Michiel Hannes
Van FLEEREN-voorfamilie
Michiel Hannes & Rits Annedr Trijn Michielsdr & Jan Meinesz Roelof Jans & Michiel Roeloffs & Grietje Jans (stamouders) Jan Migchiels & Jekke Rinses Jantje Jans & Jurjen Jans Jan Jurjens & Fokjen Bonnes Pietje Jans & Jan Andries Fleeren Fokje Jans van Vleeren & Hendrik Durks Wykkel (betovergrootouders) Janke Hendriks Wiekel & Jurjen Annes Schipper Fokje Schippers & Klaas Piers de Jong Elizabeth de Jong & Willem Van der Hoek Kinderen Van der Hoek - de Jong
Stambetovergrootvader Michiel Hannes (geboren ca. 1560/1570) en zijn schoonzoon Jan Meinesz (geboren ca.1590) worden in Sint Johannesga vermeld, maar het kan zijn dat de familie toen al in Rottum woonde, tussen Sint Johannesga en het in die tijd opkomende Heerenveen.
Stamvader Michiel Roeloffs (geboren ca. 1645) wordt 21-7-1662 te Rottum vermeld, met zijn broer Jan Roeloffs. In 1698 is hij eigenaar en gebruiker van de percelen Rottum #12 en #28. Hij trouwt 28-9-1671 met Grietje Jans die ca.1645/1650 te Rottum is geboren.
Uit hun huwelijk wordt oudbetovergrootvader Jan Migchiels geboren, ca. 1680. Hij trouwt met Jekke Rinses, geboren ca. 1690. Uit het huwelijk worden minstens de kinderen Jantje Jans (ca.1720) en Reitze Jans geboren. Jan Migchiels was waarschijnlijk niet de oudste zoon van Michiel en Grietje. Van Jantje staat vermeld dat zij te Oldeboorn werd geboren. Jan Migchiels werd tenslotte toch wel gebruiker van de genoemde percelen te Rottum, maar overleed relatief jong (vóór 1728). In 1728 gaat weduwe Jekke Rinses als gebruiker van deze percelen gelden.
Jantje Jans trouwt 20-6-1743 met Jurjen Jans (geboren 1720), “huisman te Oudeschoot”. Volgens de aantekening vond dit huwelijk te Oldeboorn plaats, dit kan vergissing zijn (Jantje daar geboren). Bij de quotisatie van 1749 wordt een Jurjen Jans genoemd die boer is in Het Meer Noordzijde. Hij wordt aangeslagen voor 15 Caroliguldens. Zijn gezin bestaat uit 2 volwassenen en 2 kinderen. Op 15-6-1766 doen beiden belijdenis te Rottum (of gaat het hier om Jantje en haar broer Reitze).
Oudgrootvader Jan Jurjens wordt in Het Meer geboren en 25-11-1746 te Oudeschoot gedoopt. Hij trouwt 17-6-1770 te Oudeschoot met Fokjen Bonnes. Jan Jurjens wordt 65 jaar en overlijdt 18-7-1811 te Nieuweschoot. Enkele maanden dus voordat de verplichte familienaamregistratie plaats vond. Zo blijft onduidelijk welke naam hij gekozen zou hebben (Lemstra?).
Oudgrootmoeder Fokjen Bonnes is dochter van Bonne Jacobs die in 1749 (ws) voor 18 Caroli-guldens en 3 stuivers werd aangeslagen, arbeider, gezin bestaande uit twee volwassenen en 1 kind. Ala woonplaats staat Benedenknijpe vermeld, waarbij aan Brongerga gedacht mag worden. Zijn vader Jacob Bonnes, getrouwd met Foock Siegers, is gebruiker van perceel #10 te Brongerga (1718) en wordt in 1749 aangeslagen voor 42 Caroliguldens en 3 stuivers, huisman, Benedenknijpe. Gezin van 3 volwassenen. Jacob en Foock zijn oudbetovergrootouders vanuit Brongergaster richting.
Oudmoeder Pietje Jans, dochter van Jan Jurjens en Fokje Bonnes, wordt 5-1-1776 in Rottum geboren. Zij trouwt 3-12-1794 (kerk St.Johannesga) met Jan Andries Fleeren, 25-10-1765 te Oldelamer geboren, timmerman, overleden Delfstrahuizen 27-9-1828.
De Fleeren-voorlijn voorzover tot dusver bekend:
Jan Hendriks & Aagjen Willems Andries Jans Fleer (Vleeringa) & Albertje Jans Jan Andries Fleeren & Pietje Jans Fokje Jans van Fleeren & Hendrik Durks Wykkel (betovergrootouders) Janke Hendriks Wiekel & Jurjen Annes Schipper Fokje Schippers & Klaas Piers de Jong Elizabeth de Jong & Willem Van der Hoek Kinderen Van der Hoek - de Jong
Oudovergrootvader Jan Hendriks woonde te Oldelamer, de boerenstreek in Weststellingwerf ten westen van Wolvega. Bij de belastingquotisatie van 1749 telt zijn gezin 5 “volwassenen” (12 jaar en ouder) en 1 kind (jonger dan 12). Zijn vrouw is Aagjen Willems. De twee zijn niet in Oldelamer getrouwd. Waar wel, is nog uit te zoeken.
Als beroep van Jan Hendriks wordt kooyman gemeld. Het kan zijn dat hij bij een eendenkooi werkte. Van de 5 “volwassenen” in het gezin is oudgrootvader Andries Jans er één geweest. Hij wordt 7-4-1732 te Oldelamer geboren en trouwt er 25-11-1764 met Albertje Jans. Van beroep was hij timmerman, specialisatie wielmaker (wieldraaier). Hij overlijdt 7-11-1812, 80 jaar, weduwnaar, te Oldetrijne (overlijdensakte Weststellingwerf (mairie Sonnega) 1812 nr 15).
In de overlijdensakte wordt hij Andries Jans Vleeringa genoemd. Bij de familienaamregistratie van een jaar eerder had hij zich echter als Fleer laten registreren. Fleer, Andries Jans, Oudetrijne. Kinderen: Jan 46, Delfstrahuizen, Margjen 41, Delfstrahuizen. Mairie Sonnega, folio 50.
De verandering van Fleer in Vleeringa in de akte is weer zo’n voorbeeld van familienamen die in de beginperiode nog niet vastliggen. Zoon Jan Andries is in 1811 46 jaar en doet een eigen registratie bij de Mairie St.Johannesga, waar het dorp Delfstrahuizen toe behoorde. De ambtenaar noteert de familienaam Vleeren, maar merkt wel op dat Jan met Fleeren ondertekent.
Vleeren, Jan Andries, Delfstrahuizen Kinderen: Andries 2, Jan 3 dagen, Albertje 13 jaar, Fokjen 10, Jantje 8, Andriesje 5. NB: Hij tekent “Fleeren”. Mairie St.Johannesga, folio 204.
Bij zijn overlijden in 1828 wordt hij als van Fleeren vermeld. In 1811 worden er in Friesland geen Vleeringa’s of Fleringa’s ingeschreven, geen Vleer, van Vleeren of van Fleeren. Enkel 2 maal Fleer, beide te Oudetrijne, namelijk de ons bekende wieldraaier Andries Jans Fleer en een Alphert Jans Fleer (kinderen Jan 2 jaar en Rinske geboren 19 augustus 1811). Deze Alphert was misschien een oomzegger van Andries Jans.
Slechts tweemaal Fleer dus en eenmaal Fleeren, al maakte de ambtenaar er Vleeren van. Dit herstelde zich later. De naamskwestie is nooit geheel opgelost, zodat er latere takken zijn met afwijkende familienamen.
Aardig om te vermelden is dat in nog in 1877 Kornelis Rinkes Oosterdijk, geboren 3-11-1849, het gemeentehuis van Weststellingwerf zo ver wist te krijgen dat voor hem per 31-5-1877 een nieuwe geboorteakte werd opgesteld. Hij ging in ondertrouw met Hielkje Stoker en ontdekte daarbij kennelijk dat zijn moeder in de oorspronkelijke geboorteakte stond genoemd als Gatske Annes Fleersma. Dat moest Gooitske Annes Fleer zijn.
JAN ANDRIES FLEEREN & PIETJE JANS
Oudvader Jan Andries Fleeren (1765-1828) is in 1811, zie vorige paragraaf, 46 jaar. Het gezin telt op dat moment zes kinderen.
Jan, de jongste van dit zestal, is op dat moment drie dagen oud, volgens de opgave in het familienaamregister. Wanneer die opgave klopt, vond de familienaam-registratie op 16 december 1811 plaats, want volgens de geboorteakte is Jan Jans van Vleeren, zoon van Jan Andries van Vleeren en Pietje Jans, op 13 december 1811 geboren. De aangiftedatum is 20 december 1811 (geboorteakte Schoterland (mairie St.Johannesga) 1811 nr 65). Lijkt rijkelijk laat.
Jan Andries Fleeren werd, zoals zijn vader, timmerman. Hij is 25-10-1765 te Oldelamer geboren en 3-12-1794 in St.Johannesga getrouwd met Pietje Jans die 5-1-1776 in Rottum werd geboren. Pietje is bijna 19 bij het huwelijk, Jan is 29.
Na de zes kinderen die per 1811 uit dit huwelijk waren geboren (een eerste kind is misschien jong overleden), kwamen er in volgende jaren nog twee bij. De kinderen van oudouders Jan en Pietje op een rij:
Albertje, dochter, in 1798 geboren. Albertje Jans van Fleeren overlijdt 30-10-1824, 26 jaar, gehuwd (Schoterland 1824 blad nr 29). Met wie ze gehuwd was nog na te gaan. Fokjen Jans van Fleeren is de tweede dochter. Zij is 3-7-1801 te Delfstrahuizen geboren. Ze trouwt 26-11-1820, 19 jaar oud, met Hendrik Durks Wykel (Schoterland 1820 akte 54). Hendrik is weduwnaar, 40 jaar oud en schoenmaker. Zij zijn betovergrootouders van ons en krijgen daarom verderop aparte aandacht. Op deze plek past misschien de vermelding dat Jan Hendriks Wiekel, het eerste kind uit het huwelijk slechts 9 maanden werd. Overleden 13-8-1824 (Sch. 24). Jantje Jans van Fleeren is de derde dochter, twee jaar jonger dan Fokje. Zij trouwt 26-10-1828 met Jan Eits Eitstra (Sch 58). Uit dit huwelijk wordt een dochter Pietje geboren (Sch 19-12-1832). Jantje overlijdt 9-10-1873, 69 jaar, weduwe. Jan Eitstra overleed 16-1-1858, 62 jaar. Pietje Jans Eitstra overlijdt 16-7-1912, 79 jaar, weduwe van Marten Jentjes Raadsveld (huwelijk 20-5-1858 Aengwirden akte nr 18). De vierde dochter: Andriesje Jans van Fleeren wordt 54 en overlijdt 10-10-1860 (WSW 184) als weduwe van Sytse Egberts van der Molen (huwelijksakte 22-3-1838, WSW 14). Zoon ANDRIES, eindelijk een zoon..! Andries Jans van Fleeren (1809-1887, overleden 28 maart 1887, 78 jaar, weduwnaar, WSW 100) trouwt 7-11-1838 met Trijntje Meines Bos (WSW 55). Ze wonen in Oldetrijne tot rond 1846 waar de kinderen Jacobje (dochter, 1839), Jan Andries (1841) en Pietje (dochter, 1844) worden geboren. Verhuizen naar Oldelamer waar nog de de dochters Jeltje (1848, overlijdt 1 jaar oud) en Jeltje (1850) worden geboren plus een zoon Meine (1853). Moeder Trijntje Meines Bos wordt 64 en overlijdt 12-6-1875 (WSW 141). Tweede zoon Jan Jans van Fleeren, geboren 13-12-1811 te Delfstrahuizen, wordt 76. Hij overlijdt 1-1-1888 als weduwnaar (WSW 1). Nog na te gaan. Vader o.a. van Marijgjen Jans van Fleeren, geboren 12-9-1835 (Schoterland). Vijfde dochter: Marrigjen Jans van Fleeren. Geboren 1815, overleden 11-1-1894, 79 jaar, weduwe (WSW 12). Trouwde 23-9-1835 met Theunis ter Velde (WSW 47). Behoorlijk aantal kinderen. Derde zoon en laatste kind: Bonne Jans van Fleeren, geboorteaangifte (Schoterland) 21-6-1816. Trouwt 14-9-1861 (WSW 73) met Sanderina Jans de Vries die eerder, 6-5-1852 (WSW 25), met Marten Hanzes Bloem was getrouwd (overleden 2-2-1860, 40 jaar oud). Bonne Jans overlijdt 1-6-1882, 65 jaar (WSW 136), Sanderina 14-2-1908, 83 jaar (WSW 49).
WIEKEL-voorfamilie
Keimpe Lieuwes & Griet Jans Jantien Keimpes & Fedde Goosses (stamouders) Libbe Feddes & Griet Jelles Jelle Libbes & Auk Annes Boukjen Jelles & Rinse Annes Durk Rinses & Maaike Hendriks Hendrik Durks Wykkel & Fokje Jans van Vleeren (betovergrootouders) Janke Hendriks Wiekel & Jurjen Annes Schipper Fokje Schippers & Klaas Piers de Jong Elizabeth de Jong & Willem Van der Hoek Kinderen Van der Hoek - de Jong
Stamgrootvader Keimpe Lieuwes is in Luxwoude geboren, ca. 1580. Hij overlijdt vóór 1630. Hij trouwt met Griet Jans, stamgrootmoeder.
Uit hun huwelijk wordt te Luxwoude ca. 1600 een dochter Jantien Keimpes geboren. Deze trouwt ca 1620/1625 met de ongeveer evenoude Fedde Gosses. Jantien en Fedde worden stamouders van ons langs deze lijn via hun zoon Libbe. Fedde Gosses had waarschijnlijk een boerenbedrijf dat in de buurt van Luxwoude en Gersloot meetelde. Zo functioneerde hij o.a. als dorpsrechter te Gersloot. Hij stierf tamelijk jong, vóór 11-11-1654.
Dorpsrechter De dorpsrechter vertegenwoordigde plaatselijk het grietenijbestuur, deed oproepingen voor de water-schappen en had vooral een belangrijke rol in de rechtspraak. Werd door de grietman benoemd uit een voordracht van drie. In de tijd van Fedde Gosses waren resp. Anne Hans van Wyckel (1626-1636), Johannes Sytse Crack (1636-1652) en Tjaerd van Heloma (1652-1657) grietmannen van de grietenij Aengwirden. Gersloot was het kleinste dorp van de grietenij, met hooguit 50 inwoners. Toch was er in 1612 al een schoolmeester die winterschool hield. Ook in 1639. Het Opsterlandse dorp Luxwoude viel kerkelijk onder Gersloot. Misschien was Fedde Gosses al dorpsrechter toen in 1639 de boer Siebe Abes van het gerecht de opdracht kreeg om tot profijt van het dorp Gersloot een behoorlijke Kerkwech op syn landen te laten leggen, waardoor met paard en wagen gereden kan worden, voor vervoer van de doode lichamen en andere materialen tot de Kercke, klockhuijs en de Kerckhoff (Keizer, pag.63). Het kerkje werd in 1833 wegens bouwvalligheid afgebroken.
Oudbetovergrootvader Libbe Feddes is niet de oudste zoon uit het huwelijk van Fedde en Jantien geweest. Hij trouwt 1654 met Griet Jelles en uit dit huwelijk wordt o.a. de zoon Jelle Libbes geboren, die trouwt met Auk Annes.
Oudovergrootvader Jelle Liebbes (zo schreef men de naam ook wel) is ca. 1657 geboren, waarschijnlijk te Luinjeberd (“de Streek” noordelijk van Heerenveen: Terband-Luinjeberd-Tjalleberd-Gersloot). Hij trouwt in 1682 met Auck Annes. Uit dit huwelijk zullen meer kinderen zijn geboren dan Boukjen Jelles die een van onze oudgrootmoeders werd. Gegevens daarover zijn nog niet voorhanden. Bauk Jelles werd 29-12-1700 gedoopt in de kerk te Tjalleberd, maar er schijnt haar een zusje met dezelfde naam vooraf te zijn gegaan, gedoopt 18-12-1698 te Tjalleberd. In de 16 voorafgaande jaren van het huwelijk zullen nog andere kinderen zijn geboren.
Toen onze Boukjen Jelles werd geboren was vader Jelle Liebbes al ruim in de veertig.
Oudgrootmoeder Boukjen Jelles zou vóór 1730 getrouwd zijn met Rinse Annes. Die melding moeten we nog verder natrekken. Er is ook de melding dat een Bauk Jelles in 1739 trouwt met een Rintie Annes uit Terband. Toen was Boukjen dus bijna 40. We moeten terug naar de archieven.
Bij de belastingquotisatie van 1749 wordt een Rinse Annes te Luinjeberd vermeld, “een sober man”, die desondanks een aanslag van 36 Caroliguldens en 19 stuivers krijgt opgelegd. Zijn gezin bestaat op dat moment uit 4 “volwassenen” (12 jaar en ouder) en 3 kinderen. Dit wijst op een huwelijk dat vóor 1730 werd gesloten. In Luinjeberd woonden in 1744 slechts 76 inwoners (16 huisgezinnen).
De belastingquotisatie 1749 Aengwirden De grietenij Aengwirden, ten noorden van Heerenveen, bestond uit de streekdorpen Gersloot, Tjalleberd, Luinjeberd en Terband. Van deze dorpen was Tjalleberd oorspronkelijk het grootst. Het verveningsknooppunt Heerenveen dat zich snel ontwikkelde, deed dit voor een deel op het gebied van Aengwirden (Terbandsterschans en de Fok aan de oostkant van de nieuwgegraven Heerensloot) zoals ook voor een deel op het gebied van Haskerland (Heerenwal/Nijehaske aan de westkant van de Heerensloot). In 1744 telde het dorp Terband 11 huisgezinnen (57 zielen), terwijl op de Schans en langs de Fok al 12 huisgezinnen woonden (Keizer, pg.68). Vijf jaar later, bij de belastingquotisatie van 1749, werden in Terband incl. Schans en Fok al 70 “huishoudingen” geregistreerd. Tegen 44 in het vroegere hoofddorp van Aengwirden, Tjalleberd, en slechts 15 elk in Luinjeberd en Gersloot. De “rijke boeren” uit de oude Streek hebben de opkomst van Heerenveen op hun grondgebied steeds met argwaan gade geslagen. Tegen alle annexatiepogingen hebben zij zich lang verweerd, bijna 200 jaar zelfs, om het globaal te stellen. In 1934 pas werden bij koninklijk besluit de oude grietenijen Schoterland en Aengwirden samengevoegd tot wat nu de gemeente Heerenveen heet. Aengwirden verdween als (relatief rijke) zelfstandige eenheid. Ook het Heerenveense deel van Haskerland (Heerenwal en stationsbuurt) werden toen aan de nieuwe gemeente toegevoegd. Maar dit ging gepaard aan een ruil: Haskerland kreeg het aloude West-Schoterland onder beheer (St.Johannesga, Rottum, Rotstergaast, Delfstrahuizen enz.).
In 1749 had de boerenstreek Aengwirden slechts met eerste ontwikkelingen in die richting te maken. Bij de belastingquotisering bleek “Terband” plots ongeveer de helft van alle in aanmerking komende huishoudingen te omvatten (70 van de 144). Daar zaten relatief veel nieuwe beroepen en ambachten bij, maar een vetpot was het beslist niet: 17% van de Terbandse huishoudingen was “van de bedeling” afhankelijk (bijstand, wordt onderhouden) en 9% kon niet hoger dan voor slechts 6-7 Caroliguldens worden aangeslagen. Samen 26% tegen 16% in Tjalleberd, het oude verzorgingscentrum) en geen van deze gevallen in Gersloot en Luinjeberd.
Het gemiddelde voor heel Aengwirden was 27 Caroliguldens per huishouding. Voor Terband 25 en dat gemiddelde is behoorlijk veel lager wanneer je bepaalde bewoners van de Fok buiten beschouwing laat, zoals de grietman van Aengwirden Martinus van Bouricius die een aanslag van 220 Caroliguldens voor de kiezen kreeg en dominee Mebius van Heerenveen die 139 guldens zou moeten betalen. De Aengwirdse dominee Petrus Brouwer die te Tjalleberd woonde werd voor slechts 46 guldens aangeslagen. Verschil in tractementen.
Laat je de grietman en de Heerenveens dominee Mebius buiten beschouwing, dan is de gemiddelde aanslag voor Terbandster huishoudingen weinig meer dan 20 guldens. Rond een kwart lager dan voor heel Aengwirden gemiddeld.
Analyse van de quotisatiegegevens 1749 levert interessante zaken op betreffende de verhoudingen van toen. In ons geval hebben wij te maken met het merkwaardige gegeven dat oudgrootvader (?) Rintse Annes in 1749 een van de 15 gezinshoofden te Luinjeberd is en als enige de aanduiding krijgt “een sober man”. De andere gezinshoofden worden (sober of gemeen/gewoon en eentje welgesteld) boer of boerin genoemd, terwijl Rintse dus man heet. Nergens anders in Aengwirden komt dit voor. Was hij geen boer? Als enige niet?
Voor wie denkt dat de aanduiding een sober man moet betekenen dat Rintse Annes van een karig inkomen moest rondkomen, de mededeling dat hij werd aangeslagen voor 36 Caroliguldens. Binnen Luinjeberd kreeg hij de op twee na hoogste aanslag (boer Lammert Boates 42 gulden, boer Jan Hendriks 37, de als welgestelde boer vermelde Hendrik Jans slechts 35 - Hendrik Jans is de enige te Luinjeberd die in het register “welgesteld” wordt genoemd). Voor de belastingtaxateurs van 1749 gold Rintse als een van de meest welgestelden van Luinjeberd terwijl ze hem, anders dan alle anderen, een sober man noemden. Wat daar achter heeft mogen zitten, kan je nog proberen na te gaan. Misschien rentenierde hij al in 1749. En hadden ze daar in Luinjeberd nog geen woord voor. In Tjalleberd 1749 was er één man die rentenierde, in Terband ook één plus twee dames. Eén van die dames staat als Ep Moy (= tante Ep) in het register. Zij kreeg zoals Rintse ook aan aanslag van 36 guldens. Rintse rentenierde al. Of bewijs het tegendeel.
Eén van de gemelde 3 kinderen, jonger dan 12, van Rintse Annes en Boukjen Jelles moet oudvader Durk Rinses zijn geweest die 19-4-1745 te Tjalleberd wordt gedoopt. Binnen de lange kerkhistorie van Tjalleberd was dat in een recent (1742) weer volledig nieuw opgetrokken gebouw. Daar moeten sommige voorouders behoorlijk aan hebben meebetaald.
Durk trouwt ca. 1775 met oudmoeder Maaike Hendriks. De waarschijnlijk tweede zoon uit dit huwelijk, geboren Luinjeberd 23-2-1780, gaat Hendrik Durks Wykkel heten.
Beide oudouders, Durk en Maaike, schijnen vóor 22-4-1783 te zijn overleden. Zoek dit nog na. Betovergrootvader Hendrik werd wees voordat hij fatsoenlijk een bal kon trappen. Wie ontfermde(n) zich over de kinderen van Durk en Maaike? Rinse en Boukjen waren al veel te bejaard om dat nog te kunnen doen.
HENDRIK DURKS WIEKEL (1780-1861) & FOKJE JANS VAN FLEEREN (1801-1860)
Betovergrootvader Hendrik Durks Wiekel is 23-2-1780 in Luinjeberd geboren. Beide ouders overleden voordat hij 3 jaar oud is.
Het is nog onduidelijk hoe zijn jeugd verder is verlopen. Hij leert het beroep van schoenmaker. Hij trouwt ca. 1804 met Grietje Hanzes Beek en woont in Nieuwehorne. Hoe kwam hij erbij Wijckel (zo in register geschreven, maar we vinden ook Wykkel en uiteindelijk Wiekel) als familienaam te kiezen in 1811? Had dit met Grietje te maken?
We gaan ervan uit dat deze betovergrootvader eind 1811 als schoenmaker in Nieuwehorne woonde en bij echtgenote Grietje Beek toen drie kinderen had. In het register van 1811:
Wijckel, Hendrik Durks, Nieuwehorne Kinderen: Durk 6, Hans 4, Maaike 1. Mairie Mildam, folio 194.
Echtgenote Grietje Hanzes overlijdt 20-6-1812, 36 jaar oud (Overlijdensakte Schoterland (mairie Mildam) 1812 blad nr 5). Hendrik was 4 jaar jonger dan zijn vrouw en 32 toen Grietje overleed.
Acht jaar later komen we hem weer tegen in de akten. De 40-jarige weduwnaar/schoenmaker met drie opgroeiende kinderen trouwt 26-11-1820 met de 19-jarige timmermansdochter Fokje Jans van Fleeren uit Delfstrahuizen (huwelijksakte Schoterland 1820 nr 54).
In de huwelijksakte wordt de familienaam als Wykel geschreven. De kinderen uit het eerste huwelijk van Hendrik houden ook de naam Wykel: Durk Hendriks Wykel, overlijdt 1879, 74 jaar, weduwnaar (Schoterland) Hans Hendriks Wykel, overlijdt 1846, 39 jaar, gehuwd (Schoterland) Maike Hendriks Wykel, overlijdt 1881, 71 jaar, gehuwd (Schoterland).
De familienaam wordt Wiekel geschreven bij de aangifte van de 6 kinderen uit het tweede huwelijk. Maar als Hendrik 20-6-1861 te Oudehorne overlijdt, 81 jaar oud, wordt hij zelf weer als Wykel genoteerd.
Uit het huwelijk van betovergrootouders Hendrik Wiekel en Fokje Jans van Fleeren worden de volgende kinderen geboren:
Jan Wiekel. Geboren november 1823 (aangiftedatum 16-11-1823), wordt slechts 9 maanden. Overleden 13-8-1824 (Sch 24) Trijntje Hendriks Wiekel. Geboren in 1826 (aangifte 11-1-1826). Trouwt 19-11-1848 met Willem Martens de Jong (Sch 70). Trijntje overlijdt 20-7-1868, 41 jaar oud , gehuwd (Sch 156) Rentze Hendriks Wiekel. Aangifte 17-9-1833. Overlijdt 8-1-1915, 81 jaar, weduwnaar (Sch 3). Durk Hendriks Wiekel. Aangifte 19-12-1836. Trouwt 11-5-1862 met Margjen de Jonge (Sch 28). Janke Hendriks Wiekel. Aangifte 22-1-1840. Trouwt 12-11-1864 met Jurjen Schipper (WSW 76). Overlijdt 12-1-1908, 67 jaar, gehuwd (Sch 10). Overgrootmoeder, dus hierna verdere informatie. Bontje Hendriks Wiekel. Aangifte 26-3-1842. Trouwt 7-11-1880 met Gerrit Sakes Bosma (Sch 85).
Betovergrootmoeder Fokje van Fleeren overlijdt 9 februari 1860, bijna 60 jaar oud.
Wiekel&Fleeren - concept juli 2001
PAGE
PAGE 6