Schippers Voorfamilie
Schippers voorfamilie
Er zijn nog wat vragen en diverse aanvullingen zijn (altijd) mogelijk. Daarom eerst dit concept.
Bij de SCHIPPER(S) voorfamilie gaat het om voorouders van beppe Fokje (1870-1936), de moeder van Elizabeth de Jong (1910-1989). Beppe Fokje is dochter van Jurjen Annes Schipper (1822-1908) en Janke Hendriks Wiekel (1840-1908).
Anne Pieters & Janke Hendriks Pieter Annes & Rinske Heeres Anne Pieters Schipper & Trijntje Hendriks Kielstra Jurjen Annes Schipper & Janke Hendriks Wiekel Fokje Schippers & Klaas Piers de Jong Elizabeth de Jong & Willem Van der Hoek Kinderen Van der Hoek - de Jong
De familienaam SCHIPPER is duidelijk gebaseerd op een beroepsnaam. Wat niet wil zeggen dat alle gezinshoofden die in 1811 deze familienaam vastlegden zelf ook schipper waren. Integendeel vaak. Al voor 1811 was de naam Schipper als een soort van tweede patroniem in gebruik. Vaak werd dan ook een s toegevoegd: SCHIPPERS. Ook na 1811 (invoering Burgerlijke Stand) komen de achternamen Schippers en Schipper voor dezelfde persoon of in eenzelfde familie bij officiële gelegenheden nog vaak voor.
Een in de tijd behoorlijk laat voorbeeld is onze beppe Fokje die in de huwelijksakte van 1893 als Fokje Schippers staat vermeld (met een slot-s), terwijl haar vader Jurjen Schipper heette (zonder slot-s). Na 1900 gingen de ambtenaren scherper opletten en werden de familienamen in lijn meer gefixeerd. Bij de volkstelling van 1947 bleken in Nederland tenslotte 7451 personen de familienaam Schipper te dragen (daarvan slechts 124 in Friesland) en 3460 de familienaam Schippers (daarvan 278 in Friesland).
Voor Friesland was de SCHIPPER(S)-familienaam in zekere zin een importnaam. Dat was ook al zo in 1811. Onze Schippers-voorfamilie treffen we aan in het gebied beneden Wolvega en op de grenzen tussen Friesland, Overijssel en Drenthe (Steggerda en omgeving). Overgrootvader Jurjen Schipper vestigde zich uiteindelijk in Schoterland bij Heerenveen. Maar andere takken van de familie gaan “terug” naar Steenwijkerwold in Overijssel of Vledderveen in Drenthe.
Bij het zoeken naar deze voorfamilie geeft het grensoverschrijdend karakter problemen (de Friese archieven zijn voorlopig nog duidelijker en beter toegankelijk). Een ander probleem is dat de voornamen die werden gegeven (Anne en Pieter) beslist niet uniek waren. Soms hebben we niet voldoende informatie om deze of gene Anne dan wel Pieter met zekerheid aan ònze voorfamilie te kunnen toevoegen. Eenzelfde probleem als bij de DeJong-voorfamilie (Jacob en Pieter of Pier en “de Jong” ook heel algemeen).
Oproep aan iedereen: Bevestig of betwist onze veronderstellingen en/of vul aan. Zo zijn wij ook bezig.
Hierna een overzicht van de voorfamilie tot zover we tot dusver konden gaan. En met nog enkele onvoldoende getoetste veronderstellingen.
ANNE PIETERS & JANTJE HENDRIKS
In het quotisatiekohier van 1749 dat voor de belastingheffing werd opgemaakt komen in Friesland slechts een beperkt aantal gezinshoofden met de naam Anne Pieters voor. In de omgeving rond Steggerda is er slechts één met die naam:
ANNE PIETERS, Steggerda, boer. Gezin bestaande uit drie personen 12 jaar of ouder en drie kinderen. Aanslag 37 Caroliguldens en 11 stuivers.
De voorlopige veronderstelling is dat deze Anne Pieters een oudgrootvader van ons is geweest. Wiens kleinzonen in 1811 de familienaam SCHIPPER(S) lieten vastleggen. Waarschijnlijk had Anne Pieters die naam ook al, als tweede patroniem. Het kan zijn dat zijn hoofdberoep boer was, maar dat hij de schuiten die hij in dit waterrijk gebied toch al nodig had voor het boerenbedrijf, ook verhuurde voor de verplaatsing van goederen en vee voor anderen (met behulp van schuitevaarders). Dit was niet ongebruikelijk en gezien de aanslag van 37 guldens en 11 stuivers was hij geen kleine of “sobere” boer volgens de inschattingen van 1749.
Een verdere veronderstelling is dat deze Anne Pieters op 15 november 1739 trouwde met Jantjen Henderiks uit Wolvega. Ook Janke Hendriks geschreven. In het doopboek van de Hervormde gemeente Steggerda komen Anne Pieters en Janke voor met de dopen van 8 kinderen:
Grietjen (26 maart 1741) Hendrik (28 oktober 1742, ws. als baby overleden) Hendrik (19 maart 1744) Aucke (17 september 1745) Pieter (21 juli 1748) Stijntjen (5 juli 1750, ws. als baby overleden) Stijntjen (3 maart 1754).
Vermelde Pieter (of Peter) werd onze oudvader, zie hierna.
Eerste kind, Grietjen, werd in 1741 geboren. Was in 1749 nog geen twaalf jaar. In 1749 hadden “onze” Anne en Janke vier kinderen jonger dan twaalf (Grietjen, Hendrik, Aucke en Pieter).
Dit past dus niet bij de melding in het quotisatie-kohier van 1749. Er valt een mouw aan te passen maar in principe klopt het niet. Dus verder documenteren.
De mogelijkheid dat we verschillende families met elkaar verwarren is nog lang niet uitgesloten.
Greetjen Annes Schippers Hierboven wordt Grietjen genoemd als eerste kind en oudste dochter van Anne Pieters en Janke te Steggerda (geboren 26-3-1741). Is zij dezelfde als de Greetjen Annes Schippers die 19-4-1829 rond 12 uur in de middag overlijdt in Steggerda huis nr. 43 ? Oud 89 jaar, weduwe van Tjabel Luiten Kuperus, dochter van Anne Piters en Jantjen Auken? De leeftijd klopt ongeveer. Maar de moeder wordt niet als Jantjen Hendriks vermeld. Goede reden om onze veronderstellingen te herzien.
Auke Annes Schippers Na twee Hendrikken wordt een zoon geboren die Aucke wordt gedoopt (17 september 1745).
Waarschijnlijk dezelfde als de Auke Annes Schippers die in 1818 overlijdt, 74 jaar oud, arbeider te Finkega, gehuwd, zoon van: “de ouders bij de comparanten onbekend”, 15 maart 1818 des nachts om 2 uren in het huis nr. 33 Finkega.
En er is een Auke Annes die 21-9-1794 trouwt met Tjepkje Arents te Noordwolde. Wanneer het dezelfde is is hij bijna 40 bij dit huwelijk.
Familienamenregistratie 1811
De volgende gezinshoofden in de buurt van Steggerda laten zich inschrijven:
Anne Pieters Schipper, Steggerda (mairie Noordwolde), kind: Pieter 3 maanden Auke Annes Schipper, Vinkega (mairie Noordwolde), kinderen: Dirk 38 Steggerda, Hendrik 34 Vinkega Dirk Aukes Schipper, Steggerda, kinderen: geen (NB: vader Auke Annes nog in leven te Vinkega) Elias Harms Schipper, Vinkega, kinderen: Harm 3, Hiltje 1 Harm Jans Schipper, Noordwolde, kinderen: Jan 48 Nijeholtpade, Jakob 43 Elsloo, Geesje 42 Oosterwolde, Pieter 40 Haule, Trijntje 38 Jubbega, Jan 35, Willem 33 Ter Idzard, Elias 28 Vinkega Hendrik Pieters Schipper, schipper, Steggerda, kinderen: geen
PIETER ANNES & RINSKE HEERES
Betovergrootvader Anne Pieters Schipper (1777-1867), getrouwd met betovergrootmoeder Trijntje Hendriks Kielstra (1787-1864), valt dankzij de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 gemakkelijker als “echte” voorvader te traceren.
De naam van zijn moeder komt als Rinske Riens voor in zijn overlijdensakte (1867). Anne werd 90 en de buren die zijn overlijden bij het gemeenteregister aanmeldden wisten het misschien maar half.
Aangifte door Anne Jans de Groot, 60 jaar, arbeider te Steggerda, en Sjoerd Jans Velzenga, 37 jaar, arbeider te Finkega. Van overlijden van Anne Pieter Schipper, 90 jaar, zonder beroep, wonende te Steggerda, geboren aldaar. Weduwnaar van Trijntje Hendriks Kielstra. Zoon van Pieter Annes Schipper en Rinske Riens.
Waarschijnlijker is dat de moeder niet Rinske Riens heette, maar Rinske werd genoemd en Reinst Heeres heette. Het kan de aangevers (comparanten) van 1867 niet kwalijk worden genomen dat ze de precieze naam van de moeder van de 90 jaar oude buurman niet volledig kenden. De ambtenaar had geen systeem om hen direct te corrigeren.
Haar naam kan ook als Rinske Heeres zijn geschreven. In het trouwboek van de Hervormde gemeente Steggerda-Vinkega wordt bevestiging huwelijk per 16 mei 1773 gemeld van Pieter Annes en Rinske Heeres, beide uit Steggerda.
In het doopboek van de kerk van Steggerda staan onder de namen van de ouders Pieter Annes en Reinst Heeres (is dat dezelfde als Rinske?) de volgende doopdata van kinderen vermeld:
Jantje, 4 augustus 1774 Anne, 27 oktober 1776 Andriesje, 27 december 1778 Hendrik, 21 mei 1781 Stijntje, 6 december 1783 Claasje, 2 oktober 1786 Jurjen, 30 oktober 1791.
Er is ook een “gezinsklapper Steggerda” waarin als ouders Peter Annes en Reynst Heeres worden vermeld met kinderen: Cornelisjen, 13-25/1 1789 Hierd, 25/12/1794-3/1/1795 Elisabeth, idem (een tweeling) Wybigje, 26/4-7/5 1797.
Melding van Klaas Van der Hoek na bezoek aan Ryksargyf te Leeuwarden, 12 juli 2001. Wat is verschil tussen doopboek en gezinsklapper? Gaat het wel om hetzelfde ouderpaar? Was Pieter of Reynst van kerk veranderd? Verdere documentatie is nodig.
Wat informatie over de andere kinderen behalve oudste zoon Anne (voor hem zie hierna):
Jantje Pieters Schipper (1774-1860) wordt 85 jaar. Ze overlijdt 4 augustus 1860 als weduwe (WSW 149). Waarschijnlijk trouwt ze 19-7-1795 (Steggerda) met Sybren Gerbens (Steggerda) die in 1811 de familienaam Visscher laat registreren. Ze zijn dan zestien jaar getrouwd en Sybren meldt dat er geen kinderen zijn. Hij overlijdt als Sybren Gerbens Visser 3-10-1842, 76 jaar, gehuwd (WSW 136). Andriesje Pieters Schipper (1776-?). Waarschijnlijk op jonge leeftijd overleden. Stijntje Pieters Schipper (1783-1870). Overlijdt als weduwe 24-12-1870, 87 jaar (WSW 215). Klaasje Pieters Schipper (1786-1875). Overlijdt als weduwe 8-2-1875 (WSW 31). Jurjen Pieters Schipper (1791-?). Kornelisjen Pieters Schipper (1789-?). Hierd Pieters Schipper (1794-?). Elisabeth Pieters Schipper (1794-?).
De vele vraagtekens houden in dat er nog wat arfchiefonderzoek moet worden gedaan. Waarschijnlijk is Pieter Annes Schipper na 1800 met gezin uit Friesland vertrokken, richting Havelte (Drenthe). Oudste dochter Jantje (Janke) is dan al te Steggerda getrouwd en oudste zoon Anne Pieters heeft daar wellicht ook een betrekking zodat hij niet aan de verhuizing meedoet.
ANNE PIETERS SCHIPPER & TRIJNTJE HENDRIKS KIELSTRA
Betovergrootvader is de Anne Pieters Schipper, Steggerda, die zich in 1811 voor de nieuwe Burgerlijke Stand laat registreren. Met éen kind: zoontje Pieter van 3 maanden oud.
Volgens het trouwregister van de Hervormde gemeente Steggerda-Vinkega zijn deze betovergrootouders op 10 maart 1811 kerkelijk getrouwd. Hun eerste kind (Pieter) was toen al komende. Anne was 35 bij het huwelijk, Trijntje 25.
Nog na te gaan is hoe kerkelijk deze voorfamilie eigenlijk wel was. Pas per 30 maart 1836 (Pasen?) worden Anne en Trijntje als belijdende leden van de Hervormde kerk van Steggerda ingeschreven. Toen was Anne al zestig. In de periode 1811-1828 krijgen Anne en Trijntje zeven kinderen. Overgrootvader Jurjen Schipper (1822-1908) is de jongste zoon uit dit gezin.
Pieter Annes Schipper. Geboren 14 oktober 1811. Vader Anne, arbeider te Steggerda volgens de akte, is 35 jaar. Pieter trouwt 26-9-1838 met Grietje Hoek (WSW 46) en 18-5-1840 wordt een zoon Anne geboren. Het gezin verdwijnt daarna uit de Friese archieven. Hendrik Annes Schipper. Geboren 6 december 1813 te Steggerda. Hij trouwt 9 mei 1845 met Jacobje Hulstra. Huwelijksakte: Hendrik Annes Schipper, oud 31 jaren, arbeider, woonachtig te Steggerda, geboren aldaar. Hebbende overlegd het vereischte Certificaat van voldoening van de wet op de militie. Zoon van Anne Pieters Schipper, van beroep arbeider, en van Trijntje Hendriks. En Jacobje Hulstra, oud 40 jaren, van beroep boerendienstmeid, woonachtig te Idzardigaburen, te Oldeholtpa, meerderjarige, natuurlijke, niet-erkende dochter van Grietje Jelles Hulstra, van beroep arbeidster, wonende te Zevenhuizen, Provincie Groningen. Lees dit nog maar eens na. Hendrik was waarschijnlijk soldaat in de korte oorlog (Tiendaagse Veldtocht) die met Belgie werd gevoerd toen de Belgen zich afscheidden van het Koninkrijk der Nederlanden. Misschien langer in militaire dienst gebleven en in Groningen Jacobje Hulstra ontmoet, zonder vader en niet erkend door haar moeder en al 40. Hendrik besluit met deze (oudere) dame te trouwen. Er volgen geen kinderen. Jacobje Hulstra overlijdt bijna 25 jaar later, op 1 april 1869 ‘s morgens 5 uur in het huis nr. 32 te Nijeholtwolde, “74 jaar, wonende te Nijeholtwolde, geboren te Oldeholtpa, gehuwd met Hendrik Annes Schipper.” Misschien kwam Hendrik haar niet in Groningen tegen maar in Oldeholtpa. Waar Hendrik na het overlijden van Jacobje Hulstra woonde en overleed weten we nog niet. Jelke Annes Schippers. Geboren 5 april 1816 als zoon van Anne Pieters Schippers en Trijntje Hendriks (Smallingerland blad nr 15). Jelke wordt niet in Steggerda geboren, maar in Noorderdrachten. Was het hele gezin even naar Drachten verhuisd (waar moeder Trijntje Kielstra oorspronkelijk vandaan kwam) of was alleen moeder Trijntje daar naartoe gegaan om te bevallen? De geboorte van Jelke staat formeel in Smallingerland geregistreerd en niet in West-stellingwerf. Na de geboorte van Jelke wel weer Weststellingwerfse aktes. Jelke trouwt 28-7-1843 met Aaltjen Brouwer. Volgens de WSW-huwelijksakte: Jelke Annes Schipper, oud 27 jaar, arbeider, woonachtig te Steggerda, geboren te Noorder-Dragten. Over Aaltje Brouwer wordt gemeld: Oud 28 jaar, van beroep dienstmeid, woonachtig te Steggerda, doch aldaar nog geen zes maanden gevestigd geweest. Voor dezen het laatst gewoond hebbende te Ijsveen, gemeente Steenwijkerwold, geboren te Steenwijkerwold. Dochter van Gerrit Piers Brouwer, timmerman, en Hendrikjen Fransen van Asfen, Blesdijke.
Wel is bekend dat het huwelijk slechts kort duurde omdat Aaltje overleed. Jelke hertrouwt 20 augustus 1853, “37 jaar, arbeider te Noordwolde, weduwnaar van Aaltje Brouwers”. Zijn nieuwe echtgenote wordt Sjoukje Riens Ekhart, 32 jaar, geboren Surhuizum, arbeidster te Noordwolde, weduwe van Jan Simons Friso, dochter van Rienk Pieters Ekhart, arbeider, en van Antje Ruurds Dijkstra, wonende Veenhuizen, gemeente Norg (Drenthe). Niet nagegaan of uit dit huwelijk kinderen ontstonden. Jelke overlijdt zes jaar later op 43-jarige leeftijd, 12 november 1859, ‘s middags 3 uur, i n huis nr 122 wijk B te Noordwolde (arbeider).
Renske Annes Schipper. Geboren 11 december 1819. Vader Anne is inmiddels 42 jaar en wordt vermeld als arbeider te Blesdijke. Over Renske later misschien meer. Tetje Annes Schipper (tweede dochter) wordt 25 mei 1825 geboren, niet in Oldetrijne (zoals Jurjen) maar in Steggerda. Jantje Annes Schipper (derde dochter en laatste kind uit het huwelijk). Jantje wordt 15 november 1828 te Steggerda geboren en bij de Burgerlijke Stand te Wolvega aangemeld (17 november) door de heer Lambertus Petrus Prins, 29 jaar, Med.Doctor en Vroedmeester, woonachtig te Wolvega. Deze meldt dat het gaat om een dochter uit Trijntje Hendriks Kijlstra, huisvrouw van Anne Pieters Schippers, aldaar woonachtig, doch thans te Steenwijkerwold Prov. Overijssel zijnde te werken en daardoor afwezig. Jongste dochter Jantje trouwt 27 oktober 1860 (WSW 64) met Alexander Johannes Maas.
Anne Pieters Schipper verhuisde dus nogal eens. Toen zijn jongste dochters werden geboren woonde het gezin weer in Steggerda, maar Anne was niet bij de bevalling van de allerjongste vanwege zijn toenmalige werk te Steenwijkerwold.
Betovergrootmoeder Trijntje Hendriks Kielstra overlijdt op 15 januari 1864, 77 jaar oud. De buurmannen die haar overlijden op het gemeentehuis te Wolvega komen melden, kennen niet de namen van haar ouders, zo blijkt uit de akte. Anne Pieters Schipper overleeft zijn vrouw drie jaar. Hij overlijdt 1 juli 1867 op 90-jarige leeftijd (geboren 27 oktober 1776) en is dan zonder beroep. De buurmannen die het overlijden aangeven, de 60-jarige arbeider Anne Jans de Groot uit Steggerda en de 37-jarige arbeider Sjoerd Jans Velzenga uit Finkega, melden dat hij zoon was van Pieter Annes Schipper en Rinske Riens. Dat “Riens” had “Heeres” moeten zijn.
KIELSTRA of KIJLSTRA-voorfamilie
Hendrik Jelkes en Tetje Johannes Trijntje Hendriks Kijlstra & Anne Pieters Schipper Jurjen Annes Schipper & Janke Hendriks Wiekel Fokje Schippers & Klaas Piers de Jong Elizabeth de Jong & Willem Van der Hoek Kinderen Van der Hoek - de Jong
De schrijfwijze van de familienaam ligt lange tijd niet vast. De naam zal in het Fries Kylstra zijn geweest. In akten werd de naam ook zo geschreven, maar vaker Kielstra dan wel Kijlstra omdat de ambtenaren met de y geen weg wisten. In de niet-Friessprekende grietenij Weststellingwerf werd er enkelvoudig Kilstra van gemaakt. Na tientallen jaren van wisselvallige schrifwijzen en ambtelijke onduidelijkheden zijn formeel de schrijfwijzen Kielstra en Kijlstra overgebleven. Sommige familietakken met ie, andere met ij.
Wanneer ze 10-3-1811 te Steggerda trouwt met Anne Pieters (Schippers) is de familienaam nog niet verplicht. Pas na 1811 wordt ze Kijlstra of Kielstra genoemd. Dit houdt in dat er een vader of broers waren die voor deze familienaam kozen, dan wel andere mannelijke familieleden met wie ze contact had.
In 1811 laten zich 16 gezinshoofden in Friesland inschrijven met een Kielstra-familienaam: 8maal Kylstra, 5maal Kielstra, 2maal Kijlstra,1maal Kilstra geschreven. Het KILSTRA-geval betreft Jelke Hendriks die zich te Steggerda laat registreren (mairie Noordwolde). In akten na 1811 heet hij KIELSTRA. Trijntje Hendriks trouwt 10-3-1811 te Steggerda met Anne Pieters (Schipper). Er is in 1811 geen Hendrik te Steggerda of omgeving die de familienaam aanneemt, mogelijke vader van Trijntje en Jelke. Deze Hendrik is dan al overleden. Wanneer Trijntje en Jelke broer en zus zijn geweest, is vader Hendrik rond 1790 verhuisd van Drachten en omgeving naar Steggerda en omgeving.
Want Trijntje werd 1786 in Drachten geboren en Jelke 1793 in Peperga (bij Steggerda).
Alle Kylstra/Kielstra gezinshoofden van 1811 komen uit Drachten of de streek direct ten noorden van Drachten (Oudega/Nijega, Twijzel). In veel gevallen zijn tussen hen directe familierelaties aan te wijzen. Dit zou kunnen wijzen op één unieke herkomstplaats, de “Kyl”: een smalle landtong tussen twee riviertjes met allerlei bedrijvigheid.
Die herkomstplaats zou in de buurt van Drachten moeten worden gezocht? Betovergrootmoeder Trijntje Hendriks is in Drachten geboren. Verhuist op jonge leeftijd met haar ouders naar Weststellingwerf (Peperga/Steggerda) waar vader Hendrik Jelkes tussen 1800 en 1810 overlijdt.
HENDRIK JELKES & TETJE JOHANNES
Onze oudouders langs de Kielstra-lijn komen uit het verveendersgebied direct ten noorden van Drachten. Volgens het trouwregister van de Hervormde kerk van Rottevalle trouwen daar 31 oktober 1784 Hendrik Jelkes en Tettie Jannes, beide uit Rottevalle.
We denken momenteel dat oudvader Hendrik rond 50 was toen hij met Tetje trouwde en dat Tetje toen in de twintig was. Voor Hendrik was het een tweede huwelijk. Hij was weduwnaar van Froukje Hinnes (huwelijk Drachten, 18 december 1760). Uit dat huwelijk waren ook kinderen geboren. Hendrik woonde toen te Noorderdrachten en verhuisde naar Rottevalle.
Het tweede huwelijk van Hendrik (ca. 1735 geboren) met Tetje Johannes (Tettie Jannes, Tetsje Jâns) leidt tot minstens de volgende vier kinderen:
Wietske (1785-1858) Trijntje (1786-1864) Jelke (1793-1847) Jantje (1799-1838)
Rond 1790 schijnt het gezin van de omgeving boven Drachten (Rottevalle/Noorderdrachten) naar de omgeving rond Steggerda in het zuiden van Friesland te zijn verhuisd. Toen rond 1805 vader Hendrik overleed bleef het gezin er wonen. Tenminste, dochter Trijntje trouwt er 10-3-1811 met Anne Pieters Schipper en zoon Jelke woont er in 1811, maar nog niet getrouwd.
Over de kinderen:
Wietske Hendriks (1785-1858). De oudste dochter van Hendrik en Tetje overlijdt 23 februari 1858, “oud 73 jaar, gehuwd, dochter van Hendrik Jelkes en Fettje Johannes” (Smallingerland, akte 33). Dit moet nog verder gedocumenteerd maar het kan zijn dat dit de Wytske Hendriks uit Zuiderdrachten is, die 11-3-1810 trouwt met Douwe Lippes de Wacht, ook uit Zuiderdrachten. Op 13-10-1812 wordt uit dit huwelijk een dochter geboren (Smallingerland 44) die Tettje wordt genoemd. Op 5-11-1814 een tweede dochter die als Fentje van de Wacht wordt ingeschreven (Sm 78) en slechts 3 jaar oud wordt (overlijden 27-11-1817, Fintje de Wacht, Sm 27). Op 21-9-1816 een zoon, Lieppe de Wacht (Sm 32). Trijntje Hendriks Kielstra (1786-1864). Ook in Drachten geboren. Betovergrootmoeder via Anne Pieters Schipper. Zie aparte paragrafen. Jelke Hendriks Kielstra (1793-1847). Enige broer van Trijntje. In Peperga geboren. Laat zich in 1811 te Steggerda (mairie Noordwolde) met de familienaam Kylstra of Kielstra inschrijven. De ambtenaar maakt er Kilstra van. Jelke kon zelf misschien niet lezen of schrijven. Hij is in 1811 nog kinderloos en (waarschijnlijk) ongehuwd. We denken dat hij na 1811 Steggerda heeft verlaten en 13-4-1820 (hij is dan 27) trouwt met Rinsje Reinders Boonstra uit Lippenhuizen (huwelijksakte Opsterland 1820 nr 15). Hij zal zelf te Drachten hebben gewoond. Het eerste kind, Hendrik Kielstra, uit dit huwelijk wordt al 5-8-1820 geboren en niet in Lippenhuizen maar in Drachten of zo (Smallingerland nr 55). Het tweede kind, Reinder Kylstra, wordt 11-9-1822 geboren. Niet in Lippenhuizen of Drachten maar in Steggerda of omgeving (WSW 155). Rond 1821 is Jelke kennelijk weer daarheen teruggekeerd. Waar hij Rinsje (Rinske, Rinschen) Reinders Boonstra tegen het lijf liep is nog onduidelijk. Rinsje is dochter van Reinder Wybes Boonstra die voor 1811 overlijdt. Bij de familienaamregistratie van 1811 gaat haar moeder, de weduwe Aaltje Rinses, naar de mairie om de formaliteiten af te handelen. Misschien om te voorkomen dat zoon Geert (20 jaar) voor Franse militaire dienst wordt opgeroepen. Deze is nodig voor het bedrijf te Lippenhuizen. Zij laat de familienaam BOONSTRA registreren voor de kinderen: Geert (20 jaar), Rinschen (16 jaar, werkend en wonend te Terwispel), Jantjen (9 jaar), Wybe (6 jaar) en Hantje (4 jaar). Oudste dochter Rinschen (Rinske Boonstra) trouwt 1820 met Jelke Kielstra. Minstens in 1822 komt zij daardoor te Blesdijke te wonen. Jelke overlijdt 21 april 1847 “in een huis zonder nummer te Blesdijke”. Hij is dan 54 jaar en arbeider (WSW 90). In zijn overlijdensakte staat vermeld dat hij zoon is van Jelke Hendriks Kielstra. In de overlijdensakte van oudere zus, Trijntje Hendriks Kielstra, die 15 januari 1864, 77 jaar oud, overlijdt te Steggerda worden namen van ouders niet genoemd (“zijnde onbekend”). Jantje (of Janke) Hendriks Kielstra (1799-1838). De jongste dochter uit het huwelijk van Hendrik Jelkes en Tetje Johannes wordt te Steggerda geboren (?) maar zien we vervolgens vooral in Drachten en omgeving terug. Ze trouwt (Smallingerland) met Harmen Minzes van der Sluis. Zonen Hendrik (1825-1892), Minze (1827-1890) en Pieter (1829-?) van der Sluis worden geboren. Ook een dochter Jitske (?, 1823-1828), als eerste kind en vroeg overleden. Echtgenoot Harmen, zoon van Minze Pieters van der Sluis en Jitske Oebeles, wordt slechts 36. Hij overlijdt 12-12-1830. De jonge weduwe trouwt opnieuw, nu met Jan Jansz Oedzes (Smallingerland). Uit dit tweede huwelijk krijgt ze drie kinderen: Jelke (1832), Liefke (1833) en Taede (1836). Ze wordt opnieuw weduwe en overlijdt ook zelf (23-12-1838, 39 jaar, overlijdensakte Smallingerland 1838 blad nr. 34).
Hoe het verder ging met de verweesde kinderen van Jantje Kielstra kan nog nader worden uitgezocht. Voor wat betreft Jelke, de oudste zoon uit haar tweede huwelijk, die zes jaar is wanneer hij volledig wees wordt, valt op te merken dat hij 4-10-1886 overlijdt, 53 jaar, gehuwd (OSW 130) en in de akte staat vermeld als Jelke Kielstra, “zoon van Jantje Hendriks Kielstra”. Geen vadersnaam dus.
Eerdere Kielstra-voorfamilie 1
Hoewel in het voorgaande Drachtster komaf van de Kielstra-voorfamilie al is genoemd, zijn we er nog niet achter waar en hoe een verband bestaat of zou kunnen bestaan met de Kylstra’s of Kielstra’s die later van Drachten bekend zijn.
We gaan ervan uit dat oudvader Hendrik Jelkes (Rottevalle, boven Drachten) 31 oktober 1784 trouwt met Tetje Johannes (Rottevalle). Waarschijnlijk was het voor hem een tweede huwelijk en is hij ruim 50 jaar oud in 1784.
Hij kan zoon zijn geweest van Jelke Jans en Hiltje Hendriks die 19 januari 1727 (Hervormde gemeente Rottevalle) met elkaar trouwen.
Bij de belastingquotisatie van 1749 wordt een Jelke Jans te Rottevalle (dan Achtkarspelen) genoemd die voor 15 Caroliguldens en 15 stuivers wordt aangeslagen. Merkwaardig genoeg staat in het register zijn beroep niet vermeld. Was hij boer, schipper, arbeider of iets er tussenin? Zijn gezin bestaat in 1749 uit vier “volwassenen” (12 jaar of ouder) en geen jonge kinderen. We kunnen dit vertalen in ouders Jelke en Hiltje en twee zoons, namelijk:
Jan Jelkes - ca. 1728 geboren. Trouwt 5 februari 1758 (Rottevalle) met Ybeltje Tjeerdes en/of 3 april 1774 (Oudega) met Wytske Wytzes. Verder archiefonderzoek is nog nodig. Uit het huwelijk van Jan en Ybeltje is misschien een zoon Wopke Jans van Eijck afkomstig. Daarover in een latere paragraaf iets meer. Hendrik Jelkes - ca. 1730 geboren. Trouwt op rijpe leeftijd (tweedens) met Tetje Johannes en zorgt voor nageslacht waaronder latere kinderen VanderHoek-deJong.
Dat bovengenoemde Jelke Jans en Hiltje Hendriks (getrouwd 1727) passen in het familieverhaal moet nog worden gedocumenteerd. De namen zijn vaak te gewoon om sporen goed te kunnen volgen.
Hierboven is gemeld dat in 1811 in Friesland 16 gezinshoofden de familienaam Kylstra lieten registreren, soms Kielstra geschreven (5x), Kijlstra (2x) of Kilstra (1x). Na 1811 komt in akten voor dezelfde personen ook Kijlstra voor.
Bij die 16 moeten nog drie weduwen worden opgeteld in Kollum die op de oproep tot registratie niet hadden gereageerd. In Kollum zat kennelijk een heel ijverige ambtenaar die deze dames (en anderen) direct wist op te sporen en in een aparte registratie toevoegde: “Dacht niet te hoeven komen.” De hier bedoelde drie weduwen zijn: Sytske Johannes Kylstra (overlijdt 12-10-1813, 64 jaar, dan Kijlstra geschreven, Koll. 24) Aaltje Freerks Kijlstra (overlijdt 11-11-1824, 64 jaar, Kollummerland akte 65) Grietje Jurks Kijlstra (overlijdt 9-3-1814, 78 jaar, Kollumerland akte 10).
Hoe het komt dat zij de Kylstra-naam dragen, is nog onduidelijk. Hun vadersnamen (patroniemen) wijzen niet in een bepaalde richting behalve bij Grietje Jurks Kijlstra. Want in 1811 is er in het naburige Engwierum (Oostdongeradeel) een Gerrit Jurks die de familienaam Kijlstra laat registreren (geen kinderen). Grietje en Gerrit kunnen dezelfde vader, Jurk genaamd, hebben gehad. In Dokkum overlijdt 20-5-1812 een Trijntje Jurks, 58 jaar, dochter van Jurk Lieuwes en Tjietske Martens (Dokkum blad 11). In Oostdongeradeel overlijdt 15-8-1821 Marten Jurks Jurksma, 68 jaar, gehuwd (OD blad 13) en 17-12-1829 Sjoukjen Jurks, 63 jaar, weduwe, dochter van Jurk Pieters en Aafke Sjoerds. De “JURK”-naam komt in 1811 weinig voor, maar wel vooral in de omgeving van Kollum/Dokkum: genoemde Grietje en Gerrit met familienaam Kijlstra, genoemde Marten Jurks te Anjum die voor de familienaam Jurksma kiest (als enige in Friesland, hij meldt slechts één kind, dochter Taetske van 32), Eise Jurks te Kollum die de familienaam Buysma aanneemt (geen kinderen), Sije Jurks te Kollumerzwaag die de familienaam Van der Sluis kiest (kinderen Tettje 8 en Wytze 6) en Sjoerd Jurks resp. Gerrit Jurks te Wouterswoude die de familienaam Wierinsma aannemen (Sjoerd met kinderen Trijntje 9, Jurk 8, Heine 6, Jan 5, Johannes 3; en Gerrit met dochter Aafke 3). Familienaam Wierinsma wordt later gecorrigeerd tot Wiersma resp. Wieringsma.
In hoever hier familieverbanden waren, kan nog worden nagegaan. Waarom bij Grietje en Gerrit de familienaam Kijlstra? (Jurk-voornaam wordt ook Joerk of Jork geschreven, Jelke-voornaam ook als Jelcke, Jelkert, Jelko, Jilik, Jilke, Ielke of Gilke).
Het patroniem Hendriks komen we in 1811 alleen te Steggerda tegen. En dan zijn we dus bij Jelke, de zoon van onze Hendrik Jelkes en Tetje Johannes.
Die twee kwamen uit het dorp Rottevalle, direct noordelijk van Noorderdrachten. En de rest van de Kylstra-gezinshoofden van 1811 is ook in Drachten of noordelijk daarvan woonachtig.
In Twizel bij Buitenpost wonen de broers: Bauke Harmens Kielstra (met dochter Antje van 18 jaar; zij woont in het buurdorp Kooten; Bauke is 21-10-1792 te Kooten getrouwd met Antje Sipkes; hij overlijdt op 52-jarige leeftijd, 15-6-1812, gehuwd - Achtkarspelen akte 21) Dirk Harmens Kylstra (met zonen Harmen 19, Johannes 15 en Sytze 14; hij trouwde ws. 8-5-1791 met Frijtsen Jannes; hij overlijdt 16-1-1845, 78 jaar, gehuwd - Achtkarspelen akte 2)
Hun oudere broer Harmen Harmens Kijlstra woont iets zuidelijker, in Drogeham (met zoon Harm van 23 jaar; Harmen trouwde 23-5-1784 te Twizel met Sjoukje Jans; deze overlijdt 7-8-1822, 72 jaar (Achtkarspelen akte 14), Harmen 31-1-1838, 82 jaar (Achtkarspelen akte 5).
In Nijega (huisnr 3) woont Klaas Reinders Kylstra die drie kinderen meldt en 13 kleinkinderen. De kinderen zijn zonen Reinder 39 jaar (Oudega), Hendrik 34 jaar (Drachten) en Aaltje 28 jaar (Oudega). Aaltje heeft de kinderen Rigtje 7, Klaas 3 en Jan 1. De zonen melden zich in 1811 ook zelf, beide als Kylstra. Reinder Klases Kylstra (Oudega huisnr 73) trouwt 15-5-1796 te Oudega met Sjoukje Broers. In 1811 hebben zij de kinderen: Trintje 14, Broer 13, Klaas 10, Jacob 8, Sietske 5, Akke 2 en Fokke van 7 maanden. Hendrik Klases Kylstra (Noorderdrachten huisnr 184) heeft in 1811 drie kinderen: Klaas 6, Piet 3 en Trijntje bijna 1. Hij overlijdt 30-10-1813, 35 jaar, gehuwd. Zoon van Klaas Hendriks en Trijntje Hendriks volgens de akte (Small blad 15), maar die klopt dus niet, de vader was Klaas Reinders toch? Die vader meldt in 1811 ook dat kleinzoon Piet van drie jaar bij hem in Nijega woont, terwijl de echtgenote van Hendrik Klases, Tjitske Eetses de Vries (Noorderdrachten) zich in 1811 ook zelf laat registreren met een zoontje Eetse van 4.
De “beste” oplossing is dat Hendrik een eerste huwelijk had waaruit zoontje Klaas en misschien ook Piet werd geboren. En dat hij daarna trouwde met Tjitske die al een zoontje Eetse had die de familienaam de Vries mee moest krijgen (deze trouwde met Sietske Ypes van der Woude, en overlijdt 15-8-1871, 63 jaar, gehuwd, “zoon van Tjitske Eetzes de Vries”, naam van vader niet genoemd). Huwelijk 29-12-1769 te Ureterp van Eedse Sipkes uit Ureterp en Beerntje Bientzes uit Grouw. Tjitske overlijdt 17-4-1848, 66 jaar, weduwe, “dochter van Eetze Sipkes en Beertje”. Voordat Hendrik Klases Kylstra in 1813 op 35-jarige leeftijd sterft, krijgen Tjitske en hij nog een zoon, Simon (overlijdt 3-9-1833, 21 jaar, ongehuwd). Tjitske hertrouwt 9-9-1815 met de 34-jarige Riekele Jeips Kalsbeek, geboren te Boornbergum (zoon van Jeip Riekeles en Uilken Jelkes). Uit dit huwelijk worden o.a. de kinderen Uilkjen Kalsbeek en Jelke van Kalsbeek geboren.
RENZE LIEBBES KYLSTRA & zonen
In huis nr 125 te Zuiderdrachten woont in 1811 nog graankoopman Renze Liebbes (hij zal 7-12-1816 overlijden, 74 jaar, weduwnaar, zoon van Liebbe Rinses Kijlstra & Wietske Abrahams).
Hij meldt 6 kinderen: Liebbe 46, Wietske 45, Renske 42, Egbert 39,Lowijs 36, Oebele 33, allen te Noorderdrachten. Dat laatste is in strijd met de opgaven die de zonen doen. Alleen Egbert woont in Noorderdrachten (nr 378), de anderen in Zuiderdrachten (Libbe op nr 100, Lowijs op nr 155 en Oeble op nr 123, naast zijn vader). Het “allen te Noorderdrachten” zal een vergissing zijn van de ambtenaar. Of Renze bedoelde: allen te Noorderdrachten geboren.
Een andere opmerkelijkheid is dat Liebbe en Lowijs de naam Kylstra kiezen, laten noteren dat vader Rense Liebbes Kielstra te Zuiderdrachten nog in leven is en dat zij die naam niet aannemen. Terwijl de vader juist als Kylstra in de boeken staat en niet Kielstra. Zoon Oeble laat zich als Kielstra inschrijven, meldt ook dat vader Rinze Liebbes nog in leven is en register meldt: “Oeble neemt naam niet aan”. Nogal wat verwarring dus in de familie. Alleen zoon Egbert die zich als Kielstra laat inschrijven, heeft het niet over vader en diens naam. Het kan zijn dat er onderlinge onenigheid was over de schrijfwijze die later in de familie meestal Kijlstra wordt.
Renske is getrouwd met Cornelis Lowysses Landmeter (Noorderdrachten 13) en heeft in 1811 de kinderen: Lowijs 16, Jiefke 14, Jeltje 13, Sjoukjen 11, Sjoerdje 7 en Rinse 2. De twee achterkleinkinderen van Rense Liebbes in 1811 (Wietske 3 en Jan 2) zijn kinderen van Minke 24 (Ureterp). Zijn zonen hebben de volgende kinderen: (Libbe) : Iefke 18, Rense 15 (Jelsum), Minke 13, Gosse 11 (Ternaard) en Popke 8. (Egbert) : Gerben Posthuma 18, Rinze 16, Boukjen 14, Gerardus 11, Iefke 9, Jacob Kammenga 6, Jan 4, Iebeltje 1. (Lowijs) : Rinse 14, Wietske 11, Iefke 10, Janna Maria 8. (Oebele) : Iefke 7, Renze 6, Jurjen 4, Limke 2, Liebbe ½. In het overzicht bij Rense Liebbes staat (kinderen) “van Lowijs bij hem inwonende”.
Lowijs (1775-1838, werd Louis), die net als zijn vader en oudste broer Libbe koopman in granen was, trouwde 29-5-1796 met Sibilla Catharina Jansonius uit Zuiderdrachten. Hun zoon Rinse Louis Kijlstra trouwt 24-6-1821met Margaretha Willems Sipkens uit Ulrum (GR) en vertrekt uit Drachten naar Rauwerd. Met de zonen van Rinse beginnen de dominees en notarissen in de familie te komen. Hun zoon Sibillus Cath. Kijlstra (geboren 16-2-1834) trouwt 19-5-1858 in Menaldumadeel met Antje Jentjes Faber. Ze krijgen een dochter Margaretha (2-10-1850) en een zoon Jentje Kijlstra (5-4-1861). Antje Faber, 22 jaar, overlijdt twaalf dagen na de geboorte van dit zoontje. Sibillus hertrouwt met Anna Margaretha Sypkens en uit dit huwelijk wordt 2-5-1868 de vermaarde dominee Sibillus Catharinus Kijlstra geboren.
Geboren 3-2-1895 Jan Kijlstra, zoon van Sibillus Catharinus Kijlstra en Aleida Victoria Walradina Willebrands. Encyclopedie van Friesland, ed.1958: KYLSTRA, Sibillus Catharinus, Ned.Herv. predikant (Beers 16.7.1869-1930). Stond te Engelum (1894-97) en Rottevalle (1897-99), richtte in 1900 de Internationale Broederschap te Blaricum mee op, waarin hij vier jaar leefde. Tolstojaan. Van 1908-13 predikant te St.Jacobi Parochie. Hij legde daarna het ambt neer en vertrok naar de Verenigde Staten (Portland, Oregon). Christen van de daad, die voor de mensen van de “arme Friese heide” werkte, te Sint Jacobi Parochie het eerste vrijzinnig-godsdienstige blad ‘De Wekker’ stichtte en ijverde voor vrijzinnig-godsdienstige hagepreken. Schreef verschillende brochures.
Dat oudste zoon Gerben Egberts Kijlstra eigenlijk Gerben Posthuma Kijlstra werd genoemd heeft te maken met een gewoonte om ook de familienaam van de echtgenote in ere te houden (vgl. Spar Van der Hoek). Gerben (1793-1841) wordt ook bakker. Hij trouwt 17-5-1817 met Jeltje Hendriks Brandsma (1793-1865). Via hun tweede zoon Egbert (1821-1905) wordt Gerben grootvader van de koperslager Hendrik Egberts Kijlstra (1853-1929) die regionale faam verwierf als de declamator Kingkyl. Via hun eerste zoon Hendrik (1818-1887, landbouwer) en diens zoon Sietse (1843-1906, timmerman) wordt Gerben overgrootvader van Gerben Sietzes Kijlstra (1885-1932), timmerman-aannemer en oprichter van het bouwmaterialen-bedrijf Gebr.G. Kielstra te Drachten dat nog altijd bestaat. Na het overlijden van Rienkjen Posthuma hertrouwt Egbert 13-12-1801. Zijn tweede vrouw is Riemke Jacobs Kamminga (1776-1846), dochter van Jacob Hylkes Kamminga en Ybeltje Tjeerds. Uit dit huwelijk worden vijf kinderen geboren waarvan de eerste vier (Yfke, Jacob Kamminga, Jan, Ybeltje) al in 1811 werden genoemd. In 1813 wordt nog een zoon Louis geboren, die slechts 14 jaar oud wordt.
Dochter Yfke Egberts Kijlstra (1802-1875) trouwt 17-5-1827 met Jacob Reinders Kielstra (1804-1849). Deze Jacob, commies ter provinciale griffie, wordt hierboven aleens genoemd, als zoon van Reinder Klases Kylstra te Oudega. Zoon Jacob Kamminga Kylstra (1805-1873) werd zilversmid en “bekend als Fries spreker op Nutssamenkomsten” (Encycl.v.Frl.).
Eerdere Kielstra-voorfamilie 2
Oudvader Hendrik Jelkes is in 1811 niet meer in leven en ook zijn oudere broer Jan Jelkes is dan al overleden. Hendriks zoon Jelke (1793-1847) wordt niet in Drachten geboren maar in Peperga (Weststellingwerf). In 1811, hij is dan 18, neemt hij te Steggerda de familienaam Kielstra aan. Zijn oudere zusjes, onder wie betovergrootmoeder Trijntje Hendriks Kielstra (1786-1864), zijn wel in Drachten geboren. Rond 1820 vinden we ook Jelke (tijdelijk) in Drachten genoemd. Zie hiervoor.
Bij de hiervoor genoemde Kylstra’s of Kielstra’s van 1811 komen we de voornaam Jelke niet tegen. Als er een familieverband is geweest zou het begin ervan van voor oudgrootvader Jan Jelkes moeten dateren.
Van de graankoopman Rinse Liebbes Kylstra (1742-1816) te Zuiderdrachten zijn hierboven de kinderen en enkele verdere nakomelingen genoemd. Rinse was in 1764 getrouwd met Yfke Egberts (1743-1808). Volgens een Kijlstra-stamreeks op internet is zij zowel op een oudjaarsdag geboren als op een oudjaarsdag overleden. Op haar 65ste verjaardag dus. Dramatisch verhaal maar de kans bestaat dat het computerprogramma van de genealoog die data “bedacht”. Rinse Liebbes is niet in Drachten geboren, maar in Augustinusga (Achtkarspelen). Ook zijn zus Grietje (1745-1813) is daar geboren. Hun vader Liebbe Rinses was er “winterschoolhouder” - een onderwijzer dus. De moeder heet Wietske Abrahams.
Deze Liebbe Rinses (1712-?) is zelf wel in Drachten geboren, hoewel zijn ouders zich (erna) in Boornbergum/Smalle Ee vestigden. Zijn moeder heet Richtsje Atses, zijn vader Rinse Liebbes (1686-1764). Landbouwer (akkerbouw) en koopman. Geboren in Drachten. Rinse & Richtsje krijgen 8 kinderen, Liebbe in Drachten en de rest in Boornbergum of daaromtrent (vader overlijdt 1764 in Smalle Ee): Hiltje (1714), Atze (1715), Hiske (1717), Maayke (1719), Hiske (1723), Lowijs (1725-1762), Wytske (1730).
De vader van Rinse Liebbes (1686-1764) heet Liebbe Popkes, koopman, grond- en veeneigenaar. In 1650 in Drachten geboren, daar 30-1-1675 getrouwd met Hiske Cornelis (geboren 1649), Liebbe gedoopt 19-12-1675, eerste kind geboren 26-12-1675. Zo ging dat (vaak) in die tijd. Het echtpaar krijgt, volgens bovengenoemde stamreeks, slechts drie kinderen: Popke (geb. 1675, trouwt 19-4-1716 te Drachten met Baukjen Rinses), Renske (geb. 1677, trouwt 6-2-1698 met Douwe Sioerts) en Rinse Liebbes dus, geboren te Drachten op 21-2-1686.
De RINSE-voornaam duikt binnen de stamreeks in 1686 plots op. Aannemelijk is dat tussen Renske (1677) en Rinse (1686) nog andere kinderen zijn geboren. Bijvoorbeeld een Jenke (vernoemd naar moeder van Liebbe) en een Cornelis (naar vader van Hiske). Genoemde stamreeks is niet compleet en versmalt zich nog meer door alleen Liebbe Popkes (1650-1712) te noemen uit het huwelijk van Popcke Jans (ca.1620-ca.1654) en Jencke Liebbes.
Popcke Jans, landbouwer, te Noorderdrachten geboren ca. 1620, trouwt ca. 1645 met Jencke Liebbes, in Boornbergum geboren ca.1623. Uit dit huwelijk is wellicht tussen 1645 en 1650 ook een Jan Popkes geboren. Popcke Jans overlijdt relatief jong, ca. 1653. Jencke na 1658. Aanvullingen nog te doen.
In de stamreeks wordt slechts gesteld dat Popcke Jans zoon was van Jan Wybes, timmerman te Noorderdrachten, geboren ca.1590, overleden voor 1658 (kennelijk is er een notariëel stuk opgemaakt in 1658). Jan Wybes is ca. 1615 getrouwd met Lipckjen Popckes, die ca. 1592 in Surhuisterveen is geboren en voor 1658 in Noorderdrachten overlijdt. Popcke zal niet de enige zoon van het echtpaar zijn geweest.
Genoemde stamreeks begint (of eindigt) met het echtpaar Wybe Jacobs & Wytske Jans. Wybe Jacobs, veenbaas, is ca. 1560 in Noorderdrachten geboren, woont “op het Veen onder Noorderdrachten” en overlijdt na 1614. Rond 1585 trouwt hij in de kerk met Wytske Jans, ca. 1563 in Noorderdrachten geboren, overleden voor 1614. Jan Wybes zal niet het enige kind zijn geweest uit dit huwelijk.
Jelke Jans is zeker geen broer geweest van Popcke Jans. Maar er is een parallelle familielijn denkbaar vanaf Jan Wybes via een Wybe Jans bijvoorbeeld, hier veronderstelde broer van Popcke Jans. Deze broer zal tussen 1615 en 1620 zijn geboren. Hij kan een zoon Jelke Wybes hebben gehad enzovoort.
Zwart familieschaap Wopke…?
Uit de familienaamregisters van 1811 valt op te maken dat op het adres Noorderdrachten 378 bij het bakkersgezin van Egbert Rinses Kielstra nog een volwassen manspersoon inwoonde: Wopke Jans van Eick.
Vanuit het familienaamregister valt over deze persoon misschien nog wat meer te vertellen, maar niet via internet:
Eick, Wopke Jans van, Noorderdrachten 378, N.B. Vgl. E.R.Kielstra. Mairie Drachten, deel 2, fol. 41
Houdt het N.B. een aanvullende opmerking in?
Het is bekend dat (warme) bakkers voor dag en dauw op moesten staan en dat Egbert zich een inwonende bakkersknecht kon veroorloven, is heel wel denkbaar.
De verlate ideevorming rond Wopke verandert wanneer we naar de overlijdensakte Smallingerland 1825 blad nr 12 kijken. Daarin wordt het overlijden gemeld van Wopke Jans van Eyck, op 22-3-1825, oud 59 jaar, ongehuwd. Zoon van Jan van Eyck en Ybeltje Tjeerds. N.B.: Kolonist te Ommerschans, overleden te Ommen.
Om met het laatste te beginnen: “kolonist te Ommerschans” betekende dat je vanwege aanstootgevend alcoholgebruik, landloperij, bedelarij, zwerfbestaan etc. was opgepakt. De Ommerschans in Overijssel was, zoals Veenhuizen in Drenthe, een dwangkolonie van de na 1815 opgerichte (particuliere) Maatschappij van Weldadigheid. Deze Maatschappij had ook “kolonies” in de buurt van Steenwijk (Frederiksoord, Willemsoord etc.) waar sociale probleemgevallen aan het werk werden gezet, met nog enige vorm van eigen zelfstandigheid. De dwangkolonies waren gevangenissen (zie de literatuur erover). De Ommerschans werd in 1822 in die zin voor allermoeilijkste personages ingericht. De overheid stelde zich achter de oplossing en loofde vanaf 1823 een premie van 40 gulden uit voor iedere bedelaar die naar de Schans werd gezonden. Was Wopke een zo groot probleemgeval geworden dat het Drachtster gemeentebestuur hem kwijt wilde en ook die premie innen? Duidelijk is dat Wopke, al een 55-plusser, niet verbeterde door zijn gedwongen verblijf in het kamp Ommerschans. Dit is niks voor hem. Hij gaat er prompt dood (22-3-1825), 59 jaar oud.
Overlijdens te Ommerschans Ongetwijfeld zijn er betere en meer volledige statistieken over overlijdens te Ommerschans zijn gemaakt. Vanwege Wopke telde ik de overlijdens van uit Friesland afkomstige “dwangkolonisten”. Voorzover in akten van Burgerlijke Stand vermeld (bron: internet, Ryksargyf). Deze meldingen stoppen rond 1865. Dat is zo ongeveer het jaar waarin de kampen uit het particuliere beheer door de Maatschappij van Weldadigheid worden weggehaald. Ze worden gedeprivatisseerd en de overheid neemt beheer en toezicht over. Over de periode 1825-1865 worden in Friese BS-registers 132 overlijdensgevallen te Ommerschans vermeld. De stad Leeuwarden spant de kroon met 80 van dat soort gevallen. Het is denkbaar dat ook vanuit Leeuwarden relatief meer probleemgevallen naar de bedelaarskolonie te Ommerschans werden gestuurd. In de BS-registers uit Noordwest-Friesland, exclusief stad Leeuwarden, staan 22 overlijdens-gevallen te Ommerschans vermeld. Geen op de Waddeneilanden en in Tietjerksteradeel/Acht-karspelen. Zes rond Leeuwarden, vijf uit Sneek, vier uit Dokkum en omgeving. Zuidwest-Friesland meldt slechts 5 van dergelijke sterfgevallen, onder wie een jongetje van 2 (Willem de Harder, 1861, moeder uit Workum afkomstig) die er natuurlijk helemaal niet thuishoorde. Verder Dirk Forderda uit Hindeloopen, 29 jaar, ongehuwd. Hoe kwam hij er? Waaraan overleed hij? En de wellicht doorgewinterde zwervers en drinkers Hermanus Hoeksema uit Workum (1856, 61 jaar, gehuwd), Jan Hanzes de Blaauw uit Gaasterland (1854, 53 jaar, gehuwd) en weduwnaar Gerardus Middeke uit Lemsterland (1856, 75 jaar).
Zuidoost-Friesland meldt 19 overlijdensgevallen te Ommerschans van ingezetenen: Schoterland 8x (1828-1858), Haskerland 4x (1841-1856), Weststellingwerf 4x (1852-1860) en Utingeradeel 3x (1857-1866). Meestal gaat het om 50-plussers. Uit Schoterland de 20-jarige Ebele Egberts Keyser (ongehuwd) en de 29-jarige Fokke Gales Ruiter (ongehuwd). Maar verder: Luitzen Wouda (52, gehuwd), Sikke Tobias Huizinga (52, weduwnaar), Jan Luitzens van der Wal (56, gehuwd), Klaas Klasen Posma (60), Rein Ruurds Beima (63), Ruurt Uilkes Schouwstra (67, gehuwd).
Uit Haskerland: Johannes Siegman (38), Arjen Eises van der Schuit (43), Aaltje Gerhardus Tichelaar (50, weduwe) en Hajo Willemsma (62).
Uit Weststellingewerf de gehuwden: Egbert Westerkamp (44), Aaldert Jans Bos (50), Gijsbert Janses (51) en Antje Pieters Munnik (65).
Uit Utingeradeel: Jacoba Joukes Hondje (38), Lykle Sjoerds Venema (40) en Johannes Oedzes Dantuma (52).
Tenslotte (Oost-Friesland) nog zes gevallen. Uit Opsterland: Lammert Rikels Jager (31), Alle Iebeles van der Meulen (36), Jochum Sjoerds Zwerver (37), Teye Davids Hofman (51, gehuwd) en Albert Alles Rinsema (51). En uit Smallingerland slechts één geval: Wopke Jans van Eyck, 59 jaar, ongehuwd.
Wie was deze Wopke die op gevorderde leeftijd nog in een dwangkolonie werd geplaatst en daar vrij snel overleed? Was hij dezelfde als de Wopke die in 1811 inwoonde bij bakker Egbert Kielstra op Noorderdrachten 378..?
In zijn overlijdensakte staat dat hij zoon is van Jan van Eyck en Ybeltje Tjeerds. Na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwt bakker Egbert Kielstra 13-12-1801. Zijn tweede vrouw is 25 en het huwelijk leidt tot een vergroting van de kinderschaar. Zij heet Riemke Jacobs Kamminga (1776-1846) en is dochter van Jacob Hylkes Kamminga en Ybeltje Tjeerds.
Wopke Jans van Eick is een tien jaar oudere halfbroer van Riemke Kamminga. Hij is een probleemgeval en Riemke haalt haar echtgenoot Egbert Kielstra over om Wopke voor de bakkerij in dienst te nemen en zelfs in huis. Met het verstrijken der jaren (na 1811) blijkt dat het met Wopke toch niet wil lukken. Binnen het grote gezin van Egbert en Riemke wordt hij steeds lastiger en ook voor het bakkersbedrijf is hij geen reclame.
Ik denk dat er veel ruzies zijn geweest en dat Wopke meestal onredelijk reageerde. Dat uiteindelijk is besloten tot Wopkes vertrek naar een kamer of pension elders in het dorp. Dat dit een redding was voor Egbert & Riemke enz., maar dat Wopke van zijn nieuwe “zelfstandigheid” een nog verdere janboel maakte. Met Ommerschans als eindpunt. Eén van de vroegst-overledenen daar. En voor wat betreft gemeente Smallingerland ook de eerste en de laatste.
Bovenstaand verhaal nog controleren. Was Jan van Eyck dezelfde als Jan Jelkes, broer van oudvader Hendrik Jelkes? Het is interessant om de herkomst van zo’n andere “bijnaam” te achterhalen. Want “van Eick” stamt uit de jaren van voor 1811 en werd geen vastgelegde familienaam. Uit de trouwregisters:
Huwelijk Jan Jelkes, Rottevalle, en Ybeltje Tjeerds, Rottevalle, 5-2-1758. Huwelijk Jacob Kamminga, Zuiderdrachten, en Ybeltje Tjeerds, Zuiderdrachten, 29-4-1770.