Van der Hoek
Families

Schokker

SCHOKKER

Hendrik Berends Schokker & Grietje Jans (Franzen) Jan Hendriks Schokker & Janke Hendriks Wilts Grietje Jans Schokker & Fedde Fokkes Veldstra Fokke Feddes Veldstra & Lijsbert Hanzes Frankena Joltje Veldstra & Pier Jacobs de Jong Klaas Piers de Jong & Fokje Schippers Elizabeth de Jong & Willem Van der Hoek Kinderen Van der Hoek - de Jong

HENDRIKS BERENDS SCHOKKER (ca.1710-1776) & GRIETJE JANS (FRANZEN)

Oudovergrootvader Hendrik Beernts Schokker is een van de eerste veenbazen uit de streek rond het Overijsselse Giethoorn die naar Haskerland komen en daar de grote verveningen beginnen. Samen met compagnons koopt hij in 1752 te Oudehaske voor de turfgraverij “het Binnenland en de Leijen van de 33e stelle”.

Hij is in 1776 te Oudehaske overleden, op 66-jarige leeftijd, dus omstreeks 1710 geboren. Wanneer en waar precies blijft onbekend. Zijn kinderen worden in Wanneperveen (Overijssel) gedoopt tot en met 1751. Je zou dus kunnen aannemen dat bij de volkstelling van 1748 in het Kwartier van Vollenhove, - Wanneperveen behoorde tot dat Kwartier - het gezin van Hendrik Berends (Beernts of Berents) ook wordt geregistreerd.

Het kan zijn dat Hendrik net ten zuiden van het Zwartewater woonde, de grensrivier tussen het Kwartier van Vollenhove (de kop van Overijssel) en het Sallandse Ambt. Terwijl hij wel onder Wanneperveen kerkte. Dit raadsel mag nog worden opgelost.

Feit is wel dat oudovergrootvader Hendrik in 1752 het te vervenen gebied te Oudehaske kocht samen met compagnons die deels te Zwartsluis woonachtig waren. Dat is buiten het Kwartier van Vollenhove. Zijn compagnons waren: Jacob Jans de Wit, Zwartsluis Aat Jans de Wit, Wanneperveen, broer van Jacob Roelof Jans de Wit, Wanneperveen, ook een broer van Jacob Willem Gerrits Deutman, Wanneper-veen Andries Geerts Flobbe, meester-schoenmaker, Zwartsluis.

Hendrik was ruim 40 toen hij het experiment te Oudehaske begon. Je kan aannemen dat hij enige ervaring had in het op de Gieterse manier (baggermethode) exploiteren van laagveen. En dat hij een kapitaaltje kon benutten.

Hij was in de omgeving van Zwartsluis getrouwd met oudovergrootmoeder Grietje Jans (Franzen). Het huwelijk is waarschijnlijk rond 1735 gesloten. Akten betreffende deze oudovergroot-moeder zijn niet aanwezig. Voorlopig kennen we haar alleen via de doopregisters van de kerk te Wanneperveen. Hendrik en Grietje kregen minstens zes kinderen:

Reintjen, geboren voor 1738 Cornelis Hendrik, gedoopt 30 april 1741 in Wanneperveen. Zie hierna bij Cornelis Hendrik Schokker. Cornelia Hendriks, gedoopt 30 april 1741 in Wanneperveen. Waarschijnlijk waren Cornelis en Cornelia een tweeling (niet ongewoon in Schokker-voorfamilie). Cornelia overlijdt jong, voor 1748. Jan is de tweede zoon, gedoopt 14 oktober 1742 in Wanneperveen. Ook hij overlijdt jong, voor 1748. Waarschijn-lijk al voor 1745. Want de derde zoon die in 1745 wordt geboren, krijgt ook de voornaam Jan. Jan Hendriks is de derde zoon. Hij wordt 25 juli 1745 in Wanneperveen gedoopt. Op twee maanden na wordt hij 80 jaar oud. Hij is de man die als oudgrootvader geldt voor de kinderen VanderHoek-deJong. Dus zie hierna. Jannes Hendrix wordt 7 februari 1751 te Wanneperveen gedoopt. Maar het moet nog bewezen worden dat hij in het rijtje kinderen van Hendrik & Grietje thuis hoort (als zodanig wordt hij genoemd in de genealogiereeks van Pieter Belgraver, maar misschien maakte deze een vergissing).

Wanneer we ervan uitgaan dat oudover-grootouders Hendrik & Grietje een voor die tijd normaal systeem van vernoemingen volgden, is er nog wel iets uit te leggen. De dochter Reintjen kan naar de moeder van Grietje zijn vernoemd. Tussen ca. 1735 en 1741 moeten andere kinderen uit het huwelijk zijn geboren. Want we missen een oudste zoon Berend, naar vaders-vader vernoemd. In 1741 is sprake van de geboorte van de tweeling Cornelis en Cornelia maar die vernoeming heeft geen enkel verband met namen van grootouders. Misschien zal het nooit meer duidelijk worden om welke redenen de vernoemingslogica werd onderbroken en wat er tussen ca. 1735 en 1741 zoal gebeurde. Het kan zijn en de familienaam Schokker wijst in die richting, dat oudovergrootvader Hendrik oorspronkelijk meer een schipper dan een vervener was. De familienaam wordt immers herleid tot Schoklandse oorsprong. Schokland was een eiland, zoals het meer westelijk gelegen eiland Urk, in de nog niet ingepolderde Zuiderzee. Omdat Hendrik met gezin voor zijn 40ste niet duidelijk kan worden gevolgd, kan het zijn dat hij een andere kostwinning had dan een vaste plek als boer of vervener te Wanneperveen (Blauwe Hand). Tot dusver zijn er geen archiefmeldingen gevonden die dit kunnen ondersteunen.

Hierboven is al vermeld dat hij de aankoop van bepaalde kavels ten zuiden van het dorp Oudehaske deed in samenwerking met vijf compagnons, deels uit Zwartsluis afkomstig. Rond 1752 begon de intocht van “Gieterse” veenbazen in het laagveen-gebied rond Oudehaske. Hun baggermethode verstoorde het bestaande landschap aanzienlijk. Er werd tot beneden de grondwaterspiegel gegraven waardoor plassen ontstonden en bestaande dijken rond polders hun waterwerende functie verloren. De Gieterse veenbazen (baggeraars) beriepen zich uiteraard op het nut (Holland schreeuwt om turf) en de werkgelegenheid die ze dit deel van het Friese platteland boden (schaars betaald vanuit de omzet), maar al in 1754 werden zeker dertien veenbazen in het gebied rond Oudehaske beboet vanwege ongeooorloofde graverij. Ook oudovergrootvader Hendrik Berends Schokker die pas één of twee jaar zijn bedrijf te Oudehaske had, werd wegens ongeoorloofde graverij veroordeeld. Een crimineel in de voorfamilie.

Zoals gezegd werd ook oudovergrootvader Hendrik Berends al in 1754 bestraft omdat hij te dicht bij de dijkjes aan het baggeren sloeg. De Haskerlandse grietman Johan Vegilin van Claerbergen (1690-1773) zag het gevaar van de “Gieterse” baggermethode en legde de boetes op. In 1755 en 1756 legde hij het probleem van de ontgrondingen voor aan de Staten van Friesland.

Die machtigden hem om verveningen binnen 20 koningsroeden (van 3,91 meter) ter weerszijden van de rijweg te verbieden. Dankzij deze machtiging bleven dijken en wegen voortaan gespaard. Hoewel de verveners buiten de 80-meter grens langs de dijken en rijwegen hun gang konden blijven gaan.

Schokker/Veldstra - concept augustus 2001

PAG

PAG 3