Familiedocumentatie
Versie november 2000/Jan
familiedocumentatie
V A N D E R H O E K &c
met als invalshoek de voorfamilie van de kinderen uit het huwelijk van WILLEM VAN DER HOEK (1906-1961) en ELIZABETH DE JONG (1910-1989) dat op 21 juni 1934 werd geformaliseerd in het gemeentehuis van Haskerland te Joure en kerkelijk werd bevestigd in de Gereformeerde kerk te Heerenveen
INHOUDSOPGAVE (algemeen)
Introductie I.1. Verantwoording I.2. Aanvullingen, uitbreidingen en correcties I.3. Samenvattingen
VAN DER HOEKEN-lijn
II.1. Van der Hoek II.2. Terwispel en Bovenknijpe II.3. Freerk en Wolter Van der Hoek II.4. Wolter en Grietje II.5. Jan en Hiltje II.6. Bonne en Neeltje II.7. Willem en Elizabeth (Lyske) II.8. Samenvatting
DE JONGEN-lijn
III.1. De Jong III.2. Haskerland en Stellingwerven III.3. Pier en Joltje III.4. Klaas en Fokje III.5. Elizabeth en Willem III.6. Samenvatting
BIJLAGEN
-
Introductie I.1. Verantwoording I.2. Aanvullingen, uitbreidingen en correcties I.3. Samenvattingen
I. INTRODUCTIE
Als invalshoek voor deze familiedocumentatie is de voorfamilie gekozen van de kinderen uit het huwelijk van Willem Van der Hoek en Elizabeth de Jong. Dit huwelijk werd op 21 juni 1934 gesloten. Voor de burgerlijke stand op het gemeentehuis van Haskerland in het dorp Joure omdat Elizabeth in die gemeente toen (weer) woonachtig was. Willem en Lyske waren actieve (jeugd-)leden van de gereformeerde kerk te Heerenveen. Zo leerden ze elkaar ook kennen. In die kerk vond op 21 juni dan ook hun trouwdienst plaats.
Het echtpaar ging eerst even wonen in het huisje aan het Nanne Wyd (Haskerland) waar Lyske met haar moeder (beppe Fokje, weduwe) woonde. Totdat in Oranjewoud, zuidoostelijk van Heerenveen, de nieuwbouw aan de Van der Sluislaan gereed kwam. Het drietal verhuisde daarheen en in Oranjewoud werden ook de kinderen uit het huwelijk van Willem en Elizabeth geboren. Twaalf in getal: Bonne, Klaas, Neeltje, Fokje, Jan Wolter, Jacob Willem, Hiltje Elizabeth (Hillie), Janke Frederika (Janneke), Antje Janna Wilhelmina (Anneke), Peter Jurjen, Hendrik Willem (Henkie) en Jurjen Klaas.
Via die kinderen (geboren 1935-1954) zijn inmiddels allerlei andere familieconstructies ontstaan.
Door deze familiedocumentatie te beperken tot de voorfamilie van de kinderen uit het huwelijk van Willem en Elizabeth doe ik een eenzijdige keus. Volgende constructies die ontstonden doen even nog niet mee.
De kindskinderen en weer hun kinderen enzovoort kunnen deze documentatie uiteraard gebruiken als berichten over de helft, een kwart enzovoort van hun voorfamilie.
Dit is een Jan-versie (november 2000). Auteur is Jan Wolter, vijfde kind uit het huwelijk van Willem en Elizabeth. Voor mijn kinderen (Jelte, Rense en Auke) is mijn voorfamilie nog slechts de helft van hun voorfamilie. Voor mijn kleinkinderen (momenteel Mart en Kris) is mijn voorfamilie slechts nog maar een kwart van hun voorfamilie. Het aantal voorouders verdubbelt per generatie: 2 ouders, 4 grootouders, 8 overgrootouders, 16 betovergrootouders, 32 oudbetovergrootouders, 64 daarvoor, 128 nog een generatie eerder, 256 daar weer voor enzovoort. Voor mij (en mijn broers en zussen) zijn Freerk Van der Hoek en Hendrikje Wolters slechts twee van de 32 oudbetovergrootouders. Maar aan Freerk heb ik wel de achternaam Van der Hoek te danken, dankzij de bevriezing van achternamen, langs mannelijke lijn, die in 1811 werd ingevoerd. Voor kleinzonen Mart en Kris die ook als Van der Hoek voort gaan leven, zijn Freerk en Hendrikje slechts twee van 128 verschillende voorouders.
Ga je eeuwen verder terug (10 generaties, 20 generaties, 30 generaties), dan kom je tot vele honderden, duizenden, tienduizenden, honderdduizenden verschillende voorouders. Het zoeken van ‘genealogische’ herkomst komt tenslotte altijd neer op de erkenning van een chaos aan betrekkingen tussen individuele mensen (een man en een vrouw) waaruit je tenslotte zelf als individu en voortzetter van chaos geboren wordt en (misschien) volgende individuen laat geboren worden.
Dit moeten we begrijpen en verder niet veel van dit soort filosofie in deze documentatie.
De voorfamilie van de kinderen van Willem en Elizabeth, uit het genoemde huwelijk van 1934, is de invalshoek. Voorzover reeds beschikbaar zullen aanvullingen/uitbreidingen/correcties hierna gemeld worden in een aparte paragraaf. Waarin verwezen wordt naar Bijlagen.
II.1. Verantwoording
De gegevens in deze documentatie komen voort uit eigen meldingen binnen de familie, uit gegevens vanuit databestanden die via internet tijdens de afgelopen jaren ter beschikking kwamen, uit familiedocumentatie en nog niet uit onderzoek bij archieven die elders aanwezig zijn.
Het onderzoek bij archieven is beslist nog nodig. Vooral om over voorouders van rond 1800 en eerder meer te weten te komen. Dit onderzoek is echter tijdrovend en kost geld. Omdat ik (Jan 2000) de tijd nog niet had om archieven te bezoeken is een deel van de mogelijke informatie nog afwezig in dit rapport.
Mijn bemoeienis met dit alles mag niet de indruk wekken dat ik meer dan mijn broers en zussen in dit onderwerp geinteresseerd ben. Het is meer bij toeval dat ik me er misschien extra mee bezig houd.
Allereerst was er een schriftelijke enquete begin jaren vijftig, uitgaande van de Fryske Akademy, over de herkomst van de bewoners van het Friese woudengebied. De vraagformulieren werden uitgedeeld aan de leerlingen van de middelbare scholen in het gebied. Ik was 13-14 jaar oud, denk ik. Had zelf nog nooit over die mogelijke herkomst nagedacht. Vader Willem en moeder Elizabeth gaven hun antwoorden bij de vragen over (hun) ouders en grootouders. Hun antwoorden heb ik destijds ingetijpt. Ze kwamen laat met hun antwoorden en het formulier heb ik nooit ingeleverd. Dat ik het tijpte mag inhouden dat het rond 1955 geweest moet zijn (derde of vierde klas gymnasium) omdat ik toen redacteur was geworden van de schookrant wat een tikmasjien binnen het gezin opleverde (Koningin Julianaweg).
De informatie die vader en moeder leverden bleek jaren later niet in alle opzichten correct. Voor een groot deel is dit te wijten aan hun onbekendheid uit dagelijks contact met voorfamilie. Willem was in Naaldwijk (Zuid-Holland) geboren, zoals al zijn broers en zussen. Toen zijn vader Bonne ca. 1913 met ‘Hollands gezin’ naar de streek rond Heerenveen terugkeerde, was er van een voorfamilie ter plekke weinig meer aanwezig. Precieze verhalen kreeg de opgroeiende Willem niet te horen. Voorzover hij belangstelling had.
Zelfde geldt voor Elizabeth die jongste dochter was uit derde huwelijk van Klaas Piers de Jong. Haar vader was 57 toen Lyske werd geboren. Een groot deel van haar kindertijd woonde ze in Duitsland aan de Rijn, ten zuiden van Emmerich. Bij terugkeer in Nederland was de voorfamilie vrijwel vergeten (opa’s en oma’s allang overleden).
Met moeder Elizabeth, overleden november 1989, heb ik in de tweede helft van de jaren tachtig vorige eeuw, nog wel gesprekken gehad over haar herinneringen. Verslag daarvan heb ik destijds gemaakt en verspreid.
Om een goede schets te krijgen van voorfamilie is verhaal van ouders en andere familieleden nodig. Plus naspeuring in (formele) archieven. Voor deze documentatie zijn we eigenlijk slechts halfweg.
In het verhaal (van Willem en Elizabeth, rond 1955) goldt het dorpje Brongerga in het Schoterwoud, oostelijk van Oranjewoud, vooral als herkomstdorp. Rond het midden van de 19de eeuw kwamen daar familielijnen samen. Tamelijk toevallig zoals zal blijken.
Toetsing van familie-overlevingen is in de afgelopen jaren gemakkelijker geworden doordat steeds meer archieven, o.a. via internet, beter toegankelijk zijn geworden. Ik ben voor dit rapport lang niet tot het uiterste van mogelijkheden gegaan. Aanpassingen, uitbreidingen en verbeteringen zijn nog altijd mogelijk.
Jan/versie november 2000
VAN DER HOEKEN-lijn
II.1. Van der Hoek II.2. Terwispel en Bovenknijpe II.3. Freerk en Wolter Van der Hoek II.4. Wolter en Grietje II.5. Jan en Hiltje II.6. Bonne en Neeltje II.7. Willem en Elizabeth (Lyske) II.8. Samenvatting
VAN DER HOEKEN-LIJN
Tussen 1795 en 1813 beleefde Nederland een bezettingstijd, zoals later het geval was in de periode van 1940-1945. In de latere periode waren het Duitse legers en Duitse bewindvoerders die hier de lakens uitdeelden, in de periode 1795-1813 ging het om Franse legers en Franse of ‘Fransgezinde’ bewindvoerders. De eerste koning van Nederland was Lodewijk, een jongere broer van de Franse dictator Napoleon die zichzelf tot keizer had laten kronen. Koning Lodewijk regeerde van 1806 tot 1810 maar werd toen door Napoleon weer van zijn functie ontheven. Nederland werd een provincie van Frankrijk en alle Franse wetten gingen hier gelden.
Daarbij hoorde de wet betreffende de registratie via een “burgerlijke stand”. Mannelijke gezinshoofden werden verplicht zich onder een familienaam of achternaam te laten registreren die ook voor hun kinderen ging gelden. Daarmee werd een einde gemaakt aan de geschiedenis van per generatie wisselende achternamen of patroniemen. De Franse tijd eindigde vrij snel daarna toen de legers van Napoleon verslagen werden tijdens een veldtocht in Rusland. De verhalen erover (en over de latere slag bij Waterloo) vind je in de geschiedenisboeken terug. In 1815 werd Nederland een zelfstandig koninkrijk. Met Belgie erbij totdat deze “Zuidelijke Nederlanden” zich vanaf 1830 aan de combinatie ontworstelden om een zelfstandig koninkrijk Belgie te worden.
De wet op de “burgerlijke stand” bleef voor Nederland gelden. Daar hebben we onze vaste achternamen aan te danken die in mannelijke lijn naar volgende generaties wordt overgedragen. Dochters krijgen ook de achternaam van hun vader mee. De kinderen van deze dochters krijgen de achternaam van de man met wie de dochter trouwde en bij wie ze deze kinderen kreeg. De achternaam is dus geen “familienaam” want allerlei directe neven en nichten kunnen heel andere achternamen hebben.
In ons geval geldt het o.a. bij de achternaam VAN DER HOEK die in 1811 door Freerk Tammes als familienaam werd ingeschreven bij de Mairie Knijpe. In de volgende generatie werd deze achternaam alleen via zijn zoon Wolter in mannelijke lijn doorgegeven. En van diens zonen zorgde alleen Jan voor verdere doorgave, via de zonen Wouter en Bonne. Wouter (Amsterdamse tak) kreeg één zoon, Pieter, die zelf ook één zoon, Wouter, kreeg die rond 1986 te Amsterdam overleed zonder mannelijke nakomelingen. Waarmee de overdracht van de VanderHoeken-lijn langs die lijn stopte.
Bonne (Naaldwijk/Heerenveense tak) kreeg vier dochters en twee zonen. Jongste zoon Jan kreeg een zoon, Jan, en drie dochters (Canadese tak) en deze VanderHoeken-lijn is daarmee ook gestopt. Oudere zoon Willem is de Willem Van der Hoek (1906-1961) die voor deze documentatie als invalshoek (zijn kinderen) is gebruikt. Willem kreeg zeven zonen en vijf dochters. Van die zeven zonen hebben slechts drie zelf ook weer zonen verwekt (Klaas: Wim en Martin, Jan: Jelte, Rense, Auke, Peter: Bram) die voor een verdergaande VanderHoeken-lijn kunnen gaan zorgen (Jelte inmiddels twee zonen: Mart en Kris).
Hoewel de familie veel breder is, is de VanderHoeken-lijn in de zin van overdracht van achternaam naar volgende generaties beslist beperkt te noemen. Vanaf 1811 tot en met nu. II.1. Van der Hoek
In 1811 wordt de (Franse) wet op registratie volgens een “burgerlijke stand” met vaste achternamen van kracht. Gezinshoofden moeten zich op het gemeentehuis met zo’n achternaam laten inschrijven en tegelijk melden hoeveel kinderen ze hebben en welke voornamen deze dragen.
Het hebben van een vaste achternaam was in Frankrijk al meer gebruikelijk en kwam ook in de Nederlandse steden al meer voor. We hebben het in deze voorgeschiedenis over het Friese platteland (tamelijk dunbevolkt) waar, volgens een opgave, rond 1750 slechts zo’n 5% van de bevolking een vaste achternaam droeg. Men had een eigennaam of “roepnaam” (voornaam) en wanneer dat nodig was om onderscheid te maken werd daar nog de vadersnaam (patroniem) aan toegevoegd. Je was bijvoorbeeld Tamme of Antie, maar om het duidelijker te maken Tamme Freerks (zoon van Freerk) of Antie Hermens (dochter van Hermen). Indien nodig. Een andere mogelijkheid was dat je met een bijnaam werd aangeduid vanwege een eigenschap of een adres: Tamme de Lange of Antie van de Hoge Dijk. De patroniemen veranderden uiteraard per generatie omdat bijvoorbeeld de kinderen van Tamme Freerks niet meer Freerks werden genoemd maar Tammes. En de kinderen van Tamme de Lange misschien Jan de Zwarte of Klaas Timmerman. En die van Antie van de Hoge Dijk misschien Van der Kooi of de Boer of wat dan ook. Alnaargelang nieuwe situaties.
Leden van dezelfde familie konden heel verschillende bijnamen (achternamen, roepnamen) hebben en de Franse wet was bedoeld om aan de verwarring die dit kon geven een einde te maken. Belangrijk bij het nieuwe systeem was natuurlijk ook dat er belasting nodig was en militaire dienstplicht, bijvoorbeeld om de beoogde veldtocht naar Rusland te financieren. Via vaste achternamen betere controle.
Het oude besturingssysteem (grietenijen en dergelijke) werd onder het Franse bewind ook nog eens volledig veranderd in een systeem met Mairies (burgermeesterschappen). Oude grietenij-aanduidingen zoals Opsterland, Schoterland, Aengwirden of Haskerland werden vervangen door Mairie-namen voor beperktere gebieden. Die Mairie-indeling werd na de Franse tijd snel weer beeindigd en door het eerdere besturingssysteem vervangen.
MAIRIE KNIJPE: VAN DER HOEK
Bij de familienaamregistratie van 1811 kiezen in Friesland ruim 50 gezinshoofden voor de achternaam/familienaam Van der Hoek. In de Mairie Knijpe is er maar eentje die dat doet, namelijk de op dat moment 60-jarige Freerk Tammes.
Deze Freerk Tammes (1751-1841) is voorvader van ‘onze’ Van der Hoeken-familie en de man die er voor verantwoordelijk is dat de vaste achternaam Van der Hoek in de familie een traditie werd. Waarom hij voor deze achternaam koos en niet voor een andere, kunnen we hem niet meer vragen.
DE JONGEN-lijn
III.1. De Jong III.2. Haskerland en Stellingwerven III.3. Pier en Joltje III.4. Klaas en Fokje III.5. Elizabeth en Willem III.6. Samenvatting
BIJLAGEN - - -