORFAMILIENOTITIES UIT ROND 1700 EN EERDER
VAN DER HOEK – DE JONG
WERKDOCUMENT 1
OVER OMENDEBIJ en VÓOR 1700
Documentatie door: Klaas Van der Hoek Wzn Jan Wolter Van der Hoek Ezn (ook Wzn, Deventer – verslag)
WERKDOCUMENT HIELENDAL FOARIGE TIID
KWARTIERVERHALEN VANDERHOEK-DEJONG
GENERATIES:
8 (OUD-OVERGROOTOUDERS), 9 (OUD-BETOVERGROOTOUDERS), 10 (STAMOUDERS) 11 (STAMGROOTOUDERS) 12 (STAMOVERGROOTOUDERS) 13 (STAMBETOVERGROOTOUDERS) 14 (STAM-OUDOUDERS) 15 (STAM-OUDGROOTOUDERS)
GENERATIE 8: OUDOVERGROOTOUDERS
VANDERHOEK-ROEM AFSTAMMING: 128. FREERK SIERDS (gehuwd april 1711, oudovergrootvader VanderHoek-lijn) 129. BAUKJEN KARSTES 130. JALDERT JEENS 131. JINKE FEDDES 132. JAN WOLTERS (? Vader van Wolters Jans (BIJMA), kw 66) 133. moeder van Wolter Jans 134. GEERT (vader van Grietje Geerts, kw 67) 135. moeder van Grietje Geerts 136. LIBBE BROERS 137. TRYNTJE GEERTS 138. HAITZE JELLES (? Vader van Lammigjen Aitses, kw 69) 139. moeder van Lammigjen Aitses 140. WOLTER JANS (= kw66) 141. GRIETJE GEERTS (= kw67) 142. HENDRICK (vader van Fockjen Hendriks, kw 71) 143. moeder van Fockjen Hendriks 144. JANNES (LUCKES) 145. moeder van Kornelis Jans Lukkes, kw 72 146. JITZE (vader van Froukjen Jitzes, kw 73) 147. moeder van Froukjen Jitzes 148. JAN (RONDUITE) 149. HILTJE 150. GEERT BROUWER 151. moeder van Jantje Geerts Brouwer, kw 75 152. vader van Eelke (WOUDSTRA), kw 76 153. moeder van Eelke 154. schoonvader van Eelke 155. schoonmoeder van Eelke 156. EELDERT WIEBES (WERFF) 157. LOLKJEN JANS 158. JACOB (VAN DER MEULEN) 159. moeder van Rinske Jacobs van der Meulen, kw 79 160. DAVID JANSSEN ROEM (geboren ca 1700, oudovergrootvader Roem-lijn) 161. AALTJE JANS VAN DE LEK 162. PIETER VAN RIJS 163. ANNETJE PIETERS VERHAGEN 164. … WIJNAND/WEYLAND 165. moeder van Adrianus Wijnandts, kw 82 166. DIRK WILLEMS VALSTAR 167. MARTIJNTJE LEENDERTSE VAN DER EIJCK 168. grootvader/vaderskant van Willem Mulder, kw 42 169. grootmoeder/vaderskant van idem 170. grootvader/moederskant van idem 171. grootmoeder/moederskant van Willem Mulder 172. grootvader/vaderskant van Albertina Elizabeth van Loon, kw 43 173. grootmoeder/vaderskant van idem 174. grootvader/moederskant van idem 175. grootmoeder/moederskant van idem 176. grootvader/vaderskant van Jacobus (van der) Beek, kw 44 177. grootmoeder/vaderskant van idem 178. grootvader/moederskant van idem 179. grootmoeder/moederskant van idem 180. vader van Willem Laarman, kw 90 181. moeder van Willem Laarman 182. vader van Anna Sophia Elisabeth Meijers, kw 91 183. moeder van idem 184. AART JOOSTEN VAN LEEUWEN 185. ANNETJE CLAESDR VAN EENDENBURG 186. ARENT WILLEMSZ VAN SPRONSEN 187. GEERTJE LAURENSDR VAN SPRONSEN 188. CORNELIS JOCHUMSZ VREUGDENHIL 189. ANNETJE CORNELISSE VAN DEN HOEVEN 190. ARIE SAARLOOS 191. PIETERNELLA VAN DER BOOGERT
DEJONG-SCHIPPERS AFSTAMMING: 192. MINNE WYBES (= kw 220) (gehuwd januari 1720, oudovergrootvader De Jong-lijn, tweemaal) 193. MARTJEN FRANCKES (= kw 221) 194. PIER (= kw 222) 195. (= kw 223) 196. FRANKE MEIJES (=216) 197. NANKE SIJBRENS (=217) 198. HANS ELLERTS (=218) 199. GERBRIG BOUWES (=219) 200. WYTSE OENES 201. RINSKE FOPPES 202. JOCHUM EILES 203. SIJBREG JELLES 204. KLAAS KLAZES 205. YKE WILLEMS 206. RUDOLPHUS RUDOLPHI 207. AUKJEN ULBES 208. MEYNT FOCKES 209. moeder van Fokke Meints, kw 104 210. FEDDE JANS 211. moeder van Baukje Feddes, kw 105 212. HENDRIK BERENDS SCHOKKER 213. GRIETJE JANS FRANZEN 214. HENDRIK WILTS 215. moeder van Janke Hendriks Wilts, kw 107 216. FRANKE MEYES (=196) 217. NANKE SIJBRENS (=197) 218. HANS ELLERTS (=198) 219. GERBRIG BOUWES (=199) 220. MINNE WYBES (=192, gehuwd januari 1720, oudovergrootvader DE JONG-lijn, tweemaal) 221. MARTJEN FRANCKES (=193, gehuwd januari 1720, oudovergrootmoeder DE JONG-lijn, tweemaal) 222. PIER (=194) 223. (=195) 224. PIETER (SCHIPPER, oudovergrootvader Schippers-lijn) 225. moeder van Anne Pieters, kw 112 226. HENDRIK 227. moeder van Janke Hendriks, kw 113 228. YSEBRANT 229. moeder van Heere Ysebrands, kw 114 230. WYBE 231. moeder van Andriesjen Wybes, kw 115 232. JANNES/JAN 233. moeder van Jelke Jans, kw 116 234. HENDRIK 235. moeder van Hiltje Hendriks, kw 117 236. grootvader/vaderskant van Tetje Johannes, kw 59) 237. grootmoeder/vaderskant van idem 238. grootvader/moederskant van idem 239. grootmoeder/moederskant van idem 240. ANNE (WYKEL) 241. moeder van Rinse Annes Wykel, kw 120 242. JELLE LIEBBES 243. AUCK ANNES 244. grootvader/vaderskant van Maaike Hendriks, kw 61 245. grootmoeder/vaderskant van idem 246. grootvader/moederskant van idem 247. grootmoeder/vaderskant van idem 248. JAN HENDRIKS 249. AAGJEN (AAFKJEN?) WILLEMS 250. vader van Albertien Jans, kw 125 251. moeder van idem 252. JURJEN JANS 253. JANKE JANS 254. BONNE JACOBS 255. PIETJE WYTZES - einde lijst oudovergrootouders - KWARTIEREN VAN DER HOEK – DE JONG
Generatie 8 (oud-overgrootouders)
VANDERHOEK-LIJN IN FRIESLAND
In 1811 (familienaamregistratie) werd de VAN DER HOEK familienaam voor de nieuwe Burgerlijke Stand gemeld door Freerk Tammes (kw 32) te De Knipe in Friesland/Schoterland. Hij is dan in De Knipe woonachtig, rond 55 jaar oud, heeft vijf kinderen, variërend qua leeftijd van 19 (dochter Joukjen) tot 3 jaar oud (zoon Joldert). De moeder van dit stel is Hendrikje Wolters. De VAN DER HOEK-familienaam in onze afstamming is aan oudvader Freerk Tammes te danken. Er is geen bewijs dat zijn vader of grootvader die familienaam al gebruikte. In 1811 heeft Freerk nog een oudere broer in leven, Sierd Tammes, die bij de registratie de familienaam LENSTRA laat inschrijven. Dit wordt snel daarop gewijzigd in SEINSTRA. De twee broers, Freerk in de Knipe en Sierd in Jubbega-Schurega, kiezen elk voor een andere familienaam.
Dat oudvader Freerk Tammes de familienaam VAN DER HOEK liet registreren (we hebben de indruk dat het hem egaal was, hij kon niet lezen en schrijven) is misschien een toevalligheid. Op het moment van registratie woonde hij al een tijd in de buurt DE HOEKE in de dorpskern van de Knipe. Op de scheidslijn tussen Beneden- en Bovenknijpe. De VAN DER HOEK-naam lijkt aan die woonplek ontleend. Freerk is wel de enige te De Knipe die zich Van der Hoek laat noemen.
De familienaam VAN DER HOEK komen we in generaties voor oudvader Freerk Tammes niet tegen. We weten dat hij na zijn 40ste in De Knipe ging wonen. Daarvoor woonde hij in Opsterlandse dorpjes zoals Luxwoude en Kortezwaag. Hij werd geboren te Terwispel. Daar kwam zijn moeder vandaan. Zijn vader Tamme Freerks kwam van nog meer noordelijk, vanuit Opeinde en omgeving.
Aannemelijk is dat Freeks’ grootouders van vaderskant Freerk Sierds en Baukje Kerstes heetten. Zij woonden in Friesland enkele kilometers noordoostelijk van Opeinde in het verveningsgebied rond Zwart- en Witveen. Freerk Sierds zal als turfmaker aan de kost zijn gekomen en verdiende misschien al bij als knecht in de turfvaart.
- Freerk Sierds trouwt in april 1711 met
- Bauk Karstdochter (Karstes, Karsten, Kerstes)
= In het trouwregister van de Hervormde Gemeente Oudega-Nijega-Opeinde vinden we gemeld dat op 22 maart 1711 eerste proclamatie gebeurt van het voorgenomen huwelijk tussen Freerck Sjierdts, Zwartveen, en Bauck Kartis (Karstis), Zwartveen. Ze zijn hierna getrouwd, in april 1711.
Omdat een doopboek ontbreekt weten we niet hoeveel en welke kinderen uit het huwelijk van deze oudovergrootouders zijn geboren. Dochters? Een zoon Sierd Freerks? We doen de aanname dat ze de zonen Karst Freerks en Tamme Freerks krijgen:
Karst Freerks, vermoedelijk rond 1718 geboren te Zwartveen bij Opeinde. Hij trouwt rond kerst 1744 met Hylkjen Freerks. In het trouwregister van de Herv.Gem.Oudega is de eerste proclamatie van dit huwelijk per 13-12-1744 vermeld: Karst Freerks, Zwartveen, en Hijlkjen Freerks, Witveen. Bij de belastingquotisatie van 1749 wordt Carst Freerks te Opeinde aangeslagen, arbeider, gezin met 3 kinderen jonger dan 12 jaar en 2 personen ouder dan 12 (de ouders). Tamme Freerks (kw 64). Oudgrootvader in onze VAN DER HOEK-lijn. Hij trouwt, een jaar na het huwelijk van zijn broer Karst, te Terwispel met Eeuwkjen Jalderts (kw 65). Bij de quotisatie van 1749 wordt Tamme Freerx te Terwispel aangeslagen, arbeider, 2 kinderen jonger dan 12 en 2 personen ouder dan 12 (de ouders). Bij huwelijk, december 1745, wordt gemeld dat Tamme Freerks uit Opeinde afkomstig is.
- Jaldert Jeens (Joldert Jeens), geb. ca 1680 (?), vermoedelijk overleden voor 1749, trouwt te Terwispel (?) met
- Jinke Feddes (?).
Uit dit huwelijk minstens:
Jeen Jalderts, trouwt ca. 1742 met Grietje (Grijtje) Feitses. Bij Quotisatie 1749 wordt Jeen Jallerts omschreven als arbeider/koemelker. Gezin van 5 personen, waarvan 3 jonger dan 12. Dit zijn de zonen Jaldert en Feitse geweest en de dochter Piertje. Na 1749 worden nog geboren de dochter Hinke, de zonen Roel en Fedde, en de dochters Jenke en Maaike. Zoon Jaldert trouwt met nichtje Wytske (zie hierna). Via zoon Feitse de Jeeninga-familiebenaming.
Jalke Jalderts, was gehuwd met Minke Freerks. Bij Quotisatie 1749 wordt hij omschreven als “Switser”, diender dus, veldwachter. Zijn gezin telt dan 5 personen, waarvan 3 jonger dan 12. In het doopregister Terwispel drie dochters: Hinke (12-4-1747, gedoopt 30-4-1747), Wytske (8-5-1750), Gielke (1-4-1753).
Eeuwkjen Jalderts (kw 65), getrouwd december 1745 te Terwispel, met Tamme Freerks (kw 64).
Bouwe Jalderts. Er is 18-10-1761, na overlijden van Eeuwkjen Jalderts (kw 65) in het register van de Herv.gemeente Terwispel de aantekening dat Bouwe Jalderts als doopheer optreedt bij de doop van het laatste kind uit huwelijk van Eeuwkjen en Tamme (de baby kreeg de naam Eeuwkjen). Dit kan een derde zoon zijn geweest uit het huwelijk van Jaldert Jeens en Jinke Feddes. Bij Quotisatie 1749 wordt een Bouwe Jallerts in Terwispel omschreven als boer/ arbeider. Zijn gezin telt 6 personen, waarvan 4 jonger dan 12. In het doopregister van Terwispel (sinds 1747) worden onder de ouders Bouwe Jalderts en Rints Sytzes vijf dopelingen genoemd: Jaldert, Sytze, Joukjen, Jenke en Jan. Er zijn wellicht twee of drie vóór 1747 geboren en niet in doopboek vermeld.
Van zoon Jalke Jalderts, veldwachter, kunnen we nog alleen de drie dochters, Hinke, Wytske en Gielke, noemen. De dochter Wytske overlijdt 29-1-1821 (Wytske Jalkes DE VRIES, Opsterland overlijdens 1821 blad 4) te Terwispel, 73 jaar oud, gehuwd. Zij trouwde 26-5-1771 te Terwispel met haar volle neef Jaldert Jeens, zoon van Jeen Jalderts en Grietje Feitses. Uit het huwelijk van Jaldert en Wytske, familienaam De Vries in Terwispel: Jalke Jalderts (14-10-1772, trouwt 29-5-1796 met Grietje Teyes, dochter van Teye Jalkes en Wijpkjen Tjeerds die 26-5-1776 te Terwispel trouwen), Grietje Jalderts (1774, trouwt tweemaal: 15-1-1801 met haar neef Hendrik Oenes DIJKSTRA, dochters Hinke en Wytske, en 1-4-1810 met Jan Gjalts VAN DER DIJK, dochters Aaltje (Aleida) en Aukje en zonen Gjalt en Jaldert. Die zoons wonen later in Marum (Groningen) en Siegerswoude. Jeen Jalderts, ovl te Terwispel 15-2-1852, 74 jaar oud, ongehuwd gebleven. Minke Jalderts, trouwt 2-11-1800, 21 jaar oud, met Fedde Martens RIEMSMA, 25 jaar oud, veenarbeider en prediker te Haulerwijk. Minke overlijdt te Haulerwijk 20-1-1848, 69 jaar oud. Ze krijgen 6 kinderen Riemsma. Fedde ovl 7-6-1854, 79 jaar oud. Jinke Jalderts, trouwt Gjalt Jans MEYER uit Terwispel (geen trouwregister), later onderwijzer te Genum (Ferwerderadeel) en te Baard. Uit dit huwelijk 6 kinderen. Baukje Jalderts (18-1-1785), trouwt ca 1805 met Pieter Hendriks DE VRIES. Uit dit huwelijk 8 kinderen. Fetje Jalderts (10-8-1787, jong overleden) Fedde Jalderts (5-3-1790, jong overleden) Fetje Jalderts (17-9-1791), trouwt 10-4-1823 met smidszoon Gaele Douwes FABER, Opst 12. Uit dit huwelijk de zonen Joldert Faber en Douwe Faber (Langezwaag). Freerk Jalderts (1794, trouwt 21-10-1836 te Knijpe met Trijntje Bouwes VOS; hij is 42, zij 25). Jaldert Jalderts (30-1-1798).
- Jan Wolters (?), geb ca 1680. Rond 1710 getrouwd met 133.
Ouders van Wolter Jans (kw 66). Van hieruit de latere BIJMA-lijn. In 1749 was Wolter Jans huisman te Katlijk. Een Jan Wolters komt dan in Friesland 3x voor. Maar kw 132 is misschien niet een Jan Wolters maar een Jan met ander patroniem. En was het wel een Jan Wolters dan wellicht in 1749 al overleden.
Speculatie: Jan Wolters. Geboren ca 1680, zoon van Wolter Jans (kw 264).
- Geert (?) 135.
Ouders van Grietje Geerts (kw 67), voormoeder van de latere BIJMA-lijn.
- Libbe Broers (?) te Nieuweschoot trouwt 1-4-1736 met
- Trijntje Geerts te Oudehaske.
Uit dit huwelijk: Jan Libbes Bouwman (kw 68).
Deze relatie is nog niet bevestigd. Bij de Quotisatie 1749 wordt een Lubbe Broers te Oudehaske vermeld als boer (“armlijk”), gezin van 2 volwassenen en 4 kinderen jonger dan 12, aanslag 31 Caroliguldens en 7 stuivers.
- Haitze (Haeitse) Jelles (?) 139.
Vermoede ouders van Lamkjen Haitzes (kw 69), moeder in de BOUWMAN-lijn. Deze relatie is nog niet bevestigd. Bij de Quotisatie 1749 wordt een Haeitse Jelles genoemd te Noordwolde, schipper, gezin van 2 volwassenen. Lamkjen Haitzes (kw 69) trouwt in 1765, onwaarschijnlijk dat deze Haeitse voorvader is geweest.
- Wolter Jans (BIJMA) = 66.
- Grijtie Geerts = 67.
Wolter Jans en Grietje Geerts zijn ouders van zowel Jan Wolters Bijma (kw 70) als van Hendrikjen Wolters (kw 33). Ze zijn in onze kwartierstaat daarmee zowel oudovergrootouders als oudgrootouders omdat betovergrootvader Wolter Freerks VAN DER HOEK, zoon van Hendrikjen Wolters, trouwde met Grietje Jans BOUWMAN, kleindochter van Jan Wolters BIJMA.
- Jan(nes) (LUKKES) 145.
Uit dit huwelijk: Kornelis Jans Lukkes 1738-1821 (kw 72)
Rond 1811 zijn er in Het Meer/De Knipe minstens drie gezinshoofden met patroniem JANS LUKKES. Geen van de drie meldt zich voor de familienaamregistratie. De eerste van die twee is oudgrootvader KORNELIS JANS LUKKES (kw 72). De tweede is FEDDE JANS LUKKES. Deze kan een jongere broer van Kornelis Jans zijn geweest, al is het leeftijdsverschil meer dan 20 jaar.
FEDDE JANS LUKKES overlijdt 1-6-1827, 65 jaar oud, touwslagersknecht, wonende te Het Meer. Overleden in huis nr 235 te Het Meer. Weduwnaar van Sjieuwke Hendriks en nalatende 2 kinderen. Fedde (Knipe) en Sjieuwke (Tjalleberd) trouwden 9-5-1790 in de Herv. Kerk te Tjalleberd. Ze krijgen minstens drie kinderen, van wie één, Jantje Feddes LOKKES, 3-12-1817 overlijdt, 22 jaar, ongehuwd (Schot 30). Nog geen week later op 9-12-1817 namiddag 1 uur overlijdt te Smilde, Wijk B, provincie Drenthe, PIETER RIENKS (KUIPER), “oud om de vijftig jaar heen, van beroep kuiper, wonende te Knijpe. Nalatende zijn vrouw Antje Feddes LOK (Lukkes) en 3 kinderen.”
Genoemde Antje Feddes Lukkes trouwt 7-3-1824, oud 33 jaar, breidster, geboren ’t Meer op 10-2-1791, wonende aldaar, dochter van FEDDE JANS LUCKES en JIEUWKE HENDRIKS, weduwe van Pieter Rienks Kuiper, met PETER WIEBES BILIAM, 43 jaar, arbeider, geboren 10-9-1780 te Benedenknijpe, ook wonende aldaar, zoon van Wiebe Hendriks BILIAM en Swaantje Pieters die 17-4-1815 te Benedenknijpe overlijdt. De derde JANS LUKKES in Het Meer/De Knipe rond 1811 is ABELE JANS LUCKES. Zou ook een jongere broer van Kornelis Jans kunnen zijn geweest.
ABELE JANS LUCKES overlijdt 29 februari 1824, “oud 68 jaar, arbeider wonende in de Beneden Knijpe, zijnde weduwnaar van HIELKJE EINSKES, zijnde kinderloos”. Hij overlijdt in de Beneden Knijpe huis nr. 208. Ook in zijn akte geen namen van ouders vermeld.
Tenslotte valt nog te noemen: TJITSKE JANS LOKKES. Zij woont in Terhorne, maar is in Het Meer geboren, ca 1770. De naam van haar ouders: JAN JANS LOKKES en ANTJE GEERTS. In Terhorne schrijven ze “Lokkes”.
- Jan (RONDUITE) trouwt ca. 1740 met
- Hiltje (?)
Uit dit huwelijk o.a.: Hans Jans Ronduite, geb. ca 1741 (kw 74) Marten Jans Ronduite, geb. ca 1752, overl. 4-4-1826 in huis nr 21 te Heerenveen, 74 jaar oud, trouwt 13-6-1784 te Heerenveen met Sjieuwke WOUTERS (Sieuke).
De namen van Hans Jans en Marten Jans RONDUITE komen vanaf 1765 (Hans) en 1784 (Marten) in de omgeving Nijehaske/Heerenveen voor.
De overlijdensakte van Hans Jans is niet gevonden. Die van zijn jongere broer (Schot 43) meldt helaas niet de namen van hun ouders: “Jan Willem NAUTA, 48 jaar, timmerman, en Jan Elings VAN DER AWEYS, 35 jaar, sluisman, beiden als geburen, verklaren dat Marten Jans RONDUITE, oud 74 jaar, arbeider, gehuwd met Sjieuwke WOUTERS, nalatende 4 kinderen, is overleden op 4 april 1826 in huis nr 21 te Heerenveen.”
Tot de 4 kinderen die Marten in 1826 nalaat, behoren waarschijnlijk: Hiltje Martens Ronduite, trouwt 29-6-1823 met Feitze Bjintzes DE GROOT (Schot 40). Deze Feitze overlijdt 20-8-1833, 34 jaar oud, gehuwd (Schot 21). Hiltje verdwijnt hierna uit de regio. Klaas Martens Ronduite, trouwt 18-12-1825 met Antje Meints DIJKSTRA (Aengw 13). Militiedocument meldt: geboren 22-2-1806 te Heerenveen, schippersknecht, zoon van Marten en Sjoukje Wouters, arbeiders wonende te Heerenveen. Tot geen dienst verplicht. Hij overlijdt 26-1-1861, 64 jaar, gehuwd (Schot 22). Antje Meints Dijkstra overlijdt 3-2-1883, 81 jaar oud, weduwe (Schot 37). Kinderen in ieder geval: Meint en Sjieuwke. Volgens de bijlagen bij de huwelijksakte van 1825 werd Antje 20-5-1801 geboren en 14-6-1801 gedoopt Herv.Kerk Heerenveen, dochter van Meint Jans en Klaaske Bouwes. Haar moeder, Klaaske Bouwes, overleed 4-12-1822, 69 jr, geboren te Oldeboorn, nalatende 4 kinderen, huisvrouw van Meint Jans DIJKSTRA, meester-grofsmid te Heerenveen. Jan Martens Ronduite, overl 3-2-1855, 68 jaar oud, ongehuwd (Schot 25).
- Eeldert (Eilert) Wiebes (WERFF) trouwt met
- Lolkjen Jans
Uit dit huwelijk: Wiebe Eelderts van der Werf, geb ca 1759 te Sloten (kw 78). Oudgrootvader Wiebe wordt in 1811 met de familienaam Werff ingeschreven. Maar dit wordt in andere akten vrijwel direct van der Werf. Naspeuringen betreffende Eeldert en Lolkje hebben tot dusver niets opgeleverd. Hun namen komen uit de overlijdensakte van Wiebe.
- Jacob (VAN DER MEULEN) 159.
Uit dit huwelijk: Rinske Jacobs van der Meulen (kw 79). Oudgrootmoeder Rinske overlijdt ca 1792, nog geen dertig jaar oud. Geen overlijdensakte. Opmerkelijk is dat de familienaam van der Meulen voor haar wordt gebruikt (ver voor 1811). Misschien was ze zus van Durk Jacobs van der Meulen te Sneek die in 1811 de naam liet registreren?
Zuid-Hollandse tak:
- David Jansz (Janssen) ROEM, geb. ca 1700 (Alblasserwaard?), begr te IJsselmonde (Rotterdam) 18-9-1783. Trouwt voor ca 1730 met
- Aaltje Jans VAN DER LECK, geb. ca 1705, begr 19-8-1750.
De Rotterdamse doopregisters beginnen voor wat betreft dit echtpaar pas met Klaas Davidsz Roem die 16-10-1735 te IJsselmonde wordt gedoopt, “kind van Kralingen”. Er waren eerdere kinderen.
Oudovergrootvader David komt in de doopregisters (betreffende zijn kinderen) vooral als David ROEM voor, in de begraafregisters vooral als David ROM. De dominees (dopen) en de gaarders (begraven) volgden afzonderlijke schrijftradities. In volgende generaties werd het definitief ROEM, maar bij de ter aarde bestelling van David (IJsselmonde, 18 september 1783) meldde de gaarder alsnog: David ROMP, vader van Heijltje Davidsdr ROMP, aangegeven door Heijltje ROMP, overledene was 80 jaar en weduwnaar van Aeltje Claesdr. Daar had Aeltje Jansdr moeten staan.
David Jansz ROEM is ca 1700 (1703?) geboren, waarschijnlijk in de Alblasserwaard (omgeving Peursum). Rond 1730 is hij, ook buiten Rotterdam, getrouwd met Aaltje Jans VAN DER LECK. Op z’n laatst in 1735 zijn ze te Ijsselmonde (Rotterdam) gaan wonen. Kinderen uit het huwelijk: Jan, begr te IJsselmonde 23-1-1743, Jan ROM zoon van David ROM. Jannetje, begr te IJsselmonde 20-6-1772, Jannetje ROM. Klaas, gedoopt te IJsselmonde 16-10-1735, “kind van Kralingen”. Doopgetuige: Maritje Jans TIELEMANS. Zie kw 80, werd oudgrootvader in ROEM-lijn. Wijne, gedoopt te Kralingen 2-12-1736. Doopgetuige: Marya Jans. Heyltje, gedoopt te Kralingen 22-12-1737. Doopgetuige: Aeyltie Jans (de moeder zelf). In 1783 doet Heyltje aangifte van het overlijden van haar vader. Ze is dan 45. Maria, gedoopt te Ijsselmonde 7-2-1740. Doopgetuige: Maria Jans. Maria (Marijtje), afkomstig van Cralingen, wonende Schiekade, trouwt 9-11-1766 met Willem VAN DER GAAG, afkomstig uit Loosduinen, wonend te Crooswijk (Rotterdam). Op 3-11-1767 (Krooswijk, Waalse kerk) worden uit hun huwelijk twee kraemkinderen begraven. Daarna volgen 7 dopen uit huwelijk Maria/Willem van der Gaag: Dirk, 9-2-1769. Doopgetuigen: Pieter en Jannetje VAN DER GAAG. David, 4-12-1770. Doopgetuigen: David ROEM (de grootvader) en Jannetje ROEM (oudste zus van Maria). Alida, 4-3-1773. Doopgetuigen: Lijsje SLINGELAND en Maria ROEM (de moeder zelf; haar oudste zus Jannetje overleed juni 1772). Katie, 19-2-1775. Doopgetuige: Elizabeth SLINGERLANDT. Katie/Catharina begraven 25-10-1776, anderhalf jaar oud. Frank, 22-9-1776. Kaatje, 24-3-1778. Doopgetuigen: Maria ROOMER (de moeder: Maria ROEM), Lijsje SLINGELAND. Jan Grant, 17-8-1780. Doopgetuige: Lijsje SLINGELAND. Maria ROOMER (= Maria ROEM) wordt 46 jaar, begraven 30-6-1786, zes minderjarige kinderen nalatend, woonadres Krooswijk naes Strijpe. Echtgenoot Willem VAN DER GAAG wordt een week later begraven, 7-7-1786. Zes minderjarige weeskinderen zijn gevolg. Annigje, 3-6-1742 (Ijsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans. In 1795 is een Anna ROMP tweemaal getuige bij een doop (Ijsselmonde) van waarschijnlijk kleindochters: 19-7-1795 Anna, dochter van Pieter WOR en Grietje ROMP, en 1-11-1795 Anna, dochter van Gerard CRAMER en Martha ROMP. Jan, 10-5-1744 (Ijsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans. Jan Davidse ROM wordt net geen 25 jaar oud. Begraven 13-4-1769, verongelukt tussen Rotterdam en Ijsselmonde. Jacomijntje, 31-12-1747 (Ijsselmonde). Doopgetuigen: Maria Jans en Annigje Jans VAN DER VALK. Meisje begraven 29-9-1748, 9 maanden oud. Gerrit, 5-10-1749 (Ijsselmonde). Doopgetuige: Maria Jans ROEM. Vermoedelijk is weer Maria Jans TIELEMANS bedoeld (gehuwd Roem). In de akte wordt als moeder Aaltje Jans MARCUS genoemd i.p.v. Aaltje Jans VAN DER LECK. Jongste zoon Gerrit wordt slechts 11 maanden, begraven 11-9-1750. Op 19-8-1750 is dan al Jans Aeltje MERKUS begraven, de moeder.
Oudovergrootmoeder Aaltje is rond 45 jaar geworden. Ze had waarschijnlijk een broer, Fop VAN DE LECK, die buiten de Goutse (of Oose-) poort woonde. Misschien was ook Jan VAN DER LECK een broer van haar. Deze werd 13-8-1721 begraven. Hij woonde op’t Kleijne Kipstraatje boven het packhuijs van Koop. Op datzelfde straatje woonden de ouders van David Roem, de latere echtgenoot van Aaltje van der Leck.
pro memorie: Gerrit Roem, trouwt 17-8-1745 te Rotterdam, “afkomstig uit Rotterdam, wonende Korte Frankestraat”, Hendrik Roem, trouwt 13-1-1750 te Rotterdam, “afkomstig uit Zeeland, wonende Frankestraat”.
- Pieter VAN RIJS
- Annetje Pieters VERHAGEN, geb. 1709 te Hoogvliet (Rotterdam).
Ouders van: Marietje van Rijs, geb. 1737 te Poortugaal (kw 81).
- …. WIJNAND/WEYLAND, geb vóor 1700 165.
Ouders van Adrianus Wijnandts (kw 82). Oudgrootvader Adrianus is ca 1720 te Honselersdijk geboren. In akten wordt hij Wijnands genoemd, Wijnands of Weijland. Zijn kinderen (geboren uit Eliabeth Valstar kw 83) komen ook divers voor: Martinus Wijnland, Magdalena Weynand en oudmoeder Johanna Weyland (kw 41).
We zijn er nog niet in geslaagd voor kwartiernummers 164/165 een passende invulling te vinden.
- Dirk Willemsz VALSTAR, gedoopt te Naaldwijk 11-12-1701, trouwt te sGravenzande 8-11-1722 met
- Martijntje Leendertse VAN DER EIJCK, gedoopt 25-4-1700 in Hervormde kerk te Naaldwijk, geboren in de Oranjepolder.
Uit dit huwelijk (minstens): Elisabeth Valstar (kw 83).
De familienaam van der Eijck wordt ook wel als van der Eijk of als van Eijck geschreven.
⇒ HIER ONTBREKEN MULDER, VAN LOON EN VAN BEEK
- Aart Joosten VAN LEEUWEN, 2-4-1725 te Rijswijk getrouwd met
- Annetje Claesdr VAN EENDENBURG, gedoopt te Monster 15-3-1699
Uit dit huwelijk (minstens): Gerrit Aarts van Leeuwen (kw 92)
- Arent Willemsz VAN SPRONSEN, gedoopt te Monster 29-7-1703, trouwt te Monster 24-4-1729 met
- Geertje Laurensdr VAN SPRONSEN
Uit dit huwelijk (minstens): Dina van Spronsen (kw 93).
Arent en Geertje hebben dezelfde achternaam. Feit is ook dat zij deels dezelfde voorouders hebben. Arent is achterkleinzoon van Anxem Arijens Spronsen (kw 748) en Lysbeth Arjens van Teylingen (kw 749), terwijl Geertje een kleindochter is van deze twee. Zie verder in de kwartierstaat bij voorouders kw 748 en 749.
- Cornelis Jochumsz VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 10-10-1704, wonende te Oranjepolder, spuiwachter op de Delflandsche buitenspui, begraven te sGravenzande 27-12-1783, 79 jaar oud, trouwt (1) op 24-jarige leeftijd 2-10-1729 te ’s Gravenzande met de 22-jarige Elsje Thomas VAN BEIJEN, gedoopt 31-7-1707 te ’s Gravenzande, ovl 1733, dochter van Thomas Jansz VAN BEIJEN en Maartje Cornelisse VAN DER KOOIJ , tr (2) op 29-jarige leeftijd 26-4-1734 te ’s Gravenzande met de 22-jarige
- Annetje Cornelisse VAN DEN HOEVEN, gedoopt te Naaldwijk 3-4-1712.
Kinderen uit huwelijk van Cornelis en Elsje: Maartje VREUGDENHIL, gedoopt 9-10-1729, een week na huwelijkssluiting, trouwt 1-7-1755 te ’s Gravenzande met Gerrit Sijmonsz DE BRUIN, gedoopt 18-9-1729 te Delft, begraven 13-1-1792 te Naaldwijk, zoon van Sijmon Jansz DE BRUIN en Ingetje Rookes SNEL. Jochum Cornelisz VREUGDENHIL, gedoopt 22-7-1731 te ’s Gravenzande, ovl na 1771, trouwt 28-9-1755 te ’s Gravenzande met Maartje Paulus VAN DER HANS, gedoopt 21-12-1727 te Naaldwijk, dochter van Paulus Claasz VAN DER HANS en Clara Willems VAN VELSEN. Uit het huwelijk worden 8 kinderen geboren, vijf dochters en drie zoons. Thomas Cornelisz VREUGDENHIL, gedoopt 15-2-1733 te ’s Gravenzande, begraven 22-3-1805 te Honholredijk, 72 jaar oud, getrouwd met Aagje Jans IJSERMAN, gedoopt 21-11-1745 te ’s Gravenzande, ovl 19-4-1817 te Naaldwijk, 71 jaar oud, dochter van Jan Theunisz IJSERMAN (1712-1764) en Lysbeth VREUGDENHIL (1706-1780). Neef en nicht krijgen de kinderen: Cornelis Thomasz (1775-1820) en Elisabeth (1777-1853).
Uit het huwelijk van oudovergrootouders Cornelis en Annetje zijn de volgende kinderen geboren: Cornelis, gedoopt 20-3-1735 te ’s Gravenzande, vermoedelijk jong overleden. Jannetje, gedoopt 22-4-1736 te ’s Gravenzande, begraven 25-11-1768 te Naaldwijk, 32 jaar oud, getrouwd met Pieter Arijsz VAN GEEST, gedoopt 9-9-1736 te Naaldwijk, zoon van Arij VAN GEEST en Annetje Aartse DE HAAN. Geertje, gedoopt 20-4-1738 te ’s Gravenzande, ovl 20-1-1813 te Naaldwijk, 74 jaar oud, trouwt (1) op 9-10-1763 te Loosduinen met Ary Willemsz VAN DOP, gedoopt na 1741 te Naaldwijk, “jonge man van Honholredijk”, zoon van Willem VAN DOP en Hilletje Abramse WESTERLEE. Geertje trouwt (2) met Arend Jorisz VAN DEN BURG, gedoopt 9-9-1753 te De Lier, tapper, ovl 29-8-1839 te Naaldwijk, 85 jaar oud, zoon van Joris Leendertsz VAN DEN BURG en Jannetje Willemse NOORDERVLIET. Cornelis Cornelisz VREUGDENHIL, gedoopt 19-6-1740 te ‘s Gravenzande (kw 94). Jan, gedoopt 24-2-1743 te ’s Gravenzande. Lucas Cornelisz, gedoopt 12-7-1744 te ’s Gravenzande, arbeider, ovl 12-9-1814 te De Lier, 70 jaar oud, trouwt 22-8-1779 te De Lier met Jaapje Cornelisse VAN DER KNIJF, gedoopt 26-12-1757 te ’s Gravenzande, ovl 9-2-1817 te Naaldwijk, 59 jaar oud, dochter van Cornelis VAN DER KNIJF en Kaatje Klaasse KUIJPER. Lucas en Jaapje krijgen 10 kinderen waarvan een aantal jong overlijden. Maria, gedoopt 25-12-1746 te ’s Gravenzande, begraven 23-12-1795 aldaar, 48 jaar oud. Getrouwd met Leendert VAN DER BEUKEL, gedoopt 20-3-1743 te De Lier, zoon van Arie Jansz VAN DER BEUKEL en Maartje Leendertse RODENBURG. Lena, gedoopt 16-4-1749 te ’s Gravenzande, ovl 28-12-1812 te Naaldwijk, 63 jaar oud, trouwt 23-2-1772 te ’s Gravenzande met Teunis Cornelisz STELMAN, gedoopt 28-12-1749 te Maasland, spuiwachter op de Delflandsche buitenspui op het Oranje Gors, zoon van Cornelis Gerritsz STELMAN en Jaapje Stoffels VAN DER HOF. Elsje, gedoopt 9-1-1752 te ’s Gravenzande. Andries, gedoopt 20-5-1753 te ’s Gravenzande.
Bron Ad Koelemij noemt Marijtje CONTE als moeder van Cornelis Cornelisz. Het is mogelijk dat zij dus op plek 189 in onze kwartierstaat thuishoort. Drie andere bronnen noemen echter Annetje Cornelisse VAN DE(n) HOEVEN. De dubbelop-naam Cornelis Cornelisz past ook beter bij Annetje Cornelisse als moeder.
Oudovergrootvader Cornelis Jochumsz had plaatselijk de bijnaam Kees de Kraaij, “omdat hij nogal eens zijdelings betrokken was bij diefstal van zalm uit fuiken.”
- Arie SAARLOOS
- Pieternella VAN DER BOOGERT
Uit dit huwelijk (minstens): Lena Aryse Saarloos, 1743-1820 (kw 95).
DJ-lijn
- Minne Wybes (zie kw 220)
-
Martjen Franckes (zie kw 221) Oudovergrootouders in de DE JONG-lijn via zoon Jacob Minnes (kw 110) langs twee vertakkingen.
-
Pier (= kw 222)
-
(= kw 223) Ouders van Aafke Piers (kw 111).
-
Franke Meijes, geb ca 1685 (?), trouwt 5-2-1713 met
- Nan Sijbrens, overl 1763 (kerkboek Uitwellingerga).
Volgens de huwelijksmelding woonde Franke in Idzega (bij Heeg) en Nanke in Oppenhuizen. In Oppenhuizen/Uitwellingerga, gaan ze wonen. Een andere melding (DTB-boek Oppenhuizen/Uitwellingerga) meldt Franke Meijes afkomstig van Oudega, 7-11-1713. Beide zijn ze als lidmaat van de Herv.gemeente Uitwellingerga in 1740 genoteerd.
Uit dit huwelijk (doopboek Herv.gemeente Oppenhuizen/Uitwellingerga): Sybren, 10-12-1713 Meye, 8-12-1715 (kw 98 en 108) Epck, dochter (?), 1-8-1717 Lammert, 24-12-1719 Willem, 1-1-1724.
Bij de Quotisatie 1749 wordt Franke Meijes te Uitwellingerga omschreven als een “redelijke boer”, aanslag 29 Caroliguldens, gezin met 4 volwassenen. Alleen zoon Meye wordt bij die quotisatie als zelfstandig gezinshoofd ook aangeslagen. Terwijl deze na 1750 uit Uitwellingerga wegtrekt, blijft in ieder geval zoon Willem Frankes daar wonen. Deze trouwt er met Palskjen Teewes in 1762 (?) en ze krijgen de kinderen: Nantje (geb 15-9-1763, overl 16-11-1763, twee maanden oud), Franke (14-11-1764), Theewes (26-8-1767), Nantje (26-1-1772), Lammert (23-2-1774) en Sybren (12-7-1778). Bij de naamregistratie 1811 meldt zich Lammert Willems FRANKENA te Uitwellingerga met kinderen: Willem (6), Johannes (3) en Palskjen (3 maanden). Ook Theunis Willems FRANKENA te Uitwellingerga (= Theewes) meldt zich dan. In 1830 wordt Thewes Willems Frankena genoemd als ouderling van de Herv.gemeente Oppenhuizen/Uitwellingerga, in 1836 Lammert Willems Frankena.
- Hans Ellerts
-
Gerbrig Bouwes Ouders van Lijsbert Hanzes (kw 99). Bij de Quotisatie 1749 wordt Hans Ellarts te St.Nicolaasga genoemd als “sobre boer”. Gezin van 3 personen ouder dan 12. Lijsbert lijkt enig kind te zijn geweest. Aanslag 20 Caroliguldens.
-
Wytse Oenes (OENEMA), geb. 29-12-1712, ged. Nieuwjaarsdag 1713 (Ouwsterhaule), trouwt 20-9-1737 te Haskerhorne met
- Rinske Foppes, ws. rond 1715 geboren, in dezelfde regio.
Uit dit huwelijk: Oene Wijtses, geb. 15-1-1741 (kw 100) Rinke Wijtses, geb. 24-1-1743, trouwt (1) te Ouwsterhaule 20-10-1776 met Akke Tjeerds en (2) te Ouwsterhaule 17-1-1790 met Aafjen Kleises. Foppe Wijtses, geb. 7-4-1745, jong overleden. Jikke Wijtses, geb. 15-5-1746, trouwt 20-10-1765 met Rein Freerks RODEMA te Oosterzee (Lemsterland), kinderen: Rein, Rinske en Wytse Rodema. Geertje Wijtses, geb. 2-11-1748, trouwt 6-3-1770 met Boote Meines, jongste zoon van Meine Botes en Gooitske Foppes. Foppe Wijtses, geb. 9-10-1750, jong overleden. Foppe Wijtses, geb. 2-12-1751. Hendrik Wijtses, geb. 12-10-1754. Tjedde Wijtses, geb. 16-11-1759.
Bij quotisatie 1749 wordt Wytse Oenes te Ouwsterhaule (Doniawerstal) vermeld als “kleyne boer, schoolmeester”en aangeslagen voor 40 Caroliguldens.
- Jochum Eiles, geb. rond 1715, trouwt rond 1745 met
- Sijbreg Jelles, geb. rond 1720
Uit dit huwelijk ws. Geeske Jochems, geb. 3-12-1747 (Hask) die 14-9-1768 trouwt met Oene Wietzes (OENEMA) (kw 101).
Bij quotisatie 1749 staat Jochum Eiles uit Joure vermeld als schipper, redelijk in staat, aanslag 30 Caroliguldens. Gezin met één jong kind (Geeske?).
- Klaas Klazes (DE JONG), geb. rond 1715, trouwt ca 1743 met
- Yke Willems
Ouders van Klaas Klazes DE JONG (kw 102). In doopregister Doniawerstal: Klaas, 12-7-1744 (kw 102) Eelkjen, 28-5-1747, trouwt 14-1-1776 te Langweer met Willem Ynses (VAN DIJK) Aagje, 4-7-1751.
Bij quotisatie1749 een Claas Claasen te Langweer, “welgestelde beurtschipper”, 2 vw en 2 kinderen jonger dan 12, aanslag 28-9 Caroligldns. En een Claas Claasen te St.Nicolaasga, “eigenerfde huysman”, 2 vw en 2 kinderen jonger dan 12, aanslag 36 Caroligldns.
- Rudolphus Rudolphi, geb 25-9-1714 te Paesens, predikant te Jutrijp (Wymbritseradeel), ovl 26-12-1781 te Jutrijp, gehuwd 7-8-1740 te Witmarsum met
- Aukjen Ulbes, geb 1-3-1718 te Witmarsum
Doopregister N.H.gemeente Hommerts/Jutrijp: Trijntje, 3-4-1741 Aukjen, 30-1-1743 Antie, 22-2-1745 (kw 103) Joanna, 11-5-1747 Joannes, 21-2-1751 Aurelia, 28-2-1753.
Ds. Rudolphus Rudolphi was waarschijnlijk de laatste dominee onder onze direkte voorvaderen. Hij werd 67 jaar oud. De kerkelijke gemeente Jutrijp-en-Hommerts had in beide dorpen een kerkgebouw. Ruim zestig jaar na overlijden van deze oudovergrootvader in de DE JONG-lijn, meldt Van der Aa dat de gemeente 550 zielen groot is, waarvan 100 lidmaat zijn (belijdend lid). Rudolphus Rudolphi werd opgevolgd door dominees, die het tot hoogleraar schopten. Zijn directe opvolger was ds. Anneus Ypey die er in de periode 1784-1788 stond en daarna hoogleraar in de godgeleerdheid te Groningen werd. Diens opvolger ds. Johannes Henricus Regenbogen was over de periode 1789-1809 predikant te Jutrijp-en-Hommerts, daarna even hoogleraar in de godgeleerdheid te Franeker (onder het Franse bewind werd de hogeschool van Franeker opgeheven) en vervolgens hoogleraar in de geschiedenis te Leiden. Ook maar kort overigens want hij overlijdt te Leiden 22-2-1814.
“1764. Verkooping der pastoriegoederen: De ijsselijke plaag der veesterfte, gevoegd bij de zware schatting, had, ten aanzien van de koop- en huurwaarde der landerijen, eenen zeer nadeeligen invloed ter verarming van velen. Ook een aantal predikanten wier inkomsten uit de huurwaarde der pastoriegoederen bestonden, werden hierdoor derwijze in hun bestaan verminderd, dat sommigen ƒ200, anderen nog weiniger behielden. Reeds voor lange jaren hadden de Staten sommige lage traktementen door bijdragen tot ƒ450 aangevuld; zijnde hiertoe in 1713 eene som van ƒ18,968 besteed. Van tijd tot tijd werden de aanvragen meerder, naar mate de behoeften, ten gevolge van het ongeluk der tijden, vermeerderden. Na het uitbreken der veepest in 1745 klom de nood veler predikanten tot eene voorbeeldelooze hoogte, zoo dat eenigen, op vergunning der Staten, hunne pastoriegoederen en renten voor tien jaren aan de Provincie opdroegen, tegen genot van ƒ450 traktement. In 1764 nam men, onder behoorlijk overleg met de Grietmannen en andere belanghebbenden, eenen anderen maatregel, om in de bedoelde behoeften te voorzien. De goederen en renten van vijfennegentig plaatsen, aan de pastorien behoorende, werden nu openbaar verkocht, ten voordeele van de provinciale kas, terwijl aan die predikanten, in stede van het genot dier goederen, een traktement van ƒ500 van de Provincie duurzaam verzekerd werd.”
- Meynt Fockes 209.
Uit dit huwelijk oa.: Fokke Meints (kw 104).
Fokke Meints trouwt 4-6-1747 voor de kerk Lippenhuizen-Terwispel-Hemrik. Hij stond daar toen ingeschreven. Woonden zijn ouders ook in die omgeving? Bij Quotisatie 1749 Meynt Fockes, Lippenhuizen, boer, gezin 4 volwassenen (12 jaar en ouder), aanslag 47-3 Caroliguldens. Fokke Meints had het gezin al verlaten. Vermoedelijk woonde hij in 1749 al te Haskerhorne.
- Fedde Jans 211.
Uit dit huwelijk oa.: Baukje Feddes (kw 105).
Baukje Feddes trouwt 4-6-1747 voor de kerk Lippenhuizen-Terwispel-Hemrik. Ze staat geregistreerd onder De Knipe. Daar woonden haar ouders dus hoogstwaarschijnlijk. Bij Quotisatie 1749 Fedde Jans, Benedenknijpe, winkelier, gezin 2 volwassenen, 3 kinderen jonger dan 12, aanslag 20 Caroliguldens. Baukje Feddes had het gezin al verlaten. Vermoedelijk woonde zij in 1749 al te Haskerhorne. Gegevens wekken de indruk dat Fedde Jans mogelijk een tweede huwelijk was begonnen en dat Baukje uit het eerste stamde.
- Hendrik Berends SCHOKKER (Schocker), geb ca 1710 te Wanneperveen (Overijssel), overl 1776 te Oudehaske, rond 65 jaar oud, trouwt met
- Grietje Jans FRANZEN, overl voor 1825 te Blauwehand (Wanneperveen, Overijssel)
Uit dit huwelijk: Reintjen Schokker, geb. voor 1738. Gehuwd met Geert Hendriks (REGTS). Was betovergrootmoeder van Geert Fonk die 30-5-1891 trouwt met Grietje Jans VAN DER HOEK. Cornelis (Kornelis) Hendriks Schokker, gedoopt 30-4-1741 te Wanneperveen, overl 13-1-1815 te Oudehaske, 55 jaar oud, trouwt 15-12-1764 te Haskerhorne met Jeltje Berends WEVER, geb ca 1749, overl 20-4-1819 te Oudehaske, dv Berend Gerrits WEVER. Kinderen: Hendrik (gedoopt 29-9-1765 Oudehaske), Hendrik (gedoopt 21-12-1766 Oudehaske), Hendrik Cornelis (geboren 5-12-1767 Oudehaske, gedoopt 13-12-1767, ovl 8-12-1857, 90 jaar oud te Nijega (Hemelumer Oldeferd), trouwde te Oudehaske 14-5-1797 met Ijbeltje (Hebeltje) Jans HAGEN, zeven kinderen), Berent Cornelis (geb 21-1-1770 Oudehaske, gedoopt 25-1-1770, ovl 22-3-1825 Haskerdijken, 55 jaar oud, trouwt 4-3-1798 Haskerhorne met Annigjen Hendriks NIJMEIJER uit Rottum, vijf kinderen), Gerrit (gedoopt 16-8-1772, jong overleden), Gerrit Kornelis (geb 16-1-1777 Oudehorne, ovl 6-3-1852 te Ambt Hardenberg (Overijssel), trouwt 22-1-1801 Oudehaske met Geesje Hendriks BEUTE, zes kinderen), Grietje (geb Oudehaske 27-6-1780), Albert Kornelis (geb 8-8-1783 Oudehaske, ovl Ter Idzard (Weststellingwerf) 26-5-1856, 72 jaar oud, trouwt 28-8-1808 Oudehaske met Jantje Hendriks (de) RUITER, geb 1787 te Muggenbeet (NW-Overijssel), ovl 23-2-1875 te Terwispel (Opsterland), tien kinderen). Cornelia Hendriks Schokker, gedoopt 30-4-1741 te Wanneperveen, tweelingzusje, overl voor 1748. Jong gestorven telg dus. Jan Schokker, gedoopt 14-10-1742 te Wanneperveen, overl voor 1748. Eveneens te jong gestorven telg. Jan Hendriks Schokker, gedoopt 25-7-1745 te Wanneperveen. (kw 106) Werd oudgrootvader in onze familie via huwelijk 1-5-1768 te Nijehaske met oudgrootmoeder Janke Hendriks Wilts (kw 107). Roelofje Hendriks Schokker, geb ca 1748 te Blauwehand (Wanneperveen), overl 11-4-1824 Oudehaske, trouwt met Jacob Hendriks NOPPERT. Jannes Hendrix Schokker, gedoopt 7-2-1751 te Wanneperveen.
Oudovergrootvader Hendrik Beernts Schokker is een van de eerste veenbazen uit de streek rond het Overijsselse Giethoorn die naar Haskerland komen en daar de grote verveningen beginnen. In 1752 komt hij naar Oudehaske en koopt hij er “het Binnenland en de Leijen van de 33e stelle” om een turfgraverij te beginnen. Hij koopt samen met vijf compagnons: de broers Jacob Jans DE WIT (Zwartsluis), Aat Jans DE WIT (Wanneperveen) en Roelof Jans DE WIT, Willem Gerrits DEUTMAN (Wanneperveen) en Andries Geerts FLOBBE, meester-schoenmaker te Zwartsluis. Hendrik was ruim 40 toen en zijn kinderen (voorzover in leven) waren nog jong. De “Gieterse baggermethode” leidde tot plasvorming en bedreiging van de dijkjes. Al in 1754 werden zeker dertien veenbazen in het gebied rond Oudehaske beboet vanwege ongeoorloofde graverij. Onder hen ook Hendrik Schokker. De Haskerlandse grietman Johan VEGELIN VAN CLAERBERGEN (1690-1773) legde het probleem van de ontgrondingen in 1755 en in 1756 voor aan de Staten van Friesland. Dezen machtigden hem om verveningen binnen 20 koningsroeden (van 3,91 meter) ter weerszijden van de rijweg, meestal tevens dijk, te verbieden. De grietman kon daarmee de ernstigste schade voorkomen maar behield zijn zorgen. In 1766 publiceerde hij zijn Vertoog over de veengraveryen dat hij aan de Staten aanbood. De veenbazen reageerden nu met een Remonstrantie over het regt van vergraving der laage veenen waarin ze vooral wezen op de economische voordelen van de turfwinning. De Remonstrantie werd opgesteld door veenbazen uit de vier grietenijen Aengwirden, Schoterland, Haskerland en Weststellingwerf. Opmerkelijk is dat van hen alleen Jan Tjerks GREVELING uit St.Johannesga van “Gieterse” herkomst was. Waarschijnlijk vonden de immigranten het wijzer hun Friese collega’s het woord te laten doen tegenover de Friese critici. Pas na de Franse tijd toen het grootste deel van het Haskerlandse laagveen al was weggegraven werd bij Koninklijk Besluit (1819 en 1822) de turfgraverij aan vergunningen en belastingen onderworpen (slikgeld en armengeld). De grote waterplassen die inmiddels her en der waren ontstaan, werden in de tweede helft van de negentiende eeuw drooggelegd, met uitzondering van het Hasker- of Nannewyd.
Hendrik Beernts ging in 1752 wonen in een al bestaande (boeren-)woning op de 33e stelle, Oudehaske huis nr 13. Volgens het floreencohier van 1768 behoorde hij tot de middelgrote grondbezitters (5-10 hectare, aangeslagen voor een huurwaarde van 30-36 gulden). In 1775 golden slechts vijf van de “Gieterse” veenbazen te Oudehaske als hele hoofden, onder wie Hendrik. Slechts zeven van alle veenbazen die in 1775 voor schoorsteengeld werden aangeslagen, moesten voor meer dan één schoorsteen betalen. Hendrik had er twee.
Die tweede schoorsteen kan van het huis van oudste zoon Cornelis Hendriks Schokker zijn geweest die in 1764 op 23-jarige leeftijd trouwt met de nog jongere Jeltje Berends WEVER, dochter van een andere “Gieterse” veenbaas. Zij gaan in Oudehaske huis nr 11 wonen, direct naast Hendrik Beernts dus. Misschien had deze dit huis nieuw laten bouwen. In 1768 trekken Cornelis en Jeltje in huis nr 13, waar Hendrik woonde/woont. Waarschijnlijk nam Cornelis het bedrijf van zijn vader over en ging deze rentenieren. Cornelis wordt in 1770 in de cohiers genoemd. Als houder van een gemengd bedrijf, zoals vele van de veenbazen. Niet alleen turfgraverij maar ook een boerderijtje met koeien. Vaak slechts vijf of minder koeien. In 1775 hebben zeven veenbazen meer dan 5 koeien. De “grootste” veehouder was Arend Freerks met 10. Cornelis had er zeven.
Hendrik Beernts overlijdt in 1776, ca 65 jaar oud. Zoon Jan Hendriks (kw 106) is inmiddels ook in Nijehaske/Oudehaske een bedrijf begonnen. Oudgrootmoeder Grietje Jans Franzen overlijdt (voor 1825) te Blauwehand/ Wanneperveen, weer terug op haar geboortegrond.
- Franke Meyes, geb. ca 1685 = kw 196
-
Nanke Sijbrens = kw 197
-
HANS-lijn. 219.
-
Minne Wybes, trouwt 14-1-1720 te Haskerhorne met
- Martjen Franckes.
Uit dit huwelijk (doopregister Herv.gemeente Haskerhorne):
Wybe Minnes, geb. 1-11-1720, ged. 17-11-1720. Op 5-12-1762 trouwen te Haskerhorne: Wybe Minnes, Haskerhorne, en Hendrikjen Jans, Aengwirden. Francke, geb. 6-4-1723, ged. 30-4-1723. Jong overleden. Reinskjen Minnes, geb. 1-3-1725, ged. 25-3-1726. Op 31-1-1751 trouwen te Haskerhorne: Jan Dirks en Renskje Mennes, beide uit Haskerhorne. Francke, geb. 13-1-1727, ged. 19-1-1727. Op 2-5-1756 trouwen te Oudehaske: Franke Minnes, Haskerhorne, en Sibbeltje Foppes, Oudehaske. Franke was boer, diaken en ouderling, overleden voor 1773, hoogstens 46 jaar oud. Sibbeltje Foppes HORNSTRA is 8-3-1733 geboren te Haskerhorne, overleden 2-1-1813 te Oosterzee, 79 jaar oud. Uit dit huwelijk Minne Frankema*), geb. 7-3-1757 (kwartierstaat KLOMPMAKER). Jacob Minnes (kw 110). Jan Minnes, geb. 2-1-1731, ged. 21-1-1731. Op 4-5-1760 trouwen te Haskerhorne: Jan Minnes, Haskerhorne, en Kunnigien Pieters, Broek. Jolt, overleden 18-1-1733.
Bij de quotisatie 1749 staat Minne Wiebes uit Haskerhorne vermeld als boer, redelijk in staat. Aanslag 43 Caroliguldens. Gezin met 5 personen ouder dan 12 jaar.
*) Deze kleinzoon van Minne Wiebes neemt in 1811 niet de naam MINNESMA maar FRANKEMA aan (later FRANKENA): Minne Frankes FRANKEMA te Haskerhorne. Met de kinderen: Franke (27), Meine (25, Oudehaske), Sibbeltje (13), Tjitske (10), Jantje (8), Siebrigje (5) en Siebe (2). Als Minne Frankes FRANKENA staat hij in 1811-register ook nog vermeld als voogd van Ids Lauwrens de Jong (eerder kind van zijn tweede vrouw?).
- Anne (geb. ca 1670?) 241.
Uit dit huwelijk: Rinse Annes te Luinjeberd (kw 120).
- Jelle Liebbes
- Auck Annes
Uit dit huwelijk : Boukjen Jelles (kw 121).
- Jan Hendriks vermoedelijk ca 1727 (NW-Overijssel) getrouwd met
- Aagjen Willems (Aafkjen?)
Vermoedelijk woonden zij op het Ruitenveen bij Nieuwleusen, oostelijk van Staphorst en kregen ze minstens de kinderen:
Hendrik Jans, geb ca 1728 te Ruitenveen (Ov)?, overl na 1777 te Rotsterhaule (Fr). Trouwt 16-9-1753 te Oosterzee met Pietje Reins, beide dan te Oosterzee. Hendrik is 25 jaar en waarschijnlijk als turfmaker vanuit Ruitenveen naar Oosterzee “geemigreerd”. Hij woont minstens vanaf 1758 te Rotsterhaule. Kinderen: Reinske, Rein (jong overleden), Rein (geb.1759 te Rotsterhaule), Willem, Andries (geb juni 1769 op de Polle bij Rotsterhaule, trouwt 13-1-1793 te Lemmer met Elisabeth Klases de VRIES, overlijdt 15-3-1821 te Lemmer), en Aagjen (geb 1772 te Rotsterhaule). Willem Jans (?). Andries Jans (Fleer), geb ca 1732 te Ruitenveen (?). Trouwt 25-11-1764 te Oldelamer en zal ook op jonge leeftijd als turfmaker naar Friesland zijn getrokken. (kw 124)
- Jan 251.
Ouders van Albertien Jans (kw 125)
- Jurjen Jans trouwt 20-6-1743 te Oldeboorn (hij van Oudeschoot) met
- Janke Jans uit Oldeboorn. Op genoemde datum werd haar attestatie afgegeven.
Uit dit huwelijk: Jan Jurjens (kw 126)
Bij de quotisatie 1749 staat een Jurjen Jans te Heerenveen-Noordzijde vermeld als boer. Gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen. Hij krijgt een aanslag van 15 Caroliguldens en gold waarschijnlijk als een starter. Zoon Jan Jurjens werd in Het Meer geboren en 25-11-1746 te Oudeschoot gedoopt. Hij is het enige kind dat in doopregister Oudeschoot wordt gemeld. Jurjen Jans kan 1747/1748 naar Heerenveen-Noordzijde zijn verhuisd.
Van Janke Jans nemen we aan dat ze dochter was van Jan Migchiels (kw 506) en Jekke Rinses uit Rottum. Haar vader overlijdt relatief jong, voor 1728, en in 1743 is Janke lidmaat van de kerk te Oldeboorn. Ze trouwt met Jurjen Jans, “huisman te Oudeschoot”. Op 15-6-1766 belijdende leden (?) van de Herv.kerk te Rottum. Documentatie is nog niet volledig.
- Bonne Jacobs (WATERLANDER), geb te Mildam, woont te Oudeschoot, later koemelker te Terband, trouwt ca. 1754 te Tjalleberd met
- Pietje Wytzes
Uit dit huwelijk :
Fokjen Bonnes (kw 127) Froukjen Bonnes WATERLANDER. Trouwt 28-4-1781 te Oudeschoot met Sijbe Tjibbes ZWAAGSTRA. Kind: Pietje Siebes, overl 6-8-1826 (Schoterland). Froukjen overl 24-1-1842 te Wolvega. Jacob Bonnes WATERLANDER. Geb 4-1-1761 te Terband, boer te Terband, overl 12-1-1841 te Oldeboorn, 80 jaar oud. Trouwt (1) 24-10-1779 te Terband met Rieuwkjen Jacobs DE HAAN, geb 1760 te Oldebildtzijl, overl 20-2-1814 te Heerenveen. Kinderen: Bonne (1780), Tjitske (1782), Jacobus (1786), Pytje (1790), Fokje (1799). Jacob trouwt (2) 20-5-1815 te Oldeboorn met Meintje Meintes POSTMA, 48 jaar oud, bollenloopster, gedoopt 8-6-1766 te Oldeboorn, overl 6-2-1844 te Langezwaag, dv Meinte Cornelis POSTMA en Sjoukjen Dirks WARINGA.
Bij de quotisatie 1749 staat Bonne Jacobs uit Benedenknijpe vermeld als arbeider. Gezin met 2 volwassenen en 1 kind. Aanslag 18 Caroliguldens en 3 stuivers.
Generatie 9 (oud-betovergrootouders)
FRIESLAND (256-319): bezuiden Bergumermeer, rond Terwispel en rond de Tjonger
- SIERD TAMMES, geb. ca 1665 te (?) Rottevalle, trouwt 23-12-1683 te Opeinde met
- BAUKJE FREERKS, gedoopt te Opeinde 29-4-1668.
In trouwregister: Syerdt Tammes en Bauck Freercks. De (vermoedelijke) oudbetovergroot-ouders in de VAN DER HOEK-stamlijn trouwden op heel jonge leeftijd met elkaar. Sierd was rond 18 jaar, Baukje 15 of 16, wanneer we de meldingen mogen geloven.
Omdat doopboekmeldingen ontbreken blijft onduidelijk welke kinderen uit het huwelijk zijn geboren. Vermoedelijk een niet gering aantal. Minstens twee zonen komen we in latere registraties tegen: Freerk Sierds (kw 128), oudovergrootvader in VAN DER HOEK-lijn, getrouwd in 1711. Jacob Sierds, een jongere of jongste zoon, geboren te Witveen. Hij trouwt begin 1728 (eerste proclamatie 11-1-1728): Jacob Sierds, Zwartveen, en Lolckjen Jans, Eestrum.
- KARST of KERST 259.
Uit dit huwelijk: Bauck Karstes (kw 129) Klaas Karsten ??
- Jeen DE VRIES, geb. ca. 1660, trouwt ca. 1687 (Terwispel?) met 261.
Uit dit huwelijk o.a.: Jaldert Jeens, geb. ca 1688 (kw 130).
Mogelijke gegevens zijn niet/onvoldoende bewaard gebleven. Ook de naam Jalke wordt genoemd. Deze kwestie wordt nog onderzocht.
- Wolter Jans (?), geb. ca. 1650 265.
Pro Memorie: Er is een Wolter Jans te Rottum (1707) die als mede-curator optreedt voor de kinderen van zijn overleden (half)broer Geert Jans, samen met zijn andere (half)broer Rinke Jans. Geert (“afkomstig uit Gaast”) is voor 30 oktober 1699 overleden. In een schuldakte (Opsterland 175 (X13) folio 606) van 30-10-1699 wordt gemeld: Berber Bernardus HAARSMA, weduwe van Geert Jans, voor zich en voor haar minderjarige kinderen schuldig aan Uylckien Auckes, weduwe van Bernardus HAERSMA. Onderpand: land te Langezwaag gekocht op 29-4-1694 van Jochum Egberts. Deze Wolter Jans is zoon van Jan Wolters (kw 528), boer te Katlijk, en Sibbel Geerts (kw 529). Rinke en Geert hebben ook Sibbel Geerts als moeder, maar zijn uit haar tweede huwelijk. Volgens het stemkohier Brongerga/Mildam (1698 nr 22) zijn ze samen eigenaar van een stemhebbende boerderij aldaar: Rinke Jans en zijn broeders en kinderen mede-eigenaar voor 1/10. Misschien ging het om de boerderij van Jan Wolters (kw 528) waar ze met hun tienen aanspraak op konden maken.
ZUID-HOLLAND (320-383)
- Jan Jansz ROM (ROEM), doop te Rotterdam (remonstrants) 26-1-1670, begr Rotterdam 4-1-1719 (?). Trouwt (vermoedelijk)
- Maertje (Ariejens) VAN DER SCHEE, begr te Rotterdam St.Janskerkhof 28-10-1730
Geen meldingen in Rotterdamse kerkregisters over huwelijk en dopen van kinderen. Vermoeden (zie ook kw 640) dat de ouders van Jan rond 1700 niet meer te Rotterdam woonden. Wellicht gingen ze aan de Giessen wonen (Alblasserwaard). Rond Nieuwjaar 1719 is Jan Janse ROM te Rotterdam overleden, daar begraven 4-1-1719, man van Marijtje Arijjens. Het echtpaar woonde op’t Kleijne Kipstraetje. Volgens onze berekening is oudbetovergrootvader Jan ROM slechts 48 jaar oud geworden.
Op 28-10-1730 wordt op het St.Janskerkhof te Rotterdam Maertje VAN DER SCHEE begraven, weduwe van Jan ROEM. Een leeftijd wordt niet vermeld. Misschien werd ze rond 55 jaar oud. Als weduwe verdiende ze de kost als turftonster, ze woonde aan het Franse Water bij de Wagestraat. Misschien daar waar de turfschepen afmeerden en werden gelost. Turftonsters waren daarna behulpzaam ten behoeve van de distributie van deze (noodzakelijke) brandstof.
Over huwelijk van Jan en Maertje en dopen van hun kinderen geen meldingen in Rotterdamse registers (Alblasserwaard?). Twee zonen van hen komen we na 1720 wel in de Rotterdamse registers tegen, denken we: Jan Jansz ROMP (ROEM). David Jansz ROEM (kw 160). Bij overlijden: ROMP.
David (ca 1700-1783) werd oudovergrootvader in de ROEM-lijn. Zie verder bij kw 160. Over zijn oudere broer Jan het volgende: Op 23-8-1725 wordt huwelijksregister kerk Ijsselmonde ondertrouw (pro deo) ingeschreven van Jan Jansz ROMP en Grietje Pieters BOOM. Zij uit IJsselmonde (Rotterdam), hij uit Peursum. Peursum is een dorp aan de Giessen, in de Alblasserwaard. Jan en Grietje zijn in Kralingen (Rotterdam) gaan wonen want 4-11-1725 wordt daar hun zoontje Jan gedoopt (doopgetuige Cornelia Cobus BLOCK). Ruim twee maanden na huwelijks-datum. En 6-5-1728 hun zoontje Pieter (doopgetuige Willempje Pieters BOOM). Elf dagen hierna, 17-5-1728, wordt de jonge moeder Grietje BOOM begraven. De achternaam ROEM verschijnt bij de doop van Pieter en de begrafenis van Grietje. En ook als Jan Jansz ROEM, weduwnaar van Grietje BOON, afkomstig van Kralingen, op 3-2-1729 trouwt met Maria Jans TIELEMANS, jongedochter, afkomstig van Gijbeland onder Brandwijk. Jans tweede vrouw woonde in de Alblasserwaard, niet ver van Peursum. Van geboorte overigens (ook) Rotterdams, wanneer we aannemen dat ze daar 27-11-1696 werd gedoopt, dochter van Tieleman Jansz (Hoestenbeecq) en Arjaantje Willems. Bij huwelijk met weduwnaar Jan was ze dan 32, ongeveer even oud als Jan. Misschien kenden ze elkaar uit de jeugd in Alblasserwaard. Op 7-3-1729 wordt te Kralingen een zoon van Jan Roem begraven (Pieter, 10 maanden oud?). Op 1-2-1730 een ander kind van Jan Roem (Anna, kort na geboorte, dochter bij Maria Tielemans?). Op 6-10-1736 wordt de jongeman Jan ROMP begraven. Geen melding van ouders en leeftijd. Maar waarschijnlijk was het de oudste zoon van Jan en Grietje. Jan en Maria kregen na de jong gestorven dochter Anna geen kinderen meer. De Jan Jansz ROM-naamlijn eindigde met het overlijden van Jan ROEM, begraven bij de Hervormde kerk van Hillegersberg (Rotterdam) 3-6-1769. Ruim 70 jaar oud geworden. Maria Jans TIELEMANS, de tweede vrouw van Jan ROEM, is tante van de kinderen van diens broer David (kw 160) en treedt voor diens kinderen regelmatig op als doopgetuige.
- Willem Pietersz VALSTAR, geb. 14-10-1668 te Naaldwijk, overl 22-1-1737 te Naaldwijk, trouwt 12-9-1694 te Naaldwijk (nederduits gereformeerd) met
- Johanna BLOM (of BOM), afkomstig uit Wateringen.
Uit dit huwelijk: Pieter, geb. 3-7-1695 te Naaldwijk, tr. 16-8-1722 te sGravenzande met Martijntje ’t Hart, geb. 27-11-1700 te sGravenzande, overl. 26-11-1751 te Naaldwijk, dochter van Pieter ’t Hart. Bij huwelijk woonden beide in de Oranjepolder. Uit dit huwelijk de zonen: Pieter (geb 1722), Jan (geb 1726), Ary (geb 1728) en Johannes (1740-1794). De zoon Johannes Willemsz Valstar trouwt 23-6-1771 met Jannetje van Tuk (1745-1817). Uit dat huwelijk worden de kinderen: Maria (1772), Grietje (1773), Jan (1777), Pieter (1780), Geertje (1785) en Ary (1788-1864) geboren. Jongste zoon Ary Johannes Valstar trouwt 29-11-1812 met Pieternella van Haren. Uit dit huwelijk de kinderen: Johanna, Hendrik en Jannetje Valstar (1821-1891) die 30-11-1844 trouwt met Martinus Prins (1823-1896). Zij krijgen twaalf kinderen onder welke de dochter Klazina Prins (1859-1898) die ca 1885 trouwt met Nicolaas Roem (vgl kw 10). Eva Dirk (kw 166) Leuntje Claes Er is een Valstar-familieboek (door L.Valstar).
- Leendert Isaackzs VAN EIJCK, geb. 1675 te Maasland, wonende te Sandambacht, trouwt 5-1-1698 voor de kerk te ’s Gravenzande met
- Lijsbeth Cornelisdr VAN DER KOOIJ, ged. 1676 te Delft, begraven 8-11-1727 te Pijnacker.
Uit dit huwelijk: Martijntje Leendertse VAN DER EIJCK (kw 167).
- Joost VAN LEEUWEN 369.
Uit dit huwelijk: Aart Joosten van Leeuwen (kw 184)
370. Claes Symonsz VAN DEN EENDENBURG, ged. 25-3-1675 te Terheide, trouwt 9-3-1698 te Monster met 371. Lijsbeth Arents VAN DUYN, ged. 11-5-1670 te Monster.
Uit dit huwelijk (minstens): Annetje Claesdr VAN DEN EENDENBURG (kw 185).
Lijsbeth van Duyn was eerder, 11-5-1692, getrouwd met Philips VAN DER HOEVEN.
- Willem Anssum VAN SPRONSEN, ged. 31-8-1670 te Terheide, overl 22-4-1749 te Monster, trouwt 14-11-1699 voor de kerk te Monster met
- Lijntje Jansdr VERGOUDE, ged. 31-12-1673 te De Lier, overl 18-7-1740 te Monster.
Uit dit huwelijk: Arent Willemsz VAN SPRONSEN (kw 186) Cornelis Willemsz, ged 16-3-1710 te Monster, overl in 1761, tr 19-4-1739 met Johanna Pietersdr VAN BREEMEN, ged 7-3-1717 te Loosduinen, overl 26-8-1759.
- Laurens Arijens VAN SPRONSEN, geb. ca. 1650, marktschipper, overl voor 1-2-1730, trouwt 15-5-1683 te Monster met
- Geertje Arijensdr VOS, ovl na 1-2-1730.
“Op 1 februari 1730 verkocht Geertie Ariens VOS, weduwe van Laurens Arentse VAN SPRONSSEN, wonende te Monster, aan haar zoon Cornelis Laurense VAN SPRONSEN, een huis en nog een klein huis en erf in het dorp Monster aan de westzijde van de Vaert, belendend O de voorszeide vaart, Z Adam van Dijk en Dirck Joosten Zijtregtop, W de Schougreppel en N de erfgen. van Jan Joosten Zijtregtop, en tevens een marktschuit met zijn zeilagie en al het geen daartoe behoort; het huis is door de verkoopster bewoond, laatste brief d.d. 17 januari 1683, voor 600 gldns.” Pand en schuit waren na dood van hun ouders gedeeld bezit geworden van halfzus Gooltje, broer Anssum en Laurens. Per 5-1-1693 kocht Laurens de anderen uit. Tot dan had Anssum de marktschuit gebruikt en voer Laurens als knecht bij de marktschipper Leendert van der Zalm. Vanaf nu is hij zelf doende als zelfstandig marktschipper.
Uit het huwelijk, alle geref.gedoopt te Monster: Lijsbetje, ged. 3-4-1684 Marijtje, ged. 30-9-1685 Arent, ged. 11-1-1688 Jan, ged. 11-1-1690 Arij, ged. 4-11-1691 Magtelt, ged. 7-11-1694 Cornelis, ged. 16-11-1700 (koopt 1730 huis en schuit) Pieter, ged. 19-2-1702 Geertje (kw 187), ged. 1704 ?
- Jochum Jacobsz (VAN) VREUGDENHIL, geb 12-7-1671 (ged. 17-7-1671) te Naaldwijk, van 1726 tot 19-12-1735 spuiwachter op de Delflandsche buitenspui op het Oranje Gors, begraven 5-9-1735 te Oranjepolder, 64 jaar oud, trouwt 5-5-1697 te Naaldwijk met
- Geertje Lucasdr VERKOORN (VERKOREN), ged. 28-1-1674 te Naaldwijk, overl te Naaldwijk in 1721, 47 jaar oud.
Uit dit huwelijk: Jacobus Jochumsz VREUGDENHIL, gedoopt De Lier op 25-5-1698, tr 30-5-1723 te Naaldwijk met Neeltje Arends ZEEMAN, afkomstig uit Honselersdijk, gedoopt te Naaldwijk 16-4-1702, ovl 1744, dochter van Arend Andriesz ZEEMAN en Hendrikje Arends VAN DER BEEK. Jacobus en Neeltje krijgen de kinderen: Jacobus (1726, wordt 6 weken), Ary (1729), Geertje (1730), Arend (1731), Geertje (1734), Arend (1737), Anna (1740), Dina (1743). Lucas Jochumsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk op 27-6-1700, in ondertrouw op 2-12-1724 te Goudswaard met Pietertje Cornelisse VAN DEN BOOGAARD. Ze krijgen de kinderen: Geertje (1725), Cornelis (1726), Jobje (1728), Johannes (1731-1813) en Leysbeth (1732). Dirk Jochemsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk op 12-5-1702, bouwman, begraven ’s Gravenzande 17-2-1781, 78 jaar oud, tr 23-5-1728 te ’s Gravenzande met Jaepje Pieters OVERGAEUW, gedoopt Naaldwijk 21-6-1705, begraven ’s Gravenzande op 7-7-1792, dochter van Pieter Teunisz OVERGAEUW en Annetje Jacobs HOOGSTRATEN. Dirk en Jaepje krijgen de kinderen: Geertje (1729-1786), Anna (1731-1822), Jacobus (1732), Jochem (1736-1820), Cornelis (1738), Jan (1739), Cornelis (1741), Jan (1743-1812), Pieter (1744) en Cornelis (1746). Cornelis Jochumszn VREUGDENHIL (kw 188), gedoopt Naaldwijk 10-10-1704. Lijsbeth Jochumsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 2-7-1706, ovl aldaar 20-5-1780, 73 jaar oud, tr (1) 14-6-1733 ’s Gravenzande met Jan Willemsz SWAENSWIJK, gedoopt ’s Gravenzande 3-11-1709, zoon van Willem Jacobsz SWAENSWIJK en Aaltje Cornelisse VAN DER GAAG, tr (2) 24-1-1740 ’s Gravenzande met Jan Theunisz YZERMAN, gedoopt aldaar 21-10-1712 en begraven 5-12-1764, 52 jaar oud, zoon van Theunis Jansz YZERMAN en Aagje Cornelisse VELLEKOOP. Uit huwelijk van Lijsbeth en Jan Yzerman de dochter Aagje Jans die trouwt met haar neef Thomas, zoon van Cornelis, de broer van Lijsbeth. Gerrit Jochumsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 2-11-1708, begraven ’s Gravenzande 29-12-1784, 76 jaar oud, tr (1) 19-10-1732 ’s Gravenzande met Lijsbeth Thomas VAN BEIJEN, gedoopt ’s Gravenzande 31-7-1707, begraven aldaar 28-4-1764, 56 jaar oud, dochter van Thomas Jansz VAN BEIJEN en Maartje Cornelisse VAN DER KOOIJ, tr (2) 11-10-1767 ’s Gravenzande op 58-jarige leeftijd met de 52-jarige Marijtje Willems DIJKSHOORN, gedoopt ’s Gravenzande 7-7-1715, dochter van Willem Cornelisz DIJKSHOORN en Aaltje Gillis DUIFHUIS. Uit het huwelijk van Gerrit en Lijsbeth van Beijen de kinderen: Thomas (1732), Geertje (1734), Thomas (1735-1785), Marytje (1738-1812), Joghem (1739-1741), Jan (1741), Lysbeth (1743), Elsje (1745) en Hannes (1748-1804). Geertruid Jochumsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 25-5-1711, ovl voor 11-2-1753, hoogstens 41 jaar oud, tr 2-1-1735 ’s Gravenzande met Crijn Dirksz (Krijn) KOPPENOL, geboren op het eiland Rozenburgh, gedoopt Rozenburg 10-3-1709, begraven ’s Gravenzande 9-8-1774, zoon van Dirk Daniël KOPPENOL en Lijntje Crijnen VRIJLAND. Geertruid krijgt in ieder geval een zoon Jacob Crijnsz Koppenol. Op 11-2-1753 trouwt Krijn Koppenol te ’s Gravenzande met Johanna Elisabeth STEFFENS. Magdalena Jochumsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 9-6-1715, begraven aldaar 18-1-1786, 70 jaar oud, tr (1) op 19-jarige leeftijd 5-12-1734 te Naaldwijk met de 34-jarige Hendrik VAN JAERSVELT, gedoopt 31-10-1700 te Waardenburg (Neerijnen), zoon van Dirk VAN JAERSVELT en Lijsbeth SLUIJMER, tr (2) op 42-jarige leeftijd 29-1-1758 te ’s Gravenzande met Johan FELTKAMP, afkomstig uit Schalen, ovl voor 7-11-1776. Marijtje Jochumsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 9-2-1720, begraven ’s Gravenzande 7-2-1791, tr (1) 7-6-1744 ’s Gravenzande met Cornelis Willemsz SWAENSWIJK, gedoopt ’s Gravenzande 17-5-1716, zoon van Willem Jacobsz SWAENSWIJK en Aaltje Cornelisse VAN DER GAAG, tr (2) op 35-jarige leeftijd 17-8-1755 te Maassluis met de 22-jarige Harmanus Barendsz VAN DIEM, gedoopt Hillegersberg 19-10-1732, begraven ’s Gravenzande 30-12-1808, zoon van Barend VAN DIEM en Cornelia VAN LEEUWEN. Josina Jochumsdr VREUGDENHIL, afkomstig uit Zandambacht, tr 30-10-1746 te ’s Gravenzande met Jan Pietersz ROEVERS uit Honselersdijk.
Oudbetovergrootmoeder Geertje Lucas VERKOORN is in 1721 te Naaldwijk begraven, 47 jaar oud. Vermoedelijk had de geboorte van jongste dochter Josina hier veel mee te maken. Jochum Jacobs VREUGDENHIL is dan 50 jaar oud. Hij trouwt (2) op 6-1-1726 te Naaldwijk met Pietertje Pouwel VAN (DER) EIJK, weduwe van Klaes VAN DER HANS.
Volgens een akte van 6-5-1699 kocht Jochum Jacobsz van Vreugdenhil van Joris Arendsz VAN DE VALCK te Naaldwijk een huis “begrensd door Potterslaan (oost en zuid) en de Diakoniearmen (west), belast, onder andere met een rente van 15 stuivers per jaar ten behoeven van Groot-armen”.
- Cornelis VAN DEN HOEVEN trouwt ca. 1700 met 379.
Uit dit huwelijk: Annetje Corneliss VAN DEN HOEVEN (kw 189), gedoopt te Naaldwijk 3-4-1712 (naam van moeder niet vermeld).
DJ-LIJN (kwartiernummers 384-511)
384-447 FRIESLAND DE JONG-LIJN
De oudbetovergrootvaders in de “stamlijn” DE JONG ontbreken hier. We weten te weinig over hen. Wel kunnen worden genoemd in de voorlijn o.a. voorouders in de (aangetrouwde) OENEMA-lijn, RUDOLPHI-lijn en SCHOKKER-lijn.
- Oene Harmens, geboren ca. 1681, trouwt ca. 1705 met
- Jicke Hendriks, geboren ca. 1685.
Uit dit huwelijk: Wytse Oenes, geb. ca. 1712 (kw 200).
-
Foppe 403. Uit dit huwelijk: Rinske Foppes, geb. ca. 1719 (kw 201).
-
Joannes RUDOLPHI, gedoopt 19-12-1680 te Franeker, predikant te Paesens en Witmarsum, ovl 7-1-1755 te Witmarsum, trouwt 2-10-1712 te Paesens met
- Aukje Eelkes
Doopregister N.H.gemeente te Paesens: Rudolphus, 30-11-1712 Rudolphus, 30-9-1714, wordt ook dominee (kw 206) Aurelia, 15-12-1720
Bij de Quotisatie 1749 staat hij als ds. Rudolphy te Witmarsum (Wonseradeel) vermeld, gezin van 3 volwassenen, dochter Aurelia was kennelijk nog thuiswonend. De dominee krijgt een aanslag van 30 Caroliguldens. Dat was 9 guldens minder dan de aanslag die zoon Rudolphus, dominee te Jutrijp-Hommerts (Wymbritseradeel), kreeg. Zie ook kw 206.
- Ulbe Baukes, geb 11-10-1688, ovl 17-6-1778, trouwt ca 1715 met
-
Trijntje Sybrens, ovl 3-4-1740 Uit dit huwelijk: Aukjen Ulbes (kw 207)
-
Berend (SCHOKKER), woonde rond 1700 te Wanneperveen (Overijssel)
- Reintgjen? Uit dit huwelijk: Hendrik Berends Schokker (kw 212).
448-511 FRIESLAND SCHIPPERS-LIJN
De oudbetovergrootvaders in de SCHIPPERS-LIJN ontbreken hier. We weten te weinig over hen. Wel kunnen enkele namen genoemd worden uit de aangetrouwde lijnen WIEKEL en VAN FLEEREN.
- Liebbe Feddes trouwt ca. 1645 met
- Griet Jelles
Uit dit huwelijk: Jelle Liebbes (kw 242).
- Anne 487.
Uit dit huwelijk: Auck Annes (kw 243).
- Hendrik Jans (FLEER)
- Geertje Stevens
Uit dit huwelijk: Jan Hendriks (FLEER), geb. 17-6-1708 te Ruitenveen (kw 248).
In hoever de familienaam FLEER of VLEER toen al in gebruik was is onduidelijk. Omdat de familienaam Fleer ook in het Duitse Rijnland regelmatig voorkomt is wel geopperd dat de naam van daar afkomstig is. Gezien de open grenzen van toen is het mogelijk. Verdere documentatie ontbreekt nog.
- Jan Migchiels, geb. ca. 1680
- Jekke Rinses, geb. ca. 1690. (IEKJE)
Uit dit huwelijk (minstens): Janke Jans (kw 253) (JANTJE) Reitze Jans.
Jan Migchiels was ws niet de oudste zoon uit het huwelijk van Michiel Roeloffs (kw 1012) en Grietje Jans. Het huwelijk tussen Jan Migchiels en Jekke Rinses (nog) niet vermeld gevonden. In 1728 wordt de weduwe Jekke Rinses vermeld als gebruiker van de percelen 12 en 28 te Rottum. In 1698 werd haar schoonvader als eigenaar en gebruiker van deze percelen genoemd. Voor 1728 zijn dus zowel haar schoonvader Michiel Roeloffs als haar echtgenoot Jan Migchiels overleden en waarschijnlijk ook andere mannelijke rechthebbenden. Dochter Janke woont (met haar moeder?) in Oldeboorn wanneer ze in 1743 trouwt (kw253).
- Jacob Bonnes (WATERLANDER), overl te Het Meer, tr met
- Foock Siegers, overl te Mildam
Uit dit huwelijk: Bonne Jacobs (kw 254).
Na overlijden van Foock trouwde Jacob Bonnes met Akke SIESES. Deze overlijdt ook te Het Meer.
- Wytze 511. Uit dit huwelijk: Pietje Wytzes (kw 255).
Generatie 10 (stamouders, 512- 1023)
VDH-LIJN:
In Friesland o.a.:
- Tamme Tijsses, geb. 1628 te Zwartveen, schipper, boer, vervener, overleden na 1699. Trouwt ca 1655 met
- Hiltje Sjoerds, geb. ca 1635, ovl te Rottevalle in 1693.
Uit dit huwelijk: Tijs Tammes, geb. in 1658, gedoopt te Opeinde in mei 1687, ovl te Witveen. Trouwt 25-1-1685 te Oostermeer met Jitske Geuckes, geb te Witveen in 1660, ovl te Witveen ca 1728. Kinderen: Geeuwke (gedoopt 11-9-1687, Opeinde), Tamme, Minnert, Minnert, Renske, Hiltje, Sjoukje, Geeuwke (gedoopt 4-7-1703) en Jacob Thijsses (geb 1707). Sierd Tammes (kw 256) Renske Tammes, geb. 1670. Trouwt 28-1-1694 te Nijega met Aut Jacobs, afkomstig uit Zwartveen, gedoopt Opeinde 30-12-1677, zoon van Jacop Jacops. Uit dit huwelijk minstens: Tamme Auts, gedoopt 7-12-1701 te Opeinde, ovl na 1749.
Stamvader Tamme Tijsses in VAN DER HOEK-lijn is volgens andere melding na 1707 te Opeinde overleden. En ca 1699, ongeveer 72 jaar oud, weduwnaar, te Opeinde getrouwd met de weduwe Gryet Sydses, ca 59 jaar oud, die eerder gehuwd was met Karst Jochums, veenbaas te Rottevalle.
- Freerck Harckes, Oostermeerderveen, trouwt 4-5-1665 (kerk Oudega) met
- Taapke (Taeb) Tjallinghs, Oostermeerderveen.
Uit dit huwelijk: Baukjen Freercks (kw 257) Harcke Freercks, Zwartveen, trouwt 7-1-1686 (kerk Oudega) met Aats Reits, Rottevalle. 528. (?) Jan Wolters, geb ca 1615, boer te Katlijk, ovl ca 1658 529. Sibbel Geerts, geb ca 1620
Pro Memorie (speculatie “Bijma”-voorlijn): Sibbel Geerts is weduwe van Jan Wolters, wanneer ze trouwt met Jan Rinkes, boer en dorprechter in de Haske, bij wie ze nog de zonen Rinke en Geert krijgt. Uit haar huwelijk met Jan Wolters minstens de zoon Wolter Jans (kw 264).
In Zuid-Holland (Westland):
- Jan Jansz ROM, geb ca 1645 te Rotterdam, woonde aan de Wijnstraat, zoon van wijnkoper en misschien zelf ook wijnkoper, ovl ca 1718. Trouwt 26-4-1669 te Rotterdam met
- Maria (Marijtje) VOSBURG(H), geb te Rotterdam ca 1645-1650, ovl na 1709
Ouders van: Jan Jansz ROM (kw 320).
Stamouders in de ROEM-lijn. In 1669 woonde Jan aan de Wijnstraat en Maria in de Oppert te Rotterdam. Huwelijk in de Hervormde (Gereformeerde) kerk te Rotterdam, maar alle kinderen worden remonstrants gedoopt. Jan en Maria krijgen tien kinderen: Jan Jansz ROM (kw 320), gedoopt 26-1-1670 Niklaes, gedoopt 12-4-1671, jong overleden Jannetje, 1-5-1672, jong overleden Jannetje, 16-7-1673, jong overleden Nicolaes, 18-8-1675, jong overleden Claes, 17-11-1678. Op 17-3-1709 zijn grootouders Jan Janse ROM en Maria VOSBURGH getuige bij de doop (remonstrants) van Heyndrick ROM. En op 25-5-1711 bij de doop van Maria ROM. Kinderen van Nicolaes ROM en Gardina LAGEMANS. Floris, 22-1-1682, jong overleden Floris, 8-12-1682 Pietertje, 25-4-1684 Jannetje, 9-6-1686.
Omdat over het ROM-gezin in een periode rond 1700 in Rotterdamse registers niets wordt vermeld, vermoeden we, tot het tegendeel blijkt, dat Jan en Maria uit Rotterdam zijn verhuisd. Ze kunnen zich in de naastliggende Alblasserwaard hebben gevestigd. Zie bij Jan Jansz ROM (kw 320).
-
Pieter Huijgensz VALSTAR, geb. ca. 1630 te Naaldwijk, trouwt ca. 1665 te Naaldwijk met 665. Uit dit huwelijk: Willem Pietersz VALSTAR (kw 332). Huijg Willem (kw 332) Trijntje Cornelis Claes Barbera
-
Izaak (Leendertse) VAN DER EIJK, geb. 1635 (?) te Naaldwijk, trouwt met
- Hilletje VAN DER MEER
Uit dit huwelijk (minstens): Leendert Izaakszn van der Eijk (kw 334).
De bronnen tot dusver geven geen duidelijk uitsluitsel. Zie ook: kw 1336.
670.Cornelis Abrahamsz VAN DER KOOIJ, gedoopt 5-10-1642 te Delfshaven, “bouwman” op het Hondertland onder ’s Gravenzande, overl ca 1677, rond 35 jaar oud, trouwt 4-5-1664 voor de kerk te Delft met 671. Elsgen Cornelisdr SUITHOORN, geb. te Den Hoorn (ZH), ovl voor 1710.
Uit dit huwelijk: Annetje, geb ca 1667 te sGravenzande, tr. 22-1-1690 met de (jonge) weduwnaar Pieter Doesz SONNEVELD. Abraham (tweeling), gedoopt 10-2-1669 te De Lier, tr. 26-4-1699 met Trijntje Dirksdr HOOGERSCHEIDT, overl voor 1720. Cornelia (tweeling), gedoopt 10-2-1669 te De Lier. Cornelis, gedoopt te Naaldwijk 25-8-1673, tr. 20-9-1693 te ’s Gravenzande met Ariaantje Ijsbrandsdr COUWINTER, afkomstig uit Op ’t Woudt (Westland). Krijgen 8 kinderen. Wonen te Vlaardingen. Overl maart 1723, 49 jaar oud. Neeltje, tr. 24-7-1695 te ’s Gravenzande met Arij Jansz VAN DER HOUT. Maartje, tr. 27-2-1700 te ’s Gravenzande met Thomas Jansz VAN BEIJEN en na diens overlijden (2) met Huijg Jaspers VAN DER SPIJK 3-11-1715. Martijntje, gehuwd met Cornelis Joostensz VAN DER ENDE, geb 26-2-1670 te Maasland, wonend te Sandambacht. Lysbeth (kw 335).
De jongste dochter, Lysbeth of Elizabeth, wordt 1676 in de Nieuwe Kerk te Delft gedoopt. Gezien de tamelijk korte duur van het huwelijk tussen Cornelis en Elsje Suithoorn, door overlijden van Cornelis, kan het zijn dat er naast de tweeling Abraham en Cornelia, nog een andere tweeling was onder bovengenoemde kinderen.
Stammoeder Elsgen ging na het overlijden van Cornelis een tweede huwelijk aan, met Joost Pietersz VAN LEEUWEN (ondertrouw 4-3-1684 te ’s-Gravenzande).
- Simon Arentsz VAN EENDENBURG, geb. te Terheide, overl tussen 18-3-1685 en 15-5-1689, trouwt 3-5-1674 te Terheide met
- Annetje Claesdr VAN DER MARCK, overl te Monster 25-3-1697.
Uit dit huwelijk (minstens): Claes Simonsz van Eendenburg (kw 370).
Na het relatief vroege overlijden van Simon van Eendenburg gaat Annetje van der Marck een volgend huwelijk aan, 19-4-1693 te Monster, met Poulus Jansze VAERLE. Zoon Claes Simonsz is dan 18 jaar oud.
- Arie Jansz VAN DUYN, afkomstig uit Loosduinen, trouwt 26-3-1661 in de kerk te Monster met
- Wijve Cornelisdr, afkomstig uit Monster.
Uit dit huwelijk (minstens): Lijsbeth Arents van Duyn (kw 371).
- Anxem Arijensz SPRONSEN, geb te Monster in 1644, marktschipper, trouwt 20-2-1667 te Monster met
- Apolonia (Pleuntje) Jansdr VAN DAM, geb te Monster rond 1645, overl aldaar in maart of april 1680.
Uit dit huwelijk (minstens): Willem Anssum van Spronsen (kw 372).
Vanaf 25 december 1669 is Anxem diaken van de Herv.kerk te Monster.
Stamvader Anxem Spronsen is na het overlijden van stammoeder Apolonia van Dam vrij direct, op 28-4-1680, te Monster in ondertrouw gegaan met Marijtje Tijssen VAN LEEUWEN. Tenslotte trouwt hij (3) op 27-12-1693 te Terheide met Marija Catharina HALLING, die weduwe was van Adriaen VAN DER VEGT.
Oudbetovergrootvader Willem Anssum van Spronsen was 10 jaar oud toen zijn moeder Apolonia overleed. Zijn vader was in zijn derde huwelijk toen Willem, 29 jaar, ook trouwde, met Lijntje Vergoude (kw 373).
- Jan Cornelisz VERGOUDE, gedoopt te De Lier 20-2-1637, overl voor 1681, trouwt 2-12-1662 te ’s Gravenzande met
- Diewertje Aerts VAN PROYEN, gedoopt te ’s Gravenzande 10-2-1636.
Uit dit huwelijk (minstens): Lijntje Jansdr Vergoude (kw 373). Deze dochter wordt in 1673 te De Lier gedoopt. Stamvader Jan Cornelisz Vergoude kan, en zijn vader ook, werkzaam zijn geweest op een van de boerenhoeves in en rond De Lier die (vaak al sinds lang) toebehoorden aan adellijke families, zoals de Van Swietens, Van Alkemades, Van Hamals, Van Dijks, Van Lockhorsts, Van Roode van Renswoude en/of Van der Does (oorspronkelijk Boekel en Van Wassenaar). Jan werd hooguit 40 jaar oud.
Diewertje komt ook voor als Duyvertge Arentsdr VAN PROOIJEN.
- Arijen (Arent) Ansumse SPRONZEN (ook: SPRONG of VAN DER SPRONSE), gedoopt te Naaldwijk 5-5-1619, schipper, overl te Monster kort na 14-6-1671, trouwt met de weduwe
- Lijsbeth Arijens VAN TEYLINGEN, overl te Monster voor 17-1-1683.
Uit dit huwelijk: Anxem Arijes Spronsen (kw 744) Laurens Arijens van Spronsen (kw 374).
Lijsbeth van Teylingen was eerder getrouwd met Burwer Tijmensz VERMIJ (ook: Borwaert VAN DER MIJE). Uit dat huwelijk bleef in ieder geval een dochter Gooltje Burwers VAN DER MIJDE over, die (getrouwd met Gijsbrecht Arentsz VAN IJPEREN) met haar twee halfbroers het bezit deelde dat haar moeder naliet. Het ging om erf en marktschuit (broer Laurens kocht de anderen in 1693 uit, zijn zoon Cornelis kocht in 1730 het bezit over van zijn moeder Geertje Vos (kw 375), weduwe van Laurens), spul dat Arijen tijdens zijn leven bij elkaar had gekocht.
Op 25-11-1643 koopt hij, Arent Angsemsz Sprong, twee schuiten met toebehoren van Cornelis Maertens KEYSER (Arent ondertekent de akte met “Arendt Ansumse Sprong”. En op 15-1-1645 van Arijen Cornelisz Jonge KEYSER huis en erf aan de Vaert te Monster. In de akte wordt zijn naam dan Arien Anxemsz Sprong geschreven, schipper wonende te Monster (hij ondertekent met “Arendt Ansumse”). Op 1-4-1667 verkoopt hij, “Arent Amsumsz van der Spronse”, het huis aan zijn oudste zoon Anxem, “Amsom Arentsz. van Spronse”. Wanneer hij en echtgenote Lijsbeth van Teijlingen op 14-6-1671 hun testament laten opmaken, ligt Arijen/Arent al ziek te bed. Hij ondertekent “Arent Anssumse van der Sprons”. De naam had nog steeds geen vaste vorm dus.
Op 24-4-1729 trouwt Arent van Spronsen (kw 186), kleinzoon van Anxem Arijses Spronsen (kw 744) met Geertje van Spronsen (kw 187), jongste dochter van Laurens Arijens van Spronsen (kw 374).
- Arij Blase VOS, geboren ca 1630 (?), meester-bakker, schepen, ambachtsbewaarder te Monster, trouwt (1) met de weduwe:
- Maartjen Cornelisdr VAN MARELEVELT.
Uit dit huwelijk: Geertje Arijensdr Vos (kw 375).
Maartje was weduwe van Cornelis Ariensz VAN MIDDELBURGH, van wie bericht wordt dat hij 20-12-1620 te Delft werd gedoopt en voor 1657 overleed. Hooguit 35 jaar geworden. Uit dat huwelijk een zoon: Jop Cornelisz VAN MIDDELBURGH. Maartje trouwt (2) met Arie Vos en zij krijgen de dochter Geertje, rond 1660 geboren (?). Maartje overlijdt voor 8-9-1684. Arie Vos trouwt 23-5-1695 opnieuw. Nu met Christina GULDEMONT, weduwe van Abraham GABBEMA. Zij gaan in ’s-Gravenhage wonen.
Stamvader Arij Blase VOS staat vermeld als meester-bakker, als pachter van de korenaccijns (1671), als schrijver van de afslag van vis in TerHeyde (1675), als schepen en als ambachtsbewaarder van Monster (1687), waar hij ook huizen in bezit had en verhuurde. Stammoeder Maertjen VAN MARELEVELT is ziekelijk, op 3-4-1674 maakt zij samen met Arie, mr-bakker, een testament op waarmee hij na overlijden van Maertjen tot voogd voor de minderjarige kinderen wordt gesteld met de keuze van de tweede voogd, hij kiest zijn “zwager Louris Arentsz VAN SPRONSEN” daartoe uit.
- Jacob Ariensz (VAN) VREUGDENHIL, geb. te Naaldwijk rond 1645, arbeider, ovl 5-9-1735 te Oranjepolder, ca 90 jaar oud, trouwt te Naaldwijk 30-6-1669 met de 16-jarige
- Geertge Jochums VAN OUTSHOORN (Geertje Jochums van Oudshoorn), gedoopt te Naaldwijk 24-11-1652, overleden aldaar na 29-1-1683, minstens 30 jaar oud.
Uit dit huwelijk: Jannetje Jacobsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 15-9-1669. Jochum Jacobsz (van) Vreugdenhil (kw 376), gedoopt Naaldwijk 12-7-1671. Pieter Jacobsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 10-3-1673, ovl voor 25-2-1764, hoogstens 90 jaar oud, tr (1) op 20-jarige leeftijd 19-12-1693 te Terheijde (Monster) met de 17-jarige Johanna NIEUWLAND, gedoopt Naaldwijk 21-6-1676, dochter van Jan Abrahamsz NIEUWLAND en Jannetje Philips SONDERWIJCK, tr (2) op 44-jarige leeftijd 11-7-1717 te Naaldwijk met Maria Marytje FRANCOIS, afkomstig uit Namen. Kinderen van Pieter en Johanna: Jan (begin 1694), Jacobus (eind 1694), Jannetje (eind 1695), Jacobus (1697), Jannetje (1698-1749, trouwt 17-8-1721 te Naaldwijk met Willem Leendertsz BIEMOND) en Geertje (voor 1719 getrouwd met Jacobus Lucasz VERKOREN, kinderen Teunis 1719 en Marytje 1722). Mees Jacobsz VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 28-6-1675. Maartje Jacobsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 3-1-1677, tr 9-8-1722 op 45-jarige leeftijd met Jan Cornelisz STELMAN, weduwnaar van Neeltje Jans VAN RIJN. Neeltje Jacobsdr VREUGDENHIL, gedoopt Naaldwijk 29-1-1683.
- Lucas Ysbrandsz VERKOORN, geb te Monster rond 1645, ovl te Naaldwijk tussen 15-8-1688 en 13-11-1689, 43-44 jaar oud, tr 20-10-1669 te Schipluiden (met vermelding dat beide komen van Naaldwijk) met
- Lijsbeth Gerritsdr VAN DER VALCK, ovl te Naaldwijk tussen 14-5-1683 en 15-4-1684.
Uit dit huwelijk: Geertje Lucas VERKOORN (kw 377), gedoopt 28-1-1674 te Naaldwijk.
Geertje Lucas wordt in een notarisakte van 1-4-1692 weesdochter van Lucas Ijsbrantsen en van Lijsbeth Gerrits genoemd.
Na het (relatief jong) overlijden van Lijsbeth trouwt Lucas te Monster, ondertrouw 15-4-1684, met Maria Jacobsdr VAN VEEN. Uit dit huwelijk: Jacobus Lucasz VERKOREN (?).
DJ-lijn
- Rudolphus Petri, geb ca 1650 te Franeker, trouwt 20-9-1671 te Franeker met
- Aurelia BECHIUS (Aukien), geb 1643 te Oosthem
Ouders van: Johannes Rudolphi (kw 412)
- Eelke 827.
Ouders van Aukje Eelkes (kw 413)
- Fedde Gosses, ca. 1640 dorpsrechter te Gersloot 969.
Uit dit huwelijk: Liebbe Feddes (kw 484).
- Michiel Roeloffs, geb. ca 1645 ws te Rottum, trouwt 28-9-1671 met
- Grietje Jans, ca 1645/1650 te Rottum geboren.
Uit dit huwelijk: Jan Migchiels (kw 506).
Michiel Roeloffs wordt in 1698 genoemd als eigenaar en gebruiker van de percelen 12 en 28 te Rottum.
- Bonne Lolckes, geb te Langezwaag, overl te De Knipe, trouwt (1) in februari 1674 met
- Reynsch Jacobs (Reinske Jacobs), geb. te IJlst, overl te De Knipe voor 1695.
Eerste proclamatie van dit huwelijk op 11-1-1674 in Hervormde gemeente Langezwaag/Kortezwaag/Luxwoude.
Uit dit huwelijk: Jacob Bonnes (kw 508). Lolke Bonnes, huisman en veenbaas. Trouwt met Sjoukjen Jeips die ca 1665 te Nieuwehorne wordt geboren als dochter van Jeip Martens (geb ca 1635 te Nieuwehorne, overl tussen 1700 en 1720) en Luts Ubledr (geb ca 1645 te Oudeschoot, overl na 29-5-1700 te Nieuwehorne). Sjoukjen overl te De Knipe na 18-6-1742.
Bonne trouwt (2) 17-9-1709 voor het Gerecht Schoterland met Antie Jans (Herenwal, Haskerland). Dit kan erop wijzen dat zij Doopsgezind was en dat wilde blijven ook. De derde proclamatie voor het gerecht was al op 19-6-1695 geweest. Er waren dus zeker problemen. Bonne zal inmiddels rond 60 jaar zijn geweest. Antien Jans werd in Brongerga geboren, dochter van Jan Ryckelds en Vrouck Yntses.
- Sieger Wisses 1019.
Uit dit huwelijk: Foock Siegers (kw 509).
Generatie 11 (stam-grootouders, 1024-2047)
VDH-LIJN:
FRIESLAND (rond Oostermeer):
- Tys Sjoerds, geb 1604, boer/schipper, Oostermeer, ovl na 1636. Trouwt 1628 met
- Jantien (Jantsje, Jantje) Tammes, geb 1602, ovl na 1636.
Uit dit huwelijk: Tamme Tijses (kw 512).
Elders wordt gesuggereerd dat stamgrootvader Tijs Sjoerds ca 1590 werd geboren, ca 1620 met stamgrootmoeder Jantje Tammes trouwde en dat laatstgenoemde in 1635 overleed.
- Sjoerd (Sierd) Clases, trouwt te Opeinde (?) voor 1635 met
- Jouck Wolters
Uit dit huwelijk: Hiltje Sjoerds (kw 513). Deze is ca 1635 geboren. De trouwregisters Oudega/Opeinde beginnen in 1640.
- Harcke (Ritskes?) 1029.
Uit dit huwelijk: Freerck Harckes (kw 514).
Huwelijk is voor 1640 gesloten en dus ontbreekt ook hier een trouwregister en blijft naam van de echtgenote onbekend.
ZUID-HOLLAND:
- Jan Jansz ROM, geb. ca 1610, wijnkoper te Rotterdam, begr Rotterdam 29-11-1654, trouwt te Rotterdam met
- Jannetje Jorisdr, ovl na 1654 (Florisdr?)
Uit dit huwelijk: Jan Jansz ROM (kw 640).
Stamgrootouders in de ROEM-lijn. De familienaam komt in de 16de eeuw als ROM in de registers voor, in de 17de eeuw ook als ROM, maar gaandeweg tijdens die eeuw wordt de schrijfwijze ROEM.
De Rotterdamse kerkregisters zijn sinds rond 1650 (na einde Tachtigjarige Oorlog) bijgehouden, incompleet bewaard. Dat stamgrootvader Jan Jansz ROM op 29 november 1654 te Rotterdam is begraven, staat gemeld. Ook dat hij wijnkoper was en echtgenoot van Jannetje Jorisdochter. Gegevens over trouwdatum en kinderdopen ontbreken. Op 6-10-1652 wordt een kind van Jan Jansz ROM begraven (geen melding van naam en leeftijd, - in de begraafregisters worden namen en leeftijden van kinderen vaak niet vermeld). Op 26-4-1669 trouwt Jan Jansz ROM (kw 640), vermoedelijk de oudste zoon van stamgrootouders Jan en Jannetje. Mogelijk was Jannetje Florisdochter en niet Jorisdochter (foute lezing van begraafregister – zie naamgeving kleinzonen).
- Nicolaes (Claes) Roockusz VOSBURGH, geb ca 1620. Woonde te Rotterdam aan de Wijnstraat. Vermoedelijk ook wijnkoper of assistent-wijnkoper. Overl na 1682. Trouwt (2?) te Rotterdam 1651 met Barbara Andries DE BOCHON, tr (3?) te Rotterdam 7-10-1666 met Maria LAMBRECHTS (Marijtje Lamberts), weduwe van Aert Harmensen. Trouwt (1) te Rotterdam ca 1645 met
- Pietertje/Petronella (?)
Uit dit huwelijk: Marijtje VOSBURG (kw 641).
Remonstrants. In 1651 trouwt Claes Roockusz VOSBURGH met Barbara Andries DE BOCHON, in waarschijnlijk tweede huwelijk. Dochter Marijtje (kw 641) bestaat dan al en stamt uit een eerste huwelijk. De naam van haar moeder (onze stamgrootmoeder) is niet overgeleverd, maar luidde wellicht Petronella (Pietertje). Uit huwelijk met Barbara De Bochon minstens twee dochters: Dina en Cornelia VOSBURG(H). Stamgrootvader Claes is (weer) weduwnaar, wonende aan de Wijnstraat te Rotterdam, wanneer hij 7-10-1666 trouwt met Marijtje LAMBERTS, wonende aan de Korte Wagenstraat, weduwe van Aert Harmensen.
Claes (Nicolaes) VOSBURGH wordt genoemd als doopgetuige bij de zonen Niklaes, Nicolaes en Claes van Jan Janse ROM en Maria VOSBURG (kw 640/641). In 1682 samen met Maria LAMBRECHTS ook bij de doop van kleinzoon Floris. Bij de doop van kleindochter Pietertje (1684) wordt Maria Lambrechts als getuige genoemd en niet Claes. Was hij inmiddels overleden?
- Leendert Leendersen VAN DEN EIJCK, geb. ca 1600
- (Izaaksdr ?)
Uit dit huwelijk: Izaak van der Eijk (kw 668).
Zoals hiervoor gemeld (kw 668) hebben we nog geen bronnen die de relatie duidelijk bevestigen. De veronderstelling is dat de voornaam Izaak afkomstig is uit de familie van de nog niet genoemde eerste echtgenote van Leendert Leendersen van den Eijck, die een van onze stamgrootvaders zou zijn. Izaak zou een tweede zoon uit dit huwelijk kunnen zijn geweest.
Op 8-1-1645 trouwt in de Nieuwe Kerk te Delft Leendert Leendersen van den Eijck, “weduwnaar, afkomstig van Naaltwijck”, met Maertie Jacobs, “jonge dochter, afkomstig van Maeslant.” Stamvader Izaak is rond tien jaar oud wanneer zijn vader hertrouwt.
- Abraham Pleunen VAN DER KOOIJ, geb te Delfgauw rond 1590, wonende te Delfshaven aan de oostzijde van de Schie, “bouwman”, overl aldaar dinsdag 10-9-1652, ongeveer 62 jaar oud, trouwt in tweede huwelijk 16-1-1637 in de Nieuwe Kerk te Delft met
- Maertgen Joppen VERBOON, geb te Pijnacker, ovl na 1658 te Delfshaven.
Uit dit huwelijk: Job, gedoopt 10-1-1638 te Delfshaven Cornelis, gedoopt 12-2-1640 te Delfshaven (jong overleden) Hilletgen, gedoopt 23-11-1641 te Delfshaven, trouwt op 29-jarige leeftijd te Delfshaven 23-11-1670 (haar doopdag!) met de 16-jarige cargadoor Vechter Jacobsz VAN DER KAEGH Cornelis Abrahamsz van der Kooij (kw 670) Trijntgen, gedoopt 2-4-1645 te Delfshaven, tr. 15-7-1674 te Rotterdam met de linnenwever Casper Dirksz VERBEEK, “afkomstig uit ’t Land van der Marck”. Stijntje, gedoopt 10-2-1648 te Delfshaven (een maandagdoop). Trouwt (1) te Delft 6-3-1667 met Jan Claessens VERSIJDEN, (2) te Rotterdam 22-1-1688 met Pieter Dirksz MINGES, geboren te Weesp, (3) te Rotterdam 26-7-1712 met Adrianus Jansz KONIJN. Bij het derde huwelijk is Stijntje 64 jaar oud. Overleden te Delfshaven 3-7-1727. Ingetje, gedoopt 24-10-1649 te Delfshaven, tr. 1-11-1676 te Delfshaven met Gerrit Claesz VAN SWOL. Overl. Rond 1769, ongeveer 30 jaar oud.
Stamgrootvader Abraham is rond 47 wanneer hij met stamgrootmoeder Maartje Verboon trouwt. Zij was ongetwijfeld een heel stuk jonger gezien de zeven kinderen die ze samen nog krijgen. Stamvader Cornelis Abrahamsz van der Kooij (kw 670) is 10 wanneer zijn vader overlijdt.
Het eerste huwelijk van Abraham was in december 1617 te Berkel (ZH) met Trijntje Claesdr VERMEER (attestatie afgegeven 24-12-1617 te Delft). Uit dat huwelijk drie kinderen: Neeltje, Jacob en Sijtgen. Meidje Sijtgen werd januari 1635 gedoopt, maar overleed kort erna. Moeder Trijntje Vermeer is ws ook door dit kraambed overleden. Abraham begon tweede huwelijk vrijdag 16-1-1637.
- Cornelis Jansz ZUIDHOORN, ovl te Hof van Delft voor 1648, ondertrouwd te Delft 7-11-1626, gehuwd te Vlaardingen met
- Weijntje Maartens, ovl te Hof van Delft na 1658.
Ouders van Elsgen Cornelisdr Suithoorn (kw 671).
1480. Arijen Joostensz VAN EENDENBURG, geb rond 1610, overl te Terheide voor 15-5-1689, trouwt met 1481. Maertje Siemonsdr VAN DER HEIJDE, overl tussen 20-4-1672 en 15-5-1689.
Uit dit huwelijk (minstens): Simon Arentsz van Eendenburg (kw 740).
- Claes Cornelisz VAN DER MARCK, geb te Zandambacht ca 1617, ovl voor juni 1667, weduwnaar van Annetje Jaspersdr, trouwt 12-3-1652 te ’s Gravenzande met
- Maartje Cornelisdr.
Uit dit huwelijk: Annetje Claesdr van der Marck (kw 741).
Het schijnt dat dochter Annetje in 1667 zwaar ziek was en dat voor haar leven werd gevreesd. Het meisje, hooguit 15 jaar oud, laat haar deel van de erfenis over aan haar moeder: Annetje Claesdr. Van der Marck, jongedochter wonende te Monster, ziek te bed liggende, laat al haar roerende en onroerende goederen na aan haar moeder Maertje Cornelis, laatst weduwe van Claes Cornelisz van der Marck, comparants vader zaliger. (Archief ’s-Gravenzande nr 4619-1620). De weduwe Maertje is van plan opnieuw in het huwelijk te treden, nu met Arij Arents, tuinman. Annetje bleef gelukkig in leven, trouwde Simon Arentsz van Eendenburg (kw 740) en werd een van onze voormoeders.
- Jan VAN DUYN 1485.
Uit dit huwelijk: Arij Jansz van Duyn (kw 742)
- Cornelis …. 1487.
Uit dit huwelijk: Wijve Cornelisdr “afkomstig uit Monster” (kw 743)
- Arijen Ansumse SPRONZEN (= 748)
-
Lijsbeth Arijens VAN TEYLINGEN (= 749)
-
Jan Willemsz VAN DAM
- Marijtje LAMMENS.
Ouders van: Appolonia Jansdr VAN DAM (kw 745).
- Cornelis Ijsbrantszn VERGOUDE, trouwt 1632 te De Lier met
- Lijntge Jans
Uit dit huwelijk: Jan Cornelisse Vergoude (kw 746)
- Arent VAN PROOIJEN 1495.
Uit dit huwelijk: Diewertje van Prooijen (kw 747)
- Ansem Jansz VAN DER SPRONSE, ged. 16-10-1588 te Naaldwijk (“Anselmus”), overl 1625 te Honselersdijk, 36 jaar oud, trouwt 20-11-1611 te Naaldwijk met de nog heel jonge weduwe:
- Machtelt Cornelisdr VAN DER MEER, ged. 26-1-1592, overl 23-2-1641, 49 jaar oud.
Uit dit huwelijk: Cornelis, gedoopt te Naaldwijk 22-1-1617. Jong overleden. Arijen (Arent), gedoopt te Naaldwijk 5-5-1619 (kw 1488 en kw 748). Jan, gedoopt te Naaldwijk 4-12-1622. Jong overleden.
Ansem huurde een huis met boomgaard te Honselersdijk. Misschien was hij fruitkweker (zoon en kleinzonen werden marktschipper). Wanneer Ansem overlijdt is zijn zoon Arijen (of Arent) nog pas 6 jaar oud.
Of de 36-jarige Ansem een pest-slachtoffer was, weten we niet. Wel is bekend dat deze gevaarlijke ziekte in 1624 en 1625 weer heftig woedde, vooral ook in Delft en omgeving. Te Delft begon de ziekte onder de daar gelegerde soldaten, te Rotterdam op de oorlogsschepen. In Delft stierven in twee jaar rond 8.000 mensen en dat op een bevolking van ruim 22.000. In Londen overleden in 1625 ruim 35.000 mensen aan de ziekte. De koning verliet de stad en het Engelse parlement verhuisde naar Oxford. Ongeveer 18.000 Londense gezinnen slaan ook op de vlucht, “maar aangezien haast niemand hen wil opnemen, sterven er velen in het open veld.”
Machtelt is rond 33 jaar oud en alweer weduwe. Ze trouwt een derde maal (in ieder geval vóór 25-5-1639, maar ws al veel eerder), nu met Dingenaer Cornelisz. Arijen Anghsompsz., zoon van Machtelt Cornelisdr van der Meer, in echte gewonnen bij wijlen Anghsom Jansz., krijgt voogden toegewezen. Op 25 mei 1639 verklaren de weesmeesters en substituut-baljuw van Monster een akte te hebben gezien en te bevestigen, ondertekend door die voogden, waarin Machtelt belooft haar zoon Arijen “wanneer hij 22 jaar geworden was, ter voldoening van zijn vaders erfdeel 50 Carolusguldens te betalen en daarbij een bed met toebehoren of in plaats daarvan nog eens 50 Carolusguldens” en tot die tijd zou ze hem onderhouden. Arijen is dan juist 20 en volgens de controleurs keurt hij dit contract goed.
In 1641 wordt hij 22 jaar en waarschijnlijk heeft hij de bedragen geincasseerd, want we zien (kw 748) dat hij als jongeman in 1643 twee schuiten koopt en in 1645 een huis en erf aan de vaart te Monster.
- Arie Louwen VAN TEIJLINGEN (Arijen Lourijsz.), kleermaker, herbergier, gehuwd (1) ca 1625 ? met
- Maartje Jacobs
Uit dit huwelijk: Lijsbeth van Teijlingen (kw 749).
Arij VAN TEIJLINGEN gaat 28-1-1652 te Monster in ondertrouw met Haasje Jans. Het huwelijk met Maartje Jacobs en de geboorte van Lijsbeth was in de periode daarvoor.
Hij staat als kleermaker te boek en koopt 2-8-1642 te Monster de herberg “Het Gulden Vlies” van de weduwe Elsgen Cornelisdr van der Kroegh, weduwe van Joris Jans (van Campen). In 1663 staat hij vermeld als rentmeester van de “arme cameren goederen” te Monster. Hij is overleden tussen 14-5-1664 en 19-12-1667.
- (Blase) VOS 1501.
Ouders van: Arij Blase VOS (kw 750).
- Cornelis Willemsz COUCK (ook: Coucxs VAN MAERLEVELT of Van MARELEVELT), getrouwd met
- Machtelt Adams VAN DIJCK
Beiden zijn vóór 28-9-1670 overleden. Per die datum worden de volgende kinderen als erfgenamen vermeld: Adam (Aem) Lijsbet, huwde met Theunis Pouwelsz. Van der CLEY Jannetie, huwde met Jan Gerritsz. MIJNHEER Maertien (kw 751), huwde met Arij Blase VOS (kw 750).
Cornelis woonde minstens in 1648 (akte van belending) te TerHeijde.
- Ary Jacobszoon (van) VREUGDENHIL, geb. te Naaldwijk 1612, arbeider, ovl na 14-1-1673, trouwt 19-8-1640 te Naaldwijk met
- Jannetje Pietersdochter, overleden te Naaldwijk.
Uit dit huwelijk: Willem Ariensz VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 19-8-1640. Pieter Ariensz VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 18-5-1642, trouwt te Naaldwijk op 12-8-1663 met Trijntje Jans VAN DIJCK, afkomstig uit Naaldwijk. Jacob Ariensz Vreugdenhil (kw 752). Heiltje Ariensdr VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 22-12-1647. Grietje Ariensdr VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 26-11-1651. Maartje Ariensdr VREUGDENHIL, gedoopt te Naaldwijk 2-7-1656.
- Jochem Gerritsz VAN OUTSHOORN, ovl te Naaldwijk na 5-12-1649, trouwt 17-1-1638 met
- Maartje Meesen (Meesdochter), gedoopt te Naaldwijk 16-4-1617, ovl aldaar na 5-12-1649, minstens 32 jaar oud.
Uit dit huwelijk: Aerijaantje Jochums VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk 17-1-1638. Maartije Jochums VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk 31-7-1639. Neeltje Jochums VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk maart 1648. Mees Jochumsz VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk 5-12-1649, trouwt op 38-jarige leeftijd 12-8-1668 te Naaldwijk met Maria Pieters VALCK, geboren te Naaldwijk, begraven aldaar 15-3-1702, dochter van Jacob Pietersz VALCK en Maartje Gerrits VAN WESTEN. Geertje Jochums VAN OUTSHOORN, gedoopt te Naaldwijk 24-11-1652 (kw 753). Gerrit Jochums VAN OUTSHOORN, wonend te Naaldwijk, overleden na 3-3-1728, trouwt 23-9-1664 te Delft (gerecht) met Lijsje Jans VAN RIJN, wonend te Naaldwijk.
Tussen kind twee, Maartje, en kind drie, Neeltje, zit een periode van bijna 9 jaar, waarin misschien geboortes mis gingen.
- Yzebrand Cornelisz COREN, geboren 1613/1614, touwslager te Monster, ovl aldaar na 31-7-1677, trouwt (1) te Monster rond 1645 met
- Fijtje Lucasdr VAN DER VLAM, geb ca 1615, ovl te Monster voor 1670.
Uit dit huwelijk: Lucas Ysbrandsz VERKOORN, geb te Monster rond 1645 (kw 754).
Na overlijden van Fijtje gaat Yzebrand 17-7-1670 te Monster in ondertrouw en trouwt hij (2) 24-8-1670 te ’s Gravenzande, ruim 55 jaar oud, met Annetje ARIENSdochter. Hij was touwslager van beroep en volgens een notarisakte verkoopt hij per 31-7-1677 zijn lijnbaan te Monster, hij is dan rond 63 jaar oud.
- Gerrit Rochusz VAN DER VALK, gedoopt te Naaldwijk 5-6-1611, ovl te Blankenburg na 4-7-1663, trouwt 10-5-1637 te Naaldwijk met
- Leuntje …, geb ca 1610, begraven te Naaldwijk 30-11-1644.
Uit dit huwelijk: Lijsbeth Gerritsdr VAN DER VALCK (kw 755).
DJ-LIJN:
- Petrus Rudolphi, geb ca 1620, ovl 4-1-1668, gehuwd met
- Saskia Scheltes Falkenburgh
Ouders van: Rudolphus Petri (kw 824)
- Johannes Petri Bechius, geb 30-6-1613 te Leeuwarden, predikant te Oosthem, ovl 1-12-1664 te Oosthem, trouwt 20-2-1636 te Leeuwarden met
- Titia Tammeri Baerdt, geb 23-10-1617 te Ijlst, ovl 16-6-1663 te Oosthem
Ouders van: Aurelia Bechius (kw 825)
De RK-kerk te Oosthem bracht voor de overgang naar de Hervormde richting 120 goudguldens per jaar op en het vicarisschap 85 goudgulden. Dat was relatief behoorlijk. De Hervormde prediker Feito Riords kwam al in 1565 naar Oosthem en leidde de overgang. De Hervormde gemeente Oosthem-Abbega-Folsgare, met drie kerkgebouwen, was in de eerste Hervormde eeuw geen slechte start voor een jonge predikant. Ook de rijke boeren verlieten de RK-kerk. Stamgrootvader Johannes Petri Bechius werd er de derde predikant na “Hervormer” Feito Riords (Ruurds) die in 1593 naar Woltersum (Groningen) vertrok. Volgens de gegevens beviel de standplaats en bleef Johannes er tot zijn dood in 1664 actief.
- Roeloff Jans, geb. ca 1615 te Rottum/SintJohannesga, trouwt ca 1640 met 2025.
Uit dit huwelijk (minstens): Jan Roeloffs (vermeld 21-7-1662 te Rottum samen met zijn broer Michiel) Michiel Roeloffs (kw 1012).
- Lolcke Bonnes 2033.
Uit dit huwelijk: Bonne Lolckes, geb ca 1650 te Langezwaag (kw 1016).
Generatie 12 (stam-overgrootouders, 2048-4095)
VDH-LIJN:
- (?) Sjoerd Jelgers, geboren 1575, wonend Oostermeerderveen en Oostermeer, schipper, ovl na 1630, trouwt ca 1600 met
- Trijn Tijsses, ovl na 1640.
Uit dit huwelijk: Tijs Sjoerds (kw 1024). Jelger Sjoerds, ovl ca 1670. Getrouwd met Hendrikje Hendriks (?). Krijgen een zoon Hendrik Jelgers, die trouwt met Trijn Lieuwes en ook ca 1670 overlijdt te Witveen. Reinu Sjoerds (dochter, ook: Reinou).
- Tamme Edzes, geboren ca. 1580, “koopman”, ovl na 12-10-1658 te Oostermeer. Trouwt ca 1605 met
- Reinsck (Rinske) Johannes, ovl na 1636.
Uit dit huwelijk?: Lolck Tammes Jantien (Janke) Tammes (kw 1025) Edze Tammes. Vermoedelijk de Edze Tammes, Opeinderveen, die 20-11-1658 trouwt met Ancke Ryencksdr, Veenwouden (trouwregister Gerecht Smallingerland). Gaucke Tammes, geb 1609 te Oostermeer, ovl voor 1654, trouwt ca 1635 te Oostermeer met Dieuwke Minnes. Jacob Tammes, geb 1618 te Oostermeer, schipper.
En in Zuid-Holland: 2680. Pleun Michielsz VAN DER KOOIJ, geb. te Overschie rond 1557, bouwman/kooiker in de polder Schieveen (Zuidpolder van Delfgauw), gezworene en ambachtsbewaarder van Hof van Delft, overl te Delft vrijdag 28-10-1644, ongeveer 87 jaar oud, begraven 1-11-1644 in de Nieuwe Kerk te Delft, trouwt 13-10-1584 in de Nieuwe Kerk te Delft met 2681. Neeltgen Claesdr VAN THOL, geb te Delft, ovl te Delfgauw Zuideinde, begraven 30-9-1606 in de Nieuwe Kerk te Delft. Stamovergrootmoeder Neeltje van Thol had een kort eerder huwelijk voordat ze 13-10-1584 met stamovergrootvader Pleun Michielsz van der Kooij trouwt. Ze was eerder getrouwd met Jacob Gerritsz. Bij tweede huwelijk is Neeltje 27 jaar oud.
Uit huwelijk van Pleun en Neeltgen: Jacob, geb te Delfgauw rond 1585, tr. 22-5-1605 met Hillentjen Joostendsdr VAN DER HOEFF. Uit dit huwelijk zes kinderen: Joost, Gerrit, Neeltje, Sijtgen, Aechje en Marijtje. Jacob wordt slechts 34 jaar oud. Hij woonde op “de Kooijwoning” in de zuidpolder van Delfgauw. In het bedrijf van zijn vader dus. Maritgen, geb te Delfgauw rond 1587, overlijdt voor oktober 1644. Trouwt woensdag 7-1-1609 te Delft met Jacob Ariensz OVERGAEU, bouwman op de boerderij “op den Overgaeu”. Willemken, geb te Delfgauw rond 1589, ovl tussen 18-9-1662 en 9-1-1665, tr. 20-2-1609 te Delft met Jacob Joppen VAN BERCKEL, geb ca 1585, bouwman en schout van Delfshaven, die ca 1632 overlijdt. In 1633 wordt de weduwe Willemken genoemd met 22 morgen land in huur te Beukelsdijk. Ze hertrouwt 17-6-1640 in de kerk te Overschie met Jan Jacobsz VERSCHIE, bouwman, en schout van Beukelsdijk. Haar dochter Neeltje Jacobsdr (BERKEL) trouwt 5-10-1636 te Overschie met Cornelis VAN DER ENT en 29-5-1639 met Arien Dirckszn VAN SCHIE, bouwman te Overschie (daar begraven 22-8-1686). Hun dochter Jannetje Ariensdr VAN SCHIE, kleindochter dus van Willemken, ged 12-8-1646, ovl voor 4-3-1691, trouwt 1-1-1668 te Overschie met Arij Gerritsz KLEIJWEG, geb ca 1640, bouwman, molenmeester aan de Beukelsdijk (1683), ambachtsbewaarder en gaarder van het molen- en penninggeld van Blijdorp (begraven 8-8-1727 te Overschie). Jannetje krijgt een dochter Willemtie Ariendr KLEIJWEGH (Willemijntje Ariens Kleijwegt), ged te Overschie 26-1-1670 (overleden Vlaardingerambacht 6-8-1753), die 15-4-1708 trouwt met Arie Ariensz VAN DEN BERGH, bouwman te Vlaardingerbroek (begraven te Vlaardingen februari 1744). Van hen stamt een VAN DEN BERGH-lijn. Abraham (kw 1340). Claesgen, geb te Delfgauw rond 1593, tr. januari 1618 met Joris Jansz SUIJTMAESLANDT, bouwman. Deze heeft in 1633 te Ackersdijck 24 morgen land in eigendom en 8 morgen in huur. Isaäck, geb te Delfgauw rond 1598, tr. 3-2-1621 te Delft met Jannetgen Ingensdr BRUIJN. Geen kinderen uit dit huwelijk. Ze woonden op een boerderij binnen de stad Delft, aan de oostkant van de Oosteinde tegenover de Broekhuislaan. Hij overlijdt in 1671, ongeveer 76 jaar oud, begraven 3-7-1671 te Delft. Jannetje wordt 26-1-1679 begraven. Aefgen, geb te Delfgauw rond 1596, tr. 31-10-1621 met Pieter Maertensz VAN RUIJVEN, bouwman, wonende te Delft. Ze overlijdt te Delft vrijdag 10-3-1679, ongeveer 83 jaar oud. Gabriël, geb te Delfgauw (Hof van Delft) rond 1598, “bouwman op de Cartuizerswoning buiten de watersloot te Delft”, begraven 6-1-1668 te Delft (Nieuwe Kerk), tr. 21-2-1624 te Delft (Nieuwe Kerk) met Machelt Claesdr LANGELAAN uit Pijnacker. Ze krijgen de kinderen: Jacob (jong overleden), Jacob, Cornelis, Arie, Pleun en Annetgen (1639). Moeder Machelt overlijdt, ongeveer 43 jaar oud, met kind in het volgende kraambed (1643). Zij wordt 5-8-1643 begraven te Delft (Nieuwe Kerk). Dochter Annetgen wordt slechts 8 jaar oud en wordt zondag 6-10-1647 begraven in de Nieuwe Kerk te Delft.
Stamovergrootvader Pleun Michielsz wordt vermeld als “bouwman, kooiker, gezworene en ambachtsbewaarder van Hof van Delft”. De familienaam VAN DER KOOIJ startte waarschijnlijk bij hem omdat hij op de Kooijwoning in de zuidpolder van Delfgauw onder Hof van Delft kwam te wonen. Deze eendenkooi (voor het vangen van wilde eenden) aan de rand van de hofstad Delft speelde uiteraard een belangrijke rol in de aanlevering van gevogelte voor braad- en braspartijen.
Wanneer je de hierboven genoemde jaartallen legt naast die van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en er rekening mee houdt dat stamovergrootvader Pleun en gezin zich in en rond Delft ophielden:
Pleun trouwt 13-10-1584 in de Nieuwe Kerk te Delft. Dat is drie maanden nadat te Delft PRINS WILLEM VAN ORANJE door Balthasar Gerards werd doodgeschoten (dinsdagmiddag 10-7-1584). Deze Prins, “Vader des Vaderlands”, werd in die Nieuwe Kerk begraven en sindsdien worden (vrijwel) alle Oranjes daar na overlijden in de crypte gelegd. Pleun trouwde er toen de moordaanslag nog vers in het geheugen lag. Zijn kleindochter Annetgen wordt in dezelfde kerk begraven zondag 6-10-1647, op 8-jarige leeftijd. Dat is enkele maanden voordat de Tachtigjarige Oorlog via het Verdrag van Münster definitief tot een einde komt en de Spaanse koning zijn aanspraken op de Nederlanden laat varen. In de Oranjecrypte zijn inmiddels ook de lichamen van de Oranjezonen PRINS MAURITS en PRINS FREDERIK HENDRIK bijgezet, die als legeraanvoerders voor dit eindresultaat zorgden. Frederik Hendrik werd 29-1-1584 te Delft geboren en was 5 maanden toen zijn vader werd neergeschoten.
- Job Cornelisz VERBOON, geb ca 1580 te Bleiswijk, “bouwman”, ovl te Pijnacker voor 1623, ongeveer 43 jaar oud, was getrouwd met
- Annetje Huibrechtsdr DE BEIJE, “landbouwerse”, geb ca 1578 te Pijnacker, ovl te Pijnacker voor 3-5-1658, ongeveer 80 jaar oud.
Ouders van Maertgen Joppen Verboon (kw 1341).
Was het huwelijk tussen Job en Annetje een “jeugdhuwelijk” vanwege familiale belangen? Het zou rond 1590 zijn gesloten toen beiden slechts 10-12 jaar oud waren. Na overlijden van Job Verboon trouwt Annetje 6-8-1623 te Pijnacker (ondertrouw 16-7-1623 Zoetermeer) met Pieter INGENSZ, geb te Zoetermeer, “bouwman te Nieuwkoop”, ovl te Pijnacker na 1-4-1666.
2964. Cornelis Jansz VAN DER MAR(C)K, geboren 1581, ondertrouwd 1608 met 2965. Maartje Jacobsdr
Uit dit huwelijk: Jeroen Cornelisz VAN DER MARCK, geb ca 1608, ondertrouwd 23-12-1628 te Delft, gehuwd 14-1-1629 te Leiden met Elsgen Heijndricx EYGERHORST, geboren te Leiden. Zij krijgen een zoon Johan Jeroensz VAN DER MARK Jan Cornelisz VAN DER MARCK, geb ca 1615, gedoopt 1640 te ’s-Gravenzande waar hij toen woonde en gehuwd was (naam echtgenote niet bewaard gebleven). Krijgt een zoon Cornelis Jansz en dochters Maartje, Neeltje en Barbara. Claes Cornelisz VAN DER MARCK (kw 1482) Cornelis Cornelisz VAN DER MARCK, geb ca 1618, ondertrouwd 28-3-1643 te Delft met Annitge Fransz. Een zoon Pieter Cornelisz. Floris Cornelisz VAN DER MARCK, geb ca 1620, begraven 11-4-1673 te Delft, getrouwd januari 1645 te Delft met Marijtgen Jacobs, begr 30-4-1673 te Delft. Zij krijgen een zoon Simon Florisse en dochters Annetge en Neeltje. Neeltje Cornelis VAN DER MARCK, begraven 7-6-1691 te Delft, gehuwd met Maerten VAN ROSSEM.
- Ansem Jansz VAN DER SPRONSE (= 1496)
- Machteld Cornelisdr VAN DER MEER (= 1497).
Ouders van Arijen Ansumse SPRONZEN (kw 748). Diens zoon Laurens (kw 374) krijgt een dochter Geertje van Spronsen (kw 187) die trouwt met Arent Willemsz van Spronsen (kw 186), een kleinzoon van Anxem (kw 744), de broer van Laurens. Vanwege het samenkomen van deze twee takken dubbele meldingen in de kwartierstaat ook voor Ansem en Machteld.
- Jan Aertsz. (Arentsz.) (VAN DER SPRONSE), geb ca 1550 te Monster, begraven 15-4-1620 te Naaldwijk (“Jan Aertsz. in Naeltwijckerbroek”), trouwt 5-2-1575 te Naaldwijk met
- Marritgen Ansemsdr, begraven 17-4-1597 te Naaldwijk.
Uit dit huwelijk: Cornelis Jansz. SPRONSE, woonde ca 1620 te Honselersdijk, gebruikte diverse percelen land tussen de Mariëndijk en (Middel-)Broekweg bij Honselersdijk. Agata, gedoopt 7-4-1585 te Naaldwijk. Ansem Jansz van der Spronse (kw 1496 en kw 2976). Gedoopt 16-10-1588 te Naaldwijk.
In 1586 wordt over Jan Aertsz vermeld dat hij woont in Naaldwijkerbroek in de ban van Wateringen. Daar is hij tot zijn dood in 1620 blijven wonen.
De grafsteen van stamovergrootmoeder Marritgen Ansemsdr valt nog steeds te bezichtigen. De steen is ingemetseld in de muur van het Westlands Streekmuseum te Naaldwijk en draagt de tekst: “Hier leijt begraven Martgen Anssems dochter die huisvrou van Jan Aertsz starf den 12 april anno 1597”.
- Cornelis Adriaensz VAN DER MEER
- Anna Jansdr
Uit dit huwelijk: Machteld Cornelisdr VAN DER MEER (kw 1497 en 2977).
Beide zijn voor 10-10-1629 overleden. Want toen verkocht dochter Machtelt als erfgename hun huis te Naaldwijk. Zij was toen weduwe van Ansem Spronzen (kw 1496 en 2976) en nog niet hertrouwd (derde huwelijk).
- Willem Pietersz. COUCK 3005.
Ouders van: Cornelis Willemsz. COUCK (VAN MARELEVELT) (kw 1502)
- Jacob Jacobsz, ovl te Naaldwijk in 1612, trouwt te Naaldwijk 15-7-1607 met
- Heiltje Willemsdr, ovl na 1612.
Het huwelijk duurt slechts kort door overlijden van Jacob, maar leidt toch tot 3 kinderen: Jacob Jacobsz, gedoopt te Naaldwijk 8-2-1609. Maria Jacobsdr, gedoopt te Naaldwijk 1-8-1610. Arij Jacobsz (van) VREUGDENHIL, geboren te Naaldwijk in 1612 (kw 1504).
- Mees Joriszn VAN DER HORST, ovl te Naaldwijk rond 1630, trouwt te Naaldwijk 13-11-1611 met de 24-jarige
- Geertje Gerritsdr, gedoopt te Naaldwijk 19-1-1587, begraven te Naaldwijk 9-1-1654.
Uit dit huwelijk: Maartje Meesen, gedoopt te Naaldwijk 30-9-1612, jong overleden. Willem Meesen, gedoopt te Naaldwijk 8-3-1615. Trijntje Meesen, gedoopt te Naaldwijk 27-3-1617. Maartje Meesen, gedoopt te Naaldwijk 16-4-1617 (kw 1507). Gerrit Meesen, gedoopt te Naaldwijk 22-3-1620. Jacob Meesen, gedoopt te Naaldwijk 27-10-1624. Baertgen Meesen, gedoopt te Naaldwijk 19-10-1625.
- Lucas Willemsz VAN DER VLAM, geb ca 1588, ovl te Monster voor 10-6-1629, trouwt, na een eerste huwelijk, ca 1610 met
- Heijltge Gerritsdr CRAECKER, ovl te Monster na 7-12-1641.
Uit dit huwelijk: Fijtje Lucasdr VAN DER VLAM (kw 1509).
- Rochus Jansz VAN DER VALCK, geboren te Maasland, ovl te Naaldwijk rond 1615, trouwt te Naaldwijk 30-5-1610 met schippersdochter
- Neeltje Gerritsdr, geboren te Naaldwijk, begraven aldaar 16-3-1640.
Uit dit huwelijk: Gerrit Rochusz VAN DER VALCK, gedoopt te Naaldwijk 5-6-1611 (kw 1510).
Door relatief jong overlijden van Rochus duurde het huwelijk maar kort. Misschien was Gerrit het enige kind. Neeltje trouwt 24-9-1617 te Naaldwijk met Arij Harmensz VAN DIJCK.
DJ-lijn
- Pytter Pytters, geb ca 1578, trouwt met
-
Eva Jans, ovl na 1668 Uit dit huwelijk: Johannes Petri Bechius (kw 1650)
-
Tammerus Gerardi POUTSMA, geb ca 1575 in Reiderland (Oost-Groningen/Duitsland), predikant te Ijlst, ovl 17-7-1644 te Ijlst, trouwt 16-10-1603 te Joure met
-
Eelckien Sybrands BAERDT, geb ca 1585, ovl ca 1650 Uit dit huwelijk: Titia Tammeri Baerdt (kw 1651), geb 23-10-1617 te Ijlst, Abrahamus Tammus Poutsma, geb ca 1620 (?) te Ijlst. Wordt predikant te Haskerdijken (1651), te Haskerhorne (1664). Met emeritaat per 29-4-1697. Overlijdt na 1700 te Gorredijk, waar zijn zoon Tammerus POUTSMA het notarisberoep uitoefende. Gesteld wordt dat Tammerus sr nog eigenaar was van Poutsma State te Wierum (Westdongeradeel). Toen hij in 1603 te Joure trouwde, was hij daar jong predikant. Hij stond vervolgens te Ijlst 1604-1644.
-
Jan Meinesz, geb. ca 1590, trouwt met
- Trijn Michielsdr
Uit dit huwelijk: Roeloff Jans (kw 2024).
Jan Meinesz en zijn schoonvader Michiel Hannes (kw 8098) worden in SintJohannesga vermeld. Het kan zijn dat men van daaruit naar het nabij gelegen Rottum vertrok.
- Bonne Jeipsz
- Geeske Jansdr
Uit dit huwelijk: Lolcke Bonnes (kw 2032).
Bonne Jeipsz is waarschijnlijk rond 1590 geboren. Hij was eerst getrouwd met Foock Jansdr die te Nijbrongerga overleed. Geeske Jansdr is ook nog getrouwd geweest met ene Claes Jansz die te Ter Idzerd is overleden.
Generatie 13 (stam-betovergrootouders, 4096-8191)
VDH-LIJN:
- (?) Jelger Sjoerds, geboren in 1548, trouwt rond 1572 met
-
Hendrikje Hendriks, afkomstig uit Witveen, geboren ca 1550. Uit dit huwelijk: Sjoerd Jelgers (kw 2048)
-
Tys
-
Reinu ? Uit dit huwelijk: Trijn Tijsses (kw 2049)
-
Edze Gercks, geb ca 1545. Trouwt 1570 te Oostermeer met
-
Marie (Marijke, Maaike) Eelckes, geb ca 1548 te Garijp, ovl voor 1614. , Edze vóor 1614. Uit dit huwelijk: Eelke Edzes (boer), Appollonia Edzes (geb 1576 te Oostermeer, trouwt ca 1598 met Sicke Harckesz), Gerck Edzes (geb ca 1590, geh voor 1622 met Antje Pieters), Tamme Edzes (kw 2050).
-
Johannes 4103.
Uit dit huwelijk: Reinsck Johannes (kw 2051).
ZUID-HOLLAND:
- Michiel Harmensz (VAN DER KOOIJ), geb te Overschie rond 1524, bouwman in de polder Schieveen onder Overschie ter hoogte van de Zweth, hij had 48 morgen grond. Trouwt 1555 met
- Aefgen Grabielsdr, geb te Rodenrijs, ovl na (?) 10-3-1578 te Overschie.
Uit dit huwelijk (minstens) de zonen: Pleun Michielsz (VAN DER KOOIJ), geb rond 1557 te Overschie (kw 2680) Harmen-Michielsz (VAN DER SWETH), bouwman, geb 1571/1572 te Overschie, ovl te Overschie. Gehuwd met Ariaentgen Dirksdr VAN DIJCK, dochter van Dirk Claasz VAN DIJK en Rusje Pietersdochter. In ieder geval een zoon Pieter Harmens van der Sweth, die 11-4-1638 trouwt met Ingetje Claes. Arij-Michielsz. Stambetovergrootvader Michiel Harmensz wordt genoemd als “alderman” te Overschie in 1599, was in 1616 “omtrent twee ofte drie ende negentig jaeren oud” en nog in leven. Hij overlijdt voor 30-4-1618 te Overschie.
Zoon Pleun ging op de kooikerswoning bij Delfgauw wonen (zie kw 2680). Zoon Harmen bleef in het boerenbedrijf van zijn vader aan het riviertje de Zweth. Terwijl de nakomelingen van Pleun de familienaam VAN DER KOOIJ kregen, kregen die van Harmen de familienaam VAN DER SWETH. De derde zoon, Arij, kreeg geen (geëchte) nakomelingen. Hij bleef ongehuwd en had een eigen boerderij in de Schieveen-polder. Waar hij 1641 overleed.
- Claas Hendriksz van T(H)OL, in 1578 gemeld als “welgeboren man” te Benthuizen (oostelijk van Zoetermeer), was hij belastinginner/tolhouder?, ovl aldaar ca 1590, gehuwd met
- Aagje Clasen (Claesdr), ovl te Benthuizen voor 9-1-1600.
Ouders van Neeltje VAN THOL (kw 2681).
- Huibrecht Pietersz DE BIJE, geb in Pijnacker, woonde daar, in Zoetermeer, vervener in Catwijk onder Pijnacker, in Zoetermeer, bouwman en schepen te Zoetermeer, en Zegwaard, ovl te Zegwaard ca 1627, gehuwd rond 1569 te Pijnacker met
- Ingetje CRYNEN, geb in Pijnacker, ovl te Zegwaard voor 8-5-1634.
Uit dit huwelijk: Abraham Huijbrechts de Bije, geb rond 1570 te Pijnacker Pieter Huijbrechts de Bije, geb rond 1572 te Pijnacker Annetje Huibrechtsdr de Beije, geb rond 1578 te Pijnacker (kw 2683). Sara Huijbrechts de Bije, geb rond 1581 te Pijnacker Hester Huijbrechts de Bije, geb rond 1584 te Pijnacker Marijtje Huijbrechts de Bije, geb rond 1587 te Pijnacker Geertrui Huijbrechts de Bije, geb rond 1590 te Pijnacker. Overl aldaar in 1636, ongeveer 46 jaar oud. Was getrouwd met Jan Jacobs ROBOL, geb rond 1590 te Pijnacker, woonde Achter Clapwijck, kerkmeester te Pijnacker, ovl 1652, ongeveer 62 jaar oud. Hij was zoon van Jacob Janssen ROBOL (“Heilige Geestmeester”) en Nelletgen Claesdr CHIJS. Geertrui en Jan Jacobs kregen over de periode rond 1612-rond 1623 tien kinderen Robol: Jacob, Sara, Maartje, David, Abram, Cornelis, Trijntje, Maarten, Willem en Jan.
-
Jan (Cornelisz?) VAN DER MARK, geb ca 1545 5929. Uit dit huwelijk: Cornelis Jansz VAN DER MARK (kw 2964)
-
Jacob 5931. Uit dit huwelijk: Maartje Jacobsdr (kw 2965)
-
Aert Corneliszn (VAN DER SPRONSE), geb ca 1535 te Naaldwijk, overl aldaar na 1561, trouwt met 5985.
In 1561 gebruiker van 2 morgen land van de graaf van Arenberg, waarop een eigen huis staat, gelegen in Opstal bij Naaldwijk.
Uit dit huwelijk: Adraen Aertsz., in 1586 wonend in Opstal, begraven 31-12-1616 te Naaldwijk, trouwt 1581 te De Lier met Neeltgen Franssendr. Pieter Aertsz SPRONSEN, in 1586 wonende op de Korte Broek te Naaldwijk, trouwt met Claesje Jansdr. Jan Aerts VAN DER SPRONSE (kw 2992), trouwt 5-2-1575 te Naaldwijk met Marritgen Amsemsdr. (kw 2993).
- Pieter Florisz. COUCK, “beleend 1585, ovl 1602” 6009.
Uit het huwelijk: Jan Willem (kw 3004)
- Willem (van der Vlam), gehuwd met
- Weijntgen Cornelis. Na overlijden van Willem trouwt zij Gerrit Floriszn.
Uit huwelijk van Willem en Weijntgen: Lucas Willemsz VAN DER VLAM (kw 3018).
- Gerrit Jans, schipper, overleden te Naaldwijk voor 8-7-1636, trouwt 29-4-1584 met
- Baertjen Dircx, ovl te Naaldwijk voor 8-7-1636.
Uit dit huwelijk: Neeltje Gerrits, geboren te Naaldwijk ca 1690 (kw 3021).
DJ-LIJN:
- Gerardus Tammonis, geb ca 1550 6605.
Uit dit huwelijk: Tammerus Gerardi (kw 3302)
Over deze stam-betovergrootvader (DE JONG-lijn) moeten nog meer gegevens worden gevonden. Eigenaar van POUTSMA-state te Wierum (Westdongeradeel)? Uitgeweken naar Embden tijdens de godsdiensttwisten? In Reiderland werd ca 1575 zijn zoon Tamme Gerrits geboren oftewel Tammerus Gerardi (kw 3302), die later Hervormd dominee werd in het Friese stadje Ijlst. Een voorvader van de POUTSMA-familie.
- Sybrandt Sjoerds BAERDT, geb ca 1550, meester in de rechten, notaris te Arum (vermeld 1582), advocaat voor het Hof van Friesland (1591), ovl ca 1592, trouwt 21-11-1583 met
- Tiedcke FROMA, geb ca 1550, ovl 25-4-1616
Uit dit huwelijk: Eelckien Sybrands BAERDT (kw 3303)
Na overlijden van Sybrandt trouwt Tiedcke 21-11-1593 met Jan HOOCH (Hoeck).
- Michiel Hannes, geb. ca 1565, trouwt met
- Rits Annedr.
Uit dit huwelijk: Trijn Michielsdr (kw 4049). Michiel Hannes wordt in SintJohannesga vermeld. Generatie 14 (stam-oudouders, 8192-16383)
VDH-LIJN: In Friesland (rond Bergumermeer/Oostermeer):
-
Sjoerd (Sierdt, Syert), geboren ca 1520 8193. Uit dit huwelijk: Jelger Sjoerds (kw 4096) ??
-
Gerck, geboren ca 1520 8201. Uit dit huwelijk: Edze Gercks (kw 4100)
-
Eelcke (Douwes), geboren ca 1520. Bij de personele impositie van 1578 te Garijp: Eelcke Douuwsz (1 Cg, 5 st) 8203. Uit dit huwelijk: Marie Eelckes (kw 4101)
In Zuid-Holland:
- Harmen Dirkxsz, geboren 1492 (?), bouwman in Schieveen onder Overschie, ovl 7-2-1-1580 te Overschie, gehuwd met
- Maritgen Jacobsdr, geb ca 1490, ovl 20-2-1591 te Overschie
Uit dit huwelijk (minstens): Michiel Harmensz (kw 5360)
Ouders van stambetovergrootvader Michiel Harmensz (VAN DER KOOIJ) die rond 1524 te Overschie werd geboren. Waarschijnlijk nam deze het agrarisch bedrijf van zijn vader over of een deel ervan. Stamoudvader Harmen Dirkxsz kan begin 16de eeuw in de omgeving van Delft al een (relatief) redelijk belangrijke pachtboer zijn geweest. Vandaar dat we zijn naam en die van zijn vrouw, een van onze stamoudmoeders, in de litteratuur tegenkomen. Voor het gemak van onthouden stel ik dat deze stamoudvader in 1492 is geboren (“Columbus ontdekt Amerika”). Rond 1490 in ieder geval.
-
Gabriël Adriaenszoon, landbouwer, landeigenaar en pachter te Berkel, ovl te Berkel (Rodenrijs) voor 10-3-1578. Tweede huwelijk met 10723. Uit dit huwelijk: Aefgen Grabelsdr (kw 5361)
-
Hendrik (VAN TOL), ca 1520 (?, Benthuizen?) 10725. Uit dit huwelijk: Claas Hendrikszn VAN TOL (kw 5362)
-
Pieter Claasz DE BEIJE, landbouwer aan de Zegwaardse Wallen, ovl te Zegwaard voor 26-2-1619, getrouwd met (naam onbekend):
-
…. Uit dit huwelijk: Huibrecht Pietersz de Beije (kw 5366).
-
Crijn (Queijering) Cornelisz GORTER, ovl te Zegwaart voor 20-10-1607, trouwt met
- Lijsbetgen (Lijsbeth) Jorisdr., ovl als weduwe tussen 3-3-1609 en 2-5-1610, begraven te Zoetermeer. Uit dit huwelijk: Ingetje Crijnen (kw 5367).
Stamgrootvader Crijn Cornelisz GORTER had zoals velen in de omgeving in 1572-1573 zijn directe bijdrage aan de oorlogsinspanningen te leveren, volgens de rekeningen van ruitergelden die in 1572-1573 waarschijnlijk door Cornelis Vranckez BIJL, schout van Zegwaart, zijn opgesteld betreffende inkwartieringskosten, die het dorp moest maken. Van 11-11-1572 tot 12-7-1573 belegerden Spaanse legers de stad Haarlem. De toestroom van soldaten moest tot in verre omgeving worden opgevangen. Het inkwartieren was niet gratis. In de rekeningen komt stamgrootvader Crijn voor: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaeten vier daegen met een jongen, twe daegen, beloept an gelt met een vrou eenen dach 4 gulden 15 st.” Genoemde jongen zal wel de wapens hebben moeten poetsen of de paarden verzorgen en wat die vrouw-van-éen-dag er had te zoeken, blijft uiteraard een raadsel. In dezelfde rekeningen komt te Zegwaart ook Gerrit Cornelisz GORTER voor, wellicht een broer van Crijn. Ook hij herbergde “twe soldaeten met een vrou ende een jongen vier daegen met noch een jongen beloept an gelt 7 gulden.”
Met een week inkwartiering was het voor de GORTERS en ook andere gezinshoofden te Zegwaard niet gedaan. Wanneer onder hopman Munter een nieuwe lichting via Zegwaard passeert, is stamgrootvader Crijn opnieuw de klos: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt een soldaet met een vrou en een jongen 4 1/2 dach”. Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt van hopman Munter een soldaet met een vrou, een jongen 6 daegen noch een jongen twe daegen compt 6 ½ gulden”.
En later bij nieuwe passages: Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaten compt 25 st.” Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt 2 soldaten, een vrou.” Crijn Cornelisz GORTER “heeft gehadt twe soldaten met een jongen.” (Rekeninck van de soldaten in Zegwaert van hopman Geleyn).
De kosten werden deels betaald via een belasting (dorpssteek), deels door betaling vanuit de “schatkist” van de “Conincklijcke Majesteyt” (Filips II, de koning van Spanje, vulde die schatkist uiteraard niet zelf).
- Cornelis Spronxsz., geb ca 1510, trouwt (tweede huwelijk) met
- Adriana Arentsdr
Uit dit huwelijk: Aert Corneliszn van der Spronse (kw 5984).
Cornelis Spronxsz woont in 1561 te Honselersdijk. Overleden na 31-5-1592.
DJ-LIJN:
- Sjoerd Tiettes BAERDT, geb ca 1520, diverse functies, woonde te Marssum, ovl na 1572 (Syuerdt), trouwt voor 1553 met
- Eelck, geb ca 1520
Uit dit huwelijk:
Sakes Sjoerds Baerdt, ovl voor 23-6-1602 Hobbe Sjoerds Baerdt Sybrand Sjoerds BAERDT (kw 6606) Rienck Suerdts Baerdt, trouwt Rientje DOUMA VAN OENEMA, zij krijgen een zoon Uccke Riencks BAERDT.
-
(Jo)hannes, geb. ca 1540 (?), vader van Michiel Hannes (kw 8098).
-
Anne, vader van Rits Annedochter (kw 8099).
Generatie 15 (stam-oudgrootouders, 16384-32767)
VDH-lijn:
-
Dirck, geb. ca 1460 (stamvader VAN DER KOOIJ-lijn) 21441. Vermoedelijk was hij al boer in de polder bij Overschie. Vader van Harmen Dirkxsz (kw 10720).
-
Jacob 21443. Uit dit huwelijk: Maritgen Jacobsdochter (kw 10721)
-
Adriaen 21445. Uit dit huwelijk: Gabriël Adriaenszoon (kw 10722)
-
Claas Pietersz (DE) BIJE, ovl voor 1561, in 1531 vermeld als landbouwer aan de Binnenweg in Zegwaard 21465. Uit dit huwelijk: Pieter Claasz de Bije (kw 10732)
-
Cornelis (GORTER) 21469.
Ouders van Crijn Cornelisz Gorter (kw 10734) en wellicht ook van Gerrit Cornelisz Gorter te Zegwaard (zie inkwartieringskosten 1572-1573, bij Crijn vermeld).
Omdat de familienaam GORTER in die tijd te Zegwaard al duidelijk in vast gebruik was, valt aan te nemen dat ook stamoudgrootvader Cornelis deze naam al droeg. Was hij of een andere voorvader gortmaker/pelmolenaar? Dit is heel waarschijnlijk.
-
Joris 21471. Uit dit huwelijk: Lijsbeth Jorisdr (kw 10735)
-
Spronc, geb. ca 1480. 23937. Uit dit huwelijk: Cornelis Sproncszn (kw 11968)
-
Arent, geb. ca 1480. 23939. Uit dit huwelijk: Adriana Arentsdr (kw 11969).
DJ-lijn:
- Tiette Folperts BAERDT, geb ca 1481, boer op Baarderburen onder Arumovl ca 1545, trouwt ca 1515 met
- Duedt Sjoerdsdr. (AESGAMA), geb ca 1490, ovl na 1551
Uit dit huwelijk: Folpert Tiettes BAERDT, kerkvoogd (1560) te Arum, “gaeman” (1561), kerkvoogd (1569), volmacht van Wonseradeel (1572), overleden te Arum tussen 1582 en 1586. Getrouwd met (naam onbekend). Vader van Tiette Folperts BAERDT, deze was dorpsrechter te Arum (1581), secetarius van Menaldumadeel (1598), getrouwd met Rinske Claeses MEYLSMA. De zoon uit dit huwelijk, Folpert Tiettes BAERDT, geboren ca 1587 was volmacht van de Vijfdeelen Zeedijken (1614) en werd ook secretaris van Menaldumadeel (1641, 1649), trouwde (1) met Antie Hettus, van Marssum, ovl 1617, en (2) in 1621 met Sytske Laeses BAERDT, geb 1595, dochter van Laes Lieuwes en Eelck Foppes BAERDT. Sjoerd Tiettes BAERDT (kw 13212) Frans Tiettes BAERDT, ovl in 1558, trouwt met Tijam Sijbedr., ovl na april 1558 en voor 1565. Uit het huwelijk: Gerlof Fransen Baerdt, Rixt Fransdr. Baerdt en Doed Fransdr. Baerdt. Frans Tiettes wordt (1547, 1555) vermeld te Salwerd, buurschap direct ten oosten van Franeker, in 1552 “bloedmomber” over de wezen van Epe Abbes (ws zijn neef) en Ambrosia Romckedr te Welsrijp. Offke Tiettes (ook zoon? Staat niet vast. Wordt 1576 te Arum vermeld.)
In 1550 verkoopt Duedt Syuerdtsdr ,weduwe van Tiette Baerdt, een losrente uit een deel van AESGAMAZATHE in de Poelen onder Dronrijp. Suyrdt AESGAMA (neef of broer?) is voor 1556 huurder van deze zathe en sinds 1556 eigenaar.
Het is nog niet definitief duidelijk hoe de familienaam Baerdt tot stand kwam. Het heeft niets met baard (haar rond de onderkin te maken). Sprake is van een eigenerfd geslacht te Oosterend (vgl Folpert (kw 52848)) en het kan zijn dat Tiette de afkomstnaam meenam toen hij zich te Arum vestigde (Baarderburen). Zijn zonen Sjoerd (kw 13212) en Frans droegen de naam Baerdt toen ze zich tussen Franeker en Leeuwarden gingen vestigen, Sjoerd te Marsum en Frans te Salwerd.
Generatie 16 (stam-oudovergrootouders, 32768-65535)
VDH-lijn Zuid-Holland:
- Pieter DE BIJE, ca 1450 (?) 42929. Uit dit huwelijk: Claas Pietersz de Bije (kw 21464)
Stamoudovergrootvader Pieter, één van onze circa 16.000 stamoudovergrootvaders, ontspringt de vergetelheid dankzij het patroniem van zijn zoon. Heette hij al DE BIJE of DE BEYE? De naamsdeskundigen van het Meertens Instituut vermoeden twee mogelijke herkomsten van deze (aloude) familienaam: “1. Patroniem in onverbogen vorm bij de voornaam Beij(e), een klankvariant van Baij(e) of Boij(e), op zich naamvormen die uit verschillende namen kunnen zijn voortgekomen, zoals uit de Germaanse naam Baio, uit een Bern-naam (bv. Bernard) of via Boidin uit Baldwin (Boudewijn). 2. Evenals de lidwoordvorm De Beij, in samenhang met De Baaij of De Booij, ontstaan uit: -mnl. bay = roodbruin (De Roodbruine); vgl. Beijaard. – mnl. boy = jongen, broer, knaap; vgl. het Engelse woord ‘boy’.” Dat geeft niet zoveel verklaring dus. Was Pieter een rossig (roodbruin) type?
DJ-lijn: Friesland Westergo:
-
Folpert Tiettezn, geb in Schingen bij Dronrijp, in 1511 genoemd als meier te Oosterend. 52849. Ouders van: Tiette Folperts BAERDT (kw 26424)
-
Sjoerd AESGAMA, ook genoemd Sjoerd in de Poelen, geb ca 1463, “in de Poelen” bij Dronrijp, ovl (gesneuveld) 16-7-1500
- Doedt Offkes DOTINGA, ovl na 1511
Ouders van: Duedt Sjoerdsdr. (Syuerdtsdr.) (kw 26425)
Stamoudovergrootvader Sjoerd in de Poelen werd slechts 37 jaar oud. Hoe kwam dat? In 1493 vindt de Duitse keizer Frederik III dat het onderlinge gedonder in Noord-Nederland maar eens uit moet zijn. De partij van de Vetkopers had in de jaren ervoor de Groningers bij hun strijd tegen de Schieringers te hulp geroepen en dat had succes gehad, in die zin dat Groningse legertjes heel Oostergo en een deel van Westergo terroriseerden. De keizer stuurde gezant Otto van Langen naar Zwolle en riep gemachtigden van Groningen en van Sneek (Schieringerpartij) op daar te verschijnen “en hunne aangelegenheden open te leggen”. Formeel gold het hele gebied immers als onderdeel van het keizerrijk, al toonden de opeenvolgende keizers meestal weinig belangstelling. Keizer Frederik III deed dat nu dus wel. De Schieringers vaardigden Douwe, pastoor van Ytens, “een geleerd heer”, af als hun voornaamste woordvoerder. Pastoor Douwe bleek zo’n goede pleiter “dat de Keizer, van de onregtvaardigheid der Groningers overtuigd, een nader onderzoek over die belangrijke zaak instelde.” Voordat dit kon worden afgerond, overleed de keizer. Zijn zoon Maximiliaan volgde hem op.
Hoewel de Groningers/Vetkopers misschien anders hadden verwacht, bleek de nieuwe keizer het “Friese” beleid van zijn vader een direct vervolg te geven. Zonder het beloofde nader onderzoek. Gezant Otto van Langen wordt eind 1493 er opnieuw op uitgestuurd “om de Friezen te doen weten, dat het de ernstige wil des Keizers was, dat zij alle tweedragt vergeten, eenen Potestaat uit hun midden, volgens oud vaderlijk gebruik, verkiezen en aan denzelven gehoorzaamheid bewijzen zouden; indien zij zich hiertoe niet lieten bewegen, zou de Keizer eenen heer naar zijn believen over Friesland aanstellen, en hen tot onderwerping dwingen.”
Pastoor Douwe had vermoedelijk goed duidelijk kunnen maken dat het om een Friese aangelegenheid ging en dat de Groningers onterecht erbij waren gehaald. Op 1 januari 1494 belegt de keizerlijke gezant te Sneek een landdag, “waar de voorname hoofden der Schieringers verschijnende, terstond eenen Potestaat kiezen, namelijk Juw of Julius Dekama, heerschap te Baard, die zich in de heerschende twisten zeer onzijdig en vredelievend had gedragen. Op den 14 Januarij had er een landdag te Bolsward plaats, en hier verschenen, behalve eenige Schieringers, de voornaamste hoofden der Vetkoopers, die, wel verre van Dekama als Potestaat te willen erkennen, spoedig alle onderhandelingen met de keizerlijke gezanten afbraken, zoodat van Langen zich gelukkig rekende, van behouden te Deventer te komen, waar hij wel nogmaals eenige edelen ter onderhandeling ontbood, doch zonder eenig gevolg.” Terwijl gezant van Langen de keizer ging berichten, dat zijn missie om de tweedracht onder de Friezen op te heffen, niet was geslaagd, gingen de Vetkopers/Groningers verhevigd met moord en brandstichting tegen de Schieringers te keer. Zo kwam het tweede deel van de “ernstige wil des Keizers” in werking. Hij wijst zijn ijzervreter, legerleider Hertog Albert van Saksen, aan tot landvoogd over Friesland “om de Friezen tot onderwerping te dwingen.”
Hoe kwam het nu dat stamoudovergrootvader Sjoerd in de Poelen op 16-7-1500 moest sneuvelen? Hertog Albert kreeg zijn benoeming in 1495 en bevond zich op dat moment al met een leger in Holland, maar hij pakte het strategisch aan. Hij stak de Zuiderzee niet over, terwijl de Schieringers hem toch als steun in de rug beschouwden. Zij keken nu ook over de grens en “verzamelden in Overijssel en Gelderland eenen hoop krijgsvolk onder de overste Nittert of Nuttert Fox, van geboorte uit Frankenland afkomstig, welke, in Friesland aangekomen, grooten schrik onder de Vetkoopers verspreidde.” De Schieringers hadden uiteraard niet verwacht dat dit huurleger voor eenzelfde schrik zou zorgen binnen hun eigen gebied (Zuiderzeekust, Wymbritseradeel rond Sneek, Gaasterland, Lemsterland). De huurlingen gingen in dat gebied erger te keer dan in de door de Vetkopers/ Groningers beheerste gebieden. Op 1 januari 1496 deed het leger wel een poging om Leeuwarden te overvallen, “doch tot het Galgeveld genaderd zijnde, overkwam hen plotselijk een geweldig onweder van regen en wind, dat hen niet alleen belette in hun voornemen, maar ook den moed benam, zoodat zij, na een molenhuis in brand gestoken te hebben, om zich te verwarmen, daardoor de burgerij tegen zich op de been bragten, die hen ijlings wegjaagden, en weder naar Sneek deden vluchten. De Groningers, voor het verlies van Leeuwarden beducht, zonden een groot aantal volks naar die stad, die er den geheelen winter stil bleven liggen, tot groote schade en kosten, gelijk ook tot misnoegen der stedelingen, die zich niet weinig over hunne verbindtenis met de Groningers beklaagden.”
De Leeuwarders verlieten gaandeweg het starre standpunt van de Vetkopers/Groningers. Het teruggeslagen leger van overste Nuttert Fox moest zich intussen weer op Schieringer gebied in leven houden en verloor daar alle goodwill. Strooptochten door Gaasterland en Lemsterland, een bloedige slag op het dichtgevroren Sneekermeer waar “de Woudlieden” hen met alle macht probeerden tegen te houden. Ellende alom. Hoe werd dit opgelost? De Snekers (Schieringerbolwerk) richtten zich tot de tegenpartij, de “Groningers”. Geef ons geld zodat we dat huurleger van Fox af kunnen betalen en jullie en wij van die mannen af zijn. Van geven geen sprake natuurlijk, maar de “Groningers” deden wel mee: ze zorgden ervoor dat de 8000 benodigde goudguldens via de rijke kloosters in Oostergo en Westergo ter beschikking werden gesteld “stellende zich borg voor de wederbetaling”. Fox en zijn leger werden betaald en vertrokken. De dag erna stonden de “Groningers” al met hun legers in Sneek, Sloten en Harlingen, “om geheel Friesland nu onder hun gezag te brengen”.
Iedere dag weer wat nieuws in die jaren (maar kranten om erover te berichten waren er nog niet). Het bleef in 1496 volop onderlinge oorlog in Friesland. Alleen de stad Franeker kon zich als Schieringer-bolwerk staande houden (met stiekume ondersteuning vanuit Sneek en omstreken). Er werd gemoord en geplunderd bij het leven. Dat Hertog Albert van Saksen, nog steeds afwachtend in Holland, het sluw speelde, bleek later in het jaar toen Goslik Jongama uit Bolsward zich tot hem richtte met de vraag een verrassingsaanval te doen. De Hertog ging er op in en stuurde, jawel, overste Fox met rond 800 man per vloot de Zuiderzee over. Hoewel de “Groningers” enigszins voorbereid waren (landing bij Zurig), waren zij dat niet op de terugkomst van de Fox-veteranen. Binnen enkele weken had Fox heel Westergo “van den overlast en moedwil der Groningers verlost.” Maar het Fox-leger deed vervolgens wat het eerder deed (plundering etc.), zodat “eindelijk de edelen besloten, om in het algemeen in Westergo eene schatting in te vorderen, waarmede zij Fox en zijne lastige gasten betaalden, die voorts over Workum naar Holland vertrokken. Tjerk Walta en Sybrand Roorda werden als gevangenen door Fox medegevoerd, doch zij kochten onderwege hunne vrijheid, de eerste voor 800 gulden, en Roorda voor de helft dier som; echter durfden zij niet in het land komen, waarom Walta een tijd lang zich als balling te Zwol en Kampen ophield.”
Denk niet dat het tweede vertrek van het Fox-legertje betekende dat de Friese partijen de onderlinge strijd beeindigden. Helemaal niet. Bijna iedere dag nieuwe doden. Wel was Westergo nu even van “Groningers” bevrijd en kwamen “de prelaten, geestelijken, edelen en regters” van dit deel van Friesland tot een soort van verbond “om alle gevangenen te bevrijden, de verschillen te beslechten, vreemd volk te weren.” Hertog Albert van Saksen haakt hierop in en via landdagen te Franeker en vervolgens te Dronrijp (1497) laat hij zijn gezanten de kwestie van hem als aangewezen gouverneur over Friesland tot een formeel te erkennen feit voorleggen. Westergo en Oostergo sturen hun gemachtigden. En wat gebeurt? Zij staan gezamenlijk achter het verbond “vreemd volk te weren”. En de hertog van Saksen valt ook onder de noemer van vreemd volk.
Hertog Albert was uiteraard furieus over deze nieuwe en onverwachte afwijzing. Zonder zelf naar Friesland te komen, stuurt hij nieuwe plunderlegertjes op de provincie af. Via zuidelijk Friesland (de Zevenwouden) waar geen tegenweer vanuit de stadjes kan worden georganiseerd. Opnieuw maakt hij gebruik van Fox-veteranen. De uit Friesland gevluchte Vetkoper Tjerk Walta betrekt hij in het complot, met de belofte dat deze niet voor de kosten van het huurleger hoeft op te draaien. Begin 1498 vriest het hard. Het binnenvallende leger heeft dankzij het dikke ijs overal doorgang. Slechts enkele versterkte steden (zoals Sneek) laten zich niet overrompelen. Maar daar trekt het leger net zo lief dan omheen, plunderend en moordend. Pas in Barradeel, boven Harlingen, maar veel verder noordelijk in Westergo kon je niet, worden ze gestopt.
In Barradeel veroverden ze nog wel “Rippert Eelsma huis te Sexbierum, alsmede die van Pybo HAARDA en Seerp BOTNIA te Oosterbierum, welke zij uitplunderden, en de edelen zelve gevangen naar Bolsward vervoerden. De landeigenaars, en in het gemeen alle ingezetenen werden woedend over dit bedrijf van het vreemde volk. In en omstreeks Barradeel verzamelde zich eene groote menigte, die deze roovers een goed deel van den buit ontzettede, en hen verjaagde, slaande wel vijftig van hun dood.”
De tegenslag in Barradeel leek een incident. De Saksische legers werden vanuit het zuiden almaar aangevuld. Zo werd de Liauckema-state te Sexbierum nog bezet en bij verlating in brand gestoken. Barradeel leek verder niet interessant genoeg meer. Het zuidelijke deel van Westergo gaf nog genoeg plunderkansen en Menaldumadeel tussen Franeker en Leeuwarden: “Menaldumadeel werd mede door deze roovers bezocht en zwaar gebrandschat.” Menaldumadeel..? Dan ben je op het terrein van stamoudovergrootvader Sjoerd in de Poelen (Sjoerd Aesgama).
Laat ik nu het verhaal, dat toch al lang werd (maar dit gebeurde) inkorten. Lees elders meer. Vanwege alle voortdurende oorlogvoerderij zonder uitzicht, krijgt Hertog Albert van Saksen eindelijk zijn zin: hij wordt door de Friese partijen als landvoogd tegen heug en meug uiteindelijk toch maar erkend en gehuldigd. Voordat dit gebeurde waren nieuwe legers nodig en ook een veldtocht van (de inmiddels bekende) overste Fox tot in Groningerland. Dat maakte de Groningers definitief stil. In mei 1499 landt hertog Albert van Saksen eindelijk in eigen persoon op Friese grond. Te Harlingen, “welke stad, toenmaals door de beroerten der tijden zeer geschokt zijnde, den nieuwe heer gewillig inhuldigde. Hij begaf zich voorts naar Franeker, Bolsward, Sneek en eindelijk naar Leeuwarden, alwaar hij in de kerk van Oldehove plegtig gehuldigd werd, welk voorbeeld de edelen en landzaten weldra navolgden.”
De hertog (strateeg) bleef niet lang. Hij benoemde een nieuw gerechtshof dat op strikte orde moest toezien, eigende zich een belangrijk deel van de nieuwe inpoldering Het Bild toe als persoonlijk eigendom, regelde een bestuurlijke gezagsstructuur met een Hoge Raad etc., en droeg zijn zoon Hendrik het opperbestuur over Friesland op. Albert was zelf hooguit zes maanden in Friesland. “Met eene som gelds beschonken zijnde”, vertrok hij na vele jaren wachten eind 1499 naar zijn geliefde Saksen.
Hoe kwam het nu dat stamoudovergrootvader Sjoerd in de Poelen op 16-7-1500 moest sneuvelen? Het antwoord op deze vraag komt akelig dichtbij. De jonge hertog Hendrik van Saksen die van zijn vader het bewind over Friesland kreeg opgedragen, ontpopte zich direct als een ambitieuze despoot. Hij koos het Sjaardema-slot te Franeker als zijn hoofdverblijfplaats (en joeg daarmee de Sjaardema’s van hun eeuwenoude plek) en gaf opdracht aan de havenmond te Harlingen een versterkt kasteel te bouwen. De hiervoor benodigde stenen werden o.a. beschikbaar gemaakt door stinsen in de omliggende dorpen te slopen (wat de eigenaren van deze stinsen uiteraard razend maakte). Ter betaling van de verdere kosten eiste hij ook nog “van alle steden, grietenijen en kloosters in Oostergo, Westergo en de Zevenwouden, om binnen acht dagen eene groote schatting, tot dit gebouw vereischt, op te brengen.” Bij overschrijding van dit termijn moest men het dubbele betalen. Omdat die boete meedogenloos in praktijk werd gebracht, slaagde de jonge Hendrik erin binnen enkele maanden na het vertrek van zijn vader “alle Friezen” tegen hem in het geweer te brengen.
Sjoerd Aijlva, Tjerk Walta (hierboven al eerder genoemd), Douwe Hiddema en Dooitze Bonga vormden het viertal edelmannen die de snelle opstand organiseerden. “Na uit alle oorden een leger van 16000 man bijeengebragt te hebben, begonnen zij den 12 Mei (1500) het beleg van Franeker, alwaar de Hertog zijn verblijf hield; ook bezette men op vele plaatsen de grenzen van Friesland, ten einde het binnenrukken van vreemd volk, tot onderstand van den Hertog te beletten.” Om vreemd volk te herkennen werd gebruik gemaakt van een leus die binnenkomers correct dienden te herhalen: Fjouwer lotter-claer leepaaijen op in finne herne yn ien nest. “Die deze woorden niet met eene genoegzame vaardigheid kon nazeggen, hield men voor eenen uitlander, en werd op staanden voet veroordeeld, om verdronken te worden.” De bedoelingen waren fraai, maar de belegering was slechts een belegering. Tot een inname van Franeker en gevangenname van Hertog Hendrik kwam het niet.
Hertog Albert van Saksen was op een rijksdag te Augsburg toen hij hoorde dat zijn zoon te Franeker omsingeld werd. De ijzervreter liet geen tijd vergaan en trommelde een leger bij elkaar te Aduard in Groningen. Het kostte hem weinig tijd om daar zelf te verschijnen en het Friese grensleger bij Bomsterzijl vervolgens in de pan te laten hakken (“wel vijfhonderd Friezen sneuvelden”). Hertog Albert liet geen tijd verloren gaan. “Alom ging de schrik het Saxische leger, dat steeds met plundering, moord en brandstichting voortging, vooruit, waarom de Friezen voor Franeker, op het vernemen van hunne komst, meestendeels de vlugt namen. Te Dronrijp en in het klooster Miedum, werden de geruchten van de komst der Saxen door de zoetelaars, die gaarne hunne waren duur wilden slijten, sterk en stellig tegengesproken, waardoor de Saxers, eer zij het dachten, hen in de schansen overvielen, en waarbij wel vijfhonderd Friezen verslagen werden, en er nog veel meer omkwamen van degene, welke in de vlugt veiligheid zochten. Zij namen de vlugt naar Miedum, Tzum en voorts landwaarts in, en werden overal van het woeste krijgsvolk des Hertogs vervolgd, dat dagen achtereen rondzwierf, steeds moordende en plunderende.”
Terwijl Hertog Albert vanuit het oosten binnenviel, stuurde Filips van Bourgondië, zoon van keizer Maximiliaan, graaf van Holland, vanuit het westen een leger, onder leiding van de graaf van Buren, over de Zuiderzee heen op Franeker af. Op 16 juli 1500 werd van beide kanten korte metten gemaakt met het beleg van Franeker.
Bij de omgekomen belegeraars o.a. de Friese edelen: Hessel Jongama, van Goënga; Lieuwe Fons, van Jorwerd; Wybe Laasz, van Boxum; Hero Rienks, van Dronrijp; Jarig Wybes, van Terschelling; Sjoerd in de Poelen, te Dronrijp; en Kempo Jaklesz, van Jelzum.
Dat hierna de Saksische bezettingsdruk op Friesland nog eens te groter werd, mocht je verwachten. Het verhaal heeft een lange staart. Maar hier stoppen we.
Stamoudovergrootvader Sjoerd sneuvelde in de strijd (1500). Zoals anderen.
Zijn naam was ook of eigenlijk: Sjoerd AESGAMA. Hij is ca 1463 geboren. Waar..? Te Sybrandaburen misschien (noordelijk van het Sneekermeer)? Over de AESGAMA-afstamming is nog weinig bekend. De naam lijkt te wijzen op een traditie van Friese “rechtsprekers” (a-saga), maar dit is speculatief.
In een nasleep van de “Donia-oorlog” die rond 1460 woedde in het midden van Friesland, pakte de houwdegen Agge Donia, in het voorbijgaan de Aesgama-stins te Sijbrandaburen, “die hij eenigen tijd bleef bezitten, roovende en plunderende van daar rondom op zijne vijanden”. Over waar de Aesgama’s na dit gebeuren (midden 1465) heentrokken en of zij terugkeerden, vinden we geen meldingen. Er is wel melding over een tak die naar Groningen vertrok (omgeving Ulrum), over Aesgama’s te Damsterwoude (Dantumadeel) en “onze” Aesgama’s rond Oosterend (bij Sneek) en vooral bij Dronrijp. Sjoerd Aesgama (Sjoerd in de Poelen) werd geboren vlak voordat Agge Donia de Aesgama-sate te Sybrandaburen veroverde en als uitvalsplaats voor plundertochten ging gebruiken. Generatie 17 (stam-oudbetovergrootouders, 65536-131071)
- Offke DOTINGA, grietman van het Marsumer Nieuwland (Menaldumadeel) rond 1470, trouwt (1) met Doedt OEDTSMA, trouwt (2) met
- Luts Feddes MERNSTRA (HAERDA)
Ouders van : Doedt Offkes DOTINGA (kw 52851)
Het Marsumer Nieuwland was nieuwbedijkt gebied aan de westkant van de (vroegere) Middelzee, tegenover het Leeuwarder Nieuwland aan de oostkant van die zee. In de eerste regel stellen we dat Offke Dotinga grietman van het Marsumer Nieuwland was, maar in het grietmannenregister staat hij, Ofcke Dottingha, vermeld als grietman van Leeuwarderadeel vanaf 1470. Het kan zijn dat de bedijking van dit Nieuwland ook vanuit Leeuwarderadeel werd ondernomen.
Zijn eerste vrouw Doedt Oedtsma kan dochter zijn geweest uit het hoofdelingengeslacht OEDTSMA te Boksum, dat iets ten westen van Marsum ligt.
Anno 1444: “Een nieuwe oorlog ontstond er weder tusschen de Schieringers en Vetkoopers in Westergo. Sikko en Douwe Sjaardema, Doeke en Abbe DOTINGA, Rommert Gabbinga, Keimpo Unia, Lieuwe OEDSMA, Worp Juckema, Rienk Kamstra, Sikko Martens, Ruurd Roorda en Gerrolt Herama trokken met eene menigte van hunne vrienden en hunnen aanhang voor de sterke stins van Sjoerd Grovestins te Engelum. Zij bemagtigden dit slot, een der sterksten in gansch Friesland, stormenderhand, namen Grovestins en zijnen zoon gevangen, die zij op Sjaardema huis te Franeker in bewaring stelden.”
Naast dochter Doedt (kw 52851) wellicht meer kinderen uit dit huwelijk. Een eventuëel DOTINGA-parenteel schijnt nog niet gemaakt.
Notities: Bij Dronrijp was er een sate Groot-Dotinga. Volgens berichten ging hieraan vooraf een DOTINGA-sate die rond 1520 werd verwoest, de stenen werden gebruikt voor de verdedigingswerken te Leeuwarden. Dotinga was dan partij in de twisten tussen Schieringers en Vetkopers, wellicht aan de kant van de Schieringers (zie hierboven). Nog te documenteren. Na 1600 levert een DOTINGH-familie burgemeesters van Leeuwarden. Mogelijk verband nog te vinden. In de kerk van Marsum noemen enkele grafzerken de DOTINGA-naam. Zoals: “Ano 1580 de 7 janiuarius sterf de ersaeme Annle Dotinga tot Marssum”, “Ao 1591 de 6 maius sterf d erbaere Imck Anles dr Dotinga syn wife h.b.” en “Ao 1592 in ianuarij sterf den ersaemen iongeling Hans Anles Dotinga”. Generatie 18 (edel-ouders, 131072-262143)
- Fedde MERNSTRA (HAERDA), geb ca 1400, woonde te Pietersbierum (zusterdorp van Sexbierum, Barradeel, aan de NW-Waddenkust), trouwt met
- Catharina
Ouders van: Luts Feddes Mernstra (Haerda) (kw 104703) en wellicht ook van Lolle MERNSTERA die vanaf 1463 grietman was te Barradeel.
Generatie 18 bestaat uit zo’n 130.000 personen, 65.000 echtparen. Ze hebben voornamelijk in Friesland dan wel in Holland gewoond, twee regio’s die in de periode van eind 14de eeuw toen onze edel-ouders leefden, vijandig tegenover elkaar stonden. Daar ging al een lange historie aan vooraf. Maar nadat in september 1345 de onverstandige graaf Willem IV van Holland met een vlootleger de Zuiderzee was overgestoken, bij Stavoren aan land was gegaan om Friesland definitief te onderwerpen en daarbij meteen met zijn leger in een hinderlaag liep (de Slag bij Warns) en samen met een groot aantal edelen sneuvelde, was de wraakbehoefte aan Hollandse kant extra vergroot. Op het niveau van de machthebbende families, in ieder geval. Onze Hollandse resp. Friese edel-ouders dachten er wellicht anders over of bemoeiden zich er niet mee. Kenden elkaar niet eens.
Omdat Willem IV geen mannelijke nakomeling had, ging de grafelijkheid over Holland en Zeeland (en de claim op Friesland) over naar zijn zus Margaretha van Henegouwen, getrouwd met Lodewijk van Beieren die in het Duitse rijk met de keizerstitel stoeide. Jonge zonen van Margaretha werden als waarnemers aangewezen, kregen ruzie met hun moeder en in Holland barstten de Hoekse en Kabeljauwse twisten los met vele nare gevolgen. Onze edelouders en edel-grootouders in Holland, vooral rond Den Haag, zaten daar maar mee in die tijd. De jongste zoon van Margaretha van Henegouwen, Albrecht van Beieren, die in 1357 het bewind kreeg toegewezen, nadat zijn broer Willem (V) er behoorlijk gek van was geworden, stelde zich diplomatieker op, maar met een hardhandig politietoezicht op de achtergrond. Rond Den Haag werd het leven draaglijker. Albrecht zorgde zelfs voor een hofleven en dat Den Haag residentiestad werd is aan hem te danken. Redelijk goede tijden voor onze edelouders in de nabijheid van Den Haag.
In 1392 wordt Albrecht van Beieren razend van woede. Hij (geboren 1330 te München) was als 60-jarige aan het Haagse hof smoorverliefd geraakt op de schoonheid, jonkvrouwe Aleid VAN POELGEEST. Zijn omgang met dit meisje was zo intiem en hardnekkig dat zoon Willem (VI) vreesde dat er kindjes van zouden komen en dat hij in zijn erfrechten vreselijk geschaad zou kunnen worden. Wat er precies aan complotten werd gesmeed is onduidelijk of elders te lezen. Zeker is wel dat de jonge Aleid, 22 jaar, bij een zondagse wandeling over het Buitenhof te Den Haag, 22 september 1392, samen met haar lijfwacht wordt overvallen en door messteken gedood. Albrecht vermoedde (of wist vrijwel zeker) van welke kant de moordenaars kwamen en stuurde er zijn mannen op af. In die tijd wordt rond Den Haag weer terreur uitgeoefend en worden veel huizen verwoest of verbeurd verklaard.
De woede van Albrecht strekt zich ook uit in noordelijke richting omdat hij weet dat in Friesland veel verklaarde tegenstanders van hem een (tijdelijke) onderduik kunnen vinden. In 1395 besluit hij tot een invasie. In de twintig jaar ervoor had hij zich al zwaar geërgerd aan de piraterij op de Zuiderzee van Friese en Kuinderse kant. In 1381 had hij zich de eilanden Urk en Schokland (Emmeloord) toegeeigend, die zogenaamd tot de heren van Kuinre behoorden en door deze heren als uitvalsbasis voor de zeestroperij werden benut. Begin 1396 maakt hij een afspraak met de zittende heer Herman II van Kuinre om (ver oostelijk van Warns) in diens gebied aan land te kunnen gaan om vandaaruit Friesland in te trekken. Zo gebeurt in augustus 1396. In de slag bij Schoterzijl sneuvelen in twee dagen tijd ruim 1600 Friezen, volgens de verhalen. Een complete overwinning voor Albrecht die zijn leger daar laat overwinteren. Herman van Kuinre schijnt een dubbelrol te hebben gespeeld en wordt gevankelijk naar Holland afgevoerd. Het slot te Kuinre en de bezittingen worden geplunderd. Na Schoterzijl vinden geen grote veldslagen meer plaats omdat noordelijk Friesland daartoe niet bereid is of de legers niet kan vormen. In 1398 erkennen Kuinre, de Stellingerwerven en Oostzingerland (Lemsterland) Albrecht als hun heer. Na het overlijden van Albrecht in 1404 kan de bisschop van Utrecht de aanspraken op het gebied vernieuwen.
In Holland verhevigen zich de Hoekse en Kabeljauwse twisten (rond Jacoba van Beieren, kleindochter van Albrecht) en de aandacht voor Friesland vanuit Holland nam weer een tijd af.
Bijna een eeuw later wanneer ook de Friezen zich onderling bestoken in twisten, Schieringers en Vetkopers, en Groningen (bisschop van Utrecht) Oostergo bezet, roepen de Schieringers (Westergo) een verre opvolger van Albrecht van Beieren te hulp, Albrecht van Saksen. Dit leidt tot een bezetting van heel Friesland voor enkele tientallen jaren, de “vrijheidsstrijd” onder “leiding” van Grutte Pier en dat soort zaken. Maar dan zijn onze edelouders in Holland zowel als Friesland allang overleden en hebben jongere generaties met deze kwesties te maken. Een aanvulling hierna.
JAN & HILLIE: DONIA-connectie
Edelouders van zwager JAN DE LEEUW (1941-2002) zijn o.a. Syrck DONIA (Harinxma) geweest en diens vrouw Auck Benedictus DONIA. Voor de kinderen van zus Hillie zijn deze Syrck en Auck dus twee van hun rond 260.000 edelgrootouders. Over die twee zijn historische meldingen bewaard, bijvoorbeeld omdat de vader van Syrck heerschap te Heeg was en in de strijd tegen hertog Albrecht van Beieren, zie hierboven, optrad als potestaat van Westergo (legeraanvoerder).
Tijdens de slag bij Schoterzijl (29 augustus 1396) sneuvelt de toenmalige legeraanvoerder van de Friezen, Juw JUWINGA. Omdat Albrecht vanwege de winters, het drassige terrein en geldgebrek het grootste deel van zijn leger weer naar Holland verscheept en slechts enkele bezettingen achterlaat, kunnen de Friezen zich herorganiseren. Maar ze zijn ook verdeeld door (regelmatig) bloedige vetes, de zogenaamde strijd tussen Schieringers en Vetkopers, en allerlei eigenbelang. Een nieuwe “potestaat” is moeilijk te vinden.
Uiteindelijk besluit men er eentje voor Oostergo te benoemen, de “Vetkoper” Sjoerd WIARDA van Goutum, en eentje voor Westergo, de “Schieringer” Haring HARINXMA van Heeg. Ook bekend als Haringh DONIA (thoe HEEG). Vader van Syrck DONIA (Harinxma) en edelgrootvader van Theunis-Jan en Ellen DE LEEUW.
Allerlei schrijfkmanieren komen voor. Ook bij andere namen. Soms geeft dit problemen bij onderzoek. Wedervaren van deze familietak verder nog niet gevolgd. De informatie is niet compleet. In de Family Search databank (Salt Lake City) wordt de naam Jaldert Jalkes voorgesteld. In de JEENINGA-genealogie wordt Joldert Jeens, boer, genoemd. Uit die genealogie is ook de naam Jinke Feddes hier overgenomen. In de JEENINGA-genealogie worden alleen de zonen Jeen en Jolke uit het huwelijk genoemd. Maar er zijn meer kinderen geweest onder wie oudgrootmoeder Eeuwkjen (kw 65). Geb rond 1720 in Noorderdrachten, wonend in Terwispel, ovl rond 1785 aldaar, dochter van Feitse Roelofs (arbeider, schipper en veenarbeider) en Piertje Brands. (J-g) Nadere uitwerkingen in de JEENINGA-genealogie. Dochter van wie? Het idee dat Minke Freerks en Tamme Freerks zus en broer waren is een nog niet te bevestigen optie. Alleen dochter Hinke is van voor 1749. De 3 kinderen jonger dan 12 kennen we, door hiaat in de kerkregisters van Terwispel, dus nog niet alle bij naam. In de transcriptie Ryksargyf (internet) staat oud 73 jaar. Ze is 8-5-1750 gedoopt. Je zou dus oud 70 jaar verwachten. Of is ze pas op haar derde gedoopt? Jalke Jalderts (Lippenhuizen) en Grietje (Geertje) Teyes (Terwispel). Doopregister: Wytske 1-8/3-9 1797, Joldert 2-2/3-3-1799, Teye 26-5/5-7 1802, Wiepkjen 10/25-8-1808. We missen de dochter Antje in het register die tussen Teye en Wiepkjen werd geboren (ca.1805). Jalke Jalderts is in 1808 of 1809 overleden en Geertje Teyes (Lippenhuizen) hertrouwt 31-12-1809 met Hendrik Pieters (Lippenhuizen). In 1811 meldt Hendrik Pieters REIDINGA als voogd en stiefvader de kinderen van Jalke Jalderts en Geertje Teyes (Wytzke 14, Jaldert Jalkes 12, Teye 10, Antje 8, Wiebkjen 3) die dan ook even als REIDINGA staan ingeschreven.Later nemen ze de eigen familienaam DE VRIES aan. Antje Jalkes de Vries trouwt 21-2-1828 met Jan Geerts Hakze (Opst 10), Teye Jalkes de Vries 3-4-1828 met Wiepkjen Tjeerds de Vries (Opst 15), Wytske Jalkes de Vries 2-1-1829 met Roel Jans van den Bosch (Opst 1) en na diens overlijden 1-11-1841 met Willem Fokkes de Haan (Opst 64). In 1811 hebben Geertje Teyes en Hendrik Pieters Reidinga een gezamenlijk zoon Pieter (1 jaar oud). Hendrik Pieters is zoon van Pyter Ates REIDINGA (Oldeboorn) en Anna Catharina DEMOET (Boornbergum) die 20-6-1784 in het huwelijk traden. Hun familienamen toen al in trouwregister vermeld. Zoon van de zus van haar vader Hinke Jeens en Oene Hendriks (huwelijk 15-5-1768 te Lippenhuizen-Terwispel). Jan Gjalts VAN DER DIJK ovl 5-9-1827 Terwispel, 42 jaar oud. Een boer te Makkinga (Ooststellingwerf, 4 “volwassenen”, 31-13 Cgldns), een boer te Wolvega (West-stellingwerf, 2 volw 3 kinderen jonger dan 12, 25-16 Cgldns) en een boer te Twijzel (Achtkarspelen, 2 volwassenen, 29-15 Cgldns). In 1749 is er in Friesland een Jannes Lucas (boer te Oldelamer, 3 “volwassenen”, 3 kinderen jonger dan 12, 11-13 Cgldns). Op 25-6-1730 te Oldelamer getrouwd met Aaltje Reingiens. En een Jan Lucas (wever te Het Meer Noordzijde, 2 “volwassenen”, 20-9 Cgldns). Met wie en wanneer getrouwd onbekend. Een van de aangevers is Wiebe Martens VAN TERWISGA, 63 jaar, huisman. Een oudgrootvader van Jan de Leeuw (1941-2002). Overlijdensakte Tjitske Jans LOKKES 1827: “Reinder Beekes BEEKSMA, oud 76 jaar, z.b., en Phoeke Wijbes DE BOER, 62 jaar, arbeiders en geburen van overledene, wonende te Terhorne, hebben verklaard dat Tjitske Jans LOKKES, oud 57 jaar, geboren in Het Meer bij het Heerenveen, wonende te Terhorne, huisvrouw van Gerben Sijmons VAN ASPEREN, schoenmaker mede aldaar wonende, en Jan Jans LOKKES en Antje Geerts, beide overleden in ’t Meer bij Heerenveen, op den 22 der maand augustus v.m. half een in huis nr. 13 te Terhorne is overleden.” 1784: “In Mei werd de vrede met Engeland wel weder hersteld, maar ons volksgeluk was geweken door tweedragt van binnen, die voornamelijk het gevolg was van onze naauwe verbindtenis met het zedelooze Frankrijk, waardoor ook onze godsdienstigheid, die ware steun van ’s lands heil, zeer aan het wijken was. Sedert lang bestond er eene partij, die zich als ware zij hartelijk met ’s volks heil bezorgd, Patriotten (vaderlanders) noemde. Deze partij, die zich overal versterkte en uitbreidde, was met den grootsten haat ingenomen tegen het Stadhouderlijk regeer, den persoon des Stadhouders, zijn huis, en alle regenten, die het met denzelven hielden. De daartegenoverstaande partij, de Oranjepartij genoemd, deed inmiddels wat zij vermogt, om het wettige Bestuur te schragen en vrij te waren van de hatelijke en onbillige aantijgingen, waarmede de nieuwheidzoekers den Prins en de Staten smadeden, als waren deze de oorzaken van ’s lands onheilen, door den vijand in de hand te werken.” (Steenstra II pg 514-515). Vanaf 1784 duren deze politieke twisten en in 1795 vlucht de Prins naar Engeland. Van dan af controle vanuit Frankrijk tot 1813. Van 1810-1813 is Nederland deel van Frankrijk wat o.a. de invoering van vaste familienamen en Burgerlijke Stand tot gevolg heeft. Sjieuwke Wouters leefde nog in 1826. Nog na te gaan of zij SJUWKE WOUTERS WESTERHOF was, overl 14-11-1827, 72 jaar, weduwe (Aengw 104). Dit is nagegaan. Ja. Uit overlijdensakte: “Sjieuwke Wouters WESTERHOF, 72 jr, wonende te Heerenveen-Aengwirden, weduwe van Maarten Jans Ronduite, nalatende 4 kinderen, ovl 14-11-1827 te Heerenveen in huis nr 71.” Er wordt een dochter genoemd, Klaaske Klazes Dijkstra, die 4-4-1822 overlijdt, vier weken oud (Schot 9). De aangegeven huwelijksdatum kan fout zijn of ze trouwden pas jaren later formeel. Dit nog na te zoeken. Zijn broer Gerrit VREUGDENHIL huwt drie jaar later een zus van Elsje, Lijsbeth Thomas VAN BEIJEN. Zoon van Klaes VAN DER HANS? Zie kw 376. Bij Loosduinen. Lysbeth VREUGDENHIL is tante van Thomas, Aagje IJSERMAN een volle nicht (zie kw 376). Zoals zijn schoonvader. Bron: R. de Hek. Zijn broers ook. Als spuiwachter had je natuurlijk mooi zicht. Idzega en Oudega zijn buurdorpen ten westen van Heeg. Trouwregisters Herv.Gem. Langweer/Dijken etc. zijn over periode 1724-1762 verloren gegaan. De naam DE JONG bij deze voorfamilie al voor 1800 in gebruik. Het kerkgebouw te Jutrijp waarin ds. Rudolphi preekte, is kort na 1815 vervangen door (fraaie) nieuwbouw. Maar Van der Aa meldt dat het vroegere kerkje “belangrijk was om hare oudheid, onder anderen zigtbaar in menigvuldig schilder- en snijwerk”. Voor de Hervorming bracht de R.K.pastorie er honderd goudguldens per jaar op en het vicarisschap zestig. Overgang naar de Hervormde richting ging snel want al in de Synodale Handelingen van het jaar 1584 wordt als aanwezige Joost Pietersz genoemd, “als Dienaar van de Hommerts”. Steenstra II pg 506-507. Niet bekend hoe dit toen in Jutrijp speelde. Bij Quotisatie 1749 kreeg ds. RUDOLPHI te Jutrijp (gezin: 2 volwassenen, 4 kinderen jonger dan 12) een aanslag van 39 Caroliguldens. Wanneer die aanslag enigszins indicatie geeft van zijn normale jaarinkomen, zat hij als plattelandsdominee niet hoog, maar wel redelijk. Ds. Petrus BROUWER te Tjalleberd (Aengwirden) kreeg aanslag van 46-15 Cgldns, ds. Berhardus KNOOP te Benedenknijpe (Schoterland) aanslag van 40-0, ds. H. CUPERUS te Oudehorne aanslag van 22-5 Cgldns, ds. Ulpianus SINDEREN te Beetsterzwaag (Opsterland) aanslag van 20-9 Cgldns. In Wymbritseradeel zat ds. RUDOLPHI met collega’s zoals ds. H. BUMA van Ysbrechtum (44 Cgldns), ds. CAHAI van Wolsum (31 Cgldns), ds. CUPERUS van Woudsend (29 Cgldns), ds. H. GOSLINGA van Ysbrechtum (43 Cgldns), ds. HEMPENIUS van Scharnegoutum (60 Cgldns), ds. LANTING van Gaastmeer (35 Cgldns), ds. LEMSTRA van Heeg (28 Cgldns), ds. LOON van Oudega (48 Cgldns), ds. REDDING van Goënga (33 Cgldns), ds. B. REINALDA van Nijland (22 Cgldns), ds. REINALDA van Oppenhuizen (36 Cgldns), en ds. WIGEREI van Oosthem (84 Cgldns). Voor 7 van de 12 collega’s was de aanslag dus lager. Vetpot was het natuurlijk niet. Het maakte wel verschil of je zoals ds. MEBIUS te Terband predikant was te Heerenveen (139 Cgldns aanslag) of zoals zijn overbuurman ds. MEBES predikant te Nijehaske (50 Cgldns aanslag). Te noemen valt nog: ds. RUDOLPHY (kw 412) te Witmarsum (Wonseradeel, 30 Cgldns). Gegevens o.a. ontleend aan website Piebe Belgraver. Aannemelijk is dat er meer kinderen werden geboren. Zoals bijvoorbeeld een zoon Berend Hendriks SCHOKKER, voor 1738 te Wanneperveen. Hij is wellicht jong overleden. Hij is beslist niet meegetrokken naar het Friese Oudehaske. Berend Gerrits WEVER is een oudvader van Geert Fonk. Zijn zoon Wolter Berends WEVER een betover-grootvader. Oudehorne, Schoterland. Vader Cornelis Hendriks SCHOKKER , 35 jaar oud, verliet de Haske om zijn heil elders te zoeken. Geesje Hendriks BEUTE, geb 8-9-1777 Oudehaske, ovl 1855 te Ambt Hardenberg (Ov) is dochter van Hendrik Harmens BEUTE en Geesjen Harmens ZWIER. Ze is twee jaar oudere zusje van Aaltje Hendriks BEUTE, met wie in 1812 de neef Hendrik Jans SCHOKKER trouwt (zie bij kw 106). “Het jaar 1783 was door een zeer warmen en bijzonder droogen zomer gekenmerkt, gedurende welken men bijna onafgebroken nevel of zoogezegden veenbrand had, zoodat de zon en maan altijd een vuurrood aanzien hadden.” (Steenstra II pg 514) Albert Kornelis SCHOKKER en Jantje Hendriks RUITER kregen 10 kinderen en waren beslist niet plaats gebonden. Hij was te Oudehaske geboren en zij te Muggenbeet. De eerste 4 kinderen (periode 1808-1815, Cornelis, Hendrik, Hendrik Alberts en Gerrit) zijn te Oudehaske geboren. Cornelis overlijdt 1836 in Tietjerksteradeel, de eerste Hendrik ws jong gestorven te Oudehaske, de tweede Hendrik (Hendrik Alberts) verhuist naar Beets (Opsterland) en Gerrit overlijdt 1839 te Grave (N.Brabant). De vijfde zoon Wolter Alberts wordt 7-10-1818 te Rottum (Schoterland) geboren. De zesde zoon Jentje Alberts 30-8-1821 in Terwispel (Opsterland), deze overlijdt 12-11-1895 te Emmen (Drente), de zevende zoon Ale (Abe) Alberts wordt 24-11-1824 eveneens te Terwispel geboren (hij overlijdt 21-9-1843 te Ter Idzard (Weststellingwerf, waar vader Albert ook in 1856 overlijdt). Achtste zoon Jan Alberts Schokker wordt 13-3-1828 in Het Meer (Schoterland) geboren, overlijdt 14-8-1892 te Ter Idzard. De negende zoon Berend Alberts wordt 10-12-1830 te Sint-Johannesga (Schoterland in die tijd) geboren (hij overlijdt daat 1838, 7 jaar oud) en de tiende zoon Willem Frederik Schokker 28-1-1834 te Rottum (Schoterland in die tijd), hij overlijdt 23-4-1917 te Nijetrijne (Weststellingwerf). Gezin Albert SCHOKKER en Jantje RUITER is vaak verhuisd. Het gezin telde tien zonen en geen dochters. Albert wordt 72 en overlijdt 1856 te Ter Idzard. Jantje wordt bijna 90 en overlijdt 1875 te Terwispel. Nu moeten we nog even zoeken natuurlijk welke zoon rond die tijd in Terwispel woonde en zich over zijn weduwe geworden moeder mogelijk ontfermde.
Bij een zware storm in november 1776 ging het in NW-Overijssel helemaal mis en onstond o.a. het grote meer Beulakkerwiede waarin het dorp Beulake grotendeels en niet lang daarna geheel verdween. Dat de jarenlange “Gieterse” veenbaggerij hier schuld aan had, is een algemeen aanvaard feit. De zorg over het gebagger in Haskerland en omstreken nam alleen maar toe. Een eerste zware (noordwester)storm was er op 14 november 1776, “die op vele plaatsen in de Nederlanden zware overstroomingen en andere ongelukken te wege bragt. Friesland bleef wel voor dijkbreuken en overstroomingen bewaard, doch de zeeweringen en havenwerken te Workum, Stavoren, de Lemmer en vooral te Harlingen waren zwaar beschadigd, gelijk de storm ook te lande aan vele gebouwen groote schade deed. Vele wrakken dreven langs de kusten, zijnde er vele schepen verongelukt.” (Steenstra II pg 510). Een week later (20-21 november) was er opnieuw een zware storm en die gaf de genadeslag voor de al verzwakte dijken en dijkjes. “Op de Lemmer, Kuinder en te Hindeloopen was de nood groot; ook bezweken de Lindedijken op vele plaatsen, waardoor sommige landen eenige voeten diep onder water geraakten.” Steenstra noemt wel nood elders in Friesland (in Harlingen waren straten die vier voet onder water stonden en het eiland Schiermonnikoog dreigde geheel te worden overstroomd), maar niet de ramp in NW-Overijssel. Hij schreef immers een Geschiedenis van Friesland. Exacte datum van haar overlijden niet gevonden. Wanneer ze ca 1720 werd geboren, is overlijden “voor 1825” een loos bericht, want 105 jaar is ze niet geworden. In 1825 overlijdt haar zoon en onze voorvader Jan Hendriks SCHOKKER. Volgens de overlijdensakte was zijn moeder toen overleden. Maar hoeveel jaar eerder is voorlopig nog onbekend. Misschien overleed ze (al) vóor 1800. In ieder geval na 1776 en niet te Oudehaske, maar weer in Blauwehand, mogen we de berichten hieromtrent geloven.
Met Heerenveen-Noordzijde kan ook Het Meer zijn bedoeld.
“1781 den 10 Junij had er, vooral in de zuidelijke streken dezer Provincie, een vreesselijk onweder plaats. Ontzettend waren de donder en bliksem, gepaard met hagelsteenen, waarvan de grootste twee en een half duim in omtrek hadden, die op het Heerenveen groote onheilen verwekten. In het lusthuis Oranjewoud werden meer dan 2.000 glazen door den zwaren hagel vergruisd; weinige huizen bleven onbeschadigd, gelijk ook de vruchtboomen en granen deerlijk gehavend werden. De tuinvruchten waren vernield, zoo ook de jonge boekweit, waarom men op nieuw moest zaaijen. Een uur lang duurde dit onweer, doch geene menschen kwamen er bij om.” (Steenstra II pg 512). “Den 5 Augustus dezes jaars had de zeeslag op Doggersbank tegen de Engelschen plaats, waarbij onze vloot, onder bevel van den Vice-Admiraal ZOUTMAN, veel roem en eene volkomene overwinning behaalde. Nogmaals had men in Friesland een ontzettend onweder, op den 5 September; waarbij de zware storm, donder, bliksem, hagel en groote stukken ijs vele granen, veldvruchten, sommige boerenplaatsen en molens vernielden. In de steden was de schade aan huizen, boomen enz. ontzettend groot.” (Steenstra II pg 513). Niets over problemen bij de Spoorwegen.
Bij alles een slag om de arm.
In eerste instantie wilden we die niet geloven. Maar gezien de huwelijksdatum van de ouders van Baukje is het wel heel waarschijnlijk dat zij bij haar huwelijk 15 of 16 was. De ouders stemden toe en zo’n jeugdhuwelijk heeft ook wel wat.
Volgens Kwartierstaat van Grietje Jacobs VAN DER BERG (Ryksargyf) trouwt hij ca 1745 (2) met Grietje GAUKES. En woonde hij in 1749 te Surhuisterveen als “sobere boer”, 3 kinderen jonger dan 12 en 3 personen ouder dan 12. Eerste echtgenote Lolkje Jans is waarschijnlijk rond 1743 overleden.
Klaas Karsten uit Zwartveen trouwt december 1718 (eerste proclamatie 5-12-1718 in trouwregister Oudega) met Yttie Hobbes uit Makkum. Grote kans dat hij schipper of schippersknecht was.
Zie ook JEENINGA-genealogie.
Bron: Marten Haijema (Yahoogroep 2-2-2002).
De trouwregisters van Peursum 1692-1720 zijn digitaal toegankelijk en melden geen Rom, Romp of Roem. Dat hoeft ook niet binnen ons verhaal.
Er is ook melding dat dit huwelijk in de Nieuwe Kerk te Delft werd gesloten.
Bij besluit door de Staten van Holland per 24-9-1663 mocht de Hervormde gemeente van Ter Heijde een eigen predikant aanstellen, zodat men niet meer te Monster ter kerke hoefde te gaan. Inmiddels waren de Prinsen van Oranje tevens ambachtsheer van Monster geworden. Een predikant werd beroepen (ds. Wilhelmus Visch) maar de gemeenteleden moesten in een bovenzaaltje vergaderen, een kerk was er nog niet. Deze moest worden gebouwd en voor de eerste-steen-legging kwam de jonge prins Willem naar Ter Heijde (hij werd later nog koning van Engeland), op 1-11-1667. Die eerste-steen-legging gebeurde overigens toen de kerk al vrijwel klaar was en er al deftige huwelijken in werden gesloten (J.G.de Ridder pag 55), want in zo’n door Oranjes gebouwde kerk wilden deftige mensen wel graag trouwen, al woonde men heel ergens anders. Ter Heijde had natuurlijk ook een wat magische klank gekregen door de zeeslag tegen de Engelsen die daar in 1653 voor de kust plaats vond en waarbij de admiraal Maarten Harpertszn TROMP was gesneuveld. De Engelsen wonnen, maar kwamen niet aan land. Hoe het ook zij, in 1675 werd onze voorvader Claes van den Eendenburg in dit fameuze kerkje gedoopt.
Voorvader Willum Anssum van Spronsen werd in de Nieuwe Kerk van Ter Heijde in 1670 gedoopt. Ruim twee jaar nadat deze kerk werd ingewijd (eerste-steen-legging door prins Willem van Oranje). Om dit kerkverhaal volledig te maken: Deze fameuze kerk bestond slechts een halve eeuw. In 1720 moest besloten worden een weer nieuwere kerk te bouwen, bijna een halve kilometer meer landinwaarts. Waarom? Vanwege de oprukkende zee. De in 1612 voorgestelde kustverdediging was nog lang niet voltooid en onvoldoende uitgevoerd. De doopkerk van Claes en Willum is dus ook al lang weer verdwenen. De rond 1720 gebouwde kerk is dankzij betere kustbescherming sindsdien wel overeind gebleven, dat wil zeggen na diverse restauraties staat dat gebouw nog steed op de toen gekozen plek.
In de sinds mei 1659 volledig gerestaureerde Hervormde kerk van De Lier. Zie voetnoot bij melding betreffende haar grootouders Cornelis Vergoude en Lijntge Jans, kw 1492 en 1493.
Kwartierstaat Van der Krogt.
In de Kwartierstaat Van der Krogt wordt Geertje niet genoemd, of eigenlijk toch wel: als dochter van Willem van Spronsen (kw 372) en Lijntje Vergoude (kw 373) en als getrouwd met Arent Laurensz VAN SPRONSEN. Hier is dus sprake van een verwisseling. Andere bronnen noemen Geertje Laurensdr als getrouwd met Arent Willemsz VAN SPRONSEN – de lijn die wij hier ook volgen. In de Kwartierstaat Van der Krogt gaat het om een opmerking in de marge (Jan Laurensz is er de hoofdlijn) en met jaartallen die niet kloppen.
De Oranjepolder, ten zuiden van Naaldwijk en ten westen van De Lier, werd in 1644, in de laatste jaren van stadhouder Frederik Hendrik, bedijkt. De functie van spuiwachter bleef kennelijk formeel op naam van Jochum Jacobsz VREUGDENHIL staan in de eerste maanden na overlijden. De functie ging daarna over op zijn zoon Cornelis Jochumsz (kw 188).
Dit echtpaar aftakking in genealogie De Hek – Van Oosterhoud.
Zus van oudbetovergrootmoeder Lijsbeth Cornelisdr VAN DER KOOIJ (kw 335).
Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn.
Cornelis was dus een broer van Jan Willemsz SWAENSWIJK die met Lijsbeth VREUGDENHIL is getrouwd.
Vissersdorpje in Oostdongeradeel op de plaats waar vanouds het riviertje Donge of Peazens in de Waddenzee uitmondde. Waarschijnlijk bij de Kerstvloed van 1717 ook zwaar getroffen.
Joannes Rudolphi trouwt 2-10-1712 te Paesens met Aukje Eeelkes. Hun eerste kind Rudolphus wordt 30-11-1712 gedoopt. Nog geen twee maanden na de huwelijkssluiting. Misschien kon het huwelijk wegens ziekte of anderszins niet eerder worden ingehuldigd. Of moest Joannes tot na zijn 25ste verjaardag wachten, omdat zijn ouders tegen het huwelijk waren?
Ruitenveen: Ontginningsgebied ten Noorden van Nieuwleusen in Overijssel, oostelijk van Staphorst.
KUITERT-genealogie.
DIEBRINK-genealogie.
Kwartierstaat Jan Geeuwkes DE BOER (Ryksargyf).
Het (ondiepe) meer De Leijen, ca 300 hectare groot, bezuiden het aloude Bergumermeer, ontstond door veenvergravingen. Het ging om een veenrijk gebied tussen hogere zandgronden rondom. Voor 1700 werd het veen boven de grondwaterspiegel weggehaald. Daar deden onze voorouders volop aan mee. Na 1700 begon men ook aan de vergraving in het natte. Daardoor onstond het omvangrijke meer. De benamingen Witveen en Zwartveen voor buurschappen langs het meer herinneren aan uiterlijk en kwaliteit van de ter plaatse verkregen turf. Zwartveen was massiever en donkerder en brandde minder gemakkelijk. Het dorp Witveen kreeg een aparte beroemdheid omdat zich hier (slecht bereikbaar voor overheidspolitie) een clubje Doopsgezinden vestigde, van heinde en ver. De Doopsgezinde gemeenschap kon zich te Witveen/Rottevalle goed in stand houden, met een eigen kerkgebouw en goede acceptatie door de bevolking rondom die tot de Hervormde richting behoorde. In de VANDERHOEK-lijn die rond die tijd woonde te Oostermeerderveen, Zwartveen etc. komen we geen berichten over doopsgezindheid tegen. De acceptatie zal er wel zijn geweest en andere bronnen kunnen hier misschien nog wat meer over duidelijk maken.
Bron: Marten Haijema die overigens alleen de namen noemt. Speculatie betreffende afstammingslijn is van ons.
De bewoners van het zeedorp Ter Heijde (naar het riviertje de Hei, een zijarm van de Maas) verdienden in 1494 hun geld vooral met visserij op de Noordzee (J.G.de Ridder, pag 49). In het onderzoek dat in dat jaar werd gedaan ten behoeve van grafelijke belastingschattingen laten de bewoners weten dat de bestaande belastingen en andere toestanden (oorlogen, overstromingen) hen al tot grote armoede brachten. Klagende “middenstand”? Het dorp lag aan de zee, op korte afstand van het dorp Monster (een tiental minuten verwijderd van Monster dat via een zanderig pad te bereiken was), waar het kerkelijk ook onder viel. Eigenlijk was het de havenplaats van Monster, de heren van Monster bezaten grote delen van het dorp.
De schrijfwijzen liggen nog steeds niet vast in die tijd. Hij is oudste zoon van kw 748 en kw 749.
Bij de doop van drie van zijn kinderen wordt hij vermeld als “Anxem Arijensz Spronssen”, bij de overigen alleen met patroniem (kwartierstaat Van der Krogt).
Vergelijk J.G. de Ridder, pag. 168 en 169.
Kwartierstaat Van der Krogt.
Zouden we dat tegenwoordig niet zijn “schoonzoon” noemen in plaats van “zwager”?
Deze was eerder getrouwd met Geertje Claasse VAN DER SNOEK, bij wie een zoontje Lucas in 1713. Het kan zijn dat hij een jongere halfbroer was van Geertje Lucas VERKOORN (kw 377).
De zomer van 1671 was mooi begonnen, maar eindigt koel en nat (Buisman IV, pg 639). Van 18 tot 22 september stormt het “ongemeen”. In de nacht van 22 september volgt een “orcaen” vanuit het zuid-zuid-oosten “dat bij menschen-geheugen soodanigen niet geweest is, als uyt de courante wel sult connen affnemen, want niettegenstaende die windt gewent is hier wel het laegste water te geven, soo is nochtans op verscheyde plaetsen daerdoor inbraeck geschiet, als tot Goerede ende elders.” Een zzo-storm is aflandig, maar her en der breken toch dijken door. Dit gebeurt overigens niet in Friesland. Wanneer Rudolf en Aurelia te Franeker trouwen moet de bruidssluier wel extra stevig worden vast gehouden.
De functie van dorpsrechter (of bijzitter) was een min of meer eervolle bijbaan. De dorpsrechter werd door de grietman benoemd, uit een voordracht van drie. Hij was in het dorp (Encycl.van Friesland 1957) “niet alleen de plaatselijke vertegenwoordiger van het grietenijbestuur, maar ook en vooral dienstbaar bij de rechtspraak; voor de waterschappen deed hij oproepingen.” Gersloot telde rond 1640 minder dan 20 huishoudingen, dus als “rechter” had Fedde Gosses het waarschijnlijk niet druk. Met waterstaat en dijkbewaking wellicht drukker. Misschien in zijn tijd speelde de kwestie van de aanleg van het oude kerkhof te Gersloot waarheen vanaf de dijk een rijpad moest worden aangelegd over het land van een boer die nogal dwars lag. Dat rijpad kwam er en bestaat nog steeds.
De septemberstorm van rond 22-9-1671 is inmiddels uitgewoed. Misschien was het een week later te Rottum mooi nazomerweer. Hoewel een dame te Amerongen, provincie Utrecht, (Buisman IV, pg 642) op 9 oktober schrijft: “Het regent hier alle daech noch so dat ick niet weet hoe ment koorn weer in d’aerde sal krijchge.” Er kan niet geploegd en gezaaid worden. Maar wel gehuwd. Zeven weken later, rond 20 november, wintert het al en is er ijs. Deze winter, niet erg streng, en met dooiweer en vriesweer afwisselend maar wel steeds met ijs op de vaarten, duurt tot in maart 1672. Het grote probleem is de droogte: het regent maar steeds niet. De lente van 1672 is zonnig maar ook droog. Ideale omstandigheden voor optrekkende landlegers. Het jaar 1672 heet in de vaderlandse geschiedenis “het rampjaar”. Franse, Keulse en Munsterse (“Bommenberend”) legers profiteren van de omstandigheden om binnen te vallen. Door de droogte is de oostelijke grens van de Republiek niet meer te verdedigen. Ook door onwil: de geldschieters in Holland betalen al jaren niet meer voor de verdedigingswerken.
Tijdens het rampjaar 1672 steekt het Franse leger (12 juni) de vrijwel droogliggende Rijn aan de voet van de Elterberg (“Zonnekoning” Louis XIV kijkt vanaf de berg toe) over. Het leger rukt snel op naar Amersfoort en Utrecht. De Staatse regering, onder Jan de Witt, is radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos, is later geschreven. De Hollandse regenten krijgen het nu op hun brood dat ze stadhouderloos (zonder Oranjes) wilden doorregeren. Op 21 juni wordt op de “premier” Johan de Witt een moordaanslag gepleegd die hij overleeft. Zijn broer Cornelis de Witt wordt wegens een aanklacht van een moordaanslag op de jonge prins van Oranje gearresteerd en meer dan vier uren op de pijnbank gelegd. De zondebokken zijn aangewezen. Prins Willem wordt 9-7-1672 tot stadhouder van Holland en 16-7-1672 tot stadhouder van Zeeland benoemd. Niet dat hij in staat is veel te doen aan de ontstane situatie tegen het binnengevallen Franse leger. Johan de Witt neemt op 4-8-1672 ontslag als “premier”, nog steeds herstellende van de bij de aanslag opgelopen verwondingen in borst schouder. Op 20-8-1672 bezoekt hij zijn broer Cornelis die nog steeds in de Voorpoort (Gevangenpoort) bij het Binnenhof te den Haag wordt gevangen gehouden. Dat wordt beiden noodlottig. De plaats wordt door “het volk”omsingeld en de broers worden naar buiten gesleept, vermoord en opgehangen. Het verhaal in details is elders te lezen.
De Franse aanval op Holland die aanvankelijk heel goed leek te slagen, werd uiteindelijk in de herfst van 1672 toch een misser. Mede door “slecht weer”. Achter de rug van het Franse leger trokken Duitse legers richting Groningen en Friesland. Het leger van de Münsterse vorst-bisschop Christoph Bernhard VON GALEN (1606-1678) die “Bommen-Berend” ging heten omdat zijn leger van mortieren gebruik maakte, was erop gericht Friesland te veroveren. De Lindelinie in het zuiden van Friesland (Weststellingwerf) kon hij passeren. Maar op de heidevelden oostelijk van Oudeschoot leed hij een nederlaag. Bij die slag waren veel “Woudsters” betrokken en vermoedelijk ook leden (jongemannen) uit onze voorfamilie.
Bommen-Berend bleef langer dan de Fransen in Holland actief in Drenthe, Groningen en Friesland. In 1674 moest hij tenslotte de bijl erbij neergooien. Een vredesverdrag werd gesloten. De bisschop trok zijn legers terug. Zijn oorlog kostte veel mensenlevens. Misschien ook in onze voorfamilie.
Het weer in de zomer van 1628 was over heel Europa bar en boos (Buisman IV, pg 396). De oorlog op het land ligt daardoor stil. Vice-admiraal Pieter Pietersz Hein (geb 1577) verovert 8/9 september bij Cuba de Spaanse ‘Zilvervloot’. In januari 1629 komt hij met de buit in Holland aan. De opbrengst wordt grotendeels gebruikt ter financiering van het beleg van Den Bosch in 1629 onder leiding van prins Frederik Hendrik (de “Stedendwinger”). Piet Hein kan niet lang van zijn verworven roem genieten. Hij sneuvelt nog in 1629 bij Dungeness, ten zuiden van Dover. De zomer van 1634 munt uit door droogte (Buisman IV, pg 423). “In dit Jaer is een extraordinaris droge Somer tot in de laesten Herfst geweest, dat de Beesten in Vrieslant groot gebreck van water hadden, daer is op gevolgt een harden winter dat wel drie maenden besloten water geweest is.” Tevens is er in Leeuwarden, Dokkum, Harlingen, Sneek en zelfs in vlekken en dorpen als Kollum en Sexbierum een oproer tegen lasten-verzwaring voor de gewone man. Begin februari 1643 woedt er boven de Noordzee een noordwesterstorm die gepaard gaat met onweer, sneeuw en hagel. Op maandag 2 februari volgt een stormvloed (Buisman IV, pg 470). In Friesland slaan in Hindeloopen 12 of 13 huizen weg en wat noordelijker, in Gaast, spoelen de lijken uit de graven. Het water bereikt de randen van Drenthe en dat men met schuiten over zandgrond kan varen wordt als heel merkwaardig beschouwd. In 1645 wordt de vaart tussen Leeuwarden en Harlingen gereed gemaakt voor de trekvaart, onder meer door uitdieping en door de aanleg van een jaagpad. In 1646 gaat de trekschuit varen. Er volgen meer trekdiensten: op Dokkum, Sneek en Bolsward (1662) en andere steden (Buisman IV, pg 482). Op 20-4-1646 maakt de Friese stadhouder Willem Frederik gebruik van de trekschuit naar Harlingen om naar Amsterdam te reizen: “20 april vriedag om vier uir dess morgens in de treckschuit gegaen en te acht uir te Harlingen gekomen, alwaer mij de magistraet ontfing […] Om half negen ginck ick scheep, had in de windt en hardt weer en wind, heel kold; quaemen tot voor de haeven van Enckhuysen, doch kosten om de contrari stroom niet binnen de haeven komen.” (Buisman IV, pg 485) Kwartierstaat Jan Geeuwkes DE BOER (Ryksargyf). VAN DER VEEN genealogie. Kwartierstaat Schelling-Beekenkamp. J.G.de Ridder pag 52: Na de stormramp van 1612 stelden de ‘voochden van Ter Heijde’ aan ‘Myne Heeren van de Reeckenmeester der Graeffelicheyt van Holland’, daartoe ondersteund door de ‘Scout ende Geregte’ van Monster, voor om tot behoud van de duinen en ter voorkoming van nieuwe rampen palen te slaan en die te betimmeren met ‘een houte scherm of schuttinge tegens den slach vant water of te hoge springvloeden.’ Tevens werd om beplanting met helmgras gevraagd van de nog overgebleven duinen. De kapel van Ter Heijde is rond 1600 verdwenen. De dwarse vissersbevolking moest daarna te Monster ter kerke, wat ze niet graag deed. Indruk bestaat dat de Heijers in belangrijke mate Doopsgezind waren (Wederdopers) en niet Hervormd volgens de “staatskerk”. Genealogische website van Daan den Hengst. Het dorp De Lier ontleent zijn naam aan een riviertje Liora (“helder water”?). Minstens in 985 wordt het dorpje (al) vermeld. Rond 1500 telde het ca. 250 inwoners, in 1632 stonden er 104 huizen en telde het dorp misschien ruim 400 inwoners. Voorouders Cornelis Vergoude en Lijntge Jans trouwden er in dat jaar. Het (roomskatholieke) kerkgebouw van De Lier werd 3-7-1572 tijdens een hevig onweer door de bliksem getroffen en brandde volledig uit, “alleen de muren en de pilaren bleven staan” (J.G.de Ridder, pag.161). In de periode erna gingen vrijwel overal in Holland de roomse kerken over in Hervormde handen, maar de jonge en kleine Hervormde gemeente van De Lier had geen geld om de kerk te herstellen. Opgemerkt mag worden dat Arent Dirckz DE VOS die in 1532 (rk-)pastoor van de Lier was geworden, zich tot een sterke voorstander van de Hervormingsideeën ontwikkelde. Hij werd onder het rk-bewind daarvoor op 30-5-1570 met wurgdood en verbranding op het Groene Zoodje (bij de Gevangenpoort) te Den Haag, samen met enkele lotgenoten, beloond. “Eerst in 1590 werd het koor weer opgebouwd, zodat men daarin kerkdiensten kon houden. Veertig jaar later pas restaureerde men de toren, zij het provisorisch.” Dat laatste vond dus plaats rond de tijd dat Cornelis en Lijntge er trouwden. Voor de volledige restauratie kreeg men toestemming de accijns op bier en wijn hiervoor te gebruiken. “De heffing werd opgebracht door de Lierse herbergiers en aanvankelijk ook door die uit de omliggende dorpen. Op elke ton bier bedroeg deze belasting één gulden en op elke stoop wijn drie stuivers. Uit de opbrengst van deze zgn. ‘toren-accijns’ werden obligaties gekocht. Eerst in 1715 werd deze belasting opgeheven.” Bepaald werd dat de toren vóór 1657 volledig gerestaureerd moest zijn. Maar omdat de toren nog los stond van de uitgebrande kerk was men (terecht) bang dat hij zou instorten door het luiden van de twee zware, in te brengen klokken, “gelijk voor weinige jaren in den Poeldijk geschied was”. Dus werd 11-2-1648 de restauratie van de kerk aanbesteed voor een bedrag van 10.000 gulden. Dat geld kon niet via de toren-accijns bij elkaar worden gebracht. Dominee Wilhelmus Hasius en ambachtsheer Adam Lockhorst wisten voldoende geldschieters te mobiliseren en in mei 1659 had De Lier eindelijk een volledig gerestaureerde kerk. Bij de plechtige ingebruikname hield dominee Hasius een preek over Psalm 84 vers 1 en 3. Ook: Anselm, Ansum, Anghsom en Spronzen. Buisman IV, pg 381. Haar eerste man heette Arent Willemsz DRAIJER. Kwartierstaat Van der Krogt. Kwartierstaat Van der Krogt. COREN: zijn nakroost dragen de namen VERKOORN of VERKOREN. In kwartierstaat van Kim Dijkxhoorn wordt hij Ijsbrant Corneliszn COREN (ZEEMAN) genoemd. Beroep lijndraaier. Blankenburg, op het (voormalige) eiland Rozenburg, aan de mond van de Maas. Geen patroniem of familienaam bekend. Oosthem = dorp in Wymbritseradeel, aan de Wymerts-stroom (Bolswardervaart), ten ZW van Sneek. Van der Aa. Kwartierstaat Boukje van der Veen. Nog na te gaan. Zie ook Jelger Sjoerds 4096 en Hendrikje Hendriks 4097. Kwartierstaat Boukje van der Veen. Op 17 oktober 1658 kiezen 73 grote en middelgrote schepen zee om naar de Sont te koersen en daar de Denen te helpen tegen de Zweedse koning. Op 3 november wordt de zeestraat tussen Denemarken en Zweden bereikt, daarna is het wachten op noordenwind (zeilschepen immers). Die komt op 8 november. In de slag op de Sont die hierna volgt wordt de Zweedse vloot verslagen. De vaart door de Sont is weer veilig gesteld. (Buisman IV 557) Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn: ondertrouw 13-10-1584 te Delft, gehuwd op 1-11-1584 te Delft (Gerecht). Haar ouders woonden 1578 te Benthuizen, maar eerst te Delft? Misschien is ze te Delft gedoopt. Op die dag is er een wolkbreuk boven Thüringen. (Buisman IV 231) “Ons Voorgeslacht” 1967, blz 27. Zoon Abraham is stamgrootvader in onze kwartierstaat, zoon Gabriël is stamgrootvader in de kwartierstaat Dijkxhoorn. Buisman IV 489 vat samen: “Frederik Hendrik tobt al jaren met flerecijn (jicht) en andere kwalen en takelt zo af, dat hij nauwelijks meer kan spreken. Hij overlijdt op 14 maart 1647 en is dan 63 jaar oud. Het Huis ten Bosch is in aanbouw.” Dichter en geschiedschrijver P.C.Hooft is 66 en ook ziekelijk. Hij is op 10 mei in Den Haag voor de begrafenis van Frederik Hendrik. Hooft overlijdt er op 21 mei 1647. Hij wordt in Amsterdam (Nieuwe Kerk) begraven. Genealogie van Pieter de Bije (Angelfire). Hij was weduwnaar van Pleuntje Jacobsdr BOVENWATER., die 28-2-1590 te Zoetermeer werd gedoopt en daar dus voor 1623 overleed, hoogstens 33 jaar oud. Genealogische website van Daan den Hengst. Kwartierstaat Van der Krogt. Of 15-6-1607 (kwartierstaat Kim Dijkxhoorn). Genealogische homepage van Hendrik van der Spek. Met doopdata van dochters Trijntje en Maartje is iets vreemds aan de hand. POUTSMA-lijn kruist na 1800 in twee gevallen weer de “De Jong”-lijn (zie aldaar). O.a. Hofstee-genealogie. Dit is waarschijnlijk rond 1620 gebeurd. De verveningen vanuit Heerenveen in oostelijke richting waren al ruim 50 jaar in volle gang. Langs de vaart ontstonden nieuwe buurschappen, Nijbrongerga en Nijkatlijk, later Benedenknijpe en Bovenknijpe genoemd (momenteel, samen, De Knipe). Op 12 mei 1620 kreeg de Friese stadhouder, graaf Willem Lodewijk (“Us Heit”), een beroerte. Hij overleed op de laatste meidag. Zijn broer Ernst Casimir werd stadhouder. Steenstra II 452: “Buitengewoon streng was de winter, die op den 5 December 1620 begon. Een Engelsch schip bevroor op den Abt, en werd de lading met paard en sleden langs de zee naar Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen vervoerd. Zeker Harlinger schipper Jan Hanszen, met zijn schip op de hoogte van het eiland Vlieland bevriezende, waagde het van daar met een klein sleedje bij zich te voet over het ijs naar Harlingen te gaan, alwaar hij ook behouden aankwam.” Ging de bemanning mee of liet hij die achter? Of was hij alléén aan het varen geweest. Het jaar waarin Watergeuzen Den Briel veroverden en ook het Friese stadje Dokkum innamen, waar het Spaanse garnizoen, voorzover niet al gevlucht, zich in de zware stenen toren van het Sint-Bonifacius klooster had verschanst. Steenstra II 399: “In het midden van September had deze belegering of inneming van Dokkum plaats; des morgens om acht ure werd ’s Prinsen volk meester van de Aalzumer poort, en trok de in groote verwarring zijnde stad binnen. Alle geestelijken, uitgezonderd een monnik, verlieten de stad, en de Spaanschgezinde inwoners werden onder eede verbonden zich binnen hunne huizen te houden, wordende de gevondene verborgene vijanden in de gevangenis gezet. Inmiddels waren de Hervormden, die hier talrijk waren, over de woeste handelingen van velen dezer bijeengeraapte soldaten zeer beangst, vreezende voor de gevolgen, en wilden gaarne met de vlugt de stad verlaten, doch zulks werd hun bij plakaat verboden. Des anderen daags plantte men het geschut voor den toren, na dat de soldaten de overgave, op voorwaarde van vrijen aftogt, afgeslagen hadden, doch het geschut deed weinig schade, want de belegerden wisten, door het gebruik van rood laken, de kracht der kogels te breken. Eindelijk stak men den toren beneden in den brand, zoodat al het houtwerk verteerde, en de klokken smolten, terwijl de soldaten, boven in grooten benaauwdheid zijnde, zich noch met het geweer verdedigden, en twee kwetsten.” Op de toren na was Dokkum enkele dagen vrij van de Spaansen. Maar toen stuurde de Spaanse kolonel Robles er een vers leger op af dat aan de inname van Dokkum een snel einde maakte. “Nu was er aan het moorden en schenden geen paal of perk. Het bloed der vermoordde Gereformeerden stroomde van de straten in de doorvlietende Ee; zelfs werden vele Roomschgezinden niet of naauw verschoond. Alles werd uitgeplunderd, en eindelijk de stad in brand gestoken, ja de geheele plaats met al hare bewoners waren welligt door deze woeste Walen vernield en vermoord geworden, zoo niet eenige uitgewekene Spaansch-gezinde Dokkumers zulks bij Robles te Leeuwarden, door hunne voorspraak, hadden verhinderd.” Bedorven gegevens? Zie Jelger Sjoerds en Hendrikje Hendriks bij kw 2048. Bestond Witveen al rond 1550? Volgens KUITERT-genealogie. VAN DER VEEN-genealogie. GERKES-genealogie. Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn. Hofsteegenealogie. In kwartierstaat Kim Dijkxhoorn komen zowel Pleun van der Kooij als Harmen van der Sweth als voorvader voor. Pleuns kleinzoon Jacob Gabriëls van der Kooij, getrouwd met Annetgen Arentsdr Dijcxhoorn, krijgt een zoon Gabriël Jacobszn, die trouwt met Annetje Symonsdr Hoorewech, de dochter van Symon Cornelszn Hoorewech en Harmens kleindochter Maertge Pieters van der Sweth. Tussen 10-5-1582 en 1-5-1597, volgens melding in “Ons Voorgeslacht” 1967 blz 27. Genealogie van Pieter de Bije (Angelfire): “tussen 6 november 1626 en 1628”. Kwartierstaat Schelling-Beekenkamp. Genealogie van Pieter de Bije (Angelfire). Het Westland was begin 16de eeuw nog geen centrum van tuinbouw. Uit onderzoek (‘Informacie’) in 1514 onder de bewoners gedaan, met oog op belastingheffing, blijkt dat zij toen voornamelijk leefden van akkerbouw en veeteelt. De tuinbouw werd later geintroduceerd, vooral nadat Frederik Hendrik in Honselersdijk een groot buiten had laten bouwen, met uitgebreide fruit- en groentetuinen erbij. Kwartierstaat Van der Krogt. Melding bij Schothorst. In een overzicht van advocaten voor het Hof van Friesland (internet) komt de naam van Sybrandt Baerdt niet voor. Misschien is die lijst niet compleet genoeg. De redelijk befaamde rector, medicus en dichter Petrus Sybrandts BAERDT heeft zijn naam mee en zou een broer van Eelckien kunnen zijn geweest. Van hem wordt echter gesteld dat hij ca 1590 te Staveren werd geboren (Enc.v.Fr.1958). Nader onderzoek is mogelijk om deze Petrus uit de familie te schrappen. Kwartierstaat Kim Dijkxhoorn. Harmen en Maritgen werden heel oud, Maritgen zelfs rond 100 jaar volgens deze gegevens. “Ons Voorgeslacht”, 1967 blz 27 Hofsteegenealogie: (71284) ?Hendrick Claes van Tol, lives Benthuizen, d. after 1537. Of Tonisdr ? (Genealogie van Pieter de Bije). Gemeentearchief Zoetermeer. Zoek Cornelis Vranckez Bijl (internet). Je weet wel: de vrouw Kenau Simonsdr HASSELAER verwierf grote roem tijdens dat beleg door leiding te geven aan het gieten van kokende olie en andere verschrikkelijkheden op de bestormers van de stadsmuren. Overigens moest Haarlem zich 12-7-1573 gewonnen geven. In 1514 telde Zuid-Holland 194.000 bewoners (Noord-Holland 79.000 waarvan 12.000 in Amsterdam). In 1622 telt Zuid-Holland al 482.000 bewoners (Noord-Holland 188.000 waarvan 105.000 in Amsterdam). Door de politieke ontwikkelingen groeit het aantal bewoners van Zuid-Holland en Amsterdam in ongeveer de 16de eeuw enorm. Het percentage immigranten, “allochtonen”, is in 1622 te Amsterdam 33, in Gouda 38, in Rotterdam 40, in Haarlem 51, in Leiden (textielindustrie, universiteitsstad) zelfs 67. De SPRONCS wonen bij de stad Delft die in 1622 bijna 23.000 inwoners telt (18% immigranten), de helft van Leiden (45.000), meer dan Rotterdam (20.000). Kwartierstaat Van der Krogt. Meldt: Zie Stamreeks Van Spronsen. Kwartierstaat van Schothorst noemt: “vermeld 1546, 1572, te Marssum (1553), volmacht van de Vijfdelen Zeedijken (1546, 1554), volmacht van Menaldumadeel (1559), volmacht van Marssum (1571), curator over Suyrdt AESGAMA.” Waarschijnlijk zijn neef (zie ook kw 26425). Mogelijk dezelfde als Hobbe Baerdt, ovl 9-6-1591 en begraven in de kerk te Marsum. Zerktekst: “Hier leyt begrave de eerntpheste en discrete mr Hobbe Baerdt graffier in den hove va Frieslant en sterf de 9 iuny ano 1591”. De naam DOUMA VAN OENEMA ontstaat na het huwelijk van Rienck DOUMA en Tjepcke OENEMA, laatstgenoemde ovl in 1485 (Enc.v.Frl. 1958). Bij enkele nakomelingen van hen komt de familienaam Douma van Oenema in gebruik. Rientje kan een achterkleindochter zijn geweest. Een kleinzoon van Rienck en Tjepcke was de Friese vrijheidsstrijder Jancke DOUWAMA (1482-1529). Hij werd dus niet bekend als een DOUMA VAN OENEMA. Genealogie van Pieter de Bije (Angelfire). Ook Hofsteegenealogie (32.824). Gort is gepelde gerst, dat pellen werd sinds de middeleeuwen in pelmolens gedaan. Gerstepap of gortepap (karnemelkse pap) behoorde tot het regelmatige menu. Ik ben de naam “Spronc” (nog) niet als voornaam tegengekomen. Wel als familienaam/herkomstnaam. Zo was een Willem SPRONC schepen van Gouda volgens een akte van 23-4-1394 in het Regestenregister van de stad Gouda. Een Gerard SPRONC was schepen van Deventer in ongeveer dezelfde tijd, volgens het proefschrift “Bestuursstructuur en Schriftcultuur: een analyse van de bestuurlijke verschriftelijking in Deventer tot het einde van de 15de eeuw” door Jeroen Fitzgerald Benders (Groningen 2002). In Deventer ook een Simon SPRONC. Dit zijn meldingen die ik via internet vond. Ben nog geen verklaring voor de herkomst van de naam tegengekomen. Kwartierstaat van Schothorst. Genoemd als eigenaar van landerijen te Arum (akten van 1542 en 1543). Arum is een terpdorp op de dijkroute tussen Bolsward en Harlingen. Circa 1515, Tiette Folperts was rond 35 jaar, was er de Arumer Zwarte Hoop van “vele huislieden, wier goed door de Saxers verbrand en verwoest was, zoo uit Arum zelve, als ook van Kimswerd en Witmarsum” (Steenstra II, pag 352). De Arumer Zwarte Hoop trok plunderend langs Harlingen en Franeker en door Het Bildt “en roofden ontallijk vele beesten”. Geen bewijs dat Tiette eraan meedeed. De Duitse kerkhervormer Maarten Luther sterft in 1546. “Gaeman” kan hetzelfde betekenen als kerkvoogd. Kwartierstaat Warrink. De kleinzoon Tiette Folperts BAERDT van Tiette en Duedt, via oudste zoon Folpert, was dorpsrechter en grietenij-secretaris. Hij werd begraven in de dorpskerk van Schingen (bij Dronrijp). De zerkinscriptie: Anno 1614 den 18 september stierf de eerzame Tiete Baarde secretarius over Menaldumadeel, oudt 58 iaar. Hier rust wel Titi vleesch, en zijn verdorde leeden, maar zijn zeer vroome ziel, is hooger opgetreeden, versaamt bij t’engelsch heir en ’s hemelsch vreugd gevoelt, na dat sich in zijn vleesch een wyl heeft gewoelt, zyn ligchaam blijft hier ook [in] d’aarde niet verlaten maer zal hier namaels eens ook wandlen op de straten van ’t nieuw Ierusalem, met d’ziel te saam gepaert en leven eeuwiglijk in eenichheyd vergaert (Everhardus Hesener v.d.m. te Schingen). Dominee Hesener liet een halve preek op de grafplaat beitelen. Mogelijk nog steeds in het kerkje te Schingen na te lezen. Kwartierstaat van Schothorst. Welsrijp (in noordelijke uitloper van Hennaarderadeel) ligt direct oostelijk van Salwerd (Franekeradeel). De betrokken personen waren niet alleen geliëerd, maar woonden ook vrij dicht in elkaars nabijheid. Encyclopedie van Friesland, editie 1958. Na 1600: “In 17de eeuw noemt Folpert Hettes te Marsum zich Baarda”. (Enc.v.Fr. 1958) Kwartierstaat Johan Gerard Stuut. Kwartierstaat van Schothorst. Daar wordt de suggestie gedaan dat Folpert via zijn huwelijk in relatie kwam met een familie Baerd-Aesgama, “vermoedelijk bezitters van de Baardazathe nabij Wommels en Oosterend”. (Baarda van Ba-wert). Zeker is dat zijn zoon Tiette de familienaam Baerdt kreeg en trouwde met Duedt Sjoerdsdr Aesgama. Oosterend is een terpdorp van grote ouderdom (vondst van aardewerk uit de Romeinse tijd) waaromheen al vroeg bedijkingen plaats vonden ( het zogenaamde “eiland van Oosterend”). H.W. Steenstra “Geschiedenis van Friesland” (1845), deel II pgs 315-342. De andere kandidaat was Maximilaans zoon, graaf Filips II van Holland, maar de keizer was Hertog Albert een heleboel geld verschuldigd dus diens benoeming tot erfpotestaat of gouverneur van Friesland (Albert zag het wel zitten) bevrijdde hem ook nog van een financiële last. Albert kon belastingen gaan innen voor zichzelf. Steenstra, II pag 319: “Tusschen de vier en vijfduizend Woudlieden kwamen hier om het leven, door het zwaard der vijanden en het water.” HAARDA of HAERDA: Was Pybo Haarda een broer misschien van edelvader Fedde Mernstra (Haerda) (kw 209406) of anderszins gelieerd? Het achteraf-verslag door Steenstra kan je niet echt objectief noemen. Het is niet te bepalen waar hij overdrijft. Zie ook kwartierstaat van Theunis-Jan en Ellen de Leeuw (Donia-kant). Steenstra II pag 285. De edelvader Fedde MERNSTRA wordt ook HAERDA genoemd. De naam “Mernstra” heeft misschien te maken met de getijstroom Marne die door het gebied stroomde. “Haerda” is nog niet verklaard. In 1498 rukte het huurleger van overste Fox tot ver in Barradeel op. Daarbij werd de sate van Pybo HAARDA te Oosterbierum ingenomen en geplunderd. Pybo werd aan het paard gebonden en naar Bolsward afgevoerd. Misschien was hij een zoon of kleinzoon van edelvader Fedde. Engelum is dorp in Menaldumadeel, noordelijk op korte afstand van Marssum. H.W. Steenstra “Geschiedenis van Friesland” (1845), deel II pag 264. Er gebeurt nog een heleboel en door de kleinzonen van Haringh woedt er in Midden-Friesland nog even een bloedige “Donia-oorlog” (Schieringers tegen Vetkopers). Maar dat verhaal is elders beschreven. Haringhs kleindochter Ael Syrcks van DONIA trouwt met een waarschijnlijk wat minder vechtlustige Merck die als zwager (vererving via Ael) aan de Donia-bezittingen wordt geliëerd. Via vrouwelijke lijnen komen we vervolgens bij de Stellingwerfse grietman Eyse Jan Willems van Terwisga die trouwt met een achterkleindochter van Merck en Ael. Dan zit je begin 16de eeuw. Zeven generaties later trouwt Grietje Wiebes VAN TERWISGA met Tjepke Hendriks BUWALDA (boer te Het Meer), betovergrootouders van Akke BUWALDA, de moeder van Jan DE LEEUW. De Friese vrijheidsstrijder Grutte Pier wordt ook DONIA genoemd, naar de naam van zijn boerderij “Donia-state”. Er is geen bewijs dat hij persoonlijk stamde uit de Donia-lijn zoals hierboven bedoeld.
PAGE
PAGE 13 Werkdocument 1 Omendebij en vóor 1700 – april 2003