Minnesma Te Haskerhorne
MINNESMA TE HASKERHORNE
Oudvader Pier Jacobs (kw 48), boer te Oosterzee, is daar in 1806 overleden, 43j oud. Hij laat 6 kinderen na, vier dochters en twee zonen, die na 1811 de achternaam DE JONG krijgen. Mogelijk was het MINNESMA geworden als vader Pier zelf nog had kunnen beslissen. Zijn oudere broer Minne Jacobs (1761-1815), boer te Haskerhorne, kiest in 1811 voor die familienaam en ook zijn jongste zus Anna Jacobs (1779-1845) wordt als MINNESMA vermeld. De vijf andere zussen komen in de registers alleen met het patroniem JACOBS voor. Als gehuwde vrouwen konden zij daarmee volstaan. Anna Jacobs was trouwens ook gehuwd. Met de schoolonderwijzer, ontvanger en latere herbergier BIJSTERBOSCH, uit Kampen (Overijssel) afkomstig.
De MINNESMA-familienaam blijff in Haskerhorne verbonden aan een lijn van boeren/ veehouders tot in de 20ste eeuw. In adresboek van 1928 nog veehouder A.Minnesma (Haskerhorne A57) en veehouder M.Minnesma (Haskerhorne A83e). Voor 1811 vinden we de naam als zodanig niet vermeld. Wel voorouders met namen als Wybe Minnes, overleden in 1640, diens zoon Minne Wybes en vervolgens weer een Wybe Minnes, boer op plaats 23 te Haskerhorne (stemkohieren 1698).
Met deze Wybe Minnes begint het verhaal over deze tak van de voorfamilie enigzins documenteerbaar te worden. Van voor die tijd ontbreken trouw- en doopregisters. Mogelijk levert diepergraven in stem- en/of belastingdocumenten uit de “voortijd”, voorzover nog aanwezig, nog wat aanvullende gegevens op.
- Wybe Minnes, boer te Haskerhorne (1698), overleden voor 1710 (?)
- Jol Jacobs, overleden na maart 1713 (?) Het jaartal 1698 is zeker. De jaartallen 1710 en 1713 heb ik ontleend aan een genealogiepagina op internet, die verder geen toelichting geeft. Het kerkregister van Haskerhorne meldt huwelijk 18-5-1710 van Jol Jacobs en Jan Wybes en doop 23-4-1713 van een dochter Antie. Was genoemde Jol Jacobs weduwe van Wybe Minnes? Dit zou de jaartallen verklaren. In 1728 wordt (een) Jan Wybes genoemd als boer op de plaatsen 17 en 18 te Haskerhorne. Oudbetovergrootvader Wybe Minnes is in 1698 (stemkohieren) boer op de plaats 23 te Hakerhorne, die voor twee-derde eigendom is van de toenmalige grietman van Haskerland, de jonkheer Hessel VEGELIN VAN CLAERBERGEN. “Plaats 23” is een stemhebbende plaats en indertijd waren families met politieke ambities gek op het in eigendom krijgen van dergelijke plaatsen, in ieder geval op het verkrijgen van “de stem”, want daarmee vergrootten zij hun kansen op politieke ambten (zoals dat van grietman). In 1698 zijn de plaatsen 21, 22 en 23 te Haskerhorne samengevoegd. Drie stemmen, 1 plaats? Zij komen uit de nalatenschap van Egbert VAN BAERDT, de eerdere grietman van Haskerland. Zijn weduwe Aurelia VAN HILLAMA is eigenaar van 21 en 22 (met Yde Engles als boer), plaats 23 wordt door Wybe Minnes gebruikt en is eigendom voor 2/3 van de nieuwe grietman en voor 1/3 van Jelle Remmerts, papist. Jelle was rooms-katholiek, papisten hadden geen stemrecht. Na 1698 is het eigendom van de drie plaatsen overgegaan aan de zoon van grietman Hessel, Philip Frederik VEGELIN VAN CLAERBERGEN, die zijn vader opvolgde als grietman van Haskerland. Volledig eigenaar van 21 en 22, voor 2/3 eigenaar van plaats 23, waar Wybe Minnes al geen boer meer is dan, want overleden voor 1710, volgens bovengenoemde melding. Zijn opvolger op de plaats wordt Ytse Johannes.
In 1728 is Folkert Wybes boer op de plaatsen 21 en 22 te Haskerhorne. En Minne Wybes, boer op de plaatsen 15 en 16 te Haskerhorne, die ook eigendom zijn van de grietman VEGELIN VAN CLAERBERGEN. De grietmanfamilie was inmiddels eigenaar geworden van 30 van de 39 stemhebbende plaatsen te Haskerhorne. In totaal waren er 17 boeren als gebruikers van die plaatsen actief. Er zijn geen aanwijzingen dat Folkert en Minne broers waren. Het patroniem Wybes kwam ter plaatse vaker voor. Zo was een Jan Wybes (1728) boer op de plaatsen 17 en 18 (was hij in tweede huwelijk getrouwd met weduwe Jol Jacobs?), en een Meinte Wybes eigenerfde boer op de plaatsen 25 en 32 (hij was papist).
- Minne Wybes, boer te Haskerhorne en Oudehaske, ovl in periode 1761-1768 (?), trouwt Haskerhorne 14-1-1720 met
- Martjen Franckes, ovl te Joure 1769 (?) Het huwelijksjaar 1720 is volgens trouwregister. De jaren van overlijden kloppen misschien, maar zijn niet zeker.
In 1728 is Minne Wybes boer op de (stemhebbende) plaatsen 15 en 16 te Haskerhorne, eigendom van de grietmansfamilie, en op plaats 39 in het aangrenzende dorp Oudehaske. Die plaats is eigendom van de grietenij-secretaris Cyprianus TADEMA.
Bij de Quotisatie van 1749 staat hij vermeld als boer, redelijk in staat te Haskerhorne, met gezin van 5 personen, alle 5 ouder dan 12 jaar, en de aanslag bedraagt 43 Caroliguldens. Volgens het doopregister van de Herv. kerk te Haskerhorne-Oudehaske laten Minne en Martje 7 kinderen dopen (periode 1720-1733), wat een gezin van 9 personen, alle ouder dan 12 jaar, in 1749 zou moeten zijn geweest, zonder overlijdens. Maar er waren overlijdens: eerste zoon Francke, en dochter Joltje. Met moeder Martje nog in leven zou het gezin in 1749 uit 7 personen ouder dan 12 hebben bestaan. Niet 5 zoals het register meldt. Maar laten we dit rusten. Mogelijk waren er al twee kinderen naar elders verhuisd en buiten de telling gebleven.
Oudgrootvader Jacob Minnes (kw 96) is in 1728 te Haskerhorne geboren. Bij het overlijden van zijn vader is hij rond de 35j oud, te Joure woonachtig, daar in 1760 getrouwd met Afke Piers (kw 97). Ik vermoed dat hij te Joure koopman of veehandelaar was. Zijn twee oudere broers Wybe en Franke zijn bezig in het boerenbedrijf te Haskerhorne, totdat vader Minne Wybes er rond 1765 overlijdt en moeder Martje Franckes in 1769 te Joure. Wybe vertrekt naar Aengwirden, broer Franke is boer te Haskerhorne (ook diaken en ouderling) tot hij voor 1773 overlijdt. Dan komt het boerenbedrijf aan Jacob Minnes die ervoor uit Joure moet verhuizen.
BROERS WYBE, FRANKE EN JAN, ZUS REINSKJE MINNES
Uiteindelijk zal Jacob Minnes (kw 96) het “MINNESMA”-bedrijf te Haskerhorne voortzetten. Daarvoor geeft hij zijn activiteiten te Joure op.
WYBE MINNES, geboren Haskerhorne 1-11-1720 (doop 17-11-1720), is de oudste broer. Hij werkt bij zijn vader en trouwt pas op latere leeftijd, 5-12-1762, met Hendrikje Jans, hij 42, zij mogelijk 25. Hendrikje is afkomstig van Terband (Aengwirden). Wybe en Hendrikje laten Haskerhorne 16-10-1763 twee kinderen dopen, Jan en Minne Wybes, en 8-12-1765 een dochter Joltje Wybes. Rond 1765 is vader Minne Wybes overleden en volgens de kerkregisters verhuist Wybe Minnes dan naar Terbandsterschans (Aengwirden), waar hij en Hendrikje nog twee kinderen laten dopen: Minne Wybes 17-1-1768 en Joltje Wybes 6-2-1774. De eerdere kinderen met die voornamen zullen jong zijn overleden. Wybe verdwijnt dus uit Haskerhorne. De zoon Minne Wybes HORNSTRA overlijdt 26-11-1826 te Oosterzee (Lemsterland), 58j, ongehuwd.
FRANKE MINNES, geb Haskerhorne 13-1-1727, doop 19-1-1727, ovl voor 1773, hoogstens 46j oud, boer, diaken en ouderling te Haskerhorne, tr Oudehaske 2-5-1756, hij 29, zij 23, met Sibbeltje Foppes, afk Oudehaske, geb Haskerhorne 8-3-1733, ovl Oosterzee (Lemsterland) 2-1-1813, 79j, weduwe, dv boer/ veenbaas Foppe Jans en Sibbeltje Rinkes. Anders dan oudste broer Wybe Minnes vertrekt Franke Minnes, na het overlijden van zijn vader, niet uit Haskerhorne. Mogelijk wordt hij de nieuwe boer op het familiebedrijf. Hij is al in 1756 getrouwd met Sibbeltje, dochter van veenbaas Foppe Jans, en binnen het dorp ook aktief als diaken en ouderling. Helaas overlijdt hij vrij jong, voor 1773, ca 45 jaar oud. Franke Minnes laat bij overlijden (minstens) 6 kinderen na uit zijn huwelijk met Sibbeltje Foppes. Sibbeltje Foppes is niet meer hertrouwd. In 1811 (naamaanneming) laat zij zich inschrijven te Oosterzee (Lemsterland) als Sibbeltje Foppes HORNSTRA, met 6 kinderen nog in leven. Minne Frankes,, 53j wonend Haskerhorne, en te Oosterzee: Sibbeltje 49. Joltje 46, Grietje 44, Martje 41 en de zoon Rinke Frankes 39j. Misschien hadden zij niet verwacht dat de nogal hoogbejaarde moeder zich naar de mairie (gemeenteadministrate) zou begeven om aan de registratie mee te doen, want zonen Minne en Rinke Frankes en ook dochter Joltje nemen elk voor zich apart de moeite. Rinke en Joltje melden ook de HORNSTRA-naam. Maar oudste zoon Minne die te Haskerhorne woont (dus nog echt een “Hornster” is) kiest voor de FRANKEMA-naam. Nazaten van Franke Minnes dragen niet een MINNESMA-achternaam. Minne Frankes,, 53j wonend Haskerhorne, en te Oosterzee: Sibbeltje 49. Joltje 46, Grietje 44, Martje 41 en de zoon Rinke Frankes 39j. Misschien hadden zij niet verwacht dat de nogal hoogbejaarde moeder zich naar de mairie (gemeenteadministrate) zou begeven om aan de registratie mee te doen, want zonen Minne en Rinke Frankes en ook dochter Joltje nemen elk voor zich apart de moeite. Rinke en Joltje melden ook de HORNSTRA-naam. Maar oudste zoon Minne die te Haskerhorne woont (dus nog echt een “Hornster” is) kiest voor de FRANKEMA-naam.
Reinskjen Minnes, geb Haskerhorne 1-3-1725, doop 25-3-1725, de enige (overlevende) dochter uit het huwelijk van Minne Wybes en Martje Frankes. Zij trouwt Haskerhorne 31-1-1751 met Jan Durks, beiden afkomstig van Haskerhorne volgens het kerkregister. De kinderen uit het huwelijk worden in Aengwirden gedoopt: Minne 10-3-1754 Gersloot, Olke 5-9-1756 Tjalleberd, Joltje 11-3-1759 Tjalleberd en Antje 30-8-1761 Terband. Een dochter Geeske 3-3-1765 te Haskerhorne.
— Bij de naamaanneming van 1811 meldt zich de zoon Minne te Follega (Lemsterland) als Minne Jans DURKSMA (in Tresoar-transcriptie DURKEMA). Hij overlijdt 11-11-1822, 68j, gehuwd, werkman, te Harich (Gaasterland), en in de akte wordt hij dan vermeld als zoon van (wijlen) Jan Durks, in leven landbouwer wonende en overleden te Luinjeberd (Aengwirden) en Reinskjen Minnes, wqnende en overleden te Lemmer (Lemsterland).
Een ding is zeker: Reinskje en Jan Durks woonden ook niet te Haskerhorne (misschien even rond 1765, Jan Durks in die tijd overleden?) en Reinskje verhuist naar Lemsterland. De zoon Minne woont 1811 te Follega, is 26-2-1786 getrouwd te Idskenhuizen (Doniawerstal).
Op 26-2-1786, hij is dan 32, trouwt oudste zoon Minne Jans te Idskenhuizen (Doniawerstal) met Sjoukje Siegers, hij afkomstig van Teroele, zij van Legemeer. Zij laten 7 kinderen dopen: 6 dochters en 1 zoon. Onder die dochters 3 genaamd Reinskjen (Rinskjen 30-8-1786, 6 maanden na huwelijk, Rinkjen 18-12-1787, in 1811 als Rinkien gemeld, dan 24j, en Reinskje 14-2-1792). De eerste twee worden te Tjerkgaast gedoopt, de derde Reinskje te Eesterga (Lemsterland, bij Oosterzee). Minne Jans verhuisde richting Lemsterland. De dochter Joltje wordt 24-1-1790 nog te Tjerkgaast gedoopt (geboren 11-1-1790), de derde Reinskje in 1792 te Eesterga (Lemsterland). In 1811 meldt Minne Jans de dochter Joltje te Follega, 22j oud. Verder meldt hij in 1811 de dochter Antje, 17j (zij werd gedoopt te Oosterzee 27-7-1794, geb 4-7-1794) en de zoon Jan Minnes DURKSMA, 7j (geb 30-9-1804, gedoopt Follega 21-10-1804). Hier ontbreekt de dochter Jantje die in 1798 wordt geboren en te Tjerkgaast gedoopt. Zij kan jong zijn overleden.
Jacob Minnes (kw 96 en 110), geb 1-10-1728, doop 14-10-1728. Hij trouwt te Joure 15-5-1760 met Aafke Piers (kw 97 en 111). De jongere zoon Jacob Minnes is niet zoveel jonger dan zijn broers Wybe en Francke. Hij trouwt te Joure, mogelijk met dochter uit schipper/koopman-familie, hij is dan 32j oud. Na 1768 wordt hij vermeld te Haskerhorne, mogelijk om broer Francke die niet lang daarna overlijdt, bij te staan. Omdat Jacob Minnes en Aafke Piers directe voorouders zijn in onze kwartierstaat, meld ik nadere gegevens over hen in een volgend hoofdstuk. Minne Frankes,, 53j wonend Haskerhorne, en te Oosterzee: Sibbeltje 49. Joltje 46, Grietje 44, Martje 41 en de zoon Rinke Frankes 39j. Misschien hadden zij niet verwacht dat de nogal hoogbejaarde moeder zich naar de mairie (gemeenteadministrate) zou begeven om aan de registratie mee te doen, want zonen Minne en Rinke Frankes en ook dochter Joltje nemen elk voor zich apart de moeite. Rinke en Joltje melden ook de HORNSTRA-naam. Maar oudste zoon Minne die te Haskerhorne woont (dus nog echt een “Hornster” is) kiest voor de FRANKEMA-naam. Jolt Minnes, gedoopt 18-1-1733, aantekening: de dopeling is overleden. Andere gegevens over haar (nog) onbekend. De voornaam Jolt (Jol, Joltje, Jeltje) in de familie regelmatig herhaald.
Na 1811 blijken de afstammelingen in mannelijke lijn van Minne Wybes en Martje Franckes, kleinzonen of achterkleinzonen van hen, overwegend de achternaam HORNSTRA te gebruiken. Uitzonderingen zijn degenen die in Haskerhorne bleven wonen, zoals de kleinzoon Minne Frankes FRANKEMA en de kleinzoon Minne Jacobs MINNESMA. Er was in de wet op de naamsaanneming een richtlijn opgenomen: “De namen van steden zullen niet toegelaten worden als familienamen.” Ik weet niet of dit een achterliggende reden is voor het feit dat juist deze Hornsters niet de naam Hornstra kozen. Een verdere uitzondering zijn de kinderen van de andere zoon van Jacob Minnes, de in 1806 te Oosterzee overleden Pier Jacobs. Zij moesten het, vaderloos in 1811, met de toegekende naam DE JONG doen. In het aardrijkskundig boek over Nederland van ca 1845 meldt de ruim gedocumenteerde Van der Aa betreffende Haskerhorne: “Men telt er 22 huizen en ongeveer 150 inwoners. Het land ten Zuiden van de rijweg is hoog bouwland en van een hoog venige aard, doch het Noordelijk gedeelte is, gelijk dat der overige dorpen van de grietenij Haskerland, laag, venig, zeer uitgebreid en weinig bewoond.” Ik heb hierboven al gemeld dat Haskerhorne (vanouds) 39 stemhebbende plaatsen telde en dat gaandeweg de grietmansfamilie Vegelin van Claerbergen eigenaar werd van 30 van die stellen en dat (1728) opgeteld 17 boeren “gebruiker” waren van een of meer van de plaatsen in bezit van de grietmansfamilie. Terwijl “de vlek” Joure zich als plaats van handel en fabrieken en woonplaats van de grietman snel groeide, bleef Haskerhorne beperkt in de groei qua inwoners (jonge mensen trokken naar Joure). Bij de Quotisatie van 1749 worden voor Haskerhorne in totaal 25 gezinshoofden gemeld, van wie 20 boeren. Het aantal inwoners zou, volgens deze Quotisatie toen 115 hebben bedragen, waarvan 40 kinderen jonger dan 12. In 1845 meldt Van der Aa 22 huizen en ongeveer 150 inwoners. Wat inwonertal betreft na 100 jaar nauwelijks groei (in 2008: ca 500 inwoners). Overigens waren de inwoners van Haskerhorne in 1749 relatief “redelijk begoed”. De gemiddelde aanslag bij de Quotisatie was 34.5 Caroliguldens, tegen rond 25 gemiddeld per huishouden in een ruim gebied eromheen (Oudehaske 25.6, Nijehaske 17.9, Oldeouwer 22.2, Rottum 28.0). De hoogste aanslag te Haskerhorne kreeg Meinte Wiebes, eigenerfde, begoede boer: 57 Cgldns, gezin 6 personen, 1 jonger dan 12. Bij hem valt aan te tekenen dat zijn ouders en voorouders rooms-katholiek waren gebleven en hij ook. Eigenaren van de stemhebbende plaatsen 25 en 32 (“papisten” mochten van die stem geen gebruik maken, maar dat maakte hen als eigenerfden kennelijk niet uit). Relatief hoog aangeslagen vervolgens: Saepe Tiesses, setmeyer, matig begoet: 53 Cgldns, gezin 5 personen, geen jonge kinderen. Hij is de enige te Haskerhorne die specifiek als “setmeyer” wordt vermeld (pachtboer). Misschien omdat hij anders dan de anderen van buiten kwam. Van de 25 gezinshoofden bij de Quotisatie te Haskerhorne vermeld, worden 3 arbeyder genoemd. Daarvan 2 single (1-persoonshuishouden), Sipje Broers en Ties Beernts, beiden aangeslagen voor 7 Cgldns en 17 stuivers) en Broer Douwes, arbeyder, armlijk, gezin van 3 personen, alle ouder dan 12, aanslag 12 Cgldns en 16 stuivers. Verder nog Auke Aukes, pauper (2 personen ouder dan 12, aanslag 11 Cgldns en 9 stuivers) en de dominee Petreus, redelijk begoedt (gezin van 5 personen, van wie 2 jonger dan 12, aanslag 48 Cgldns). De dominee hoorde dus bij de hoogst-aangeslagen, na bovenvermelde Meinte Wiebes en Saepe Tiesses, samen met de boeren: Dirk Jans (6 vw, aanslag 49 Cg), Albert Jochums (3vw, 3k jonger dan 12, aanslag 48 Cg). Tae Aukes (4 vw, 4k, 47 Cg), Ties Annes (5 vw, 43 Cg), Folkert Wiebes (3 vw, 3k, 43 Cg), Minne Wiebes (5 vw, 43 Cg), Jellis Frankes (4 vw, 41 Cg) en Ids Rykeles, dorprechter, begoedigde boer (4 vw, 41 Cg). Ids Rykeles in 1728 al vermeld als gebruiker op de stemhebbende plaatsen 19 en 20, eveneens eigendom geworden van de grietmanfamilie. Wybe Minnes wordt in 1698 genoemd als gebruiker op de stemhebbende plaats 23 te Joure (voor 2/3 eigendom van grietman Hessel Vegelin van Claerbergen en voor 1/3 van “papist” Jelle Remmelts). Onze informatie, voorzover het de kerkregisters betreft, is nihil omdat die registers te Haskerhorne pas in 1697 starten. In 1728 (stemkohieren) en 1749 (quotisatie) worden Folkert Wiebes en Minne Wiebes gemeld als boeren te Haskerhorne. Ook nog een Jan Wiebes. Of Folkert en Minne broers van elkaar waren, lijkt waarschijnlijk. Ons verhaal gaat verder over Minne Wybes, aanwijsbaar een voorvader in de kwartierstaat van Elizabeth DE JONG (1910-1989).
Plaatsen 21 en 22 te Haskerhorne zijn in 1728 vol eigendom van de grietman Hessel Vegelin van Claerbergen en Folkert Wiebes is er de pachtboer (gebruiker). Bij de Quotisatie van 1749 wordt deze Folkert te Haskerhorne vermeld als boer, redelijk begoet, gezin 6 personen van wie 3 jonger dan 12, aanslag 43 Cgldns. Hij is gehuwd (1) Haskerhorne 3-5-1716 met Antie Molles en (2) Haskerhorne 1-2-1739 met Hiltie Dirks. Aanname dat dit dezelfde Folkert is. Uit huwelijk met Antie Molles een dochter: Gepke Folkerts, doop Haskerhorne 31-1-1717 (zij trouwt Oudehaske 18-9-1746 met Tjerck Dercks, die bij Quotisatie 1749 wordt vermeld als schippersknegt, matig, aanslag 15 Cgldns 16 stuivers, gezin 2 volwassenen). Uit huwelijk met Hiltie Dirks de kinderen: Wybe, doop 24-7-1740, Wybe 3-6-1742, Olke 1-12-1743, Joltje 11-5-1747 en Antje Tjerks 25-12-1750. Meer informatie toe te voegen.
Minne Wybes en Martjen Franckes
Minne Wybes, geb ca 1690, boer te Haskerhorne, ovl voor 1769, trouwt 14-1-1720 te Haskerhorne met Martjen Franckes, ovl te Joure in 1769.
Minne Wybes is, zoals hierboven al gemeld, in 1728 pachtboer (gebruiker) op de plaatsen Haskerhorne 15 en 16, die eigendom zijn van grietman Philip Frederik VEGELIN VAN CLAERBERGEN, en op de plaats Oudehaske 39, eigendom van grietenijsecretaris Cyprianus TADEMA. Hij was toen mogelijk ruim in de 30, in 1720 met Martje Franckes gehuwd.
Het register van de Hervormde gemeente Haskerhorne, dat vanaf 1697 is bijgehouden en bewaard, meldt het huweljk van Minne en Martje op 14-1-1720 en 7 kinderen uit dit huwelijk geboren en gedoopt, over de periode 1720-1733. Omdat de kerkregisters van voor 1697 betreffende Haskerhorne ontbreken, kennen we niet de doopdata van Minne en Martje zelf en moeten we gissen naar hun mogelijke ouders.
Voorvader Pier Jacobs is in 1762 te Joure (Haskerland FR) geboren als tweede zoon uit het huwelijk van Jacob Minnes en Afke Piers. Piers grootouders van vaderskant zijn: Minne Wybes en Martje Franckes.
Boeren te Haskerhorne
Er zijn redenen om aan te nemen dat deze lijn in het voorgeslacht van Elizabeth DE JONG (1910-1989) al minstens sinds het begin van de 17de eeuw, dat is tijdens de Tachtigjarige Oorlog en toen de Hervormde kerk de RK-richting buiten spel stelde (en veel documenten mogelijk verloren gingen), boerde op de venige bouwgronden in de hoek van Haskerland: Haskerhorne of de Horne (Hoarne).
Jacob Minnes en Afke Piers te Joure en Haskerhorne
96 (= ook 110). Jacob Minnes, geb 1-10-1728 te Haskerhorne, gedoopt aldaar 24-10-1728, zv Minne Wybes en Martjen Franckes, trouwt 15-5-1760 te Joure, hij 31, zij ca 17 (?) met 97 (= ook 111). Aafke Piers, afkomstig van Joure. Register Herv. Gemeente Oudehaske meldt dat ze 18-5-1773 belijdenis van geloof doet. Voor die datum had zij zelf al 6 kinderen (gedoopt).
De derde zoon van de Hornster boer Minne Wybes trouwt in 1760 te Joure met Aafke Piers. Jacob Minnes had twee oudere broers in het boerenbedrijf van zijn vader te Haskerhorne en ging daarom misschien andere dingen doen, veehandel of zoiets. Zijn broer Francke doet het goed als boer te Haskerhorne, opvolger in het bedrijf van zijn vader. Door overlijdens van zijn vader (1765?) en zijn moeder (1769) en vertrek van andere kinderen uit het gezin, komt Jacob in 1769 van Joure naar Haskerhorne en na het onvoorziene overlijden van broer Francke (voor 1773) wordt Jacob Minnes plots de boer op de plaats. Uit het huwelijk van Jacob Minnes en Aafke Piers worden 8 kinderen gedoopt, eerst 2 zonen en daarna 6 dochters. De zonen Minne (1761) en Pier (1762) en de dochters Sytske (1765) en Jolt (1768, jong overleden) te Joure, de dochters Martje (1769), Joltje (1772), Joukje (1775) en Anna (1779) te Haskerhorne.
Jacob Minnes was tot en met 1768, hij is dan 40, te Joure woonachtig. Daarna verhuist hij naar Haskerhorne. In (handelsplaats) Joure is hij 1760 getrouwd met Aafke Piers, over haar herkomst geven de kerkregisters helaas geen uitsluitsel. Een mogelijkheid is dat zij dochter was van Pier Piers en Joukje Ages en dus van de Pier Piers te Joure die bij de Quotisatie van 1749 wordt vemeld als schipper en coopman, gezin van 9 personen van wie 4 jonger dan 12, aanslag 50 Caroliguldens (betrekkelijk hoge aanslag). Voor het verhaal, dat Jacob Minnes startte in de (vee)handel, zou relatie met een schoonvader als schipper en koopman behoorlijk verklarend kunnen zijn. Het vervelende is dat Pier Piers en Joukje Ages, getrouwd 22-12-1726 te Joure (Pier Piers 28-1-1729 als volwassene doop op belijdenis) te Joure 8 kinderen laten dopen (periode 1727-1748) en dat in die reeks niet de dochter Aafke wordt vermeld. Pier Piers zou in 1749 vier kinderen jonger dan 12 hebben gehad. Het doopregister meldt drie (dochters): Tryntje (1741), Saapke (1745) en Pytje (1748). Daar zou Aafke (1743) tussenin kunnen worden bedacht om het genoemde getal van 4 vol te maken. Maar zij is niet gedoopt te Joure, zoals de andere kinderen. Mogelijk geboren elders (op schippersreis?) kan veronderstelling zijn, hoewel Pier Piers verder alle kinderen te Joure laat dopen. Bijna onwaarschijnlijk dat dit met Aafke niet gebeurde. Hoewel: in 1773 wordt Aafke te Haskerhorne-Oudehaske gedoopt op belijdenis (al zesmaal moeder van gedoopte kinderen). Het kan toch waar zijn dat ze bij geboorte in 1743 elders in de (schipperswereld) door omstandigheden ongedoopt bleef. Verder kan ik daarover niets zeggen.
Jacob Minnes en Aafke Piers worden na 1769 boer en boerin te Haskerhorne, na overlijden van broer Francke Minnes. Hun overlijdensdata zijn niet bekend. De oudste zoon, Minne Jacobs, geb 1761 te Joure, neemt het bedrijf te Haskerhorne over, de tweede zoon, Pier Jacobs, geb 1762 te Joure, vertrekt naar Oosterzee en overlijdt daar in 1806. Na Minne en Pier worden uit het huwelijk nog 6 dochters geboren.
Minne Jacobs MINNESMA, geb 3-3-1761 te Joure, doop 20-3-1761, ovl te Haskerhorne 2-12-1815, 55 jaar oud, weduwnaar. Trouwt 18-4-1790, hij 29, zij 18, met Romkjen Merks (HOEKSMA), geb 15-4-1772 te Oudehaske, ovl 2-6-1815, 43j, dochter van Merk Fokkes en Sieuke Pieters.
In 1811 meldt Minne zich met de familienaam MINNESMA mede voor 8 kinderen uit zijn huwelijk met Romkje: Merk (19), Jacob (16, overl 23-1-1828, 32 jaar oud, ongehuwd), Afke (14, overl 5-5-1815, 17 jaar oud), Sjoeke (12), Sytske (10), Anne (8, dochter, trouwt in Doniawerstal en blijft MinnIsma geschreven), Pier (4) en Fokke (1/2).
— In 1815 overlijden op het MINNESMA-boerenbedrijf te Haskerhorne, dochter Afke (17j), moeder Romkje (43j) en vader Minne (55j). De relatief jonge zonen Merk en Jacob doen hun best het bedrijf levend te houden. Dit lukt maar gedeeltelijk (overlijden Jacob in 1828, 32j oud). Verder verhaal toe te voegen. De traditie van minstens ruim anderhalve eeuw familiebedrijf te Haskerhorne van vader op zoon raakt onderbroken.
Pier Jacobs (DE JONG), geb 12-11-1762 te Joure, doop 25-11-1762, ovl te Oosterzee (Lemsterland) 26-9-1806, 43j oud. Zijn kinderen krijgen na 1811 de familienaam DE JONG (kw 48). Oudste broer Minne bleef boer te Haskerhorne. Maar Pier vertrok en volgde de trek naar de overkant van het Tjeukemeer, waar allerlei ooms en tantes al een bestaan hadden opgebouwd. Hij overlijdt als boer te Oosterzee op tamelijk jonge leeftijd. Over hem hierna een apart hoofdstuk.
Sytske Jacobs, gedoopt 8-9-1765 te Joure, ovl 9-9-1809 te Haskerhorne, gehuwd met Sierd Pieters SIERDSMA, doop 12-5-1761 te Oudeschoot-Rotstergaast, ovl Haskerhorne 10-6-1843, 82j, weduwnaar, zv Pieter Sierds en Tryntie Luitjens). – Na de zonen Minne en Pier worden uit het huwelijk van Jacob Minnes en Aafke Piers 6 dochters geboren. Sytske (1765-1809) is de oudste van het stel. Zij wordt 44, is getrouwd met Sierd Pieters, maar datum van huwelijk onbekend. Uit dit huwelijk geen kinderen. Wel na 1809 en waarschijnlijk in 1843 opgemaakt een Memorie van Sucessie met interessante samenvatting.
Jolt Jacobs, gedoopt 10-4-1768 te Joure. Jong overleden.
Martje(n) Jacobs, geb. 20-10-1769, ged. 12-11-1769 te Haskerhorne. Vernoemd naar grootmoeder Martje Frankes. Martje trouwt met Geert Pieters SIERDSMA (doop 25-9-1763 te Oudeschoot/Rotstergaast, zv Pieter Sierds en Tryntie Luitjens), broer van bovengenoemde Sierd Pieters. Uit huwelijk met Geert 3 kinderen: Jacob (1797), Tryntje (1799) en Pieter Geerts SIERDSMA (1805).
Joltje Jacobs (kw 55), geb. 24-12-1772, ged. 10-1-1773 te Haskerhorne, ovl 8-4-1825 aldaar, weduwe, 52j, tr Haskerhorne 4-6-1797 met Hans Meyes FRANKENA (kw 54).
Joukjen Jacobs, geb. 27-12-1775, ged. 28-1-1776 te Haskerhorne, overl te Joure 11-8-1840, 65 jaar, weduwe. Joukjen trouwt 18-5-1800 te Haskerhorne met Thee Baates (AUKEMA), hij 35, zij 24, hij geboren te Nieuweschoot (doop 17-3-1765), ovl Haskerland 23-2-1809, zv Bate Reitses en Lutske Thees. Uit het, door zijn overlijden korte, huwelijk zijn te Haskerhorne vier kinderen geboren: Jacob (28-7-1801), Jeltje (13-10-1803), Baate (13-1-1806) en Pier (6-11-1808). De kinderen van Joukje wonen in 1840 niet te Joure. Zoon Jacob Thees AUKEMA is dan boer te Terzool, dochter Jeltje woont te Sloten, zoon Bate is boer te Wyckel, en zoon Pier Thees AUKEMA schipper te Terzool.
Anna Jacobs MINNESMA, geb 3-6-1779, doop 27-6-1779 te Haskerhorne, ovl aldaar 30-12-1845, 66 jaar oud, 6 kinderen nalatend. Trouwt 10-5-1807, zij 27, hij 23, met Anthony BIJSTERBOSCH, schoolmeester, tapper en winkelier te Haskerhorne, gedoopt te Kampen (Overijssel) 29-2-1784, ovl Haskerhorne 24-4-1860, 76 jaar oud. Bij overlijden van Anna in 1845 zijn alle 6 kinderen uit haar huwelijk nog in leven, maar dochter Aafke overlijdt in het jaar erna. – Antonie BIESTERBOSCH trouwt met Anna in 1807. Hij is in mei 1804 (afkomstig uit Kampen) in Haskerhorne aangesteld als schoolmeester, hij was toen 20, uit Kampen afkomstig en mogelijk als stageaire nog maar pas begonnen. Hij volgde er Durk Lourens HORNSTRA op die de functie reeds 50 jaar had en aan pensioen toe was. De zoon Lourens HORNSTRA verkoos een aanstelling te Joure. Zo kwam Antonie als jonge schoolmeester te Haskerhorne terecht. Het ging om een “winterschool” (oktober-maart) met circa 30 leerlingen gemiddeld, leerplicht bestond nog niet, per kwartaal moesten de ouders die kinderen ernaartoe lieten gaan enkele stuivers betalen en verder betaalde de Herv. kerk de onderwijzer rond 80 gulden per jaar aan tractement, wat inhield dat hij naast de schooldienst ook kerkdiensten moest verrichten (voorzingen, klokluiden, kerkhof wieden). Durk HORNSTRA vervulde al die plichten naar volle tevredenheid, verdiende in de zomermaanden bij door voor de boeren turf te graven en te helpen bij het hooien en kreeg vanaf 1792 er een extra verdienste bij doordat hij, door provinciaal bestuur, ook nog aangesteld werd als locaal ontvanger (van personele belasting), Bij zijn afscheid van de school te Haskerhorne hield Hornstra die ontvangersfunctie nog aan (hij overlijdt in 1811).
De jonge onderwijzer Biesterbosch uit Kampen volgt de hooggewaardeerde Durk op als school- en kerkdienaar te Haskerhorne (kerkelijk Haskerhorne & Oudehaske). Het tractement was beperkt en het wonen niet gratis: sinds vernieuwing van de schoolmeersterswoning in 1760 werd een huurprijs van 10 gld ingevoerd. Elders kregen onderwijzers het wonen wel gratis. De toestand van het schoolgebouw was dusdanig dat het bestuur het in 1806 liet afbreken en door een nieuw gebouw (ook weer met rieten dak) liet vervangen. In het jaar erna trouwt Antonie, hij 23, zij 27, met Anna Jacobs.
De “bysterbosker merke”
De jonge schoolmeester Anthony Bijsterbosch uit Kampen kon 2 jaar na zijn aanstelling te Haskerhorne de leerlingen, rond 30 per seizoen, in een nieuw gebouwtje ontvangen. In 1809 werd zijn tractement “verhoogt” tot 82 gldn per jaar plus een rijksdaalder per jaar speciaal voor “klok-smeren”, de luidklok onderhouden als toegevoegde taak. Misschien wilde het kerkbestuur met dat luiden geen risico, omdat bepaald was dat de verjaardag van de Koning van Holland, Lodewijk, broer van de Franse keizer Napoleon, met klokgelui door het hele land moest worden gevierd. Ook Anthony heeft naast zijn tractement voor school- en kerkdiensten andere inkomsten nodig. Door voor de boeren in de maanden tussen maart en oktober mee te helpen bij turfgraven en hooien? Dat zal hij zeker gedaan hebben. Na het overlijden van zijn voorganger in 1811 krijgt hij ook de ontvangerspost erbij, die hem 110 gldn per jaar oplevert, een vaste inkomst die hij naast zijn tractement zeker wel nodig heeft. Uit zijn huwelijk met Anna Jacobs worden kinderen geboren: Johanna 3-2-1808, Jacob 18-11-1809, Aafke 9-9-1812, Teunis 2-2-1814, Sytske 14-9-1817 en Sierd 3-2-1821. In dat jaar (1821) besluit hij definitief ontslag te nemen als schoolmeester en kerkdienaar. Onder de Bataafse Republiek werd al een nieuwe Wet op het Onderwijs ingevoerd. Voor onderwijzers werden examens ingevoerd met oplopende graad, van 4de rang tot 1ste rang. Winterscholen dienden zoveel mogelijk in continuscholen te worden veranderd. Mogelijk had Anthony geen tijd of zin of koos hij al voor een andere levensvulling. Hij zegde in ieder geval zijn baan op (hij is dan 37 en Anna 42). Zijn opvolger wordt, na een tussenjaar, Lykele Sakes POUTSMA, die in 1820 op 21-jarige leeftijd op de winterschool te Appelscha begon, na examen rang 4, hierna te Haskerhorne doorging met examens voor hogere rangen, er tot zijn pensioen ruim 40 jaar schoolhoofd was, en zijn tractement tot ruim 400 gldn per jaar zag groeien. We mogen aannemen dat Anna Jacobs BIJSTERBOSCH-MINNESMA het besluit van haar man om met de school te stoppen steunde of hem er zelfs mee toe aanzette. Een gevolg van zijn besluit was dat tot 1937 bij Haskerhorne een tapperij (herberg) bestond die eigenlijk “De Vrolijkheid” heette, maar in de volksmond veelal “Biesterbos”. xxxxxxxxxxxxxx Uit dit huwelijk o.a. Sytske BIJSTERBOSCH, geb 12-9-1817, overl 29-8-1852, 34 jaar oud, 17-4-1842 getrouwd met Klaas TELGENHOF, geb 12-6-1815 te Oudehaske, aldaar overleden 10-1-1900, 84 jaar oud. De TELGENHOFS waren een uit Overijssel afkomstige familie van scheepsbouwers (bokmakers). Uit het huwelijk van Sytske en Klaas werd o.a. 27-6-1843 een zoon Roelof Telgenhof geboren, scheepstimmerman en veehouder te Nijehaske (overl 4-4-1920). Na het vroege overlijden van Sytske trouwt Klaas Telgenhof 21-7-1853 met Antje VAN DER HONIG (geb te Mildam 12-2-1829). De kinderen uit dit huwelijk emigreerden voor 1900 allemaal naar de Verenigde Staten (Michigan). Na overlijden van Klaas (1900) ging ook Antje, rond 70 jaar, met deze emigratiegolf mee. Ze overlijdt 27-12-1913 te Zeeland (Michigan), 84 jaar oud, en wordt begraven te New Groningen (Michigan).
Uit de akte die werd opgemaakt bij het overlijden van Minne Jacobs blijkt dat Fokke Feddes Veldstra (kw 26) een jonge buurman was van Minne: “Roelof Feikes OOSTING, oud 25 jaar, en Fokke Feddes VELDSTRA, oud 24 jaar, beiden zonder bedrijf en te Haskerhorne woonachtig als geburen, hebben verklaard dat Minne Jacobs MINNESMA, huisman en 55 jaar oud, zijnde weduwnaar en woonachtig te Oudehaske-Haskerhorne, op den 2den december 1815 namiddag 6 uur is overleden te Haskerhorne huis nr 2.” Fokke zal 5 jaar later trouwen met Lijsbert Hanzes Frankena (kw 27), een oomzegster van Minne Jacobs Minnesma, want dochter van diens zus Joltje Jacobs (kw 55).
Bij de familienaamkeuze van 1811 neemt oudste zoon Minne Jacobs (1761-1815) de naam MINNESMA aan (ook MINNISMA gelezen). Hij zette het ouderlijk bedrijf te Haskerhorne voort. Tweede zoon, Pier Jacobs (1762-1806), verhuist naar de overkant van het Tjeukemeer, en begint boerenbedrijf te Oosterzee (Lemsterland). Door zijn overlijden in 1806 heeft hij geen inspraak bij de familienaamkeuze. Zijn weduwe Epkjen Meyes FRANKENA (kw 49) trouwt in 1809 met de boerenzoon Klaas Douwes (DOUMA) te Doniaga, bij Oosterzee, en haar kinderen bij Pier Jacobs blijven buiten de familienaamkeuze van 1811. De naam DE JONG wordt hen hierna toegewezen. Minne en Pier waren de enige zonen uit huwelijk van Jacob Minnes en Aafke Piers. Na hen volgen 6 dochters die bij de familienaamkeuze van 1811 als niet-gezinshoofden (vanwege gehuwd of anderzins) buiten de registratie bleven. Alleen jongste dochter Anna Jacobs MINNESMA (1779-1845) is in akten, onder de MINNESMA-naam, terug te vinden.
In de late Middeleeuwen is sprake van het Haskerwoud en van een rechtsgebied Haskerfiifgea, inhoudende de vijf dorpjes Snikzwaag, Westermeer, Haskerhorne, Oudehaske en Nijehaske. Rond 1235 werd aan de oostkant van de streek een Augustijner klooster gesticht, na overlijden aldaar van kluizenaar Dodo (of Doede). Vanuit het klooster, bij Haskerdijken, werden ontginningen gestart. Bij de dorpen Snikzwaag en Westermeer ontwikkelde zich de grotere handelsplaats Joure (= overtoom) die in 1436 het recht op een weekmarkt kreeg. Bij Nijehaske ontwikkelde zich na 1550 de handelsplaats Heerenveen (turfwinning door de heeren van de Schoterlandse Compagnie). Allerlei vaarten werden aangelegd, zoals de Overspitting tussen Nijehaske en Joure, nog voor de bredere en diepere turfvaarten. Boer/veenbaas Foppe Jans heeft eerste huwelijk met Geertje Reintjes. Uit dat huwelijk oa de dochter Rinske Foppes (kw 201), doop Joure 9-5-1717, die trouwt met Wytze Oenes OENEMA, zie OENEMA-lijn. Foppe tr (2) Haskerhorne 7-9-1727 met Sibbeltje Rinkes. NB: Of Rinske Foppes dochter van Foppe Jans en Geertje Reintjes was is onzeker. Mogelijk waren haar ouders Foppe Hinnes, verver te Joure, en Wytske Annes. Dat afstammingsprobleem laat ik hier buiten beschouwing. Na overlijden van Sierd is in 1843 een memorie van sucessie voor Sytske opgemaakt, overleden in 1809. Hun huwelijk eindigde kinderloos. Sierd erfde vruchtgebruik, maar dat hield in 1843 door zijn overlijden op. In de posthuum gemaakte Memorie worden voor de erfgenamen van Sytske genoemd haar zus Anna, haar zus wijlen Martje (moeder van Trijntje, broodbakkersche te Joure, Jacob, van boerenbedrijf, en Pieter Geerts Sierdsma, boer te Riotstergaast), haar zus wijlen Joukje (moeder van Jacob, boer te Terzool, Joukje te Sloten, Bate, boer te Wyckel, en Pier Thees Aukema, schipper te Terzool), haar zus wijlen Joltje (moeder van Afke, boerin te StNicolaasga, Lijsbeth, boerin, en Meye Hanzes Frankena, boer), haar broer wijlen Minne Jacobs Minnesma (vader van Meik, arbeider te Oudehaske, Sjoeke te Nijehaske, Sietske, dienstmeid te Legemeer, Anne, boerenknecht aldaar, Pier, idem Rotstergaast, en Fokke Minnes Minnesma) en haar broer wijlen Pier Jacobs de Jong (vader van Liesbeth te Oosterend, Afke te Legemeer, Meike te Idskenhuizen, Sytske te StNicolaasga, Franke, boer te Westermeer, en Jacob Piers de Jong, idem aldaar. Saldo 1.947,50 gulden. Er behoorde onroerend goed tot de nalatenschap. Schoolhoofd Lykele Sakes POUTSMA, 26j, geboren Elsloo (Weststellingwerf FR), zv Sake Jannes Poutsma en Minke Lykeles, trouwt Haskerhorne 27-5-1826 met Jacobjen Hanzes FRANKENA, 19j, geb Doniaga, dv Hans Meyes Frankena en Joltje Jacobs. Het huwelijk duurt slechts 6 maanden, want Jacobjen overlijdt 20-11-1826 (nog steeds 19). Zij was dochter van de oudere zus van Anna Jacobs, de echtgenote van Lykeles voorganger.