Van der Hoek
Documenten

Klaas Matt Maart 2002 Op Zoek Naar de

Op zoek naar de “eerste” DE JONG

De zoektocht naar de “eerste” DE JONG heeft tot dusver nog een open eind. Alleen zéker zijn we, als “eerste” van betover-grootvader Jacob Piers DE JONG (kw 24). Bij zijn vader, onze oudvader, Pier Jacobs (kw 48) heb ik in het werkdocument “DE JONG” tussen haakjes staan. Dit om aan te geven in welke stamlijn hij thuishoort, niet omdat we hem al met die familienaam zijn tegen gekomen.

In zijn boek over de Gieterse immigranten noemt de onderzoeker dr.JOCHEMKROES een Pier Jacobs die zich vóór 1796 vanuit Haskerhorne in Oosterzee vestigt. Ook Kroes gebruikte hier niet de naam DE JONG. Zijn melding hielp ons wel deze Pier Jacobs als onze oudvader te identificeren.

Oudvader Pier Jacobs (kw 48) overlijdt 26-9-1806 te Oosterzee, pas 37 jaar oud. Getrouwd met oudmoeder Epkjen Meyes die na 1811 voor zichzelf de familienaam Frankena gebruikt. Ze hadden de kinderen: Jacob Piers DE JONG Lijsbert Piers DE JONG Aafke Piers DE JONG Meyke Piers DE JONG Sytske Piers DE JONG Franke Piers DE JONG.

Bij het nalezen van de teksten in de huwelijksakten (van deze kinderen) viel het me op dat steeds sprake is van Pier Jacobs als vader en Epkjen Meyes FRANKENA als moeder. Die akten zijn uiteraard van na 1811.

Ik mag concluderen dat Pier Jacobs officiëel nooit “de Jong” heeft geheten.

Bij de naamsregistratie van 1811 was oudmoeder Epkjen hertrouwd. Haar tweede echtgenoot Klaas Douwes te Doniaga meldt zich voor de naamsregistratie, met dochter van hem en Epkjen, als DOUMA. De bij hem inwonende eerdere kinderen van Epkjen krijgen (uiteraard) niet de naam DOUMA.

Uit latere stukken blijkt dat ze de familienaam DE JONG hebben. Maar deze is dus niet in 1811 formeel vastgelegd.

Wie waren de ouders van Pier Jacobs?

Omdat Pier Jacobs in 1806 overleed, zijn er geen overlijdensakten. Volgens het patroniem ging het om een vader Jacob (zoals in het liedje). Maar welke en waar?

Onze speurtochten naar de ware Jacob (zoals in het gezegde) in en rond Haskerhorne en in cirkels daaromheen leverden tot nu toe geen passend antwoord op. Tenzij….

Precies. Het antwoord op de vraag “Wie waren de ouders van Pier Jacobs?” zit al in het vele dat we weten: de vader is Jacob Minnes (kw 110) en de moeder is Aafke Piers (kw 111). Die hebben we in onze kwartierverhalen al opgenomen als ouders van Joltje Jacobs (kw 55) getrouwd met Hans Meyes FRANKENA (kw 54), maar niet nog als ouders van Pier Jacobs (kw 48), getrouwd met Epkjen Meyes FRANKENA (kw 49). Terwijl ik sterk vermoed dat ze dat ook waren, zodat we Jacob en Aafke ook in ons werkdocument op de plaatsen kw 96 en kw 97 moeten invullen. Zoals ook de ouders van Hans en Epkjen, Meye Frankes (kw 98 en kw 108) en Lijsbert Hanzes (kw 99 en 109), dubbel voorkomen.

Er zijn diverse aanwijzingen in ons materiaal die deze “nieuwe theorie” kunnen ondersteunen. In het materiaal ontbreekt nog de duidelijke bevestiging dat Jacob Minnes (kw 110) en Aafke Piers (kw 111) een zoon Pier hadden.

In het doopregister Haskerhorne vond je hun vier dochters, Mattje (1769), Joltje (1772), Joukje (1775) en Anna (1779). Maar Jacob en Aafke zijn in 1760 getrouwd te Joure en woonden de eerste acht jaar van hun huwelijk niet in Haskerhorne. Er zou een doopregister Joure moeten zijn waarin minstens oudste kind en zoon Minne wordt vermeld (want die kennen we al, maar niet uit doopregister Hasker-horne).

En andere, eerdere kinderen uit het huwelijk onder wie dus (aanname) Pier Jacobs, geboren in 1768..?

Om het verhaal rond te kunnen maken, hebben we dus nog een doopboek nodig. Dat van Joure? Indien niet: Dat van Akmarijp? Zoeken Zoeken Vinden Vinden.

Waarom kregen de kinderen van overleden Pier Jacobs de familienaam DE JONG?

Wanneer Pier in 1811 nog had geleefd zou hij zelf misschien voor de familienaam MINNESMA (Minnisma) hebben gekozen, zoals (broer?) Minne Jacobs deed.

Maar bij (hertrouwde) weduwe Epkjen in Oosterzee/Doniaga was er geen keuze, voor haar kinderen, in die richting. Trouwens, schoonzus Joltje Jacobs (in dubbele zin schoonzus wanneer dit verhaal klopt: zus van Pier Jacobs en getrouwd met broer Hans Meyes) die in de periode van en na het overlijden van Pier met Hans en gezin ook in Doniaga woont en waar-schijnlijk de jonge weduwe met zes kinderen in huis opving, komt zelf ook alleen als Joltje Jacobs en niet als MINNESMA in de akten voor.

Het is mogelijk dat binnen de kleine dorpsgemeenschap van toen Pier Jacobs en/of zijn kinderen de aanduiding DE JONG kregen omdat er al een andere, (oudere) familie was waarin de namen Pier Jacobs en Jacob Piers voor de gezinshoofden in zwang was.

Ik heb dit vermoeden getest. In Doniaga was het niet het geval maar in Oosterzee wel. Daar was in die tijd één zo’n oudere familie (na 1811 met de familienaam HUITEMA) van welke de nieuwkomer Pier Jacobs in de omgang moest worden onderscheiden. Hij was 26 en gehuwd toen hij in het dorp (met 60-70 huishoudingen) neerstreek. Dat hij ter onderscheiding van de oude buurman Pier Jacobs (volgens mij overigens toen al overleden, maar diens kinderen woonden er nog) de aanduiding “De Jong” kreeg, lijkt me aannemelijk.

En na zijn overlijden kregen zijn kinderen de aanduiding gaandeweg mee. Hun stiefvader Klaas Douma was immers een jongeman van rond 25 toen hij met de weduwe Epkjen trouwde. Haar kinderen uit eerder huwelijk, dat moest in de buurtpraat altijd worden benadrukt, waren geen kinderen van Klaas Douma, maar van Pier Jacobs, “de Jong”.

Dit zat anders in mijn herinnering. Maar ik heb het nagezocht en Kroes schrijft enkel: Pier Jacobs. De suggestie dat deze Pier een Gieterse immigrant was, wordt ook niet gedaan. Pier was geen Gieterse immigrant.

Janwolter-30 maart 2002 aan Klaas