Uitwell
Uitwell
Aan Klaas Wzn te Stiens - 19 juni 2001
Klaas bedankt!
Voor die vier zussen en ene broer van Jacob Piers de Jong die we terug konden toveren uit het onbekende verleden. In het eerste stuk van de DE JONG-lijn notitie dat ik je toemailde heb ik de gegevens die je vond al ingevoegd, zoals je (misschien) las.
Ik vind het jammer dat Uilkjen er echt niet bijhoorde omdat ik nog steeds denk dat Pier Jacobs voordat hij 1796 met Epkjen Meijes trouwde eerder getrouwd is geweest. Met “Eijkjen”, je weet wel. En ik zou graag bevestiging daarvan vinden via kindergeboortes. Die bevestiging komt maar niet, de ontkenning ook niet. De grijze zone van onwetendheid die ik haat (daarom dulden ze me ook in het Kluwerbedrijf denk ik).
Terwijl ik bijna dagelijks even op de Ryksargyf-site loer om te zien of ze de DTB’s van Haskerland en Schoterland er op hebben gezet (ik zou ze nu goed kunnen gebruiken, maar ik verwijt hen niet hun zorgvuldige omgang met het materiaal - heb je haast, ga dan naar Leeuwarden) was ik gisteren blij verrast toen ik toevallig naar beneden scrollde: de quotisatiekohieren 1749 voor de hele provincie (en ook nog een namenthesaurus). Het Ryksargyf doet formidabel werk.
Aan de quotisatiekohieren 1749 zijn allerlei gegevens te ontlenen over voorvaders (voormoeders betaalden geen belasting) van wie we de namen door jouw aktenbezoek al wat kenden. Ik heb er een aantal afgerend en zal de gegevens de komende week voor de notitie DE JONG-lijn gebruiken.
Maar ook de VANDERHOEK-lijn (die notitie van 19 mei moet ik vanwege Grietje Bijma toch nog herschrijven) wint ermee.
Wolter Jans (Bijma)
De vader van zowel Jan Wolters Bijma uit Rotstergaast, de vader van Grietje Jans Bijma en grootvader van Grietje Bonnes Bouwman die met Wolter Freerks Van der Hoek trouwde, als van Hendrikjen Wolters die met Freerk Tammes Van der Hoek trouwde en moeder was van Wolter Freerks Van der Hoek, - die vader van wie in de VanderHoekfamilie de voornaam Wolter stamt, is in het quotisatiekohier 1749 door ons nu gewoon terug te vinden:
Wolter Jans, Schoterland, Katlijk, huisman (=boer), gezin met 3 volwassenen (=12 jaar of ouder) en 2 kinderen (=jonger dan 12). Belastingaanslag van bijna 40 Caroliguldens is niet mis. Hij werd dus als redelijk welvarend beschouwd.
Jij had in het kerkregister dezelfde Wolter Jans gevonden die (gehuwd met Grijtie Geerts) in 1749 de tweeling Janke en Hiltje als kinderen had (geboren of gedoopt 8 oktober 1747). De twee kinderen in het kohier 1749. De drie volwassenen die worden genoemd zullen echte volwassenen zijn geweest: Wolter en Grietje, plus een vader of moeder van een van hen die bij hen inwoonde (of zij bij hem of haar).
Tamme Freerks (Van der Hoek)
In mijn VANDERHOEK-lijn notitie omschreef ik oudvader Freerk Tammes Van der Hoek vooral als enig kind van de jong overleden Eeuwkjen Jalderts. Het quotisatiekohier 1749 meldt evenwel:
Tamme Freerx, Opsterland, Terwispel, arbeyder, gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen jonger dan 12, belastingaanslag 14,13 Caroliguldens.
Oudgrootvader Tamme was rond 27 jaar op dat moment en zal aan het oproer rond de quotisatie-belasting hebben meegedaan (waardoor de quotisatie in 1750 ook prompt stopte) want armlastig was hij kennelijk niet. Maar 14 Caroliguldens betalen aan de belastingpachter, waar moet mijn gezin dan van eten.
Wat ik bedoel: oudvader Freerk is volgens mij in 1751 geboren en volgens het kohier 1749 waren er toen in het gezin van Tamme en Eeuwkje al twee kinderen aanwezig. Wie zijn dat geweest? Jammer dat de kerkboeken van Terwispel voor die periode niet bewaard zijn gebleven.
Tamme Freerks kwam uit Opeinde volgens zijn huwelijksakte. In het kohier 1749 zien we te Opeinde een Freerk Tjebbes die zijn vader zou kunnen zijn (ik zeg niet dat dit onze oudovergrootvader aan VanderHoeken-kant is - ik ga puur eventjes af op de naam), de man is schuytevaarder, gezin telt drie “volwassenen” en de aanslag is 16,16 Caroliguldens. Geen vetpot. En we zien Wymer Freerks (boer, gezin met vier “volwassenen”, aanslag van 39,5,8 Caroliguldens), Johannes Freerks (schipper, gezin met 2 ouders en 4 kinderen jonger dan 12, aanslag 17,17 Caroli-guldens) en Carst Freerks (arbeyder, gezin met 2 ouders en 3 kinderen jonger dan 12, aanslag 11,13 Caroliguldens). Zoals zovaak is verder onderzoek nodig om uit te vinden of de genoemde personen wel of niet in de familielijnen thuishoren. We weten dat kleinzoon Wolter Freerks (1795-1849) ook als schipper heeft gewerkt.
Dit alles is ernstige Spielerei met een plots opduikende bron natuurlijk. We weten van niets en sluiten ons niet af voor mogelijke nieuwe informatie. Ik kom nu weer bij de DE JONG-lijn en mijn ontevredenheid nog met Meye Frankes (hoewel ik hem als voorvader hogelijk waardeer) en met Jacob (de Jong) van wie ik niet weet of ik hem in de kop van Overijsel moet zoeken of toch in Friesland. Het eerste stuk van de DE JONG-lijn notitie is wat deze heren betreft nog lang niet stabiel.
Meye Frankes
Erkend als oudgrootvader. Je trof hem en vrouw Lysbert Frankes (heette haar vader echt ook Franke?) in het kerkboek van Langweer aan want hun kinderen Epkien (1771) en Lammert (1777) werden daar gedoopt. Ik houd nog steeds de mogelijkheid open dat Eijkjen die 1782 met een Pier Jacobs de Jong trouwde uit Haskerhorne en Hans Meyes Frankena (die verderop in de DE JONG-lijn als voorvader verschijnt) ook kinderen waren van Meye Frankes uit/onder Langweer.
Ik moet het eerste stuk van de notitie DE JONG-lijn herschrijven wanneer het waar is dat Meye Frankes oorspronkelijk uit Uitwellingerga afkomstig is (Wymbritseradeel - de overkant van de Langweerder Wielen). In het belastingkohier 1749 staan te Uitwellingerga vermeld:
Franke Meyes, Wymbritseradeel, Uitwellingerga, redelijke boer, gezin met 4 personen van 12 jaar of ouder, aanslag 29 Caroliguldens Meye Frankes, Wymbritseradeel, Uitwellingerga, arme boer, gezin met 2 ouders en 2 kinderen jonger dan 12 jaar, aanslag 25 Caroliguldens (hoezo: arme boer?).
Wij moeten dus de kerkboeken van Uitwellingerga gaan bekijken..! Denk ik. Via internet kan ik daar nog niet een blik op werpen.
Het mogelijke scenario: De redelijke boer Franke Meyes is een oudovergrootvader van ons. Hij is in 1749 al behoorlijk bejaard en een oudere zoon (ouder dan Meye) runt het bedrijf. Die oudere zoon heet wellicht Willem (in 1811 twee Willems-Frankena’s te Uitwellingerga). Jongere zoon Meye Frankes begon een eigen bedrijf, had in 1749 al twee jonge kinderen, kocht rond twintig jaar later een bedrijf onder Langweer en kreeg daar nog twee kinderen (Epkjen, 1771, en Lammert, 1777) die in de kerk te Langweer werden gedoopt. Vandaar hun noeming in het kerkregister te Langweer. Zijn huwelijk met Lysbert is een tweede huwelijk. Eijkjen en Hans waren uit het eerste huwelijk te Uitwellingerga (tussen 1755-1760) geboren, maar niet de twee jonge kinderen die in 1749 worden gemeld. Meye heeft meer kinderen gehad in zijn eerste huwelijk van wie we de namen slechts leren kennen als de kerkboeken van Uitwellingerga uit die tijd bewaard zijn gebleven en de namen noemen.
Wanneer dit scenario passend blijkt zijn we weer een stuk opgeschoten in het boven water trekken van voorfamiliepersonen en voorfamiliegeschiedenis. Het irriteert me dat Meye Frankes in de documenten wordt genoemd als een niet onbelangrijke spil van toen, terwijl we zijn herkomst niet kenden. Is de link met Uitwellingerga kloppend dan zijn weer verdere ontdekstappen te doen. Klopt de link niet, dan zal het bij me blijven zeuren. En krijgen onze notities De Jong-lijn ook steeds dat rare misschien/misschien begin.
Jacob Piers
Ik veronderstel steeds dat de vader van Pier Jacobs de Jong de naam droeg van Jacob Piers. Het was zeker een Jacob (Jakob) maar zijn vader hoeft niet Pier te hebben geheten. Op een Jacob (Jakob) zonder patroniem en zonder jaartal of plaats of jaartal is niet te zoeken. P.J.de Jong uit Haskerhorne die in 1796 te Oosterzee gaat wonen en werken (trouwt met Epkjen Meijes) wordt in een studie over Gieterse immigratie in het zuiden van Friesland genoemd. Met de suggestie dat hij van Gieterse afkomst zou zijn.
In het Gieterse van 1749 kom ik geen Jacob (Jakob) tegen die dan daar woont en van wie Pier een zoon zou kunnen zijn geweest. De Gieterse immigratie vindt pas na 1750 en vaak decennia later plaats. De mogelijkheid dat Pier Jacobs wel een vervener was maar niet van Gieterse afkomst houd ik wagenwijd open. Omdat in de beginperiode Gietersen vooral met Gietersen trouwden terwijl Pier Jacobs trouwde in de (Friese) Frankena-familie, geeft daar ook wel reden voor. Ik weet het (nog) niet. Wel kom ik van ergens.
In het quotisatiekohier 1749 voor wat betreft Friesland zocht ik uiteraard meteen naar een Jacob Piers. Er bleken slechts vier te zijn in de hele provincie (personen die van de bedeling leefden bleven buiten de kohiers):
Jacob Piers uit Lemsterland, wonend Lemmer, ossekoper, ongehuwd, aanslag 17 Caroliguldens. Dit is de jongeman die 29-6-1749 trouwde met Klaaske Johannes Wyngaard uit Oosterzee (die van “Klaaske obiit” (overleden) over wie we het al hebben gehad in vorige berichten). Hij komt als voorvader niet meer in aanmerking dankzij jouw gegevens uit aktenbezoek. Jacob Piers uit Opsterland, wonend Langezwaag, vrijgesel, redelijk gesteld, aanslag 7,17 Caroliguldens. Trouwt in september 1755 met Renckjen Jelles uit Oudehorne (kerkelijke attestatie vanuit Langezwaag 13-9-1755). Niet onze man. Jacob Piers uit Wonseradeel, wonend Makkum, seer gering varensgesel, gehuwd maar geen kinderen, aanslag 15,16 Caroliguldens, geschat vermogen 300 Caroliguldens. Valt buiten ons plaatje. Jacob Piers uit Wymbritseradeel, wonend Folsgare, heeft uitkering (“onderhouden”), gezin met 4 personen van 12 jaar en ouder en ook 4 jonger dan 12 jaar. Komt hij in aanmerking? Ik denk van niet.
Voorlopig is de voorgeschiedenis van Pier Jacobs de Jong pas na 1795 duidelijk te archiveren. Daar kunnen we mee leven maar nieuwsgierigheid blijft.
Ik wacht gewoon op nieuwe verrassingen vanuit Ryksargyf via internet. Maar weet heel goed dat jouw bezoeken aan Leeuwarden tijdens de afgelopen drie maanden voor de werkelijke inhoud van ons verhaal van doorslaggevende betekenis zijn geweest. Dit zal straks voldoende worden uitgemeten.
Kussen voor Joke,
Jan.
PS: Kerkboeken Uitwellingerga misschien? Ik hoop binnenkort een paar dagen ook in Friesland rond te darren. We moeten een basisdocumentatie hebben voor we naar de meer recente families kunnen overstappen. Oja? Wat heeft dit allemaal voor zin? Moet ik de uren die ik hieraan besteed niet wijden aan uitgeefzaken? Ja, daarom probeer ik snel tot een eindproduct te komen waarmee anderen eventueel verder kunnen gaan. Je begrijpt dat ik maar wat doorklets omdat deze pagina nog zo leeg was.
Heb ook in voorraad: De banen van Willem Van der Hoek (1906-1961) en zijn carriere/salariswensen (hoeveel vakantiedagen in 1951) Bonne Van der Hoek (1875-1943) en iets uit zijn aktieve periode binnen het Heerenveens verenigingsleven De nalatenschap van Jan Wolters Van der Hoek (1909-1945) toen hij niet terugkwam uit Duitse gevangensschap na Tweede Wereldoorlog.
Bij onze directe ooms en tantes (broers en zussen van Willem dan wel Lyske en hun nakomelingen) is alle-hands-aan-dek nodig. Gezamenlijke weetjes. Ik was 17 toen ik Friesland verliet, ik heb veel niet bewust meegemaakt. Jullie weten meer. De pagina is vol.