Van der Hoek
Families

Kam

Aan: Jurjen Klaas Van: Jan Wolter dinsdag 12 juni 2001

Wij hadden het de afgelopen dagen vanwege een door jou gehouden interview even over de VANDERKAM-connectie. Opa Bonne werkte als freelance-kleermaker o.a. voor de Heerenveense kledingzaak Van der Kam. Nu vind jij in jubileumuitgave “Het Kleed is noodig in der Tijdt” (125 jaar Van der Kam) een foto van medewerkers anno 1835 waarbij, jawel, B.v.d.Hoek (kleermaker). Opa Bonne is dan al 60 en het is mooi dat hij op de foto staat (staat hij of zit hij?). Die foto moet in het familieboek.

Vandaag zag ik in het dagblad Trouw (toevallig?) een overlijdensadvertentie van Marten van der Kam, 84 jaar geworden, die afgelopen zaterdag 9 juni is overleden. Laat weduwe na (A.J.van der Kam-Reijnen, Heerenhage te Heerenveen), kinderen Lieke (Driebergen), Johan (Drachten), Joost (Leeuwarden - de kleinkinderen dan, want Joost is al overleden) en Okko. Vanwege dit overlijdensbericht kom ik nog even op de VANDERKAM-connectie terug. Noem het piëteit. Hoewel Marten mij een zoon van Johan van der Kam lijkt die in 1875 werd geboren en 1904 trouwde met Joukje Leistra.

Onze (zakelijke) familieconnecties met de Van der Kams heeft meer met de jongere broer van deze Johan te maken: Wouter Willem van der Kam, in 1887 geboren en na 1922 getrouwd (hij was een beetje scheel), die uiteindelijk de kledingzaak voortzette en ook heel actief was in de gemeentepolitiek voor de AR-partij, zelfs wethouder was van Heerenveen. Als jongetje heb ik deze (toen bejaarde) Wouter dikwijls gezien. Zijn zoon Johan nam in de jaren vijftig volgens mij de leiding over de kledingzaak aan de Lindegracht over. Naar mijn indruk (als jongetje) waren de contacten altijd erg hartelijk. Vader Willem Van der Hoek schoof voor de AR-partij de Heerenveense gemeenteraad binnen toen W.W.van der Kam de politieke besognes eindelijk voor gezien hield (zie o.a. het jubileumboek 50 Jaar Heerenveen, het heet geloof ik “De Heeren en de anderen”, van de journalist en PvdA-politicus R.Boltendal).

Kleermakerij

Volgens mij heeft opa Bonne (1875-1943) in de vroege jaren negentig van de 19de eeuw (mede) bij Okle van der Kam als jonge stagiaire het kleermakersvak geleerd. Vertel me waar ik fout zit.

Bonne was 8 jaar toen hij zich in een tram boorde of een tram in hem (politieverslag niet opgevraagd). Hij overleefde het maar had wel zo’n tien jaar krukken nodig om zich voort te bewegen. Daarom mocht hij doorleren aan de “fransche school”. Zijn blijvende probleem maakte een onderwijzersopleiding of zo niet verstandig. Pa Jan Wolters besloot voor Bonne een zittend beroep uit te stippelen. Zo werd Bonne leerling-kleermaker (grote vraag in die tijd).

Ik denk dat Okle van der Kam geholpen heeft bij deze keuze. En dat Bonne bij de kledingwinkel die O. van der Kam inmiddels te Heerenveen tot bloei bracht de eerste lessen kreeg, voordat hij als leerling-kleermaker uit Friesland vertrok en in Zaltbommel terecht kwam en niet veel later in het Westland onder den Haag, waar hij in 1900 trouwde met Neeltje Roem en zes kinderen kreeg. In 1914/1915 kwam Bonne met zijn gezin terug naar Heerenveen, waar het contact met de VANDERKAM-kledingzaak direct kon worden hersteld. Of dit zo is, kan jij ook uitzoeken.

Verenigingsleven (1890-1892)

In het (toen nieuwe) gereformeerde verenigingsleven te Heerenveen kwamen de VanderHoeken en de VanderKams elkaar rond 1890 misschien ook al tegen. In 1890 was de zondagsschoolvereniging Jachin nog een exeperiment (scholen in Luinjeberd, Nieuwebrug en Oudehaske) en een door de “Jongedochtersvereeniging” geleide zondagsschool te Heerenveen die zich in 1890 bij Jachin aansloot. Ook scholen in Oranjewoud (Wouda), Tjalleberd (Busstra) en Luinjeberd (de Wit) voegden zich heel of half bij de organisatie.

Vanuit Nieuwebrug meldt de zondagsschoolleider Knol dat hij een tweede onderwijzer nodig heeft omdat hij alleen “het werk niet meer af kan”. Bustra die mogelijke kandidaten een beetje kent stelt voor W.v.d.Hoek te vragen om als hulponderwijzer bij de zondagsschool te Nieuwenbrug in te springen. “Deze neemt voorlopig die benoeming aan.” Mijn stelling is dat dit Wouter Van der Hoek is geweest, de oudere broer van opa Bonne (nog bij zijn ouders wonend te Terband, zuidelijker van Nieuwebrug en Luinjeberd, ruim 20 jaar oud).

De blijdschap is groot en in het jaaroverzicht van 21 januari 1891 worden K.Knol en W.v.d.Hoek als zondagsschoolonderwijzers te Nieuwebrug genoemd. Maar op 15 april 1891 moet de secretaris alweer melden dat “W.v.d.Hoek wegens vertrek bedankt als lid”. Wouter trouwt in de maand erna. Hij werkt bij het spoor, komt eerst in Drachten terecht (de tram), vertrekt daarna naar Amsterdam (de trein).

De zondagsschool te Nieuwebrug krijgt geen nieuwe hulponderwijzer en K.Knol moet het weer alleen doen. “Besloten wordt Knol te verzoeken tijdig bericht te doen, zoo hij verhinderd is de zondagsschool te Nieuwenbrug te leiden, opdat des Zondags de zaken niet in de war loopen, zooals verscheidene keeren is geschied.”

Per 11 maart 1892 laten onder anderen O.v.d.Kam en J.v.d.Kam zich als nieuwe leden van Jachin inschrijven. Vader en zoon. O.v.d.Kam (Okle) is 52, J.v.d.Kam (Johan) is 16. O.v.d.Kam wordt direct benoemd als lid van de commissie van toezicht. Hij neemt die functie een behoorlijk aantal jaren waar. Zoon Johan van der Kam is nog relatief jong. Ruim vier jaar later zijn er problemen met de zondagsschool te Oudehaske waar een derde onderwijzer nodig is. Gehoopt wordt, vergadering augustus 1896, “dat de opdracht die aan v.d.Kam wordt gegeven, om n.l. door kracht van argumentatie zijn zoon te bewegen zich daarvoor beschikbaar te stellen, gunstige resultaten mag hebben” (secretaris A.Tjepkema; deze Tjepkema vertrok in 1898 omdat hij een benoeming kreeg als onderwijzer aan de Groen van Prinsterer-school in den Haag).