Willem Div Familie Oud Wp Hillie
Brongerga
De zandrug (“schoot”) langs de noordoever van de Tjonger-rivier in het tegenwoordige zuidoosten van Friesland kreeg al ver in de pre-historie min of meer vaste bewoning. Vondsten in de bodem wijzen op plekken waar groepjes van mensen (families) zich ophielden, bezig met jacht, visvangst en misschien al wat veeteelt en landbouw. In het verder natte gebied van midden-Friesland strekte de noord-Tjongerse zandrug zich het verst in westelijke richting uit. Op de meest westelijke punt onstond het dorp Schoot (Oudeschoot en Nieuweschoot, nu Heerenveen-Zuid). Oudeschoot werd het hoofddorp van de grietenij Schoterland die de hele zandstrook ten noorden van de Tjonger omvatte, bijna vanaf Drenthe tot vlakbij de Tjongeruitmonding in de Zuiderzee (Schoterzijl). Het deel ten westen van het dorp Schoot, waar de Tjonger naar het zuiden afbuigt, was geen zandrug meer, maar werd ook door de Schoterlanders gebruikt voor natweiderij, rietontginning, visserij, jacht en vaart. Dit deel, zuidelijk van het Tjeukemeer, kwam in de 20ste eeuw bij Haskerland en deels ook Lemsterland. In 1934 werd de gemeente Heerenveen gevormd, samenvoeging van de oude grietenijen Schoterland en Aengwirden (gebied rond Tjalleberd), waarbij het Schoterlandse gebied ten zuiden van het Tjeukemeer (met de dorpen Echten, Delfstrahuizen, Rottum etc.) bij de gemeente Haskerland werd gevoegd. In ruil voor het westelijke deel van het dorp Heerenveen dat sinds 1560 was ontstaan op het punt waar de grietenijen Haskerland, Aengwirden en Schoterland aan elkaar grensden. Tot 1934 viel het westelijke deel van het dorp Heerenveen (Heerenwal, Stationsbuurt, Nijehaske) onder Haskerlands bestuur, het noordelijke deel (Terbandster Schans, Fok, gebied bij de Kerkstraat, deel van Het Meer) onder Aengwirdens bestuur - het gemeentehuis van Aengwirden stond aan de Fok te Heerenveen) en het zuidelijke deel onder Schoterlands bestuur. Het gemeentehuis van Schoterland bevond zich hemelsbreed slechts enkele honderden meters zuidelijker van dat van Aengwirden. Aengwirden en Schoterland werden in 1934 samen gemeente Heerenveen en Haskerland stond de westhelft van het groeidorp Heerenveen af aan die nieuwe gemeente. Kreeg daar westelijk Schoterland voor in ruil (niet tot genoegen van alle bewoners).
Brongerga nu. Noordoostelijk van het oude hoofddorp van grietenij Schoterland en op de noord-Tjongerse zandrug lag een fraai bosgebied dat de naam Schoterwoud had gekregen. Aan de noord- en oostkant van het Schoterwoud ontstonden bewoonde buurten. Aan de oostkant het dorpje Katlijk, genoemd naar een stroompje vanuit het daar beginnende hoogveen dat in de Tjonger-rivier uitmondde (“lijk” is leek of lek: waterstroom). Aan de noordkant de buurschap Brongerga dat zijn naam waarschijnlijk aan een familie heeft te danken die zich daar vestigde en gebied ontgon en verwierf (familie genoemd naar een voorvader Brono of Brunne of zo).
In de 17de eeuw kocht de Friese stadhouder een groot deel van het Schoterwoud bij Brongerga om er een zomer- en jachtverblijf te bouwen. Die stadhouder was een kleinzoon van Jan van Nassau, oudere broer van Willem van Oranje. Hij was getrouwd met Albertine Agnes, dochter van prins Frederik Hendrik, kleindochter van Willem van Oranje. Albertine nam de Oranje-naam mee naar Friesland en dit stuk van het Schoterwoud kreeg gaandeweg dan ook de naam Oranjewoud. Ruim driehonderd jaar later geldt Brongerga niet meer als plaatsnaam.
Dit deel van het Schoterwoud ging Oranjewoud heten. Brongerga was hooguit nog de naam voor een buurtje oostelijk ervan, langs de weg richting Katlijk en Mildam. De weg die in de jaren vijftig de naam Marijke Muoiweg kreeg, naar de schoondochter van Albertine Agnes. “Tante Maria” (uit het duitse Hessen) trouwde met de zoon van Albertine en de Friese stadhouder en werd de moeder van Johan Willem Friso, en grootmoeder van Oranje-prins Willem IV. Die weer grootvader werd van de eerste Oranje-Nassau telg die zich koning van Nederland mocht noemen, koning Willem I. Overgrootvader van koningin Wilhelmina, betovergrootvader van koningin Juliana, en oud-betovergrootvader van koningin Beatrix.
De voormoeders van Beatrix in Oranjelijn, Albertine en Maria (“Marijke”), hebben veel in Oranjewoud genoemd. Dankzij hen kreeg dit deel van het Schoterwoud de naam Oranjewoud en ontstond er allerlei aanzienlijke bebouwing (het Oranje-verblijf werd in de Franse tijd rond 1810 tot op de grond afgebroken).
Van Brongerga is enkel een bewoningsstructuur gebleven aan de noordkant van genoemde Marijke Muoiwe bij de begraafplaats (oud familiegraf van de Van Limburg Stirums) met klokkestoel. Tegenover “de Belvedère”, de uitkijktoren boven het bos, waaromheen nu een bijzonder tentoonstellingsgebied is gebouwd.
De buurt Brongerga hoort bij ons familieverhaal omdat overgrootvader Jan Wolters Van der Hoek, getrouwd met Hiltje Jans Lukkes (in 1861) er een tijd heeft gewoond. Mijn vader Willem Van der Hoek (1906-1961), kleinzoon van Jan en Hiltje, noemde Brongerga als herkomstdorp. En moeder Elizabeth de Jong (1910-1989) stelde dat haar moeder Fokje Schippers in Brongerga was geboren. De Schippers woonden langs het pad achter het kerkhof (vanaf de weg naar Mildam gezien). Haar vader Klaas Piers de Jong had een winkeltje aan de Annaburen te Mildam, dichtbij Brongerga.
De twaalf kinderen van Willem Van der Hoek (1906-1961) en Elizabeth de Jong (1910-1989) zijn allemaal te Oranjewoud geboren, niet te Brongerga. Ze werden geboren in het westelijke deel van Oranjewoud (Van der Sluislaan 9, Koningin Julianaweg 18) dat in 1951 door het dorp Heerenveen werd geannexeerd. Persoonlijk ben ik (december 1941) in Oranjewoud geboren, voordat het Heerenveen werd. Maar ambtenaren veranderen Oranjewoud toch vaak in Heerenveen (hoe weten ze van die overname?).
Jan en Hiltje verhuisden van Brongerga naar ‘de grintdyk’ in Oranjewoud, dichtbij Oudeschoot (nu Heerenveen-Zuid). Opa Bonne Van der Hoek (1875-1943) werd op dat nieuwe adres geboren. Vrij kort na zijn geboorte verhuisden Jan en Hiltje opnieuw, nu naar de Terbandster Schans aan de noordkant van dorp Heerenveen (gemeente Aengwirden).
De vader van Jan heette Wolter Freerks Van der Hoek (1795-1849) en werd niet in Brongerga geboren. Misschien in Bovenknijpe (Nieuw-Brongerga of Nieuw-Katlijk aan de Schoterlandse Compagnonsvaart). Na zijn huwelijk met Grietje Bonnes Bouma (in 1821) woonde deze Wolter niet in Schoterland, maar in Opsterland. Na 1828 zijn ze misschien naar “Brongerga” (in Schoterland) verhuisd, waar in 1835 Jan Wolters (1835-1927) werd geboren. Dit deel van het Brongerga-familie verhaal is verder nog niet nagelopen.
De vader van Wolter Freerks Van der Hoek (1795-1849) was Freerk Tammes Van der Hoek (1751-1841), geboren in Terwispel. FT liet de gezinsnaam “Van der Hoek” in 1811 registreren. Nederland was door Napoleon ingelijfd bij het Franse ‘keizerrijk’ en de bezetter voerde een burgerlijke stand in, die qua opzet daarna ook is voortgezet. FT deed de opgave bij de mairie Knijpe. Hij woonde al niet meer in geboortedorp Terwispel (Opsterland). Hij is dan 60 jaar oud. FT overlijdt in 1841 (90 jaar oud) te Bovenknijpe (“nieuw-Brongerga” of “nieuw-Katlijk”). De moeder van Wolter Freerks, Hendrikjen Wolters, overlijdt ook te Bovenknijpe (1821, 58 jaar oud).; Geen Terwispel en ook geen Brongerga.
Minstens nog via archieven na te zien: Overlijdensakte Wolter (of Wouter) Freerks Van der Hoek (1849). Staat zijn geboorteplaats vermeld? Evenzo overlijdensakte Jan Wolters (of Wouters) Van der Hoek (1927). Staat zijn geboorteplaats vermeld? Idem overlijdensakte Grietje Jans Van der Hoek (1868), 6-jarige dochter van Jan en Hiltje. Overleed zij in sloten bij Brongerga?
TERWISPEL
De zandrug (“schoot”) langs de zuidoever van de Boorn-rivier of Koningsdiep in het tegenwoordige middenoosten van Friesland strekt zich richting het westen minder ver uit dan de zandrug benoorden de Tjonger-rivier die een tiental kilometers zuidelijker van Terwispel ligt en de naam gaf aan de grietenij Schoterland. Terwijl de Tjonger qua loop voorbij Schoot naar het zuiden afstroomde, in de Zuiderzee, ging de Boorn voorbij Terwispel over in de Middelzee die oudtijds het noorden van (het huidige) Friesland in twee delen splitste: Westergo en Oostergo. Leeuwarden was een beschutte havenplaats aan die Middelzee, daar waar twee andere stromen, Vliet en Ee, in deze zee uitmondden.
De Middelzee raakte in de latere middeleeuwen dichtgeslibt en ingepolderd. Leeuwarden was geen havenplaats aan zee meer, hoewel nog wel steeds belangrijk als handelscentrum.
Rond het jaar 1000 (na Christus) begonnen de bedijkingen in het Friese gebied. Het belangrijkste werk gebeurde in het noord-oosten (Westergo) en bij de Middelzee. Rond dit jaar 1000 werd ook het gebied rond Terwispel “bedijkt”. De zuidelijke oever van de Boorne was economisch belangrijk en mocht niet bij iedere stroming onder water raken en onbeheersbaar.
Terwispel wijst, volgens etymologen, naar een agrarisch-historisch kenmerkend gebied. De naam zou naar een belangrijk weidegebied verwijzen met een natuurlijke (maar niet vanuit de zee steeds zoute) drinkplek voor het vee. “Terwispel” zou betekenen: bij de weiden-poel. Je hebt weiden en je hebt een boel zoet water.
Al in voorhistorische tijden schijnt Terwispel soortnaam te zijn geworden voor het goede gebied waar men vee kon weiden en waarvandaan veeteelt kon worden ontwikkeld. Tegenwoordig is Terwispel vooral een deel van de industrieplaats Gorredijk. Gorredijk, zoals de naam al zegt, ontstond dankzij de veenafgravingen en was oorspronkelijk naam voor de bedijkingen “in het goor” (in het drassig gebied, zuidelijk van Terwispel). Rond 1900 ontstond direct westelijk van Terwispel het dorp De Tynje. De Tynje is vernoemd naar het Terwispeliaanse gebruik van visvang via “tynjes” (visfuiken). Omdat door de vervening het gebied westelijk van Terwispel steeds meer werd ontgonnen en voor agrarisch gebruik beschikbaar kwam, verloor het stamdorp aan betekenis. Rond 1900 werd De Tynje ook een apart dorp in Opsterland. Terwispel werd bijna gehalveerd.
In Terwispel werd Freerk Tammes Van der Hoek (1751-1841) geboren. Zoon van Tamme Freerks en van Eeuwkje Jalderts (de Vries). In hun tijd kende het dorp Terwispel hooguit 500 inwoners. Verdeeld over waarschijnlijk minder dan 100 gezinnen.. En nog minder families.
Tamme Freerks (de gezinsnaam Van der Hoek bestond nog niet) trouwde in 1746 met Eeuwkje Jalderts (de Vries). Uit Terwispel en te Terwispel. Zoon Freerk Tammes (1751-1841) was zoon uit dit huwelijk. Eeuwkje stierf jong en waarschijnlijk was Freerk het ene kind uit dit huwelijk dat in leven bleef. Vader Tamme Freerks schijnt daarna hertrouwd te zijn (in Lippenhuizen) terwijl Freerk vanaf zijn dertiende als boerenknecht zijn eigen kost ging verdienen. Zo raakte hij Terwispel uit en in BovenKnijpe terecht.
Minstens nog in archieven na te zien:
Kerkregisters betreffende Terwispel Oudere bronnen (voorzover aanwezig en bewaard) betreffende Tamme Freerks, zijn vader Freerk, diens voorfamilie Waarom koos Freerk Tammes (60 jaar oud) in 1811 voor de familienaam “Van der Hoek”?
Delfstrahuizen
Als mens heb je twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders en 16 bet-overgrootouders. Voor je kinderen geldt hetzelfde. Jouw twee ouders zijn voor hen grootouders en maar de helft van hun vier grootouders. Jouw vier grootouders tellen slechts voor een kwart mee bij hun overgrootouders. Hoe verder je teruggaat in de tijd (generaties) hoe meer verspreid de familieherkomst wordt. Ga je veertig generaties terug, dan zit je al snel op meerdere miljoenen voorouders. Meer mensen dan rond het jaar 1000 in dit gebied leefden. Feit is dat werd getrouwd binnen de eigen “groep”, met verwantschap, alhoewel vaak geen directe (aanwijsbare) door de eeuwen heen. Omdat het aantal verschillende families traditioneel al groot is en we meestal niet aan “inteelt” doen, is het verdere verhaal omvangrijk en misschien ook raadselachtig.
Een van de meisjes die in onze voorfamilie terecht kwamen, als verkering, getrouwde, moeder, grootmoeder etc. (nooit zo gedacht), is Fokje Jans van Fleeren, geboren in Delfstrahuizen, aan de zuidkant van het Tjeukemeer.