Inleiding Tot de Voorfamilies Vanderhoek-Dejong
INLEIDING TOT DE VOORFAMILIES VANDERHOEK-DEJONG
Verantwoording
In deze inleiding tot de Voorfamilies VanderHoek-DeJong wordt zo beknopt mogelijk samengevat wat uit familieverhaal en een nog lang niet uitputtend gedane verkenning van beschikbare archieven aan gegevens te voorschijn is gekomen. Het doel van de inleiding is om voor iedereen een wat duidelijker beeld vast te leggen van de “voorvaders” en “voormoeders” want om allerlei begrijpelijke redenen was tot dusver dat beeld behoorlijk onduidelijk.
Het gaat om een inleiding tot de voorfamilies VanderHoek-DeJong en dat is een beperking. Ik heb de ouders en voorouders van WILLEM VAN DER HOEK (1906-1961) en ELIZABETH DE JONG (1910-1989) op het oog gehad. Willem en Lyske trouwden 21 juni 1934 en brachten twaalf kinderen groot. Via die twaalf kinderen zijn inmiddels alweer andere generaties ontstaan en aan het ontstaan die nog weer andere voorfamilies “met zich mee brengen”. Ik weet dat van mijn eigen kinderen en kleinkinderen die deze inleiding natuurlijk ook maar als een half- of kwart-verhaal kunnen beschouwen betreffende voorfamilies. En terecht.
Ik had een dossier gemaakt (Om Willem en Lyske hinne) en de voorlopige tekst meegenomen naar de bijeenkomst begin maart te Nijkerk waar de 60ste verjaardag van zwager Jan de Leeuw in familiekring werd gevierd. Ik liet zus Hillie en broer Klaas er even doorheen bladeren. Hillie toverde een paar interessante familiefoto’s uit de jaren 20 van de vorige eeuw te voorschijn waarvan ik het bestaan niet kende en Klaas had allerlei aanvullende opmerkingen, zodat ik dacht: stop met priegelen en gooi het in de familie.
Klaas was bereid bij het Ryksargyf in Leeuwarden bepaalde documenten in te zien, van welke ik verwachtte dat ze extra informatie over de voorfamilie zouden leveren. Dat hielp enorm en inmiddels kan Klaas als hoofd genealoog binnen de familie worden beschouwd.
In deze inleiding vat ik samen wat we nu ongeveer op een rijtje hebben. Iedereen die dat wil en er de tijd voor heeft, wordt uitgenodigd het mogelijke toe te voegen. En ik vind dat alle her en der aanwezige familiefoto’s uit het begin van de 20ste eeuw een keer bij elkaar moet worden gebracht om gedigitaliseerd te worden voor een gezamenlijke uitgave. Dat kan tegenwoordig.
Dit blijft een inleiding. Mogelijk volgend jaar van allerlei meer.
Aan en namens de kinderen van WILLEM VAN DER HOEK en ELIZABETH DE JONG,
Deventer, mei 2001
Jan Wolter VanderHoek
(met grote dank aan broer Klaas Wzn Van der Hoek)
1. De “eerste” VAN DER HOEK
1.1. Algemene inleiding betreffende achternamen
In 1811 was Nederland al ruim vijftien jaar door Franse legers bezet gebied. De Franse dictator en zelfbenoemde keizer Napoleon Bonaparte liet zijn broer Louis een tijdje “koning van Holland” zijn. Koning Louis (Lodewijk) deed het niet eens zo slecht, relatief gezien, en zat zijn oorlogszuchtige broer na een jaar of vier eigenlijk weer in de weg. Koning Louis mocht zijn kroon inleveren en Nederland werd volledig ingelijfd bij Frankrijk. Dit hield in dat alle Franse wetten hier ook gingen gelden en Nederland een “modern” land werd met de hele burokratie die daarbij hoort.
Napoleon had belastinggelden nodig en jongemannen (dienstplicht) voor de door hem geplande veldtochten tegen Rusland. Zo werd eind 1811 ook in Nederland het register van de Burgerlijke Stand van staatswege ingevoerd. Alle mannelijke gezinshoofden moesten zich voor dat register melden. Zij, hun eventuële kinderen en waar van toepassing op dat moment levende kleinkinderen (met leeftijdsopgave), dienden te worden aangemeld.
De belangrijkste “ingreep” was achteraf gezien wel dat bij deze registratie verplicht werd dat men voor een vaste achternaam koos die voor de leden van het gezin ging gelden en langs mannelijke lijn, bij huwelijk, op de kinderen, mannelijk en vrouwelijk, overging. Zo’n “vaste achternaam” of familienaam bestond in Noord-Nederland in veel gevallen nog niet. Men werkte met patroniemen: zoon Freerk van vader Tamme heette Freerk Tammes en Freerks zoon Tamme ging Tamme Freerks heten en diens zoon Freerk werd dan weer Freerk Tammes enzovoort.
Wanneer het binnen een dorp of regio door die patroniemen wat onduidelijk werd, kon je een “bijnaam” krijgen (de Witte, Schoenmaker, de Jong, Van der Hoek). In 1811 werden de gezinshoofden gedwongen een vaste achternaam te kiezen. Hun patroniem van dat moment (Jansen bijvoorbeeld), de bijnaam als hoofdnaam of wat hen maar te binnen schoot (Naaktgeboren, Zondervan). Een deel van de gezinshoofden in Friesland en elders gaven eind 1811 geen gehoor aan de oproep en lieten zich niet (tijdig) inschrijven. Toen Napoleons geplande verovering van Moskou in 1813 volledig mislukte (ook veel Nederlandse dienstplichtigen lieten er het leven bij) was Nederland bevrijd van de Fransen. De Burgerlijke Stand is daarna wel blijven bestaan. Gezinshoofden die zich in 1811 niet aanmeldden kregen daarna opnieuw de oproep onder eigen Nederlands bewind (dit duurde tot en met 1826).
Door het systeem van de Burgerlijke Stand, dat moet de Fransen worden nagegeven, werd een vaste en openbare registratie op “vaste achternaam” in Nederland ingevoerd. Pas sinds die tijd beschikken we (hoewel nooit volledig compleet) over familienaambronnen.
Het is door de invoering van de Burgerlijke Stand dat we 200 jaar later bijvoorbeeld met de achternamen VAN DER HOEK en DE JONG mogen leven. Allerlei andere namen die ook bij de voorfamilies horen, dreigen te worden vergeten (Oenema, Frankena, van der Werf, Woudstra, Lukkes, Roem, Wiekel, Schipper enzovoort) omdat binnen het systeem van de Burgerlijke Stand achternaamvererving langs mannelijke lijn werd ingevoerd. Meisjes die trouwden konden hun familienaam niet aan hun kinderen doorgeven, die kregen automatisch de familienaam van de echtgenoot/vader. Pas in 1991 werd aan dit automatisme een einde gemaakt.
Deze algemene inleiding betreffende achternamen betreft alle voorfamilies en niet alleen die met de VANDERHOEK-naam. Volgens het naamsregister van eind 1811 liet Freerk Tammes uit Bovenknijpe (mairie Knijpe, grietenij Schoterland) zich met de gezinsachternaam VAN DER HOEK inschrijven en zo kan je hem als “eerste” VAN DER HOEK beschouwen. De voorvader DE JONG ontbreekt in de Friese naamsregisters van 1811. Misschien gaf hij geen gehoor aan de oproep of kon hij er geen gehoor aan geven. De familie was er zeker wel - in 1811 (aan de westkant van het Tjeukemeer of daaromtrent in de mairie Langweer dan wel de grietenij Doniawerstal).
1.2. De “eerste” VAN DER HOEK nader bekeken
De vaste achternaam VAN DER HOEK hebben wij, ik houd de invalshoek aan van de kinderen van WILLEM VAN DER HOEK (1906-1961) en ELIZABETH DE JONG (1910-1989), te danken aan één van onze oudvaders: FREERK TAMMES VAN DER HOEK (1751-1841).
Hij was in 1811 toen inschrijving bij de Burgerlijke Stand verplicht werd 60 jaar oud. Hij koos voor zichzelf en zijn vijf kinderen op dat moment de vaste achternaam VAN DER HOEK.
In de archieven is tot dusver geen verklaring te vinden voor zijn keuze voor juist die achter- of familienaam. De naam VAN DER HOEK is redelijk uniek. Volgens de naamsregistratie-archieven van 1811 (Friesland) waren er op dat moment slechts zo’n 30 gezinshoofden die deze naam lieten registreren.
Elders in Nederland komt de achternaam geconcentreerd nog voor in het Zuidhollandse gebied van de Hoeksewaard en daaromheen (Puttershoek, Hoek van Holland). Het unieke is de letter R in de naam Van der Hoek. Die wijst op een herkomstplaats (een “vrouwelijke” naam) en niet op zomaar een hoek binnen een wegenplan of dijkenplan (dan is een N op zijn plaats, een “mannelijke” hoek).
Dit kan allemaal nog verder worden nagezocht en waarom oudvader FREERK TAMMES binnen de Mairie Knijpe (langs de Schoterlandse Compagnonsvaart) voor de VAN DER HOEK-naam koos is nog lang niet duidelijk. Toen hij 17 mei 1789 in de Hervormde kerk van Kortezwaag trouwde met oudmoeder HENDRIKJEN WOLTERS (geboren in Oranjewoud) werd hij als FREDRIK TAMMES (uit Kortezwaag) in het trouwregister ingeschreven. Niks “Van der Hoek”.
Het is mogelijk dat onze Freerk of Fredrik de “bijnaam” Van der Hoek van zijn vader erfde. Dan hebben we het over oudgrootvader TAMME FREERKS die in 1722 werd geboren en in 1746 te Terwispel trouwde met oudgrootmoeder EEUWKJE JALDERTS (de Vries). Door jong overlijden van Eeuwkje duurde dit huwelijk niet lang en waarschijnlijk was (oudvader) Freerk Tammes het enige kind uit dit huwelijk dat in leven bleef en voor nageslacht (de uiteindelijk Knypster “Van der Hoeken”) zorgde.
Wat binnen dit verhaal dan mogelijk interessant kan zijn is dat (oudgrootvader) Tamme Freerks in de huwelijksakte van 1746 genoemd wordt als afkomstig van Opeinde. Dat is een dorpje boven Drachten, aan het meer, en in een gebied rond de grens tussen Friesland en Groningen waar tot op de dag van vandaag wortels van andere Van der Hoeken-families zijn te traceren.
Het kan best zijn dat oudvader Freerk Tammes toen hij, 60 jaar oud, aan de naamsregistratie mee moest doen in de mairie Knijpe - met geen directe familie in de buurt - voor een historische herkomstnaam koos: VAN DER HOEK.
Nb.: Langs de handelsweg tussen Leeuwarden en Groningen had je tussenstops. De achternaam kan nog altijd worden herleid naar het Leeuwardense stadsdeel Hoek (naast Oldehove en Nijenhove) dat aan de vaarwegen richting het oosten lag. Misschien is dat toch de oorspronkelijke herkomstplaats van de naam.