Voorfamilienotities
VOORFAMILIENOTITIES
VANDERHOEK-DE JONG
INLEIDING
Een niet volledige rapportage. Er kunnen fouten in zitten. Er zijn ook meer aansprekende verhalen toe te voegen.
Huwelijk Willem Van der Hoek (1906-1961) en Elizabeth de Jong (1910-1989) 21 juni 1934 gaf 12 kinderen (Oranjewoud). Dit rapport is voor die kinderen en eventuele aangetrouwden, afstammelingen, geliëerden of anderszins geinteresseerden.
Een beschrijving van het wedervaren voorfamilies Van der Hoek-de Jong is nooit gemaakt. Gegevens daarover zijn in “het familieverhaal” (mondeling) ook niet of slechts beperkt en onvolledig gegeven. Met deze notities probeer ik daar iets aan te doen. Het heeft verder niet zoveel te betekenen.
Door voorfamilie te benoemen kunnen vragen beantwoord worden die misschien bij sommigen in de nafamilie rijzen of kunnen rijzen. De één heeft belangstelling voor dit soort zaken, de ander niet of nauwelijks. Dat maakt niet uit. Met deze notities worden prangende vragen bij de één misschien beantwoord. Voor de ander: je ziet maar. Bewaar dit.
Deze notities zijn onvolledig. Ik heb geen akten-raadpleging gedaan. De informatie kan veel rijker worden wanneer iemand die raadpleging wel doet en bepaalde veronderstellingen via gericht onderzoek bij archieven verifieert. Jaja.
Door gebrek aan huidige informatie kunnen bepaalde veronderstellingen die in deze notities zijn gemaakt bij nader inzien verkeerd blijken. Ik hoop van niet maar het kan. Geen probleem natuurlijk om nieuwe en betere informatie te accepteren.
Wat moet ik nog meer ter inleiding schrijven? Kijk maar wat je zelf van het volgende vindt en wat je toe kunt voegen. Ter aanvulling of verbetering.
Jan Wolter Van der Hoek
(21 december 2000)
INDELING “DIRECTE” VOOROUDERS
NB: WILLEM VAN DER HOEK (1906-1961) EN ELIZABETH DE JONG (1910-1989) ZIJN IN DEZE NOTITIE DE OUDERS VAN WIE VOOROUDERS WORDEN GEMELD. DOOR HUWELIJK VAN HUN KINDEREN ONTSTAAN VOOR DE KLEINKINDEREN etc. DUBBEL ZOVEEL ANDERE VOOROUDERS. EN DIT GAAT ALMAAR DOOR.
OUDERS: Van Willem Van der Hoek (1906-1961, overleden 55 jaar oud): Bonne Van der Hoek (1875-1943) en Neeltje Roem (1871-1936). Van Elizabeth de Jong (1910-1989): Klaas Piers de Jong (1853-1930) en Fokje Schippers (1870-1936).
GROOTOUDERS: Van Willem: Jan Wolters Van der Hoek (1835-1927) en Hiltje Jans Lukkes (1840-1915); Willem Roem (1826-1907) en Antje van Beek (1832-1905). Van Elizabeth: Pier Jacobs de Jong (1825-1885) en Joltje Fokkes Veldstra (1823-1900); Jurjen Annes Schipper (1822-1908) en Janke Hendriks Wiekel (1840-1908).
OVERGROOTOUDERS: Van Willem: Wolter Freerks Van der Hoek (1795-1849) en Grietje Bonnes Bouma (1799-1882); Jan Johannes Lukkes (1810-ca.1855) en Bonjé Dirks Woudstra (1814-1876); Naaldwijkse overgrootouders Roem en Van Beek nog onbekend. Van Elizabeth: Jacob Piers de Jong (1797-1850) en Geeske Jochums Oenema (1802-1879); Fokke Feddes Veldstra (1792-1861) en Lijsbert Hanzes Frankena (1800-1871); Anne Pieters Schipper (1777-1867) en Trijntje Hendriks Kielstra (1787-1864); Hendrik Durks Wiekel (1781-1861) en Fokje Jans van Fleeren (1800-1860).
BETOVERGROOTOUDERS: Van Willem: Freerk Tammes Van der Hoek (1751-1841) en Hendrikje Wolters (1763-1821); Bonne Jans Bouman (1774-1852) en Lamkje Jelles Bakker (1779-1822); Johannes Kornelis Lukkes (1769-1829) en ega nog onbekend; Durk Woudstra en ega nog onbekend; betovergrootouders Roem en Van Beek nog onbekend. Van Elizabeth: Pier (?) de Jong en (??); Jogchum Oenes Oenema (1774-1848) en (??); Fedde Fokkes Veldstra (1758-1812) en Grietje Jans Schokker (1769-1827); Hans Meyes Frankena (1759-1871) en (??); Pieter (?) Schipper en (??); Hendrik Kielstra (?) en (??); Durk Wiekel en (??); Jan Andries Fleeren (1765-1828) en (??).
OUDBETOVERGROOTOUDERS: De vraagtekens nemen toe. De Naaldwijkse voorfamilie (Roem, Van Beek etc.) aan de kant van Willem is nog niet gedocumenteerd terwijl die toch wel een belangrijke inbreng had, via oma Neeltje Roem, in het ontstaan van de huidige VanderHoeken-familie. Van de 32 oudbetovergrootouders van Willem vormen zij de helft: 16 (nog) onbekende voorvaders of -moeders aan die kant van de voorfamilie. Vergeet ze niet! Ook aan de kant van Elizabeth is het zicht op haar oudbetovergrootouders (nog) gebrekkig. We zijn natuurlijk blij met wat we wel weten. Duidelijk is dat de namen van de vrouwelijke inbrengers vooral ontbreken. Dit is discriminatie in de administratie. Want reken maar dat die vrouwen belangrijk waren voor het nageslacht.
Hierna opmerkingen van wat en bij wat we over de oudbetovergrootouders van Willem Van der Hoek (1906-1961) en Elizabeth de Jong (1910-1989) op dit moment gebrekkig weten. Zie ook de hoofdstukken hierna. Het zou om de namen van 64 verschillende voorouders moeten gaan. De meesten zijn niet te noemen.
OUDBETOVERGROOTOUDERS VAN WILLEMS KANT (voorzover te noemen)
Tamme Freerks (1722-ca. 1768?). De vader van Freerk Tammes Van der Hoek. De achternaam Van der Hoek staat bij Tamme nog niet vast. Zijn vrouw is Eeuwkjen Jalderts, zie hierna. We zijn nu in het Opsterlandse dorp Terwispel. Gezien het patroniem is er een stamvader Freerk. Eeuwkjen Jalderts (1726-ca. 1755?). De moeder van Freerk Tammes Van der Hoek. Jong overleden. Eeuwkje was dochter van Jaldert Jalkes die weer zoon was van Jalke de Vries (ca.1660-?) Freerk Tammes (1751-1841) was getrouwd met onze voormoeder Hendrikjen Wolters. Van haar kant dus een voorvader Wolter in tweede helft van de 18de eeuw (lijkt ‘Gieterse’ naam). Nog niet teruggevonden. In overlijdensakte van Hendrikjen (1822) worden ouders niet vermeld. Jan (Bouwman). Grootvader van vaderskant van voormoeder Grietje Bonnes Bouma. In de buurt van Mildam of Oudehorne als landbouwboer? Jelle Klasen Bakker (1742-1815). Grootvader van moederskant (Lamkjen Jelles Bakker) van Grietje Bonnes Bouma. Waarschijnlijk ook ambachtelijk bakker in Noordwolde of omgeving. Er is nog een verdere voorvader Klaas maar of die ook bakker was? Kornelis Jans Lukkes (1738-1821). Wonend in De Knipe. Veronderstelde grootvader van Hiltje Jans Lukkes die met Jan Wolters Van der Hoek trouwde. Klopt het dan klopt ook het volgende betreffende Froukjen Jitzes als een voormoeder. Froukjen Jitzes is de weduwe van Kornelis Jans Lukkes als deze in 1821 op hoge leeftijd in De Knipe overlijdt. KJL was in 1811 niet geregistreerd in familienaamregister. Misschien was hij een nog niet ingeschreven immigrant vanuit Drenthe. In 1821 noteert de ambtenaar het gezin: Froukjen Jitzes en drie kinderen van gevorderde leeftijd die ook nog niet geregistreerd stonden.
OUDBETOVERGROOTOUDERS VAN DE KANT VAN ELIZABETH (voorzover te noemen)
Pier (de Jong) en zijn echtgenote. De ouders van Jacob Piers de Jong. Geen nadere gegevens. Oene Wytses Oenema (ca.1740-1815). De grootvader van Geeske Oenema. Waarschijnlijk boer/veenbaas in oostelijk Doniawerstal op de grens met Haskerland. Echtgenote?. Fokke (Veldstra) en zijn echtgenote. Jan Hendriks Schokker (ca.1745-1825). Kwam vanuit Overijssel in de Haske terecht, zoon van veenbaas Hendrik Beernts Schokker (overleden 1776). Behoorde tot de pioniers van de “Gietersen” die in Haskerland begonnen aan de laagveengraverij. Echtgenote? Meye Frankena en zijn echtgenote. Ook in oostelijk Doniawerstal te zoeken. P.M.: Voorfamilies Schipper, Kielstra, Wiekel en Fleeren.
Al met al de voorfamilie vanderHoek-deJong zoals op dit moment te beschrijven. Sommige voorouders zijn me nog onbekend. In sommige gevallen ben ik van veronderstellingen uitgegaan die hopelijk juist zijn. De kans dat er weleens een verkeerde veronderstelling bij zit is aanwezig. We zien wel.
In de volgende hoofdstukken worden echtparen binnen voorfamilies behandeld. Bij ouders worden twee verschillende afstammingstakken verenigd. Bij grootouders vier verschillende afstammingstakken. Bij overgrootouders acht en bij betovergrootouders reeds zestien. Het verdubbelt steeds. Na zestien komen 32, vervolgens 64, daarna 128 enzovoort enzovoort. Je komt algauw op duizenden, tienduizenden of zelfs miljoenen verschillende voorouders. Vraag niet van mij dit alles terug in de tijd te volgen.
Jan Wolter, 21 december 2000
INDELING VAN DIT RAPPORT
NAAR VOOROUDERECHTPAREN
Indeling “directe” voorouders
Wolter Freerks Van der Hoek en Grietje Bonnes Bouma - Voorfamilie Van der Hoek (Tamme Freerks en Eeuwkje Jalderts) - Voorfamilie (Jalderts) de Vries
Jan Johannes Lukkes en Bonjé Dirks Woudstra - Voorfamilie Lukkes - Voorfamikie Woudstra
Voorouders via Roem- en Van Beek-lijnen
Jacob Piers de Jong en Geesje Jochums Oenema - Verdere voorfamilie De Jong - Voorfamilie Oenema Fokke Feddes Veldstra en Lijsbert Hanzes Frankena - Voorfamilie Veldstra - Voorfamilie Schokker - Voorfamilie Frankena Hendrik Durks Wiekel en Fokje Jans van Fleeren - Voorfamilie Wiekel - Voorfamilie Fleeren Anne Pieters Schipper en Trijntje Hendriks Kielstra - Voorfamilie Schipper(s) - Voorfamilie Kielstra Jan Wolters Van der Hoek en Hiltje Jans Lukkes Willem Roem en Antje van Beek Pier Jacobs de Jong en Joltje Fokkes Veldstra Jurjen Annes Schipper en Janke Hendriks Wiekel Bonne Van der Hoek en Neeltje Roem Klaas Piers de Jong en Fokje Schippers Willem Van der Hoek en Elizabeth de Jong Kinderen van Willem en Elizabeth enzovoort.
WOLTER FREEKS VAN DER HOEK en GRIETJE BONNES BOUMA
NB: Wolter wordt regelmatig ook als Wouter geschreven (problemen met de Friese klank). Bouma was rond 1815 Bouwman werd later ook Bouman geschreven en tenslotte Bouma. Dit verschilde per persoon of ambtenaar. Het is een ambachtsaanduiding (de Boer, Huisman, Landman, van den Akker etc.).
Wolter Freerks is de oudste zoon, 16 jaar, wanneer in 1811 Freerk Tammes zich bij de Mairie Knijpe onder de familienaam Van der Hoek laat registreren. Wolter krijgt kennelijk geen oproep voor de militaire dienst en de Franse legers onder Napoleon richting Moskou. De Franse tijd eindigt in 1813. Dat komt mooi uit.
Familienaamregistratie 1811 Vanaf 1795 tot 1813 had Nederland te maken met vanuit Frankrijk bepaalde regelingen. De Oranje-stadhouder vluchtte weg naar Engeland. In Frankrijk slaagde legerleider Napoleon er in de macht over te nemen en zich zelfs tot keizer (van Europa) te laten benoemen. Dit zorgde voor continuë oorlog, voornamelijk met Engeland. Napoleon stelde in 1806 zijn jongere broer Lodewijk aan tot koning van Holland (inclusief Friesland enzovoort). In 1810 onthief hij Lodewijk weer van die functie. Nederland werd bij Frankrijk als een provincie ingelijfd. Daarmee werd het Franse bestuurssysteem ook van kracht. Wat o.a.. betekende de invoering van een register voor burgerlijke stand. Ook de invoering van vaste achternamen binnen families met overerving van die achternaam langs mannelijke lijn. Dit systeem is na 1813 van kracht gebleven. In de eeuwen ervoor waren achternamen ongebruikelijk en werd met patroniemen gewerkt, indien ter aanduiding nodig (zoon of dochter van roepnaam van vader). Soms kwamen afstammingsnamen voor ter onderscheiding, vanwege beroeps- of topografische verduidelijk. Omdat zoveeel mensen dezelfde roepnaam hadden en aanvullende verduidelijking nodig was. Het is nog niet duidelijk waarom in onze voorfamilie de achternaam Van der Hoek werd gekozen (1811) We mogen de Franse bezetters achteraf dankbaar zijn. De invoering van registers van burgerlijke stand en familienaamregistraties heeft ervoor gezorgd dat vanaf 1811 documenten werden gemaakt (niet altijd bewaard gebleven) die nu te gebruiken zijn om “familieverhalen” in te vullen. Over de tijd voor 1811 zijn gegevens beperkter of helemaal niet aanwezig.
In 1811 is voorvader Freerk 60 jaar en voormoeder Hendrikje 48. Er horen nog twee dochters bij het gezin op dat moment: Joukjen van 19 die al niet meer thuis woont maar binnen de Mairie Langezwaag, en Grietje van 13. Verder worden twee jongere broertjes genoemd: Tamme, 7 jaar, en Joldert, 3 jaar. Grietjde Bonnes Bouma is 12 wanneer bij de Mairie Mildam haar vader Bonne Jans de familienaam Bouwman laat registreren. Ze heeft in 1811 een jonger zusje, Lamkjen (5), en drie jongere broers: Jelle (8), Jan (4) en Roel (1). Huwelijk: Wolter en Grietje trouwen 10 juni 1821 in Schoterland. Het door de Franse bezetter ingevoerde mairie-systeem is weer vervangen door de oude verdeling in grietenijen. Het huwelijksfeest zal in Oudehorne zijn geweest waar de Bou(w)ma(n)-familie woonde. Gefeest wordt waar de bruid woont. Ouders van beide kanten aanwezig. Vader Bonne, van Grietje, is ruim 45 jaar. Vader Freerk, van Wolter, is “al” 70. Moeder Lamkjen, van Grietje, is net de 40 gepasseerd. Moeder Hendrikjen, van Wolter, is rond de 56. Wolter heeft relatief oude ouders. Voortijdig overlijden van demoeders: De bij de trouwpartij aanwezige moeders zullen helaas beide in het volgende jaar overlijden: Lamkjen Jelles Bakker 13 februari 1822 (Schoterland, 42 jaar, gehuwd), Hendrikjen Wolters 4 oktober 1822 (Schoterland, 58 jaar oud, gehuwd). Misschien kon Grietje haar moeder nog vertellen dat een eerste kind op komst was. Misschien maakte Hendrikje de geboorte van dat eerste kind dat naar haar werd vernoemd bewust mee. Niet dat het meisje slechts 7 weken oud werd. Want toen was ook de oma uit Bovenknijpe overleden. Bonne Jans Bouma hertrouwde nog (waarschijnlijk). De hoogbejaarde Freerk Tammes Van der Hoek niet. Verhuizingen: Uit de geboorte-aangiftes van hun eerste kinderen blijkt dat het echtpaar Wolter en Grietje niet in Schoterland bleef maar in Opsterland (Langezwaag/Gorredijk) ging wonen. De kinderen na 1828 werden resp. in nog weer andere gemeentes aangemeld: Utingeradeel (Akkrum/Terhorne - Freerk 1832), Haskerland (Jan, 1835), Aengwirden (noord-Heerenveen- Joldert, 1841).
Beroep van de vader: De reden voor deze “verhuizingen” kan verklaard worden door de aantekening die de ambtenaar van de burgerlijke stand in 1832 op de geboorteakte van Freerk maakte: Vader is schipper afkomstig uit Benedenknijpe. Waarschijnlijk was Wolter in Opsterland aan de slag gegaan als schippersknecht en werd hij in Boven- of Benedenknijpe, in ieder geval aan de Schoterlandse Compagnonsvaart, (eigen) schipper. De aktes doen vermoeden dat Grietje en kinderen meevoeren op het schip of meereisden met het schip. In de ontginningsgebieden van Utingeradeel, Haskerland en Aengwirden voeren veel schippers rond. Turf was immers de voornaamste brandstof voordat olie en nog later gas deze rol gingen overnemen. Wolter kan turfschipper in deze veengebieden zijn geweest.
Overlijden van Wolter en Grietje: Wolter werd slechts 54, Grietje werd 83. Tot dusver is de overlijdensakte van Wolter nog niet bekeken en is onduidelijk waarom hij tamelijk jong overleed. Een scheepsramp? Voorvader Wolter sterft 30 september 1849 (Schoterland, 54, gehuwd). Voormoeder Grietje 6 september 1882, 83 weduwe. Kinderen uit het huwelijk: We noemen hun overlijdens al maar Wolter en Grietje zijn bijna dertig jaar met elkaar getrouwd geweest, tot en met het overlijden van Wolter in 1849. Voorzover nagegaan of nategaan werden uit het huwelijk zeven kinderen geboren. De eerste twee overleden als baby: Hendrikjen (Wolters Van der Hoek) wordt als eerste kind uit het huwelijk geboren, september 1822, Opsterland. Oma Lamkjen maakt dat niet mee. Oma Hendrikjen naar wie de kleindochter wordt vernoemd heeft er (waarschijnlijk) nog wel van geweten. Hendrikje overlijdt 4 oktober 1822 en de kleindochter blijft slechts 7 weken in leven. Overlijdt 19 oktober 1822 (aangifte 21 oktober, Opsterland). Bonne (Wolters Van der Hoek) wordt naar zijn opa/pake van moederskant vernoemd als tweede kind uit het huwelijk. Deze Bonne overlijdt 16 mei 1824, pas 3 weken oud (aangifte 17 mei, Opsterland). Hendrikje wordt als derde kind geboren, in 1825. Deze dochter, oma Hendrikjen wordt nogmaals vernoemd, blijft in leven. Zij overleeft haar vader maar niet haar moeder. Hendrikje blijft ongehuwd en overlijdt 16 april 1863 (Schoterland), 38 jaar oud. Bonne. Opa/pake Bonne wordt ook nogmaals vernoemd. Het vierde kind, 1828, is weer een zoon. Deze jongen overleeft beide ouders en wordt 86 jaar oud. Hij sterft 11 december 1914 (Schoterland/Het Meer). Maar bleef ook ongehuwd. (Volgde hij zijn vader op als schipper, met broer Freerk als maat?) Freerk wordt vervolgens geboren, 25 april 1832. Zoon vernoemd naar opa/pake van vaderskant. Zoals hiervoor gemeld werd van zijn geboorte in Utingeradeel aangifte gedaan. De ambtenaar tekende aan dat het ging om het kind van een schipper uit Benedenknijpe. Ook Freerk werd behoorlijk oud, 92, overlijdt 6 januari 1925. Zowel in Aengwirden als in Schoterland wordt een overlijdensakte opgemaakt. Verschil van misschien maar 2 kilometer (de gemeentes gingen in 1934 samen). Freerk stond nog geregistreerd te Schoterland (Het Meer) maar overleed hoogbejaard hetzij in het Heerenveense ziekenhuis (Aengwirden) hetzij thuis bij de familie in Terband (Aengwirden). Freerk trouwt, 13 mei 1871 (Schoterland), rond zijn 40ste met Afke Arends Krom die toen ook al de 40 naderde. Beide in eerste huwelijk. Huwelijk bleef kinderloos. Freerk en Afke waren neef en nicht. Afke was de enige dochter van Joukjen Freerks Van der Hoek, de oudere zus van Wolter. Uit een tweede huwelijk van Joukjen (26 juli 1829, met Arend Alberts Krom) die rond twee jaar na de geboorte van Afke overleed (ca.40 jaar oud). Misschien leefde Afke van jongsafaan mee met het gezin van Wolter en Grietje. Afke stierf rond 1900. Jan (Wolters of Wouters) Van der Hoek. De enige van de zeven kinderen die voorvader werd van verdere Van der Hoeken-familie. Daarom staat zijn naam hier vet afgedrukt. Geboren 6 april 1835. Akte te Haskerland maar dat zegt weinig met een schippersvader. Jan werd ook 92, overleden 1927. Zie verder het aparte hoofdstuk betreffende hem. Joldert (of Jaldert). Joldert Van der Hoek wordt 19 juli 1841 geboren als laatste kind en zoon uit het huwelijk van Wolter Freerks Van der Hoek en Grietje Bonnes Bouma. Aangifte in Aengwirden. Vernoemd naar de Joldert- of Jaldert-naam (De Vries-tak uit Terwispel). Ook deze zoon overleefde weliswaar zijn vader maar stierf jong: 2 juli 1857, 16 jaar oud (Schoterland).
De klassiek-Germaanse voornamen Tamme, Jaldert en ook Freerk komen we verder in de Van der Hoeken-familie niet meer tegen. In de navolgende generatie zorgt alleen Jan Wolters Van der Hoek (1835-1927) voor mannelijke nakomelingen en dan slechts twee: Wolter, genoemd naar Jans vader, en Bonne, vernoemd naar moederskant of ergens daar tussenin. Zie hierna. Deze twee mannelijke nakomelingen kregen nauwelijks zonen, Wolter slechts één (Pieter genoemd, naar de vader van zijn echtgenote) en Bon ne twee (Willem genoemd naar schoonvader Willem Roem en Jan genoemd naar Bonnes vader). Bij weer volgende generaties was vernoeming van Tamme, Jaldert of Freerk totaal niet meer aan de orde. Pieter kreeg éen zoon die hij Wouter noemde. Volgende keuzes deden zich niet voor. Willem kreeg zeven zonen en volgde een vernoemingsrijtje wat die zonen betreft (Bonne, Klaas, Jan, Jacob, Peter, Hendrik, Jurjen) volgens een patroon waarin de namen Tamme, Jaldert en Freerk al niet meer pasten. Zo raakten die voornamen in onbruik. Hoe vreemd ze ons nu misschien ook lijken omdat we aan nieuwe roepnamen gewend raakten, de namen Tamme en Freerk zijn van klassiek-Germaanse oorsprong en hebben misschien een lange traditie in nog eerdere voorfamilie. De vernoemingstraditie was standaard: overdracht van de volle naam van vader (patroniem), moeder, grootvader, grootmoeder, oom of tante enz. op een kind. Gaandeweg ging men verkleinwoorden gebruiken. De roepnaam die het kind krijgt wordt een speelsere vorm van de naam van de vernoemde. De van oorsprong Germaanse namen raken los van hun herkomst gevariëerd, ingekort of verkleind. De naam Tamme bijvoorbeeld kan een inkorting zijn voor de voorfamilienaam Tankmar, zoals de naam Freerk een inkorting is voor Frederich. Ooit hadden die namen een bewuste betekenis. Wellicht. Tankmar heeft betrekking op “denken”. Frederich op vriendschap.
Voorfamilie Van der Hoek
NB en dit geldt voor alle voorfamilietakken: Het systeem van vaste familienamen (achternamen) geregistreerd via registers van burgerlijke stand geldt in Nederland sinds 1811 toen Nederland een provincie van Frankrijk was gemaakt onder Napoleon. De nieuwe politieke ideeen van de Franse revolutie (1789) hadden ook in Nederland veel aanhangers. In 1795 kregen deze met behulp van door Frankrijk gedirigeerde militaire macht ook de overhand. Wanneer in Frankrijk een militaire dictatuur ontstaat waarbij legerleider Napoleon Bonaparte zich in 1800 zelfs tot keizer kroont (van Europa) wordt de Nederlandse situatie steeds penibeler. In 1806 besluit Napoleon het Koninkrijk Holland te vormen, met een jongere broer als koning (Lodewijk Napoleon). Ook elders in Europa deed hij dergelijke dingen. Omdat Koning Lodewijk zich niet volledig als zetbaas voor zijn broer betoonde, maakte Napoleon in 1810 ook weer een einde aan het Koninkrijk Holland. De Nederlanden werden volledig bij Frankrijk ingelijfd en gingen als een provincie geleden waarvoor bestaande Franse wetten golden. O.a. ook militaire dienstplicht en verplichte registratie op “vaste achternaam” via een instantie burgerlijke stand. De Franse bezetting eindigde eind 1813 doordat Napoleons veldtocht tegen Rusland volledig mislukte. Het totale verhaal kan je in geschiedenisboeken nalezen. Hier van belang is dat in Nederland een familienaam-registratie werd ingevoerd tijdens de Franse inlijving en een algemeen register van de burgerlijke stand dat ook vervolgens (na 1815 zelfstandig Koninkrijk der Nederlanden onder de Oranje-Nassau familie) niet werd opgeheven.
Zo hebben we dus die verplichte achternamen. Zonen en dochters krijgen die achternamen maar de kinderen van dochters krijgen de achternamen van de man met wie die dochters trouwen. Pas in 1991 is in Nederland de mogelijkheid om het anders te doen ingevoerd. In een schets familievoorfamilie is het verleidelijk om alleen op dragers van “onze” familienaam te letten. Binnen dit verhaal dus nadruk op achternamen Van der Hoek (vanwege vader Willem, 1906-1961) en De Jong (vanwege moeder Elizabeth, 1910-1989). Maar iedere voorfamilie kent op grootouderniveau 4 achternamen, op overgrootouderniveau 8, op betovergrootouderniveau 16 en dit aantal verdubbelt bij elke voorgeneratie. In de achternaamslijn Van der Hoek is wat mij, zoon van Willem Van der Hoek en Elizabeth de Jong, betreft Wolter Freerks Van der Hoek (de schipper die in 1849 stierf) één van de 16 betovergrootouders. Kreeg de achternaam Van der Hoek mee en langs de mannelijke lijn kreeg ik die achternaam dus ook. Voor mijn zonen is Wolter Freerks Van der Hoek slechts één van 32 betovergrootouders. Door mijn huwelijk met hun moeder Petra Deelen kregen ze er meteen 16 andere bij. Voor mijn kleinzonen is Wolter Freerks nog maar een van 64 oudbetovergrootouders van wie ze direct afstammen. Die kleinzonen hebbenadministratief wel de achternaam Van der Hoek. Maar stammen in feite van tientallen andere voorfamilies ook af. Dit geldt met generatieverschil voor wat betreft de afstammings-achternamen in gelijke mate voor mij en mijn broers en zussen.
Dit hiervoor als gedachtengoed meegegeven. Nu verder ter zake.
De overdracht van de achternaam Van der Hoek begint in “onze” traditie van de achternaam bij de door de Franse bezetter ingevoerde verplichte familienaamregistratie van 1811. We hebben het over zuidoost-Friesland (Zevenwouden) en vooral de grietenijen Opsterland, Schoterland, Aengwirden en Haskerland. Tijdens de bezettingstijd door de Fransen in mairies verknipt: Langezwaag, Knijpe, Mildam, Sint-Johannesga, Joure voor allerlei delen van voornoemde grietenijen. Die namen dus rond 1811 en tot ca. 1818. Daarna herstel van grietenijnamen (gemeentes). Omdat het hoofddorp Heerenveen langs de veenscheidingen en afvoervaarten uitgroeide op de grenzen van Haskerland, Aengwirden en Schoterland werd in 1934, heel vertraagd, een gemeentelijke herindeling gedaan. Daarbij werden Aengwirden en Schoterland samengevoegd en kwam noordwest-Heerenveen (Nijehaske) bij Heerenveen en kreeg Haskerland in ruil ervoor het eertijdse westelijke deel van Schoterland: Sint Johannesga, Rottum en Rotsterhaule, Delfstrahuizen.
Misschien kan een landkaartje helpen dit voor later nageslacht duidelijk te maken. Registraties in Schoterland, Aengwirden of Haskerland hebben soms maar met enkele honderden meters verschil te maken. Of een gering aantal kilometers. Voorfamilie van der hoek:
FREERK TAMMES VAN DER HOEK en HENDRIKJEN WOLTERS
De vader en moeder van Wolter Freerks Van der Hoek (1795-1849, schipper). Hij erfde binnen het ingevoerde systeem van vaste achternamen via burgerlijke stand de achternaam van zijn vader Freerk Tammes die zich in 1811 onder die naam liet registreren.
Freerk Tammes neemt in 1811 de familienaam Van der Hoek aan als de zijne. In de mairie Knijpe. Hij is de enige binnen de mairie die deze familienaam kiest. Familieverband met andere gezinshoofden die elders in Friesland, 1811, dezelfde achternaam kiezen, rond 30, is niet te herkennen.
Freerk is 60 jaar in 1811. Hij woont te Bovenknijpe aan de Schoterlandse Compagnonsvaart (Schoterland) en is getrouwd met Hendrikjen Wolters die rond twaalf jaar jonger is. Of het huwelijk van Freerk een tweede huwelijk voor hem was weten we nog niet (eerder huwelijk, wellicht eerdere kinderen?). In 1811 meldt hij vijf kinderen te hebben:
Joukjen, dochter van 19, wonend in de mairie Langezwaag (Opsterland). Joukje was in 1811 dus al uitwonend. In de archieven komen we een Joukjen Freerks Van der Hoek tegen die 4 juli 1819 trouwt met Freerk Freerks Postma (Schoterland, akte nr.28). Joukje is dan rond 26 jaar. Misschien bleef dit huwelijk kinderloos en is Freerk Postma jong gestorven. Een tweede huwelijk van Joukjen Freerks Van der Hoek wordt geregistreerd 26 juli 1829 (Schoterland, akte nr.53). Zij huwt dan Arend Alberts Krom. Uit dit huwelijk wordt een dochter Afke geboren. Afke Arends Krom trouwt 13 mei 1871 met haar neef Freerk Wouters Van der Hoek. Joukje overlijdt in 1832 en Arend Krom in 1836 waardoor dochter Afke op vroege leeftijd beide ouders kwijt is. Wolter, 16 jaar in 1811. Dit is voorvader Wolter Freerks Van der Hoek (1795-1849). Zie de speciaal aan hem gewijde notities hierboven. Grietje, dochter van 13 in 1811. Misschien is ze getrouwd, 18 maart 1832 (Aengwirden) met Kerst Libbes de Vries, op ruim 30-jarige leeftijd. Grietje Freerks Van der Hoek overlijdt 17 december 1882, 83 jaar, weduwe. Tamme, zoon van 7 jaar oud. Misschien kort na 1811 overleden. Joldert, zoon van 3 jaar oud. Misschien ook jong of tamelijk jong overleden.
Hendrikjen Wolters overlijdt begin oktober 1822, 58 jaar oud (Bovenknijpe, Schoterland). Echtgenote van Freerk Tammes Van der Hoek en moeder van bij hem vier kinderen volgens de overlijdensakte. Haar ouders niet vermeld. Dus een voorfamilietak “Wolters” die nog onbekend blijft. Denkbaar is dat haar ouders de namen Wolter en Grietje droegen. Volgens Kroes (CBG 1993, pg.212) was Wolter, zoals Wieger, Koop, Lute, Kleis, Jannes, Theunis, Beene en Evert, een voornaam “die vrijwel uitsluitend door Overijsselse migranten (werd) gebruikt”. Hendrikjen zou dan van Gieterse afkomst zijn geweest. Merkwaardig is dan wel dat ze met het patroniem (Wolters) aangeduid wordt. Onder de Overijsselse achternamen, aldus Kroes, komen patroniemen weinig of niet voor. Misschien was ze dus de dochter van een Wolter Otter of zo.
Overlijden van Freerk en Hendrikjen: Deze tekst volgt nog.……………………………….
TAMME FREERKS en EEUWKJEN JALDERTS
NB.: Eeuwkjen ook als Eeuwke geschreven. Was Joukjen (Freerks) een latere schrijfwijze?
Voorvader Freerk Tammes die in 1811 de familienaam Van der Hoek liet registreren is geboren in het dorpje Terwispel, Opsterland, circa 1751.
Hij is (waarschijnlijk enige) zoon van Tamme Freerks en Eeuwkjen Jalderts die beide (waarschijnlijk) vroeg overlijden. Tamme werd als zoon van een Freerk in 1722 in Terwispel werd geboren. Eeuwkjen werd in 1726 geboren, ook in Terwispel.
Huwelijk: Tamme en Eeuwkjen trouwen in 1747 (Terwispel). Daar werd ca. 1751 Freerk Tammes geboren, genoemd naar zijn grootvader van vaderskant en dus ongetwijfeld oudste zoon. Of hij broertjes en zusjes heeft gehad is nog niet bekend.
Het vermoeden dat moeder Eeuwkjen jong stierf wordt gewekt door het feit dat 5 juni 1763 een Freerk Tammes uit Terwispel trouwt met Janke Harmens uit buurdorp Lippenhuizen. Freerk is dan weduwnaar geweest.
Het vermoeden dat ook Tamme Freerks niet lang daarna overlijdt, wordt gewekt door het feit dat Janke Harmens rond 1770 hertrouwt (waarschijnlijk dezelfde). Zijn deze vermoedens juist dan miste Freerk Tammes Van der Hoek toen hij rond 15 jaar oud was zijn beide ouders.
NB.: Tamme Freerks (1722, Terwispel) had misschien een zus Minke Freerks. In 1746 trouwt ook te Terwispel deze Minke Freerks met Jalke Jalderts. Zus van Tamme getrouwd met broer van Eeuwkjen? Het vermoeden is sterk, zie hierna.
NOG VROEGERE VOORFAMILIE “VAN DER HOEK”
Onbekend is of de achternaam Van der Hoek door Freerk Tammes in 1811 uit afstammingsoverlevering is aangenomen. Zijn vader Tamme Freerks (1722-ca.1770) draagt in de gevonden vermeldingen deze achternaam niet. Maar dat hoeft niets te zeggen.
Dankzij het patroniem weten we dat er nog een grootvader Freerk (Tammes?) is geweest van ca. 1690. Diens vrouw kan Wytske geheten hebben, maar dan moeten wij erop vertrouwen dat Tamme en Minke broer en zus waren. Minke Freerks trouwt 1746 met Jalke Jalderts en ca. 1748 krijgen zij een eerste dochter die Wytske wordt genoemd. Meestal werd de moeder van moederskant vernoemd bij de eerste dochter. Maar dat is geen vaste regel.
Looplijn:
Freerk ….. Tamme Freerks (1722-ca.1770) Freerk Tammes Van der Hoek (1751-1841) Wolter Freerks Van der Hoek (1795-1849) Jan Wolters Van der Hoek (1835-1927) Bonne Van der Hoek (1875-1943) Willem Van der Hoek (1906-1961), getrouwd met Elizabeth de Jong (1910-1989)
VOORFAMILIE (JALDERTS) DE VRIES
Voormoeder Eeuwkjen wordt in 1726 (Terwispel) geboren als dochter van Jaldert Jalkes, een in 1688 geboren zoon van Jalke de Vries (Terwispel). Laatstgenoemde is dus een nog verdere Van der Hoeken-voorvader. Beetje opmerkelijk is dat hij in 1688 niet met een patroniem maar met de achternaam de Vries wordt aangeduid.
Naast voorvader Jaldert (geboren 1688) heeft Jalke de Vries minstens nog een andere zoon: Tjeerd Jalkes, geboren 1694 en getrouwd 1712 (Terwispel). Misschien ook een dochter: Jeen Jalkes, trouwt 9 december 1706 te Langezwaag met Sjoerd Douwes. Die dochter was dan binnen het gezin ouder dan de broers Jaldert en Tjeerd. Dat ze in Langezwaag trouwt en niet in Terwispel past niet goed in het verhaal.
Jaldert Jalkes (de Vries) trouwt in 1713, rond 25 jaar oud. Naam van echtgenote nog onbekend (Terwispel). Hij krijgt in ieder geval de kinderen: Bouwe Jalderts, geboren 1714. Trouwt met ene Janke Sietzes. Krijgen minstens een dochter (ca.1740) die in augustus 1813, 73 jaar, weduwe in de mairie Drachten overlijdt: Hiltje Bouwes Lindeboom. Jeen Jalderts, geboren 1718. Zal de vader zijn geweest van Jaldert Jeens (geboren ca.1744) en Roel Jeens (geboren ca. 1753). Roel was dan een volle neef van Freerk Tammes van ongeveer dezelfde leeftijd. Deze Jaldert en Roel waren in 1811 ook nog levende gezinshoofden en lieten de achternaam de Vries registreren (Terwispel, mairie Gorredijk). Jalke Jalderts, geboren 1721. Trouwt in 1746 met Minke Freerks die een zus van Tamme Freerks geweest kan zijn. In 1748 wordt de dochter Wytske Jalkes geboren. Deze heet in haar overlijdensakte van 29 januari 1821 Wytske Jalkes de Vries (73 jaar, gehuwd). Waarschijnlijk getrouwd met haar neef Jaldert Jeens. Eeuwke Jalderts, geboren 1726. De voormoeder dus die in 1747 trouwt met Tamme Freerks (Terwispel) en moeder wordt van Freerk Tammes Van der Hoek (1751-1841). Dat ze voor 1760 overlijdt is een vermoeden, zie hierboven.
Het haasje-over van namen/patroniemen werkt misschien wat verwarrend. Dit was ook een reden waarom de Franse bezettingsmacht in 1811 het systeem van vaste achternaam invoerde.
Als Freerk Tammes Van der Hoek rond zijn 15de beide ouders (Tamme en Eeuwke) kwijt is, heeft hij minstens van moederskant nog behoorlijk wat familie in Terwispel en omgeving. Misschien leeft ook tante Minke Freerks (Van der Hoek?) nog.
In 1811 is Freerk Tammes Van der Hoek, zoon van Eeuwke of Eeuwkjen Jalderts 60, gehuwd met Hendrikjen Wolters. Hij is waarschijnlijk op wat latere leeftijd getrouwd. Hij laat de kinderen Joukjen (19), Wolter (16), Grietje (13), Tamme (7) en Joldert (Jaldert, 3) registreren.
Jaldert Jeens de Vries is zijn rond 7 jaar oudere neef . Beiden worden 90 jaar oud en weduwnaar. Jaldert overlijdt april 1834 (Terwispel), Freerk oktober 1841 (Bovenknijpe). Beiden worden weduwnaar in 1821. Jalderts vrouw Wytske Jalkes de Vries sterft op haar 73ste, Freerks vrouw Hendrikjen Wolters op haar 58ste.
In 1811 meldt Jaldert Jeens de Vries de volgende kinderen (in leven): Grietje, 36 jaar Jeen, 34 jaar (overlijdt 15-2-1852, 74, ongehuwd) Minke, 32 jaar (naar de moeder van Wytske?) Jenke (of Jalke?), 29 jaar, woont te Jennum Fedtje (of Tettje?), 20 jaar Freerk, 17 jaar (overlijdt 20-10-1854, 60 jaar, gehuwd)
Twee onderstreepte voornamen signaleren (misschien) de directe verwantschap via Wytske met de ‘Van der Hoeken’- tak (Minke Freerks).
Jalderts broer Roel Jeens de Vries laat zich ook bij mairie Gorredijk waar Terwispel toe behoort registreren. Roel overlijdt februari 1826, 73 jaar, gehuwd. In 1811 meldt hij 9 (levende) kinderen. Zijn oudste zoon Tjeerd (25) blijkt in dat jaar ook in de mairie Knijpe te wonen, zoals oom Freerk Tammes Van der Hoek. Ik meld dit maar even. Het rijtje kinderen dat Roel in 1811 noemt: Tjeerd (25, Knijpe), Grietje (23, Duurswoude), Jeen (22), Luitsen (18), Fedde (15), Jeltje (14), Jaldert (12), Johannes (8), Martje (5).
De Opsterlandse voorfamilie de Vries kent allerlei diverse takken die we hier niet verder zullen uitdiepen. Een directe verwantschap bestond rond 1750 toen Tamme Freerks trouwde met Eeuwkjen Jalderts. En ook zus Minke Freerks met Jalke Jalderts (dochter Wytske voor dubbele verwantschap). NB: Nog allerlei na te checken op juistheid.
Looplijn:
Jalke de Vries (Terwispel) Jaldert Jalkes (1688-?) Eeuwkjen Jalderts (1726-ca.1755?), trouwt met Tamme Freerks Freerk Tammes Van der Hoek (1751-1841) Wolter Freerks Van der Hoek (1795-1849) Jan Wolters Van der Hoek (1835-1927) Bonne Van der Hoek (1875-1943) Willem Van der Hoek (1906-1961), trouwt met Elizabeth de Jong (1910-1989)
JAN JOHANNES LUKKES en BONJÉ DIRKS WOUDSTRA
NB: Dirks ook als Durks en kleindochters van Bonjé worden Bontje geschreven (Fries: Bonsje voor Bonnigje). In voorfamilie van Jan Johannes wordt in plaats van Lukkes ook wel Lok geschreven (Lokkes, Luckes).
Huwelijk: Jan Lukkes en Bonjé Woudstra trouwen 19 mei 1838 (Schoterland).
Overlijden van Jan en Bonjé: Van Jan is (nog) geen overlijdensakte bekend. Dit kan door een slordigheid in de archieven komen. Het kan ook zijn dat het gezin rond 1850 verhuisde naar (onbekende plaats) buiten Friesland en dus daar stond ingeschreven toen Jan rond 40 jaar oud overleed. Bonjé is daarna met haar kinderen weer naar Schoterland teruggekeerd. Voor of in 1860. Dit is een veronderstelling. Maar overlijdensakte van zoon Durk (1860, 16 jaar oud) en huwelijk van dochter Hiltje (1861) zijn in Schoterland geregistreerd. Bonjé overlijdt in 1876 (Schoterland), 62 jaar, weduwe.
Kinderen uit het huwelijk: (?) Waarschijnlijk zijn in de periode tussen 1838 en 1848, de eerste tien jaren van het huwelijk vier kinderen geboren (Schoterland). De eerste drie zijn duidelijk, Jacoba zou nog moeten worden bevestigd. Geen melding oudersnamen in elektronische index bij geboorteaktes in Schoterland.
Hiltje Jans Lukkes. Geboorteaangifte 2 maart 1840 (Schoterland). Volgens het familieverhaal is ze van schrikkeldag: 29 februari 1840. Eerste kind uit het huwelijk van 1838. Zal vernoemd zijn naar de moeder van Bonjé Woudstra. Trouwt 2 juni 1861 (Schoterland) met Jan Wolters Van der Hoek. Overlijdt 12 augustus 1915 (Aengwirden), 75 jaar. Zie verder het speciale hoofdstuk betreffende Hiltje en Jan. Durk Jans Lukkes. Geboorteaangifte 13 juni 1842. Vernoemd naar de vader van Bonjé Woudstra. Durk overlijdt 14 december 1860 (Schoterland), 18 jaar, ongehuwd. Kort voor het huwelijk van zus Hiltje. Johannes Jans Lukkes. Tweede zoon, vernoemd naar opa van vaderskant. Overleden (Schoterland-aangifte 3 juli) op 1 juli 1848, 3 jaar. Oudersnamen vermeld. Jacoba Lukkes. Geboorteaangifte 9 augustus 1847 (Schoterland). Trouwt 30 mei 1878 met Jan Kamp (Schoterland, aktenr.65). De echtgenoot is Jan Tjibbeles Kamp (Haskerland) die 25 mei 1877 weduwnaar was geworden. Hij is in eerste huwelijk (Haskerland) getrouwd met Akke Johannes Smid (Smit) met zonen Tjibbele Kamp (geboren 20 juni 1865) en Johannes (15 mei 1867), en dochters Hinke Kamp (5 mei 1869) en Harmke (17 november 1871). Op 25 mei 1877 gaat het mis bij een nieuwe bevalling: kind en Afke, 43 jaar, overlijden. Jan Kamp hertrouwt in het volgende jaar met de 30-jarige Jacoba Lukkes. Zeker is dat ze 5 juni 1885 een dochter kregen: Bonje Kamp (Haskerland). Vernoemd naar Bonjé Woudstra.
Voorfamilie Lukkes
Waar en wanneer Jan Johannes Lukkes stierf mag nog verder worden nagezocht. Hierboven de veronderstelling dat het gezin naar buiten Friesland verhuisde (uitgeschreven was). En dat Bonjé met kinderen daarna terugkwam naar haar familieterrein. Moet JJL een beroep hebben gehad die zo’n uitschrijving rechtvaardigde. Maar dit alles slechts veronderstelling.
Door gebrek aan archiefmateriaal is het ook nog een veronderstelling dat Jan Johannes zoon was van Johannes Kornelis Lukkes. Betreffende deze JKL is een overlijdensakte (Schoterland, 1829, 60 jaar). Deze JKL zou dus een van de oudbetovergrootvaders zijn. Een overgrootvader van vader Willem Van der Hoek (1906-1961). Via moeder van vaderskant, namelijk Hiltje Jans Lukkes.
In een generatie nog verder in het verleden ‘ontmoeten’ we dan voorvader Kornelis Jans Lukkes die in 1821 (Schoterland, Knijpe) overlijdt, 83 jaar oud. Overlijdensakte Schoterland, 1821. Aangiftedatum 14 april 1821, blad nr. 10. Kornelis Jans Lukkes, overleden 13 april 1821, oud 83 jaar gehuwd. N.B. Laat na zijn huisvrouw Froukjen Jitzes en drie kinderen; ouders niet vermeld.
Ouders niet vermeld. Maar de vader van deze Kornelis heette in ieder geval Jan (Lukkes). Kornelis werd rond 1738 geboren. Het kan zijn dat deze familie vanuit Drente naar de Schoterlandse veengebieden verhuisde. Kornelis samen met een jongere broer van hem die een eigen Lukkes-tak stichtte. Misschien waren ze schippers of botenbouwers (veel botenbouw destijds in de Knijpe met later, midden 20ste eeuw, nog befaamde gondelvaartfeesten).
Kornelis Jans Lukkes was rond 70 in 1811 en nam niet de moeite om zich op last van de Franse bezetter bij de mairie Knijpe onder familienaam te laten inschrijven. Daardoor duikt de Lukkes-naam pas later op in de Schoterlandse archieven, bijvoorbeeld wanneer Kornelis in 1821 overlijdt. Froukjen Jitzes wordt weduwe en drie kinderen zijn in leven. De grootvader van Hiltje Lukkes kan een van die drie zijn geweest (Johannes Kornelis Lukkes) en ook de vader van Hiltje Lukkes (Jan Johannes Lukkes) was in 1821 al rond tien jaar oud. Of misschien al ouder en trouwde hij pas op latere leeftijd met Bonjé Woudstra.
Over de verre Lukkes-voorfamilie (als de veronderstellingen kloppen) zijn nog allerlei dingen meer te vertellen. Over een oom van Hiltje eventueel die als jonge soldaat sterft in het militaire ziekenhuis te Eindhoven, er op uit gestuurd de Belgen te bevechten toen deze zich rond 1830 van de Hollanders gingen bevrijden (Tiendaagse Veldtocht e.d.). Of mogelijk over andere dingen die maar nauwelijks duidelijk zijn of bevestigd.
Looplijn:
Jan (Lukkes) Kornelis Jans Lukkes (ca.1738-1821) Johannes Kornelis Lukkes (1769-1829) Jan Johannes Lukkes Hiltje Jans Lukkes (1840-1915), getrouwd met Jan Wolters Van der Hoek Bonne Van der Hoek Willem Van der Hoek (1906-1961), getrouwd met Elizabeth de Jong (1910-1989)
Voorfamilie Woudstra
Bonjé Durks Woudstra (of Dirks) is ca. 1815 geboren. Ze trouwt 1838 met Jan Johannes Lukkes en wordt de moeder van Hiltje. Ze overlijdt 29 maart 1876 (Aengwirden, akte nr.34), 61 jaar oud, als weduwe. JJL is dan al dood. Zie hierboven.
Er is een sterk vermoeden dat Bonjé stamt van een Haskerlandse Woudstra-familie of famile rond Rotsterhaule in toenmalig west-Schoterland, bij Tjeukemeer. Maar misschien ben ik fout. In 1811 is er een Durk Eelkes Woudstra (mairie Joure) die bij de familienaamregistratie vier kinderen noemt: Eelke van 35 (wonend mairie St-Johannesga), Lammert van 31 en dochters Trijntje 28 en Reinskjen (ook 20-plus).
Het is onwaarschijnlijk dat “onze” Bonjé (ca. 1815) een dochter was van deze Durk. Geen van zijn gemelde zonen heet Durk of Dirk. Ze kan dus ook geen kleindochter geweest zijn. Achterkleindochter is ook onwaarschijnlijk via Eelke of Lammert omdat die in 1811 wel zoontjes Durk hebben maar die zijn beide dan rond 8 jaar oud. En Bonjé wordt in 1815 geboren.
De Durk Eelkes Woudstra hierboven genoemd kan dezelfde zijn als de Dirk Eelkes Woudstra die 24 september 1817 overlijdt, 70 jaar, gehuwd (Haskerland). Het wordt een wel heel erg sterk verhaal wanneer deze Dirk hoogbejaard hertrouwt met een 40 jaar jongere vrouw, Jacobje Wybes (Wiebes) van der Werf. En in 1812 nog een zoon Bonne krijgt en in 1815 dochter Bonjé.
Jacobje van der Werf (her)trouwt 3 januari 1819 (Schoterland) met Wilt Hayes Swart (of Zwart). Zij overlijdt 1 april 1853, 62, weduwe. Wilt Zwart overlijdt 7 januari 1846, weduwnaar. Eerder dan Jacobje dus, hij zou geen weduwnaar kunnen zijn.
Onduidelijkheid alom. Een Woudstra-voorfamilie is zeker. Of voormoeder Bonjé Woudstra een heel late dochter zou zijn van Dirk Eelkes Woudstra via een heel laat(tweede) huwelijk met Jacobje van der Werf schijnt onwaarschijnlijk. Wel is het waar dat zij haar tweede dochter Jacoba noemde (Jacoba Jans Lukkes).
Looplijn:
Eelke (Woudstra) Durk Eelkes Woudstra (ca.1747-1817) Bonjé Dirks Woudstra, getrouwd met Jan Johannes Lukkes Hiltje Jans Lukkes, getrouwd met Jan Wolters Van der Hoek Bonne Van der Hoek Willem Van der Hoek, getrouwd met Elizabeth de Jong
VOOROUDERS VIA ROEM EN VAN BEEK-LIJNEN
Bonne Van der Hoek (1875-1943) verhuisde vanuit Heerenveen naar Zuid-Holland en trouwde daar in 1900 met Neeltje Roem (Naaldwijk in het Westland onder den Haag).
Haar ouders zijn Willem Roem en Antje van Beek.
Over de ouders of voorouders van Willem Roem en Antje van Beek is op dit moment, door mij, niets te vertellen. Ik heb wel het verhaal de wereld in geholpen dat de roepnaam Neeltje binnen het latere Van der Hoeken-gezin een vernoeming is naar een grootmoeder Cornelia Spruijt, van Roem-kant. Maar weet ik veel.
Dit hoofdstuk over de Westlandse voorfamilie staat open voor alle mogelijke invulling, suggesties enzovoort. Mijn verhaal begint bij het hoofdstuk Willem Roem en Antje van Beek hierna (overgrootouders).
JACOB PIERS DE JONG en GEESKE JOCHUMS OENEMA
NB.: Jochums ook Jogchems of Jochems.
De grootouders van vaderskant van Elizabeth de Jong (1910-1989) heetten Pier en Joltje. Haar vader heette Klaas Piers de Jong. In “het familieverhaal” werd diens vader weleens Pier Klazes genoemd maar het moet Pier Jacobs zijn geweest, geboren te Ouwsterhaule of daaromtrent (Doniawerstal).
De overgrootouders van Elizabeth waren: Jacob en Geeske.
Huwelijk: Jacob Piers de Jong en Geeske Jochums Oenema trouwen 11 juni 1824 in Doniawerstal. De Oenema-familie woont daar in de Ouwstertrijega tussen Tjeukemeer en Haskerhorne/Joure.
Kinderen uit dit huwelijk: Een lijstje van 7 kinderen is te maken. Oudste zoon Pier wordt 20 mei 1825 geboren (Doniawerstal). Dan is er een “hiaat” tot 1833 wanneer in Haskerland dochter Trijntje wordt geregistreerd. Daarna komen met regelmaat de volgende vijf kinderen ter wereld. Allen in Haskerland waar Jacob en Geeske inmiddels moeten zijn gaan wonen.
Het lijstje van kinderen: Pier, geboren 20 mei 1825 (Doniawerstal). De grootvader/pake van Elizabeth de Jong. Trijntje, geboren 14 maart 1833 (Haskerland). Klaas, geboren 24 april 1835 (Haskerland). Jacobje Jacobs, geboren 22 februari 1837 (Haskerland). Pas twintig jaar later ontdekte deze dochter dat de ambtenaar van het geboorteregister haar als zoon had ingeschreven. Dit is toen hersteld. Minne, geboren 15 juli 1839 (Haskerland). Oene, geboren 21 juni 1842 (Haskerland). Epke, geboren 9 augustus 1844 (Haskerland).
Opmerkelijk is misschien dat er geen zoon Jochum in het lijstje voorkomt, naar de vader van Geeske. Het kan zijn dat het “hiaat” qua geboortes 1826-1832 door miskramen ontstond.
Overlijdens van Jacob en Geeske: Jacob Piers de Jong overlijdt 29 november 1850, 53 jaar oud, gehuwd (Haskerland). Zoon Pier was toen 25 en in 1846 met Joltje Veldstra getrouwd. Dochter Trijntje is 17 en de andere kinderen zijn nog jonger. Geeske Jochums Oenema overlijdt 4 augustus 1879, 77 jaar, weduwe.
VERDERE VOORFAMILIE “DE JONG”
Bij de familienaamregistratie van 1811 laten zich rond 700 gezinshoofden in Friesland (ik heb het niet nageteld, het zijn er heel veel) als de Jong registreren. Het zoeken naar een Pier de Jong met een zoon Jacob van rond 14 jaar oud gaf geen resultaat. Het kan zijn dat hij buiten Friesland woonde en dat zoon Jacob pas naar Friesland trok.
Kroes (CBG 1993, pg.238) noemt “Gieterse” de Jongen uit Wanneperveen die voor en na 1809 in Haskerland (Haskerhorne en Oudehaske) kwamen werken en wonen. Misschien moeten we dus in Wanneperveen gaan zoeken naar voorvader Pier de Jong.
Het kan ook anders zijn gegaan. Haha. VOORFAMILIE OENEMA
Door het huwelijk van 1824 is er ook een Oenema-afstammingslijn. De grootvader van Geeske van vaderskant is Oene Wytses uit Oldeouwer die in 1811 bij de mairie Langweer (Doniawerstal) de achternaam Oenema laat vastleggen. Hij doet dit mede namens zijn volwassen zonen:
Wijtse, 38 jaar, woonachtig in Ouwsterhaule. Met op dat moment drie dochters: Geeske (9), Klaaske (5) en Antje (1). Jochem, 36 jaar, wonend te Westermeer. Met op dat moment de dochter Geeske (9, onze voormoeder) en de zonen Klaas (4) en Oene (2). Klaas overlijdt 1835, 28 jaar, gehuwd (Haskerland). Vader Jochem overlijdt 7 maart 1848, 73 jaar, weduwnaar (Doniawerstal). Harmen, 34 jaar, wonend te Oldeouwer. Met op dat moment de zonen Oene (5) en Egbert (1) en de dochter Antje (3).
De ‘stamvader’ Oene Wytses Oenema overlijdt kort na 1811, op 1 mei 1815, 74 jaar weduwnaar (Doniawerstal). Zijn vader heeft Wytse Oenema geheten (of Oenes).
Dorpsnamen Oldeouwer, Ouwster Nijega en Ouwsterhaule zijn dorpjes langs de dijk die noordelijk van het Tjeukemeer naar Haskerland (Haskerhorne) gaat. Oldeouwer ligt aan het Tjeukemeer. Samen werden deze dorpjes de Ouwstertrijega of Trijega genoemd (trijega=drie dorpjes). Ze vormen het oostelijkste puntje van Doniawerstal. Oostelijk van St.Nicolaasga en Scharsterbrug. Pas in 1882/83 werd de Trijegaaster Veenpolder opgericht. In de tijd van ‘onze’ Oenema-voorfamilie was, sinds 1741, op initiatief van jonkheer Johan Vegelin van Claerbergen bij Oldeouwer een eerste Trijegaaster polder begonnen met 16 boerderijen. Oldeouwer (= oude oever) werd bij zuidwestenwind steeds door het water van het Tjeukemeer bedreigd. Tot ca. 1850 werd hier veel grond verveend. Wietse Oenema meldt in 1811 dat zijn zoon Jochem met o.a. de 9-jarige Geeske dan in Westermeer wonen. Later woonden ze ook weer in de Trijega. Westermeer was een kerkdorp enkele kilometers noordelijker, gelegen tussen Haskerhorne en Joure. In 1954 bij Joure getrokken. De buurschap Joure had in 1488 weekmarktrechten gekregen, kreeg pas in 1644 een kerk. In 1811 had Westermeer slechts 94 inwoners maar was nog wel bekend vanwege “de rike toer” (de rijke toren, kerkelijk grondbezit).
Looplijn:
Wytse (Oenema) Oene Wytses Oenema (ca.1740-1815) Jochum Oenes Oenema Geeske Jochums Oenema (1802-1879), trouwt met Jacob Piers de Jong Pier Jacobs de Jong Klaas Piers de Jong (1853-1930) Elizabeth de Jong (1910-1989), trouwt met Willem Van der Hoek (1906-1961)
FOKKE FEDDES VELDSTRA en LIJSBERT HANZES FRANKENA
Huwelijk: Fokke en Lijsbert trouwen 28 december 1820 (Haskerland).
Kinderen uit dit huwelijk:
Janke Fokkes Veldstra (1821-1889). Getrouwd 1842 met Harmen Jacobs Cloo. Joltje Fokkes Veldstra (1823-1900). Getrouwd 1846 met Pier Jacobs de Jong. Grietje Fokkes Veldstra (1825-1845). Ongehuwd gebleven. Jacobje (1828, overleden 10 maanden oud) Fedde (1829-1881). Getrouwd 1869 met Akke Kerstes Postma. Jacobje (1831-1906). Getrouwd 1867 met Hendrik Greevelink. Hansje (1833-1913, Utingeradeel). Getrouwd 1863 met Ids Schaap. Margje (1836-1908). Getrouwd 1862 met Roelof Jans Holtrop. Hans (1839-1916, Utingeradeel). Getrouwd 1869 met Bregtje Thaekes de Groot. Fokjen (1842-1916, Utingeradeel). Ongehuwd gebleven.
Verhuizingen: Het huwelijk leverde acht dochters en twee zoons (Fedde en Hans), voorzover mijn constateringen kloppen. Vader Fokke overlijdt 1861 in Haskerland en dochter Margje trouwt (9 mei 1862) ook in Haskerland. Maar dochter Hansje (30 mei 1863) in Utingeradeel (Haskerdijken?).
Fokke Feddes en Lijsbert hadden wellicht een agrarisch bedrijf en verhuisden niet (Haskerland). Oudste zoon Fedde was ruim 30 en ongehuwd toen vader overleed. Hij neemt het bedrijf over en trouwt pas rond zijn 40ste, met Akke Postma. Tweede zoon Hans begint een paar polders noordelijker (Utingeradeel) met een bedrijf en trekt twee jonge zusjes mee: Hansje die er met Ids Schaap trouwt en Fokje die ongetrouwd blijft. Misschien woonde moeder Lijsbert in 1863 ook bij Hans in Utingeradeel, waar Hansje dan trouwt. Moeder Lijsbert sterft 17 december 1871 en dit wordt in Haskerland aangetekend.
Dochter Joltje trouwt 1846 met Pier Jacobs de Jong en minstens tot en met 1855 wonen zij in Haskerland. Rond 1860 verhuisde zij met man en kinderen naar Schoterland (Oudehorne) waar Pier de Jong een eigen bedrijf start (paardenfokker?). Was dit na het overlijden van Joltjes vader Fokke? Hoe ging het eigenlijk.
VOORFAMILIE VELDSTRA
Via Joltje Fokkes Veldstra (1823-1900), moeder van Klaas Piers de Jong en grootmoeder/beppe van Elizatbeth de Jong is er relatie met Veldstra-voorouders en Frankena-voorouders.
Bij de familienaamregistratie van 1811 laat Fedde Fokkes uit Haskerhorne zich met twee zonen en vier dochters inschrijven onder de familienaam Veldstra: Fokke (20), Boukjen (17), Jan (15), Janke (13), Aukje (9), Margjen (5). Het jaar erop, 22 mei 1812, overlijdt deze voorvader, 54 jaar oud.
Zoon Fokke huwde rond 8 jaar later met Lijsbert Frankena, zoals hierboven vermeld. O.a. Joltje werd geboren (1823-1900). Fedde Fokkes (ca.1758-1812) was getrouwd met Grietje Jans Schokker (ca.1769-1827). Als Fokke het oudste kind was uit dit huwelijk was Fedde rond 30 jaar oud toen hij trouwde.
Fokke Veldstra is een directe voorvader van de tegenwoordige VanderHoeken-familie (Willem/Elizabeth - WE-gezin te noemen). Zijn zus Boukjen (Baukjen) werd 14 maart 1794 geboren en trouwde op rijpe leeftijd met Wytze de Vries (17 mei 1829). Dankzij haar geboorte-akte weet ik (??) dat een van onze verdere voormoeders Grietje Schokker heette. Broer Jan heb je dan nog (15 in 1811). Die trouwde 24 mei 1823 met Roelofje Hendriks Pijlman en overlijdt 14 oktober 1863, 67 jaar, weduwnaar (Aengwirden). Zus Janke (13 in 1811) is voorlopig verdwenen uit de geschiedenis. Van jongste zus Margje (5 in 1811) is vast te stellen dat ze slechts 20 werd. Overleden 5 november 1826, ongehuwd.
En zus Aukje dan (9 in 1811)? Die trouwt 27 augustus 1823 (Haskerland) met Jacob Jans Symons. Waarschijnlijk is die man rond 1825 overleden en hertrouwt Aukje 23 februari 1828 met Cornelis Beerends Schipper (Aengwirden). Aukje overlijdt 1848, 45 jaar, gehuwd (Aengwirden).
NB: Begin 1825 werd heel Zuid-Friesland na zware stormen en breken van dijken door de Zuiderzee overstroomd waarbij 17 mensen direct verdronken. Veel meer mensen stierven in de maanden erna of jaren erna aan wat achteraf malaria-ziekte werd genoemd maar het kan ook cholera zijn geweest (geen zuiver leidingwate, brak en vervuild/besmet oppervlaktewater). Sterftecijfers in 1825 en 1826 onbeschoft hoog in dit deel van de provincie. Gedreven door deze ramp besloot de nationale regering (koning Willem I) tientallen miljoenen guldens te investeren in dijkverbetering en dijkversterking wat meteen ook wegenverbetering inhield (rijksstraatwegen, grintdyken).
Notitie hierboven past niet echt in dit verhaal. Maar de vele overlijdens rond 1825 kunnen met de ramp van toen te maken hebben gehad. Het regeringsbesluit zorgde ook voor nieuwe werkgelegenheid in dijken- en wegenaanleg die tot een andere generatie van arbeiders leidde.
Er is ook nog een voorvader Fokke () Veldstra geweest van wie Fedde Fokkes, geboren rond 1758, een zoon was.
Looplijn:
Fokke (Veldstra) Fedde Fokkes Veldstra (ca.1758-1812) Fokke Feddes Veldstra (ca.1791-1861) Joltje Fokkes Veldstra (1823-1900), trouwt met Pier Jacobs de Jong Klaas Piers de Jong (1853-1930) Elizabeth de Jong (1910-1989), trouwt met Willem Van der Hoek (1906-1961)
VOORFAMILIE SCHOKKER
Door het huwelijk van Fedde Fokkes Veldstra rond 1790 met Grietje Jans Schokker hebben we ook een Schokker-voorfamilie. En dat is best leuk. Ik bedoel dat ik over dat voormalige eilandje in de Zuiderzee (Schokland) altijd al vriendelijke gevoelens had.
Jochem Kroes (CBG 1993, pg. 242) meldt turfgraversfamilie Schokker van Overijsselse afkomst (Wanneperveen). Vanaf 1753 in Haskerland: Haskerhorne, Oudehaske, Nijehaske. Voor en na 1799 ook in Schoterland: St.Johannesga, Rotsterhaule.
Bij de familienaamregistratie van 1811 melden zich zes gezinshoofden Schokker in Friesland: Hendrik Cornelis Schokker te Sint-Johannesga (5 jonge kinderen), getrouwd met Ybeltje Jans. Twee van hun kinderen overlijden kort erna in de zomer van 1813: Albert van 5 (op 6 juni) en Neeltje van 2 (7 juli). Beerent Cornelis Schokker te Rottum (3 jonge kinderen) getrouwd met Annigjen Hendriks Nijemeyer. Ook zij verloren een kind in de zomer van 1813: Hendrik van 5 (9 september). Johannes Geerts Schokker te Oudehaske (zoon Kasper van 4). Jan Klasen Schokker te Blesdijke (2 volwassen kinderen onder wie de nagenoemde Hendrik Jans). Hendrik Jans Schokker te Blesdijke (zoon Remmelt). Zacharias Jans Schokker te Steggerda (geen kinderen).
Voormoeder Grietje Jans Schokker zal een volle nicht zijn geweest van bovengenoemde broers Hendrik en Beerent en misschien ook van Johannes Geerts te Oudehaske. Hendrik en Beerent waren zonen van Cornelis Hendriks Schokker en Grietje is dochter van Jan Hendriks Schokker. Het gaat hier om twee broers, zonen van de veenbaas Hendrik Beernts Schokker die in 1753 van Blauwe Hand naar het Friese Oudehaske trok. Een “Gieterse” voorfamilie dus. Het gebied rond Blauwe Hand, westelijk van Wanneperveen, was rond 1750 waarschijnlijk vrijwel geheel vergraven en onbegaanbaar geworden (Kroes, CBG 1994, pag.145). Na de stormvloeden van 1775/1776 ontstonden hier de grote meren Belter en Beulaker Wiede. Maar onze Schokkers zaten toen dus al in Haskerland.
Hendrik Beernts Schokker Een van de betovergrootvaders van Joltje Veldstra, de grootmoeder van Elizabeth de Jong (1910-1989). Voorvader Hendrik Beernts kocht in 1752 voor de turfgraverij te Oudehaske “het Binnenland en de Leijen van de 33e stelle”. Hij deed dat samen met collega-veenbazen uit de buurt van Wanneperveen: Jacob Jans de Wit uit Zwartsluis, Aat Jans de Wit en Roelof Jans de Wit uit Wanneperveen (broers van Jacob), Willem Gerrits Deutman uit Wanneperveen en Andries Geerts Flobbe, meester-schoenmaker te Zwartsluis.
Dit consortium stond vrijwel aan het begin van de “Gieterse” immigratie naar Oudehaske en Nijehaske. De veengraverij begon aan de Haskerlandse kant van de Veenscheiding en Overspitting. De Gieterse veenbazen gingen fanatiek aan de slag. Al in 1754 werden zeker dertien veenbazen, onder wie Hendrik Beernts Schokker, beboet vanwege ongeoorloofde turfgraverij. De Haskerlandse grietman Johan Vegilin van Claerbergen (1690-1773) legde het probleem van de ontgrondingen in 1755 en 1756 voor aan de Staten van Friesland.
Die machtigden hem om vervening binnen 20 koningsroeden (van 3,91 meter) ter weerszijden van de rijweg te verbieden. Direct in 1756 kon hij via die machtiging drie veenbazen een halt toe roepen en de rest keek daarna wel een beetje uit maar vonden toch dat de grietman niet moest zeuren. Toen Vegilin in 1766 zijn Vertoog over de veengraveryen publiceerde en aan de Staten van Friesland aanbood, reageerden de veenbazen met een Remonstrantie over het regt van vergraving der laage veenen waarin vooral op de economische voordelen werd gewezen. De Remonstrantie werd gezamenlijk uitgegeven door veenbazen uit de vier grietenijen Aengwirden, Schoterland, Haskerland en Weststellingwerf waarbij opvalt dat de verveners van Overijsselse afkomst die wel aan de totstandkoming meewerkten, zich door collega’s van Friese afkomst lieten vertegenwoordigen. Van de ondertekenaars was alleen Jan Tjerks Greveling uit Sint-Johannesga van Gieterse herkomst. Waarschijnlijk vond men het diplomatieker het bij een Fries/Friese kwestie te houden.
“Pas in het begin van de negentiende eeuw kreeg de overheid meer greep op de vervening en de gevolgen daarvan voor het landschap. Bij Koninklijk Besluit in 1819 en een tweede KB in 1822 speciaal voor de Friese veenderij werd de turfgraverij aan vergunningen en belastingen (slikgeld en armengeld) onderworpen. Toen was het grootste deel van het veen in Haskerland al weggegraven. Grote waterplassen waren ontstaan waarvan de meeste in de tweede helft van de negentiende eeuw weer werden drooggelegd. Het Hasker- of Nannewijd, de veenplas ten westen van de kerk en op de grens met Schoterland, bleef echter wel bestaan tot op de dag van vandaag.” (Kroes, CBG 1994, pag.149)
Veenbaas Hendrik Beernts Schokker overleed in 1776. De Remonstrantie maakte hij wel mee, maar de ingrepen daarna kwamen pas veel later. Hij ging in 1752 wonen in een al bestaande (boeren-)woning op de 33ste stelle, Oudehaske huisnummer 13.Volgens het floreencohier van 1768 behoorde hij tot de middelgrote grondbezitters. Er waren toen 39 veenbazen van Overijsselse herkomst aanwezig van wie de meesten (25) niet meer dan 5 hectare land bezaten en drie meer dan 10 hectare. Hendrik Beernts zit bij de elf met 5-10 hectare. Hij werd aangeslagen voor een huurwaarde van 30-36 gulden.
In 1775 wordt Hendrik voor het schoorsteengeld aangeslagen op basis van twee schoorstenen. Dit kan aangeven dat hij zich een nieuwe en tamelijk grote woning had laten bouwen. Van alle veenbazen in dat jaar die voor schoorsteengeld werden aangeslagen, moesten slechts zeven voor meer dan één schoorsteen betalen. In hetzelfde jaar golden slechts vijf van de “Gieterse” veenbazen in Oudehaske als hele hoofden, onder wie Hendrik Beernts Schokker. Relatief gezien kon hij als een vermogend man worden beschouwd.
Jan Hendriks Schokker Minstens twee zonen volgden in de Hasker voetsporen van veenbaas Hendrik Beernts: Cornelis en Jan. Bij Kroes (CBG 1994, pag.171) wordt de indruk gewekt dat Cornelis in 1764 naar Oudehaske trok, in woning nummer 11 ging wonen en in 1768, na het overlijden van Hendrik Beernts, in diens woning nummer 13. De indruk wordt dus gewekt dat Hendrik Beernds in 1752 (hij was toen ouder dan 35 jaar) vrouw en kinderen in Blauwe Hand liet blijven en het Hasker avontuur in zijn eentje aanging. Cornelis had rond 1770 gemengd bedrijf, zoals trouwens vele van de veenbazen: niet alleen turfgraverij maar ook een boerderijtje met koeien. Vaak slechts vijf of minder koeien. In 1775 hebben zeven veenbazen meer dan 5 koeien, onder wie Cornelis Hendriks. Hij heeft er dan zeven. De grootste veenbaas/boer van dat moment (Arend Freerks) heeft tien koeien. NB.: Friesland had juist een periode van veepest achter de rug.
Evenzo wordt betreffende Jan Hendriks Schokker gesteld dat hij in 1765 van Wanneperveen trok naar Nijehaske nummer 129, in 1766 weer terugging naar Overijssel. In 1771 opnieuw Nijehaske, nummer 128, vervolgens nummer 127 in 1775 en Oudehaske nummer 1 in 1779.
Volgens de belastingaanslagen in de speciecohieren (schoorsteengeld, hoofdgeld, vee- en paardenbezit, hoeveelheid akkerland) na 1775 nam Jan Hendriks Schokker de relatieve rijkdom van zijn vader over binnen de Haskerlandse gegevens. Oudere broer Cornelis deed misschien voor hem niet onder maar verhuisde naar Schoterland waar we in 1811 zijn zonen Hendrik (Sint-Johannesga) en Beerent (Rottum) aantreffen.
Voorvader Jan Hendriks Schokker overlijdt 15 mei 1825 (Haskerland), 79 jaar, weduwnaar.
Grietje Jans Schokker Volgens het verhaal hierboven ging voorvader Jan Hendriks rond zijn twintigste z’n vader achterna, van Wanneperveen naar de Haske, maar ging hij na een jaar weer terug naar Overijssel. Daar blijft hij vijf jaar tot hij in 1771 opnieuw in Nijehaske gaat wonen en werken.
In die vijf Overijsselse “tussenjaren” is voormoeder Grietje geboren (ca. 1769). Misschien was de jongeman Jan zo verliefd op een meisje uit Blauwe Hand of omgeving dat hij in de Haske nog niet op zijn plek was, de eerste keer. Hij mocht of ging terug en trouwde de dame. Grietje werd geboren en vervolgens ging Jan met vrouw en dochter opnieuw en nu definitief naar Haskerland.
Andere kinderen uit dit huwelijk wellicht: Jan Jans Schokker (ca.1774-1847, ongehuwd gebleven) en Hendrik Jans Schokker (ca.1781-1847).
Overigens is er nog een zoekprobleem: Fedde Fokkes Veldstra overlijdt 22 mei 1812 (54, gehuwd) en Grietje Jans Schokker 13 september 1827 (58, gehuwd). Grietje kan na het overlijden van Fedde zijn hertrouwd maar ik heb daar geen bericht van gezien. Ik mocht foutjes maken.
Looplijn:
Berend Schokker (ca.1700) Hendrik Beernts Schokker (overleden 1776) Jan Hendriks Schokker (overleden 1825, 79 jaar) Grietje Jans Schokker (overleden 1827, 58 jaar), getrouwd met Fedde Fokkes Veldstra Fokke Feddes Veldstra Joltje Veldstra, getrouwd met Pier de Jong Klaas de Jong Elizabeth de Jong, getrouwd met Willem Van der Hoek
VOORFAMILIE FRANKENA
De moeder van Joltje heette Lijsbert Frankena (Lyske waarschijnlijk, in het Fries). Die moeder was 20 jaar toen ze trouwde (1820, Haskerland) met Fokke Veldstra en het werd een uitgebreid gezin, met vooral dochters. Joltje (1823) was het tweede kind en de tweede dochter. Zie hierboven.
Voormoeder Lijsbert overlijdt 17 december 1871, 71 jaar, weduwe want Fokke tien jaar eerder gestorven.
Ze heette Hanzes Frankena. Vermoedelijk dochter van Hans Meyes Frankena die WE (Willem/Elizabeth-gezin) dan ook als verre voorvader moeten beschouwen. HMF stierf 6 augustus 1816, 57 jaar, mairie Haske. Wanneer dit klopt was hij rond 40 toen Lijsbert werd geboren.
Bij de familienaamregistratie van 1811 blijft Hans Meyes Frankena in gebreke. Kwam vaker voor. Maar we missen dus de melding van de dan rond 11-jarige Lijsbert en moeten het (voorlopig) weer met gissingen doen.
Alle 14 gezinshoofden die zich in 1811 als Frankena laten inschrijven (binnen Friesland) komen uit de zuidwesthoek. Slotermeer en omgeving, Doniawerstal. Het is aannemelijk dat Lijsbert gelieerd is aan deze families of een van deze families (ik wil dit ook wel bestrijden wanneer het moet). Bij de mairie Langeweer (Doniawerstal) meldt zich in 1811 een Lammert Meyes onder de familienaam Frankena. Hij meldt één zoontje, 2 jaar oud, Meije geheten. Misschien was Lammert een behoorlijk jongere broer van Hans Meyes, de vader van Lijsbert. Hans woonde enkele kilometers oostelijker (mairie Haske). Lijsbert Hanzes Frankena (1800-1871) een van onze voormoeders, had minstens een jongere broer (Meye Hanzes Frankena, 1804-1875)en een jongere zus (Jacobje Hanzes Frankena, 1806-1826). Meye trouwt 1832 en overlijdt 1875. Jacobje trouwt 27 mei 1826, met Lykele Sakes Poutsma, maar overlijdt ook in hetzelfde jaar, 28 november 1826, 19 jaar. Meye Frankena kan als oom te Haskerland rol hebben gespeeld voor Lijsbert-nakomelingen (DE JONG-tak). Hij kreeg ook een dochter Joltje (Meyes Frankena) zoals zus Lijsbert. En een zoon Fedde (Vedde geschreven door de ambtenaar). Joltje Meyes Frankena trouwt 1855 met Anne Sipkema. Vedde Meyes Frankena trouwt 7 november 1873 met Atje Van der Hoek (geen voorfamilie) en overlijdt 1915, 80 jaar, vrouw leeft nog. Verder te melden Hans MF (overlijdt 1918, 81 jaar), Grietje MF (overlijdt 1857, 13 jaar), Jan MF (overlijdt 1911, 63 jaar, weduwnaar). Misschien ook dochter Jacobje en zoon Auke. Allerlei Frankena-familie, verwant aan voormoeder Joltje, aanwezig tweede helft 19de eeuw. Ik kan niets zeggen over contacten. Zus Jacobje gaat november 1826 dood, 19 jaar oud, net een halfjaar getrouwd. Lijsbert noemt haar volgende dochter Jacobje. Deze overlijdt 10 maanden oud, 21 december 1828. De dochter erna wordt weer Jacobje genoemd (1831). Deze Jacobje op rijpe leeftijd (1867) getrouwd met Hendrik Greevelink wordt 74.
De Veldstra-, Frankena- en Oenema-voorfamilies hebben veel te maken met oostelijk Doniawerstal boven het Tjeukemeer. Andere voorfamilies, Wiekels en Fleerens, hebben te maken met de zuidelijke oevers van het Tjeukemeer, Delfstrahuizen en omgeving. Zie hierna binnen deze documentatie.
Looplijn:
Meye Frankena Hans Meyes Frankena (ca.1759-1816) Lijsbert Hanzes Frankena, getrouwd met Fokke Feddes Veldstra Joltje Fokkes Veldstra, getrouwd met Pier Jacobs de Jong Klaas Piers de Jong (1853-1930) Elizabeth de Jong, getrouwd met Willem Van der Hoek
HENDRIK DURKS WIEKEL en FOKJE JANS VAN FLEEREN
NB: Wiekel is soms ook Wykel geschreven. De familienaam Van Fleeren werd ook vaak verbasterd. Men heeft het over Fleer of Vleer. Voorvader Jan Andries (Delfstrahuizen) werd door de ambtenaar Mairie Sint-Johannesga, west-Schoterland, als Vleeren ingeschreven. Met notitie van de ambtenaar dat Jan Andries als Fleeren ondertekende. Bij de kinderen en kleinkinderen werd het deels Van Fleeren dan wel van Vleeren. Belangrijk was misschien de “grensrivier” Tjonger tussen Schoterland en de Stellingwerven. In Schoterland van Fleeren, in de Stellingwerven van Vleeren (binnen zelfde familie).
Huwelijk: Hendrik Durks Wiekel (in overlijdensakte als Wykel vermeld) trouwt 26 november 1820 met Fokje Jans Fleeren (later van Fleeren). Fokje is rond 20, Hendrik is rond 40 en voor hem is het misschien een tweede huwelijk.
Overlijden van Hendrik en Fokje: De jongere Fokje overlijdt het eerst, 9 februari 1860, 60 jaar. Hendrik overlijdt 20 juni 1861, 80 jaar.
Kinderen uit dit huwelijk: (geboortedatum is soms aangiftedatum vwb. Schoterland)
Jan Hendriks Wiekel. Waarschijnlijk het eerste kind uit dit huwelijk. Geboren 16 november 1823 (Schoterland). Vernoemd naar de vader van Fokje wat mogelijk aangeeft dat HDW kinderen (waaronder een Durk) uit eerder huwelijk had. Zoontje Jan overlijdt in 1824, slechts 9 maanden oud. Trijntje Hendriks Wiekel, geboren 11 januari 1826. Trouwt 19 november 1848 met Willem Martens de Jong. Overlijdt 20 juli 1868, 41 jaar oud. Moeder Fokje (1860, 60 jaar oud) en HDW (1861, 80 jaar oud) zijn dan ook al overleden. Rintze Hendriks Wiekel, geboren 17 september 1833, overlijdt 8 januari 1915, 81 jaar oud. (???) Durk Hendriks Wiekel, geboren 19 december 1836. (???) Janke Hendriks Wiekel, geboren 22 januari 1840. Overleden 12 januari 1908 (Haskerland). Trouwt 12 november 1864 met de 20 jaar oudere Jurjen Schipper. Grootouders van Elizabeth de Jong (1910-1989). Bontje Hendriks Wiekel (geboren 26 maart 1842), trouwt 7 november 1880 met Gerrit Sakes Bos (diens tweede huwelijk) die verre afstammeling is van Jacob Annes (Nieuweschoot, geboren rond 1625). (???)
Hendrik is rond 60 wanneer de twee jongste dochters worden geboren.
Beroep van Hendrik: Bekend als schoenmaker te Oudehorne, Schoterland. Misschien beoefende hij dit ambacht eerder in Oosterzee of Delfstrahuizen uit waar hij met Fokje trouwt. Volgens een bericht was het dorp Oosterzee, naast Delfstrahuizen gelegen, destijds zelfs drie schoenmakers rijk. In het veen liep men niet op blote voeten.
Eerder huwelijk van Hendrik? Hendrik was rond 40 toen hij met de 20 jaar jongere Fokje trouwde en vervolgens nog zes kinderen kreeg. Mogelijk was hij weduwnaar geworden en had hij uit eerder huwelijk de volgende drie kinderen: Durk Hendriks Wykel, geboren 1804 (overleden 1879, 74 jaar, weduwnaar, Schoterland) Hans Hendriks Wykel, geboren 1806 (overleden 1846, 39 jaar, gehuwd, Schoterland) Maike Hendriks Wykel, geboren 1810 (overleden 1881, 71 jaar, gehuwd, Schoterland).
VOORFAMILIE WIEKEL (OF WYKEL)
Hendrik Durks Wiekel werd ca. 1781 geboren, als zoon van een Durk. In de 1811-familienaamregistratie (Friesland) komen geen herkenbare namen voor. Hier zou dus verder gezocht kunnen worden, bijvoorbeeld via de overlijdensakte betreffende Hendrik (1861, Schoterland).
Over voorfamilie Wiekel gaat de informatie voorlopig nog niet tot voor 1820 duidelijk terug. De familienaam kan naar een “oervader” Wykle verwijzen. Je kunt ook aan het dorpje Wiekel in het Friese Gaasterland denken, slechts enkele kilometers van Oosterzee/Delfstrahuizen verwijderd. Maar je zou als familienaam dan eerder van Wiekel verwachten (van Wykel, van Wyckel etc.). Zulke familienamen komen ook voor, zij het sporadisch. Het dorpje dankt zijn naam trouwens aan een Wykle die daar grondbezitter moet zijn geweest in een middeleeuwse periode.
Hier houd ik het nu even bij.
VOORFAMILIE FLEEREN (van Fleeren, van Vleeren)
Voormoeder Fokje Jans van Fleeren is dochter van Jan Andries (Delfstrahuizen) die in 1811 door de ambtenaar onder de familienaam ‘Vleeren’ wordt ingeschreven, maar met ‘Fleeren’ ondertekent. Bij zijn overlijden in 1828 wordt hij als ‘van Fleeren’ te boek gesteld.
PRIVATE Fleeren- of Vleerennaam 1811: Ambtenaar schreef Vleeren, Jan Andries tekende met Fleeren. Eventjes later werd het Van Fleeren. Een plaatsnaam- of gebiedsnaam-aanduiding. Jan Andries had met Fleeren gelijk. Maar de ambtenaar wist dat je voor het friese Flearen in het Hollands Vleeren moest schrijven. Als kinderen van Jan Andries naar Weststellingwerf verhuizen wordt de familienaam ook (on-Fries) van Vleeren. FLEAR (Nederlands: vledder, vleer, vlier). Allerlei gebieden van drassig land met bossage konden als Yn 'e Flearen worden genoemd. De vlierboom gaf er de naam aan of kreeg er de naam van, zegt men. Overigens is de Jan Andries uit Delfstrahuizen de enige die in 1811 bij de familienaam-registratie in heel Friesland (voorzover de registratie geldt) met deze achternaam kwam aanzetten. Dat hij mogelijk van ‘Gieterse’ herkomst (Vledderveen) is, valt niet uit te sluiten. In het watergebied rond de Boorne-rivier boven Terwispel was ook een Fleeren-gebied en omdat Jan Andries in 1811 hardnekkig de “f” gebruikt (Fries) kan het zijn dat de affiniteit meer in noordelijke richting ging.
Er is een voorvader Andries (Fleeren) die misschien ook (turf-)schipper of zo was, mogelijke reden waarom hij zich in Delfstrahuizen aan het Tjeukemeer vestigde. Zijn zoon Jan Andries (van) Fleeren te Delfstrahuizen meldt zich in 1811 bij de mairie Sint-Johannesga (tot 1934 west-Schoterland) voor de burgerlijke stand aan met 6 kinderen:
- Albertje (13 jaar)
- Fokjen (10 jaar)
- Jantje (8)
- Andriesje (5)
- Andries (2)
- Jan (3 dagen oud).
Een tamelijk jong gezin dus. Na 1811 komen er nog twee kinderen: Marrigje en Bonne Jans van Fleeren.
De naam van onze voormoeder, de moeder van Fokjen, zal ooit weleens opduiken uit de archieven. Ik kan nu dus niet berichten of deze voormoeder nog in leven is wanneer voorvader JAN ANDRIES op 27 september 1828 overlijdt, 63 jaar.
Kinderen van JAN ANDRIES FLEEREN uit Delfstrahuizen
JAN ANDRIES overlijdt 27 september 1828, 63 jaar. Hij is in 1765 geboren, rond z'n dertigste getrouwd. Het rijtje hierboven laat zien dat het gezin met vier dochters begon: Albertje, Fokje, Jantje en Andriesje.
Albertje overlijdt 30 oktober 1824, 26 jaar, (waarschijnlijk) ongehuwd. Vader Jan is dan 59 Tweede dochter Fokje Jans van Fleeren is in november 1820 getrouwd, rond haar 20ste en met de rond 20 jaar oudere schoenmaker Hendrik Durks Wiekel. Vader Jan maakt het mee dat hij een naar hem vernoemde kleinzoon krijgt (1823). Maar ook dat de baby slechts 9 maanden oud wordt (juli 1824). Met het overlijden van oudste dochter Albertje in hetzelfde jaar brengt 1824 dus nogal wat droefheid. In januari 1826 krijgt Fokje een tweede kind, Trijntje. Die is bijna 3 jaar wanneer opa Jan in september 1828 overlijdt. In hoever Fokje zich heeft ingespannen voor haar jongere broers en zussen kunnen we slechts gissen. Haar eigen kindertal bleef voorlopig beperkt tot Trijntje. Pas in 1833 komt verdere uitbreiding: Rintze (1833), Durk (1836), Janke (1840) en Bontje (1842). Het kan zijn dat die in Oudehorne werden geboren. Derde dochter Jantje is 2 jaar jonger dan Fokje. Zij overleeft haar zus en overlijdt 9 oktober 1873, 69 jaar, weduwe. Vierde dochter Andriesje is 5 jaar jonger dan Fokje. Misschien dacht vader Jan ‘ik krijg alleen maar dochters’ en vernoemde hij deze dan maar naar zijn vader. Voorbarig weten we achteraf, want na Andriesje volgen zoons. Andriesje is van 1806 en 22 wanneer vader Jan overlijdt. Voorlopig houd ik het erop dat ze ongehuwd is gebleven. Ze overlijdt 10 oktober 1860, 54 jaar (Weststellingwerf). Acht maanden na zus Fokje die zoals hierboven gemeld op 9 februari 1860 stierf, 60 jaar (Schoterland). Vijfde kind maar oudste zoon is Andries Jans van Fleeren. Andries is pas 18 jaar oud wanneer vader Jan overlijdt. Hij doet de overstap over de Tjonger-rivier van Schoterland naar Weststellingwerf. Daar trouwt hij 7 november 1838 met Trijntje Meines Bos. Voor wie de streek kent: tot rond 1846 wonen ze in het dorpje Oldetrijne, daarna een stukje verder langs de dijk, in Oldelamer. Andries en Trijntje Bos stichten, zoals zus Fokje aan de overkant van de Tjonger, een tamelijk kinderrijk gezin: Jacobje (1839), Jan Andries (1841), Pietje (dochter van 1844), in Oldelamer een dochter Jeltje (1848, overlijdt 1 jaar oud), nog een dochter Jeltje (1850) en een zoon Meine (1853). In Weststellingwerf verandert de familienaam in van Vleeren. Zesde kind en tweede zoon is Jan. Pas 3 dagen oud wanneer vader Jan zich in het familienaamregister van de mairie Sint-Johannesga laat inschrijven. Misschien was de geboorte wel de oorzaak dat Jan zich in dat register liet inschrijven. Voor de geboorte-aangifte moest hij toch bij de mairie zijn. Jan Jans is rond 16 wanneer vader Jan overlijdt. We vinden hem later ook terug in Weststellingwerfse archieven: overleden 1 januari 1888, 76 jaar, weduwnaar. Dochter Marrigjen is ca. 1815 geboren en rond 13 als vader Jan overlijdt. Ze wordt 79 (sterfdatum 11 januari 1894, Weststellingwerf). Jongste zoon Bonne wordt 1817 geboren en overlijdt 1 juni 1882, 65 jaar, gehuwd.
Voormoeder Fokje Jans van Fleeren (1800-1860) was in 1828 als enige van het gezin getrouwd en had nog allerlei jongere zusjes en broers. Misschien was hun moeder ook al overleden en is Fokje na het overlijden van vader Jan als oudste zus verzorgend ingesprongen.
Opgemerkt moet worden dat haar dochter Janke (Wiekel) 20 jaar is wanneer Fokje, 60 jaar, overlijdt en 21 wanneer vader Hendrik Wiekel in het volgende jaar, op 80-jarige leeftijd, overlijdt. En dat Janke niet in Schoterland trouwt, maar in Weststellingwerf.
Het kan dus zijn dat de jonge en plots verweesde Janke bij de familie van moeder Fokje onderdak kreeg. In Oldelamer. Dat verklaart dan waarom haar huwelijk in 1864 met Jurjen Schipper niet in Schoterland werd geregistreerd waar ze met haar ouders had gewoond (Oudehorne), maar in Weststellingwerf. Het meisje was daar door de familie van haar moeder opgevangen. Men trouwt (meestal, voor de burgerlijke stand) in de gemeente waar de bruid staat ingeschreven.
ANNE PIETERS SCHIPPER en TRIJNTJE HENDRIKS KIELSTRA NB: Elizabeth de Jong (1910-1989) had van moederskant een grootvader die Jurjen Schipper heette. Haar moeder noemde zich Fokje Schippers, met een ‘s’ aan het eind. Kielstra werd aanvankelijk soms ook als Kylstra, Kijlstra of Kilstra geschreven.
1811 Familienaamregistratie: Bij mairie Noordwolde (Weststellingwerf) laat Anne Pieters Schipper uit Steggerda zich registreren. Hij heeft dan een zoontje van 3 maanden, Pieter. 11 december 1819 (Weststellingwerf) geboren: Renske Schipper, dochter van Anne Pieters Schipper en Trijntje Hendriks Kylstra. 4 september 1822 (Weststellingwerf) geboren: Jurjen Schipper, zoon van dezelfden.
Trijntje Hendriks Kielstra overlijdt 15 januari 1864, 77 jaar, gehuwd. Namen ouders niet bekend, vermeldt de akte, hoewel je toch zou zeggen dat ene Hendrik Kylstra of Kielstra haar vader moet zijn geweest. Anne Pieters Schipper overlijdt 1 juli 1867, 90 jaar, weduwnaar.
Huwelijk: Uit de sterfdata en leeftijden is af te leiden dat Anne en Trijntje tien jaar verschilden. Hij is circa 1777 geboren, zij ca. 1787. Ze zullen in 1810 getrouwd zijn, Trijntje was 22, Anne 32. Het kan zijn dat Anne in zijn jongere jaren ook een varend bestaan had.
Kinderen uit dit huwelijk: Misschien waren er meer dan de drie hierboven al genoemd. Trijntje is 34 wanneer Jurjen wordt geboren, Anne 44. Was hij schipper dan kan het zijn dat de geboorteaangiftes van enkele van hun kinderen elders plaats vonden (vergelijk Wolter Freerks Van der Hoek en zijn kinderen). Maar dit dan buiten het zuidoost-Friese gebied.
Pieter Annes Schipper. Oudste zoon. Vernoemd naar de vader van Anne. Eind 1811 (Steggerda) drie maanden oud. Ik neem aan dat hij de Pieter Annes Schipper was die 26 september 1839 (Weststellingwerf) trouwde met Grietje Hoek. Misschien naar buiten Friesland verhuisd want hun namen komen verder in onze documentatie (nog) niet voor. Hendrik Annes Schipper (???). Mogelijk tweede zoon, vernoemd naar vader van Trijntje. Geen geboorteakte in archief. Trouwt 9 mei 1845 met Jacobje Hulstra. Ook geen overlijdensakte. Wel van Jacobje: overleden 1 april 1869, 64 jaar, gehuwd (Weststellingwerf). Wellicht kinderen. Renske Schipper. Geboren 11 december 1819 (Weststellingwerf). Vernoemd waarschijnlijk naar Kielstra-familie. Nog geen verdere gegevens. Jurjen Schipper. Wellicht de jongste zoon. Geboren 4 september 1822 (Weststellingwerf). Geen eerder huwelijk bekend voordat hij 12 november 1864, bijna 44 jaar oud, trouwt met Janke Hendriks Wiekel (24 jaar). Wordt daarmee alsnog grootvader van Elizabeth de Jong (1910-1989).
Overlijdens van Anne en Trijntje: Zoals hierboven al gemeld overlijdt Trijntje 15 januari 1864, 77 jaar oud. En Anne drie jaar later, 1 juli 1867, 90 jaar oud. Trijntje maakte het huwelijk van haar 43-jarige zoon Jurjen met Janke Wiekel dus niet meer mee (september 1864). Ook de ouders van Janke Wiekel waren overleden (Fokje in 1860, 60 jaar oud; Hendrik in 1861, 80 jaar oud). Alleen Anne, Jurjens vader, 87 tijdens de trouwpartij, kon het huwelijk nog “goedkeuren”en meemaken.
Voorfamilies
Via Anne Schipper als een van de voorvaders en Trijntje Kielstra als een van de voormoeders hebben we ook met voorfamilies te maken die aan deze twee personen vooraf gingen, voor 1800 of 1750.
Er is (nog) niet te veel documentatie. Het navolgende is een probeersel. VOORFAMILIE SCHIPPER(S)
Elizabeth de Jong (1910-1989) heeft haar grootvader Jurjen Schipper niet persoonlijk gekend want hij overleed in 1908. Ze wist wel goed te vertellen dat hij een “Ommenaar” was. Een “kromprater”. Het Stellingwerfse herkomstdorp Steggerda ligt weliswaar in Friesland, maar in het niet-Fries sprekende gedeelte, beneden de Tjonger.
“Ommenaar” (naar Ommen aan de Overijsselse Vecht) kan verwijzen naar de Gieterse immigranten die na 1750 bij vele honderden zich in Haskerland, Aengwirden, Schoterland en Lemsterland vestigden om de kunst van het turfbaggeren uit te baten. De Schoterlandse Compagnons etc. hadden zich oostelijk van Heerenveen met de afgraving van het hoogveen bezig gehouden, de mensen van rond Giethoorn konden zich op het veen beneden de waterspiegel storten. In de omgeving rond Giethoorn, in de kop van Overijssel, hadden hun voorfamilies daar grote ervaring mee opgedaan en ook voor uitgebreide plassen gezocht (de wyden).
De Gietersen staken over naar Friesland om hetzelfde te doen. Dat leverde ook uitgebreide plassen op tot de politiek hier een stokje voor stak en na de watersnood van winter 1825. De veenbazen dienden het gebied “droog” op te leveren. Het ontstaan van de veenpolders.
Bij de turfgraverij was een heleboel scheepvaart nodig en dit hield in dat met de verveners ook het aantal schippers sterk groeide. Omdat de “Gietersen” weinig met patroniemen werkten en veel vaker met bijnamen of ambachtsnamen als achternamen voor personen, werd zo ook de achternaam Schipper geimporteerd voordat de Franse bezetter een systeem van vaste achternamen gelastte (familienamenregister van 1811).
Anne Pieters Schipper uit Steggerda liet zich in 1811 als Schipper registreren. Dat zijn kleindochter als Schippers in de akten kwam laat zich verklaren: haar leek het een patroniem (in het Friese Schoterland).
Ook in 1811 meldt zich een Hendrik Pieters Schipper (nog geen kinderen) uit Steggerda. Hij kan een broer van Anne zijn geweest. De verdere voorvader is dan een Pieter ….. Schipper (tweede helft 18de eeuw).
Via de “Gieterse immigratie” (Ommenaars) kwamen Schipper(s)-families binnen vanuit de Stellingwerven en Overijssel. Kroes (CBG, 1993, pg. 242) noemt een aantal van die families: “Afkomstig uit Giethoorn (vóór 1777), Muggenbeet en Nederland (vóór 1801); vóór en na 1771 in Schoterland (Sint Johannesga)…” enzovoort.
Rond de Linde-rivier (Steggerda)
Wanneer het systeem van burgerlijke stand registratie ontstaat (1811) woont onze Schipper-voorfamilie in Weststellingwerf, mairie Noordwolde. De plaatsnaam Steggerda wordt steeds specifiek genoemd. Steggerda ligt aan de zuidkant van de Linde-rivier en was in het verre verleden toen de reis over land naar Leeuwarden en Groningen meestal langs de drogere oostelijke zandgronden moest gaan (Schoten, Opsterland) een “belangrijk” knoopunt van land- en vaarwegen.
Steggerda dankt zijn naam aan een “stegge” of provisorische brug over de Linde. Misschien een schipbrug. Het is niet vreemd dat zich hier families van schippers en scheepsbouwers, hoe gering in aantal ook, concentreerden. Zeker toen de vervening in dit gebied grotere vormen aannam. De afvoer van turf en bagger kon nauwelijks anders dan per schip, in die tijd. Verderop in Friesland (Lemsterland, Schoterland, Haskerland, Aengwirden, Opsterland en het gebied rond Drachten (Smallingerland)) ging dit na 1750 eens te meer gelden.
“Onze” Schipper-voorfamilie komt kennelijk uit Steggerda of heeft zich daar in de 18de eeuw gevestigd.
Welke Schipper(s) voor of rond Anne Pieters?
Er kan beter archievenonderzoek worden gedaan, dat is wel zeker. Op basis van voorlopige gegevens valt een beetje te speculeren. Op grond van zijn patroniem mogen we bij voorvader Anne een vader aannemen die Pieter (Schipper) heette.
In 1811 (familienaamregistratie) wordt deze “stamvader” Pieter niet meer vermeld. Anne Pieters (1777-1867) is dan rond 35 jaar en heeft alleen nog maar het zoontje Pieter van 3 maanden oud. Jurjen wordt pas in 1822 geboren.
In 1811 melden zich in de omgeving de volgende gezinshoofden met Schipper-achternaam aan: Anne Pieters Schipper (onze voorvader, 1777-1867) met zoontje Pieter van 3 maanden (Steggerda). Hendrik Pieters Schipper. Geen kinderen. Beroep schipper. Op grond van patroniem: mogelijk broer van voorvader Anne. Een jongere broer wellicht. Was hij de Hendrik Pieters Schipper die 17 december 1823 trouwde met Jantje Klazen Bestevaar (Weststellingwerf)? Doodgeboren kind 15 oktober 1826, maar andere kinderen zijn mogelijk. Jantje Bestevaar overleed (Wwerf) 24 januari 1870, 67 jaar, weduwe. Hendrik zou voor 1870 overleden kunnen zijn. In Wwerf allerlei geboren Hendriks Schippers maar mij is nog onbekend of deze uit dit huwelijk voorkwamen. En of Hendrik wel een broer van Anne was. Auke Annes Schipper. Wonend te Vinkega (dorpje naast Steggerda). Hij meldt zoon Dirk (38) te Steggerda en zoon Hendrik (34) te Vinkega. Auke Annes overlijdt 15 maart 1818, 74 jaar oud, gehuwd. Rond 1744 geboren. Mogelijk broer van onze (bedachte) voorvoorvader PIETER die dan ook Pieter Annes Schipper geheten kan hebben en zijn oudste zoon (1777-1867) naar vader Anne vernoemde Dirk Aukes Schipper. Dat is de Dirk (38) te Steggerda bij Auke genoemd. Dirk meldt geen kinderen. Harm Jans Schipper. Wonend te Noordwolde (Zandhuizen). Reeds hoogbejaard. Hij meldt de kinderen: Jan (48, Nijeholtpade), Jakob (43, Elsloo), Geesje (42, Oosterwolde), Pieter (40, Haule), Trijntje (38, Jubbega), Jan (35, Noordwolde), Willem (33, Ter Idzard), Elias (28, Vinkega). Het kinderrijtje geeft een mooi beeld van de uitwaaiering van een gezin in de zuidoostelijke veengebieden van Friesland. Twee zonen Jan worden gemeld maar dit klopt waarschijnlijk niet, want de oudste is in 1811 nog zeker in leven (de tweede Jan kan een dochter zijn geweest). De zonen Jan (Nijeholtpade), Jacob (Zuidhorn onder Elslo), Pieter (Haule), Willem (Ter Idzerd) en Elias (Vinkega) doen zelf als gezinshoofd ook achternaamregistratie. Elias Harms Schipper. Wonend te Vinkega, jongste zoon van bovengenoemd Harm Jans, meldt in 1811 twee kinderen: Harm van 3 en Hiltje van 1.
Mogelijk voorvader Pieter Annes Schipper, vader van Anne Pieters Schipper (1777-1867). Geboren rond 1740 of 1745? Auke Annes Schipper, zie hierboven, kan broer van hem zijn geweest. Grietjen Annes Schipper een zus, overleden 19 april 1829, 89 jaar, weduwe (1740-1829). Geeft een nog verdere voorvader Anne, rond 1700 of vlak erna geboren. Speculaties.
VOORFAMILIE KIELSTRA
Door haar huwelijk met Anne Schipper en de geboorte van hun zoon Jurjen in 1822 brengt Trijntje Hendriks (1787-1864) Kielstra-bloed in onze voorfamilie. Net zoals Anne is ze uit Steggerda afkomstig.
Had de Kielstra-familie ook met de schipperij te maken? Het zou best kunnen. De achternaam bestond al vóór de familienaamregistratie van 1811 maar of “kiel” iets met schip te maken heeft (scheepskiel) dat weet ik niet. Wel is het een –stra naam. Dat betekent dat niet naar de naam van een persoon wordt terugverwezen maar naar iets aardrijkskundigs of bouwkundigs (Damstra, Dijkstra, Draaistra, Kerkstra, Kooistra, Stelpstra, Zijlstra). Misschien waren het oorspronkelijk wel scheeps-bouwers. Want die had je ook erg nodig in die tijd.
Bij de familienaamregistratie van 1811 melden zich in Friesland 8 Kylstra’s allen uit Drachten of directe omgeving, 3 Kielstra’s eveneens Drachten en omgeving en 1 Kilstra te Steggerda. Die in Drachten zijn grotendeels familie van elkaar en het verschil in schrijfwijze van de achternaam lijkt een aangeeffout te zijn geweest. In Zuiderdrachten heb je op huisnummer 125 Renze Liebbes Kylstra die als Kielstra wordt genoemd bij de afzonderlijke aangiften van zijn zonen Libbe Renzes Kylstra van huisnummer Zuiderdrachten 100 en Lowijs Renzes Kylstra van huisnummer Zuiderdrachten 155. Op Zuiderdrachten 123 woont een Oeble Rinzes Kielstra. Op Noorderdrachten 378 een Egbert Rinses Kielstra en op Noorderdrachten 184 een Hendrik Klases Kylstra. Laatstgenoemde heeft het patroniem Klases en vertegenwoordigt dus een andere familie of familietak. Noordwestelijk van Noorderdrachten liggen de buurdorpen Nijega (op huisnummer Nijega 3 woont Klaas Reinders Kylstra) en Oudega (op huisnummer Oudega 73 woont diens zoon Reinder Klazes Kylstra). Nog iets noordelijker in het ontginningsgebied Twijzel wonen tenslotte Durk Harmens Kylstra en Bauke Harmens Kielstra.
Deze Kylstra/Kielstra-uitweiding geeft aan dat de schrijfwijze van de achternaam aanvankelijk tussen directe verwanten heel verschillend kon zijn. Dat de achternaam ook in 1811 al behoorlijk uniek was en je bijna doet zoeken naar een plek of scheepswerf langs de vaart die Zuiderdrachten en Noorderdrachten van elkaar scheidde en die “de kiel” werd genoemd.
In het uiterste zuiden van Friesland, rond 40 kilometer bij Drachten vandaan, is er een Jelke Hendriks, wonend te Steggerda, die zich bij de mairie Noordwolde laat inschrijven: Kilstra wordt door de ambtenaar ingeschreven. Jelke is ongehuwd, meldt in ieder geval geen kinderen te hebben op dat moment. Hij overlijdt als Jelke Hendriks Kijlstra (volgens de akten) op 21 april 1847, 54 jaar, gehuwd (Weststellingwerf). Ca. 1793 geboren dus en pas 18 jaar in 1811 toen hij zich als zelfstandig wonende te Steggerda liet registreren. Lid van de Drachtster Kylstra-familie en als schipper of schippersmaat in Steggerda aanbeland?
En we hebben dus onze voormoeder, ook te Steggerda, Trijntje Hendriks Kylstra (later Kielstra), zes jaar ouder dan Jelke, in 1810 getrouwd met Anne Schipper (16 jaar ouder dan Jelke). Stel je voor dat Trijntje haar jongere broer “bemoederde”. Misschien was Anne Schipper varend schipper en begon Jelke bij zijn zwager als maat.Dit zijn speculaties zolang we niet beter archiefonderzoek hebben gedaan. Waren Trijntje en Jelke uitgewaaierde leden van de Kielstra-families rond Drachten. Waaierden ze zelf uit of deed vader Hendrik (zie het patroniem) dat al. Of is er geen enkel verband. Via Jelke enkele verdere Stellingwerfse takken. Via Trijntje de Schippertak: zoon Jurjen, kleindochter Fokje Schippers, achterkleindochter Elizabeth de Jong. Wie kwam met de voornaam Jurjen?
JAN WOLTERS VAN DER HOEK en HILTJE JANS LUKKES
NB: Wolters ook als Wouters in akten vermeld.
In geboorte-akte nr. 38, aangiftedatum 8 april 1835, gemeente Haskerland wordt de geboorte gemeld van Jan, zoon van - zoals de ambtenaar schrijft - Wouter Freerks Van der Hoek en Grietje Bonnes Bouma. We zien geen speciale aantekening zoals bij de geboorte drie jaar eerder van zoon Freerk in Utingeradeel: vader is schipper afkomstig uit Benedenknijpe. Maar Utingeradeel (Akkrum) was destijds een belangrijk knooppunt van vaarwegen en de aangifte van een pasgeboren kind door een voorbijkomende schipper was daar heel gebruikelijk. En de ambtenaren waren eraan gewend de speciale aantekening te maken. Bij Jans geboorte zijn er drie andere kinderen in het gezin: dochter Hendrikje van ongeveer 10 en de zonen Bonne (7) en genoemde Freerk (3). In 1841 wordt nog een broertje Joldert ingeschreven (gemeente Aengwirden).
De geboortedag van Hiltje Jans Lukkes is 29 februari 1840, schrikkeldag. Aangifte op 2 maart 1840 (Schoterland) en Ryksargyf meldt ook 2 maart als geboortedag maar ik denk dat dit een vergissing is geweest van de tikkamer. Hiltje is het oudste kind uit het huwelijk tussen Jan Johannes Lukkes en Bonjé Dirks Woudstra die 19 mei 1838 zijn getrouwd (Schoterland). Na haar worden nog twee jongetjes geboren uit dit huwelijk: Durk in 1842 en Johannes in 1845. Durk overlijdt 14 december 1860, 18 jaar oud. Johannes 1 juli 1848, 3 jaar oud.
Huwelijk: Jan Van der Hoek en Hiltje Lukkes trouwen 2 juni 1861 (Schoterland). Jan is 26, Hiltje 21. In welk dorp het huwelijksfeest werd gevierd is (nog) niet met zekerheid te zeggen. Een Lukkes-familie woonde in de Mairie Knijpe en mijn vermoeden is dat Hiltje van die familie afstamde. Maar die mairie omvatte ook Nieuweschoot en Brongerga en dergelijke dorpen. In “het familieverhaal” werd tot dusver Brongerga hardnekkig genoemd als woonplaats van Jan en Hiltje. Er is nog een complicatie: Jans vader was al overleden (schipper Wolter in 1849) en het is (nog) niet vastgesteld wanneer de vader van Hiltje overleed, Jan Johannes Lukkes. Zijn overlijdens-akte ontbreekt in de archieven. Was hij in 1861 overleden?
Familiesituatie:
- Van der Hoek-kant (en Boumannen)
Geen opa’s, geen oma’s aanwezig, ook vader Wolter niet: Opa Freerk Tammes Van der Hoek is 1841 overleden (90 jaar oud) toen Jan zes was. Vader Wolter Freerks overleed 1849 (54 jaar, de schipper) toen Jan veertien was. Oma Hendrikjen Wolters overleed oktober 1822 (58 jaar oud) en oma Lamkjen Jelles Bakker februari 1822 (42 jaar). Opa Bonne Jans Bouma (Bouwman of Bouman) is augustus 1852 overleden. Na het overlijden van Lamkjen begon hij een tweede huwelijk met Marijke (Uilkes) de Vries. Misschien was deze “stief-oma” uit Oudehorne wel bij het huwelijk aanwezig. Jan heeft zijn “echte” oma’s nooit gekend. Die overleden beide in 1822 toen Jan (1835) nog geboren moest worden. Toen haar vader hertrouwde was moeder Grietje als sinds vier jaar met Wolter Freerks Van der Hoek getrouwd. Bonnes tweede vrouw was niet veel ouder dan zijn oudste dochter. We weten niet hoe het contact was tussen Grietje en Marijke die in de periode dat Grietje zelf moeder van diverse kinderen werd, zelf ook vijf kinderen (allen dochters, half-zusjes van Grietje dus technisch gesproken) in de wieg kon leggen. Misschien waren de contacten goed, al had Grietje als echtgenote van schipper Wolter Van der Hoek misschien weinig gelegenheid om naar Oudehorne te reizen. Het kan ook zijn dat haar kinderen regelmatig bij opa Bonne en beppe Marijke in Oudehorne te logeren werden gebracht. Was het laatste het geval dan zal Jan deze oma redelijk goed gekend hebben en ook de jonge “tantes” die allemaal rond even oud waren als hij.
Boumannen-kant Van de kant van moeder Grietje kan de half-oma Marijke bij het huwelijk van Jan en Hiltje aanwezig zijn geweest. Familieleden via de broers van Grietje, de ooms Jelle, Jan en Roel, en de jongere zus van Grietje die Lamkje heette. Bonne Jans Bouma heeft een moeder die Lamkje heet, heeft een vrouw die Lamkje heet en noemt zijn tweede dochter ook Lamkje. En familieleden van de halfzussen van moeder Grietje. Van wie er in 1861 drie in leven zijn (twee Aukjes overleden) en inmiddels zelf al getrouwd: Marijke, Martje en Uiltje. Alledrie van de leeftijd van Jan.
Van der Hoeken-kant Van de kant van vader Wolter (1849 overleden) kunnen slechts weinig directe verwanten aanwezig zijn. Jans jongste broer, Jaldert, overleed 1857, 16 jaar. In leven zijn zus Hendrikje (36 jaar, ongehuwd) en broers Bonne (33) en Freerk (29), beide ongehuwd. Geen zwagers of schoonzussen, neven of nichten. Van de broers en zussen van vader Wolter is alleen Grietje Freerks nog in leven. Tante Grietje is ruim 60, vrijwel evenoud als moeder Grietje. In 1861 is ze weduwe en uit haar huwelijk met Kerst Libbes de Vries werd wel een kind geboren (Libbe de Vries, 1836) of misschien nog een kind of wat, maar die zijn in 1861 ook niet meer in leven. Tante Grietje kan bij het huwelijk aanwezig zijn geweest. Misschien was er nog een vijfde “echte” Van der Hoek: Afke. Dochter van tante Joukje Freerks Van der Hoek (1832 overleden). Afke is kind uit een tweede huwelijk van tante Joukje. Was 1 of 2 jaar toen Joukje overleed en rond 6 toen haar vader (Arend Krom) stierf. Die was inmiddels nog hertrouwd en Afke had dus een stiefmoeder maar hoe dat verder ging in haar jeugd is nog onbekend. Wanneer neef Jan in 1861 trouwt is Afke hoogstwaarschijnlijk aanwezig. Dertig en ongehuwd. Tien jaar later (13 mei 1871) zal ze trouwen met Jans broer, Freerk, die tot dan ook ongehuwd was gebleven. Huwelijk bleef kinderloos. Conclusie van dit verhaal: de Van der Hoeken-kant was zwaar onderbemand/bevrouwd in 1861. Alleen door dit huwelijk tussen Jan en Hiltje kreeg de Van der Hoeken-lijn ook een werkelijke voortzetting voor jaren erna.
Lukkes-kant (en Woudstra’s)
Hiltje Jans Lukkes is dochter van Jan Johannes Lukkes en Bonjé Dirks Woudstra. Moeder Bonjé zal bij het huwelijk tussen Jan Van der Hoek en Hiltje Lukkes aanwezig zijn geweest. Hiltje (21) heeft op dat moment geen broers meer en zusjes ook niet. De vraag is zelfs of vader Jan Lukkes in 1861 nog in leven was. Er is geen overlijdens-akte betreffende hem gevonden. Wanneer Bonjé i n 1876 overlijdt (62 jaar oud) is ze weduwe. Het kan zijn dat van de kant van Hiltje in 1861 ook geen vader meer aanwezig was, zoals bij Jan. De opa’s en oma’s van Hiltje zijn dan ook overleden. Misschien was van haar kant enkel moeder Bonjé nog in leven. En was er van Lukkes-kant verder ook nauwelijks directe familie over. Dit kan nog worden nageplozen. Aan Woudstra-kant bestaan ook nog onduidelijkheden. Vermoedelijk was Bonjé dochter van Durk Eeelkes die zich in 1811 bij de mairie Sint-Johannesga (westelijk deel van Schoterland) als Woudstra of Woutstra laat inschrijven met een rijtje nog jonge kinderen. Verhuizingen: Waar Jan en Hiltje per 1861 gingen wonen valt (nog) niet uit documenten te achterhalen. Brongerga is gezegd. Zelfs met een preciese plekaanduiding: aan de laan achter het kerkhofje met klokkentoren. Hoe die laan er nu uitziet weet ik niet. En of de aanduiding klopt kunnen we ook niet zeggen bij gebrek aan verder bewijs. Wel is bekend dat het gezin voor 1875 was verhuisd naar een woning aan de grintdyk in Oranjewoud waar zoon Bonne (januari 1875) werd geboren. Vrij kort erna werd opnieuw verhuisd. Nu naar een woning aan de Schans (Terband) in wat nu noord-Heerenveen is (destijds Aengwirden). Daar zijn Hiltje en Jan veertig tot vijftig jaar later ook overleden.
Beroep van de vader: Jan werd geen schipper zoals zijn vader. Indruk is dat hij losse arbeid verrichtte. Soort freelancer dus die per seizoen of gelegenheid afspraken maakte met mogelijke werkgevers. Dit kan voor veenbedrijven, boerenbedrijven of in overheidsdiensten werkende bedrijven zijn geweest. Het losse materiaal dat we hebben is dat hij van plek naar plek verhuisde. Misschien meehielp aan de wegenaanleg en spoor- en tramrailsbouw. Ik weet het niet precies. Jan stuurde zijn zonen Wouter en Bonne wel weg van Heerenveen. Wouter kwam ook (?) in het spoorwegwezen terecht. Bonne werd kleermaker om heel bijzondere redenen. Jan was waarschijnlijk los-arbeider. Hij werd 92 jaar oud (1927) en liep toen zo krom als een kromme spijker. Zei mijn moeder Elizabeth de Jong die aantrouwde in de familie en Jan persoonlijk misschien helemaal niet heeft gekend. Ze was 17 toen Jan overleed en had met diens kleinzoon Willem Van der Hoek nog geen of nauwelijks een relatie. Woonde ook niet in de buurt.
Overlijden van Jan en Hiltje: Jan wordt 92, Hiltje 75. Het huwelijk van 1861 duurt tot en met augustus 1915 wanneer Hiltje te Terband overlijdt. Jan sterft 1927 ook in Terband (Aengwirden).
Kinderen uit het huwelijk: Uit het huwelijk werden vijf kinderen geboren. Twee dochters overleden heel jong. Jongste zoon Bonne blijkt achteraf de uiteindelijke “stamdrager”. De geboren kinderen uit het huwelijk van Jan Van der Hoek en Hiltje Jans Lukkes: Grietje (Jans Van der Hoek). Geboren 27 juni 1862. Eerste kind uit het huwelijk van 1861. Dochter wordt vernoemd naar oma Grietje Bouma van vaderskant. Deze Grietje Jans overleefde het eerste ijs van de winter 1868/1869 niet. Zij komt, 6 jaar oud, van het spelen niet terug. Verdronken (“levenloos opgehaald uit een sloot”), 30 december 1868. Wolter (Jans Van der Hoek). Geboren 1 april 1867. Zoon die in mei 1891 trouwt met Geertje (Pieters) van der Hoeff (Aengwirden). Volgens “familieverhaal” werkte hij bij de spoorwegen en verhuisde hij naar Amsterdam. Die verhuizing zal in fasen zijn gebeurd. Want 2 april 1892 wordt een dochter Hiltje geboren, aangifte gemeente Smallingerland (Drachten). Uit Amsterdam is een zoon bekend die Pieter wordt genoemd en waarschijnlijk rond 1905 werd geboren. Werkte bij de Rijkspostspaarbank. Deze Pieter kreeg (ook) slechts één zoon, Wouter, met wie deze ‘Amsterdamse’ VanderHoekentak rond 1985 eindigde. Grietje. Geboren 18 januari 1870. De tweede dochter wordt opnieuw Grietje genoemd. Na het overlijden van de eerste Grietje. Deze Grietje trouwt, ook mei 1891, met Geert Fonk en krijgt diverse kinderen. Ze woont vrijwel naast haar ouders in Terband en neemt deze ook onder haar hoede als ouderdomsgebreken zich voordoen. Na overlijden van moeder Hiltje (augustus 1915) trekt het Hollandse gezin van jongere broer Bonne enige tijd bij haar in. Zie speciaal verslag. Bontje. Geboren 28 september 1872. Dochter die naar de moeder van Hiltje wordt vernoemd. Bonjé wordt nu Bontje geschreven (spreek uit: Bonsje). Het meisje overlijdt als baby. Overlijdens-akte niet in het archief. Bonne Van der Hoek. Geboren 6 januari 1875. Volgt de “Franse school” en leert zich het ambacht van kleermaker aan. Dit alles noodgedwongen omdat hij op 8-jarige leeftijd slachtoffer werd van een spoorwegongeval. Hij moest kiezen voor een zittend beroep. Trekt als jonge kleermaker naar zuid-Holland en trouwt daar 2 september 1900 (Naaldwijk) met Neeltje Roem. WILLEM ROEM en ANTJE VAN BEEK
NB.: De schoonouders van Bonne Van der Hoek zijn afkomstig uit Naaldwijk (Zuid-Holland). Voor deze voorfamilietakken kan meer archiefmateriaal worden gevonden. Maar dan moet je naar Naaldwijk.
Voorvader Willem Roem (ca.1826-1907) zat volgens “het familieverhaal” in de tuinbouw. Of dit koude grond was of warme grond (met kweekkassen) is nog onbekend. Tuinbouw was rond Naaldwijk, het Westland onder den Haag, een gebruikelijk beroep.
Huwelijk: Willem Roem trouwt 11 mei 1861 met Antje van Beek (Naaldwijk). Willem is rond 35, Antje rond 28.
Kinderen uit dit huwelijk: Durf ik niets over te zeggen. Neeltje is uiteraard zeker, want moeder van Willem Van der Hoek (1906-1961). Uit mijn jeugd herinner ik me sporadisch bezoek van een oom of neef te Oranjewoud en Veensluis die directe familie was van Roem-kant. Maar ik was te jong en onervaren om te vragen. In mijn herinnering heette deze ook Willem (maar herinnering kan fout zijn).
Neeltje Roem, geboren 17 november 1871. Trouwt 2 september 1900 met Bonne Van der Hoek uit Heerenveen/Friesland.
Andere gegevens: Wanneer dochter Neeltje wordt geboren is Willem Roem rond 45 jaar oud en Antje van Beek tegen de 40. Ruim 25 jaar later komt de jonge Bonne Van der Hoek bij hen in de kost die al meerdere adressen heeft gehad als rondreizend en beginnend kleermaker vanuit Friesland. Dochter Neeltje en Bonne raken verliefd op elkaar. Daar volgt een huwelijk uit (1900). Moeder Antje overlijdt in 1905, 72 jaar oud. De geboorte van kleindochter Hiltje, vernoemd naar de moeder van Bonne, en kleindochter Antje, naar haar vernoemd, kon ze nog meebeleven. Vader Willem wordt ruim 80. Hij overlijdt in mei 1907, maakte dus niet alleen de geboortes van kleindochters Hiltje en Antje en ook nog Janna mee, maar ook die van kleinzoon Willem die 30 april 1906 (Naaldwijk) is geboren.
Het tuindersbedrijf voorzover dat er was en nog bestond is al voor 1900 beeindigd en te gelde gemaakt, neem ik aan. Men leefde van de rente misschien.
PIER JACOBS DE JONG en JOLTJE FOKKES VELDSTRA
Huwelijk: 30 augustus 1846 te Haskerland. Ze zijn beiden begin twintig. Joltje iets ouder dan Pier.
Verhuizingen: Het huwelijk begint in Haskerland en daar worden ook de eerste vijf kinderen geboren. Na 1855 (Pier is dan 30) verhuizing naar Oudehorne/Schoterland. Hij begint daar een eigen agrarisch bedrijf met paardenfokkerij. Volgens “het familieverhaal” (Elizabeth de Jong) behoorlijk succesvol.
Overlijden van Pier en Joltje: Pier overlijdt 10 oktober 1885, 60 jaar, gehuwd (Schoterland). Dit is een ramp voor het eigen bedrijf want er zijn geen gewillige opvolgers. Joltje overlijdt 10 april 1900, 77 jaar, weduwe (Schoterland). Kleindochter Elizabeth is pas van 1910.
Kinderen uit het huwelijk: In Haskerland werden vijf kinderen geboren en in Schoterland waarschijnlijk nog twee. De Schoterlandse akten zijn minder compleet dan die van Haskerland. Verhaal is voor 1989 nagetrokken via kleindochter Elizabeth de Jong. De vermelde kinderen op rij:
Jacob Piers de Jong, geboren 3 juni 1847. Vernoemd naar grootvader van vaderskant. Hij overlijdt 23 juli 1879, 32 jaar, ongehuwd (Haskerland). Fokke, geboren 12 mei 1849. Vernoemd naar grootvader van moederskant. Waarschijnlijk jong gestorven. Geeske, geboren 25 april 1851. Vernoemd naar grootmoeder van vaderskant. Waarschijnlijk 1 augustus 1883 gestorven, 24 jaar, gehuwd (met Jelle Bultsma, Weststellingwerf, dit onzeker). Klaas, geboren 25 april 1853. Onduidelijk naar wie vernoemd. Ooms en neven heetten Klaas aan de Jong kant. Krijgt in derde huwelijk, met Fokje Schippers, een jongste dochter (1910), Elizabeth de Jong (1910-1989). Als deze wordt geboren is Klaas al 57. Fedde, geboren 3 juli 1855. Vernoemd naar moederskant (Veldstra). Werd belastingambtenaar en hielp zoontjes van Klaas (Jacob, Hendrik) aan een baan. Zie later verhaal. Raakt buiten de Friese archieven, maar misschien 12 juni 1884 getrouwd met Jeltje Bosma (Schoterland) en 23 december 1894 met Janke van der Zee (Haskerland). Zoek maar verder uit.
Na 1855 vindt de verhuizing richting Oudehorne plaats (Nijehorne?). Volgens “het familieverhaal” werden daar nog twee kinderen geboren:
Epke, geboren ca.1857. Is ook overleden rond 30 jaar oud, aan longontsteking opgelopen tijdens voorrijden bij een paardenkeuring, volgens Elizabeth-verhaal. Archiefmateriaal nog niet bekend. Er is wel een Epke die 12 augustus 1880 (Schoterland) trouwt met Gatske Jellema. Kind 12 december 1888 levenloos geboren. Geboortes nog niet bekeken. Elisabeth, geboren ca.1860. Vernoemd naar grootmoeder Lijsbert Frankena? Elizabeth de Jong (1910-1989) is zeker wel naar deze Elisabeth vernoemd die slechts 25 jaar oud werd. Ze overlijdt 6 november 1889, gehuwd met Klaas de Weert op 11 maart 1886.
Domela Nieuwenhuis: De onderwijzer Klaas de Weert was propagandist voor de poltieke ex-dominee Domela Nieuwenhuis die dankzij de stemmen van Schoterland ook de eerste socialist werd in het Nederlandse parlement.Verteld door Elizabeth de Jong die pas ruim 30 jaar later werd geboren (1910). Haar tante Elisabeth de Jong naar wie ze werd vernoemd was met Klaas de Weert getrouwd). Die tante stierf jong, 25 jaar, november 1889. Waarschijnlijk had ze een zoon, Pier de Weert, die 3 november 1907 te Leeuwarden overlijdt (akte te Schoterland), 17 jaar oud. Er is een Klaas de Weert die 5 mei 1892 (her-)trouwt met Tietje Bijlsma (Schoterland) en een Klaas de Weert die 22 februari 1941 overlijdt (Heerenveen), 79 jaar, gehuwd.
JURJEN ANNES SCHIPPER en JANKE HENDRIKS WIEKEL
Jurjen Annes Schipper is bijna 44 wanneer hij 12 november 1864 (Weststellingwerf) trouwt met Janke Hendriks Wiekel (24 jaar). De ouders van Janke zijn een paar jaar eerder overleden: Fokje in 1860, 60 jaar oud, Hendrik in 1861, 80 jaar oud. De moeder van Jurjen, Trijntje, overleed in januari 1864, 77 jaar oud, zodat alleen zijn hoogbejaarde vader Anne nog bij het huwelijk aanwezig heeft kunnen zijn.
Huwelijk: 12 november 1864 (Weststellingwerf). Jurjen is 42, Janke is 24. Niet bekend is of Jurjen misschien een eerder huwelijk heeft gehad. Voor Janke was het wel eerste huwelijk. Haar ouders zijn kort ervoor overleden te Oudehorne (Schoterland). Moeder Fokje in 1860, vader Hendrik, schoenmaker, in 1861. Schijn is dat de jonge dochter onderdak vond bij familie van moederskant (van Fleeren of van Vleeren) in het Stellingwerfse Oldelamer en omstreken. Daar komt ze Jurjen Schipper dus tegen die ruim 20 jaar ouder is. Het klikt en ze trouwen.
Kinderen uit dit huwelijk: Twee dochters. Dat is zeker. Misschien ook niet meer kinderen. Twaalf maanden na het huwelijk werd dochter Trijntje geboren. Bijna vijf jaar later dochter Fokje Schippers. De dochters gebruiken de familienaam Schippers in plaats van Schipper zonder s.
Trijntje Schippers. Geboren 29 november 1865 (aangiftedatum). Zij trouwt 19 mei 1889 met Jan Yntzes van der Honing (Katlijk). Trijntje overlijdt in 1940, Jan die ook in 1865 werd geboren, overlijdt in 1950, 85 jaar. Fokje Schippers. Geboren 15 juni 1870. Trouwt 2 maart 1893 met Klaas Piers de Jong voor wie het een derde huwelijk is. Samen ouders van een hele rij kinderen van wie de jongste dochter Elizabeth de Jong (1910-1989).
Overlijdens Jurjen en Janke: Jurjen overlijdt 29 oktober 1908, 86 jaar, weduwnaar (Haskerland). Weduwnaar want Janke is kort ervoor overleden, 12 januari 1908, 67 jaar, gehuwd (Schoterland). Dat Jurjen in Haskerland overlijdt zal met familiezorg te maken hebben na overlijden van Janke. Dochter Fokje was inmiddels naar Oudehaske verhuisd (Haskerland) met haar jonge gezin. Waarschijnlijk ontfermde zij zich over haar hoogbejaarde en weduwnaar geworden vader.
Beroep van Jurjen: Kleindochter Elizabeth de Jong (1910-1989) werd twee jaar na het overlijden van grootouders Jurjen en Janke geboren. Haar familieverhaal is op horen-zeggen gebaseerd. Volgens haar was Jurjen een kromprater en Ommenaar (niet-Fries, van Stellingwerfse of Overijsselse herkomst) en dit klopt met verdere gegevens. Volgens haar verdiende hij de kost als seizoensarbeider (los werkman). Dit houdt in dat hij niet in een vast dienstverband werkte maar over het jaar heen voor verschillende werkgevers en in verschillende opdrachten bezig was. Hij schijnt zich daarmee wel gered te hebben. De seizoensarbeider van zijn slag verdiende geen dik loon maar wel voldoende om “zelfstandig” te blijven. Eventuëel de weekends vrij en geen onzeker knechtenbestaan. Of dit Jurjens werkelijke beroep was moet nog blijken. Maar het kan best zo geweest zijn.
Toen de jonge Fokje Schippers in 1893 trouwde met de rond 40-jarige Klaas Piers de Jong waren de ouders van Fokje nog in leven. Het leeftijdsverschil tussen Fokje en Klaas zullen ze hebben herkend. Het leeftijdsverschil tussen Janke en Jurjen was immers minstens zo groot.
Dat uit het huwelijk van Klaas en Fokje een heleboel kinderen werden geboren, heeft Jurjen en Janke misschien verrast (of bezorgd gemaakt). Hun eigen kindertal bleef beperkt. Ook het huwelijk van dochter Trijntje Schippers met Jan van der Honing bleek vruchtbaar. De twee zussen baarden vrijwel gelijk op.
BONNE VAN DER HOEK EN NEELTJE ROEM
NB: Met Bonne verhuist deze Van der Hoeken-familietak naar het gebied in Holland bezuiden ‘s Gravenhage. Bonne trouwt daar “de tuindersdochter” Neeltje Roem en al hun zes kinderen worden er geboren. In 1914 ot 1915 besluit Bonne met dit Hollandse gezin terug te keren naar zijn geboorte-omgeving. Omdat de Friese archieven beter toegankelijk zijn dan de Westlandse is over voorfamilie van Neeltje Roem vooorlopig weinig te zeggen.
Bonne Van der Hoek is jongste kind uit het huwelijk (1861) tussen Jan Van der Hoek en Hiltje Lukkes. Bonne wordt 6 januari 1875 geboren aan de grintdyk in Oranjewoud waar het gezin korte tijd woont voor vaste plek in Terband wordt gevonden.
Het opmerkelijke van Bonne (opa Bonne) is voorlopig vooral dat hij bij Terband (spoorwegstation Heerenveen) op 8-jarige leeftijd te hardhandig met een tram of trein in aanraking komt. Hij raakt daarbij zwaar aan zijn benen gewond. Bijna tien jaar lang moet hij zich met krukken behelpen, vader Jan stuurt hem naar de Franse school (soort Mavo) wat tamelijk uniek is en zorgt voor een leerplek bij kleermakersbedrijven. Bonne wordt dus kleermaker vanwege zijn opgelopen handicap.
Vader Jan doet zelfs nog meer. De 20-jarige Bonne verlaat Heerenveen en zelfs Friesland. Zoals zijn oudere broer Wolter (of Wouter) die bij “het spoor” gingen werken en uiteindelijk in Amsterdam terecht kwam, gaat ook Bonne richting Holland. Ik neem aan dat vader Jan die inmiddels al de 60 was gepasseerd dit aanmoedigde. Er was in Friesland op dat moment weinig nieuwe werkgelegenheid. Bonnes eerste werkplek buiten Friesland werd Zaltbommel. Zo heb ik dat doorgekregen. Er was ook een verklaring bij maar die ben ik inmiddels vergeten. Het ging om een familiecontact (wordt later wel weer aangetoond), Bonne ging niet zomaar het ongewisse heen. Lang blijft hij niet in Zaltbommel. De jonge kleermaker duikt weinig later weer op ten westen van Rotterdam in Maassluis, in het Westland onder den Haag, weer in Maassluis en tenslotte definifief in Naaldwijk, centrum van het Westlandse tuindersgebied.
NAALDWIJK EN ROEM
Grootvader Bonne Van der Hoek (1875-1943) is gedwongen kleermakers-gezel die naar het Westland reisde om te leren en z’n eigen kost te verdienen. Hij reist van adres naar adres en komt zo ook op kamer en in de kost bij het al tamelijk bejaarde tuindersechtpaar Willem Roem en Antje van Beek in Naaldwijk. Misschien omdat hij in slappe periodes vwb. kleermakersopdrachten ook in de tuinderij kon helpen. Bonne bleef op dit Naaldwijkse adres hangen. Het tuindersechtpaar heeft een dochter van ongeveer Bonnes leeftijd, Neeltje Roem, en zij worden een stel. Op 2 september 1900 wordt getrouwd.
Bonne (geboren 6 januari 1875) en Neeltje (geboren 17 november 1871) worden de ouders van voorvader Willem Van der Hoek (1906-1961). Alle kinderen van Bonne en Neeltje worden in Naaldwijk geboren. Na 1912 verhuist het gezin naar het Friese Heerenveen waar Bonne rond 20 jaar eerder vandaan was gekomen. Dan wordt het dus weer opnieuw een “Fries gezin”.
Overlijdens van Bonne en Neeltje: Neeltje overlijdt in 1936, Bonne in 1943 (beide Van Dekemalaan, Heerenveen).
Kinderen uit dit huwelijk: Hiltje Antje Janna Willem Willemien Jan Wolters
Binnen tien jaar zes kinderen en dat bleek voldoende. Drie dochters eerst: Hiltje (1901), Antje (1903) en Janna (1905). Oma Antje van Beek overlijdt in 1905, 72 jaar oud. De geboorte van kleindochter Janna maakt ze niet meer mee. Kleindochter Hiltje werd vernoemd naar de moeder van Bonne (Hiltje Jans Lukkes) en kleindochter Antje naar de moeder van Neeltje (Antje van Beek dus).
Met Janna werd de vader van Bonne waarschijnlijk vernoemd (Jan Wolters Van der Hoek). Op 30 april 1906 wordt het vierde kind geboren en het is een zoon. Nu wordt niet de vader van Bonne vernoemd, want Janna was er al, maar de vader van Neeltje (Willem Roem). Zoon Willem dus (1906-1961), onze directe voorvader Willem Van der Hoek, getrouwd met Elizabeth de Jong in 1934.
Willem zal zijn grootvader niet persoonlijk herinneren. Want Willem Roem overlijdt een jaar later, mei 1907, 82 jaar oud. Neeltje is weer zwanger en baart een dochter die Willemien wordt genoemd (1907), naar vader Willem waarschijnlijk maar ook wel Wilhelmina, naar de jonge koningin.
Laatste kind uit het huwelijk van Bonne en Neeltje is een tweede zoon (januari 1909) en Bonnes vader Jan Wolters Van der Hoek wordt nu eindelijk volledig vernoemd. Bonne laat de ambtenaar in Naaldwijk Jan Wolters als voornamen registreren.
Verhuizingen: Onbekend is of Bonne en Neeltje met jonge kinderen in Naaldwijk bleven wonen op het tuindersbedrijf. Misschien werd dit al eerder ontmanteld want Willem Roem raakte behoorlijk bejaard (80 jaar in 1907) en schoonzoon Bonne was geen tuinder. Bonne en Neeltje met jonge kinderen bleven in Naaldwijk wonen tot 1912 of 1913. Bonne nam toen zijn vrouw en kinderen mee naar zijn geboortegrond in Friesland.
Ze trokken eerst in bij de bejaarde ooms van Bonne (ooms Freerk en Bonne) in Het Meer tegenover de Asbrug. Voor mensen van tegenwoordig een nauwelijks te achterhalen adressering. Want Het Meer is verdwenen en de Asbrug ook. Daarna, waarschijnlijk na het overlijden van Bonnes moeder (Hiltje Jans Lukkes, augustus 1915), trok men in te Terband waar vader Jan en zus Grietje (Grietje Fonk) woonden.
In 1918 werd opnieuw verhuisd naar de Van Dekemalaan te Heerenveen. Een nieuwbouwproject van huurwoningen dat toen werd opgeleverd. Vanaf 1918 woonden Willem en Neeltje zelfstandig op het adres aan de Van Dekemalaan. Met hun kinderen die successievelijk vanaf dit adres uittrouwden.
HET MEER
Buurt langs de Schoterlandse Compagnonsvaart in oostelijke richting tussen Heerenveen en Benedenknijpe. Genoemd naar het al in de 16de eeuw vergraven en drooggelegde veenmeer daar ter plekke, noordelijk van de buurt (“Brandemeer”). Voor een belangrijk deel op de grens tussen de grietenijen Aengwirden, Schoterland en Opsterland zodat de buurt een eigen naam kreeg: Het Meer. Op de woeste grond ten zuiden van de vaart werd een gemeentelijke stortplaats ingericht toegankelijk via een brug over de vaart: de Asbrug (stortplaatsen werden in brand gehouden). Bij de opgang van de Asbrug ontstond een speciale bebouwing. Ik weet niet of die nu nog herkenbaar is. In dat buurtje woonden de ooms Freerk en Bonne Van der Hoek toen neef Bonne met Hollands gezin naar Heerenveen terugkeerde. Hem werd onderdak gegeven wat Neeltje Roem niet erg zinde (de tachtigers Freerk en Bonne waren losjes qua verzorging). Enkele anekdotes. De Friese staartklok als familiestuk is van deze ooms afkomstig.
TERBAND
Direct ten noorden van dorp Heerenveen langs de Leeuwarderweg: de Schans en Terband. De vader van Bonne en jongere broer van genoemde ooms uit Het Meer, Jan Wolters Van der Hoek, was rond 1880 al in Terband gaan wonen. En bleef daar wonen. Met echtgenote Hiltje Jans Lukkes en ook dochter Grietje, later getrouwd met Geert Fonk, woonde er. De precieze plek is wel aan te wijzen maar niet meer herkenbaar. Rond 1955 werd dit deel van Terband ontruimd om plaats te maken voor “de rotonde”, knooppunt van autowegen. Zo is mij verteld. Voorheen echter stonden er huizen en boerenbedoeninkjes. Op die plaats woonden Jan en Hiltje met dochter Grietje. Toen Hiltje in augustus 1915 overleed (en oom Bonne in Het Meer ook) trok zoon Bonne met Hollands gezin tijdelijk te Terband in. Aan de westelijke uitbouw van Heerenveen werd inmiddels al gewerkt. Toen de nieuwbouw aan de Van Dekemalaan werd opgeleverd, was Bonne een van de eersten die er ging wonen. Dit bleef vervolgens zijn adres.
UITBREIDINGSVERHALEN
Bonne Van der Hoek (1875-1943) is grootvader van kinderen Willem Van der Hoek (1906-1961) en Elizabet de Jong (1910-1989). Over hem, echtgenote en kinderen zijn allerlei uitbreidingsverhalen mogelijk. Die komen nog wanneer je voldoende vraagt.
KLAAS PIERS DE JONG en FOKJE SCHIPPERS
NB.: De achternaam Schippers komt nu voor in plaats van Schipper.
Huwelijk: 2 maart 1893 (Schoterland). Fokje is 22, Klaas is 39 jaar oud. Voor Klaas is het een derde huwelijk: twee eerdere echtgenotes stierven op jonge leeftijd.
EERDERE HUWELIJKEN VAN KLAAS PIERS DE JONG 1. Met Jeltje Heida (1856-1879)
Klaas trouwde rond zijn 25ste voor de eerste maal, 16 mei 1878 (Schoterland). Met Jeltje Heida, geboren 29 december 1856. Maar Jeltje overlijdt al het jaar erop, 14 juli 1879, 22 jaar. Zij overlijdt in het kraambed. Het eerste kind van Klaas overleeft de bevalling ook niet of was al levenloos. Jeltje en kind worden in één graf begraven (Mildam of Katlijk). 2. Met Jantje de Roos (1859-1892)
Klaas hertrouwt rond een jaar later, 12 mei 1881, met Jantje de Roos. Jantje, 19 november 1859 geboren, is 21 wanneer ze met Klaas Piers de Jong trouwt. Hij is rond 28. Dit huwelijk duurt ruim 11 jaar. Jantje overlijdt 18 augustus 1892, 32 jaar.
Bekend is dat uit het huwelijk drie dochters overbleven. De drie halfzusters van Elizabeth de Jong die een rol speelden in de opvang van de kinderen uit het derde huwelijk van Klaas toen die opvang rond dertig jaar later nodig bleek. Vooral de dochter Frederikje (“tante Frederikje”), getrouwd met Thijs Hoekstra (Oudehaske), speelde een opvangrol.
Misschien werden in de 11 jaar van het huwelijk tussen Klaas en Jantje de Roos nog andere kinderen geboren. Die zijn dan heel jong gestorven. Dat Jantje al op haar 32ste overleed is ook een nog niet verklaard feit (ook in het kraambed of vanwege iets anders?). Aaltje (geboren 31 december 1881 of in voorjaar 1883 - niet verder nageplozen) Joltje (voor of na Frederikje geboren - niet verder nageplozen) Frederikje. Geboren 16 december 1885.
Jantje de Roos is (?) dochter van Freerk Ygrams de Roos (overleden 1885, 68 jaar) en Aaltje Botes Spandauw (overleden 1872, 51 jaar). Ze was de jongste van een viertal dochters uit dit huwelijk die alle niet ouder werden dan 27-40 jaar oud. Frederikje zal genoemd zijn naar opa Freerk Ygrams. Die overleed 3 maanden voordat Frederikje werd geboren.
KLAAS PIERS EN FOKJE (PAKE EN BEPPE)
Fokje is 22 jaar als ze 2 maart 1893 trouwt met Klaas de Jong die dan al 39 is, tweemaal weduwnaar, vader van drie nog jonge meisjes. Het is niet goed bekend hoe de twee elkaar leerden kennen hoewel een aannemelijke veronderstelling gemakkelijk te maken is. Fokje woonde met haar ouders in Brongerga aan de Mildamsterweg (Marijke Muoi wei ging die later heten) en Klaas had met zijn tweede vrouw Jantje de Roos een winkel aan de Annaburen in Mildam. Het was vrijwel op loopafstand van elkaar.
Klaas Piers de Jong was niet alleen winkelier. Volgens de verhalen van Elizabeth, de allerjongste dochter (geboren 2 juni 1910) uit het huwelijk van Klaas en Fokje, was haar vader een behoorlijke dwarskop en had hij geen zin om in het bedrijf van zijn vader te stappen die in Nieuwehorne een boerderij annex paardenfokkerij was begonnen. Klaas ging werken in de veenderij en ik denk dat hij langs die weg ook op het winkelidee werd gezet. Heel wat veenbazen betaalden uit in natura, dat wil zeggen dat hun arbeiders vrijwel verplicht werden allerlei levensbenodigdheden bij “de winkel van de baas” te kopen. Klaas zal dit idee gebruikt hebben om de winkel aan de Annaburen op te zetten. Na de dood van Jantje de Roos bleef die winkel niet lang meer bestaan. Klaas deed vooral andere dingen zoals later zal blijken.
Dat Klaas “dwars” werd, achteraf beoordeeld, heeft misschien met bijzondere gebeurens in zijn leven rond z’n 25ste te maken: Oudste broer Jacob, zes jaar ouder dan Klaas, ging hem voor in het bedrijf van zijn vader. Om zelf geld in te brengen moest Klaas naar betrekkingen elders uitkijken. Dit gold vooral toen hij in 1878 ging trouwen (met Jeltje Heida). Klaas maakte zich onafhankelijk van het ouderlijke bedrijf en kreeg toen privé een grote klap te verwerken: Jeltje overlijdt in het eerste kraambed, 14 juli 1879. Ze is, met kind, nauwelijks begraven of broer Jacob overlijdt (23 juli 1879). Klaas z’n hoofd staat er helemaal niet naar om de rol van Jacob in het bedrijf van zijn vader over te nemen. Misschien had hij al teveel andere verplichtingen gekregen. Jongere broer Epke, rond vier jaar jonger dan Klaas, neemt functie van Jacob over. Klaas hertrouwt 1881 met Jantje de Roos. De winkel aan de Annaburen wordt begonnen. Dochters worden geboren. Zus Geeske, 24 jaar, pas gehuwd, overlijdt, 1883. Vader Pier overlijdt, 60 jaar oud, 10 oktober 1885. Klaas is dan 32 en heeft geen behoefte alsnog in het bedrijf van zijn vader te stappen. Laat broer Epke maar doorgaan met wat hij al doet (broer Fedde is studiehoofd en komt in dit verhaal verder niet voor). Broer Epke doet het redelijk goed tot hij ca.1887 overlijdt aan een longontsteking opgelopen bij het voorrijden op een paardenkeuring. In hoever Klaas toen nog is ingesprongen is onduidelijk. Het is zeker dat hij niet alsnog heeft geprobeerd voortzetting aan het bedrijf van zijn vader te geven. Waarschijnlijk werd het bedrijf verkocht. In 1889 overlijdt jongste zus Elisabeth, 25 jaar, gehuwd. Van het gezin zijn alleen moeder Joltje (62 jaar, weduwe) en zonen Klaas (veenbaas/winkelier) en Fedde (studiehoofd/ambtenaar) over. Ook Jantje de Roos, tweede echtgenote van Klaas, overlijdt – 18 augustus 1892, 32 jaar oud. Ze laat hem drie dochtertjes na.
Volgens zeggen was Klaas Piers inmiddels een bijzonder interessante man geworden. Behoorlijk cynisch, een stevige drinker en behoorlijk “los van de kerk”. Kennelijk sprak dit de nog jonge Fokje Schipper uit Brongerga die hem al kende, wel aan. Misschien hielp ze al mee in de winkel of sprong ze al in om de drie kleine meisjes te verzorgen. Ruim een half jaar na het overlijden van Jantje trouwt Klaas (39) met Fokje (22). Het wordt een huwelijk dat ruim 35 jaar duurt en slechts wordt beeindigd door het overlijden van Klaas in 1930. Heel veel dingen gebeuren want Klaas blijft “dwars”.
Voor 1910 (geboorte Elizabeth)
Bij het huwelijk tussen weduwnaar Klaas en de jonge Fokje zijn in ieder geval de drie dochtertjes van Klaas uit zijn eerdere huwelijk met Jantje de Roos aanwezig: Aaltje, Joltje en Frederikje. Stuk voor stuk nog geen tien jaar oud. De ouders van Fokje zullen aanwezig zijn geweest. Jurjen Schipper en Janke Wiekel zijn beide nog in leven. Ze zullen (pas) in 1908 overlijden, opgevangen door dochter Fokje die dan in Oudehaske woont. Ook Trijntje Schipper, de zus van Fokje die trouwt met Sake van der Honing uit Katlijk, zal met hem aanwezig zijn geweest. In de volgende tien jaar zullen Fokje en Trijntje tamelijk parallel een serie van kinderen krijgen. Van de kant van Klaas zal moeder Joltje Veldstra present zijn geweest. En broer Fedde de Jong, het studiehoofd. Zijn directe familie is door (vroege) overlijdens verder nogal beperkt geworden. Ongetwijfeld zullen verder veel vrienden en kennissen het feest niet hebben willen missen.
Klaas en Fokje blijven voorlopig in Mildam wonen. Misschien houden ze het winkeltje aan de Annaburen aan terwijl Klaas allerlei dingen ernaast doet, in de veenderij of agrarisch. Pas tien jaar later (moeder Joltje overlijdt in 1900) neemt Klaas het besluit de omgeving van Mildam te verlaten. In Oudehaske koopt hij de boerderij De Kooperen Klopper, waarschijnlijk met geld uit de ontstane erfenis. Klaas zal (vee-)boer worden.
Dochter Elizabeth zal later zeggen dat hij het niet in zich had om een echte boer te zijn. Zijn haren stonden veel te dwars. Zoals ze ook van haar schoonvader (Bonne Van der Hoek) die het beroep van kleermaker uitoefende, zei dat deze geen echte kleermaker was. Wat dan wel? Ja, jong….. en ze glimlacht. Raadselachtig.
Klaas die al drie dochters had, breidde met Fokje het gezin nog aanzienlijk uit. Tien kinderen werden geboren van wie twee jongetjes Pier genoemd heel jong stierven. De andere acht zorgden voor een vol gezin:
Janke Jacob Pier (de derde) Jurjen Geeske Trijntje Elizabeth (1910-1989) Hendrik
De kinderen tot en met Jurjen werden in Mildam geboren. De drie dochters erna in Oudehaske. Zoon Hendrik heette formeel Heinrich want werd geboren en aangegeven te Hochheffen in Duitsland, zuidelijk van Emmerich aan de Rijn.
Rond 1901 (zoon Jurjen is geboren) verhuist het gezin. Klaas koopt in Oudehaske de boerderij De Kooperen Klopper, met melkkoeienj. Moeder Joltje was in het jaar ervoor overleden en misschien gebruikte hij een erfenis. Achteraf gezien had hij deze beslissing misschien niet moeten nemen. Hij was “geen echte boer” (Elizabeth).
Vrij snel verandert Klaas van koers. De Kooperen Klopper wordt van de hand gedaan en een kleinere bedoening gekocht. Her en der zijn zuivelfabrieken gesticht en Klaas wordt ook melkrijder ten behoeve van die zuivelfabrieken (vaste beloning!). Uiteindelijk wordt dat zijn voornaamste vaste bron van inkomsten. Het gezin verhuist naar Nijehaske, Terband, Oudehaske. Elizabeth (1910) wordt in Oudehaske geboren. Daarna draait Klaas het roer weereens volledig om.
Na 1910
Wanneer Elizabeth wordt geboren is Klaas al 57 jaar oud. Fokje rond 40. Een opmerkelijk besluit wordt genomen: werk zoeken in Duitsland. In die tijd werkten in Friesland allerlei makelaars die betrekkingen in Duitsland aanboden en ook Klaas liet zich ronselen.
Het gevolg was dat hij in 1911 met gezin daadwerkelijk naar Duitsland trok. Via enkele tussenstapjes kwam hij goed terecht als chef melkerij bij de herenboer van De Huepsch aan de Rijn tussen Rees en Wesel, tegenover de stad Xanten, zuidelijk van Emmerich.
UITBREIDINGSVERHALEN
Klaas de Jong (1851-1930) is grootvader van kinderen Willem Van der Hoek (1906-1961) en Elizabeth de Jong (1910-1989). Over hem, echtgenote en kinderen zijn allerlei uitbreidingsverhalen mogelijk. Die komen nog wanneer je voldoende vraagt.
WILLEM VAN DER HOEK en ELIZABETH DE JONG
Huwelijk: 21 juni 1934 in Haskerland.
Verhuizingen:
Kinderen uit dit huwelijk:
PAGE 1
PAGE 44