Van der Hoek
Documenten

Verleden Tijd 3

VERLEDEN TIJD 3

NOTITIES

VANDERHOEK-DEJONG

WERKDOCUMENT 3

PERIODE CA 1820-1900 (OVERGROOTOUDERS & BETOVERGROOTOUDERS)

Documentatie door:

Klaas Van der Hoek Wzn (Stiens) Jan Wolter Van der Hoek Ezn (ook Wzn, Deventer) INLEIDING Acht overgrootouders en 16 betovergrootouders, samen 24 verschillende personen:

OVERGROOTOUDERS 8. Jan Wolters VAN DER HOEK (1835-1927) 9. Hiltje Jans LUKKES (1840-1915) OUDERS VAN OPA BONNE (de “Heerenveen”-lijn) 10. Willem ROEM (1826-1907) 11. Antje VAN BEEK (1832-1905) OUDERS VAN OPOE NEELTJE (de “Naaldwijk”-lijn) 12. Pier Jacobs DE JONG (1825-1885) 13. Joltje Fokkes VELDSTRA (1823-1900) OUDERS VAN PAKE KLAAS (de “Hasker”-lijn) 14. Jurjen Annes SCHIPPER (1822-1908) 15. Janke Hendriks WIEKEL (1840-1908) OUDERS VAN BEPPE FOKJE (de “Mildam”-lijn)

BETOVERGROOTOUDERS 16. Wolter Freerks VAN DER HOEK (1795-1849) 17. Grietje Bonnes BOUWMAN (1799-1882) 18. Jan Johannes LUKKES (1813-1869) 19. Bonjé Durks WOUDSTRA (1815-1876) 20. Nicolaas ROEM (1799-1834) 21. Angenita MULDER (1801-1879) 22. Christiaan VAN (DER) BEEK (1788-1866) 23. Neeltje VAN LEEUWEN (1805-1861) 24. Jacob Piers DE JONG (1797-1850) 25. Geeske Jochums OENEMA (1801-1879) 26. Fokke Feddes VELDSTRA (1791-1861) 27. Lijsbert Hanzes FRANKENA (1800-1871) 28. Anne Pieters SCHIPPER (1776-1867) 29. Trijntje Hendriks KYLSTRA (1786-1864) 30. Hendrik Durks WIEKEL (1780-1861) 31. Fokjen Jans VAN FLEEREN (1801-1860)

VDH-LIJN- FRIESLAND

8.Jan Wolters VAN DER HOEK, geb. 6 april 1835 te Nijehaske, overl. 23 september 1927 te Terband, 92 jaar oud, trouwt 2 juni 1861 te Het Meer als 26-jarige met de 21-jarige 9.Hiltje Jans LUKKES, geb. 29 februari 1840 te Het Meer, overl. 12 augustus 1915 te Terband, 75 jaar oud.

Overgrootvader Jan Wolters VAN DER HOEK is in 1835 te Nijehaske geboren. Dat hij daar werd geboren, lijkt min of meer toevallig. Zijn vader Wolter Freerks VAN DER HOEK (kw 16) is schipper met domicilie te Benedenknijpe/Het Meer en kinderen worden geboren, waar het schip ligt en nodig is. Zo zal het zijn geweest. De eerste kinderen uit het huwelijk van betovergrootvader Wolter worden te Langezwaag (Opsterland) aangemeld. De bezigheden verschuiven daarna want in 1832 wordt de geboorte van zoon Freerk aangemeld in Utingeradeel (Akkrum) met de notitie vader is schipper te Benedenknijpe. In 1835 wordt de geboorte van zoon Jan, te Nijehaske, aangemeld in Haskerland. In 1839 de geboorte van zoon Jaldert in Aengwirden.

Nijehaske en Aengwirden (Terband/De Fok) liggen weerszijden van de Heerensloot, de belangrijkste vaarweg in noordelijke richting vanuit Heerenveen. De “Schoterlandse Compagnons” die vanaf 1561 met het turfwinningsproject begonnen op het veengebied ten noorden van de Schoterlandse schoot (zandrug), gingen er in hun allereerste ondernemingsplannen van uit, dat de verscheping van de turf richting de Hollandse steden via de Tjonger-rivier en langs Oudeschoot kon gebeuren. Maar dit bleek onhaalbaar. De waterdiepte van de rivier en zeker van de vaarten die door de zandrug heen naar de rivier moesten worden gegraven, was in de drogere seizoenen onvoldoende. Het alternatief was het graven van vaarten aan de noordkant van de zandrug langs het diepstliggende gebied. Dat gebied was het gebied waar de grenzen tussen de toenmalige grietenijen liepen. De Schoterlandse Compagnonsvaart werd richting het oosten gegraven langs de grens tussen de grietenij Opsterland en Schoterland. Voor de vaart richting het Noorden moest men Schoterland uit en de beste oplossing was daarvoor de veenscheiding tussen de grietenijen Aengwirden en Haskerland te gebruiken. Het verzoek tot het mogen graven van de Heerensloot, de nieuwe vaart richting Akkrum en de bestaande, diepere vaarwegen in Midden-Friesland, was omstreden en werd tegengewerkt, maar kon tenslotte toch gebeuren. Het dorp Heerenveen groeide op het punt waar de Heerensloot werd gegraven in noordelijke richting en de Schoterlandse Compagnonsvaart in oostelijke richting: een handelsknooppunt. Maar door de situatie groeide het dorp op een drie-grietenijen-punt. Het zuidelijke deel (beneden de Compagnonsvaart) behoorde tot Schoterland. Het noord-westelijke deel, ten westen van de Heerensloot, behoorde tot Haskerland (Heerenwal en Nijehaske). Het noord-oostelijke deel, ten oosten van de Heerensloot (De Fok, Terband, Het Meer noordzijde) tot de grietenij Aengwirden. Die “rare” verdeling bleef enkele eeuwen geldend. Pas per 1 juli 1934 werd er een eind aan gemaakt. Toen werd de gemeente Heerenveen gevormd uit een samenvoeging van de grietenijen (gemeenten) Aengwirden en Schoterland, met toevoeging van het Haskerlandse deel van het dorp Heerenveen (Nijehaske, Heerenwal). In ruil daarvoor moest het westelijke deel van Schoterland, met o.a. de dorpen Rottum, St.Johannesga, Rotsterhaule, Rotstergaast en Delfstrahuizen, aan Haskerland worden afgestaan. Dat vond men in die dorpen vaak niet leuk. En bij historisch onderzoek moet je weten dat er Schoterland staat en niet Haskerland bij inwoners van genoemde dorpen, vóór 1 juli 1934.

Overgrootvader Jan Wolters VAN DER HOEK is in 1835 te Nijehaske geboren.

Geboortes van schipperskinderen konden worden gemeld waar het schip op dat moment lag (zie ook geboorte te Tholen, Zeeland, van betovergrootmoeder Bonjé Durks WOUDSTRA (kw 19)).

Of en hoelang overgrootvader Jan Wolters VAN DER HOEK ook werkelijk als kind in een (turf-)schippersgezin is groot gebracht weten we (nog) niet. De vraag is hoe lang betovergrootvader Wolter schipper is gebleven. In juli 1841 wordt diens jongste zoon Jaldert in Aengwirden aangemeld. In oktober 1841 overlijdt Wolters vader, Jans grootvader, Freerk Tammes VAN DER HOEK (kw 32) te Bovenknijpe, op grens met Benedenknijpe. In september 1849 overlijdt Wolter in Het Meer, arbeider te Beneden Knijpe. Hij is dan 54, zoon Jan is 14. Waarschijnlijk al geen schipperskind meer.

Overgrootvader Jan heeft na zijn 14de zeker geen schoolopleiding meer gevolgd. En het is onzeker of hij daarvoor regelmatig werd “geschoold”. Leerplicht werd pas ingevoerd toen hij al 66 was.

In de registers van de Burgerlijke Stand komen we hem weer tegen wanneer hij 26 is. Hij staat dan vermeld als arbeider te Luinjeberd (Aengwirden). Hij trouwt 2-6-1861 te Het Meer met timmermansdochter Hiltje Jans LUKKES, die bij deze gebeurtenis 21 jaar oud is. Beiden nog prettig jong. Bij het huwelijk zijn de ouders van de bruid aanwezig (Jan Johannes LUKKES en Bonjé Durks WOUDSTRA) en de moeder van de bruidegom (Grietje Jans BOUWMAN) die al 12 jaar weduwe is van Wolter Freerks VAN DER HOEK.

Volgens het familieverhaal is overgrootvader Jan Wolters VAN DER HOEK zijn hele leven lang arbeider gebleven. En dat leven duurde lang: hij werd 92 jaar oud. Als oude man liep hij “sa krom as in spiker” (zo krom als een spijker), werd verteld. Dat mag dan wel.

In 1861 is hij 26 jaar oud en recht van lijf en leden. Overgrootmoeder Hiltje Jans LUKKES is 21 jaar oud. Oudste dochter uit een timmermans-gezin te Het Meer. Zowel Jan als Hiltje hebben kennis van vroege overlijdens binnen (respectievelijke) gezinnen: broers, zusjes, Jans vader. Maar we weten achteraf niet hoe dit werd verwerkt.

Overgrootouders Jan en Hiltje zijn in 1861 waarschijnlijk in Luinjeberd gaan wonen, waar Jan toen zijn werk had. Ruim twaalf maanden na de huwelijkssluiting wordt daar een dochter geboren, Grietje, 27-6-1862. Een tweede kind volgt bijna vijf jaar later, 30-3-1867, en niet meer in Luinjeberd, maar in Het Meer. Het is de zoon Wolter (of Wouter, wel als Wolter ingeschreven). Na maart 1867 is het gezin verhuisd naar Brongerga (Oranjewoud, toen formeel Oudeschoot). Rond 1874 vond verhuizing plaats vanuit Brongerga te Oranjewoud naar de Grintdyk te Oranjewoud. Ca 1878 of 1880, overgrootvader Jan Wolters VAN DER HOEK, is inmiddels rond 45 jaar oud, verhuist het gezin opnieuw. Nu naar Terband (Aengwirden, noord-Heerenveen). Daar blijven Jan en Hiltje vervolgens wonen en overlijden ze ook, vele jaren later (Hiltje in 1915, Jan in 1927). Jan 92 jaar oud, arbeider, “sa krom as in spiker”.

Van de 5 kinderen die Jan en Hiltje kregen, verhuisden 3 uit Friesland. Twee dochters, Grietje geheten, bleven in Friesland. De eerste had geen keus.

Kinderen uit het huwelijk:

Grietje Jans Van der Hoek, geb. 27-6-1862 (Aengw 45), overl 30-12-1868, rond het middaguur, bij huis nr. 61j te Oudeschoot, 6 jaar oud (“levenloos opgehaald uit een sloot”). De geboorteaangifte in 1862 (Luinjeberd) werd gedaan door vader Jan Wolters samen met timmerman Roel Egberts SLUITER en kleermaker Thijs Hanzes WIJNGAARDEN, beiden wonende te Heerenveen. “In het jaar 1862 op 27 juni is voor ons, ondergetekende, ambtenaar van de Burgerlijke Stand Gemeente Aengwirden, verschenen Jan Wolters Van der Hoek, oud 27 jaar, van beroep arbeider, wonende te Luinjeberd, welke ons verklaarde dat heden voormiddag ten elf ure te Luinjeberd een kind van het vrouwelijk geslacht is geboren uit Hiltje Jans Lukkes, zijne echtgenote, zonder beroep, bij hem inwonende, aan welk kind hij verklaarde de voornamen te geven van Grietje Jans. De gemelde verklaring is geschied in tegenwoordigheid van Roel Egberts SLUITER, 47 jaar, timmerman te Heerenveen, en Thijs Hanzes WIJNGAARDEN, 36 jaar, kleermaker te Heerenveen.”

Dochter Grietje wordt 6 jaar oud en verdrinkt in een sloot 30-12-1868. De overlijdensaangifte wordt door pake Jan Johannes LUKKES gedaan, samen met de al genoemde Roel Egberts SLUITER, eveneens timmerman: “In het jaar 1868 op den 31sten der maand December zijn voor ons, ambtenaar van de Burgerlijke Stand Schoterland, verschenen Jan Johannes Lukkes, oud 55 jaar, timmerman, grootvader, en Roel Egberts SLUITER, oud 54 jaar, timmerman, geen bloed- of aanverwant van nader te noemen overledene, beide wonende te Heerenveen, welke ons verklaard hebben dat Grietje Jans VAN DER HOEK, oud 6 jaar, z.b., geboren te Luinjeberd, wonende te Oudeschoot, ongehuwde dochter van Jan Wolters Van der Hoek, arbeider, en Hiltje Jans Lukkes, z.b., echtelieden wonende te Oudeschoot op den 30sten dezer maand, des namiddags te twee ure, levenloos is opgehaald uit een sloot nabij de huizinge nummer 61 j te Oudeschoot en alzo is overleden.” De aanduiding “nabij de huizinge nummer 61 j te Oudeschoot” wijst richting Brongerga/Oranjewoud, waarheen het gezin inmiddels was verhuisd. Het moet niet moeilijk zijn de plek ongeveer terug te vinden. Maar dit dan voor later.

Overgrootouders Jan en Hiltje hebben bij het verdrinken van de 6-jarige Grietje al wel een zoontje van anderhalf, Wolter, en krijgen daarna een dochter die ze weer Grietje noemen (naar de moeder van Jan immers: Grietje Bonnes BOUWMAN). Na de tweede Grietje volgen nog een dochter Bonjé (Bontje), vernoemd naar de moeder van Hiltje en een zoon Bonne.

Wolter Jans Van der Hoek. Geb. 30-3-1867 te Het Meer. Bijna vijf jaar jonger dan zus Grietje. Hij is anderhalf jaar oud wanneer Grietje verdrinkt. Binnen het gezin daarna oudste kind en broer. Wolter is rond 10 jaar oud wanneer het gezin van Oranjewoud naar Terband verhuist. Rond 16 wanneer jongste broer Bonne, 8 jaar oud dan, bij het spelen met de tram op de Trambrug over de Heerensloot, een zwaar ongeluk krijgt. Wolter zal al vroeg een baantje hebben moeten vinden en kon niet, zoals Bonne, de Fransche School volgen. Wolter trouwt 2-5-1891, 24 jaar oud, pakhuis-knecht, wonende te Terband (bij zijn ouders). Een half jaar eerder wordt hij genoemd in de bestuursnotulen van de prille vereniging voor Zondagschoolonderwijs Jachin voor Heerenveen en omstreken. Hij wordt dan benoemd tot hulponderwijzer bij de zondagschool te Nieuwebrug, waar het niet goed gaat. Wolter neemt de benoeming aan, maar enkele maanden later melden de verenigingsnotulen dat W.v.d.Hoek wegens vertrek alweer geschrapt moet worden. En zo ging het. Wolter trouwt 2-5-1891 met Geertje Pieters VAN DER HOEFF, dienstmeid te Heerenveen (Aengwirden), 24 jaar, geboren 22-9-1866 te Wolvega, dochter van Pieter Geerts VAN DER HOEFF, timmerman te Wolvega, en Jantje Wolters BERKENBOSCH. Het jonge stel verhuist vrij direct naar Drachten waar 2-4-1892 een dochter Hiltje wordt geboren. Wolter Jans VAN DER HOEK wordt pakhuisknecht/ magazijnmanager bij de Spoorwegen waarschijnlijk. Per 5-2-1894 wordt hij ingeschreven als inwoner van Amsterdam. Wonend aan de Jacob van Lennepstraat 94. Later verhuizen ze naar nr 134 aan de Kinkerstraat (?, de aantekening op de gezinskaart is vrijwel onleesbaar). In Amsterdam worden nogeens 9 kinderen geboren, waarvan enkelen jong zijn gestorven.

Zoon Geert Van der Hoek, geb 8-4-1903, getrouwd met Helena VERBURG, geen kinderen gemeld, wordt schoenmaker en woont aan de Jacob van Lennepkade 228 te Amsterdam. Zoon Pieter Van der Hoek, geb 2-11-1905, gehuwd met Elsje HEMMES (geb 7-10-1907, dochter van Jacobus Hemmes uit de Watergraafsmeer), één zoon Wolter (geb 21-5-1937, ovl ca 1987), werd klerk bij de Rijks Post Spaarbank. Woonde Kanaalstraat 137, parallel aan het zuidelijke deel van de Jacob van Lennepkade, en vanaf 29-1-1935 (?) aan de Admiraal de Ruyterweg 291 driehoog in Amsterdam-West.

Grietje Jans Van der Hoek, geb. 18-1-1870 te Oranjewoud (Oudeschoot), trouwt 30-5-1891 (Aengwirden 12) met Geert FONK, geb. 9-10-1863 te Haskerdijken(Hask 160), zoon van Johannes FONK en Trijntje REGTS. Uit huwelijk van Grietje en Geert de kinderen: Johannes (geb. 25-6-1892, Aengw 63), Jan (geb. 8-4-1894, Aengw 34), Trijntje (geb. 4-4-1896, Aengw 28), Wolter Jan (geb. 30-10-1898, Aengw 86), Hiltje (geb. 15-1-1901, Aengw 7), Bonjé (geb. na 1902). In (onze) directe familieherinnering speelt vermoedelijk alleen de jongste dochter Bonjé (Bontsje) FONK nog een rol. Een statige, in het zwart geklede tante, met op haar fiets het bordje SH gemonteerd (= SlechtHorend). Dat bordje was een tijd in gebruik (verplicht?) om andere verkeersdeelnemers te laten weten dat voor de betreffende persoon mogelijk niet alle verkeersgeluiden hoorbaar waren. Tante Bonjé kwam, wanneer het zo uitkwam, wel langs-gefietst bij Willem & Lyske te Oranjewoud.

Grietje is de tweede dochter van Jan Wolters VAN DER HOEK en Hiltje Jans LUKKES. Twaalf-en-een halve maand na het verdrinken van de eerste Grietje wordt ze geboren. Op 18-1-1870 staat vader Jan Wolters (34 jr), vergezeld van de getuigen Roel Jacobs ZANDBERG, 36 jr, arbeider te Heerenveen, en Jan Gerrits OORD, 38 jr, eveneens arbeider te Heerenveen, voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand om te melden dat eerder die dag “te Oudeschoot een kind van het vrouwelijk geslacht is geboren uit zijne echtgenote Hiltje Jans LUKKES, welk kind hij verklaarde de voornaam te geven van Grietje.” Zoals al elders geschreven werd Oranjewoud (Schoterwoud) grotendeels tot Oudeschoot gerekend.

Grietje was een jaar of acht toen het gezin van Oranjewoud naar Terband verhuisde. Ze is 21 wanneer ze daar trouwt (gemeente Aengwirden) met Geert FONK. Ze trouwt 30-5-1891, vier weken na het huwelijk van haar broer Wolter dat op 2-5-1891 plaatsvond. Uit de huwelijksakte betreffende Grietje en Geert: Geert Fonk, 27 jr, geboren te Haskerdijken, veehandelaar wonende te Nijehaske, zoon van Johannes FONK, veehandelaar, en Trijntje REGTS, echtelieden te Nijehaske. Grietje Van der Hoek, 21 jr, geboren te Oranjewoud, dienstmeid wonende te Terband, dochter van Jan Wolter VAN DER HOEK, arbeider, en Hiltje Jans LUKKES, echtgenoten wonende te Terband. Het militiedocument dat als verplichte huwelijkse bijlage is toegevoegd, meldt dat Geert Fonk “op grond van lichaamsgebreken van de dienst is vrijgesteld”. Om welke gebreken het ging meldt de bijlage niet. Misschien was het een gebrek aan lengte. Geerts grootvader van moederskant, Geert Freerks REGTS, werd in ieder geval om die reden voor militaire dienst afgekeurd.

De FONK-lijn. In de kwartierstaat VAN DER HOEK-DE JONG is de FONK-lijn geen “stamlijn”. Een zus van onze opa Bonne trouwt in 1891 met ene Geert Fonk. Uiteraard hebben hun kinderen voor een deel dezelfde voorouders als wij. Maar bij ons geen FONK-lijn. In 1934 trouwen Willem VAN DER HOEK, zoon van Bonne, tantezegger van Grietje, en Elizabeth DE JONG. Vermoedelijk hebben ze het nooit van elkaar geweten, maar Elizabeth DE JONG en Geert FONK waren, heel ver weg, al een beetje met elkaar verwant. Via Hendrik Berends SCHOKKER en Grietje Jans FRANZEN, oudouders van Geert, oudgrootouders van Elizabeth (“Lyske”).

~ Volgens de huwelijksakte van 1891 is Geert FONK dan 27 jaar en, zoals zijn vader Johannes FONK (55 jr op dat moment), veehandelaar te Nijehaske. Het zal één gezamenlijk onderneminkje zijn geweest, waarbij Geert in de voetsporen van zijn vader stapte. ~ Die vader, Johannes FONK, wordt bijna 81 jaar oud en overlijdt in 1917. In de overlijdensakte wordt hij vee-expediteur genoemd. Uit die akte: Klaas DE HAAN, 41 jr, kleermaker te Nijehaske, en Age HOEKSTRA, 40 jr, koetsier wonende te Terband, verklaren dat Johannes FONK, 80 jaar en bijna 11 maanden oud, veeexpediteur, geboren te Heerenveen en wonende te Nijehaske, weduwnaar van Trijntje REGTS, erkende zoon van Antje Johannes FONK, den 20 januari 1917 voormiddags 9 uur te Nijehaske is overleden. Nog steeds veehandel dus. ~ De overlijdensakte van 1917 meldt Johannes FONK als “erkende zoon van Antje Johannes FONK”. De FONK-achternaam kreeg Johannes niet van zijn vader, maar via zijn moeder. Geerts grootmoeder Antje was ongehuwd toen ze 27-2-1836 te Heerenveen van Johannes beviel. Uit de geboorteakte van 1836: Johannes Philippus FONK, 54 jr, timmerknecht wonende te Heerenveen, verklaart, “zijnde bij de verlossing tegenwoordig geweest”, dat op den 27 februari voormiddags 6 uur zijne dochter Antje Johannes FONK, oud 23 jr, ongehuwd, dienstmeid wonende te Heerenveen, aldaar in het huis nr 114 is bevallen van een kind van het mannelijk geslacht, hetwelk hij aan ons voorstelt, aan hetzelve de voornaam Johannes gevend. Dat Antje ongehuwd beviel, had misschien te maken met het feit dat de FONK-familie van origine rooms-katholiek was (zie hierna). Het was in die tijd niet ongebruikelijk dat om kerkelijke redenen door ouders een toestemming tot huwelijk werd geweigerd (“Antje mocht niet trouwen met de vader van Johannes, of andersom”). ~ Antje Johannes FONK is 12-5-1839, ruim drie jaar na de geboorte van Johannes, getrouwd met Geert Willems JONKMAN en vormde met hem een gezin waarin Johannes verder zal zijn opgegroeid. Samen met Geert JONKMAN krijgt ze de kinderen: Trijntje (1841-1859), Feikjen (1844-1907, getrouwd met Gerben Gerbens), Willem (1848-1919, getrouwd met Margje Meester), Janneke (1850-1866), en Johannes (1853-1889?). Het “voorkind” van Antje, Johannes (1836-1917), de uiteindelijke vader van Geert FONK, groeide in het JONKMAN-gezin op, maar kreeg niet de JONKMAN-achternaam. ~ Johannes FONK ging in 1856 niet in militaire dienst omdat zijn nummer werd uitgeloot (buiten oproeping tot geen dienst verplicht). In 1858 besloot hij als remplacant (nummer-verwisselaar) de dienstplicht over te nemen van iemand die wel werd ingeloot. Dat ging tegen betaling. De militaire autoriteit wilde natuurlijk wel inzicht in de antecedenten van Johannes en dat hield in dat moeder Antje hem alsnog/weer officiëel moest erkennen. In de zijmarge van de geboorteakte van 1836 is dit destijds bijgeschreven: Het kind met name Johannes in nevenstaande acte vermeld is door Antje Johannes Fonk, arbeidster te Oudehaske, bij eene op den 11 maart 1858 door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand gemeente Haskerland opgemaakte acte wettelijk erkend. Wanneer Johannes 12-7-1863 trouwt met Trijntje REGTS is de vijf jaar dienstplicht zojuist beeindigd. Johannes is 26, arbeider te Oudehaske. Trijntje is 24 jr. ~ De vader van Antje is 54 jr en timmerknecht wanneer hij de bevalling van zijn ongehuwde dochter in huis nr 114 te Heerenveen meemaakt. Hij doet aangifte van de geboorte van Johannes. Die vader/grootvader is Johannes Philippus FONK, geb ca 1782, ovl 30-3-1861, 79 jr, weduwnaar (Schoterl 65). Hij trouwde in oktober 1811 te Het Meer met Trijntje Jans DEUZE, geb ca 1789, ovl 20-5-1857, 68 jr (Schoterl 63). ~ Johannes Philippus FONK en Trijntje Jans DEUZE, overgrootouders van de Geert FONK die in 1891 trouwt met Grietje Jans VAN DER HOEK, huwen enkele maanden voordat door de Franse bezetting de Burgerlijke Stand wordt ingevoerd. Voor de melding van het huwelijk hebben we alleen het trouwregister van de Herv.Gemeente Het Meer/Heerenveen en gelukkig maar. Dat register meldt het huwelijk van Johannes Philippus, Het Meer, en Trijntje Jans, Het Meer, in “october 1811” en geeft de aantekening rooms-katholiek. Dankzij die aantekening weten we dat we met heel specifieke bronnen verder terug zouden moeten gaan. En kunnen we vermoeden dat om kerkelijke redenen het huwelijk van Antje met de (jeugdliefde?) verwekker van Johannes door de ouders van hem of haar werd verboden.

De REGTS-lijn. Trijntje REGTS, de schoonmoeder van Grietje VAN DER HOEK, is 23-2-1839 te Terband geboren, dochter van Geert Freerks REGTS en Geesje Berends WEVER. Anders dan bij de FONK-lijn, hier geen “vader onbekend” (wat lege documenten oplevert) en ook geen rooms-katholieke voorfamilie in de periode na 1700. Met REGTS en WEVER komen we terecht bij families van veenarbeiders en veenboeren, gedeeltelijk van Gieterse afkomst (NW-Overijssel).

Bij het huwelijk in 1863 tussen Johannes Fonk en Trijntje Regts, is de vader van Trijntje nog in leven, arbeider wonende te Haskerdijken, maar is haar moeder overleden (8-6-1857 te Terband). Geert Freerks REGTS en Geesje Berends WEVER zijn 9-2-1828 (Haskerland) getrouwd. Kinderen uit het huwelijk: Berend Geerts REGTS (1831-1909) Freerk Geerts REGTS (1833-1911) Geertje Geerts REGTS (1835-) Trijntje Geerts REGTS (1839-1907) Harmen Geerts REGTS (1843-1895, getrouwd met Beerendje Jentjes SCHOKKER).

~ Geert Regts wordt 2-10-1798 te Oudehaske geboren en daar 28-10-1798 gedoopt. Zoon van Freerk Geerts en Tryntje Hendriks. Het militiedocument bij de huwelijksakte van 1828 meldt dat Geert Freerks REGTS, turfmaker, uit hoofde van gebrek aan lengte is vrijgesteld. Hij mat dus minder dan 1 meter 55 cm. Hij was te klein. Geert wordt 81 jaar en 6 maanden oud. Hij overlijdt 11-4-1880 te Nijehaske, arbeider wonende te Nijehaske, weduwnaar van Geesje Berends WEVER, zoon van Freerk REGTS en Trijntje Hendriks SNIJDER. ~ Zijn vader Freerk Geerts REGTS werd 84 jr oud, ovl 21-12-1855 te Terband, geboren te Oudehaske, zoon van Geert Hendriks en Reintje Hendriks SCHOKKER, weduwnaar van Trijntje Hendriks SNIJDER, nalatende 3 meerderjarige kinderen. Freerk Geerts is ca 1771 geboren. ~ Geert Hendriks (REGTS) en Reintje Hendriks SCHOKKER zijn rond 1760 getrouwd. We komen in deze lijn de SCHOKKER-achternaam enkele malen tegen, die we in de kwartierstaat VAN DER HOEK – DE JONG ook tegenkomen (voorfamilie Elizabeth de Jong). Reintje Hendriks SCHOKKER, geb vóór 1738 te Wanneperveen (bij Giethoorn), is oudste dochter van Hendrik Berends SCHOKKER en Grietje Jans FRANZEN, die tot de oudgrootouders van Elizabeth DE JONG (1910-1989) behoren en tot de oudouders van Geert FONK. ~ Hendrik Berends SCHOKKER vestigde zich in 1752 vanuit Wanneperveen als veenbaas te Oudehaske.

De WEVER-lijn. ~ Geesje Wever wordt 9-3-1803 te Rotsterhaule geboren en daar 13-3-1803 gedoopt. Dochter van Berend Wolters en Geertje Jacobs. Bij haar huwelijk in 1828 zijn beide ouders reeds overleden. ~ Berend Wolters WEVER op 12-12-1827 te Nijehaske, 59 jr, arbeider, geboren te StJohannesga, wonende te Nijehaske, weduwnaar, zoon van Wolter Berends en onbekend (in de overlijdensakte zo gesteld, de moeder heette Aaltje Roelofs). Geertje Jacobs KOLK overleed op 18-9-1826 te Nijehaske, 50 jr, geboren te StJohannesga, huisvrouw van Berend Wolters WEVER, turfmaker, dochter van Jacob Kolk en Geesje Baas. ~ Omdat de beide ouders van Geesje voor het huwelijk van 1828 zijn overleden, zijn andere “bewijzen van bekendheid” nodig. Een van de huwelijkse bijlagen meldt het overlijden van haar grootmoeder van vaderskant, recent overleden: In het jaar 1826 is in een ongenummerd huis te Rohel overleden Aaltje Roelofs KROL, oud 83 jaar, arbeidster, wonende te Rohel, weduwe van Wolter Berends WEVER, nalatende 5 kinderen. ~ De WEVER-lijn bestaat vrijwel volledig uit families die na 1750 voor de verveningen overkwamen van de streek rond Giethoorn (NW-Overijssel) naar de streek rond Oudehaske (Friesland) en zich daar vestigden. De oudvader, van Geert FONK uit gezien, is Berend Gerrits WEVER, die ca 1705 bij Giethoorn werd geboren en daar ca 1730 trouwde. De naam van de oudmoeder treffen we in de meldingen niet aan. Berend kreeg minstens 8 kinderen: Jan, Albertje, Grietje, Wolter, Jeltje, Jan en Hendrik Berends WEVER. De dochter Jeltje Berends WEVER trouwt 15-12-1764 te Haskerhorne met Cornelis Hendriks SCHOKKER. Broer van de hierboven genoemde (REGTS-lijn) Reintje Hendriks SCHOKKER. Oudste zoon van Hendrik Berends SCHOKKER en Grietje Jans FRANZEN. ~ Hendrik Berends SCHOKKER vestigde zich in 1752 vanuit Wanneperveen als veenbaas te Oudehaske. Behalve dochter Reintje (met REGTS) en zoon Cornelis (met WEVER) trouwde daar ook jongere zoon Jan Hendriks SCHOKKER (met WILTS) partners van “Gieterse” herkomst. Grietje Jans SCHOKKER, dochter van Jan, trouwt 9-1-1791 te Haskerhorne met Fedde Fokkes VELDSTRA die van Hasker herkomst is (nog verder terug van Lippenhuizen-Opsterland) en niet van “Gieterse” herkomst. Zij wordt overgrootmoeder van Elizabeth DE JONG. ~ Wolter Berends WEVER, zoon van Berend Gerrits WEVER, trouwt 3-12-1769 te Oudehaske met Aaltje Roelofs KROL (KRUL). Kinderen uit dit huwelijk: Beernt, Jentjen, Jentjen, Roelof, Gerryt, Arend, Zwaantje en Nenne. Aaltje Roelofs is ca 1743 geboren, dochter van Roelof Arends KRUL, geb ca 1710, gehuwd ca 1735 met Jentje Peters. Kinderen van Roelof en Jentje: Jentjen, Aaltje Roelofs, Pieter Roelofs en Jan. ~ Beernt WEVER, zoon van Wolter Berends WEVER en Aaltje Roelofs KRUL, wordt ca 1771 te Oudehaske geboren. Trouwt 1-2-1801 te StJohannesga (Berend Wolters) met Geertje Jacobs. Kinderen uit dit huwelijk: Wolter, Geesjen, Wolter, Jacob, Harmen, Aaltjen.

Beknopte kwartierstaat GEERT FONK. Geert FONK. Trouwt 30-5-1891 met Grietje Jans VAN DER HOEK. Ouders van Geert FONK: Johannes FONK (1836-1917), veehandelaar. Trijntje REGTS. Grootouders van Geert FONK: vader “onbekend”. Antje Johannes FONK. Geert Freerks REGTS. Geesje Berends WEVER. Overgrootouders: vanwege 4 onbekend vanwege 4 onbekend Johannes Philippus FONK Trijntje Jans DEUZE Freerk Geerts REGTS Trijntje Hendriks SNIJDER Berend Wolters WEVER Geertje Jacobs KOLK Betovergrootouders o.a.: 24. Geert Hendriks (REGTS) 25. Reintje Hendriks SCHOKKER

  1. Wolter Berends WEVER
  2. Aaltje Roelofs KRUL
  3. Jacob KOLK
  4. Grietje BAAS Oudouders o.a.:

  5. Hendrik Berends SCHOKKER

  6. Grietje Jans FRANZEN

  7. Roelof Arends KRUL

  8. Jentje P(i)eters

  9. Berend Gerrits WEVER.

Grietje Jans VAN DER HOEK was 21 jaar toen ze trouwde met de 27-jarige Geert FONK, veehandelaar te Nijehaske. Zij woonde toen bij haar ouders te Terband en voorzover we weten zijn Grietje en Geert ook in Terband gaan wonen en blijven wonen. De zes hiervoor genoemde kinderen zijn daar geboren. Grietje woonde naast of vrijwel naast haar ouders Jan Wolters VAN DER HOEK en Hiltje Jans LUKKES. Volgens “het verhaal” ongeveer op de plek waar later in het net van snelverkeer “de Rotonde” werd aangelegd. Momenteel tref je daar nog alleen autowegen en viaducten aan. Grietje hield goed oog op haar ouders. Wanneer in 1915 moeder Hiltje overlijdt, neemt ze vader Jan, inmiddels 80, onder haar hoede. Begin 1916 komt broer Bonne VAN DER HOEK met “Hollands gezin” (Neeltje ROEM en 6 jonge kinderen) over van Naaldwijk, waar hij ongeveer 20 jaar had doorgebracht. Een eerste onderdak krijgen ze bij Jans oudere broer Freerk VAN DER HOEK die als weduwnaar, rond 85 jaar oud, in Het Meer woont bij de (voormalige) Asbrug. Dit is slechts een tijdelijke oplossing. Het “Hollands gezin” komt hierna inwonen te Terband, totdat ca 1918 de nieuwbouw aan de Van Dekemalaan te Heerenveen wordt opgeleverd, waar Bonne met gezin éen van de huurwoningen kan betrekken. Verdere informatie betreffende Grietje, Geert en kinderen nog toe te voegen.

Bontje Jans Van der Hoek, geb. 27-9-1872, namiddag 1 uur, te Oranjewoud. Aangifte wordt de volgende dag gedaan door de 37-jarige vader Jan Wolters (arbeider, wonende te Oranjewoud), vergezeld door zijn 40-jarige broer Freerk Wolters (arbeider, wonende te Het Meer). Bontje is vernoemd naar grootmoeder Bonjé Woudstra (kw 19). De “zeeuwse” schrijfwijze van de voornaam werd niet overgenomen. Grootmoeder Bonjé, schippersdochter, werd immers op een reis naar Zeeland te Tholen geboren. De ambtenaar aldaar schreef haar in als Bonjé in plaats van Bontje.

Bontje trouwt 10-6-1905, op 32-jarige leeftijd, zonder beroep, geboren te Oranjewoud, wonende te Terband, met Sijmen EENKHOORN, geb. 9-6-1868 te Genemuiden, sigarensorteerder, wonende te Steenwijk, “binnen de laatste zes maanden gewoond hebbende te Zorgvliet, gemeente Diever, weduwnaar van Femmetje Wessels.” Femmetje overleed 1-2-1903 te Kampen.

Sijmen is 37 jr wanneer hij met Bontje trouwt. Om precies te zijn: ze trouwen de dag na zijn 37ste verjaardag. Getuigen bij het huwelijk zijn Wolter VAN DER HOEK, broer van de bruid (48 jaar, werkman, wonende te Amsterdam), en Barteld EENKHOORN, broer van de bruidegom (33 jaar, werkman, wonende te Zwolle). Broer BONNE VAN DER HOEK, inmiddels te Naaldwijk woonachtig en daar in 1900 met Neeltje ROEM getrouwd en voorzien van kleine kinderen, liet misschien het feest aan zich voorbij gaan. Maar misschien ook niet. We hebben daarover geen gegevens. Mooi om te lezen dat oudere broer Wolter vanuit Amsterdam zeker wel aanwezig was.

Of uit het huwelijk van Bontje en Sijmen kinderen werden geboren, kunnen we nog niet aantonen. Waar moeten we zoeken? Het verhaal van Sijmen, geboren te Genemuiden, eerste vrouw 1-2-1903 te Kampen overleden, hij sigarensorteerder te Steenwijk, maar binnen de laatste zes maanden gewoond hebbende te Zorgvliet (bij Diever in Drenthe), wat zijn dit voor gegevens? Langs welke logische lijnen is zijn ontmoeting met de ongehuwd gebleven Bontje te Terband (een behoorlijk eind verwijderd van Diever en Steenwijk) te verklaren? Welke verhalen zitten er mogelijk nog achter dus. En waar bemoeien we ons mee.

Het kan zijn dat Bontje en Sijmen mogelijk via Steenwijk of direct naar Kampen trokken. Te Kampen overlijdt een Sijmen EENKHOORN in 1917 (akte 226) en in 1922 (akte 288). Die akten nog te raadplegen. Uit de huwelijksakte van 1905 weten we dat Sijmen zoon was van Lubbert Sijmens EENKHOORN, arbeider, en van Aagje LAST, in 1905 wonende te Kampen. Sijmen is zoon van Lubbert Sijmens EENKHOORN, arbeider, en Aagje LAST, beide in 1905 wonend te Kampen. Vader Lubbert daar in 1918 overleden (Kampen akte 6) en moeder Aagje in 1919 (Kampen akte 247)? De EENKHOORN-familie wordt genoemd in het verzameloverzicht “Oude families uit Genemuiden” door H.W.Hammer (Huissen 2000). Daarin wordt Sijmen Wolters EENKHOORN genoemd, geb 1754 te Genemuiden en aldaar overleden 18-4-1827, mattemaker. Deze Sijmen was getrouwd met Trijntje VAN REES. Vermoedelijk waren zij grootouders van de Sijmen EENKHOORN, weduwnaar, met wie BONTJE VAN DER HOEK in 1905 trouwt. In en rond Genemuiden nog steeds Eenkhoorn-geslachten.

Over de jongste zus van opa Bonne weten we nog te weinig. Vermoedelijk is ze naar Kampen getrokken en moet voor verdere informatie daar in de archieven worden gedoken.

Bonne Van der Hoek, geb 8-1-1875 te Oranjewoud (kw 4). Grootvader (opa) Bonne in 1900 te Naaldwijk getrouwd met (opoe) Neeltje ROEM (kw 5). Betreffende hen het aparte “Werkdocument 4”.

Grintdyk was eertijds zandweg tussen Oudeschoot en Brongerga (door het Schooterwoud), die als landweg staat getekend op een kaart uit 1680. De weg werd na 1860 verhard en kreeg toen in de volksmond de naam “Grintdyk” (Grindweg). Die naam bleef bestaan nadat de weg in 1931/32 werd verbreed en geasfalteerd. In de volksmond heette ze toen ook wel de “Gruisloze” (=”Geruisloze”, waarschijnlijk ontleend aan juichverhalen van aannemer of pers over de lawaaidempende werking van asfaltbeton). Pas 6-9-1948 kreeg de weg een officiële naam: Prinses Wilhelminaweg. Een week na het aftreden van Koningin Wilhelmina. Willem Van der Hoek zat toen in de gemeenteraad van Heerenveen die dit besluit goedkeurde. Het besluit werd 22-4-1963 herroepen toen Wilhelmina was overleden. De straatnamencommissie vond Koningin Wilhelminaweg passender. Een jaar eerder was de weg gecoupeerd: het oostelijke deel (naar Hotel Tjaarda toe) werd verlengde van de Koningin Julianaweg.

De huidige situatie is totaal anders dan toen overgrootouders Jan en Hiltje aan de Grintdyk kwamen wonen en opa Bonne er werd geboren. Zijn geboortehuis is niet meer aanwezig. Het stond in het deel ten oosten van de Lollius Ademalaan (die voor 1949 Van Eijcklaan heette en eerder in de volksmond Pôlesingel naar het huis De Pôle aan de Grintdyk). Jan en Hiltje kwamen oostelijk van dat huis te wonen dat als opslagplaats in gebruik was. De laan die uiteindelijk naar Lollius Adema werd vernoemd komt op een kaart van 1718 (Schotanus/Halma) al gedeeltelijk voor, zonder naam. Oostelijk van die laan liep een wijk (gegraven sloot) naar De Pôle, die in de volksmond Adema’s Wyk ging heten. Alweer Lollius Adema bedoeld die rond 1840 officier van justitie te Heerenveen, landeigenaar en ontginner te Oranjewoud. Hij liet de boerderij Meerzicht bouwen, nog steeds aanwezig, en daarachter de polder, noordelijk richting Het Meer, aanleggen. Hij wijzigde het oude zandweggetje Rottum-Brongerga (“binnenweg”, “het laantje”) en maakte er een zandweg van die later werd bestraat (sinds 1949 Koningin Julianaweg geheten). Over de Adema’s wyk kwam een bruggetje. Parallel aan deze wijk maar niet pal ernaast ging in onze tijd “Het Donkere Laantje” in noordelijke richting. Dat werd tamelijk slecht onderhouden en was een beruchte vrijplaats tot tussen 1952 en 1955 De Berenclub (tienerclub met geschreven reglement) het laantje tot eigen gebied claimde en hutten bouwde op het eilandje aan de verre noordkant. Uulke de Jong (zoon van Hampie Rot) is er nog derdegraads aan zijn hoofd in brand gevlogen.

Jan en Hiltje zijn na 1875 van de Grintdyk verhuisd naar Terband (de Schans), direct ten noorden van Heerenveen (Aengwirden). Jan was toen ruim 40 jaar oud. Misschien werkte hij als arbeider in de wegenbouw (Grintdyk, straat- en spoorwegen rond station Heerenveen). Rond station Heerenveen had in 1883 jongste zoon Bonne (8 jaar), spelenderwijs waarschijnlijk, een conflict met trein of tram (zijn er krantenberichten uit die tijd?) dat hij overleefde. Maar zwaargewond raakte hij wel en hij moest verder met behulp van krukken naar school. Vader Jan liet hem na de lagere school vervolgonderwijs doen (de Franse school) wat binnen de familie nog uniek was. Besloot ook dat Bonne maar kleermaker moest worden, een beroep waarbij je veel moet zitten (ambtenaren stonden toen nog meestal). En liet hem naar Holland vertrekken, want daar viel geld te verdienen (Bonne kwam in 1916 met een gezin van 6 jonge kinderen en in faillissement terug).

Te Terband (ongeveer op de plaats waar na 1950 de Rotonde werd aangelegd) heeft overgrootvader Jan Wolters Van der Hoek 50 jaar gewoond. Overgrootmoeder Hiltje Jans Lukkes overlijdt er in 1915. Dochter Grietje, getrouwd met Geert Fonk, woont er ook. Wanneer Bonne met zijn gezin in 1916 naar Heerenveen komt, krijgen ze eerst onderdak in Het Meer bij bejaarde oom en kinderloze weduwnaar Freerk Wolters Van der Hoek (huis tegenover de vroegere Asbrug over de Schoterlandse Compagnonsvaart), daarna in Terband en per 1918 een eigen nieuwbouwwoning aan de Van Dekemalaan te Heerenveen.

10. Willem ROEM, geb. 3 mei 1826 te Naaldwijk (Westland, ZuidHolland), overl. 8 mei 1907 aldaar, 81 jaar en 5 dagen, tuinder, tr. 11-5-1861 te Naaldwijk, 35 jaar oud, met de 29-jarige 11. Antje VAN BEEK, geb. 8 april 1832 te Naaldwijk, overl. 26 maart 1905 aldaar, bijna 73 jaar oud.

Uit dit huwelijk: Nicolaas Roem, geb. te Naaldwijk 1862, overl. 29-4-1943 te Delft (wonende te Naaldwijk), 81 jaar oud, weduwnaar van Cornelia VAN DORP. Nicolaas Roem was eerst getrouwd met Klazina PRINS, geb. 15-11-1859, overl. 16-1-1898, 38 jaar oud. Uit dat huwelijk twee dochters. Klazina Prins was dochter van Martinus Prins (1823-1896) en Jannetje VALSTAR. Nicolaas Roem en Klazina Prins hadden de voorouders Willem Pietersz Valstar (1668-1737) en Johanna Blom gemeen (vgl kw 332 en 333). Van de twee dochters van Nicolaas en Klazina heeft waarschijnlijk alleen Johanna Jannetje Roem de volwassen leeftijd bereikt. Haar tante Hendrika Prins, drie jaar jonger dan moeder Klazina, ontfermde zich over het meisje (Hendrika was getrouwd met Marinus van Dalen en kreeg geen (eigen) kinderen). Johanna Jannetje ROEM trouwt 18-3-1920 te Naaldwijk met Willem Marcelis AUGUSTINUS. Christiaan Roem, geb. te Naaldwijk. Nog na te zoeken. Neeltje Roem, geb. te Naaldwijk 17-11-1871 (kw 5).

Willem Roem was 8 jaar oud toen zijn vader Nicolaas (kw 20) overleed. Moeder Angenita (kw 21) trouwt hierna met Pieter van Dijk. Vermoedelijk is Willem als jonge knecht begonnen in het tuindersbedrijf. Zo leren we hem later als tuinder kennen en oma Neeltje (kw 5) als tuindersdochter. In 1900, wanneer dochter Neeltje trouwt met de kleermakersgezel Bonne Van der Hoek (kw 4), is Willem Roem 74 jaar en zal hij al tamelijk in ruste zijn geweest.

Tijdens de 19de eeuw werd het Westland als specifiek tuinbouwgebied (ook export naar Engeland) steeds belangrijker. Rond 1880 komen veel tuinders in grote problemen. In heel West-Europa heerst dan een grote landbouwcrisis. Overgrootvader Willem Roem is dan 50-plusser en had vermoedelijk de mogelijkheden en reserves niet om zijn bedrijf door de impasse heen op te bouwen. Daarvoor waren aanzienlijke investeringen nodig en samenwerkingsverbanden in de vorm van veilingen (kwaliteitsaanbod). Op 25 april 1889 werd de veilingvereniging “Vereeniging Westland” opgericht die voor de internationale status van het Westland als tuinbouwgebied heel belangrijk werd. Maar vooreerst bleef het sappelen. In die periode was overgrootvader Willem Roem als 60-er en 70-er actief, maar de omschakeling naar de nieuwe bedrijfsaanpakken duurde voor hem te lang. Vermoedelijk was hij gewoon een te kleine tuinder. Andere voorfamilietakken die tuinders waren in het Westland konden wel mee gaan met de vernieuwing. De Valstar-familie bijvoorbeeld.

Willem Van der Hoek (kw 2) wordt 30-4-1906 als vierde kind en eerste zoon uit het huwelijk van Bonne Van der Hoek en Neeltje Roem geboren. Zijn oma Antje van Beek was ruim een jaar eerder overleden (26-3-1905). Zijn opa Willem Roem overlijdt 8-5-1907, 1 jaar en 1 week na de geboorte van de naar hem genoemde kleinzoon. Ruim acht jaar later (januari 1916) verlaten Bonne en Neeltje met kinderen het Westland (Naaldwijk), faillissement aan de broek, en vestigt Bonne zich weer te Heerenveen (Schoterland, Friesland).

DJ-LIJN

  1. Pier Jacobs DE JONG, geb. 20 mei 1825 te Doniaga (FR), halfnegen in de avond, overl. 10 oktober 1885 te Oudehorne, des avonds 11 uur, 60 jaar oud, veenbaas, boer, trouwt 30 augustus 1846, 21 jaar oud met de 23-jarige
  2. Joltje Fokkes VELDSTRA, geb. 18 maart 1823 te Haskerhorne, overl. 10 april 1900 te Mildam, 77 jaar oud.

Pier was 7 toen het gezin van Jacob en Geeske (kw 24/25) in 1832 naar Haskerhorne verhuisde. Het buurmeisje Joltje wordt zijn vriendin. Wanneer ze trouwen is Joltje vier maanden in verwachting van hun eerste kind. In totaal worden zeven kinderen geboren.

Pier is 25 wanneer vader Jacob Piers de Jong (kw 24), boer te Haskerhorne, in november 1850 op 52-jarige leeftijd overlijdt. Pier is boer te Haskerdijken volgens de geboorteakte van dochter Geeske enkele maanden later (april 1851). In 1856 vertrekt hij naar Oudehorne om daar veenbaas en veehouder te worden. Daar overlijdt hij (1885) 60 jaar oud.

Uit dit huwelijk: Jacob Piers de Jong, geb. 3-6-1847 te Haskerhorne/Oudehaske, blijft ongehuwd, overlijdt 23-7-1879 te Haskerhorne huis nr 6. In de overlijdensakte verkeerde (?) geboortedatum: “De aangevers Sybold Sipkes YKEMA en Klaas Meines JANSMA, beiden veehouders te Haskerhorne, geen bloed- of aanverwanten van overledene, melden het overlijden van Jakob Piers DE JONG, oud 32 jaar, geboren 10-6-1847 te Oudehaske, zonder beroep, wonende te Haskerhorne, zoon van Pier Jacobs DE JONG, veehouder, en Joltje Fokkes VELDSTRA.” Jacob was ongeveer 8 toen het gezin van Haskerhorne naar Nieuwehorne verhuisde. Volwassen geworden bleef hij niet in het bedrijf van zijn vader. Eén van de zonen van Pier overleed aan een longontsteking die hij opliep bij het voorrijden van paarden bij een keuringswedstrijd, volgens mondeling familieverhaal (Elizabeth DE JONG, kw 3). Dat was vermoedelijk deze Jacob. In de overlijdensaangifte wordt hij vermeld als “zonder beroep”. Het kan zijn dat hij in losse dienst werkte voor verschillende boeren, waarbij hij o.a. paarden voorreed bij keuringswedstrijden. In hetzelfde familieverhaal noemde Elizabeth haar pake Pier een goede “paardenboer” (fokker Friese paarden). Misschien was dit rond 1879 al minder geworden (Pier ovl 1885) en werkte Jacob daarom weer te Haskerhorne. Zijn overlijdensaangifte wordt gedaan door de Haskerhornster boeren Sybold Sipkes YKEMA en Klaas Meines JANSMA. Het kan zijn dat hij mede voor hen, of één van hen, bij de keuringswedstrijd aanwezig was.

Fokke Piers de Jong, geb. 12-5-1849 te Haskerhorne/Oudehaske, overl 11-5-1889 (namiddags halfeen) te Noordwolde, de dag voordat hij 40 zou worden. Blijft tot bijna zijn 33ste verjaardag ongetrouwd, maar gaat dan in zee, 27-4-1882, met de 33-jarige Immigjen Jacobs JAGER, geb. 2-12-1848 te Elsloo, overl 8-7-1918, 69 jaar, dochter van landbouwer Jakob Tjammes JAGER (geb. 1810, ovl 28-4-1857, Ooststellingwerf 69, 47 jaar oud) en Eefjen Jans JONKERS (geb. 1806?, ovl 29-12-1890, 84 jaar, weduwe, WSW 274). Fokke, “van boerenbedrijf, geboren te Oudehaske, wonende te Oudehorne”, Immigjen, “zonder beroep, geboren te Elsloo, wonende te Noordwolde”.

Immigjen is jongste kind en dochter uit het huwelijk van Eefjen Jans JONKERS, die in 1882 76 jaar oud is, “boerin wonende te Noordwolde”, en Jakob Tjammes JAGER die al in 1857 is overleden. Immigje is 8 wanneer haar vader overlijdt. Dat gebeurt te Elsloo in Ooststellingwerf waar Jager zijn boerenbedrijf heeft. In 1882 zien we moeder en dochter te Noordwolde in Weststellingwerf. Die dorpen liggen slechts enkele kilometers van elkaar maar worden administratief gescheiden door de grens tussen Oost- en Weststellingwerf die ten westen van Elsloo loopt. De JAGER-familie woont rond 1800 te Oldeberkoop in de westelijke punt van Ooststellingwerf die niet ver boven Noordwolde uitsteekt tussen de gemeenten Schoterland en Weststellingwerf. Dirk Hendriks JAGER is grootvader van Jacob Tjammes en meldt zich in 1811 bij de familienaamregistratie met de kinderen Tjamme (33 jaar), Janke (27), Geertje (21) en Harmen (14). Volgens de aantekening in het register was hij ook substituut-baljuw (dorpsrechter, bijzitter). Zoon Tjamme Durks JAGER overlijdt 18-2-1825 (OSW 18) op 46-jarige leeftijd. Gemeld wordt dan dat hij zoon is van Durk Hendriks Jager en Wytske Tjammes. Het huwelijk van deze twee vinden we in de registers van de Hervormde gemeenten te Oldeberkoop en te Noordwolde terug: 29-10-1775, Dirk Hendriks uit Oldeberkoop en Wytske Tjammes uit Noordwolde, trouwen te Oldeberkoop. Tjamme Dirks is één van de eerste kinderen uit dit huwelijk. In 1811 zijn alleen de kinderen gemeld die op dat moment nog leven. Tjamme (Oldeberkoop) trouwt 15-5-1808 met Aaltje Jans HOLTROP (Boyl). Attestatie van Aaltje naar Oldeberkoop. Deze Aaltje Holtrop overlijdt 26-7-1856, 70 jaar oud, weduwe (WSW 147). Ze is rond haar 40ste al weduwe geworden en na het overlijden van Tjamme weer in Boyl of het nabije Noordwolde terecht gekomen.

Jakob Tjammes JAGER is ca. 1810 geboren (ovl 1857, 47 jaar oud) en was eerste of tweede kind uit het huwelijk van Tjamme Jager en Aaltje Holtrop. Zijn grootvaders heetten Durk resp. Jan en één van deze twee namen zou je dus verwachten. Maar hij wordt Jakob genoemd. Hij is ongeveer 15 jaar oud wanneer zijn vader overlijdt en zal als boerenknecht elders aan het werk zijn gegaan. Dat “elders” was slechts enkele kilometers bezuiden Oldeberkoop (Ooststellingwerf) en dus in de buurt van Noordwolde (Weststellingwerf). Hij trouwt er 19-5-1832 (WSW 20) met Eefjen Jans JONKERS.

Tjamme en Eefjen krijgen 8 kinderen over de periode 1833-1848, vijf zonen en drie dochters: Jan (1833), Tjamme (1834), Dirk (1837), Luitsen (1839), Trientjen (1841), Hendrik (1843), Aaltje (1845) en Immigjen (1848). De geboorte-aangifte van het oudste kind is in Weststellingwerf, de aangiften van alle volgenden te Ooststellingwerf. Tjamme en Eefjen hebben hun plaats in Elsloo gevonden. Omdat Jakob ook relatief jong overlijdt (1857, 47 jaar oud), moeten zonen en dochters, maar ook Eefjen, hem vroeg missen bij het vinden van bestemmingen. Immigjen is de jongste dochter. Ze trouwt pas op haar 33-ste en woont dan met moeder Eefjen (76) te Noordwolde.

Ze trouwt 27-4-1882 met Fokke Piers de Jong die ook 33 is. Fokke verlaat Oudehorne (Schoterland) en wordt veehouder te Noordwolde. Daar (Weststellingwerf) kan hij melden “dat op den 21ste augustus 1888 ’s avonds 21.30 uur te Noordwolde een kind van het mannelijk geslacht is geboren uit zijn echtgenote Immigje Jacobs Jager, zonder beroep, wonende te Noordwolde.” Het kind krijgt de naam Pier (Fokkes de Jong). Uit de eerste zes jaar van het huwelijk kennen we geen geboorte-aangiftes, misschien waren er miskramen. Pier blijft enig kind uit het huwelijk, want Fokke overlijdt kort erna, 11-5-1889, bijna 40 jaar oud.

In de overlijdensakte van Fokke staat genoteerd dat zijn vader, Pier Jacobs de Jong, is overleden en dat zijn moeder is: Joltje Fokkes Veldstra, huishoudster, wonende te Idskenhuizen. Vader Pier overlijdt 10-10-1885, 60 jaar oud, boer te Oudehorne. De akte leert dat moeder Joltje daarna uit de streek is weggetrokken, naar het dorp Idskenhuizen (Doniawerstal). In 1893 woont moeder Joltje nog in Idskenhuizen. Ze kan dan niet aanwezig zijn bij het huwelijk van haar zoon Klaas Piers (kw 6), diens derde huwelijk, 2-3-1893, te Mildam. Zeven jaar later is moeder Joltje, 77 jaar oud inmiddels, wel te Mildam want daar overlijdt ze 10-4-1900.

Geeske Piers de Jong, geb. 25-4-1851 te Oudehaske. Geeske trouwt 11-5-1877, 26 jaar oud, met de 27-jarige Jelle Taekes BULTSMA, geb 16-2-1850 te Nijeholtwolde.

Uit huwelijksakte: “Jelle BULTSMA, 27 jaar, geb te Nijeholtwolde, boerenwerk doende, wonende te Nijeholtwolde, zoon van Taeke Wybes BULTSMA, overleden, en Jebbegje Hendriks PALMBOS, z.b. wonende te Wolvega, indertijd echtelieden, de moeder hierbij tegenwoordig en hare toestemming gevende. En Geeske Piers DE JONG, 26 jaar, geboren te Haskerdijken, z.b. wonende te Oudehorne, dochter van Pier Jacobs de Jong, boer, en Joltje Fokkes Veldstra, echtelieden wonende te Oudehorne, beide hierbij tegenwoordig en hunne toestemming gevende.”

Volgens de huwelijkse bijlagen was Jelle Bultsma door trekking van het lot nr 55 verplicht tot dienst in de Nationale Militie. Maar hij (zijn vader) betaalde een remplacant of nummer-verwisselaar “die op den 10e mei 1870 is ingelijfd bij het 3e Regiment Huzaren en den 9e mei 1875 wegens expiratie van dienst uit de dienst is ontslagen.” Jelle werd geen soldaat en hoefde ook niet te dienen. De remplacant had volgens afspraak keurig de honneurs waargenomen.

We hebben binnen dit Werkdocument uiteraard ook nog gekeken naar mogelijke interessantheden uit de voorfamilie van Jelle BULTSMA. Hoe kwam hij bijvoorbeeld aan die familienaam. Zijn overgrootvader droeg de naam Jan Bult, zo schijnt. Of dat een bijnaam was (vanwege een “bult”) of een herkomstnaam (naar een hogergelegen plaats, “buld”) is nog onduidelijk. De herkomstnaam zou aannemelijk zijn. Nakomelingen binnen Friesland maken er BULTSMA (of BULDSMA) van.

In 1850 meldt Taeke Wybes BULTSMA, 45 jaar, boer te Nijeholtwolde, de geboorte op 16-2-1850 des avonds 10 uur te Nijeholtwolde, van een zoon Jelle. De moeder is Taekes echtgenote (huisvrouw), Jebbigje Hendriks PALMBOS, boerin wonende te Nijeholtwolde. Taeke, de schoonvader van Geeske Piers, trouwde 12-5-1837 met Jebbigjen, de schoonmoeder van Geeske Piers. Uit de huwelijksakte: “Taeke Wybes BULTSMA, oud 33 jaar, arbeider wonende te Nijeholtwolde, geboren aldaar, hebbende overlegd het vereiste certificaat van voldoening aan de wet op de Militie, zoon van Wybe Douwes BULTSMA en van Hendrikje Jans DIJK, beiden overleden te Nijeholtwolde, - de eerste 2 maart 1831, de tweede 7 maart 1832 -, zijnde de grootouders van vaderskant beide overleden, - en wel de grootvader Douwe Jans te Wolvega 19-11-1811 en de grootmoeder Antje Wybes BULD 14-3-1821 -. De grootouders van moederskant zijn beide (ook – red) verstorven blijkens akte van bekendheid. En Jebbigjen Hendriks PALMBOS, 26 jaar, boerendienstmeid, wonende te Wolvega, geboren te De Knijpe, dochter van Hendrik Foppes PALMBOS, arbeider woonachtig te Duurswoude, en van Martzen Foppes BROUWER, ovl 30-4-1824 te Hoornsterzwaag.”

Overlijdensakte Martje Brouwer, de moeder van Jebbigjen Palmbos: “In 1824 op 30 april nm 3 uur is in het huis nr 23 te Hoornsterzwaag overleden Martzen Foppes BROUWER, 43 jr, huisvrouw van Hendrik Foppes PALMBOS, huisman te Hoornsterzwaag. Dochter van Foppe Beenes BROUWER, huisman, en van Aaltje Walters, echtelieden te Wolvega.” Jebbigjen Hendriks is 5-2-1811 geboren, ’s avonds 9 uur, in de Knijpe, dochter van Hendrik Foppes, arbeider, en Martje Foppes, echtelieden in de Knijpe. Jebbigjen is naar grootmoeder van vaderskant vernoemd. Hendrik Foppes werd namelijk 18-7-1777 te Hoornsterzwaag geboren (gedoopt 10-8-1777) als zoon van Foppe Jans en Jebbigjen Hendriks. De familienaam PALMBOS heeft niets met de begroeiing van tropische eilanden te maken, maar wordt herleid naar de jeneverbesbossages die her en der in de oude heidevelden te vinden waren. Nu nog resten in Drenthe. Martzen Foppes BROUWER overlijdt wanneer Jebbigjen 13 is. Haar vader Hendrik Foppes PALMBOS, 47 jaar oud, arbeider te Hoornsterzwaag, trouwt het jaar erop met Wietske Wiebes PLANTINGA, 43 jaar, “naaister, geboren te Bovenknijpe en wonende te Lippenhuizen, weduwe van Bouwe Wiebes WIJBENGA, blijkens doodextract op den 22ste juli 1820 in de Hemrik overleden, dochter van Wiebe Jans PLANTINGA, huisman, blijkens doodextract op den 1ste december 1817 op 72-jarige leeftijd te Lippenhuizen verstorven, en van Hiltje Ekkes, arbeidster, nog wonende aldaar.” Moeder Hiltje is bij het huwelijk aanwezig en geeft de toestemming. Wietske PLANTINGA is 20-12-1781 te Bovenknijpe geboren (gedoopt 27-1-1782). Van Hendrik zijn de ouders en ook de grootouders “voor lange jaren verstorven” zoals hij onder ede moet verklaren. Wietske dient een certificaat van onvermogen in. Wietske wordt de stiefmoeder van Jebbigjen PALMBOS. Wanneer Jebbigjen 13 jaar later trouwt, op 26-jarige leeftijd, is zij boerendienstmeid te Wolvega (Weststellingwerf), terwijl vader Hendrik en stiefmoeder Wietske dan te Duurswoude (Opsterland bij Wijnjeterp). Te Wijnjeterp overlijdt Hendrik Foppes PALMBOS , 75 jaar oud, op 8-3-1853 des morgens ten 5 ure in het huis nr 47. De BULTSMA-tak is vooral Stellingwerfs, maar met spreiding binnen de regio. Bij het huwelijk van Taeke Wybes BULTSMA (33 jr, wonend te Nijeholtwolde), zijn beide ouders zijn overleden, moet een Akte van Bekendheid als huwelijkse bijlage worden toegevoegd. Het kantongerecht laat weten dat de “getuigen verklaren wel te weten dat van TAEKE WYBES BULTSMA, van boeren-bedrijf te Nijeholtwolde, zijn grootvader van vaderszijde, met name Douwe Jans, te Wolvega is overleden. Dat zulks in het voorjaar van 1811 is voorgevallen. Alsmede dat zijn grootouders van moederskant zijn overleden en wel Jan Jans DIJK te Gorredijk omtrent de Lichtmis, en Jeltje TAEKES te Nijlamer omstreeks de maand november 1780.”

Bij het huwelijk van 1877 tussen Jelle BULTSMA en Geeske DE JONG wordt gesteld dat de dan 27-jarige Jelle bezig is “boerenwerk doende” te Nijeholtwolde. Na het huwelijk gaat hij andere dingen doen. Ze gaan in Leeuwarden wonen, waar Geeske 24-8-1928 (Lw akte 418) als weduwe overlijdt, 77 jaar oud. Daar overlijden al eerder een dochter Jebbigje, 16-4-1897, 10 jaar oud (Lw 158), de zoon Pier, 24-9-1902, 22 jaar oud (Lw 432) en een zoon Taeke, 28-9-1918, 39 jaar oud, gehuwd (Lw 523). De zoon Taeke was te Leeuwarden werkzaam als commies bij de Rijksbelastingdienst.

Geeske overleeft ze allemaal. Uit haar overlijdensakte 1928: Poppe Busma, 49 jr, aanspreker, en Hylke Busma, 26 jr, huisschilder, beide wonende te Leeuwarden, verklaren dat op den 24e augustus n.m. 6.00 uur is overleden Geeske Piers de Jong, geboren te Oudehaske, wonende te Leeuwarden, weduwe van Jelle Bultsma, dochter van Pier Jacobs de Jong en van Jeltje Fokkes Veldstra, beiden overleden.

Klaas Piers de Jong, geb. 24-4-1853 te Haskerhorne/Oudehaske (kw 6)

Fedde Piers de Jong, geb. 3-7-1855, trouwt 12-6-1884, 28 jaar oud, “rijkscommies, geboren te Oudehaske, wonende St.Annaparochie, binnen de laatste 6 maanden gewoond hebbende te Berg, gemeente Urmond”, in Mildam met Jeltje Ypes BOSMA, die ook 28 is, zonder beroep, geboren 12-3-1856 (aangifte) te Mildam, dochter van de Mildamster boer Ype Annes BOSMA (geb. 8-1-1820) en diens vrouw Lijsbeth Siebrens WOUDSTRA (geb. 10-5-1820). Fedde voldeed aan de verplichtingen ten aanzien der militie. Certificaten van de ongehinderde afloop van de afkondigingen van het voorgenomen huwelijk in de gemeenten Het Bildt (Friesland) en Urmond (Limburg) werden aan de akte toegevoegd. Het jonge echtpaar ging eerst in Sint-Annaparochie (Het Bildt) wonen waar Fedde bij de belastingdienst werkte. Daar werden de kinderen Pier (19-8-1885), Elisabeth (3-5-1887), Ype (23-4-1889) en Joltje (15-11-1890) geboren.

Het gezin verhuist naar Leeuwarden. Daar overlijdt 3-2-1912 de moeder van het gezin Jeltje BOSMA, 55 jaar oud.

Fedde Piers DE JONG trouwt op zijn 65ste voor een tweede maal, 9-11-1920 (Leeuwarden akte 334). Met de 55-jarige Lamkje KEIZER, geb 13-9-1865 te Terband (Aengwirden), dochter van Reitze KEIZER en Grietje Andries KÜPERUS. Lamkje is weduwe van Sybren VAN ALBERDA, die 18-1-1918 te Leeuwarden overleed. Volgens de huwelijkse bijlagen wonen zij op Looijerstraat 4b te Leeuwarden, het adres waar Lamkje met nog twee minderjarige kinderen al woonde. Volgens de huwelijksakte staat Fedde die als rijkscommies der belastingen in het Limburgse Urmond en het Friese St.Annaparochie werkzaam was, nu als Gemeente Keurmeester te Leeuwarden te boek. Mogelijk was hij een van de toezichthouders op de grote veemarkt die wekelijks werd gehouden. Zijn tweede huwelijk duurt slechts kort. Fedde overlijdt 2-2-1922, middags 6 uur. Uit overlijdensakte: “Poppe BIESMA, 43 jr, en Pieter ANEMA, 54 jr, aansprekers beiden wonende te Leeuwarden, verklaren dat op de 2de februari 1922 nm 6 uur is overleven Fedde DE JONG, oud bijna 67 jaar, Keurmeester, geboren te Oudehaske, wonende te Leeuwarden. Man van Lamkje KEIZER, eerder weduwnaar van Jeltje BOSMA, zoon van Pier Jacobs DE JONG en van Joltje Fokkes VELDSTRA, beide overleden.”

Lamkje KEIZER wordt 65 jaar en overlijdt 12-12-1930 nm 4 uur.

Epke Piers de Jong, geb. 14-5-1857 (’s morgens 6 uur) te Oudehorne, trouwt op z’n 23ste, “van boerenbedrijf, geboren en wonende te Oudehorne”, 12-8-1880, met Gatske JELLEMA, 20 jaar, geboren 19-3-1860 en wonende te Nieuwehorne, dochter van kastelein Karst Jelles JELLEMA (Kerst, geb. 7-3-1825) en diens vrouw Renske Lammerts SCHIPPER (Rinske, geb. 5-8-1831 Ooststellingwerf).

Moeder Lyske de Jong (kw 2) wist over oom Epke niet zoveel te vertellen. Haar vader, pake Klaas (kw 4), was de familierelaties misschien ook ontgroeid toen Lyske in 1910 werd geboren en het Klaas-gezin ook nog naar Duitsland verhuisde. Oom Epke leefde een ander leven dan Klaas. Hij trouwde op jonge leeftijd (12-8-1880) met kasteleinsdochter Gatske Jellema en dat huwelijk duurde bijna 20 jaar. Pake Klaas trouwde (16-5-1878) eveneens jong maar kreeg niet de kans op langdurige huwelijken, door jong overlijden van eerste twee echtgenotes (zie kw 4). Pas via derde huwelijk, met Fokje Schippers (kw 5), kwam er voor hem een meer langdurige relatie. Fokje overleefde hem.

Epke Piers de Jong gaat ook niet in het bedrijf van zijn vader Pier Jacobs de Jong door. In plaats van boer/veenbaas wordt hij handelaar/koopman. Op jonge leeftijd trouwt hij, 12-8-1880, met kasteleinsdochter Gatske JELLEMA en behalve met de handel heeft hij ook met de zorg voor een groeiend gezin te maken. Uit het huwelijk worden in minder dan 20 jaar negen kinderen geboren:

Jacob Pier de Jong, 19-10-1880 te Nieuwehorne. Geboren twee maanden na de formele huwelijkssluiting. Epke is 23, arbeider te Nieuwehorne. Deze Jacob Pier overlijdt na enkele weken. Jacob Pier de Jong, 11-10-1881 te Nieuwehorne. Epke is 24, winkelier te Nieuwehorne. Tweede kind en zoon krijgt dezelfde naam als de eerste, reeds overledene. Overlijdt ook jong? Pier de Jong, 5-11-1884 te Oudehorne. Zoon van Epke de Jong, koopman te Oudehorne. Naamloos, 12-12-1888 (doodgeboren kindje). Jelle Epkes de Jong, 19-4-1891. Rond 1890 verhuizen Epke en Gatske uit Schoterland naar Utingeradeel (Akmarijp?). Zoon Jelle wordt daar geboren, maar wordt slechts 3 maanden (overleden 13-8-1891). Jelle de Jong, 11-12-1893. Wordt slechts 4 maanden oud (overleden 15-4-1894, Utingeradeel akte 33). Joltje de Jong, 30-11-1895 (Utingeradeel akte 122). Jelle de Jong, 20-11-1896. Wordt slechts 5 maanden oud (overleden 20-4-1897, Utingeradeel akte 28). Jeltje de Jong, geboren te Oudeschoot 8-9-1899. Epke en Gatske zijn van Akmarijp/Utingeradeel naar Oudeschoot/Schoterland verhuisd. Dochter Jeltje wordt laatste kind uit het huwelijk. Moeder Gatske JELLEMA overleeft het kraambed niet. Ze overlijdt 17-9-1899, 39 jaar oud. Ook de baby Jeltje “haalt het niet”. Ze overlijdt 24-9-1899, twee weken oud (Schoterl 150, in de akte werd 2 maanden oud gelezen, maar dit klopt niet).

Van de negen kinderen die Epke Piers uit huwelijk met Gatske Jellema kreeg zijn de meesten jong overleden. Misschien wel 7 van hen (andere 2 nog te onderzoeken).

Epke trouwt opnieuw 12-5-1904 (Haskerland), 47 jaar oud, “van beroep koopman, geboren te Oudehorne, wonende te Joure, weduwnaar van Gatske JELLEMA, zoon van Pier Jacobs de Jong en Joltje Fokkes Veldstra, beide overleden,” met Grietje POUTSMA, “oud 39 jaar, zonder beroep, geboren te Oudehaske, wonend te Ouwsterhaule, weduwe van Klaas DE VRIES, dochter van Sake Lyckles POUTSMA en Wiepkjen BAKKER, beiden overleden.” Uit dit huwelijk wordt een dochter Minke geboren. Epke de Jong wordt 79 en overlijdt 5-10-1936 te Snikzwaag.

Genoemde Sake Lykles POUTSMA (geb. 9-8-1835, Hask 97) was zoon van Lykele Sakes POUTSMA en Grietje Ypes HOLTROP (huwelijk van 18-3-1832, Hask 6). Voordat deze Lykele met die Grietje trouwde, was hij eerder kortstondig gehuwd met de jeugdige Jacobje Hanzes Frankena (huwelijk 27-5-1826, Hask 22), de jongere zus van betovergrootmoeder Lijsbert Hanzes Frankena (kw 27). Dat huwelijk duurt slechts zes maanden doordat Jacobje 28-11-1826, 19 jaar oud, overlijdt (Hask blad 96). De POUTSMA-voorfamilie (dominees, notarissen en onderwijzers) komt eerder voor in de DE JONG-voorfamilie.

Elizabeth Piers de Jong, geb. 5-9-1864 te Oudehorne, trouwt 11-3-1886, 21 jaar oud, met de 24-jarige onderwijzer Klaas DE WEERT wonend te Nieuwehorne, maar geboren te Holwerd, als zoon van de timmerman Gert Johannes DE WEERT en diens vrouw Aafke Klazes BOONSMA – deze ouders wonen in 1886 te Betterwird (bij Dokkum). Elisabeth en Klaas vestigen zich te Nieuwehorne.

Jongste kind en tweede dochter van Pier en Joltje, Elisabeth, had haar huwelijk met Klaas de Weert misschien al gepland toen vader Pier 10-10-1885 plots overleed. Vijf maanden na het overlijden van Pier vindt het huwelijk plaats. Lang mocht het niet duren.

Uit het huwelijk wordt een zoontje gemeld, Gerrit de Weert (17-4-1888, Schoterland) en nog een zoontje, 28-10-1889, dat Pier (Klazes de Weert) wordt genoemd. Tien dagen na de geboorte van Pier moet het overlijden van Elisabeth worden gemeld, 6-11-1889, 25 jaar oud. Zo eindigde dit huwelijk.

Volgens familieverhalen was de jonge onderwijzer Klaas de Weert een ijverige propagandist in de streek rond Nieuwehorne voor de politieke kandidatuur van ds. Ferdinand Domela Nieuwenhuis, die in 1888 de eerste socialist werd die in het Nederlandse parlement zitting kon nemen. Vanuit het district Schoterland. Dat dit lukte was vooral te danken aan het feit dat gereformeerde (anti-revolutionaire) kiesgerechtigden in het district werden overgehaald voor Nieuwenhuis te stemmen omdat hun eigen kandidaat er toch niet kon winnen. In ruil voor die steun stemden “radicalen” (socialisten) in Weststellingwerf voor de gereformeerde kandidaat omdat de situatie daar net anders lag.

Klaas de Weert trouwt 5-5-1892 met Tietje Bijlsma (Schot 26) en krijgt uit dit huewelijk nog minstens de zonen Jan (1893), Johannes (1895) en Sjoerd (1898). Tietje Bijlsma overlijdt 31-12-1938, 73 jaar oud (Heerenv 340) en Klaas de Weert 22-2-1941, 79 jaar oud (Heerenv 82).

De zonen van Elisabeth en Klaas de Weert zijn jong overleden. Pier wordt 18 jaar oud, ovl 3-11-1907 te Leeuwarden (aangifte Schoterland 28-11-1907, akte 247).

14. Jurjen Annes SCHIPPER, geb. 4 september 1822 te Oldetrijne (WSW 150), overl. 29 oktober 1908 te Oudehaske (wonend te Nieuweschoot), 86 jaar oud, landarbeider, trouwt 12 november 1864 (WSW 76) met 15. Janke Hendriks WIEKEL, geb. 20 januari 1840 te Nieuwehorne, overl. 12 januari 1908 te Nieuweschoot, bijna 68 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

Trijntje Jurjens Schippers, geb. 28-11-1865, “’s morgens half acht te of in het Oranjewoud”, arbeidster, overl. Katlijk 25-9-1940. Tr. 19-5-1889 met Jan Yntzes VAN DER HONING, arbeider, geb. 28-10-1865 te Katlijk, overleden aldaar 1-11-1950.

Uit dit huwelijk: Yke (geb 6-4-1890 te Mildam, trouwt 12-1-1911 met Uilke Yntzes HOEKSTRA, geb 15-9-1875, boer te Katlijk (Schoterlandseweg, “lytse Uille”), overl 15-8-1954, 78 jaar oud) Yntze (geb 14-3-1892)* Sake (geb 26-5-1893) Janke (25-11-1895) Tetje (11-6-1897, aangifte door oma/beppe Jantje Wijkel) Hendrik (20-1-1899) Tetje (9-11-1900) Fokje (13-9-1902).

*) Gegevens rond Trijntje Schippers en Jan Yntzes van der Honing worden gedocumenteerd door hun achterkleinzoon Yntze van der Honing. Eerder genoemde Yntze (1892-1967), zoon van Trijntje en Jan, is zijn grootvader/pake. De achterkleinzoon meldt o.a. dat Trijntje in 1865 werd geboren “in het witte huisje schuin achter de begraafplaats van Brongerga (thans onder Oranjewoud) dat er nog altijd staat.”

========= zie verdere meldingen =============

Hendrik Jurjens Schippers, geb. 15-11-1867 ’s avonds 6 ure te Oranjewoud, trouwt 24-5-1900, oud 32 jaar, boerenknecht, geb en wonende te Oranjewoud, met Janke HOEKSTRA, oud 25 jaar, geb. 2-7-1874 te Mildam, wonende te Joure, dochter van Meeuwes Yntzes HOEKSTRA, arbeider wonende te Katlijk en Geeske TOLSMA, overleden 15-4-1890, indertijd echtelieden.

Fokje Jurjens Schippers, geb. 15-6-1870 te Oudeschoot (?) (kw 7).

Anne Jurjens Schippers, geb 6-2-1873 ’s morgens om 6 uur te Oranjewoud, trouwt 17-4-1898, oud 25 jaar, geb te Oranjewoud en wonende te Katlijk, zoon van Jurjen Schippers, arbeider, en Janke Hendriks Wijkel, zonder beroep, echtelieden wonende te Katlijk (?), met Tjitske DE KROON, 24 jaar, zonder beroep, geb 18-1-1874 te Katlijk, wonende te Katlijk, dochter van Durk Sietzes DE KROON, arbeider wonende te Katlijk, en Hendrikje Luites BLOEMBERGEN, overleden 25-5-1894, indertijd echtelieden. Tjitske overlijdt 16-6-1909, 35 jaar oud. Anne trouwt daarna 22-9-1910 met Mettje WOUDSTRA. Hij is inmiddels 37, Mettje is 23, zonder beroep, geboren 19-4-1887 te Langezwaag, wonende te Katlijk, dochter van Jelle Wiebes WOUDSTRA, werkman, wonende te Beneden Knijpe en Grietje POPMA die al was overleden 29-8-1898 te Boven Knijpe.

Pietje Jurjens Schippers, geb 2-7-1882 “des morgens ten vier ure te Oranjewoud”. Jongste dochter Pietje trouwt 7-5-1908, oud 25 jaar, zonder beroep, geboren te Oranjewoud, wonende te Oudehaske, dochter van Jurjen Schippers, arbeider, wonende te Nieuweschoot, en Janke Wijkel, overleden. Moeder Janke was 12-1-1908 te Nieuweschoot overleden en vader Jurjen zal 29-10-1908 te Oudehaske overlijden (wonende te Nieuweschoot). Pietje trouwt in de maanden hiertussen met Pieter BOERSMA, oud 27 jaar, arbeider, geb 27-7-1880 te Rottum, wonende te Rottum, zoon van Freerk BOERSMA, arbeider, en Jantje KOOY, zonder beroep, wonende te Rottum.

Overgrootvader Jurjen Schipper was 42 toen hij met Janke Wiekel trouwde.

Waar hij in de tijd ervoor zich (ongehuwd) ophield, weten we niet. Volgens de huwelijksakte was hij in 1864 wonend in Oldeholtwolde (Weststellingwerf), arbeider. Bij de geboorte van jongste dochter Pietje is hij op twee maanden na 60 jaar oud (Janke is dàn 42) en kan hij geen aangifte doen. Dat was ook al zo bij de geboorte van de dochter Fokje (kw 7) twaalf jaar eerder.

De vroedvrouw doet de geboorte-aangifte: “Frederika Fokkens, 47 jaar, vroedvrouw, wonende te Heerenveen (welke ons verklaarde) dat op de 15den dezer maand juni 1870, in haar tegenwoordigheid des morgens ten zeven ure te Oudeschoot is geboren, uit Janke Hendriks Wiekel, zonder beroep, echtgenote van en inwonende bij Jurjen Annes Schippers, arbeider, wonende te Oudeschoot, beroepshalve afwezig en daardoor verhinderd zelf deze aangifte te doen, (een dochter) aan welke zij verklaarde de voornaam te geven van Fokje.” Twaalf jaar later is Jurjen ook niet aanwezig bij de geboorte van jongste dochter Pietje, om dezelfde reden, volgens de aanmelding die dezelfde vroedvrouw hiervan doet.

Jurjen was werkzaam als los (seizoens-)arbeider. In november en februari was hij wel zelf aanwezig om aangifte te doen. In de maanden juni en juli blijkt hij beroepshalve afwezig.

Janke was 24 bij het huwelijk (Weststellingwerf 12-11-1864), “dienstmeid, wonende te Oranjewoud onder Oudeschoot.” In februari 1860 was haar moeder Fokje Jans van Fleeren overleden (kw 31) en in juni 1861 haar vader Hendrik Durks Wiekel (kw 30). Beide te Nieuwehorne. Janke werd ouderloos. Wanneer ze enkele jaren later trouwt met de 42-jarige Jurjen Annes Schipper(s) wordt in de akte gemeld dat ze 24 jaar is en dienstmeid te Oranjewoud (Schoterland) en dat Jurjen 42 is en arbeider te Oldeholtwolde (Weststellingwerf). Misschien leerde ze Jurjen te Oranjewoud kennen. Los-arbeiders kwam je tijdens seizoenen overal tegen en Jurjen was wellicht zo iemand. Volgens de gegevens is Janke Wiekel, wonend te Oranjewoud, getrouwd in Oldeholtwolde (Weststellingwerf), maar gingen zij en Jurjen daarna te Oranjewoud wonen. Er is een gebrek aan informatie betreffende overgrootvader Jurjen Schipper in de 20 jaar ervoor. Was hij eerder getrouwd geweest? Waar woonde hij voor Oldeholtwolde?

Direct na het huwelijk van Jurjen en Janke (WSW 76) wonen ze in Oranjewoud waar de dochters Trijntje en Fokje worden geboren. Volgens verhaal van kleindochter Elizabeth (Lyske, kw 3) woonden ze in de laan achter het oude kerkhof van Brongerga (met klokkestoel). In de huwelijksakte, 1893, van dochter Fokje staat geschreven dat deze te Oudeschoot is geboren. Als woonplaats van Jurjen en Janke en ook Fokje wordt dan Mildam genoemd. Misschien moeten we in alle gevallen Oranjewoud lezen.

Wanneer Janke 12-1-1908 overlijdt woont zij en Jurjen te Nieuweschoot. Jurjen overlijdt 11 maanden later, 29-10-1908 te Oudehaske, waar dochter Fokje met gezin toen woonde. In de akte van zijn overlijden (in de gemeente Haskerland) staat geschreven: wonend te Nieuweschoot. Pas maanden later wordt ook in de gemeente Schoterland het overlijden van Jurjen in een akte bevestigd. De akten melden geen gegevens over eerdere levensfeiten.

Daar moeten we het vooralsnog dus mee doen.

Generatie 5 (betovergrootouders)

VDH-LIJN

  1. Wolter Freerks VAN DER HOEK, geb. 17-8-1795 te Benedenknijpe, gedoopt 6-9-1795, arbeider en schipper, overl. 30-9-1849 te Het Meer op 54-jarige leeftijd, tr. 10-6-1821 te Bovenknijpe met
  2. Grietje Bonnes BOUWMA, ook BOUWMAN of BOUMAN geschreven, geb. 27-4-1799 te Rotstergaast (de Gaast), ged. 2-6-1799 te Oudeschoot, overl. 6-9-1882 te Het Meer, 83 jaar oud, weduwe.

Bij het huwelijk van Wolter en Grietje wordt het document van de Nationale Militie Provincie Vriesland overlegd waaruit blijkt dat Wolter, lichting 1815, bij de uitloting voor de dienstplicht het lot nr 3 trok, zodat hij in dienst moest (één jaar actief en vier jaar paraat). De naam van het regiment, derde bataljon, is helaas niet meer te lezen, anders hadden we zijn signalement kunnen opzoeken. Bij de handtekening staat: “Wolter Freerks verklaart niet te kunnen schrijven.” Trouwens, in 1811 bij de familienaamregistratie volstaat ook Freerk Tammes, de vader van Wolter, met het zetten van een kruisje.

Uit het huwelijk: Hendrikjen Van der Hoek, geb. 7-9-1822 te Langezwaag, overl. 19-10-1822, 7 weken oud. De beide beppes van Hendrikjen overleden in het zelfde jaar: (stief-)oma Lamkjen BAKKER, die Grietje Bonnes BOUWMA van de wieg af had verzorgd, sterft 13-2-1822, 42 jaar oud; oma Hendrikjen Wolters (BIJMA) (kw 33), de moeder van Wolter Freerks VAN DER HOEK, sterft 4-10-1822, 58 jaar oud, twee weken voor de dood van baby Hendrikjen. Bonne Wolters Van der Hoek, geb. 26-4-1824 te Langezwaag, overl. 16-5-1824, 3 weken oud. Hendrikje Van der Hoek, geb. 12-7-1825 te Langezwaag, overl. 16-4-1863 (Schot), 38 jaar oud, ongehuwd. Bonne Wolters Van der Hoek, geb. 28-10-1828 te Langezwaag, overl. 11-12-1914 (Schot, Het Meer), 86 jaar oud, ongehuwd. Hij woonde samen met zijn broer Freerk, die in 1901 weduwnaar was geworden, in een huisje bij de Asbrug te Het Meer. In dat huisje vond begin 1916 het jonge gezin van Bonne VAN DER HOEK (kw 4) en Neeltje ROEM (kw 5), met zes jonge kinderen, een eerste onderdak. Oom Bonne was toen al overleden. Freerk Wolters Van der Hoek, geb. 25-4-1832 te Akkrum (Utingeradeel), overl. 6-3-1925 (Schot/Aengw), 92 jaar oud, weduwnaar. Trouwt 13-5-1871 met zijn nicht Afke KROM, dochter van Joukjen Freerks Van der Hoek (zie kw 32/33). Uit dit huwelijk geen kinderen. Afke overlijdt 27-3-1901, 71 jaar oud. Blijkens de geboorteakte van Freerk was het gezin (Wolter Freerks, Grietje Bonnes en de twee kinderen Hendrikje en Bonne) van Langezwaag naar Benedenknijpe verhuisd en was Wolter praamschipper geworden. Freerk werd in het schip geboren, te Akkrum. In de akte wordt Wouter in plaats van Wolter geschreven: “Wouter Freerks VAN DER HOEK, 36 jaar, praamschipper gedomicilieerd te Beneden Knijpe, (..) welke ons heeft verklaard dat op den 25 dag dezer maand april n.m. te 5 uur in zijn praamschip liggende te Akkrum uit hem en dezelfs huisvrouw Grietje Bonnes BOUMA, oud 32 jaar, zonder beroep, is geboren een zoon, aan hetzelve zij de voornaam geven van Freerk Wouter.” Jan Wolters Van der Hoek (kw 8), geb. 6-4-1835 (Hask), overl. 23-9-1927 te Terband, 92 jaar oud, weduwnaar. Ook in de Haskerlandse geboorteakte wordt Wouter in plaats van Wolter geschreven. Het gezin woont nu te Nijehaske en met de schipperij is het wellicht alweer gedaan, want Wolter wordt vermeld als zonder beroep: “Wouter Freerks VAN DER HOEK, 39 jaar, zonder beroep, wonende te Nije Haske, (..) welke ons verklaard heeft dat op den 7e dag van april des avonds 9 uur te Nije Haske uit hem en zijn echtgenote Grietje Bonnes BOUMA, 35 jaar, zonder beroep, is geboren een zoon genaamd Jan Wouter.” Van Nijehaske verhuist men vervolgens naar Terband aan de overkant van de Heerensloot. Daar wordt het laatste kind geboren: Joldert Wolters Van der Hoek, geb. 19-7-1841 (Aengw), overl. 2-7-1857, bijna 16 jaar oud. In de Aengwirdense geboorteakte wordt weer Wolter geschreven. Hij is arbeider: “Wolter Freerks VAN DER HOEK, 45 jaar, arbeider, wonende te Terband, (..) heeft verklaard dat v.m. 8 uur ten zijnen huize is geboren een zoon uit Grietje Bonnes BOUMA. Zij geven hem de naam Joldert Wolters.”

De jongste zoon Joldert is 8 jaar, wanneer betovergrootvader Wolter Freerks op 54-jarige leeftijd overlijdt, “arbeider te Beneden Knijpe” (het dorp waar Wolter ook werd geboren), op 30 september 1849 des nachts om 2.30 uur in huis nr 238 te Het Meer/Heerenveen. De jongen wordt 15 jaar en 50 weken oud. Oudvader Freerk Tammes die in 1811 de familienaam VAN DER HOEK in ons voorgeslacht introduceerde, overleed in 1841 (⇒ kw 32) en toen leek het er nog op dat via zoon Wolter genoeg zonen waren geboren die de gekozen familienaam konden overdragen. Achteraf moeten we constateren dat van de 7 kinderen die betovergrootouders Wolter en Grietje kregen, alleen de zoon Jan Wolters VAN DER HOEK dit deed. Via zijn zonen Wouter en Bonne VAN DER HOEK.

Tweehonderd jaar later zijn alleen in de “Bonne-lijn” nog overdragers van de VAN DER HOEK-naam bestaand (er zijn andere VAN DER HOEK-geslachten, maar die hebben met de onze niets te maken of ooit te maken gehad), volgens het systeem waarbij een familienaam alleen via mannelijke nazaten aan volgende generaties wordt doorgegeven. 18. Jan Johannes LUKKES, geb. 23-1-1813 te Het Meer, timmerman, overl. 17-4-1869 te Heerenveen, 56 jaar oud, trouwt 19-5-1838 met 19. Bonjé Durks WOUDSTRA, geb. 18-2-1815 te Tholen, Zeeland, overl. 29-03-1876 (Aeng 34), 62 jaar oud, weduwe.

Wanneer Jan Johannes wordt geboren, den ’s avonds ten agt uren, is zijn vader, Johannes Cornelis Lukkes (kw 36), 42 jaar oud, huisman, wonende in Het Meer. De vader van Bonjé, Durk Eelkes Woudstra (kw 38), is bij haar geboorte al 67 of 68 jaar oud. Hij is turfschipper en zo kon het gebeuren dat Bonjé in het Zeeuwse havenstadje Tholen wordt geboren. Het extract uit het register van geboorte der gemeente Tholen: “Simon van Dijk, oud 63 jaren, van beroep dagloner, wonende te Tholen wijk C nr 225, dewelke ons heeft aangeboden een kind van den vrouwelijke seye. Geboren den 18 van de maand Februari de jaars 1815 te Tholen ten 5 uur in de morgen in wijk C nr 225, uit Dirk Hillekes, turfschipper, en zijne huisvrouw Jacoba van der Werf, wonende te De Jouwer in Vriesland, waaraan zij verklaren te geven de naam Bonjé.” De huwelijksakte betreffende Jan Johannes en Bonjé Durks meldt: “Jan Johannes Lukkes, 25 jaren, timmermansknecht, geboren en wonende in het Meer, zoon van Johannes Cornelis Lukkes, in het Meer overleden 30 augustus 1829, en van Hiltje Hannes Ronduite, zonder beroep, wonende het Meer, en Bonjé Dirks Woudstra, 23 jaren, zonder beroep, geboren te Tholen Prov. Zeeland, wonende in het Meer, dochter van Dirk Eelkes Woudstra, abusievelijk in het geboorte-extract gesteld onder de naam “Dirk Hillekes”, te Joure overleden 24 september 1817, en van Jacobje Wiebes van der Werf, zonder beroep, gehuwd met Wilt Haayes Swart, wonende in het Meer, korenmolenaar.” Na het overlijden van Dirk is Jacobje (kw 39) hertrouwd met weduwnaar Wilt Haayes Swart.

Jan Johannes Lukkes is timmerman te Het Meer en Bonjé Dirks Woudstra stiefdochter van de molenaar aldaar.

Uit hun huwelijk: Hiltje Jans Lukkes (kw 9), geb 29-2-1840, in 1861 getrouwd met Jan Wolters VAN DER HOEK (kw 8) Durk Jans Lukkes, geb. 13-6-1842, overl. 14-12-1860, 18 jaar, ongehuwd Johannes Jans Lukkes, geb. 7-10-1844, overl. 1-7-1848, 3 jaar oud Jacoba Jans Lukkes, geb. 9-8-1847, trouwt 30-5-1878 (Schot 65), 30 jaar oud, met Jan Tjibbeles KAMP, weduwnaar van Akke Johannes Smit die 25-5-1877 was overleden, 43 jaar oud (Hask 72), in het kraambed – ook de baby dood. Jan Tjibbeles Kamp trouwt een jaar later met Jacoba. Hun eerste kind wordt slechts 1 jaar oud (Jan Kamp, overl. 6-5-1880, Aeng 29). Op 5-6-1885 wordt een dochter geboren: Bonjé Kamp (Hask 106). Het gezin leek hierna verder onvindbaar, tot we bericht uit Grand Rapids/Michigan tegenkwamen: geb aldaar 11-5-1887 een dochter Sadie Kamp. Waarschijnlijk in 1886 zijn Jan Tjibbeles KAMP en Jacoba Jans LUKKES naar Amerika geëmigreerd. Verdere gegevens te Grand Rapids na te zoeken. Johannes Jans Lukkes, geb. 6-5-1852. Johannes trouwt 3-12-1876 met Bontje DIJKSMA uit Oudeschoot, geb. aldaar 14-3-1851. Johannes is 24, zijn ouders zijn overleden. Moeder Bonjé, 61 jaar oud, nog maar kort ervoor (29-3-1876), vader Johannes, 56 jaar, zeven jaar geleden. Net zoals zijn vader is Johannes timmerman. Welke kinderen het huwelijk van Johannes en Bontje opleverde, nog niet nagetrokken. Bontje DIJKSMA ovl 10-12-1925, 74 jaar oud (Schot 171), Johannes LUKKES ovl 16-3-1926, 73 jaar oud (Schot 40). Hij volgde haar snel. Van de vijf kinderen uit het huwelijk van de betovergrootouders Jan en Bonjé was onze overgrootmoeder Hiltje (kw 9) de eerste en oudste. Twee broertjes sterven jong (18 en 3 jaar oud), alleen zus Jacoba (geëmigreerd naar de VS) en broer Johannes blijven over.

Jan Johannes Lukkes is 55 wanneer hij 31-12-1868, samen met zijn collega Roel Egberts SLUITER die van dezelfde leeftijd is, naar het gemeentehuis te Heerenveen gaat om de verdrinkingsdood te melden van zijn 6 jaar oude kleindochter Grietje Jans Van der Hoek, oudste dochter van Hiltje. Timmerman Roel Sluiter was 6 jaar eerder ook op dat gemeentehuis aanwezig voor de geboorteaangifte van deze Grietje.

Enkele maanden later overlijdt Jan Johannes Lukkes zelf, 17-4-1869, 56 jaar oud. Uit de overlijdensakte: “Eeltje Engberts Boomsma, oud 56 jaar, koopman, wonende te Heerenveen, en Jan Molle Prins, oud 54 jaar, timmerknecht, wonende te Heerenveen, verklaren dat Jan Luckes, oud 56 jaar, timmerman, geboren in Het Meer, wonende te Heerenveen, gehuwd met Bonjé Durks Woudstra, zonder beroep wonende aldaar, zoon van Johannes Cornelis Luckes en Hiltje Hannes, 17 april 1869 ’s morgens 3 uur in het huis nr 50 te Heerenveen is overleden.” Betovergrootmoeder Bonjé Durks Woudstra wordt 61 jaar. Als weduwe van timmerman Jan Lukkes overlijdt ze zeven jaar later, 29-3-1876, te Heerenveen (Aengw 34). Het timmerbedrijf wordt door zoon Johannes voortgezet. Dochter Jacoba is 28 en nog niet getrouwd. Aan de Grintdyk te Oranjewoud was een jaar eerder Bonne Van der Hoek (kw 4) geboren, achteraf gezien de jongste zoon van dochter Hiltje (kw 9).
 20. Nicolaas (Pieterszn) ROEM, geb 6-10-1799 te Naaldwijk, vlassersknecht, overl 7-8-1834, slechts 34 jaar oud, trouwt te Naaldwijk 20-4-1822 met 21. Angenita MULDER, geb 25-3-1801 te Den Haag, overl 21-2-1879 te Naaldwijk, 78 jaar oud.

Uit dit huwelijk: Willem Roem, geb. 3-5-1826 te Naaldwijk (kw 10). Pieter Roem, geb. 7-3-1829 te Naaldwijk, overl. 17-1-1890, 70 jaar oud. Hij trouwt op 7-5-1859 te Naaldwijk met de 40-jarige Johanna KEMMERS, weduwe van Hendrik KLAPWIJK. Zij was dochter van Arij KEMMERS en Aagje Joosten BENTVELSEN en 30-10-1819 geboren. Ze overlijdt 12-2-1890, 80 jaar oud, aan een zware buikgriep. Pieter overleed ruim drie weken eerder. Geen kinderen. Johannes Roem, geb. 29-9-1831, overl. 8-4-1867, 35 jaar oud. Hij trouwt 3-11-1860 te Naaldwijk (akte 37) met de 44-jarige Hendrika Berendina HULSCHER, weduwe van Cornelis REDEKER (ovl te Naaldwijk 8-8-1857, 41 jaar oud, “boodschaplooper”). Hendrika, geb 20-2-1816 te Zutphen, dochter van Bernardus HULSCHER en Gardina RUNNEBOOM, was 30 toen ze 7-5-1845 (Zutphen akte 21), trouwde met de uit Naaldwijk afkomstig Cornelis REDEKER, zoon van Hendrik Redeker en Jaapje VAN DER EIJK. Ze gaan te Naaldwijk wonen en krijgen daar 5 dochters, van wie drie als baby overlijden. Toen Johannes ROEM in 1860 met Hendrika trouwde, waren alleen de dochters Dina Jacoba REDEKER en Martina REDEKER nog in leven. Laatstgenoemde ovl 20-3-1865 te Naaldwijk, 15 jaar oud. Dina wordt 75 en ovl 4-6-1923 te Delft, weduwe van Adrianus VAN MOURIK. Johannes ROEM blijft kinderloos. Hendrika HULSCHER wordt 60 jaar oud en ovl 16-9-1876 te Naaldwijk (akte 112).

Angenita Mulder trouwt na het overlijden van Nicolaas Roem met Pieter van Dijk (Naaldwijk). Uit dat huwelijk bij ons geen kinderen bekend.

  1. Christiaan VAN (DER) BEEK, gedoopt 13-7-1788 te Naaldwijk, overlijdt aldaar 28-1-1866, 77 jaar oud, trouwt 28-11-1828, 40 jaar oud met de 23-jarige
  2. Neeltje VAN LEEUWEN, geb. 11-9-1805 te Naaldwijk, overl aldaar 20-6-1861.

Uit dit huwelijk (minstens): Antje van Beek, geb. 8-4-1832 te Naaldwijk (kw 11).

Christiaan is bijna 43 wanneer Antje wordt geboren, Neeltje is dan 26. Ze wordt 55 en overlijdt in 1861, ruim een maand na het huwelijk tussen dochter Antje en schoonzoon Willem Roem (kw 10).

DJ-LIJN

  1. Jacob Piers DE JONG, geb. 3-2-1797 te Oosterzee, ged. 19-2-1797 Oosterzee, overl 29-11-1850 te Haskerhorne, 53 jaar oud, boer, trouwt 11-6-1824 te Doniawerstal met
  2. Geeske Jochums OENEMA, geb. 26-12-1801 te Westermeer, ged. 17-1-1802 te Joure, overl 4-8-1879 te Haskerhorne, 77 jaar oud, rentenierse.

Volgens de huwelijksakte van 1824 is Jacob Piers dan boerenknecht, 27 jaar, en was hij niet uitgeloot voor de militaire dienst. Hij had het lotnummer 12 (lichting 1817) “hetwelk tot heden niet opgeroepen zijnde hem tot genen dienst heeft verplicht.”

De eerste drie kinderen uit het huwelijk van Jacob en Geeske worden te Doniaga geboren. De zes anderen te Haskerhorne. Het kerkboek van de Hervormde kerk Haskerhorne-Oudehaske schrijft Jacob en Geeske per 25-7-1832 als overgekomen van de kerk Tjerkgaast-Doniaga in. Jacob wordt eerst 1834 als lidmaat ingeschreven (belijdend lid).

Betovergrootvader Jacob Piers is 14 jaar oud in 1811. Zijn vader Pier Jacobs (kw 38) overleed in 1806 en moeder Epkjen (kw 39) was door huwelijk met boerenzoon Klaas Douwes DOUMA een nieuw gezin begonnen. De zes kinderen van haar en Pier hoorden als stief-kinderen van Klaas Douma tot dat gezin. Bij de naamsregistratie van 1811 worden ze niet gemeld. Pas daarna komen ze als DE JONG in de akten.

Jacob groeide op in het boerenbedrijf van zijn stiefvader en/of van zijn oom Hans FRANKENA (kw 54), broer van Epkjen. Oom Hans was in die tijd ook te Doniaga in bedrijf en dat Epkjen na overlijden van Pier vanuit Oosterzee te Doniaga terecht kwam kan hiermee hebben samen gehangen. De samenhang kan nog blijken. Oom Hans ging niet lang erna terug naar Haskerhorne. In dit deel van het familieverhaal is sprake van regelmatig vestigingsverkeer tussen Haskerhorne en dorpjes in Doniawerstal.

We zien dat de zonen van Pier Jacobs en Epkjen uit Doniaga vertrekken. De boerderij van stiefvader Klaas DOUMA is niet voor hen bedoeld maar wel voor de jongere halfbroer Douwe DOUMA uit huwelijk van Klaas en Epkjen? Zo kan het geweest zijn. Wanneer deze Douwe oud genoeg is om het bedrijf over te nemen, vertrekt ook Jacob Piers om te Haskerhorne voor zichzelf verder te gaan.

Negen kinderen uit het huwelijk van Jacob Piers en Geeske Jochums OENEMA:

Pier Jacobs de Jong, geb. 20-5-1825 te Doniaga (kw 12). Jogchem (Jochum) Jacobs de Jong, geb. 7-11-1828 te Doniaga (Donia 59), overlijdt 8-8-1902, 73 jaar (Hask 97), gehuwd, trouwt 15-5-1857 (Schot 21) met Pietertje Pieters SIERDSMA, deze overlijdt 17-9-1906, 74 jaar (Hask). Uit het huwelijk de kinderen: Jakob (28-2-1858), Antje (7-6-1866) en Geeske (17-12-1871). Pietertje is dochter van Pieter Geerts SIERDSMA en Antje Thees YKEMA die 14-6-1828 trouwden (Hask 13). De vader van Pieter SIERDSMA wordt in 1811 niet genoemd, maar ws waren zijn ouder Geert Pieters (Haskerhorne) en Martzen Jacobs (Haskerhorne) die 22-5-1796 aldaar trouwden. Geert Pieters Sierdsma ovl 17-1-1829, 65 jaar, weduwnaar (Schot 10). De ouders van Antje Thees YKEMA waren Thee Klazes YKEMA en Pietertje Feikse OOSTING. In 1811 meldt haar vader zich te Haskerhorne met de kinderen Jantje (7), Antje (4) een Klaas (1). De door Jochum aangetrouwde familie heeft dus al diepere Haskerhornster wortels. Epke Jacobs de Jong, geb. 1-4-1831 (Donia 27), overl 21-11-1842, 11 jaar (Hask 28). De derde zoon van Jacob en Geeske wordt nog net te Doniaga geboren. Gezin verhuist in het volgende jaar naar Haskerhorne. Helaas wordt Epke er slechts 11 jaar oud. Trijntje Jacobs de Jong, geb. 14-3-1833 te Haskerhorne (Hask 27), overl 25-9-1865, 32 jaar oud. Zij trouwt 4-11-1864 (Hask 49) met Feite Ytzens DE HAAN die eerder 20-4-1856 (Hask 6) was getrouwd met Itske NAUTA (Idske Harings Nauta). Uit dat huwelijk waren vier kinderen geboren, waaronder 23-3-1861 een tweeling, Ytzen en Haring. Itske overlijdt 14 dagen later, 5-4-1861, 30 jaar oud (Wymbritseradeel 63). Ytzen wordt 11 maanden oud, Haring 32 jaar. Trijntje is 31 wanneer ze met de weduwnaar trouwt. In het volgende jaar, 12-9-1865, wordt een dochter Geeske geboren (Wym 276), overlijdt Trijntje, 25-9-1865 (Wym 175), en vervolgens ook baby Geeske, 27-11-1865, zes weken oud. De eerste dochter van Jacob en Geeske trouwt dus met Feite DE HAAN, 36 jaar oud, veehouder te Loënga (Wymbrits), die al voor de tweede keer weduwnaar is. Trijntje is 31 dan. De bevalling van haar eerste kind maakt een eind aan haar leven. Feite trouwt 16-9-1876 vierdens met de weduwe Sytske Jentjes BOSMA (Baarderadeel 36). Overlijdt 19-8-1897, 69 jaar oud, gehuwd (Hask 120). Klaas Jacobs de Jong, geb. 24-4-1835 (Hask 48), overl 20-3-1852, 16 jaar (Hask 6). Jacobje Jacobs de Jong, geb. 22-2-1837. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand denkt abusievelijk dat het om een jongetje gaat. Geslacht bij vonnis d.d. 23 januari 1856 verbeterd in vrouwelijk (Hask 29). Dan is Jacobje bijna 19. Misschien had ze trouwplannen en kwam daardoor de vergissing in de akte aan het licht. Wanneer ze plannen had om met Jentje Jans DE GLEE te trouwen hebben ouders misschien dwars gelegen. Jentje is ruim twee jaar jonger en nog beslist minderjarig, geb. 23-10-1839 Schot. Ze moeten wachten tot 2-10-1863 voordat het huwelijk (Hask 42) mag doorgaan. Jentje is dan bijna 24 en Jacobje is 26. Uit het huwelijk worden de kinderen Jacob (1865, overlijdt 1 maand oud), Jacob (1866) en Antje (26-1-1870, Hask) geboren. Jentje de Glee wordt slechts 30 jaar, overlijdt 14-10-1870 (Hask 132). - Jacobje trouwt tweedens 1-11-1874 met de 44-jarige weduwnaar Tiede Romkes DE JONG (huwelijksakte Donia 1874 nr 30), zoon van Romke Sikkes DE JONG en Jikke Pieters BIJMA volgens akte bij zijn overlijden, en krijgt bij hem nog drie kinderen: Oene (1876), dochter Jikke (1878) en Pieter (1880). Het wordt een druk huishouden want Tiede had uit eerste huwelijk al 8 kinderen. Eerste vrouw Afke Beenes BLES werd 39 jaar en stierf 15-4-1874 met kind in haar negende kraambed. - Jacobje tenslotte overlijdt 19-4-1905, 68 jaar oud (Hask 44), Tiede 25-9-1908, 78 jaar oud (Donia 58). Bij het overlijden van Jacobje (des avonds 6 uur, aangevers: Laadze HOLTROP, 57 jaar, koopman, en Pieter SCHAAFSMA, 42 jaar, koopman) wonen ze te Haskerhorne. Tiede de Jong overlijdt drie jaar later in Doniaga. Alle kinderen van hem, bij Afke en bij Jacobje, zijn in Doniawerstal geboren. De Haskerhornster periode moet dus pas na 1880 zijn begonnen. Zie ook de voetnoot. Minne Jacobs de Jong, geb. 15-7-1839 te Haskerhorne, overl 1-9-1914, 75 jaar oud, gehuwd (Hask 62). Trouwt 26-10-1866 met Lolkjen DE VRIES (Donia 30). Minne is dan 27 jaar, van beroep koopman, wonende te Haskerhorne, en Lolkjen is 23, van boerenbedrijf, geb 11-9-1843 te Broek, dochter van Pieter Durks DE VRIES en Marijke Thomas ENGELSMA, wonende te Broek. Minne en Lolkje krijgen de kinderen: Geeske (1867), Geeske (1869), Maria (1871), Jacob (1883), doodgeboren (1885). Lolkje overlijdt 10-8-1924, 78 jaar, weduwe (Donia 58).

De dochter Geeske de Jong, 2-9-1869 te Joure geboren, trouwt 25-5-1890 met Jelle VAN DER HOEK, geb 1-12-1868 te Joure, 21 jaar en schipper van beroep, zoon van Rouke Jelles VAN DER HOEK, koopman te Joure, en van Gatske Hylkes DE JONG, 30-7-1887 te Joure overleden. In de betreffende huwelijkakte staat Minne Jacobs de Jong als veehouder te Haskerhorne vermeld. Jelle Roukes VAN DER HOEK en Geeske Minnes DE JONG krijgen samen de dochters Gatske (geb 3-5-1891) en Lolkje (geb 16-11-1894) en dan overlijdt Geeske, 15-7-1895, 25 jaar oud. Haar dochter Gatske VAN DER HOEK wordt slechts 18 jaar oud en overlijdt 31-1-1910 te Oudehaske (maar aangifte te Leeuwarden akte 60).

Oene Jacobs de Jong, geb. 21-6-1842 (Hask 47), trouwt 4-6-1869 met Trijntje SCHAAP (Uting 23) en krijgt met haar een dochter: Geeske 1-10-1870 (Hask 181). Helaas overlijdt Oene kort erna, 3-1-1871, 28 jaar oud (Hask 4). Weduwe Trijntje hertrouwt 3-11-1872 met Eldert Meines JANSMA (Hask 46), geb. 12-3-1835, zoon van Meine Klazes JANSMA en Maaike Jeens VAN DER LAAN, weduwnaar van Akke Fokkes MINNESMA. Epke Jacobs de Jong, geb. 9-8-1844 (Hask 95). De eerste zoon Epke wordt slechts 11 jaar en overlijdt november 1842. De tweede Epke overlijdt 31-3-1845, zeven maanden jong (Hask 8).

Na overlijden van de tweede Epke worden geen kinderen meer uit het huwelijk van betovergrootouders Jacob Piers en Geeske Jochums geboren. Zeven kinderen zijn nog in leven. Met de Epkes ging het mis.

Vijf jaar na het overlijden van de jongste zoon Epke gaat het mis met Jacob Piers de Jong zelve. Hij overlijdt 29-11-1850, 53 jaar oud. Overlijdensakte extract: “Feike Klaas YKEMA, 65 jaar, boer, en Roel Sikkes OOSTING, 60 jaar, boer, beide wonende in Haskerhorne, hebben verklaard dat Jacob Piers de Jong, oud 51 jaar, boer, geboren te Oosterzee, wonende te Haskerhorne, gehuwd met Geeske Jochums Oenema, zoon van Pier Jacobs de Jong, overleden, en Epkjen Meyes Frankena, boerin te Doniaga, op den 29 november 1850 in het huis met nr 4 in Haskerhorne is overleden.”

Feike YKEMA en Roel OOSTING die het overlijden van Jacob Piers DE JONG aangeven zijn van bekende Haskerhornse families. Zie hierboven bij schoondochter Pietertje Pieters SIERDSMA, getrouwd met Jacobs tweede zoon Jochum.

Oudvader Pier Jacobs (kw 48) wordt weinig ouder dan 35 jaar. Betovergrootvader Jacob Piers DE JONG weinig ouder dan 50 jaar. De respectievelijke weduwes overleven hen vele jaren. Oudmoeder Epkjen Meyes Frankena (kw 49) begint nog een tweede huwelijk. Betovergrootmoeder Geeske Jochums Oenema is bijna 49 wanneer Jacob Piers overlijdt. Ze gaat als “boerinne” en daarna als “renteniersche” verder en wordt wordt 77 jaar oud, ovl 4-8-1879 te Haskerhorne.

Haar oudste zoon, Pier Jacobs DE JONG (kw 12), was bij het overlijden (1850) van zijn vader 25 jaar en het huis uit. Getrouwd in 1846 met Joltje Fokkes VELDSTRA (uit Haskerhorne) en gemeld als boer te Haskerdijken, vanuit Haskerhorne gerekend aan de noordoostelijke overkant van de Hasker polders, een aantal kilometers verderop. Overgrootvader Pier Jacobs trekt rond 1855 nog verder van Haskerhorne vandaan en start een bedrijfje (boerderij, paardenfokkerij, veenbaas) te Nieuwehorne in het Schoterlandse gebied voorbij Mildam en Katlijk. Zie bij hem (kw 12).

26. Fokke Feddes VELDSTRA, geb. 6-10-1791 te Haskerhorne, overl aldaar 12-5-1861, 69 jaar oud, trouwt 8-12-1820 met de 20-jarige 27. Lijsbert Hanzes FRANKENA (Lysbeth), geb. 3-7-1800 te Doniaga, overl 17-12-1871 te Haskerhorne (huis nr 5), 71 jaar oud, weduwe.

Betovergrootvader Fokke Veldstra is te Haskerhorne geboren en heeft daar zijn hele leven gewoond. Hij was boer/veehouder en zette waarschijnlijk het bedrijf voort van zijn vader Fedde Veldstra die in 1758 ook al daar werd geboren en “huisman te Haskerhorne” was. Dat voor 1740 de VELDSTRA-tak wellicht vanuit de Zevenwouden naar Haskerhorne verhuisde is een ander onderwerp (Werkdocumenten 1 en 2).

Met betovergrootvader Fokke zitten we volop te Haskerhorne begin 19de eeuw. Zijn grootvader van moederskant is Jan Hendriks SCHOKKER (kw 106) die als vervener/ veenbaas uit Wanneperveen (“Gieterse immigranten”) zijn vader, Hendrik Berends SCHOKKER (kw 212), naar de Hasker verveningsgebieden volgde.

Betovergrootmoeder Lijsbert Hanzes Frankena is te Doniaga (Doniawerstal, westkant van het Tjeukemeer) geboren, waar haar vader Hans Meyes FRANKENA (kw 54) rond 1800 als boer/veenbaas werkzaam was. Hans Meyes verhuist na 1810 naar Haskerhorne en in 1820 vonden de jonge Fokke VELDSTRA en Lijsbert FRANKENA elkaar daar dusdanig dat een huwelijk volgde.

Uit het huwelijk acht dochters en twee zonen (heb geduld met weer een lange lijst):

Janke Fokkes Veldstra, geb 5-5-1821 te Haskerhorne. Ovl 8-10-1869 (Schot 218), 68 jaar oud, weduwe. Zij trouwt 18-12-1842 (Hask 37), 21 jaar oud, met Harmen Jacobs CLOO, zoon van Jacob Tymens CLOO en Hylkjen Gerrits KELDERHUIS. Harmen werd 9-8-1816 te Nijehaske geboren, was boer te Oudehaske, ovl 6-6-1876, 59 jaar oud (Schot). Janke en Harmen krijgen acht kinderen: Jacob (1843), Grietje (1845), Hieke (1847), Fokke (1850), Gerrit (1853), Lijsbert (1856), Margjen (1859) en Joltje (1862). Joltje Fokkes Veldstra, geb 18-3-1823 te Haskerhorne, ovl 10-4-1900, 77 jaar oud, weduwe (kw 13). Trouwt Pier Jacobs DE JONG (kw 12). Grietje Fokkes Veldstra, geb 5-4-1825 te Haskerhorne, ovl 4-1-1845, ’s middags om 4 uur in het huis met nummer 3 te Haskerhorne, 19 jaar oud, ongehuwd (Hask 1). Ze was naaister van beroep. Jacobje Fokkes Veldstra, geb 1828, ovl 21-12-1828, oud 10 maanden (Hask 43). Fedde Fokkes Veldstra, geb 20-1-1830 te Haskerhorne. Het was bitter koud. Fedde overlijdt 22-1-1881 (Hask 9: ’s nachts ten eenen ure te Haskerhorne in de huizinge nr 6 – de aangifte werd gedaan door de twee Haskerhornster veehouders Minne Jacobs DE JONG, 41, en Klaas Meinesz JANSMA, 50 jaar. Fedde werd 51 jaar. Hij trouwt 9-5-1869 (Hask 5) op 39-jarige leeftijd, veehouder te Haskerhorne, met Akke Kerstes POSTMA, die dan 32 is, geb 8-3-1837 te Sint-Johannesga, ovl 30-8-1889 (Hask 126, 51 jaar oud, weduwe), dochter van Karst Willems POSTMA en Saakjen Jans AKKERMAN. De beide ouders van Akke waren overleden. Van Fedde leeft moeder Lijsbert Hanzes FRANKENA nog, “veehoudersche te Haskerhorne”. Uit huwelijk van Fedde en Akke twee kinderen bekend: Fokke (1870) en Saakjen (1871). Jacobjen Fokkes Veldstra, geb 9-1-1832 te Haskerhorne, ovl 21-6-1906, 74 jaar oud, weduwe (Schot 108). Trouwt 10-5-1867 (Hask 6) op 35-jarige leeftijd met Hendrik GREEVELINK, die 38 is, geb 28-3-1829 te St.Johannesga (Schot), zoon van Johannes Tjerks GREEVELINK en Geertje Hendriks DE GLEE. Uit het huwelijk van Jacobjen en Hendrik wellicht de kinderen Johannus (1868 Schot), Geertje (1871 Schot) en Johannes (1873 Schot). Hansje Fokkes Veldstra, geb 22-2-1833 te Haskerhorne, overl 2-2-1913 (Utingeradeel 7), 79 jaar, weduwe, trouwt 29-4-1858 (Utingeradeel) met Ids Sybes SCHAAP, ovl 1-6-1896, 60 jaar oud (Ut 37), zoon van Siebe Wouters SCHAAP en Anna Cornelis ROMKEMA. Uit huwelijk van Hansje en Ids: Elisabeth, Grietje, Fokke, Sybe, Anna en Aaltje Idses Schaap (Utingeradeel). Margjen Fokkes Veldstra, geb 2-5-1836 te Haskerhorne, ovl 26-9-1908, 72 jaar oud, weduwe (Schot 177). Trouwt 9-5-1862 (Hask 10) met Roelof Jans HOLTROP, geb 9-9-1836 te Delfstrahuizen, van beroep boerenbedrijf, zoon van Jan Ypes HOLTROP en Sietske Foekes DIJKSTRA. Zij krijgen vermoedelijk de kinderen: Sytske (28-2-1863 Schot) en Elizabeth (6-9-1864 Schot) etc. Hans Fokkes Veldstra, geb 12-7-1838 te Haskerhorne, overl 3-5-1916 (Utingeradeel), 77 jaar, gehuwd. Hans werd voor de lichting 1857 van de Nationale Militie ingeschreven en kreeg bij de loting het nummer 26, wat foute boel was. Terwijl zijn oudere (en enige) broer in 1849 het geluk had een hoog nummer te trekken, wees het lot Hans aan voor vervulling van de dienstplicht. Misschien vonden zijn ouders dit begrotelijk en kon vader Fokke zijn jongste zoon op de boerderij niet missen. In ieder geval trok hij de beurs open (een remplacant of “verwisselaar” vroeg vaak vele honderden toenmalige guldens) en werd op 30-4-1857 niet Hans maar zijn vervanger ingelijfd bij het Regiment Grenadiers en Jagers. Hans trouwt 9-5-1869 (Hask 6), 30 jaar oud, veehouder te Haskerhorne, met de 25-jarige Bregtje Thaekes DE GROOT, zonder beroep te Akmarijp. Aktenr 6 in het Haskerlandse huwelijksregister van 1869, aktenr 5 in datzelfde register was voor oudere broer Fedde, zie hierboven, die dezelfde dag trouwt en in dezelfde zaal. De broers konden de receptie leuk combineren. Bregtje Thaekes DE GROOT is 9-3-1844 te Akmarijp geboren (Utingeradeel 13), dochter van Thaeke Murks DE GROOT en Uilkjen Hylkes HYLKEMA. Ze overlijdt 30-3-1919, 75 jaar oud, weduwe. Uit het huwelijk van Hans Veldstra en Bregtje werden zes kinderen geboren (Utingeradeel): Thaeke (1870), Fokke (1874), Uilkje (1877), Fedde (1881), Elisabeth (1883) en Hiltje (1886). Het huwelijk duurt op een week na 47 jaar, want 3-5-1916 overlijdt Hans Veldstra, 77 jaar oud, veehouder te Akmarijp. Fokjen Fokkes Veldstra, geb 19-10-1841 te Haskerhorne, overl 8-3-1916 te Terkaple (Utingeradeel), 74 jaar oud, ongehuwd gebleven. In de overlijdensakte staat ze als zonder beroep vermeld, maar wat wil je, met 74. De aangifte wordt gedaan door Hendrik KROES, 38 jaar, arbeider te Terkaple, en Durk VISSER, veldwachter te Oldeboorn. Kroes namens de buurt waarschijnlijk en veldwachter Visser als toegevoegd getuige op het grietenijhuis te Akkrum. Zeker in de moddertijd viel de tocht van Terkaple of Akmarijp naar Akkrum niet mee. Bijna twee maanden later (3-5-1916) gaat dezelfde Hendrik Kroes opnieuw naar Akkrum om het overlijden van Hans Fokkes Veldstra, veehouder te Akmarijp, broer van Fokje, te melden. En opnieuw is daar dan veldwachter Durk Visser aanwezig om de akte mede te tekenen.

Fokke Feddes wordt 69 jaar, veehouder te Haskerhorne, 1861 overl aldaar in een huis zonder nummer (ongeno.). Lijsbert Hanzes (Hannes) wordt 71 jaar, overl 1871, weduwe, “renteniersche”, overl te Haskerhorne in huis nr 5.

Betovergrootouders Fokke Feddes VELDSTRA en Lijsbert Hanzes FRANKENA kregen tien kinderen, vooral dochters. Tweede dochter Joltje Fokkes VELDSTRA (kw 13) werd overgrootmoeder binnen onze familie, door huwelijk met Pier Jacobs DE JONG (kw 12).

De twee zonen van Fokke en Lijsbert, Fedde en Hans, leverden geen uitgebreid VELDSTRA-nageslacht op (via mannelijke lijn, familienaamvernoemingen). Wij hebben vooral de DE JONG-lijn voor ogen, die volgde uit huwelijk van Joltje en Pier.

De voornaam Joltje komt in akten soms als Jeltje voor. Dit is dan foute lezing want Joltje is de naam die voor haar meest voorkomt en ook langs familielijn bleef overgeleverd.

28. Anne Pieters SCHIPPER, geb. 27-10-1776 te Steggerda, overl aldaar 1-7-1867, 90 jaar oud, arbeider, trouwt op 34-jarige leeftijd 10-3-1811 met 29. Trijntje Hendriks KIJLSTRA, geb. ca 1787 te Drachten, overl te Steggerda 15-1-1864, 77 jaar oud.

Met betovergrootvader Anne SCHIPPER komen we op “familiewortels” die beslist in de Stellingwerven worden teruggevonden rond en voor 1800. De Stellingwerven, voor latere familietelgen verduidelijkt, is het deel van Friesland bezuiden de Tjonger-rivier, waar van oudsher geen Friese taal werd gesproken maar een Saksisch (Drents/Overijssels) dialect. Tijdens de Middeleeuwen vormden de Stellingwerven een natuurlijk, aanvullend onderdeel van de Drentse of Overijsselse jachtgronden waar de bisschop van Utrecht aanspraak op maakte (Oversticht) en zijn zaakgelastigden, heren van Vollenhove (Overijssel), toezicht op hielden. Dit is te beknopt samengevat, maar het kwam er ongeveer op neer.

Hoewel de Stellingwerven minstens na 1400 meededen aan Fries beleid, bleven ze “Saksers” en ging de bevolking zeker in het westelijk deel nooit Fries praten.

Hoe het met betovergrootvader Anne Pieters SCHIPPER zat, kunnen we achteraf niet meer bepalen. Dat betovergrootmoeder Tryntje Hendriks KYLSTRA oorspronkelijk wèl uit het boven-Tjongerse afkomstig is, lijkt te bewijzen. Rond 1787 te Drachten geboren en haar ouders en grootouders zijn daar en in het gebied boven Drachten ws terug te vinden.

Betovergrootmoeder Tryntje en ook jaar jongere broer Jelke zijn rond 1810 woonachtig te Steggerda (Weststellingwerf, op de grens met Overijssel), hoewel afkomstig uit de buurt van Rottevalle (boven Drachten, NO-Friesland). Hoe dit mogelijk kwam, kan nog worden uitgezocht.

Tryntje is rond 24 jaar wanneer zij te Steggerda trouwt met Anne, 34 jaar. De huwelijksbevestiging is 10-3-1811. Eind 1811, familienaamregistratie, meldt zich Anne Pieters SCHIPPER te Steggerda met een kind: Pieter, 3 maanden oud.

Deze zoon Pieter werd 13-10-1811 te Steggerda geboren, zeven maanden na de formele bevestiging (kerkelijk) van het huwelijk tussen Anne en Pieter.

Anne en Trijntje worden per 30-3-1836 als belijdende leden van de Hervormde gemeente te Steggerda ingeschreven. Toen was Anne zestig.

In de overlijdensakte van Trijntje Hendriks Kielstra (1864) staat aangetekend dat aan de aanwezigen de namen van haar ouders onbekend zijn. De geburen waren kennelijk vergeten het bij vertrek aan de hoogbejaarde weduwnaar Anne te vragen. Bij het overlijden van Anne Pieters Schipper (1867) verhaspelt men de naam van zijn moeder tot Rinske Riens in plaats van Rinske Heeres:

“Aangifte door Anne Jans de Groot, 60 jaar, arbeider te Steggerda, en Sjoerd Jans Velzenga, 37 jaar, arbeider te Finkega. Van overlijden van Anne Pieter Schipper, 90 jaar, zonder beroep, wonende te Steggerda, geboren aldaar. Weduwnaar van Trijntje Hendriks Kielstra. Zoon van Pieter Annes Schipper en Rinske Riens. Overleden 1 juli ’s nachts half drie in het huis nummer 115 te Steggerda. De mannen die aangifte deden, verklaarden niet te kunnen schrijven daar ze dat niet geleerd hadden. Derhalve heeft één van ons ondertekend (gem.ambt).”

Kinderen uit het huwelijk van Anne Pieters SCHIPPER en Tryntje Hendriks KYLSTRA:

Pieter Annes Schipper, geb. 13-10-1811 te Steggerda, trouwt 26-9-1838 (WSW 46), 26 jaar oud, met de bijna 21-jarige Grietje HOEK, geb. 16-10-1817 te Broek op Langedijk (NrdHoll). Steggerda grenst aan Frederiksoord waar sinds 1821 vestiging begint van “opvoedingskolonies” vanuit de Maatschappij van Weldadigheid. Rond 1835 bestaat dit project al rond 15 jaar. Grietje HOEK (vanuit NoordHolland) woont er dan. Pieter SCHIPPER (Steggerda) wordt verliefd. Ze trouwen 26-9-1838, maar het duurt nog 11 maanden voordat Grietje formeel uit het gezin van haar (kolonie-) ouders wordt ontslagen. Pieter en Grietje trekken daarna naar Alkmaar waar zoon Anne Pieters 17-5-1840 wordt geboren. – De indruk bestaat dat Pieter SCHIPPER de moeite deed uit liefde voor Grietje HOEK. Per 8-11-1840 besluit de subcommissie Alkmaar van de Maatschappij van Weldadigheid dat Pieter en Grietje tot kolonie-ouders te Frederiksoord, preciezer: kolonie 3 WILLEMSOORD, worden benoemd. Dit houdt in dat Pieter met gezin in een betaalde functie te Willemsoord terecht komt. Als “kolonie-ouder” krijgt hij te maken met vnl weeskinderen uit Amsterdam en Rotterdam die hij binnen gezin aan een opvoeding moet helpen.

Pieter en Grietje krijgen te Willemsoord nog 6 kinderen: Neeltje (10-3-1843), Arien (8-9-1844), Jurjen (10-2-1847, overl 14-7-1854), Trijntje (18-11-1849), Hendrik (4-9-1852) en Jurritje (5-9-1855). In 1858 bouwde de Maatschappij van Weldadigheid nieuwe boerderijen waar kolonisten als vrije boer aan het werk konden. Pieter Annes Schipper werd ook zo’n kolonist-vrijboer te Frederiksoord, maar voelde zich daar kennelijk niet goed in. Per 1-1-1862 wordt hij weer als kolonist ingeschreven en per 3-1-1862 wordt gemeld dat zijn oudste zoon Anne Pieters (21 jaar nu) uit de kolonie is weggelopen (gedeserteerd, in 1859 waren de kolonies door de Staat overgenomen, en de bewoners golden min of meer als “in staatsdienst”). De zoon nam de verandering kennelijk niet. Het hele gezin deed dat niet en “deserteerde” vijf maanden later, 2-5-1862. Pieter en Grietje trekken naar Twente, ambt Almelo (werk in textielfabrieken?), waar Pieter in 1876 overlijdt, 64 jaar oud, en Grietje in 1879, 62 jaar oud. Dochter Trijntje trouwt vermoedelijk 29-8-1868 in Ambt Almelo met Adriaan SCHLOSSER. Jongste dochter Jurritje trouwt in Ambt Almelo 14-10-1876 met Willem BAKHUIS. Andere kinderen nog niet getraceerd.

Hendrik Annes Schipper, geb. 6-12-1813 te Steggerda. Trouwt 9-5-1845 met Jacobje HULSTRA. Huwelijksakte: “Hendrik Annes Schipper, oud 31 jaren, arbeider, woonachtig te Steggerda, geboren aldaar. Hebbende overlegd het vereischte Certificaat van voldoening van de wet op de militie. Zoon van Anne Pieters Schipper, van beroep arbeider, en van Trijntje Hendriks. En Jacobje Hulstra, oud 40 jaren, van beroep boerendienstmeid, woonachtig te Idzardigaburen te Oldeholtpa, meerderjarige, natuurlijke, niet-erkende dochter van Grietje Jelles Hulstra, van beroep arbeidster, wonende te Zevenhuizen Provincie Groningen.” Jacobje overlijdt 1-4-1869 ’s morgens 5 uur in het huis nr 32 te Nijeholtwolde, “74 jaar, wonende te Nijeholtwolde, geboren te Oldeholtpa, gehuwd met Hendrik Annes Schipper”. (Wanneer ze bij overlijden 74 was, moet ze bij huwelijk 50 zijn geweest). Overlijdensakte van Hendrik niet in Friese archieven. Vermoedelijk overleden te Steenwijkerwold in 1898. Jelke Annes Schipper(s), geb. 5-4-1816 te Noorderdrachten (Small 15). Jelke trouwt 28-7-1843 te Steggerda met Aaltjen BROUWER, “oud 28 jaar, van beroep dienstmeid, woonachtig te Steggerda, doch aldaar nog geen zes maanden gevestigd geweest. Voor dezen het laatst gewoond hebbende te Ijsveen, gemeente Steenwijkerwold, geboren te Steenwijkerwold, dochter van Gerrit Piers BROUWER, timmerman, en Hendrikjen Fransen VAN ASFEN, Blesdijke.” Kinderen uit het huwelijk zijn niet bekend. Aaltjen overlijdt vroeg en Jelke, arbeider te Noordwolde, hertrouwt 20-8-1853. Zijn nieuwe echtgenote wordt Sjoukje Riens EKHART, “32 jaar, geboren te Surhuizum, arbeidster te Noordwolde, weduwe van Jan Simons FRISO, dochter van Rienk Pieters EKHART, arbeider, en van Antje Ruurds DIJKSTRA, wonende Veenhuizen, gemeente Norg.” Ook kinderen uit dit huwelijk zijn niet bekend. Jelke wordt slechts 43 en overlijdt 12-11-1859 ’s middags 3 uur, in huis nr 122 wijk B te Noordwolde. Renske Annes Schipper, geb. 11-12-1819 te Blesdijke (WSW 216). Haar naam verder niet tegengekomen. Jurjen Annes Schipper, geb. 4-9-1822 te Oldetrijne (kw 14). Overgrootvader door huwelijk van dochter Fokje (kw 7) met Klaas Piers DE JONG (kw 6). Tetje Annes Schipper(s), geb. 25-5-1825 te Steggerda. Geen huwelijk bekend. Vermoedelijk overleden te Steenwijkerwold in 1875. Jantje Annes Schipper(s), geb. 15-11-1828 te Steggerda. De jongste zus van pake Jurjen trouwt 27-10-1860, 31 jaar oud (WSW 64) met Alexander Johannes MAAS. Op 17-8-1861 wordt aangifte gedaan van de geboorte van zoontje Anne MAAS (WSW). Daarna gaat het gezin waarschijnlijk de grens over naar Steenwijkerwold. In Steenwijkerwold overlijdens van Alexander Maas (1867) en Jantje Schipper (1876).

Geboorte-aangifte van Jantje gebeurt op 17-11-1828 te Wolvega door de heer Lambertus Petrus Prins, 29 jaar, Med.Doctor en Vroedmeester, woonachtig te Wolvega. Hij meldt dat het gaat om een dochter “uit Trijntje Hendriks Kijlstra, huisvrouw van Anne Pieters Schippers, aldaar woonachtig, doch thans te Steenwijkerwold Prov. Overijssel zijnde te werken en daardoor afwezig”.

30. Hendrik Durks WYKKEL (of WIEKEL), geb. 23-2-1780 te Luinjeberd (Aengwirden), ged. 2-4-1780 in de Hervormde kerk te Terband, zoon van Durk Rinzes (kw 60) en Maaike Hendriks (kw 61), overl 20-6-1861, 81 jaar oud, schoenmaker te Nieuwehorne (in overlijdensakte Wykel geschreven), trouwt (1) 20-4-1804 te Nieuwehorne met GRIETJE HANZES, die 20-6-1812 overlijdt (Schot 1812 blad 5), 36 jaar oud, uit dit huwelijk 3 kinderen; trouwt (2) op 40-jarige leeftijd 26-11-1820 met 31. Fokjen Jans VAN FLEEREN, geb. te Delfstrahuizen 3-2-1801, ged. 12-2-1801, dochter van Jan Andries (kw 62) en Pytjen Jans (kw 63), overl. 9-2-1860, 60 jaar oud.

Uit dit huwelijk: Pietje Hendriks Wykel, geb.(aang) 20-9-1821, waarschijnlijk jong overleden. Jan Wiekel, geb.(aang) 16-11-1823, overl. 13-8-1824, oud 9 maanden (Jan Hendriks Wykkel) Trijntje Hendriks Wyckel, geb.(aang) 11-1-1826, overleden 20-7-1865 (Schot 156), 41 jaar oud, gehuwd. Trouwt 19-11-1848 (Schot 70) met Willem Martens DE JONG, zoon van Marten Willems DE JONG en Antje Tjibbes KERKHOF. Hij overlijdt 5-7-1898 (Schot 153), 71 jr, opnieuw gehuwd. Het huwelijk met Trijntje begint met een kind dat levenloos te wereld komt, 3-8-1849. Vervolgens enkele kinderen tot en met dochter Yntske De JONG, geb 9-7-1864 te Nieuwehorne (trouwt 17-6-1889 te Heerenveen met Willem DE VOS, overlijdt 15-4-1926 te Tjalleberd). Jan Hendriks Wykkel, geb (aang) 27-12-1828 (Schot). Geen gegevens. Rintze Hendriks Wyckel, geb.(aang) 17-9-1833, overleden 8-1-1915 (Schot), 81 jaar oud, weduwnaar. Hij trouwt op 50-jarige leeftijd, 7-10-1883 (Schot 66), met Margjen DE VOS? Durk Hendriks Wyckel, geb.(aang) 19-12-1836. Trouwt 11-5-1862 (Schot 28) met Margjen DE JONGE. Janke Hendriks Wiekel, geb. 20-1-1840 (aang) 22-1-1840 (kw 15). Bontje Hendriks Wiekel, geb.(aang) 26-3-1842. Trouwt 7-11-1880 (Schot 85) met Gerrit Sakes BOSMA, geb. te Oudeschoot 22-7-1836, arbeider. Gerrit was eerder, 11-5-1865, getrouwd met Rinskjen Gooitzes BROUWER, geb te Oranjewoud, dochter van de timmerman Gooitzen Foppes Brouwer en Antje Sakes VISSER. Gerrit was zelf zoon van Sake Ydes BOSMA (geb te Nieuwehorne 28-3-1802, arbeider, ovl te Mildam 12-4-1863, zoon van Yde Sakes BOSMA en Janke Jans PUNTER) en Hiltje Gerrits BLOEMSMA (geb te Nijehaske 1-12-1800, naaister, getr. 14-5-1826, ovl te Katlijk 17-8-1881, dochter van Gerrit Hendriks BLOEMSMA en Ykke Abeles BIJLSMA).

Hendrik Durks Wykkel was 24 toen hij in 1804 trouwde met de 28-jarige GRIETJE HANZES. De drie kinderen uit dit eerdere huwelijk (voor dat met Fokje van Fleeren): Durk Hendriks Wykkel, geb 1804, overleden 2-1-1879 (Schot 1), 74 jaar oud, weduwnaar. Trouwt 14-5-1837 (Schot 24) met Jeltje Hanzes WOUDSTRA. Op 10-7-1839 aangifte van een zoon Hans Durks Wykkel (Schot). Deze trouwt 1-6-1862 (Schot 48) met Eelkjen Alberts VEENSTRA en overlijdt 3-1-1873 (Schot 1), 33 jaar oud, gehuwd. Hans Hendriks Wykel, geb 1806, overleden 6-2-1846 (Schot 22), 39 jaar, gehuwd. Hans trouwde 13-6-1841 (Schot 48) met Aaltje Jans DE VRIES. Maike Hendriks Wykel, geb 1810, overleden 21-8-1881(Schot 167), 71 jaar, gehuwd. Trouwt 23-11-1843 (Schot 66) met Jacob Aebeles DE JONG.

Toen Hendrik Durks Wykkel voor de tweede maal trouwde was hij een weduwnaar van 40 jaar oud. Zijn ouders waren al overleden zodat Hendrik nogal een boel papieren diende te overleggen om tot dit huwelijk, met de 19-jarige Fokje Jans van Fleeren gerechtigd te raken. De huwelijkse bijlagen van 26-11-1820 houden allereerst een verklaring van onvermogen in:

Verklaring van onvermogen. Hendrik Durks Wykkel, schoenmaker, en Fokje Jans van Fleeren, zonder beroep, beide te Nieuwehorne woonachtig, verklaren onvermogend te zijn om de kosten welke op hun voorgenomen huwelijk zullen komen te vallen, te kunnen bestrijden. Bewijs van overlijden van vorige echtgenote van Hendrik. Eerste echtgenote GRIETJE HANZES overleed 20-6-1812 in de tijd van de Franse bezetting. De overlijdensakte moest uit de archieven van de toen bestaande Mairie Mildam worden gehaald. Het extract luidt: “In het jaar 1812 op den twintigsten der maand Juni is te Nieuwehorne overleden in het huis nr 30 Grietje Hanzes, oud 36 jaar, huisvrouw van Hendrik Durks Wykkel, schoenmaker aldaar, nalatende drie kinderen bij gemelde huisman in echte verwekt.” Uittreksel uit geboorteregister voor Hendrik. Dat geboorteregister bestond nog niet. Het doopboek van de Hervormde gemeente Aengwirden leverde wel een uittreksel betreffende doop te Terband 2-4-1780 van Hendrik, geboren 23-2-1780, zoon van Durk Rinzes en Maaike Hendriks, echtelieden en woonachtig te Luinjeberd. Maar Durk en Maaike waren sindsdien reeds lang overleden en niet meer raadpleegbaar. Verklaring van bekenden met Durk en Maaike. Hendrik wist vier getuigen op te trommelen “de welke verklaarden zeer wel gekend te hebben Durk Rinzes en Maaike Hendriks, in leven echtelieden woonachtig te Luinjeberd, en te weten dat zij aldaar overleden zijn voor ruim dertig jaar. Dat deze echtelieden de ouders zijn geweest van Hendrik Durks Wykkel ten wiens verzoeke de comparanten dit attesteerden.” Van de vier getuigen noemt een “voor reden van wetenschap” dat hij met de moeder van de verzoeker, met Maaike Hendriks dus, gehuwd is geweest. De andere drie stellen dat ze de ouders van Hendrik zo goed kenden dat ze ook weten dat zijn grootouders aan weerszijden zijn overleden. De verantwoordelijke ambtenaar doet verder geen moeite: “Waarna wij deze akte hebben opgemaakt op ongezegeld papier, welke ingevolge certificaat van de Heer Grietman ad interim van Schoterland in den 20 oktober 1820 behoorlijk geregistreerd zal worden uitgereikt en hebben de getuigen deze akte getekend.” Uittreksel geboorteregister voor Fokje. De Hervormde gemeente St.Johannesga leverde extract betreffende de doop van Fokje te Delfstrahuizen 12-2-1801, “dogter van Jan Andries en Pijtjen Jans.” Geboren 3-2-1801. Militiedocument. Hoewel Hendrik in 1820 al veertig was, ver voorbij de dienstplicht-tijd, werd kennelijk aan hem, zoals aan alle jongemannen die trouwden, ook gevraagd het bewijs van vervulde dienstplicht, voorzover aan de orde, te overleggen. Bij Hendrik luidde het officiële bericht: “tot geen dienst verplicht”.

Fokje overlijdt 9-2-1860, 60 jaar oud, en Hendrik het jaar erop, 20-6-1861, 81 jaar oud, ’s ochtends 3 uur in huis nr. 16 te Oudehorne.

De aanduiding “arbeider” in toenmalige overlijdensakten kan allerlei soorten van beroepen betreffen. Punt is dat Wolter bij overlijden zeker niet meer als schipper gold. Meldenswaardig is dat bruidegom Jan een toevoeging op de huwelijksakte laat schrijven. De naam van zijn vader is Wolter geschreven, maar dit zou volgens hem Wouter moeten zijn. Hij vond kennelijk dat de Friese uitspraak (“Wôter”, in ieder geval geen “l”-klank) door de schrijfwijze Wolter geen recht werd gedaan. Door zijn bezwaar van toen kom je Wouters en Wolters tegen. Waarom Jan op dat moment (even) taalpurist werd, blijft onachterhaalbaar. Zijn grootmoeder wordt geschreven Hendrikjen Wolters en zijn overgrootvader Wolter Jans. Met respect voor Jans kloeke kanttekening, hebben wij dat in ons verhaal niet veranderd. Bij en na hem kom je in akten Wouter en Wouters tegen. Jans zoon, grootvader Bonne VAN DER HOEK, koos (misschien onbewust) voor Wolters en in onze tak bleef dat zo. Die overlijdens zijn een constatering vanuit de akten die we meer dan een eeuw later tegenkwamen. Opa Bonne Van der Hoek werd in januari 1875 in een huis aan de Grintdyk geboren, volgens familieverhaal. Jachin-notulen 20-10-1890: “Knol [zondagsschoolonderwijzer te Nieuwebrug] komt de Afdeeling vragen om een tweede onderwijzer op Nieuwebrug, daar hij alleen het werk niet meer af kan. Op voorstel van Busstra wordt W.v.d.Hoek uitgenoodigd die functie waar te nemen. Deze neemt voorloopig die benoeming aan.” Jachin-notulen van 21-1-1891: Er zijn zes zondagsscholen, namelijk te Heerenveen, Oranjewoud, Nieuwebrug, Oudehaske, Luinjeberd en Tjalleberd. “Nieuwebrug met K.Knol en W.v.d.Hoek als onderwijzers.” Jachin-notulen van 15-4-1891: “Door den secretaris wordt medegedeeld: dat W.v.d.Hoek wegens vertrek bedankt als lid.” Volgens familieverhaal: Hij werkte bij de Spoorwegen en verhuisde naar Amsterdam. De gezinskaart (lopende tot en met 1939) betreffende Wolter en zijn gezin in het Amsterdamse Gemeente Archief is slecht leesbaar en voorzien van een dikke reep plakband over de kolommen met geboortedata etc die de aantekeningen daarin onleesbaar maakt. We moeten dus verder zoeken. De kinderen in volgorde van vermelding: Hiltje, Pieter (ovl 12-4-1904), Jan, Jan, Jantje, Wolter, Geert, Aukje, Pieter (geb 2-11-1905) en Geertje. Rond 1950 hadden de kinderen VanderHoek in Oranjewoud spaarboekjes bij de Rijkspostspaarbank die eens per jaar voor rentebijschrijving naar Amsterdam moesten worden opgestuurd, “oom Pieter” stuurde bij terugzending weleens een groet mee (zo herinner ik me dat tenminste, - Jan). Het ging om dubbeltjes en centen uiteraard. Jan: “Begin 1959 viel het besluit dat ik aan de Vrije Universiteit te Amsterdam Nederlandse taal- en letterkunde zou gaan studeren. In april ging ik met vader naar een kennismakingsdag in Amsterdam en op zoek naar een studentenkamer. Dat lukte eigenlijk vrij snel die middag: Jacob van Lennepkade 69, tweehoog (kamer vierhoog). Na afloop zijn we nog bij “oom Pieter en tante Elsje” (Pieter was in werkelijkheid een neef van vader) aan de Admiraal de Ruyterweg op theevisite geweest. Toen ik in Amsterdam studeerde heb ik ze nooit bezocht.” Vergelijk de situatie anno 1950. Door verhuizing over een afstand van slechts 100 meter, van Van der Sluislaan 9 naar Koningin Julianaweg 18, viel het gezin VAN DER HOEK kerkelijk en ook qua schoolgang (christelijke lagere school) plots niet meer onder Heerenveen, maar onder Oudeschoot. Rond die tijd trouwens werd het westelijke (dichtstbebouwde) deel van Oranjewoud ten behoeve van bestemmingsplannen aan het dorp Heerenveen toegevoegd. Dertig jaar daarna werd Oudeschoot omgedoopt tot Heerenveen-Zuid. Geert Willems JONKMAN werd 19-9-1808 te Noordwolde geboren, zoon van Willem Geerts JONKMAN en Fijtje (Feikje) Jans. Deze twee trouwden te Noordwolde 31-8-1806. Vermoedelijk voor Willem Geerts een tweede of derde huwelijk. Hij is bijna 50 en Fijtje ca 27. Zoon Geert wordt te Noordwolde geboren, maar het echtpaar verhuist daarna van de Stellingwerven naar Utingeradeel. Daar wordt 20-3-1813 (Uting 5) nog een dochter Femmigjen Jonkman geboren. Twee weken later overlijdt Feikjen Jans, 34 jr (Uting 3). Willem Jonkman wordt 79 en ovl 27-3-1835 te Oudehaske (Haskerdijken? – Hask 8). Hij kocht de dienstplicht van een persoon die met nummer 21 werd ingeloot. Misschien de zoon van een boer of veenbaas die er wel een paar honderd gulden voor over had om zijn zoon binnen het bedrijf en buiten de kazerne (9-12 maanden, plus vier jaar oproepbaar) te houden. Johannes was ruim 20 en vond het misschien wel goede handel. Dit is nog niet gebeurd. Bij de militaire metingen stond de el voor 1 meter. Palmen stonden voor 10 centimeter, duimen voor 1 cm en strepen voor millimeters. In het geval van Geert werd de lichaamslengte als minder dan 1 meter 55 centimeter vastgesteld en werden precieze maten, want toch onvoldoende lengte, wellicht niet meer op papier gezet. Dat hij slechts 1 meter (1 el) hoog was, zoals in de akte gemeld, lijkt onwaarschijnlijk. Het militaire document meldt voor hem bruine ogen, ronde kin, zwarte haren en zwarte wenkbrauwen. Bijzondere merktekenen: geen. Informatie Idzinga “Vriezenveners”. Zie ook André Idzinga “Vriezenveners”. De EENKHOORN-familie wordt genoemd in het verzameloverzicht “Oude families uit Genemuiden” door H.W.Hammer (Huissen 2000). Daarin wordt Sijmen Wolters EENKHOORN genoemd, geb 1754 te Genemuiden en aldaar overleden 18-4-1827, mattemaker. Deze Sijmen was getrouwd met Trijntje VAN REES. Vermoedelijk waren zij grootouders van de Sijmen EENKHOORN, weduwnaar, met wie BONTJE VAN DER HOEK in 1905 trouwt. In en rond Genemuiden nog steeds Eenkhoorn-geslachten. Nazaten van Bontje nog niet gesignaleerd. Westland: Poldergebied ten zuiden van ’s Gravenhage en westelijk van Delft, jullie kennen het wel. Vanaf de negende eeuw begonnen hier (zoals in Friesland) regionale bedijkingen en ontginningen en vormden zich heemraadschappen. Begin 14de eeuw, rond 1315, werd een gezamenlijk Hoogheemraadschap Delfland gevormd met onderscheid tussen de Oostambachten en de Westambachten (Oostland en Westland). Hiervan is de benaming Westland bewaard gebleven. Wat was dan “west”? Volgens J.G.de Ridder (Uit de Geschiedenis van het Westland, 1979): “De grens tussen oost en west liep toen van het noord-west-einde van de Kastanjewatering langs de Tanthofskade-Hareweg naar Kethel en vandaar langs de Harg, ongeveer ter hoogte van Spieringshoek naar het westen afbuigend door de Babberspolder.” Dit lijkt ons een voor ieder begrijpelijke aanduiding. Ook de steden Delft en Den Haag behoren tot het Hoogheemraadschap Delfland dat in het westen aan de Noordzee grenst en van Hoek van Holland tot voorbij Scheveningen in die zee golfbrekers (strandhoofden) aanlegde, zeventig in totaal. De bekendste is wellicht de Pier van Scheveningen. Informatie over Prins bij K.Ruigrok (internet). Op de website familieprins.nl wordt gemeld dat Martinus PRINS, jongste zoon van Arie PRINS, te Naaldwijk werd geboren en te Honselersdijk overleed. Hij trouwt 30-11-1844 te Naaldwijk met Jannetje VALSTAR, naaister van beroep, geb 24-3-1821 te Naaldwijk en ovl 25-2-1891 te Honselersdijk. Ze krijgen 12 kinderen, van wie 4 jong sterven en 3 andere geen kinderen nalaten. Klazina was zevende kind, genoemde Hendrika achtste. Martinus PRINS trok naar Honselersdijk omdat hij daar bij de buitenplaats Endeldijk een kavel grond met huis en schuur kon pachten om voor eigen rekening een tuinbouwbedrijfje te beginnen (bessen, boomgaarden enz.). Na zijn dood in 1896 zette oudste zoon Arie PRINS er het bedrijf voort. Of zijn zonen in het bedrijf stapten en het overnamen, is nog onduidelijk. Wieden en pootgoed uitzetten is overigens een tijdrovende bezigheid waarmee je tot op hoge leeftijd kunt bezig zijn. Het bouwen van kassen etc. is meer jongemannenbezigheid. “Men zocht naar andere teelten, ook naar nieuwe verkoopmethoden in de vorm van veilingverkoop, en ging gebruik maken van glas voor de verbouw van groenten en fruit. Reeds tevoren had men gebruik gemaakt van glazen ramen (‘plat glas’) die vóór de druivenbomen tegen de muren geplaatst werden, voorlopers dus van de latere serres en warenhuizen. Langzamerhand verdwenen de muurkassen.” (de Ridder, pag 13) Jacob Piers de Jong, 28 jaren, boerenknecht, wonende te Doniaga. Zijn echtgenote: Geeske Jochums Oenema. Een zoon op de 20e mei, ’s avonds 8.30 uur. De naam is Pier. In het jaar 1900 de 10de april verschenen Gerrit MEESTERS, 61 jaar, turfmaker te Mildam, en Johannes MAAT, 33 jaar, koopman te Mildam, bij het kantoor van de Burgerlijke Stand om aangifte te doen van het overlijden van Joltje Veldstra, oud 77 jaar, zonder beroep, geboren te Haskerhorne, wonende te Mildam, weduwe van Pier Jacobs de Jong, dochter van Fokke Feddes Veldstra en Lijsbert Hanzes Frankena, beide overleden, op den 10den april dezes jaar ’s nachts half twee te Mildam. Haskerdijken: Boerendorp in het uiterste noorden van Haskerland, hemelsbreed zo’n vijf kilometer boven Oudehaske en Haskerhorne, maar via de weg op grotere afstand. Historisch befaamd omdat in 1225 op deze plaats de norbertijnse monnik Doda zich terugtrok die in de jaren ervoor in een kluis woonde op de hoge heide in de buurt van het tegenwoordige Bakkeveen, op de grens van Friesland en Drenthe, waar hij vanwege zijn vroomheid veel bezoekers kreeg. Het schijnt dat hij zich o.a. fel verzette tegen de heidense gebruiken van bloedwraak. De kluizenaar vond de aandacht voor zijn persoon misschien wat te veel worden en verhuisde daarom naar het slecht toegankelijke “Haskerwoud”. Hij kwam er 30-3-1231 om het leven bij instorting van de door hem gebouwde kapel. Collega-monniken stichtten direct daarop en op dezelfde plaats een klooster (van augustijner koorheren) dat als Haskerconvent (Maria’s Rozendal) bekend werd. In 1402 werd het een dubbelklooster, in 1465 werd er de kloosterhervorming doorgevoerd. Het Haskerconvent volgde een tamelijk eigen koers, maar overleefde de reformatie niet en werd in 1576 in de beginjaren van de Tachtigjarige oorlog verwoest. De “Spaanse” stadhouder Rennenberg wees in 1579 de gronden en bezittingen toe aan de Staten van Friesland. De dorpsnaam Haskerdijken verwijst waarschijnlijk naar de bepolderingsaktiviteiten van de middeleeuwse kloosterlingen. Ook wordt wel gesteld dat de Grietenij Haskerland haar naam en bestaan aan het Haskerconvent heeft te danken. We gaan er hier verder niet op in. Toen overgrootvader Pier Jacobs de Jong rond 1850 boer te Haskerdijken was, tijdelijk zoals we weten, telde de streek ruim 40 behuizingen en 250 inwoners “die meest hun bestaan vinden in den handel in hooi, vee en turf”. Zijn grootvader Jacob Piers de Jong (kw 24) overleed in 1850 in Haskerhorne huis nr 4. Zijn grootmoeder Lijsbert Hanzes Frankena (kw 27) in 1871 in Haskerhorne huis nr 5. De akte meldt dat zij geen bloed- of aanverwanten van de 32-jarige Jacob waren. Siebold Sipkes YKEMA (1821-1892) is 58 jaar in 1879, in 1855 getrouwd met Wybigjen VAN DEN BERG, zij kregen 8 kinderen. Hij heeft Pier Jacobs de Jong in diens Haskerhornster tijd zeker wel gekend en daarmee ook de zoon Jacob Piers. Klaas Meines JANSMA (1830-1903) is 49 jaar in 1879. Weduwnaar van Janke Alles HOSPER en 9-9-1877 getrouwd met (weduwe) Grietje Klazes OTTER. Vermoedelijk was hij minder dan Siebold YKEMA met de DE JONG-familie bekend. Eefjen Jans JONKERS was dochter van Jan Luitjens JONKERS en Immigje Geerts KRAAK. Laatstgenoemde overleed 13-2-1852 in huis nr 9 van wijk 5 te Noordwolde, 82 jaar oud, geboren te Blesdijke, wonende te Noordwolde, weduwe, dochter van Geert Jans en Aaltje Jans. Elslo: Ontginnningsdorp aan de grens met Drenthe. Buurschappen: Tronde en Zuidhorn. Taal: Stellingwerfs. Dirk of Durk, het komt beide voor. Derk wil men ook nog weleens schrijven. De ambtenaar doet het en in die tijd waren lezen en schrijven (geen algemeen schoolonderwijs) minder controleerbaar voor de meesten. Boyl: Dorp tussen Noordwolde en Elsloo, het oostelijkste dorp van Weststellingwerf. Buurschappen: Boekelte, Rijsberkampen. Taal: Stellingwerfs. Naam van het dorp wordt ook als Buil, Boil of Buijl geschreven. Vermoedelijk een plaatsbeschrijving: hoogte, heuveltje. Is er een juiste verklaring nog te vinden? We hebben nog geen “reden” gevonden. Er kunnen familierelaties hebben meegespeeld. Een relatie is Trijntje VAN DIJK die herbergierster was te Idskenhuizen. Deze Trijntje is dochter van Anna Jochums OENEMA, jongste zus van Geeske Jochums OENEMA, de schoonmoeder van Joltje. Deze aangetrouwde nicht is 20 jaar jonger dan Joltje. Vader Pier Jacobs de Jong, 25 jaar oud, doet de geboorteaangifte: “Boer, wonende te Haskerdijken, verklaart dat op 25 april 1851 des avonds om 11 ure te Oudehaske een kind van het vrouwelijk geslacht is geboren uit declarant en dezelfs echtgenote Joltje Fokkes Veldstra, zonder beroep aldaar.” Ze geven haar de naam Geeske Piers. Getuigen zijn Herman Jacob CLOO, 34 jaar, boer te Oudehaske, en Gerrit DE VRIES, winkelier te Joure. Wij weten dat Herman Jacob CLOO (Harmen Jacobs) getrouwd was met het twee jaar oudere zusje van Joltje, namelijk Janke Fokkes Veldstra (huwelijk van 18-12-1842, zie kw 26/27). Pier en Joltje woonden te Haskerdijken, maar Joltje zal in de boerderij van Harmen Cloo (zus Janke, moeder Lijsbert) zijn bevallen. Take Wybes BULTSMA, ovl 23-10-1876 te Wolvega. Interessant in al zulke gevallen is welke andere niet-dienstplichtige, want niet ingeloot, tegen betaling de dienstplicht overnam. Een buurjongen die wel tijd had? Een “beroepsmatige” nummerverwisselaar die dit vaker deed? Op 16-4-1804 in Nijeholtwolde geboren en 20-5-1805 gedoopt: Taeke, zoon van Wybe Douwes en Hendrikje Jans. Zonder dat certificaat mocht een jongeman niet trouwen in die tijd. Taeke blijkt tot geen dienst verplicht. Ovl 2-3-1831 des avonds 11 uur in huis nr 35 te Nijeholtwolde Wybe Douwes BULTSMA, 69 jr, boer, wonende en geboren te Nijeholtwolde. Gehuwd met Hendrikje Jans DIJK. Zoon van Douwe Jans en Antje Wybes. Ovl 7-3-1832 nm 2 uur in huis nr 35 te Nijeholtwolde Hendrikjen Jans DIJK, 62 jr. Geboren aldaar. Dochter van Jan Jans DIJK en Jeltje Jans. Weduwe van Wybe Douwes BULTSMA. Ovl 19-11-1811 vm 6 uur te Wolvega Douwe Jans, 76 jr, rentenier aldaar, zoon van Jan Bult en naam moeder de aangevers onbekend. Ovl 14-3-1821 nm 1 uur in huis nr 33 te Oldeholtpade: Antje Wybes BULD, 87 jaar, renteniersche, wonende te Oldeholtpade, geboren te Mildam, dochter van Eybe Jelles en van Ebeltje Uilkes, beiden overleden. Uit overlijdensakte: Bokke Jans STOKER, 31 jr, en Hendrik Eizes HOFSTRA, 48 jr, beiden arbeiders wonende te Wijnjeterp en bekenden van de overledene, verklaren dat Hendrik Foppes PALMBOS, oud 75 jaar, arbeider, geboren te Hoornsterzwaag, wonende te Wijnjeterp, gehuwd aan Wytske Wiebes PLANTINGA, zoon van Foppe zijnde de verdere namen van de vader en namen van de moeder aan de aangevers onbekend, op den 8ste maart van dit jaar des morgens ten 5 ure aldaar in het huis nr 47 is overleden. Uit overlijdensakte: Hendrik DIRKSEN, 54 jr, en Dirk KLEISMA, 53 jr, aansprekers beiden wonende te Leeuwarden, verklaren dat: op 28 september v.m. 11.00 uur is overleden Taeke BULTSMA, 39 jr, Kommies bij de Rijksbelastingen, geboren te Oudehaske, wonende te Leeuwarden, man van Jeltje DIJKSTRA, zoon van Jelle Taekes BULTSMA, overleden, en van Geeske Piers DE JONG, huishoudster, wonende te Leeuwarden. Ype Annes BOSMA, oud 27 jaar, boer, geboren en wonende te Mildam, zoon van Anne Ypes BOSMA (overleden) en Antje Andries PENNENGA, thans echtgenote van Sytze Bartels LUGTENVELD, trouwt 21-3-1847 met Lijsbeth SIEBRENS WOUDSTRA, oud 27 jaar, geboren en wonende te Oudeschoot, zonder beroep, dochter van Siebren Hendriks WOUDSTRA, landbouwer te Oudeschoot, en Jantje Hendriks ZANDSTRA. Nog niet volledig nagezocht. Epke Piers de Jong, oud 33 jaar, koopman, wonende te Akmarijp, verklaart dat op 19 april ’s morgens 9 uur een kind van het mannelijk geslacht uit Epken de Jong en Gatske Jellema is geboren. Ze geven hem de naam Jelle. Epke de Jong, 42 jaar, koopman, wonende te Oudeschoot, verklaart dat 8 juli namiddags 7 uur te Oudeschoot is geboren uit Gatske Jellema een dochter. Ze geven haar de naam Jeltje. Jouke Kuperus, 40 jaar, stationschef, wonende te Oudeschoot, en Hendrik Doosje, 28 jaar, spoorwegwerker te Oudeschoot, verklaren dat Gatske Jellema, oud 39 jaar, zonder beroep, geboren te Nieuwehorne, wonende te Oudeschoot, getrouwd met Epke de Jong, 17-9-1899 des avonds 9 uur is overleden. Zie meldingen Bruinsma. Epke en Grietje woonden in een huis “op het DOUWE EGBERTS-terrein” te Joure. Aanspreker Eit Brouwer te Snikzwaag meldt het overlijden van EPKE DE JONG, oud 79 jaar, geboren te Oudehorne. Overleden te Snikzwaag op 5 oktober 1936, echtgenoot van GRIETJE POUTSMA, eerder weduwnaar van GATSKE JELLEMA, zoon van PIER JACOBS DE JONG en JOLTJE FOKKES VELDSTRA. Holwerd: Grootste dorp van Westdongeradeel in het Noorden van Friesland tegenover het eiland Ameland. Tussen Ameland en Holwerd was lang een (tamelijk) droge verbinding. Het was een ingewikkeld verhaal met veel drukte eromheen. Zie elders. Jantje Wijkel (= Janke Hendriks Wiekel), 58 jaar oud, zonder beroep, wonende te Mildam, verklaarde dat op 11 juni 1897 in haar bijzijn des avonds half twaalf te Katlijk een kind van het vrouwelijk geslacht is geboren uit Trijntje Schippers, zonder beroep, echtgenote van en inwonende bij Jan VAN DER HONING, arbeider, wonende te Katlijk, beroepshalve afwezig en daardoor verhinderd zelf aangifte te doen. Zij vermeldt haar de voornaam te geven van Tetje. Emailbericht 8-12-2001. Hendrik trok bij lichting 1887 militie Schoterland nr 122 en hoefde niet in dienst. Vastgesteld werd, in Schoterland en Haskerland, dat Hendrik en Janke onvermogend waren tot betaling van kosten vallende op de stukken die tot het aangaan van een huwelijk benodigd zijn. Ook hier certificaat van onvermogen op beide echtelieden. Anne trok bij lichting 1893 militie Schoterland het nr 32 en had dus in dienst gemoeten. Maar hij werd door de militieraad van de dienst vrijgesteld “op grond van lichaamsgebreken vermeld onder nr 322 van het algemeen visitatiereglement.” Lichaamsgebrek 322: “regenboog-uitzakking” (prolapsus iridus). Anne had dus slechte ogen. Tjitske overlijdt 17 juni 1909 namiddags half twee te Katlijk. Aangifte wordt gedaan door de geburen Phlippus WASLANDER, 30 jaar, arbeider te Katlijk, en Klaas VAN DER HONING, 57 jaar, idem. Oldeholtwolde: Het is slechts een klein dorp of buurtje, schrijft Van der Aa rond 1850, waar men niet meer dan ruim 70 inwoners telt, die zich meest toeleggen op de landbouw. “Een klein gedeelte van de landen van dit dorp ligt binnen den Weerdijk, doch het meeste, naar de Kuinder liggende, is laag wei- en hooiland, met kostbare klijngronden, en echter wordt er tot nog toe geen turf van eenig belang gegraven, omdat de uitvoer zeer bezwaarlijk is, wegens de ondiepten die aldaar in de rivier de Kuinder zijn.” De rivier de Kuinder is de rivier de Tjonger. De verveners, Schoterlandse Compagnons, vanuit Heerenveen dachten eind 16de eeuw ook de turf gemakkelijk via de Tjonger te kunnen afvaren en stuitten op dezelfde ondiepten. Ook bij de aanmelding van Pietje meldt de vroedvrouw dat moeder Janke verklaarde die voornaam te geven. Misschien was er overleg van Fokje en de afwezige Jurjen vooraf geweest over de naamstoekenning. De vier eerdere kinderen werden naar grootouders vernoemd. Pietje misschien naar de oudste, jong overleden zus van Janke. Uit de Haskerlandse akte: Overleden 29 oktober 1908 ’s nachts om 4 uur te Oudehaske. Aangifte door Theake Frankes DE JONG, 59 jaar, arbeider te Oudehaske, en Jan JONKMAN, 28 jaar, smid te Oudehaske. Uit de Schoterlandse akte: Een duizend negen honderd acht te Oudehaske is overleden Jurjen Schipper, geboren te Oldetrijne, oud 86 jaar en bijna 3 maanden, zonder beroep, wonende te Nieuweschoot, weduwnaar van Janke Wyckel, zoon van Anne Pieter Schipper en Trijntje Hendriks Kijlstra. Wolter Freerks Van der Hoek, oud 54 jaren, arbeider te Beneden Knijpe, wonende het Meer nr.238, gehuwd met Grietje Bonnes Bouma, zoon van Freerk Tammes en Hendrikje Wolters. Overleden 30-9-1849 ’s nachts om 2.30 uur in het huis nummer 238 Heerenveen. De buurschap Het Meer aan de oostkant van Heerenveen wordt al vaak gewoon Heerenveen genoemd. In de overlijdensakte van Wolter kom je beide plaatsnamen tegen betreffende dezelfde woning. Overlijdensakte: “Gerhardes OOSTINGA, 46 jaren, schoenmaker in Het Meer, en Uiltje Johannes DEN HAAN, 72 jaar, zonder beroep te Het Meer, verklaren dat Grietje Bonnes BOUMAN, oud 83 jaren, zonder beroep, geboren te Gaast, wonende in Het Meer, weduwe van Wolter Freerks VAN DER HOEK, dochter van Bonne Jans BOUMAN, 6 september ’s middags 2 ure te Het Meer huis nr 42 is overleden.” Jonge vader Wolter Freerks Van der Hoek is 29 jaar, arbeider, wonende te Langezwaag. Hij doet 14-7-1825 aangifte van de geboorte van dochter Hendrikje die 12 juli werd geboren, des avonds ten 11 ure ten zijne huize te Langezwaag. Twee klerken van het kantoor te Beetsterzwaag tekenen als getuigen. Hendrikje Wolters Van der Hoek wordt bijna 38 jaar oud en blijft ongehuwd, “zonder beroep”. Ze overlijdt 16-4-1863 des ochtends 2 ure in huis nr 12 in Het Meer. Moeder Grietje Bonnes Bouma, “arbeidster, wonende in Het Meer”, is in leven. De overlijdensaangifte wordt gedaan door Hendrik de Haan, 52 jaar, molenmaker op Het Meer, en Karst Jitzes de Ruiter, 47 jaar, brievengaarder, wonende ten dorpe het Meer. – Genoemde Karst de Ruiter is getrouwd met Jeltje Wilts Swart, dochter van de korenmolenaar te Het Meer, en halfzus van Bonjé Durks Woudstra (kw 19). De jongere broer van Hendrikje, Jan Wolters Van der Hoek, trouwt 2-6-1861 met Hiltje Jans Lukkes (kw 9), oudste dochter van genoemde Bonjé. Hendrikje zal bij dit huwelijk nog aanwezig zijn geweest. Vader Wolter Freerks Van der Hoek was nog dezelfde dag te Beetsterzwaag om bij de Burgerlijke Stand de geboorte aan te melden. Uit de akte: “Wolter Freerks Van der Hoek, oud 33 jaar, arbeider, wonende te Langezwaag, welke ons een kind van het mannelijk geslacht heeft voorgesteld, de 28ste dezer maand des morgens te 5 ure ten zijnen huize te Langezwaag uit hem, declarant, en Grietje Bonnes Bouma, dezelfs huisvrouw, geboren en aan het welk hij verklaard heeft de voornaam Bonne te willen geven.” Mede ondertekend door twee klerken van het grietenijkantoor te Beetsterzwaag. “Izaak VAN GELDEREN, oud 61 jaar, slager, wonende te Het Meer, en Jacob HEIDA, 67 jaar, koopman, wonende Het Meer, verklaren dat Bonne Van der Hoek, oud 86 jaar, arbeider, geboren te Langezwaag, wonende Het Meer, ongehuwd, zoon van Wolter Freerks Van der Hoek en Grietje Bonnes Bouma, beiden overleden, den 11den december 1914 voormiddag ten 4 ure te ’t Meer is overleden.” Het familieverhaal over de twee bejaarde “vrijgezellen” die tot schrik van Neeltje daar niet al te hygiënisch leefden, moet dus worden herzien. De Friese staartklok binnen de familie schijnt wel bij Bonne en Freerk te hebben gehangen. Door wetswijziging in 1992 kan een familienaam nu ook formeel langs vrouwelijke lijn worden doorgegeven: kinderen kunnen de familienaam van hun moeder krijgen. Maar dat gaat niet zomaar. Er moeten afspraken voor gemaakt worden en juridische procedures voor worden gevolgd. Wie heeft daar behoefte aan? Hoe belangrijk is het eigenlijk? Op de generatie Kinderen VAN DER HOEK – DE JONG die uit zeven zonen en vijf dochters bestaat, zijn via de natuurlijke en mannelijke lijn (overdracht van familienaam via zonen en hun nakroost, het systeem sinds 1811) alleen Wim en Martin VAN DER HOEK, zonen van Klaas en Ria, Jelte, Rense en Auke VAN DER HOEK, zonen van Jan en Petra, en Bram VAN DER HOEK, zoon van Peter en Grietje, gevolgd. Ook Ruben VAN DER HOEK, onder de hoede van Jurjen en Tiny, moet hier gemeld worden, maar vanuit een andere achtergrond. In de overlijdensakte heet hij Jan Luckes. In het jaar 1876 den 29sten maart is te Heerenveen overleden Bonjé Durks Woudstra, oud 61 jaar, zonder beroep, geboren te Tholen, wonende te Heerenveen, dochter van Durk Eelkes Woudstra en Jakobje Wiebes van der Werf, weduwe van Jan Lukkes. Aangifte door Jan Harmes KEMPES, 44 jaar, kleermaker te Heerenveen, en Sijbren Jozefs WITTEVEEN, 32 jaar, koopman te Heerenveen. In 1811 meldt zich Wytze Tjebeles KAMP te Tjalleberd met de kinderen Annegjen (7), Tjebele (4) en Jeltje (1). Zoon Tjebele Wytzes KAMP trouwt 2-11-1831 te Drachten: Tjebele Wytzes KAMP, 24 jaar oud, geboren te Tjalleberd, zoon van Wytze Tjebeles Kamp en Harmke Hendriks STEENBERGEN, en Hinke Ates VAN VEEN, oud 36 jaar, geboren te Drachten, dochter van Ate Pytters en Froukjen Sjoerds VAN VEEN. Jan Tjibbeles Kamp is ca 1832 geboren. Hij trouwt 9-5-1862 (Opsterland 8) met Akke Johannes SMID. Uit dat huwelijk ook kinderen. Deze trouwt in 1915 te Grand Rapids met Karst BERGSMA, geb 5-1-1887 te Pingjum (Friesland), zoon van Jilles Karst BERGSMA en Fokeltje ANDELA, ovl te Grand Rapids 23-1-1950. Sadie Kamp ovl 2-4-1968 aldaar. Kinderen: Julius, John, Kenneth en Jane BERGSMA. De voornaam “Sadie” is van de bijbelse naam Sara afgeleid. Jan Johannes Lukkes, van beroep timmerman, wonende te Heerenveen, verklaart dat op de 6de mei ’s namiddags 2 uur te Heerenveen een kind van het mannelijk geslacht is geboren uit zijn echtgenote Bonjé Durks Woudstra, zonder beroep, bij hem inwonende. Verklaren hem de voornaam Johannes te geven. Volgens huwelijksakte: Bontje Dijksma, oud 25 jaar, zonder beroep, geboren en wonende te Oudeschoot, binnen de laatste zes maanden gewoond hebbende te Assen, dochter van Keimpe Jacobs DIJKSMA, arbeider, en Sjoukjen Annes VAN DER KERK, wonende te Oudeschoot. De afkondiging van het voorgenomen huwelijk vond ook te Assen, de Drentse hoofdstad, plaats. “De ambtenaar van de Burgerlijke Stand der gemeente Assen verklaart dat alhier op zondagen den 19den en 29sten november 1876 hebben plaats gehad en zonder sluiting zijn afgelopen de afkondigingen van het voorgenomen huwelijk van Johannes Lukkes en Bontje Dijksma”. (tekst ingekort) Toen deze Johannes voor de lichting ter Militaire Dienst in 1872 werd ingeschreven, kreeg hij bij de loting het nummer 46 en werd “door den militieraad uit hoofde van enige wettige zoon van de dienst” vrijgesteld. Mooi toch. Reden zal vooral geweest zijn dat vader Johannes, timmerman, kort ervoor was overleden. Jan Johannes, timmerman in wording, was belangrijk voor het gezinsinkomen.

Gegevens jongere broers volgens Peter Eering (internet). Deze noemt Willem niet. Incompleet. Eering noemt Angenita “Agneeta” maar dat zal door zijn Californische thuisbasis komen. Opmerkelijk is dat hij Nicolaas ook een andere (eerdere) echtgenote toeschrijft zonder een trouwdatum te noemen (ook geen kinderen): Wilhelmina Louisa BURGER. Nicolaas was 21 toen hij met Angenita trouwde. Dat eerste huwelijk moet hij dan op nog jongere leeftijd hebben gesloten en het heeft, waarschijnlijk door vroeg overlijden van Wilhelmina, maar kort geduurd. Bezoeken aan het Gemeentearchief van Naaldwijk moeten op deze en soortgelijke vragen nog een antwoord geven. Huwelijksakte: Feite Ytzes DE HAAN, 36 jaar, veehouder, wonende te Loënga, weduwnaar van Idske NAUTA, zoon van Ytzen Feites DE HAAN, overleden, en van Trijntje Sippes TJAARDA, zonder beroep wonende te Joure. Trijntje Jacobs DE JONG, 31 jaar, zonder beroep wonende te Haskerhorne, dochter van Jacob Piers DE JONG, overleden, en van Geeske Jochums OENEMA, veehoudersche wonende te Haskerhorne. – Feite de Haan was veehouder te Loënga bij Scharnegoutum (Wymbritseradeel), maar afkomstig uit Joure waar zijn vader een boerenbedrijf had. Hij was 28-11-1827 geboren en werd voor de lichting 1846 ingeschreven in het Haskerlandse register voor de Nationale Militie. Bij de loting kreeg hij het nummer 34 en dat hield in dat hij in dienst moest. Maar hij ging niet. Miltiedocument: “Dat hem bij de loting is ten deel gevallen No. 34 en dat hij enen nummerverwisselaar heeft gesteld, die op den eersten mei 1846 is ingelijfd bij het 3de Regiment en op den 16 januari 1848 is overleden.” Het is maar een verhaal hoor. We weten niets van deze mogelijke jeugdliefde. In de overlijdensakte van TIEDE DE JONG (Donia 1908 nr 58) staat dat hij, eerst weduwnaar van Afke BLES was, laatst van Jacobje Jacobs DE JONG, was geboren te Haskerhorne, zoon van Romke Sijmens DE JONG en Jikke Pieters BIJMA, beiden overleden. De aangevers maakten hier een fout? Volgens geboorteakte werd Tiede 28-4-1830 in Doniawerstal geboren (Donia 33) als zoon van Romke Sjoerds DE JONG en Jikke Pieters ZIJLSTRA. Minne doet in 1881 te Haskerhorne mede aangifte van de dood van Fedde Fokkes VELDSTRA, broer van zijn schoonzus Joltje Fokkes Veldstra (kw 13). Jelle VAN DER HOEK, van beroep schippersbedrijf, werd met nr 4 ingeloot voor de militaire dienst, maar werd door de Militieraad “op grond van eenigen wettigen zoon van den dienst vrijgesteld.” Pieter de Jong, 30 jaar, bakker te Joure, en Tjitse Hesselius, 29 jaar, slager te Joure, doen de aangifte van het overlijden van Geeske, oud 25 jaar en ruim tien maanden, op 15 juli 1895 v.m. 10.30 uur te Joure. Trijntje SCHAAP is 21-5-1848 te Broek geboren, dochter van Siebe Wouters SCHAAP en Anna Kornelis ROMKEMA. In 1869 boerenbedrijf te Akmarijp. Oene had bij lichting 1861 voor de Nationale Militie het nr 55 en hoefde niet in dienst. Klaas Meinesz JANSMA doet in 1881 samen met Minne Jacobs DE JONG aangifte van het overlijden van Fedde Fokkes VELDSTRA. Deze Klaas is de vijf jaar oudere broer van Eldert Meines JANSMA die met de weduwe van Oene Jacobs DE JONG trouwt. Ons-kent-ons in Haskerhorne. Zo staat in de akte. Moet 53 jaar zijn. Uit overlijdensakte: 69 jaren, veehouder te Haskerhorne, gehuwd met Lijsbert Hanzes Frankena, zoon van Fedde Fokkes Veldstra en Grietje Jans Schokker. Overleden in ongenummerd huis te Haskerhorne. Uit huwelijksakte: Fokke Feddes Veldstra, 29 jaren, boer, geboren en wonende te Haskerhorne, zoon van Fedde Fokkes Veldstra, overleden, en Grietje Jans Schokker, boerin. Trouwt met Lijsbert Hannes Frankena, oud 20 jaren, geboren te Doniaga, wonende te Haskerhorne, dochter van Hans Meyes Frankena, overleden, en Joltje Jacobs, van beroep boerin. Uit overlijdensakte: Lijsbert Hannes Frankena, geboren te Doniaga, 3 juli 1800, renteniersche, wonende te Haskerhorne, weduwe van Fokke Feddes Veldstra, dochter van Hans Meyes Frankena en Jeltje Jacobs. Overleden te Haskerhorne huis nr 5. “Huisman” was een in die tijd gebruikelijke benaming voor een boer met eigen erf en eigen bedoening (“huis”). Zes maanden na huwelijk van Fokke en Lijsbert. Dus Lijsbert was al zwanger toen ze trouwde. Een lang niet ongebruikelijk feit, maar toch even te melden. De aangifte van overlijden wordt gedaan door de buurmannen, boer Sipke Klazes YKEMA (59 jaar) en boer Murc Eitzes JANSMA (37 jaar). “Sedert de vorige felle vorst, tot heden altoos vermeerderende, verzeld van stijven Oostenwind en heldere lucht. De vorst is zoodanig in de huizen doorgedrongen, dat het tot den haard vriest; niettegenstaande sterk vuren kan men naauwelijks beletten dat alle vogtige voorwerpen tot op den tafel daarvan aangedaan worden. Deze toestand van den vorst en felle koude zal grotelijks de ellende van een menigte menschen vermeerderen , bij het algemeen gebrek van turf en brandstof, behoefte aan voedsel en deksel, vooral onder den gemenen stand. Aardappels bij vele menschen nog in voorraad, en tot nog toe buiten den vorst gehouden, zullen niet langer daarvoor bewaard kunnen blijven.” Dagboekaantekening Doeke Wijgers Hellema, 3-2-1830. Minne Jacobs DE JONG is zwager van Joltje, de zus van Fedde. Joltje was immers in 1846 getrouwd met Pier Jacobs de Jong (kw 12), oudste broer van Minne. Zie kw 24/25. Fedde werd voor de lichting 1849 in het Haskerlandse register ingeschreven, maar trok bij de loting No. 46, “dat buiten de oproeping gebleven zijnde, hem tot geen dienst heeft verplicht.” Hij werd ingeschreven als Tjerk Hendrik maar dat moest worden veranderd. Op de geboorteakte is aan de rand bijgeschreven: Bij vonnis van de Rechtbank van eersten aanleg zitting houdende te Heerenveen van den negenden oktober 1833 ingeschreven op nummer 38 van geboorte van het jaar 1834 is gelast dat de namen van Tjerk Hendrik zullen worden gehouden voor nietig en dat inplaats van dezelver zal worden gelezen Hendrik. Zo wordt 19-2-1834 het jongetje dat al bijna 5 is nu alleen als Hendrik Greevelink ingeschreven. Wat waren de bezwaren? Hendrik trok een hoog nummer en ontliep daarmee de dienstplicht. De familienaam wordt als GREEVELINK geschreven in de registers of als GREVELINK dan wel GREVELING. Bij naamsregistratie 1811 vervangen ambtenaren de afsluitende “k” (Overijssels) door een “g”, maar niet ieder in de familie is het daarmee eens. Johannes Tjerks wordt GREEVELINK geschreven bij zijn huwelijk 14-2-1827 (Schot 8) met Geertje de Glee. In 1811 is hij 11 jaar, zoon van Tjerk Jans GREVELING uit Sint-Johannesga. Op Ryksargyf-internet staat Johannes daar abusievelijk als “Johanna” vermeld, hoewel uit de opsomming wel blijkt dat het om een zoon gaat en niet om een dochter. Het is deze Johannes Tjerks Greevelink die in 1851 in het oosten van Oudehaske een fraaie boerenplaats koopt (met voorhuis uit 1751) die daarna “De Greveling” wordt genoemd. Zijn grootvader was Jan Tjerks Greveling, belangrijke Gieterse veenbaas te St.Johannesga , die in 1766 mede de “Remonstrantie over het regt van vergraving der laage veenen” ondertekende (zie ook Hendrik Berends SCHOKKER, kw 212, - Jacobjen Fokkes Veldstra was achterkleindochter van de Gieterse veenbaas Schokker, zoals Hendrik Greevelink achterkleinzoon was van de Gieterse veenbaas Jan Tjerks Greveling). Nog na te zoeken. Ook overlijden van Hendrik is onduidelijk. Ryksargyf-internet meldt overlijden Hendrik GREENELINK (mogelijk tikfout) 9-6-1899 (Schot 94), 70 jaar, gehuwd. Klopt niet met geboortejaar 1834. Gegevens nog niet bevestigd. Verder onderzoek nodig. Interessant misschien: Als Jan Ypes HOLTROP vader was van Roel en broer van de Grietje Ypes HOLTROP die met Lykle Sakes POUTSMA trouwt, dan hebben we het gegeven dat een tante van Margje de eerste vrouw was van genoemde Lykle en een tante van Roel de tweede vrouw van dezelfde Lykle. Nog te bevestigen. De naam Thaeke geeft diverse schrijfproblemen: Thake, Taeke en Teke komen ook voor. Thaeke Murks overleed 26-1-1868 te Akmarijp, boer 68 jaar oud. Bij het huwelijk van Hans en Bregtje waren alleen de twee moeders nog in leven: “veehoudersche” Lijsbert te Haskerhorne en “veehoudersche” Uilkjen te Akmarijp. Huwelijk 19-5-1839 (Hask 13): Taeke Murks de Groot en Uilkjen Hylkes Hylkema. Taeke is dan rond 40 jaar oud. Hij is afkomstig uit Akmarijp. Bij naamsregistratie 1811 meldt zich zijn vader Murk Tekes de Groot te Akmarijp, met zonen: Teke (11), Pier (8) en Douwe (1) en de dochters Duike (15), Jeltje (12) en Maike (6). Hij was getrouwd met Breghtje Piers. Aangifte door Hendrik KROES, 38 jaar, arbeider te Terkaple, en Durk VISSER, 37 jaar, veldwachter te Oldeboorn. Zie ook Fokjen Fokkes VELDSTRA. De weg vanuit Joure naar het Noorden, richting Akkrum, ging via het dorpje Snikzwaag, passeerde direct daarna de grietenijgrens tussen Haskerland en Utingeradeel, liep door Akmarijp en vervolgens Terkaple aan de Terkappelster Poelen, tussen deze Poelen en het Sneeker Meer door om bij het dorpje Terhorne aan de noordkant van de Poelen in oostelijke richting naar Akkrum af te buigen. Het was in dit gebied vanzelfsprekend een dijk (dyk) die als weg diende. Terkaple was een dorpje met verspreide bebouwing. Haskerhorne, huis ongenummerd, misschien tien jaar later huis nr. 5. Doordat nieuwbouw plaats vond moesten de huizen/boerderijen van het dorp bij tijd en wijle hernummerd worden. Bij hernummering kan dezelfde plaats een ander nummer krijgen. In 1749 telde Haskerhorne 25 gezinshoofden (huizen?) en 117 inwoners. In onze voorfamilie treffen we huisnummers tot en met 24 aan. Honderd jaar later telde Haskerhorne 22 huizen en ongeveer 150 inwoners. En weer honderd jaar later (1950) circa 375 inwoners. Een bescheiden dorpje was het midden 19de eeuw, “anderhalf uur ten westen van Heerenveen, ter wederzijde van den rijweg tusschen Heerenveen en de Joure, en zuidwestelijk van de Overspitting.” Het land zuidelijk van de rijweg wordt omschreven als “hoog bouwland en van eenen hoog veenigen aard”. Terwijl het noordelijk gedeelte laag, venig, zeer uitgebreid en weinig bewoond is. “De dorpschool, welke in het jaar 1837 aanmerkelijke verbeteringen heeft ondergaan, wordt door een gemiddeld getal van 40 leerlingen bezocht.” Te Haskerhorne in zuidelijke richting de weg Doniawerstal in, richting het Tjeukemeer, via respectievelijk de dorpjes Ouwsterhaule, Ouwster-Nijega en Oldeouwer. Waar onze Oenema-voorfamilie woonde. Dit verder niet nagezocht. Zie noemingen in de tekst.

Ook KIELSTRA geschreven. De documentatie is nog lang niet afgerond. Finkega (Vinkega) en Steggerda liggen naast elkaar op de meest zuidelijke zandrug van Friesland, tegen de grens met Overijssel aan. Na afloop van de Franse bezetting was er zorg over de enorme armoede in de steden. In december 1816 meldde het Ministerie van Binnenlandse Zaken in een rapport dat rond 190.000 mensen in een uitzichtloze positie verkeren. Op 6 maart 1818 wordt door particulieren de Maatschappij van Weldadigheid opgericht om projecten van werkverschaffing te stimuleren. Een belangrijke initiatiefnemer is de genieofficier Johannes van den Bosch met de publicatie die hij aan prins Frederik opdraagt: Verhandeling over de mogelijkheid, de beste wijze van invoering en de belangrijke voordelen eener Algemeene Armeninrigting in het Rijk der Nederlanden, door het vestigen eener Landbouwende kolonie in deszelfs Noordelijk gedeelte. Van den Bosch pleit ervoor paupers en werklozen in te zetten bij de ontginning van de heidevelden in Drenthe. In dienst van de Maatschappij der Weldadigheid, met de mogelijkheid dat ze na enige tijd pachtboer kunnen worden. Met prins Frederik als voorzitter vergadert op 22 juni 1818 de Commissie van Weldadigheid voor de eerste maal. Besloten wordt te starten met een proefkolonie. Bijna 15.000 gegoede burgers hadden zich inmiddels al laten inschrijven als lid van de Maatschappij van Weldadigheid. In 1821 wordt in de westpunt van Drenthe, tussen Steenwijk (Overijssel) en Noordwolde (Friesland), met een kolonie gestart die naar de prins wordt genoemd: Frederiksoord. In volgende jaren breidt deze kolonie zich oostelijk uit met Wilhelminaoord, onder Noordwolde, en westelijk met Willemsoord, onder Steggerda (Kolonie 3). Idee van begin 19de eeuw. Wanneer het met de geplaatste kinderen niet goed ging, werden ze wegens slecht gedrag gedeporteerd naar de gesloten strafkolonies Ommerschans of Veenhuizen. Nijeholtwolde: “Aan den straatweg van Heerenveen naar Wolvega. Men telt er 180 inwoners, die meest van den landbouw en de veenderij leven.” (van der Aa, rond 1850) Hij meldt ook dat hier in de buitenlanden naar de Tjonger toe ooit een soort turf werd gegraven, de “Holtwolder Akkerturf”, die voor de beste van de gehele provincie gehouden werd. “Bij den watervloed van Februarij 1825 was dit dorp als in eene bouwval herschapen. Vele huizen waren ingestort of weggedreven, zoo dat men hunne standplaats niet meer herkennen kon. Een vijftal menschen en bijna al het vee kwam hierbij om.” Eesveen. De Steenwijkerwoldse akten (Zwolle) moeten nog worden gelezen. Nog te verzekeren via akteninzage. De overledene te Steenwijkerwold wordt Alexander Maas geschreven en kan ook een kind zijn geweest. In 1901 overlijdt te Enschede een Alexander Johannes Maas (voluit). De regel was dat jongemannen, voorzover ingeloot en geschikt bevonden, op hun 20ste verjaardag of daaromtrent onder de wapens kwamen. Zij werden dan in de legerplaatsen opgeleid en bleven ongeveer een jaar van huis (of langer, in geval van oorlog). Vijf jaar lang bleven ze onder de wapens. Het bewijs van vervulde dienstplicht werd hen pas na die vijf jaar toegestuurd. Dit Militiedocument moest bij huwelijk worden overlegd, dan wel een toestemming tot het huwelijk van de militaire commandant. Sommige mannen zullen om deze reden wellicht later zijn getrouwd dan ze eigenlijk hadden gewild. Voor Hendrik Wiekel gold de dienstplicht niet omdat hij al 30 was toen (onder Franse bezetting) genoemde regels werden ingevoerd. Maar de vraag naar het Militiedocument hoorde destijds bij het opmaken van iedere huwelijksakte. Het Nederlandse leger (de Nationale Militie) had jaarlijks een bepaald aantal nieuwe dienstplichtigen nodig, Iedere grietenij of gemeente had een vastgesteld aantal te leveren. In aanmerking komende jongemannen werden op geschiktheid gekeurd. Alle geschikt bevondenen kregen de opdracht om op een bepaald tijdstip, met z’n allen, aanwezig te zijn op een locatie waar ze vervolgens ieder uit een “grabbelton” blindelings een lot met nummer moesten halen. De lage nummers, naargelang de hoeveelheid nieuwe dienstplichtigen die grietenij of gemeente moest leveren per lichting, betekenden “inlijving”. Ingeloten konden aan de dienstplicht ontkomen wanneer ze een vervanger (remplacant) wisten te vinden die bereid was in hun plaats de dienstplicht op zich te nemen. Die vervanger moest uiteraard gekocht worden en er golden forse tarieven. De vervangers bleken lang niet altijd betrouwbaar. Doeke Hellema schrijft 1-3-1826 in zijn dagboek hierover: “Reeds is de looting van de jongelieden afgekondigd tot de Militie; er vallen verscheidene in die jaren van looting, waartegen die jonge lieden tot den dienst geschikt, en vooral in den behoeftigen stand, welke of een ambacht leeren of een goed loon bij den Boer verdienen, zeer tegen aanzien, dewijl zij moeten uittrekken als het lot hen treft, zijnde onvermogend, om een Remplaisant te koopen.” Binnen de familiekring van Hellema waren op dat moment jongemannen van dienstplichtleeftijd en hij had er een hard hoofd in. Terecht want ze werden ingeloot. Bij de Hellema’s was er geld om vervangers te kopen en dat werd ook gedaan, maar familiehoofd Doeke leerde al snel de schimmige handel, opgedreven prijzen en onbetrouwbare kandidaten kennen. Aangifte gedaan door Tjeerd Tijes DE VRIES, 30 jaar, arbeider, en Harmen Klazes DE BOER, 28 jaar, boer, beiden wonend te Oudehorne.

Kwartieren VanderHoek-deJong 4&5 – feb 2003

PAGE

PAGE 7