Terugbladeren
TERUGBLADEREN VANDERHOEK-DEJONG
Zelf ben ik zoon uit een gezin met 12 kinderen. Gezinnen met zoveel kinderen komen na 1950 veel minder vaak voor dan in de tijd ervoor. Hoe is die verandering te verklaren? Nogal eenvoudig, denk ik.
VANWAARIO
De generatie VAN DER HOEK- DE JONG waarvan ik deel uitmaak is geleidelijk aan het versterven. Zo mag ik dat toch wel schrijven? Geboren in de periode 1935-1954 en nog van alles te doen en te beleven, maar wel ouderen geworden of aan het worden. Inmiddels zijn al zus Anneke, moeder van drie zonen, en broer Henk, overleden. Ook zwager Jan DE LEEUW, met zus Hillie getrouwd, en met haar vader van een zoon en een dochter DE LEEUW. Er zijn grootouders in onze generatie. Overgrootouders al nu of binnenkort. Dat is de loop van het leven. Je wordt geboren en dan volgen levensjaren door allerlei fasen heen en uiteindelijk wordt je oud, ouder en oudst.
Wij zijn niet grootgebracht met duidelijke verhalen over “vanwaario”. Onze ouders vonden het misschien niet van zoveel belang daarover te vertellen, hadden er geen tijd voor of wisten, door ingewikkelde gebeurens van ervoor, ook niet precies hoe het met “vanwaario” in elkaar stak. In de jaren 50 (vorige eeuw) deed de Fryske Akademy een schriftelijke enquete onder scholieren bij hogere opleidingen (HBS, Lyceum etc) in Zuidoost-Friesland naar hun herkomst. Ik zat toen op het Openbaar Lyceum te Heerenveen en kreeg ook het vragenformulier. Na aandringen (gezeur van mijn kant) gingen vader en moeder in op een beantwoording. Dat vader in Naaldwijk was geboren (“Hollander”) en daarna te Heerenveen opgegroeid, was mij destijds wel ongeveer bekend. Onze thuistaal was Nederlands en niet Fries. Vader had een gebrekkige kennis van de Friese taal, terwijl hij in Friesland kwam te wonen en zijn vader uit Friese families stamde. Door de Hollandse moeder bleef de thuistaal Hollands en in Heerenveen mogelijk wat gemengd (“Heerenveensters”, vermenging Hollands-Fries). Moeder was te Oudehaske geboren en bleek een groot deel van haar jeugd in Duitsland te hebben doorgebracht. Haar vader was van hot naar haar verhuisd.
Dankzij die enquete door de Fryske Akademy gaven vader en moeder een beetje verslag van “vanwaario”. Maar verhalen zaten er niet aan vast of maakten op mij (puber van toen) geen indruk. Het ingevulde formulier heb ik, voorzover ik weet, niet aan de Akademy teruggestuurd. De “vanwaario”-vraag hield me niet bezig, de antwoorden van vader en moeder, oké, beetje dit, beetje dat.
Ik vertrok in 1959 (na behalen van gymnasium-diploma te Heerenveen) naar Amsterdam om, met studiebeurs, Nederlandse taal- en letterkunde te gaan studeren. Ik was 17 en al snel meer “student” dan student. Sorry daarvoor. Met enkele professoren had ik redelijk (misschien vriendelijk) contact. Prof Kuiper die colleges gaf over emblematische poëzie (en “hermetische” dichters) bijvoorbeeld. Prof Caron doceerde historische grammatica. Op zijn thuisadres (Van Baerlestraat, Amsterdam) deed ik tentamen (met goed gevolg). Dat verhoor begon hij met de opmerking dat mijn achternaam VAN DER HOEK een foute schrijfwijze moest zijn. In mijn herinnering loopt hij daarbij langs zijn boekenkasten. “HOEK is een zelfstandig naamwoord, mannelijk, dus het moet VAN DEN HOEK zijn.” Ik had geen weerwoord. Had erover nooit nagedacht. Ik gaf hem gelijk gaf verder goede antwoorden op zijn vragen historische grammatica.
Tentamen geslaagd. Maar de opmerking van Caron dat de achternaam VAN DER HOEK “grammaticaal” onjuist zou zijn, bleef aan me knagen. Tijdens het tentamen wist ik niet dat de achternaam VAN DER HOEK gebruikelijker is dan de achternaam VAN DEN HOEK. Prof Caron zou dit ook hebben moeten geweten. Hoek (mannelijk, meetkundige term) staat los van Hoek (vrouwelijk), de landelijke term.
Het probleem heeft me niet continu bezig gehouden hoor. In mijn jaren van onwetendheid verzamelde ik wel bij-informatie over VAN DER HOEK-achternamen. VAN DER HOEK dus in plaats van VAN DEN HOEK (correcter volgens (toen) prof Caron). Bleek dat in Zuid-Holland VAN DER HOEK-naam al lang gebruikelijk was. Dat in vroege generaties personen met die naam al naar Amerika trokken. Leuke dingen te vertellen. Geen verband met onze voorfamilie.
Een tijdlang volgde ik de lijn dat de VAN DER HOEK-naam te maken had met het noord-oostelijke deel van de stad Leeuwarden (Hoek geheten).
Blijkt niet juist. De naam VAN DER HOEK is pas 1811 door Freerk Tammes te Bovenknijpe (Schoterland FR) voor het eerst geregistreerd geraakt. Zijn oudere broer Sierd Tammes krijgt SEINSTRA-naam.
Xxxxx doorgaan xxxx\